U bent hier

Plenaire vergadering

dinsdag 8 februari 2000, 14.06u

van Patrick Dewael, Johan Sauwens en Bert Anciaux
163 (1999-2000) nr. 1
De voorzitter

Aan de orde is de beleidsnota Het Vlaams Buitenlands Beleid 1999-2004, ingediend door de heer Patrick Dewael, minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en Europese Aangelegenheden, de heer Johan Sauwens, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport en de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden.

De bespreking is geopend

Freddy Sarens

In december had onze fractie vele vragen bij de bespreking van dit onderdeel van de begroting. Wij vonden dat Vlaanderen onvoldoende op de wereldkaart verscheen, dat de bevoegdheid buitenlands beleid al te zeer vernipperd werd en dat een omvattend politiek concept ontbrak. Dat alles zou beantwoord worden in de beleidsnota, zo werd ons beloofd. Helaas is het tegendeel het geval : de voorliggende nota bevestigt onze stelling.

De nota wordt gedragen en getekend door drie ministers, onder de verantwoordelijkheid van de minister-president. Er wordt bovendien gesteld dat de hele regering verantwoordelijk is. Dat klopt natuurlijk, maar bij nadere lezing blijkt het plaatje er heel anders uit te zien : in feite gaat het om drie aparte nota's die door een computer in mekaar zijn geschoven. Algemeen buitenlands beleid, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking worden niet inhoudelijk geïntegreerd. De administratie leverde nochtans goed werk, want de analyses zijn interessant, de uitgangspunten goed en de intenties beloftevol. De politieke besluitvorming blijft echter heel vaag. Hoe gaat de minister-president dat alles coördineren? Die vraag blijft open. Hoe kan de aangekondigde administratieve cel proactief optreden ten overstaan van zeven verschillende ministers met eigen prioriteiten, budgetbepalingen, doelgroepen en tijdschema's?

Minister-president Patrick Dewael

Het is heel normaal dat de drie genoemde bevoegdheden over drie ministers worden verdeeld. Dat is zo in de federale regering en in vele buitenlandse. Ook de huidige Vlaamse regering vindt de drie aspecten specifiek en belangrijk. Ik weet dat de CVP van mening is dat export en ontwikkelingssamenwerking door een minister moeten bestuurd worden, maar dat is niet noodzakelijk zo. Waar zit hem het verschil met de vorige regeerperiode voor wat betreft de verantwoordelijkheid van de andere ministers? Het is toch niet ernstig om de bevoegdheid van de minister van Cultuur te laten ophouden aan de grenzen van Vlaanderen? Hoe zit het dan bijvoorbeeld met de Taalunie? Elke bevoegdheid heeft een facet buitenlands beleid

Luc Van den Brande

Het is niet juist dat de genoemde bevoegdheden in andere deelstaatregeringen over verschillende ministers worden verdeeld. In de Duitse bijvoorbeeld is telkens één minister - of de minister-president - verantwoordelijk. Het komt er sinds het Sint-Michielsakkoord op aan een eigen en herkenbaar Vlaams buitenlands beleid op te bouwen. Wij beschikken immers publiekrechtelijk over de volle buitenlandse bevoegdheid voor de aangelegenheden waarvoor we binnengaats bevoegd zijn. Coördinatie en cohesie zijn daarom essentieel. Een dergelijke visie ontbreekt echter in de beleidsnota : de bevoegdheid van Vlaanderen terzake wordt te minimalistisch geïnterpreteerd. Bovendien is er, in tegenstelling tot vroeger, geen afstemming : de beleidsnota van minister Anciaux werd zelfs als apart stuk gepubliceerd.

Minister-president Patrick Dewael

Ik heb de heer Sarens onderbroken naar aanleiding van zijn bewering dat een coherent beleid onmogelijk zou worden door de uitsplitsing van de bevoegdheden. Ik wil erop wijzen dat er geen verschil is met de vorige regering, behalve dan inzake export en ontwikkelingssamenwerking. Nochtans betekent herkenbaarheid in het buitenlands beleid voor mij niet dat Vlaanderen steeds met hetzelfde gezicht naar buiten moet komen. Ik heb ook niet de behoefte culturele ambassadeurs aan te duiden. Het buitenlands beleid hoort tot de bevoegdheden van verschillende titularissen, maar dat neemt niet weg dat het beleid mee gestuurd wordt door de hele regering. Men verwijt ons een gebrek aan coherentie, maar daarvan worden geen voorbeelden gegeven.

Jos Stassen

In mei 1999 werd er door het Vlaams Theaterinstituut een studie naar buiten gebracht waarin het cultuurbeleid van de vorige regering werd doorgelicht. Daarin was er zeker geen sprake van coherentie.

Luc Van den Brande

De heer Stassen citeert uit een studie die slechts een klein deelaspect behandelt. Ik raad hem aan in de Internationale Spectator een artikel van de hand van professor Vos van de UGent te lezen. Hij schrijft dat de enige mogelijke weg inzake buitenlands beleid een absolute integratie en coherentie is.

Men moet ook ophouden met onzin te verkopen over de culturele ambassadeurs. Vanuit de begroting economie heb ik 125 miljoen frank overgedragen naar cultuur om de mogelijkheden voor onze mensen op de internationale podia te vergroten. Nu is minister Anciaux blijkbaar tot het besluit gekomen dat er geen culturele ambassadeurs nodig zijn.

Op inhoudelijk vlak heeft er nochtans altijd een absolute autonomie bestaan. Ik vraag me af of de manier van werken van de Alliance Française, de British Council en het Goethe-instituut voor Vlaanderen niet goed zou zijn.

Freddy Sarens

We hebben geprobeerd om uit alle beleidsnota's de internationale dimensie te lichten.

In de beleidsnota buitenlands beleid wordt Nederland beschreven als een bevoorrechte partner, maar er wordt met geen woord gerept over een Vlaams-Nederlands huis, wat nochtans een essentieel element is voor die bevoorrechte relatie. In de beleidsnota cultuur wordt dan wel gesproken over een herkenbaar Europees Vlaams-Nederlands huis in Brussel, maar dit wordt niet concreet uitgewerkt.

In de beleidsnota buitenlands beleid wordt de ondertekening van een nieuw cultureel verdrag met Frankrijk voorzien in 2000.

Dit verdrag heeft echter een zeer beperkt toepassingsgebied en gaat voorbij aan de omvangrijke bevoegdheden van Vlaanderen waarop samenwerking mogelijk is. In het onderdeel internationaal cultuurbeleid van de beleidsnota cultuur wordt echter met geen woord verwezen naar dit nieuwe culturele verdrag.

In de beleidsnota cultuur wordt een cultureel verdrag met de Franse Gemeenschap in het vooruitzicht gesteld. Daar wordt echter niet verwezen naar de voorwaarde vanuit Vlaanderen dat de Franse Gemeenschap daarbij het territorialiteitsbeginsel moet respecteren. Dat is wel het geval in de beleidsnota buitenlandse zaken. De beleidsnota Cultuur zegt dat dit verdrag zal geïnspireerd zijn op het cultureel verdrag met Nederland, dat een ruim toepassingsgebied heeft. In de beleidsnota buitenlands beleid staat dan weer dat er raamovereenkomsten in het vooruitzicht worden gesteld met de andere deelstaten in België en dit volgens het globaal samenwerkingsakkoord met de Duitstalige Gemeenschap van 1985, dat een zeer beperkt toepassingsgebied heeft. Dat kan ook niet anders, want het dateert van voor de belangrijke staatshervormingen van 1988 en 1993.

Minister-president Patrick Dewael

Ik zal twee voorbeelden aanhalen om aan te tonen dat die opmerkingen geen hout snijden.

Inzake het voorgenomen akkoord met Frankrijk wil ik aanstippen dat er op dit ogenblik enkel nog maar een Frans-Belgisch akkoord bestaat. Nu is Frankrijk bereid een akkoord af te sluiten met Vlaanderen om een aantal materies te regelen. Dat betekent dat Frankrijk voor het eerst bereid is de Belgische institutionele realiteit te erkennen. Er is echter nog één probleem : België telt ook drie gewesten en Monumentenzorg is een gewestelijke materie. Daarom heeft de Franse ambassadeur voorgesteld dit in te vullen vanuit het bestaande Belgische akkoord en alle andere materies in het Vlaamse akkoord onder te brengen.

Om een gebrek aan coherentie aan te tonen moet men kunnen aantonen dat de ene minister de andere tegenspreekt.

Er ligt al een ontwerp van akkoord met de Franse Gemeenschap klaar van in de tijd toen ik nog minister van Cultuur was. Men heeft dit akkoord echter niet willen afsluiten omdat Vlaanderen eiste dat in de preambule zou worden opgenomen dat de Franse Gemeenschap het territorialiteitsbeginsel respecteert. Daartoe is de Franse Gemeenschap echter niet bereid. Er zal dan ook geen akkoord worden afgesloten, hoewel we het over de inhoud eens geraakt zijn.

Eric Van Rompuy

Wat u zegt klinkt uiteraard allemaal heel positief, maar het is onbetaalbaar

Minister-president Patrick Dewael

Indien u de commissie bijwoonde of het verslag erop zou nagelezen hebben, dan wist u dat er een akkoord op stapel staat.

Minister Bert Anciaux

In de Commissie Vlaamse Rand en Brussel is dit punt maanden geleden al uitvoerig behandeld. De Vlaamse Regering beroept zich op dezelfde juridische argumenten als bij de problematiek over de Vlaamse Rand en bij de zaak rond Sint-Pieters-Leeuw voor het Arbitragehof over de herinvoering van de taalinspecties. Vlaanderen loopt eindeloos achterop in het juridische steekspel.

Een eventueel cultureel verdrag tussen Vlaanderen en Wallonië heeft wederzijdse voordelen. Eens dat verdrag er is zal de Franse Gemeenschap wellicht langer nadenken voor ze initiatieven als Carrefour in de Vlaamse rand steunt. Maar het heeft uiteraard alleen zin een verdrag af te sluiten als er garanties zijn dat de beide partijen er zich zullen aan houden.

Freddy Sarens

De ene minister spreekt over raamakkoorden, de andere over een verdrag geschoeid op het verdrag met Nederland. U vraagt naar de tegenspraken in de nota, ik geef ze u.

Wat de andere beleidsnota's betreft, is die van onderwijs en vorming de enige die min of meer aandacht schenkt aan de buitenlandse dimensie. De aandacht is er, maar een uitwerking ontbreekt.

In de beleidsnota toerisme wordt een coherent toeristisch buitenlands beleid in zes korte puntjes zogezegd gerealiseerd. Er wordt een evenementenfonds in het vooruitzicht gesteld. Daarover wensen wij extra informatie.

De beleidsnota leefmilieu blijft uiterst vaag. We wachten op het aangekondigde werkplan. In de beleidsnota leefmilieu wordt, net zoals in de nota buitenlands beleid, terecht gewezen op de noodzaak van de culturele exceptie op het niveau van de EU en op dat van de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganistie.

In de beleidsnota economie wordt kort ingegaan op het aantrekken van buitenlandse investeringen. Dit is alles wat er in de verschillende beleidsnota's terug te vinden is over de internationale dimensie van het Vlaamse beleid. De diverse ministers beseffen hun buitenlandse opdracht onvoldoende en dat wordt niet gecompenseerd door de algmene beleidsnota buitenlands beleid.

Een ander belangrijke opmerking van de CVP-fractie betreft het middenveld. Dat is altijd een belangrijk aandachtspunt van de CVP geweest, ook in het Vlaams buitenlands beleid. De nota buitenlands beleid bevat geen enkele verwijzing naar het middenveld. Zelfs als er gewezen wordt op de noodzaak van een breed draagvlak, wordt de belangrijke rol van het middenveld verzwegen.

Minister-president Patrick Dewael

Het ontgaat mij wat het middenveld te maken heeft met het buitenlands beleid.

Freddy Sarens

Nochtans zijn er organisaties als Vlamingen in de Wereld, het Algemeen Nederlands verbond, Bebego, enzovoort.

Ook opvallend is dat er geen woord terug te vinden is over de Benelux, over de relatie met Nederland, over de startconferentie van de regio's en de rol van de Commissie daarin, het beleid ten aanzien van Centraal- en Oost-Europa en de concrete invulling van de verruiming van het verdrag met Zuid-Afrika. Overigens, waar slaat het onderscheid Zuid-Afrika - Zuidelijk Afrika op

Minister-president Patrick Dewael

Het is niet omdat iets niet in een beleidsnota vermeld staat, dat er geen aandacht aan zal worden besteed. De beleidsnota bevat de krachtlijnen van het beleid. Over Zuid-Afrika kan ik al vertellen dat de samenwerking zal worden uitgebreid naar alle domeinen waarvoor Vlaanderen bevoegd is. In dat kader heb ik minister Zuma ontmoet.

Minister Johan Sauwens

De handelsmissie waaraan ik in november heb deelgenomen, bevestigt het belang van Zuid-Afrika. Dit land zal kunnen dienen als een poort naar alle zuidelijk Afrikaanse landen als geheel

Freddy Sarens

De fundamenten van het beleid zijn afgeleid uit de mogelijkheden die het goedgekeurde decreet biedt. De doelstellingen komen goed uit de verf en de troeven van Vlaanderen komen duidelijk naar voren.

De nota onderkent tevens de zwakke plekken in ons exportbeleid en formuleert remedies. De voorgestelde methode, namelijk werken aan tien strategische projecten lijkt ons geschikt. Ook het pleidoooi voor het verder defederaliseren van de export-bevoegdheden kan op onze steun rekenen.

Wij wensen te waarschuwen voor twee zaken. Enerzijds zijn er vragen rond de bijzondere vertegenwoordiger voor het Vlaams investeringsbeleid. Anderzijds dient de personeelswissel aan de top van de Export-Vlaanderen op de meest correcte en serene manier te verlopen.

Deze beleidsnota laat nog veel vragen onbeantwoord. De NGO's hebben dan ook enkele opmerkingen geformuleerd. Ze haalden terecht enkele goede intenties uit de beleidsnota. Ze prijzen met name : de keuze voor een echte dialoog met het Zuiden; de steun voor het principe van ongebonden hulp; het principe dat de visie op de Noord-Zuidproblematiek coherent doorgetrokken moet worden naar andere beleidsdaden die effecten kunnen hebben voor de Derde Wereld; de optie om eindelijk werk te maken van een deskundige administratie en het engagement om met alle actoren permanent overleg te plegen.

De NGO's hebben echter ook kritiek. Zo zijn ze teleurgesteld dat er geen concrete engagementen worden genomen voor de norm van 0,7 percent van het Vlaams Regionaal Product. Bovendien blijkt nergens een algemene visie op ontwikkelingssamenwerking. De NGO's klagen ook dat de concentratie op landen en thema's onvoldoende is uitgewerkt. Ook de pijler educatie en sensibilisering moet verder worden ontwikkeld. Ze vinden ook dat ze in de nota te veel beschouwd worden als onderaannemers. Ten slotte vinden ze dat er werk moet gemaakt worden van een decretaal kader.

Zullen campagnes zoals de Worldshake-actie die volgende week wordt georganiseerd, in de toekomst nog mogelijk zijn? Volgens de nota zal de overheid zelf initiatieven nemen inzake opleiding en vorming. De overheid zal zelf een analyse maken, thema's vastleggen en doelgroepen bepalen. Worden de NGO's zo niet te veel gereduceerd tot onderaannemers?

De nota kiest voor een uitbouw van een eigen administratie en een scheiding tussen beleidsvoorbereiding, evaluatie en uitvoering. Er is sprake van nieuwe opdrachten voor de administratie enerzijds en anderzijds voor een gespecialiseerde instelling. Hoe zal een en ander georganiseerd worden? Zal de BTC (Belgische technische Coöperatie) deze opdrachten krijgen? Wordt er een Vlaams BTC gecreëerd? Wordt met de zogenaamde gespecialiseerde instelling het VVOB (Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand) bedoeld? Zal deze VZW dan worden uitgebouwd?

Minister Bert Anciaux

U geeft letterlijk het standpunt van het NCOS weer. Voor een deel zijn die opmerkingen terecht.

Met de gespecialiseerde instelling wordt inderdaad het VVOB bedoeld.

Er is inderdaad geen engagement om de norm van 0,7 percent van het Vlaams Regionaal Product te halen : dat zou ongeveer 40 miljard frank kosten. Op korte termijn is dat spijtig genoeg niet haalbaar. We hebben het bedrag voor ontwikkelingssamenwerking opgetrokken tot 33 percent. Ik besef terdege dat dat nog veel te weinig is. Wel moet nog rekening worden gehouden met de inspanningen van de VVSG en de provincies. Bovendien worden er middelen uitgetrokken op andere begrotingen dan die van ontwikkelingssamenwerking : denk bijvoorbeeld aan de 100 miljoen frank voor huisvestingsprojecten in Zuid-Afrika.

We hebben nog onvoldoende tijd gehad om een algemene visie te ontwikkelen. Het Vlaamse ontwikkelingsbeleid moet vertrekken van nul. Ik heb in dit kader een reflectiegroep opgericht met de NGO's. Deze beleidsnota is een eerste poging. Het gaat niet om een mirakelbeleid.

Freddy Sarens

Uw beleidsnota reuceert de NGO's tot onderaannemers.

Minister Bert Anciaux

Het indirecte samen-werkingsbudget voor ontwikkelingssamenwerking bedraagt slechts 210 miljoen frank. Het heeft dus weinig zin om nu al een decretaal kader te ontwikkelen. Eerst moet er werk worden gemaakt van een grotere transparantie en van objectivering. Momenteel worden subsidievoorwaarden, een implementatieplan en een vademecum ontwikkeld. Zo kan eindelijk op een objectieve wijze met NGO's worden samengewerkt. Nu al een decretaal kader scheppen is erg gevaarlijk.

Paul Van Grembergen

Niet de NGO's, maar het Vlaams Parlement moet de ontwikkelinssamenwerking dirigeren. De Vlaamse regering moet dat beleid uitvoeren.

De NGO's zijn een eigen leven beginnen te leiden. Ze hebben bijzonder waardevol werk gedaan. Het komt echter aan het beleid toe om een algemene visie te ontwikkelen.

Freddy Sarens

De NGO's hebben zichzelf al kritisch bevraagd.

Luc Van den Brande

Het risico bestaat dat ons Vlaamse beleid een kopie wordt van het federale, of dat Vlaanderen gereduceerd wordt tot een tweede loket. Daarom is het belangrijk dat er ook voor een klein budget een aangepast decretaal kader wordt gecreëerd.

Het federale ontwikklingsbeleid houdt zich voor negentig percent bezig met aangelegenheden die gemeenschapsbevoegdheden zijn.

Freddy Sarens

Dit debat is eindeloos. De Sint-Michielsakkoorden hebben meer mogelijkheden gecreëerd voor een Vlaams buitenlands beleid. Spijtig genoeg heb ik de indruk dat het huidige Vlaams buitenlands beleid ondergeschikt gemaakt wordt aan het federale beleid. (Applaus bij de CVP

Stefaan Platteau

Het buitenlands beleid is en blijft de prima donna van de politiek van de Vlaamse regering. Het is de bedoeling Vlaanderen een gezicht te geven in de wereld door een maximale behartiging van de humane waarden.

Vlaanderen zet zich in voor een beter Europa en geeft meer gestalte aan een buitenlands beleid gericht op de duurzame ontwikkeling van Noord en Zuid. Vlaanderen hecht het grootste belang aan de eerbiediging van een fundamentele waarden, zoals respect voor de mensenrechten, internationale solidariteit, tolerantie, vrede en vrijheid en democratie.

Dat zijn trouwens normen die terug te vinden zijn in de verdragen van Maastricht en Amsterdam en bovendien zijn het voorwaarden om toe te kunnen treden tot de Europese Unie.

Joris Van Hauthem

Twee partijen uit de Vlaamse regeringscoalitie hebben het Verdrag van Maastricht niet goedgekeurd. Is dat geen probleem

Stefaan Platteau

Voor mij niet. De verdragen zijn goedgekeurd en we zullen die respecteren. Het is een goede zaak dat drie ministers verantwoordelijk zijn voor het buitenlands beleid. Dat is een collectieve strategische keuze van alle meerderheidsfracties geweest voor deze regeer-periode. Het is positief en verrijkend om het buiten-lands beleid vanuit diverse gezichtspunten te bekijken.

In de beleidsnota staan een reeks strategische doelstellingen, onder meer Vlaanderen een stem geven in de Europese Unie en een volwaardige partner maken in de bilaterale relaties, de economische impact verhogen en een bijdrage leveren om de verschillen in het welvaartsniveau tussen landen te verminderen. In hoofdstuk drie van de beleidsnota wordt aandacht besteed aan het Vlaams beleid ten aanzien van de buurlanden. Nederland is onze meest bevoorrechte partner, niet alleen voor bilaterale maar ook voor Europese aangelegenheden, bijvoorbeeld wat de positie van de Nederlandse taal betreft. In die zin is het Vlaams-Nederlands overleg tussen de minister-presidenten belangrijk. Over de Benelux vind ik zeer weinig in de beleidsnote. Nochtans heeft ze sinds haar bestaan goed werk geleverd. Het mag onderlijnd worden dat de meer dan 21 miljoen Nederlandstaligen daarin een overwicht hebben

Karim Van Overmeire

Het aantal Nederlandstaligen weerspiegelt zich evenwel niet in de structuren. Er bestaat een pariteit tussen Nederland, België en Luxemburg. De laatste twee landen zijn evenwel niet homogeen Nederlandstalig.

Stefaan Platteau

Toch overheerst het Nederlands in die mate dat er zelfs reacties van de Franstaligen komen. Ik ben van mening dat de Benelux ondersteund en behouden moet worden. Het is jammer dat ze te weinig naar buiten komt. Toch ervaar ik dat Benelux-ministers collectieve standpunten innemen en eerst tot een consensus proberen te komen vooraleer ze deelnemen aan belangrijke internationale besprekingen.

Paul Van Grembergen

Het Benelux-verdrag is verouderd en moet verdragrechterlijk aangepast worden.

Luc Van den Brande

In 2008 vervalt het verdrag en is in een dergelijke aanpassing voorzien

Stefaan Platteau

Dat is een goede zaak waar werk van moet gemaakt worden. Positief is dat de gewesten al vertegenwoordigd zijn in de Benelux. Dat was vroeger niet het geval.

De VZW Vlamingen in de Wereld bestaat al sedert 1980 en wil de samenhorigheid tussen de Vlamingen hier en die in het buitenland bevorderen. Een nobele doelstelling, waar de Vlaamse regering al veel geld voor uitgetrokken heeft. Na een recente audit is het echter duidelijk geworden dat de VZW dringend hervormd moet worden

Minister-president Patrick Dewael

In de audit wordt wel gesteld dat de Vlaamse regering haar subsidie moet verhogen opdat de VZW optimaal zou kunnen werken. Ik wil dat daarover geen onduidelijkheid bestaat : voor ons kan de subsidie pas verhoogd worden nadat de VZW hervormd is

Stefaan Platteau

Dit bodemloze vat moet inderdaad zelfbedruipend worden.

Ik vind het spijtig dat de talrijke jumelages niet vermeld worden in de beleidsnota. Jumelages zorgen voor een belangrijke culturele uitwisseling en moeten precies daarom gesteund worden.

In de commissie voor Buitenlandse en Europese Aangelegenheden hebben we het Euromediterrane Akkoord tussen de Europese Unie en Israël unaniem goedgekeurd. Na de interessante hoorzittingen met de Israëlische en de Palestijnse vertegenwoordigers ben ik er nog sterker van overtuigd dat we het vredesproces moeten steunen. Ook daarrond werd in de commissie een consensus bereikt. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID

Karim Van Overmeire

In de beleidsnota worden maar weinig nieuwe zaken vermeld. Het volstaat hier te verwijzen naar de interpellatie van de heer Van Nieuwenhuysen over Export Vlaanderen. Zeker op dit terrein is er sprake van een grote continuïteit in het beleid ; gezien het onderwerp is dat wellicht niet meer dan logisch.

Ik ben het eens met de algemene omgevingsanalyse. Mondialisering blijft inderdaad veelal beperkt tot regionale samenwerking en blokvorming. We evolueren naar een multipolaire wereldorde met een geringere geopolitieke stabiliteit. Milieuproblemen, volksgezondheid en migratie zullen vaak op internationale schaal aangepakt moeten worden.

Die globalisering heeft een tegenhanger in de vorm van subsidiariteit en decentralisatie van de besluitvorming, wat vaak leidt tot het ontstaan van nieuwe nationale staten, zoals Tsjechië en Slowakije. Ook al kunnen we onze nationale staten niet meer vergelijken met die van de negentiende eeuw, toch blijven ze het enige politieke kader waarbinnen de democratie kan bloeien. De Vlaamse regering schrijft zelf dat het einde van de nationale staten nog niet in zicht is. De belangrijke rol die de Raad speelt binnen de Europese Unie bevestigt deze stelling. Bovendien weegt de Europese besluitvorming zwaar op Vlaanderens bevoegdheden, zonder dat Vlaanderen een directe inbreng heeft in de Unie. Ook de invloed van het Comité van de Regio's is beperkt. De rol die Vlaanderen maar kan spelen in de Europese Unie is niet bevredigend en ik vermoed dat de toestand niet zal verbeteren. Hoe groter het aantal lidstaten, hoe kleiner de kans dat ook de regio's bij de besluitvorming betrokken worden. De Europese integratie maakt een Vlaamse staat dus zeker niet overbodig, integendeel

Minister-president Patrick Dewael

Ik merk dat de constitutionele deelstaten binnen de Europese Unie steeds vaker samenwerken op economisch, maar ook op politiek vlak. We moeten deze samenwerking stimuleren en daarom zal ik, in de aanloop naar het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie, een vijftal constitutionele deelstaten uitnodigen. We moeten immers uit elkaars zwakke en sterke punten leren. Zo zijn de Duitse Länder nu al gedeeltelijk bevoegd voor Justitie. De verschillende constitutionele deelstaten zijn ook niet in dezelfde mate fiscaal autonoom.

Karim Van Overmeire

Het probleem is slechts vier of vijf lidstaten van de Europese Unie constitutionele deelstaten hebben. Vlaanderen zal nooit rechtstreeks mee beslissen

Minister-president Patrick Dewael

Daar draait de hele Intergouvernementele Conferentie (IGC) net om. Precies daarom moeten we contacten leggen en onderhouden. Het doel van het overleg is ervoor te zorgen dat dit proces ook in de andere lidstaten gestart wordt. We hebben dus partners nodig

Karim Van Overmeire

U vindt zelfs geen bondgenoten in eigen land. De federale minister van Buitenlandse Zaken wil dit punt zelfs niet aan de agenda van de Intergouvernementele Conferentie toevoegen

Minister-president Patrick Dewael

Ik heb u al voorgelezen uit een brief van federaal minister Michel waarin hij onze standpunten deelt. Enkele lidstaten willen de IGC beperken tot de zogenaamde left-overs van Amsterdam. Maar de Belgische delegatie heeft in Finland bondgenoten gezocht om de IGC-agenda uit te breiden. Heeft u dan een alternatief voor overleg?

Karim Van Overmeire

Ons alternatief vereist politieke moed. Wij stellen voor te breken met het nadelige Belgische systeem, maar dat betekent niet dat wij tegen Europa zijn

Minister-president Patrick Dewael

U zal dus eenzijdig de onafhankelijkheid uitroepen. Verduidelijk uw scenario eens. Wat gebeurt er met Brussel?

Eric Van Rompuy

Het Vlaams Blok wil alle Europese instellingen uit Brussel zien verdwijnen. Diezelfde partij wil dat Brussel niet langer hoofdstad is van Europa en heeft tegen alle grote Europese verdragen gestemd

Joris Van Hauthem

Is dat een misdaad? Blijkbaar niet, want de Volksunie en Agalev zitten nu zelfs in de regering.

Eric Van Rompuy

Durft de heer Van Overmeire hier het standpunt van het Vlaams Blok over de verwijdering van alle Europese instellingen uit Brussel herbevestigen

Karim Van Overmeire

Ik sta hier niet voor de rechtbank

Minister-president Patrick Dewael

Het Vlaams Blok wil de macht van het getal laten spelen. Zes miljoen Vlamingen mogen zich niet langer onderwerpen aan de dominantie van de Franstalige minderheid. Met die redenering mogen ze zich in Europa aan grote successen verwachten. Ook ik wil graag weten wat hun scenario is voor de Europese hoofdstad Brussel, als zij op radicale wijze een punt zetten achter België

Karim Van Overmeire

Daar bestaat een boek over. Tsjechië en Slovakije hebben bewezen dat het kan, net zoals de Scandinavische Unie in 1905. In die gevallen was er sprake van een vreedzame, democratisch gelegitimeerde en internationaal aanvaarde scheiding

Minister-president Patrick Dewael

Het betrof een scheiding met onderlinge toestemming. Bovendien hadden die landen geen gedeelde hoofdstad, laat staan de hoofdstad van Europa. Hier zou het eerder gaan om een scheiding op grond van feiten. Hoe gaat die concreet verlopen?

Karim Van Overmeire

De splitsing van Tsjechoslovakije is er gekomen dankzij de ferme houding van de Tsjechen. Zij hebben de Slovaken duidelijk gemaakt wat hun eisen waren, bijvoorbeeld inzake economisch beleid. Zij wilden niet kost wat het kost vashouden aan de bestaande unie. Hier stelt de Vlaamse regering het Belgische belang voorop.

Wij zijn verheugd over de aandacht voor de multilaterale samenwerking. Er komt een gegroepeerde Vlaamse vertegenwoordiging in vier buurlanden : een Vlaams huis in Londen, Den Haag, Parijs en Berlijn. Dat is goed, maar tegelijk vinden wij dat de herkenbare aanwezigheid van Vlaanderen in het buitenland niet tot de Europese Unie beperkt mag blijven. Wij verwerpen een scenario waarin we in de rest van de wereld onder de Belgische paraplu opereren.

Minister-president Patrick Dewael

De Vlaamse regering aanvaardde het principe van de geïntegreerde vertegenwoordiging : het staat vooraan op de agenda van de ministerraad. Zoiets kost echter geld en men kan dus niet verwachten dat alles meteen gerealiseerd wordt. Toch komen er drie Vlaamse huizen. Alleen voor Berlijn opteren wij voor een lokalisering in de Belgische ambassade, omdat die over een zeer ruim pand beschikt.

Karim Van Overmeire

De samenwerking met de landen van Centraal- en Oost-Europa is van het grootste belang, in het bijzonder die met partnerlanden op Vlaamse maat. Hopelijk wordt het Vlaams Parlement betrokken in de uitwerking van de geplande tabula rasa van het beleid, dat mikt op meer efficiêntie, bijsturing, evaluatie en een nieuw beleidsplan.

Wat de verhouding tussen het Vlaamse en het federale buitenlandbeleid betreft, menen wij met de heer Van Grembergen dat het laatstgenoemde moet uitgaan van de idee dat België een federatie van verschillende componenten is. Helaas is de werkelijkheid anders : van afstemming, complementariteit en overleg is weinig sprake, kijk maar naar het dossier-Oostenrijk. Minister Michel vindt skivakanties in Oostenrijk thans immoreel, terwijl onze minister-president er net een doorbrengt. De regeringspartij VU&ID vindt dat de uitlatingen van minister Michel het niveau van cafépraat niet overstijgen. Tegelijk dienen twee andere regeringspartijen, Agalev en de SP, elk een voorstel van resolutie in waarin ze de regering vragen de Vlaamse gemeenschapsattaché, de Vlaamse economische vertegenwoordiger en de directeur van Toerisme Vlaanderen uit Wenen terug te roepen, het Vlaams Huis aldaar te sluiten en de culturele samenwerking met Oostenrijk op te schorten. Wat is nu eigenlijk het standpunt van de Vlaamse regering? Welke maatregelen worden genomen? De Standaard meldt dat volgens minister Sauwens iedereen blijft waar hij is, alleen onderhouden de handelsattachés geen contact meer met de nieuwe Oostenrijkse regering. Hoe zit het nu?

Minister Johan Sauwens

De regering heeft geen enkel initiatief genomen om de bestaande handelsactiviteit te wijzigen. Wel komt er binnenkort een nieuwe Vlaamse economische vertegenwoordiger, die het bestaande beleid zal voortzetten : de geplande landenworkshop en die met Fabrimetal gaan gewoon door. Wel worden er voorlopig geen nieuwe contacten gelegd op politiek niveau

Eric Van Rompuy

Kunnen wij weldra beschikken over een officieel standpunt vanwege de Vlaamse regering? Tot nu toe moesten wij het doen met losse, individuele commentaren in de pers

Minister-president Patrick Dewael

Ik zal de visie van de regering in de loop van het debat toelichten en ik zal de tekst van het regeringsbesluit van vorige vrijdag overmaken.

Karim Van Overmeire

Ik zou het ook waarderen indien de regering zou toelichten welke houding ze in het Comité van de Regio's wil aannemen tegenover Karinthië. Dat kan immers een bondgenoot zijn in het streven naar meer zeggenschap voor de constitutionele deelstaten.

Ik heb niet de bedoeling om hier Jörg Haider te verdedigen. Wij hebben met zijn partij immers geen formele banden noch informele contacten. Maar het snelle, krachtige en eensgezinde optreden van de Europese Unie hebben we de laatste dagen met verbazing gadegeslagen. Nog voor de nieuwe Oostenrijkse regering gevormd was, regende het al vervloekingen en sancties. Er werd beslist de contacten met Oostenrijk te beperken tot het minimum dat nodig is om de EU te laten functioneren. De genomen maatregelen stroken niet met de Europese verdragen. Het Verdrag van Amsterdam voorziet wel in de mogelijkheid van een schorsing van het stemrecht wanneer een lidstaat herhaaldelijk de mensenrechten of de Europese regels schendt. Verder wil ik erop wijzen dat het niet de eerste keer is dat een niet-traditionele partij deel uitmaakt van de regering in een Europese lidstaat. In Duitsland is de PDS mee aan de macht op lokaal niveau, in Frankrijk regeren de communisten mee en in Italië heeft de Alleanza Nazionale al deel uitgemaakt van de regering. De huidige Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Dini was trouwens lid van die regering. Frankrijk en Italië zijn echter grote lidstaten en enkel tegen kleinere lidstaten worden er sancties getroffen. Deze maatregelen dreigen de Intergouvernementele Conferentie en de uitbreiding van de EU op de helling te zetten. Intussen wordt het de kandidaat-lidstaten uit Centraal- en Oost-Europa wel duidelijk gemaakt wat men in West-Europa verstaat onder democratie. De Brezjnev-doctrine van het Oostblok is vervangen door de Louis-Michel-doctrine van de EU. In elk geval wens ik de EU succes bij het meten van het democratisch gehalte van partijen en regeringen in Centraal- en Oost-Europa.

Het netto-resultaat van de sancties is dat de populariteit van Haider verder gestegen is, dat het pro-Europees gevoel in Oostenrijk taant en dat Europa niet dichter bij de burgers is gekomen. Deze eerste poging tot een gemeenschappelijke buitenlandse politiek van de EU ontlokte diverse schampere commentaren. De Standaard vroeg zich af of Europa snel een interventiemacht ter plaatse kan brengen. Kan de Belgische luchtmacht geen pamfletten uitstrooien boven Oostenrijk? De kinderen van het Franstalig onderwijs zullen niet op sneeuwklas gaan in Oostenrijk. Wellicht zullen de voorschotten die de ouders al betaald hebben terugbetaald worden met het extra geld dat voor het Franstalig onderwijs ter beschikking werd gesteld. Er werd ook al gevraagd om in Vlaanderen Vakantieland geen filmpjes over Oostenrijk meer te vertonen. Ga liever op vakantie naar Wallonië, een lichtbaken van democratie in het duister wordende Europa.

We beschikken enkel over een paar citaten van een Oostenrijkse kopman. Het zou gevaarlijk zijn om op basis daarvan een hele partij of een hele regering te sanctioneren. Ook Louis Tobback heeft talrijke krasse uitspraken gedaan en zich daarvoor nooit verontschuldigd. Toch werd hij zelden belaagd door de politiek correcten. Maar hij is socialist, dat verklaart veel. Men veroordeelt dus zonder argumenten en men hanteert twee maten en twee gewichten. Een skivakantie in Oostenrijk is moreel verwerpelijk, maar contacten met Kabila, met Saddam Hoessein, met Libië en Marokko zijn dat niet. De minister van Buitenlandse Zaken van de vorige regering ging op bezoek in Cuba en had contacten met Li Peng, Vietnam is een bevoorrechte handelspartner en gisteren werd er een Indonesische delegatie ontvangen terwijl de slachtpartij in Oost-Timor pas afgelopen is. In De Standaard verscheen er een foto waarop de heer Van Peel in het gezelschap van Chris Merckx van de openlijk maoïstische PVDA betoogt tegen het extreem-rechtse gevaar en voor de vrijwaring van de democratie. Dat is surrealistisch.

De verontwaardiging van de socialisten is wel te begrijpen. Haider weet immers vooral de socialistsiche kiezers te overtuigen. Louis Michel heeft vooral te kampen met een grote profileringsdrang : hij wil België opnieuw op de kaart brengen. Nochtans was het artikel van de Wallstreet Journal over het Belgische optreden verre van lovend. Enkele maanden geleden klaagde België nog over de onbillijke behandeling door de andere leden van de EU. Nu er in het Europese klasje een leerling is die nog minder populair is, neemt België de leiding van de pesterijen.

Onze politieke tegenstanders in Vlaanderen willen in Oostenrijk een afschrikwekkend voorbeeld stellen. We moeten echter nog afwachten tot 8 oktober om te zien of de kiezer zich wel laat afdreigen. (Applaus bij het VB

Patrick Hostekint

Bij de bespreking van de begroting 2000 was er in de commissie en in de plenaire vergadering al een interessant debat over het buitenlands beleid. We vernamen welke richting het zou uitgaan. Deze beleidsnota geeft een meer volledig beeld van de maatregelen waarmee de Vlaamse regering het Vlaams buitenlands beleid gestalte wil geven.

De minister-president gaat voorzichtig te werk in vergelijking met zijn voorganger. De beleidsnota buitenlands beleid is geen spectaculair werkstuk geworden. In essentie wordt het beleid van de vorige regering voortgezet. Dit is in feite een compliment aan de vorige minister-president, de heer Van den Brande.

De belangrijkste innovatie is de opsplitsing van de bevoegdheden algemeen buitenlands beleid, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Dit is positief.

De Vlaamse regering stelt zich tot opdracht Vlaanderen een gezicht te geven in de wereld door een maximale behartiging van de Vlaamse belangen en waarden in de internationale omgeving. Dat is mooi, maar niet nieuw. Dat geldt ook voor de strategische doelstellingen, die reeds geformuleerd werden in het Strategisch Plan Vlaanderen Internationaal dat in 1997 voltooid werd door de administratie voor buitenlands beleid.

Het is evident dat Vlaanderen moet proberen een groter politiek gewicht in de schaal van de Unie te werpen en zijn positie als volwaardige partner in bilaterale onderhandelingen te verstevigen. De aanwezigheid in multilaterale organisaties en het aanhalen van de banden met de buurlanden en met Nederland in het bijzonder zijn zeer belangrijk in deze context. Binnenkort starten de besprekingen over de de uitbreiding van de EU en in de tweede helft van 2001 is er het Belgische voorzitterschap. Het spreekt dan ook voor zich dat Vlaanderen maximaal moet meewerken aan de EU.

Wat integratie betreft, stel ik vast dat over de Benelux, de voorloper en de bakermat van de EU, geen woord te vinden is. Gezien onze bevoegdheden en onze behoefte aan grensoverschrijdende infrastructuur, is de Benelux heel belangrijk, denk maar aan de IJzeren Rijn. Een gemeenschappelijk standpunt van drie lidstaten heeft hoe dan ook meer gewicht dan het standpunt van een bepaalde lidstaat.

Verder verheugt het de SP-fractie dat Vlaanderen zich in de nabije toekomst wil richten tot jonge democratieën. Hoofdstuk 5 van de beleidsnota stelt bilaterale akkoorden met landen van het voormalige Oostblok in het vooruitzicht. Vlaanderen moet zijn aandacht en middelen nadrukkelijk op die landen concenteren. In de Balkanlanden is nu een broos vredesproces op gang gekomen en die landen verdienen al onze aandacht.

Het buitenlands beleid van de minister-president is voorzichtig. Zo kan Oostenrijk op een vrij milde behandeling rekenen hoewel een racistische en anti-demcoratische partij er haar intrede doet in de regering. De minister-president verkoos om niet te hevig te reageren. De SP-fractie heeft een voorstel van resolutie ingediend, waarin we de regering oproepen om het Vlaams huis in Wenen te sluiten, de gemeenschapsattaché, de Vlaamse economische vertegenwoordiger en de delegatie van Toerisme Vlaanderen terug te roepen. Onlangs heeft de Vlaamse regering echter besloten om het Vlaams Huis in Wenen niet te sluiten. Het werk van de attaché en de delegatie van Toerisme zijn louter technisch van aard, zodat die maatregelen vooral Vlaanderen zouden treffen en niet Oostenrijk. Bovendien zouden harde maatregelen vooral in de kaart spelen van de geestgenoten van Haider in Vlaanderen en dus contraproductief werken. De SP-fractie sluit zich aan bij het beleid dat de Vlaamse regering heeft uitgestippeld, op voorwaarde dat de omgang met Oostenrijk daadwerkelijk tot technisch niveau wordt herleid. De SP-fractie trekt het voorstel van resolutie in, in afwachting van een verklaring van de minister-president

Ik sta versteld over de verklaring van de heer Hostekint, hij volgt blijkbaar blindelings de instructies van de SP-voorzitter. Gelukkig laat het belang van Vlaanderen de SP niet helemaal koud. Alleen staat Agalev nu volledig geïsoleerd. Trekken zij hun voorstel van resolutie ook in? Doen ze dat niet, dan zou het cordon sanitaire wel eens een andere partij dan het Vlaams Blok kunnen treffen. Van alle voorgestelde boycots en van het cordon sanitaire rond Oostenrijk is na minder dan een week niets meer te merken. En dat is bijzonder belangrijke informatie voor de Vlaamse kiezer. Als men zo snel van standpunt wisselt inzake Oostenrijk, dan is het evengoed mogelijk dat dit na 8 oktober ook voor het Vlaams Blok in Vlaanderen kan gebeuren

Patrick Hostekint

De voorzitter van de SP heeft zijn eigen mening geformuleerd. Ik heb geen contact met hem gehad. De SP-fractie heeft de beslissing in alle sereniteit en zonder inmenging van de voorzitter van de paritj genomen en wacht nu op een verklaring van de minister-president.

Ontwikkelingsamenwerking is een domein dat mij nauw aan het hart ligt omdat ik nog steeds in internationale solidariteit geloof. Het is verheugend dat er in de beleidsnota relatief meer aandacht naar ontwikkelingssamenwerking gaat en dat er een Vlaamse minister voor Ontwikkelingssamenwerking komt. Verder stel ik met genoegen vast de Vlaamse regering zich verbindt tot ongebonden hulp, open dialoog met het parlement en de promotie van allerlei initiatieven vast. Toch geeft het beleidsplan geen aanleiding tot juichen.

Het budget van 350 miljoen frank is veel te laag. Hopelijk zal dit jaarlijks bedrag in de toekomst drastisch worden verhoogd. Vlaanderen behoort immers tot de rijkste regio's van de wereld.

Staan de doelstellingen in verhouding tot de middelen? De bestaande samenwerking met Zuid-Afrika en Chili wordt gehandhaafd en er wordt gezocht naar nieuwe partners in noordelijk en zuidelijk Afrika. Bovendien zal de ontwikkelingssamenwerking worden uitgebreid tot andere beleidsdomeinen, zoals huisvesting, gezondheid enzovoort. Het budget is daartoe echter veel te beperkt. De middelen worden onvoldoende geconcentreerd.

Minister Bert Anciaux

De samenwerking met andere landen in noordelijk en zuidelijk Afrika is een principiële beslissing die nog verder moet worden uitgewerkt. Eerst moet nog heel wat onderzoek worden verricht. Zodra we de ontwikkelingssamenwerking uitbreiden naar andere landen dan Zuid-Afrika en Chili, zoals we nu hebben besloten, zullen we het budget verhogen.

Patrick Hostekint

Ik hoop dat de minister de moed zal hebben om in de regering aan te dringen op bijkomende middelen. Daarvoor kan hij op onze steun rekenen.

De VVOB wordt uitgebouwd tot een soort Vlaamse BTC. Vraag is echter of de VVOB daar voldoende toe uitgerust is. De VVOB is immers voornamelijk gespecialiseerd in onderwijs en heeft geen expertise op beleidsdomeinen zoals huisvesting en leefmilieu.

De VVOB is ook te veel verweven met de politiek. Er is onvoldoende expertise aanwezig. De Vlaamse universiteiten zouden hier een belangrijke rol kunnen spelen. Nochtans wordt daar nergens naar verwezen in de beleidsnota.

Minister Bert Anciaux

Ik wil de Vlaamse universiteiten betrekken bij de reflectiegroep voor een Vlaams ontwikkelingsbeleid. Ik zal erop toezien dat mijn collega-ministers initiatieven nemen voor ontwikkelingssamenwerking op de beleidsdomeinen waarvoor ze bevoegd zijn. Er moet overleg worden gepleegd met de federale overheid. Een deel van de federale bevoegdheden voor ontwikkelings-samenwerking moet worden overgeheveld naar Vlaanderen.

Joachim Coens

Ik heb begrepen dat de heer Hostekint zich vragen stelt bij de belangrijke rol die de beleidsnota voor de VVOB reserveert

Patrick Hostekint

Dat klopt. De VVOB is in het verleden al te vaak misbruikt voor partijpolitieke doeleindden. Ik hoop dat de minister daar iets aan zal doen.

Minister Bert Anciaux

Ik ben ervan overtuigd dat er in de raad van bestuur en bij het personeel van de VVOB voldoende goede wil bestaat om de nieuwe rol op zich te nemen. De manier waarop de VVOB nu werkt geeft me momenteel niet het gevoel dat de VVOB een partijpolitiek orgaan is. Men moet hen niet veroordelen om hun verleden.

Gilbert Bossuyt

In het nabije verleden werd de politieke vertegenwoordiging van de raad van bestuur in vraag gesteld. We hebben vervolgens gepoogd om mensen buiten de politiek te zoeken met de nodige kennis terzake. Toen rezen er opnieuw stemmen om de politieke vertegenwoordiging te handhaven. Er moet dringend duidelijkheid komen

Minister Bert Anciaux

Met de huidige functie van de VVOB is het een goede zaak dat er een politieke vertegenwoordiging controle kan uitoefenen. Zodra de VVOB een andere rol krijgt kan opnieuw over de politieke vertegenwoordiging worden nagedacht.

Patrick Hostekint

Er is nood aan een transparant en objectief beleid. In het regeerakkoord werd dat gevraagd. In de beleidsnota is daar echter niets van te vinden. De adviescommissie ontwikkelingssamenwerking werkt bijvoorbeeld niet volgens objectieve normen en er bestaan geen regels voor het toekennen van subsidies. Een externe en onafhankelijke interne evaluatie moet mogelijk worden; men kan zich niet beperken tot een interne audit, zoals die in de nota in het vooruitzicht wordt gesteld.

De SP gaat volledig akkoord met de voorliggende beleidsnota. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en ID-VU21

Frans Ramon

We moeten nadenken over de rol van Vlaanderen in Europa en in de wereld. De hoofdredacteur van Politique Etrangère in Frankrijk heeft ooit aandacht gevraagd voor vier basisbegrippen om het revolutionaire karakter van de mondiale samenleving te doorgronden : complexiteit, kwetsbaarheid, identiteit en verantwoordelijkheid.

De wereld is enorm complex. De afhankelijkheid tussen de diverse staten is groot. Bovendien neemt het aantal betrokken partijen toe en zijn er gigantische communicatiemogelijkheden. De complexiteit wordt vooral ervaren bij het voeren van een buitenlands beleid. Vlaanderen moet een manier vinden om met die complexiteit om te gaan. Wordt Vlaanderen afgeschrikt door de enorme ontwikkelingen of beklemtoont het de unieke mogelijkheden voor internationale samenwerking en wederzijdse verrijking die deze ontwikkeling biedt? Als er geen mondiale regels, bijvoorbeeld voor eerlijke handel, afgesproken worden, worden de zwaksten de grootste slachtoffers. Zonder duidelijke regels en zonder visie groeit de kwetsbaarheid. En dat leidt tot de angst om de eigen identiteit te verliezen. Welke houding neemt Vlaanderen aan tegenover die kwetsbaarheid? Positioneert het zichzelf op kaart of ziet het zichzelf als een deel van de samenwerkingsverbanden die opkomen voor democratie? De mondialisering versterkt het belang van de identiteit. De vraag rijst of het mogelijk is om te leven met verschillende identiteiten. Vlaanderen hecht al van oudsher veel belang aan mensenrechten en begrippen zoals democratie en participatie. Daarbij sluit het voornemen van de minister aan om het geweten te laten spreken. Vlaanderen kan een goed imago alleen verdienen door goede producten uit te voeren en aandacht te besteden aan de contacten met de andere partners. Verder dient Vlaanderen fundamentele humane waarden te verdedigen. Dat vraagt om een wereldgeweten, meer bepaald de bereidheid om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de fundamentele vrijheden. De vier basisbegrippen, complexiteit, kwetsbaarheid, identiteit en verantwoordelijkheid, laten toe om de beleidsnota en vooral de realisaties ervan te evalueren.

In de beleidsnota is duurzame ontwikkeling het uitgangspunt van de ontwikkelingssamenwerking. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkelingsproces met sociaal-economische en ecologische dimensies. Met die definitie zijn wij het alvast eens. Een goede zaak is eveneens dat men bereid is daarvoor meer geld uit te trekken. We moeten kiezen voor internationale solidariteit. Verder is het goed om het gevoerde beleid verder te zetten. Men kan de verworven expertise niet zomaar opgeven. Ik ben van mening dat we pas na een evaluatie van de lopende programma's, nieuwe wegen kunnen inslaan. Positief is dat Noord en Zuid als evenwaardige partners beschouwd worden. De keuze voor de concentratie van de regio's is een goede optie. Het is belangrijk om doelstellingen te kiezen in verhouding tot de beschikbare middelen.

De beleidsnota bevat evenwel ook een aantal zwakke punten. Zo heb ik een aantal bedenkingen bij de gehanteerde terminologie. Woorden zoals ontwikkelingssamenwerking en landen in ontwikkeling kunnen namelijk een negatieve connotatie hebben. En daarom geef ik de voorkeur voor de term internationale samenwerking waarin de wederkerigheid benadrukt wordt : landen zijn van elkaar afhankelijk maar kunnen ook veel van elkaar leren. In de internationale samenwerking is er trouwens een evolutie merkbaar. Volgens vormingswerkers in Tanzania kijkt men nog altijd te veel naar de negatieve kanten van een zaak en te weinig naar het positieve. In de beleidsnota vertrekt men te veel van de noden en tekorten en laat men de capaciteiten te weinig aan bod komen.

Er is eveneens te weinig aandacht om een beleid te voeren dat complementair is met dat van de federale overheid. Een versnipperd beleid moet absoluut vermeden worden. Men dient de krachten te bundelen. Zo rijst de vraag of het zinvol is om in verschillende concentratieregio's te werken. Ook educatie wordt in de beleidsnota onvoldoende benadrukt. De Vlaamse overheid kan op dat vlak baanbrekend werk verrichten voor de gemeenten en provincies en voor het onderwijs, de welzijns- en de culturele sector. Dat zijn toch zaken waarvoor Vlaanderen bij uitstek bevoegd is. Vlaanderen heeft inzake educatie een strategisch voordeel en het dient daarvan gebruik te maken. De norm van tien percent die de OESO voorstelt, moet men niet opvatten als een maximumnorm. Moet men het oude idee om de dienstverlenende organisaties te subsidiëren niet opnieuw overwegen

Minister Bert Anciaux

Het klopt niet dat educatie en sensibilisering stiefmoederlijk behandeld worden in de beleidsnota. Ik geef wel toe dat er op dat terrein nog weinig vooruitgang is geboekt. Het is verwonderlijk dat de Vlaams overheid terzake over zo weinig expertise beschikt. In het verleden bestonden er geen duidelijke visie, planning en strategie. De coördinatie tussen de diverse initiatieven van de gemeentelijke, provinciale, federale en Europese overheden vereist een goede voorbereiding. Bovendien is er nog geen gepaste methodiek ontwikkeld. Maar daaraan wordt gewerkt.

Ik wil eerst en vooral zorgen voor een solide basis en daarom zullen we dit jaar de eerste vier punten uitvoeren. Dan zullen we in 2001 klaar zijn om echt van start te gaan met sensiblisering en educatie. De heer Ramon heeft gelijk dat we nog niet ver staan, maar er is absoluut geen sprake van gebrek aan aandacht voor deze kwestie in de nota. De tienpercentnorm is slechts een begin, maar we moeten voorzichtig blijven. Ik wil niet dat ze ons later favoritisme verwijten.

Frans Ramon

We staan inderdaad nog mar aan het begin, maar deze situatie biedt ons een unieke kans. Sommige dringende kwesties zijn nog onduidelijk. Wat zal de verhouding zijn tussen de VVOB en cel Ontwikkelingssamenwerking in de Vlaamse administratie? Welk referentiekader geldt voor de indirecte samenwerking? Op basis van welke criteria zullen de projecten beoordeeld worden?

Ik vind echt dat u de methodiek eens opnieuw moet bekijken. Zouden we er immers niet beter aan doen de werking van de bestaande organisaties te steunen in plaats van nieuwe maatregelen te nemen die de bestaande werking doorkruisen en verlammen

Minister Bert Anciaux

De kritiek van het NCOS als zouden de NGO's verworden tot onderaannemers is niet terecht. Zowel de NGO's als het NCOS pleiten voor structurele financiering uit eigenbelang. Momenteel geeft de federale overheid structurele subsidies, naast cofinanciering per project. NGO's moeten inderdaad onafhankelijk van de overheid kunnen werken omdat er nu eenmaal situaties zijn waarin de Belgische overheid niet kan tussenkomen. Maar het NCOS vraagt enerzijds dat we ons richten op bepaalde thema's of regio's en anderzijds verlangt diezelfde instelling dat de NGO's precies het tegenovergestelde doen.

Omdat het budget beperkt is, bepaalt de Vlaamse overheid de grote principes volgens dewelke de NGO's dan projecten kunnen indienen. Dat is een beter uitgangspunt voor Vlaanderen, omdat wij niet alle projecten kunnen steunen. Bovendien mogen we niet vergeten dat de sector ook vertegenwoordigd is in de reflectiegroep.

Freddy Sarens

Als de minister zelf bepaalt welke projecten nuttig zijn en welke niet, worden de NGO's toch onderaannemers.

Minister Bert Anciaux

In plaats van projecten passief te steunen, is er nu gezorgd voor objectieve criteria. Door zelf de grote principes te bepalen treedt de Vlaamse overheid actief op

Frans Ramon

Ik begrijp best dat de Vlaamse overheid geen structurele kosten wil vergoeden, maar hierdoor leven de diensten in een permanente onzekerheid

Minister Bert Anciaux

Ze kunnen toch nog altijd rekenen op federale subsidies

Frans Ramon

De VVOB is een Vlaamse dienst, maar de reflectiegroep zal u daar wel op wijzen.

Een actief en coherent buitenlands beleid is inderdaad belangrijk, maar niet makkelijk om uit te voeren. Het belang van waarden als democratie en mensenrechten kan niet genoeg benadrukt worden. Vlaanderens bevoegdheden worden inderdaad steeds vaker getroffen door de besluiten van de Europese Unie. Daarom is het inderdaad belangrijk dat Vlaanderen over die besluiten zijn standpunt kan laten horen. En daarom moet Vlaanderen zo veel mogelijk overleg plegen met de federale overheid en met de andere regio's. We staan inderdaad voor een aantal belangrijke uitdagingen : de IGC en het Belgisch voorzitterschap. De Europese instellingen moeten opnieuw bekeken worden, maar de belangrijkste vraag blijft welk Europa we precies willen.

Alleen een sterk Europa kan maatschappelijke problemen als de dualisering aanpakken. Wat de multilaterale samenwerking betreft, is het pleidooi in de beleidsnota voor de inschakeling van Vlaanderen in internationale organisaties en de verdere structurele uitbouw van die netwerken, evident. De vraagstukken waar wij thans voor staan, overschrijden immers de grenzen van de regio's. Zo is het goed dat de gesprekken over de liberalisering van de wereldhandel, in de schoot van de OESO en de WHO, ook bij ons aandacht krijgen. Seattle hoeft men niet als een mislukking te zien : het Zuiden heeft er terecht op gewezen dat geen akkoord beter is dan een slecht akkoord. Inzake bilaterale verhoudingen met de andere gemeenschappen in ons land, vereist een evenwichtige samenwerking dat men elkaars wensen en noden leert kennen.

Voorts meent onze fractie dat men er iets te makkelijk van uitgaat dat de creatie van welvaart leidt tot meer levenskwaliteit. Er is ook aandacht nodig voor de vraag naar wat er geproduceerd wordt en hoe het getansporteerd wordt, onder welke arbeidsomstandigheden dat gebeurt, hoe het zit met de internationale handel en de duurzaamheid van productie en consumptie.

Wat in Oostenrijk gebeurt, is noch een drama, noch een bagatel. Het komt erop aan een politiek teken te geven door de versterking van het democratische middenveld te steunen. Van zodra de Vlaamse regering haar standpunt heeft bekendgemaakt, zullen wij dat aan de hand van die principes beoordelen.

Agalev zal de beleidsnota goedkeuren, met de volgende drie bedenkingen : de complementariteit met andere overheden moet uitgewerkt worden; duurzame ontwikkeling is geen louter economisch doel; alleen door goede ontwikkelingsprojecten krijgen we Vlaanderen op de wereldkaart. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID

Paul Van Grembergen

Het is niet vanzelfsprekend dat deelstaten een eigen buitenlandbeleid ontwikkelen : vele deelstaten binnen de EU hebben terzake geen bevoegdheid. Vlaanderen heeft daarentegen de volle bevoegdheid op dat vlak voor alle aangelegenheden die het constitutioneel toekomen. Wij moeten daar gebruik van maken : inzake ruimtelijke ordening, milieu en infrastructuur is een grensoverschrijdende aanpak wenselijk. Dat is ook zo voor een eigen beleid inzake ontwikkelingssamenwerking en voor de samenwerking met andere deelstaten binnen de EU die van ons bestuurlijk niveau zijn. Belangrijke beleidslijnen zijn : de bilaterale samenwerking met Midden- en Oost-Europa; de uitwerking van de samenwerking met de Maghreb-landen; het tijdelijk detacheren van Vlaamse ambtenaren bij multilaterale organisaties; de bundeling van het exportinstrumentarium; het regelen van de rechtspositie van de Vlaamse internationale vertegenwoordigers. Die lijnen worden getrokken binnen een model van expanderende cirkels : van de buurlanden en -regio's tot en met de ontwikkelingslanden.

De heer André Denys, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

De huidige federale minister van buitenlandse zaken wenst een gestroomlijnd Belgisch buitenlandbeleid. Coherentie is inderdaad wenselijk, maar alleen nadat men bewust geluisterd heeft naar en rekening heeft gehouden met de deelstaten. Samenspraak moet aan de coördinatie voorafgaan. Ik ging het nog jonge experiment alle kansen en beschuldig minister Michel dan ook niet van kwade trouw, al laat hij zich wat meeslepen door zijn sterke persoonlijkheid. Vlaanderen heeft recht zijn zelfgekozen expansieve gang te gaan op het vlak van buitenlands beleid : het mag zich niet laten afremmen door de terughoudendheid van de andere gewesten en gemeenschappen.

In de tweede helft van 2001 wordt België voorzitter van de EU. Wij kunnen dan principieel ministerraden voorzitten, waarbij we onze inzichten naar voren kunnen brengen en leiding geven aan de Europese evoluties.

In sommige gevallen wordt het voorzitterschap niet toevertrouwd aan de ministers van de deelstaten, maar gaat het terug naar de minister van de federale staat. Het gevaar bestaat dat op die manier de constitutionele situatie waarop we steunen omzeild wordt. Bij de besprekingen hierover moeten we dus voldoende alert zijn.

Minister-president Patrick Dewael

We hebben hierover in de commissie een goed debat gehouden. Dat raakte aan het voorzitterschap, aan de noodzaak van een gedegen voorbereiding van onze standpunten en aan de beperking van het aantal raden. In de volgende commissievergadering zal ik verslag uitbrengen over de herstructurering van de administratie met het oog op het voorzitterschap. Een vermindering van het aantal ministerraden zou verantwoord worden vanuit het streven naar een grotere efficiëntie, maar dit mag niet voor gevolg hebben dat men als Vlaams minister kansen moet laten liggen. Als er een beurtrol moet zijn voor het voorzitterschap, dan hebben we uiteraard belang bij een groot aantal ministerraden. In functie van de interministeriële conferentie zal ik dat standpunt verdedigen. Ik zal daarover ook overleg plegen met de commissie.

Paul Van Grembergen

We moeten Vlaanderen als handelsnatie bij uitstek naar voren durven brengen. We moeten daarvoor de nodige fierheid opbrengen en we moeten zorgen voor voldoende personeel. Het is volgens mij een uitstekend idee om aan de economische actoren in het buitenland hoge eisen te stellen om onze producten efficiënt aan de man te kunnen brengen.

Het is ook een goede keuze om de KMO's te laten delen in de voordelen van de buitenlandse markt.

Ten slotte wil ik nog iets zeggen over Oostenrijk. Ik kijk niet meewarig naar de collega's die vorige week een resolutie wilden indienen en die nu verklaren dat ze dit niet zullen doen. Hun zorg over bepaalde evoluties in Europa is ook de mijne. De EU moet alert zijn in haar verdediging van de democratie en ze moet de xenofobe en racistische ontwikkelingen die zich voordoen nauwlettend in het oog houden. Ik betwijfel echter of we dit in de politieke vorm moeten gieten waarover in de voorbije weken sprake was. Het debat over de kernraketten werd in de jaren 1980 grondig gevoerd, zonder dat het een straatdebat werd. Het debat over Oostenrijk is echter wel een straatdebat geworden, met opportunistische verklaringen aan beide kanten.

De Vlaamse regering heeft mijns inziens een uitstekende houding aangenomen. Ze heeft zich niet laten meeslepen in goedkoop verbaal geweld of in gemakkelijke analyse. In een wereld waar de media een grote rol spelen willen sommigen zich te gemakkelijk profileren. Daar mogen we niet aan meedoen. We moeten de Nederlandse ethische zakelijkheid mee inbrengen in de discussie. De regering wil de bestaande betrekkingen met Oostenrijk laten doorlopen, maar met de nodige terughoudendheid tegenover de nieuwe bestuursverantwoordelijken. Het opzeggen van het cultureel akkoord waar sommigen op zinspelen heeft volgens ons weinig zin. Precies door culturele contacten met landen waarbij we grote vragen hebben wordt de basis gelegd voor het vrije woord en voor democratie. Sommigen menen dat men die redenering volgt omwille van economische belangen. Ik meen dat economische belangen op zich niet perfide zijn. Ze gaan immers ook gepaard met menselijke relaties. We moeten de Oostenrijkse situatie nauwgezet opvolgen. We moeten nagaan hoe Oostenrijk zich gedraagt als lid van de EU. Men kan echter geen leden uitstoten van de ene dag op de andere. Op die manier worden er immers geen oplossingen aangereikt. Oostenrijk heeft een belangrijke rol te spelen in Centraal-Europa. We mogen de principes van Haider veroordelen, maar toch moeten we Oostenrijk zo dicht mogelijk bij Europa houden. Het grootste deel van de Oostenrijkers wil trouwens niets anders.

Dit waren de opmerkingen die ik namens mijn fractie wilde maken bij de beleidsnota. (Applaus

Johan Weyts

Ik sluit me aan bij de uiteenzetting van collega Sarens. Ik zal enkel een aantal accenten leggen in het kader van de beleidsnota.

Steeds meer beleidsdomeinen worden gevat door de EU-regelgeving terwijl de rol van Vlaanderen bij de totstandkoming van deze regelgeving eerder beperkt is. Het is dan ook belangrijk dat Vlaanderen een eigen Europese vertegenwoordiging uitbouwt voor alle beleidsdomeinen waarvoor het zelf bevoegd is.

Het Comité van de Regio's is het enge forum dat tot nu toe meer adviesbevoegdheden gekregen heeft, maar dit orgaan heeft slechts een beperkte invloed op de EU-besluitvorming. Vlaanderen moet actief kunnen deelnemen aan de voorbereiding en uitvoering van de Europese regelgeving? Dat kan door snel en soepel de nieuwe richtlijnen toe te passen en door een actieve deelname in de verschillende bestuursorganen. Verder is een actieve participatie aan de verschillende Europese projecten en programma's noodzakelijk.

De voorbereiding van de intergouvernementele conferentie en de voorbereiding van de uitbreiding van de EU vormen een grote uitdaging. Ook het toekomstige Belgische voorzitterschap moeten we vanuit Vlaanderen inhoud en zin geven.

Verder moet Vlaanderen ervoor pleiten de deelstaten daadwerkelijk inbreng te geven in de Europese besluitvorming en ernaar streven eigen vertegenwoordigers te kunnen aanduiden. Ook de culturele diversiteit binnen Europa moet worden versterkt. Ik herinner aan de resolutie goedgekeurd op 5 juni 1996 van de heren De Gucht, Suykerbuyk en Van Grembergen.

Vlaanderen moet zijn zaak op federaal niveau blijven bepleiten, ook al is zij op dit ogenblik de enige deelstaat die naar deze doelstelling streeft. Ook de Raad van Europa en de assemblee van de West-Europese Unie zijn fora waarop Vlaanderen aanwezig moet blijven. De beleidsnota somt weliswaar een aantal prioritaire aandachtspunten voor de Vlaamse regering op, maar gaat volledig voorbij aan de vertegenwoordiging van de deelstaten in bovengenoemde Europese bestuursorganen. Nochtans behandelen die instellingen thema's die onder Vlaamse bevoegdheid vallen.

Het Vlaams buitenlands economisch beleid moet uit verschillende beleidsnota's worden afgeleid. Inzake buitenlandse handel zit er continuïteit in het beleid. We zijn ook verheugd over de aandacht voor de Vlaamse KMO's.

Een nieuw element is het invoeren van een systeem van adviseurs van de buitenlandse handel. Concreet is dit echter niet en ook de budgettaire implicaties zijn niet duidelijk. Wij hadden daarover graag toelichting gekregen.

Volgens ons heeft de Vlaamse regering drie essentiële opdrachten inzake exportbeleid.

Ten eerste moet overgegaan worden tot de aanduiding van een nieuw algemeen directeur voor Export Vlaanderen. Politieke kwalificaties mogen daarbij geen rol spelen.

Ten tweede moet de buitenlandse handel volledig geregionaliseerd worden. Het exportpromotiebeleid moet de exclusieve bevoegdheid van de deelstaten worden. Dat zou volgens de beleidsnota moeten resulteren in een grondige hervorming van de BDBH. Het is in tegenspraak met de resolutie die het Vlaams Parlement op 3 maart 1999 werd goedgekeurd en waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat de BDBH moet worden afgeschaft.

Ten derde moet de lege-stoel-politiek in de raad van beheer van de BDBH worden verdergezet, zolang de samenstelling van de raad geen correcte afspiegeling is van het exportaandeel van Vlaanderen in België (meer dan 70 percent).

Over het aantrekken van buitenlandse investeerders vinden we een hoofstuk terug in de algmene beleidsnota buitenlandse zaken en ook een stukje in de beleidsnota economie van minister Van Mechelen. Die twee beleidsnota's bevatten weinig concrete beleidsopties en verder zitten ze ook niet op elk vlak op hetzelfde spoor.

De heer Johan De Roo, eerste ondervoorzitter, treedt opnieuw als voorzitter op.

De voorzitter

Er werden in dit debat reeds twee met redenen omklede moties aangekondigd : door de heer Vermeiren en door de heer Sarens.

De nota met het standpunt van de Vlaamse regering over Oostenrijk mag nu worden rondgedeeld

Minister-president Patrick Dewael

Ik wil graag nu een korte tussenkomst houden in verband met het standpunt van de Vlaamse regering tegenover Oostenrijk. Dit standpunt is een delicate aangelegenheid en ik streef er dan ook uitdrukkelijk naar een zo ruim mogelijke consensus te bereiken. Het voorstel van resolutie werd donderdag aan de Vlaamse Regering overgemaakt vanuit een oprechte bekommernis. Op dat moment had de regering nog niet kunnen beraadslagen; dat is pas op vrijdag gebeurd.

Het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Amsterdam bevatten heel wat artikelen die de mensenrechten binnen de Europese unie moeten waarborgen. Het globaal buitenlands beleid van elke lidstaat en het buitenlands beleid van de Unie als geheel moet op elk moment die artikelen respecteren. Elke lidstaat heeft als dusdanig de plicht om te waken over de politieke ontwikkeling in elke lidstaat. Het veelgebruikte argument dat inmenging in binnenlandse politieke aangelegenheden ongeoorloofd is, slaat in die context nergens op. De ketting van de Europese democratie is immers zo sterk als haar zwaktste schakel. In die zin is een eventuele daling van het democratisch gehalte in Oostenrijk een gegeven dat alle andere lidstaten zou treffen. Het is niet aan mij te oordelen over de partij van Jörg Haider. Wel heeft die partij er in de voorbije weken alles aan gedaan om haar gedachtengoed duidelijk te maken. De Oostenrijkse president heeft hen gedwongen een verklaring te ondertekenen. De rechterzijde hier betreurt blijkbaar dat er water in de wijn werd gedaan.

Joris Van Hauthem

Van een intentieverklaring gesproken

Ik heb slechts gezegd dat wij niet zoveel water in de wijn zouden doen als de FPÖ met haar regeerprogramma. Anerzijds moet een regering beoordeeld worden op haar daden en niet op haar programma. De verklaring die werd opgelegd door de president, is een typisch Oostenrijkse aangelegenheid, die aansluit bij het oorlogsverleden van dat land. Zo'n verklaring kan in Vlaanderen nooit aan de orde zijn. De minister-president vermengt een aantal zaken en legt me woorden in de mond.

Minister-president Patrick Dewael

Het programma van de FPÖ is gebaseerd op haat en onverdraagzaamheid. De partij heeft nu een verklaring ondertekend waarin ze zegt de mensenrechten te zullen respecteren. Ik noteer dat u dergelijke verklaring niet zou ondertekenen.

Het diplomatieke en politieke offensief van Europa heeft duidelijk effect gehad. Zonder die druk zou de FPÖ nooit zo'n verklaring hebben willen ondertekenen.

Ik wil onderstrepen dat de maatregelen gericht zijn tegen de Oostenrijkse leiders en niet tegen de bevolking. Ik heb het als volgt samengevat : ik houd van dit land en van het volk, maar niet van zijn leiders.

We zullen rechtstreekse contacten op ministerieel niveau vermijden; de contacten met Oostenrijk zullen niet op ambassadeursniveau, maar op een lager technisch niveau verlopen; kandidaten voor internationale posten zullen niet door de EU worden gesteund.

Sommige Franstalige politici zijn uit de bol gegaan. De minister van Buitenlandse Zaken heeft zich laten meeslepen. De premier heeft dat vorige vrijdag rechtgezet. De uitlatingen van de heer Michel over bijvoorbeeld de sneeuwklassen gebeurden in persoonlijke naam.

Karim Van Overmeire

Vindt u de situatie in Oostenrijk belangrijk genoeg om de IGC en de uitbreiding van de EU ervoor op het spel te zetten?

Minister-president Patrick Dewael

: Waarom hebt u het over de IGC? Haider heeft ooit verklaard heel Europa te zullen gijzelen. Oostenrijk kan in de ministerraad zijn vetorecht gebruiken en zo de werking van de Europese Unie blokkeren. We zullen de houding van de heer Haider tegenover Europa en de IGC afwachten.

Karim Van Overmeire

Denkt u echt dat Oostenrijk niet zal reageren als de contacten zullen worden beperkt tot het laagste technische niveau?

Minister-president Patrick Dewael

We zullen goed toekijken op de Oostenrijkse houding tegenover Europa

Joris Van Hauthem

Oostenrijk heeft het veto niet uitgevonden. U roept schande, omdat een lidstaat gebruik zou kunnen maken van een recht. Groot-Brittannië heeft talloze keren van dat recht gebruik gemaakt, maar is daar nooit over aangepakt.

Minister-president Patrick Dewael

Ik stel enkel vast dat de heer Haider heeft aangekondigd gebruik te zullen maken van zijn vetorecht. Wie zijn hele politieke loopbaan de rol heeft gespeeld van brandstichter, wordt niet van het ene moment op het andere een voorbeeldige brandweerman. Ik stel een zekere nostalgie vast; er wordt een politiek bejubeld die bedreven werd in een van de zwartste periodes van onze geschiedenis. Ook in de jaren dertig dacht niemand dat er gevaar dreigde; de gevolgen zijn bekend.

Miel Verrijken

Hoewel ik uw houding tegenover de heer Haider niet deel, kan ik begrijpen dat u bang bent dat een partij bepaalde fratsen zou kunnen uithalen. Ik meen wel dat die angst niet gegrond is. Als de heer Haider ook maar een haar aan iemand zou krenken, zou de aarde beven.

Ik kan echter niet aanvaarden dat u maatregelen neemt tegenover Oostenrijk en tegelijk onderwijsprojecten steunt ten behoeve van Cuba waar de mensenrechten op grote schaal worden geschonden. Onder het Castro-regime werden 160.000 mensen ter dood gebracht. Twee miljoen Cubanen zijn hun land ontvlucht op gammele vlotjes.

Op dit ogenblik zijn er in Cuba 80 concentratiekampen. Het zevende artikel van de Rechten van het Kind in Cuba stelt dat kinderen op een marxistisch-stalinistische wijze moeten opgevoed worden. Toch onderhoudt u met dat land wel relaties. Uw uitspraken over de heer Haider zijn dan ook hypocriet

Minister-president Patrick Dewael

Hetzelfde gevoel van onverdraagzaamheid overvalt me als ik luister naar sommige sprekers van het Vlaams Blok. Democratie houdt in dat men naar elkaar luistert. De mensenrechten zijn een prioritair uitgangspunt. U minimaliseert de schending van de mensenrechten in een land door te verwijzen naar een ander land. Oostenrijk is evenwel een lidstaat van de Europese Unie. Dat verklaart waarom de andere EU-partners bekommerd zijn om de ontwikkelingen in dat land. Dat u daaruit de conclusie trekt dat de mensenrechten in Cuba voor ons niet belangrijk zijn, is uw zaak.

Met de beslissing om het Vlaams Huis in Oostenrijk niet te sluiten, volgen we dezelfde politiek als de andere EU-lidstaten. De medewerkers zijn er in de eerste plaats om er de belangen van de Vlamingen te verdedigen. Verder is de Vlaamse regering van mening dat de verplichtingen die in de culturele akkoorden aangegaan zijn met diverse universiteiten en culturele instellingen, moeten uitgevoerd worden. De invulling van een nieuw samenwerkingprogramma zal in september bekeken worden. Mogelijk is het op dat moment aangewezen dat er directe afspraken worden gemaakt tussen de betrokkene. De overheid hoeft daar niet noodzakelijk in tussen beide te komen.

De Vlaamse regering is dus solidair met het Europese standpunt. De leden van de Oostenrijkse regering worden geviseerd maar wat op het terrein leeft, bijvoorbeeld op het vlak van toerisme en cultuur, moet worden verdergezet. We moeten de situatie waakzaam volgen. Het is belangrijk om over de stellingname een zo groot mogelijke parlementaire consensus te bereiken. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID

Jacques Laverge

Het verbaast me dat er vandaag nog zo weinig is gezegd over de Vlaamse export, toch een van de elementen die bepalend is voor de welvaart van onze regio. De beleidsnota bevat ter zake een aantal vernieuwende elementen en verfrissende ideeën van minister Sauwens

Luc Van den Brande

De export in Vlaanderen is de eerste negen maanden van 1999 met ongeveer 3 percent gestegen en het aandeel van Vlaanderen daarin bedraagt 75 percent. Als er nog verfrissender ideeën zijn, kan ik dat alleen maar toejuichen.

Jacques Laverge

Belangrijk is dat men eerst en vooral de Vlamingen in de wereld in het beleid moet inschakelen. Ook essentieel is een betere coördinatie tussen de verschillende diensten die in Vlaanderen werkzaam zijn om de export te bevorderen. Van fundamenteel belang is ook internationale handelsbeleid. De wil van minister Sauwens om aanwezig te zijn op de bijeenkomsten van de internationale handelsorganisaties is een ander belangrijk accent in het exportbeleid. Ook moet er aandacht besteed worden aan het binnenloodsen van jonge Vlamingen in internationale organisaties.

Toch heb ik nog een aantal vragen. Minister Sauwens wie de KMO's meer betrekken bij het exportbeleid. Hoe gaat hij dat realiseren? Op welke manier kunnen KMO's gemobiliseerd worden om meer te exporteren? Hoe gaat hij een standaardbeleid bepalen en de provinciale steun voor de exporteurs gebruiken? Verder rijst de vraag hoe de minister Vlaamse bedrijven gaat stimuleren om in het buitenland te investeren. Met welke organen wil hij dat doen?

De minister is ook van plan om de exportpromotie te stroomlijnen. Hoe gaat hij de bestaande instanties coördineren zodat hun exportbeleid op elkaar kan afgestemd worden? Een belangrijk punt is de duale houding die tegenover de BDBH ingenomen wordt. Enerzijds dienen de gewesten een buitenlands exportbeleid te voeren en anderzijds bestaat de taak van de BDBH erin de missies van de prins en die tussen de gewesten te organiseren en een databank op te stellen. Als de taken van die dienst daartoe beperkt worden, rijst de vraag of het niet beter is om hem in te bouwen in het federale ministerie van Buitenlandse Zaken.

Welk imago heeft Vlaanderen in het buitenland? Het Belgische imago is niet echt positief en precies daarom vraag ik me af hoe minister Sauwens denkt Vlaanderen in het buitenland te kunnen profileren.

Voormalig minister-president Van den Brande heeft Export Vlaanderen opgestart. De organisatie zit nu nog in haar groeifase maar het beleid was de voorbije negen jaar absoluut niet continu. Het bedrijfsleven is bereid zich naar de veranderingen te schikken, maar wil wel een eenduidig beleid. De Vlaamse economische vertegenwoordigers moeten beter begeleid worden en duidelijke instructies krijgen. Sommigen weten zelfs niet aan wie ze moeten rapporteren. Pas als het beleid efficiënt is, zal het bedrijfsleven opnieuw geloven in Export Vlaanderen

Luc Van den Brande

Ik ben het gedeeltelijk met u eens. Ministers Sauwens was tot 1995 verantwoordelijk voor Export Vlaanderen. Op dat moment beschikte Vlaanderen niet over voldoende instrumenten om zijn buitenlands beleid te voeren. Daardoor verdween het onderscheid tussen exportpromotie en politieke aanwezigheid. Dankzij het Sint-Michielsakkoord beschikken we nu over de nodige instrumenten om beide bevoegdheden duidelijker van elkaar te onderscheiden.

Ik heb indertijd beslist de driehoofdige leiding van Export Vlaanderen te vervangen door één persoon. De heer De Belder heeft goed werk geleverd. We moeten Export Vlaanderen inderdaad versterken waar nodig, maar export is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ondernemingen. Onze economische vertegenwoordigers kunnen de exportdynamiek alleen maar steunen.

Minister Johan Sauwens

De analyse van de heer Laverge is correct : we moeten de huidige malaise oplossen. De discussie over hoe assertief Vlaanderen in het buitenland moet optreden, is achter de rug. Enkele weken geleden heb ik een moeilijke beslissing genomen. Een extern bureau voert momenteel de eerste gesprekken en ik hoop binnenkort een nieuw management te kunnen voorstellen. Op die manier kunnen we opnieuw voor de nodige rust zorgen. We moeten voor een gezonde structuur zorgen zodat we de medewerkers opnieuw kunnen motiveren. Het statuut, het personeelskader en de verloning moeten al onze aandacht krijgen

Francis Vermeiren

Ik merk dat de heer Laverge zowel van minister Sauwens als van de heer Van den Brande gelijk krijgt.

Luc Van den Brande

De uitgangspunten van de heer Laverge zijn correct, maar hij moet zijn verhaal in het breder kader van de verschillende fasen van de staatshervorming plaatsen. De CVP heeft zich postief heeft uitgesproken over dit aspect van het buitenlands beleid ; ze is dat veel minder over de andere twee aspecten

Jacques Laverge

Export is inderdaad in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van onze ondernemingen. Voor grote bedrijven is een ondersteunend exportbeleid niet nodig. Maar als we onze KMO's willen aansporen om meer te exporteren, dan zal exportondersteuning onontbeerlijk zijn.

Vlaamse ondernemingen moeten inderdaad in het buitenland investeren, maar buitenlandse investeringen aantrekken blijft eveneens belangrijk. De Vlaamse economie is in de jaren zestig sterk gegroeid dankzij de massale import van buitenlands kapitaal en technologie. Die buitenlandse inbreng is nog altijd belangrijk gezien het open karakter van de Vlaamse economie.

Luc Van den Brande

De Dienst Investeren in Vlaanderen (DIV) slaagt er telkens opnieuw in buitenlandse investeerders aan te trekken. Deze dienst levert prima werk af en precies daarom vind ik het jammer de Vlaamse regering beslist heeft ook de heer Bril met deze taak te belasten. Ik doe geen afbreuk aan de verdiensten van de heer Bril, maar een dubbele opdracht leidt onvermijdelijk tot tegenstrijdige belangen

Jacques Laverge

Ik vind het een goede zaak dat het parlement op die manier nauw betrokken wordt bij het beleid. Parlementsleden zouden ook deel moeten uitmaken van de delegatie tijdens belangrijke handelsmissies.

Als wij buitenlandse investeringen willen aantrekken, mogen wij niet vergeten te overleggen met de federale overheid over fiscaliteit en sociale zekerheid. De Vlaamse overheid zelf moet dan weer duidelijke eisen formuleren inzake ruimtelijke ordening en leefmilieu. (Applaus

Christian Verougstraete

Onze fractie verheugt zich over de voorgenomen uitwerking van het Zuid-Afrikabeleid dat door de vorige regering is gestart. Het verdrag van 1996 over cultuur, onderwijs, wetenschap, technologie en sport wordt uitgebreid tot het geheel van de Vlaamse bevoegdheden. Er worden bovendien nieuwe partnerlanden in zuidelijk Afrika gezocht. Wij vragen ter zake bijzondere aandacht voor Namibië, waar het met het Nederlands taalverwante Afrikaans onderdrukt en achtergesteld wordt. Nochtans blijft die taal tot nader orde de lingua franca van veel inwoners van zuidelijk Afrika, niet alleen van de blanken, maar ook van de kleurlingen en een belangrijk deel van de zwarte bevolking. De verengelsing oefent zware druk uit, zoals men al mocht merken bij de luchtvaartmaatschappij, op de postzegels en de straatnaamborden.

Vlaanderen heeft ervaring met taalonderdrukking. Dat het Afrikaans zelf de taal van onderdrukkers was, kan niet als argument tegen die taal gelden, want dan moeten we ook de koloniale talen Engels en Frans mijden. Duitsland steunt de Duitse scholen in Namibië materieel. Vlaanderen moet iets gelijkaardigs kunnen doen. Daarnaast kunnen wij ook diplomatiek tussenkomen ter verdediging van het Afrikaans, zoals ook onverdachte persoonlijkheden als Breyten Breytenbach en dokter Barnard doen. (Applaus bij het VB

Simonne Janssens-Vanoppen

De beleidsnota formuleert het doel van de ontwikkelingssamenwerking als het verkleinen van de verschillen in welvaart en welzijn tussen de westerse landen en de landen in ontwikkeling. Vlaanderen wil daaraan solidair meewerken. Dat ontwikkelingssamenwerking losgekoppeld wordt van het algemeen buitenlands beleid, juichen wij toe.

Het beleid hanteert het principe van de duurzame ontwikkeling en wil daarbij gebruik maken van de nieuwste inzichten uit het denken inzake internationale samenwerking. Er komt een permanente reflectiegroep die vooruit en mee zal denken met het beleid en het kritisch zal begeleiden. Het brede publiek krijgt voorlichting. Het is immers van belang dat men zich tegelijk richt op de vorming, de educatie en de sensibilisering van de Vlaamse bevolking en op programma's en projecten in het Zuiden.

Nieuw is dat de minister van Ontwikkelings-samenwerking directe bilaterale gesprekken zal aanknopen met regionale overheden ter plaatse. Onze expertise kan daardoor op duurzame en kleinschalige wijze gekoppeld worden aan de reële noden. Tegelijk zal hij de partners in het Zuiden in contact brengen met de kabinetten van zijn collega-ministers. Dat betekent dat ook het financiële engagement van 0,7 percent van het BRP niet alleen door hem maar door de hele Vlaamse regering moet onderschreven worden. Eén minister kan niet al de nodige miljarden frank ophoesten. Helaas ontbreekt een jarenplanning in de beleidsnota.

De beoogde 0,7 percent moet toch in tien jaar bereikt kunnen worden - al zouden wij dat liever sneller zien gebeuren. Het is van belang dat wij laten zien dat solidariteit geen loos woord is in Vlaanderen. Daartoe moeten ook de lokale overheden en de NGO's betrokken worden in resultaatgerichte en langlopende projecten.

Als antwoord op de bevraging van de federale staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking over zijn ontwerpplan Duurzame Ontwikkeling, pleiten wij voor de regionalisering van de ontwikkelingssamenwerking. In maart 1999 keurde het Vlaams Parlement een resolutie goed waarin eigen middelen ter zake gevraagd werden.

Onze fractie steunt de beleidsnota. (Applaus

Peter Gysbrechts

De VLD is tevreden dat Ontwikkelingssamenwerking ontkoppeld is van het algemeen buitenlands beleid. De coördinatie met de bevoegde minister van algemeen buitenlands beleid blijft echter wel belangrijk.

Er is al veel gezegd over de rol die de VVOB kan spelen. Het Vlaams beleid inzake ontwikkelingssamenwerking is nog embryonaal. Er moeten structuren worden opgezet voor de samenwerking met de NGO's en voor de technische uitvoering van de eigen bilaterale projecten. Voor beleidsvoorbereiding en -ondersteuning staat hierbij de administratie Buitenlands Beleid centraal. Wat zal de verhouding zijn tussen beide entiteiten?

Minister Bert Anciaux

De beleidsvoorbereiding en -ondersteuning moet gebeuren door de administratie Buitenlands Beleid. Voor de beleidsuitvoering moet de VVOB het instrument worden. Er is wel nog geen organisatie voor de controle op de projecten. De administratie moet deze opdracht vervullen. Ik pleit dus niet voor het creëren van een derde organisatie. De VVOB mag natuurlijk zichzelf niet controleren. De heer Hostekint heeft gepleit voor een extern controleorgaan. Dit kan via audits door een privé-partner of via een orgaan dat door de overheid zelf gecreëerd moet worden. Dit kost echter zeer veel geld. Ik meen dat, op een moment dat het beleid nog in ontwikkeling is, de administratie de controles moet kunnen uitvoeren.

Peter Gysbrechts

De VVOB is nu een VZW, een privaatrechtelijke organisatie. Internationaal wordt ze daarom gelijkgesteld met een NGO of met een non-profitorganisatie. Ze kan dus geen bilaterale projecten uitvoeren als een volwaardig officieel orgaan. Moet de minister niet denken aan een pararegionale instelling of aan een naamloze vennootschap met sociaal oogmerk?

Minister Bert Anciaux

Zijn juridische structuur maakt het een VZW niet onmogelijk om bilaterale projecten uit te voeren. Dat betekent echter nog niet dat dit ook de meest geschikte juridische vorm is. We moeten dus nagaan wat dan wel de meest geschikte juridische vorm is. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de parlementaire vertegenwoordiging in de bestuursorganen van deze instelling.

Peter Gysbrechts

Op welke termijn wil de minister een en ander realiseren? We gaan ervan uit dat hij daarvoor een beroep zal doen op de bijzondere expertise die aanwezig is in de VVOB. Misschien kan er daarvoor een beheersovereenkomst worden afgesloten. Vorming en sensibilisering zijn ook binnen het beleid van de federale overheid belangrijke elementen. Daarvoor kan men een beroep doen op derden, bijvoorbeeld op NGO's.

Minister Bert Anciaux

Naar aanleiding van de vraag van de heer Sarens of er een decretaal kader moet gecreëerd worden, wil ik toch aanstippen dat dit in elk geval objectief moet verlopen. Het reglement voor ondersteuning of subsidiëring van NGO-projecten kan worden uitgewerkt via het budgettair implementatieplan en zal een neerslag vinden in een vademecum. Dat zal dus geobjectiveerd worden. Anderzijds wil de Vlaamse regering zelf op een actieve manier een ontwikkelingsbeleid uitstippelen. Dat betekent dat we niet enkel projecten van NGO's willen ondersteunen. We moeten vooral zelf een lijn trekken. Daarbij moeten we nagaan welke NGO's als partners deze lijn mee kunnen uittekenen, al spreken sommigen in dit verband liever van onderaannemers dan van partners.

Peter Gysbrechts

De Vlaamse Gemeenschap kan inderdaad een specifiek type van vorming hebben

Minister Bert Anciaux

Het zou niet zinvol zijn een dubbel systeem van subsidiëring op te zetten. We mogen niet kopiëren wat op federaal vlak al bestaat. Dat zou neerkomen op een verspilling van middelen.

Peter Gysbrechts

Tijdens de vorige regeerperiode werd er begonnen met een beleid van duurzame ontwikkeling. Dit werd in de praktijk gebracht in de samenwerkingsakkoorden met Zuid-Afrika en met Chili. Subsidies zijn een belangrijk instrument. Professionalisering van het beleid impliceert reglementering, objectivering en bekendmaking van de betoelaging. Hoe zal de afbakening van dit referentiekader verlopen? Welke criteria zullen daarbij gehanteerd worden?

Minister Bert Anciaux

We hebben in deze beleidsnota bepaalde criteria opgesomd voor de samenwerkingsakkoorden met Chili en met Zuid-Afrika. Deze beleidsnota bevat dus geen totale visie over de richting die we willen uitgaan met de ontwikkelingssamenwerking. Dat is trouwens niet mogelijk op drie maanden tijd. Dat wil ik verder uittekenen in de reflectiegroep. Er is ook gevraagd hoe dat verder moet uitgebouwd worden voor zuidelijk en noordelijk Afrika. Daarover lopen onderzoeken waarop we niet mogen vooruitlopen. Ik wil dan ook niet antwoorden op de vraag om Namibië erbij te nemen als partner. Ons instrument van ontwikkelingssamenwerking is niet van die aard dat we er verschillende risicozones in de wereld kunnen mee aanpakken. We kunnen ons dus geen optreden in Centraal-Afrika veroorloven, tenzij we onze wagon willen koppelen aan de trein van het federale ontwikkelingsbeleid. Dat wil ik nu net niet. We moeten een complementair beleid voeren dat toch zijn eigen weg gaat. Deze beleidsnota is daartoe een eerste aanzet.

Peter Gysbrechts

Ik pleit enkel voor een objectieve benadering. Er moeten duidelijke criteria worden vastgesteld. De verbintenis om het budget voor ontwikkelingssamenwerking op te trekken tot 0,7 percent van het Vlaamse Regionaal Product zal enkele jaren vragen: er zijn niet eens voldoende projecten om het geld zinvol te besteden. Vlaanderen moet een beleid van concentratie voeren, gezien de relatief beperkte middelen. We mogen ons echter niet enkel op Afrika concentreren. Ook Latijns-Amerika en Azië moeten onze aandacht krijgen. Welke criteria worden gehanteerd? Zal de minister bij zijn beleid rekening houden met een criterium als taalverwantschap?

Minister Bert Anciaux

Ik ben geen voorstander van nieuwe werkgebieden in Azië en Afrika. We hebben goede redenen om ons beleid te richten op noordelijk en zuidelijk Afrika.

Voor Noord-Afrika beschikken we immers over de nodige knowhow dankzij de allochtone Vlamingen. Zuidelijk Afrika kiezen we vanwege de enorme noden en de knowhow die we al hebben opgebouwd in Zuid-Afrika. Gezien de beperkte middelen zal de hulp ook in die gebieden moeten worden geconcentreerd.

Chris Vandenbroeke

Hebt u hiermee ook geantwoord op de vraag naar de samenstelling van de expertisegroepen inzake Noord-Afrika? Hoe zullen die groepen in het algemeen samgengsteld worden

Minister Bert Anciaux

Eerst worden er omgevingsanalyses ter plaatse verricht. Zodra op basis daarvan bepaalde keuzes zijn gemaakt, kunnen we voor wat Noord-Afrika betreft, gebruik maken van de expertise van allochtone Vlamingen.

Peter Gysbrechts

De nieuwe aanpak is ambitieus en opent vele mogelijkheden. Het beleid moet echter voldoende realistisch zijn om een echte meerwaarde te kunnen bieden. De VLD zal haar volle medewerking verlenen aan dit beleid. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU-ID21

Minister Johan Sauwens

Zonder export, geen ontwikkelingssamenwerking. Een open en eerlijke wereldhandel is de beste manier om de volkeren dichter bij elkaar te brengen. Zo wordt ontwikkelingssamenwerking op den duur overbodig. Ik ben blij dat er in het Vlaams Parlement blijkbaar een grote consensus bestaat over het beleid inzake buitenlandse handel. Het dossier van de BDBH zal besproken worden op de Costa. We zullen ons daarbij hard opstellen. Intussen handhaven we onze legestoelpolitiek, maar zijn wel bereid om te praten over de planning van gezamelijke acties. Ik heb speciaal het woord gevraagd om goed nieuws te brengen. De export van Vlaanderen is er in het derde kwartaal van vorig jaar met 5,6 percent op vooruitgegaan in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 1998. In het eerste kwartaal was er nog een daling van 1,6 en in het tweede kwartaal van 2,1 percent ten opzichte van vorig jaar.

Francis Vermeiren

De dioxinecrisis laat dus geen sporen meer na?

Minister Johan Sauwens

Het gaat om een algemene heropbloei; de dioxinecrisis heeft nog steeds gevolgen voor bepaalde sectoren. Voor het vierde kwartaal van vorig jaar zijn enkel de Belgische cijfers bekend : de export nam in die periode toe met 7,3 percent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het aandeel van Vlaanderen in de Belgische exoprt is met een percent gestegen tot ongeveer 77 percent. Het aandeel bedraagt 74 percent voor wat betreft de export naar de EU. Op verre markten stijgt het Vlaamse aandeel echter tot 86 percent van de Belgische uitvoer. We willen het aandeel van Vlaanderen in de export naar de EU nog vergroten. Ik zal de cijfers over de evolutie van de export in de verschillende sectoren schriftelijk meedelen aan het parlement. De regering heeft heb beslist dat de post-Rijsel niet zal worden gesloten, in strijd met een beslissing van de vorige Vlaamse regering. De dichtbijgelegen markten zijn bijzonder belangrijk, vooral voor KMO's. We mogen trouwnes niet te negatief denken over investeringen van Vlaamse bedrijven in het buitenland. Deze investeringen komen de Vlaamse uitstraling immers ten goede. Dat is bijvoorbeeld gebleken in de textielsector.

Gilbert Bossuyt

Ik ben het daar helemaal mee eens. Ook in mijn eigen streek heb ik dat standpunt altijd verdedigd. De Vlaamse investeringen over de grens ondersteunen de Vlaamse export. Ik ben verheugd dat dat standpunt wordt bijgetreden door een lid van de regering en dat de post-Rijsel wordt opengehouden.

Minister Johan Sauwens

De verdere uitbouw van een Vlaams netwerk ligt aan de basis van de sterke groei van de export. Het imago van Vlaanderen wordt bepaald door de Vlaamse producten en de kwaliteit van het optreden van de Vlaamse overheid. Prioriteit is een regeling van de rechtspositie van de handelsattachés. Verder moeten we ervoor zorgen dat de subsidies van de verschillende overheden voor de bevordering van de export elkaar niet overlappen. Het is duidelijk dat een aantal missies kracht krijgen als ze geleid worden door vertegenwoordigers van officiële of politieke instanties.

Francis Vermeiren

Ik heb beroepshalve tientallen parlementsleden uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Japan ontvangen en ben onder de indruk gekomen van de manier waarop zij hun export promoten. Bij het promoten van de export dienen de Vlaamse parlementsleden nauwer betrokken te worden. Het Vlaams Parlement mag dit belangrijk onderdeel van haar opdracht niet veronachtzame

Luc Van den Brande

De heer Vermeiren heeft gelijk. De commissie voor Buitenlandse en Europese Aangelegenheden heeft een nota gestuurd aan het uitgebreid Bureau waarin staat dat de public relations weliswaar goed worden behartigd door de diensten van het Vlaams Parlement, maar dat de parlementsleden zelf zich beter politiek dienen te profileren in de contacten met de andere deelstaat-parlementen. Het uitgebreid Bureau dient daarover na te denken. De afbouw van posten op bepaalde plaatsen kunnen we compenseren door parlementsleden uit de grensstreek in te zetten voor de ondersteuning van de export en de afzet. We hebben de functie van handelssecretaris gecreëerd en daarmee het aantal agenten met 22 eenheden uitgebreid. De parlementsleden hebben een taak hierin te vervullen. Ik ben ervan overtuigd dat minister Sauwens daarvoor open staat, zoals dat ook gold voor zijn voorganger.

Minister Johan Sauwens

Zowel de Vlaamse parlementsleden als de administratie moeten veel assertiever naar buiten treden. Een voorbeeld uit de Monumentenzorg illustreert dat. Dankzij de aanwezigheid van Vlamingen op de Unesco-conferentie zijn de Vlaamse begijnhoven en de belforten opgenomen in de lijst van het werelderfgoed van de Unesco. Een ander voorbeeld is dat het onmogelijk is een sportbeleid te voeren zonder de uitbouw van een buitenlands beleid. Het is tijd dat we de internationale weg bewandelen. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID)

Luc Van den Brande

Dat is positief. Ik wijs erop dat Vlaanderen niet meer alleen culturele autonomie geniet maar ook politieke autonomie. Het is zaak om die politieke autonomie werkelijk inhoud te geven De Vlaamse regering dient daaraan te werken.

Francis Vermeiren

Men dient er wel rekening mee te houden dat men om groeicijfers te realiseren ook mensen nodig heeft.

De voorzitter

Door de heer Vermeiren en de heer Sarens werden tot besluit van de behandeling van deze beleidsnota met redenen omklede moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk donderdag 10 februari 2000 om 17 uur zijn ingediend.

Wij zullen op woensdag 23 februari 2000 om 16 uur de hoofdelijke stemmingen over de moties en de beleidsnota houden.

De bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.