U bent hier

De voorzitter

Rookdetectoren in woongelegenheden

Algemene bespreking

De voorzitter : Aan de orde zijn het voorstel van decreet van de heren Van Duppen en Daelman houdende de verplichting tot het plaatsen van rookdetectoren in woongelegenheden en het voorstel van decreet van de heer Decaluwe, mevrouw Heeren en de heren De Meyer, De Smet en Van der Poorten houdende de verplichting tot het plaatsen van optische rookdetectoren in nieuw te bouwen woongelegenheden, die in de commissie in samenhang werden behandeld, met dien verstande dat het voorstel van decreet van de heren Van Duppen en Daelman als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

Dirk De Cock

De heer Dirk De Cock, verslaggever : Ik verwijs naar het schriftelijke verslag.

Dominique Guns

Mevrouw Dominique Guns, verslaggever : Ik verwijs naar het schriftelijke verslag.

Carlo Daelman

Verschillende commissies hebben deze problematiek reeds behandeld. In 1997 was er een eerste voorstel van decreet, waarna er een discussie over bevoegdheden volgde. Er werd een voorstel ingediend in de Kamer, waarna de Raad van State de bevoegdheid aan het Vlaams Parlement toekende. CD&V en sp·a hebben toen beiden voorstellen ingediend om het installeren van rookdetectoren te verplichten in woningen. Het maatschappelijk belang van deze materie is bewezen door de lange discussies.

Per jaar vallen er 100 doden in een woningbrand per 10.000 branden. Uit Engelse cijfers blijkt dat er in woningen met een rookdetector 70 procent minder dodelijke slachtoffers vallen.

In het kader van deze twee voorstellen van decreet en in het kader van deze problematiek heeft de commissie Binnenlandse Aangelegenheden en Huisvesting een zeer interessante en doorslaggevende hoorzitting georganiseerd. Verschillende specialisten betreffende alle domeinen die te maken hebben met brandveiligheid hebben hun mening gegeven over de voorliggende voorstellen. Een aantal kernlijnen van de hoorzitting zijn belangrijk geweest in het amendement dat door de meerderheid werd ingediend.

Uit de hoorzitting bleek dat de verplichting op zich een gevaar in zich hield, namelijk voor de opvolging, de organisatie, de controle en de gevolgen voor de brandpolis.

Het verdelen van de rookmelders werd ook niet als efficiënt bevonden wegens een te laag rendement. Iemand uit de verzekeringswereld gaf het voorbeeld dat vele rookmelders op het rek in de garage bleven liggen of op een plaats hingen waar het rendement zeer laag was.

Op de hoorzitting hield men dan ook het pleidooi dat het beter is om als Vlaamse overheid een stimulerend beleid te voeren. In Oostende stelde de dienst Huisvesting rookmelders ter beschikking op aanvraag. Als iemand ze aanvroeg, dan ging de dienst zelf de rookmelder op de meest efficiënte plaats hangen. Ondertussen werd ook een CO-controle uitgevoerd in de desbetreffende woning. De verantwoordelijken van Oostende vertelden ons dat ze in twee jaar tijd ongeveer 4000 rookmelders op de meest efficiënte plaats gehangen hadden en dat dit neerkwam op 5 procent van het woningpark per jaar. Ik ben zelf ook ter plaatse gaan kijken en ik ben enthousiast teruggekeerd. Het ging zeer snel, zeer efficiënt en de informatie-overdracht was zeer goed, ondanks het feit dat de mensen die de rookmelders ter plaatse ophingen niet hoog gekwalificeerd waren, maar tewerkgesteld waren via artikel 60 van de OCMW-wet.

Daarom heeft de meerderheid een amendement ingediend op het oorspronkelijk voorstel tot verplichting om het te wijzigen in een voorstel tot stimulering en ook gevraagd heeft dat de Vlaamse overheid rookmelders ter beschikking stelt aan die gemeenten die zich ertoe verbinden om die op de meest efficiënte plaats te hangen.

Dit is volgens ons een eerste aanzet om te komen tot brandveiligere huizen en dit tegen een marginale kost die ertoe bijdraagt dat er vele mensenlevens en zware brandwonden gespaard worden in de komende jaren. Als de overheid tegen het tempo van de stad Oostende die rookmelders ophangt, dan komt dat neer op 3,5 miljoen euro per jaar, wat 1 procent is van het huidige budget Huisvesting en Monumenten. Het is een kwestie van politieke wil, niet alleen op Vlaams niveau, maar ook op gemeentelijk niveau. Met een minimum aan middelen kunnen we een maximum aan inspanningen realiseren. Een stimulerend beleid werkt beter dan een verplichtend beleid.

Veerle Heeren

Anderhalf jaar geleden hebben we vanuit de CD&V-fractie een initiatief genomen met een voorstel van decreet omtrent de rookmelders, omdat toen pas duidelijk werd dat de Vlaamse gemeenschap hiervoor bevoegd was en niet het federale niveau.

Jaarlijks hebben er ongeveer 12.000 branden plaats in België. Vaak gaan die gepaard met een zware menselijke tol. Ruim 80 procent van de slachtoffers van branden komen om in woningbranden. Het ligt dus voor de hand dat men gaat zoeken naar maatregelen.

Wij hebben op dat ogenblik een voorstel van decreet ingediend en wij hebben inderdaad daarover een heel interessante hoorzitting kunnen volgen. Ik vroeg me af of we dit weer in een decreet moesten gieten en of het niet beter zou zijn om een aanbeveling te schrijven voor de Vlaamse regering, waarin we haar aansporen om initiatieven te nemen. Spijtig genoeg deelde de sp·a-fractie deze mening niet en heeft men een eigen voorstel ingediend.

Ons voorstel hield in dat het een verplichting was tot het plaatsen van optische rookdetectoren in nieuw te bouwen woongelegenheden. Dat leek ons een goede aanzet om op termijn te komen tot een algemene aanwezigheid van rookmelders. Op dat moment is natuurlijk de rookmelder gemakkelijk te installeren en is de kost daarvan in vergelijking met de totale bouwkost bijna verwaarloosbaar.

Op plaatsen die door een groot aantal mensen worden bezocht, zoals ziekenhuizen en scholen, hebben branddetectiesystemen hun doeltreffendheid al bewezen. Ook internationale studies wijzen op het levensreddende nut van rookdetectoren. Ook Britse statistieken tonen dit aan.

Voor andere gebouwen dan woningen zijn er vandaag heel strikte voorschriften en maatregelen. Dat is dus niet het geval voor particuliere woongelegenheden/ Wat het preventiebeleid betreft staan we in Vlaanderen op nul. Dat is merkwaardig, zeker als men dat vergelijkt met andere Europese landen die veel verder staan.

Het belang van rookdetectie wordt ook door lokale overheden naar voren geschoven. Er is terecht verwezen naar het initiatief in Oostende.

Vanuit de meerderheid is er een voorstel van decreet tot installatie van die rookdetectoren ingediend. Ik betreur dan ook een beetje dat de heer Daelman geen enkele poging heeft ondernomen om een gezamenlijk voorstel uit te werken of te antwoorden op de suggestie om te werken met een voorstel van resolutie in plaats van het zoveelste decreetgevende initiatief.

Inhoudelijk stel ik vast dat ik het met het uiteindelijke voorstel van de meerderheidspartijen principiële problemen heb. Het komt uiteindelijk neer op het gratis uitdelen van rookmelders en dat is volgens ons geen goede werkwijze. Ten eerste is er het financiële probleem. Wanneer men alle woningen van een gratis en goede rookmelder wil voorzien, dan komt dat neer op 50 miljoen euro. Ik weet niet waar men vandaag die middelen gaat halen.

Ik weet dat de heer Daelman verwijst naar de kostprijs van het gratis bedelen van rookmelders in de stad Oostende, maar dat gaat voor ons natuurlijk niet op. Indien de stad Oostende een beroep had kunnen doen op het gewest om die rookmelders ter beschikking te stellen, dan had de stad dat helemaal anders aangepakt en zouden er veel meer rookmelders aan de bewoners uitgedeeld zijn.

De meerderheid belast hiermee overigens ook de gemeenten met het plaatsen van de gratis rookmelders. Met dit voorstel van decreet slaagt men er weer in om taken naar het gemeentelijk niveau over te hevelen, zonder dat men daar een financiële honorering voor voorziet. Gemeenten zullen daarvoor dus een beroep op derden moeten doen, met alle kosten van dien.

Om al deze redenen zullen wij het voorstel van de meerderheid niet goedkeuren. Het is en blijft onze mening dat het gratis uitdelen van rookmelders niet het verhoopte resultaat zal geven.

De voorzitter

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter : Aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet van de heren Van Duppen en Daelman houdende de verplichting tot het plaatsen van rookdetectoren in woongelegenheden.

De artikels worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen morgen om 10 uur de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.