U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 26 januari 2005, 14.15u

van Koen Van den Heuvel aan minister Frank Vandenbroucke, beantwoord door minister Frank Vandenbroucke en minister Fientje Moerman
132 (2004-2005)
van Jan Peumans aan minister Fientje Moerman, beantwoord door minister Fientje Moerman en minister Frank Vandenbroucke
133 (2004-2005)
De voorzitter

Aan de orde zijn de samengevoegde actuele vragen van de heer Van den Heuvel tot de heer Vandenbroucke, vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over het promoten van ondernemerschap bij scholieren en studenten, en van de heer Peumans tot mevrouw Moerman, vice-minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, over de score van Vlaanderen in de Global Entrepreneurship Monitor-enquête.

De Global Entrepreneurship Monitor toont aan dat het aantal starters in Vlaanderen heel laag ligt. Daarnaast toont de studie aan dat de trend neerwaarts gericht is. Bovendien blijkt dat de positieve evolutie van de nationale statistieken het gevolg was van een statistische hervorming.

De Vlaamse Regering heeft de voorbije jaren verschillende initiatieven genomen om deze trend om te buigen. Jonge starters worden aangemoedigd. Hun kansen op succes stijgen.

Daarnaast moet geprobeerd worden zo veel mogelijk mensen zin te doen krijgen om te ondernemen. Het onderwijs kan daarin een belangrijke rol spelen. Is minister Vandenbroucke daar ook van overtuigd? Hoe ziet hij dat concreet?

Jan Peumans

De Global Entrepreneurship Monitor van 2004 toont aan dat maar 1,4 procent van de volwassen actieve bevolking een innovatief bedrijf heeft opgericht. In 2003 was dat nog 1,6 procent. De algemene graad van ondernemingszin is van 3,9 tot 3,5 procent gedaald.

Bovendien blijkt vandaag dat het aantal starters in 2004 wellicht lager was dan uit de cijfers kan worden afgeleid. Daarnaast zijn vorig jaar bijna 8.000 bedrijven failliet gegaan, voornamelijk eenmansbedrijven. De situatie in Wallonië is veel beter.

Een van de grote prioriteiten van deze regering is starters steunen. Hoe wil minister Moerman het tij op korte termijn keren?

Minister Frank Vandenbroucke

Het departement Onderwijs werkt samen met de VRT aan een simulatiespel om de derde graad van het secundair onderwijs kennis te laten maken met de ondernemerswereld en leerlingen risicoloos te leren risico's te nemen. Dat spel moet leiden tot economische of vakoverschrijdende eindtermen. Alle leerkrachten kunnen ermee aan de slag.

Wat we naast dit concrete leermiddel doen met de eindtermen is fundamenteel. Tijdens de vorige regeerperiode is begonnen met de vakoverschrijdende eindtermen ondernemingszin. We gaan na hoe we dat kunnen voortzetten.

Ten slotte werken heel wat scholen aan ondernemingszin door een minionderneming te starten. Ik blijf dat steunen en probeer het te verspreiden als voorbeeld van een goede praktijk.

De opleiding bedrijfsbeheer zal in overleg met andere opleidingsverstrekkers nader worden bekeken. Ik heb al van gedachten gewisseld met verantwoordelijken van Syntra Vlaanderen over hun rol als regisseur in het bevorderen van ondernemingszin in allerhande opleidingsvormen.

Ik probeer daar op een pragmatische manier werk van te maken. Ondernemingszin is belangrijk voor alle leerlingen.

Minister Fientje Moerman

De Global Entrepreneurship Monitor (GEM)-studie wordt via het steunpunt Onderzoek en Ontwikkeling betaald door de Vlaamse Regering. De cijfers voor Vlaanderen worden maar om de twee jaar opgesteld. In 2004 zijn slechts 2,7 personen op 100 betrokken bij het oprichten van een onderneming. Dat is een lichte stijging ten opzichte van de 2,6 van 2002. Vlaanderen scoort niet zo goed, Wallonië relatief beter. Initiatieven om ondernemerschap te bevorderen moeten dus voortgezet worden.

Deze cijfers moeten wel gerelativeerd worden. In vergelijking met Nederland en Duitsland is al een groot deel van de actieve bevolking in België ondernemer. Er is geen rekening gehouden met de opvolging in familiebedrijven, traditioneel een belangrijk segment van ons BNP. Desondanks zijn verbeteringen mogelijk.

Acties in onderwijs zijn nodig, maar een van de voornaamste hinderpalen is het gebrek aan financiering. De verschillende financieringsmogelijkheden moeten op elkaar afgestemd worden zodat voor elke levensfase van een onderneming een adequaat financieringsinstrument bestaat. Dat gaat van de vriendenlening, over het Innovatiefonds, de business angels-netwerken tot de ARKimedes-regeling. Ik hoop binnen de twee weken ook klaar te zijn met een waarborgregeling. Het is de bedoeling om de financiële belemmeringen voor ondernemerschap, bron van welvaart en werkgelegenheid, zoveel mogelijk te beperken.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.