U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 maart 2002, 14.00u

van Norbert De Batselier, Eric Van Rompuy, Francis Vermeiren, Bruno Tobback, Ludo Sannen en Etienne Van Vaerenbergh
997 (2001-2002) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Aan de orde is het voorstel van resolutie van de heren De Batselier, Van Rompuy, Vermeiren, Tobback, Sannen en Van Vaerenbergh betreffende de aanbevelingen inzake het omgaan met het oorlogsverleden van Vlaanderen.

De bespreking is geopend.

Mieke Van Hecke

(verslaggever)

Op 5 maart heeft de commissie voor Institutionele en Bestuurlijke Hervormingen dit voorstel van resolutie besproken. Alle aanwezige politieke partijen kregen toen de gelegenheid hun standpunt naar voren te brengen. Ik betreur het dat één politieke formatie dat niet gedaan heeft.

De woordkeuze bij de behandeling van het voorstel is zo belangrijk dat ik wil verwijzen naar het schriftelijke verslag.

Zeven leden van de commissie hebben voor het voorstel van resolutie gestemd en drie tegen.

Norbert De Batselier

Dit voorstel, dat gesteund wordt door alle democratische politieke partijen, is mede het resultaat van het colloquium Voorwaarts maar niet vergeten, dat op 9 juli 2001 werd gehouden. Dat reikte een evenwichtig kader aan waarbinnen verzoening mogelijk moet zijn.

Met deze bespreking willen we aangeven welke pijn het nazisme heeft veroorzaakt. De tweede wereldoorlog en zijn nasleep hebben diepe wonden geslagen in de samenleving. De collaboratie was een verpletterende fout jegens Vlaanderen, de Vlaamse beweging en de hele bevolking. Het was de zwaarste fout in de geschiedenis van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Voor velen was dit een reden om niet meer in de Vlaamse beweging te geloven.

Na de tweede wereldoorlog zijn de repressie en de epuratie uit de hand gelopen. Dat betekent echter nog niet dat oorzaak en gevolg met elkaar mogen verward worden. De vergissingen van repressie en epuratie zijn niet van dezelfde orde als de daden van de collaboratie.

Historisch onderzoek heeft aangetoond dat er verschillende vormen van collaboratie en verzet hebben bestaan. In de loop van de oorlog zijn er ook veel verschuivingen geweest. De uitzending De zevende dag van 10 maart heeft aangetoond dat het niet makkelijk is deze problemen precies te situeren. Vandaag beschikken we over de nodige historische kennis om het dossier op een minder emotionele manier te benaderen. Daardoor wordt de tijd rijp om - samen met de Franstaligen - deze donkere bladzijde uit de geschiedenis om te slaan.

De repressie was niet exclusief tegen Vlaanderen gericht, zoals altijd werd beweerd in extreem-rechtse kringen. Uit het cijfermateriaal in het boek Voorwaarts maar niet vergeten blijkt dat 62 procent van de vonnissen betrekking had op Vlaanderen, maar dat er in Wallonië zwaardere straffen werden uitgesproken. Ons engagement mag zich niet tot Vlaanderen beperken. We moeten ons ook richten tot diegenen in Wallonië die vanuit een democratische bewogenheid met ons willen samenwerken.

Begrip is mogelijk, maar we mogen niet vergeten. De tweede wereldoorlog was een aantasting van alle menselijke en democratische principes. De vraag is hoe we de herinnering aan de oorlog en zijn tragische nasleep levend kunnen houden bij de toekomstige generaties. Onze jeugd mag niet meer belast worden met ongenuanceerde voorstellingen over de oorlogskeuzes van hun grootouders. Om herhaling van de fouten van het verleden te voorkomen, moeten we de jongeren objectieve en wetenschappelijk onderbouwde inzichten bieden. Het stemt me hoopvol dat de Vlaamse regering initiatieven neemt die in dit kader passen.

Volgens historicus Bart De Wever - niet te verwarren met Bruno De Wever - wordt de geschiedenis gebruikt wordt als een dienstmaagd om het oorlogsverleden in te schakelen in een hedendaags politiek discours. Dit initiatief zou als enige betrachting hebben het Vlaams Blok te identificeren met het naziregime. Ik wijs een dergelijk enggeestig discours af. Ons initiatief blijft actueel. De tweede wereldoorlog heeft aangetoond waartoe een racistisch en xenofoob discours kan leiden en hoe aanhangers van extreme partijen gebruik maken van geweld bij het nastreven van hun idealen. Als democraten moeten we ons met alle wettelijke middelen verzetten tegen dergelijke ideologieën. De ondemocratische exploitatie van reële tekortkomingen mag geen kans krijgen. Dit gevaar blijft in heel Europa aanwezig.

Dit is geen voorstel van resolutie tegen een partij. Het is een positief voorstel dat de bedoeling heeft om onder democraten in het reine te komen met het verleden. Het doet geen afbreuk an de nagedachtenis van de politieke gevangenen die in concentratiekampen het leven lieten voor onze vrijheid. Uiteraard is er geen pardon mogelijk voor verklikkers, misdadigers en medewerkers aan deportatie, vervolging of executie van landgenoten en voor hen die verklaren dat ze in de toekomst hetzelfde zullen doen. Erkenning van een fout is een noodzakelijke voorwaarde voor vergeving.

Na een verontschuldiging moet er plaats zijn voor verzoening.

Dit voorstel van resolutie vormt de aanzet voor een dialoog en een correcte voorlichting van de jeugd correct. Het is tijd voor een nieuwe stap in de verzoening. Schuld moet worden erkend, collaboratie veroordeeld. We moeten hulde brengen aan een gemeenschap die leert uit haar fouten. Geen enkele gemeenschap bleef immers gevrijwaard van extreem gedachtegoed. Het Vlaams Parlement wil begrip en vergevingsgezindheid nastreven, zonder te vergeten.

In de tekst worden een aantal aanbevelingen gedaan aan de Vlaamse regering. Zo moeten verdraagzaamheid en fundamentele mensenrechten blijvend onder de aandacht worden gebracht in onderwijs en socio-cultureel werk. Er moeten nieuwe initiatieven komen die de weerbaarheid van de democratie versterken en wetenschappelijke aanbevelingen worden ontwikkeld om de verspreiding van extremistisch gedachtegoed te verhinderen. Er moet gewezen worden op de onverdraagzaamheid van slogans als 'eigen volk eerst'. De geschiedenis leert ons waartoe dergelijke ideologieën leiden.

De tijd is rijp om een donkere bladzijde uit onze geschiedenis om te slaan. Laat ons kritisch omkijken, begrijpen, vergeven, maar niet vergeten. Laten we toekomstgericht denken en het krachtig signaal geven dat we een eind willen maken aan de onverdraagzaamheid door ons eensgezind onverzoenbaar op te stellen tegen hen die totalitaire visies propageren.

Ik roep de Franstalige Belgische politici op een identieke oefening te doen in hun deelparlementen. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat collaboratiedossiers in Vlaanderen en Wallonië minder emotioneel worden benaderd. Te vaak werd in naam van het onmogelijke het mogelijke immers niet gedaan. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Mieke Van Hecke

Dit voorstel van resolutie is een gevolg van de studiedag van 9 juni 2001 Voorwaarts, maar niet vergeten. Wij waarderen de manier waarop de voorzitter van het Vlaams Parlement dit heeft aangepakt. Ik benadruk dat de sneuveltekst niet te nemen of te laten was, zoals de heer Loones in de media heeft verkondigd. Er bestond grote openheid en we hebben onze eigen klemtonen kunnen leggen.

CD&V streeft in dit dossier naar een sereen en genuanceerd debat, dat rationeel, rechtvaardig en consequent is. Op ons initiatief wordt in de tekst nadrukkelijk verwezen naar vroegere initiatieven van het Vlaams Parlement en wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de gevolgen van de oorlog en de strijd tegen elk extremistisch gedachtegoed.

Inspanningen om met het oorlogsverleden in het reine te komen, zijn trouwens gedoemd tot mislukken, als er niet voldoende wordt genuanceerd. Het is belangrijk dat voor de repressie elk concreet geval en elk feit afzonderlijk worden beoordeeld. Het levensverhaal van eenieder die bij de collaboratie betrokken was, laat een absolute veralgemening niet toe. Er moet ook rekening worden gehouden met het intellectuele en politieke landschap in Vlaanderen tijdens het interbellum. Naast de politieke en ideologische collaboratie bestond ook economische collaboratie, die bijna niet werd vervolgd. Het pijnpunt is uiteraard niet de bestraffing van de collaboratie, maar wel de manier waarop en de gevolgen ervan voor de familie van de betrokkenen.

In dit voorstel van resolutie wordt onderkend dat verontschuldigingen niet anders dan individueel kunnen zijn. Veel oud-veroordeelden leven met een gevoel van onrecht, dat ze hebben doorgegeven aan hun kinderen, die daar nu nog mee worstelen.

In het voorstel staat dat er verder wetenschappelijk onderzoek moet gebeuren naar de epuratie. Op de studiedag werd duidelijk gemaakt dat de epuratie niet alleen de strafrechtelijk veroordeelden trof, maar ook vele tienduizenden die geen veroordeling opliepen.

In de strijd tegen elke extreem gedachtegoed ziet CD&V niet alleen een belangrijke rol weggelegd voor de beleidsmensen, maar ook voor het onderwijs en het middenveld. De Vlaamse regering zal naar aanleiding van de hervorming van het stelsel van de adviesraden de kans krijgen om te bewijzen dat zij dit middenveld ernstig neemt.

We hopen dat voor deze tekst een zo ruim mogelijke maatschappelijke consensus wordt gevonden. Al te vaak werd het oorlogsverleden van Vlaanderen gebruikt als wapen tegen terechte Vlaamse eisen. Het is jammer dat het wetenschappelijk onderzoek aan Waalse zijde nog niet zo ver is gevorderd, waardoor daar heel wat mythes blijven bestaan.

Als dit voorstel van resolutie wordt goedgekeurd door het Vlaams Parlement, zullen we een bescheiden bijdrage hebben geleverd aan de poging om deze bladzijde uit onze geschiedenis om te draaien. Maar om het met Ludo Abicht te zeggen : een gebaar van verzoening zal nooit in staat zijn om het leed en de ellende van de tienduizenden slachtoffers en hun gezinsleden te vergoeden of goed te maken. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Francis Vermeiren

Het verleden is niemands eigendom. Maar zonder een reconstructie van het verleden is geen adequaat inzicht in het heden en geen efficiënte anticipatie op de toekomst mogelijk. Elke democraat doet dit in eer en geweten. De morele vraag naar goed en fout heeft gedurende decennia de politieke besluitvorming en de totstandkoming van de oorlogsgeschiedenis beheerst.

Al vijftig jaar zoekt men naar de morele waarheid achter ons oorlogsverleden. Maar dat onderzoek wordt al te vaak gedwarsboomd en precies daarom vergt het grote moed om de besluiten ervan te aanvaarden.

Begrijpen en aanvaarden is één zaak, schuld bekennen een andere. Dat is evenwel nodig om tot verzoening te komen. Verzoening betekent uitdrukkelijk niet hetzelfde als vergeten. Mensen die in het verleden tegenover elkaar stonden, kunnen zich verzoenen mits ze het nodige begrip voor elkaar opbrengen.

In het voorstel van resolutie wordt collaboratie veroordeeld, ook al waren er verschillende vormen van collaboratie en verschilden de motieven. Voorts erkent en veroordeelt het voorstel van resolutie de fouten en ontsporingen van repressie en epuratie. Maar de repressie was een reactie en kan dus niet gelijkgesteld worden met de collaboratie. Ten slotte dient elk geval afzonderlijk onderzocht en beoordeeld te worden.

Begrip en verdraagzaamheid wijzen niet op een karakterloos beleid. We moeten racisme, totalitarisme en fascisme bestrijden en blijven beklemtonen dat gelijkheid een onaantastbare waarde is. Het is onze plicht het verleden in herinnering te brengen om herhaling te vermijden.

Het Vlaams Parlement neemt met dit voorstel van resolutie het woord en nodigt uit tot dialoog, reflectie, toenadering en verzoening. We hopen dat iedereen nog eenmaal achterom kijkt om deze zwarte bladzijde om te draaien. We roepen alle gemeenschappen op te streven naar verzoening. Nergens ter wereld is er immers plaats voor onverdraagzaamheid en extremisme. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp.a, AGALEV en VU&ID)

Joris Van Hauthem

Historicus Bart De Wever waarschuwt in een scherpe analyse van dit voorstel van resolutie dat de geschiedenis niet misbruikt mag worden om hedendaagse politieke doelstellingen te realiseren. Een poging om een nobel gebaar te stellen, blijft steken in de zoveelste poging om het Vlaams Blok te stigmatiseren. Het is de zoveelste vingerwijzing : Vlaams Blok en nationaal-socialisme zijn één pot nat. Met deze groteske beledigingen zorgt men ervoor dat wie voor eerherstel pleit, beschouwd wordt als iemand die het nationaal-socialisme wil goedpraten.

In het voorstel van resolutie wordt met geen woord gerept over het feit dat na vijftig jaar nog steeds niets gedaan is om de sociale gevolgen van de repressie weg te werken. Het Vlaams Parlement slaagt er niet in dit dossier op een andere manier zou benaderen.

In het voorstel van resolutie vinden we niets terug over wetenschappelijke onderbouw in het belang van de jongeren. Het wetenschappelijk onderzoek dient enkel om te wijzen op de gevaren van ondemocratische uitgangspunten, van racisme en fascisme. Van het communisme is geen sprake.

Het Vlaams Parlement vergooit een kans om een punt te zetten de oorlog. We missen een kans om rechtvaardigheid en symbolisch eerherstel te eisen voor politieke delinquenten.

Voor de stichter van het Vlaams Blok, de heer Dillen, is amnestie een moreel punt zetten achter de oorlog en de na-oorlog. Amnestie betekent niet dat men gelijk wil halen of dat men zijn gedrag wil goedkeuren. Het is evenmin een historisch, noch een persoonlijk oordeel. Wij zijn niet de erfgenamen van de collaboratie.

Volgens de Franstaligen komt eerherstel neer op vergeten. Maar hoe kan men dat bij wet of decreet?

In de omringende landen, het voormalige Oostblok en de vroegere Sovjet-Unie was het mogelijk om niet lang na de Tweede Wereldoorlog algemene amnestiemaatregelen uit te vaardigen zonder het oorlogsverleden te vergeten. Hier kan dat blijkbaar nog altijd niet.

Nochtans werd in de loop van de voorbije decennia betoogd voor amnestie of eerherstel. Tevergeefs werden verklaringen opgesteld, artikels geschreven en wetsvoorstellen of voorstellen tot resolutie ingediend. Vooral in de jaren '70 ontstond in Vlaanderen een maatschappelijke consensus over de amnestiegedachte. Er werd steeds gesteld dat eerherstel niet mogelijk is voor beulen. Men wou eerherstel om een einde te stellen aan bepaalde gevolgen van repressie en epuratie voor de zogenaamde kleine lieden. Dat gebeurde wellicht vanuit de wetenschap dat dé collaboratie en hét verzet tijdens de bezetting niet bestonden. Men hield er rekening mee dat kleine factoren konden bepalen of men al dan niet in de collaboratie stapte.

Men wist dat bepaalde vormen van collaboratie, onder meer de economische, niet of nauwelijks bestraft vanwege het hogere staatsbelang. Ook erkende men dat de straatrepressie uit de hand gelopen is. Dat laatste was nog altijd een delicate kwestie. Zo werden in de jaren '80 nog uitzendingen van Maurice De Wilde geschrapt waarin het verzet of de magistraten kritisch werden belicht. Men zag in dat collaboratie in Vlaanderen niet zo eenvoudig lag en erop gericht was om het Vlaams-nationalisme als politieke factor uit te schakelen. Men wist en erkende dat de repressie een onvermijdelijk gevolg was van de collaboratie, maar ook dat die disproportioneel was tegenover heel veel mensen en dat dergelijk onrecht ongedaan gemaakt moest worden.

Franstalige politici hebben er al die jaren een spelletje van gemaakt om Vlaanderen te stigmatiseren als de enige gemeenschap die gecollaboreerd heeft. Zo werd onder meer het decreet-Suykerbuyk heel sterk aangevochten.

Men vestigde dus de hoop op het Vlaams Parlement om een symbolisch gebaar te stellen. Die hoop wordt door het voorstel van resolutie de grond ingeboord, want dat handelt daar helemaal niet over. Het eerste deel van het voorstel is verwarrend. Men veroordeelt collaboratie. Welke vorm? Ook de economische? Of bedoelt men alleen die vormen die tot een veroordeling hebben geleid? Men brengt hulde aan de verzetstrijders en men erkent dat de repressie fouten heeft gemaakt. Er wordt niets voorgesteld om het onrecht te herstellen dat het gevolg is van de uitwassen van repressie en epuratie.

Men pleit voor verzoening. Dat is een nobele gedachte, maar men kan mensen nooit dwingen om zich met elkaar te verzoenen door middel van een wet, een decreet of een resolutie. Men kan stellen dat verzoening tussen individuen moet gebeuren, maar de overheid kan daaraan geen voorwaarden koppelen. Volgens het voorstel kunnen diegenen die hun fout erkennen recht krijgen op begrip. Wat moet ik me voorstellen bij de stelling dat het historische pardon individueel aangevuld moet worden. Wat moeten mensen die niet veroordeeld zijn, maar op de lijst van de krijgsauditeur terechtkwamen, met deze tekst doen? Dat toont aan hoe slordig de tekst opgesteld is. Verzoening is mogelijk tussen individuen als dat spontaan gebeurt, zoals bijvoorbeeld bij de begrafenis van Flor Grammens.

We hoopten dat het Vlaams Parlement een gebaar zou stellen. We hebben een amendement als oproep ingediend. Die oproep is dezelfde als die van een groep vooraanstaande christenen en humanisten uit 1976. Het is ironisch vast te moeten stellen dat de tekst vandaag nog altijd grotendeels van toepassing is. De tekst roept op tot het wegwerken van de sociale gevolgen van de repressie en stelt dat het streven naar amnestie bestemd is voor politieke delinquenten en niet voor beulen of verklikkers. De tekst werd onderschreven door 230 prominenten en meer dan 450 Vlaamse burgemeesters van alle politieke strekkingen.

Het zou edelmoedig zijn als het Vlaams Parlement die oproep zou overnemen en bij de federale overheid pleiten voor eerherstel of wegwerken van de sociale gevolgen van repressie en epuratie. We koesteren weinig illusies. Het amendement zal weggestemd worden omdat men wil uithalen naar het Vlaams Blok. Als men het voorstel goedkeurt, zal men erin geslaagd zijn om de wrok die velen nog tegenover de Belgische staat koesteren, over te planten naar de Vlaamse deelstaat. (Applaus bij het VB)

Jo Vermeulen

De voorbije weken is gebleken dat het oorlogsverleden nog heel gevoelig ligt bij de verschillende generaties. De oudste Vlamingen ervaren nog steeds de pijn; onze generatie heeft hen erover horen spreken; de jongeren liggen er echter niet wakker van. Collaboratie kent verschillende aspecten; onder meer ook de economische collaboratie moet bestudeerd worden.

Dit voorstel van resolutie roept op tot gesprek. Het doel is niet de spons te halen over het verleden maar het in tegendeel op te blinken om helder te kunnen oordelen. De geschiedenis is niet de dienstmaagd maar de klokkenluider van het politieke heden. Misschien slagen we er in de 21ste eeuw wel in om iets te leren uit de geschiedenis.

Het is nodig om een duidelijk onderscheid te maken tussen begrip voor bepaalde acties van individuen en de erkenning van het politiek systeem dat ze aankleefden.

Een ideologie, die gebaseerd is op frustratie, leidt nergens toe. De Vlaamse beweging was na de eerste wereldoorlog met reden ontevreden, maar de keuze voor een nieuwe orde was een vergissing. Een beweging, gebaseerd op uitsluiting en het zoeken naar een zondebok, eindigt meestal slecht. Extremisme is van alle volkeren en van alle tijden. Te veel vertrouwen in het eigen gelijk is gevaarlijk. De democratie is fragiel en moet beschermd worden.

Het voorstel van resolutie raakt het leven van velen. We moeten erkennen dat de weg naar de hel soms geplaveid is met goede bedoelingen. De vragen die we stellen mogen de mensen niet stigmatiseren. De vraag of men aan de verkeerde kant stond, kan collectief beantwoord worden. Het historisch pardon was daar een zeer belangrijke stap in. Het persoonlijk aandeel van de betrokkenen kan naar voor komen in gesprekken. Mensen moeten de kans krijgen om hun verhaal te vertellen.

In de resolutie pogen we om te gaan met het verleden en zo de toekomst te vrijwaren. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Sven Gatz

In het verleden zijn er veel pogingen ondernomen om het oorlogsverleden te verwerken. Dit voorstel van resolutie steunt op het initiatief van Frans-Jos Verdoodt en andere historici, waarop politici als de voorzitter van dit Parlement hebben ingespeeld. Er is veel overleg geweest, zelfs over de taalgrens. Het is een evenwichtig, genuanceerd en coherent document.

Het verbaast me dat zelfs over een dergelijk onderbouwd voorstel van resolutie nog commotie ontstaat, zogenaamd omdat een tekst over het verleden gebruikt wordt om ok over de huidige politieke context te oordelen. Geschiedenis is een continuum. Het gaat niet op om tijdperiodes te isoleren. Het voorstel van resolutie verwerpt de slogan 'Eigen volk eerst', in het verleden, het heden en de toekomst.

Er waren nog andere punten van kritiek : het voorstel zou te veel of te weinig tegemoet komen aan de collaborateurs. We zullen het voorstel voor eerherstel in de Kamer ook steunen, maar vinden het belangrijk dat er eerst een loutering komt. Dit voorstel van resolutie erkent de fouten aan beide zijden. Als dit genuanceerd voorstel niet aanvaard wordt, zal Vlaanderen er niet in slagen in het reine te komen met zijn verleden. Het is de eerste stap, pas daarna kunnen concrete maatregelen getroffen worden. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Herman De Loor

Ik heb niet de gewoonte een andere houding aan te nemen dan mijn partij. Nochtans heb ik meer dan eens een andere opvatting gehad, maar die heb ik verdedigd binnen de partijstructuren, zonder ermee naar buiten te treden.

Vandaag doe ik dat wel omdat ik niet kan aanvaarden dat men het meest barbaarse regime van deze eeuw zou minimaliseren. Ook tegenover mijn familie zou het trouwens wraakroepend zijn mocht ik dit voorstel van resolutie goedkeuren. Ik spreek hier ook namens een aantal andere leden van mijn fractie die wel achter mijn opvattingen staan, maar die niet, zoals ik, tegen dit voorstel van resolutie zullen stemmen.

De tijd begint de sporen uit te wissen van wat er tijdens en kort na de oorlog is gebeurd. Toch denken veel burgers nog steeds met pijn aan die periode terug. Ik meen dat we lessen moeten trekken uit het oorlogsverleden, maar dat we het daarbij moeten laten. Het nazisme was barbaars en de collaborateurs hielpen het in stand houden en sterker maken. Toegegeven, ook tijdens de repressie zijn er ontsporingen geweest. Die waren echter vooral het werk van personen die pas bij de bevrijding plotseling weerstander zijn geworden en van de omstandigheden gebruik hebben gemaakt om persoonlijke rekeningen te vereffenen. Op het ogenblik dat de eerste overlevenden uit de concentratiekampen zijn teruggekeerd was de bestraffing van de collaborateurs ook harder dan onmiddellijk na de bevrijding. Het zou echter een manifeste onrechtvaardigheid zijn repressie en collaboratie over dezelfde kam te scheren, wat volgens mij enigszins de teneur is van dit voorstel van resolutie.

Degenen die het hardst om verzoening roepen, weten wel dat na de oorlog 242 mensen ter dood zijn gebracht, maar vergeten dat in de vier voorafgaande jaren meer dan 40.000 mensen naar concentratiekampen werden afgevoerd en dat er minder dan 3.000 zijn teruggekeerd, waarvan de meesten dan nog onherstelbare schade aan de gezondheid hadden opgelopen.

We vinden het ook onbetamelijk te stellen dat velen in de collaboratie zijn gestapt uit niet-begrepen en misleid idealisme. In mijn ogen is dat alleen bij een onbeduidende minderheid het geval geweest. Wie in de collaboratie stapte, deed dat volgens mij bewust, ofwel vanuit plat opportunisme, ofwel vanuit een duidelijke politieke of militaire keuze voor extreem-rechts. De overgrote meerderheid van de collaborateurs wist maar al te goed wat de nazi's in hun schild voerden.

Vanuit democratisch en humaan standpunt zouden we een stap kunnen zetten naar verzoening met mensen die zestig jaar geleden lak hadden aan democratie en humaniteit. We vrezen echter dat dit voorstel van resolutie een poging is om de democratische partijen een eerste stap naar verzoening te laten zetten om hen vervolgens de oude eis van amnestie in de maag te splitsen. De collaboratie zal zich niet verontschuldigen; alleen de Belgische staat zal zich moeten verontschuldigen voor de repressie. Dat moeten we tot elke prijs voorkomen.

Beseft men wel voldoende welke gevoeligheden deze resolutie losweekt? Ik denk dat de uitzending van de Zevende Dag van 10 maart jongstleden op dat vlak duidelijk genoeg was. (Applaus bij de sp·a en bij AGALEV)

Jos Geysels

Ik wil alle democratische fracties oproepen dit voorstel van resolutie te ondersteunen.

Toen we in 1994 in de federale kamer hierover een debat hebben georganiseerd, heb ik kunnen ervaren hoe gevoelig deze kwestie ligt. Met de vrienden van Ecolo heb ik het toen gehad over de noodzaak van verzoening, maar ze begrepen het niet. De meeste Franstaligen begrijpen dit niet of willen het niet begrijpen.

Ik heb toen geleerd wat de politieke relevantie is van de dingen die de mensen hebben meegemaakt en ook hoe moeilijk het is vooruitgang te boeken in dit dossier.

Vandaag kunnen we slechts een bescheiden bijdrage leveren. We weten dat we verzoening niet kunnen decreteren, maar als democraten moeten we verzoening wel stimuleren. In de Franse amnestiewet, die al dateert van augustus 1953, is er sprake van het prediken van verzoening in naam van de idealen van het verzet.

De keuze voor verzoening en verdraagzaamheid verbindt de democratische partijen in dit parlement, al verschillen we over veel andere zaken van mening. Deze keuze vormt tevens de kern van dit voorstel van resolutie, waardoor er eigenlijk geen plaats is voor onthoudingen. Het is zeer moeilijk om persoonlijke ervaringen zoals die van de heer De Loor, weer te geven in een resolutie, maar we moeten proberen onze conclusies te trekken uit de geschiedenis en dergelijke wantoestanden in de toekomst te voorkomen.

Maurice Coppieters zei het mooi : democraten moeten besmeurde pagina's kunnen omdraaien. Laten we samen een nieuw hoofdstuk schrijven, dat van de verdraagzaamheid. (Applaus bij CD&V, de VLD, sp·a, AGALEV en VU&ID)

Jan Loones

NV-A was geen vragende partij voor de bespreking van dit onderwerp. Als partij die streeft naar een humanistisch nationalisme in de eenentwintigste eeuw, gaat het voor ons echt om een probleem uit de vorige eeuw. Is dit verleden trouwens nog zo onverwerkt als sommigen ons willen doen geloven?

Wij zijn moegestreden : vroegere discussies zijn gestrand, het federale debat is volledig geblokkeerd, het decreet-Suykerbuyk werd weggestemd. Heeft een Vlaams initiatief wel zin? Waarom laten we de discussie niet over aan historici, die de begrippen collaboratie en repressie eerst een precies moeten omschrijven?

Als erfgenaam van de Volksunie voelt NV-A zich natuurlijk wel betrokken. Van bij haar ontstaan heeft die partij zeer veel anadcht gehad voor collaboratie en repressie. De Volksunie maakte in 1994 een omvattend plan voor amnestie en verzoening bekend, onder de titel 'Op zwart-wit denken bouw je geen samenleving'. De betrachtingen van dit plan komen overeen met de inhoud van het voorliggende voorstel van resolutie, maar de voorgestelde remedies waren ingrijpend anders. Dat kan niet anders, als je ziet hoe de sfeer ondertussen is veranderd. Vele poorten die toen nog open stonden, zijn nu hermetisch gesloten. In 1994 hield koning Albert II nog een vorozichtig pleidooi voor amnestie. Wie houdt dat nu nog voor mogelijk?

De N-VA is ondertussen blij met elk initiatief dat ervoor zorgt dat de toekomstige Vlaamse generaties niet langer worden belast met dit probleem en waardeert de inzet van de initiatiefnemers. Natuurlijk zijn ook wij voorstanders van de zorg voor de democratie, verdraagzaamheid, de eerbiediging van de mensrechten en het laakbare van autoritaire strekkingen.

Maar tot onze spijt is onze steun niet volledig onverdeeld. In de resolutie staat dat de voorwaarde voor verzoening een individuele erkenning van schuld is. Daar kan onze partij het niet mee eens zijn. Waarom verontschuldigt België zich dan ineens niet voor de jarenlange onderdrukking van de Vlamingen, de koloniale wandaden of de moord op Joris Van Severen? Zovele flaminganten waren collaborateurs uit niet-begrepen idealisme. Men kan hen niet ineens alle wandaden van het nazi-regime aansmeren.

We ondersteunen elke inspanning die streeft naar verdraagzaamheid, maar zijn wel gekant tegen een utilitaire inschakeling van het oorlogsverleden. In dit voostel van resolutie richt men zich te veel tegen een bepaalde politieke partij. De Vlaamse overheid mag zich niet verlagen tot het gebruik van het oorlogsverleden voor politieke doeleinden. Deze strategie is trouwens verkeerd. Het Vlaams Blok is in geen geval de enige erfgenaam van het Vlaamse idealisme dat zich heeft laten misleiden.

Wij zijn voorstander van verzoening, maar zijn van mening dat een individuele fout- en schulderkenning niet aangewezen is. Collectieve maatregelen dringen zich op en daarom zal NV-A een wetsvoorstel tot eerherstel in de federale Kamer indienen. Wij hebben problemen met de in dit voorstel van resolutie gehanteerde strategie, die alleen maar in de kaart van het Vlaams Blok zal spelen.

We ondersteunen dus de bekommernissen en doelstellingen van dit voorstel van resolutie, maar hebben problemen met de modaliteiten. We zullen ons daarom onthouden. N-VA zal ook het amendement van het Vlaams Blok niet goedkeuren, omdat het niet past in het huidige debat : het heeft enkel betrekking op collaboratie en mist bovendien elke geloofwaardigheid. (Applaus bij enkele leden)

De voorzitter

De bespreking is gesloten.

Op dit voorstel van resolutie werd een amendement ingediend.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het amendement en over het voorstel van resolutie houden.

Opening van de vergadering
Actualiteitsdebat over de conclusies van het rapport van de Raad van Europa over de bescherming van de minderheden in België (Gemeenschapsaangelegenheid)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.