U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 juni 2007, 14.03u

van Stern Demeulenaere aan minister Geert Bourgeois
271 (2006-2007)
De voorzitter

Mevrouw Demeulenaere heeft het woord.

Stern Demeulenaere

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, dames en heren, deze week konden we kennis nemen van de laatste cijfers over het verblijfstoerisme in Vlaanderen. Het was heel opzienbarend, en het was zeer aangenaam om vast te stellen dat de cijfers in heel Vlaanderen stegen. Daarentegen was het heel jammer om te zien dat de kust achterophinkt. Ik heb daar gemengde gevoelens bij. Ik meen me te herinneren dat ik dat in de commissie reeds een jaar geleden heb aangekondigd. Toen was er nog geen reden tot paniek. Ik ben natuurlijk wel blij dat u nu zelf de noodzaak voelt om maatregelen te nemen om het hoteltoerisme aan de kust op te drijven. U hebt de intentie een studie daarover te bestellen. Wat hoopt u te bereiken met een studie als de cijfers al hebben uitgewezen dat het hoteltoerisme achterophinkt? U hebt al eens gezegd dat de Vlaamse Regering weinig middelen heeft om daar iets aan te doen. De initiatieven moeten eigenlijk uitgaan van de privésector. Hoe wilt u het kusttoerisme - ook het congrestoerisme - bevorderen?

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, we hebben inderdaad uitstekende cijfers voor het toerisme in het afgelopen jaar. Ze zijn fantastisch goed voor heel Vlaanderen, met uitzondering van de kust.

Aan de kust is er een stabilisatie. De schijn bedriegt ons: de stijging van het aantal overnachtingen met 0,5 percent is eigenlijk een stabilisatie. Ik heb de cijfers laten opvragen over de periode 2002-2006. Daarin zien we een dalende trend. Ik heb al herhaaldelijk gezegd dat dat een zorgwekkende evolutie is. In de hotelsector doet zich in die periode een daling van het aantal overnachtingen voor met 2,4 percent. Er is ook een daling van het aantal hotels met jaarlijks 4,4 percent. Over dezelfde periode daalt de capaciteit van de hotelinrichtingen aan de kust met jaarlijks 3,9 percent, terwijl de capaciteit elders in Vlaanderen stijgt. Dat is inderdaad een probleem.

Ik heb er al herhaaldelijk op gewezen dat dit in de eerste plaats een zaak is van de gemeentebesturen. Het is een ruimtelijk probleem. We moeten de evolutie aan de kust wel opvolgen. Ik wil gaan voor een kwalitatief en gedifferentieerd aanbod. Dan komen de drie sectoren in het vizier. De hotelsector komt in beeld. Ik laat die studie uitvoeren om na te gaan wat er kan gebeuren. Nu al is duidelijk dat de vastgoedprijzen enorm stijgen, waardoor de hotelfunctie verdrukt raakt ten voordele van de flatgebouwen. Dat is een zaak van opbrengst per vierkante meter. Ik roep in de eerste plaats de kuststeden en ‑gemeenten op om daar werk van te maken. We hebben een aantal gemeenten die dat nu al doen. Men moet ruimte reserveren, zo niet zal die functie gaandeweg verdwijnen.

We stellen datzelfde vast met de kampeersector. Het aantal kampeerplaatsen daalt heel sterk. Enkele gemeentebesturen nemen nu al initiatieven. In het kader van het Kustactieplan loopt er een studie over de ruimtelijke aspecten. Er is meer dan dat. Ook de privésector komt dan in beeld: de kwaliteit van onze hotels, het innovatieve element, het ondernemende aspect, de vernieuwing enzovoort. Hetzelfde geldt voor de kampeersector, waar we vaak met problemen van schaalgrootte te maken hebben.

Maar ook de derde sector, de verhuursector, doet het niet goed wat betreft het aantal overnachtingen. We zien dat de zogenaamde tweede verblijven aan de kust sterk oprukken, en dat de verhuursector in de problemen komt. Ik heb daarover een rondetafel gehad met de verhuursector. We zijn het erover eens geworden om het verhuurlogies mee op te nemen in het koepeldecreet Logies, zodat die sector vergunningen en sterrenkwalificaties kan krijgen. Op de buitenlandse markten krijgen we onze verhuursector immers moeilijk verkocht, precies door het gebrek aan sterrenkwalificaties. Met name op de Duitse markt is men gewend om bij kamer- en huizenverhuur classificaties te hebben. Wij hebben dat niet, en daarom hebben we beslist om dat mee te nemen in de logiessector.

Dit blijft in de eerste plaats een zaak van ruimtelijke ordening. Het komt erop aan om ruimte te reserveren, zo niet zal de sector meer en meer onder druk komen te staan. Het aanbod vermindert, de besteding vermindert en de ruimte wordt minder efficiënt gebruikt. Tweede verblijven staan veel vaker leeg dan andere vormen van toerisme die verblijfstoeristen lokken. En het zijn die verblijfstoeristen die geld uitgeven aan de kust en een bron van inkomsten vormen voor de hele kustsector.

Stern Demeulenaere

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dat het een moeilijke oefening zal worden.

Bent u bereid de ondersteunende maatregelen te nemen, waar ik in de commissie al over gesproken heb, om de hotels aan te sporen om toch open te blijven? Ik verwijs daarbij naar de provincie West-Vlaanderen, die al bijkomende ondersteuning geeft om de eigen hotels op te waarderen en eventueel de capaciteit te verhogen, onder meer door de 'paperasserie' waar mogelijk verder te versoepelen, voor wat betreft het Vlaamse niveau. U zult natuurlijk zeggen dat alles op het federale niveau gebeurt, maar het is bewezen dat er ook op het Vlaamse niveau nog heel wat werk aan de winkel is.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, collega's, de problematiek is al geschetst door mevrouw Demeulenaere en concreet toegelicht door de minister zelf, maar ik wil nog kort reageren. Men heeft gewezen op de achteruitgang van het verblijfstoerisme aan de kust. Men verwijst voornamelijk naar de hotelsector, die momenteel onder druk staat. Het klopt dat de vastgoedprijzen dermate gestegen zijn dat een hoteluitbater die zijn zaak wil verkopen, niet kan weerstaan aan het aanbod van de promotoren.

Ik vrees echter dat de achteruitgang van het verblijfstoerisme aan de kust niet alleen te maken heeft met het verminderen van het aantal hotels. De problematiek moet in een breder kader gezien worden. Er is volgens mij nog altijd een te grote versnippering op het vlak van de promotie en het beleid van de verschillende niveaus - lokaal, provinciaal en Vlaams.

Mijnheer de minister, u hebt op de persconferentie terecht de problematiek van de achteruitgang van de hotelsector aangekaart en de kustgemeenten opgeroepen om de hotels te beschermen, of op zijn minst meer plaats te voorzien voor de hotels. Uiteraard volstaat dat niet. Er is een gelijkaardig persbericht geweest in verband met de kampeersector en de toename van het aantal 'witte vakantiehuisjes'. U hebt ook de oproep gelanceerd dat toerisme en recreatie stiefmoederlijk behandeld worden in het ruimtelijk structuurplan. Het blijft altijd bij oproepen en dat volstaat volgens mij niet. Ik doe daarom de suggestie om eens met alle kustgemeenten en alle actoren over de hele problematiek van de kust rond de tafel te zitten om alles in kaart te brengen. Een algemene conferentie over de problematiek van verblijfstoerisme aan onze kust lijkt mij een betere oplossing dan bij elk probleem een nieuwe oproep te lanceren.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

Johan Verstreken

Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Demeulenaere. Daarnaast wil ik nog een aantal suggesties doen. Het gaat hier niet enkel om de problematiek van de projectontwikkelaars. Het is ook niet gemakkelijk om personeel te vinden dat dan ook nog bekwaam is. Gebeurt daarvoor iets vanuit de Vlaamse Regering?

Kan er ook iets worden gedaan om ervoor te zorgen dat er in de kuststeden die congrestoerisme stimuleren, vijfsterrenhotels zijn?

U zegt ook dat de Britse en Duitse toeristen verdwijnen. Dat heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat de nadruk de afgelopen jaren veeleer lag op de kunststeden. Ik sta daar volledig achter, maar vraag me ook af of het niet aangewezen is om een stad als Oostende mee op te nemen bij de promotie van de kunststeden.

Worden er vanuit het buitenland voldoende inspanningen geleverd en zijn er voldoende middelen in het buitenland om Vlaanderen nog sterker op de toeristische kaart te plaatsen?

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Sintobin, ik pak die problematiek omvattend aan. Wij zijn echter niet diegenen die de ruimtelijke plannen tekenen, dat is de verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen. De problematiek is ruimer. De vraag is of er voldoende innovatie is en of er voldoende investeringen zijn in de hotelsector.

Een andere problematiek is die van het personeel, zoals de heer Verstreken terecht heeft gesteld. Samen met minister Vandenbroucke voorzie ik in een winteropleiding voor het horecapersoneel. Een van de grote problemen in de horeca, en specifiek in West-Vlaanderen, is inderdaad het aantal niet-ingevulde vacatures. We zullen alle problemen in kaart brengen. Daartoe gaan we met de sector rond de tafel zitten. Die studie zal worden opgemaakt in samenspraak met de horeca, met Westtoer en met de betrokken actoren.

Eén diagnose is alvast duidelijk, namelijk dat er een ruimtelijk probleem is en dat de druk op de vastgoedprijzen ertoe leidt dat er hotels verdwijnen. Hetzelfde geldt voor de kampeersector. Voor de verhuursector is het probleem het gebrek aan kwalificatie.

Mevrouw Demeulenaere, wat de steun aan de hotelsector betreft, wil ik erop wijzen dat de grootste administratieve lasten federale lasten zijn. Op mijn vraag is de hotelfiche enigszins versoepeld, maar de hotels moeten die nog altijd zeven jaar bijhouden. Voor het overige heeft minister Moerman algemene steunmaatregelen genomen voor de ondernemingswereld. Ik ben dan ook niet van plan om nog eens specifieke subsidies toe te kennen aan hoteliers. We moeten zorgen voor een goed ruimtelijk en promotioneel kader en de ondernemers laten ondernemen in de best mogelijke omstandigheden. We doen met dat succes voor heel Vlaanderen maar we stellen vast dat er voor de Vlaamse kust een probleem is omwille van heel specifieke factoren. We gaan dan ook aan tafel zitten en maken afspraken met de hotels, de campings en de verhuursector om na te gaan wat er kan gebeuren. Dit zal niet in grote mate vanuit de Vlaamse Regering beslist worden, het zal moeten gebeuren op gemeentelijk vlak. Gelukkig zijn er al twee of drie gemeenten die daartoe de nodige beslissingen hebben genomen.

Stern Demeulenaere

Mijnheer de minster, ik wil u vragen om niet nog meer kostbare tijd te verliezen. Ik heb dit probleem voor het eerst vermeld in 2005. Het is nu 2007. Het zal wellicht 2008 zijn vooraleer die studie klaar is, en 2009 vooraleer er maatregelen zijn uitgewerkt. Ik hoop dat u er nu echt werk van maakt en het niet bij een studie zult laten.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.