U bent hier

De voorzitter

Integrale jeugdhulp

Algemene bespreking

De voorzitter : Aan de orde is het voorstel van decreet van de heer Helsen, mevrouw Van Den Heuvel en de heren Van Duppen en Roegiers betreffende de integrale jeugdhulp.

De algemene bespreking is geopend.

Erna Van Wauwe

, verslaggever : Ik verwijs naar het schriftelijk verslag.

Koen Helsen

Verhalen van burgers die niet goed weten tot wie ze zich moeten wenden, geen juiste informatie krijgen of in de kou blijven staan binnen de jeugdhulp kennen we allemaal. We vinden ze terug in de dagelijkse praktijk van vele hulpverleners. Ook de politiek is zich terdege bewust van deze tekortkomingen en probeert hier dan ook aan te verhelpen. De beleidsnota rond de bijzonder jeugdzorg van het Vlaamse Parlement en de bijhorende motie van aanbeveling zijn hier de veruitwendigingen van. Beide teksten dateren echter al van 1999.

Problemen als verkokering, ondoorzichtigheid van het bijzondere jeugdhulpaanbod, het niet kunnen naleven van het subsidiariteitsprincipe en de verwijzingsproblematiek kwamen hier allemaal aan bod. Het zijn moeilijkheden die een oplossing verdienen.

Vandaag proberen we dit alles of een deel ervan te remediëren. Met de aanbieding van een integrale jeugdhulp hebben we de intentie nieuwe paden te bewandelen. Dit voorstel van decreet kan echter niet voor alle problemen soelaas bieden. Het voorstel van decreet zal immers niet op alle aanbevelingen van de beleidsnota een antwoord kunnen bieden. De uitgewerkte tekst zal echter wel bijdragen tot het verhelpen en oplossen van onze probleemstelling.

Dit voorstel van decreet is niet het resultaat van besloten vergaderingen met allerlei academici of theoretici. De inhoud is immers grotendeels bepaald door het werkveld. Het is bij wijze van spreken ook steeds een proces geweest van een voortdurend debat en dialoog. Deze werkwijze zorgt er dan ook voor dat dit voorstel van decreet gedragen wordt door de sector. Dat is belangrijk voor de toekomst. Wijzigingen zullen immers pas echt doorgevoerd kunnen worden als ook de mentaliteit hiervoor aanwezig is.

Dit voorstel van decreet probeert, via een integrale aanpak, de verkokering tegen te gaan. Niemand is nog op zichzelf aangewezen. Zo zou het de hulpverlener terug klaar voor de ogen moeten worden. Deze integrale aanpak veruiterlijkt zich enerzijds in de vorming van netwerken. Men creëert pas samenhang als men op een intersectoraal niveau samenwerkt en men kan leren van elkaars ervaringen.

In de praktijk moet men samenwerken. Ook het beleid dient die weg op te gaan. Het sleutelbegrip hierbij is de beleidsafstemming. Als de verschillende niveaus samen aan tafel zitten, komt dit de effectiviteit en efficiëntie van de aangeboden jeugdhulp ten doen.

Ook de ondoorzichtigheid was een probleem dat werd aangekaart in de maatschappelijke beleidsnota voor bijzondere jeugdzorg. Als de cliënt door het bos de bomen niet meer ziet, loopt er iets mis. Sommige mensen bleven in de kou staan. Anderen kregen geen volledige informatie of bleven in het ongewisse. Met dit voorstel van decreet proberen we dit alles op te lossen.

Ook hier bestaat er nood aan de vorming van netwerken zodat de toegang tot de jeugdhulpverleners op elkaar kan afgestemd worden. Zelfs een eerdere stap is van belang. Zij die de cliënten sturen moeten eveneens bij het proces betrokken worden. De cliënt mag zijn weg echter niet verliezen. Laagdrempeligheid, openheid en een goede uitgebouwde onthaalfunctie zijn hiervoor van belang.

Het derde probleem dat we met dit ontwerp trachten op te lossen is dat men er niet altijd in slaagde om het subsidiariteitsbeginsel op te lossen. Daarom wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegangkelijke hulp en vervult de toegangspoort een cruciale rol.

Een vierde punt van kritiek van de beleidsnota was dat men te weinig oog had voor de gezins- en emancipatiegerichtheid. Ook dit wordt echter met het voorstel van decreet aangepakt.

We hebben hier te maken hebben met een kaderdecreet. Op die manier verkrijgt de uitvoerende macht een grote verantwoordelijkheid : ze zal heel wat inhoudelijke en technische uitvoeringsbesluiten moeten nemen. De toekomstige regering zal er een gelijklopende mening als de huidige moeten op nahouden. Verder hoop ik dat het volgende Vlaams Parlement ook zal betrokken worden bij de uitwerking van dit belangrijke ontwerp van decreet.

De werking van de toegangspoort is een ander essentieel punt van dit ontwerp van decreet. De werking van deze toegangspoort moet nog ingevuld worden met een uitvoeringsbesluit. De toegangspoort is het belangrijkste orgaan van dit ontwerp van decreet. Het geheel staat of valt immers met de goede werking van deze poort. Het verdere gevolg van het traject zal grotendeels gebaseerd zijn op wat besloten wordt in de beginfase door de mensen die deze toegangspoort bevolken. Verder moet de toegangspoort onafhankelijk zijn en organiseert ze de toegang tot de niet rechtstreeks toegankelijke modules.

De toegangspoort die onafhankelijk van de jeugdhulpverleners staat, moet de werking of minstens de basisbeginselen van alle modules kennen en moet met kennis van zaken doorverwijzen naar de juiste module. De mensen die deze poort bevolken, hebben dus een bijzonder zware taak. Snelle beslissingen zijn nodig zodat de juiste hulp kan aangeboden worden. De regering die de criteria moet vastleggen mag dus niet onvervaard te werk gaan.

Het is goed dat er in de zomer van 2005 een evaluatie komt van de dwang in de jeugdhulpverlening. We zullen de discussie dus niet meer voor ons uit kunnen schuiven. Ik verwijs hierbij overigens ook graag naar mijn eigen voorstel van decreet.

Men moet er ook voor zorgen dat de privacy van de betrokkenen gewaarborgd wordt.

De VLD was gedurende een van de vorige regeerperioden de drijvende kracht bij het opstellen van de motie van aanbeveling die de maatschappelijke nota over bijzondere jeugdzorg vergezelt. De VLD heeft er trouwens op regeringsniveau meermaals op aangedrongen om werk te maken van deze aanbevelingen.

De VLD onderschrijft volledig de principes die schuilgaan achter de idee van de integrale jeugdhulp. Het proces dat op gang werd gezet, mag zeker niet stilvallen. Daarvoor staan we te ver en werden er te veel resultaten geboekt.

De VLD zal er dan ook op toezien dat alle principes gedurende de volgende regeerperiode worden omgezet in uitvoeringsbesluiten. Deze uitvoeringsbesluiten moeten de geest van de momenteel voorliggende teksten bevatten en eveneens in de sfeer baden van maatschappelijke beleidsnota over bijzondere jeugdzorg. Deze beleidsnota moet omgezet worden in een concrete regelgeving zodat alle betrokkenen er beter kunnen van worden. (Applaus)

Trees Merckx-Van Goey

Ik wil de verslaggever en de medewerkers vooraf bedanken voor het uitgebreide verslag. Dit verslag is zo omvangrijk omdat de door ons gevraagde schriftelijke adviezen ook bij het verslag gevoegd werden.

Het was wel spijtig dat we niet alle betrokkenen konden horen. Dit kwam de kwaliteit van onze commissiewerkzaamheden alvast niet ten goede.

Dit voorstel van decreet is een verdoken ontwerp van decreet. De indieners ervan beweren dat het de juridische vertaling is van een reeks inhoudelijke adviezen van een centrale commissie rond integrale jeugdhulp. Op hun beurt zijn deze adviezen het gevolg van een grootschalig, beleidsvoorbereidend proces.

- De heer Johan De Roo, eerste ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Dit beleidsvoorbereidend proces werd niet in dit parlement gevoerd. Het werd via een strategisch plan in juni 2000 opgestart vanuit de administratie.

Dit voorstel van decreet werd op de valreep ingediend. Toch zou het een sluitstuk moeten zijn van een lang proces.

Het was evident dat er iets moest gebeuren. De huidige regeling eindigt immers op 30 juni 2004. We wisten dit al een hele tijd.

De gekozen formule roept meerdere vragen op. Vooreerst zijn er geen adviezen van de Raad van State, van de SERV, van gezondheids-, de gezins- en welzijnsraad en van de Vlaamse jeugdraad. Al deze raden zouden borg moeten staan voor een ruim draagvlak.

De CD&V-fractie vroeg de Raad van State op 1 april 2004 een omstandig advies over dit voorstel van decreet en over het voorstel van decreet over de rechtspositie van de minderjarigen. We vroegen advies over de consistentie van het begrippenkader, over de normatieve draagwijdte van allerlei bepalingen, over de in artikel zes opgenomen recht op jeugdhulp binnen het beschikbare aanbod. Is dit laatste een subjectief dan wel een afdwingbaar recht? Ten slotte vroegen we ook advies over een aantal grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en vroegen we aandacht voor de bepalingen die voorzien in een delegatie aan de Vlaamse regering.

Door de omvorming van het verzoek tot een spoedadvies, is er helemaal geen advies gekomen. Daardoor bleven heel wat vragen onbeantwoord.

Dit voorstel van decreet is grotendeels op het technisch niveau blijven steken, en omvat slechts een klein deel van de effectieve problematiek.

Het grote parlementaire debat werd zes jaar geleden opgestart omdat de jeugdbijstand de gecoördineerde decreten niet meer kon uitvoeren door gebrek aan uitvoeringsmogelijkheden. Vandaag is er niets ten goede veranderd : wachttoestanden zijn niet verbeterd, en uitgesproken maatregelen (bijvoorbeeld door jeugdrechters) worden niet uitgevoerd. Er moet zeker een integrale jeugdhulpverlening komen, maar om de groeiende maatschappelijke problemen te stuiten zal er veel fundamenteler moeten gereflecteerd worden dan nu het geval was.

Het voorstel van decreet probeert een antwoord te geven op hoe de jeugdzorg moet georganiseerd worden, maar slaat daarmee een stap over : de vraag over de betekenis van die nood aan jeugdzorg is immers veel belangrijker. Of anders gezegd : in het debat stond de structuur, maar niet de jongere centraal.

Bovendien verengde het probleem zich tot hulpverlening en werd de preventie over het hoofd gezien. Dat het jeugdwerk niet als partner erkend werd, is een gemiste kans : precies het jeugdwerk heeft de jongeren in een open gesprek te betrekken.

Vraaggestuurde hulpverlening is te eng : vragen van jongeren duiden immers niet altijd op reële problemen. Soms is het bezig zijn met een vraag al een voldoende antwoord. Ook hier had het jeugdwerk een belangrijke rol kunnen blijven spelen. Als de jeugdzorg zich integraal wil noemen, moet ze de vragen ook integraal bekijken, met het jeugdwerk als partner.

Overigens kan het hulpaanbod niet vraaggestuurd zijn zolang er nog zo veel tekorten zijn op de eerste en de tweede lijn. Bovendien blijft de hulpverlening, ook als ze zich vraaggestuurd noemt, steken in het sturen van het aanbod.

Veel hoop was gevestigd op de ontwikkelingen in en de conclusies over de pilootwerking. De verslaggeving daarover is echter gepland voor na de goedkeuring. We kunnen alleen maar hopen dat het voorstel van decreet in de volgende regeerperiode aangepast zal worden, of dat een en ander via de uitvoeringsbesluiten bijgestuurd zal worden. Ook thema's die niet aan bod komen zullen later moeten worden aangevuld.

CD&V zal na 13 juni de amendementen van vandaag terug te berde brengen. Hopelijk is er bij het begin van een nieuwe regeerperiode meer tijd en meer aandacht voor een zo belangrijke materie.

Er werd geen gerechtelijk onderdeel uitgewerkt. Daardoor dreigen de maatschappelijk noodzakelijk afdwingbare pedagogische maatregelen uitgehold te worden. Ook op dat vlak heeft men geen vooruitgang geboekt.

Het principe van de toegangspoorten lijkt ons zeer riskant : al te vaak blijken zij te smal, zodat bij de ingang meteen slachtoffers vallen. In Nederland werkt het systeem nog altijd niet volledig. Er blijven ook heel wat vragen over bestaan.

Modulering kan de hulpverleningsmogelijkheden helpen overzichtelijk te maken. Maar er is een reëel gevaar dat de opdeling in vakjes te groot wordt, en dat de hulpvrager door de bomen het bos niet meer ziet. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat er een groot aantal hulpverleningsmodules ontstaat waar niemand nog een boodschap aan heeft?

Dit decreet zal door velen op gemengde gevoelens onthaald worden. Het experiment met de pilootregio's heeft miljoenen euro's gekost, en het resultaat was vooral papierwerk. Er werd niet echt rekening gehouden met de voortgangsverslagen van de pilootprojecten. Slechts wat al bij voorbaat vastgelegd werd, werd daaruit opgepikt. Deze gang van zaken getuigt zeker niet van inspraak.

Ik zal een aantal amendementen in de artikelsgewijze bespreking toelichten. We betreuren dat het voorstel maar op één, zij het cruciaal punt, geamendeerd is : de inhoud van het samenwerkingsprotocol tussen voorzieningen zal niet door de Vlaamse regering zelf ingevuld worden.

Vermits het om een kaderdecreet gaat liggen nog vele mogelijkheden open : het is dan ook wenselijk, na de consolidatie van de grote lijnen, de hand te reiken naar de volgende ploeg om het fijnere werk te leveren.

Wat is volgens de minister de timing van de uitvoeringsbesluiten? Vermits de pre-electorale periode begint mogen wij van de regering enige terughoudendheid verwachten, zeker omdat er nog zoveel onduidelijkheden zijn. De implementatie zal niet eenvoudig zijn. Zij zal degelijk moeten ondersteund en begeleid worden, niet het minst door de sector zelf. Bovendien is het niet wenselijk dat dergelijke belangrijke structuren een eigen leven gaan leiden. Daartoe moeten ze door de gebruikers geëvalueerd worden.

In dit voorstel van decreet is de integrale jeugdhulp niet integraal. Er werden heel wat punten en keuzes doorgespeeld naar de regering, en bovendien biedt het voorstel onvoldoende rechtszekerheid. Er is onvoldoende draagvlak voor de toegangspoort, de modulering en de regioafbakening. En ten slotte gaat het in grote mate om structuur, en veel te

Marijke Dillen

De ambities en de doelstellingen van dit voorstel van decreet zijn positief. De jeugdzorg is inderdaad aan verbetering toe, en het recht op hulp moet gegarandeerd worden voor alle jongeren.

Maar er werd bij de totstandkoming misbruik gemaakt van het gebrek aan tijd. Wat een ontwerp van decreet had moeten zijn, ligt hier nu als voorstel voor.

In een dossier als dit mag het beleid niet te snel tewerk gaan. Dit voorstel van decreet is nog niet rijp genoeg om al ten gronde te kunnen worden behandeld. Tijdens de besprekingen in de commissie werd gezegd dat de experimentele werkzaamheden pas in juni 2004 worden afgerond. Daarna moet nog een evaluatie volgen. We beslissen hier over een dossier zonder kennis te hebben van de resultaten van de pilootregio's. Het Vlaams Blok zou dit voorstel van decreet graag beoordelen op basis van wetenschappelijke resultaten. Dit was mogelijk geweest bij aanvang van de volgende regeerperiode.

Ik geef geen kritiek op de pilootregio's en trek niet in twijfel dat er een breed draagvlak is voor dit voorstel van decreet.

In schriftelijke adviezen werd geregeld gevraagd naar een grondige evaluatie van de ervaringen die opgedaan werden in de pilootregio's. Er zijn enkele onbeantwoorde vragen, bijvoorbeeld over het betrekken van de geestelijke gezondheidszorg, over de financiering, over het ontbreken van een preventiekader, over de ondersteuning van gezinnen bij de opvoeding van hun kinderen en over de coördinatie van de hulpverlening.

Het Vlaams Blok vindt dat dit voorstel van decreet onvoldoende werd uitgebouwd en geen antwoord biedt op problemen in de sector. Het voorstel van decreet is bovendien een kaderdecreet dat de volgende minister ruime bevoegdheden geeft. We hebben geen kennis gekregen van de adviezen van de Raad van State en de SERV.

Het Vlaams Blok zal zich onthouden bij de stemming, aangezien we het wel eens zijn met de principes van het voorstel van decreet. (Applaus bij het VB)

Minister Adelheid Byttebier

Vanuit de oppositie kwam er een constructieve medewerking aan dit kaderdecreet. Het consolideert de zes punten waarover binnen de sectoren van de integrale jeugdhulp een consensus bestaat. Dit voorstel van decreet moet nog tijdens deze regeerperiode behandeld worden, omdat men anders zes maanden zou moeten wachten. Het experiment loopt reeds enige jaren. Wij vonden het belangrijk de voorlopige conclusies niet uit het oog te verliezen.

In maart 1999 werd de maatschappelijke beleidsnota Bijzondere Jeugdbijstand goedgekeurd en werden de experimenten in drie pilootregio's opgestart. Deze regio's omvatten 40 procent van de jeugdhulp. Ook andere regio's werden bij het proces betrokken en zijn op de hoogte van de evolutie. Het kaderdecreet moet de hele jeugdhulpverlening omvatten.

Op regionaal niveau wordt de crisishulp georganiseerd en wordt het hulpaanbod beter gespreid. Bestaande diensten maken met elkaar afspraken inzake de organisatie en het bereiken van jongeren. De gerechtelijke jeugdhulp wordt in overeenstemming gebracht met de principes van de integrale jeugdhulp.

Alle adviezen die moesten worden opgevraagd, werden verkregen. De zes sectoren hebben alle stappen samen gezet. Er is geen manipulatie geweest vanuit Brussel.

Er is bereidheid om verder te debatteren, maar de tijdsdruk is een belangrijke factor. De pilootregio's mogen niet in een zwart gat vallen, aangezien er nood is aan een integrale jeugdhulp. Het is belangrijk dat het Vlaams Parlement aandacht besteedt aan de evolutie van de besluiten die dit kaderdecreet zullen volgen.

De voorzitter

De algemene bespreking is gesloten

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter : Aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet van de heer Helsen, mevrouw Van Den Heuvel en de heren Van Duppen en Roegiers betreffende de integrale jeugdhulp.

- De stemmingen over de amendementen op de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 9, 11, 12, 16 tot en met 25, 28, 29, 46, 47, 48 en 55 en over de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 9, 11, 12, 16 tot en met 25, 28, 29, 46, 47, 48 en 55 worden aangehouden.

- De stemmingen over de amendementen tot invoeging van een nieuw artikel 5 bis en een nieuw artikel 54 bis worden aangehouden.,

- De overige artikelen worden zonder opmerkingen aangenomen.

Trees Merckx-Van Goey

Het amendement op artikel 4 toont aan dat de integrale jeugdzorg, zoals die wordt aanzien in dit voorstel van decreet, niet integraal is. De geestelijke gezondheidszorg wordt hierbij niet betrokken.

- De heer Norbert De Batselier, voorzitter, treedt opnieuw als voorzitter op.

Het amendement tot invoeging van een nieuw artikel 5bis handelt over het recht op jeugdhulp. De tekst voorziet in een recht op jeugdhulp binnen de beschikbare middelen. In een apart hoofdstuk wordt dit als een volwaardig recht ingevoerd.

Het amendement op artikel 16 bepaalt dat het werkgebied samenvalt met de politiezones. De zorgregio's zijn hiervoor niet aangepast.

Ons amendement ter invoering van een nieuw artikel 54bis hangt samen met ons amendement op artikel 55. Zonder preventie en jeugdwerk bij dit voorstel van decreet te betrekken kan van integrale jeugdhulp geen sprake zijn. Het voorstel van decreet mag pas in werking treden als dat gerealiseerd is.

De voorzitter : De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

Wij zullen morgen om 16 uur de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.