U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Lobel heeft het woord.

Hilde De Lobel

Mijnheer de minister, de campagne om vreemdelingen uit niet-EU-landen aan te zetten om zich te laten registreren als kiezer voor de verkiezingen van 8 oktober is in de meeste gemeenten in volle gang, maar is doorgaans niet echt een succes te noemen.

In Antwerpen zou, volgens het Rijksregister, nog geen enkele vreemdeling uit een niet-Europees land zijn ingeschreven. Dat zal allicht komen door een gebrek aan goede informatie, want de stad Antwerpen had het gisteren over 721 inschrijvingen van vreemdelingen uit niet-EU-landen.

Als we zien dat de stedelijke integratiedienst een forse sensibiliseringscampagne voert en een aantal organisaties uit het middenveld een stemkaravaan hebben opgezet, die trouwens fikse steun krijgt van de stedelijke diensten, is 700 op een totaal van 14.000 echt niet om over naar huis te schrijven. De cijfers illustreren, veel meer dan alle retoriek van enkele jaren geleden, wat de werkelijke aandacht voor deze verkiezingen is bij de allochtone gemeenschap.

In Antwerpen hebben een aantal districten besloten om nog wat zeilen bij te zetten. In Berchem starten deze week een aantal info-avonden, met assistentie van tolken Turks, Berbers, Arabisch, Engels en Frans.

Om als niet-Europese burger aan de verkiezingen te kunnen deelnemen, moet men minstens vijf jaar onafgebroken in het land gevestigd zijn. Maar desondanks blijkt de kennis van het Nederlands bij een aantal van die mensen zo miniem te zijn, waardoor men voor de uitleg van de stemprocedure, wat toch echt geen academische uiteenzetting is, nog altijd een beroep moet doen op tolken. Mijnheer de minister, dat is volgens mij totaal in tegenstrijd met alle integratiegedachten, -retoriek en -inspanningen waarover hier altijd wordt gesproken.

Men zou toch mogen verwachten dat mensen die hier minstens vijf jaar wonen en hun lokaal bestuur gaan beoordelen, dat onafhankelijk en zelfstandig kunnen doen en in staat zijn om minstens een lokale krant te lezen en een radio- of tv-nieuws te volgen in de taal van het land. Op die manier kunnen ze zelf een mening vormen en moeten ze niet stemmen zoals hun wordt voorgekauwd door een tussenpersoon.

Ik vraag me ook af wat men in de stemhokjes gaat doen met al die mensen die zo weinig Nederlands kennen. Gaat men in tolken voorzien of op de stemcomputers de mogelijkheid inbouwen om naar een andere taal over te schakelen?

Er is al zo veel gewijzigd aan de kieswetgeving. Mijnheer de minister, gaat u artikel 37 van de gemeentekieswet, dat de voorwaarden bepaalt waarop iemand mag assisteren en meegaan in het stemhokje, uitbreiden? Een Antwerpse krant noemde dat gisteren nieuwe taalfaciliteiten.

Mijnheer de minister, we weten dat u niet direct voorstander bent van veel nieuwe taalfaciliteiten. In de faciliteitengemeenten moeten de Franstaligen zelf het initiatief nemen om in hun eigen taal bediend te worden. Gaan we dat in Vlaanderen voor mensen uit niet-Europese landen omdraaien en de gemeenten de eerste stap laten zetten?

Mijnheer de minister, hoe ver mogen gemeenten en in dit geval districten gaan om Nederlandsonkundigen − soms tegen beter weten in en in elk geval zonder veel integratiebereidheid − bijna bij de haren naar het stemhokje te sleuren? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, mevrouw De Lobel, tot en met 31 juli kunnen EU-burgers en niet-EU-burgers zich nog laten registreren als gemeentekiezer. De afspraak is dat tussentijdse registraties door de lokale besturen zouden worden doorgegeven aan het Rijksregister. Dat gebeurt op dit ogenblik vrij behoorlijk. Vanuit Antwerpen is dat nog niet gebeurd, maar dat zou op korte termijn geschieden.

Ik heb ondertussen wel de voorlopige cijfers en die zijn einde vorige week in de stad aan de stroom afgeklokt op 1792 geregistreerde kiezers, van wie 858 niet-EU-burgers en 934 EU-burgers.

Op uw casus kan ik geen antwoord geven, niet omdat ik dat niet wil of niet durf, maar omdat ik me moet houden aan de wetgeving. Als minister bevoegd voor het Binnenlands Bestuur, voer ik louter een klachtentoezicht, nooit een toezicht op voorhand. We hebben dat zo gewild. We zijn allemaal voor de lokale autonomie. Opportuniteitstoetsingen moeten gebeuren door het lokale niveau, bijvoorbeeld door de gemeenteraad. Als er mensen zeggen dat er wetgeving met voeten wordt getreden, dan moet men de geëigende procedure volgen. Men moet dus geen klacht indienen via het vragenuurtje in het Vlaams Parlement, maar wel via de diensten van de gouverneur, met een gestoffeerd dossier. Die zal nagaan of er al dan niet wetgeving is overtreden.

Als een openbaar bestuur optreedt, is de leidraad altijd de bestuurstaalwetgeving die dateert van 1966. Nederlands is de voertaal. Maar de Vaste Commissie voor Taaltoezicht laat hierop ruimte bijvoorbeeld wanneer het gaat over het minderhedenbeleid. Je kunt onmogelijk oordelen uitspreken, mensen vrijpleiten of veroordelen, op basis van de inhoud van een krantenbericht. Dat geeft alleen iets aan. De wettigheidstoets moet gebeuren door de geëigende kanalen, in dit geval de diensten van de gouverneur van Antwerpen, als men een gestoffeerd dossier als klacht zou indienen en als er een overtreding is van de wetgeving.

Er kan geen enkel misverstand bestaan over het gebruik van de taal op stembrieven, computerschermen en aanduidingen in de stemlokalen. Die kan alleen maar het Nederlands zijn.

Hilde De Lobel

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. U verwijst weer eens naar de klachtenprocedure. Ik kan u verzekeren dat er al een klacht is ingediend bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. U bent uw antwoord begonnen met erop te drukken dat tot 31 juli de procedure loopt. Tot dan kan de campagne lopen. Als men dan nu een klacht indient, zal die waarschijnlijk tot bij u geraken wanneer 31 juli voorbij is.

Ik had graag van u een politiek antwoord gekregen of u een dergelijke manier van doen normaal vindt.

Mevrouw, men mag bij een klachtentoezicht nooit antwoorden op hypothetische vragen. Dat is unfair, zo is een rechtsstaat niet opgebouwd. Wanneer er daden worden gesteld waarvan er mensen denken dat die een overtreding zijn van bestaande wetgeving, bestaan daar de geëigende kanalen voor, in dezen de diensten van de gouverneur. Dan worden die zaken altijd met bekwame spoed, op korte termijn dus, afgehandeld. Men kan me geen voorbeelden geven dat we onze verantwoordelijkheid niet zouden nemen. De regels moeten worden toegepast. U staat er zelf op dat anderen dat doen, dan moet de overheid dat ook doen als die met klachten wordt geconfronteerd. We hebben nu eenmaal geen ander toezicht dan het klachtentoezicht, we hebben geen toezicht a priori. Ik sta daar achter. Ik ben een pleitbezorger van de lokale autonomie, ook van die van de stad Antwerpen. Pas als er fouten zouden worden gemaakt, moet er worden opgetreden.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Actualiteitsdebat over de krijtlijnen voor de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.