U bent hier

De voorzitter

Aan de orde is het actualiteitsdebat over de afbakening van de kwetsbare gebieden.

De bespreking is geopend.

André Denys

Op dit ogenblik ben ik in verwarring. Voor het eerst in mijn politieke loopbaan maak ik het mee dat de oppositie staakt. Toen wij in de oppositie zaten, zijn we meermaals weggegaan voor de stemmingen, maar we hebben nooit geweigerd aan de debatten deel te nemen, zoals nu het geval is. Men kan zich dan ook afvragen hoe de oppositie haar parlementaire opdracht vervult.

Ik ben echter ook in verwarring gebracht door de interviews van minister Dua. Als lid van de regering valt ze de werkwijze van de regeringsleider aan en daar til ik zwaar aan. Ik geloof immers in de politiek en wil de antipolitiek bestrijden. Meningsverschillen tussen regeringsleden heb ik in mijn parlementaire loopbaan vaker meegemaakt, maar dit nog nooit. Van een fractieleider kan ik een dergelijk interview aanvaarden. Ik heb dan ook geen enkel probleem met het interview van de heer Sannen in De Morgen, ook al ben ik het niet eens met sommige van zijn uitspraken. Maar als men niet meer kan functioneren in een regeringsploeg waartoe men toch wil blijven behoren, waar blijft dan de coherente visie?

Binnen de VLD behoor ik niet tot de grootste voorstanders van paars-groen. Toch vond ik dit de juiste formule voor deze regeerperiode, na veertig jaar regeren met de christen-democraten. Binnen deze context ben ik een grote verdediger van het paars-groene project, van de regeringsleider en van de verschillende regeringsleden. Als we het geloof in dat project willen behouden, moeten we zorgen voor samenhang binnen de regeringsploeg.

Het beeld dat de minister schept alsof de minister-president aan 'Dua pesten' zou doen, stemt niet overeen met wat ik ervaar in de partijbureaus en de fractievergaderingen. Er is soms wel discussie over de aanpak van minister Dua, maar nooit heb ik ervaren dat het de bedoeling zou zijn haar te pesten.

Dit debat is noodzakelijk, zeker na vanmorgen. De VLD-fractie wil immers duidelijkheid over het standpunt van minister Dua in het dossier van de kwetsbare gebieden. Vorige week vrijdag viel er binnen de Vlaamse regering een beslissing over dat dossier, maar nu is er twijfel ontstaan over de manier waarop de minister het tegenover Europa zal verdedigen.

Om dit probleem in zijn context te plaatsen, moet ik kort de historiek schetsen van de nitraatrichtlijn en van de kwetsbare gebieden. De kern van het debat is het spanningsveld dat in het begin van de jaren negentig is ontstaan tussen landbouw en ecologie. De bredere invalshoek is onze geloofwaardigheid ten opzichte van Europa en ons verzoek aan Europa om mee te werken aan een realistische oplossing.

Het debat dreigt gehypothekeerd te worden door een aantal handicaps : de geblokkeerde situatie bij het begin van de legislatuur, het laattijdig indienen van het voorstel bij Europa en het gebrek aan Vlaamse eensgezindheid om het voorstel te verdedigen.

Bij het begin van deze regeerperiode was het dossier van de overbemesting volledig geblokkeerd, omdat de toenmalige CVP haar verantwoordelijkheid niet durfde op te nemen. Onder druk van de Boerenbond was immers beslist om het dossier op te schorten totdat Europa zich had uitgesproken over de vergoedingen. Wij hebben ons daar steeds tegen verzet. De blokkering was onverantwoord, gezien de stijgende mestoverschotten, de minimale inspanningen op het vlak van mestverwerking, de toenemende jacht op landbouwgronden en de steeds slechtere resultaten van de grondwatermetingen.

Wij hebben ervoor gezorgd dat MAP 2 werd gedeblokkeerd en hebben MAP 2bis laten goedkeuren. Daarbij werd er eindelijk echt werk gemaakt van mestverwerking; de nutriëntenhalte werd ingevoerd; er kwam een strengere uitrijregeling; de normen werden scherper gesteld; er werden middelen uitgetrokken voor warme sanering.

Jos Bex

Uit de commissieverslagen blijkt dat de heer Denys het mestverwerkingsplan wilde afwachten vooraleer er een beslissing werd genomen. De heer Denys moet eerlijk zijn over de standpunten die hij zelf in het verleden heeft ingenomen.

André Denys

Ik zal dadelijk reageren op uw opmerking, die past in het vervolg van mijn betoog.

De VLD heeft in het verleden herhaaldelijk blijk gegeven van politieke moed. Zo hebben we ons steeds verzet tegen de mestlekken naar Wallonië. Onze houding heeft geleid tot een mentaliteitswijziging. De sector werd geresponsabiliseerd. Voor het eerst formuleerden de landbouworganisaties zelf voorstellen.

Gezien de moed waarvan de VLD in het verleden blijk heeft gegeven, erger ik me aan bepaalde perscommentaren die het doen voorkomen alsof de VLD geen inspanningen heeft gedaan.

Tijdens deze regeerperiode is er één fout gemaakt : het dossier over de kwetsbare gebieden werd te laat voorgelegd aan de regering. Het dossier was daarom nog niet voldragen toen het eind 2001 moest worden voorgelegd aan Europa. De wetenschappelijke onderbouw van het rapport was betwist. De laattijdige indiening heeft Europa negatief beïnvloed. Er zjin verschillende oorzaken voor de laattijdigheid : de minister heeft het dossier onderschat, de milieu-organisaties hebben het te zeer behandeld als een symbooldossier en de landbouwsector heeft mogelijk te lang de indruk gewekt akkoord te gaan met de meetmethodes. Daardoor kon er niet tijdig een open debat plaatsvinden dat de sector moest responsabiliseren.

De VLD-fractie zag toen nog slechts één uitweg : het onafgewerkte voorstel van de minister goedkeuren en een herziening vragen van het meetsysteem. De minister-president heeft dan het standpunt van de landbouwsector overgenomen om het dossier nog enkele maanden uit te stellen, totdat er een definitieve regeling op papier stond. We waren intussen toch al te laat.

We hebben op deze manier nooit valse verwachtingen pogen te creëren. De boeren willen immers de waarheid. In het verleden hebben we bewezen dat we ons niet lop sleeptouw laten nemen door de landbouworganisaties : de invoering van de nutriëntenhalte stuitte op zware kritiek in de landbouwsector en bij CD&V. Ook nu gaan we onze verantwoordelijkheid niet uit de weg : we steunen het huidige voorstel. We zijn nooit ingegaan op vragen van landbouwers om een kaart op hun maat te maken.

Het voorstel is correct. Heel Vlaanderen is potentieel kwetsbaar maar het accordeonprincipe wordt toegepast. De sector wordt geresponsabiliseerd. Op basis van een verfijnd meetnet wordt er een sociale controle ingevoerd. Daarom zal elke landbouwer alles doen om onder de grens van 50 milligram nitraat per liter water te blijven.

De Bond Beter Leefmilieu spreekt schamper over een kaart van gekwetste gebieden. Hij pleit voor de toepassing van een ongenuanceerd voorzorgprincipe waarbij alles wat potentieel kwetsbaar is, als kwetsbaar ingevuld moet worden. Als men dat principe vandaag zou toepassen op de biologische landbouw, dan moet men daarmee stoppen tot het garantiesysteem 100 procent sluitend is. Anders is er een potentieel gevaar voor vergiftiging. Terecht denkt niemand eraan om dat te eisen.

Door de laattijdigheid staan we in het defensief tegenover Europa. Dat betekent echter niet dat we verloren zijn. Paars-groen heeft op het federale niveau bewezen dat ze vanuit een slechte positie Europa toch kon overtuigen. Dat was onder meer het geval in de dioxinecrisis, in het mond- en klauwzeerdebacle en met de BSE-ziekte. Europa moet weten dat paars-groen een offensieve politiek voert. We moeten echter zelf geloven in de voorgestelde oplossing. Dit debat is dan ook noodzakelijk. De VLD-fractie wil weten of minister Dua gelooft in de voorgestelde oplossing. Wil ze deze oplossing met overtuiging verdedigen in Europa? Ik twijfel daaraan. Ik heb immers de indruk dat de minister de actie van europarlementslid Staes indekt.

We hebben argumenten om ons te verdedigen in Europa. Om Europa te overtuigen moeten we evenwel zelf overtuigd zijn. Ik hoop dat dit debat daarin duidelijkheid schept. (Applaus bij de VLD)

Jacky Maes

Het ziet er niet naar uit dat we de landbouwers een dienst bewijzen met dit debat, waarvan de relevantie ontbreekt. Europa wil dat er minder bemest wordt omdat de nitraatvervuiling van het grondwater moet afnemen. De boerenoorlog over het MAP en de kwetsbare gebieden duurt voort en de broodwinning van de boer blijft onzeker. Ik weet niet of de demarche van de minister-president veel aan de inhoud zal veranderen. Ik hoop dat hij op voorhand informatie ingewonnen heeft bij de Europese Commissie over de slaagkansen van de afbakening van 46 procent. Het wekken van illussies is immers geen goede zaak voor de landbouwers.

Er zijn verschillende documenten en onderzoeken die stellen dat Vlaanderen ofwel volledig ofwel vrijwel volledig moet aangeduid worden als kwetsbare zone. Volgens deskundigen zijn niet alle documenten goed onderbouwd. De sp·a

heeft al verschillende keren gesteld dat ze voorstander is om volledig Vlaanderen als kwetsbare zone water aan te duiden. We hebben ons standpunt evenwel niet opnieuw tegenover de pers verduidelijkt om het democratisch overleg binnen de Vlaamse regering niet te hypothekeren.

Tijdens de onderhandelingen over de 54 procent heeft de sp·a verschillende keren gesteld dat ze geen probleem heeft met de totale oppervlakte nieuw voorgestelde kwetsbare zones water, integendeel : die oppervlakte is voor onze fractie zelfs te klein. Voorts betreurt de sp·a dat veel te weinig rekening gehouden is met de kwetsbaarheid van het ondiepe grondwater. Onze fractie heeft bedenkingen bij de gehanteerde afbakeningsmethode en vraagt daarom een bijkomende wetenschappelijke doorlichting.

Dat standpunt is niet alleen ingegeven door een bekommernis voor het leefmilieu, maar door een rechtvaardigheidsgevoel. Voor de stikstofbelasting van het opppervlaktewater in Vlaanderen is de landbouw voor 57 procent verantwoordelijk. De vraag is dan ook of men de landbouwers in de hydrografische zones met slechts één MAP-meetpunt strenge maatregelen kan opleggen, terwijl er geen maatregelen genomen worden voor de huishoudens en de industrie die verantwoordelijk zijn voor de overige 43 procent van de stikstofbelasting.

Het is niet correct te stellen dat de beslissing van de Vlaamse regering misdadig is door ongeveer 8 procent van de door minister Dua voorgestelde kwetsbare zone af te nemen. De oorspronkelijk voorgestelde oppervlakte van 54,4 procent was niet goed onderbouwd. Het nieuwe afbakeningsvoorstel van 46 procent is dat wel. De methodiek van de aanduiding van kwetsbare zones water is aanzienlijk verbeterd. We hebben de indruk dat noch de heer Staes, noch de Europees Commissaris voor Leefmilieu op de hoogte zijn van de gebruikte criteria. Het is spijtig te moeten vaststellen dat de verantwoordelijken en de beleidsvoorbereiders binnen de Europese Commissie niet goed op de hoogte zijn van de specificiteit van de landbouw in Vlaanderen.

Een ander punt is dat de lobby van de kunstmestindustrie een grote invloed heeft gehad op de nitratenrichtlijn. De enige verplichte norm is die van 170 kilogram stikstof uit dierlijk mest. Kunstmest wordt veel losser gelaten in de richtlijn.

Door de vierde verstrenging van de algemene bemestingsnorm vanaf 2003 wordt het verschil tussen de algemene normen en de normen in kwetsbare zones water klein. Vlaanderen heeft trouwens de strengste mestwetgeving in Europa.

Bij eutrofiëring moet men niet zoals nu enkel met opneembare nitraten rekening houden, maar ook met fosfaten. Uitgaan van fosfaten zou de norm op 30 procent brengen, zoals trouwens bepaald is in het mestdecreet.

De financiële steun voor plattelandsontwikkeling is toegezegd door de Europese commissaris voor Landbouw, de heer Fischler. Door de aanduiding van 46 procent van de oppervlakte cultuurgronden is de kwetsbare zone water verviervoudigd. Er is dus een belangrijke vooruitgang. Het programma voor plattelandsontwikkeling bestrijkt de periode 2000-2006. De Vlaamse regering heeft al veel tijd verloren want een aantal regelingen over beheersovereenkomsten en subsidies voor bebossing, goedgekeurd vóór december 2000, zijn nog steeds niet in het Staatsblad verschenen. Al die gegevens zwakken het argument van het ontnemen van Europese steun af.

Door de strengere normen is het mestoverschot toegenomen en de veestapel is tot 1999 blijven aangroeien. De export van voedingsstoffen is niet aanzienlijk gestegen en mestverwerking is niet op gang gekomen. Zonder heffingen en superheffingen, zal het mestoverschot in onze ecosystemen terechtkomen. Afbouw van de veestapel en afroming van de nutriëntenhalte bij overdracht van vergunningen, zijn ecologisch efficiënter dan bijkomende afbakeningen. (Applaus bij de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Isabel Vertriest

De heer Denys houdt te weinig rekening met Europa. De Vlaamse regering speelt met vuur want er is wel degelijk een koppeling tussen de steun voor plattelandsontwikkeling en de uitvoering van de Europese richtlijnen. Het oppervlakte en grondwater in Vlaanderen is vervuild en we moeten optreden. Ondanks de inhaalbeweging van de laatste jaren, voldoet Vlaanderen nog niet aan de Europese milieuwetten. Er bestaat wel degelijk een risico dat we de 200 miljoen euro steun voor plattelandsontwikkeling verliezen. In maart is dat argument aanvaard in een motie. De beslissing van de regering om de regeling te herbekijken miskent het parlementaire werk.

Het duidelijke, zij het informele, antwoord van Europees Commissaris Wallström negeren zal de verhouding tussen Vlaanderen en Europa meer onder druk zetten.

De voorliggende oplossing houdt geen rekening met de eutrofiëring. In ingebrekestellingen eist Europa een ruimere afbakening. Nog steeds worden een aantal milieurichtlijnen in Vlaanderen niet toegepast. Ik ben gedeeltelijk tevreden met het bereikte akkoord omdat het volledige Vlaamse grondgebied als potentieel kwetsbaar wordt bestempeld, omdat de algemene bemestingsnormen verlaagd worden en omdat de algemene uitrijregeling verstrengd wordt.

We moeten minister Dua wapenen voor de discussie met Europa. Daarom moeten de verschillende richtlijnen zo snel mogelijk geïmplementeerd worden, onder meer door de goedkeuring van een decreet over integraal waterbeheer en de toepassing van de vogel- en habitatrichtlijn. De verlaging van de mestdruk en de vermindering van het aantal dieren zijn ook argumenten die zij kan gebruiken. Minister Dua spant zich al maanden in om een goede afbakening en een evenwicht tussen milieu en landbouw te vinden. De heer Denys stelt haar toewijding dus onterecht in vraag. (Applaus bij sp·a, AGALEV en VU&ID)

Jos Bex

Tien jaar na de Nitraatrichtlijn, stelt de Vlaamse regering een onvoldragen oplossing voor. Deze oplossing is een modelstaat als Vlaanderen onwaardig.

André Denys

Denkt u op dergelijke manier de Europese Commissie te overtuigen? Vergeet niet dat uw ministers deze onvoldragen oplossing mee hebben goedgekeurd.

Jos Bex

Dit compromis is en blijft een onvoldragen oplossing. Maar dat betekent niet dat we er niet achter kunnen staan.

In het Vlaams Parlement was men het erover eens om 54 procent van het grondgebied als kwetsbaar gebied te beschouwen. Maar uiteindelijk heeft men zomaar, boven ons hoofd beslist om slechts 46 procent af te bakenen. Spirit blijft van oordeel dat we het volledige grondgebied als kwetsbaar moeten afbakenen. We zijn uiteraard bereid een compromis te aanvaarden. Maar elk dergelijk voorstel dient vooraf aan de Europese Commissie voorgelegd te worden en dat is nu niet gebeurd.

Ons meetpunt blijft het meest fundamentele discussiepunt. We hebben het hier gehad over het meetnet zelf, over de diepte waarop gemeten moet worden, over de manier waarop gemeten moet worden enzovoort. Ik kan alleen maar vaststellen dat we tien jaar na de goedkeuring van de Nitraatrichtlijn nog altijd niet over een goed meetnet beschikken. Maar daar is de huidige meerderheid niet alleen verantwoordelijk voor.

Wij vragen informeel spoedberaad tussen het kabinet en de Europese Commissie. Is Europa bereid in te stemmen met een afbakening van 46 procent van het grondgebied? Aanvaardt de Europese Commissie het accordeonprincipe? Ten slotte moeten we een voorstel doen voor eutrofiëring. Europa duidelijk maken wanneer we het decreet inzake Integraal Waterbeheer zullen uitvoeren, is terzake van groot belang. (Applaus bij sp·a, Agalev en VU&ID)

Minister Vera Dua

De Nitraatrichtlijn werd al in 1991 goedgekeurd waardoor Vlaanderen al op 20 december 1993, 20 december 1997 en 20 december 2001 kwetsbare gebieden had moeten afbakenen. De vorige regering was daar amper mee gestart en kwam uit op acht tot tien procent van het grondgebied. Ons doel was echter tegemoet te komen aan de richtijn. Deze niet-naleving heeft geleid tot een gerechtelijke procedure die nu stilaan wordt afgerond. Die procedure bemoeilijkt wel de communicatie met de Europese Commissie.

We hebben er niet voor gekozen om heel het grondgebied als kwetsbaar gebied te beschouwen omdat ik al drie jaar lang verkondig hoe belangrijk het is om de landbouwsector mee verantwoordelijk te maken. Hoe beter zij het mestdecreet naleven, hoe minder gebieden er afgebakend zullen worden.

In december van vorig jaar wilden we 57 procent van het grondgebied afbakenen. Waarom zo laat? Omdat we er de voorkeur aan gaven te werken met een meetreeks van één jaar, namelijk van november 2000 tot november 2001. Het waren voor ons de meest gunstige cijfers. Er was evenwel veel kritiek op de methodiek. Eén van de drie criteria, het grondwater, was volledig op een theoretisch concept gebaseerd. Na heel wat discussie hebben we beslist geen rekening te houden met dat criterium waardoor we op 46 procent zijn uitgekomen.

De lopende juridische procedure zorgde er wel voor dat we geen grondig overleg konden voeren met de Europese Commissie. Ik heb Europees Commissaris Wallström zelf gevraagd of ik het dossier mocht komen toelichten. Zij heeft geantwoord dat persoonlijk contact niet kan vanwege de gerechtelijke procedure. Technisch overleg op administratief niveau was wel mogelijk. Ik heb daaruit geleerd dat de Europese Commissie een groter gebied wou afbakenen, louter en alleen op basis van ons imago. De Commissie was wel gecharmeerd door onze responsabilisering.

Ik zal nu al het mogelijke doen om dit dossier te verdedigen tegen de Europese Commissie. We moeten de nadruk leggen op ons beleid, de resultaten ervan en uitpakken met een concreet actieprogramma. Voorts moeten we het grondwatercriterium spoedig opstarten. Door middel van een goed meetpuntennetwerk, kunnen we ons beleid later zelfs bijsturen. Ten slotte mogen we niet vergeten dat Vlaanderen volledig als kwetsbaar gebied afgebakend kan worden. Precies daarom hebben we bijkomende maatregelen getroffen.

De Vlaamse regering heeft vrijdag beslist de oplossing naar de Raad van State te sturen. Voorts maken we een nota voor de Europese Commissie om zo toch politiek contact met commissiaris Wallström mogelijk te maken. Deze week nog stuur ik commissaris Fishler een brief over het geld voor plattelandsontwikkeling. Aangezien er geen juridische procedure lopende is over dit dossier, moet een gesprek mogelijk zijn. Het is mijn bedoeling hem te overtuigen dat we aan alle eisen voldoen.

We moeten al onze krachten bundelen om dit dossier op Europees niveau te verdedigen. Ik ben ervan overtuigd dat we een belangrijke en moeilijke stap vooruit hebben gezet. Dit neemt niet weg dat we moeten blijven werken aan het wegwerken van het mestprobleem, door enerzijds de warme sanering en anderzijds de mestverwerking. (Applaus bij de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

De voorzitter

De bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.