U bent hier

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, er zijn zo van die dossiers met een bijzonder hoog Loch Nessgehalte. Ze duiken op met de regelmaat van een klok en gaan over dingen die niet of nog niet bestaan. Het wegenvignet is zo'n dossier. De voorbije twee jaar hebben we dat dossier regelmatig behandeld en tot vandaag is er nog geen vooruitgang geboekt: het wegenvignet is er nog altijd niet.

Mevrouw de minister, in vorige verklaringen, zoals in antwoord op een vraag van de heer De Meyer van 16 januari, hebt u ons altijd gezegd dat we ons niet ongerust moeten maken, dat het wegenvignet er zal komen op 1 januari 2008.

Groot was de verbazing van de commissieleden van Financiën toen ze van minister Van Mechelen vernamen dat het niet 2008 maar wellicht 1 januari 2009 zal zijn, voor het wegenvignet misschien kan worden ingevoerd.

De reden van die verlating is blijkbaar de complexiteit van het dossier. Er zijn federale en Europese instanties die zich mee over het dossier buigen en die de realisatie ervan bemoeilijken, zo niet in de weg staan.

In het Nederlandse regeerakkoord dat vandaag wordt bekendgemaakt, staat trouwens heel uitdrukkelijk dat men daar een systeem van wegenvignetten en rekeningrijden zal invoeren, dat compensaties voor de Nederlandse onderhorigen daarbij vanzelfsprekend worden gevonden, dat daar geen Europese bekommernissen zijn, en dat het project zelfs nog voor 2012 - de aanvankelijk vooropgestelde datum - gerealiseerd zal worden.

De Nederlanders merken op dat de invoering van het vignet voor hun onderdanen in Vlaanderen een zeer dure aangelegenheid gaat worden. Zij stellen een deal voor met de Vlaamse Regering: zij zullen onze onderdanen niet belasten, als wij die van hen met rust laten. Daarover kan onderhandeld worden. Het is misschien ook een goed moment om onze Nederlandse, Dietse broeders er even op te wijzen dat er een aantal dossiers hangende zijn waarin wij vragende partij zijn en waarin we nog geen stap vooruit geraakt zijn. Ik denk daarbij aan het dossier rond de Scheldeverdieping en vooral het dossier van de IJzeren Rijn.

Mevrouw de minister, ik zou willen weten hoe het nu precies zit. Hebt u gelijk en komt het wegenvignet er op 1 januari 2008, of heeft minister Van Mechelen gelijk en komt het vignet er op 1 januari 2009? Ik moet de vraag eigenlijk niet meer stellen, want Belga meldde ons anderhalf uur geleden dat het wellicht 1 januari 2009 wordt. Maar het is misschien goed dat u ons hier en nu opheldering geeft over de invoeringsdatum en uw houding ten opzichte van de Nederlanders. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, ik wil het hebben over de inhoud van het wegenvignet en het Vlaamse mobiliteitsbeleid in zijn geheel. De Nederlanders zijn blij dat hier een opening wordt gecreëerd voor uitstel. Zij hebben in dat verband het signaal gegeven dat er eventueel te onderhandelen valt: als zij hier geen wegenvignet moeten betalen, moeten wij geen slimme kilometerheffing betalen in Nederland.

Ik wil ook even de link leggen met het VN-rapport van vorige week vrijdag over het klimaat. Premier Verhofstadt ziet heil in meer isolatie voor woningen, maar ik denk dat de grootste weg af te liggen is op het vlak van mobiliteit en transport. Op dat gebied zitten we nog het verst verwijderd van de doelstellingen van 2012. En dan heb ik het nog niet over de doelstelling van 30 percent minder CO2 tegen 2020 en 80 tot 90 percent minder CO2 tegen 2050.

Mevrouw de minister, in het vorige actualiteitsdebat rond 'Vlaanderen distributieland' is gebleken dat deze Vlaamse Regering te weinig aandacht heeft voor een duurzaam mobiliteitsbeleid. Het vrachttransport mag verveelvoudigen buiten de piekuren. Minister Peeters heeft vorige week een opening gecreëerd voor meer nachttransport. Voor de luchthavens is 'the sky the limit'. Als we afgaan op de uitspraken van Voka en anderen van vorige week over de groei van bedrijfsterreinen, is het hun vraag om meer autogerichte bedrijfsterreinen in Vlaanderen te krijgen.

De federale minister van Klimaat Tobback, uw partijgenoot, heeft zich vorig weekend in een interview iets belangwekkends laten ontvallen: "Ik stel met afgrijzen de discussie over de logistieke missie van de Vlaamse economie vast. Plots moeten we dé logistieke regio van de wereld worden, maar geen mens stelt zich de vraag hoe we er in godsnaam moeten in slagen om onze CO2-uitstoot te beperken als steeds meer vrachtwagens over onze wegen dokkeren."

Wij willen wél de vraag stellen hoe 'Vlaanderen distributieland' en 'Vlaanderen transitland' in godsnaam verzoenbaar is met de klimaatuitdagingen. Minister Tobback zegt dat hij de oplossingen kent, maar dat hij betwijfelt of hij nog herkozen zal raken als hij ze vertelt. Ik vraag aan u, als minister van Mobiliteit, of u de kracht en de politieke moed hebt om meer inspanningen te leveren voor een duurzaam mobiliteitsbeleid.

Met een wegenvignet alleen zullen we er niet geraken.

Gisteren vernam ik dat de slimme kilometerheffing in Nederland een heel belangrijk punt van uitvoering wordt in het Nederlands regeerakkoord. Mevrouw de minister, in welke mate bent u bereid om een extra inspanning te doen inzake mobiliteit? Ik denk dan in de eerste plaats aan een slimme kilometerheffing, gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken. In dat verband hebben zowel VLD, CD&V als N-VA belangrijke uitspraken gedaan in de commissie.

De voorzitter

Minister Van Brempt heeft het woord.

Minister Kathleen Van Brempt

Mijnheer Penris, de toon van uw vraag verbaast me. In de commissie hebben wij over dit dossier altijd uitgebreide debatten gevoerd. Ik heb altijd veel inspanningen gedaan om de commissie uitgebreid te informeren.

U weet dat er vorig jaar afspraken zijn gemaakt tussen de Vlaamse Regering, de Waalse Gewestregering en de Brusselse Regering over een samenwerking. Daarbij werd de streefdatum van 1 januari 2008 vooropgesteld. Alle collega's van de commissie voor Mobiliteit weten dat ik altijd heel voorzichtig ben geweest met die datum. Het gaat immers om een heel technisch dossier waarin heel wat initiatieven moeten worden genomen. Ik citeer mezelf uit het verslag van het debat van 16 januari: "Als iedereen zich aan de timing houdt, dan is 1 januari 2008 haalbaar. Als er op het federale of het Europese niveau echter moeilijkheden opduiken, dan komt de timing wel in het gedrang. Ik ben met andere woorden realistisch."

Ik wil u even herinneren aan de passage in het Vlaams regeerakkoord over het wegenvignet. Er is sprake van een duidelijke link tussen de invoering van het wegenvignet en de compensatie voor de Vlamingen en de Belgen. De gezamenlijke invoering van zowel het wegenvignet als de compensatie is heel erg belangrijk. Beide vormen essentiële onderdelen van het volledige dossier. Het is met name daar dat we moeten uitkijken naar de opinie van de Europese Commissie.

Samen met mijn twee bevoegde collega's heb ik altijd gezegd dat we niets zullen invoeren zolang we geen volledige technische en juridische zekerheid hebben in dit dossier. Dat kunt u ons moeilijk verwijten.

We zullen Europa bevragen over de link tussen de invoering van het wegenvignet en de compensatie. We hebben ook samen beslist dat we een aanmelding zullen doen bij Europa. Voor de Vlaamse Regering zal minister-president Leterme die inleiding doen bij de Europese Commissie. Het is moeilijk om vandaag reeds in te schatten welke impact dat zal hebben op de timing. Ik vermoed echter dat de streefdatum van 1 januari 2008 onder druk zal komen te staan.

Ik heb een brief gestuurd naar mijn Nederlandse collega waarin ik heb verwezen naar het overleg in het directiecomité van de Benelux van 8 februari. Daarin plannen we een overleg met een volledige informatie vanuit België en Vlaanderen over dit dossier. De secretaris-generaal van de Benelux zal helpen bij dit overleg.

Wat de suggestie van minister Peijs betreft, daar wil ik vandaag nog niet ten gronde op ingaan. Het gaat om een idee van een ontslagnemend minister.

We kijken met nieuwsgierigheid uit naar wat de nieuwe Nederlandse regering zal doen. Ik ben benieuwd wat mijn nieuwe collega in de Nederlandse regering van plan is. De Vlaamse Regering heeft altijd sterk benadrukt dat het de bedoeling is om over dit dossier overleg te plegen. Er is geen enkel probleem om eventueel de twee geplande systemen aan elkaar te toetsen.

Mijnheer Daems, ik ben het met u eens dat het wegenvignet een klein, beperkt onderdeel is van een mobiliteitsbeleid. Daarmee wordt een eerste aanzet gegeven. Ik heb steeds gezegd dat aan het wegenvignet een ecologische component verbonden is. Zo wordt de idee 'de vervuiler betaalt' ingevoerd. De opbrengsten van het vignet moeten voor een deel gebruikt worden voor duurzame mobiliteit.

Ik had de film van Al Gore niet nodig om te weten hoe urgent de situatie is. De film helpt vooral om de non-believers te overtuigen dat de situatie bijzonder urgent is. We moeten de zaak zeer ernstig nemen. Ook het Vlaamse mobiliteitsbeleid speelt daar een belangrijke rol in.

Het is niet zo dat we daar nu nog aan moeten beginnen. De afgelopen jaren is er al een hele inhaalbeweging gebeurd. De vorige regering heeft ook heel wat inspanningen gedaan. Toen werden belangrijke aanzetten gegeven.

De basis van het regeerakkoord voor de mobiliteit is nog altijd het Mobiliteitsplan Vlaanderen. Net in dat plan zijn heel wat belangrijke uitgangspunten opgenomen die ik, samen met mijn collega's, in beleid omzet. Zo is er het concept van de multimodaliteit met heel wat concrete doelstellingen. Ook in de vorige legislatuur werd daarvoor een belangrijke aanzet gegeven.

In het korte tijdsbestek dat me is toegemeten, kan ik maar enkele voorbeelden geven. We investeren fors in het openbaar vervoer. Dat wordt ook door iedereen erkend, en door sommigen zelfs bekritiseerd. Die investering is echter heel belangrijk om de multimodaliteit waar te maken.

We investeren ook fors in het kaaimurenprogramma, zodat veel meer goederen worden vervoerd via de waterwegen.

De Vlaamse overheid prefinanciert spoorprojecten van de NMBS. Dat is heel belangrijk. U weet dat ik veel ambitieuzer ben dan de NMBS, ook wat de eigen bevoegdheden betreft. Voorlopig doen we het echter op deze manier. De aanzetten zijn gegeven. Vandaag worden de plannen uitgevoerd.

Het Pendelplan is een geïntegreerd plan. Het staat naast de plannen voor de investeringen voor het openbaar vervoer. Ik zal u de volgende weken en maanden verbazen met nog meer en forse investeringen in het openbaar vervoer. We zitten dus niet stil. Ik denk daarbij aan meer en kwaliteitsvoller openbaar vervoer.

Nieuw is dat het Pendelplan andere accenten legt. Ik geloof heel sterk in het verhogen van de capaciteit bij het gebruik van de wagen. Heel wat initiatieven hebben dan ook te maken met het autodelen, het carpoolen en het fietsfonds.

Op heel korte termijn - de volgende weken - wordt een aantal bijzonder interessante initiatieven voorgesteld. Gisteren hadden we het in de commissie over de introductie van de brandstofcelbus bij De Lijn. Dat is een absolute primeur.

We hebben zeer mooie prestaties neergezet met ecodriving. We willen ecodriving ook vertalen in het beleid. Ik denk daarbij aan het eigen wagenpark van de Vlaamse overheid. Fedis heeft ook onmiddellijk gezegd daarop te willen inspelen.

De eerste projecten - en dan gaat het om het Pendelfonds - gaan van start in maart en april.

Mevrouw de voorzitter, ik zou nog even kunnen doorgaan. Ik wil enkel aantonen dat we ontzettend veel initiatieven nemen. Zo maken we werk van de steunpunten. Binnen het steunpunt Mobiliteit en Openbare Werken zal een cel werken rond duurzaam vervoer. Ik ben ervan overtuigd dat we moeten investeren in wetenschappelijk onderzoek inzake de mobiliteit en het leefmilieu.

Jan Penris

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, mevrouw Peijs doet als uittredend minister een dergelijke uitspraak niet zomaar. Zij was, en zij is de laatste dagen nog altijd, de spreekbuis van de administratie Verkeer en Waterstaat, dé instelling die Nederland achter de schermen bestuurt. Als mevrouw Peijs een dergelijke uitspraak doet, kunnen we dan niet tot een deal komen? We kunnen dat aanbod bijna niet afslaan. Maak van de gelegenheid gebruik om het zo breed mogelijk te interpreteren. Wij zijn vragende partij in een aantal dossiers waar Nederland tot op heden niet bereid was enige toegeving te doen. Wel, koppel de dossiers aan elkaar en we zullen misschien sneller vooruitgaan dan we voor mogelijk hielden.

Wat Europa betreft, hebt u gelijk dat u in de commissies altijd een slag om de arm hebt gehouden. Toen de heer Decaluwe op 16 januari heel uitdrukkelijk vroeg of 1 januari 2008 realistisch was, hebt u gezegd dat u, met alles rekening houdend, daarover geen uitspraken durfde te doen. Maar in juni van vorig jaar hebben we zwart op wit in de verklaringen van de drie regeringen van dit land duidelijk de datum 1 januari 2008 mogen lezen. Maar goed, Europa is dus blijkbaar een moeilijke factor. Mevrouw de minister, dat verbaast me toch een beetje. Of het verbaast me niet want Europa is in alles moeilijk. Maar het verbaast me dat Europa pas vandaag wordt gekend en geraadpleegd. Al in juli 2004 presenteerde u aan dit parlement een regeringsnota waarin de optie van het wegenvignet aan bod kwam. Het jaar daarop is dit parlement beginnen te debatteren over de denkpiste van het wegenvignet. Toen al had u toch kunnen weten dat Europa een rol zou spelen? Waarom wordt pas vandaag een advies gevraagd, met de vertraging die we kennen tot gevolg? Waarom hebt u dat niet jaren geleden gedaan?

Rudi Daems

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Maar, met alle respect, met alleen maar een wegenvignet of met initiatieven die op zich nuttig en waardevol zijn en die moeten gebeuren - carpoolen, het aanmoedigen van milieuvriendelijk rijgedrag, investeringen in openbaar vervoer enzovoort - geraken we er niet meer. We zijn in een ander soort discussie, in een ander tijdperk aanbeland. Zonet las ik in de persmededeling van UNIZO dat we misschien beter het wegenvignet naar af sturen en het debat over de slimme kilometerheffing openen. Ook daar is Nederland blijkbaar voorloper. Zij hebben al beslist om het uit te voeren. Misschien is het nuttig om niet alleen het wegenvignet te toetsen aan de slimme kilometerheffing, misschien moeten we het debat opengooien. In dat verband wil ik u vragen wat u denkt over het eventuele invoeren van een kilometerheffing die rekening houdt met tijdstip, plaats en vooral milieukenmerken van de mobiliteit - om te beginnen voor het vrachtwagentransport, zoals ook in Duitsland het geval is.

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

Mevrouw Peijs wordt, zoals u weet, gouverneur van Zeeland. De minister-president is er al op bezoek geweest en heeft de Nederlandse minister-president Balkenende al ontvangen, ik dacht in Brugge. Minister Peeters onderhoudt een heel goed contact. Ik suggereer dan ook, mevrouw de minister, dat u in navolging van uw collega's heel spoedig contact opneemt om dit probleem eens uit te praten en in een duidelijke context te plaatsen. We krijgen immers allerlei signalen van de Nederlanders.

Daarbij aansluitend: gisteren hebben wij nog minister Van Mechelen ondervraagd over het wegenvignet. Ik heb van hem begrepen dat er meerdere scenario's worden bestudeerd. Ik hoop dat wij daarover in de commissie wat meer uitsluitsel krijgen.

De voorzitter

Minister-president Leterme heeft het woord.

Minister-president Yves Leterme

Ik laat het aan de goede zorgen van minister Van Brempt over om te antwoorden op de vragen van de collega's. Ik wil alleen zeggen dat ik heb afgesproken met minister-president Balkenende, die opnieuw van start gaat met een regering, om hem binnenkort een officieel bezoek te brengen. Wij zullen tijdens dat werkoverleg uiteraard het dossier van het wegenvignet zorgvuldig bekijken. Het is evident dat de goede verstandhouding van de afgelopen jaren heeft geleid tot een deblokkering van het dossier van de Westerschelde. Ik heb er goede hoop op dat wij ook een steentje kunnen bijdragen tot een goede afwikkeling van het dossier van de IJzeren Rijn. Wij zullen uiteraard minstens hoffelijkheidshalve de dialoog aangaan met de Nederlandse collega over de problematiek van het wegenvignet, de heffingen en dies meer. In samenspraak met alle bevoegde collega's binnen de Vlaamse Regering zal ik daartoe de komende weken het initiatief nemen.

Minister Kathleen Van Brempt

Mijnheer Penris, het is altijd een beetje delicaat om data te prikken. Het prikken van een streefdatum heeft het grote voordeel gehad dat we een planning hebben kunnen maken met de drie gewestregeringen en dat we ons heel strikt aan die planning hebben gehouden. Dan kwam er het moment waarop we merkten dat we een tandje bij moesten steken en dat we de Europese Commissie moesten inlichten en wachten op hun oordeel. We willen niets invoeren waarvan we niet zeker zijn. U had misschien een glazen bol bij de start van deze regering, maar beleid moet worden ontwikkeld. Er moeten heel veel stappen worden gezet. In het begin dachten we aan een papieren vignet, nu gaat het om een elektronisch vignet. We hebben de tijd nodig om dat goed te onderzoeken. Ik vind het onzin om met een dossier dat niet af is, naar Europa te stappen. Wat nu gebeurt, is de normale en goede gang van zaken in dit dossier.

Mijnheer Daems, ik betreur een beetje dat u denigrerend doet over de initiatieven die we nemen met betrekking tot openbaar vervoer en ecodriving. In alle bescheidenheid denk ik dat we op het vlak van mobiliteit en mobiliteitsplanning tot op gemeentelijk niveau een voortrekkersrol spelen in de hele Europese Unie. We mogen daar terecht trots op zijn. Dat begint ook stilaan zijn vruchten af te werpen. Ik ben het wel met u eens dat we nog heel wat meer moeten doen. Ik krijg dan ook heel vaak de wind van voren van heel wat belangengroepen.

Ik wil nog kort stilstaan bij de slimme kilometerheffing. In een mobiliteitsdebat mogen er geen dogma's zijn, ook niet hierover. U moet onderkennen dat in geen enkele Europese lidstaat de slimme kilometerheffing bestaat. De technologie is vandaag nog niet voorhanden. Daar is heel wat voor nodig, niet het minst de apparatuur in de wagen die het mogelijk maakt om het slim te doen. Als een kilometerheffing niet slim kan, doe het dan niet! We hebben een heel goede kilometerheffing, namelijk het tanken aan de pomp. Daar betaalt men per kilometer. Als het niet slim kan, begin er dan niet aan. Het is mijn standpunt dat de Vlamingen eerst een heel goed alternatief moeten krijgen via de fiets en het openbaar vervoer. Heel wat mensen hebben geen alternatief dan de wagen te nemen om van thuis naar het werk te gaan. Net daarin, mijnheer Daems, zal ik de komende maanden en jaren fors investeren, onder meer met het Pendelplan. Op die manier wil ik ervoor zorgen dat er alternatieven zijn voor de Vlamingen. (Applaus bij sp.a)

Jan Penris

Mevrouw de minister, ik heb geen glazen bol, maar ik voorspel u dat we elkaar in dit dossier nog een paar keer zullen tegenkomen.

Minister Kathleen Van Brempt

Ongetwijfeld.

Rudi Daems

Mevrouw de minister, ik wil helemaal niet denigrerend doen over de inspanningen die er gebeuren. Ik ontwaar enige contradictie tussen enerzijds bepaalde inspanningen en anderzijds het discours van de Vlaamse Regering over Vlaanderen als distributieland en transitland. Ik garandeer u dat met de inspanningen die nu gebeuren, we de klimaatdoelstellingen niet zullen halen. Het zou dan ook nuttig zijn om te beginnen met een slimme kilometerheffing voor vrachtwagenverkeer. Daartoe bestaan al aanzetten in Europa. De technologie mag in deze geen voorwendsel zijn. Waar een wil is, is een weg. We moeten allerlei technologische snufjes ontwikkelen om het wegenvignet in te voeren. We gaan ook een snufje ontwikkelen om de Oosterweeltolheffing in te voeren. Een dergelijk verhaal voor een slimme kilometerheffing is evengoed introduceerbaar op Vlaams of Belgisch niveau.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.