U bent hier

De voorzitter

De heer Wymeersch heeft het woord.

Frans Wymeersch

Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de minister-president, in een bokswedstrijd is het de gewoonte dat er, als iemand in dezelfde ronde drie keer knock-down wordt geslagen, een knock-out wordt uitgeroepen. U hebt de afgelopen maand drie knock-downs meegemaakt. De eerste was de uitspraak van Europa in verband met de mestproblematiek. De twee knock-down was de subsidiëring of de regeling voorzien in de Europese begroting, met alle gevolgen van dien, voor de plattelandsontwikkeling. Ik kom daar straks nog op terug. De derde knock-down kwam er vorig weekend, met de resultaten van de Wereldhandelsorganisatie.

Mijnheer de minister-president, ik heb minder medelijden met u dan met de boeren die het op het terrein moeten waarmaken. Eigenlijk had u dit - afgezien van die eerste knock-down - wel kunnen voorzien. De onderhandelingen binnen Europa, met alle gevolgen van dien voor de onderhandelingen op wereldvlak, werden gevoerd door onze eminente liberale vrienden, de eminente liberale vrienden die zich vroeger toch al laatdunkend over de Europese landbouwpolitiek en over de Vlaamse landbouw hadden uitgelaten. Ik herinner u aan enkele uitspraken van de heer Johan Van Hecke, die resoluut pleit voor de afschaffing van alle subsidies. Eergisteren zag ik de heer Slangen - vroeger en misschien nog steeds een goeroe van de liberale partij en van de liberale premier, de heer Verhofstadt - die op televisie boudweg komt zeggen dat er in Vlaanderen geen plaats is voor landbouw, dat Vlaanderen daar te klein voor is. Ik las in De Morgen van 16 november 2005 een uitspraak van de heer Dirk Verhofstadt, de broer van de man die u ooit zou willen opvolgen, die ik even wil citeren: 'In plaats van zich te verzetten tegen de afbouw van de protectionistische suikerpolitiek in Europa, zou Yves Leterme, overeenkomstig zijn eigen regeerakkoord, moeten pleiten voor de afschaffing van importheffingen, productiesteun en exportsubsidies voor suiker en alle andere landbouwproducten'. Mijnheer de minister-president, als u van die kant enige steun verwacht voor de Vlaamse landbouw, dan hebt u het toch wel verkeerd voor.

Wat is er gebeurd? We zitten met een Europese meerjarenbegroting, die zal resulteren in een duidelijke vermindering - sommigen spreken over bijna 40 percent - van de subsidie van de toelagen voor plattelandsontwikkeling. Dat betekent dat ongeveer 6000 landbouwbedrijven, die nu gevat zijn in het kader van een stoort beheersovereenkomst, daar de dupe van zullen kunnen worden. Ook de rente- en kapitaalsubsidies voor jonge landbouwers, bij de overname van bedrijvigheden, komen waarschijnlijk onder druk te staan.

Het afgelopen weekend moesten we echter toezien, mijnheer de minister-president, hoe daar ook nog eens een wereldsaus over werd gegoten. Tegen 2013 zullen alle exportsubsidies, ook de exportsubsidies voor de Vlaamse landbouwsector, worden afgeschaft.

We kunnen ons afvragen waar het met de Vlaamse en zelfs met de Europese landbouw heen moet. Het gaat hier immers om een Europese capitulatie over heel de lijn. Gedurende de afgelopen jaren heeft de EU de eigen markt herschikt om de andere partners op de wereldmarkt gunstig te stemmen. De EU hoopt al lang dat deze andere partners, de VS op kop, ook bepaalde demarches zullen doen. Niet is echter minder waar gebleken. De EU heeft maatregelen getroffen waar de Vlaamse landbouw gedeeltelijk het slachtoffer van is geworden. Ondanks deze herstructureringen hebben de andere speles op de wereldmarkt niets gedaan. Bovendien hebben we geen enkele garantie dat ze binnenkort wel stappen zullen zetten. Het gaat hier, met andere woorden, om een capitulatie over heel de lijn.

Mijnheer de minister-president, we stellen ons een aantal vragen. U zult zichzelf trouwens ook een aantal vragen moeten stellen. Dat u met de gebakken peren zit, tot daar aan toe. Wie politieke verantwoordelijkheid draagt, moet hiermee leren leven. De Vlaamse landbouwer zit echter ook met de gebakken peren. Sommige bronnen hebben het al over een nieuwe Vlaamse Boerenkrijg. Ik denk en hoop dat het zo ver niet hoeft te komen. U moet echter de nodige maatregelen treffen.

U bent van mening dat de verdeelsleutel voor de plattelandsontwikkeling op Europees vlak moeten worden gehernegotieerd. U wilt zoveel mogelijk in onze landbouw investeren. Hoe wilt u dat doen? Hoe wilt u, rekening houdend met de budgettaire beperkingen van de Vlaamse begroting, een ernstige Vlaamse landbouwpolitiek op poten zetten? Hoe wilt u de Vlaamse landbouwsector rendabel houden en economische perspectieven bieden? Hoe wilt u deze uitdagingen op Europees en op wereldvlak aanpakken? Of wilt u de Vlaamse landbouwsector ook opgeven? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Mijnheer de voorzitter, als ik de reactie van de minister-president op de actuele vraag van de heer Wymeersch zie, wil ik me even in wielertermen uitdrukken. De minister-president is nog niet uitgeteld. De eindprijzen worden niet na een tussensprint of na een rit uitgedeeld.

Afgelopen weekend is tijdens de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting jammer genoeg besloten dat het Vlaamse plattelandsbeleid 80 miljoen euro moet inleveren. De tweede pijler van het Europese landbouwbeleid heeft een zware deuk gekregen. Afgelopen zondag hebben de Europese onderhandelaars op de WTO-top zware toegevingen met betrekking tot de eerste pijler van het Europees landbouwbeleid gedaan. Volgens de eerste berekeningen zal Vlaanderen in de periode 2007-2013 80 miljoen euro of 39 percent van de Europese steun voor plattelandsontwikkeling moeten inleveren. Ten gevolge van deze inlevering zal de sociale rol die de landbouw op het platteland wil vervullen ongetwijfeld onder druk komen te staan.

Sinds 2000 wordt op het Europese niveau steeds meer aandacht aan het plattelandsbeleid besteed. De EU heeft zich in dit verband drie objectieven gesteld.

De eerste doelstelling is het verbeteren van de competiviteit van de bedrijven. In Vlaanderen verlopen de herstructureringen onder meer via het VLIF. Kapitaal- en rentesubsidies moeten bedrijfsovernames door jongeren en herstructureringen stimuleren.

De tweede doelstelling is het investeren in de kwaliteit van de leefomgeving en van het leefmilieu. Momenteel doen 5324 land- en tuinbouwbedrijven een beroep op de middelen die in het kader van het agrarische natuurbeheer voor beheersovereenkomsten zijn uitgetrokken.

De derde doelstelling is het verbreden van de landbouw. Op dit ogenblik houden al 1028 bedrijven zich met plattelandstoerisme bezig.

Indien we niet opletten, zullen al deze middelen onder druk komen te staan. In zijn beleidsbrief heeft de minister-president het over vernieuwing, verjonging, innovatie en verruiming. Helaas moeten we tegelijkertijd een gedeelte van de middelen voor plattelandsontwikkeling inleveren.

Dat gebeurt op een moment dat een aantal andere Europese landen - Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Zweden, Finland, Portugal en Oostenrijk - extra middelen krijgen voor het plattelandsbeleid en Nederland 1 miljard euro minder moet uitgeven aan Europa. Net op dat moment moeten wij middelen inleveren.

Mijnheer de minister-president, op welke wijze kunnen eventueel nog middelen gerecupereerd worden? Wat zullen de consequenties zijn voor het Vlaamse landbouwbeleid en het Vlaamse plattelandsbeleid?

De voorzitter

Minister-president Leterme heeft het woord.

Minister-president Yves Leterme

Mijnheer de voorzitter, ik vind het goed dat in het Vlaams Parlement de actualiteit van de Vlaamse land- en tuinbouwsector aan de orde wordt gesteld.

Als inleiding op mijn antwoord wil ik een parallel trekken tussen wat vandaag gebeurt in de landbouwsector en wat andere sectoren soms overkomt. Het gaat hier over een sector waar in 35.000 gezinsbedrijven mensen van 's morgens tot 's avonds het beste van zichzelf geven om een gezinsinkomen te verwerven. Voor veel van die mensen ziet de toekomst er somber uit.

Ik weet dat elke vergelijking mank loopt, maar ik ben ervan overtuigd dat in de andere politieke kringen dan degenen die zich vandaag om deze problemen bekommeren, bijzonder veel animo zou ontstaan als in andere sectoren gelijkaardige zware wolken zich zouden samenpakken.

Ik heb de teloorgang van een deel van de textielsector in mijn streek gekend. Ook andere provincies hebben belangrijke industriële activiteiten zien teloorgaan. De politieke actie die toen werd gevoerd vanuit vele hoeken, staat soms in schril contrast met de onverschilligheid en de argumentatie die wordt aangebracht om de bedreigingen van de landbouwsector te legitimeren. Ik betreur dat. De landbouwsector en de gezinsbedrijven verdienen meer respect.

Er wordt steeds met de vinger gewezen naar de exportsubsidies. De vaste politieke wil bestaat om de exportsubsidies af te bouwen, in de hoop dat daardoor de positie van de arme boeren in het Zuiden wordt versterkt. Ik ben er niet van overtuigd dat dat het resultaat zal zijn, maar we hopen het.

Dames en heren, er wordt steeds naar de exportsubsidies verwezen, maar in mijn prille ervaring als minister-president van de Vlaamse Regering heb ik al veel dossiers zien passeren over activiteiten in de meest diverse economische sectoren, ook sectoren waar het over exportgerichte productie gaat.

Mijnheer de voorzitter, ik heb al ontelbare steundossiers zien passeren: steun aan beroepsopleiding en vorming, steun aan investeringen en steun aan het draaiend houden van bedrijven. Wat Vlaanderen doet voor de autoassemblage, met 21.000 directe arbeidsplaatsen, is goed, maar waarom zou wat we proberen te doen voor de 35.000 gezinsbedrijven en de 64.000 ermee verbonden jobs in de agro-industrie per definitie slecht zijn en waarom moet dat met de vinger worden gewezen?

Mijnheer Wymeersch, u hebt verwezen naar knock-outs. Ik weet dat uw partij het graag in bokstermen uitdrukt, maar ik voel me niet knock-out. Waarschijnlijk door onvoldoende kennis van het dossier is uw lijstje onvolledig. Ik zou het willen vervolledigen. Er zijn niet alleen het MAP, de beslissing over de budgettaire perspectieven 2007-2013 en de WTO, maar er is ook het dossier van de suiker.

Ik durf zonder arrogantie zeggen dat onder meer het feit dat ik op een bepaald moment heb gezegd dat een Belgisch standpunt niet akkoord kan gaan met een aantal voorliggende maatregelen, beslissend was om het voorstel van de Europese Commissie over de nieuwe marktordening voor suiker gedeeltelijk recht te trekken in het voordeel van de gezinsbedrijven in de landbouw.

Als ik vergelijk met wat er gebeurt in andere sectoren - en terecht trouwens: elk continent en elk land heeft het recht zijn economie te verdedigen en te wapenen tegen de internationale concurrentie -, zal ik nooit aan een Europese tafel waar ik iets te zeggen heb, instemmen met maatregelen die eenzijdig de toekomst van de landbouw in het gedrang zullen brengen.

Wat zich vorige week heeft afgespeeld, is uiteraard slecht nieuws voor de landbouw in het algemeen, voor de Vlaamse landbouw in het bijzonder en voor het beleid ten aanzien van het platteland. Het feit dat men binnen het budget middelen moet gaan zoeken om de toetreding van Bulgarije en Roemenië te financieren op het vlak van het landbouwbeleid, betekent ook dat grosso modo 8 miljard euro zal moeten worden gecompenseerd vanuit de rechtstreekse inkomenssteun, vanuit de MTR-vergoeding en bedrijfstoeslagen. Dat aspect is onderbelicht.

De waarheid gebiedt me te zeggen, op basis van de cijfers die gekend zijn, dat wat is beslist over de budgettaire perspectieven voor de Vlaamse situatie niet eens zo slecht is en niet eens tot minder inkomsten leidt, maar integendeel zelfs hier en daar tot groei aanleiding geven. Ik weet dat er nog discussie is onder meer met mijn federale collega over hoe groot het bedrag in mindering precies zal zijn. Ik weet wel dat we met betrekking tot het plattelandsbeleid vandaag spreken over een daling van de middelen die toebedeeld worden aan Vlaanderen, van breed genomen 50 miljoen euro tot 85 miljoen euro. Het gaat dus over een bedrag dat minimaal rond 130 miljoen euro zal liggen, wat overeenkomt met een daling van maximaal 40 percent. Dat is natuurlijk een harde noot om te kraken.

De gevolgen van de WTO-onderhandelingen zullen zich vooral laten voelen op het vlak van melk en rundsvlees; de suikermarktverordening voorzag al in een afbouw van exportsubsidies. Ik ben ervan overtuigd dat door ons beleid waarvoor buiten de Europese middelen vooral Vlaamse middelen worden aangereikt, we erin zullen slagen de landbouw een toekomst te geven in Vlaanderen. Vlaanderen heeft 750.000 hectare geel gebied dat wordt gebruikt voor landbouw in de economische betekenis van het woord, we zijn een regio met een bijzonder vruchtbare bodem en in de directe omgeving zijn er 200 tot 300 miljoen koopkrachtige consumenten. We zijn vandaag de vijfde wereldexporteur van agro-voedingsproducten. Ik zie een aantal collega's de wenkbrauwen fronsen, maar beste mensen, sla er de FAO-rangschikking maar op na: de afgelopen jaren zijn we van de zesde naar de vijfde plaats gestegen. Die sector heeft dus een toekomst.

In Hong Kong is een reeds gemaakte afspraak geconcretiseerd. Er is namelijk een jaartal op geplakt, een beetje voortijdig, want men heeft op de andere domeinen en de andere pijlers van het toekomstige akkoord geen vooruitgang geboekt. Toch heeft de Vlaamse land- en tuinbouw en de veeteelt een grote toekomst, al was het maar omdat vandaag reeds het overgrote deel van de activiteiten en de productie in Vlaanderen van de land- en tuinbouw aan wereldmarktprijzen in een totaal vrije marktsituatie worden vermarkt.

Met betrekking tot de gevolgen van de te voorziene daling van de kredieten die ter beschikking zijn voor het plattelandsbeleid, herhaal ik wat ik de afgelopen dagen heb gezegd. We hebben in juni op de Europese Landbouwraad onze goedkeuring gegeven aan een verordening waarin met betrekking tot de middelen toebedeeld in het kader van LEADER en een aantal andere aspecten, vaste bedragen zijn afgesproken. Het geheel van de middelen voor plattelandsbeleid wordt gespendeerd in een verhouding van 80/20. Dat is enerzijds aan landbouwgerelateerde plattelandsbeleidsinitiatieven - plattelandsbeleid in de enge zin van het woord, namelijk met betrekking tot de economische leefbaarheid van het platteland, de reconversie van de land- en tuinbouw en dies meer -, en anderzijds aan het bredere plattelandsbeleid - initiatieven rond versterking van de levenskracht van het platteland tot en met subsidiëring van doortochten en dorpskernen en jeugdhuizen.

Het moet mogelijk zijn - ik vraag daarvoor de steun van de meerderheid - om door een gedeeltelijke heroriëntering en een aanpassing van die verhouding, de effecten van de daling van het Europese deel van de financiering maximaal in te perken en de individuele boeren en het landbouwbeleid zoals we dat willen voeren, zo weinig mogelijk gevolgen te laten ondervinden.

Wat mij betreft, moeten de subsidies voor financiering via het VLIF, die gericht zijn op diversificatie, een omschakeling naar meer energiezuinige productiemethodes en de verbetering van de economische structuur van de sector, behouden blijven in volume en aard. Daarnaast wil ik ook initiatieven zoals de activiteitsverbreding tot hoevetoerisme, zorgboerderijen, landschapsbeheer, enzovoort, maximaal behouden.

Op andere plaatsen heb ik de voorbije dagen al verklaard dat ik, in de hiërarchie van de prioriteiten die er nu eenmaal moet zijn gezien de beperking van de middelen, voor het ruimere plattelandsbeleid een beroep zal doen op de andere ministers om financiering aan te reiken vanuit de diverse beleidsdomeinen, en zo te compenseren wat Europees minder mogelijk wordt als gevolg van de beslissingen.

Ik wil beamen dat deze beslissingen zeer zwaar aankomen in een sector die het al niet breed heeft. Mijnheer Wymeersch, mijn greep op de WTO is echter vrijwel onbestaande. Ik ben daar heel eerlijk in. Mijn greep op de Europese Raad Algemene Zaken is ook niet zo groot. Ik probeer mijn best te doen binnen de landbouwraad. Als Vlaamse beleidsmakers zullen we er echter alles aan doen om de getroffen boeren en gezinsbedrijven maximaal te ondersteunen, ook in hun economische activiteiten. Die activiteiten vormen trouwens de kernopdracht van gezinsbedrijven in dit land en Vlaanderen, iets wat de voorbije jaren misschien al te veel onderbelicht is gebleven. (Applaus bij de meerderheid)

Frans Wymeersch

Mijnheer de minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Het is de eerste keer dat u, ondanks uw uitspraken de voorbije maanden over wat u wilt bereiken voor de landbouw, ruiterlijk moet toegeven dat u op het internationale vlak, en zelfs op het Europese, niet veel in de pap te brokken hebt. U stelt eigenlijk dat u, indien u aan de Europese onderhandelingstafel had gezeten, niet akkoord zou zijn gegaan met een aantal dingen. Dat is een aanzienlijke veeg uit de pan voor uw collega's in de Vlaamse Regering.

U hebt de situatie geschetst, en de heer De Meyer en ikzelf hebben dat daarnet ook al gedaan. We hebben u echter gevraagd wat u nu werkelijk gaat doen, vanuit uw eigen mogelijkheden en middelen, om een economisch rendabele, toekomstgerichte Vlaamse landbouw in stand te houden. U blijft daar echter vaag over. U zult behouden wat u hebt en zult voor de verdere plattelandsontwikkeling een beroep doen op financiering door andere ministers. Met andere woorden, u weet het momenteel nog niet zo goed.

Met Kerstmis in het vooruitzicht hoop ik dat ook bij u het licht zal beginnen te schijnen. Ik hoop dat u van het kersreces gebruik zult maken om alles eens op een rijtje te zetten en uw huiswerk opnieuw te maken, zodat u in het begin van volgend jaar een nieuw en vernieuwend landbouwbeleid kunt voorleggen aan het Vlaams Parlement, met nieuwe initiatieven en impulsen. Pas dan zullen we opnieuw geloven in uw bewering dat u de redder van de Vlaamse landbouw bent. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Jos De Meyer

Mijnheer de voorzitter, ik neem akte van drie zaken. Ten eerste heeft de minister-president een groot hart voor de landbouwsector en veel respect voor de mensen die erin werken. Dat durf ik niet te beweren van alle regeringsleiders in dit land.

Ten tweede neem ik er akte van dat zal worden bekeken hoe de gevolgen voor de mensen in de landbouwsector minimaal kunnen worden gehouden.

Ten derde zal er voor het plattelandsbeleid in de ruime zin op verschillende beleidsniveaus worden gezocht naar bijkomende middelen.

Minister-president Yves Leterme

Mijnheer Wymeersch, vandaag hebben noch wij, noch de federale eerste minister een duidelijk beeld van hoeveel minder het zal zijn. We weten dat het minder zal zijn, maar er is op dit moment geen enkele instantie die met zekerheid kan zeggen hoeveel Vlaanderen minder zal ontvangen. Het is dan ook wijs te wachten op de juiste gegevens vooraleer beslissingen te nemen.

Mijn definitie van politiek is: een probleem bekijken en het analyseren, oplossingen voorstellen, een publiek debat voeren over die oplossingen, beslissingen nemen en ten slotte ze aankondigen. Dat is de juiste volgorde.

Ik zal de komende maanden ten aanzien van de landbouwsector hetzelfde beleid voeren dat verwoord is in mijn beleidsnota's. Ik heb trouwens begrepen dat u niet afvalt wat ik daarin heb geschreven. Ik daag u ook uit een aankondiging van het laatste halfjaar te citeren waarin ik een belofte deed die ik niet heb gehouden.

U hebt een aantal mensen rechtstreeks of onrechtstreeks de mantel uitgeveegd omdat ze het Europese landbouwbeleid en de subsidies wensen in te krimpen. Ik verwijs naar het betoog van een van uw partijgenoten enkele jaren geleden in de Kamer, die toen exact hetzelfde zei. Toen het ging over de ondersteuning van de inkomens van de boeren, vond hij dat het Europese landbouwbeleid zo snel mogelijk volledig moest worden afgeschaft. Ik zal u, met een gevoel van plaatsvervangende schaamte, een kopie bezorgen van die toespraak. Uw partijgenoot Annemans heeft me toen gevraagd er niet te veel ruchtbaarheid aan te geven. Het was weliswaar in de avondlijke uren, maar ik veronderstel dat wat toen gezegd werd, ook de mening was van de partij.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.