U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Stevens heeft het woord.

Helga Stevens

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, het Globaal Actieplan Bijzondere Jeugdzorg was nog maar pas voorgesteld toen we werden geconfronteerd met wekelijkse stakingen in de gemeenschapsinstelling 'De Zande', met een vestiging voor jongens in Beernem en een voor meisjes in Ruislede.

De reden van de staking ligt bij de onterechte plaatsing van een bepaalde categorie jongeren. Het gaat om jongeren met psychiatrische problemen, vaak in combinatie met delinquentie of verslaving die in deze instellingen werden gedumpt. Deze jongeren hebben een specifieke, gespecialiseerde, meer individuele aanpak en begeleiding nodig. Momenteel worden ze gedumpt in instellingen van de Vlaamse Gemeenschap. Dat werkt in het nadeel van zowel deze categorie als van de jongeren die er al geplaatst waren. De instellingen kunnen deze speciale groep niet aan.

Ik citeer uit de krant De Morgen. 'In de psychiatrie is vaak in drie verzorgers voorzien per patiënt. Wij moeten het met twee personeelsleden per tien meisjes doen. Als daar een paar moeilijke gevallen tussen zitten, hebben wij de boel niet meer onder controle. Alle aandacht gaat naar hen, terwijl de anderen in de kou blijven staan. Bovendien zitten die meisjes hier vaak voor langere periodes aangezien er elders voor hen geen plaats is.'

Mevrouw de minister, u hebt dit probleem erkend. Blijkbaar is het opnieuw een hot item. Vlaanderen heeft op dit moment de mogelijkheden om in vijftien extra plaatsen in de gewone psychiatrie te voorzien. Ik zal dat aanvullen met een citaat.

'Om die in te vullen zijn volgens minister Vervotte wel eerst initiatiefnemers nodig. Mevrouw Vervotte wil die zeven bedden inzetten voor forensische kinderpsychiatrie. Daarvoor zijn een akkoord en bijkomende middelen nodig van minister Demotte. De acht andere bedden wil minister Vervotte inzetten voor jongeren met een dubbele diagnose. Volgens haar moeten die komen in het centrum dat vandaag al die problematiek bij volwassenen behandelt. Volgens haar bestaat er een voorstel tot samenwerkingsakkoord met minister Demotte en Onkelinx.'

We worden hier opnieuw geconfronteerd met de onduidelijke bevoegdheidsverdeling tussen Vlaanderen en de federale overheid. U moet weten dat psychiatrische hulpverlening een federale bevoegdheid is, maar de jongeren met psychische problemen komen terecht in een Vlaamse instellingen. Degelijke communicatie, duidelijke afspraken en goede samenwerking zijn nodig. Minister Vervotte verwees al terecht naar de federale overheid voor een structurele oplossing.

Mevrouw de minister, hebt u al overleg gehad met de federale ministers Demotte en Onkelinx? Hebt u overleg gehad met uw collega van de Franse Gemeenschap, minister Fonck? Ik heb begrepen dat er een samenwerkingsakkoord komt. Welke afspraken komen daar in te staan? Hoe zal dit verder verlopen?

U kondigde in de pers vijftien extra bedden aan: zeven voor jongeren met psychiatrische problemen die ook een misdrijf pleegden en acht voor jongeren met psychiatrische problemen en een drugsverslaving. In hoeverre hebt u hiervoor medewerking nodig van de federale overheid? Hoe zal dat verder verlopen?

Zijn er in afwachting van deze oplossing tijdelijke noodmaatregelen mogelijk, zowel voor de instelling De Zande als voor de betrokken jongeren? We mogen die jongeren niet in de steek laten.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, ik wil twee citaten voorlezen over dit probleem uit De Morgen van vandaag. Professor forensische psychiatrie Vermeiren stelt het scherp: 'Zelfmoordgedrag is ontzettend hoog bij zulke meisjes. 70 percent van hen heeft seksueel misbruik ondergaan. Hier moet dringend een ernstig debat over worden gevoerd, opdat gepaste hulp kan worden geboden.'

Het tweede citaat gaat zo: 'Het risico op zelfmoord lag bij meisjes in Beernem drie tot zeven keer hoger dan bij de algemene bevolking. Ook al komt delinquentie zelf minder voor bij meisjes dan bij jongens, bij meisjes die vanwege gedragsproblemen of delinquentie in zulke instellingen terechtkomen, heb je een grote kans dat ze ook ernstige geestelijke problemen hebben. Een groot deel van hen heeft ernstige traumatische gebeurtenissen meegemaakt. 70 percent was het slachtoffer van seksueel misbruik, bij de helft van hen waren er tekenen van posttraumatisch stresssyndroom.'

Het probleem is dus niet klein. Al gaat het misschien niet over grote aantallen jonge mensen, het is wel een belangrijk probleem. Mevrouw de minister, ik begrijp niet dat u zegt dat er enerzijds nog 15 extra bedden beschikbaar zijn voor mensen met psychiatrische problemen of met een dubbele diagnose van psychiatrisch probleem en verslaving, en anderzijds dat er geen kandidaat-initiatiefnemers zijn. U verwijst ook naar het samenwerkingsakkoord met de federale ministers Onkelinx en Demotte, dat in voorbereiding is, maar nog niet ondertekend.

Mevrouw de minister, bent u bereid om de medewerkers van de gesloten instelling De Zande in Beernem en Ruiselede te ontvangen en naar hun problemen te luisteren? Ze hebben daar hard op aangedrongen. Waarom zijn de 15 plaatsen in de kinderpsychiatrie niet ingevuld? Als ze niet worden ingevuld, moet Vlaanderen dan niet zelf een initiatief nemen? Er is ook een openbaar psychiatrisch ziekenhuis in Geel. Misschien moet er een bemiddeling komen voor andere ziekenhuizen. Waarom wordt het samenwerkingsakkoord met de federale overheid niet getekend? Wat is het probleem en wie is daarvoor verantwoordelijk?

De voorzitter

Minister Vervotte heeft het woord.

Minister Inge Vervotte

Ik wil eerst even stilstaan bij het probleem in het algemeen en daarna inzoomen op dit specifieke dossier. Iedereen erkent dat het probleem van de jongeren in de gemeenschapsinstellingen en met psychiatrische problemen heel complex is.

Er is een eerste groep jongeren met psychiatrische problemen, en een tweede groep jongeren bij wie die diagnose nog niet is gesteld. Het is al een hele uitdaging om zo'n diagnose te stellen. Die twee groepen worden verschillend aangepakt. Bij de eerste groep neemt de jeugdrechter contact op met de forensische of de gewone psychiatrie, afhankelijk van de ernst van een mogelijk delict. De forensische psychiatrie is de gesloten psychiatrie. Daarin komen mensen met zwaardere problemen terecht.

Alles wat te maken heeft met forensische en gewone jeugdpsychiatrie is een federale materie. Vlaanderen is bevoegd voor de gemeenschappen.

Vandaag de dag zal de jeugdrechter contact opnemen met, bijvoorbeeld, een forensische afdeling voor jeugdpsychiatrie. Daar heerst geen opnameplicht. Wel moet ze een diagnose stellen. Indien er om therapeutische of medische redenen wordt beslist dat de jongere niet thuishoort in de afdeling zelf, dan wordt hij opnieuw doorverwezen. Op dat moment kan de jeugdrechter oordelen de jongere niet vrij te laten of niet in een niet-gesloten setting op te nemen. Indien hij beslist om hem te laten opnemen in een gesloten setting, dan komen de gemeenschapsinstellingen in het vizier. Die instellingen hebben immers wel een opnameplicht.

De vraag is dan natuurlijk of er voldoende capaciteit is in de psychiatrie, en meer bepaald in de jeugdpsychiatrie en, nog specifieker, in de forensische psychiatrie. De praktijkervaring toont aan dat een uitbreiding van deze plaatsen aangewezen zou kunnen zijn. Zo worden we inderdaad meer en meer geconfronteerd met 'multi problems' en dus ook psychiatrische en andere stoornissen. We moeten die vraag ook stellen aan de federale overheid om te weten of de bereidheid bestaat om de plaatsen van de forensische psychiatrie - de meest essentiële - uit te breiden.

Vertrekkende vanuit de praktijk en de vaststelling dat de jeugdrechter contact opneemt met, bijvoorbeeld, de forensische psychiatrie, waar geen opnameplicht geldt, hebben we met verschillende kabinetten een vergadering belegd om na te gaan of we niet meer sturend kunnen optreden. Van daaruit is ook de idee van een samenwerkingsovereenkomst ontstaan. In de tekst trachten we een engagementsverklaring te bekomen van de initiatiefnemer die wordt gecontacteerd door de forensische psychiatrie. Als hij of zij vaststelt dat de persoon niet thuishoort in de afdeling, zou hij zich ertoe moeten verbinden om actief mee te zoeken naar andere oplossingen. Vandaag is dat niet het geval. De kans is groot dat de jeugdrechter zal doorverwijzen naar de gemeenschapsinstellingen, hoewel de jongere daar niet thuishoort.

De samenwerkingsovereenkomst heeft eigenlijk als doel om enerzijds de uitstroom te bevorderen wanneer de jongere die in de gemeenschapsinstelling zit in plaats van in de - volgens ons aangewezen - psychiatrische afdeling, en anderzijds om de instroom te beperken via de engagementsverklaring van de initiatiefnemers. Het doel is te trachten meer te sturen. Op 3 maart 2005 hebben we een voorstel van samenwerkingsovereenkomst ter ondertekening overgemaakt aan minister Onkelinx en minister Demotte. Vlaanderen is daar immers vragende partij voor. Op 24 april hebben we een herinneringsbrief gestuurd. Op 10 januari 2006 hebben we opnieuw overleg gevoerd. In maart zal de discussie worden verder gezet. De federale overheid heeft op dit moment het voorstel echter nog niet ondertekend.

Als er geen diagnose is, is er het probleem van de verdere opvolging. Wat dat betreft, zijn de outreachingprojecten belangrijk. In Mol wordt er samengewerkt met psychiatrische ziekenhuizen. Dat moet ook verder worden uitgewerkt in Beernem en Ruiselede. Momenteel is die outreaching er niet aanwezig.

In het globaal plan is er ook een hoofdstuk over behandelingunits. Die units dienen niet om psychiatrische afdelingen in de instellingen op te richten. Dat zou verkeerd zijn. We stellen echter vast dat we veel specifieker rekening moeten houden met de heterogeniteit van de doelgroep. Vandaag zitten mensen met emotionele problemen, drang tot zelfverminking, zelfdoding enzovoort allemaal bij elkaar. Volgens ons is het beter om bepaalde doelgroepen samen te zetten en er meer mee te werken. Dat maakt dan ook het voorwerp uit van de verdere discussies over de uitvoering van het globaal plan.

Wat betreft de instellingen in Beernem en Ruiselede hebben we nog steeds vijftien bedden gewone psychiatrie in portefeuille. De normering van het aantal bedden is een federale bevoegdheid, terwijl Vlaanderen de bedden kan erkennen en toewijzen. Een andere federale bevoegdheid stelt dat wanneer een initiatief wordt genomen voor gewone psychiatrische bedden, er minimum twintig bedden nodig zijn. Aangezien we er nog maar vijftien in portefeuille hebben, betekent dit dat bestaande afdelingen wel kunnen uitbreiden, maar dat er geen nieuw initiatief kan worden genomen, en dat is een probleem.

Volgens mij kunnen de vijftien bedden in de gewone psychiatrie de huidige problemen niet oplossen. Ik zal de federale regering vragen om zeven van de vijftien bedden gewone psychiatrie om te bouwen naar forensische psychiatrie. Ik moet daartoe de toestemming krijgen van minister Demotte en moet daarvoor ook extra middelen krijgen, want de forensische psychiatrie brengt extra kosten mee. De overige acht bedden zou ik heel specifiek willen inzetten. De ervaring leert dat een aantal jongeren zo'n complexe problemen heeft - vaak zijn het verslavingsproblemen gekoppeld aan psychiatrische problemen - dat ze niet terechtkunnen in de gewone psychiatrie en ook niet noodzakelijk thuishoren in de forensische psychiatrie. Ik heb dan ook de idee gelanceerd om een dubbeldiagnosecentrum dat erkend is voor volwassenen in Vlaanderen, te vragen of het met de expertise en knowhow dat het heeft opgebouwd, bereid is om een afdeling te openen met acht bedden voor jongeren. Voor deze doelgroep is immers momenteel nog geen gepast aanbod.

Waarom zijn er vandaag geen initiatiefnemers? Dat komt omdat federale normen bepalen dat wanneer we een K-bed willen openen of inzetten, er een T-bed of A-bed moet worden gesloten. Een A-bed is voor acute psychiatrie en een T-bed voor chronische psychiatrie. Het blijkt dat de initiatiefnemers eerder geïnteresseerd zijn in A- en T- bedden dan in K-bedden. Ik zal de initiatiefnemer met wie ik onderhandel, vragen of die bereid is om een afdeling te openen voor jongeren. Ik weet niet of ze nog voldoende A-bedden of T-bedden hebben die ze kunnen reconverteren of afschrijven. Indien dat niet zo is, zal ik opnieuw met minister Demotte moeten onderhandelen over de mogelijkheid om de bedden niet verder af te bouwen.

Het is dus de bedoeling om verder overleg te plegen met onze federale collega's om op korte termijn de samenwerkingsovereenkomst eindelijk te kunnen tekenen. Ik zal tegelijkertijd vragen om zeven bedden om te zetten in forensische jeugdpsychiatriebedden. Ik ga ook onderhandelen met de initiatiefnemer van het dubbeldiagnosecentrum. Op langere termijn moeten we met de federale overheid onderhandelen over de uitbouw van de jongerenpsychiatrie want die kampt met een structureel tekort. (Applaus bij de meerderheid)

Helga Stevens

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw heel uitgebreide antwoord. Tot op heden is er heel veel overleg gebeurd, wat zeker positief is. We zijn echter al sinds april 2005 bezig met onderhandelingen om dit probleem op te lossen en we zijn nu een jaar verder zonder dat er concrete oplossingen zijn. Ik vind dat schrijnend, vooral voor de betrokken jongeren zelf. Moeten we wachten tot wanneer iemand doodvalt of zich zodanig verminkt dat hij sterft? Ik pleit ervoor dat er snel een tijdelijke noodmaatregel wordt genomen en dat tegelijkertijd naar een oplossing op langere termijn wordt gezocht. Er moet eventueel met terugvorderingsmaatregelen op federaal niveau voor worden gezorgd dat de financiën in orde komen. Er moeten concrete oplossingen komen voor de jongeren die in nood verkeren. Daar pleit ik voor.

Bart Caron

Ik bedank de minister voor de vele inspanningen, en voor de interessante les staatshuishouding. Ik vraag wel om het schrijnende probleem van de jongeren en de gemeenschapsinstellingen ernstig te nemen. Dat is niet de schuld van de minister. Ik roep op om op korte termijn voor de jongeren en de begeleiders een voorlopige oplossing uit te werken. Ik heb immers de indruk dat we nog een tijdje met het probleem zullen worstelen. Dit probleem is toch wel het mooiste bewijs dat we de staat op een efficiëntere manier zouden kunnen structureren.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.