U bent hier

De voorzitter

De heer Sven Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, geachte collega's, onlangs kregen we slecht nieuws: het aantal HIV-besmettingen in Vlaanderen blijft stijgen. De stijging is niet spectaculair, maar zet zich wel gestaag door. Afgezien van het goede jaar 2004, toen een daling is opgetekend, zet de tendens zich al jaren door. In het eerste semester van dit jaar heeft het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid 529 besmettingen vastgesteld. Dat is iets meer dan het afgelopen jaar. Die instelling zegt wel dat die cijfers in een perspectief moeten worden geplaatst, want semesters zijn blijkbaar niet elk jaar gelijk. Maar toch is het nieuws zeker niet goed.

Mijn algemene vraag hier is dezelfde als deze die tijdens de begrotingsbesprekingen en de bespreking van de Beleidsbrief is of zal worden gesteld: wat doet u op het vlak van preventie om aan dit probleem te remediëren? Ik wil zeker niet zeggen dat er de afgelopen jaren niets is gebeurd. Samen met mij zal de minister wel moeten vaststellen dat wat er tot vandaag is gebeurd niet volstaat.

Ik heb ook een specifieke vraag over het Elisa-centrum in Brussel. Dat centrum is ongeveer vijftien jaar geleden door Artsen zonder Grenzen opgericht. Daar worden anoniem en gratis aidstesten afgenomen. We bevinden ons natuurlijk op het snijpunt van preventie en curatieve ingrepen. Ik denk echter dat ook voor de preventie de eenvoudige aanwezigheid van zo'n centrum van groot belang is. De afgelopen maanden zijn daarover zowel in het federale parlement als hier al vragen gesteld. In juli, na een contact met de mensen van Artsen zonder Grenzen, heb ik u daarover al een brief geschreven. U hebt me overigens geantwoord.

Artsen zonder Grenzen zegt mijns inziens niet geheel onterecht dat de organisatie vijftien jaar lang dat centrum heeft opengehouden, maar dat het eigenlijk geen taak van het middenveld alleen is. De overheid zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Daarom heeft Artsen zonder Grenzen aan de minister van Volksgezondheid, aan de bevoegde ministers van Brussel en van de Franse Gemeenschap en ook aan u al enige tijd geleden laten weten dat de organisatie daarmee zal ophouden. Zo wil Artsen zonder Grenzen de overheid voor haar verantwoordelijkheden plaatsen. Eind 2005 is het zover, want dan zal Artsen zonder Grenzen zijn voornemen hard maken en Elisa in zijn huidige vorm opdoeken.

Hoewel het een algemeen probleem van volksgezondheid is, kan men stellen dat het voor Vlaanderen niet goed is. Ik weet dat er in Namen nog zo'n centrum bestaat. Volgens mijn informatie bestaat zo'n centrum elders in Vlaanderen niet. Het verdwijnen van Elisa zal dus voor grote problemen zorgen. Mijn vraag aan de minister is dus deze: welke middelen kan ze ter beschikking stellen om dat probleem op te lossen? Mijns inziens is het ondenkbaar dat de federale minister van Volksgezondheid niet als eerste zijn verantwoordelijkheid zal nemen. Ik denk echter ook dat Vlaanderen en de Brusselse ministers een inspanning moeten leveren. In de interministeriële conferenties over welzijn en gezondheid moet een samenwerking tot stand komen.

Mevrouw de minister, wat zult u, gelet op de onrustwekkende cijfers in verband met het aantal HIV-besmettingen, precies doen? Wat zult u doen om de werking van het crisiscentrum in Brussel voort te zetten? Hoe wilt u garanderen dat bepaalde mensen, die soms in penibele omstandigheden leven, anoniem en gratis een aids-test kunnen ondergaan?

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, ik wil me grotendeels bij de vorige spreker aansluiten.

Op 1 december 2005 vindt de eerstvolgende Wereld Aids Dag plaats. Op die dag zal de aids-problematiek extra in de schijnwerpers worden geplaatst. Uit het eergisteren bekendgemaakte rapport van Unaids blijkt dat dit nodig is. Wereldwijd zijn meer dan 40 miljoen mensen met het HIV-virus besmet. Dat is meer dan ooit tevoren. Tegelijkertijd heeft het WIV cijfers met betrekking tot de situatie in België bekendgemaakt. Zoals de heer Gatz al heeft aangehaald, is de dalende trend van 2004 in het eerste semester van 2005 niet voortgezet. Tussen 1 januari 2005 en 30 juni 2005 zijn niet minder dan 529 nieuwe besmettingen vastgesteld. Dat zijn zestien besmettingen meer dan tijdens de vergelijkbare periode in het jaar voordien.

Twee zaken springen in dit verband sterk in het oog. Ten eerste, het aantal HIV-besmettingen bij homoseksuele mannen ligt bijzonder hoog. Ten tweede, we beschikken over weinig tot haast geen gegevens over de doeltreffendheid van het preventiebeleid.

Mevrouw de minister, in welke preventieve inspanningen en acties voorziet u om het stijgend aantal HIV-besmettingen in te dijken? In welke inspanningen en acties voorziet u ten aanzien van specifieke doelgroepen, zoals de groep van de homoseksuele mannen? Zult u de doeltreffendheid van de bestaande preventieve acties onderzoeken om op die manier een meer gefinetuned en beter afgelijnd preventiebeleid tot stand te brengen?

De voorzitter

Minister Vervotte heeft het woord.

Minister Inge Vervotte

Mijnheer de voorzitter, ik zal me hier tot een onvolledig antwoord moeten beperken. Het is onmogelijk om het preventiebeleid inzake SOA's in het algemeen en inzake HIV in het bijzonder in vijf minuten uiteen te zetten. Ik wil me dus verontschuldigen voor het feit dat ik me tot een aantal elementen zal beperken.

Ik zal eerst even de cijfers overlopen. België telt momenteel 12.000 seropositieven. Over welke mensen het gaat, blijkt uit een uitsplitsing van de cijfers.

Twee derde van de seropositieven in ons land zijn buitenlanders, vooral uit de sub-Saharaanse Afrikaanse gemeenschap, die pas in ons land hebben vernomen dat ze seropositief zijn. Eigenlijk gaat het om mensen die elders een besmetting hebben opgelopen. Internationale samenwerking is dan ook zeer belangrijk. We hebben, samen met minister Bourgeois, een aantal initiatieven genomen. Het is de bedoeling niet enkel in Vlaanderen of in België preventieve acties op te zetten. Twee derden van de besmette personen in België zijn uit de sub-Saharaanse Afrikaanse gemeenschap afkomstig. Dat stemt tot nadenken.

Als we kijken naar de autochtone Belgen, zien we dat er vier keer meer mannen besmet zijn met het virus. Twee derde van deze populatie bestaat uit mannen die seks hebben gehad met mannen. Dat zijn niet noodzakelijk homoseksuelen, maar daar zal ik niet verder over uitweiden.

Voor het preventiebeleid werken we samen met een aantal partners. De meest gekende partner is natuurlijk Sensoa. Sensoa krijgt ook het grootste bedrag van de Vlaamse Gemeenschap, meer bepaald 2 miljoen euro. We mogen ook de organisaties Pasop en Gh@pro, die vooral werken met sekswerkers, niet vergeten. Zij krijgen een bedrag van 200.000 euro. Naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde, dat specifiek voor de sub-Saharaanse Afrikaanse gemeenschap projecten ontwikkelt, gaat 180.000 euro. Ook de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen krijgt 320.000 euro. Naar de projecten voor spuitenruil gaat 275.000 euro.

De pijlers van een preventiebeleid zijn: informatie, documentatie, advies, deskundigheidsbevordering, vorming, methodiekontwikkeling, implementatie en ondersteuning van implementatie.

Enerzijds zijn er acties voor het brede publiek. In dat kader verschijnt eind dit jaar een publicatie op 30.000 exemplaren over seksueel overdraagbare aandoeningen in het algemeen en HIV in het bijzonder. Anderzijds werken we natuurlijk naar doelgroepen. De twee belangrijke doelgroepen zijn mannen die seks hebben met mannen en allochtonen, meer specifiek de sub-Saharaanse Afrikaanse gemeenschap. Ook jongeren, de sekswerkers, reizigers en de intraveneuze drugsgebruikers blijven een doelgroep.

Momenteel loopt een campagne naar mannen die seks hebben met mannen, onder de noemer 'Laat je nakijken'. Het is voor ons belangrijk dat deze mensen goed geïnformeerd zijn, want er is een medicamenteuze behandeling mogelijk. De levensverwachting van mensen die besmet zijn, is veel hoger. Dat is positief nieuws. Tegelijkertijd daalt het aantal mensen dat sterft door het virus.

Met de Facing-Factscampagne worden posters gehangen op plaatsen waar deze doelgroepen zich bevinden. Op de posters wordt korte informatie gegeven, samen met beelden die de boodschap onderstrepen.

In 2005 hebben we ook een nieuwe methodiek, die succesvol bleek te zijn, uitgewerkt. Het gaat om BEND, een glossy preventiemagazine. Het is de bedoeling om informatie en advies te geven, gekoppeld aan getuigenissen van mensen, specifiek gericht naar mannen die seks hebben met mannen. Dat initiatief zal ook worden voortgezet in 2006.

In 2005 is ook het nodige gebeurd voor het opmaken van een website voor deze doelgroep, met aandacht voor alle informatie die vandaag aanwezig is, wat dus ruimer is dan preventie. Deze website zal in de lente van 2006 gelanceerd worden.

We werken uiteraard ook samen met de holebiverenigingen, die een actieve rol opnemen bij het preventiebeleid.

Voor de sub-Saharaanse Afrikaanse gemeenschap starten we een community leader aanpak op. Deze aanpak is gericht op de formele en informele leiders binnen deze gemeenschappen, want het is moeilijk voor deze mensen om onze preventiewerkers binnen te laten. Door deze aanpak ontstaat peer education, wat tot goede resultaten leidt.

Er lopen ook specifieke projecten in de onthaalbureaus. Het is belangrijk dat we bij de eerste contacten zo veel mogelijk informatie geven.

Mijnheer Gatz, u stelde een vraag over het Elisa-centrum. Naar aanleiding van het schrijven hebben we contact opgenomen met federaal minister Demotte om het dossier te bespreken. Minister Demotte zou contact opnemen met minister Dupont, omdat er een gedeelde verantwoordelijkheid is vanuit het grootstedenbeleid. Ik heb er niets meer over vernomen, maar het is wel aan bod gekomen op een interkabinettenwerkgroep.

In de beleidsnota van minister Demotte heb ik inmiddels gelezen dat hij bereid is de financiële kosten op zich te nemen, alsook de kosten voor de testen. Ik meen dat er geen probleem is voor het Elisa-centrum om verder te werken. Er zou wel een probleem voor mij kunnen zijn voor de financiering omdat het centrum deel uitmaakt van Artsen Zonder Grenzen. Omwille van artikel 9 van het Preventiedecreet kan ik alleen maar organisaties financieren die uitdrukkelijk ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap, wat bij Artsen Zonder Grenzen niet het geval is. Er zou daarenboven dus een juridisch probleem zijn. Aangezien minister Demotte de zaak verder zal opnemen, zie ik geen probleem.

De doeltreffendheid is inderdaad een belangrijk element. Vandaag vinden bevragingen plaats over het resultaat, over de follow-up en dergelijke meer. Ook wordt niet geïmproviseerd wat betreft de methodieken, men werkt op basis van wetenschappelijk, evidence-based materiaal. Desondanks vinden we het belangrijk het element van de doeltreffendheid verder op te nemen. Bij de opstelling van de nieuwe convenants met onze partnerorganisaties die lopen vanaf 1 januari 2006, hebben we expliciet met de partners onderhandeld om meer indicatoren te beschrijven en op te nemen om de doeltreffendheid en de doelmatigheid te kunnen aantonen. We hebben alle geformuleerde doelstellingen en alle pijlers van ons preventiebeleid uitgewerkt in zeer concrete indicatoren, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van ons preventiewerk kan worden opgevolgd.

We hebben begin verleden jaar een studie aangevraagd bij de Ufsia over de doeltreffendheid

van het preventiebeleid. Het constant bewaken van de doelmatigheid en de doeltreffendheid moet ook geïmplementeerd worden bij de partners zelf en moet deel worden van hun opdracht.

Er gebeuren dus heel wat inspanningen in Vlaanderen en België die we onverkort moeten voortzetten. We moeten specifiek aandacht besteden aan de groepen waar zich de hoogste risico's voordoen. Sowieso moeten we de kennis en expertise grondig onderbouwen. In Vlaanderen hebben we ook centra waar expertise en kennis worden verzameld. We kunnen dan ook voldoende wetenschappelijk onderbouwd de nodige beleidsbeslissingen treffen. (Applaus bij CD&V)

Sven Gatz

Ik dank de minister voor de uitvoerige uiteenzetting over het preventiebeleid. Daarmee is aangetoond dat er heel wat gebeurt en we op de goede weg zitten. We weten een aantal zaken en er wordt een beleid gevoerd. Tot daar de onverminderd positieve appreciatie.

Wat betreft mijn specifieke vraag over het Elisa-centrum, heb ik weet van een ultieme brief van de organisatie naar u, mevrouw de minister, begin deze maand. Ik neem aan dat de organisatie nog een antwoord van u zal krijgen in dezelfde zin als wat u hier hebt gezegd. Ik wil even stilstaan bij het juridisch probleem dat kan ontstaan als minister Demotte zijn engagementen niet nakomt. Ik denk dat sommige organisaties van dusdanig belang zijn dat het beleid daar pro-actief op moet kunnen inspelen, allemaal in de hypothese dat minister Demotte zijn geld niet op tafel zou leggen. Er zijn nog organisaties in Brussel die misschien niet onder de noemer vallen dat ze zich exclusief tot de Nederlandstaligen richten en toch door beide gemeenschappen gesubsidieerd worden. Ik vraag hier toch een pragmatische opstelling in het algemeen.

Mocht dat het enige probleem blijken, neem ik aan dat dit soort zaken tussen uw kabinet en de vereniging ook al wel in een vroeger stadium gesignaleerd worden. Als men dit probleem formalistisch moet overstijgen, is dat snel gebeurd door een tweetalige vzw op te splitsen in twee eentalige vzw's. Ik denk dat we elkaar begrijpen als ik zeg dat dit soort zaken praktisch en pragmatisch moeten kunnen worden opgelost als het niet in orde komt op federaal vlak.

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben ervan overtuigd dat alleen met een degelijk, goed onderbouwd en volgehouden doelgroepgericht preventiebeleid de schade kan worden beperkt. Daarom moeten we regelmatig en doeltreffend meten om te weten, zodat het preventiebeleid optimaal doeltreffend kan zijn. Ik hoop dat u daarvoor de nodige inspanningen zult doen.

Naar aanleiding van uw antwoord had ik nog een vraagje. U had het over mannen die seks hebben met mannen, maar niet homoseksueel zijn. Ik had graag dat u me dat bij gelegenheid eens toelicht. Dat hoeft nu niet, hoor. (Gelach)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.