U bent hier

De voorzitter

ONTWERPEN VAN DECREET

Middelenbegroting en algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2004 en bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004

Algemene bespreking (Voortzetting)

De voorzitter : Aan de orde is de voortzetting van de algemene be­spre­king van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2004, het ontwerp van de­creet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Ge­meen­schap voor het begrotingsjaar 2004 en het ont­werp van decreet houdende be­palingen tot begeleiding van de begroting 2004.

We behandelen nu de thema's onderwijs, vorming en wetenschapsbeleid.

Luc Martens

In de commissie was het moeilijk om de programmaonderdelen te bespreken omwille van een aantal onduidelijkheden. Bij de bespreking heeft de minister ook een balans opgemaakt van haar onderwijsbeleid.

We verhelen de positieve aspecten niet. Er is een grote stijging van de financiële middelen, vooral dankzij de CAO'S. Dat heeft hoofdzakelijk positieve gevolgen voor de personeelsformatie. Die stijging is echter kleiner dan de totale stijging van de middelen. Dus het aandeel van de onderwijsbegroting in de totale middelen daalt.

De stijging van de werkingsmiddelen wordt in belangrijke mate geërodeerd door de stijging van de niet-onderwijsgebonden middelen. De scholen bevinden zich dus nog steeds in een moeilijke positie.

Het is positief dat de regering de groeipad naar gelijke financiële behandeling, ingevoerd door de vorige regering, volgt. De parameters zijn wel bijgestuurd zodat de scholen minder ontvangen dan geraamd. De streefcijfers worden echter niet gehaald. Er is ook nog geen nieuw financieringssysteem.

Gilbert Van Baelen

Het groeipatroon van de werkingsmiddelen is inderdaad gehandhaafd, maar er zijn ook nog bijkomende middelen. De heer Martens vindt enveloppefinanciering beter zodat scholen zelf over de besteding kunnen beslissen. Als alle bijkomende middelen zo toegekend zouden zijn, dan zou de gelijke financiering van de netten allicht al gerealiseerd zijn.

Alle parameters moeten in ogenschouw genomen worden. De bijkomende middelen zijn gelijk verdeeld. Als enkel het afgesproken groeipad gevolgd zou zijn, zou het vrij gesubsidieerd onderwijs veel minder middelen hebben.

Luc Martens

Dat hangt af van de concrete uitwerking van het systeem. Als de middelen voor personeel meegerekend worden, is het normaal dat de verhouding bijna 100-100 is.

Minister Marleen Vanderpoorten

We hebben gekozen voor extra middelen voor het basisonderwijs en voor loonsverhoging. Als dat bij de werkingsmiddelen gevoegd was, zou er al een gelijke verdeling zijn. Beleid voeren is echter keuzes maken.

Luc Martens

Bijkomend personeel inzetten zonder de werkingsmiddelen evenredig te verhogen, brengt het onderwijs in een precaire situatie. Het is nodig dat een en ander gekoppeld wordt.

Het is positief dat een aantal besparingen in het secundair onderwijs werden teruggeschroefd, maar het bijzonder secundair en het nijverheidsonderwijs voelen zich verwaarloosd.

Minister Marleen Vanderpoorten

De overheid zal nooit voldoende middelen hebben om alle scholen de noodzakelijke hoogtechnologische apparatuur te geven. De scholen moeten samenwerken, onderling en ook met het bedrijfsleven. De scholen willen dat ook, maar de top van de organisaties houden dat tegen.

Scholengemeenschap uit het basisonderwijs hebben mij schriftelijk gevraagd om hen te helpen. Zij willen netoverschrijdend samenwerken, maar mogen niet van hun koepels.

Luc Martens

Het komt me goed uit dat u schimpt op de koepels. Uiteindelijk beslissen de scholen. Dat zijn autonome VZW's en autonome inrichtende machten. De overkoepelende organisatie kan hen alleen overtuigen met argumenten.

U hebt ook bijkomende middelen voor het hoger onderwijs. De financiële toestand van de hoge scholen blijft precair, men wordt er geconfronteerd met een gemanipuleerde index, er is de problematiek van de beursstudenten en de hoge schoolstudenten worden nog steeds minder gefinancierd dan de universiteitsstudenten.

Telkens opnieuw zijn er aanzetten die echter, na verloop van tijd, blijven haperen.

De groei van het onderwijs voor volwassenen is een zeer goede ontwikkeling. Dit onderwijs heeft echter bijkomende financiële middelen nodig. Wanneer zal dit onderwijs deze middelen krijgen? Zowel het gemeentelijk, het stedelijk, het gemeenschaps- als het vrije volwassenenonderwijs is verplicht om bijkomende financiële middelen te zoeken. De goede werking en geloofwaardigheid komt in het gedrang.

Gilbert Van Baelen

CD& heeft er voor geopteerd om niet aanwezig te zijn gedurende de artikelsgewijze bespreking in de commissie. De meerderheidspartijen hebben echter een amendement ingediend om de financiële problemen van het volwassenenonderwijs op te lossen.

Luc Martens

De financiële problemen van het volwassenenonderwijs worden niet met een amendement opgelost. Pas in de loop van februari of maart van volgend jaar zal men een deel van het verschuldigde bedrag geven.

Gisteren was ik aanwezig op een vergadering met 500 scholen die 100.000 leerlingen en 17.000 leerkrachten vertegenwoordigden. Men heeft de voorbije jaren gefaald. Het onderwijs ontving het gevraagde vertrouwen niet. In zijn boek 'Trust' geeft de auteur Robert Bella aan dat er zonder vertrouwen niets kan functioneren. Ik wil dit boek hier dan ook aanbevelen.

Gedurende de vergadering van gisteren verklaarde men dat er de afgelopen jaren geen coherente, globale onderwijsvisie was. Verder was men er verbolgen dat, door de sturende instelling van de hogere overheid, het vrije initiatief wordt beknot. Bij dit laatste denkt men aan de inhoud van het onderwijs, de manier waarop deze inhoud verwerkt wordt en aan de organisatie van het onderwijs.

Bovendien vond men het ergerlijk dat de band tussen projecten en onderwijs voortdurend in vraag wordt gesteld. Zo zouden katholieke scholen het aan zichzelf verplicht zijn om ook islamonderricht te geven.

In het onderwijs wordt men ook men een steeds toenemende verantwoordingsplicht geconfronteerd en met de mythe van de meetbaarheid. Procedures worden belangrijker dan het inhoudelijke werk. Een laatste punt van ergernis was dat men de objectiveerbare verschillen tussen de onderwijsnetten maar blijft negeren.

Bij dit alles kan er dus niet omheen dat er in het onderwijs een sfeer van absolute ontgoocheling heerst. (Applaus bij CD&V)

Gilbert Van Baelen

Collega Martens gaf in zijn betoog toe dat er, gedurende de afgelopen jaren, meer financiële middelen dan ooit tevoren zijn besteed aan het onderwijs. Gedurende deze legislatuur namen de toegekende middelen met 2.5 procent toe. Of dit nu afgedwongen werd door allerlei acties, wil ik in het midden laten.

Of extra toegekende middelen soms niet beter op een andere manier konden besteed worden, wil ik het midden laten. Zo kan men zich vragen stellen rond de 3 procent lineaire loonsstijging.

Er is inderdaad al veel gebeurd. We hebben echter ook nog heel wat werk voor de boeg. Ik denk hierbij onder andere aan de financiering van het leerplichtonderwijs. Indien we het beschikbare geld echter niet hadden gebruikt, waren we in conflict gekomen met de vakorganisaties en de directies.

Laat ons voor de toekomstige werkingsmiddelen naar een 100-100 verhouding, met een plus en een min voor elke leerling. Kwaliteitsvol onderwijs en niet het net of de structuur waartoe men behoort, moet echter centraal staan. De onderwijsverstrekkers hebben immers een aantal rechten maar ook een aantal plichten.

Collega Martens vroeg zich af wat de minister eigenlijk wilde bereiken met de werkgroep voor de financiering van het onderwijs. Volgens hem wil de meerderheid in feite enkel een vaag akkoord bereiken. Ik hoop echter dat CD&V in feite helemaal geen akkoord wil.

Een ander knelpunt is de infrastructuur van het onderwijs. De Vlaamse overheid moet inderdaad belangrijke initiatieven nemen om zowel de achterstand als de toekomstige noden van het onderwijs te kunnen opvangen. Tijdens deze legislatuur heeft het onderwijs een bijkomend bedrag van ongeveer 10 miljard oude Belgische franken ontvangen.

Men moet zich echter durven afvragen wat de plaats en de rol is van de overheids- en private initiatieven. Collega Suykens besluit terecht dat het private initiatief in het onderwijs heeft gefaald. Men slaagt er immers niet in om 30 à 40 procent voor infrastructuur bestemde middelen, zelf op te hoesten.

Luc Martens

Dit is een onvoorstelbare uitspraak. Als een school deze middelen dus niet heeft, moet ze het maar vragen aan de ouders.

Gilbert Van Baelen

Het feit dat het private initiatief deze 30 tot 40 procent tot nu toe steeds zelf betaalde, is historisch gegroeid. Jarenlang waren er geen problemen. Nu zou de overheid moeten opdraaien voor dit bedrag. U beweert dat alle problemen kunnen opgelost worden met de oprichting van een patrimoniumvennootschap. Wat bedoelt u hier echter mee? Ik blijf met een aantal vragen zitten.

Het idee rond de patrimoniumvennootschap klinkt goed, maar het is belangrijk te beseffen dat een schoolgebouw geen commercieel goed is.

In het kader van de PPS-formule beweert de heer Martens dat de banken en verzekeringsmaatschappijen 1,25 miljard frank kunnen opbrengen. Als dat waar is zou men niet moeten wachten op een initiatief van de minister, maar het beschikbare geld naar voor brengen.

Buiten het privaat initiatief wordt er ook gediscussieerd over de rol van het gemeentebestuur. Moet het gemeentebestuur in de toekomst enkel als inrichtende macht handelen, of ook als regisseur? Sommigen vinden dat het gemeentebestuur eveneens zou moeten instaan voor de huisvesting van alle scholen in de gemeente, om zo beter tegemoet te kunnen komen aan de lokale noden en om de onrechtvaardige bevooroordeling van het gemeentelijk onderwijs uit de wereld te helpen.

Het debat moet spoedig worden gevoerd, want er zijn veel problemen op het terrein. De chronische onderfinanciering zal door de Vlaamse Gemeenschap nooit kunnen worden opgelost. (Applaus bij de VLD, sp·a en Groen!

Julien Librecht

Wij begrijpen dat het niet eenvoudig is in deze economisch moeilijke tijd een budgettaire invulling te geven aan de maatschappelijke engagementen uit het verleden. De schuldpositie van Vlaanderen moet bovendien herbekeken worden en de nodige afspraken moeten worden gemaakt voor een verdeling van de middelen. Toch is het niet normaal dat de SERV het verwijt maakt dat de procedures niet correct werden gevolgd en dat ze in strijd zijn met de principes van het Beter Bestuurlijk Beleid. Elke dag bereiken ons nieuwe klachten over problemen.

De hogescholen maken hun grieven kenbaar en stellen aan de kaak dat zij met dezelfde middelen meer opdrachten moeten vervullen voor meer studenten. Het Vlaamse onderwijs is als waarborg voor de menselijke ontwikkeling een maatschappelijke noodzaak. Inzake de werkomstandigheden van het personeel in de hogescholen heeft het beleid keuzes gemaakt, maar alle initiatieven bleven ondermaats.

De cultuureducatie kadert in de noodzaak om te komen tot een zo volledig mogelijke vorming. Vroeger was het omwille van het fragmentaire onderwijs vaak niet mogelijk om mensen zich ten volle te laten ontwikkelen. Nu is het doel ernaar te streven de leerling de totaliteit van zijn mogelijkheden te laten bereiken. Dit doel wordt echter nog niet behaald. Een actieve begrotingsopbouw was op zijn plaats, maar de beleidsbrief van dit jaar was eigenlijk bijna dezelfde als die van 2002. De creatieve opleidingen in de hogescholen worden stiefmoederlijk behandeld. Het aantal leerlingen in deze richtingen is fors toegenomen, maar de beschikbare middelen zijn gedaald.

Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel stelt ons voor een acuut probleem. De Nederlandstalige scholen zijn er niet meer voor de Nederlandstalige kinderen. Het aantal Nederlandstalige leerlingen is beneden de kritische grens gedaald en er heerst een grote ontevredenheid onder de ouders. Door de taalachterstand van vele leerlingen daalt de kwaliteit van het onderwijs. De praktische organisatie van een evenwichtig tweetalig onderwijs wordt hierdoor onmogelijk. Men moet dringend maatregelen en bijhorende begrotingsdaden nemen.

Ook inzake de schoolinfrastructuur kunnen de scholen hun doelstelling om de middelen optimaal in te zetten in functie van een kwalitatief onderwijs niet meer waarmaken. Voor het levenslang leren, wat een belangrijk aspect is van de volksontwikkeling, worden de middelen bevroren.

Wij kunnen enkel besluiten dat de prioriteiten van de begroting verkeerd geïmplementeerd werden. Wij zullen deze begroting dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij het VB)

André Van Nieuwkerke

Hoeveel deze regering ook in onderwijs geïnvesteerd heeft, toch zijn er nog heel wat terechte vragen naar meer. De volgende regering zal nog meer middelen moeten opzij leggen voor onderwijs. Dat zal niet evident zijn want onderwijs is nu al de grote slokop.

Precies daarom moet onderwijs inspanningen leveren om de investeringen maximaal te laten renderen. Om er zeker van te zijn dat we alles uit het budget halen, moeten we zelfs durven te twijfelen aan een aantal vanzelfsprekendheden. Scholen werken al samen, maar doen dat voorlopig nog binnen de netten. Om versnippering te vermijden moet er misschien ook over de netten heen samengewerkt worden.

Voor de sp·a is en blijft de belangrijkste onderwijsdoelstelling kwalitatief onderwijs voor alle kinderen ongeacht hun afkomst of het net waar ze onderwijs volgen. De voorbije jaren heeft deze meerderheid veel geld geïnvesteerd om de personeelsformatie van de basisscholen uit te breiden. Maar voor ons moet ook de basisomkadering op een gerichter manier gefinancierd worden.

Deze meerderheid heeft ook belangrijke inspanningen geleverd voor de schoolgebouwen en de werking. We zouden deze middelen moeten verdelen volgens andere criteria : het geld moet verdeeld worden volgens de plichten waaraan de scholen voldoen. Scholen die bereid zijn kinderen uit alle lagen van de bevolking gelijke rechten te geven, verdienen volgens ons meer personeel en werkingsmiddelen.

We moeten ook eens nagaan welke verplichtingen de scholen opgelegd krijgen van andere overheden. Omdat er geen middelen tegenover de veiligheidsvereisten, milieurichtlijnen en welzijnsvoorschriften staan, raken de onderwijsdoelstellingen in de verdrukking. We moeten de andere overheden daarover aanspreken.

De onderwijsoverheid moet zorgen voor een budget dat hoog genoeg is om de onderwijsdoelstellingen, zoals kosteloos onderwijs verstrekken te realiseren. Het mozaïekdecreet bepaalt dat scholen de ouders informeren waarvoor ze precies een bijdrage vragen. Eén op vijf scholen heeft nog geen bijdrageregeling. De hoogte van de bijdragen verschilt. Ondanks dit voorschrift weten lang niet alle ouders waar ze precies aan toe zijn.

Een goede bijdrageregeling zorgt voor duidelijkheid, maar doet de kosten evenwel niet dalen. Binnenkort moeten schoolbestuur en schoolraad bovendien overleg plegen over de bijdrageregeling. Dat zal scholen ertoe aanzetten na te denken over de kosten. Klasse publiceert een lijst met aanwijzingen om de kosten te beperken.

Omdat het best mogelijk is dat schoolraden instemmen met hoge bijdragen om het publiek elitair te houden, zal overleg alleen niet volstaan om de onderlinge verschillen te doen verdwijnen. Scholen moeten autonoom kunnen beslissen over schooluitstapjes, maar als het van sp·a afhangt komt er een maximumprijs. Dat is niet alleen duidelijk, maar garandeert ook de gelijkheid.

Eric Van Rompuy

De heer Stevaert wil alle schoolkinderen dagelijks gratis een stuk fruit aanbieden. Hoeveel zal de nieuwe socialistische onderwijsvisie kosten? Wat vindt de heer Van Nieuwkerke als onderwijsspecialist over dit voorstel?

André Van Nieuwkerke

De onderwijsfinanciering moet streven naar kosteloos leerplichtonderwijs in het kader van de gelijkekansenfilosofie. Die appel is een symbool.

Gracienne Van Nieuwenborgh

Er zijn al heel wat gemeenten waar de schoolkinderen dagelijks een stuk fruit krijgen. Voor veel kansarme kinderen is dat het enige stuk fruit. Dat kost ongeveer 2 euro. Door het voor iedereen gratis te maken, zullen alle netten ervan kunnen genieten.

Luc Martens

De sp·a ontpopt zich tot een bende sinterklazen.

Eric Van Rompuy

Het is toch niet de taak van de overheid zich met zo'n banale dingen bezig te houden.

Gracienne Van Nieuwenborgh

Dit initiatief werd opgestart vanuit een groep mensen, waaronder een aantal artsen, die bijvoorbeeld ook de borstkankerscreening organiseert.

Eric Van Rompuy

Zo worden dus verkiezingen gewonnen : mensen iets wijsmaken, en er bovendien een maatschappelijke context aan geven.

Flor Ory

Deze regering heeft veel inspanningen gedaan voor het onderwijs op alle niveaus, van kleuteronderwijs tot hoger onderwijs.

Het budget voor het volwassenenonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie stegen sterk dankzij de compensatie voor gederfde inschrijvingsgelden. Er was aandacht voor levenslang leren, gelijke onderwijskansen, de lonen, de uitvoering van de CAO's en de opmerkelijke stijging van de budgetten voor onderzoek en ontwikkeling.

De Jokerbeurs bleek een succes : er waren dit jaar in het hoger onderwijs 7000 toekenningen meer dan het jaar ervoor.

Ook voor 2004 is men bereid om de budgetten voor Onderwijs op te trekken.

Toch betreuren wij de besparingen op de infrastructuur : degelijke gebouwen zijn fundamenteel voor een goed onderwijs. Maar het is een oud zeer : minister Coens beweerde al dat het beter is te besparen op stenen dan op mensen.

Minister Marleen Vanderpoorten

Er zijn op dat vlak geen besparingen. Het budget voor infrastructuur zou ieder jaar met 2 miljard opgetrokken worden ; voor 2004 werd beslist dat eenmalig slechts met 1 miljard te doen.

Flor Ory

Gelijke financiering van de netten blijft een bekommernis, maar mag niet prioritair worden. Het verminderen van investeringen in of het minder snel laten groeien van uitgaven voor het gemeenschapsonderwijs is in dat verband niet verdedigbaar. Kwaliteitsvol onderwijs met gelijke kansen voor alle leerlingen moet het belangrijkste doel blijven. Daarom moet er meer aandacht gaan naar meer samenwerking rond bijvoorbeeld infrastructuur en leerlingenvervoer, en moeten we erover waken dat er investeringen op langere termijn gedaan worden.

Het nieuwe structuurdecreet voor het hoger onderwijs is goedgekeurd en leidt ons tot nieuwe belangrijke hervormingen, terwijl die van 1995 nog niet volledig zijn verteerd.

- de heer Norbert De Batselier, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Het systeem van de gesloten enveloppe houdt geen rekening met de sterke toename van het aantal studenten. Er moet een belangrijke inhaalbeweging gemaakt worden voor de hogescholen, waar de berekende kostprijs per student nog steeds heel wat lager ligt dan die voor een universiteits- of een humaniorastudent.

Ondanks de beloofde gelijke betoelaging voor sociale voorzieningen van hogeschool- en universiteitsstudenten blijft een kloof bestaan. Het is jammer dat deze belofte niet helemaal werd waargemaakt.

Wij roepen de minister op om bij de budgetcontrole extra inspanningen te doen ten voordele van de rechtlijnigheid en de gelijkheid, bij de afwerking van de decreten een zo groot mogelijke waarborg voor de toekomst in te bouwen, een deel van de extra middelen van Lambermont in 2005 uit te trekken om optimale omstandigheden te creëren waarin de reorganisatie kan plaatsvinden en de historische belasting voorgoed weg te werken.

Luc Martens

De voortdurende kritiek van Groen! brengt nooit iets op : het spreekt het publiek naar de mond, maar onderneemt zelf niets. De groenen blaffen wel, maar bijten niet.

Minister Marleen Vanderpoorten

De heer Ory is realistisch in zijn benadering. Dat is niet het geval voor de heer Martens, die alles tegelijk schijnt te willen. Zijn fractiecollega's verwijten de regering dat ze te veel uitgeeft; nu we realistisch zijn krijgen we te horen dat we niet genoeg realiseren.

Dirk De Cock

Politici benaderen het onderwijs te veel vanuit een politieke hoek, zodat het pedagogische aspect wel eens vergeten wordt. De noden van de kinderen zijn primordiaal. Onderwijs is belangrijk voor de toekomst van de samenleving. Onderwijs en maatschappij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De hoge kwaliteit van ons onderwijs is geen verworven recht : er moet constant over gewaakt en aan gewerkt worden.

Kernvraag van het onderwijs is hoe we onze jonge mensen tot verstandige, competente, relatiebekwame burgers kunnen opvoeden. Kansarme en allochtone kinderen hebben altijd achterstand. Toch wijst onderzoek uit dat 70 procent van de normaalbegaafden uit die groep geen onderwijs krijgt dat bij hun mogelijkheden past. De taalachterstand speelt daarin een grote rol. Het gelijke-onderwijskansendecreet (GOK) heeft gelukkig een positief stuwende werking.

In het basisonderwijs resulteerde de denkoefening in de oprichting van scholengemeenschappen. Er kwamen kinderverzorgsters en kleutertuinen voor de kleuters. Volgens mij ligt de inscholing van de kleuters trouwens mee aan de basis van de kwaliteit van ons onderwijs. In het basisonderwijs wordt positief gereageerd op de coördinatoren. Inzake de werkdruk in het onderwijs is er een verbetering. Men kan hoe dan ook niet ontkennen dat de administratieve ondersteuning, de invoering van een zorgcoördinator en van een ICT-coördinator positieve evoluties zijn.

De hervormingen in het hoger onderwijs zijn pas in voege. Een eerste evenwicht is de installatie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie-organisatie op 3 september jongstleden. De opvolgingsdecreten inzake de financiering en de studentenparticipatie zitten in de pijplijn. Voor de hogescholen is er zeker een inhaaloperatie noodzakelijk. Tot nog toe zijn daarvoor echter geen middelen gevonden.

Het volwassenenonderwijs wordt steeds belangrijker. De huizen van het Nederlands illustreren hoe de aanpak van een bepaalde problematiek het best kan worden gecoördineerd. Er gaan stemmen op om deze sector door te lichten. Men zou moeten nagaan of de middelen niet adequater kunnen worden gebruikt.

Binnen de basiseducatie bestaat de vrees dat deze sector op één lijn zou worden gesteld met de rest van het volwassenenonderwijs. Het tempo van de basiseducatie is echter heel wat langzamer. De anderstalige nieuwkomers in de basiseducatie zijn bijvoorbeeld vaak analfabeet wanneer ze het Nederlands beginnen aan te leren.

Levenslang en levensbreed leren is erg belangrijk. Het concept levenslang leren heeft overal ingang gevonden. De term levensbreed leren wordt nog niet duidelijk ingevuld. Educatie die tot volksverheffing leidt, is nochtans de beste dam tegen antidemocratische tendensen.

Het terugschroeven van de besparingen geeft iets meer ademruimte in het secundair onderwijs. Het lerarentekort is tot redelijke proporties teruggebracht, onder meer dank zij de omstreden vervangingspool. Aan de precaire situatie van de schoolinfrastructuur moet dringend verholpen worden.

Wij hechten veel belang aan participatie. Dat is de vertaling naar het onderwijs van de integrale democratie. Het verhaal van de inrichtende machten is iets van het verleden dat nog nawerkt in het heden. In werkelijkheid blijken leerkrachten en leerlingen weinig participatie te hebben in hun scholen. Misschien moeten we in de naschoolse vorming voor directies ook ruimte maken voor een onderdeel democratisch leidinggeven.

Ik besluit dat een duidelijke en soepele langetermijnvisie noodzakelijk is. Pluralisme en een correcte financiering moeten kernwoorden zijn. Deze evolutie mag niet leiden naar een nieuwe scholenoorlog, maar moeten ons helpen om het onderwijs definitief de eenentwintigste eeuw te laten binnentreden. (Applaus bij de VLD, de sp·a en bij VU&ID)

Brigitte Grouwels

Ik zal me beperken tot twee thema's, het GOK-decreet en het voorrangsbeleid Brussel.

Het GOK-decreet is vandaag overal in Vlaanderen van kracht en een aantal bijsturingen blijken noodzakelijk. Ik meen dat eenoudergezinnen als GOK-indicator moeten worden opgenomen, zoals bij de zorgverbreding het geval is. Men moet er ook voor zorgen dat broertjes en zusjes naar dezelfde school kunnen gaan. Ten slotte zou ook de indicator 'de thuistaal is niet het Nederlands' een zeker autonoom gewicht moeten krijgen.

Het project Voorrangsbeleid Brussel (VBB) krijgt in 2004 een verminderde subsidie. In september 2004 zou er geen nieuwe uitbreiding van scholen gepland zijn. Wij vragen ons af waarom. Er is immers nood aan een continuering en uitbreiding van dit project. Een ondersteuning van de basisscholen van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is echt noodzakelijk. De minister wil de verankering van het VBB opnemen in het Brussel-decreet, maar tot nog toe hebben we hiervan geen teksten gezien. Wij menen trouwens dat het VBB naar het secundair onderwijs moet worden uitgebreid. De stelling van het GOK-decreet dat alle leerlingen die in het bezit zijn van een getuigschrift basisonderwijs moeten worden beschouwd als leerlingen met thuistaal Nederlands is een absurde maatregel. De bepaling dat men de eerste graad in drie jaar zou kunnen doorlopen volstaat niet om te verhelpen aan de leerachterstand die het gevolg is van de taalachterstand van heel wat leerlingen.

Tot slot wil ik pleiten voor de uitvoering van de gezamenlijke resolutie van meerderheid en oppositie over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Deze resolutie biedt een totaalbeeld van de knelpunten. De regeling van het inschrijvingsrecht voor Brussel naar het voorbeeld van professor Verstegen en de verankering van het VVB zijn twee dringende zaken. Het zou echter jammer zijn indien het Brussel-decreet zich daartoe zou beperken. OP basis van de begroting krijg ik helaas wel die indruk. (Applaus bij CD&V)

Deze begrotingsbespreking was tot nog toe vooral een spel tussen meerderheid en oppositie. De oppositie brengt de pijnpunten naar voren en de meerderheidspartijen komen vertellen hoe goed het wel gaat.

Ik heb een andere invalshoek gezocht. Ik wil benadrukken dat we het onderwijs moeten klaarstomen voor een volwaardige deelname aan de eenentwintigste eeuw. Methoden, curricula en structuren komen onder druk te staan. We evolueren naar een nieuw onderwijstijdperk. Hiervan getuigen onder meer de investeringen in ICT en de aandacht voor het vergaren, verwerken en ordenen van informatie veeleer dan het louter van buiten leren van vooraf geselecteerde leerstof. Het Engels wordt steeds belangrijker in het onderwijs, ten koste van het Frans.

Zorgverbreding, hoekenwerk, realistisch rekenen en inclusief onderwijs zijn aan een opmars bezig. Er wordt gesproken over levenslang en levensbreed leren en over netoverschrijdende samenwerking. Dit is meer dan louter theorie. In de praktijk wordt er doorgaans ook naar gehandeld.

Wat met het welbevinden van de leerkracht en de leerling in dit verhaal? Welbevinden is de basis voor succes. In medisch-wetenschappelijke kringen leren we dat depressies één van de belangrijkste gezondheidsproblemen zijn in de wereld van vandaag. Ook Vlaanderen ontkomt hier niet aan : naar schatting 80.000 Vlaamse kinderen en adolescenten zijn depressief.

De redenen liggen misschien voor de hand maar de oplossingen niet. Het welbevinden in de school is zeker een factor. Pesten verhinderen en depressie vroegtijdig detecteren zijn directe maatregelen. Naast de uitbreiding van een aantal projecten, is onderwijs op maat noodzakelijk. Uit onderzoek blijkt dat een vroegtijdige opsporing van stoornissen helpt. Een goede voorlichting van leerkrachten en CLB-personeel is nodig.

Het welbevinden kan ook verhoogd worden door meer aandacht voor sport en spel. Huistaken moeten weldoordacht zijn en bij de evaluatie moet de nadruk op stimulering liggen.

Ook de omgeving is bepalend. Het is dan ook wraakroepend dat investeringen in schoolinfrastructuur zoveel achterstand oplopen. Scholen vragen mij om te bemiddelen bij de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs omdat hun dossier achteruitgeschoven wordt ten voordele van andere scholen, die wel pleitbezorgers hebben.

In het nieuwe innoverende onderwijstijdperk dat ons voor ogen staat, gaan onthaasting, spel en vriendschap hand in hand met leren en karaktervorming en is er voor elk kind onderwijs op maat.

De federale regering heeft maatregelen beloofd tegen het groeiende aantal zelfdodingen bij jongeren. De tijd dringt. Laat ons daar, binnen onze onderwijsbevoegdheid, werk van maken. (Applaus bij CD&V en N-VA)

Minister Marleen Vanderpoorten

Uit studies blijkt inderdaad dat Vlaanderen goed scoort op het vlak van de traditionele onderwijsopdrachten, maar slecht op het vlak van welbevinden. Mijn beleid is dan ook steeds gericht op het verhogen van het welbevinden. Ik verwijs naar de maatregelen die ik inzake zorgverbreding heb genomen. Dat moet een van de prioriteiten zijn voor de toekomst.

Ik wou het beleid niet met de vinger wijzen, maar een belangrijk probleem onder de aandacht brengen. Bij jongeren uit het secundaire onderwijs is het aantal zelfdodingen de helft van het aantal verkeersdoden.

Minister Dirk Van Mechelen

Dit begrotingsdebat is gestart in de commissie voor Financiën op 9 september. Het past dan ook om de verslaggevers en de diensten van het parlement, in het bijzonder de secretaris van de commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting, te danken voor hun inzet. Ik raad elkeen de lectuur van het lijvige verslag aan. In het bijzonder diegenen die het onderscheid tussen vastleggingen en ordonnanceringen nog niet onder de knie hebben.

Voorts wil ik ook alle sprekers van de plenaire begrotingsbesprekingen danken. De afwezigen hebben eens te meer ongelijk. Het is bewezen dat niet aan alle wensen kan voldaan worden, maar dat er keuzes moeten gemaakt worden.

Het begrotingsdebat behandelde in het bijzonder drie aspecten : het thesauriebeheer van de Vlaamse overheid, de beleidskeuzes voor 2004 en de zorg voor goed financieel management van Vlaanderen.

Uit de harde cijfers blijkt dat de Vlaamse regering de juiste keuzes heeft gemaakt. Er is geen sprake van ontsporingen. Bij het debat over de comptabiliteitsregeling moeten we een nieuw evenwicht zien te vinden tussen de klassieke begrotingsbesprekingen en rapporten of evaluaties van de beleidseffecten.

Deze Vlaamse regering heeft haar programma budgettair volledig verwezenlijkt en heeft op een weloverwogen manier gebruik gemaakt van de beschikbare middelen - in totaal besteedt Vlaanderen ongeveer 18 miljard euro. Ter staving van deze stelling wil ik 6 argumenten gebruiken.

Vooreerst heeft de Vlaamse regering een stringente budgettaire orthodoxie. Verder heeft ze de bestaande maatschappelijke noden consequent ingevuld, heeft ze voldoende aandacht besteed aan investeringen, heeft ze de schuldafbouw consequent aangepakt, heeft ze voldoende reserveringen uitgetrokken voor de toekomst en heeft ze geopteerd voor een verdere lastenverlaging voor burgers en bedrijven.

In de eerste plaats is er de budgettaire orthodoxie. Gedurende deze regeerperiode heeft de Vlaamse regering ervoor geopteerd om de strengste normen van de Hoge Raad voor Financiën (HRF) te respecteren. Dit heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat, voor de periode 1999-2002, het gecumuleerde overschot op de strengste norm van de HRF opliep tot 2,135 miljard euro.

Het besluit om dit strengste scenario te volgen betekende dat de Vlaamse regering een overschot moest boeken van 1,485 miljard euro. Indien men beide voorgaande cijfers optelt dan stelt men vast dat de Vlaamse regering voor 3.62 miljard euro aan overschotten wist te genereren. Zo kon Vlaanderen voldoen aan de verplichtingen voor het Europese stabiliteitspact en zijn geloofwaardigheid versterken in Europa. Vlaanderen behoort tot de Europese top. Internationale ratingbureaus geven Vlaanderen trouwens ook de hoogst mogelijke score inzake kredietwaardigheid.

Onze budgettaire orthodoxie bewijzen we ook door gebruik te maken van de conjunctuurprovisie. Dit is een nieuw instrument. Ik wil deze conjunctuurprovisie omzetten in een conjunctuurfonds, om op een duurzame manier de ontvangsten te kunnen afstemmen op de inkomsten. Sinds de Lambermontakkoorden zijn we immers rechtstreeks afhankelijk van de economische conjunctuur.

Ten slotte wil er ook wijzen dat we onze middelen veeleer conservatief ingeschat hebben. Zo schatte de regering de inflatie voor 2003 en 2004, 0.3 lager in dan in het meest recente economische budget. Alleen al op die manier werd een marge van 76,8 miljoen euro gecreëerd.

In de federale begroting werd de opbrengst van de gewestbelasting 64.2 miljoen euro hoger geraamd dan Vlaanderen ze inschrijft. In de wetenschap dat de fiscale capaciteit ook in 2004 zal stijgen met een geraamde opbrengst van 40 miljoen euro, betekent dit dat in de Vlaamse begroting voor 2004 een buffer zit van 219 miljoen euro. Die zal wel tegengeboekt worden door een aantal tegenvallers, zoals de noodzaak tot meer uitgaven voor het VFSIPH.

Deze Vlaamse regering heeft ook consequent de maatschappelijke noden ingevuld. Onderwijs slorpte 42.13 procent van de beschikbare middelen op. Aan welzijn en gezondheid werd 12.43 procent besteed, aan lokale besturen 9.73 procent en aan wegen- en waterwerken 6 procent. Milieu-uitgaven bekleden de vijfde plaats.

Dit zijn realistische keuzes. De witte woede werd weggewerkt en voor het onderwijs kwam er een nieuwe CAO. Die CAO 6 kostte ons in deze regeerperiode in totaal 700 miljoen euro aan bijkomende middelen.

Minister Landuyt heeft ook een oplossing uitgewerkt voor de problematiek van de nepstatuten. Talloze mensen kregen eindelijk zicht op een volwaardige arbeidsplaats. Werkgelegenheidsinstrumenten zoals werkwinkels, vorming en vliegende brigades werden verder uitgewerkt. Vlaanderen blijft ook verder investeren in (basis)mobiliteit en verkeersveiligheid.

Met deze begroting werd ook ten volle geopteerd voor een versterking van het sociaal-economisch relancebeleid. Aan de reguliere begrotingsmiddelen moet men in dit verband de middelen van het FFEU en de BAM toevoegen.

Collega Van Grembergen heeft ook resoluut extra middelen vrijgemaakt voor onze Vlaamse steden en gemeenten. Deze regering heeft dus gepoogd om onze gemeenten een stabiele financiële basis te bezorgen. Om de socio-economische uitdagingen te kunnen pareren, werd er voor een totaal bedrag aan 175 miljoen euro ingeschreven. Deze financiële middelen kunnen de komende weken en maanden ingezet worden.

Het Vlaams Parlement moet voortdurend over het socio-economische relancebeleid waken. Vlaanderen wil duidelijk kiezen voor een aantal speerpuntsectoren. Men moet de keuzes echter breed genoeg maken. Vlaanderen moet opteren voor de kennismaatschappij maar de Vlaamse regering heeft de plicht om ook het industriële weefsel kansen te bieden. Zo was ik persoonlijk een fervent voorstander van de verlaging van fiscale lasten op ploegenarbeid. Na het Renault-debacle was het Ford-debacle onze zoveelste les in nederigheid. Beslissingen worden niet langer uitsluitend in Vlaanderen genomen. We mogen echter niet pessimistisch worden. De recente successen van Volvo en Opel bewijzen immers dat het ook anders kan.

Vlaanderen werkt ook aan de uitbouw van de logistieke sector. Van het Deurganckdok zal er bijvoorbeeld een enorme impuls uitgaan. Uiteindelijk zal deze investering zorgen voor 5.000 tot 6.000 nieuwe jobs.

Vlaanderen moet op alle fronten vechten. De Vlaamse regering moet zich inspannen voor de uitbouw van de kenniseconomie, van de logistieke sector en van het industriële weefsel.

De verdere schuldafbouw is een vierde beleidslijn van deze begroting. De schuldafbouw was noodzakelijk voor de invoering van de euro. In 1999 had Vlaanderen nog een schuld van 6 miljard euro. In 2004 zou deze schuld tot 2.7 miljard moeten gedaald zijn. De trend is gezet. Deze Vlaamse regering heeft gedurende de hele regeerperiode geen enkele euro geleend en heeft geen enkele uitstaande lening moeten verlengen.

Sommigen hebben de vraag gesteld of het nuttig is de klemtoon te leggen op de schuldafbouw. Ik denk dat dit een essentieel pad is dat moet worden doorgetrokken Elk miljard euro dat wordt afgelost betekent een toename van 63 miljoen euro aan beleidsruimte. Tijdens deze regeerperiode werd op die manier meer dan 300 miljoen euro verworven. De schuldafbouw is ook een verstandige maatregel tegen de vergrijzing. In 2010 zal de Vlaamse schuld gedaald zijn tot 210 euro per burger.

Over de zorgverzekering heb ik de voorbije dagen geen kritiek gehoord, dus ik denk daaruit te mogen besluiten dat dit instrument naar behoren functioneert. Eind 2004 zullen de opgebouwde reserves in het Zorgfonds meer dan 454 miljoen euro bedragen. Per jaar investeert men meer dan 5,3 miljoen euro in het Vlaams Pensioenfonds.

Sonja Becq

Ik heb wel een opmerking gemaakt over de zorgverzekering. Ik betreur het dat de tekorten in de gehandicaptensector deels werden opgevuld met geld uit het Zorgfonds.

Minister Dirk Van Mechelen

Minister Byttebier heeft daarop een sluitend antwoord gegeven.

Een volgende beleidskeuze toont duidelijk het verschil tussen deze paars-groene regering en de oppositie. De regering heeft beslist de groei van de middelen niet integraal aan te wenden, maar een deel ervan te gebruiken voor het doorvoeren van lastenverlagingen. Die vormen een sociale maatregel, want ze werken met centen en niet met procenten. Ze hebben een totale waarde van 2,88 miljard euro. Ongeveer 520 miljoen euro daarvan kwam van de afschaffing van het kijk- en luistergeld, wat een lastenvermindering van 225 euro per gezin betekende. Ook werden de afcentiemen, de registratierechten, de successierechten, de heffingen op de schenkingen en vele andere lasten verminderd. De paars-groene regering heeft ervoor gekozen door lastenverlaging een aantal doelstellingen te realiseren. De verlaging van de registratierechten heeft bijvoorbeeld niet geleid tot een verlies van inkomsten, ondanks de doemscenario's die werden voorspeld. Dit beleid moet verder gemodereerd en gemoduleerd worden.

In deze begroting stegen de middelen voor Onderwijs met 265 miljoen euro, wat wijst op een grote inspanning van de regering. De middelen voor Welzijn stegen met 124 miljoen euro en die voor steden en gemeenten met 53 miljoen euro. Het budget van Openbare Werken is gestegen met 68,4 miljoen euro, terwijl Cultuur met een stijging van 3,17 procent een verdubbeling van het budget kende tijdens deze regeerperiode.

Wat zijn de uitdagingen van de toekomst? Men zal de sociaal-economische relatie op een consequente wijze moeten verbeteren. In 2003 kon men een verbetering waarnemen doordat het aantal faillissementen afnam met 8,3 procent. Deze evolutie moet ook in 2004 worden aangehouden. De werkloosheid in Vlaanderen moet herleid worden tot minder dan 7 procent. Dit moet niet enkel gebeuren door het creëren van kennisjobs, maar ook door de nodige aandacht te besteden aan arbeidsplaatsen voor laaggeschoolden.

Vlaanderen is een land met vele KMO's, wat ons in staat stelde de algemene Europese economische crisis te doorstaan. Er moet meer werk gemaakt worden van het ondersteunen van starters. Wanneer sommige oppositieleden de bemerking maken dat er vier financieringskanalen voor starters komen, vind ik dat nog steeds beter dan geen. Ik hoop dan ook dat morgen het decreet over het ARKimedesfonds kan worden goedgekeurd.

Dat de overgang van de oude naar de nieuwe economie niet vlekkeloos zal verlopen mag blijken uit het banenverlies bij Ford. Om deze overgang succesvol te maken moet de overheid de nodige aanzetten geven en werk maken van modernisering.

Het realiseren van de sociaal-economische uitdagingen gaat niet zonder aandacht te besteden aan de welzijnssector, die om transparante en duurzame oplossingen vraagt. Het vinden van deze oplossingen is steeds een erezaak geweest voor de kabinetten Dewael en Somers. Minister Byttebier heeft aangetoond welke middelen werden toegewezen aan het Vlaams Fonds. Zij heeft daarbij aangehaald dat de huidige middelen onvoldoende zijn en dat men een mogelijkheid moet vinden om deze te verhogen.

Om het hoofd te bieden aan de vergrijzing moet de regering blijvend investeren in het Zorgfonds en de schuldafbouw. De debatten hierover moeten voorbereid worden over de partijgrenzen heen.

Ook het voeren van een duurzaam milieubeleid is een uitdaging voor de toekomst. Twijfels aan het Kyotoprotocol zijn niet gerechtvaardigd. Er moet een redelijke samenwerking komen tussen de overheid, de werkgevers en de werknemers om de vooropgestelde doelstellingen te halen. Investeringen in energietechnologieën en milieutechnologie zijn daarbij noodzakelijk.

De Vlaamse regering heeft in de mate van het mogelijke de lokale besturen van bijkomende middelen voorzien. Tijdens de volgende regeerperiode zal dit proces moeten worden voortgezet, aangezien de financiële positie van de gemeenten door externe omstandigheden is verzwakt. Volgens mij is de enige oplossing voor dit probleem het aanwenden van een deel van de Lambertmontgelden.

Deze regering heeft fors geïnvesteerd in infrastructuur. De renovatie van de Antwerpse ring is geen plezante opdracht. We hebben toch in de nodige middelen voorzien omdat we verantwoordelijkheid nemen. Door consequent te investeren in verkeersveiligheid en mobiliteit heeft het openbaar vervoer aan belang gewonnen.

Meerderheid en oppositie zijn de komende zes maanden verplicht Vlaanderens orthodoxe begrotingsbeleid samen voort te zetten. We moeten de trendbreuk voortzetten. De budgettaire behoeften in de onderwijs, welzijn en cultuur moeten bevredigd worden. Daarnaast moeten we onze tariefpolitiek voortzetten, net zoals de lastenverlaging. We hebben de schuld gehalveerd en een Zorgfonds aangelegd. Ten slotte blijft het investeringsritme op peil.

Deze begroting vertaalt ons regeerprogramma. We moeten blijven streven naar transparantie en kostenefficiëntie want elke euro uit deze begroting is belastingsgeld. We zullen ook de laatste zes maanden van deze regeerperiode verantwoord omspringen met de inspanningen van onze bedrijven en burgers. (Applaus bij de VLD, sp.a, Groen! en VU&ID)

Minister Bart Somers

Omdat dit de laatste begroting van deze regeerperiode is, maak ik van de gelegenheid gebruik om terug te blikken op de voorbije 5 jaar. In vaak moeilijke economische omstandigheden heeft deze regering de openbare financiën voort gesaneerd, geïnvesteerd in maatschappelijke behoeften en ten slotte de fiscale en de parafiscale druk verlaagd.

Nu geen enkele Europese overheid een evenwicht vindt tussen inkomsten en uitgaven slagen wij er voor de zevende opeenvolgende keer in een begroting met een overschot in te dienen. In Vlaanderen werd de openbare schuld op vijf jaar tijd teruggebracht van 6 tot 2,8 miljard euro. Daardoor zullen we er tijdens de volgende regeerperiode opnieuw in slagen op alle maatschappelijke uitdagingen in te gaan.

Vijf jaar lang is deze regering ingegaan op alle belangrijke maatschappelijke uitdagingen om de levenskwaliteit en de kansen van de burgers te vergroten. We investeren dit jaar 60 miljard frank meer in onderwijs dan in 1999. Het welzijnsbudget is op vijf jaar tijd met 766 miljoen euro gestegen. Het budget voor Cultuur en Jeugd is in dezelfde periode met 140 miljoen euro toegenomen.

Daarnaast kiezen we dit jaar opnieuw nadrukkelijk voor infrastructuurinvesteringen door extra middelen uit te trekken voor het Deurganckdok, het Masterplan Antwerpen en de prefinanciering van NMBS-investeringen.

Daarnaast heeft de Vlaamse regering er bewust voor gekozen om de belastingen van burgers en ondernemingen jaarlijks met 930 miljoen euro te verminderen. Op een moment dat de fiscale druk in dit land boven het Europese gemiddelde zit, kiezen wij op deze manier voor meer welvaart en welzijn.

Deze meerderheid heeft nadrukkelijk gekozen voor belastingverlaging, schuldverlaging en investeringen. CD&V verwijt ons de schuld niet genoeg afgebouwd te hebben. We hadden volgens hen meer moeten doen voor onderwijs, welzijn en in de zorgsector. Maar het CD&V-alternatief behoudt de hoge fiscale druk. De burgers hebben de keuze tussen ons en CD&V, die de belastingen wellicht nog wil verhogen.

Eric Van Rompuy

Wij hebben duidelijk aangetoond dat deze regering de facturen gewoon doorschuift. Na de verkiezingen moeten we besparen en kunnen we niet alle beloften nakomen. Wij willen dat elk kind gelijk behandeld wordt in het onderwijs. De beloften aan de welzijnssector moeten nagekomen worden. Wij willen 15.000 nieuwe sociale woningen. Wij willen meer kinderopvang.

Deze regering doet alsof alles betaalbaar is. Als er moet gekozen worden, geven wij een voorkeur aan de maatschappelijke behoeften. Wij hebben een voorstel. De meerderheid heeft er een. Aan de kiezer om erover te oordelen.

Minister Bart Somers

De keuze wordt inderdaad heel duidelijk. Deze regering komt jaar na jaar met overschotten voor de dag. Deze regering halveert haar schulden. Deze regering investeert 60 miljard frank meer in onderwijs dan tijdens het laatste jaar dat CD&V in de regering zat. Deze meerderheid mag er trots op zijn dat ze geïnvesteerd heeft, de schulden gehalveerd en de fiscale druk verlaagd.

Eric Van Rompuy

De kabinetten van de ministers Vanderpoorten en Somers houden morgen een persconferentie over de bouwachterstand in het onderwijs. Heel wat schooldirecties wachten op hun bouwsubsidies. Hiermee wordt bewezen dat de ministers niet in staat zijn hun facturen te betalen.

Tijdens de 11- juliverklaring kondigde de minister-president voor 2004 een moeilijk jaar aan, waarin veel zou moeten bespaard worden om niet in het rood te komen. Maar er wordt helemaal niet bespaard. Er worden simpelweg facturen doorgeschoven naar de volgende regeerperiode.

Minister Bart Somers

Wij zullen de Vlaamse openbare financiën kerngezond achterlaten. Wij weten dat tijdens de volgende legislatuur de middelen van de Vlaamse overheid vanaf 2005 substantieel zullen toenemen dankzij het Lambermontakkoord. Het is een goede zaak dat de Vlaamse regering blijft nadenken over nieuwe vormen van publiek-private samenwerking om aan de infrastructuurbehoeften te kunnen voldoen.

Luc Martens

Ik vraag het woord op grond van het Reglement.

De voorzitter

Het Reglement zegt dat de voorzitter het woord verleent. Uw fractie heeft al een ruime spreektijd gekregen.

Luc Martens

Ik ervaar daarbij een zekere selectiviteit.

De voorzitter

De spreektijd werd afgesproken in het Bureau. Ik heb de CD&V-fractie bovendien een ruimere tijd toegekend, omdat ik als voorzitter van mening ben dat zij daar als grootste oppositiepartij recht op heeft.

Minister Bart Somers

In de septemberverklaring heeft de Vlaamse regering zich ertoe verbonden tijdens het laatste jaar van de regeerperiode - voor iedere regering een moeilijk jaar - haar energie maximaal te richten op een sociaal-economische relancepolitiek.

De macro-economische indicatoren van de voorbije maanden tonen dat de internationale economie zich herpakt en dat het ondernemersvertrouwen en de groeiverwachtingen terugkeren. Dit is het ideale moment voor de overheid om impulsen te geven tot economisch herstel. Daarom zochten wij vanuit de Vlaamse regering meteen zo veel mogelijk maatschappelijke steun voor een aantal zeer concrete voorstellen en acties die tot het economisch herstel kunnen bijdragen. Wij organiseerden het overleg met de werknemers- en de werkgeversorganisaties. De werknemers en vakorganisaties namen op een enthousiaste manier aan dit ongewone initiatief deel en kwamen met positieve voorstellen. Dit stemt me hoopvol.

Wij hebben ons door het opzetten van een conferentie in dit laatste jaar van de regeerperiode zeer kwetsbaar opgesteld ten aanzien van de oppositie. We riskeerden daarmee de kritiek dat we nu nog vlug iets organiseren om een zekere passiviteit van de voorbije jaren goed te maken. Dat is nochtans niet zo. Tijdens geen enkele regeerperiode werden dergelijke inspanningen gedaan voor bijvoorbeeld de sector van de autoassemblage.

We plaatsten onszelf in een catch 22-positie. Ofwel koos de regering ervoor een langetermijnvisie te ontwikkelen waarbij zij opdrachten meegeeft voor een volgende ploeg, ofwel beperkte ze zich tot maatregelen die op enkele maanden tijd konden gerealiseerd worden. Beide mogelijkheden staan uiteraard bloot aan kritiek. Maar onze regering combineerde ze. De langetermijnvisie is er wel degelijk. Over de grenzen van meerderheid, oppositie en sociale partners heen is er weinig verschil in mening wat de grote uitdagingen betreft. Verschillende analyses wijzen erop dat Vlaanderen, wil het zijn toekomst veilig stellen, voor de drie sporen van de septemberverklaring moet kiezen.

Het eerste spoor is dat van de competitiviteit met de buurlanden. Daarin ligt een enorme taak voor zowel de federale als de Vlaamse overheid. Daarom kozen wij ervoor het gewestelijke aandeel van de onroerende voorheffing af te schaffen en de energiepolitiek goed de structureren, uiteraard met inachtneming van de ecologische aspecten en in overleg met de grote bedrijven.

Het tweede spoor is dat van de logistiek. Wij zijn het logistieke hart van Europa; we moeten er de komende jaren in blijven investeren. Het is een zeer goede zaak voor Vlaanderen dat P&O gisteren aankondigde dat het dankzij de aanpak van het Deurganckdok 1.500 directe arbeidsplaatsen kan creëren. Ik verwijs tevens naar prefinanciering van de Liefkenshoekspoortunnel, naar de 3 miljard investeringen om Antwerpen mobiel te houden, naar de felicitaties vanwege de confederatie van de bouw, en naar de inspanningen van collega Van Mechelen voor de virtuele mobiliteit.

Een derde spoor is de sprong naar de kenniseconomie. In De Tijd was vandaag te lezen dat Vlaanderen nu al 2,68 procent van zijn Bruto Regionaal Product investeert in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O). De doelstelling van Lissabon om in 2010 tien procent van het BNP te besteden aan O&O willen wij in Vlaanderen reeds halen in 2007.

Luc Van den Brande

De minister-president vertelt niets nieuws. Ik ben blij dat er na drie of vier jaar van totale stilstand eindelijk iets gebeurt. De minister-president kondigt een aantal initiatieven aan die reeds heel lang in de pijplijn zitten of waaraan hij geen enkele verdienste heeft. Veel dingen zijn gebeurd ondanks de Vlaamse regering.

Minister Bart Somers

Dat moet ik betwisten. We hebben een succesvolle politiek gevoerd. Inzake O&O behoort Vlaanderen tot de Europese top. Denk maar aan IMEC, aan de VIB of aan de nieuwe excellentiepolen.

Tijdens de ondernemingsconferentie werden afspraken gemaakt rond een vijftal pakketten van maatregelen die we maximaal willen realiseren tijdens deze regeerperiode.

Wie een versterkt ondernemingsklimaat wil realiseren, moet daarmee beginnen in het onderwijs. Daarom hebben we afgesproken dat het ondernemerschap in de eindtermen zal worden opgenomen. We zien ook iets in het idee van CD&V om extra te investeren in stages en uitwisselingsprojecten die scholieren en studenten vertrouwd moeten maken met de ondernemingswereld. We plannen ook een aantal andere maatregelen om meer mensen ervan te overtuigen met een eigen onderneming te starten. Een voorbeeld is het plan om starters maximaal te ontlasten van administratieve verplichtingen.

We hebben ook een pakket van maatregelen uitgewerkt om meer kanalen te openen waarlangs risicokapitaal kan worden gemobiliseerd : rechtstreeks van de overheid naar innoverende bedrijven via de talentenbank, via vriendenleningen, het Nederlandse Tante-Agaatsysteem, door het stimuleren van steun aan startende ondernemers door privé-personen en ten slotte door het ARKimedesfonds dat hopelijk morgen zal worden goedgekeurd.

De industrie vraagt zich af of Vlaanderen kan helpen bij het ondernemen. Het antwoord van de ondernemerschapsconferentie was positief. We hebben de ambitie om tijdens deze regeerperiode nog een reeks van maatregelen te realiseren. Samen met minister Bossuyt zal een beleid worden ontwikkeld inzake energie. Nog tijdens deze regeerperiode willen we 1.000 hectare extra industrieterreinen aansnijden. We zullen ook het systeem van de expansiesteun beter afstemmen op e behoeften van de ondernemingen. We doen ook inspanningen om van Flanders Innvestment and Trade een zeer offensief instrument te maken. Ten slotte willen we ook investeringen doen op het vlak van de milieutechnologie omdat we denken dat er daarvoor een markt is.

We willen ook een flankerend beleid voeren. Met een nieuw beleid van kinderopvang willen we jonge gezinnen de kans geven om meer te participeren aan de arbeidsmarkt. We zullen ook nagaan hoe we de basismobiliteit kunnen versterken met het oog op het woon-werkverkeer.

Ten slotte willen we ook de sociale economie versterken. Zij zorgt ervoor dat sommige mensen die moeilijk kunnen participeren aan de arbeidsmarkt, meer kansen krijgen. We willen een excellentiecentrum bouwen rond verantwoord en duurzaam ondernemen. Binnen de sociale economie willen we ook meer bedrijfstechnische instrumenten introduceren.

Deze maatregelen zullen elk op zich niet voor een grote doorbraak zorgen. De heer Van Rompuy meent dat het wellicht beter is één sterke maatregel te nemen dan een batterij van maatregelen. Ik ben ervan overtuigd dat we een heel instrumentarium nodig hebben om het ondernemerschap in Vlaanderen meer kansen te bieden. Dit willen we maximaal realiseren vóór de verkiezingen.

Met de top van de Vlaamse administratie hebben we afgesproken dat er tegen januari twee scoreborden zullen worden uitgewerkt, zoals de heer Tobback suggereerde, één voor de afspraken van de ondernemerschapsconferentie en één voor de maatregelen die tevoren reeds waren afgesproken. Bij iedere maatregel zal ook een realistisch tijdschema worden vermeld. De beide scoreborden zullen op het internet worden bekendgemaakt.

Op de ondernemerschapsconferentie hebben we met de werkgevers en met de vakbonden afgesproken dat we nog vóór de verkiezingen twee of drie keer zullen samenkomen om te evalueren of de Vlaamse regering haar verbintenissen is nagekomen. Heel wat maatregelen kunnen nog worden gerealiseerd. Sommige maatregelen zullen we echter niet meer volledig kunnen implementeren, maar we zullen wel nog een deel van het pad kunnen afleggen.

Het CD&V-alternatief bevat heel wat maatregelen die op korte termijn niet kunnen worden gerealiseerd omdat ze een staatshervorming vergen. Het is het voorrecht van de oppositie dat ze zich kan permitteren om dergelijke voorstellen te doen. Voor de rest sluiten de CD&V-voorstellen nauw aan bij die van de Vlaamse regering. Er is dus een draagvlak voor het werk dat we doen.

Vermits ik het heel belangrijk vind te weten wat de oppositiepartijen zeggen heb ik op de website van het Vlaams Blok ook gezocht naar het standpunt van deze partij over de versterking van het ondernemerschap. Ik heb echter niets gevonden en dat vind ik merkwaardig. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, Groen! en VU&ID)

Deze regering is erin geslaagd drie belangrijke ambities hard te maken. Tegelijkertijd heeft ze een nieuwe impuls kunnen geven aan het sociaal-economisch beleid. Het is niet onze bedoeling uit te bollen tot de verkiezingen. We willen zo lang mogelijk blijven werken om zo veel mogelijk maatregelen waartoe we ons hebben verbonden, ook uit te voeren. Ik ben ervan overtuigd dat ook het Vlaams Parlement de komende maanden in dezelfde geest zal voortwerken.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.