U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 5 juli 2006, 14.52u

van Marie-Rose Morel aan minister Frank Vandenbroucke
338 (2005-2006)
De voorzitter

Mevrouw Morel heeft het woord.

Marie-Rose Morel

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in oktober 2004 stelde ik u een vraag over de inpassing van de lerarenopleiding in het structuurdecreet. U antwoordde dat u op vrij korte termijn de belangrijkste actoren wilde zien en voorstellen wilde uitwerken voor de overblijvende knelpunten. Op 13 december 2004 lazen we in de conceptnota dat de vernieuwde lerarenopleiding op 1 september 2006 van start zou gaan.

Op 28 februari 2005 werd op vraag van sommige commissieleden de lerarenopleiding uit de bespreking van de beleidsnota gelicht, met de afspraak ze afzonderlijk te bespreken. Ze was daar uiteraard belangrijk genoeg voor. Van de belofte om een hoorzitting te houden, kwam tot op heden niets in huis. U garandeerde toen ook dat het voorontwerp van decreet voor het zomerreces van 2005 door de Vlaamse Regering zou worden goedgekeurd. De tekst kon dan nadien het gewone traject doorlopen met de bedoeling om het ontwerp heel rustig in de commissie te kunnen bespreken om dan op 1 september 2006 in werking te treden.

Uiteindelijk passeerde het voorontwerp in de Vlaamse Regering pas op 13 januari 2006 en het eigenlijke ontwerp op 30 juni jongstleden. We kregen van u destijds ook een mooie kleurenplanning die ik heb bijgehouden. Daarop staat te lezen dat het decreet van de lerarenopleiding voor het reces van 2006 in het parlement moest zijn besproken en dat het in voege zou treden op 1 september 2006.

In januari 2006 kregen we het voorontwerp van decreet waarin te lezen staat dat plots niet meer 1 september 2006 maar wel 1 september 2007 naar voren wordt geschoven als datum van inwerkintreding. Er stonden wel enkele uitzonderingen bij, zoals hoofdstuk vier dat handelt over de mentoren. Op 13 januari 2006 lanceerde u een persbericht waarin stond dat dit onderdeel van het ontwerp van decreet wel tijdig in voege zou treden. Op 30 juni 2006 werd het ontwerp van decreet goedgekeurd door de ministerraad en doorgestuurd naar de commissieleden.

Tot onze verbazing lezen we daarin dat nu ook de invoering van het mentorschap met een jaar wordt uitgesteld, en dit in tegenstelling tot de versie van januari. Ik heb hier echter een probleem. Dezelfde dag verzenden uw administratieve medewerkers een persbericht waarin, in tegenstrijd met het ontwerp van decreet, staat dat vanaf volgend schooljaar de stages met mentoren voor de studenten zullen plaatsvinden en dat vanaf 1 september 2007 de lerarenopleiding zelf grondig zal worden hervormd. Ik kan niet meer volgen en hoop dat dit een vergissing is.

Ik baseer me op de tekst van het decreet, want ik veronderstel dat het correcter is dan het persbericht. (Opmerkingen van minister Vandenbroucke)

Dat persbericht is de 30ste verstuurd. Daarin staat dit: 'Vanaf volgend schooljaar worden alle stages van studenten lerarenopleiding begeleid door mentoren. Vanaf 1 september 2007 worden de lerarenopleidingen zelf hervormd.' Ik mag daaruit toch afleiden dat de tekst met 'volgend schooljaar' het schooljaar 2006-2007 bedoelt? Kunt u daarover klaarheid scheppen?

Praktisch gesproken, lijkt september 2007 de enige optie, want het volgende schooljaar is niet meer haalbaar - tenzij er nog wijzigingen aan de kalender zouden worden aangebracht. Aangezien ik in mijn toestand niet meer aan verre reizen toekom, sta ik deze zomer ter beschikking van de minister, als dat mocht nodig zijn.

Deze verdaging zouden we als positief kunnen ervaren als we met zekerheid zouden weten dat dit tot een grondige discussie in de commissie zou leiden. Mijn ervaring als parlementslid en na wat er hier vanmorgen is gebeurd, leert me dat uitstel niet altijd een garantie is voor grondigheid. Ik vind dat het een voorbeeld is van slechte timing en slechte planning. Twee jaar lang heeft men het werkveld voorgehouden dat 1 september de datum wordt; zes maanden voor die datum wordt er een jaartje bijgedaan, op enkele uitzonderingen na; ten slotte wordt, twee maanden voor de inwerkingtreding van het mentorschap, ook daar een jaartje bijgeteld. Ik kan dat moeilijk een toonbeeld van goed bestuur noemen. We staan met die kritiek trouwens niet alleen, want vorige week heeft de heer Tavernier nog op deze tribune daar een aantal opmerkingen over gemaakt.

Inhoudelijk rekenen we op een grondige bespreking in de commissie. We zijn het er beiden over eens dat dit een zeer belangrijk dossier is. We hopen dat we een kans krijgen om hierover te debatteren. Hier wil ik mijn vragen beperken tot de timing en de planning. Elke student weet dat timing en planning belangrijk zijn. Een student kan niet met een gerust gemoed naar een examen toewerken als men niet weet of men de hele leerstof kan doornemen. Als professor weet u zeer goed dat men een examen één keer kan verdagen of overdoen, en dan noemt men dat een tweede zit. Maar als dat een tweede keer gebeurt, dan noemt men dat een bisjaar, en daar zijn de ouders minder gelukkig mee.

Onze vragen zijn zeker geen vakantievragen, om de woorden van de commissievoorzitter te gebruiken. Ze zijn ingegeven door oprechte bezorgdheid over de praktische uitwerking en de inwerkingtreding van dit zo belangrijke decreet. Het Vlaams Belang wil in elk geval vermijden dat ten gevolge van de steeds opschuivende timing dit zo belangrijke decreet eind 2007 met hoogdringendheid door dit parlement wordt gejaagd.

Ik wil de minister een reeks concrete vragen voorleggen. Een: weten de betrokken actoren reeds dat de activering van de mentoren een jaar is uitgesteld? Als men enkel het persbericht heeft verstuurd, dan is er een probleem. Hoe zijn ze op de hoogte gebracht? Of moet dat nog gebeuren? Twee: heeft de vertraging gevolgen op Europees niveau? Of werd er destijds met de andere ministers van Onderwijs op Europees niveau geen deadline afgesproken? Drie: wanneer krijgen we een mooi gekleurde planning van de voortgang van het dossier, zodat we weten wanneer de zaak hier in het parlement kan worden behandeld? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, ik wil beginnen met het vermelden van het belangrijkste feit: op 30 juni, vorige week dus, heeft de Vlaamse Regering het ontwerp van decreet lerarenleiding goedgekeurd met het oog op de inleiding ervan in het Vlaams Parlement. De nieuwe regeling zal volledig in werking treden bij het begin van het academiejaar 2007-2008, met uitzondering van enkele financiële bepalingen die al eerder in werking zullen treden.

Ik vind het een beetje verwonderlijk dat mevrouw Morel nu plotseling vaststelt dat er iets is gebeurd met de datum van de inwerkingtreding sinds haar vraag van oktober 2004. Toen ik begon als minister van Onderwijs had ik de intentie om sneller te gaan. Ik heb toen vastgesteld dat er heel veel discussie over was en heb veel tijd besteed aan grondige gesprekken met alle betrokken actoren uit het veld. Vanaf het eerste document dat erover werd gepubliceerd, heb ik duidelijk gemaakt dat we de initiële datum niet zouden halen en dat dit ook niet wenselijk was.

De tekst van het ontwerp die op 13 januari 2006 door de Vlaamse Regering voor de eerste keer principieel is goedgekeurd, had als inwerkingtredingdatum het academiejaar 2007-2008. Dat is sinds het begin van dit jaar heel duidelijk. Maar het is al duidelijk dat ik de timing had bijgesteld sinds u mij daarover in oktober 2004 hebt ondervraagd. We hebben in al onze documenten die datum duidelijk vooropgesteld, en zeker vanaf 13 januari 2006. De instellingen, zowel de hogeschool, de universiteiten als de centra voor volwassenenonderwijs zijn systematisch op de hoogte gebracht van elke wijziging tijdens het legistieke proces, zowel wat betreft de adviezen, de onderhandelingen als de werkgroepen via de website, attenderingsmails en via de postbus.

Ook over de uitvoering van een deel van het decreet, namelijk de mentoruren, is gecommuniceerd via dezelfde kanalen. Eerstdaags wordt trouwens het pakket mentoruren meegedeeld dat over de scholen wordt verdeeld. Ik kan mij dus niet voorstellen dat de instellingen niet op de hoogte zouden zijn van de nieuwe regelgeving. Ik denk dat we ook geen overbruggingsmaatregelen moeten nemen. Het gaat over een beleid dat zorgvuldig overlegd en gepland is. Het heeft inderdaad meer tijd in beslag genomen dan ik oorspronkelijk in 2004 dacht. Het spreekwoord 'Haast en spoed is zelden goed' was hier zeker op zijn plaats. Er moet nog grondig worden over gesproken. Het zal in het academiejaar 2007-2008 volledig worden uitgevoerd. We beginnen nu al met de mentoruren over de scholen te verdelen. De scholen worden over die verdeling ingelicht.

Marie-Rose Morel

Ik heb nog wat bedenkingen. U stelt dat het vanaf het begin duidelijk was, vanaf de eerste documenten. In de conceptnota stond het nog anders vermeld, maar vanaf januari 2006 is het duidelijk dat het 2007 zal worden, met uitzondering van sommige artikelen. U stelt dat u al van in 2004 duidelijk hebt gemaakt dat het tijdspad niet zou worden gehaald en dat het wel 2007 kon worden.

Minister Frank Vandenbroucke

In tegenstelling tot wat ik in oktober 2004 heb gezegd, heb ik nadien het tijdspad vertraagd.

Marie-Rose Morel

Ik heb in juni 2005 daarover nog een vraag gesteld. Toen sprak u nog van 1 september 2006.

Minister Frank Vandenbroucke

Ik heb het tijdspad daarna nog aangepast.

Marie-Rose Morel

Dan spreken we van de zomer 2005. Wij hebben vastgesteld dat het in januari 2006 was aangepast. Dat was ook geen enkel probleem, maar hadden wel vragen bij de teksten die we afgelopen vrijdag hebben ontvangen. Het vierde hoofdstuk is daar ook plots naar achteren verschoven. Ik hoor u nu zeggen dat de mentoruren wel al worden verdeeld. In het decreet staat nu ook voor de mentoruren 2007.

Minister Frank Vandenbroucke

Wij nemen al een eerste stap via een andere procedure en verdelen de mentoruren. Ik kan u de juiste referentie doorgeven. Wij hebben voor de mentoruren een regelgeving getroffen buiten het decreet om.

Marie-Rose Morel

In het decreet staat wel letterlijk 2007.

Minister Frank Vandenbroucke

Dat belet ons niet om eerder al iets over de scholen te verdelen. De scholen weten dat perfect.

Marie-Rose Morel

Dan komen we wel terug in de discussie van deze voormiddag terecht. We lopen misschien voorop op de feiten. Het is wel jammer dat het decreet een jaar na datum zal worden bekrachtigd.

Minister Frank Vandenbroucke

Ik vind dat niet. Ik vond het beter te stellen dat we de datum niet zouden halen en het een jaar op te schuiven. De afspraak over de mentoruren is ontstaan in het kader van het sociale overleg.

Op dat vlak lopen we vooruit op de zaken. Niets verhindert ons dit te doen. Het is zelfs goed voor de scholen dat we dit doen.

Marie-Rose Morel

Eigenlijk heeft dit veel te maken met de discussie die we hier deze ochtend hebben gevoerd. Hoewel niets deze werkwijze verhindert, lijkt ze me niet echt normaal.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.