U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de bespreking van de verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2007.

De heer Dewinter heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, om te beginnen feliciteer ik u met uw aanstelling als voorzitter van het Vlaams Parlement. Ik hoop dat de doelstellingen die u hebt vooropgesteld, ook zullen worden gerealiseerd. Het verhogen van de slagkracht van het parlement zal echter niet voor vandaag zijn, althans te oordelen naar het aantal aanwezige leden van de meerderheid. Als we niet uitkijken, komen er minder leden van de meerderheid opdagen dan leden van de regering. Zo gaat het nu eenmaal tegenwoordig.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren van de regering, collega's, de Vlaamse Regering creëerde bij haar aantreden op 22 juli 2004 hoge verwachtingen: 'vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen' was het motto. Gedaan met paars-groen, gedaan met het government by announcement, gedaan ook met de bevoogding door de federale regering. Vanaf nu zou een doortastende regering met een zakelijke stijl het beleid in Vlaanderen in handen nemen.

Mijnheer de minister-president, nu de regering bijna de helft van haar legislatuur heeft bereikt, is het tijd voor een evaluatie. We kunnen niet ontkennen dat een indrukwekkend aantal plannen, actieplannen, strategienota's enzovoort de voorbije jaren de ministerraad zijn gepasseerd. Het waren energiebesparingsplannen, meerbanenplannen, een sociaaleconomisch actieplan, een globaal plan voor de reorganisatie en de uitbreiding van de jeugdhulp, een meerjarenplan voor de culturele infrastructuur, een strategienota Nederland, nota's over het mestbeleid enzovoort en zo verder. Te veel om op te noemen.

Veel van die plannen staan nog in de steigers, andere zijn in uitvoering. Eergisteren hebt u als de penningmeester van een lokale postzegelclub die het kasverslag van de vereniging voorleest, zonder een minister te vergeten, de stand van zaken gegeven van de uitvoering van een aantal lopende projecten. Als secretaris en penningmeester van de Vlaamse Regering levert u puik werk, weliswaar saai maar duidelijk en overzichtelijk. Er zijn geen bevlogenheid en passie bij, maar wel zakelijkheid en transparantie.

Als voorzitter van de regering wil het echter niet echt lukken. Hierover citeer ik graag de commentaarschrijver van de grootste Vlaamse krant. 'In de tekst van Leterme stak niet één spits verwoorde gedachte, niet één controversiële uitspraak, niet één prikkelend ideetje. Yves Leterme heeft geen tekstschrijvers nodig', aldus Jan Seghers in het Laatste Nieuws. ' Een degelijke nietmachine kan volstaan. Dat gaat zo: hij vraagt zijn negen vakministers hun plannen voor 2007 samen te ballen op een A4'tje, niet vervolgens de negen A4'tjes aan elkaar in een bijna willekeurige volgorde, en voegt er dan een inleiding en een uitleiding aan toe. Klaar.'

En hij vervolgt: 'In de Septemberverklaring van Leterme is het geheel nooit groter dan de som van de delen, heeft het resultaat nooit meer grandeur dan de opgetelde huisvlijt van zijn negen ministers. Dat is jammer. Leterme doet zijn eigen regering en ministers daarmee oneer aan. Minstens de helft van hen levert uitstekend werk, maar zolang Yves Leterme koppig blijft denken dat bezieling en bevlogenheid onverzoenbaar zijn met goed bestuur, krijgen de inspanningen niet de allure die ze verdienen.' Tot daar het citaat.

U kunt natuurlijk stellen dat Het Laatste Nieuws een liberale krant is die u wil ondergraven, maar een voor de christendemocraten niet onvriendelijke commentator, Rik Van Cauwelaert, schrijft in Knack: 'Van de Vlaamse Regering van minister-president Yves Leterme gaat weinig opwindends uit. Haar een verschroeiende daadkracht toeschrijven, zou de waarheid nogal geweld aandoen.' Het komt dus uit verschillende bronnen. Wat deze heren schrijven, zal toch wel waar zijn?

Mijnheer de minister-president, u stelde eergisteren opnieuw dat de Vlaamse Regering meer dan ooit een investeringsregering is, die nu pas, na tweeënhalf jaar en dus in het derde jaar van de legislatuur, op kruissnelheid komt. Naar aanleiding van de Septemberverklaring hebt u met de beschikbare extra financiële ruimte, die er ongetwijfeld is, opnieuw heel wat nieuwe initiatieven aangekondigd. U zult echter moeten toegeven dat veel daarvan nog in praktijk moeten worden gebracht en dat de resultaten in elk geval nog niet echt zichtbaar zijn.

Ik ontken niet dat u, samen met minister Van Mechelen, de centen op een correcte manier beheert. Ik ben ervan overtuigd dat u toch enkele versnellingen hoger zult moeten schakelen om op het einde van de rit alle beloftes die nu worden gedaan door uw ministers, te kunnen nakomen.

Ik sta overigens niet alleen met mijn oordeel ter zake. Einde mei gaf de Vlaamse werkgeversfederatie Voka u in een tussentijds rapport over de werking van uw regering net geen 'buis', maar een nipte voldoening met een waarschuwing. Ik citeer de heer Muyters, de gedelegeerd bestuurder: 'Het beleid van de Vlaamse Regering vordert te traag. Als het tempo niet verhoogt, krijgt de regering haar eigen beloftes tegen 2009 helemaal niet gerealiseerd.' In 2005 kreeg u van Voka een rapport met grote onderscheiding, maar voor 2006 ligt dat anders. Voka berekende dat uw regering voor 2006 maar 7 percent van haar plannen in gang heeft gezet en maar 12 percent heeft uitgevoerd. In 2005 kreeg u een onderscheiding en in 2006 een voldoening met een waarschuwing. Ik hoop dat u voor 2007 een beter rapport van Voka krijgt.

Er is sprake van extra middelen in de begroting waardoor er meer geld is voor van alles en nog wat: het wegwerken van de wachtlijsten in de zorg, het bouwen van scholen, ziekenhuizen, sportinfrastructuur en zo meer. Minister Anciaux belooft zelfs de bouw van vijftig extra zwembaden in Vlaanderen, van 120 extra sporthallen en van 100 voetbalterreinen. Er is ook geld voor havens en luchthavens. Kortom, er is geld voor van alles en voor iedereen, en dat geld mag of moet rollen. Een inhaalbeweging op het vlak van infrastructuur is noodzakelijk, daar hebben we altijd op aangedrongen. We hebben er dus geen problemen mee dat de inhaalbeweging in de praktijk wordt uitgevoerd.

Mijnheer de minister-president, een belangrijk deel van uw Septemberverklaring ging over het sociaaleconomisch actieplan dat u trouwens reeds aan de vooravond van 11 juli hebt voorgesteld, uitgerekend in de zoo van Antwerpen. Er waren wellicht betere symbolische plaatsen te bedenken. Het sociaaleconomisch actieplan inventariseert een aantal initiatieven en voorstellen uit het regeerakkoord en formuleert een aantal nieuwe voorstellen. Mijn fractie loopt warm noch koud voor uw actieplan. Ik heb u dat reeds gezegd in de beslotenheid van de commissie toen het actieplan werd besproken. Ik herinner mij nog hoe minister Peeters zich in een interview in december 2005, ik meen in Het Nieuwsblad, zijn verwachtingen over dit plan uitte in superlatieven: 'We hebben met de Vlaamse Regering al een en ander gerealiseerd maar er zal veel meer nodig zijn om economisch competitief te blijven. Ik zou graag willen dat elke Vlaming hiervan doordrongen raakt. Iedereen herinnert zich de 'derde industriële revolutie' van Gaston Geens. De discussies moeten plaats ruimen voor het visualiseren van een allesomvattende visie, een project dat door iedereen die politieke verantwoordelijkheid heeft in Vlaanderen wordt gedragen en ook wordt vertolkt. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat het project ook een naam, een beeld, een emotie en een gezicht moet hebben. Met een wat modieuzere term: een holistische benadering, zowel economisch als maatschappelijk, maar vooral een inspirerend, motiverend en revolutionair plan voor Vlaanderen.'

Mijnheer de minister-president, van die 'revolutie' waar minister Peeters voor pleitte, blijft in uw sociaaleconomisch actieplan niet zo ontzettend veel meer over. Het is zeker niet het 'bezielende en enthousiasmerende project' geworden waarop Vlaanderen blijkbaar zat te wachten. Mag ik trouwens verwijzen naar kritiek, niet van de oppositie, maar van een fractieleidster van de meerderheid, want mevrouw Ceysens beschreef het sociaaleconomisch actieplan als: 'vooral een oplijsting van zaken die al lopen'. Verder zei ze: 'Ik heb er niet echt iets nieuws in gelezen. Misschien worden ze nu op een iets andere manier opgelijst, maar het gaat wel allemaal om bestaande plannen en maatregelen.' Niet ik zeg dit, maar een fractieleider van de meerderheid. In een rechtbank zou men zeggen: 'I rest my case'.

Mijnheer de minister-president, ik herhaal nog eens uitdrukkelijk dat ik geen probleem heb met het feit dat u een sociaaleconomisch actieplan op papier hebt gezet. Een plan dat enkel over economie gaat, moet kunnen.

Ik ben het niet eens met - onder andere - de kritiek van Groen! dat het sociaaleconomische actieplan te eng en te beperkt vindt. Economie is de basis van onze welvaart en verdient aandacht in een apart plan. Niet elk plan moet een heruitgave van een regeerakkoord zijn. Dat is nergens voor nodig.

Mijnheer de minister-president, ik noteer dat u de kritiek van Agoria, dat er in het sociaaleconomische actieplan nauwelijks over de Vlaamse industrie werd gesproken, ter harte hebt genomen. In uw Septemberverklaring hebt u in elk geval een aantal aanvullingen gedaan.

Er blijft natuurlijk de fundamentele kritiek op het sociaaleconomische actieplan en op de aanvullingen op dat plan, die u naar aanleiding van de Septemberverklaring hebt geformuleerd. De Vlaamse Regering beschikt niet over de essentiële hefbomen om het verschil te maken voor de Vlaamse economie. De reactie van de grote baas van de Parti Socialiste, de heer Di Rupo, op het sociaaleconomische actieplan spreekt boekdelen. De heer Di Rupo vond uw plan een goed plan. Dat is geen goed teken. Hij zegt dat 'het sociaaleconomische actieplan van de Vlaamse Regering geen institutionele vragen stelt'. Voor één keer moet ik hem gelijk geven.

Mijnheer de minister-president, u hebt in uw Septemberverklaring gewezen op de stijging van de werkzaamheidsgraad en de daling van het aantal werklozen. Toch zijn er in Vlaanderen ongeveer 240.000 niet-werkende werkzoekenden en is er een werkloosheidsgraad van 8,6 percent. De vraag naar arbeid is nog steeds prangend: 20.000 vacatures raken vooral in Vlaanderen niet ingevuld. Dat heeft ertoe geleid dat het Vlaams Parlement 112 knelpuntberoepen heeft vastgelegd. Het gevolg is dat er nu zo'n 1.000 Polen per maand worden aangetrokken om die beroepen in te vullen.

Wat doet de Vlaamse Regering om aan deze schizofrene situatie een einde te maken? Alleen via extra inspanningen in het onderwijs en de herscholing van werklozen kan hieraan worden verholpen. Op het vlak van de buitenlandse investeringen blijkt dat van het totale - teruglopende - aantal investeringen in België, meer dan de helft naar Vlaanderen gaat, maar dat dit amper wordt vertaald in nieuwe jobs. Van alle nieuwe jobs die buitenlandse werkgevers naar ons land brachten, ging nauwelijks de helft naar Vlaanderen. In onderzoek en ontwikkeling, de sector van de toekomst, ging slechts 9 percent naar Vlaanderen.

Mijnheer de minister-president, we weten waar het schoentje wringt. De werkgeversorganisaties bevestigen dit ook: onze hoge loonkost vormt een belangrijke handicap bij de creatie van nieuwe werkgelegenheid. U doet - binnen het kader van uw beperkte bevoegdheden - wat u kunt via rondetafelconferenties, actieprogramma's en subsidies zoals de regionale loonkostensubsidie in het banenplan, maar het moet voor u en uw regering enorm frustrerend zijn om vast te stellen dat de realiteit al uw goede intenties steeds opnieuw inhaalt.

Zo werd vorige maand bekend dat bij het Antwerpse bedrijf Agfa-Gevaert in totaal bijna duizend banen moeten verdwijnen. Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij andere Vlaamse bedrijven. Het is zeer de vraag of de 34 projecten en initiatieven uit het sociaaleconomische actieplan hieraan iets zullen veranderen. Zonder de nodige sociaaleconomische hefbomen voor Vlaanderen zoals de volledige overdracht van het werkgelegenheidsbeleid, de vennootschapsbelasting, de inkomensvorming en het loonbeleid vrees ik dat uw actieplan hetzelfde statuut zal krijgen als de fameuze, nauwelijks uitgevoerde actieplannen uit de ondernemingsconferentie van uw voorganger, de heer Somers. Een sociaaleconomisch actieplan dat alleen maar wil kleuren binnen het huidige institutioneel bestel, kan het verschil niet maken.

Mijnheer de minister-president, in ons land ontvangen 1.204.815 landgenoten samen 8.135.380.000 euro aan RVA-uitkeringen.

Paradoxaal genoeg zoeken steeds meer werkgevers naar geschikte medewerkers. Vorig jaar ontving de VDAB een recordaantal aan vacatures: meer dan 176.000 voor het hele land. De helft daarvan raakt niet eens ingevuld. Aan de andere kant stellen we vast dat vorig jaar nauwelijks 850 uitkeringsgerechtigden werden geschorst, waarvan in totaal 77 definitief hun werkloosheidsuitkering verloren. Het hoeft geen betoog dat het overgrote deel van de schorsingen in Vlaanderen werd doorgevoerd. Karel Van Eetvelt schreef daarover in het UNIZO-magazine: 'Van een actieve welvaartstaat dreigen we terecht te komen in een passief uitkeringsland.'

Het is niet voldoende, mijnheer de minister-president, om met een zekere zelfgenoegzaamheid uit te pakken met de cijfers van de werkloosheid die in Vlaanderen een klein beetje dalen en de cijfers van de werkzaamheidsgraad die in Vlaanderen een klein beetje stijgen. Vlaanderen telt momenteel 100 werkenden voor 136 niet-werkenden. Iedereen beseft dat dit op termijn een onhoudbare situatie is. Indien we het arbeidsbeleid niet in eigen Vlaamse handen nemen, dan dreigen alle maatregelen opgelijst in uw sociaaleconomisch actieplan en in uw Septemberverklaring helaas pleisters op een houten been te zijn.

De directeur van het gezaghebbende sociaaleconomisch weekblad Trends, Frans Crols, verwoordt zijn kritiek op uw sociaaleconomisch actieplan op een veel scherpere manier: 'Het plan Vlaanderen in actie van Leterme is een mop,' zegt hij. 'Tijdverdrijf voor politici die zonodig een catalogus van 3 Suisses aan hun naam willen kleven. (…) Met die reactie op de tekenen van de tijd blijven we niet stilstaan, we zakken verder terug. (...) De Vlaamse Regering heeft de allure van een gemeenteraad.' Hij vervolgt: 'Het Vlaanderen-actieplan van Leterme verschilt geen letter van het karton vol ongerealiseerde teksten dat deze journalist in de jongste 15 jaar verzamelde bij regeringen allerhande. (...) Iedereen voelt zich geroepen om Gaston Geens en zijn 'Derde Industriële Revolutie' uit de jaren 80 nog eens na te bootsen (...) Het businessplan kan niemand inspireren, de catalogus van 3 Suisses is vitaler.'

Mijnheer de minister-president, u hebt in uw Septemberverklaring verwezen naar het feit dat Vlaanderen over anderhalve week voor het eerst zelf de gemeente- en provincieraadsverkiezingen organiseert. Dat klopt, en we doen dat hopelijk beter dan in het verleden op het federale vlak het geval was.

Mijnheer de minister-president, in uw Septemberverklaring lees ik dat u een verdieping en verbreding van de democratie wilt realiseren. U gaat er prat op dat de Vlaamse Regering 'Vlaanderen steeds nadrukkelijk op de kaart zet als een moderne en democratische natie open voor de wereld'. Een prachtige volzin. Groot was dan ook mijn verbazing en ontgoocheling dat uitgerekend u als voorzitter van de Vlaamse Regering enkele weken geleden in het weekblad Humo een vurig pleidooi hield voor het afsluiten van allerlei politieke voorakkoorden op het lokale vlak. U zegt dat u zelfs Vlaanderen bent rondgereden om die voorakkoorden te gaan bedisselen en regelen. Ik dacht dat u als minister-president zoveel werk had. Dat heb ik deze zomer gelezen in Het Laatste Nieuws. U kon het niet meer aan en uw gezinsleven kwam in het gedrang. U huilde bijna tranen bij Frieda Joris van Het Laatste Nieuws. En nu stellen we vast dat u Vlaanderen rondtrekt, met de chauffeur van het kabinet ongetwijfeld, om voorakkoorden af te sluiten in Vlaamse steden en gemeenten.

Mijnheer de minister-president, voorakkoorden zijn ondemocratisch en zijn een negatie van de wil van de kiezer. Voorakkoorden zijn allesbehalve zoals u het noemt, een verbreding en een verdieping van de democratie. Voorakkoorden liggen in het verlengde van het cordon sanitaire dat de partijen van deze meerderheid nu al bijna twee en een half decennium in staat stelt om aan de macht te blijven en dit ondanks opeenvolgende verkiezingsnederlagen.

En het zal op 8 oktober niet anders zijn. Wat een gemiste kans om het in Vlaanderen anders en beter te doen.

Laat me toe terzake niet alleen mijn kritiek te formuleren. Ik zal opnieuw een citaat geven uit nog maar eens een andere krant. Stefaan Huysentruyt, de editorialist van De Tijd, schrijft: ´Als uiting van misprijzen voor de wil van de kiezer kunnen de uitspraken van Leterme tellen. Voorakkoorden tussen de traditionele partijen moeten beletten dat een van die partijen met het Vlaams Belang scheep gaat. Als de traditionele partijen voor de kiezer zo weinig respect opbrengen dat ze de postjes al op voorhand onder elkaar verdelen, dan zullen nog meer kiezers de onweerstaanbare drang voelen om die konkelfoezers een lesje te leren. De enige manier waarop ze dat kunnen, is door met de voeten te stemmen voor het enige resterende alternatief van betekenis, het Vlaams Belang.´ Ik had het zelf niet beter kunnen zeggen.

Mijnheer de minister-president, u hebt tijdens de voorbije weken blijkbaar nog wat anders gedaan dan voorakkoorden af te sluiten. U hebt zich tijdens deze zomermaanden ontpopt als een Vlaamse pitbull. Eergisteren hebben we echter naar aanleiding van uw Septemberverklaring, helaas, vastgesteld dat de Vlaamse pitbull ondertussen aan de ketting ligt. En het is een stevige ketting. De Vlaamse pitbull mag blaffen, maar bijten mag hij niet.

Ik steek het niet onder stoelen of banken dat bij mijn fractie, mezelf incluis - en ik ben zelden onder de indruk van politici van andere partijen -, uw uitspraken over de Franstaligen, de PS, en de Waalse machtsarrogantie op instemming en zelfs op discreet applaus konden rekenen. U een ´gevaarlijk separatist´, een ´homme dangereux´ noemen, zoals sommigen dat hebben gedaan tijdens de zomermaanden, zou ik niet doen. Daarvoor ken ik u te goed. Maar u was in ieder geval toch al aardig in de goede richting opgeschoven.

Hoewel uw radicaal Vlaamse uitspraken u geen electorale windeieren opleveren, bent u blijkbaar geschrokken van de felheid van de reacties aan de overkant van de taalgrens. De editorialist van La Dernière Heure schreef: ´Yves Leterme heeft door zijn masker te laten vallen eens en voor altijd een eind gemaakt aan zijn ambitie om op een dag eerste minister te worden.´In Le Soir stond: ´Een man die België zo misprijst kan geen eerste minister worden.´ De editorialist van La Libre Belgique, de woordvoerder van het hof, schrijft: ´Leterme heeft zich gediskwalificeerd voor de federale onderhandelingen in 2007.´

En toen werd het stil op het CD&V-hoofdkwartier in de Wetstraat. Want dat was natuurlijk niet de bedoeling. Als het kan, stemmen binnenhalen bij het Vlaams Belang, dat was zeker wel de bedoeling. Maar zichzelf diskwalificeren voor de federale regeringsonderhandelingen in 2007 en geen eerste minister kunnen worden, dat was uiteraard niet de bedoeling. Naar aanleiding van de Septemberverklaring hebt u de situatie dan ook genormaliseerd. Geen harde uitspraken meer aan het adres van de PS. Zelfs niet vandaag, nu de PS uiteindelijk de federale regering en de Vlamingen in de federale regering chanteert en intimideert. Zelfs vandaag kan er geen enkele harde uitspraak meer af. Geen provocerende taal meer ten aanzien van de Franstaligen en Walen, geen radicale communautaire eisen meer en al zeker geen ultimatums, concrete actieplannen of zelfs maar een begin van een Vlaamse strategie. Het is voor iedereen nu wel heel erg duidelijk geworden dat Leterme mikt op het ambt van federaal eerste minister.

Mijnheer de minister-president, met uw toespraak hebt u eergisteren publiek gesolliciteerd voor het ambt van eerste minister. De tijdens de zomermaanden door de u opgeklopte soufflé zakte eergisteren tijdens de Septemberverklaring in elkaar. De krachtdadige Vlaamse leider die Vlaanderen zou leiden naar Vlaamse autonomie - een tweede Vaclav Havel bijna - is opnieuw een berekend politicus - een tsjeef zouden sommigen zeggen - geworden, die plat op de buik gaat om aanvaardbaar te zijn voor de Walen en, vooral, om na de federale verkiezingen netjes mee aan de vleespotten van de federale regering te kunnen zitten.

Mijnheer de minister-president, we staan nu zeven maanden voor de verkiezingen. (Opmerkingen van de heer Decaluwe)

Mijnheer Decaluwe, misschien kunt u het antwoord geven want de minister-president weigert te antwoorden. Ik heb hem bezig gezien tijdens het VRT-journaal waarin een journalist vroeg of hij lijsttrekker zou worden voor CD&V-N-VA voor de federale verkiezingen. Leterme antwoordde: 'Ik weet het niet.'

Mijnheer de minister-president, u durft of wilt nog steeds geen duidelijkheid scheppen. Blijft u als kapitein op uw schip? Blijft u de voorzitter van de Vlaamse Regering? Zult u het engagement dat u aangegaan bent met de kiezer in juni 2004 volmaken? Of verlaat u het Vlaamse schip dat niet eens zinkende is om uiteindelijk de overstap te maken? (Rumoer)

Ik durf dat toe te geven. Ik ben daar niet te beroerd voor. Ik voer geen oppositie om de oppositie zoals u dat soms in het verleden deed, mijnheer Van Rompuy.

Gaat u de overstap maken naar de federale regering? Vlaanderen wil dat weten, wij willen dat weten, uw eigen parlementsleden willen dat weten. De kiezer heeft recht op die informatie op nauwelijks een half jaar voor de federale verkiezingen.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Dewinter, vindt u dat de regering het goed doet?

Mijnheer Van Rompuy, u bent een beetje te laat binnengekomen.

Eric Van Rompuy

U hebt het over de verkiezingen, maar dit debat gaat over de Septemberverklaring. Vindt u dat de Vlaamse Regering het goed doet? U hebt nog geen woord gezegd over het beleid.

U bent binnengekomen om 10.20 uur. Toen was ik al twintig minuten ver in mijn toespraak. Ik ben begonnen met het opsommen van de plus- en minpunten. Ik heb gezegd dat de extra financiële ruimte wordt ingezet om een inhaalbeweging uit te voeren op het vlak van infrastructuur, wachtlijsten en zo meer. We juichen dat toe en hebben er geen probleem mee om te erkennen dat dit de goede richting is. Op allerlei andere vlakken echter, zoals het uitzetten van bakens, het creëren van een toekomstvisie op het communautaire vlak, zijn we het niet eens met deze regering. We maken een objectieve balans op en we proberen niet te schieten op alles wat beweegt.

Mijnheer de minister-president, het is voor mij een raadsel welke de communautaire strategie van uw meerderheid is. Gisteren herhaalde u een aantal eisen uit het verleden, maar op de vragen hoe en wanneer kwam geen antwoord. Die eisen die u gisteren hebt herhaald, worden al zeker niet gedeeld door minstens één fractie van uw meerderheid, de sp.a. Voor de heer Vande Lanotte is het al voldoende als het arbeidsbeleid wordt gesplist. De voorzitster van het Vlaams Parlement, mevrouw Vanderpoorten, zegt dan weer dat we een Vlaams front moeten vormen. In De Standaard gisteren zegt de heer De Wever dan weer: 'Niet nodig, alles staat in het regeerakkoord'. Dit lijkt wel de wie-van-de-drieshow. Wil de echte woordvoerder van de regering nu opstaan en mij zeggen wat het standpunt is?

Mijnheer de minister-president, 'Stoppen met roken is heel gemakkelijk, ik heb het wel 70 keer gedaan', zei de Amerikaanse schrijver Mark Twain ooit.

Waarom denk ik toch spontaan bij deze uitspraak altijd opnieuw aan u? Misschien omdat uw partij zich al zeventig keer heeft voorgenomen om niet meer te zwichten voor de chantage van de PS?

Mijnheer de minister-president, u zei in Libération, ironisch bedoeld of niet, dat de Franstaligen intellectueel niet in staat zijn om Nederlands te leren. Wel, u vergist zich. U onderschat uw tegenstanders aan de overkant van de taalgrens. Franstaligen zijn intellectueel perfect in staat om Nederlands te leren. Het omgekeerde beweren, is trouwens een inbreuk op de wet op het racisme: ik weet daar alles van. Maar met het superioriteitsgevoel dat hen kenmerkt en ook met een scherpe scheut arrogantie vertikken zij het om Nederlands te leren.

Waarom zouden de Franstaligen in de brede rand rond Brussel, in de faciliteitengemeenten rond Brussel, laat staan in Wallonië, Nederlands leren, zich aanpassen en respect opbrengen voor het land en het volk waarmee zij in de artificiële staat België samenleven? De Vlamingen, en zeker de Vlaamse overheid, de Vlaamse Regering en de Vlaamse partijen in de federale regering gaan toch iedere keer plat op de buik. Dat zal vandaag opnieuw blijken. Ze handhaven het statuut van Brussel, bestendigen de faciliteiten in de rand rond Brussel en splitsen Brussel-Halle-Vilvoorde niet. Ook vandaag gebeurt dat niet, dames en heren van CD&V en N-VA.

Mijnheer de minister-president, ik zei het reeds: u onderschat uw tegenstanders. Walen en Franstaligen zijn niet dom. Ze zijn bijzonder slim. Hoe kan ik anders een minderheid omschrijven die zich al bijna 180 jaar als een meerderheid gedraagt en telkens opnieuw zijn slag thuishaalt? Hoe kan ik de Walen en Franstaligen dom noemen wanneer ik vaststel dat zij reeds decennia lang Vlaanderen uitkleden en uitmelken? Mijnheer de minister-president, de slimmeriken zitten op de regeringsbanken in Namen, de dommeriken zitten op de regeringsbanken van de Vlaamse regering. Onze fractie zal uw Septemberverklaring dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, leden van de regering, ik heb een probleem. Gisteren heeft de nieuwe voorzitter ons opgedragen om kritischer te zijn ten aanzien van de regering. We moeten ons meer gedragen als een waakhond, die op tijd blaft en af en toe ook bijt. Zelf hebben we in een open brief aan de voorzitter dat ook gevraagd. Vandaag wil ik dat dan ook graag in de praktijk brengen. Ik heb de Septemberverklaring gelezen en herlezen. Ik kan me aangenamere lectuur indenken. Wat de inhoud betreft, kan ik evenwel niet anders dan volmondig positief zijn. De oppositieleider heeft hier al gesproken. Wel, hij heeft geen enkel woord van inhoudelijke kritiek laten horen. Er waren wel opmerkingen over de stijl: te weinig romantiek, te weinig Wagneriaanse ideeën. Maar zoals hij in feite doet, kan onze fractie ook niet anders dan volmondig achter deze verklaring staan. Ik zal hier evenwel een aantal randbemerkingen uiten en enkele vragen stellen. Als de oppositie dat niet doet, dan moeten wij dat wel.

Niet enkel over de inhoud, maar ook over de manier waarop de tekst tot stand is gekomen, zijn we tevreden. Laten we het bestaan van de zon niet ontkennen: de meesten van ons lopen op dit moment wat nerveuzer rond dan anders.

De meesten van ons, en ook de ministers, zijn stuk voor stuk kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Onze vrees bestond erin dat een van onze ministers zich misschien wel zou laten verleiden om in de aanloop naar de Septemberverklaring en de opmaak van de Vlaamse begroting een of andere grote verklaring of eis naar voor te brengen.

Ik neem aan dat u het over Bert Anciaux hebt met zijn verklaring over de luchthaven van Zaventem. Was dat de verklaring waar u naar verwees toen u sprak over ministers die in het licht van de gemeenteraadsverkiezingen wilde plannen ontvouwden in de aanloop naar de Septemberverklaring? Of heb ik dat verkeerd begrepen?

Ludwig Caluwé

Ik heb dat ook gehoord, maar die verklaring is afgelegd in een periode dat de meeste mensen gebruik maakten van het vliegtuig om te vertrekken naar een vakantiebestemming of ervan terug te keren. Ik had toen ook wel bedenkingen, maar ik heb er niets meer over teruggevonden in de opmaak van de Septemberverklaring. Ik heb er gelukkig niets meer over gehoord en ik laat ze voor rekening van de minister zelf.

In ieder geval hebben we hier niet meegemaakt dat de werkzaamheden moeten worden stilgelegd, dat er kernvergaderingen moeten worden samengeroepen waarbij een of andere therapeutische sessie moet worden georganiseerd om dan tot de conclusie te komen dat we toch allemaal weer dikke vrienden zijn. Gelukkig hebben we dat op het Vlaamse niveau niet meegemaakt en die koelbloedigheid heeft er ongetwijfeld mee voor gezorgd dat het werkstuk een voortreffelijke inhoud heeft.

De begroting vertoont een overschot van meer dan 163 miljoen euro, ruimschoots boven de norm. Aan dit tempo zal de schuld al in 2008 afgebouwd zijn. Er wordt ruimte gegeven aan de economie, 'Vlaanderen in actie' komt volop tot ontplooiing, de starters en de ondernemers worden ondersteund, innovatie wordt aangemoedigd. We gaan voor het versterken van onze troeven met belangrijke investeringen en infrastructuur. Tegelijkertijd gebeuren er belangrijke investeringen in het onderwijs. We zijn zeer verheugd over de aandacht die er in de Septemberverklaring aan wordt besteed.

We zijn ook blij dat na het succesvol afsluiten van de CAO voor de zorg vorig jaar, er nu ook een ontwerp van CAO voor het onderwijs klaarligt. We zijn zeer verheugd met de extra middelen voor de gehandicaptenzorg, met 900 extra plaatsen in de voorzieningen en 200 bijkomende assistentiebudgetten. Ook de extra middelen voor kinderopvang zijn zeer terecht. En de extra middelen voor wonen doen ons ook een groot plezier.

Er wordt dus zowel in de harde als in de zachte sector geïnvesteerd. Alvorens de heer Caron hierover ongetwijfeld het woord neemt, kan ik al zeggen dat dit overeenstemt met de visie van de christendemocraten op de samenleving. Je moet de zwakken meetrekken, maar om dat te kunnen doen moet men ook de sterken kansen geven. Het ene kan niet zonder het andere. Dat werkt trouwens in beide richtingen. Je kunt geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof. Maar je kunt ook geen economisch paradijs bouwen op een sociaal kerkhof. Er moet op beide factoren worden ingespeeld, zeker in de periode waarin we nu terechtkomen.

Onze Vlaamse economie moet een transitie ondergaan. Dat is ook het voorwerp van het plan 'Vlaanderen in actie'. Onze werknemers in Vlaanderen zijn de meest productieve ter wereld. Dat volstaat niet langer. We moeten ook innovatiever en creatiever worden. We moeten die stap kunnen zetten. Men kan niet verlangen van een werknemer die zeer productief en zeer flexibel is, om ook creatief en innovatief te zijn als hij tegelijk zorgen heeft over de opvang van zijn kinderen, het plaatsen van een gehandicapte zoon of een bejaarde moeder. Dan is het immers veel moeilijker om die creativiteit en innovatie aan de dag te leggen.

Het model van de Scandinavische landen toont aan dat als er systemen bestaan om die zorg op een goede manier te organiseren, er een samenleving wordt gecreëerd die economisch bijzonder performant kan zijn. Dat is de weg die we verder moeten bewandelen en die door dit regeringswerk wordt uitgetekend. We zijn er globaal heel tevreden over, maar hebben er ook wat vragen en opmerkingen bij.

Ten eerste zijn we verbaasd om de toename van het personeel bij een gedeelte van de Vlaamse overheid. Gelukkig zien we weliswaar dat het personeel waar de Vlaamse Regering het meest vat op heeft, namelijk het personeel van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, sinds het aantreden van deze Vlaamse Regering is gedaald. We maken ons zorgen om de toename van het personeel bij de agentschappen. Voor ons is een slanke overheid geen fetisj, maar we willen in de eerste plaats een doelmatige overheid. We stellen ons hier vragen bij. We zouden een verklaring willen krijgen. Dit moet in de toekomst worden bijgestuurd.

Ten tweede zouden we graag wat verduidelijking over de stand van zaken met betrekking tot de zogenaamde onzinbelasting krijgen. Het komende jaar zal de Vlaamse overheid belangrijke sommen uitgeven om onze economie performanter te maken. Het is absurd dat een gedeelte van deze maatregelen door de federale overheid wordt wegbelast. De federale overheid heeft beloofd dat deze belastingen zouden wegvallen. Hoe zit het hiermee?

Ten derde heeft de minister-president in zijn Septemberverklaring informatie over zowat elke bevoegdheid van zijn ministers verstrekt. In al zijn bescheidenheid is hij evenwel zijn eigen bevoegdheid vergeten. We weten nochtans dat landbouw en visserij eigenlijk zijn passie zijn. We zouden hier graag wat meer over horen. We staan voor een aantal belangrijke uitdagingen, zoals het nieuwe mestdecreet en de verminderde Europese kredieten voor plattelandsbeleid. Hoe zal de Vlaamse overheid dit opvangen?

Ten vierde is naar aanleiding van de nieuwe regeling van de financiering van het hoger onderwijs terecht gesproken over het belonen van instellingen voor de geboekte resultaten. Ik wil er even op wijzen dat slagen in het hoger onderwijs ook een persoonlijke verantwoordelijkheid van de student is. Bij de uitwerking van het globale financieringsplan moet hiermee rekening worden gehouden. Ik neem aan dat dit punt niet is vergeten, maar ik zou het graag nog eens horen vermelden.

Tot slot vinden we het uitstekend dat bijkomend in wonen wordt geïnvesteerd. Dat is absoluut noodzakelijk. De grond- en huurprijzen zijn de voorbije jaren de pan uit gerezen. Het wordt alsmaar moeilijker voor een jong gezin om een betaalbare woning te vinden. Na het non-beleid dat vijf ministers van Huisvesting gedurende vijf jaar hebben gevoerd, investeert deze regering eindelijk weer in huisvesting. Het gaat om 15 miljoen euro voor renovatiepremies voor de eerste gezinswoning, om 20 miljoen euro voor huursubsidies en installatiepremies en om 18 miljoen euro voor de omgevingswerken in de buurt van sociale woningen. Op deze manier wordt een achterstand weggewerkt. Hoewel reeds belangrijke inspanningen worden geleverd, vragen we de Vlaamse Regering om een bijkomende impuls, niet enkel voor de sociaal zwakkeren, maar ook voor de middelgrote inkomens. We verwachten dan ook veel van het nieuwe decreet betreffende de ruimtelijke ordening dat we dit najaar zouden moeten bespreken. Dit decreet zou ons de mogelijkheid moeten bieden een echt activeringsbeleid te voeren. Het zou ons de mogelijkheid moeten bieden om een woning in functie van ouderen en van zorgbehoevenden in functies op te splitsen. De gemeenten zouden de mogelijkheid moeten krijgen om in grote verkavelingen een aantal kavels voor sociale doeleinden, zoals voor mensen met een lager inkomen of voor mensen die uit de gemeente afkomstig zijn, voor te behouden.

Tot daar onze vragen en opmerkingen. In het algemeen zijn we zeer tevreden. We moeten echter beseffen dat we er nog niet zijn, ook niet op sociaaleconomisch vlak. Het aantal niet-werkende werkzoekenden lag in augustus van dit jaar 9,5 percent lager dan in augustus vorig jaar. In dezelfde periode is het aantal werkzoekenden in Wallonië met 4 percent gestegen. Gezien het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië moeten we bepaalde conclusies trekken.

We zijn er echter nog niet. In het door de gouverneur van Limburg - die tijdens de vakantie weer even uit zijn rol is gevallen - zo verguisde Nederland is het aantal werkzoekenden gedurende dezelfde periode met 13 percent gedaald; de werkloosheidsgraad bedraagt er 4,5 percent. In Vlaanderen, waar de werkloosheidsgraad 8 percent bedraagt, kunnen we hier enkel van dromen. De concurrentiepositie van Nederland is van de elfde naar de negende plaats gestegen. België blijft op de twintigste plaats steken.

We zien dat de groei in Nederland dit jaar 3,3 percent bedraagt, terwijl die bij ons beduidend lager ligt. Ook de verwachtingen voor volgend jaar geven aan dat Nederland het beter zal doen. Het perspectief om in die richting te gaan, ligt voor de Vlaamse Regering dus nog open.

Dankzij onze inspanningen, doen we het goed en doen we het beter dan het zuiden van het land. Het is echter duidelijk dat we, willen we op de juiste weg doorgaan, moeten beschikken over bijkomende bevoegdheden. Terecht heeft de minister-president dat ook opnieuw duidelijk naar voren gebracht in zijn Septemberverklaring. Het was bijzonder verrassend te zien hoe sommige fractieleiders van de meerderheid en van de oppositie elkaar gisteren en eergisteren vonden in het verklaren van de woorden van de minister-president: als perfecte bijbelexegeten hingen ze daar allerlei interpretaties aan vast als zijnde 'een omzwenking', 'een bocht' en dergelijke. Als we echter nagaan wat de minister-president vorig jaar in de Septemberverklaring heeft gezegd, dan komt dat op exact hetzelfde neer als wat hij dit jaar heeft gebracht. Ik wil graag even citeren uit de vorige Septemberverklaring, waarbij het ging over het Waalse Masterplan, waarvan we vandaag zien dat dit niet de resultaten oplevert die het zou moeten opleveren. 'De Vlaamse Regering heeft recent kennis genomen van de vragen die de andere regionale regeringen aan de federale regering hebben gesteld ter versterking van hun economisch beleid. Vlaanderen en Wallonië hebben echter eigen, specifieke problemen die om verschillende maatregelen vragen.'

Datzelfde thema heeft de minister-president in zijn nieuwe Septemberverklaring verder ontwikkeld. De Vlaamse minister-president heeft met zijn verklaring nu opnieuw duidelijk gemaakt dat de overheveling van sociaaleconomische bevoegdheden niet alleen voor Vlaanderen van belang is, maar vooral voor Wallonië. Zoals de cijfers aantonen, komt Wallonië er niet met het huidige beleid. Ook in het verleden heeft Wallonië baat gehad bij een splitsing van bevoegdheden. De sanering van het Waalse staal is er pas gekomen na de splitsing van de nationale sectoren. Het gezonder maken van de stadsfinanciën van Luik en Charleroi is er pas gekomen op het moment dat de gewesten zelf bevoegd werden voor de stadsfinanciën. Het Franstalig onderwijs is betaalbaarder geworden na de overheveling naar de gemeenschappen. Zo denken wij dus ook dat Wallonië voor zijn economie en voor zijn werkgelegenheid wel de juiste keuzes zal maken op het ogenblik dat het daarvoor zelf de volle verantwoordelijkheid zal dragen.

Dit alles moet deel uitmaken van de communautaire onderhandelingen die zullen volgen op de federale verkiezingen die hoe dan ook zullen plaatsvinden in het parlementaire jaar dat nu is gestart. Voor ons vormt het Vlaamse regeerakkoord het platform op basis waarvan Vlaanderen aan deze onderhandelingen moet deelnemen. De resoluties van het Vlaams Parlement uit 1999 maken integraal deel uit van dat Vlaams Regeerakkoord. Het gaat daarbij om meer dan louter de strikte sociaaleconomische aangelegenheden. Het gaat ook om mobiliteit, om gezondheids- en gezinsbeleid. Ik zal hier de opsomming niet herhalen, maar mag ik terloops toch ook even opmerken dat de resoluties ook handelen over belangrijke delen van het justitie- en politiebeleid. We zouden er misschien anders voorstaan indien men ook op dat vlak stappen zou hebben gezet.

Uiteraard zullen we in onze parlementaire werking ook uitgebreid aandacht besteden aan de voorbereiding van deze onderhandelingen. Het parlement moet de regering voortstuwen om voor Vlaanderen het voortouw te nemen in deze onderhandelingen en zo uitvoering te geven aan haar regeerakkoord. De voorzitter heeft daarbij voor frontvorming gepleit. We geloven in de goede intenties, zeker in die van onze nieuwe voorzitter, maar voelen op grond van de voorbije ervaringen toch ook enige scepsis. Er zijn goede en er zijn slechte ervaringen. Voor de meeste van de collega's, ook voor mij trouwens, is dit geschiedenis waaraan we niet zelf geparticipeerd hebben, maar op 16 oktober 1991 werd hier, in de toenmalige Vlaamse Raad, een resolutie aangenomen met betrekking tot de onderhandelingen die moesten plaatsvinden na de verkiezingen van 24 november 1991. Die resolutie werd bijna unaniem goedgekeurd.

Na de verkiezingen van 24 november 1991 werd er een federale regering gevormd, werd er een dialoog tussen de gemeenschappen opgestart, en werd deze resolutie bijna integraal gerealiseerd, met de rechtstreekse verkiezing van dit Vlaams Parlement, met de splitsing van de provincie Brabant, met de herziening van de zetelverdeling voor het Europees Parlement. De elementen die opgenomen waren in deze resolutie werden dus stuk voor stuk door Dehaene en Van den Brande gerealiseerd.

Nadien, op 3 maart 1999, dus voor de verkiezingen van 1999, werden hier opnieuw − grondig voorbereid op basis van de zogenaamde Schrikkelnota − vijf belangrijke resoluties goedgekeurd. Bijna unaniem werd front gevormd, maar nadien hebben we moeten vaststellen dat de federale regering die ontstond na de verkiezingen van 1999, bijna niets van deze resoluties heeft gerealiseerd. Toen ze daarvoor een tweede kans kreeg met de federale verkiezingen van 2003, was er evenmin op enige manier sprake van de realisatie van deze resoluties.

We zitten nog met de kater over de beloften die afgelegd werden met betrekking tot de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. U zult begrijpen dat we enige scepsis hebben met betrekking tot frontvorming. Wij geloven dat een front voor de verkiezingen goed is, maar het zal er in de eerste plaats op aankomen dat deze verkiezingen zorgen voor een breekijzer. Dan zullen we deze staatshervorming kunnen realiseren.

Mevrouw de voorzitter, de onderdelen van uw toespraak met betrekking tot de werking van het parlement hebben ons aangenaam verrast. We hebben vastgesteld dat u heel wat elementen hebt opgepikt van de voorstellen die wij verwoord hebben in de open brief die wij u als fractie verstuurd hebben bij uw aantreden. Zonder de degelijkheid en de zakelijke onderbouw van onze werkzaamheden te verliezen, willen we inderdaad meer debat in dit parlement, meer uitwisseling van ideeën, meningen en voorstellen. We willen ook af van onze navelstaarderij en de internationale en Europese dimensie hier meer binnenbrengen. Laten we onszelf ook even relativeren. Op 1000 wereldburgers is er maar één Vlaming. Van die 999 anderen zullen we af en toe toch ook wel iets kunnen leren.

We zijn het dus grotendeels eens met wat u voorstelt en geven u heel wat krediet, maar toch twee kanttekeningen - en dat zijn meteen ook twee vingerwijzingen in de richting van de regering. Ten eerste staat in het Reglement dat de beleidsbrieven die jaarlijks de begroting moeten vergezellen uiterst belangrijke informatie moeten bevatten, niet alleen voor de volksvertegenwoordigers, maar ook voor de rechtstreeks betrokkenen, burgers, bedrijven, organisaties, gemeentebesturen enzovoort. De beleidsbrieven 2005-2006 waren onderling zeer verschillend en qua opmaak en informatie meestal niet conform het Reglement opgesteld. Het is duidelijk dat dit voor 2006-2007 anders moet en dat we dit als parlement niet meer zullen accepteren.

Ten tweede, mevrouw de voorzitter, haalde u aan dat Kamervoorzitter De Croo zijn beklag gedaan heeft over de kwaliteit van het wetgevende werk in zijn assemblee. Daarop stelde u dat dit parlement een traditie heeft van kwaliteitsbewaking. Ik moet daar toch wat kanttekeningen bij plaatsen. Ik wil graag erkennen dat we nog niet tot op het niveau van de Kamer gezakt zijn, maar wij zijn vaak ook niet goed bezig. Te vaak stappen we al te licht over opmerkingen van het Rekenhof en de Raad van State. Te veel laten we ons verleiden om iets dat hoogdringend is − en er zijn op dat moment altijd heel goede argumenten voor − toch maar snel via een amendement in het Programmadecreet op te nemen, terwijl dat eigenlijk niet op een goed onderbouwde manier gebeurt. Sommige van onze decreten − ik denk aan dit op de ruimtelijke ordening − vertonen te veel juridische onzuiverheden, en verhalen zoals met het gemeentedecreet en het gemeentekiesdecreet willen we dit werkjaar echt niet meer meemaken. Wij zullen ons in ieder geval op dit punt veel alerter opstellen.

Dames en heren, deze Vlaamse Regering schreeuwt nooit van de daken en rolt niet met elkaar over straat. Nee, er wordt in stilte gewerkt aan een betrouwbaar bestuur. 'Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen' is van bij de start het motto geweest van deze Vlaamse Regering. Dit motto maakt ze dan ook waar. De Vlaamse Regering investeert om ook morgen zekerheid te bieden aan de komende generaties op zorg, jobs, goed onderwijs, betaalbare woningen, vlot verkeer enzovoort. Opdat alle Vlamingen een toekomst hebben, moet men steeds vooruit denken.

CD&V onderschrijft deze optie en roept iedereen op de aangeboden kansen te grijpen en samen Vlaanderen sterker te maken. Samen maken we van Vlaanderen een topregio in Europa. De slogan van de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement is niet voor niets 'ambitie voor Vlaanderen'. Op ons engagement kunt u dus rekenen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Ceysens heeft het woord.

Patricia Ceysens

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren ministers, collega´s, de Vlaamse Regering is bijna halfweg de rit. De begroting 2007 is de derde die in ons halfrond wordt ingediend. Mijnheer de minister-president, ik weet niet of u het zich herinnert, maar wij alleszins wel: vorig jaar werd de begroting 2006 in het programma Terzake een begroting met een blauwe draad genoemd. De begroting 2007 is volgens ons opnieuw een begroting met een blauwe draad, en dat verheugt ons. Ik som tien lijnen op waaruit die draad is geweven.

Eerst en vooral is er het hanteren van een strenge begrotingsnorm met een overschot op de Vlaamse begroting van 160 miljoen euro. Ten tweede is er de evolutie naar een schuldenvrij Vlaanderen in 2008. Ten derde zijn er extra middelen voor innovatie maar ook voor internationalisatie van ons economisch weefsel. Ten vierde is er de introductie van maar liefst drie nieuwe lastenverlagingen voor de burgers: eerst en vooral de korting van 125 euro op de personenbelasting, behoorlijk bevochten maar in 2007 toch van start; de vrijstelling van successierechten voor de langstlevende op de gezinswoning; de verhoging van de korting op de registratierechten voor de onroerende starters, namelijk de mensen die voor het eerst eigenaar worden. Een vijfde lijn is de sluitende aanpak in de werkloosheid. Een zesde is het ambitieuze investeringsprogramma voor infrastructuur in onderwijs, zorg en openbare werken. Ten zevende is er de opwaardering van ons woonpatrimonium door het nieuwe stelsel van renovatiepremies, waarmee we uitermate gelukkig zijn. Ten achtste is er een beleid voor een cultuurindustrie in Vlaanderen via een cultuurinvesteringsfonds. Ten negende zijn er bijkomende middelen voor inburgering. Ten tiende is er, moeizaam bevochten maar alleszins gerealiseerd, een doorbraak in flexibele en occasionele kinderopvang.

Collega´s, wie de opeenvolgende begrotingen analyseert, doet een zeer merkwaardige vaststelling: de overheid verlaagt haar belastingtarieven, maar toch stijgen de belastinginkomsten. De opbrengst van de gewestbelastingen stijgt in 2007 met maar liefst 275 miljoen euro. In hoofdzaak is dit het gevolg van de gestegen inkomsten uit de registratie- en schenkingsrechten, net die twee belastingen waarvoor de tarieven zijn verlaagd. Een politiek van lastenverlaging blijkt dus een win-winsituatie: de burger betaalt minder, maar de overheid ontvangt meer. Wat kunnen we ons mooier wensen? Via deze politiek is minister Van Mechelen zich een plaats aan het verwerven in de nieuwe handboeken voor economie. In de Angelsaksische wereld staat dit fenomeen immers bekend als het Laffer-effect, genoemd naar de econoom die dit fenomeen als eerste vaststelde. In Vlaanderen mogen we daarom voortaan van een Van Mechelen-effect spreken: verlaag de belastingvoeten en verhoog daardoor de inkomsten voor de overheid. Mijnheer de minister-president, ook bij u kan dit alleen maar naar meer smaken.

Collega´s, wij kunnen ons terugvinden in de Septemberverklaring omdat er voor ons voldoende blauwe lijnen inzitten. Maar zoals het woord het zegt: het is een ´verklaring´. Ze zal tijdens de komende zittingsperiode moeten worden hardgemaakt. Uiteindelijk blijft ´the proof of the pudding in the eating´.

?

Vandaar dat ik namens mijn fractie vijf punten wil belichten waarover we het komende zittingsjaar waakzaam willen zijn: het sociaaleconomische project 'Vlaanderen in actie', de sluitende aanpak van de werkloosheid, nieuwe uitdagingen in het onderwijs, het fiscaal pact met de gemeenten en een strategie inzake de staatshervorming.

U zult het ons niet kwalijk nemen dat we beginnen met het sociaaleconomische project. De economie trekt aan. Minister Moerman heeft de juiste randvoorwaarden weten te creëren in het economische en innovatiebeleid. De rondetafelconferenties automobiel, chemie en lifesciencesplatformen werpen uiteraard hun vruchten af. De beschikbaarheid van risicokapitaal, met ARKimedes en de win-winlening, werd uitgebreid. De rechtstreekse steun, via het IWT, voor bedrijfsprojecten werd opgetrokken. Het import-exportarsenaal werd uitgebreid tot volwaardig internationaal ondernemen.

De wereld staat echter niet stil, en dus moeten we inspelen op nieuwe uitdagingen. Voor de zomer werden de krachtlijnen van het project 'Vlaanderen in actie' uitgetekend. Begin december zal een sociaaleconomisch forum worden opgezet, waar in samenspraak met alle betrokken actoren de projecten zullen worden vastgelegd. Daar willen we ons manifesteren, mijnheer de minister-president. De uitdaging zal er immers in bestaan het brandpunt te houden bij het sociaaleconomische en niet te verzanden in uitwaaierende kleurloze compromissen. Wij zullen de kaart trekken van het stimuleren van meer marktwerking. Zoals u weet, zullen we daarop blijven hameren, ook in niet-klassieke marktsectoren.

Onze fractie heeft tijdens het zomerreces een onderzoek verricht naar de economische kansen voor Vlaanderen van de internationale patiëntenmobiliteit. Er blijkt dat dit voor Vlaanderen een mooie groeimarkt zou kunnen zijn. Het verheugt ons dan ook uitermate dat het VBO en UNIZO eensluidend positief zijn over de mogelijkheden die daar kunnen worden gecreëerd. We moeten beginnen de vrije capaciteit in de ziekenhuizen open te stellen voor buitenlandse patiënten, waardoor er banen kunnen worden gecreëerd. We zullen de taboes moeten doen sneuvelen. Wat ons betreft, zal iedereen in dit dossier kleur moeten bekennen, zodat die alsnog niet ontgonnen toekomstkansen in exportgerichte dienstverleningssectoren worden gevaloriseerd. In dat verband denken we aan gezondheidszorg, aan permanente vorming en uiteraard ook aan logistiek.

Zoals alle leden weten, zijn zowel de Vlaamse VDAB als de federale RVA uitermate belangrijke actoren in de sluitende aanpak van werklozen. Wij menen dat die aanpak de eerste vruchten begint af te werpen. Dit gaat echter traag, en we weten niet of we nog heel veel tijd hebben. Wie naar de feiten kijkt, kan er nog steeds niet om heen: aan de ene kant raken massa's vacatures niet ingevuld, aan de andere kant is er sprake van hoge werkloosheidscijfers. Er loopt duidelijk nog steeds iets mis met de afstemming tussen de vraag naar en het aanbod aan werk. Voor ons is het onbegrijpelijk dat er vandaag onvoldoende dienstenchequewerknemers zijn om te voldoen aan de vraag. De opdracht van de VDAB met betrekking tot vorming, opleiding en coaching is terzake erg belangrijk, maar minstens even belangrijk is een goede samenwerking tussen de VDAB en de RVA. Wij willen dan ook een permanente evaluatie van deze samenwerking.

Dan zijn er de investeringen in het onderwijs. Mijnheer de minister, wij zijn verheugd over de doorbraak in het dossier van het kleuteronderwijs. Onze fractie heeft steeds gehamerd op het belang van kinderen zo vroeg mogelijk naar school te laten gaan, zodat hun talenten daar zo vroeg mogelijk alle kansen krijgen. Dat is voor ons een verhaal van gelijke onderwijskansen. De inschrijvingsplicht is daartoe een wezenlijk instrument.

Terecht worden er in deze begroting zware budgettaire klemtonen gelegd bij Onderwijs. De gekende noden zijn immers groot.

Daarnaast zijn er echter ook de noden die vandaag in het onderwijs onvoldoende onderkend worden. Mijnheer de minister-president, een daarvan hebt u zelf deze week aangekaart, namelijk de nood aan bijkomende investeringen in ICT. Ook hier hebben we van het reces gebruik gemaakt om zelf een onderzoek te doen naar de ICT-infrastructuur in de Vlaamse scholen. De resultaten daarvan zijn bekend.

Een beetje bevreemdend voor ons is dat er in Amerika plannen worden uitgedacht om in ontwikkelingslanden één duidelijke target te halen: one laptop per child. Het project van het MIT is wereldvermaard. Kan dat dan niet ook ons streefdoel zijn? De minister doet nu een bijkomende inspanning, maar de weg is nog lang. Begin 2007 zouden we heel graag een duidelijk traject zien in de beleidsnota van de minister.

Ook de concepten van e-leren blijken in onze instellingen veeleer een rariteit dan een prioriteit. In Nederland zien we een mooi voorbeeld: een samenwerkingsplatform tussen alle universiteiten en hogescholen om e-learning te stimuleren.

Ik kom tot het fiscaal pact met de gemeenten. Fiscaliteit is een bekommernis van veel mensen en uiteraard van onze fractie. Burgers en bedrijven in dit land worden geconfronteerd met diverse overheidsniveaus die elk hun eigen fiscale bevoegdheid hebben. Meestal wordt die aangewend om meer inkomsten te verwerven voor het betreffende niveau. Zo stegen in de afgelopen gemeentelijke legislatuur de aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing in het overgrote deel van de 308 Vlaamse gemeenten. We hebben een kleine berekening gemaakt. Slecht in 8 van de 308 Vlaamse gemeenten daalden de aanslagvoeten in de afgelopen zes jaar. Zes van die acht kennen een VLD-bestuur.

De onderhandelingen over een fiscaal pact met de gemeenten met het oog op een bedrijfsvriendelijke lokale fiscaliteit, een fiscale differentiatie ter versterking van dorps- en stadskernen en de afschaffing van pestbelastingen zijn voor de VLD uiterst belangrijk. We hebben er alle vertrouwen in dat minister Keulen die onderhandelingen tot een goed einde zal brengen.

Ten slotte wil ik het hebben over de staatshervorming. Het belooft een belangrijke onderhandeling met de federale overheid te worden. Dat er een volgende ronde komt in de staatshervorming, staat wellicht in de sterren geschreven. Waar we daarmee inhoudelijk naartoe willen, is in het Vlaams Parlement al vele malen bediscussieerd. De wijze waarop we een voor Vlaanderen gunstige staatshervorming uit de brand kunnen slepen, is veel minder overdacht. Moet het met de fanfare op kop, of in stilte? We juichen alleszins het initiatief van de nieuwe parlementsvoorzitter Vanderpoorten toe om het voortouw te nemen en de koppen bij elkaar te steken.

Voor ons is het uitermate belangrijk om voor ogen te houden dat de gezonde Vlaamse overheidsfinanciën misschien wel onze belangrijkste hefboom worden voor het verkrijgen van meer bevoegdheden. De Financieringswet, totstandgekomen zoals de door sommige verguisde Lambermontakkoorden, speelt op een ongekende wijze in het voordeel van de deelgebieden. De toekomstige dynamiek van de inkomsten ligt bij de gemeenschappen en gewesten. Die van de uitgaven situeert zich op het federale niveau. De federale overheid torst immers de toekomstige last van zware uitgaven zoals die voor pensioenen en gezondheidszorg.

Naar ons aanvoelen zal het federale niveau alleen al uit armoede vragende partij zijn voor een staatshervorming. Onze gezonde Vlaamse overheidsfinanciën en onze nulschuld zullen ons toelaten het debat te voeren over de overdracht van bevoegdheden zonder een overdracht van de bijbehorende middelen. We mogen geen enkel moment in de verleiding komen onze budgettaire teugels te vieren. Integendeel, het zijn juist onze Vlaamse financiën die ons belangrijkste wapen zullen zijn in de communautaire onderhandelingen.

Collega's, de nieuwe voorzitter van ons parlement wil meer debat in dit huis. Een van de mogelijkheden daartoe is inderdaad het zodanig wijzigen van de formule van de actuele vragen dat de debatten snediger en interactiever worden. In dit halfrond mogen de ideeën af en toe botsen, maar dat moet gebeuren op een constructieve manier en met een open geest.

Mevrouw de voorzitter, wij zijn er helemaal klaar voor. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, dames en heren ministers, collega's, we hebben maandag met veel belangstelling geluisterd naar de Septemberverklaring. Mijnheer de minister-president, ik moet zeggen dat sp.a-spirit bijzonder blij is met het herwonnen evenwicht in de doelstellingen van de Vlaamse Regering. Voor het reces hebt u via VIA, 'Vlaanderen in actie', een sterk op economie gericht beleidsprogramma op de sporen gezet. Dat is noodzakelijk om Vlaanderen in de toekomst nog welvarender te maken.

Collega's, zoals u weet, is de economie er natuurlijk nooit voor zichzelf, maar is ze een middel voor de creatie van welzijn en welvaart. In de economie moeten mensen centraal staan. De economie moet in de eerste plaats werk verschaffen aan mensen, en aan meer mensen dan vandaag het geval is. Het verhogen van de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen moet in de komende jaren nog meer onze aandacht krijgen, maar de jobs moeten zinvol zijn en mogen mensen niet herleiden tot productiemachines. Onze productie en consumptie moeten ook duurzaam zijn, want we erven onze samenleving of onze economie niet van onze ouders, maar we ontlenen ze van onze kinderen. De aandacht voor mensen, individueel en als groep, voor de gezamenlijke opbouw van de samenleving en voor de verduurzaming van de samenleving, maken van de verklaring een evenwichtig geheel.

Ik ga niet op ieder puntje in, maar wil het over een aantal thema's hebben die sp.a-spirit na aan het hart liggen. In de eerste plaats is er het werkgelegenheidsbeleid. Er werden al veel economische beschouwingen over gemaakt, maar voor iedere persoon die met werkloosheid wordt geconfronteerd, gaat het vooral om een persoonlijk drama. Werkloosheid is zeker een drama voor jonge mensen die de school verlaten en geen werk vinden, hoe hard ze ook zoeken. Onze hoge jongerenwerkloosheid vind ik sociaal, ethisch en economisch onaanvaardbaar. We moeten dan ook verder durven inzetten op de stedenplannen 'jeugdwerkloosheid'. We merken dat in de steden waar actief het voortouw wordt genomen en wordt ingegaan op de uitgestoken hand van ministers Vandenbroucke en Van Brempt, de plannen succes hebben. In steden waar de stad minder actief deelneemt, hebben de plannen minder succes. Het partnership tussen alle beleidsniveaus is zeer belangrijk om een prioriteit te maken van de strijd tegen de werkloosheid in het algemeen en van de jeugdwerkloosheid in het bijzonder.

Wanneer we het over duurzaamheid hebben, moeten we het uiteraard over energie hebben. Dat is een hot item, want de energieprijzen swingen de pan uit. De prijs van een vat ruwe olie mag dan wel wat gedaald zijn gedurende de laatste weken, maar we mogen ons geen illusies maken. De trend is en blijft een stijgende prijs wegens hele simpele economische wetmatigheid: de vraag is stijgend en de reserves zijn dalend.

Mijnheer de minister-president, in de Septemberverklaring zegt u dat 'de grote uitdaging erin bestaat om in Vlaanderen een ontkoppeling te bereiken tussen economische groei enerzijds en energieverbruik en milieu-impact op bodem, water, lucht, natuur en open ruimte anderzijds'. Als leden van sp.a-spirit kunnen we dat alleen maar volmondig onderschrijven. Deze week nog hamerde de OESO op hetzelfde en stelde in haar milieurapport over België dat de uitdaging voor ons land erin bestaat om milieumaatregelen efficiënt en effectief door te voeren.

We moeten de milieudoelstellingen integreren in economische en sociale beleidsdomeinen. Enkel dan zal Vlaanderen duurzaam zijn. Niemand spreekt dat tegen, of althans de Septemberverklaring niet, maar dat volstaat natuurlijk niet. Gekende waarheden moeten ook worden toegepast, minister Peeters.

De regering kondigt ook een heel ambitieus investeringsprogramma aan, waarin heel wat nieuwe bouwprojecten worden opgenomen. Dat schept de mogelijkheid om de zogenaamde ontkoppeling te implementeren.

In Europa is al duizenden malen bevestigd dat woningen, kantoren en andere gebouwen, die tot driekwart minder brandstof verbruiken, perfect kunnen worden gerealiseerd. Dat zijn de passiefhuizen. Vorig jaar lanceerden we het plan Windkracht 10, waarvan ondertussen al heel wat is gerealiseerd. We willen met die duurzame investeringen in ons patrimonium dezelfde winst voor mens en milieu realiseren.

Bewoners van passiefhuizen in Vlaanderen zijn tevreden over het comfortabele klimaat, waarvan ze zowel in zomer en winter tegen een zacht energieprijsje kunnen genieten. Verwarming van gebouwen en van ons eigen patrimonium is een van de belangrijkste bronnen van broeikasgasemissies, en het heeft tegelijk een groot besparingspotentieel voor wie op de centen moet letten. Besparing door een betere isolatie is een van de goedkoopste ingrepen die men in het kader van rationeel energiegebruik kan aanbevelen.

Passiefhuizen die driekwart minder brandstof verbruiken, hoeven nauwelijks meer te kosten als men bouwkosten en stookkosten vakkundig optelt. Die passiefhuizen kunnen in alle formaten en bouwstijlen worden gerealiseerd. De technologie moet ook worden toegepast in scholen, rusthuizen, sportinfrastructuur en andere grote gebouwen. Dat willen we met ons ambitieus investeringsprogramma in Vlaanderen realiseren. Onze Waalse vrienden plannen de eerste bredere toepassing in de socialewoningbouw. Misschien moeten we daar even een kijkje gaan nemen.

Het nieuwe decreet energieprestatie en binnenklimaat wordt binnenkort besproken in het Vlaams Parlement. We pleiten er niet voor om de isolatienorm op te trekken naar de passiefhuisstandaard. Wel pleiten we ervoor om ambitieuzer te zijn, om te evolueren en in elke beleidsbeslissing duurzaam energiegebruik en de verlaging van de maatschappelijke kosten aan de orde te stellen.

De Vlaamse Bouwmeester, die goed werk levert, moet ook energiemeester zijn, iemand die erover waakt dat bij alle publieke investeringen of gesubsidieerde bouwactiviteiten de energiezuinigste optie wordt gekozen. De ambities inzake energiegebruik mogen dus best wat hoger liggen. Voor ons is dat een kwestie van gezond verstand. In dat kader stellen we dan ook voor dat de aangekondigde renovatiepremies worden begeleid met een advies aan de bouwheer om nog voor verbouwing bijzondere aandacht te hebben voor het potentieel aan energiebesparingen in zijn of haar woning.

Wij wensen ook voor de particulier dat hij of zij de economisch meest efficiënte keuzes maakt. Omdat we niet van iedereen een energie-expert kunnen maken, is de energieaudit daarvoor het aangewezen instrument. Dat willen we implementeren in alle samenwerkingsovereenkomsten met de gemeenten.

We bereiden een voorstel van decreet voor waarin de mogelijkheid wordt geschapen om de onroerende voorheffing voor lage energiewoningen en passiefhuizen met respectievelijk 20 en 40 percent te verlagen. Het is een voorstel dat aanstuurt op een slimme fiscaliteit, een fiscaliteit die aanstuurt op betere milieuprestaties en innovaties in de bouwsector.

De heer Caluwé heeft het ook al gehad over betaalbaar wonen en een goede ruimtelijke ordening. We zouden in de uitvoering van het ruimtelijk structuurplan willen vragen om het buitengebied zoveel mogelijk te vrijwaren voor essentiële functies. Dat zijn landbouw, natuur en bos. Om dit doel te bereiken worden via een stapsgewijs proces 750.000 hectare agrarisch gebied, 150.000 hectare natuurgebied, 53.000 hectare bos en 34.000 hectare andere groengebieden vastgelegd in de bestemmingsplannen. We hebben begrepen dat dit tegen 2007 zou zijn voltooid. Sp.a-spirit verwacht dan ook heel snel de uitvoering van de opmaak van de noodzakelijke RUP´s in de twee pilootgebieden, vooraleer we verdergaan met de andere buitengebieden.

Met deze werkwijze geven we niet alleen rechtszekerheid aan de landbouw, we versterken ook de groene structuur. Wat ons betreft, moeten die twee perfect samengaan. We vragen dan ook aan minister Van Mechelen dat hij dringend werk maakt van de opmaak van de RUP´s om het procesverloop te voltooien en rechtszekerheid te brengen.

Een bijzonder belangrijk punt waar op zijn minst honderdduizenden mensen wakker van liggen, is de prijs van een stukje bouwgrond. Sp.a vraagt dat de Vlaamse Regering dringend werk maakt van dit stuk van het regeerakkoord. Alle meerderheidspartijen hebben nog voor het parlementair reces een resolutie opgemaakt. We roepen de minister op om daarvan dringend werk te maken. We vragen dat het dienstorder van 18 juli 2006 dat mogelijk tegen deze plannen ingaat, wordt herzien. Wanneer de regering wil gaan voor goedkope, betaalbare kavels of woningen voor iedereen, dan dient een zuiver ambtelijke benadering de bevolking niet.

Als er juridische bezwaren zijn tegen het uitvoeren van het Vlaams regeerakkoord, vraagt sp.a die op te lossen. Op 29 april 2003 lanceerde minister Van Mechelen al een persbericht met de titel: ´ De VLD verzekert jonge gezinnen betaalbare woningen en bouwgronden´. Sp.a steunt de VLD daarin.

De Vlaamse Regering investeert ook volop in mensen. Dat blijkt ook uit het onderwijsbeleid dat stilaan op kruissnelheid komt. De goed doordachte onderwijsplannen van het afgelopen jaar zijn duidelijk opgesteld met als doel iedereen in Vlaanderen gelijke kansen op hoge onderwijskwaliteit te bieden. De maatregelen zijn evenwichtig, zowel wat rechten als plichten betreft. De recente voorstellen voor de versterking van de kleuterparticipatie zijn een absolute noodzaak, alsook het actieplan voor een sluitende aanpak van spijbelen en schoolverzuim, het voltijds engagement voor de deeltijds leerplichtigen, de voorstellen voor een nieuw Vlaams meersporenbeleid om de stijgende schoolkosten aan te pakken, de investeringen in infrastructuur, en het nieuwe financieringssysteem van het hoger onderwijs. We moeten onze kinderen kansen geven: niet alleen in de samenleving en in het onderwijs, maar ook en vooral op de arbeidsmarkt.

Met een krachtig onderwijsbeleid tonen we aan dat elke mens voor ons telt en dat onze samenleving ook elk talent nodig heeft. Mijnheer de minister, er wacht u echter nog een belangrijke opdracht, met name het op poten zetten van een nieuw financieringssysteem voor het leerplichtonderwijs dat het gelijkeonderwijskansenbeleid nog moet versterken.

Ik wil het ook even over diversiteit hebben. De veelkleurige samenleving is een feit maar dat zien wij veel te weinig op de werkvloer. De overheid heeft hier echt wel een voorbeeldfunctie te vervullen. Er moeten in dat verband dringend initiatieven worden genomen. In dat verband vind ik in de Septemberverklaring te weinig engagementen en streefcijfers. Het overheidspersoneel moet de komende jaren een afspiegeling van de samenleving worden, veel meer dan dat vandaag het geval is.

Als we zelf als overheid niet een voorbeeldfunctie opnemen, dan zullen we altijd wel een beetje een lamme en makke indruk maken als we partners, bedrijfsleiders moeten overtuigen. Als 'samenleven' echt een werkwoord is, zoals in de Septemberverklaring staat, dan moet de overheid daar vooral zelf werk van maken.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, onze fractie heeft vanzelfsprekend ook gehoord dat het communautaire onderdeel een belangrijke plaats heeft ingenomen in de Septemberverklaring. Het is een beetje alsof een chef-kok aan het fornuis staat en zegt dat de gerechten van een schitterende kwaliteit zijn en dat er een heel degelijke warme schotel wordt voorgesteld. De peper en het zout, daar moet echter nog voor worden gezorgd. Als die communautaire klip wordt genomen, is het succes alvast gegarandeerd.

U weet, mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dat wij, socialisten, sinds 1980 loyaal meewerken aan het totstandkomen van de staatshervorming. We denken dat er heel goede resultaten werden geboekt. U weet echter ook dat ik vooral een functionele benadering van het communautaire dossier voorsta. Een staatshervorming interesseert mij vooral in de mate dat de mensen er beter van worden. (Opmerkingen)

Het verheugt me dat we die bekommernis delen. Daarom zitten we ook samen in de meerderheid.

Mijnheer de minister-president, de afgelopen maanden heb ik af en toe gedacht aan een uitspraak van een inmiddels trouwe dienaar van uw regering: 'Als je op jacht gaat, vertrek dan niet met de fanfare op kop.' Ik ben blij dat ik aan de toon van uw verklaring kan opmaken dat we niet in die val trappen. Als ambitieuze chef-kok moet u mensen rond de tafel uitnodigen. In onze toon moeten we er dan ook rekening mee houden dat er partners nodig zijn met wie we van gedachten kunnen wisselen. Dat is belangrijk om goede afspraken te maken.

De voorzitter

Minister-president Leterme heeft het woord.

Minister-president Yves Leterme

Mevrouw Gennez, ik voel me natuurlijk aangesproken door wat u hebt gezegd. Ik wil u enkel melden dat er in het federale regeerakkoord een passage staat over de staatshervorming.

Ik bereid ook constructief de samenwerking voor. We willen praten over een efficiënte verdeling van bevoegdheden. Onze standpunten over de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid zijn bekend. Onze steun aan de resoluties van het Vlaams Parlement is genoegzaam bekend. We willen dat Vlaanderen efficiënter en effectief kan werken aan de verkeersveiligheid. Wat ons betreft, mag de verkeerscode dan ook worden geregionaliseerd.

Op het communautaire vlak willen we gaten in dikke houten planken boren. We willen dat echter vooral met een timmermansoog doen. Dat is voor ons de noodzakelijke voorwaarde voor de verwezenlijking van alle andere schitterende plannen in deze Septemberverklaring. We verlenen er onze volmondige steun aan.

Mevrouw Gennez, ik begrijp het niet goed. Ik heb genoteerd dat uw voorzitter, de heer Vande Lanotte, uitdrukkelijk in de kranten heeft verklaard dat het voldoende is indien het arbeidsbeleid wordt gesplitst. Vandaag komt u hier zeggen dat u ook uw steun verleent aan de resoluties van het Vlaams Parlement, aan het regeerakkoord. Daar staat echter natuurlijk wel wat meer in dan alleen maar het splitsen van het arbeidsbeleid waartoe uw voorzitter zich wil beperken tijdens de federale onderhandelingen.

Hoe zit het nu eigenlijk? Ik begrijp het niet meer.

Mijnheer Dewinter, dan hebt u niet goed geluisterd. Ik heb het op deze tribune twee minuten geleden over meer dan alleen het arbeidsbeleid gehad. Ik heb het vertrouwen van onze fractie toegezegd aan de Septemberverklaring van minister-president Leterme. Daarin wordt ook verwezen naar de resoluties.

Als u het niet begrijpt, dan zal het vooral aan u liggen. (Applaus bij sp.a-spirit)

We zullen het vooral begrijpen na de federale verkiezingen. Dan pas zal voor eenieder duidelijk worden wat de sp.a echt wil.

De voorzitter

De heer Stassen heeft het woord.

Jos Stassen

Mevrouw de voorzitter, leden van de regering, collega's, ik vrees dat Groen! nodig is om een inhoudelijk debat te krijgen. Ik zal dan ook een aantal inhoudelijke argumenten aanhalen om aan te geven waarom we deze Septemberverklaring niet zullen goedkeuren. Partijen van de meerderheid hebben zich vooral uitgeput met te zeggen waarom ze deze verklaring wel zullen goedkeuren, maar dat is waarschijnlijk hun rol. Zelfs het Vlaams Belang heeft, buiten het persoverzicht, niet veel argumenten gegeven over waarom ze deze Septemberverklaring niet zullen steunen. Ik zal proberen dat met een aantal inhoudelijke argumenten wel te doen.

Naar aanleiding van de komende gemeenteraadsverkiezingen zijn er een hele reeks opinieonderzoeken gevoerd naar de kiesintenties van en de tevredenheid bij de burgers. Een van de belangrijkste onderzoeken ging over wat mensen van het bestuur vinden, lokaal maar eigenlijk ook op een hoger niveau. De grootste verwachting is een verbetering van de leefkwaliteit. Het gaat dan onder andere over verkeersveiligheid, maar ook over andere zaken waarmee mensen bezig zijn. Mensen verwachten daarop een concreet en duidelijk antwoord.

Vanuit die invalshoek hebben we de regeringsverklaring gelezen en herlezen. U hebt het echter nergens over leefkwaliteit. U gebruikt een keer het woord 'leefbaarheid'. 'Leefbaarheid' versus 'leefkwaliteit' verhouden zich als 'eetbaar' versus 'lekker eten'. Leefkwaliteit gaat over 'echt goed zijn', over 'genieten' en daarover staat niets in deze verklaring.

Deze Septemberverklaring is vergelijkbaar met vorige acties die u hebt ondernomen, namelijk een overzicht van een aantal maatregelen geactualiseerd met nieuwe cijfers. Dat is geen kritiek, maar een vaststelling. Het belangrijkste argument waarom we deze regeringsverklaring niet zullen steunen, is het feit dat u het economische discours meest prioritair vindt, ondanks het tegenpruttelen van de sp.a daarnet. U zegt dat dit niet zo is doordat u het evenwicht hebt hersteld, maar in de feiten is het niet anders.

Mijnheer de minister-president, ik wil een citaat voorlezen uit een interview dat u gaf aan Voka: 'We zeggen als Vlaamse Regering dat als we de welvaart hier willen behouden, dat we dan de economie moeten versterken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat de wachtlijsten in de zorg slechts gedeeltelijk worden aangepakt omdat er ook voldoende geld moet zijn voor innovatiebeleid. Ik vind het belangrijk dat er een visie naar voren wordt geschoven waarin de economie nadrukkelijk centraal staat'. U zegt daarmee duidelijk waar uw prioriteit ligt en waar de keuzes liggen. Als u echt moet kiezen, kiest u voor investeringen in de economie en niet in zorg. U hebt dat achteraf proberen te corrigeren, maar u hebt het wel gezegd voor de 'captains of industry' in Vlaanderen.

Daarmee bevestigt u het beeld dat ik heb opgehangen bij de discussie over uw actieplan op 12 juli: u blijft de CEO van de NV Vlaanderen. U blijft die rol spelen en u bent er nog sterker in geworden de voorbije weken en maanden. U noemt zichzelf een investeringsregering. Daaruit blijkt zeer duidelijk dat de economische investeringen voorrang hebben U noemt ze ook op: de missing links, de havens, doorstroming en dergelijke meer. Die slokken het meeste geld op. U blijft een investeringsregering in beton en veel minder in leefkwaliteit en duurzaamheid. Al die investeringen zorgen trouwens voor oververhitting op de markt en duurdere prijzen. U moet maar eens kijken naar de prijs die u zult moeten betalen voor de Oosterweelverbinding in Antwerpen. U zegt dat u zes miljard euro zult besteden aan investeringen. Het ziet ernaar uit dat u de helft van dat geld nodig zult hebben om dat ene project te realiseren, want het dreigt 40 percent duurder te worden dan de ingeschatte prijs.

Als u de redenering wilt toepassen die u bij Voka hebt verdedigd, dan moet u dat geld ophoesten. En dan zal er geen geld meer zijn voor onderwijsgebouwen en investeringen in ziekenhuizen en dergelijke. Als het erop aankomt, dan kiest u voor de economische investeringen. Dat hebt u duidelijk gezegd. Ook al weet u dat dit veel meer zal kosten dan geraamd: minister Van Mechelen weet dat ook. Maar dat zal er wel toe leiden dat u een aantal andere projecten niet kunt realiseren.

De voorzitter

Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen

Mijnheer Stassen, u moet een aantal zaken niet door mekaar halen. Het masterplan, dat ook door uw fractie in de Vlaamse Regering meermaals is goedgekeurd, zal worden uitgewerkt in het vooropgezette kader. Verder heeft deze regering investeringsenveloppen vrijgemaakt ten behoeve van de alternatieve financiering van schoolgebouwen, van investeringen in rust- en ziekenhuizen en van investeringen in sporthallen, zwembaden en sportterreinen. In de begroting, inclusief de meerjarenbegroting, is daartoe voldoende krediet uitgetrokken om de beschikbaarheidsvergoeding te financieren. Stellen dat dit ene project de projecten in de onderwijs- en welzijnssectoren zou hypothekeren, is een schromelijke vergissing.

Jos Stassen

We zullen zien of uw berekeningen wel kloppen. Als de kosten hoger liggen dan geraamd, zal het geld ergens vandaan moeten komen. Men zal het in dat geval waarschijnlijk niet met de terugbetaling van de tolgelden kunnen redden. Misschien zult u dat geld niet zelf moeten ophoesten, maar een van uw opvolgers zal het dan moeten doen. Als de kosten voor dit soort van projecten zullen oplopen, dan zult u veel minder kunnen verwezenlijken. In dat geval zullen de economische dossiers voorrang krijgen: dat heeft de minister-president zelf gezegd.

Het stuk over samenleving is iets beter verteerbaar dan het stuk over economie. Toch gaat de regering in dit deel voorbij aan een aantal uitdagingen die onzes inziens essentieel zijn. Er worden een hele reeks maatregelen voor het onderwijs aangekondigd. Aan het essentiële probleem van de enorme onderwijsachterstand van allochtonen gaat u evenwel voorbij. Minister Vandenbroucke, ik richt me tot u. U stelt dat een reeks algemene maatregelen op dat vlak volstaan. Ik geef twee voorbeelden die aantonen dat dit niet zo is.

U wilt de instapdrempel van het kleuteronderwijs verlagen. In onderwijsmiddens vang ik evenwel de bedenking op dat dit een noodzakelijke maatregel is, maar dat dit niet volstaat om het probleem weg te werken. Allochtone kleuters kan men maar echt helpen als de omkadering en de uitrusting verbeteren en de kleuterklassen kleiner worden. Uw maatregelen zijn te algemeen. Ze zijn niet specifiek genoeg om kleuterklassen met allochtone kinderen echt te helpen.

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

Minheer Stassen, ik denk dat u zich vergist. Ik veronderstel dat u niet alle voorstellen in detail hebt onderzocht. Ik heb een nota aan alle onderwijsactoren bezorgd: aan de verantwoordelijken van de onderwijsnetten en de vakorganisaties. Ik wil met hen daarover overleggen. Wat ik hier dus zeg, is niet definitief beslist. De nota is gebaseerd op de besprekingen en de beslissingen in en van de regering. Ik som even op wat daarin onder meer is terug te vinden.

Ten eerste willen we het systeem van de zomerklassen versoepelen. Dat moet ervoor zorgen dat de kleuterklassen 'niet te vol lopen' als de kleinste kleuters zich aanmelden. Daarbij willen we een accent op 'gelijke kansen' leggen. Want we willen bij de benadering van de zomerklassen rekening houden met de GOK-indicatoren. Vandaag is dat niet het geval. Onze aanpak is dus selectief.

Ten tweede, in de nota staat dat we in regio's met een groot percentage kansarme kleuters - kleuters die beantwoorden aan GOK-indicatoren - de omkadering inzake lestijden willen versterken. We willen daar zelfs heel wat geld voor uittrekken.

Ten derde zeggen we in de nota dat we in de regio's met veel kleuters die beantwoorden aan de GOK-indicatoren - en anderstaligheid is een belangrijk element - ook een tweedelijnsondersteuning tot stand willen brengen om de leerkrachten van de kleuterklas te ondersteunen inzake taalvaardigheid.

Waarover spreken we? We spreken waarschijnlijk niet over Japanse kleuters, maar wel degelijk over kinderen van Marokkaanse en Turkse ouders die op kleuterleeftijd het Nederlands niet machtig zijn. Daarover spreken we natuurlijk als ik dat op papier zet, en hier en daar ook over Franstalige Belgen die om een of andere reden hun kleuter naar een Vlaamse kleuterklas sturen. Dat is bijzonder selectief en van het begin tot het einde een gelijke-onderwijskansenverhaal met de uitdrukkelijke klemtoon op taalvaardigheid.

Ik zal die nota voorleggen aan de betrokkenen in het onderwijs. Ik wil daar een breed draagvlak voor creëren. Ik wil ook bij de pedagogische begeleidingsdienst een goed draagvlak vinden. Als aan de nota nog wordt bijgeschaafd, is dat goed. De oriëntatie die de regering hier neemt, is bijzonder duidelijk. Ik wil dit benadrukken, want u vindt dat niet terug in de Septemberverklaring. U weet dat vanuit de discussies in de commissie voor Onderwijs.

Ik kom met een nota over talenbeleid. Dat gaat over moderne vreemde talen en over meertaligheid, maar ook in heel belangrijke mate over het goed kennen van het Nederlands. Taal is een bindmiddel in de samenleving, en een goede talenkennis zorgt voor een goed bindmiddel in de samenleving en voor individuele gelijke kansen. We gaan daar zeer veel energie en tijd aan besteden. Het heeft ook alles te maken met het probleem dat u signaleert.

Stellen dat we daar niet gericht mee bezig zijn, vind ik wat gemakkelijk. Dat is gewoon niet juist. Ik wil u de nota bezorgen en vraag u na te gaan wat we in de nota over kleuterparticipatie hebben gezegd. Ook minister Vervotte zal daar actief aan meewerken. We willen immers een goede overgang tussen contacten op het niveau van Kind en Gezin en contacten vanuit de school. Ik vraag u die nota goed te bekijken. Ze is zeer selectief gericht tot kleuterscholen waar veel kansarme en anderstalige kleuters naartoe komen, tot kleuters die zeer snel op de juiste manier in een Nederlands taalbad moeten zitten. Dat moeten we echt doen. Of het voldoende zal zijn? Neen.

Als u naar de talennota kijkt die we bekend zullen maken, zult u zien dat op elke belangrijke overgang in de ontwikkeling van een kind naar een jonge leerling of naar een jonge volwassene we zeer veel aandacht besteden aan taalvaardigheid en integratie. Dat heeft alles te maken met het probleem van de allochtonen waar u naar verwijst.

Ten slotte, en minister Moerman heeft dat gisteren nog op de opening van het academiejaar van de VUB zeer sterk beklemtoond, leggen wij in al onze beleidslijnen - of het nu gaat om wetenschapsbeleid of hogeronderwijsbeleid - een sterke klemtoon op diversiteit. Ik vraag dus uitdrukkelijk aan het hoger onderwijs, ervan uitgaande dat die eerste stappen in de toekomst beter zullen lopen, om een inspanning te doen opdat jonge mensen uit de allochtone gemeenschap ook met succes naar het hoger onderwijs zouden doorstromen. We leggen daar bovendien nog heel wat geld voor op tafel, niet alleen voor allochtonen maar voor alle jongeren waar het thuismilieu ver staat van het hoger onderwijs.

Rome is niet in één dag gebouwd. Dat geeft morgen geen spectaculair resultaat. We moeten dat beoordelen binnen bijvoorbeeld vijf of tien jaar. We moeten in de diepte werken en radicaal en ambitieus te werk gaan. We kunnen echter niet met één vingerknip te werk gaan zoals met een begrotingswijziging. We moeten op de hele samenleving inwerken. Dat vraagt tijd en geduld.

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Ik ontken niet dat er stappen worden gezet. Ik twijfel ook helemaal niet aan de goede intenties. Ik ga de Septemberverklaring na en overloop de discussies in de commissie voor Onderwijs en in het parlement na de alarmerende cijfers en rapporten van mei en juni met betrekking tot de allochtonen, vooral van de tweede en de derde generatie in het onderwijs. Men moet de resultaten daarvan durven doortrekken naar de arbeidsmarkt. Dan had ik toch gehoopt dat in de Septemberverklaring het probleem zou worden benoemd. Het wordt hier niet benoemd. Voorts hoopte ik dat er een krachtdadig en omvattend beleid zou worden aangekondigd.

Nu zegt de minister dat ik de tekst goed moet lezen en dat die betekenis achter bepaalde zinnen al te vinden is. Het is een aanzet. Ik mis in deze Septemberverklaring echter het engagement van de Vlaamse Regering om het probleem te benoemen en om hier zwaarder tegen in te gaan. Ik wil geen afbreuk doen aan de maatregelen die de minister in zijn achterhoofd heeft. Volgens mij moet er nog meer gebeuren. We moeten in verband met deze problematiek een mobilisatie op alle niveaus van het onderwijs en op de arbeidsmarkt tot stand brengen.

De voorzitter

De heer Van Baelen heeft het woord.

Gilbert Van Baelen

Mijnheer Tavernier, uw opmerking ontgoochelt mij. We hebben daar in de commissie lang en uitvoerig over gedebatteerd. U hebt toen één opmerking gemaakt. U hebt toen gezegd dat kleinere klasjes in het kleuteronderwijs alle problemen zouden oplossen.

De minister heeft twee nota's aangekondigd en een nota ingediend. Ik vind dat hij op relatief korte termijn van een actieplan naar een uitvoeringsplan moet gaan. Hij weet dat hij dienaangaande van ons alle steun zal krijgen. Ik ben verheugd dat hij heel goed heeft geluisterd naar het debat dat we in de commissie hebben gevoerd. Aanvankelijk stond hij zeer huiverachtig ten opzichte van de manier waarop kleuters maximaal bij het kleuteronderwijs kunnen worden betrokken. Nu zegt hij dat we ten aanzien van de vijfjarigen een belangrijk signaal moeten geven en spreekt hij over een leerplicht. Ik ben het volmondig eens met de minister. We hebben het hier in juni 2006 uitvoerig over gehad. Ik ben blij dat we in september 2006 over een uitvoerige nota beschikken. Meer kan ik op die termijn niet verwachten.

Mijnheer Tavernier, ik ben het eens met de opmerking dat op het terrein op korte termijn meer daadkracht moet worden getoond. Dit mag evenwel niet ondoordacht gebeuren. Ik vind uw uitspraak tijdens de voorbije begrotingscontrole ondoordacht. U hebt toen gevraagd waarom er op 1 september 2006 geen kleinere kleuterklassen konden zijn. Dit lijkt me niet de oplossing. De minister reikt ons een goed denkspoor aan. Hij wil gelijkekansenindicatoren invoeren. Hij wil niet zomaar een lineaire maatregel nemen. Dergelijke maatregelen hebben namelijk niet overal hetzelfde effect.

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

Wat de heer Van Baelen heeft gezegd, is juist. De manier waarop de Vlaamse Regering het probleem van de inschrijvingsplicht vanaf vijf jaar heeft benaderd, is helemaal ontleend aan wat daarover in de commissie is gezegd. De heer Sannen heeft toen een voorzet gegeven. De heer Van Baelen is hierop ingegaan. Mevrouw Vanderpoorten, die toen nog geen voorzitter van het Vlaams Parlement was, heeft dit tijdens een plenaire zitting nog eens herhaald. We hebben veel overgenomen van wat in het Vlaams Parlement hierover is gezegd. Ik heb destijds een spontane gedachtewisseling met mevrouw Vanderpoorten gehouden. Het ging toen vooral over de juridische aanpak.

De doelstelling van de Vlaamse Regering is zeer duidelijk. Wat de Septemberverklaring betreft, wil ik erop wijzen dat we niet voortdurend alles kunnen herhalen. Indien we in de Septemberverklaring enkel zouden stellen dat de aanwezigheid van allochtone jongeren ons voor problemen stelt, zou de heer Tavernier ook ongelukkig zijn. We stellen evenwel iets anders. In de Septemberverklaring staat dat diversiteit een rijkdom is. We hebben het uitdrukkelijk over interculturaliteit als een rijkdom. Mij lijkt het een goede zaak dat we het positieve en de opportuniteiten onderlijnen. Indien we dit niet hadden gedaan, zou de heer Tavernier ons verwijten dat we deze jongeren te veel stigmatiseren. Nu we het positieve benadrukken, vindt de heer Tavernier dat we de ernst van het probleem moeten onderlijnen. Zo blijven we bezig.

We moeten ons op de concrete uitvoering concentreren. Ik wil met plezier ingaan op de uitdaging van de heer Van Baelen. Het moet nu snel concreet worden. We moeten voor een concrete uitvoering van de geplande maatregelen zorgen.

Ik geef een voorbeeld om te benadrukken waarom we snel, maar bedachtzaam te werk moeten gaan. We voorzien in allerlei tweedelijnsondersteuningsstructuren. In Brussel vinden die een plaats in het Voorrangsbeleid Brussel. We bouwen dit beleid momenteel met de Broso uit voor het secundair onderwijs. Vanaf 1 september 2006 is er ook ondersteuning voor de basisscholen in de Vlaamse Rand die veel anderstalige leerlingen tellen. Ook voor de kleuterparticipatie zal in tweedelijnsondersteuning worden voorzien.

We kunnen dat echter ook niet holderdebolder doen, ondoordacht, zonder te weten wat we daar precies van verwachten en zonder te evalueren hoe die zaken opgestart geraken en lopen. Ik vraag dus om daar ook met enige bedachtzaamheid te werk te kunnen gaan en om een goed overleg te hebben met het onderwijsveld zodat de neuzen in dezelfde richting wijzen.

Jos Stassen

Ik denk dat we het over een zaak toch eens zijn: als je de leefkwaliteit in Vlaanderen wil aanpakken, moet er iets gebeuren aan de schande van de jeugdwerkloosheid bij allochtonen en de schande van de leerachterstand bij allochtonen, zowel bij die van de eerste als van de tweede en derde generatie. Na het verschijnen van dat OESO-rapport, dat de bevestiging is van wat velen al wisten, zou deze regering eigenlijk specifieke maatregelen moeten voorstellen gericht op het aanpakken van deze schande. Zolang u echter geen masterplan voorlegt, moeten we in het geheel van uw onderwijsbeleid zoeken naar een aantal maatregelen die u neemt. We gaan ook voort op reacties die mensen hebben gegeven, onder andere op de maatregelen in het kleuteronderwijs, maar ook op de maatregelen in het hoger onderwijs. Het is duidelijk dat een aantal van de maatregelen die u neemt inzake leerkredieten, output en financiering, te weinig rekening houden met allochtone studenten. Ik geef een voorbeeld. U geeft geen sociale correctie aan allochtone studenten in het hoger onderwijs. U geeft die wel aan studiebeursstudenten. U zult straks waarschijnlijk antwoorden dat daarvoor een stuk overlapping is, maar dat is niet zo. Zolang u geen sociale correcties geeft voor die groep, die een veel te lage score heeft qua slaagkansen in het hoger onderwijs, zal daaromtrent ook te weinig gebeuren.

Ik blijf hier, samen met mijn collega's van Groen! in het Vlaams Parlement, op doorgaan. Zolang u geen masterplan voorlegt om de schande van de leerachterstand in het onderwijs bij allochtonen aan te pakken, zullen we moeten blijven aandringen op die maatregel. U blijft zeggen dat u een beleid voert dat zich niet specifiek op die groep wil richten maar dat u algemene en gespecificeerde maatregelen wil nemen. Zolang u echter geen masterplan voorlegt, zullen we daarop blijven aandringen.

De voorzitter

Mevrouw Berx heeft het woord.

Cathy Berx

Mijnheer Stassen, in uw tussenkomst pleit u voor een groot masterplan om, alweer vanuit de overheid, alles te doen om die achterstand weg te werken. Het is cruciaal dat er belangrijke voorzetten worden gegeven om mensen kansen te geven, maar die kansen moeten ook worden gegrepen. U houdt alweer een heel eenzijdig discours, u doet alsof het alleen of vooral de overheid is die die kloof moet dichten.

In de studie van de OESO wordt ook duidelijk gemaakt dat ook het land van herkomst relevant is en dat ook de inspanningen van mensen zeer cruciaal zijn. Ik zeg het heel vaak: je kunt nog zo veel kansen geven, maar wie zal, zelfs bij gelijke onderwijskansen, het meest kans op succes hebben? Zijn dat de jongeren die nog te veel naar de buitenlandse televisie kijken en die nog te veel op straat rondhangen, of zijn dat de jongeren die zich voor en na het spelen keihard inzetten om hun huistaken te maken? Het antwoord is duidelijk, en ook die boodschap moeten we durven blijven geven. Ik vind het belangrijk dat de klemtoon wordt gelegd op de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid van ouders. Nu ligt de klemtoon voortdurend op die zogenaamde achterstand, maar laten we ook de klemtoon leggen op het evenwicht tussen het geven van kansen en het grijpen van kansen. U geeft hier de boodschap dat het alleen de schuld is van het beleid, alleen de schuld is van de instellingen en scholen dat die kloof er is. (Applaus bij CD&V)

Jos Stassen

Wat kan ik daarop zeggen? U hebt gelijk. U hebt het echter over de 'zogenaamde achterstand'. Er is geen 'zogenaamde achterstand', de achterstand is zeer reëel, en heeft een aantal oorzaken. Die oorzaken kunnen worden aangepakt. U hebt een aantal zaken opgenoemd die mensen kunnen doen, ik heb het hier over wat de overheid kan doen en wat de minister van Onderwijs, samen met het beleid en het onderwijs, kan doen. Ik heb het daarover. Daarover gaat de Septemberverklaring vandaag, niet over de intenties van mensen. Dat laatste is uw discours, dat u gerust mag houden. Wij hebben het hier over de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs en de verantwoordelijkheid van de onderwijsactoren.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Mevrouw de voorzitter, ik voel me geroepen om te reageren op wat mevrouw Berx zei. Natuurlijk is er aan de ene kant het onderwijsbeleid, waar alle kansen moeten worden gegeven opdat iemand al zijn talenten kan ontwikkelen. Daarvoor is de minister van Onderwijs verantwoordelijk, we zijn daar net op ingegaan. En natuurlijk is er de verantwoordelijkheid van ouders, maar het is iets te gemakkelijk om te zeggen dat het enkel een verantwoordelijkheid van ouders is en dat zij moeten inzien dat het belangrijk is dat hun kinderen naar school gaan en dat ze moeten beseffen dat Nederlands leren belangrijk is. Er is ook de verantwoordelijkheid van ons om in de samenleving in te grijpen opdat ouders hun sociale en culturele verantwoordelijkheid nemen.

Gelijke kansen in het onderwijs hebben niet alleen betrekking op het onderwijsbeleid, maar zijn een algemeen maatschappelijk probleem waar ook andere beleidssectoren hun verantwoordelijkheid moeten nemen, om juist de culturele en sociale elementen die nu een rem zijn op het grijpen van kansen te kunnen corrigeren en bijvoorbeeld via de nodige opvoedingsondersteuning ouders te kunnen stimuleren.

Cathy Berx

Mijnheer Sannen, ik betwist dat niet, maar u gaat heel kort door de bocht en maakt bijna een karikatuur van mijn betoog. Er is een achterstand, maar er zijn ook jongeren die de kansen heel goed grijpen en wel slagen.

Ik wil gewoon zeggen dat het evenwichtig moeten zijn en we niet masochistisch moeten doen, alsof we niets doen om jongeren volop kansen te geven. Er zijn weinig regio's in de wereld en tijdstippen in de geschiedenis met zoveel kansen als hier nu. Uiteraard moeten we de verantwoordelijkheid blijven prikkelen. Dat is mee de rol van de overheid, maar niet alleen van de overheid. Dat is de enige doelstelling van mijn betoog.

In elke beleidsmaatregel die wordt genomen en discours dat wordt gevoerd, moet voortdurend worden beklemtoond dat het een evenwicht is tussen rechten en plichten. Het gaat om het geven van verantwoordelijkheden, maar ook om het nemen van verantwoordelijkheden. (Applaus bij CD&V)

Jos Stassen

Mevrouw Berx, als zoon van een bouwvakker die tot zijn veertiende naar school is geweest, weet ik perfect wat u bedoelt, maar dat is niet het antwoord dat de overheid moet geven. De overheid moet een aantal maatregelen nemen, waardoor mensen kansen kunnen grijpen. Dat moet worden gestimuleerd.

Mijnheer de minister, de maatregelen die u neemt voor allochtonen in bijvoorbeeld het hoger onderwijs zijn te weinig doelgericht. Ik blijf herhalen dat u hiervoor een masterplan nodig hebt. Deze Vlaamse Regering kan deze schande alleen maar uitwissen door daadkrachtiger en met een overzichtelijk plan te werk te gaan.

Mevrouw de voorzitter, blijkbaar hebt u Groen! nodig om een debat te krijgen over deze Septemberverklaring.

Ik wil het ook hebben over het welzijnsbeleid. Ondanks de uitspraken van de minister-president die ik heb aangehaald, is er gelukkig toch geld voor de afbouw van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg. Dat is een goede zaak. Mevrouw de minister, daarmee voert u uit wat in 2003 werd opgestart.

Ondertussen, na drie jaar, is wel duidelijk dat de uitvoering van het programma dat toen is opgemaakt onvoldoende zal zijn. Mevrouw de minister, u hebt ook al gezegd dat de uitvoering van het plan onvoldoende zal zijn om de wachtlijsten in de zorg aan te pakken. Dat was toch een van de essentiële elementen van het betoog dat CD&V tijdens de oppositieperiode voerde en was ook de mantra van de verkiezingsbelofte dat er genoeg middelen zouden moeten zijn voor de afbouw van de wachtlijsten.

De middelen zijn er. Mijnheer de minister-president, u hebt maandag aangetoond dat de middelen er zijn om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg verder af te bouwen, maar er zijn ook wachtlijsten in de bijzondere jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg. Er is voldoende geld, maar het is een kwestie van keuzes maken. Mijnheer de minister-president, ik hoop dat u in de toekomst nog meer middelen zult investeren, zodat ook deze wachtlijsten verder worden aangepakt.

In het kader van het woonbeleid is 20 miljoen euro ingeschreven voor woonsubsidies. Op zich is dat een goede zaak, maar als we kijken naar de realiteit is het niet meer dan een druppel op een hete plaat. Op de steeds duurder wordende woon- en huurmarkt heeft ongeveer een kwart van de huurders het moeilijk om de huur te betalen. Zij besteden meer dan een derde van hun inkomen aan huur. Voor deze mensen, 25 percent van de huurders, bestaan er twee oplossingen. Er is de sociale huisvesting, maar dat aanbod is onvoldoende groot, zodat mensen zich op de privéhuurmarkt moeten begeven. Daarvoor zijn dus huursubsidies nodig. 20 miljoen euro is een goed begin, maar er kan te weinig mee worden gedaan.

Mijnheer de minister, ik vraag me af of de aankondiging in uw beleidsbrief om de huursubsidies maar voor drie jaar toe te kennen een goede maatregel is. Heel wat mensen zullen deze huursubsidie langer dan drie jaar nodig hebben.

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Er is in de eerste plaats een verdubbeling van de middelen. Dat is heel opvallend. We gaan van 10,6 naar 20 miljoen euro.

Waarom de beperking in de tijd? Het is vergelijkbaar met de werkloosheidsval. De mogelijkheid bestaat dat mensen een vervangingsinkomen krijgen omdat ze werkloos zijn, ook nog andere uitkeringen krijgen en bovendien een huursubsidie krijgen. Vanuit de activeringsgedachte, om mensen zo snel mogelijk aan het werk te krijgen, is dat niet de beste oplossing.

Mensen kunnen wel tijdelijk in een crisissituatie zitten en dan moeten we een helpende hand toesteken. Vandaar de idee om de huursubsidie te beperken in de tijd. Dat komt mede vanwege de ervaring in Nederland. Daar werkt men met vrij omvangrijke huursubsidies, maar men verdrinkt erin. Men gebruikt er de term 'verzuipen'. Bij mensen die eenmaal in een dergelijk systeem terechtkomen, neemt de impuls om nog actief te worden, daardoor net af. Daardoor wordt het systeem ook onbetaalbaar. Zo is de idee gegroeid om huursubsidie toe te kennen aan mensen die krap bij kas zitten en moeten huren op de privéhuurmarkt, maar beperkt in de tijd.

Jos Stassen

Mijnheer de minister, ik dring erop aan dat u die eenzijdige maatregel minstens nog eens overdenkt. De discussie daaromtrent zal waarschijnlijk kunnen worden voortgezet.

Mijnheer de minister-president, u hebt blijkbaar een nieuw woord uitgevonden: verduurzaming. Dat woord zal in de nieuwe Van Dale waarschijnlijk betekenen: groen oplapmiddel om puur economische toespraken nog een groen schaamlapje te geven. Of u de sp.a nodig hebt gehad om dat groene streepje aan de Septemberverklaring toe te voegen, weet ik niet, maar uw beleid blijft er één met voorrang voor economie en investeringen in harde sectoren en in beton. Milieu is in het beste geval een restcategorie die moet wijken voor de economische belangen, en die staan voorop.

Wat uw minster van Leefmilieu en Natuur deze zomer liet aanrichten bij de luchthaven van Deurne, is hiervan het pure bewijs. Uw regering liet een bos, een recreatiezone voor duizenden mensen in de drukbevolkte rand rond Antwerpen, gewoonweg verwoesten. Mijnheer de minister, u hebt de woorden kappen en snoeien gebruikt. Ik ken niet veel van bomen, maar als je een boom van vijftig jaar oud snoeit tot net boven de grond, weet ik niet of dat nog snoeien is. Volgens mij is dat gewoon verwoesten. U beweert dat u dat allemaal hebt gedaan omwille van de veiligheid. Eigenlijk hebt u dat gedaan omdat u de verborgen agenda hebt bovengehaald, namelijk de uitbreiding van de luchthaven van Deurne. Daarom hebt u die onherstelbare verwoestingen laten aanrichten in een van de weinige bosrijke gebieden van Vlaanderen.

Minister Kris Peeters

Mijnheer Stassen, het is niet de eerste keer dat u een volledig foute voorstelling van de feiten geeft. Wat de luchthaven van Deurne betreft, voer ik beslissingen van de vorige regering uit, namelijk dat ze als zakenluchthaven wordt open gehouden. Dat gaf een probleem inzake veiligheid. Het directoraat-generaal Luchtvaart zei dat er een probleem was met de bomen. Dat is opgelost. Het gaat over de job van 570 mensen die in de luchthaven van Antwerpen hun geld verdienen, elke dag opnieuw. Bovendien bieden we een compensatiebos aan voor 250.000 euro, dat is het neusje van de zalm in Vlaanderen, onder meer wat bevloeiingssystemen betreft. Uw voorstelling van zaken is volledig onjuist. Wij moesten voor de veiligheid van de luchthaven een aantal bomen snoeien en kappen, maar we geven ze dubbel en dik groen terug aan Borsbeek en omgeving. U wilt dat niet zien. U wilt ook niet zien dat we er een vrij belangrijk bedrag voor uittrekken en op die manier economie en ecologie verzoenen, iets waar jullie nooit in zijn geslaagd. (Applaus bij CD&V, Vlaams Belang, en N-VA)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mijnheer de minister, wij ondersteunen ten volle het compensatiebos. De manier waarop u de voorbije zomermaanden hebt gekozen voor de confrontatie in dit debat, is echter geen voorbeeld van overleg in het beleid.

Ik denk dat er andere manieren waren om eruit te komen. De besprekingen over de vraag welke scenario u kiest voor de Krijgsbaan zijn nog volop bezig. De uiteindelijke beslissing zou een impact kunnen hebben gehad op de wijze waarop u zou zijn omgegaan met het kappen van bomen in Borsbeek. U hebt gekozen voor de vlucht vooruit. Het debat over de veiligheid is al enkele jaren gaande. Het was perfect mogelijk geweest nog enkele maanden te wachten, tot de uiteindelijke beslissing was genomen over de Krijgsbaan.

Trouwens, ook aan de andere zijde, waar trouwens de meeste vluchten opstijgen, namelijk richting Berchem en Antwerpen, rijst een beperkt veiligheidsprobleem. Voorlopig wordt daar niets over gezegd. Ik vraag me af wat uw toekomstplannen voor die kant van de luchthaven zijn.

Minister Kris Peeters

Mevrouw de voorzitter, ook hier werden de feiten onvolledig weergegeven. Ik heb maandenlang zeer intensief onderhandeld met de gemeente Borsbeek om tot een vergelijk te komen. Dat was een zeer gevoelig overleg. Van het Directoraat-Generaal voor de Luchtvaart hebben we de erg duidelijke boodschap gekregen dat, indien dit niet rond zou zijn voor 1 september, er een groot probleem zou ontstaan voor de luchthaven van Antwerpen. We hebben er alles aan gedaan om ons te houden aan die timing. We hebben die iets overschreden. Ik had echter graag uw reactie gehoord, mocht het certificaat niet zijn verleend en mochten 570 mensen hun baan hebben verloren. Dan had er hier een ander debat plaatsgevonden. Door een kordaat optreden is dat nu voorkomen. (Applaus bij het Vlaams Belang, CD&V en VLD-Vivant; rumoer)

Jos Stassen

Dat illustreert ten volle dat u een louter economische, eenzijdige keuze maakt. U hebt dit argument vijfmaal misbruikt. Ik wil niet te technisch worden, maar als u de zaken vanuit de lucht anders en beter had aangeduid, door middel van een zogenaamde bebakening, dan had u niet moeten aanvoeren dat er banen zouden sneuvelen. Die banen sneuvelen niet omdat daar bomen staan. Ze zouden misschien verloren gaan omdat deze luchthaven niet rendabel is. Dat is echter nu niet het onderwerp van discussie.

Het voordeel van het feit dat dit in de zomer is gebeurd, is dat we door mensen werden bestookt met voorbeelden van met Deurne vergelijkbare luchthaven elders in de wereld, waar er toch kan worden gevlogen en er geen veiligheidsproblemen zijn, hoewel er nog veel minder ruimte is, en nog veel meer natuur en gebouwen in de buurt. Dat zijn voorbeelden uit het ongerijmde. Het beste voorbeeld is London City Airport. Dat zijn luchthavens die veel dichter bij de stad liggen en veel meer omgeven zijn door gebouwen en natuur, maar waar er geen veiligheidsrisico's zijn.

U hebt gekozen voor de vlucht vooruit, voor het laten verwoesten van deze natuur, omdat u kiest voor het uitbreiden van de luchthaven. Dat is uw bedoeling. Dat hebt u deze zomer op tafel gelegd. De technische discussie zullen we nog wel voeren. Het argument van die 500 banen moet u niet gebruiken. Die staan niet op de helling door een paar bomen. Misschien staan ze wel op de helling omdat deze luchthaven op die plaats gewoon niet financieel leefbaar is.

Minister Kris Peeters

Dat klopt niet. Ik heb 250.000 euro gereserveerd voor een compensatiebos.

Ik heb de jongste maanden veel experts en pseudo-experts ontmoet op het vlak van de veiligheid van luchthavens en de luchtvaart. Er bestaat in België één orgaan dat zich specifiek met die taak bezighoudt, namelijk het Directoraat-Generaal voor de Luchtvaart. Dat is bevoegd om na te gaan of een luchthaven de nodige veiligheidsmaatregelen heeft genomen en om die maatregelen op te leggen.

Ik heb zeer aandachtig geluisterd naar die expertise, maar er is één instantie in België die kan bepalen of iets al dan niet veilig is, ondanks alle andere vergelijkingen. Dat heb ik uitgevoerd. Ik heb dit probleem met heel veel nuances en heel veel geduld opgelost. Ik hoop dat we nu een volgende fase hebben bereikt. Mijnheer Daems, u hebt gelijk. In februari 2007 zal het MER klaar zijn. Ik zal dan, samen met minister Van Mechelen, een antwoord kunnen geven op de vraag wat het nu gaat worden: een tunnel via PPS of een beperkte omleiding. Deze snoeiwerken zijn gebeurd. Er is een compensatie. De eerste positieve tekenen zijn nu al zichtbaar: mensen geloven opnieuw in de luchthaven van Antwerpen.

Jos Stassen

Wat er gebeurd is in en rond Deurne, is het beste bewijs dat deze regering kiest voor een puur economische logica. Groen moet daar altijd voor wijken, ook al zorgt u dan voor compensaties. U weet zelf ook wel dat u met deze compensaties zeker niet tegemoetkomt aan de noden. U moet gezien uw opdracht trouwens sowieso een hele reeks extra bossen creëren in Vlaanderen.

Ik geef een ander voorbeeld van het falende milieubeleid. Het tussentijdse OESO-rapport dat gisteren verschenen is, maakt duidelijk dat er een tandje moet worden bijgestoken in het milieu- en energiebeleid. De uitstoot van fijn stof blijft alarmerend hoog. Blijkbaar houdt u zich liever bezig met het versoepelen van de Europese normen dan met een beleid dat het fijn stof aanpakt. De heer Daems zal u daarover straks een vraag stellen.

De bron van het vervuilende fijn stof dat in België 13.000 mensen per jaar vroeger doet sterven, is hoofdzakelijk de transportsector. Daarover staat er in de Septemberverklaring niets. Misschien komt het in het Klimaatplan, maar dat hebben we nog niet ontvangen. U hebt wel een hele reeks rondetafelgesprekken georganiseerd, maar - met permissie - ze hebben nog maar weinig resultaten op het terrein opgeleverd.

Minister Kris Peeters

Het milieuhandhavingsdecreet zal worden ingediend in het parlement. We hebben ook rondetafelgesprekken georganiseerd over de milieuschade. Dat wordt hier allemaal voorgelegd en u zult de resultaten zelf mee mogen opvolgen.

Ik heb het OESO-rapport meegebracht, want straks zullen er vragen over worden gesteld. Ik hoop dat u het gelezen hebt. De OESO zegt eigenlijk dat België 'still catching up' is. We moeten realiseren wat in het verleden onvoldoende of inefficiënt is aangepakt, met alle gevolgen van dien. Ik zal straks antwoorden op de vragen van de heer Daems, en dan zal duidelijk blijken dat er maatregelen zijn genomen en plannen zijn ingediend.

Jos Stassen

U zult dan ook zien in welke periode er een verbetering is geweest. Bereidt u daar maar op voor.

Ook aangaande Aquafin hebt u de zaken in de Septemberverklaring rooskleuriger voorgesteld dan we denken dat ze zijn. Ik weet niet of het contract echt al is opengebroken. Wat ons wordt meegedeeld over de zogenaamde ecologische resultaatverbintenis zou veel minder zijn dan u laat uitschijnen in deze Septemberverklaring.

Mijnheer de minister-president, wat sterk opvalt, en dankzij de technologie kan worden opgezocht, is dat de woorden 'verkeer' en 'verkeersveiligheid' nergens voorkomen in deze Septemberverklaring. U hebt het wel ergens over veiligheid op De Lijn, gevaarlijke punten, fietspaden en dergelijke, maar niet over verkeer en verkeersveiligheid. Nochtans is dat een van de thema's waar de mensen mee bezig zijn. Het heeft immers te maken met leefkwaliteit. De vraag is of de kinderen zich veilig door het verkeer kunnen bewegen, maar dat staat er niet in. Blijkbaar, mevrouw de minister, weegt u niet genoeg op de regering. In elk geval is verkeersveiligheid geen prioriteit aangezien ze in de Septemberverklaring niet vernoemd wordt.

U praat graag over bijkomende bevoegdheden. Voor ons mag die discussie gerust worden gevoerd, maar we denken toch dat het beter is dat u zich concentreert op uw eigen bevoegdheden. U hebt het voorbeeld gegeven van het toezicht op de gemeenten en provincies. Ik hoop dat het toekomstige OCMW-decreet een betere voorbereiding en opbouw zal kennen dan het gemeentedecreet en de kiesdecreten. Het is beter dat u zich op uw eigen bevoegdheden concentreert en dat u in uw beleid antwoorden biedt op de vragen die de mensen echt bezighouden. Volgens ons gaan die over thema's die te maken hebben met de leefkwaliteit, verkeersveiligheid op kop.

Mevrouw de voorzitter, dames en heren van de regering, deze Septemberverklaring mist een ziel. Leefkwaliteit zou voor ons die ziel geweest zijn. Daarop hebt u geen antwoord. U houdt zich daar veel te weinig mee bezig. Gezien al deze inhoudelijke argumenten zullen we deze Septemberverklaring zeker niet goedkeuren. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren ministers, collega's, zoals de minister-president reeds aangaf, is deze regering bijna halfweg. Een jaar geleden, bij de bespreking van de Septemberverklaring, wees ik erop 'dat we ons bewust zijn van de grote uitdagingen die voor ons liggen: de vergrijzing, de betaling van de gezondheidszorg, onze economische positie op de wereldmarkt. We zien evenwel dat Vlaanderen dreigt stil te vallen en dat we de voeling verliezen met de Europese topregio's. Er zijn dan ook maatregelen nodig. Er moeten initiatieven worden genomen.'

Mijnheer de minister-president, met achtereenvolgens het Vlaams businessplan, 'Vlaanderen in actie' en uw Septemberverklaring zijn we op de goede weg. Namens mijn fractie zal ik enkele punten uit uw verklaring lichten die aantonen waarom wij - om het met de woorden van de Planckaerts te zeggen - 'goed bezig' zijn, en andere punten die aantonen waarvoor we ons moeten hoeden.

Collega's, deze Vlaamse Regering doet aan politiek in de beste zin van het woord. Ze doet wat mag worden verwacht van een regering. Ze is geen afzijdige regering, los van de economie en van de maatschappij. Ze speelt niet voor sinterklaas, ze is niet uit op goedkoop gewin. We reageren daarom uiterst positief op de ambitie om een investeringsregering te zijn die de economie en de maatschappij wil ondersteunen en waar nodig wil bijsturen: geen cadeautjes, maar investeringen in de economie die zichzelf terugverdienen in welvaart voor de Vlaamse burgers en investeringen in mensen, in zorg en in talenten die welzijn en welvaart opleveren voor 6 miljoen Vlamingen.

We kunnen er niet omheen dat er een hemelsbreed verschil bestaat tussen de begrotingsopmaak op Vlaams niveau en die op federaal niveau. Onze Vlaamse begroting is structureel gezond en binnenkort schuldenvrij en ze anticipeert via investeringen en reserves op de uitdagingen van de toekomst. Op federaal niveau moet men de laatste van de kroonjuwelen verkopen - ik verwijs naar de bijna mythische ambassade in Tokio - om nogmaals de gaten in de begroting met eenmalige investeringen te dichten. Iedereen weet ondertussen dat de volgende federale regering budgettair harde noten zal moeten kraken.

Mijnheer de minister-president, belangrijk is dat, halfweg de Vlaamse rit, onze ambities ook worden omgezet in realisaties. Toch blijven er ook voor ons belangrijke aandachtspunten, ook in het kader van een investeringsbeleid. Ik som er een paar op. In het regeerakkoord staat: 'We sluiten een globaal fiscaal pact met de gemeenten en provincies over onder meer een meer bedrijfsvriendelijke fiscaliteit.' We zijn nu twee jaar verder en dat fiscaal pact is er nog niet. Nochtans kondigde u in uw Septemberverklaring van vorig jaar aan dat de Vlaamse Regering 'in de loop van 2006' met de besprekingen hierover zou starten, onder meer met de VVSG. Wij vragen u en de bevoegde ministers Keulen en Van Mechelen dan ook een stand van zaken.

Laat het in verband met het fiscaal pact duidelijk zijn dat we volledig op koers zitten. We hebben altijd gezegd dat het er komt in 2008. De bedragen werden ook in de meerjarenbegroting ingeschreven. We opteren voor 2008 om de eenvoudige reden dat we op 8 oktober verkiezingen hebben en er in 2007 nieuwe meerderheden aantreden. Het is absoluut geen goede zaak om nu akkoorden te sluiten met meerderheden die op het einde van hun termijn zitten en zullen worden afgelost door een nieuwe ploeg, want zij kunnen onmogelijk verbintenissen aangaan voor een andere meerderheid. Als we de zaken doeltreffend willen organiseren, moet dat gebeuren met de ploeg die zal besturen van 2007 tot en met 2012, anders heeft het weinig zin. We hebben dat ook duidelijk gemaakt aan Voka en aan andere werkgeversorganisaties. Het is een punt dat geregeld terugkomt. We hebben nooit over een andere datum dan 2008 gecommuniceerd, samen met de motivatie daarvoor, die ik net gaf, en met de garantie dat de middelen werden ingeschreven in de meerjarenbegroting.

Mijnheer de minister, dank u voor die toelichting. Ik kan in die timing inkomen, maar het zal niet afhangen van welke meerderheid in welke gemeente zetelt. We willen een fiscaal pact met de 308 Vlaamse steden en gemeenten, waarbij alle democratische partijen worden betrokken, omdat iedereen wel ergens deel uitmaakt van een meerderheid. Het is een engagement tussen alle steden en gemeenten, maar ik neem vrede met de timing van 2008.

Alle gemeenten hebben natuurlijk de grondwettelijke bevoegdheid om belastingen te heffen. Ze hebben op dat vlak zelfs meer bevoegdheid dan het Vlaamse Gewest. Dat vergt van iedereen de discipline om niet alleen de filosofie, maar ook de inhoud van dat fiscale akkoord gestand te doen gedurende de hele gemeentelijke legislatuur.

Mijnheer de minister-president, veel investeren is een belangrijke, maar niet de enige waardemeter. Zinvol, efficiënt en doelgericht investeren zijn ook waardemeters. Ik verwijs naar de oprichting van het sociaaleconomische forum met concrete mijlpalen, monitoring en budgettaire opvolging. Duidelijke doelstellingen, duidelijke opvolging, duidelijke evaluatie en indien nodig ook kritische bijsturingen, dat klinkt ons als muziek in de oren. Dat is goed besturen.

In die lijn moet bij alle infrastructuurprojecten en projecten met PPS of alternatieve financiering continu aan opvolging en risicobeheer worden gedaan. Dit is een tweede aandachtspunt. Ook dit staat in het regeerakkoord en verdient een snelle uitvoering, onder meer in het kader van grote projecten die voor de boeg staan. Dan denk ik niet alleen aan Antwerpen.

Deze regering mag zich met recht en reden een investeringsregering noemen. Daarbij wordt ook gekozen voor alternatieve financiering op heel wat domeinen. Uiteraard zijn we voorstander van een samenwerking van de overheid en de privésector die voor beide een win-winsituatie creëert. Via dit instrument kan de Vlaamse overheid immers sneller dan gewoonlijk, dringende infrastructurele noden wegwerken zonder dat dit onze ESR-positie onder druk zet.

Ik wil daarbij drie kanttekeningen plaatsen. Ten eerste moet dit instrument de Vlaamse economie ten goede komen. Daarom moet het zo worden geconcipieerd dat ook de Vlaamse ondernemers hieraan kunnen participeren. Ik vraag hierbij specifiek aandacht voor de schaalgrootte van de projecten, de mogelijke opdeling ervan en de wederzijdse verbintenissen zodat ook voor onze KMO'ers samenwerking mogelijk wordt. Het gaat hierbij zowel over het ontwerp als de uitvoering van plannen. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat we enerzijds inzetten op de versterking en vernieuwing van ons KMO-weefsel, maar het hen anderzijds praktisch en juridisch onmogelijk maken onze partners te worden in het kader van eigen alternatieve financieringsprojecten.

Ten tweede is de grens tussen een reële publiek-private samenwerking en een zuivere debudgettering erg dun in een aantal beleidsdomeinen. Laat ons daarmee heel voorzichtig omgaan.

Ten derde ondersteunen we de vraag van de SERV om het budgettaire effect van deze alternatieve financieringsmechanismen transparant in kaart te brengen. De SERV merkt terecht op dat de budgettaire gevolgen ervan de komende jaren exponentieel zullen toenemen, met een evidente impact op de komende legislaturen, vermits het meermaals gaat om engagementen over tientallen jaren. Vanuit het goede en verantwoordelijke huisvaderprincipe zijn de vragen van de SERV naar duidelijkheid omtrent de vereiste middelen, ook na 2010, de spreiding ervan in de tijd en de hierdoor gecreëerde investeringsmogelijkheden, dan ook terecht.

Mijnheer de minister-president, een van de grootste uitdagingen is en blijft diversiteit niet te beschouwen als een louter feit of zelfs als een probleem, maar als een inherent deel van onze Vlaamse samenleving waarbij dat geen enkele rol meer speelt voor het Vlaming-zijn.

Terecht stelde u dat deze Vlaamse Regering de samenlevingsproblemen op een coherente en gewogen wijze aanpakt met een beleid van rechten en plichten, met wederzijds respect en verantwoordelijkheden en zonder simplisme of slogantaal. Dat beleid gaat segregatie duidelijk tegen en heeft het samenleven binnen de Vlaamse samenleving tot doel. De kennis van het Nederlands is daarbij de eerste sleutel. We ondersteunen dan ook ten volle het gevoerde beleid, onder meer inzake inburgering, inwerkbeleid, wooncode, enzovoort. De substantiële verhoging van de middelen voor dit beleid bewijst dat het deze regering ernst is.

De NV-A is altijd voorstander geweest van een stevig proactief inburgeringsbeleid. Wij waren uitermate tevreden dat dit werd opgenomen in het regeerakkoord. Uit de opeenvolgende Septemberverklaringen blijkt dat dit de weg is die we moeten en zullen bewandelen met deze regering, alle tegenkantingen, niet alleen van de oppositie maar ook van de andere kant van de taalgrens ten spijt.

Een volgend aandachtspunt is het woonbeleid. Het is niet abnormaal dat andere collega's daar ook al naar hebben verwezen. In elk onderzoek dat in de media wordt genoemd in het kader van de komende lokale verkiezingen wordt immers verwezen naar de woonproblematiek als een van de belangrijkste bekommernissen van de Vlaamse burger. Ons regeerakkoord stelde het ook reeds als prioriteit: een betaalbare woning voor iedereen. Volledig terecht wordt in 2007 het aantal sociale woningen significant verder uitgebouwd.

Verder is er in uitvoering van het regeerakkoord ook de budgetverhoging voor huursubsidies en installatiepremies. Er wordt ook 50 miljoen euro uitgetrokken voor een nieuw stelsel van renovatiepremies. Ook dat is een belangrijke stap vooruit. Daarnaast moet er verder werk worden gemaakt van het in het regeerakkoord aangekondigde actieve grond- en pandenbeleid, zeker nu de grond- en huizenprijzen zich op een hoog niveau lijken te stabiliseren en de hypothecaire rente opnieuw stijgt. Dit maakt het probleem alleen maar acuter. Voor velen dreigt immers een inkomensval. Ze verdienen te veel om in aanmerking te komen voor een sociale maatregel maar te weinig voor de huidige marktprijzen. Te rijk voor het ene en te arm voor het andere.

Bij het uitwerken van dit beleid zijn de nieuwe gemeentebesturen ook onze evidente partners. Zij zijn ook vragende partij. Ik verwijs onder meer naar het engagement in het regeerakkoord om samen met de gemeenten maatregelen te nemen die tegengaan dat louter om speculatieve redenen grote bouwpercelen in goedgekeurde verkavelingen in eigendom worden gehouden. Deze speculatie gebeurt niet alleen door privé-personen maar helaas ook door publieke organismen. Wat het engagement betreft om alle publieke rechtspersonen te stimuleren hun bouwgronden op de markt te brengen, heeft de overheid een voorbeeldrol te vervullen. Uiteraard moet dit beleid rekening houden met de regionale en lokale eigenheden. Dit is dan ook opgenomen in het regeerakkoord. Grondbeleid is inderdaad maatwerk. In de ruime Vlaamse Rand maar ook in andere gemeenten met hoge bouwgrond- en woningsprijzen zoals de grensgemeenten in Limburg en Antwerpen, is de nood hoog. Er moet een voorrangsbeleid worden gevoerd voor mensen met een binding met de lokale gemeenschap. Nu doen sommige gemeenten dit reeds via gemeentelijke reglementen, maar dit wordt omwille van de rechtszekerheid best decretaal onderbouwd met aangepaste sancties bij misbruik.

Verder wil de NV-A ook de vorderingen inzake het buitenlands beleid benadrukken.

Daarstraks werd daar een beetje smalend over gesproken. Maar natuurlijk zijn we een open natie met een blik op de wereld. Natuurlijk zien we daarvan graag een politieke vertaling. Mijnheer de minister-president, een eigen Vlaams buitenlands beleid is, gelukkig, al langer een missie van deze regering. Heel recent werd dan ook het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap, het Vleva, opgericht. Dit jaar zal het op volle toeren draaien. Vooral in het buitenland en wellicht ook in Vlaanderen blijkt er een Europese crisis en een vervreemding van de burger ten opzichte van Europa te zijn. Het Vleva kan hieraan verhelpen door Vlaanderen dichter bij Europa te brengen en de Vlaamse stem in Europa te laten horen. Het zal namelijk een einde maken aan de al te gemakkelijke houding van voor alles maar de schuld bij Europa te leggen of, om zoals in een humoristisch programma wordt gezegd, te stellen: ´I know nothing.´

Het zal Europa ook dichter bij de Vlaming brengen. Niet enkel de Vlaamse burger, maar ook het Vlaamse middenveld en het Vlaamse bedrijfsleven zullen spoedig optimaal op de hoogte zijn van de voordelen die Europa biedt. De nood aan een dergelijke instelling blijkt nu al. Denken we maar aan de deelname van een groot aantal vertegenwoordigers van het Vlaamse middenveld in de raad van bestuur en de algemene vergadering. De meerwaarde zal dan ook spoedig blijken.

In deze context vestigen we ook de aandacht op het feit dat Vlaanderen zich andermaal toont als een solidaire regio. Het budget voor het buitenlands beleid en de internationale samenwerking neemt toe. En we kijken daarbij ook uit naar de goedkeuring van het kaderdecreet voor de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking, wat een belangrijke stap zal zijn voor de eigen beleidsvorming.

Mijnheer de minister-president, van het buitenland gaan we terug over naar het binnenland. We blijven aandacht vragen voor het beleid dat uw regering voert ten aanzien van de Vlaamse Rand na de afspraken die daarover op 18 mei 2005 in een zeer ambitieus aanvullend regeerakkoord werden verwoord. Veel van deze punten zijn inmiddels in uitvoering of verwezenlijkt. Er gaan extra middelen naar en er is een uitbreiding van de bevoegdheid van Vlabinvest. Er werd een nieuwe rondzendbrief verstuurd ter bevestiging van de rondzendbrieven-Peeters en -Martens. Er wordt strikter opgetreden tegen de mogelijke financiële discriminatie van Vlaamse verenigingen door de gemeentebesturen. Er is een uitbreiding van de ondersteuning van de vzw De Rand enzovoort.

Andere zaken moeten nog verder uitgewerkt worden, zoals de vernederlandsing van het straatbeeld of de in het regeerakkoord voorziene bescherming en verdere versterking van de groene ruimtes rond Brussel. We verwachten dat de bevoegde ministers terzake de nodige initiatieven zullen nemen. Daarbij zullen we ook attent zijn voor cruciale dossiers voor de Rand zoals het afbakeningsproces van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel.

We moeten verder vaststellen dat dit beleid ook werkt, tot spijt van wie het benijdt. De Franstalige politici proberen er alles aan te doen om de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement het leven zuur te maken. Denken we maar aan de verwoede pogingen om de Wooncode te blokkeren. Zolang Franstalige politici uit de Rand - en helaas zij niet alleen - de ambitie blijven hebben om de taalgrens te wijzigen - een ambitie die nog altijd blijkt uit het feit dat ze blijven spreken over ´la périphérie bruxelloise´ -; zolang ze op een bijna ongelooflijk arrogante wijze de wet overtreden; zolang ze de lokale bevolking desinformeren en opjutten tegen het Vlaamse beleid, ook in het onderwijs, een beleid dat ze nog altijd afschilderen als racistisch met als uiteindelijk doel hun te verbieden Frans te praten; zolang ze daarbij alle kansen die Vlaanderen hun biedt niet nemen, zolang gemeentearbeiders voor de Vlaamse tv-camera´s vertellen welke straten ze op bevel van de burgemeester wel en welke ze niet mogen reinigen, zolang moeten we onverminderd blijven investeren in een verdere versterking van het beleid voor de eigen Vlaamse Rand.

Maar ook aan Vlaamse zijde blijven we in de fout gaan.

Mevrouw de minister, op de webstek van De Lijn las ik over de voertuigen van De Lijn die rijden 'in Vlaanderen en de Brusselse Rand' en dit dan nog zowel in het Nederlands als in het Frans. Ik heb problemen met deze terminologie. Het is de Vlaamse Rand en de voertaal is het Nederlands. Dit soort begripsverwarring is nefast voor ons eigen beleid.

Mijnheer de minister-president, u kunt uiteraard op ons rekenen om het beleid ten aanzien van de Rand de tweede helft van deze bestuursperiode voort te zetten en verder uit te bouwen. Meer zelfs, rond bepaalde dossiers zullen we het voortouw nemen.

Tot slot, mijnheer de minister-president, waarde collega's, komen we bij het institutionele. Zoals ik maandag van de voorzitter en de minister-president heb vernomen, worden de komende verkiezingen en onderhandelingen gezien als het moment van de waarheid. En daarbij moeten niet enkel federale recuperatiepogingen worden afgehouden. Ik verwijs onder meer naar de plannen met betrekking tot het zogenaamde Belgisch Instituut voor de Zee en de terechte reactie van gouverneur Breyne als voorzitter van het Vlaams Instituut voor de Zee, en aan allerhande federale initiatieven in de preventieve gezondheidszorg, wat ons bevoegdheidsterrein is.

We moeten echter ook vooruit. Volgend jaar, bij de komende onderhandelingen voor de federale regeringsvorming, is het zover. Niet enkel u, maar ook mevrouw de voorzitter verwijst hiervoor naar de in 1999 goedgekeurde Vlaamse resoluties. Uiteraard schaart de N-VA zich achter deze resoluties als basis voor deze onderhandelingen. Het is positief dat de recente onduidelijke en uiteenlopende signalen in de media dienaangaande worden ontkracht en hier, op de plaats van de waarheid, werden rechtgezet. We verwachten echter dat de partijen die hier nu deze Septemberverklaring onderschrijven, en dat in het verleden reeds deden met het Vlaams regeerakkoord, met inbegrip van de aanvulling ervan op 18 mei 2005, op federaal vlak hetzelfde standpunt innemen en zeker bij de geplande herziening van de Grondwet geen enkele voorafgaande beperking aanvaarden.

In deze moet de beeldspraak 'met de fanfare op kop' nu ook maar weer worden herleid tot wat het is, namelijk een leuke persquote. Bij onderhandelingen zijn er immers geen fanfares. Wie al eens een Engelse klopjacht heeft gezien, weet dat ze daar met de jachthoorns op kop gaan. Het resultaat is wel dat alles wat er te schieten valt, wordt geschoten. Bij onderhandelingen gelden enkel principes, doelstellingen en grenzen die men moet aanhouden en waarborgen. Dat is voor elke Vlaamse politicus de reële uitdaging.

Mijnheer de minister-president, we hebben alle vertrouwen in uw alter ego als Vlaams minister van Institutionele Hervormingen. U wordt ten volle gesteund door onze fractie. U wordt bovendien ook gesteund door belangrijke organisaties uit het economische veld zoals UNIZO en Voka. Zij berichten volmondig dat verdere stappen in de staatshervorming echt noodzakelijk zijn voor de concurrentiekracht van de Vlaamse economie en dus ook voor de boterham van de gewone Vlaming. De N-VA-fractie steunt dan ook deze Septemberverklaring en zal consequent meewerken aan de realisatie ervan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, leden van de regering, collega's, deze Septemberverklaring is zakelijk en technisch. Het is een waslijst van maatregelen en van cijfers, maar er ontbreken, behalve wanneer het gaat over de versterking van de economie, concrete voorbeelden of accenten die u in uw beleid voor het komende jaar wilt waarmaken.

Over twee weken zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Er wordt voorspeld dat het sluitstuk van de hervorming van de lokale besturen, in het bijzonder via het OCMW-decreet, dit jaar zal worden afgerond. We weten allen dat zowel het gemeentedecreet als het kiesdecreet voor bepaalde problemen hebben gezorgd. De technische fouten zorgden ervoor dat reparatiedecreten en het OCMW-minidecreet nodig waren om op 1 januari 2007 de OCMW-raden te kunnen installeren.

Veel vragen blijven hangen over de hervorming die zal worden doorgevoerd. Men zal moeten kiezen tussen een OCMW als zelfstandige instelling of een OCMW dat volledig in het gemeentebestuur wordt opgenomen. Hierop heb ik geen antwoord in uw beleidsverklaring gevonden. In het debat over het minidecreet heb ik gehoord dat daarover in de huidige meerderheid meningsverschillen bestonden. Is men daar uit?

Wij hebben bij de stemming van het minidecreet veel protest gehoord van de actoren op het terrein. Vaak gaat het om mensen die met het dagdagelijks bestuur werken. Zal er worden getracht om bij de uitwerking van het maxidecreet aan hun verwachtingen te beantwoorden? Hoe zal dit gebeuren?

U weet toch ook dat we bij de redactie van ontwerpen van decreten steeds overleggen met alle belanghebbende organisaties, in de eerste plaats met de VVSG? Ook over het minidecreet is overleg georganiseerd. Op een bepaald ogenblik hebben we ervoor gekozen om de gemeentelijke autonomie te versterken en gemeenten meer ruimte te geven om bepaalde taken gemeenschappelijk aan te pakken. Soms werd daarover vanuit het OCMW geprotesteerd, maar dat was een corporatistische, erg defensieve reactie. Dat alles is goed doorgesproken. Ook het uitgebreide OCMW-decreet zal aan het overleg worden onderworpen. Dat overleg is trouwens al bezig, zowel met de VVSG als met de OCMW's zelf. Zulke zaken worden niet vanuit een ivoren toren op het Martelaarsplein aangepakt.

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Ik hoor u graag zeggen dat alles wordt doorgesproken. Zowel in het commentaar van de betrokkenen, als in de adviezen van de Hoge Raad voor het Binnenlands Bestuur en in de opmerkingen van professoren en afdelingen van de VVSG kan men een heel ander geluid opvangen. Men kan er natuurlijk altijd een andere visie op nahouden: dat is normaal. Het is evenwel erg dat de decretale teksten onder een pak technische onvolkomenheden gebukt gingen of gaan. Een gedeelte ervan is weggewerkt. Hier en daar heeft men wat opgelapt. In die toestand is het bijgevolg terecht dat parlementsleden vragen om hieraan een degelijke bespreking te wijden en ook de nodige vrijheid opeisen om dat voorbereidende decretaal werk te mogen verbeteren. Dat laatste is echt nodig.

In dat verband heb ik een open geest. Voor de besprekingen hebben we de nodige tijd uitgetrokken, en de goede voorstellen van de oppositie zijn overgenomen. De adviezen van de adviesorganen zijn besproken toen het mini-OCMW-decreet is behandeld.

Ook vanuit de meerderheid was dat duidelijk. Men stond achter de visie zoals ze in het decreet was neergeschreven. Soms staat deze visie misschien in conflict met of is ze diametraal tegenovergesteld aan de visie van de adviesorganen, maar iedereen speelt uiteindelijk zijn rol. Het blijkt ook dat in die adviesorganen de politici er een andere mening op nahouden dan de ambtenaren die er in zetelen. Binnen die adviesorganen bestaat er inderdaad soms een conflict. Dat is niet erg, dat is democratie. Als er vanuit de oppositie goede voorstellen kwamen, hebben we daar altijd rekening mee gehouden en ze mee opgenomen in het decreet.

Christian Van Eyken

Ik dank collega Tavernier. We hebben de opmerking gemaakt dat er soms tegenstrijdige adviezen voorlagen. Ik hoop dat we voor het OCMW-decreet de nodige tijd zullen hebben om alles terdege te analyseren. Degenen die in dit halfrond meedoen aan de komende verkiezingen weten dat het gemeentelijke niveau het dichtst bij de burger staat. Dan zijn ook de maatregelen die door de regering zullen worden getroffen van groot belang voor de toekomstige bestuurders van deze gemeenten. Voor de vernieuwing is het van groot belang dat er her en der nieuwe figuren opduiken die een frisse kijk op het plaatselijke beleid zullen meebrengen. De vraag is of de regering hen voldoende ademruimte zal geven om deze innovatie door te voeren.

Zo lees ik met genoegen dat de middelen voor het Gemeentefonds zullen stijgen. Dan betekent dat ook dat de verdeelsleutel zal worden gewijzigd. Of is er alleen maar sprake van een lineaire begroting voor de gemeenten? Er is ook sprake van een fiscaal pact met de gemeenten.

Dat wordt erg specifiek. Ik heb daar op zich geen probleem mee. Het Gemeentefonds neemt toe met maar liefst 70 miljoen euro en zit voor de begroting 2007 aan een globaal bedrag van 1 miljard en 770 miljoen euro. Dat is een gigantisch bedrag. Er is nooit meer geld vanuit Vlaanderen als aanvullende financiering naar de gemeenten gegaan. Dat is op basis van de vaste groeivoet 3,5 percent. Dat betekent dat aan de verdeelsleutels niets is gewijzigd en dat het om een globale groei gaat. Het betekent ook dat de lokale besturen in Vlaanderen, alle 308 gemeenten, mijnheer Van Eyken, er financieel op vooruitgaan.

Christian Van Eyken

Het gaat dus om lineaire groei. U spreekt ook van een fiscaal pact met de gemeenten en van een differentiëring van de fiscaliteit. Deze fiscaliteit is voor de meeste gemeenten een bron van inkomsten. Het gaat om ofwel om de opcentiemen via de personenbelasting, ofwel om de opcentiemen via de onroerende voorheffing. Daarnaast zijn er allerhande plaatselijke belastingen die van de ene tot de andere gemeente variëren. Wenst de regering misschien op dit laatste punt tussen te komen om de soms wat verouderde taksen af te schaffen? Ik lees daarop ook geen antwoord in de verklaring.

We weten allemaal dat het sluitend maken van een begroting niet altijd een eenvoudige klus is. Als we maatregelen nemen, mogen we niet vergeten dat de inkomsten die men aan de ene kant afschaft, waarschijnlijk ergens anders worden gerecupereerd.

We hebben hier al geantwoord op de vraag van collega Van Dijck. Voor de begroting 2008, de meerjarenbegroting, was er 250 miljoen ingeschreven. In 2009 loopt dat op tot 100 miljoen euro. Dat is dan recurrent. Dat betekent dat als we afspraken maken met de gemeenten om een aantal bedrijfsonvriendelijke belastingen af te schaffen, er vanuit de Vlaamse Regering een compensatie tegenover staat. Zoals gezegd, maken we die afspraken met de nieuwe gemeentebesturen omdat het weinig functioneel is om dat met de afscheidnemende colleges te doen. Dat vergt van de lokale besturen discipline want zij hebben de grondwetgevende bevoegdheid om belastingen te heffen. Dat betekent dat, als je geld krijgt, je de discipline moet opbrengen om niet opnieuw te nemen want dan gaat het feestje niet door. Dan zullen we onze middelen ook terugvragen.

Gemeenten en bedrijven hebben een gemeenschappelijk belang, namelijk het creëren van tewerkstelling en economische activiteit op het grondgebied en ze kunnen daar allebei beter van worden.

Christian Van Eyken

Ik zou hier het voorbeeld willen geven van sommige fiscaal gunstige maatregelen die door de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden genomen en die de inkomstenvermindering van de gemeenten teweegbracht. Voor de belastingbetaler wordt dat eigenlijk als een nuloperatie beschouwd, want de gemeenten hadden door een gebrek aan ontvangsten gecompenseerd met een verhoging.

De gemeenten hebben het gebrek aan ontvangsten door middel van een verhoging van de opcentiemen gecompenseerd. Dit lijkt me een vestzak-broekzakoperatie waar de burger niet altijd beter van wordt.

Mijnheer Van Eyken, waar denkt u dan concreet aan?

Christian Van Eyken

Ik denk aan de belastingvermindering van de federale overheid. Ik heb het niet over de maatregelen van de Vlaamse Regering. Ten gevolge van de vermindering van de federale belastingdruk zijn gemeentelijke inkomsten gedaald. Veel gemeenten hebben hun opcentiemen verhoogd. Slechts een achttal van de 308 gemeenten hebben hier niet aan geraakt. Dit is hier daarstraks trouwens al ter sprake gekomen.

Mijnheer Van Eyken, u moet de zaken correct omschrijven. Het gaat hier om een fractie. De gemeenten heffen opcentiemen. Het gaat hier met andere woorden om een percentage. De gederfde inkomsten van de gemeenten bedragen een fractie van het grote voordeel dat de burger heeft genoten. U moet dit erbij vermelden. Soms wordt gesuggereerd dat dit volledig moet worden gecompenseerd. De gemeentelijke opcentiemen bedragen in verhouding slechts een klein gedeelte van de belastingen. Het gaat hier in feite slechts om een tiende.

Ik zou hieraan willen toevoegen dat het hier om opcentiemen gaat en dat we percenten nooit met centen mogen vergelijken. Als het volume van de door de overheid opgelegde belastingen daalt, is het logisch dat de gemeenten hun percenten moeten aanpassen om evenveel centen te ontvangen. In feite gaat het niet om een belastingverhoging. De nominale waarde van het geïnde bedrag blijft eigenlijk hetzelfde.

Christian Van Eyken

We weten dat de investeringen op het gebied van de waterzuivering zeer belangrijk zijn. In de Septemberverklaring vind ik weinig terug over de manier waarop dit op lokaal niveau te werk zal gaan. Het verheugt me dat bijkomende middelen voor de waterzuiveringsstations worden vrijgemaakt. Ik vraag me evenwel af hoe het Vlaamse Gewest de gemeenten zal bijstaan om hun lokale netten te verwezenlijken en om een volledige waterzuivering tot stand te brengen. We zitten immers nog met een aantal missing links. Jaar na jaar blijven de projecten aanslepen en op wachtlijsten staan. De Vlaamse Regering stelt dat de bijkomende middelen Vlaanderen in staat zullen stellen om op korte termijn aan de Europese verplichtingen inzake waterzuivering in de agglomeraties te voldoen. Wat betekent dit concreet op korte termijn? Betekent dit dat alle bovenbouwwerken zullen worden uitgevoerd, dat het volledig netwerk tot stand zal worden gebracht en dat elke individuele gebruiker aan een waterzuiveringsstation zal worden verbonden? Welke concrete stimulansen worden de gemeenten geboden om deze doelstelling te bereiken?

Tot slot wil ik nog iets zeggen over de geluidshinder van de luchthaven Brussel-Nationaal en de onderhandelingen met de andere regeringen. De inwoners rondom de luchthaven blijven wakker liggen van het lawaai, maar de Septemberverklaring zegt hier niets over. We beschikken over veel, vaak bemoedigende cijfers. We krijgen echter weinig antwoorden.

De voorzitter

De heer Lauwers heeft het woord.

Herman Lauwers

Mevrouw de voorzitter, ik wil hier namens spirit nog een korte toespraak houden. Na de staatshervorming van 1988 heeft Hugo Schiltz me gezegd dat we allemaal moesten beseffen dat de Vlaamse Regering voortaan meer dan een regering van subsidies moest zijn en ook economische investeringen zou moeten doen. Hij heeft die bekommernis later nog vaak geuit. Hij vond dat we de volgende generatie een versleten en ontoereikende infrastructuur doorgaven. Dit is uiteindelijk een goede benadering. De vraag blijft wat we aan de volgende generatie doorgeven.

Het is belangrijk dat we een economische infrastructuur doorgeven. Spoorwegen, waterwegen en havens moeten een antwoord bieden op de toenemende verkeersvraag. Door middel van een verhoging van het budget voor wetenschap en innovatie moeten we de bedrijven in de richting van kennisintensieve producten oriënteren.

Daarover gaat het eerste gedeelte van de regeringsverklaring.

Het is ook belangrijk om te voorzien in een ecologische infrastructuur voor de komende generatie. We moeten ervoor zorgen dat er voldoende natuurgebieden zijn, dat de waterzuivering met een hogere graad van aansluiting dan vandaag - we zitten nu op 62 percent - wordt verzorgd, dat de uitstoot van CO2 verlaagd is enzovoort. Daarover gaat het derde gedeelte van de Vlaamse regeringsverklaring.

Het middengedeelte - in een triptiek is dat meestal ook het belangrijkste gedeelte - handelt over het soort samenleving dat we doorgeven aan die volgende generatie. Zal er binnen 15 jaar een generatie van 20-plussers zijn die met die infrastructuur verder kwaliteitsvolle welvaart voor Vlaanderen kan creëren? Wel, ik denk dat men daar volmondig 'ja' op kan antwoorden, ongetwijfeld. Ik heb veel vertrouwen in een groot deel van de jeugd. We hebben een zeer degelijk onderwijs, dat hen daarop voorbereidt. Ik denk dat men volmondig 'ja' mag antwoorden, maar met een 'maar'.

Ik ben namelijk wel een beetje bezorgd over een dreigend groter wordende kloof tussen de jongeren die mee zijn en wie onderweg zal afhaken. Ik ben dan vooral bezorgd over de groeiende agressiviteit bij die afhakers. De gebeurtenissen van dit voorjaar zijn daarvan een indicatie geweest. Zo hoor ik ook leerkrachten van sommige - ik zeg niet alle - beroepsscholen, vooral uit hardere richtingen als lassen, hout en autotechniek en vooral uit het deeltijds beroepsonderwijs, hallucinante verhalen vertellen over de onderlinge agressie bij jongeren, over de totale desinteresse en verveling en over de afwezigheid van elk normbesef bij een groot deel van de jongeren. Ik hoor dat er in bepaalde scholen klassen zijn die volledig bestaan uit jongeren die al verschillende malen in aanraking zijn gekomen met de politie en met de bijzondere jeugdzorg en die broeihaarden van agressiviteit vormen.

Dat is een rauwe werkelijkheid die gelukkig slechts opgaat voor een klein deel van de jongeren, maar wel voor een groeiend deel. Het is in sommige scholen, denk ik, veel erger dan wij, dan de minister, dan het departement en dan de nethoofden zich voorstellen. Natuurlijk zal dat nog sterker het geval zijn in scholen met veel allochtonen, met 'gevechten' tussen migranten onderling, tussen de Noord-Afrikanen en de zwarte Afrikanen, tussen autochtonen en Oost-Europeanen, of tussen de vluchtelingen en de derdegeneratiemigranten.

Ook sommige zogenaamd witte scholen zitten echter in de bezemwagen van hun regio omdat ze alle leerlingen moeten inschrijven die in andere scholen worden geweigerd of zijn buitengezet. Die leerkrachten zeggen mij toch allemaal dat het erger wordt dan 15 jaar geleden. De CLB's kunnen die jongeren niet aan. De leerlingenbegeleiders moeten dweilen met de kraan open of zijn niet voldoende opgeleid. Voor de crisishulp van de bijzondere jeugdzorg zijn er wachtlijsten. Dat is natuurlijk een tegenspraak van jewelste: wachtlijsten voor crisisopvang! Bovendien is het dan dikwijls al te laat.

Ik ben van mening, collega's, dat die welzijnshulp niet buiten maar in de school aanwezig zou moeten zijn, in die bewuste scholen tenminste. Ik denk dat voor die groep van jongeren de welzijnssector en alle mogelijke instellingen - want we hebben wel allerlei instellingen - veel te veel werken in propere kantoortjes met consultatie-uren en veel te weinig op straat, veel te weinig mee met de wijkagent, veel te weinig in die scholen. Ik herhaal dat het niet alleen gaat over allochtone scholen maar dat dit ook geldt voor scholen met veel leerlingen uit autochtone lagere sociale klassen.

Ik ben geen doemdenker, en ik heb een groot geloof in de kracht van het jeugdwerk en in de wil van het onderwijs om meer te doen dan alleen maar lesgeven, namelijk ook opvoeden. Ik ben echter bevreesd dat een te grote groep jonge Vlamingen en allochtonen opgroeit in ontwrichte gezinnen, die niet meer meekunnen met die snelle evoluties van de samenleving. Ik vrees voor die groep die niets anders gezien heeft dan werkloosheidsvergoeding, ziekenkas en zwartwerk. Bovendein worden deze jongeren in hun wijk dan nog eens - meer dan anderen - geconfronteerd met vreemde talen, vreemde culturen, vreemde gewoonten en onderlinge rivaliteit.

In de onderbuik van Vlaanderen rommelt een nog nauwelijks ingehouden agressiviteit van have-nots, zowel bij autochtonen als allochtonen.

Mijnheer de minister-president, de verklaring van de Vlaamse Regering dat diversiteit geen keuze is maar een feit, onderschrijf ik volledig en is juist. De passage die stelt dat de keuze die we hebben, ligt in het antwoord op de vraag of we deze diversiteit, die overigens een economische troef kan zijn, willen beleven in dialoog of in confrontatie. Dat is de keuze die we moeten maken.

Collega's, mijnheer de minister, ik onderschrijf dit volledig, maar we moeten wel beseffen dat dit de taal is van ministers en parlementsleden, die allemaal uit het ASO komen en veel kansen hebben gekregen in het leven. Maar het draagvlak voor een goed en goedmenend beleid daalt, omdat het onbehagen stijgt, ook bij goedmenende leerkrachten, goedmenende welzijnswerkers, goedmenende politiemensen en goedmenende burgers.

Collega's, ik denk dat we te veel verwachten van de individuele inburgering alleen. Het is ontzettend belangrijk, maar vooral gericht op nieuwkomers. We doen nog te weinig om de interculturele dialoog op het terrein waar te maken, in de steden, gemeenten en wijken. We hebben zeker geen nood aan nog meer overlegplatforms op Vlaams niveau, we hebben wel nood aan meer geld en deskundigheid ter plaatse. Dat is de enige, maar wel zeer dwingende boodschap die spirit in dit debat wil inbrengen.

Mijnheer de minister-president, we mogen ons voor een diversiteitsbeleid niet blindstaren op de goede resultaten van inburgering, op rolmodellen, voorbeeldfuncties en geslaagde leerlingen. Die moeten er zijn en hoe meer hoe liever, maar er tikt een tijdbom in de lagere sociaaleconomische groepen van de jeugd. Daarom denk ik dat we twee algemene principes goed in het oog moeten houden, als aanbeveling aan de Vlaamse Regering.

Voor sommige scholen is het echt zo dat de GOK-uren en de leerlingenbegeleiders niet volstaan en dat ze nood hebben aan professionele welzijnswerkers, in de school zelf en niet aan de andere kant van de stad of in de buurgemeente, voor crisisopvang, opvoedingsondersteuning, conflictbegeleiding, incestdetectie enzovoort. Die interventie moet onmiddellijk en ter plaatse kunnen gebeuren. Dat overstijgt de competentie en de rol van de leerkrachten in die scholen.

Mijnheer de minister, naast de inburgering is er nood aan een interculturele actie op het terrein, in de wijken, gemeenten en steden. De interculturele dialoog moet daar gebeuren, in die gebieden waar de kans op confrontatie het grootst is. Ik weet dat er in Vlaanderen hier en daar al initiatieven zijn, onder meer met de federaal betaalde straathoekwerkers, maar dat is onvoldoende en niet systematisch.

Mijnheer de minister-president, als we aan de volgende generaties een samenleving willen doorgeven met minder agressie en meer interculturele samenhang, moeten we op dat vlak een tandje bijsteken. Dat is de belangrijkste aanvulling die we vanuit spirit willen maken op uw regeringsverklaring. We zullen die regeringsverklaring overigens met overtuiging goedkeuren. (Applaus)

Ingekomen stukken en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.