U bent hier

De voorzitter

VOORSTEL VAN DECREET

Gesloten centrum voor de voorlopige plaatsing van minderjarigen

Algemene bespreking

De voorzitter : Aan de orde is het voorstel van decreet van de heer De Batselier houdende wijziging van het decreet van 19 juli 2002 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap betreffende het gesloten centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

De algemene bespreking is geopend.

Norbert De Batselier

Het Bureau kreeg een brief van minister Adelheid Byttebier aangaande het decreet van 19 juli 2002 houdende het gesloten centrum te Everberg. Eerder bepaalde de Vlaamse regering dat zij het akkoord rond Everberg opzegt indien de federale regering op 31 augustus 2004 geen wet gepubliceerd heeft die tegemoetkomt aan delinquent gedrag bij jongeren. Het bureau heeft deze datum verschoven naar 31 januari 2005, aangezien de federale regering op dit moment initiatief neemt om een hervorming door te voeren. Deze wijziging zal echter niet doorgevoerd worden voor 31 augustus 2004.

Het Bureau wilt een snelle regeling, maar het is niet de bedoeling de procedure onnodig te versnellen. Alle gemeenschappen moeten in deze zaak inspraak krijgen. Het Bureau besliste dan ook unaniem de datum voor een eventuele verbreking van het akkoord te verzetten naar 31 januari 2005. Deze procedure werd snel doorgevoerd omdat er enige onzekerheid is over het tijdstip van de eerste vergaderingen van het nieuw samengestelde Vlaams Parlement.

De kadernota van minister Laurette Onkelinx bespreekt een hervorming van de wet van 8 april 1965 aangaande de Jeugdbescherming. De Vlaamse regering besprak deze nota op haar zitting van 19 maart. Ze heeft daartoe verschillende personen en instanties geconsulteerd. De krachtlijnen van een nieuw jeugdrecht moeten de synthese vormen van het Vlaams uitvoeringsbeleid inzake jeugddelinquentie.

Die nota is op dit ogenblik nog vrij kritisch over een aantal elementen in de nota- Onkelinx.

Ik denk aan principes als : het nieuwe jeugdrecht biedt gedifferentieerde antwoorden op delinquentie van alle minderjarigen in plaats van uitsluitend antwoorden voor de zwaarste delinquenten. Dat is iets wat men vandaag nog niet volledig terugvindt. In het nieuwe jeugdrecht wordt de exclusieve jeugdbeschermende finaliteit van de wet van 1965 vervangen door een sui-generisbenadering. Het nieuwe jeugdrecht voorziet in verhoogde rechtswaarborgen, biedt een wettelijke basis voor diverse door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde constructieve reacties op jeugddelinquentie en het leidt tot coherente bevoegdheden. Dat zijn de uitgangspunten die men heeft genomen om de nota-Onkelinx te toetsen.

Wij stellen vast dat de federale overheid bezig is met deze problematiek, zoals het parlement altijd had gewenst. We geven de federale regering wel iets meer tijd om de gemeenschappen op een goede manier te consulteren. (Applaus bij de VLD, sp·a en Groen!)

Trees Merckx-Van Goey

Het is misschien een wat ongebruikelijke werkwijze om de eerste bespreking van een voorstel van decreet meteen in de plenaire vergadering te houden. Dat is niet zo eenvoudig voor een technisch en inhoudelijk moeilijk thema zoals de wet op de jeugdbescherming en de decreten op de bijzondere jeugdzorg. Mijn verbazing is groot over het voorstel van decreet dat hier voorligt. Sinds juli 2002 heb ik meer dan eens, namens mijn fractie en samen met collega's, mijn ongeloof uitgedrukt in de Everbergwet en het daarbij behorende samenwerkingsakkoord. Dat samenwerkingsakkoord ligt hier vandaag opnieuw op tafel. Vandaag wordt ons via een parlementair initiatief op vraag van de regering gevraagd de tijdslimiet van het samenwerkingsakkoord uit de Everbergwet te halen. We zijn er hier getuige van hoe de Vlaamse regering een bocht neemt voor de federale regering. Dit alles afdoen als een puur technische kwestie is niet alleen een understatement maar ook compleet onjuist.

Jos Stassen

Ik denk dat we correct moeten zijn in het dossier dat vandaag voorligt. De minister heeft een brief gestuurd aan de voorzitter van dit parlement met de melding dat er een probleem is in verband met de Everbergwet, omdat het jeugdrecht niet op tijd klaar is. De minister heeft dat probleem voorgelegd aan het uitgebreid Bureau. De CD&V-fractie was daar net als alle andere fracties aanwezig. De vraag was of we dit zouden gaan regelen voor of na de verkiezingen. Er is unaniem beslist om dat voor de verkiezingen te gaan doen en dat de voorzitter een soort van een door de hele plenaire vergadering gedragen voorstel van decreet rechtsreeks zou indienen in de plenaire vergadering. Ik denk dat men dan consequent moet zijn. Ofwel herroept u nu deze beslissing van het uitgebreid Bureau, ofwel moet het uitgebreid Bureau afgeschaft worden, vermits we daar geen beslissingen meer kunnen nemen voor de plenaire vergadering. Ik stel vast dat de afspraak niet meer gevolgd wordt.

Eric Van Rompuy

Ik ontken niet dat het in het Bureau ter sprake is gekomen en dat onze fractie geen bezwaar heeft gemaakt tegen een versnelde procedure. Wij hebben aanvaard dat dit nu in plenaire vergadering behandeld wordt zonder commissievergadering. Wij hebben wel de vrijheid om ons mening hierover te zeggen en in functie van de antwoorden die gegeven worden, zullen wij ons stemgedrag bepalen. Dit is een normale procedure. Probeer niet de fractieleider uit te spelen tegen mevrouw Trees Merckx-Van Goey, die op dat moment van de Bureauvergadering heel toevallig buiten was.

Laat ons hierover een debat voeren. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat een voorzitter van het parlement een voorstel van decreet indient dat onmiddellijk in plenaire vergadering behandeld wordt. Mar we gaan akkoord om het nu zo te doen.

Trees Merckx-Van Goey

Ik apprecieer de tussenkomst van de heer Stassen niet, want wij honoreren de in het Bureau gemaakte afspraak wel. Ik wil het debat inhoudelijk voeren aan de hand van de tekst zelf. Ik denk dat we mee de handschoen opnemen om snel te beslissen in de ene of de andere richting. U moet toch niet verwachten dat we de zaak zomaar slikken.

Norbert De Batselier

Alleen al het bewijs dat ik dit voorstel heb ingediend is de neerslag van de algemeenheid in het Bureau. We hebben de documenten nagelezen. Belangrijk is dat de Vlaamse regering tot hiertoe gezegd heeft dat zij op basis van het symposium 2003 inzake jeugddelinquentie 5 krachtlijnen stipuleert. Die krachtlijnen zijn in feite Vlaamse uitvoeringsmaatregelen inzake jeugddelinquentie. De Vlaamse regering is enkel bevoegd voor de uitvoeringsmaatregelen. Over die 5 krachtlijnen bestaat een vrij grote consensus. De minister heeft in een nota, die zij aan de Vlaamse regering heeft overgemaakt als basis voor een beslissing, in feite gezegd dat ze de nota-Onkelinx gaat toetsen aan die 5 krachtlijnen. Zij heeft dat gedaan en zij is in feite kritisch over de nota. We nemen dus niet klakkeloos over wat de federale regering doet. De Vlaamse regering vraagt aan ons om iets meer tijd te krijgen om het overleg op een goede manier te organiseren tussen die federale instanties en de gemeenschappen. Het gaat dus alleen over deze extra 5 maanden. Indien er geen federale regeling komt, houden wij een stok achter de deur. Met dit voorstel zegt men dat men bezig is met deze problematiek. Wellicht eindigt die nota niet in een federale wet voor 31 augustus. Doordat wij op 13 juni met verkiezingen zitten, komen ook wij in de problemen als wij een decretaal initiatief willen nemen.

Trees Merckx-Van Goey

Het Vlaams parlement heeft in juli 2002 een tijdslimiet op het Everbergakkoord gezet. Het gaat over een tijdslimiet die door dit parlement opgenomen is in het goedkeuringsdecreet over het samenwerkingsakkoord. De kinderrechtencommissaris stelde zich de vraag of het niet beter zou zijn dat Everberg dichtgaat. Het was de eerste keer dat het Vlaams parlement de federale regering voor een deadline stelde. Zoals wij toen voorspelden, wordt die deadline door de federale regering niet ernstig genomen en dus niet gehaald. De Vlaamse regering vindt dat plots geen probleem. Meer nog, prompt wordt een nieuwe deadline gesteld. Al jaren is er vanuit het veld in Vlaanderen de vraag naar een sereen en diepgaand debat over jeugddelinquentie en de meest efficiënte aanpak ervan. Die tijdslimiet moest tijd geven om tot dit jeugdrecht te komen, wat op zich al een straffe zaak was. Everberg had er immers niet mogen zijn vooraleer er een goedgekeurd jeugdrecht was. In januari 2002 werd de beslissing genomen. Vervolgens is het samenwerkingsakkoord gekomen. In de periode voor 31 augustus 2004 moest die tijdslimiet het debat en de uitwerking van een degelijke oplossing toelaten.

De wrange nasmaak die de wet laat, komt hier andermaal naar boven. Meer dan ooit blijkt immers dat de federale regering niet in staat is om, binnen de afgesproken termijn, een regeling uit te werken voor het jeugdrecht. Wat is er sinds 2002 gebeurd? Welke inspanningen heeft men zich getroost? Welke teksten liggen er voor? Wat heeft de Vlaamse regering gedaan om de federale regering rekening te laten houden met het Vlaamse standpunt? De met veel tromgeroffel aangekondigde federale jeugdinstelling is eigenlijk geen echte oplossing.

In het voorstel van decreet staat dat de grondige hervorming van het jeugdrecht niet overhaast mag worden omdat de Vlaamse Gemeenschap ermee dreigt het samenwerkingsakkoord op te zeggen. Verder lees ik dat 'Vlaamse regering van het overlegmoment gebruik wenst te maken om, vanuit haar ervaringen, haar visie op de hervormingen van het jeugdrecht optimaal in te brengen.' Ten slotte wil men de kans die met de voorgestelde decretale aanpassing aan het Vlaams Parlement geboden wordt, gebruiken om een federaal initiatief voor de hervorming van het jeugdrecht naar waarde te schatten.

Laat ons ernstig blijven. Deze meerderheid heeft noch de moed, noch de overtuiging om voor haar overtuiging over de hervorming van het jeugdrecht uit te komen en die door te drukken. Hoe komt het dat dit Vlaams Parlement zo weinig zelfrespect heeft? De waarheid is dat de federale regering en de federale minister van Justitie in het bijzonder nog altijd niet klaar zijn met het jeugdrecht. De beslissing om een federale jeugdinstelling te Everberg op te richten werd in januari 2002 genomen. In maart 2002 werd de instelling al geopend.

Op 28 januari 2002 verklaarde de toenmalige Vlaamse minister voor Welzijn, mevrouw Vogels dat ze tevreden was over het bereikte akkoord. Verder rekende ze erop dat er verder zou gewerkt worden van een structurele, blijvende oplossing, dat er versneld werk zou gemaakt worden van een federaal jeugdrecht en dat degenen die niet thuis horen in de gesloten gemeenschapsinstellingen versneld zouden vrijkomen. Op voorstel van minister Vogels aanvaardde premier Verhofstadt het voorzitterschap van de taskforce.

Jos Stassen

We kunnen heel de geschiedenis overlopen en vaststellen dat er, om politieke en communautaire redenen, geen jeugdrecht is. Federaal minister van Justitie Onkelinx heeft een nota opgesteld. De Vlaamse regering heeft heel wat kritiek geformuleerd op die nota. Dit neemt echter niet weg dat er een probleem met de datum bestaat. Het is de verantwoordelijkheid van de federale regering dat ze niet tijdig klaar is met haar werk. Het samenwerkingsakkoord over de instelling van Everberg kan dus niet in voege treden.

Wat moeten we doen? Pleit u ervoor om Everberg te sluiten of stelt u iets anders voor?

Trees Merckx-Van Goey

Op 9 juni 2002 stelde zich hetzelfde probleem. Ook toen vroeg de CD&V-fractie zich af of er zonder jeugdrecht wel een samenwerkingsakkoord kon gesloten worden.

Norbert De Batselier

Men verwees daarnet naar het standpunt van de kinderrechtencommissaris. De kinderrechtencommissaris heeft een nota opgesteld en ingediend bij de Vlaamse regering. De kinderrechtenrechtencommissaris stelt zich heel kritisch op ten opzichte van de nota van federaal minister Onkelinx. Het door minister Onkelinx ingenomen standpunt zou immers strijdig zijn met het VN-verdrag ter bescherming van de rechten van het Kind. De Vlaamse regering is het standpunt van de kinderrechtencommissaris bijgetreden.

Ik zie dus niet in waarom de Vlaamse regering de kans niet ten volle zou benutten om met de federale regering van gedachten te wisselen over de uitwerking van een jeugdrecht. Iedereen is immers overtuigd van zijn eigen gelijk. De waarheid ligt altijd in het midden. We hebben er geen belang bij om op een drafje een beslissing te nemen. We moeten wel een realistische tijdslimiet blijven behouden.

Trees Merckx-Van Goey

In 2002 bestond er al een consensus over het jeugdrecht. De CD&V-fractie in de Kamer heeft er op een bepaald ogenblik het voorstel van voormalig minister van Justitie Verwilghen ingediend.

Norbert De Batselier

De kinderrechtencommissaris vond dat wetsvoorstel toen te repressief.

Trees Merckx-Van Goey

In 2002 bestond er in Vlaanderen een consensus. Ook nu bestaat er nu in Vlaanderen een consensus over het feit dat de nota van mevrouw Onkelinx vertrekt vanuit een verkeerd uitgangspunt. De nota van mevrouw Onkelinx vertrekt vanuit het bestaande jeugdbeschermingsrecht.

Een werkgroep rond jeugdrecht stelt het uitgangspunt van de nota-Onkelinx in vraag. Deze werkgroep stelt bijvoorbeeld dat er in Vlaanderen een consensus heerst dat het jeugdbeschermingsrecht uit 1965 in vraag gesteld mag worden. De nota-Onkelinx wil hier echter niet van weten.

Verder stelt de nota-Onkelinx dat een hervorming moet gebeuren met respect voor de geest van de wet van 1965. Mevrouw Onkelinx verdedigt het bestaande beschermingsmodel. Dit standpunt staat diametraal ten opzichte van het Vlaamse.

Norbert De Batselier

Hier gaat het niet over. We vragen ons enkel af of we akkoord gaan met het standpunt dat de Vlaamse regering inneemt ten opzichte van de nota-Onkelinx.

Wij vragen ons enkel af op welke manier we dit kunnen aankaarten met het federale niveau en op welke manier we de andere betrokken partijen kunnen overtuigen van ons standpunt. Zijn we het eens om de vijf fundamentele elementen van het jeugdrecht aan te kaarten bij het federale niveau? Gaan de nota-Onkelinx toetsen aan deze vijf uitgangspunten?

Ria Van Den Heuvel

Wat is de stelling van mevrouw Merckx-Van Goey? We stellen enkel voor om een datum te verplaatsen. Pas nu wordt er immers op federaal vlak een initiatief ontplooid waarbij men inspeelt op wat er in Vlaanderen leeft. De Vlaamse regering heeft over dit alles vijf krachtlijnen uitgewerkt. We proberen alleen de Vlaamse standpunten in het debat te berde te brengen. Niet meer maar ook niets minder. Verder kunnen we hier niets over zeggen.

Trees Merckx-Van Goey

De 5 opmerkingen waarvoor de Vlaamse minister nu een mandaat heeft om ze over te brengen naar het federale niveau, zijn opmerkingen die zeker al 20 keer overgebracht werden.

Het is de meerderheid zelf die erop stond via het samenwerkingsakkoord een tijdslimiet in te bouwen. Het eerste wat het parlement nu doet is deze tijdslimiet weer uitstellen. Door de wijziging die in het voorstel van decreet vooropgesteld wordt, wordt het samenwerkingsakkoord automatisch met een jaar verlengd. Dat betekent dat het samenwerkingsakkoord en de problematische werking van Everberg op de lange baan kunnen geschoven worden tot maart 2006.

Ik begrijp niet dat wat in twee jaar niet mogelijk was, nu ineens in 6 maanden wel zou kunnen. In het federale regeerakkoord staan zaken die haaks staan op onze keuzes en die niet eens de goedkeuring krijgen van de kinderrechtencommissaris of van de internationale instanties.

Norbert De Batselier

Wij hebben inhoudelijk dezelfde kritische houding als u. Ook wij vragen daarnaast coherentie inzake bevoegdheden. Wij geven de federale overheid enkel 6 maanden meer de tijd. Door een tijdslimiet in te voeren verkregen we ten minste dat er nu reeds een aanzet tot discussie is. Ten eerste staat nu een element in het regeerakkoord, ten tweede laat men de nota-Onkelinx bij de gemeenschappen circuleren, en op de derde plaats moet dit gefinaliseerd worden. We willen dat het in die exra 6 maanden kan.

Trees Merckx-Van Goey

Het actieplan Kinderrechten wordt gecoördineerd door de federale minister van Justitie. Zij nam er akte van dat Vlaanderen een fundamentele hervorming van het jeugdrecht wil, dat zich tot alle minderjarigen richt. Maar de wensen van de Franse Gemeenschap staan daar haaks op. Hij wil als uitgangspunt de wet van 1965 behouden.

Ik heb er geen probleem mee werk te maken van de nota-Onkelinx, integendeel. Reeds 4 jaar vragen wij onze ministers niet enkel defensief, maar ook pro-actief te werken.

Norbert De Batselier

Vier jaar is niet zo uitzonderlijk. Tussen mijn aanvraag en de uiteindelijke oprichting van parlementair centrum voor technologie-assessment lagen 15 jaar. Er is dus nog tijd.

Trees Merckx-Van Goey

Ik blijf sceptisch. Mijn fractie zal zich niet verzetten tegen dit voorstel van decreet. Maar ik vrees dat op federaal niveau, met een Franstalige minister van Justitie, de hervorming van het jeugdrecht zeker geen prioriteit zal zijn. Wij willen een correct jeugdrecht. Met de tijdslimiet wilden we druk uitoefenen op het federale parlement. Maar ik leg er mij bij neer dat het niet de bedoeling is via het verlengen van deze tijdslimiet de druk te verminderen. Maar als wij op 31 december 2005 vaststellen dat er niets is gebeurd, of als er een jeugdrecht voorligt dat niet door de beugel kan zal ik hier de vraag moeten stellen of Everberg dan dicht moet.

Eric Van Rompuy

De uiteenzetting van de heer De Batselier was zeer verhelderend. Wij hebben eruit begrepen dat er het verschuiven van de datum geenszins wil zeggen dat men het met minister Onkelinx eens is. Maar de tussenkomst van mevrouw Merckx was zeer terecht. Vermits dit niet in commissie besproken werd, konden wij niet weten wat precies de bedoeling was. Anderzijds is het zo dat er 4 jaar lang geen vooruitgang werd geboekt omdat de meerderheidspartijen het onderling ook niet altijd eens waren.

Het is overigens geen goede gang van zaken dat het item hier meteen plenair wordt besproken, zonder dat er eerst uitgebreid in de commissie over vergaderd werd en zonder dat de oppositie de context kent.

Marijke Dillen

Ik sluit mij aan bij de heer Van Rompuy. Ik betreur de gang van zaken. Hoewel het reglement toestaat dat een voorstel van decreet rechtstreeks naar de plenaire vergadering komt, zonder voorafgaande bespreking in de commissie, is dit hoogst ongebruikelijk. Ik hoop dat deze werkwijze niet de regel wordt.

Norbert De Batselier

Dit is inderdaad een uitzonderlijke procedure. Het Bureau dacht dat het enkel om een technisch element ging. Pas later besefte het dat er ook een beleidsmatig aspect aan gekoppeld was. Deze procedure mag inderdaad geen regel worden.

Marijke Dillen

Over dit voorstel van decreet kan inhoudelijk niet gedebatteerd worden. Het betreft enkel de verandering van een datum. Ik betreur dat het vandaag nodig is deze verlenging te voorzien.

Het voorstel van decreet moet worden omschreven als een reparatiedecreet omdat de minister van Justitie in gebreke is gebleven bij de hervorming van het jeugdrecht. Bij het bespreken van het samenwerkingsakkoord in 2002 had het Vlaams Parlement unaniem gesteld dat het totaal verouderde jeugdrecht grondig diende te worden gewijzigd. Dat is de verantwoordelijkheid van de federale minister van Justitie.

Ondanks talrijke verklaringen van verschillende betrokken partijen is er nog niets gedaan om het jeugdrecht dat dateert van 1965, aan te passen. De minister van Justitie neemt al enkele initiatieven maar we stellen vast er nog weinig concreets op tafel ligt en dat het juist de Waalse PS is, die al gedurende jaren dit dossier blokkeert en weigert initiatieven te nemen. We hebben nog geen kennis kunnen nemen van de kadernota, maar uit persberichten blijkt dat de kadernota vaag blijft en wordt er geen afstand gedaan van het verouderde jeugdrecht.

Norbert De Batselier

Ik zal de kadernota en de nota met het standpunt van de Vlaamse regering daarover aan de leden van het Vlaams Parlement bezorgen.

Marijke Dillen

Dat is een positief initiatief zodat we met kennis van zaken over de nota kunnen oordelen.

Er zijn genoeg cijfers om te illustreren dat de jeugdcriminaliteit blijft stijgen. In de toelichting wordt terecht opgemerkt dat Vlaanderen al lang een grondige en degelijke hervorming van het jeugdrecht vraagt. Het Vlaams Parlement is het misschien niet eens over de wijze waarop dat moet worden ingevuld, maar het is een federale bevoegdheid.

Toch betreur ik dat er in dit parlement geen discussie ten gronde wordt gevoerd over de manier waarop Vlaanderen klemtonen wil leggen in het nieuwe jeugdrecht en hoe dat moet worden ingevuld. Uit het antwoord op een vraag om uitleg blijkt dat de minister van Welzijn contacten heeft gehad met verschillende betrokkenen op het terrein om een standpunt te bepalen over de wijze van invulling en de visie van Vlaanderen in dit belangrijke dossier. Maar het Vlaams Parlement krijgt geen bijkomende uitleg over de resultaten van dit overleg en over eventuele conclusies.

Ik blijf aandringen op een grondige gedachtewisseling in de commissie Welzijn over het probleem en de formulering van een standpunt voor de federale minister van Justitie. Na het paasreces hebben we daarvoor nog enkele weken tijd en ik hoop dat men op deze suggestie zal ingaan. (Applaus bij het VB)

Minister Adelheid Byttebier

Ik ben blij dat het dossier gedeblokkeerd is. De federale regering is een nieuw jeugdrecht aan het schrijven. De federale minister staat open voor het voorstel van Vlaanderen om in het jeugdrecht ook het begrip verantwoordelijkheid op te nemen. Als het parlement dit voorstel van decreet goedkeurt, versterkt dat de Vlaamse inbreng. Ik hoop dat dit gebeurt.

De voorzitter

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter : Aan de orde is de artikelsgewijze bespreking [van het voorstel van decreet van de heer Norbert De Batselier houdende wijziging van het decreet van 19 juli 2002 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap betreffende het gesloten centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd].

De artikelen worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen om 16 uur de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Actuele vraag van de heer Jos Bex tot de heer Jef Tavernier, Vlaams minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, over vier nieuwe milieubeleidsovereenkomsten, de hiermee verbonden wijzigingen aan Vlarea en de kosten voor de gemeenten

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.