U bent hier

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, ik dank u dat ik deze vraag nog mag stellen. De overeenkomst is net 1 week geleden afgesloten, dus normaliter had ik ze vorige week ook al kunnen stellen. Ik wist dit toen echter nog niet.

Mijnheer de minister, men beweert dat dit land complex is, zodat het voor de burger niet altijd duidelijk is wie waarvoor bevoegd is. Tot op zekere hoogte heeft men daarin misschien gelijk. Nu moeten we echter vaststellen dat onze flamboyante minister van Landsverdediging zich gaat bezighouden met sport. Dat wordt normaal gevonden, maar beeldt u zich eens in dat onze minister van Sport zich straks gaat bezighouden met Landverdediging. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Ik weet niet binnen welke krijtlijnen dat zou gebeuren, mijnheer de minister, maar de kans is groot dat u dan in Sint-Gillis belandt. (Gelach)

Alle gekheid op een stokje, het is de bedoeling van de Vlaamse overheid, uzelf op kop, om een degelijk topsportbeleid te voeren en daarin bakens te verzetten. U hebt daarvoor steeds de steun gekregen van dit parlement. Er zijn ook bakens verzet. Ik heb u al meermaals ondervraagd over de topsportcontracten bij Bloso. Ik heb vastgesteld dat niet alle ruimte daar ingevuld is. Ook binnen Atletiek Vlaanderen is er nog ruimte. Blijkbaar zijn er niet voldoende toppers voorhanden om daar gebruik van te maken. Dat is een kritische opmerking die ik maak. Anderzijds stel ik dan vast dat het leger met 45 plaatsen voor sport komt aandraven, waarvan 15 plaatsen voor elitesporters en 30 voor beloften. Wat ik daarvan vind, heb ik daarnet al duidelijk gemaakt. Ik vraag me ook af wie daarbij instaat voor de begeleiding. Zijn er ter zake afspraken met de topsportmanager? Is er sprake van coördinatie, of gaat het over bezigheidstherapie? Is er een afstemming qua beleid?

De heer Beckers verklaarde zich te verheugen over deze samenwerkingsovereenkomst. Hij stelde zelfs: "Sinds mijn verkiezing als BOIC-voorzitter pleit ik trouwens voor één gezamenlijke sportvisie in het algemeen." Hoe dat dan te rijmen valt met gemeenschapsministers die bevoegd zijn voor Sport en een federale minister van Landsverdediging die hier dan ook nog eens komt tussenfietsen, is me totaal niet duidelijk.

Mijnheer de minister, bent u op de hoogte gebracht van of betrokken geweest bij deze contracten tussen Landsverdediging en het BOIC? Hebt u een zicht op de afspraken die ter zake zijn gemaakt met de topsportmanager? U hebt hierover in de krant verklaard: "Maar als het weer zo'n geïsoleerd gedoe wordt, dan is dat veeleer een last. Dan zal ik ervoor zorgen dat dat niet blijft duren." Hoe zult u daar paal en perk aan kunnen stellen?

De voorzitter

Minister Anciaux heeft het woord.

Minister Bert Anciaux

Mevrouw de voorzitter, mijnheer Van Dijck, ik was niet op de hoogte. Men heeft me via een persuitnodiging ingelicht over de persconferentie. Het was wel zo dat mijn topsportmanager en topsportexpert uitgenodigd waren op de presentatie. Ondertussen heb ik wel de nodige contacten gelegd. Er zijn op federaal vlak ook een aantal vragen over gesteld, ook in de plenaire vergadering. Er is wel uitleg over gegeven. Het komt erop neer dat het leger - altijd paraat - zich althans wat sport betreft zinvol wil inzetten. Het leger wil ondersteuning geven aan sportmanifestaties, qua vervoer en logistiek. Het wil die topsportmanifestaties en die manifestaties in het kader van Sport voor Allen mogelijk maken. Ik heb er vooralsnog op zich geen probleem mee dat het Belgische leger, naast zijn internationale roeping, zich in dit land zinvol wil inzetten voor de sport.

Maar 45 statuten vrijmaken kan enkel complementair zijn als het gebeurt in samenwerking met de sportfederaties en de Taskforce Topsport, waarin zowel het BOIC vooralsnog, en binnenkort hopelijk opnieuw, als het Bloso en het departement vertegenwoordigd zijn onder leiding van de topsportmanager. Op zich vind ik de 45 statuten geen probleem, op voorwaarde dat ze in hun geheel ter beschikking worden gesteld van één topsportbeleid binnen de Vlaamse Gemeenschap.

Past dat plaatje in de filosofie rond de beloftevolle jongeren? Dat kan, hoewel ik niet vind dat topsport op dit ogenblik een tewerkstellingsproblematiek is. Er moeten nog projecten worden gerealiseerd. Ik denk dat het op dit ogenblik geen financieel, maar een kwalitatief probleem is. Op dat punt hebben we niet voldoende garanties dat het in overeenstemming gebeurt met ons topsportbeleid.

Ik heb deze week een vrij diepgaand gesprek gehad met het BOIC over een aantal dossiers. U weet dat een en ander moet worden uitgeklaard. Dit is een van de problemen die we bespreken. We willen komen tot een duidelijk Vlaams topsportbeleid, waarin het BOIC onderdeel wordt van één aanspreekloket en een gemeenschappelijke visie. In dat kader moet de overeenkomst BOIC-Landsverdediging geplaatst worden.

Ten eerste heb ik dus geen probleem met die overeenkomst als ze past in een diepgaand, strategisch samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap en het BOIC, maar dat is er vooralsnog niet. Indien ze daar niet kan inpassen, lijkt het me eerder een tegenwerking van het topsportbeleid. Dan moeten wij samen met de collega's in het federaal parlement en de federale regering zeggen dat het niet opgaat dat de minister van Defensie een eigen topsportbeleid voert. Daarvoor zijn de nodige contacten al gelegd.

Ten tweede lijkt het me enkel zinvol indien de werking van de topsporters volledig ondersteund wordt via de topsportfederaties. Het topsportbeleid zit niet in de unitaire koepels, maar bij de Vlaamse en de Franstalige topsportfederaties. Natuurlijk, ik geef ook graag mijn mening over Defensie. Maar het is niet de taak van de minister van Defensie om zich bezig te houden met het topsportbeleid. Indien hij niet goed weet wat te doen met zijn geld, mag hij overwegen om de middelen over te hevelen naar de gemeenschap.

Mijnheer de minister, vanuit sportoogpunt en louter budgettair, lijkt elke euro mooi meegenomen. Maar ik denk dat we niet alleen kiezen voor het financiële aspect, maar voor het voeren een echt beleid. We willen dat er prestaties geleverd worden. Het gaat over topsport.

Mijn fractie en ik staan volledig achter de rol van de overheid om te subsidiëren, ondersteunen en faciliteren. Maar men moet daarvoor de juiste kanalen gebruiken. Ik leid hieruit af dat Landsverdediging te veel geld heeft. Als dat zo is, moet het inderdaad maar worden overgemaakt zodat u er een beleid mee kunt voeren. Ik zeg niet zomaar ja tegen elke vorm van middelen van eender welk departement.

Blijkbaar is het leger op zoek naar een functie, maar die moet dan maar op een andere manier worden ingevuld.

De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik kan me in grote mate vinden, zowel in wat de heer Van Dijck, als in wat u hebt gezegd.

Wat we absoluut moeten vermijden, is dat er concurrentie ontstaat tussen aan de ene kant het Vlaamse topsportbeleid, dat vrij stevig op touw werd gezet en de komende jaren zijn rendement zal moeten bewijzen, en aan de andere kant een soort Belgisch eilandje met een beetje BOIC, wat Coca-Cola, wat subsidies, een beetje nationale landsverdediging en wat Lottogelden en waar een eigen topsportbeleid wordt gevoerd. Dat zou het slechtste signaal zijn dat we kunnen geven. Een gelijkaardige concurrentie bestond destijds tussen het Bloso- of topsportstatuut aan de ene kant en de andere statuten, bijvoorbeeld van Atletiek Vlaanderen met Kim Gevaert en Tia Hellebaut.

We mogen de aangereikte hand van de minister van Landsverdediging niet weigeren. Op een bepaald ogenblik bood hij aan om de sportinfrastructuur van het leger ter beschikking te stellen van wie wil sporten. U werkt aan het Vlaamse sportinfrastructuurfonds en daarbij is sprake van pps met een inbreng van 70 percent door de private sector. We moeten ook eens denken aan een pps-bis: een publiek-publieke samenwerking. We merken welke enorm goede resultaten een aantal buurlanden nu halen in Melbourne, tijdens het WK zwemmen. Een aantal Vlaamse provincies beschikken niet over een 50 meterbad. In samenwerking met private partners, publieke partners en waarom niet met Landsverdediging, zouden we kunnen komen tot een algemeen infrastructuurplan dat meer ruimte biedt aan topsport. U bent de geschikte man om al deze krachten samen te brengen.

Minister Bert Anciaux

Ik ben het eens met de aanvulling. Ik heb trouwens niet gezegd dat het aanbod of alle voorstellen die vanuit het leger worden gedaan om te investeren in sport, zomaar moeten worden afgewezen. Ik ben het ermee eens dat samen aan tafel moeten worden gezeten. Ik herhaal dat alles in één visie moet passen en dat gecoördineerd moet worden vanuit de Vlaamse Gemeenschap. In die zin werden de nodige afspraken gemaakt met de verantwoordelijke binnen Defensie, die vanuit goede bedoelingen naar samenwerking streeft, maar de volgende dagen en weken zal ik enerzijds proberen om met BOIC een grondige overeenkomst, met alles erop en eraan, te maken en anderzijds bekijken hoe de samenwerking met het Belgische leger daarin ingepast kan worden. Het is juist dat een aantal voorstellen die het leger doet, ten goede komen van het topsportbeleid, maar de voorwaarde is dat ze complementair zijn en niet gebeuren van op een eilandje en met een tegengestelde dynamiek.

Mijnheer de minister, er is wel een beetje verschil tussen de visie die ik op de zaak heb en die van de heer Sauwens en van u, maar laat het duidelijk zijn: de finale touwtjes dient u in handen te hebben.

Dat geldt ook voor wat de selectie betreft. Er moet op een fundamentele en evenwichtige wijze worden bepaald wie er in aanmerking komt en wie niet. Ik heb de indruk dat daarover geen afspraken werden gemaakt. (Opmerkingen van minister Bert Anciaux)

Misschien werden er afspraken gemaakt met de federaties, maar ik vraag in deze duidelijkheid. Elk departement moet doen wat het hoort te doen en moet binnen de eigen materie blijven.

Mijnheer Sauwens, voor wat de infrastructuur betreft, moet ik denken aan het verhaal van het onderwijs. Infrastructuur die voor sport kan worden benut, van wie die ook is, moet natuurlijk worden ingeschakeld. Het gaat daarbij echter niet over de kwaliteit van de opleiding of over de kwaliteit van de sporter, maar gewoon over de aanwezigheid van de infrastructuur. Van wie de infrastructuur is, is bijzaak.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.