U bent hier

De voorzitter

Oprichting van een Vredesinstituut

Algemene bespreking

De voorzitter : Aan de orde is het voorstel van decreet van de heren Roegiers, Lauwers, Bex en De Cock houdende oprichting van een Vredesinstituut bij het Vlaamse parlement.

De heren Sarens en De Ridder, verslaggevers, verwijzen naar het schriftelijke verslag.

De algemene bespreking is geopend.

Jan Roegiers

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw bevindt de wereld zich in een crisis. De val van de Berlijnse Muur maakte een einde aan de Koude Oorlog. De Oost-Westdiscussies en de bewapeningswedloop hebben plaats gemaakt voor de wereldwijde bedreiging van het terrorisme. Verder zijn er nog overal aanslepende oorlogen.

Oorlogsgeschut haalt het nog steeds van diplomatie en plaatst de politieke wereld voor voldongen feiten. Ook op andere terreinen is de wereld in volle beweging. De Oost-Westtegenstelling werd vervangen door een toenemende ongelijkheid tussen Noord en Zuid. De permanente onderontwikkeling en de schijnbare uitzichtloosheid in vele derdewereldlanden houden een reëel gevaar voor destabilisatie in.

Na de Amerikaanse inval in Irak en de spanningen in het Midden-Oosten stelt men vast dat vrede voor vele mensen geen vanzelfsprekendheid meer is. Hoewel de meerderheid van de Vlamingen oorlogen enkel van televisie kent, kwamen in de periode van de oorlogsdreiging tienduizenden de straat op om bezorgdheid te uiten.

Al die elementen leidden tot onzekerheid en twijfel maar ook tot boeiende uitdagingen en kansen : kansen op duurzame vrede en hedendaagse internationale structuren, gericht op daadwerkelijke samenwerking. Een Vredesinstituut kan hiertoe een bijdrage leveren.

De regionalisering van de wapenhandel maakte dat Vlaanderen een unieke kans kreeg om iedereen te tonen dat een actief vredesbeleid een belangrijke beleidskeuze is. Ondanks het scepticisme dat hierover bestond en bestaat, bewijst Vlaanderen hiermee dat het een beleidsbreuk kan realiseren.

Ik wil een overzicht van dertig jaar politieke en andere verzuchtingen geven. Het eerste was het voorstel van decreet van een interuniversitair studiecentrum voor de polemologie dat op 10 mei 1973 onder andere door de heren Van Hoorick, Coens, Vanackere, Jorissen, Boel en Bascour ingediend werd. Dit voorstel kreeg geen gunstig onthaal.

Verder waren er een aantal privé-initiatieven van onder meer het Interdiocesaan Pastoraal Beraad en de Dinsdagavondgroep om respectievelijk tot meer interuniversitaire samenwerking te komen en de oprichting van een 'Internationaal Vredesonderzoekscentrum' te komen. Beide initiatieven bleven zonder gevolg.

In 1980 diende de heer Coppieters een wetsvoorstel tot oprichting van een parlementaire vredescommissie in. Op 12 oktober 1982 werd een wetsvoorstel 'tot oprichting van een Belgisch Vredesfonds en van een Belgisch Instituut voor Vredesonderzoek' ingediend door mevrouw Demeester- De Meyer, en de heren Swaelen, Colla, Thys en Anciaux ingediend. Ook hier is niets van gekomen.

Dit voorstel werd in 1988 grotendeels overgenomen in het wetsvoorstel van de heren Coveliers, Anciaux en Caudron en mevrouw Maes. In 1992 werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel tot oprichting van een Belgisch Vredesinstituut ingediend. In 2001 ten slotte dienden de dames Drion en Laenens een wetsvoorstel in ter oprichting van een Centrum voor preventie van conflicten. Van al deze voorstellen werd er nooit een gerealiseerd.

Het voorliggende voorstel van decreet houdt, in een amendement dat de oorspronkelijke tekst verfijnt, rekening met de hoorzittingen en het advies van de Raad van State. Toch behoudt het Vredesinstituut zijn viervoudige opdracht. Naast zijn documentaire opdracht en zijn voorlichtingsopdrachten zal het ook een onderzoeksopdracht moeten vervullen. Daarbij zullen zowel wetenschappelijk onderzoek als actualiteit aan de orde zijn; het instituut zal hierin bijgestaan worden door een achtkoppige Wetenschappelijke Raad uit binnen- en buitenland. Deze raad zal jaarlijks een evaluatieverslag aan het Vlaams Parlement overmaken. De vierde opdracht van het Vredesinstituut is een adviesopdracht. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de kritiek op de federale Wapenwet van vorig jaar : de parlementsleden zullen advies kunnen geven bij een exportaanvraag. Dit advies is niet bindend, maar de regering zal verplicht worden tot motivatie indien zij het naast zich neerlegt.

Spirit vindt dit een zeer belangrijk voorstel. Vlaanderen is al te vaak het slagveld geweest van Europese conflicten. Wellicht is dat de reden van de grote vredeswil van de Vlamingen.

Dit Vredesinstituut is een belangrijk antwoord op de wil van Vlaanderen om bij te dragen tot de ontwikkeling van een hoge ethische standaard. Het moet navorsers in hun intellectuele, morele en sociale vorming aanmoedigen. Ik dank iedereen die ertoe bijgedragen heeft dat dit voorstel van decreet tot stand kwam. Wij hopen dat de schermutselingen en achterhoedegevechten naar aanleiding van wapenexportlicenties met de oprichting van het Vredesinstituut tot het verleden behoren.

Luc Van den Brande

De mensen die mee aan de basis liggen van dit voorstel van decreet wil ik feliciteren. CD&V is altijd overtuigd geweest van het belang van een vredesinstituut. Wil Vlaanderen zijn autonomie verder verdiepen moet het kijken wat in de wereld gebeurt, en moet het niet een confrontatie maar en ontmoeting met anderen aangaan. Vrede is het erfgoed van hen die voor een gemeenschap van waarden staan.

CD&V heeft zich in de commissie bij de stemmingen onthouden, omdat de huidige tekst nogal wat afwijkt van het oorspronkelijke voorstel, dat het Vredesinstituut een adviserende rol toebedeelde in de procedure voor het verlenen van vergunningen voor wapenexport. Van bij het begin hebben wij erop gewezen dat de koppeling van dit instituut aan de besluitvorming binnen de Vlaamse regering nefast zou zijn. De academici steunden ons hierin. Zij beaamden dat zulks de besluitvorming en de natuur, de inhoud en de opdracht van het Vredesinstituut niet ten goede zou komen.

De amenderingen zijn dan ook ingediend om te vermijden dat het instituut zich rechtstreeks in het politieke debat en de besluitvorming mengt. Daardoor komen de onafhankelijkheid en de geloofwaardigheid van zijn onderzoek immers in het gedrang.

Tijdens de laatste commissievergadering werd slechts één amendement besproken, waarin de bevindingen van de hoorzittingen en van Pax Christi tot uiting kwamen. Het is belangrijk gehoor te geven aan deze actoren uit de samenleving. Pax Christi speelde overigens een belangrijke rol in een aantal buitenlandse relaties, niet alleen in conflictpreventie, maar ook in projecten van samenlevingsopbouw in landen van Centraal-Europa.

Een vredesinstituut kan een belangrijke rol spelen in een beleid van conflictpreventie en -beheersing. CD&V was niet voor de defederalisering van de wapenexport, omdat daardoor de conflictpreventie en -beheersing enerzijds en het uitreiken van vergunningen anderzijds totaal los van elkaar komen te staan. Dat is een contradictie.

Veel zal afhangen van de wijze waarop het instituut zijn opdrachten vervult. Die zijn zeer uitgebreid. Maar als alles prioritair wordt, is niets nog prioritair. Er zal dus een zorgvuldige opbouw van de werkzaamheden moeten gebeuren.

In de commissie werd veel aandacht besteed aan de adviesopdracht, vooral wat de wapenexportvergunningen betreft. Het is goed dat er gesproken wordt over een lijst van situaties waarin het advies van het Vredesinstituut wordt gevraagd. Het is essentieel dat het Vredesinstituut werkt aan de uitbouw van betrouwbare informatie over de doelgebieden van de wapenexport. Niet alleen de feitelijke toestand maar ook de regionale en landelijke trends moeten daarin aan bod komen. Het Vredesinstituut zal dus nood hebben aan regionale specialisten. De Vlaamse administratie heeft deze informatie nodig, omdat zij politiek advies verstrekt over wapenexportvergunningen, en zij daarvoor vandaag nog steeds afhankelijk is van een overgangsregeling tussen de federale en de Vlaamse regeringen.

Het is jammer dat men de uitbouw van het Vredesinstituut deels overlaat aan de federale administratie. Welke knowhow bouwt de eigen Vlaamse administratie op? Het functioneren van het Vredesinstituut steunt nochtans op de adviezen die de Vlaamse administratie kan geven.

Het Vredesinstituut brengt verplicht advies uit over decreten inzake internationale akkoorden tussen Vlaanderen en partnerlanden. Dit advies wordt gevoegd bij de ontwerpen van goedkeuringsdecreten. Men moet ervoor zorgen dat de normale behandeling niet in het gedrang komt. Ik ben blij dat verschillende achterstallige verdragen nog werden afgehandeld.

Hoe zal het parlement functioneren tijdens de volgende regeerperiode? Het Vredesinstituut kan niet enkel gekoppeld worden aan discussies over wapenexportvergunningen. Het instituut heeft een buitengewoon brede bevoegdheid en situeert zich binnen het algemene Vlaamse buitenlands beleid. Bij het begin van de volgende regeerperiode moet men beslissen hoe men omgaat met de internationale betrekkingen. Conflictbeheersing en vredesopbouw zijn daarbij essentieel.

Artikel 2 van dit voorstel van decreet geeft opdrachten aan het Vredesinstituut inzake polemologie, sociale defensie, wapenbeheersing, wapenhandel, vredeseconomie, vreedzame conflictbenadering en internationale samenleving. Het Vlaams buitenlands beleid is meer dan het verzorgen van public relations.

Tijdens de hoorzittingen viel op dat er een grote knowhow was bij academici en NGO's. Deze berg van informatie moet geïntegreerd worden in het Vredesinstituut. Het opstarten van dit instituut moet met grote zorgvuldigheid gebeuren. Europese Vredesinstituten hebben genoeg tijd genomen om hun werking op een degelijke wijze op te bouwen.

CD&V staat achter dit initiatief en zal dit voorstel van decreet goedkeuren. (Applaus)

André Denys
De heer André Denys : De VLD is enthousiast over dit geamendeerde voorstel van decreet omdat ethische belangen werden verzoend met economische belangen. Het Vredesinstituut heeft vier doelstellingen, namelijk documenteren, wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, de bevolking voorlichten en advies geven over vredesvraagstukken. De amendementen halen de VLD over de brug. Zij zorgen ervoor dat het gegeven advies niet bindend is. De VLD maakt een onderscheid tussen een wetenschappelijk voorbereidend instituut en het beleid. De werking van het Vredesinstituut wordt bovendien niet langer verbonden aan individuele dossiers. De VLD vindt dat het ontwikkelen van een algemene visie een gezondere basis geeft. De samenstelling van de raad van bestuur is evenwichtig. Hij bestaat uit leden van het Vlaams Parlement, leden van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, leden van de vredesorganisaties en vertegenwoordigers van de SERV. Persoonlijk ben ik er geen voorstander van dat er een bijkomende parlementaire instelling wordt opgericht. Op budgettair vlak is dit een verzwarend element voor de werking van het parlement. De VLD zal het voorstel van decreet goedkeuren. (Applaus)
Norbert De Batselier
De algemene bespreking is gesloten. Artikelsgewijze bespreking De voorzitter : Aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet houdende oprichting van een Vlaams Instituut voor de Vrede en Geweldpleging bij het Vlaams Parlement. - De artikelen worden zonder opmerkingen aangenomen. De artikelsgewijze bespreking is gesloten. We zullen morgen om 16 uur de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.