U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 28 maart 2007, 14.04u

van Johan Sauwens aan minister Kathleen Van Brempt
185 (2006-2007)
De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, Vlaanderen investeerde de voorbije jaren heel veel in openbaar vervoer. Vanuit onze fractie hebben we al langer gevraagd wat de weerslag is van deze extra investeringen.

In 1999 bedroeg de overheidsdotatie, de exploitatiesubsidie aan de Vlaamse Vervoermaatschappij, 311 miljoen euro. Dat is in 2006 opgelopen tot 680 miljoen euro. Dat is meer dan een verdubbeling. We investeren ook heel veel in extra trams en in de verlenging van de tramlijnen.

Dat heeft ongetwijfeld positieve effecten wat sociale doelstellingen betreft. Er zijn een aantal mensen die dankzij het tarievenbeleid gratis of bijna gratis gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer.

De ontvangsten voor het openbaar vervoer zijn in reële termen gedaald, hoewel een van uw voorgangers heeft gezegd dat de gratis reizigers mensen zullen meebrengen. Daardoor is de dekkingsgraad, het deel van de uitgaven dat gedekt wordt door eigen ontvangsten, gedaald van 30 percent naar 14 percent. Ter vergelijking: de Brusselse vervoermaatschappij MIVB heeft een dekkingsgraad van 45 percent. Dat is natuurlijk een speciale situatie.

De vraag die we ons al langer stellen, en die we al in de commissie hebben gesteld is: wat is de weerslag van die enorme investering van belastinggeld die Vlaanderen doet in het openbaar vervoer, op het vervoergedrag van de Vlamingen? We zijn wat dat betreft altijd wat op onze honger gebleven.

Er zijn ongetwijfeld meer reizigers. Ik wil citeren uit twee rapporten die ik deze maand op tafel heb gekregen. Ik heb een diagnoseadvies betreffende de woon-werkverplaatsingen van de werknemer, een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Op 30 januari wordt het volgende geschreven: "Het beleid dat er op gericht is het openbaar vervoer voor bepaalde doelgroepen minder duur of gratis te maken, heeft het aantal mensen die zich met de wagen verplaatsen, niet significant doen dalen. Dit beleid heeft ertoe geleid, primo, dat een aantal mensen die zich met de auto verplaatsen, niet beduidend is teruggelopen; secundo, dat meer mensen het openbaar vervoer zijn gaan gebruiken en de bus zijn gaan gebruiken; tertio, dat er minder fietsers en voetgangers zijn."

Uit de eigen Vlaamse documenten lezen we een syntheseverslag van wat de OESO zegt. De OESO maakt een evaluatie van het milieubeleid dat de diverse landen ontwikkelen. Men maakt een vergelijking over wat er sinds 1998 is gebeurd inzake milieudoelstellingen. Ik citeer: "Hoewel het openbaar vervoer sterk gesubsidieerd wordt, verliest het toch terrein ten opzichte van de particuliere voertuigen."

Dat zou kunnen betekenen dat van de enorme investeringen die Vlaanderen doet in het openbaar vervoer, vooral de niet-actieve bevolking gebruik maakt. Een aantal mensen die al het openbaar vervoer gebruikten, maken er meer gebruik van omwille van het gratis of bijna gratis karakter. Het aantal abonnementen is spectaculair gestegen tot 370.000. Daarvan wordt meer dan de helft gratis of bijna gratis ter beschikking gesteld. Het openbaar vervoer wordt meer gebruikt door mensen die het al gebruikten. Er wordt door jongeren in hun vrije tijd meer gebruik van gemaakt en ook door een aantal senioren. Het blijkt dat in de woon-werkverplaatsingen - ik verwijs naar de studie die terzake is gebeurd - niet beduidend meer gebruik gemaakt wordt van het openbaar vervoer door vroegere automobilisten. Uit een kleinere studie in Leuven is gebleken dat de studenten, in plaats van te voet of met de fiets naar de aula te gaan, nu de bus nemen. Men heeft voetgangers van het voetpad gehaald en fietsers van het fietspad. Men moet ook vaak een kamikaze zijn in de drukke ochtendspits. Ze nemen nu het gratis of bijna gratis openbaar vervoer.

Mevrouw de minister, kunt u ons wijzer maken? Ik had graag een verwijzing naar een extern wetenschappelijk onderzoek. Misschien is dat nog lopende. Kunt u ons inlichten over de wijze waarop de investeringen in het openbaar vervoer in Vlaanderen resulteren in een verschuiving in de modal split, in meer gebruik van het openbaar vervoer ten opzichte van de wagen?

De voorzitter

Minister Van Brempt heeft het woord.

Minister Kathleen Van Brempt

Mijnheer Sauwens, ik ben een beetje in de war. Ik zag een andere vraag staan op uw ingediende versie van uw actuele vraag. Ik heb die cijfers niet bij.

Johan Sauwens

Het gaat me niet over de cijfers.

Minister Kathleen Van Brempt

Ik heb een antwoord op uw vraag: "Wanneer voorziet de Vlaamse Regering een evaluatie van het huidige tarievenbeleid?" U moet me excuseren maar ik heb die cijfers niet bij. Ik ben een beetje in de war.

Johan Sauwens

Mevrouw de minister, in mijn vraagstelling heb ik duidelijk verwezen naar het autogebruik dat niet is verminderd en naar het feit dat voetgangers en fietsers meer de bus gebruiken.

Minister Kathleen Van Brempt

Uw vraag is toch wanneer ik een hervorming van het tarievenbeleid plan?

Johan Sauwens

Neen, mijn vraag is wat de weerslag is van het tarievenbeleid. Met het gratisbeleid zijn we een unicum in Europa. Wat is de weerslag daarvan op het vervoersgedrag van de Vlamingen?

Minister Kathleen Van Brempt

Nogmaals, ik heb die cijfers niet bij, want die vraag was niet gesteld.

Het is een actuele vraag, dus ik dacht dat u misschien zou verwijzen naar een onderzoek dat vandaag de pers heeft gehaald. Er is immers een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat het autovervoer aan het afnemen is, althans in de stedelijke omgeving. Ik geef toe dat de Vlaamse overheid voor alles wat ze doet in verband met openbaar vervoer en mobiliteit moet kijken naar zowel de stad als het platteland. Dat vergt immers een verschillende aanpak. Er is ook sprake van deels verschillende uitdagingen. Het autovervoer in de stad neemt dus af, vooral ten voordele van de fiets. Het openbaar vervoer gaat ook vooruit, maar minder. Dat is wat ik me herinner van het krantenartikel van vandaag.

Ik wil u geruststellen: het is niet zo dat we niet volop bezig zijn met wetenschappelijk onderzoek. Vandaag zijn we begonnen met een derde onderzoek naar het verplaatsingsgedrag. Dat is een groot onderzoek dat we over heel Vlaanderen gaan voeren met betrekking tot de vraag wie zich hoe verplaatst. Over ongeveer één jaar verwacht ik de eerste resultaten daarvan.

Wat de tarieven betreft, zijn er de voorbije tien jaar heel wat hervormingen doorgevoerd, die er vooral toe hebben geleid dat het openbaar vervoer veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. Dat was vooral het beleid van mijn voorganger, een beleid dat ik trouwens heb voortgezet. Voor de doelgroep van de 65-plussers is het openbaar vervoer gratis geworden. Bij alle andere doelgroepen wordt het derdebetalerssysteem gebruikt. Daarom was ik een beetje verbaasd door de opmerking van het verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Die maatregelen zijn immers niet genomen met het oog op woon-werkverkeer. Ze zijn genomen met het oog op de algemene promotie van het openbaar vervoer. Meer specifiek ging het ook over sociale maatregelen. Ik verwacht dan ook geen effect, bijvoorbeeld van het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers, op de modal split inzake het woon-werkverkeer. Dat is nu eenmaal niet de doelstelling van het tarievenbeleid.

In het algemeen zijn door die tarieven van De Lijn de voorbije jaren de inkomsten gedaald. We zijn daar in de commissie ook al bij blijven stilstaan. Een uitzondering zijn de voorbije twee jaar: sinds 2004 zijn de inkomsten opnieuw aan het stijgen. Zelf heb ik één hervorming doorgevoerd, namelijk het voort vereenvoudigen, door een zone af te schaffen in de stedelijke omgeving, en het opsplitsen tussen voorverkoop en verkoop op het net. Dat laatste had vooral als doelstelling de doorstroming van het openbaar vervoer te verbeteren. Sinds lang is er een indexering van de tarieven en de abonnementen toegestaan, en die wordt dit jaar opnieuw toegepast. Ik kan wel niet zomaar de tarieven van tickets indexeren, want dan krijgen we moeilijke getallen.

Ik bereid op dit ogenblik een tariefaanpassing voor volgend jaar voor. We zijn nog aan het onderzoeken op welke aspecten die vooral moet ingaan. Ik kan u al wel zeggen dat het niet mijn beleidsbedoeling is het openbaar vervoer in het algemeen duurder te maken.

Wat uw vraag over de modal split betreft, ik heb deze cijfers niet bij me. U weet dat die cijfers gebaseerd zijn op de gegevens van De Lijn en de onderzoeken van de studiedienst van de Vlaamse Regering. Ik verwacht ter zake veel van het grootscheepse derde onderzoek naar het verplaatsingsgedrag, OVG3 geheten. Over 1 jaar zullen we de tussentijdse resultaten kunnen inkijken.

Johan Sauwens

Mevrouw de minister, het verbaast me wat dat u niet echt dieper wilt ingaan op de modal split. Volgens onze fractie is het nodig het effect van de grote investeringen exact te kennen. We zijn wat bezorgd. Misschien zijn lichte bijsturingen nodig. Zo blijkt uit dit verslag dat vooral bij middellange verplaatsingen het openbaar vervoer het moet afleggen tegen de auto.

U weet dat de files blijven toenemen. Met de verhoogde investeringen in de havens, gaan we richting een verkeersinfarct in Vlaanderen. Ik wil dat niet dramatiseren, maar het is een maatschappelijke en economische realiteit waar we op tijd iets aan moeten doen.

Met een aantal bijsturingen van het aanbod moet het mogelijk zijn om bijvoorbeeld ook een betere ontsluiting van industrieterreinen te geven. In het verhaal van de basismobiliteit, intussen bijna beëindigd, is de bediening van werkplaatsen en industrieterreinen niet opgenomen. Dat is een euvel. Wij vragen vanuit onze fractie om dit aan te passen. Dat moet kunnen met deze investeringen, anders falen we op een belangrijk element van uw beleid.

Verder is het nodig dat u zich wetenschappelijk laat begeleiden om te weten wat de echte effecten zijn van de inspanningen.

Minister Kathleen Van Brempt

Dat zijn verschillende aspecten. Er is een decreet basismobiliteit, goedgekeurd in dit parlement, dat ik ondertussen bijna volledig heb uitgevoerd samen met de Vlaamse Regering.

De huidige investeringen gaan naar netmanagement, geënt op woon-werkverkeer: de capaciteitsproblemen oplossen. Ik verwijs naar mijn initiatief in Gent en de capaciteit van de kusttram. We zijn volop bezig met het ontwikkelen van joblijnen naar bedrijventerreinen. Maar een gewone ontsluiting is daar vaak niet aan de orde. Men begint 's morgens en stopt 's avonds, dus moet de bus niet de hele dag rijden. Vandaar dat het pendelfonds is opgericht. Bij de investeringen werken we ook vooral in stedelijke omgeving, omdat daar de uitdagingen voor het openbaar vervoer het grootst zijn. Ik denk dat het beleid van het netmanagement tegemoet kan komen aan uw vragen.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

van Flor Koninckx aan minister Kathleen Van Brempt
184 (2006-2007)
van Stefaan Sintobin aan minister Kris Peeters, beantwoord door minister Yves Leterme
186 (2006-2007)
van Patrick Lachaert aan minister Kris Peeters, beantwoord door minister Yves Leterme
187 (2006-2007)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.