U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 15 februari 2006, 10.02u

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het themadebat over energiearmoede.

Overeenkomstig artikel 70, punt 7, van het Reglement van het Vlaams Parlement wordt het themadebat in plenaire vergadering gehouden op basis van de moties van aanbeveling die zijn ingediend door de heren Carl Decaluwe en Bart Martens en de dames Hilde Eeckhout, Veerle Heeren, Vera Van der Borght en Michèle Hostekint en door mevrouw Mieke Vogels en de heer Eloi Glorieux.

Het debat is geopend.

Mevrouw Eeckhout, verslaggever, heeft het woord.

Hilde Eeckhout

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik zal de werkzaamheden van de commissie situeren. De heer Martens zal verslag brengen over de opmerkingen van de fracties en de beleidsopties.

Een gezin is energiearm als ongeveer 10 percent van het hoofdinkomen besteed wordt aan energie om een menswaardig huishouden te organiseren. Energiearmoede heeft dus vaak te maken met lage inkomsten, slechte huisvesting en vrij hoge energieprijzen.

Naar aanleiding van een brief van een aantal Vlaamse volksvertegenwoordigers, werd door het Uitgebreid Bureau beslist om een commissie ad hoc op te richten en een themadebat te organiseren, met als doel een maatschappelijke beleidsnota op te stellen.

Gezien het krappe tijdschema werd gekozen om vooral te werken met hoorzittingen. De uiteenzettingen en de gedachtewisselingen dienden als leidraad voor de beleidsnota. Na afronding van deze hoorzittingen heeft de commissie een brief gericht aan minister Peeters, met de vraag om een aantal maatregelen te nemen om de afsluiting van energie in de winter ongedaan te maken. Aan de hand van dezelfde hoorzittingen werden een aantal knelpunten gedetecteerd.

Het past om even stil te staan bij de verschillende hoorzittingen en een overzicht te geven van de sprekers. Ik wil eerst iedereen bedanken die aan de hoorzittingen heeft meegewerkt. Binnen de commissie was iedereen het erover eens dat de goede kwaliteit van de sprekers ertoe heeft geleid dat de commissie een volwaardige tekst heeft kunnen opstellen.

Een eerste groep sprekers waren de vertegenwoordigers van de energiearmen: het Provinciaal Instituut Samenlevingsopbouw, Welzijnszorg en ACW. Een tweede groep sprekers vertegenwoordigde de VVSG en de OCMW's, in casu het OCMW van Gent. Een derde groep waren de verschillende spelers uit de energiesector: de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt, de afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie, het Gemeentelijk Samenwerkingsverband voor Distributienetbeheer en Interelectra. Tot slot kwamen ook de vertegenwoordigers van de sociale woonsector aan bod: de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de bouwmaatschappij Zonnige Kempen.

Na afloop van de hoorzittingen werd een gedachtewisseling georganiseerd tussen de verschillende commissieleden. Vervolgens werden een aantal beleidsvoorstellen en een aantal belangrijke knelpunten geformuleerd.

Er is het probleem van de openstaande rekeningen. Energierekeningen worden niet betaald wegens een gebrek aan financiële middelen en door de hoge energieprijzen. Bewust een energieleverancier kiezen, kan wel degelijk tot een financieel voordeel leiden, maar dikwijls worden agressieve verkoopstechnieken toegepast en blijft er onduidelijkheid over verbrekingsvergoedingen, slotfacturen en aangerekende kosten. Hierdoor gaan de voordelen van de vrije markt vaak voorbij aan de mensen in armoede. Bovendien wordt energie belast als een luxegoed en is het nachttarief wel goedkoper, maar moet eerst een duurdere meter aangeschaft worden, wat voor mensen in armoede soms problemen oplevert.

Op Vlaams niveau is het van belang dat we ons vooral richten op een betere informatieverschaffing en een dienstverlening op maat van de doelgroep. Een toegankelijk woordgebruik is wenselijk en ook tv-spots kunnen een bijdrage leveren.

De dienstverlening van de leveranciers en de netbeheerders kent nog gebreken. Vaak worden fouten ontdekt in de facturen, bijvoorbeeld door het fout doorgeven van de meterstanden. De facturen zijn moeilijk interpreteerbaar en zeer moeilijk vergelijkbaar. Mensen die vragen hebben, vinden niet altijd de weg naar de verschillende klantendiensten binnen de energiesector, die veelal georganiseerd zijn via callcenters en websites. Al deze zaken moeten aangekaart worden binnen het kader van het akkoord tussen de energieleveranciers en de gedragscode van verkoop, opgesteld door de federale minister. Deze gedragscode is voor enige verbetering vatbaar.

Wat de klantenbehandeling betreft zijn de klantendiensten van de leveranciers, de netbeheerders en de VREG onvoldoende bereikbaar voor de energiearme verbruiker en bovendien onvoldoende uitgerust. Daarom dringen we erop aan dat de Vlaamse Regering in samenspraak met de federale regering een centrale ombudsdienst zou oprichten, hoewel de armen zelf de voorkeur geven aan de nogal dure lokale informatiesteunpunten.

Over de sociale maatregelen dient ook wat gezegd. Gratis elektriciteit is een maatregel die relatief voordelig is voor gezinnen met een laag verbruik wat dikwijls overeenstemt met mensen die energiearm zijn, alsook voor de grote gezinnen. De maatregelen voor gratis elektriciteit zijn in vele gevallen heel moeilijk begrijpbaar en worden niet altijd automatisch toegekend. Ook zijn de administratieve kosten hiervoor hoog. Het sociaal tarief is jammer genoeg niet altijd het laagste tarief en wordt eveneens niet automatisch toegekend. Voor de beschermde klanten is er evenmin een automatische toekenning waardoor de beschermingsmaatregelen niet altijd toepassing vinden.

Sinds 2002 krijgen de OCMW's subsidies uit het federale Energiefonds maar daarvoor moeten ze zowel personen met betalingsproblemen begeleiden, financiële steun geven en preventieve acties opzetten. Het grootste deel van de middelen gaat naar personeel want de begeleiding en het uitvoeren van een degelijk sociaal onderzoek is zeer arbeidsintensief. Er resten dus nog heel weinig middelen voor preventieve acties. Wil men een goede werking verder uitbouwen binnen de LAC's, dan is het zeker aangewezen dat de middelen worden uitgebreid die de OCMW's kunnen ontvangen.

Een heel belangrijk onderdeel in de bespreking was de procedure om energiearme klanten te beschermen. We hoorden vaak de opmerking dat veel kosten, zowel administratieve kosten als intresten ten gevolge van schulden bij de leverancier, heel vaak oplopen. Alleen het OCMW kan daar een oplossing voor bieden. Opzeggingen door leveranciers brengen eveneens extra kosten mee, ondermeer dropkosten.

De overname van een klant door een netbeheerder heeft meestal de installatie van een budgetmeter tot gevolg. Op dit ogenblik wordt een budgetmeter vaak negatief benaderd waardoor die niet met open armen wordt ontvangen en er moeilijkheden worden ondervonden bij het plaatsen. Daardoor loopt de installatiekost extra op. Er zijn ook problemen bij het opladen. Het aantal oplaadpunten mag zeker worden uitgebreid. De vaste kost die nu dikwijls moet worden betaald omwille van overschrijvingen via de bank aan ongeveer 2,4 euro per oplaadbeurt, zouden we graag zien verdwijnen.

Over de begrenzing tot 6 ampère horen we vaak de opmerking dat daarmee te weinig kan worden gedaan. Anderzijds voorkomt dit dat de schulden te snel zouden oplopen.

De afsluiting van de stroomtoevoer kan slechts in zeer beperkte gevallen gebeuren, namelijk bij klaarblijkelijke onwil, maar niet iedereen interpreteert deze omschrijving op dezelfde manier.

Over de procedure van de lokale adviescommissie is er heel wat gezegd. Mevrouw Vogels haalde het voorbeeld van Antwerpen aan als een voorbeeld van hoe het niet moet. Anderzijds werd Gent als voorbeeld naar voren gebracht als een goed erkend systeem. Daarom is een gelijkschakeling nodig.

Dan zijn er de belemmeringen om te kiezen voor een duurzaam energiegebruik. Nu is er vaak een gebrek aan informatie. Er is de slechte woonsituatie. Er is het gebrek aan financiële middelen. Ook leidt het beperkte toekomstperspectief van de energiearme er vaak toe dat hij zelf geen inspanningen doet of kan doen. De commissie heeft dus het debat terzake verruimd en voorstellen geformuleerd met betrekking tot de hele woonmarkt. (Applaus)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, geachte leden, mevrouw Eeckhout heeft duidelijk de problemen geschetst die tijdens de vele hoorzittingen naar voren zijn gekomen. Ik zal de belangrijkste opmerkingen van de diverse fracties in de commissie weergeven, net als een korte samenvatting van wat de fracties daaruit hebben gedistilleerd voor hun moties van aanbeveling.

Alle fracties waren het erover eens dat moet worden voorkomen dat net de meest kwetsbare groepen in onze samenleving zich blauw moeten betalen aan energierekeningen en daardoor betalingsproblemen krijgen. Alle fracties waren het er ook over eens dat mensen die toch te maken krijgen met betalingsproblemen, moeten worden geholpen om daaruit te geraken.

Om die betalingsproblemen te voorkomen, worden diverse maatregelen voorgesteld die de energierekening moeten drukken en te maken hebben met de strijd tegen het energieverlies. We moeten zoveel mogelijk mensen helpen om energie te besparen. Ook kan men lagere rekeningen verkrijgen door lagere tarieven aan te rekenen aan de doelgroep waarover we het hier hebben.

Wat de strijd tegen energieverlies betreft, wordt er veel aandacht gevraagd voor een betere isolatie en een efficiëntere verwarming van woningen, en vooral dan sociale woningen. Alle fracties vonden het onthutsend te moeten vaststellen dat de gemiddelde sociale woning in Vlaanderen slechter geïsoleerd en minder efficiënt verwarmd is dan een gemiddelde woning. De diverse fracties stellen daar verschillende voorstellen tegenover. Zo wil de sp.a-spirit-fractie de drempels wegwerken bij de socialehuisvestingsmaatschappijen om te investeren in energiebesparing. De kosten ervan kunnen worden doorgerekend, voor zover dat leidt tot een grotere koopkracht bij de huurders van die sociale woningen. Het socialehuurbesluit en het financieringsmechanisme voor de socialehuisvestingsmaatschappijen moeten daartoe worden aangepast. Sp.a-spirit vraagt ook een E-novatieprogramma voor sociale woningen, om te helpen bij het wegwerken van die energieverliezen. Ten slotte pleit de fractie voor gratis energieaudits en quasi-renteloze leningen om het gedetecteerde energiebesparingspotentieel te verwezenlijken. Er zou een derdebetalerssysteem moeten worden uitgewerkt, waarbij bijvoorbeeld distributienetbeheerders kunnen optreden als prefinancierders.

Ook de Groen!-fractie vindt dat er een programma moet komen om woningen van klanten van socialehuisvestingsmaatschappijen te onderwerpen aan energieaudits en de energiebesparingsmaatregelen die zo mogelijk blijken, te kunnen uitvoeren. Groen! wil ook, net zoals in Duitsland gebeurt, een basisprogramma opstellen voor isolatie, waarbij een collectieve aanbesteding ervoor moet kunnen zorgen dat de maatregelen aan een lage prijs kunnen worden uitgevoerd. Groen! wil de wooncode aanpassen om socialehuisvestingsmaatschappijen meer te stimuleren te investeren in energiebesparing en hun de kans te geven die investeringen voor de helft door te rekenen aan de huurders.

De CD&V-fractie wijst erop dat, om energievriendelijke investeringen te realiseren, er een samenspel vereist is tussen de bouwmaatschappij, de overheid en de huurder. De nodige middelen moeten worden vrijgemaakt om bouwmaatschappijen terzake hun rol te laten spelen.

De CD&V-fractie wil ook duidelijk stellen dat het niet enkel een probleem is van historisch slecht gebouwde woningen. Er zijn ook de jongste jaren nog sociale woningen gebouwd die ondermaats geïsoleerd en niet efficiënt verwarmd zijn. De fractie vraagt ook de nodige aandacht voor woningen waarvan de bewoners eigenaars zijn. Ook onder hen zijn er die leven in armoede en noch de middelen noch de kracht hebben om hun woning te renoveren, bijvoorbeeld de senioren.

Een tweede groep maatregelen die door de verschillende fracties wordt voorgesteld, heeft te maken met lagere tarieven voor de doelgroep waarover het hier gaat. De fracties van sp·a-spirit, CD&V en Groen! zijn gewonnen voor sociale tarieven die automatisch worden toegekend en gegarandeerd lager liggen dan het goedkoopste markttarief. Uit een onderzoek van Test Aankoop blijkt immers dat 70 percent van de mensen die recht hebben op een sociaal tarief voor elektriciteit, een goedkopere leverancier kunnen vinden op de markt. Dat is uiteraard niet langer duldbaar. Mensen die recht hebben op een sociaal tarief, moeten dat automatisch krijgen, en moeten er zeker van zijn dat hun tarief lager zal liggen dan wat de markt biedt. De VLD-fractie pleit dan weer voor een procentuele korting, eerder dan voor een gegarandeerd lager tarief.

Volgens sp·a-spirit moeten sociaal zwakkeren geholpen worden bij hun keuze van een energieleverancier. Deze fractie stelt dat moet worden vermeden dat bijvoorbeeld de VHM voor alle sociale huurwoningen een collectief contract bedingt dat in vele gevallen duurder uitvalt dan wat er op de markt kan worden gevonden. De sociale huurders krijgen daardoor immers onterecht de indruk dat ze door in te gaan op dat collectief contract altijd de beste keuze maken. De VLD-fractie dringt aan op het snel operationeel worden van een centrale energieombudsdienst.

Om te voorkomen dat er hoge verbrekingsvergoedingen moeten worden betaald, of dat mensen zonder het zelf te weten hun contract opzeggen bij een bepaalde leverancier en met een hoge verbrekingsvergoeding worden geconfronteerd, wil onder andere de sp·a-spiritfractie dat de termijn waaraan de gebruiker aan een contract vastzit, duidelijk op elke factuur wordt vermeld. Ten slotte pleiten verschillende fracties voor het plafonneren van de verbrekingsvergoeding.

Er is ook gesproken over de rol van de OCMW's en de lokale adviescommissies of LAC's. De fracties van Groen!, sp·a-spirit, VLD en CD&V willen dat er duidelijke criteria worden vastgelegd waaraan dossiers die bij de LAC's worden ingediend, moeten voldoen. Enkele fracties pleiten ook voor een systeem van best practices, waarbij wordt gekeken naar de wijze waarop de verschillende OCMW's en LAC's te werk gaan, en de goede voorbeelden ter beschikking worden gesteld van andere OCMW's en LAC's.

Verschillende fracties willen dat er niet langer wordt afgesloten vooraleer er een gedegen sociaal onderzoek heeft plaatsgevonden. Ze wensen dat het begrip 'klaarblijkelijke onwil', dat door een aantal LAC's misbruikt zou worden, wordt verduidelijkt. Het zou moeten gaan om duidelijke of manifeste onwil en er zijn criteria nodig om af te lijnen wat daaronder moet worden verstaan.

De sp·a-spiritfractie wil ook de mogelijkheden van budgetmeters verruimen en ze klantvriendelijker maken. De oplaadpunten moeten breder toegankelijk worden en het moet mogelijk zijn op te laden met cash. Bovendien moeten ze langer open blijven, enzovoort. Volgens de CD&V-fractie zou elke nieuwe sociale woning standaard voorzien kunnen worden van een budgetmeter. Sociale huurders moeten niet verplicht worden om die te gebruiken, maar als ze in de problemen komen en ze wensen er gebruik van te maken, dan moeten ze dat alleszins kunnen doen.

De CD&V-fractie en de VLD-fractie vinden evenwel dat de kosten ervan niet op de socialehuisvestingsmaatschappijen mogen worden verhaald en dat er een duidelijke financiering moet komen van een dergelijke actie, bijvoorbeeld door haar als een openbaredienstverplichting op te leggen aan de distributienetbeheerders. De VLD-fractie en de sp.a/spirit-fractie waren er ook voorstander van om in budgetgasmeters te voorzien van zodra dit technisch haalbaar is en er geen veiligheidsproblemen meer zijn.

De periode waarin niet mag worden afgesloten, moet voor Groen!, sp·a-spirit, CD&V en de VLD zo ruim mogelijk worden bepaald en moet gelijk zijn voor gas, elektriciteit en water.

VLD, sp·a-spirit, VLD en Groen! zijn voorstander van het optrekken van de 6 ampère en van het gedifferentieerd aanpassen ervan aan de gezinssituatie.

Deze opmerkingen werden in de commissie naar voren gebracht door de verschillende fracties. Ze hebben geleid tot twee moties van aanbeveling, één van de meerderheidsfracties en één van de Groen!-fractie. Ze overlappen elkaar voor een groot stuk.

De motie van de meerderheid roept in eerste instantie de Vlaamse Regering op om een beleid inzake energiearmoede te voeren dat past in een integraal armoedebeleid. Een aantal concrete maatregelen worden voorgesteld die ik kort en thematisch aanhaal. Een eerste item is de lagere energieprijs waarbij gevraagd wordt effectief een sociaal tarief in te stellen dat lager is dan de laagst beschikbare marktprijs. Voor mensen die geen recht hebben op een sociaal tarief zouden de verschillende sectoren in de sociale huisvesting de betrokkenen moeten helpen bij het zoeken naar de voordelige of geschikte energieleverancier.

Een tweede thema waarvoor aanbevelingen worden geformuleerd, is het preventief beleid voor energiebesparing. Dat beleid moet ervoor zorgen dat de algemene energiekost naar beneden kan. De meerderheid pleit er in haar motie van aanbeveling voor om voor alle bestaande sociale woningen een energiedoorlichting uit te voeren, waarna de meest efficiënte maatregelen moeten worden uitgevoerd. In nieuwe sociale woningen zou standaard een budgetmeter geïnstalleerd moeten worden voor optioneel gebruik.

Niet enkel de sociale woningen kunnen een impuls gebruiken inzake energiebesparing. De meerderheid pleit er in haar motie ook voor om voor alle huurders gefaseerde maatregelen voor energiebesparing uit te werken en om de eigenaars meer te stimuleren in het investeren in energiebesparingsmaatregelen, bijvoorbeeld via het derdebetalersysteem, renteloze leningen of fiscale stimuli.

Een belangrijk knelpunt bij de energiearmoede is het vinden van een oplossing voor mensen met betalingsmoeilijkheden. Maatregelen die de meerheid aanhaalt zijn bijvoorbeeld dat er na een opzegging door de leverancier geen kosten meer kunnen worden aangerekend, dat budgetmeters sneller geplaatst moeten worden en gratis als er een afbetalingsplan loopt, dat de dienstverlening rond de oplaadpunten enorm moet verhogen en dat de minimumlevering van 6 ampère wordt opgetrokken en moet worden gemoduleerd in functie van de gezinssituatie.

Het thema afsluiten van energielevering heeft al tot heel wat problemen geleid en een aantal maatregelen dringen zich op. Sluitende afspraken moeten worden gemaakt betreffende afsluiten in de winter, zowel inzake de procedure als inzake de periode. Het begrip klaarblijkelijke onwil moet opnieuw worden gedefinieerd. De LAC speelt een belangrijke rol bij afsluiting en dus moeten terzake criteria en procedures ontwikkeld worden.

Een laatste thema in de motie van de meerderheid behandelt de informatie en communicatie over energie. Die moet meer op maat van de doelgroep gemaakt worden. Zo moet een meer toegankelijke taal worden gehanteerd, een begrijpelijke energiefactuur worden opgesteld, laagdrempelige informatie worden verstrekt en kan de installatie van een centrale energieombudsdienst niet langer op zich laten wachten.

De motie van Groen! en die van de meerderheid overlappen elkaar grotendeels.

De meeste aanbevelingen komen overeen met de motie van de meerderheid. Ik overloop de Groen!-motie. Een aantal maatregelen gaan over afsluitingen en de gevolgen ervan. Zo moeten er criteria worden opgesteld waaraan een dossier moet voldoen vooraleer de LAC kan beslissen tot afsluiting; de periode van afsluiten voor elektriciteit, gas en water moet gelijk lopen en voldoende ruim genomen worden. De Groen!-fractie pleit voor het optrekken van de minimumlevering van 6 naar 8 en 12 ampère zoals de minister heeft voorgesteld. De eindverantwoordelijkheid van de OCMW's betreffende de minimumlevering van energie moet worden versterkt en verduidelijkt.

Een tweede reeks maatregelen gaat over de prijs. Ten eerste wil Groen! dat het sociaal tarief automatisch wordt toegekend, en dat voordelige groepscontracten voor stroom en gas bedongen kunnen worden bij de energieleveranciers. Groen! wil ook renteloze leningen voor eigenaars om energiebesparende maatregelen te bekostigen.

Verder gaat het om een aantal maatregelen betreffende de socialehuisvestingsmaatschappijen. De Wooncode moet worden aangepast zodat zij de helft van de factuur kunnen doorrekenen aan de huurders. Groen! wil dat er energie-audits komen voor sociale woningen, evenals rationele energieverbruikprogramma's. Bij renovatie van sociale woningen moet er aandacht zijn voor huishoudtoestellen met hogere energie-efficiënte, spaarzamer verwarmingssystemen en programma's voor collectieve aanbesteding voor energiebesparende renovaties. Bij nieuwbouw moet worden uitgegaan van het concept van de lage-energiewoning.

Ik hoop dat we de aanbevelingen van de meerderheid en Groen! kunnen laten convergeren. Dat zou een mooi signaal zijn voor de buitenwereld en voor de doelgroep zelf. Dit is te belangrijk om verdeeldheid te laten ontstaan en spelletjes te spelen van meerderheid tegenover oppositie. Misschien val ik nu uit mijn rol als verslaggever, maar ik wil iedereen oproepen om een eendrachtig signaal te geven en één duidelijke lijst met aanbevelingen goed te keuren. Laat ons aan de Vlaamse Regering de boodschap geven dat er een breed maatschappelijk en politiek draagvlak bestaat voor de aanbevelingen en dat ze die ter harte moet nemen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Strackx heeft het woord.

Felix Strackx

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, dames en heren, volgens het laatste Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, waarvan ik hoop dat het spoedig in de commissie zal worden besproken, leefde in Vlaanderen in 2001 13 percent van de bevolking onder de armoederisicogrens. Ongeveer 7 percent van de Vlamingen werd getroffen door langdurige inkomensarmoede, zij bleven minstens 3 opeenvolgende jaren arm. Op 1 januari 2004 waren er in Vlaanderen 26.081 leefloontrekkers, voor meer dan de helft gaat het hier over alleenstaanden. Uit de huishoudbudgetenquête van 2001 blijkt dat bij de 10 percent huishoudens met het laagste inkomen, ruim een derde van de uitgaven naar huurkosten gaat. Daarnaast gaat bij deze armsten nog eens 10 percent van hun budget naar verwarming en verlichting. Ik zeg wel 'ging' want het zijn cijfers van 2001, de prijs van huisbrandolie is ondertussen ongeveer verdubbeld. Het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid schat het aantal gezinnen dat in Vlaanderen in aanmerking komt voor een sociale woning op liefst 320.000. In totaal werden eind 2002 127.567 woningen sociaal verhuurd. Eind 2003 stonden 73.228 huishoudens op de wachtlijsten van de huisvestingsmaatschappijen. Tussen 1998 en 2002 steeg de gemiddelde reële huurprijs met 7,15 percent, terwijl het gemiddeld jaarinkomen van de sociale huurders maar met 1,75 percent toenam.

Wat energie betreft, waren eind 2004 21.940 gezinnen rechtstreekse afnemers bij de netbeheerders. Eind 2005 waren er dat meer dan 30.000. Eind 2004 waren er 2251 huishoudens afgesloten van elektriciteit. Dat is een stijging met 19 percent ten opzichte van 2003. Toen waren ook 1189 huishoudens afgesloten van gas. Op dat ogenblik waren er 4873 stroombegrenzers en 7241 budgetmeters geplaatst. Eind 2005 was het aantal budgetmeters opgelopen tot tussen 11.000 en 14.000.

De maatschappelijke beleidsnota energiearmoede zal ik niet helemaal overdoen. Ik wil wel stilstaan bij de oorzaken van deze klaarblijkelijke energiearmoede en eigen accenten leggen bij enkele mogelijke oplossingen.

Een eerste probleem is de slechte staat van een aantal woningen in de socialehuisvestingssector en de privé-huurmarkt. De overheid moet versneld werk maken van de sanering van de slecht geïsoleerde en ongezondste sociale woningen en tegelijk zowel de nodige stimulansen geven voor renovatie aan privé-eigenaars als meer controle uitoefenen op en strenger optreden tegen zogenaamde huisjesmelkers.

De belangrijkste factor van het ontstaan van armoede in het algemeen en energiearmoede in het bijzonder, is de stijging van de levensduurte en vooral van de energiekosten. De prijs van huisbrandolie, propaan in flessen en aardgas is de laatste jaren dramatisch gestegen. Ook de vrijmaking van de energiemarkt heeft, in weerwil van wat wordt beweerd, de elektriciteitsrekening niet echt doen dalen. De kilowattuurprijs mag dan misschien licht gedaald zijn, met alle taksen, bijdragen en heffingen die er sindsdien bij zijn gekomen, is de eindfactuur zeker niet lager.

Naar aanleiding van dit debat heb ik voor het eerst mijn elektriciteitsrekening aandachtig bekeken. Het resultaat is onthutsend. Er is een energietaks, een groene bijdrage, een toeslag beschermde klanten, openbaar domein, een bijdrage warmtekrachtkoppeling, en ODV-bijdrage, een CREG-bijdrage, een Kyotofondsbijdrage, een bijdrage voor de financiering van het nucleair passief en ten slotte een bijdrage voor de Vlaamse gemeenten. Op mijn factuur van 2005 geeft dat een totaal van 179,88 euro, een BTW van 21 percent inbegrepen.

De facturen zijn een ongelooflijke puzzel geworden waar niemand kop noch staart aan krijgt. De tarieven zijn ondoorzichtig en ingewikkeld. Zelfs voor wie over een pc met internetaansluiting beschikt - goed een vierde van de Vlaamse huisgezinnen - is het geen gemakkelijke zaak om uit te vissen wie de beste en voordeligste leverancier is, hoe we van leverancier kunnen veranderen, enzovoort.

Het zogenaamde financiële voordeel dat we kunnen doen door een andere leverancier te kiezen, is trouwens zeer relatief. Ik heb het zelf eens uitgetest en op de webstek van de VREG een aantal simulaties uitgevoerd, met grote en kleine gezinnen en verschillende verbruikscijfers.

Dit heeft mij tot de vaststelling gebracht dat nergens uit blijkt welke de precieze verschillen zijn tussen de verschillende contracten. Het ene contract loopt over één jaar, het andere over twee jaar of het is van onbeperkte duur, hier is de vaste vergoeding laag, daar ligt de prijs voor één jaar vast, ginder kan de prijs te allen tijde worden aangepast enzovoort. Het doet denken aan al die verschillende soorten telefoonabonnementen, waar ook niemand nog uit wijs raakt.

Het is dus niet evident voor de modale consument om hieruit een keuze te maken. Niets garandeert trouwens dat de voordeligste leverancier van vandaag dat ook morgen nog zal zijn.

Via de simulatie heb ik ook vastgesteld dat de prijsverschillen tussen de verschillende leveranciers helemaal niet zo groot zijn. Ze zijn niet groot genoeg om de grote massa ertoe aan te zetten om van leverancier te veranderen. Een consument die gehoord en gelezen heeft met welke administratieve ellende een overstap soms gepaard gaat, die gehoord en gelezen heeft over de chaos bij het doorgeven van meterstanden, over hoge verbrekingsvergoedingen, over dubbele of foutieve facturen, en dergelijke meer, zal niet snel geneigd zijn om voor een appel en een ei van maatschappij te veranderen. In de meeste gevallen loont een overstap gewoon de moeite niet, althans niet voor de modale consument.

Voor wie elke euro tweemaal moet omdraaien, is het verschil wellicht wel belangrijk. Alleen is het de vraag hoe mensen die een dagelijkse strijd moeten leveren om hun leven georganiseerd te krijgen, hun weg moeten vinden in het ingewikkelde kluwen van elektriciteitsleveranciers, tarieven en contracten. Het lijkt dan ook niet meer dan logisch dat wie onder een bepaalde inkomensgrens valt, automatisch het sociaal tarief zou krijgen. Helaas is het sociaal tarief helemaal niet het laagste tarief. Dat bleek eveneens uit de simulatie. Het sociaal tarief behoort merkwaardig genoeg tot de drie hoogste tarieven. Het is een sterk staaltje van onkunde dat de federale overheid blijkbaar vergeten is het sociaal tarief aan te passen na de liberalisering van de markt. Ik vernam gisteren via de pers dat daar nu toch werk van zou worden gemaakt. Beter laat dan nooit, zou ik zeggen. Intussen heeft een groot aantal sociaal zwakkeren wel een aantal jaren te veel betaald.

Een andere mogelijke oorzaak van wanbetaling is niet aan bod gekomen tijdens de hoorzittingen of in de beleidsnota en berust waarschijnlijk op een misverstand. Bij bepaalde politici is het een tijdlang mode geweest om de mensen voor te stellen dat alles gratis is of zou kunnen zijn. Gratis vervoer, gratis televisiekijken, gratis volksvermaak, gratis water, gratis elektriciteit, het kon niet op. Mogelijks heeft deze gratispolitiek aan sommige mensen het verkeerde signaal gegeven dat dit onbeperkt was in tijd en hoeveelheid. Politici moeten ook de moed hebben om tegen hun kiezers te zeggen dat gratis niet bestaat. De bakker bakt niet gratis, de kapper scheert niet gratis en de elektriciteitsproducent produceert niet gratis.

Wat de overheid wel kan doen, is de bevolking stimuleren om bijvoorbeeld energiezuinige huishoudtoestellen aan te kopen. Dergelijke toestellen zijn echter nog altijd heel wat duurder dan energieverslindende toestellen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geeft op dat vlak het goede voorbeeld. Het geeft een premie bij de aankoop van energiezuinige toestellen, wat drempelverlagend werkt. Dit is een zeer positieve maatregel. Ik stel dan ook voor dat de Vlaamse Regering die ook invoert.

De directe aanleiding voor dit themadebat was de verontrustende toename van het aantal gezinnen dat werd of wordt geconfronteerd met een afsluiting van hun elektriciteits- of gastoevoer.

Afsluiten mag slechts in drie gevallen: bij onveiligheid, bij fraude en bij klaarblijkelijke onwil. Niettegenstaande we uit de hoorzittingen hebben kunnen afleiden dat het afsluiten niet lichtzinnig gebeurt en meestal gerechtvaardigd is, valt het met de huidige manier van werken niet uit te sluiten dat, wegens bijvoorbeeld misverstanden, de energie bij bepaalde mensen onterecht wordt afgesloten. Dergelijke situaties moeten in de toekomst absoluut worden vermeden. De onveiligheid, fraude of onwil moet echt wel vaststaan. Deze taak is toch vooral weggelegd voor de OCMW's. Zij moeten de nodige middelen krijgen om een grondig sociaal onderzoek te kunnen verrichten wanneer iemand met afsluiting van stroom of gas dreigt te worden geconfronteerd. Het lijkt me logisch dat er, vooraleer wordt afgesloten, er minstens ter plaatse worden gegaan om te kijken wat er in dat gezin aan de hand is.

Ook moet er meer aandacht worden besteed aan de preventie van armoede. Dikwijls ligt niet zozeer het ontbreken van geld, maar wel een verkeerd bestedingspatroon aan de basis van armoede. Vooral jonge mensen hebben het soms moeilijk om te weerstaan aan de consumptiedruk. Vaak gaan ze meer leningen aan dan ze kunnen afbetalen. Een kleine tegenslag zorgt dan dikwijls voor een sneeuwbaleffect en uiteindelijk een financieel drama.

Wanneer al in een vroegtijdig stadium hulp wordt geboden, zouden veel financiële drama's kunnen worden voorkomen. De persoon die meestal het eerst op de hoogte is dat er zich ergens een financieel probleem voordoet, is de deurwaarder. Zou het niet aangewezen zijn op ieder deurwaardersexploot te verwijzen naar de bestaande mogelijkheden inzake schuldbemiddeling of budgetbeheer? Dat is een klein initiatief dat echter wel lonend zou kunnen zijn.

Collega's, het zijn doorgaans dezelfde, minst weerbare mensen die een gemakkelijk doelwit vormen voor gehaaide verkopers, charlatans en oplichters. Om dit tegen te gaan, moet er een verstrengde controle komen op de handelspraktijken en een betere bescherming van de consument. In het algemeen moet men nog steeds zelf op zoek gaan naar de kleine lettertjes, of laat men iemand gewoon een verklaring ondertekenen dat hij kennis heeft genomen van het algemeen reglement. Als hij blijft aandringen, blijkt dat algemeen reglement een boekdeel te zijn van 200 bladzijden dat hem met een grijnslach ter inzage wordt overhandigd. Mijnheer de minister, ik heb het nu niet specifiek over de elektriciteitsmaatschappijen. Ik spreek in het algemeen. Op het internet maakt men het trouwens nog gemakkelijker. Daar moet men gewoon aanvinken dat men akkoord gaat met de overeenkomst.

Er is dus absoluut behoefte aan duidelijkere en heldere informatie over tarieven, over facturatie, over hoe men het contract kan beëindigen, hoeveel de verbrekingsvergoeding is en dergelijke meer. En vooral ook tot wie men zich kan richten met een klacht. Telefoons die niet opgenomen worden, eindeloze wachtmuziekjes, brieven waarop nooit een antwoord komt, ik heb de indruk dat deze kwaal de laatste jaren steeds maar erger wordt.

De minister van Consumentenzaken heeft nog heel wat werk. Het is ook hoog tijd dat werk wordt gemaakt van een degelijke centrale ombudsdienst voor energie. Dat is trouwens ook een aanbeveling uit de beleidsnota.

Collega's, ik besluit met een aanbeveling die niet in de beleidsnota staat, hoewel er wel wordt verwezen naar de complexe bevoegdheidsverdeling inzake energie in dit land. Hoeveel gemakkelijker zou deze problematiek niet op te lossen zijn, indien zowel alle bevoegdheden inzake armoedebestrijding als inzake energie in Vlaamse handen zouden zijn?

Dat is blijkbaar de consequentie die partijen die voor het overige eensgezind achter deze beleidsnota staan, niet hebben durven trekken. Ik betreur dat. Het zou getuigen van politieke moed en dat missen we bij de Vlaamse beleidspartijen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Mijnheer de voorzitter, leden van de regering, dames en heren, wie geen geld heeft, kan zich niet voeden of kleren kopen. Een dak boven het hoofd hebben, geldt als een minimum om menswaardig te kunnen leven. Maar ook het niet kunnen beschikken over energie, sluit mensen uit van deelname aan onze welvaartsmaatschappij. Gas of elektriciteit zijn effectief nodig om te kunnen leven, om te kunnen overleven.

We kenden vervoersarmoede en kennen nu ook energiearmoede. Armoede neemt vele gedaanten aan. Kunnen beschikken over energie geldt als levensnoodzakelijk. Onze commissie meent dat het moet worden beschouwd als een basisrecht. Het woord globalisering is niet meer uit de lucht. De wereld is ons dorp. Het is een boutade, maar als er iets mis gaat in het Midden-Oosten of Rusland, dan schieten de energieprijzen de hoogte in. De zwaksten zijn daar als eerste het slachtoffer van en het betekent een flinke hap uit hun gezinsbudget. Als meer dan 10 percent van het gezinsbudget naar energiebesteding gaat, dan noemen we mensen energiearm. Daarover hebben we het in de commissie gehad.

We hebben goed geluisterd naar verschillende actoren en hebben niet gewacht op de winter. Mijnheer de minister, we hebben u een brief geschreven en gevraagd om op een snelle en accurate manier te handelen. U hebt daar samen met de Vlaamse Regering op gereageerd en maatregelen genomen opdat mensen niet zouden kunnen worden afgesloten van energie tijdens de winter. U hebt ook aangekondigd dat u de minimumlevering op 8 ampère wilt brengen.

Tijdens de hoorzittingen kwam ook onmiddellijk de armoedespiraal naar voren, de gevaarlijke vicieuze cirkel. Armoede komt niet zomaar en staat nooit op zich. Mensen worden armer omdat ze niet weten of begrijpen dat ze goedkopere leveranciers kunnen aanspreken. Doordat ze geen geld hebben om in isolatie te investeren, blijven ze energie verspillen. Die vliegt door vensters en kieren naar buiten. Daarom hebben het ACW Limburg en Welzijnszorg vanmorgen de symbolische actie met de tochthonden gevoerd. Die mensen betalen goedkope huur, maar hebben dubbel zoveel energiekosten als die in het wat duurdere appartement, en zijn opnieuw de klos. Het is welbekend: de armen blijven arm, de rijken worden rijker. Dat is het Mattheuseffect.

Een economisch probleem heeft sociale en ecologische effecten. De economie, het sociale en het ecologische vormen de drie-eenheid van duurzame ontwikkeling waarvan het adagium welbekend is: 'Think global, act local'. Het is dat laatste, het overgaan tot actie, waar het onze commissie om te doen is. Alleen aan actie hebben armen een echte boodschap, woorden zijn niet genoeg. Er zit een logica in de opbouw in de motie van aanbeveling, en de heer Bart Martens heeft die daarnet overlopen. Het uitgangspunt is dat we erkennen dat energie een basisbehoefte is. Het armoedebeleid is altijd een beleid dat op vele fronten tegelijk moet werken. We vragen dat het armoedebeleid de energiearmoede als specifieke problematiek onderkent, en ik vind dat ook terug in het Vlaamse armoedeplan.

In de motie staan een aantal concrete maatregelen teneinde zo veel mogelijk te voorkomen dat mensen in een toestand van energiearmoede terechtkomen. Een aantal belangrijke structurele maatregelen zijn nodig om ook mensen die het moeilijk hebben, in staat te stellen rationeel met energie om te gaan. Het is van belang dat zo snel mogelijk problemen worden gedetecteerd, en dat daartoe in een aantal maatregelen wordt voorzien. Als mensen toch betalingsmoeilijkheden hebben, kan er via de LAC's voor meer rechtszekerheid en duidelijkheid worden gezorgd.

Ik noem enkele belangrijke concrete voorstellen uit de motie. 41.000 sociale woningen hebben nog geen dubbele beglazing. Het volledige woningenbestand moet zo snel mogelijk voldoen aan een voldoende energieprestatie, of de bewoners nu eigenaars of huurders zijn. In dat verband zijn vooral de beglazing, de dakisolatie en de stookketels van belang. Mevrouw Heeren zal er dieper op ingaan.

De minister heeft principieel beslist dat de minimumlevering van 6 naar 8 ampère moet worden opgetrokken. CD&V pleit er ook voor om in functie van het aantal gezinsleden enige soepelheid in te bouwen. In de media kwamen schrijnende verhalen aan bod: mensen die niet tezelfdertijd konden strijken en koken. Dat is mensonwaardig.

De budgetmeter is voor ons een instrument van rationeel energiebeheer. Het begrip 'klaarblijkelijke onwil' heeft weliswaar een duidelijke juridische inhoud, maar roept bij de armen en sommige OCMW's misverstanden op. We spreken daarom liever van 'duidelijke onwil', waarvoor een aantal criteria moeten gelden. Wij pleiten dus voor een decreetsaanpassing. Uit de hoorzittingen en de getuigenissen van het RISO is gebleken dat het daarbij niet meer mogelijk zal zijn af te sluiten zonder dat er eerst een contact is geweest tussen de LAC en de betrokkene. We pleiten voor een sociaal onderzoek en een contact tussen de LAC en de betrokkene. Wij pleiten er ook voor dat armen zich door iemand van de armenverenigingen kunnen laten bijstaan.

De werking van de LAC's moet nader worden omschreven. Er zijn voorbeeldmodellen. Maar niet alle OCMW's pakken dat evengoed aan. De OCMW's krijgen van het federale niveau veel geld om de LAC's te laten werken. Het is belangrijk dat we een signaal uitsturen om erop aan te dringen dat men met resultaatsverbintenissen werkt. Het zal u maar overkomen dat u als zwakkere in een gebied woont waar de LAC niet goed functioneert. Dat moet aangepakt worden.

Een belangrijk pijnpunt blijft de mogelijkheid tot afsluiten. Vorige week is nog uit het debat na een parlementaire vraag van mevrouw Vogels aan minister Vervotte gebleken dat er onduidelijkheid is over de juiste cijfers. Er zouden ongeveer 700 afsluitingen zijn gebeurd. Ik herinner er wel aan dat het nog altijd wintert. Alleen de effectieve afsluitingen zijn belangrijk. Maar dat aantal mag niet worden gerelativeerd. Elke afsluiting is er in feite eentje te veel. De vraag van de minister is terecht om te onderzoeken wat er moet gebeuren om opnieuw te kunnen aansluiten.

Mevrouw Vogels, mijnheer Stassen en mijnheer Glorieux: ik heb de verschillende moties gelezen. Dit thema is te belangrijk om het aan partijpolitieke spelletjes te onderwerpen. Het kan niet de bedoeling zijn dat we groener zijn dan Groen!, en socialer dan sociaal. Als ik de moties goed lees, dan gaat het in feite allemaal over hetzelfde. In de ene motie staan sommige aspecten concreter uitgewerkt dan in andere. De meerderheidsmotie is in de commissie unaniem goedgekeurd. Ik roep op om bij de stemming te zoeken naar een unanieme goedkeuring. Dat zou een sterk signaal zijn.

Collega's, we gaan er niet van uit dat de elektriciteit in de praktijk niet of nauwelijks wordt afgesloten. Het afsluiten is de ultieme stap. We moeten de betrokkenen vragen om dit als een stok achter de deur te houden. Het laatste luik is al door de heer Strackx naar voren gebracht. Het betreft het luik communicatie en informatie: een cruciaal onderdeel in het armoedebeleid.

Om sommige brieven goed te begrijpen moet men al professor zijn. Het is misschien prettig om naar de websites te surfen en onderwerpen aan te vinken, maar het geheel moet begrijpelijk blijven. Het is dan ook allesbehalve transparant. Met deze motie stellen we een geëigende aanpak voor in het kader van een sociaal onderzoek met bijvoorbeeld de inzet van straathoekwerkers om bij de allerzwaksten de problematiek van deur tot deur uit te leggen.

In de marge van de besprekingen wordt volgende week ook gediscussieerd over het feit dat het voor de zwaksten volstrekt onduidelijk is of de vrijgemaakte markt of lagere prijzen ook werkelijk bestaan. Voor hen blijft de vraag levensgroot of de vrije markt wel werkt. Ik heb de indruk dat de vrije markt niet goed werkt.

Daarom vragen wij aan de federale minister Van den Bossche, bevoegd voor Consumentenzaken, dat ons verslag, onze maatschappelijke visienota en onze aanbevelingen effectief zouden worden gelezen. Sommige malafide verkopers hebben er terecht opmerkingen over gemaakt. Ik heb vanmorgen in het nieuws gehoord dat men daar paal en perk aan wil stellen. We moeten dat zeker ondersteunen, maar vragen tegelijk dat het rapport aan de federale overheid wordt meegedeeld.

Als besluit worden een 30-tal maatregelen voorgesteld. We leven inderdaad in een ingewikkeld land, maar de regionalisering is zeer belangrijk om op efficiënte wijze te kunnen optreden. Voor de zwaksten in de samenleving is het belangrijk dat het Vlaams Parlement deze voorstelling unaniem steunt. Het zou een goed signaal zijn dat een aantal punten tegen de start van het volgende parlementaire jaar zijn uitgevoerd. Er is al opgetreden voor deze winter, maar er blijven nog concrete punten onopgelost, en we vragen de minister dat tegen de opening van het volgende parlementaire jaar de oplossingen in concrete beleidsdaden worden omgezet en dat we ze kunnen lezen in omzendbrieven en in het Staatsblad. De geloofwaardigheid van de politiek zal zo voor de zwaksten in de samenleving voor een klein stukje hersteld zijn. (Applaus bij de meerderheid en Groen!)

De voorzitter

Mevrouw Eeckhout heeft het woord.

Hilde Eeckhout

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de minister, collega's, de VLD-fractie is net als de ander fracties tevreden over de werking van de commissie. Het is zeker belangrijk dat het debat is gevoerd omdat steeds meer gezinnen te kampen krijgen met energiearmoede. Ik beperk mij tot enkele punten.

De problematiek maakt duidelijk dat er nood is aan een krachtig en gedreven armoedebeleid. We vragen aan de regering er dringend werk van te maken en rekening te houden met de toestand van de armen. De nood aan begeleiding is vaak groot. We zijn ervan overtuigd dat het in de huidige tijd niet meer mogelijk is om zonder elektriciteit een menswaardig bestaan op te bouwen. Vandaar dat we ervan uitgaan dat de minimumlevering aan energie een grondrecht is. Voor de uitbouw van een armoedebeleid vragen we de regering dat er nauw wordt samengewerkt met de armenverenigingen en dat de nodige aandacht uitgaat naar een voor armen verstaanbaar taalgebruik. Er mag niet worden uitgegaan van de veronderstelling dat de armen een vlotte toegang hebben tot het internet of het gebruik ervan onder de knie hebben.

Zoals in het verslag al is gesteld, is de problematiek van de energiearmoede vooral aan de oppervlakte gekomen omdat steeds meer gezinnen problemen hebben om hun energierekeningen te betalen.

Volgens de publieke opinie gaan de lokale adviescommissies nagenoeg aan de lopende band en roekeloos over tot het afsluiten van elektriciteit en van gas. Dat is alleszins de sfeer die op een bepaald ogenblik is gecreëerd. Gelukkig hebben de hoorzittingen de ware toedracht aan het licht gebracht. Een aantal LAC's functioneert minder goed. Dit geldt voor het organisatorische aspect van hun werking en voor beslissingen die ze hebben genomen. Gelukkig zijn in onze grote steden en kleine gemeenten betere voorbeelden te vinden.

Onze conclusie is dat een aanpassing van de bestaande regelgeving niet strikt noodzakelijk is. We kunnen ons allicht tot een uitwisseling van best practices tussen de LAC's beperken. We vinden het echter belangrijk dat steeds een grondig sociaal onderzoek wordt gevoerd. De mogelijkheid om een dergelijk onderzoek te voeren, is in de huidige regelgeving opgenomen. In de praktijk wordt die mogelijkheid jammer genoeg niet altijd benut. In onze ogen is dit een onderzoek een voorwaarde voor een LAC om een beslissing te kunnen nemen.

Aangezien de rechtszekerheid van de energieverbruiker voor ons heel belangrijk is, vragen we de minister de term klaarblijkelijke onwil in de huidige regelgeving door middel van een omzendbrief beter te omschrijven. In de motie van aanbeveling wordt gesuggereerd hiervoor een andere term te gebruiken. We zijn zeker niet van plan om over woorden te vallen. Het is voor ons vooral belangrijk dat iedereen weet waarover het gaat.

De mogelijkheid tot definitieve afsluiting moet echter behouden blijven. Deze mogelijkheid wordt vaak als een stok achter de deur ervaren en zet energiearmen aan om de door de LAC's aangeboden mogelijkheden aan te grijpen. Die mogelijkheden hebben steeds hetzelfde doel, met name het zoeken van een oplossing voor de betalingsproblemen van de energiearmen. Bovendien heeft een aantal definitieve afsluitingen betrekking op onbewoonde panden. In deze gevallen komt een afsluiting de veiligheid ten goede.

Zoals hier al meermaals is gesteld, kunnen we niet altijd tot een afsluiting overgaan. We stellen vast dat de winterperiode door de verschillende overheden en spelers op de energiemarkt anders wordt gedefinieerd. Indien iedereen dezelfde definitie zou hanteren, zou dit voor iedereen uiteraard eenvoudiger zijn. In de motie van aanbeveling vragen we de minister dan ook de winter als de periode van 1 december tot 1 maart vast te leggen. Bovendien bieden we de minister de mogelijkheid om, bijvoorbeeld in het geval van een vroege of een late winter, deze periode uit te breiden.

Het voorkomen van energiearmoede vormt voor de VLD het belangrijkste punt in het hele debat. Preventie is heel belangrijk. Het gebruik van de budgetmeter biedt die mogelijkheid. De Vlaamse Regering zou het gebruik van de budgetmeter moeten stimuleren. We willen van het negatieve imago van de budgetmeter afgeraken. We zouden de budgetmeter in feite met een prepaidkaart voor een gsm willen vergelijken. Het gaat hier gewoon om een alternatieve betalingsmanier.

Momenteel worden budgetmeters enkel geplaatst indien zich betalingsproblemen voordoen en na een beslissing van de LAC. Die plaatsing gebeurt niet steeds zonder slag of stoot. De budgetmeter moet soms meermaals worden aangeboden. Dit drijft de kosten uiteraard de hoogte in. De Vlaamse Regering zou moeten onderzoeken of de budgetmeter niet vooraf, tijdens het bouwen van een sociale of een andere woning, kan worden geplaatst. De elektriciteitsgebruiker moet echter steeds vrij kunnen beslissen of hij al dan niet voor dit prepaidsysteem kiest.

De budgetmeter biedt een aantal voordelen. Hij helpt het energiebudget beter te beheren. Bovendien maakt hij de gebruiker ervan bewust wat het kost bepaalde toestellen te gebruiken.

De budgetmeter kan nog gebruiksvriendelijker worden, door het aantal oplaadpunten uit te breiden. Zoals vermeld in het verslag, is het voor ons ook belangrijk dat cash betalingen bij het OCMW mogelijk worden, zonder extra kosten.

Op dit ogenblik bestaat de budgetmeter enkel voor elektriciteit. Ook voor gas zijn al toestellen op de markt, maar die voldoen op dit ogenblik nog niet aan alle veiligheidsnormen. Het is duidelijk: we zijn voor de budgetmeter, maar niet ten koste van de veiligheid.

We zien dat mensen met de minste middelen niet altijd kiezen voor de voordeligste leverancier. Bovendien is het sociaal tarief niet steeds het goedkoopste. We vragen dan ook aan de Vlaamse Regering om, samen met de federale regering, te zoeken naar een oplossing. We danken minister Keulen voor de inspanningen die hij op dat vlak levert, zoals de infolijn en de software die ter beschikking wordt gesteld van de socialehuisvestingsmaatschappijen.

In de commissie rees de vraag of een menswaardig bestaan mogelijk is met 6 ampère elektriciteit. Het is onze uitdrukkelijke wens om aan iedereen voldoende energie te leveren om een menswaardig leven te leiden. We mogen niet vergeten dat ook minimumleveringen door de verbruiker betaald moeten worden. Dat is goed, want energie is niet gratis. Vanuit de VLD is het de bedoeling om de periode waarin mensen terugvallen op de minimumlevering zo kort mogelijk te houden en iedereen zo snel mogelijk van een volledige energielevering te voorzien, wellicht via een budgetmeter.

Mijnheer de minister, u kondigde al aan dat u de minimumlevering zult optrekken tot 8 ampère. Dat is positief, maar we willen waarschuwen voor een te hoog optrekken van de minimumlevering, want we vrezen dat anders de termijn van de minimumlevering zal verlengen en mensen in de toestand zullen berusten, waardoor de schulden zich zullen opstapelen.

Het belangrijkste wapen om energieschulden te vermijden, is minder energie verbruiken. Rationeel omspringen met energie moet dus zeker aangemoedigd worden. Vlaanderen kent op dit ogenblik veel woningen met een slechte energiewaarde. Eigenaars - zowel socialehuisvestingsmaatschappijen, maar ook privé-eigenaars-bewoners en privé-eigenaars-verhuurders - opteren nog onvoldoende voor energiebesparende investeringen. Veel van die investeringen - dubbele beglazing en dakisolatie - zijn nochtans niet zo duur en hebben een vrij korte terugverdientijd.

Sociale woningen in Vlaanderen zijn over het algemeen beter geïsoleerd dan de verhuurde privé-woningen. We denken dat het belangrijk is dat de aandacht vooral gaat naar de particuliere woningen. Het zal moeilijk zijn om de iets oudere eigenaars ervan te overtuigen dat energiebesparende investeringen nodig zijn. Een alleenstaande van 75 jaar denkt doorgaans dat het zijn of haar tijd wel zal duren.

Het is dus belangrijk dat de regering zich richt op de jongere eigenaars. We zijn ervan overtuigd dat zij wel gestimuleerd kunnen worden om energiebesparende werken te verrichten. We denken dan zowel aan fiscale stimuli als aan renteloze leningen. We hebben er het volste vertrouwen in dat de regering daar zo snel mogelijk werk van zal maken. We geloven dat dat de beste manier is om op korte termijn een grote groep woningen die er het slechts aan toe zijn aanzienlijk te verbeteren op het vlak van de energieprestatie. We zien het meeste heil in een dergelijke stimulans.

Als we de aandacht vestigen op de sociale woningen, denken we dat moet worden gekeken naar een nieuw financieringsstelsel. Belangrijke investeringen die energiebesparend zijn voor alle bewoners mogen niet langer worden uitgesteld. Zodra de totale daling van de energiefactuur voor alle bewoners samen groter is dan de huurprijsverhoging voor de afbetaling van de investering, moet de investering onmiddellijk uitgevoerd kunnen worden.

Mijnheer de minister, we rekenen erop dat u zoekt naar een formule waarin zowel eigenaars van sociale woningen, de bouwmaatschappijen als de sociale huurders akkoord mee kunnen gaan, al weten we dat het een zeer moeilijke klus wordt.

Het voorstel dat de heer Luc Stijnen op de laatste hoorzitting formuleerde, is in dat opzicht een te onderzoeken optie. De socialehuisvestingsmaatschappijen zijn nu niet gehaast om energiebesparende renovaties uit te voeren want ze gebruiken zelden de mogelijkheid om een deel van deze investeringen te recupereren bij de sociale huurders. De sociale huurders zitten vaak aan de maximumhuurprijs die de eigenaar wettelijk kan vragen voor de socialehuurwoning. We vragen de minister om het bestaande systeem uit te breiden en zo een deel van de energiebesparende maatregelen door de eigenaars te laten recupereren bij de sociale huurder.

Er werd een 50/50-regeling gesuggereerd en die lijkt ons billijk. Bovendien zijn er in een dergelijk systeem enkel winnaars: het energieverbruik daalt, de huurder betaalt iets meer huur maar betaalt het dubbele minder aan zijn energiefactuur, de socialehuisvestingsmaatschappij recupereert een deel van haar investering en haar patrimonium wordt opgewaardeerd. De VLD geeft de voorkeur aan maatregelen die effectief de energieprestaties verbeteren veeleer dan aan maatregelen als het financieren van energiedoorlichtingen of het vervroegen van de energiepresatiecertificaten.

De VLD dringt erop aan dat er werk wordt gemaakt van een degelijk armoedebeleid met oog voor de noden van de armen. We vragen dat in de LAC-procedure wordt geëist dat er een degelijk sociaal onderzoek wordt gevoerd vooraleer er beslissingen worden genomen zodat de rechtszekerheid voor de energieverbruiker wordt vergroot. We vragen aandacht voor preventie, zowel op het vlak van het gebruik van de budgetmeter, het laagste tarief, de verhoging van de minimumlevering als van het rationeel energiegebruik. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de minister, collega´s, een beschaafd land zoals België kan zich anno 2006 niet meer veroorloven dat armen zonder stroom worden gezet. Dit lieten de beide ministers hier aanwezig, de voorbije weken duidelijk verstaan. De leden van de Commissie Energiearmoede delen uiteraard die mening. Een heleboel voorstellen werden door de commissie geformuleerd en door beide verslaggevers uitgebreid aan bod gebracht. Het is nu belangrijk dat deze voorstellen zeer spoedig realiteit zullen worden.

Ik zal me beperken tot het deel over welzijn en mijn collega mevrouw Hostekint zal het hebben over huisvesting. Het is belangrijk is dat we de minimumlevering van 6 ampère kunnen optrekken. Minister Peeters heeft al aangekondigd deze maatregel te onderschrijven. Ik wil hem vragen hierbij aandacht te hebben voor de gezinssituatie.

Vandaag zijn er in dit hele verhaal nog heel wat hindernissen te nemen. De oplaadpunten zijn moeilijk toegankelijk. Het gebrek aan oplaadpunten heeft vaak tot gevolg dat mensen soms meer dan een halve dag onderweg zijn. Ze moeten het openbaar vervoer nemen om aan een oplaadpunt te geraken waardoor ze al een deel van hun geldmiddelen moeten gebruiken.

In het decreet wordt in één oplaadpunt voorzien binnen een afstand van 3 kilometer, of buiten een stad in één per 10.000 inwoners. De Vlaamse Ombudsdienst wist zelfs te melden dat in een stad met 30.000 inwoners er slechts één oplaadpunt was. Als je je dan nog eens met het openbaar vervoer moet verplaatsen, weten we allemaal wat dit betekent.

Binnen de commissie is iedereen het er, denk ik, wel over eens dat er ook dringend werk moet worden gemaakt van budgetmeters specifiek voor aardgas. Alleen dat zal ons in staat stellen om gelijke kansen voor iedereen te garanderen en eventuele gasafsluitingen te voorkomen. Iedereen die wordt verplicht een budgetmeter te gebruiken, zou die toch wel gratis ter beschikking moeten kunnen krijgen.

Het decreet bepaalt dat er niet mag worden afgesloten in een bepaalde winterperiode, namelijk vanaf 15 december tot 15 februari. In de praktijk hebben we echter moeten vaststellen, in een periode waarin de commissie zeer actief was, dat er dan bijvoorbeeld werd afgesloten op 14 december. In dat licht hebben zowel de commissieleden als de minister verklaard dat dit dringend moet worden aangepakt. Mijnheer de minister, u hebt de nodige initiatieven genomen om te komen tot afspraken terzake. Wij willen vragen dat hier verder wordt gegaan: er moet een wettelijke regeling komen om afsluitingen in die periode onmogelijk te maken.

Vorige sprekers hebben al prachtige voorstellen gedaan, die uiteraard in de motie van aanbeveling werden opgenomen en waarover we reeds hebben gedebatteerd in de commissie Energiearmoede. Tot op heden verlopen de zaken in de praktijk echter nog steeds anders.

Overal gaan er stemmen op om het recht op energie voortaan als een basisrecht te beschouwen en dit dan ook in de Grondwet te verankeren. Wat me blijft storen is de werking van sommige lokale adviescommissies. Ik wil hier niet alle LAC's met de vinger wijzen. Sommige LAC's werken zeer goed en moeten als schoolvoorbeeld kunnen worden gebruikt om de overige LAC's te inspireren. De lokale adviescommissie kan tot afsluiting beslissen in drie gevallen: als er sprake is van fraude, als er een veiligheidsgevaar bestaat en als er sprake is van klaarblijkelijke onwil. Vooral met dat laatste begrip heeft de sp.a-spiritfractie het moeilijk. Wat betekent dat begrip immers eigenlijk? Heel vaak luidt het antwoord dat het gaat over mensen die wel kunnen, maar niet willen betalen. Ik vind het een zeer vreemde definitie. Ze zou betekenen dat het gaat over mensen die niet willen betalen en in plaats daarvan ervoor kiezen om in duisternis, koude of mensonterende omstandigheden te leven. Ik vraag me af hoe iemand met een leefloon van ongeveer 800 euro per maand er in godsnaam in slaagt om energierekeningen te betalen, en bovendien ook nog de huur, de schoolkosten en eventueel een doktersbezoek. De realiteit is dat het toch wel een kwestie is van wel willen, maar vaak niet kunnen betalen.

In de commissie Energiearmoede werd dan ook gepleit voor een herdefiniëren van het begrip klaarblijkelijke onwil. De omstandigheden waarin wordt afgesloten, moeten veel duidelijker en vooral concreter worden omschreven. Er wordt immers nog al te vaak onterecht overgegaan tot afsluiting. Zo krijgen mensen brieven van de sociale leverancier GeDIS, terwijl ze vaak niet eens weten wat GeDIS is, gesteld dat ze de brieven al kunnen lezen. Of denken we misschien dat dit niet meer van deze wereld is? Bovendien verloopt een uitnodiging om voor een LAC te verschijnen niet altijd zonder slag of stoot. De brief wordt niet altijd gericht aan alle gezinsleden en zou eigenlijk goed moeten worden toegelicht tijdens een huisbezoek. We zijn ervan overtuigd dat die brief veel duidelijker moet aangeven wat de bedoeling is van de uitnodiging. De rol van de LAC moet worden verduidelijkt. Ook moet duidelijker worden gemaakt dat mensen zich kunnen laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of een vereniging waar armen het woord voeren. Een begrijpelijk taalgebruik is dan ook een fundamentele voorwaarde om deze problemen succesvol aan te pakken.

Er is op dit ogenblik immers een gebrek aan verstaanbare, duidelijke en correcte communicatie. Ik denk hierbij ook aan het lot van anderstaligen en de specifieke grootstedelijke problematiek, die een autonome aanpak vereisen.

Mensen durven vaak gewoonweg geen gevolg geven aan een oproep om te verschijnen voor de LAC. Slechts 10 percent van de opgeroepenen verschijnt werkelijk ter zitting. Ze denken immers dat ze moeten verschijnen voor een rechtbank. De opgeroepene die niet verschijnt, is onwillig en er wordt dan maar besloten dat er sprake is van kennelijke of klaarblijkelijke onwil. Het gevolg is dat hij of zij wordt afgesloten.

Indien een persoon niet aanwezig kan zijn, zou de LAC ten minste haar beslissing moeten uitstellen tot een volgende zitting. Mensen reageren ook pas op een aanbod uit de hulpverlening als ze in een crisissituatie verkeren. Zo'n dreigende afsluiting is daar een typisch voorbeeld van. Er wordt ook veel te veel afgesloten wegens leegstand waar er in werkelijkheid helemaal geen sprake is van leegstand.

De lokale adviescommissie moet binnen het OCMW een meer proactieve rol spelen en vooral maximaal op problemen kunnen inspelen. In de lokale adviescommissies zetelen niet altijd ervaringsdeskundigen in de armoede en dikwijls zijn voorgestelde afbetalingsplannen voor de betrokkenen echt onhaalbaar.

Het probleem is dat er ook vandaag nog te veel dossiers voor de LAC komen, zonder dat de commerciële energieleveranciers ook maar één serieuze stap hebben ondernomen om het conflict op te lossen: aanmaningen sturen, niet betalen en dan droppen. Klanten die door een leverancier gedropt worden, moeten soms tot 95 euro aan dropkosten betalen. Dit zouden we wettelijk moeten verbieden. Van wie klant wil blijven bij een commerciële energieleverancier, wordt vaak ook een waarborg gevraagd, soms tot vier keer de maandelijkse factuur. Dat zijn niet anders dan ongeoorloofde agressieve verkooptechnieken.

Voor mensen die gebruik kunnen maken van het sociale tarief, moeten we er ook voor zorgen dat ze het meest voordelige tarief genieten. Dat moet een automatisme worden. Voor wie daarentegen geen gebruik kan maken van het sociale tarief, moeten we mee zoeken naar de meest ideale formule.

Het is trouwens een zeer goed idee elke beslissing die door een lokale adviescommissie wordt genomen, te laten voorafgaan door een zeer grondig sociaal onderzoek met zeer duidelijke criteria. De vraag is echter of de hogere overheid hiervoor voldoende financiële middelen kan vrijmaken. Bovendien is de nood aan een globaal energiebeleid bijzonder groot. De verschillende overheden hebben hierin een verpletterende verantwoordelijkheid en moeten hun beleid veel meer op mekaar afstemmen. Het invoeren van op zichzelf staande maatregelen heeft geen zin; structurele maatregelen en begeleiding van cliënten daarentegen hebben zeer veel zin.

Ik hoop dan ook dat heel dit halfrond ten volle zijn verantwoordelijkheid wil opnemen. Ik doe ook een oproep tot de regering om de nodige initiatieven te nemen om het begrip klaarblijkelijke onwil veel concreter te maken en duidelijker te omschrijven, en daar ook duidelijke criteria aan te verbinden.

Afsluiten op basis van klaarblijkelijke onwil kan niet zomaar. We moeten er zelfs over durven nadenken of het geen tijd wordt om een voorstel in te dienen waardoor de mogelijkheid om een onvermogend iemand af te sluiten omwille van klaarblijkelijke onwil voorgoed tot het verleden behoort. Afsluiten zal dan alleen nog kunnen bij fraude en als er gevaar is voor de veiligheid, maar niet langer omdat onvermogende mensen leven in mensonterende omstandigheden. Ik kan alleen maar de hoop uitdrukken dat al deze mensen op de steun van de meerderheidspartijen kunnen rekenen en dat hier door middel van een voorstel van decreet of een ander initiatief voor eens en altijd komaf mee wordt gemaakt. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Mijnheer de voorzitter, mevrouw en mijnheer de minister, geachte collega's, ik wil starten met het bedanken van de verslaggevers voor hun helder en goed overzicht van wat heel boeiende commissiebesprekingen zijn geweest. Uit die besprekingen resulteren heel concrete voorstellen aan de regering.

We zijn onze hoorzitting begonnen met mevrouw Clymans van PRISO. Dat was terecht, want zij toont al jaren aan dat er een kloof gaapt tussen droom en daad. Die droom hebben we zelf vertaald in het decreet van 20 december 1996 en luidde: 'Elke abonnee heeft recht op een minimale en ononderbroken levering van elektriciteit, gas en water voor huishoudelijk gebruik om volgens de geldende levenstandaard menswaardig te kunnen leven.'.

Recht op energie is essentieel. We slagen er in onze samenleving zelfs niet in om zonder energie aan onze primaire behoeften te voldoen. Denken we maar aan iets wat we allemaal kennen: dat gedurende een korte periode thuis het water wordt afgesloten. We weten niet hoe we ons op zo'n moment moeten gedragen. Ook als er een zekering springt, merken we wat we missen. Recht op energie zou een realiteit moeten zijn in deze samenleving.

Een aantal onder u heeft misschien het energiespel van Welzijnszorg gespeeld. Wie energie heeft om een computer aan te sluiten, kan het op het web spelen en zal merken dat met 6 ampère geen kookwas mogelijk is. Een gewone was kan wel, maar dan moeten de radio en televisie uitgetrokken worden en kan er geen koffie worden gezet.

Mijnheer de minister, u hebt er ook al op gewezen dat de regeling van 6 ampère de mensen op een heel harde manier confronteert met hun armoede. De regeling bevestigt ten overvloede hun achterstelling. De 6 ampère beantwoordt helemaal niet aan wat we met het decreet wilden bereiken, namelijk dat iedereen volgens de geldende levensstandaard kan leven.

Vandaag behoort volgens velen ook de toegang tot het internet tot de nieuwe levensstandaard. Wie vandaag niet via het internet kan communiceren of geen informatie kan binnenhalen, beantwoordt niet aan de geldende levensstandaard. Het is een beetje gek dat we in deze samenleving dan zelfs niet kunnen garanderen dat iedereen over voldoende elektriciteit beschikt om de stekker van de computer in het stopcontact te steken.

Ik wil daarom aan de Vlaamse Regering vragen om de nodige maatregelen te nemen om het decreet van december 1996 uit te voeren. De Vlaamse Regering moet de opdracht geven om per sector te bepalen wat de minimale te leveren energie is en om die op te trekken tot 8 à 12 ampère, rekening houdend met het aantal gezinsleden, maar ook met de wijze waarop in een woning wordt verwarmd. Voor wie met elektriciteit verwarmt - wat helaas nog al te vaak gebeurt - is 6 ampère helemaal onvoldoende.

De kloof tussen droom en daad wordt nog groter in de vele gevallen dat mensen definitief worden afgesloten van elektriciteit of van gas als ze hun facturen niet betalen. Het decreet heeft duidelijk bepaald dat afsluiten niet kan, tenzij het klaarblijkelijke onwil betreft. Over dat begrip hebben we het hier al vaak gehad. Het begrip is trouwens niet zo heel erg onduidelijk. Ik weet niet of het probleem kan worden opgelost door het woord klaarblijkelijke te vervangen door het woord duidelijke.

In 2001 heeft de minister van Welzijn nog eens een omzendbrief geschreven aan de LAC's, onder meer naar aanleiding van het feit dat in 2000 in België 20.000 mensen afgesloten werden van elektriciteit door - toen nog monopoliehouder - Electrabel. In die omzendbrief stond dat het begrip 'klaarblijkelijke onwil' betekent dat de distributeur elementen moet aanbrengen waaruit die onwil van de abonnee blijkt. De LAC moet geval per geval onderzoeken. Als blijkt dat de abonnee geen enkele inspanning doet of wenst te doen om een oplossing te vinden voor zijn betalingsproblemen, of als hij verhindert dat de distributeur een stroombegrenzer van 6 ampère komt installeren, dan kan er sprake zijn van onwil. In de omzendbrief staat verder dat niet mag worden uitgesloten dat bepaalde mensen de confrontatie met hun moeilijkheden niet aankunnen waardoor er geen sprake is van onwil maar veeleer van onmacht. Met andere woorden, het feit dat mensen hun rekening niet betalen of een afbetalingsplan van de distributeur weigeren, of geen contact zoeken met een OCMW of een erkende instelling voor schuldbemiddeling, is op zich niet voldoende om te besluiten dat er sprake is van klaarblijkelijke onwil.

In 2001 was de energiemarkt nog niet geliberaliseerd. De rol van de LAC's zag er nog enigszins anders uit. Zij werkten toen alleen nog maar met Electrabel en dat liep niet altijd van een leien dakje. Integendeel, heel vaak vergaderden LAC's zonder vertegenwoordiger van Electrabel, en werden beslissingen genomen zonder de nodige informatie.

Na 2003 en de liberalisering van de markt veranderde de werking van de LAC's. De commerciële leverancier kon voortaan de klant gewoon droppen. Die komt dan automatisch terecht bij de sociale leverancier GeDIS of bij INTER-REGIES. Dat systeem werkt goed. Die klanten zijn verzekerd van gas en/of elektriciteit. Het is aan de sociale leverancier om ons 'droomdecreet' waar te maken. Hij kan de energie alleen afsluiten op basis van dezelfde drie redenen die in het decreet staan.

Goede dingen mogen worden gezegd. Het siert de sociale leverancier: in tegenstelling tot vroeger levert hij inspanningen. Hij werkt mee om de LAC's goed te doen werken en overlegt met de OCMW's om de werking beter te laten evolueren. Ik heb zelf goede ervaringen met GeDIS in Antwerpen. Het was noch voor de sociale leverancier noch voor de OCMW's duidelijk wat die liberalisering zou brengen en hoeveel klanten er bij de sociale leverancier zouden terechtkomen. Het heeft een tijdje geduurd voor we dat wisten. Als de commerciële leverancier een klant dropt, neemt de sociale leverancier over. Hij begint stroom en gas te leveren en pas na een tijd blijkt dat er betalingsproblemen zijn. Pas in de tweede helft van 2004 werd duidelijk dat de commerciële leveranciers massaal klanten dropten. Tijdens de commissievergaderingen viel het cijfer van 45.000; intussen zullen het er meer dan 50.000 zijn. Toen bleek ook dat heel veel van die klanten terechtkomen bij de LAC via de sociale leverancier. Uit de gegevens tijdens de commissiezitting bleek dat intussen 19.509 dossiers behandeld werden bij de LAC's. Dat is een cijfer van eind augustus 2005.

Ondertussen is de werkwijze geëvolueerd. Die is niet zo individueel als sommige collega's laten uitschijnen. In sommige gevallen overlegt de sociale leverancier met de VVSG en geeft de VVSG aan het OCMW richtlijnen om de LAC-werking op een bepaalde manier te organiseren. Zo werd bijvoorbeeld afgesproken dat men een dossier op de LAC agendeert als de klant geen toegang verleent om een budgetmeter te plaatsen - dat lijkt me ook logisch - en als de klant gedurende meer dan twee maanden zijn kaart niet heeft opgeladen als het over elektriciteit gaat of een schuld van 150 euro heeft als het over gas gaat.

Die beslissing werd genomen omdat men de schulden niet te lang wilde laten oplopen. Men wilde vrij snel ingrijpen. Op die manier zou men al zien dat er iets aan de hand is en kunnen ingrijpen, zelfs als de klant maar twee keer niet komt opladen. Dat is een goede manier van werken, maar dat gaat alleen op voorwaarde dat er instrumenten zijn om een sociaal onderzoek te doen.

De honderden dossiers die op basis van die criteria door de sociale leverancier worden voorgelegd aan de LAC's, kunnen worden besproken zonder een voorafgaand sociaal onderzoek te doen. De OCMW's waren daar niet klaar voor of hadden geen personeel. Van de honderd dossiers die werden voorgelegd, werden er 14 afgevoerd omdat de cliënt was verhuisd. 8 dossiers werden uitgesteld voor nader sociaal onderzoek, 22 werden ter zitting behandeld en 56 werden afgerond met een definitieve beslissing tot afsluiting. Bij 56 percent is er dus sprake van kennelijke onwil. Dat is bijzonder veel. Dit zijn trouwens gemiddelde cijfers voor Vlaanderen.

In de commissie bleek dat er sprake is van kennelijke onwil als mensen niet ingaan op een uitnodiging van de LAC. Dit is in tegenspraak met de omzendbrief waaruit ik zopas citeerde. Het is niet omdat iemand zelf geen hulp zoekt, dat er kennelijke onwil is.

Uit mijn eigen praktijk ken ik een aantal redenen waarom mensen niet ingaan op een uitnodiging van de LAC. Dat kan zijn omdat ze het verschil niet kennen tussen een gewone leverancier en de sociale leveranciers GeDIS en INTER-REGIES. Ze denken misschien dat het wel weer een brief van Electrabel zal zijn. Het kan ook zijn omdat ze toch niet kunnen betalen, of omdat ze de brief niet begrijpen omdat die in te ambtelijke taal is opgesteld.

In Antwerpen is het niet allemaal kommer en kwel. We hebben een veel begrijpelijker brief gemaakt dan vroeger. We willen die naar andere LAC's opsturen. Dan kunnen ze die ook gebruiken.

Soms gaat het ook om mensen die hier illegaal verblijven. Die kunnen niet ingaan op een uitnodiging van de LAC omdat ze geen papieren hebben en bang zijn. Heel wat mensen denken ook nog steeds dat die 6 ampère gratis is. De Vlaamse Regering heeft ooit een folder uitgegeven naar aanleiding van de goedkeuring van het decreet. Daarin stond: 'Nooit meer afsluiten. 6 ampère gegarandeerd.' Heel wat mensen hebben daaruit geconcludeerd dat ze hoe dan ook 6 ampère krijgen. We hebben een aantal klanten op de LAC ontvangen die zeiden dat ze niet meer dan 6 ampère verbruiken en die vroegen zich af waarom ze dan nog moesten betalen. Daarover is absoluut meer informatie nodig.

De kloof tussen de droom van de gewaarborgde energielevering en de realiteit van de 56 beslissingen tot afsluiting, die daarom niet effectief zijn afgesloten, is nog te groot. De commissie voor Energiearmoede heeft unaniem besloten dat er blijkbaar een aantal onterechte afsluitingen zijn gebeurd. We hebben daarom een brief gestuurd naar de regering. De minister van Welzijn heeft daarover dan een omzendbrief gestuurd naar de lokale besturen met de vraag om een lijst te bezorgen van mensen die waren afgesloten en die in aanmerking kwamen om opnieuw te worden aangesloten. Mijnheer Decaluwe heeft naar die brief verwezen.

Dat heeft nogal wat commotie teweeggebracht omdat de OCMW's, zeker van grote steden, zeggen dat het over honderden dossiers gaat en ze hebben niet eens voldoende tijd om de huidige dossiers voor te bereiden. Dit is een quasi-onmogelijke opdracht. Het is een beetje gek om daar energie aan te besteden als er nog geen garanties zijn dat dezelfde fouten in de toekomst niet meer gebeuren. De duidelijke bijkomende bepalingen waaraan de LAC's moeten voldoen om over dossiers te beslissen, zijn vooralsnog niet vastgelegd.

Daarom vragen wij in ons voorstel van resolutie dat overleg wordt gepleegd met de VVSG. Op dat vlak verschilt ons voorstel van dat van de meerderheid. De VVSG is het overkoepelend orgaan dat de OCMW's kan vertegenwoordigen. Er moeten nieuwe criteria worden bepaald waaraan een dossier moet beantwoorden voor het op het LAC kan worden geagendeerd. Dit dossier moet worden gemaakt door een maatschappelijk werker van een energiecel. Die moet minimaal de gegevens aanleveren waaruit kan worden besloten dat het gaat om het niet willen, zoals destijds in de omzendbrief omschreven, en niet om het niet kunnen betalen.

Mevrouw de minister, we vragen ook duidelijk om die maatregelen te nemen voor november 2006. Dan staan we opnieuw voor de winter. Bovendien moeten de OCMW's de nodige ruimte krijgen om zich te kunnen voorbereiden op de nieuwe werking en op de toepassing van nieuwe criteria. Het is belangrijk dat de Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid neemt en bijkomende middelen uittrekt om de goede werking van de LAC's te garanderen en bijkomend personeel aan te werven. Tot nu toe zijn we te laks geweest om daar geld voor vrij te maken. Op dit moment worden de LAC's uitsluitend gefinancierd via het Energiefonds. Het Energiefonds is een federaal fonds.

De vertegenwoordiger van de VVSG stelde namens de OCMW's dat het Energiefonds moet dienen om mensen bij te staan om hun energiefactuur te betalen, om financiële hulp te bieden en om in te staan voor preventie. Een aantal OCMW's heeft dit op verschillende manieren ingevuld. Sommige OCMW's, zoals aanvankelijk ook dat van Antwerpen, werkten via de bestaande sociale diensten om mensen te helpen om hun energiefactuur te betalen. Andere OCMW's zoals dat van Gent zijn onmiddellijk begonnen met een energiecel. Nog andere hebben preventief gewerkt. Het is echter duidelijk dat de middelen uit het Energiefonds ontoereikend zijn om de droom die wij hier verder hebben ingevuld, te realiseren.

Vooral in de grotere steden is het belangrijk dat er meer middelen worden ingezet. Van alle LAC-dossiers die tot nu toe bij een LAC werden geagendeerd, situeert 30 percent zich in Antwerpen en 15 percent in Gent. Dat betekent dat we in Antwerpen tijdens drie of vier LAC-zittingen per maand streven naar een maximum van 75 dossiers per zitting. Bovendien blijkt dat 80 tot 90 percent van de dossiers nog niet gekend is bij het OCMW. Dat betekent dat er nieuwe maatschappelijke en sociale onderzoeken moeten worden gevoerd. Dit vergt een enorme personeelsinzet. Dat betekent concreet dat de mooie dromen, die ook een aantal collega's uit de meerderheid naar voren hebben geschoven, niet kunnen worden waargemaakt als daarvoor niet meer middelen worden uitgetrokken.

Een ander verschilpunt tussen ons voorstel en dat van de meerderheid, is de visie op de budgetmeter. De budgetmeter waarin voorzien wordt in sociale woningen, is enigszins betuttelend en stigmatiserend. Mensen met een laag inkomen moeten in het oog houden of ze niet te veel energie gebruiken terwijl dat bij anderen niet nodig is. Wanneer het gaat om een maatregel van rationeel energieverbruik, zoals het vaak wordt voorgesteld, dan zou die meter in de eerste plaats bij de rijkeren moeten worden geplaatst.

Er is een andere, fundamentelere reden. Ik ben er niet van overtuigd dat met een budgetmeter de energiearmoede beter wordt aangepakt. Er is sprake van energiearmoede als iemand meer dan 10 percent van zijn inkomen uitgeeft aan energie. Ik denk dat er meer energiearmoede is in de winter dan in de zomer. In de winter wordt veel meer energie verbruikt voor verlichting, verwarming, enzovoort.

Met een oplaadbare kaart zullen mensen veel meer moeten opladen in de wintermaanden en veel minder in de zomermaanden. Precies in de wintermaanden zal het inkomen onvoldoende zijn om op te laden tot er voldoende verwarming is. Met een factuur betalen mensen winter en zomer hetzelfde bedrag. Mensen met een laag inkomen hebben geen middelen of mogelijkheden, gaan niet sparen of een potje opzij leggen, houden geen rekening met het feit dat ze in de winter meer zullen moeten opladen. Een budgetmeter zou wel eens een tegenovergesteld effect kunnen hebben en energiearmoede creëren. Dat geldt zeker nu de energieprijzen sterk zijn gestegen.

Mijnheer de voorzitter, op dit moment heeft de federale overheid een aantal maatregelen genomen om de energiefactuur te verlichten. Ik denk aan het Stookoliefonds. Ook de OCMW's hebben middelen via het Energiefonds. Mijnheer de minister, ik nodig u uit om uw federale collega, de heer Van Quickenborne, uit te dagen om eens daarop zijn 'Kafkabeleid' te richten. Voor ons is het OCMW dé instantie om via één centraal fonds bij te passen, ongeacht het feit of de persoon in kwestie met stookolie, gas of elektriciteit verwarmt. Dat zou eens een uitdaging zijn voor minister Kafka!

Ik wil ook nog uw aandacht vestigen op een actuele evolutie. De heer Strackx heeft daarnet zijn energiefactuur getoond. Op dit moment zijn de commerciële bedrijven bezig met het opmaken van de eindafrekeningen voor het jaar 2005. De meeste mensen zullen waarschijnlijk maandelijks een te laag bedrag betaald hebben. De kans is dan ook groot dat ze een groot stuk moeten bijbetalen.

De sociale leveranciers vrezen dat er een nieuwe groep zal ontstaan die de energiefactuur niet kan betalen en die gedumpt zal worden. Men zegt me trouwens ook dat er steeds meer voorbeelden zijn van commerciële leveranciers die mensen droppen, ook als ze betalen, omdat ze te weinig verbruiken, waardoor de leveranciers geen winst maken. Ik weet niet of die informatie klopt.

Mijnheer de minister, ik vraag u dat in het oog te houden. Ik vraag u ook om voor deze winter een aantal maatregelen te nemen om te voorkomen dat een nieuwe groep mensen bij de sociale leverancier terechtkomt. Voor de andere voorstellen verwijs ik naar de motie. (Applaus bij sp.a-spirit en Groen!)

Carl Decaluwe

Mevrouw Vogels, u zegt dat er twee verschilpunten zijn tussen de in de commissie unaniem goedgekeurde motie en de motie van Groen!. Het eerste gaat over de problematiek van de VVSG en het overleg. Dat staat er inderdaad niet in. Als de minister voorstellen formuleert, ga ik er gewoon van uit dat er automatisch overleg wordt gevoerd met de betrokken sector.

Mieke Vogels

Uit de laatste omzendbrief bleek dat dit niet het geval was.

Carl Decaluwe

Mevrouw Vogels, dat is geen argument.

Daarnaast geloof ik helemaal niet dat door de plaatsing van budgetmeters de energiearmoede zal stijgen. We hebben daarover heel wat uitleg verschaft. Er is geen stigmatisering. Als er een probleem is, dan wordt die kosteloos geplaatst.

Mieke Vogels

Het verschil tussen winter en zomer is wel een probleem.

Carl Decaluwe

Dat heeft niets te maken met het feit of de meter er staat of niet. De budgetmeter wordt geplaatst op het ogenblik dat er een probleem is. Als de bouwmaatschappijen die bij nieuwe projecten plaatsen, dan is er toch niets aan de hand! U zoekt spijkers op laag water.

U doet wat u wilt. Ik heb getracht om Groen! te betrekken bij het overleg. Ik stel vast dat er klaarblijkelijke onwil is op dat vlak. Ik heb daar geen probleem mee. Ik heb opnieuw een poging gedaan.

Voor de zwaksten in de samenleving zou het een zeer sterk signaal zijn als iedereen de motie goedkeurt.

Mieke Vogels

Mijnheer Decaluwe, de zwaksten in de samenleving hebben geen boodschap aan het gehakketak in dit debat. We hebben zelf voorstellen gedaan.

Ik ben gecharmeerd door het charmeoffensief van de meerderheid, wat niet altijd het geval is. De twee moties vullen elkaar aan. Er zijn detailverschillen en ook meer essentiële verschillen. Het is de rijkdom van dit parlement om daarover te kunnen stemmen. Ik hoop dat de Vlaamse Regering de uitvoering van de moties niet zal laten afhangen van het feit of ze door iedereen worden goedgekeurd, of dat een fractie een meer genuanceerde stem uitbrengt. Dat lijkt me onzinnig.

De voorzitter

Mevrouw Stevens heeft het woord.

Helga Stevens

Mijnheer de voorzitter, leden van de regering, dames en heren, ik ben de voorlaatste spreker en ik loop dan ook het risico in herhaling te vallen. In de commissie is deze problematiek uitvoerig besproken, maar ik wil hier nogmaals de mening van de N-VA naar voren brengen.

Om het gebald te zeggen vloeit energiearmoede voort uit twee problemen: de gevolgen van de liberalisering van de energiemarkt en de eigen problematische situatie van mensen die leven in armoede of met een laag inkomen. De liberalisering van de energiemarkt is onvoldoende doordacht aangepakt en er was geen of onvoldoende aandacht voor de sociale gevolgen ervan. Uit de statistieken blijkt dat de energiearmoede sterk is toegenomen sinds de liberalisering. Dat blijkt uit de opmerkelijke stijging van het aantal mensen met energieschulden.

De definitie voor energiearmoede die we hanteren in de nota, komt uit Groot-Brittannië. Een gezin is energiearm indien het, om menswaardig te huishouden, meer dan 10 percent van zijn hoofdinkomen besteedt aan energie. Energiearmoede heeft daarom vaak te maken met een laag inkomen, slechte huisvesting en hoge prijzen. We kunnen ons volledig in deze definitie vinden.

De liberalisering van de energiemarkt is het gevolg van de Europese regelgeving. In twee Europese richtlijnen, een van 19 december 1996 voor elektriciteit en een van 22 juni 1998 voor aardgas, legt de Europese Unie aan haar lidstaten op dat ze tegen 1 januari 2007 hun nationale elektriciteits- en gasmarkt moeten openstellen voor buitenlandse bedrijven. Het doel van de liberalisering is het bevorderen van de vrije concurrentie bij de verkoop en het creëren van een grote en meer performante Europese markt. Een liberalisering impliceert een juridische scheiding tussen productie, transport en verkoop van elektriciteit en gas.

Door de complexe bevoegdheidsverdeling inzake energie is de omzetting van de Europese richtlijnen in het nationale recht in België geen eenvoudige zaak. De federale overheid is bevoegd voor de productie van elektriciteit en de opslag van aardgas, voor het transport van gas en elektriciteit, meer bepaald hoogspanning, en alle prijzen daarmee verbonden, voor de elektriciteits- en aardgastarieven, voor de specifieke sociale tarieven voor wie recht heeft op een vermindering van de energiefacturen, en voor het toekennen van het btw-tarief op de energieprijzen. De gewesten zijn bevoegd voor het lokale transport en de distributie van elektriciteit, meer bepaald laagspanning, voor de distributie van aardgas, voor milieuvriendelijke energie en elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling en voor rationeel energiegebruik.

Men mag echter de liberalisering van de energiemarkt niet de schuld van alles geven. Want de Europese Commissie wil dat een zo hoog mogelijk niveau van openbare dienstverlening wordt gehandhaafd. De lidstaten beslissen zelf welke diensten van algemeen belang ze willen uitbouwen. Europa legt wel geen minimumniveau voor deze diensten op. Volgens mij is de kern van het probleem dat de regelgeving in België en Vlaanderen niet duidelijk genoeg is en dat er geen sterke regulator en ombudsdienst bestaan die onmiddellijk krachtig kunnen ingrijpen als leveranciers of netbeheerders voor scheeftrekkingen of misbruiken zorgen.

Kijk maar naar de situatie in het Verenigd Koninkrijk. Daar is men erin geslaagd om de energiearmoede in tien jaar tijd te halveren. Deels is dat te verklaren door de complexe bevoegdheidsverdeling in België, maar dat mag geen excuus zijn. Een van de redenen voor de manke werking van de energiemarkt in België is ook dat de federale minister van Energie zijn bevoegdheid niet ernstig genoeg heeft genomen, en liever uitkeek naar een andere, meer lucratieve internationale baan. Dan moet men ook niet verwonderd zijn dat er zoveel zaken onafgewerkt zijn gebleven.

Om de energiearmoede in België te verminderen is een structurele samenwerking tussen de verschillende actoren en overheden nodig. Er moet dringend een samenwerkingsprotocol worden opgesteld, zoals dat thans het geval is in het domein van de sociale economie.

Zowel in de federale als in de Vlaamse regelgeving werden openbaredienstverplichtingen ingeschreven. De controle en de regulering van de energiemarkt is opgesplitst over het federale en het regionale niveau. De federale CREG of de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas ziet toe op de toepassing van de federale wetgeving inzake productie en transport. De Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt of VREG staat in voor de efficiënte organisatie en werking van de energiemarkt en voor de uitvoering van de Vlaamse regelgeving inzake distributie, verkoop en levering.

De federale ombudsdienst die volgens artikel 27 van de federale Elektriciteitswet moest worden opgericht in de schoot van de CREG, is er echter nog altijd niet. Deze ombudsdienst had op 1 januari 2006 operationeel moeten zijn, maar de oprichting ervan wordt zogezegd vertraagd door de ingewikkelde structuur van de Belgische staat. Ik vind dat een flauw excuus.

Op 1 oktober 2005 heeft de federale administratie wel op vraag van minister Verwilghen een informatiedienst opgericht. Men kan de dienst gratis bellen, maar als men wordt doorverwezen, is dat naar een te betalen nummer. Een ombudsdienst is natuurlijk geen ideale oplossing voor mensen die in armoede leven. Voor hen moeten er lokale informatie- en steunpunten worden georganiseerd, en moet de informatie worden verspreid via geëigende kanalen. De Vlaamse ombudsman of de VREG doen hun best om de falende dienstverlening van de leveranciers en netbeheerders op te vangen, maar ze zijn niet voldoende toegerust om de groeiende klachtenstroom op te vangen. Het is weer het klassieke verhaal van het doorschuiven van de bevoegdheden, of beter gezegd, verantwoordelijkheden van het federale naar het Vlaamse niveau. Vlaanderen moet het maar oplossen!

Om het met andere woorden te zeggen: wij hebben er weer een rommeltje van gemaakt. En de arme of minder mondige burger in onze samenleving is daar het slachtoffer van. Want hij of zij ziet door de bomen het bos niet meer wegens de complexe en onduidelijke regelgeving. En ook omdat in deze materie maar liefst vier ministers verantwoordelijk zijn.

Uiteindelijk mag hij voor de rekening opdraaien, wat zeer onrechtvaardig is. Daarom pleit ik conform het gedachtegoed van de N-VA voor de volledige overheveling van alle bevoegdheden die op enigerlei wijze met energie te maken hebben, van de federale naar de Vlaamse overheid. Zo kunnen alle bevoegdheden op het Vlaamse niveau worden geconcentreerd. Het is niet omdat we het zelf doen dat we het automatisch beter doen, maar hiermee wordt het doorschuiven van de hete aardappel van het ene naar het andere niveau voorkomen, zoals nu gebeurt met de vraag wie de ombudsdienst moet oprichten en wie daarvoor moet instaan.

Bevoegdheidsbetwistingen tussen verschillende ministers worden hiermee voorkomen. Iedereen weet immers dat de zaken slechter vooruitgaan als er veel ministers bij zijn betrokken. Het moet onze ambitie zijn om het beter te doen dan de federale overheid.

Ik onderschrijf volledig de vraag vanuit de sector om de werking van de LAC's meer te specificeren. Tegelijk moet de wetgever voldoende middelen vrijmaken zodat alle armen dezelfde kwaliteitsvolle dienstverlening krijgen, of hij of zij nu in een grote stad woont als Gent, waar wel een goedwerkende LAC is, of in een klein dorpje dat te weinig middelen heeft om een deftige LAC te dragen. Om te voorkomen dat het warm water telkens opnieuw wordt uitgevonden, moet een code van goede praktijken worden opgesteld die regelmatig wordt bijgewerkt. Ook moet het begrip 'klaarblijkelijke onwil' duidelijker worden omschreven. Alvorens tot afsluiting over te gaan op grond van 'klaarblijkelijke onwil' moet een sociaal onderzoek bij de betrokkene worden uitgevoerd zodat de LAC een volledig zicht krijgt op de concrete situatie. Het probleem is al vaak ter discussie gesteld en ik zal het hier niet uitdiepen. De meeste LAC's van de OCMW's trachten goed werk te leveren, maar de werking kan van gemeente tot gemeente verschillen.

Uit de hoorzittingen blijkt dat de LAC's in een onduidelijk kader werken en dat de omkadering soms onvoldoende is. Dat kan aanleiding geven tot een verschillende behandeling, afhankelijk van de plaats waar men toevallig woont. Dat is niet aanvaardbaar en zet de deur open voor willekeur. De concrete werking van de LAC is onvoldoende bekend omdat er geen richtlijnen zijn inzake rapportering. Daarom moet er een uniforme rapporteringsverplichting komen zodat vergelijkingen en onderzoek mogelijk zijn. Naar het voorbeeld van Groot-Brittannië moet de energiemarkt sociaal verantwoordelijk worden gemaakt. Ik sta hier volledig achter. De energiemarkt moet voldoende transparant worden. Bij distributienetbeheerders en leveranciers moet een consumentenraad worden georganiseerd, die als waakhond kan optreden.

Ook de regulatoren spelen hier een belangrijke rol. Bij de Engelse regulator bestaat er een consumentenraad die de belangen van de meest kwetsbaren moet verdedigen. Distributienetbeheerders en leveranciers moeten ieder een eigen sociaal actieplan hebben, met duidelijke, afdwingbare doelstellingen. De leveranciers in Groot-Brittannië staan bijvoorbeeld uit zichzelf lagere tarieven toe aan wie energiearm is.

Veel maatregelen tot sociale integratie missen in Vlaanderen hun doel. Hier speelt het Mattheuseffect. Structurele maatregelen als belastingaftrek, premies of informatie gaan voorbij aan mensen met een laag inkomen. De maatregelen die wel genomen worden voor armen, zijn vaak goedkoop, op de korte termijn gericht, niet-duurzaam en inefficiënt. Een tochtig huis kan bijvoorbeeld wel worden geïsoleerd met tochtstrips, maar zo kan er wel een vochtprobleem ontstaan. Dat is dus geen echte oplossing.

Om die reden moeten de sociale maatregelen op maat van de energiearmen worden ontwikkeld. De bestaande fondsen moeten in één fonds voor de bestrijding van de energiearmoede worden geïntegreerd.

Het uitgangspunt van de LAC's moet het bestrijden van energiearmoede en niet het bestrijden van energieschulden zijn. De LAC's moeten minder reactief optreden en meer proactief pogen te werken. De budgetmeter moet een middel voor rationeel energiegebruik in plaats van een afbetalingsmiddel worden. Er moeten duidelijke sociale verplichtingen worden opgelegd. Zo mogen klanten niet worden geweigerd.

De socialehuisvestingssector en de privé-huurmarkt moeten uiteraard ook een deel van de verantwoordelijkheid dragen. Voor huurwoningen zou het systeem van de energiecertificaten voor woningen nog voor 2009 moeten worden ingevoerd. De armen hebben alle belang bij een duidelijk zicht op de energiekosten. In de sociale huisvesting vormen vooral de oudere sociale woningen een probleem. Deze woningen zijn immers verouderd en relatief slechter geïsoleerd dan gewone woningen. Er wordt tevens relatief meer met elektrische toestellen verwarmd. Hierdoor is het energieverlies groter. De Vlaamse overheid en de socialehuisvestingsmaatschappijen moeten dringend een grotere financiële inspanning leveren. De arme huurder kan alle kosten niet zelf dragen. Bij grootschalige renovatieprojecten van sociale woningen levert de herhuisvesting van sociale huurders praktische problemen op. Er is immers een tekort aan sociale woningen en aan betaalbare huizen op de privé-markt. Indien op dit vlak niet dringend iets wordt gedaan, blijft het voor de arme huurders dweilen met de kraan open. In verhouding tot de huurprijs, betalen ze immers veel stookoliekosten.

Energiearmoede vormt slechts een gedeelte van het bredere probleem van de armoede in onze samenleving. Preventie is dan ook zeer belangrijk. We moeten meer preventief werk leveren. Dit geldt onder meer voor de schuldoverlast. Ondanks het herhaaldelijk aandringen door de sector van de armoedeverenigingen en ondanks het feit dat preventie tegen schuldoverlast in verschillende actieplannen en zelfs in regeerakkoorden is opgenomen, doet Vlaanderen momenteel op dit vlak niet aan preventie. Wie zijn energiefactuur niet kan betalen, heeft nochtans ook andere schulden. Wie schulden heeft, kan zijn energiefactuur niet meer betalen.

Het is dan ook jammer dat de hulp van het OCMW bij wanbetaling van energiefacturen al te vaak tot crisismanagement beperkt blijft. Mensen stappen naar het OCMW omdat hun energietoevoer dreigt te worden afgesloten. Door snel voor financiële steun te zorgen, lenigt het OCMW een dringende nood. Op die manier is het probleem even van de baan. Hier mag het evenwel niet bij blijven. Het OCMW moet emanciperend kunnen werken en mensen in staat kunnen stellen om weer op eigen benen te staan.

Hiervoor zijn echter meer middelen nodig. Dit overstijgt de problematiek van de energiearmoede. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi om alle bevoegdheden en de bijbehorende budgetten inzake energie, sociale zekerheid, consumentenzaken en armoedebestrijding op het Vlaams niveau te concentreren. Op die manier kunnen we versnippering en bevoegdheidstwisten voorkomen. Onze middelen zijn al beperkt genoeg. De federale overheid heeft gefaald. De federale regering is er niet in geslaagd een duidelijke regelgeving en een sterke regulator en ombudsdienst uit te bouwen. Vlaanderen moet de uitdaging aangaan en het beter doen. Dit is de meerwaarde die Vlaanderen de arme mensen, die geen boodschap aan bevoegdheidsconflicten hebben, moet bieden. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de minister, collega's, in het najaar blokletterde Welzijnszorg dat de energiearmoede in Vlaanderen stijgt. Steeds meer gezinnen in armoede kunnen de energiefactuur niet meer betalen en worden onverbiddelijk afgesloten. In onze eenentwintigste eeuw is dat mensonwaardig.

Voor velen van ons waren dat geen holle woorden. Tijdens de hoorzittingen werd het parlement geconfronteerd met de praktijk van elke dag. Dat laat een beklijvende indruk na. Gelukkig moet niemand van ons in echte armoede leven. Het is voor mij ook bijzonder moeilijk om me te verplaatsen in de situatie van armen.

Mevrouw Vogels, de test op de website leert dat je met 6 ampère niet veel kunt doen. Ik denk niet dat ik het zou kunnen, maar ik weet dat het voor één van onze collega's wel kan. Als het voor hem kan, kan het morgen misschien ook voor mij.

De fundamentele vraag die we moeten stellen, is hoe we energiearmoede kunnen bestrijden. Ik wil kort ingaan op het aspect huisvesting. Mijnheer de minister, ik betreur dat de minister van Wonen niet aanwezig is, maar ik heb begrepen dat u door de Vlaamse Regering gemandateerd bent om het debat te volgen. Ik wil u uitdrukkelijk vragen om onze opmerkingen en de motie van aanbeveling die het parlement straks hopelijk zal goedkeuren, ook over te maken aan de minister van Wonen.

Een eerste aspect is de privé-huurmarkt. Mensen met een laag inkomen wonen vaak in heel slechte en ongezonde woningen, die ze huren. Het gebrek aan isolatie doet de energiefactuur vaak oplopen, terwijl net die mensen al de moeite van de wereld hebben om de energierekening te betalen.

De vraag rijst wie verantwoordelijk is? Als u het mij vraagt, is dat in eerste instantie de eigenaar-verhuurder, die we ervan moeten overtuigen om fundamentele ingrepen te doen, zoals het isoleren van de woning en het plaatsen van dubbele beglazing. Hierdoor zal het energieverbruik automatisch dalen. We kunnen de vraag stellen of het niet tot de fundamentele plicht van een verhuurder behoort om die ingrepen uit te voeren.

Op het federale niveau wordt uitdrukkelijk gedacht aan het energiebesparingsfonds, waarbij goedkopere leningen zouden worden aangeboden voor energiezuinige investeringen. Er is ook het recente voorstel om - zo heb ik het althans begrepen - de BTW te verlagen tot 6 percent. Ook dat is een uitgestoken hand naar de verhuurder om er iets aan te doen. We kunnen ook onderzoeken in welke mate het derdebetalersysteem inzetbaar kan zijn voor deze doelgroep.

Kwaliteitsbewaking is duidelijk een Vlaamse bevoegdheid. Met het conformiteitsattest heeft men een instrument om via de verbeterde woonkwaliteit ook het energieverbruik beter te beheersen. Persoonlijk blijf ik geloven dat we de volgende jaren moeten kunnen evolueren naar een huur- of verhuurvergunning, die afgeleverd wordt voor een bepaalde periode en waarbij minimale kwaliteitseisen van een huurwoning vooropgesteld worden. Energiebesparende maatregelen, zoals isolatie en dubbele beglazing, behoren tot die kwaliteitseisen.

Vooraleer een verhuurvergunning in werking treedt, kunnen we eerst stimuleren, in plaats van onmiddellijk te sanctioneren. We kunnen eigenaars aanmoedigen om initiatieven te nemen. Op dit ogenblik zoeken we op een creatieve manier naar mogelijkheden inzake leegstand en verkrotting. CD&V stelt ook daar voor om eerst te stimuleren en dan pas te sanctioneren.

Energieaspecten moeten een duidelijk onderdeel zijn van de kwaliteitsbeoordeling. Mijnheer de minister, het is onze uitdrukkelijke vraag om de energieprestatiecertificaten voor alle huurwoningen in Vlaanderen, en dus niet alleen voor sociale woningen, vroeger te laten ingaan dan nu gepland wordt.

Een tweede onderdeel heeft betrekking op de socialewoningbouw. De voorbije jaren is daar heel wat in geïnvesteerd. In Vlaanderen hebben we 135.000 sociale huurwoningen en werden er 115.000 sociale koopwoningen gebouwd. Die sector is de grootste bouwheer in Vlaanderen. Energiezuinig bouwen en renoveren is een sociale plicht, dat moet ons uitgangspunt blijven. We mogen niet blind zijn voor de gebreken uit het verleden. De heer Decaluwe heeft al gezegd dat er op dit ogenblik bijna 41.000 sociale huurwoningen met enkele beglazing in Vlaanderen zijn. Ik kan dat amper geloven. Tot voor enkele jaren, in het jaar 1995, zijn er nog nieuwbouwwoningen in gebruik genomen in het kader van Domus Flandria met verwarming op elektriciteit. Vandaag moet aan dergelijke projecten soms al gerenoveerd worden. Dat kost natuurlijk geld en we kunnen niet alles verhalen op de sociale huurder. De overheid zal zelf het voorbeeld moeten geven en daarin durven investeren en er budgetten voor vrijmaken.

Om op korte termijn iets te kunnen doen, moeten we weten wat er scheelt aan die woningen. Daarom de vraag naar een energiedoorlichting van de bestaande sociale woningen. Zodra die is gebeurd - en dat kan vrij snel - kunnen op korte termijn maatregelen worden genomen. Het zijn mooie woorden en het is prettig dit op deze tribune te kunnen zeggen, maar het komt er voor ons op aan dat dat gerealiseerd kan worden. Daarom vragen we uitdrukkelijk aan de minister van Wonen om een meerjareninvesteringsprogramma in het vooruitzicht te stellen dat kan worden gefinancierd met middelen uit het Fonds voor Eenmalige Uitgaven en met een cofinanciering uit het federale Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost. Op die manier kan de overheid op korte en middellange termijn effectief de vervanging van enkele beglazing door dubbele beglazing met hoog rendement, het aanleggen van dakisolatie of het vervangen van de stookketel realiseren.

Wie wordt daar beter van? Uiteraard in eerste instantie de sociale huurder. Daarom moet worden bekeken in welke mate de energiewinst die daaruit voortvloeit, kan worden verrekend in de huurprijs. Het kan niet zijn dat de huurprijs nog hoger wordt dan die vandaag al is. Het moet een win-winsituatie worden. De ervaring leert dat heel veel maatschappijen daar oren naar hebben, alleen hebben ze de stok van de overheid nodig om er effectief werk van te maken. Het is immers de voogdijoverheid, tot nu toe de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, maar in de toekomst de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, afgekort VMSW, die de goedkeuring zal geven over die investeringsprogramma's. Zij zal erop toe moeten kijken of die projecten in het kader van energiebesparing worden gerealiseerd.

Minister Keulen heeft enkele maanden geleden al aangekondigd dat er een nieuw socialehuurbesluit zal komen, gekoppeld aan een nieuw financieringsstelsel. Het is het moment bij uitstek om energiebesparing als component te steken in het nieuwe financieringsstelsel. Dat zal er logischerwijze toe leiden dat alle bewoners in de toekomst een lagere energiefactuur zullen hebben. Dan hoef je niet te wachten op de invoering van een energiecertificaat.

Ieder van ons zou op een rationele manier moeten kunnen omgaan met energie in de woning. Vaak worden wij niet overtuigd door ideologische redenen, maar pas als we het voelen in onze portemonnee. Daarom, mevrouw Vogels, mag de budgetmeter niet het stigma hebben van een strafmiddel.

Integendeel, het moet een middel zijn. Eerlijk gezegd, persoonlijk zou ook ik wel graag een budgetmeter hebben. Waarom die niet installeren bij Jan Modaal? Waarom zorgen we er niet voor dat het op middellange termijn de evidentie zelf wordt dat we allemaal zuinig leren omgaan met energie? Daarom vinden we dat dit bij nieuwbouwprojecten van sociale woningen meteen moet worden geïnstalleerd. Dat heeft dan echt niets te maken met een stigmatiseren. Dit is immers maar een heel kleine component van de kostprijs van die woning op het ogenblik dat de eerste steen wordt gelegd. Mevrouw Vogels, we verschillen dus wat van mening wanneer u zegt dat Groen! niet zo geneigd is budgetmeters ingang te doen vinden in de socialewoningbouw.

Het themadebat heeft ons in ieder geval wakker geschud. Het heeft ons allemaal ervan overtuigd dat, willen we energiearmoede vermijden, we op verschillende fronten moeten werken, zoals Welzijn, Wonen en Energie. Minister Peeters, als minister van Energie hebt u niet gewacht op deze motie, wat we alleen maar kunnen toejuichen. We zijn ook blij dat u het commissiedebat via uw medewerkers hebt gevolgd. U hebt de voorbije maanden al een aantal concrete en structurele maatregelen genomen. De heer Decaluwe heeft u al uitgenodigd hier voort werk van te maken, met het oog op de volgende winter. Deze zittingsperiode duurt nog 3,5 jaar. Ik ben alleszins hoopvol gestemd. Ik denk dat op die tijd drie vierde van alles dat deze motie van aanbeveling vraagt, kan worden gerealiseerd.

Mevrouw Clymans van PRISO, de eerste spreker tijdens de studiedag, bracht een zeer beklijvend verhaal. Ze eindigde haar uiteenzetting met de woorden: 'Er gaat een licht op, maar niet bij iedereen.' Ik hoop alleszins dat deze parlementaire assemblee met deze motie van aanbeveling de aanzet zal kunnen geven opdat het licht bij iedereen kan branden de volgende maanden. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mevrouw de minister, geachte leden, ook ik wil om te beginnen mijn waardering en dank uiten voor degenen die hebben meegewerkt aan de commissie Energiearmoede. We hebben al een mooie tochthond gekregen, maar niet alle lof moet van buiten het parlement komen. Deze commissie heeft goed werk geleverd en een goede nota opgesteld. Ik dank dus de verslaggevers en de voorzitter van de commissie, maar ook de leden die met hun brief enkele maanden geleden de aanzet hebben gegeven tot de oprichting van deze commissie.

De werking van deze commissie was beperkt in de tijd. Misschien was dat maar best ook. De opdracht was goed afgelijnd. Door de hoorzittingen en gedachtewisselingen met mensen uit de sector en het welzijnswerk hebben we echt voeling gekregen met de materie. We hebben echt gevoeld wat de problemen zijn. We hebben eens te meer beseft dat politiek niet in een ivoren toren mag worden bedreven, maar onder de mensen, waar de problemen rijzen. Als jong parlementslid vond ik het alleszins een zeer verrijkende ervaring.

De commissie Energiearmoede heeft geleerd, maar vooral ook bevestigd, dat, ondanks de vele voorzieningen in Vlaanderen, een groeiende groep mensen met energiearmoede wordt geconfronteerd. Het is een onthutsende vaststelling dat anno 2006 in Vlaanderen, toch nog steeds een van de rijkste regio's ter wereld, steeds meer alleenstaanden en gezinnen in verborgen armoede leven en op onze vrije, geliberaliseerde energiemarkt niet eens een energieleverancier vinden, waardoor ze letterlijk en figuurlijk in de kou blijven staan. Ondanks die trieste conclusie is het voor een beginnend parlementslid bemoedigend vast te stellen dat een commissie een zekere impact kan hebben op bepaalde zaken. Ik wil niet vooruitlopen op de feiten, maar de motie van aanbeveling waarover deze namiddag wordt gestemd, bevat inzake de bestrijding van energiearmoede een schat aan aanbevelingen, die ertoe moeten bijdragen dat dit maatschappelijke probleem in de toekomst misschien niet volledig, maar toch in belangrijke mate het hoofd kan worden geboden.

Mijnheer de minister, ik besef dat u wellicht niet alle maatregelen kunt verwezenlijken die in de motie aan de Vlaamse Regering worden gevraagd, al hoop ik het wel. Anderzijds ben ik optimistisch genoeg om te geloven dat er voldoende krachtige en tendentieuze elementen in staan waar u als bevoegd minister niet lichtvoetig omheen kunt stappen. Ik ben dan ook heel benieuwd naar uw antwoord straks.

Sommige leden van mijn partij hebben u een tijd geleden niet ontzien en hebben u een vorm van lethargie verweten toen de discussie over het pakket federale maatregelen om de energiefactuur te drukken begin september ten volle werd gevoerd. Ik laat in het midden of dat terecht was, maar toen werd een aantal structurele maatregelen voorgesteld, die zouden zorgen voor een daling van de energiekosten. Er is echter ook nog een groot aantal ingrijpende flankerende maatregelen noodzakelijk.

Zowel in de aanbeveling van de beleidsnota als in de motie worden deze maatregelen nauwgezet toegelicht. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er binnenkort voor u een dwingende opdracht begint. Het beleid inzake rationeel energiegebruik is vooral een zaak van de gewesten, in de eerste plaats van de minister van Energie, maar ook van andere leden van de Vlaamse Regering, inzonderheid de minister van Wonen, die spijtig genoeg niet aanwezig is.

Kort voor de jaarwisseling hebt u een aantal maatregelen gelanceerd om de energiearmoede in Vlaanderen het hoofd te bieden. U deed dat naar aanleiding van de brief die door de commissieleden is verstuurd, en waarin u werd gevraagd maatregelen te nemen om de acute nood van mensen met betalingsproblemen te lenigen. We zijn daar uiteraard zeer blij mee.

Enkele sprekers hebben deze maatregelen, die slaan op de directe problemen van mensen die leven in energiearmoede, reeds toegelicht. Zelf zou ik willen stilstaan bij een aantal te overwegen structurele maatregelen, die vaak nauw aansluiten bij de werkzaamheden in de commissie voor Wonen. Het betreft maatregelen tegen energieverspilling die moeten voorkomen dat nog meer mensen hun strijd tegen de structureel stijgende prijzen op de internationale energiemarkten verliezen en in een situatie van energiearmoede verzeilen. Ook in de beleidsnota is het merendeel van de aanbevelingen niet gericht op het blussen van brandjes, zoals dat nu gebeurt, maar op het vermijden van nieuwe brandhaarden in de toekomst. Ze willen niet alleen genezen, maar in de eerste plaats voorkomen. Dat kan het beste door de energiefactuur te drukken voor iedereen.

Zo is het onweerlegbaar dat de mensen die de meeste moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, vaak in huizen wonen die amper of niet geïsoleerd zijn en slecht verwarmd worden. Vaak huren ze noodgedwongen op de privé-markt, waardoor de bestaande premies voor investeringen in energiebesparing of fiscale voordelen die alleen voor eigenaars bestemd zijn, aan hen voorbij gaan. Slechts zelden nemen eigenaars het initiatief om een huurwoning energiezuiniger te maken. Tenslotte is de energiefactuur niet voor hun rekening.

Europa verplicht eigenaars nu weliswaar tot een energiedoorlichting van de woning voor het afsluiten van een nieuw huurcontract, op basis waarvan de woning een energieprestatiecertificaat krijgt. Dat certificaat geeft aan welke energiebesparende maatregelen kunnen worden genomen en wat hun terugverdientijd is. Op die manier wordt aan de woning een soort energielabel toegekend. Dat energielabel heeft als voornaamste voordeel dat het de verborgen huurkost die schuilgaat achter het energieverbruik, zichtbaar maakt.

De minister van Energie heeft nu al te kennen gegeven dat hij deze regeling voor huurwoningen pas in 2009 wil laten ingaan, maximaal gebruik makend van de mogelijkheid tot uitstel die Europa biedt. Het energieprestatiecertificaat zou volgens ons eerder verplicht moeten worden gemaakt, zeker voor sociale huurwoningen. Het gaat erom de huurders zo snel mogelijk te behoeden voor verrassingen bij het tekenen van een nieuw huurcontract, en de verhuurder aan te zetten tot rendabele energiebesparende investeringen.

Uit een analyse blijkt dat sociale huurwoningen doorgaans slechter geïsoleerd en verwarmd zijn. Zowat een derde van de sociale woningen in Vlaanderen heeft enkele beglazing, en vier op de tien woningen hebben niet eens een geïsoleerd dak. Het is een vaststaand gegeven dat de socialehuisvestingsmaatschappijen achterblijven met investeringen in energiebesparing. De oorzaak daarvan is duidelijk. Binnen het huidige huurstelsel kunnen ze de investeringen immers niet verhalen op de huurder, en zo blijven ook de investeringen uit die meer besparingen op de maandelijkse energiefactuur opleveren dan de kosten en afschrijvingen. Dat zou moeten veranderen.

De financiering van sociale woningen moet anders en er is ook een heus e-novatieprogramma voor de socialewoningbouw nodig. De nieuwe sociale woningen moeten bovendien beter doordacht zijn. In de sociale woningen moet het voorbeeld worden gegeven op het vlak van de energiebesparing. Het is daar dat de Vlaamse overheid de meeste invloed kan uitoefenen.

Bovendien zouden alle sociale woningen een grondige energiedoorlichting moeten krijgen. Op basis daarvan kan een meerjareninvesteringsprogramma opgesteld worden voor de financiering en de uitvoering van alle rendabele energiebesparingsmaatregelen, zoals de vervanging van enkel glas door superisolerende beglazing in de meer dan 41.000 sociale woningen.

Niet alleen voor huurwoningen of sociale woningen is zo'n energiedoorlichting nodig. In feite zou voor iedereen die een eigen woning bezit een gratis energieaudit mogelijk moeten zijn. Op die manier krijgt elke eigenaar zicht op de rendabele energiebesparende maatregelen die hij of zij kan uitvoeren of laten uitvoeren. Een energieaudit kost normaal 150 euro. Wij zijn van mening dat die gratis moet worden aangeboden aan elk Vlaams gezin.

We willen ook een voorstel lanceren in verband met de duurdere investeringen. Het is immers een illusie te denken dat iedereen zomaar het nodige geld op tafel kan leggen om zijn dak te isoleren, een nieuwe verwarmingsketel te installeren of superisolerende beglazing te plaatsen. We willen daarom voor de duurdere investeringen het voorstel lanceren dat zo goed als renteloze leningen kunnen worden uitgeschreven door de nog op te richten autonome gemeentelijke energiebesparingsbedrijven. Die energiebesparingsbedrijven zouden ook kunnen optreden als derde betaler en bepaalde investeringen prefinancieren om ze later te laten terugbetalen door de besparingen op de energiefactuur. Zo kunnen de investeringen in energiebesparing die nu uitblijven door een gebrek aan geld, gebeuren zonder verlies aan koopkracht voor de eigenaars. Deze strijd tegen energieverspilling moet voorkomen dat nog meer mensen hun strijd verliezen tegen de stijgende prijzen op de internationale energiemarkten en in een situatie van energiearmoede belanden.

Mijnheer de minister, tot slot wil ik graag nog kort een woordje kwijt over de oprichting van de energieombudsdienst. Dat zal u niet verbazen, want ik heb u hierover al meermaals ondervraagd, misschien zelfs tot vervelens toe. Toch blijf ik nog steeds een beetje op mijn honger, want ik heb nog steeds geen antwoord gekregen. U en uw federale collega speelden elkaar de zwartepiet toe. Dat is de reden waarom de energieombudsdienst, ondanks de reeds ter beschikking staande middelen, nog niet operationeel is. Ik heb aan de antwoorden weinig boodschap gehad. De vele mensen met de toegenomen klachten ingevolge de liberalisering van de energiemarkt wellicht evenmin. Ik verneem dat er nu eindelijk een opening zou zijn en dat de energieombudsdienst heel binnenkort operationeel zal worden. Ik kijk er in elk geval naar uit.

Ik hoop dat u de aanbevelingen uit de maatschappelijke beleidsnota energiearmoede ter harte zult nemen en dat u snel werk zult maken van de uitvoering ervan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minster Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters

Mijnheer de voorzitter, dames en heren, ik wens in de eerste plaats te benadrukken dat het me erg verheugt dat het Vlaams Parlement de problematiek van de energiearmoede en de problemen van de armen die ermee geconfronteerd worden, ter harte heeft genomen, vandaag en in de commissie die daartoe werd opgericht.

Terecht werd gesteld dat heel wat mensen slachtoffer zijn of dreigen te worden van de snelle liberalisering die - laat ons dat niet vergeten - kansen biedt, maar dan vooral aan wie geschoold en bemiddeld is. Ze houdt echter ook gevaren in voor degenen die het materieel of mentaal al moeilijk hebben en voor wie de liberalisering een bijkomende moeilijkheid is.

Nochtans is een sociale liberalisering niet noodzakelijk een contradictio in terminis, maar wel een uitdaging van formaat. Tijdens de hoorzittingen werden diverse knelpunten in kaart gebracht. Ze hebben geleid tot de ingediende moties van aanbeveling. Ik ga er nu niet dieper op in, want ze werden reeds uitvoerig toegelicht door de sprekers.

Het is zeer symbolisch maar ook pijnlijk, dat vandaag het afsluitverbod voor elektriciteit stopt, net nu ik mijn voorstellen kom toelichten. Mijn uitgangspunt daarbij is dat armoede geen reden kan zijn om gezinnen af te sluiten van noodzakelijke nutsvoorzieningen.

Ik overloop nog eens de zes voorstellen, en daar kunnen er nog bijkomen, ik heb goed geluisterd. Ik zal ze aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring voorleggen. Ik engageer me om de voorstellen te laten goedkeuren en realiseren vóór de volgende winterperiode.

Ik zal in een ontwerp van decreet of een openbaredienstverplichtingsbesluit de gevallen beperken en verduidelijken die aanleiding geven tot afsluiting. Mevrouw Vogels heeft daarover een actuele vraag gesteld. Zonder de tussenkomst van de LAC kan er worden afgesloten als het om de veiligheid gaat, leegstand, fraude en weigering tot ondertekening van een contract. In de andere gevallen kan er pas tot afsluiting worden overgegaan mits unaniem gunstig advies van de LAC. Dat kan gebeuren in gevallen van weigering tot het verlenen van toegang voor het plaatsen of aanpassen van een budgetmeter of stroombegrenzer; bij weigering tot het sluiten of naleven van een afbetalingsplan; bij weigering tot betaling als wordt aangetoond dat de betrokkene wel kan, maar niet wil betalen of bij herhaaldelijk niet verschijnen voor de LAC na behoorlijk opgeroepen te zijn. In die omstandigheden kan een afsluiting gerechtvaardigd zijn.

Met een tweede voorstel wil ik tegemoet komen aan de bekommernissen die leven binnen de coalitie maar ook bij de oppositie, namelijk het uitbreiden van het afsluitverbod van de elektriciteit, het gelijkschakelen van het afsluitverbod voor elektriciteit met dat van aardgas en het vervroegen of verlengen van het afsluitverbod bij barre weersomstandigheden. Het weer laat zich niet vastpinnen op termijnen.

Het derde voorstel betreft de 6 ampère. Menswaardig leven met 6 ampère is moeilijk. Dat denk ik, ik heb nooit de proef op de som genomen. Ik heb begrepen dat anderen hier dat wel doen. Spijtig genoeg zijn er nog veel gezinnen die met deze problemen kampen. Het is Vlaanderen onwaardig om gezinnen in armoede te laten leven met 6 ampère. Dat wordt verhoogd naar 8 ampère voor gezinnen zonder kinderen, dat is een stijging met 30 percent, en naar 12 ampère voor gezinnen met kinderen. We moeten verder van gedachten wisselen over de modulering. Ik wil onderlijnen dat die 8 of 12 ampère niet gratis is, maar betaald moet worden.

De verhoging van het vermogen kan een versnelling van de schuldopbouw betekenen. Het is daarom belangrijk dat er een vierde maatregel wordt genomen: de verhoging van de gratis kilowattuur voor beschermde afnemers met een nog te bepalen quotum.

We moeten ook hier de zaken heel voorzichtig aanpakken. Arme alleenstaande grootverbruikers betalen mee de gratis kilowattuur van welstellende gezinnen met een klein verbruik en een groot kinderaantal. Arme gezinnen zijn niet altijd kleingebruikers. Ze wonen doorgaans in slecht geïsoleerde woningen, verwarmen met elektriciteit en schaffen zich vaak tweedehandse huishoudtoestellen aan die veel stroom verbruiken. We zullen daarmee rekening moeten houden als we dit probleem op een juiste en adequate manier willen oplossen.

Het vijfde voorstel gaat over de klaarblijkelijke onwil. We moeten nagaan of duidelijke onwil een betere omschrijving is dan klaarblijkelijke onwil. Het moet worden aangetoond dat de betrokkene inderdaad kan, maar niet wil betalen. Daar is het om te doen. Er moet rekening worden gehouden met de gezinssamenstelling, dat ligt voor de hand. Dat een unaniem gunstig advies tot afsluiting moet worden voorafgegaan door een sociaal onderzoek, is van heel groot belang.

Mevrouw Vogels, het verbod om kosten aan te rekenen voor het droppen van klanten, is essentieel. U hebt er nog aan toegevoegd dat klanten worden gedropt omdat ze te weinig zouden verbruiken. Ik zal dat laten onderzoeken. Dat kan niet door de beugel.

Dat zijn de 6 voorstellen. Daarbovenop zijn er nog andere voorstellen van technische aard. We zullen dat samen met andere ministers verder opvolgen en maatregelen nemen.

Ook het probleem van de energieprestatiecertificaten is hier aan bod gekomen. Bij de bespreking in de commissie zijn hierover vragen gesteld. Mijn zorg is om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. We moeten deskundigen hebben die die certificaten kunnen afleveren. Ik wil niet in een situatie terechtkomen waarbij we de markt voor certificaten verbreden, terwijl degenen die ze kunnen afleveren, beperkt blijven en een machtspositie hebben. Daarom voeren we die certificaten trapsgewijs in. Bij de bespreking in de commissie heb ik onderlijnd dat ik wil nagaan hoe we de sociale woningen daarbij kunnen betrekken, zeker als er voldoende deskundigen zijn die de certificaten kunnen afleveren. Ook voor het derdebetalerssysteem zal ik de nodige maatregelen treffen.

Het is heel belangrijk om dit probleem aan te pakken in overleg met de producenten, de netbeheerders, de leveranciers, de administratie, de regulator, de VVSG, Welzijnszorg, PRISO en de vereniging waar armen het woord nemen. We moeten die problemen niet alleen voor maar ook met de armen aanpakken.

Er is ook verwezen naar de federale overheid meer bepaald wat de ombudsdienst betreft. Elk beleidsniveau moet zijn bevoegdheden uitoefenen en opdrachten uitvoeren. Minister Verwilghen heeft een aantal stappen gezet, en dat is goed. Het is niet zo dat de zwartepiet hier zou zijn doorgespeeld. Het gaat over het uitoefenen van bevoegdheden en het aanwenden van middelen die op het federale niveau reeds aanwezig waren en die op een verstandige wijze moeten worden ingezet.

Ik dank het Vlaams Parlement en de voorzitter en de leden van de commissie ad hoc. Zij hebben prachtig werk geleverd. Het is nu aan de regering om uit te voeren wat is aangekondigd. De voorstellen liggen op tafel en zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Vlaamse Regering. (Applaus bij de meerderheid en bij Groen!)

De voorzitter

Minister Vervotte heeft het woord.

Minister Inge Vervotte

Mijnheer de voorzitter, collega's, aanvullend op de uiteenzetting van minister Peeters wil ik nog een aantal elementen benadrukken.

Vanuit mijn coördinerende bevoegdheid armoede is voor mij de betrokkenheid van de meest kwetsbare groepen essentieel. In het actieplan armoede hebben we expliciet een hoofdstuk over energie opgenomen. De verenigingen waar armen het woord nemen, worden betrokken bij het opstellen en uitvoeren van dit actieplan. Minister Peeters en ikzelf steunen een project van PRISO Antwerpen vzw over energiearmoede. In deze werkgroepen stroomt heel wat informatie enerzijds naar het beleid, en anderzijds naar de mensen zelf. Dat vind ik vanuit mijn emancipatorisch gedachtegoed essentieel. Deze mensen moeten de juiste informatie kunnen krijgen. Dat is belangrijk bij de uitvoering van het verdere beleid dat inzake energiearmoede zal worden gevoerd. Mijn accenten zullen dan ook vooral liggen op een kwaliteitsvolle hulp- en dienstverlening aan de klanten zelf.

We willen een hulpverleningsbeleid en een preventiebeleid voeren. Er is overleg geweest op 9 november en 8 december 2005 met de VVSG. Daarbij werd nagegaan hoe de werking van de LAC's structureel kan worden verbeterd. Deze maand is er opnieuw een bijeenkomst gepland tussen de VVSG, het Vlaams Netwerk, Samenlevingsopbouw, de bevoegde administraties en kabinetten, met opnieuw hetzelfde agendapunt, met name de verbetering van de werking van de LAC's. Er is ook overleg met de federale regering nodig omwille van het sociaal onderzoek. Op federaal niveau is er een Energiefonds waarvan in 2005 43,6 miljoen euro naar de lokale besturen is gevloeid. Daarnaast moeten we nagaan hoe het probleem van de sociale onderzoeken, vooral dan voor de grootsteden, kan worden opgelost.

Tijdens het overleg moet duidelijk worden dat afsluiten enkel kan wanneer er sprake is van een klaarblijkelijke onwil. Dat is vandaag nog te onduidelijk.

Er moeten dus structurele verbeteringen worden doorgevoerd in de werking van de LAC's. Er moet worden gezorgd voor een meer uniforme werking, een betere afstemming op specifieke voorwaarden die decretaal worden verankerd. Tegelijkertijd moet er ook worden gekeken naar de goede praktijkvoorbeelden.

Het sociaal onderzoek lijkt me ook een noodzakelijk element. We zullen dat samen met de VVSG opnemen. De juiste info over de werking van de LAC's moet eveneens verder worden geconcretiseerd en aangepakt. Zoals dat hier ook is gezegd, moet dat op een begrijpelijke en eenvoudige manier gebeuren. Uit de gesprekken die ik heb gevoerd met de mensen die in armoede leven, blijkt dat niet eenvoudig te zijn. Terecht werd hier gezegd dat we er nog altijd van uitgaan dat dit voor iedereen eenvoudig is. Spijtig genoeg moeten we vandaag vaststellen dat heel wat mensen de nodige informatie ontberen. Het gaat dan niet alleen over energie. Soms wordt te weinig rekening gehouden met de doelgroep waarmee men te maken heeft.

De andere accenten die ik wil leggen, hebben ook te maken met de schuldenproblematiek. We mogen die zaken niet los zien van elkaar. De schuldenproblematiek, de schuldbemiddeling en de preventie moeten actiepunten worden. We hebben daarover al verscheidene keren gesproken in de commissie. Het is de bedoeling te komen tot een 'observatoire', zoals dat bij de Waalse collega's het geval is. In 2006 zullen we daarvoor enkele stappen moeten zetten.

Dit zijn de lijnen die ik verder wil uitzetten. Ook ik wens te benadrukken dat daarover overleg zal worden gepleegd. Voor mij zijn in deze de VVSG, het netwerk waar armen het woord nemen, Samenlevingsopbouw en, uiteraard, de federale overheid de belangrijkste partners. (Applaus)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Het debat is gesloten.

We zullen om 16 uur de hoofdelijke stemmingen over de moties van aanbeveling houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.