U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 15 februari 2006, 14.35u

Actuele vraag van mevrouw Marijke Dillen tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het voorstel om cannabis voor gebruikers vanaf 16 jaar uit de strafwet te halen en de uitbouw van een Vlaams ontradings- en preventiebeleid inzake drugs
De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, mevrouw de minister, niet de werkloosheid, de vergrijzing, de pensioenen of de feitelijke kastoestand van de sociale zekerheid zijn het probleem, want Elio Di Rupo vindt het de hoogste tijd om het eens over shit te hebben. Dat was zowat de teneur in verschillende perscommentaren vanochtend.

In de PS-stad Luik is er het zogenaamde medisch-wetenschappelijke experiment waar heroïne ter beschikking wordt gesteld aan verslaafden. Tussen haakjes, mijnheer de minister-president, ik weet niet of u al bent ingegaan op de uitnodiging van de burgemeester van Luik en wat uw bevindingen terzake zijn, maar we zullen wel eens op een andere gelegenheid daarover kunnen discussiëren. Na dit experiment wil de PS nog een stap verder gaan. Maandag, bij de voorstelling van haar drugsplan, heeft de partij een maatregel voorgesteld om drugsbezit en dus ook drugsgebruik - want het heeft geen zin iets te bezitten als men het niet gebruikt - toe te staan vanaf de leeftijd van 16 jaar.

Mevrouw de minister, in dit land wordt reeds veel te lang een al te laks drugsbeleid gevoerd. Herhaaldelijk heeft mijn partij, zowel in het Vlaams Parlement als elders, een ernstig pleidooi gehouden tegen het gedoogbeleid. Dat is er destijds gekomen op verzoek van de Franstaligen en is de Vlamingen door de strot geduwd. Nu is het zowat de richtlijn geworden. Op een ogenblik dat heel veel ouders met de handen in het haar zitten en niet weten hoe ze hun kinderen van de drugs kunnen afhouden, op een ogenblik dat vele ouders 's nachts wakker liggen en vrezen voor een combinatie van drugs en alcohol met te snel rijden, op een ogenblik dat het aantal drugsvrije scholen in Vlaanderen op één hand te tellen is, komt de boodschap van de PS dat drugsgebruik moet kunnen.

De PS wordt hierbij aan Vlaamse kant onmiddellijk gesteund door spirit, en dat is niet verwonderlijk, maar ook door Jong VLD, en dat verwondert me wel bijzonder. Ook de VLD zelf blijft vrij lauw en gematigd in haar reactie en zegt eerst een en ander te willen evalueren. Sp.a vindt niet dat het tijd is om een wetswijziging door te voeren omdat het huidige gedoogbeleid volstaat. Laten we niet vergeten, collega's, dat dat gedoogbeleid het gevolg is van de laagste vervolgingsprioriteit. Heren en dames van CD&V, ik vind uw houding vandaag wel heel hypocriet. Het is gemakkelijk vandaag moord en brand te schreeuwen tegen de plannen van de PS, maar het huidige gedoogbeleid is het gevolg van uw voormalige minister van Justitie, de heer Van Parys, denk maar aan de rondzendbrief over de laagste vervolgingsprioriteit.

In Vlaanderen moeten we een drugsbeleid voeren dat uitsluitend gebaseerd is op een duidelijke ontrading. We doen dat voor alcohol, voor slaappillen en voor tabak, laat ons dat allemaal niet vergeten. Waarom doen we het dan niet voor drugs?

Mevrouw de minister, het wordt hoog tijd om de initiatieven voor preventie dringend en aanzienlijk op te drijven. Ik wil even hoogleraar Brice De Ruyver citeren: 'Preventie is een kerntaak van de gemeenschappen. De federale overheid financiert nu al veel meer preventie-initiatieven dan de gemeenschappen. De Vlaamse Regering investeert bijzonder karig in drugspreventie en hulpverlening aan jongeren. In het recente beleidsplan van minister Vervotte zal men vergeefs zoeken naar initiatieven op dat vlak.'

Mevrouw de minister, het verwondert me dan ook dat ik van u geen enkele reactie heb gehoord. U speelt nochtans een belangrijke rol in dat dossier. Wat is uw reactie op die plannen? Op welke manier zult u die absoluut onverantwoorde boodschap ombuigen? Het is immers een onverantwoorde boodschap wat betreft de perceptie ten aanzien van uw preventiebeleid. Bent u bereid bij prioriteit aandacht te besteden aan een verhoging van het preventiebeleid, dat enkel en alleen gebaseerd is op een ontrading ten aanzien van jongeren? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister Vervotte heeft het woord.

Minister Inge Vervotte

Mevrouw Dillen, in mijn antwoord op uw vraag wil ik uitgaan van twee recent verschenen documenten. Het eerste is het advies van de Jeugdraad. Het tweede is een enquête die werd uitgevoerd door de VAD bij jongeren in scholen.

Het advies van de Jeugdraad is erg duidelijk. In dit advies vragen de jongeren zelf de verschillende overheden uitdrukkelijk dat er duidelijkheid zou komen over het wettelijke kader. In het verleden is al meermaals gebleken dat onduidelijkheid over dat kader en de communicatie terzake zorgt voor onduidelijkheid in de samenleving en bij de specifieke doelgroepen. Uit een recent doctoraatsonderzoek van de Leuvense communicatiewetenschapper Dave Gelders blijkt dat bij universiteitsstudenten slechts 35 percent van de ondervraagde jongeren een correct antwoord kon geven over de strafbaarheid van cannabisgebruik.

Ook vanuit het standpunt van de preventie is duidelijkheid een conditio sine qua non. Preventie kan alleen maar werken als er eenduidige en duidelijke boodschappen worden gegeven aan de doelgroep. Onduidelijkheid creëren heeft een zeer negatieve invloed op het kunnen voeren van een doeltreffend en efficiënt preventiebeleid. Als gezondheidsbeleidsmakers hebben we steeds de kaart van het ontradingsbeleid getrokken. We hebben steeds de boodschap gebracht dat drugs geen deel kunnen uitmaken van een gezond leven. We doen dat op twee manieren. We proberen ten eerste het eerste gebruik zoveel mogelijk uit te stellen, tot een zo hoog mogelijke leeftijd. Ten tweede moedigen we het niet-gebruik aan. Dat is het ontradingsbeleid.

Ook ik ben een voorstander van een geïntegreerd drugsbeleid, waarbij werk wordt gemaakt van participatie, informatie, preventie en hulpverlening, en een duidelijke wetgeving, zoals de Jeugdraad dat vraagt. Wel heb ik moeten vaststellen dat de Algemene Cel Drugs, waarin de diverse overheden zouden moeten bijeenkomen om te komen tot dat geïntegreerde drugsbeleid, tot op vandaag nog niet is kunnen bijeenkomen, omdat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest tot op heden heeft nagelaten de samenwerkingsovereenkomst mee te ondertekenen.

Wanneer we overgaan tot een geïntegreerd drugsbeleid, zal ik alleszins de motie van aanbeveling die in dit parlement is goedgekeurd, als uitgangspunt nemen. Op het einde van het jaar zal er alvast een gezondheidsconferentie plaatsvinden over middelengebruik, en zeer specifiek ook over drugs. U weet dat we het belangrijk vinden dat de experts dit doen. Zij zullen zich hierover buigen om de beste strategieën te vinden, die de beste resultaten kunnen opleveren. U weet dat ik in 2005 een onderzoek heb laten verrichten naar efficiënte preventiestrategieën. In 2006 wil ik vooral de nadruk leggen op de weerbaarheid en de geestelijke gezondheidszorg, meer specifiek met betrekking tot de persoonlijkheidsontwikkeling. Uit een VAD-enqête blijkt immers dat jongeren de volgende redenen om niet te gebruiken aanhalen. Voor jongere leerlingen gaat het vooral over angst. Voor oudere leerlingen zou het niet gebruiken vooral samenhangen met persoonlijkheidsmotieven. De adolescentie wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van de persoonlijkheid. We noemen dat ook groeipijnen. Daarop willen we inspelen. Daarom kan ik niet genoeg het belang benadrukken van het protocol dat ik heb afgesloten met minister Vandenbroucke om te komen tot een gezondheidsbeleid op school. Het drugs- en middelengebruik zal een essentieel element zijn van die beleidsplannen van de scholen.

Uit het onderzoek van de VAD blijkt trouwens ook dat het zich goed voelen op school een essentieel element is om niet tot druggebruik over te gaan.

Bij de angstmotieven komt vooral de angst voor de ouders regelmatig naar voren. De rol van de ouders kan in deze dan ook absoluut niet ontkend worden. Uit het onderzoek van de VAD blijkt dat de ouders een belangrijke buffer vormen en dat zowel de ouders als de kinderen aangeven een open communicatie hierover belangrijk te vinden.

Ik kom tot de opvoedingsondersteuning en wat ik daarmee van plan ben. De mensen leven met heel veel opvoedingsvragen, en in veel van die vragen zit duidelijk het aspect drugs. Daarom hechten we veel belang aan opvoedingsondersteuning. Daarmee kunnen we immers ingaan op de vragen van ouders over communicatie, over het bespreekbaar maken van het onderwerp, over de wijze waarop ze kunnen omgaan met een joint die ze vinden in de jeansbroek van hun kind en over hoe ze als ouder die bufferfunctie ten volle kunnen vervullen. Ook de VAD zal daaromtrent diverse specifieke initiatieven nemen.

Iedere overheid is verantwoordelijk voor haar beleid, maar ook voor de communicatie die ze erover voert. Ik blijf dan ook de lijn aanhouden die ik van bij het begin heb uitgezet, namelijk die van het gezondheidsstandpunt. Ik heb steeds gesteld dat door voortdurend het debat te voeren over het legaliseren van drugs, de boodschap die we eigenlijk moeten geven, verloren dreigt te gaan. Die boodschap, die ik steeds weer breng, is dat drugs geen deel uitmaken van de gezonde keuzes in een mensenleven.

Ik hoop samen met u dat we ooit in staat zullen zijn met alle verantwoordelijken gezamenlijk deze boodschap prioritair uit te dragen. Pas dan zullen we ook kunnen spreken van een gunstig klimaat voor effectieve preventie, en zullen onze jongeren en ouders eindelijk duidelijke en eenduidige boodschappen kunnen krijgen. (Applaus bij de meerderheid)

Marijke Dillen

Mevrouw de minister, in de talrijke besprekingen die we hierover al hebben gevoerd in de commissie zal het u duidelijk geworden zijn dat ook onze fractie weet dat er in Vlaanderen een en ander gebeurt op het vlak van preventie en dat drugspreventie geen wit-zwartverhaal is. U kunt echter niet anders dan toegeven dat de boodschap van de PS - nota bene de partij van de minister van Justitie - totaal onaanvaardbaar is en onverantwoord ten aanzien van de jongeren.

U hebt volledig gelijk dat er duidelijkheid moet komen in het wetgevend kader en dat een eenduidige boodschap absoluut noodzakelijk is. Maar met de boodschap van een grote partij als de PS kan het onmogelijk komen tot duidelijkheid en eenvormigheid, en dus ook niet tot een efficiënt preventiebeleid.

Ik dring dan ook aan op een continu sterk ontradend signaal in navolging van wat de Vlaamse Regering dan wel weer doet in verband met alcohol, slaapmiddelen, enzovoort. Dat hoor ik vandaag jammer genoeg te weinig. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Actuele vraag van de heer Ludo Sannen tot de heer Frank Vandenbroucke, vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over het recht op onderwijs voor kinderen zonder papieren, naar aanleiding van de HOP-betoging
Wijziging van het huishoudelijk reglement van de Expertencommissie voor Overheidscommunicatie (Gemeenschaps- en gewestaangelegenheden)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.