U bent hier

Plenaire vergadering

dinsdag 17 oktober 2000, 14.30u

Mededeling van de Vlaamse regering betreffende het akkoord tussen de federale regering en de gemeenschaps- en gewestregeringen over bepaalde aspecten van de staatshervorming - Debat
De voorzitter

Aan de orde is de mededeling van de Vlaamse regering betreffende het akkoord tussen de federale regering en de gemeenschaps- en gewestregeringen over bepaalde aspecten van de staatshervorming.

Het debat over de mededeling van de Vlaamse regering is geopend.

Minister-president Patrick Dewael

Ongeveer op hetzelfde ogenblik waarop ik voor u sta, richt de premier zich tot het federale Parlement om onder meer ook het akkoord toe te lichten dat gisteren bereikt is over de verdere staatshervorming in dit land. Dit akkoord geeft een antwoord op fundamentele vragen waar Vlaanderen mee zit, die vroeger al uitgebreid in dit Vlaams Parlement aan bod gekomen zijn en die ook opgenomen zijn in het Vlaams Regeerakkoord. Het is mij een eer u te mogen inlichten over de details van dit akkoord.

Het Vlaamse regeerakkoord is zeer expliciet op het vlak van de institutionele vernieuwing. Inhoudelijk haalt het verantwoordelijkheid, subsidiariteit en solidariteit aan als uitgangspunten voor elke goede regeling. En wat de wijze betreft waarop een en ander tot stand moet komen, pleit het regeerakkoord voor overleg tussen de verschillende beleidsniveaus. Dit overleg heeft de voorbije dagen plaats gevonden en was zelfs intens. Meer nog, de gemeenschappen en gewesten hebben voor het eerst op de beslissende momenten mee aan tafel gezeten om de uiteindelijke structuren in te vullen. De samenwerking tussen Vlaanderen en Wallonië, die vorige week in Terhulpen een aanzet kreeg, blijkt in de praktijk geen koffiekransje te zijn, maar werkt wel degelijk.

U zult zich herinneren dat het Vlaamse regeerakkoord naast een aantal hervormingen die snel doorgevoerd kunnen worden, ook melding maakt van materies waarover een diepgaander overleg noodzakelijk is. Welnu het thans bereikte akkoord beperkt zich niet alleen tot de quick hits. Het omvat twee grote onderdelen, de herziening van de Bijzondere Financieringswet van 1989, en een aantal andere hervormingen.

Ten eerste de herziening van de Financieringswet. Er komt een herfinanciering van de gemeen-schappen. Tussen 2002 en 2006 krijgen de gemeenschappen 40 miljard extra bovenop de reeds bestaande geïndexeerde financiering. Het gaat over 8 miljard in 2002, telkens 6 miljard in 2003 en 2004,15 miljard in 2005, en 5 miljard in 2006. Vanaf 2007 tot en met 2011 zal bovenop de indexering telkens één miljard worden toegevoegd en zal een aanpassing aan de groei worden doorgevoerd. Daarbij wordt het parallellisme tussen de beschikbare middelen voor de federale overheid en de gemeenschappen gegarandeerd. Vanaf 2012 wordt de financiering geïndexeerd en aangepast aan de groei.

De verdeling van de middelen, inclusief de indexering, blijft gebeuren op basis van het criterium zoals bepaald in de wet van 23 mei 2000. Voor de verdeling van alle extra middelen bovenop de geïndexeerde financiering, zijn er ook afspraken gemaakt. Om te starten wordt in 2002 35 percent verdeeld volgens de verdeelsleutel voor de aan de gemeenschappen toegewezen personenbelasting, en 65 percent volgens de verdeelsleutel die geldt voor de BTW-dotatie. De 35 percent evolueert tot 100 percent vanaf 2012.

De gewesten krijgen volledige bevoegdheid over de zogenaamde gewestelijke belastingen en andere belastingen die in het verlengde daarvan liggen, zoals de belasting op de inverkeersstelling, het eurovignet, de registratierechten op de vestiging van hypotheken, en de schenkingsrechten. Ook het kijk- en luistergeld wordt geregionaliseerd. In de huidige context betekent dat voor ongeveer 120 miljard middelen waar de autonomie volledig wordt.

Bij de overheveling van deze belastingen zullen wel enkele regels in acht genomen worden. Zo is het logisch dat het inkomensverlies van de federale Overheid wordt geneutraliseerd. Bij de toewijzing van belastingsbevoegdheden aan de gewesten dient bovendien het risico op fiscale migratie, delocalisatie en Ongezonde belastingconcurrentie tussen de diverse overheden vermeden te worden. En ten slotte zal ervoor worden gezorgd dat de gewesten bij de overheveling van de belastingen geen middelen verliezen ten aanzien van de huidige financieringsregeling.

Het akkoord voorziet ook in een gedeeltelijke autonomie voor de gewesten voor wat betreft de Personenbelasting. Vlaanderen zal straks zelf de kortingen, de stimuli kunnen bepalen voor de materies waar het bevoegd voor is, en op die manier de personenbelasting als instrument voor zijn totale beleid kunnen inschakelen. De tarief- en aftrekautonomie wordt dus een feit. De bijzondere wet zal wel de marge bepalen waarbinnen de gewesten op- en afcentiemen kunnen toestaan. Deze marge bedraagt 3,25 % vanaf januari 2001, en 6,75 % vanaf januari 2004.

Het akkoord bevat niet enkel bepalingen van financiële aard. Zoals u weet, heeft de in het Sint-Michielsakkoord bepaalde regionalisering van gemeente- en provinciewet nog geen uitvoering gekregen. Die komt er nu daadwerkelijk en zelfs op korte termijn, daar zijn duidelijke afspraken over gemaakt. De organieke wetgeving inzake gemeenten en provincies wordt overgeheveld naar de gewesten, behoudens het politie- en brandweerbeleid en wat verder in de zogenaamde Pacificatiewet van 1988 bepaald is. Aanverwante wetgeving, zoals onder meer de kieswetgeving, wordt mee overgeheveld.

De regionalisering geldt voor alle gemeenten, ook de rand- en faciliteitengemeenten. In de Bijzondere Wet zullen bepalingen opgenomen worden die de bestaande garanties bevestigen, evenals de waarborgen die bestaan voor de Vlamingen in Brussel.

Ik moet u niet op het belang van deze aangelegenheden wijzen. Vlaanderen zal zijn intern bestuur volledig autonoom kunnen regelen. En Vlaanderen dat zijn ook de faciliteiten- en randgemeenten Dat staat nu onomstotelijk vast, evenwel met behoud van de in de Grondwet gebetoneerde faciliteiten.

De gemeenschappen en gewesten worden bevoegd om een eigen regeling inzake de controle op de verkiezingsuitgaven vast te leggen.

De gewesten krijgen een grotere autonomie voor de toekenning van de trekkingsrechten voor tewerkstellingsprogramma's. Het bedrag van deze trekkingsrechten zal opgetrokken kunnen worden.

De middelen die de Nationale Loterij nu toekent in overleg met de deelgebieden, zullen worden overgeheveld naar de gemeenschappen en gewesten.

De ontwikkelingssamenwerking zal vanaf 2004 worden overgeheveld, in zoverre ze betrekking heeft op de gewest- en gemeenschapsbevoegdheden.

Het akkoord bepaalt ook dat de reeds eerder in de Costa goedgekeurde regionalisering van de land bouw en de buitenlandse handel onverwijld uitgevoerd zal worden. Dat betekent dat er op korte termijn regelingen goedgekeurd zullen worden voor de financiering, de overdracht van het personeel, het Agentschap voor Buitenlandse Handel, en een ruimere vertegenwoordiging van de gewesten in Delcredere en Finexpo.

Om dit alles te realiseren zal na overleg met en met het akkoord van de regeringen van ge-meenschappen en gewesten onverwijld een ontwerp van bijzondere wet worden uitgewerkt. Deze moet in werking treden op 1januari 2002. Uitzondering op deze timing wordt wel gemaakt voor de regionalisering van de ontwikkelingssamenwerking, die zoals gezegd ingaat vanaf 2004, en van landbouw en buitenlandse handel, die reeds voor eind 2001 een feit moet zijn.

U zult kunnen vaststellen dat het thans bereikte akkoord in grote mate uitvoering geeft aan het onderdeel institutionele vernieuwing van het Vlaams Regeerakkoord. Op vijftien maanden tijd realiseren wij essentiële onderdelen ervan. En wij doen dit bovendien in dialoog en in een positieve sfeer van samenwerking tussen de verschillende overheden.

Een en ander betekent niet dat al onze ambities op institutioneel vlak vervuld zijn. Na dit akkoord moeten binnen deze legislatuur nog verdere initiatieven tot regionalisering genomen worden. Die zullen allemaal één gemeenschappelijke doelstelling hebben: te komen tot beter bestuur, met als uitgangspunten - ik herhaal ten overvloede nog even het regeerakkoord - verantwoordelijkheid, subsidiariteit en solidariteit. Voor Vlaanderen is het thans bereikte akkoord een belangrijke stap vooruit. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID)

De voorzitter

Ik stel voor dat we aan elke fractie een spreektijd van twintig minuten toewijzen. (Instemming)

Eric Van Rompuy

Naar aanleiding van de Septemberverklaring herinnerde de minister-president eraan dat representation without taxation een democratisch deficit inhoudt. Men moet daarom, zo voegde hij eraan toe, de overheid verantwoordelijk maken voor haar inkomsten. Hij zou de defederalisering van de gewestbelastingen en een deel van de personenbelasting eisen. In maart 1999 had het Vlaams Parlement al een voorstel van resolutie aangenomen waarin werd gepleit voor een gehele of gedeeltelijke overheveling van de personenbelasting. In andere federale staten, zoals de Verenigde Staten en Zwitserland, wordt het budget van de deelstaten voor meer dan de helft door eigen inkomsten gespijsd. De overheveling waarover gisteren een akkoord werd bereikt in België komt hooguit aan twintig percent. Tachtig percent van de gewestelijke inkomsten blijft bestaan uit dotaties : nationaal geld dus. Het Belgische federale model, gebaseerd op het consumptiefederalisme, blijft overeind. Dat geldt ook voor de voor Vlaanderen ongunstige verdeelsleutel in het onderwijsakkoord, die gebaseerd is op oncontroleerbare leerlingentellingen. De verdeling van de onderwijsmiddelen wordt immers niet geheel gekoppeld aan de aandelen van de gemeenschappen in de opbrengst van de personenbelasting. Dat gebeurt namelijk alleen voor de extra dotatie, en dan nog maar voor 35 percent. Het gevolg is dat het niet minder dan 25 jaar zal duren eer dat deel even belangrijk wordt als de BTW-dotaties. In de komende jaren zal Vlaanderen dus geen 63 percent, maar slechts 57,1 percent van de onderwijsmiddelen ontvangen. De ommekeer waar het Vlaams Parlement op hoopte, is er dus niet gekomen. En dan te bedenken dat de VLD- en VU-fracties vorig jaar nog pleitten voor een overheveling van de volle honderd percent van de inkomsten uit de personenbelasting. In dat scenario zou de federale overheid gefinancierd worden met BTW-middelen plus een dotatie.

Dat een aantal gewest- en gemeenschapsbelastingen gedefederaliseerd wordt, is op zich positief. De verkeersbelasting kan een instrument worden in de strijd tegen de mobiliteitsproblemen en de registratierechten kunnen een rol spelen in het woonbeleid. Het kijk- en luistergeld is heel wat problematischer : men stelt de afschaffing ervan in het vooruitzicht zonder dat men daarvoor een compensatie vanwege de federale overheid ontvangt. Het gevolg is dat de extra dotatie geheel zal moten dienen voor de opvulling van het nieuwe gat van 18 miljard frank, of met andere woorden : het onderwijs mag voor 2005 geen nieuwe middelen verwachten. De noden zijn nochtans bekend : de verloning van de leerkrachten, de ICT-investeringen, de schoolgebouwen. De verwachting dat een grotere fiscale autonomie gunstig zou zijn voor de onderwijsinvesteringen is dus vals gebleken.

Tot slot zijn er de afcentiemen. In 2001 kan men tot 3,25 percent gaan, een percentage dat oploopt tot 6,75 percent in 2004. Dat betekent in elk geval dat de bevoegdheid van het gewest kleiner blijft dan die van de gemeente : die kan immers over opcentiemen tot 8 percent beslissen.

Minister Bert Anciaux

Uw voorstelling van zaken is onjuist. Voortaan zullen de gewesten voor 54,9 percent autonoom kunnen beslissen over hun middelen. Voor Vlaanderen is dat 120 miljard frank aan inkomsten uit de gewestbelastingen en 41,8 miljard frank aan inkomsten uit een deel van de personenbelasting.

Eric Van Rompuy

Dat percentage van de personenbelasting draagt niet bij tot de fiscale autonomie : het betreft immers een geristourneerde belasting. Het totale pakket aan gedefederalsiseerde belastingen is in Vlaanderen 120 miljard frank waard en dat is dus twintig percent van de begroting. De basiseis van het Vlaams Parlement, hoe gematigd die ook was, werd niet ingewilligd.

Francis Vermeiren

Ik heb de cijfers van de heer Van Rompuy eens nageteld. Het gaat inderdaad uiteindelijk om 27,6 procent. In vergelijking met de huidige 8,77 procent is dat volgens mij een zeer grote stap vooruit.

Eric Van Rompuy

De personenbelastingen zijn geristorneerde belastingen. Het gaat niet om eigen belastingen!

Vlaanderen kan dus vanaf volgend jaar een toeslag of een korting invoeren op de personenbelasting, dit tot maximum 6,75 procent. De gemeenten kunnen ondertussen een toeslag of korting invoeren tot 8 procent. Waarom kunnen de gemeenten meer dan Vlaanderen kan?

Wij zijn het trouwens volledig oneens met deze techniek om tot meer financiële en fiscale autonomie te komen. Wij waren er voorstander van om voor 25 procent zeggenschap te krijgen over de personenbelasting. De federale overheid zou de basistarieven vastleggen, terwijl Vlaanderen op basis van een tariefautonomie het beleid zou kunnen sturen.

Het systeem van de afcentiemen laat een sturen van het beleid allesbehalve toe. Op- en afcentiemen worden geheven op het globale inkomen, zijn lineair voor alle inkomens en laten op geen enkele manier toe om rekening te houden met onder meer de gezinslast.

In het vorige debat hierover heb ik het inderdaad nagelaten om in te gaan op de vennootschapsbelasting. Minister Van Mechelen verklaarde toen er voorstander van te zijn dat Vlaanderen bedrijven financiële stimuli zou kunnen geven. Ook deze mogelijkheid werd niet vastgelegd in het huidige federale communautaire akkoord.

Een volgende krachtlijn van het communautaire akkoord is de overheveling van de gemeente- en provinciewet. In het verleden werden op dit vlak geen resultaten geboekt om twee redenen : de nood aan waarborgen en garanties voor de Vlamingen in het Brussels Gewest en de behoefte aan de toewijzing van de voogdij over de randgemeenten aan het Vlaams Gewest.

Ik heb dan ook twee vragen. Gaat de overheveling van de gemeente- en provinciewet naar het Brussels Gewest gepaard met garanties voor de Vlamingen? Is de overheveling van het kijk- en luistergeld naar de gewesten vanaf 2002 geen stap in de richting naar een drieledigheid? Wij zijn steeds voorstander geweest van de tweeledigheid.

Minister Bert Anciaux

Voor de zoveelste keer wordt hier een verkeerde redenering gevolgd. Wat zou er gebeuren als het kijk- en luistergeld wordt overgeheveld naar de gemeenschappen, en de Vlaamse Gemeenschap vervolgens beslist om deze belasting af te schaffen? De inwoners van het Vlaams Gewest zouden 0 procent moeten betalen, de inwoners van het Waals Gewest 100 procent en de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 80 procent.

Eric Van Rompuy

Maar door de overheveling van deze belasting naar de gewesten, zal de Brusselse Vlaming 100 procent moeten blijven betalen. Waar blijft onze solidariteit?

Minister Bert Anciaux

De Vlaamse Gemeenschap moet op zoek gaan naar wettelijke compensaties voor de Vlamingen in Brussel. Deze regering zal daarbij zeer creatief tewerkgaan.

Ludwig Caluwé

Kan de minister mij vertellen wat dan nu het voordeel is voor de Brusselse Vlaming? In plaats van 80 procent moet hij nu de volle pot betalen!

Minister Bert Anciaux

De Vlaamse Gemeenschap wordt door de federale overheid gecompenseerd voor de derving van de inkomsten door het afschaffen van het kijk- en luistergeld. Met deze middelen kunnen dan inspanningen worden geleverd om een creatieve oplossing te zoeken.

Wivina Demeester-De Meyer

Wordt de Vlaamse Gemeenschap daarvoor gecompenseerd door de federale overheid? Dat begrijp ik niet.

Minister Steve Stevaert

Fiscale autonomie leidt ook steeds tot fiscale dynamiek, die de nodige ruimte moet krijgen. Wat belet de Franstalige Brusselaars om ook aan een afschaffing van het kijk- en luistergeld te denken?

Eric Van Rompuy

Door de afschaffing van het kijk- en luistergeld kent de Vlaamse begroting 18 miljard frank minder inkomsten. Dat zal ongetwijfeld grote gevolgen hebben voor de financiering van het onderwijs. Het onderwijs heeft een grote behoefte aan middelen om aan de noden van de kennismaatschappij tegemoet te kunnen komen. Het is niet rechtvaardig dat zij door deze maatregel in de kou zullen komen te staan.

Ik ga verder over de faciliteitengemeenten. In Le Soir van vandaag kunnen we lezen dat er een nieuwe bijzondere wet zal komen over de verankering van de faciliteiten in de faciliteitengemeenten. Deze bijzondere wet zal rekening houden met de bezwaren van FDF en PSC, en de toepassing van de omzendbrief-Peeters onmogelijk maken. Hopelijk gaat het slechts om geruchten, maar we zullen hier in elk geval waakzaam op toezien.

Francis Vermeiren

Ik lees in 'Le Soir' net het tegenovergestelde.

Eric Van Rompuy

Dan moet u de vorige paragraaf maar eens lezen. In deze bijzondere wet zou de status-quo in de faciliteitengemeenten worden vastgelegd.

Minister Bert Anciaux

Ik wil er op wijzen dat voor de eerste keer in een akkoord werd vastgelegd dat de faciliteiten- en randgemeenten onder Vlaamse voogdij komen, dit met de garantie voor de Vlamingen in Brussel en de Franstaligen in de Rand dat de huidige status-quo blijft gehandhaafd.

Eric Van Rompuy

Die bijzondere wet zal vastleggen hoe we deze Vlaamse voogdij kunnen en moeten interpreteren!

Vormt dit akkoord trouwens een eindpunt in het verkrijgen van meer fiscale autonomie voor Vlaanderen tijdens deze legislatuur? De heer Vankrunkelsven verklaarde gisteren nog van wel. Welk belang zouden de Franstaligen inderdaad nog hebben om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten?

De overdracht van de sociale zekerheid is trouwens eens te meer onbespreekbaar gebleken. Waar de VU jarenlang studies naar voren schoof over de transfers naar Wallonië, blijkt deze partij er nu ineens voorstander van te zijn dat de sociale zekerheid een nationale bevoegdheid blijft.

Minister Bert Anciaux

Als wij in de regering zitten, worden er stappen gezet. Dat kan de CVP niet zeggen.

Eric Van Rompuy

Ook wij waren betrokken bij de stappen die in 1970, 1980, 1988 en 1993 werden gezet op het vlak van de staatshervorming. De VU was erbij, maar ook de CVP (Applaus bij de CVP). In 1993 was het Jean-Luc Dehaene die, tegen alle anderen in, de rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement heeft doorgedreven.

Over de verdere bevoegdheidsverdeling is er onduidelijkheid. Er is nog heel wat discussie nodig over landbouw. We wachten nog op een ontwerp en op de financiering.

De Vlaamse regering heeft haar lot verbonden aan de fiscale autonomie voor 2001. De invulling ervan blijft echter beperkt. Het Vlaams Parlement blijft kampen met een democratisch deficit. Haar uitgaven blijven voor 80 percent gefinancierd door federale inkomsten. Het consumptiefederalisme blijft overeind. Het Vlaamse onderwijs dreigt de dupe te worden van de onderhandelingen. Minister Vogels had gezegd dat er nooit meer zou vergaderd worden na 7 uur 's avonds. Nu werd er 26 uur onderhandeld en het bereikte akkoord is een gemiste kans. Het was de bedoeling dat we zelf bevoegd zouden worden voor de inkomsten die de basis vormen van onze uitgaven. Er werd dus woordbreuk gepleegd ten aanzien van de resoluties van het Vlaams Parlement. Daarom kunnen we het bereikte akkoord niet goedkeuren (Applaus bij de CVP en bij het VB).

Francis Vermeiren

Vorige week hielden we hier een actualiteitsdebat over de fiscale bevoegdheden van gemeenschappen en gewesten. Wij hebben toen gezegd dat het Vlaams regeerakkoord voor onze fractie de toetssteen zou zijn voor het nakende communautaire akkoord.

Vandaag kennen we dat communautaire akkoord, dat uiteraard veel ruimer is dan de realisaties rond fiscale autonomie, en we moeten vaststellen dat het overgrote deel van het regeerakkoord is gerealiseerd. De organieke wetgeving inzake gemeenten en provincies werd overgeheveld. De selectieve toepassing van op- en afcentiemen tot 6,75 percent op de personenbelasting is mogelijk geworden. We hebben de volledige autonomie verworven over de eigen belastingen. De onderwijsmiddelen werden welvaartsvast gemaakt. De gewestelijke belastingen en aanverwante, zoals de belasting op de inverkeersstelling, het Eurovignet, de schenkingsrechten en de registratierechten op het vestigen van hypotheken werden overgedragen. We kunnen een eigen ontwikkelingsbeleid voeren en de corresponderende middelen worden overgeheveld vanaf 2004.

Bijkomend werden het kijk- en luistergeld en de met de gemeente- en de provinciewet aanverwante organieke wetgevingen overgedragen, evenals de bevoegdheid over de controle op de verkiezingsuitgaven. Ik heb de heer Stevaert een belangrijke verklaring horen doen : misschien ontketenen we in de andere regio's een fiscale dynamiek. We spreken dus allemaal dezelfde taal en dat is belangrijk. Sommigen lopen vooruit op debatten die later moeten gevoerd worden, onder meer dat over het onderwijs.

Het regeerakkoord wordt dus in grote mate uitgevoerd. Ook op het vlak van de fiscale autonomie boeken we aanzienlijke vooruitgang. De moduleerbaarheid inzake de personenbelasting is voorzien. De gewestbelastingen en aanverwante worden overgeheveld waardoor we het volledige zelfbeschikkingsrecht verwerven over een bedrag van meer dan 100 miljard frank. Op korte termijn zullen we autonoom kunnen beslissen over 30 percent en op langere termijn over 40 percent van de middelen. Dat is veel meer dan de 10 percent waarover we nu beschikken, maar het is nog geen 50 percent en dus moet er verder geijverd worden.

De verwezenlijkingen zijn aanzienlijk. Dat heeft te maken met de ontspanning die deze coalitie heeft gecreëerd op het communautaire vlak, maar ook met het feit dat de coalitiepartners zich ertoe verbonden hebben op het federale en op het regionale niveau dezelfde taal te spreken.

Wie had kunnen voorspellen dat we vandaag deze realisaties zouden kunnen voorleggen? Nog niet zo lang geleden, na het Sint-Elooisakkoord, bracht de oppositie de onheilstijding dat Franstalig België nooit meer bereid zou zijn te praten over verdere stappen in de staatshervorming en dat men dus geblokkeerd zat.

Vandaag ligt er een nieuw communautair akkoord voor dat belangrijke stappen zet in de staatshervorming. De VLD beschouwt de staatshervorming als een instrument om te komen tot een beter bestuur. Het resultaat dat we vandaag beoordelen, beantwoordt daaraan. Maar uiteraard gaat het niet om een eindpunt. Een proces van staatshervorming is een permanent proces. We geloven dat verdere gesprekken in de huidige atmosfeer mogelijk zijn. Daarom steunen we de aanpak van de minister-president. We feliciteren hem en de Vlaamse onderhandelaars met het bereikte akkoord. De VLD-fractie zal nu werk maken van de invulling van het nieuwe kader, onder meer de wetgeving op de lokale en intermediaire besturen. We zijn ervan overtuigd dat dit proces zal leiden tot verdere stappen in de hertekening van ons samenlevingsmodel (Applaus bij de VLD, de SP en AGALEV).

Joris Van Hauthem

We zijn gisteren en vandaag getuige geweest van een ware hoerastemming over het zogenaamde Lambermontakkoord. Voor ons is er echter geen reden tot euforie : het akkoord is een typisch communautair compromis. Vlaanderen krijgt extra bevoegdheden, maar moet er extra voor betalen. Eigenlijk is onze grootste vrees uitgekomen : het uitgangspunt van het akkoord is de herfinanciering van de gemeenschappen in ruil voor een zeer beperkte fiscale autonomie; de financieringswet wordt niet herzien, wel geëxpliciteerd.

Het consumptiefederalisme wordt verder opgedreven via de herfinanciering van de gemeenschappen. Ik heb minister-president Dewael vorige week gevraagd of eventueel overwogen werd 45 miljard frank over te hevelen van het federale naar het gemeenschapsniveau. Hij heeft dat toen ontkend, maar nu blijkt dat in 2006 40 miljard frank wordt overgeheveld. Dat bedrag loopt tegen 2011 op tot 45 miljard frank. In de beginfase wordt 65 percent van dat bedrag verdeeld op basis van de leerlingenaantallen. De overige 35 percent wordt verdeeld op basis van de opbrengst uit de personenbelasting. De BTW-dotatie op basis van het leerlingenaantal blijft eveneens bestaan en beide dotaties worden vanaf 2012 welvaartsvast. Het dotatiesysteem wordt dus nog uitgebreid. Van een juste retour op basis van de personenbelasting is geen sprake. Volgens de Financieel Economische Tijd zal het nog een kwarteeuw duren eer er sprake zal zijn van een rechtvaardige verdeling van de middelen.

Daartegenover staat dan wat we eventueel fiscale autonomie zouden kunnen noemen. De bestaande gewestbelastingen worden wel overgeheveld maar meteen ook gecompenseerd door een lagere inkomst via de personenbelastingen. De marges voor de op- en afcentiemen worden alleen maar verruimd tot 3,25 percent in 2002 naar maximaal 6,75 percent vanaf 2004. De fiscale autonomie blijft voor de personenbelasting dus beperkt tot 40 miljard frank per jaar. Aan de progressiviteit mag bovendien helemaal niet geraakt worden.

Minister Bert Anciaux

Wil u die progressiviteit misschien omdraaien? Ik vind het erg dat bepaalde fracties aan dit rechtvaardige principe willen raken.

Joris Van Hauthem

Ik ben het volledig eens met het principe, maar stel wel vast dat we er niet zelf over kunnen beslissen.

Ik merk ook dat men een nieuw begrip heeft ingevoerd : fiscale loyauteit. De gewesten mogen immers geen deloyale belastingconcurrentie organiseren. Maar vanaf welk niveau is er sprake van deloyale belastingconcurrentie? Echte fiscale autonomie op het vlak van de personenbelasting is dit dus niet.

Er is daarenboven nooit sprake van geweest om ook de vennootschapsbelastingen over te hevelen. Inzake gemeenschapsbelastingen is de oogst onbestaande.

We zijn nog ver van het beoogde doel : dat Vlaanderen de helft van zijn uitgaven zou moeten kunnen financieren met eigen inkomsten. We gaan van 10 naar 20 percent.

De overheveling van de gemeente- en provinciewet was al in 1992, met het Sint-Michielsakkoord overeengekomen. Bovendien blijven de faciliteiten en de pacificatieregeling bestaan. We worden dus niet in heel Vlaanderen bevoegd voor de taalregeling. De Vlaamse regering heeft daarnaast besloten geen nieuwe rondzendbrief te schrijven mocht de Raad van State de rondzendbrief-Peeters vernietigen. Ze staat dus een deel van haar bevoegdheden af.

Minister-president Dewael zegt wel dat de rechten van de Brusselse Vlamingen op gemeentelijk vlak gerespecteerd moeten worden, maar eigenlijk zijn die rechten er nooit geweest. Verworven rechten van de Franstaligen in de Rand worden dus gekoppeld aan rechten van de Brusselse Vlamingen die niet eens verworven zijn. Bovendien legt men voor het eerst een link tussen de Brusselse Vlamingen en de Franstaligen uit de Rand. Zowel het Vlaams Parlement als de Vlaamse regering hebben er altijd voor gepleit de Brusselse Vlamingen te koppelen aan de Franstaligen in heel België. Hoe zal VU&ID dit uitleggen?

Delen van de sociale zekerheid - de kinderbijslag en de gezondheidszorg - worden niet gesplitst. Overigens wil het Vlaams regeerakkoord toch alleen maar de bevoegdheden en niet de financiering ervan overhevelen. Op nationaal niveau wordt zelfs geen aanzet gegeven tot hervorming van de sociale zekerheid. De miljardenstroom blijft voortduren.

Minister Bert Anciaux

Het dotatiesysteem is inderdaad niet ideaal, maar we mogen evenmin zeggen dat het dotatiesysteem nadelig is voor Vlaanderen. In het Sint-Hedwigakkoord merken we een duidelijke kentering : de dotaties zijn gebaseerd op de zogenaamde juste retour. Het welvaartsvast maken van het huidige systeem is vanaf 2011 gebaseerd op de personenbelasting.

Joris Van Hauthem

Dat is een mogelijke coorectie, over 11 jaar.

Minister Bert Anciaux

Maar de verdeelsleutel wordt gunstiger.

Eric Van Rompuy

Enkel de extra dotatie zal gebaseerd zijn op de juste retour en bovendien moeten we daarop wachten tot in 2025. Dan pas zullen de bijkomende middelen volledig verdeeld worden op basis van de opbrengst uit de personenbelasting. De basismiddelen zijn dus niet gebaseerd op de personenbelasting, maar wel op de leerlingenaantallen. Het Sint-Elooisakkoord blijft dus van kracht en enkel de extra middelen worden gecorrigeerd. Daardoor verliest Vlaanderen 25 miljrad frank per jaar.

Minister Bert Anciaux

Vanaf 2007 wordt het welvaartsvastmaken gekoppeld aan een nieuwe verdeelsleutel.

Joris Van Hauthem

De Franstaligen halen de gewenste herfinanciering van de gemeenschap binnen. Ze kunnen hun onderwijs dus betalen met Vlaams belastinggeld zonder dat ze zich daarvoor moeten verantwoorden. Aan de miljardenstroom wordt ook niet geraakt. Als dat alles het resultaat is van het huidige communautaire klimaat, dan bedank ik daarvoor. Het tweeledige federalisme belandt in de prullenmand. Ik maak mij dan ook zorgen over de minister-president. Die had zijn lot immers gekoppeld aan het al of niet binnenhalen van de fiscale autonomie. (Applaus bij het VB)

Robert Voorhamme

Voor de SP waren de belangrijkste doelstellingen van de herziening van de Financieringswet drievoudig. Ten eerste wilden we een meer correcte en rechtvaardigere verdeling van de belastingmiddelen over de verschillende beleidsdomeinen. Een tweede doelstelling was dat Vlaanderen beschikt over meer mogelijkheden en middelen om het beleid te sturen aan de hand van fiscale instrumenten. Ten derde was het essentieel dat Vlaanderen maatregelen kan treffen inzake fiscaal beleid die leiden tot een sociaal beleid door selectiviteit. Een jaar en enkele maanden na de start van een nieuwe coalitie is in dat opzicht een belangrijke doorbraak gerealiseerd. Deze regering houdt woord en realiseert de doorbraak zelfs sneller dan ze vooropgesteld had. Het proces van onze staatsstructuur verloopt in meerdere etappes en is wellicht nooit af. Deze hervorming is een belangrijke vooruitgang op het vlak van een grotere rechtvaardigheid en een beter bestuur.

De herfinanciering van de gemeenschappen zal de Vlaamse begroting van een bijzonder zware hypotheek ontlasten omdat op termijn de gemeenschapsmiddelen gekoppeld worden aan de welvaartsgroei. Dat is essentieel voor de toekomst van de Vlaamse begroting. Bovendien krijgen de bijkomende middelen geleidelijk een gunstigere verdeelsleutel, met name de personenbelasting. Dat betekent dat tegen het jaar 2012 ongeveer 100 miljard frank bijkomende middelen verdeeld worden op basis van de personenbelasting. Zo krijgt Vlaanderen meer dan 64 miljard frank bijkomende middelen in plaats van 57 miljard frank. Dat is een rechttrekking van de huidige situatie.

De overheveling van alle gewestbelastingen en het kijk- en luistergeld naar Vlaanderen samen met de tariefbevoegdheid van de gewesten betekent dat Vlaanderen, binnen zijn bevoegdheden, vergaand kan sturen via fiscale middelen. Men dient niet over volledige fiscale autonomie te beschikken om dat te realiseren. De marges volstaan daarvoor in een belangrijke mate, alleen dient men ze verstandig aan te wenden, bijvoorbeeld om maatregelen inzake mobiliteit en woonbeleid te realiseren. Niemand zal het betreuren dat men eindelijk een stimuleringsbeleid kan voeren op sociaal vlak en inzake werkgelegenheid via fiscale maatregelen en dat dat snel kan gebeuren.

Dat een autonoom fiscaal tariefbeleid moet gevoerd worden zonder te leiden tot een vermindering van de progressiviteitsschaal is voor de SP eerder een verworvenheid dan een toegeving. De belastingverlaging kan nooit leiden tot sociale onrechtvaardigheid. Voor de afschaffing van het kijk- en luistergeld is er geen overleg nodig. Die kan onafhankelijk op de agenda van het Vlaams Parlement worden geplaatst. Voorstellen dat de afschaffing gefinancierd wordt op de kap van de Vlaamse onderwijsmensen is een staaltje van platte demagogie. De vrijgekomen ruimte kan autonomer aangewend worden, ook voor de afschaffing van het kijk- en luistergeld. Dat wil niet zeggen dat het moet gebeuren ten nadele van het onderwijspersoneel. (Protest van mevrouw Demeester-De Meyer)

In de vorige regeerperiode waren er minder middelen beschikbaar en was de financiële evolutie minder gunstig, en toch was er een voorstel om afcentiemen te realiseren. Ten koste van wat zou dit toen gerealiseerd zijn?

Wivina Demeester-De Meyer

Op het moment dat de begroting in evenwicht was, was er een discussie over drie mogelijkheden : nieuwe uitgaven plannen ; de schulden verder afbouwen ; afcentiemen toestaan. Het geheugen van de heer Voorhamme werkt selectief, hij vergeet de twee andere mogelijkheden. In de pers las ik vanmorgen dat er de voorbije zeven jaar niets gedaan was. Herinner u echter dat 1993 een cruciaal jaar was voor de defederalisering. Dan volgde een periode van communautaire rust waarin door dit Parlement grondig werd nagedacht over verdere stappen in de staatshervorming, vanaf 1999. De partij van de heer Voorhamme, onze toenmalige coalitiepartner, was het daarmee eens. Nu zegt men steeds dat er in de vorige regeerperiode niets gebeurd is. Erken nu toch dat er goed geregeerd is en kijk naar de toekomst, niet meer alleen naar het verleden.

Het heeft ook geen zin om telkens te lachen met wat de oppositie zegt. We zitten immers in dit Parlement om te discussiëren. In de commissie voor Financiën en Begroting was in de vorige legislatuur permanente dialoog mogelijk. Dit mis ik vandaag.

Robert Voorhamme

Ik zeg niet dat er slecht geregeerd is. Ik wijs er enkel op dat er toen voorstellen waren om afcentiemen toe te staan. Dezelfde fractie zegt nu, terwijl er meer middelen beschikbaar zijn, dat een belastingvermindering en de afschaffing van het kijk- en luistergeld ten koste zou zijn van het onderwijs. Dit is demogogie. (Applaus bij de VLD en de SP)

Wivina Demeester-De Meyer

Er waren drie ideeën waarover wij van gedachten wilden wisselen als er middelen zouden vrij komen. De moeilijkheid was dat we de afcentiemen selectief wilden realiseren. Binnen de regering en in de bevoegde commissie is er hierover gediscussieerd.

Robert Voorhamme

Naast de herziening van de Financieringswet is er de zeer belangrijke overheveling van de gemeente- en provinciewet. Dit maakt een beter en efficiënt beleid in Vlaanderen mogelijk, zowel op Vlaams als op lokaal niveau. Er is vaak gezegd dat de strategie van de huidige coalitie tot een blokkering en vernedering zou leiden. Iedereen moet nu echter wel toegeven dat dit een belangrijke doorbraak is. Dit is voor ons niet het einde maar we zitten op het goede spoor. Vlaanderen is niet onafhankelijk maar heeft veel meer armslag gekregen om een eigen beleid te voeren. De SP is tevreden. Dit akkoord maakt het mogelijk om beter te regeren op alle niveaus in dit land.

Ludo Sannen

Indien men de tekst van het nieuwe akkoord vergelijkt met het regeerakkoord en de bekommernissen die ik vorige week geuit heb, zal men grote gelijkenissen vaststellen. Ik ben dus tevreden. Sommigen zullen allicht beweren dat dit akkoord niet ver genoeg gaat; dat er teveel tijd zal overgaan; dat de resoluties van het Vlaams Parlement niet gerealiseerd zijn. Dit is het recht van de oppositie maar het klinkt soms ongeloofwaardig. In de vorige regeerperiode is het debat inderdaad gevoerd maar men is geen stap vooruitgegaan. Zelfs de regionalisering van de gemeente- en provinciewet, een bepaling van het Sint-Michielsakkoord, is niet uitgevoerd. De uitlatingen van de heer Van Rompuy zijn dus niet geloofwaardig, maar tragisch omdat het een camouflage lijkt van het onvermogen van de CVP om wel iets te realiseren.

Over de middelen voor de gemeenschappen hebben wij steeds gezegd dat er een inhaalbeweging moest zijn en dat deze uiteindelijk welvaartsvast moesten gemaakt worden. Dit zal nu uitgevoerd worden. Wij hadden dit trouwens al naar aanleiding van het Sint-Elooisakkoord gezegd. Voor ons moeten deze middelen voor de gemeenschappen gebruikt worden, en in eerste instantie voor het onderwijs.

Het regeerakkoord vraagt de overheveling van alle gewestbelastingen. Hierbij moet men voldoende aandacht hebben voor fiscale migratie en een coherent beleid. Ik heb als voorbeeld onder meer de verkeersbelasting aangehaald. Hiervoor vonden wij dat er samenwerkingsakkoorden moesten afgesloten worden. Dit staat nu in het nieuwe akkoord.

Wat betreft de personenbelasting van de gewesten en de op- en afcentiemen, wil ik de heer Van Rompuy erop wijzen dat de gemeenten geen afcentiemen hebben. De vergelijking gaat dus niet op. Wij kunnen bij de afcentiemen een variatie van min of plus 6,75 percent toelaten. We hebben dus voldoende mogelijkheden.

We zijn tegen een forfaitair systeem omdat dit een lineaire tegemoetkoming is. Nu zal er gedifferentieerd kunnen worden ingegrepen per belastingsschijf. In het regeerakkoord staat dat de laagste inkomensschijven een belastingsvermindering moeten krijgen onder meer om de werkloosheidsval te bestrijden. We rekenen erop dat de 40 miljard frank belastingsvermindering op deze manier berekend worden.

Ik wijs ook nog op het belang van de regionalisering van de gemeente- en de provinciewet, van de controle op de verkiezingsuitgaven en van het akkoord over de landbouw en de buitenlandse handel.

Vanaf 2004 wordt de bevoegdheid voor ontwikkelingssamenwerking overgeheveld naar gemeenschappen en gewesten. Dit staat expliciet in het Vlaamse regeerakkoord, en we zijn het daar dan ook volledig mee eens. Dit neemt niet weg dat we begrip hebben voor de bezorgdheid die wordt geuit door de staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking. Waar Vlaanderen vooral redeneert op basis van Vlaamse belangen, gaat hij uit van de noden van de ontwikkelingslanden. De behoefte aan een coherent optreden is er zeer groot, en er moeten dan ook duidelijke afspraken worden gemaakt om een kwaliteitsvol ontwikkelingsbeleid mogelijk te blijven maken.

We gaan er mee akkoord dat het Vlaams Gewest volledig bevoegd wordt voor het kijk- en luistergeld. We willen er wel op wijzen dat een eventuele afschaffing van deze belasting moet worden gecompenseerd zonder dat er wordt geraakt aan de middelen voor Welzijn en Onderwijs. Alle voorrang moet trouwens ook gaan naar de huidige bepalingen van het Vlaamse regeerakkoord.

Wij willen meewerken aan de concrete invulling van dit communautaire akkoord. Dit akkoord zal trouwens zeker niet het laatste zijn. We zullen in de toekomst onze constructieve medewerking verlenen aan verdere besprekingen. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID)

Paul Van Grembergen

De discussie over de Belgische staatshervorming is een proces dat niet eindigt. Het zou verkeerd zijn om de indruk te wekken dat zo een onderwerp op enkele uren kan worden besproken en geregeld. In deze aartsmoeilijke discussie moet immers rekening gehouden worden met zowel Vlaamse als Waalse belangen en opvattingen. Een vereenvoudiging van de discussie dient de oplossing niet.

Deze oplossing moet trouwens ook steeds rond de onderhandelingstafel worden gevonden, in een democratisch overleg. Steeds opnieuw moet er de wil tot onderhandelen zijn. Dat we daar in slagen, onderscheidt ons van andere landen met nationaliteitenconflicten.

Na de verkiezingen van 13 juni 1999 heeft de VU&ID-fractie deze Vlaamse regering haar vertrouwen geschonken. Zij deed dit op basis van het Vlaams regeerakkoord, waarin de aanpak van de staatshervorming als een van de prioriteiten naar voren werd geschoven. Zonder iemand iets te willen verwijten, stelden we vast dat er in de voorafgaande regeerperiode op dit vlak niets werd verwezenlijkt. In dit Vlaamse regeerakkoord engageren de Vlaamse regeringspartijen zich ertoe om in democratisch overleg te pogen tot een consensus te komen, een consensus die vervolgens op alle niveaus zal worden verdedigd.

Wij werden toen als naïevelingen bestempeld, maar de feiten geven ons gelijk. Er wordt wel degelijk vooruitgang geboekt. Ik wil niet elke staatshervorming op onze rekening schrijven, maar iedereen zal moeten beamen dat onze fractie gedurende veertig jaar elke gelegenheid heeft aangegrepen om onze doelstellingen van autonomie en zelfbestuur te verwezenlijken. We deden dit niet op basis van eigenbelang, en redeneerden niet vanuit de angst of dit onze partij schade zou berokkenen. We deden dit voor het welzijn van onze bevolking. We hebben elke kans gegrepen om vooruitgang te boeken.

Bij de vroegere staatshervormingsbesprekingen ging het steeds over het over te dragen bevoegdheidspakket. Nu, in het jaar 2000, zien we dat Vlaanderen naar Europese en internationale confederale normen over een indrukwekkend bevoegdheidspakket beschikt : openbare werken, ruimtelijke ordening, milieu, cultuur, onderwijs, tewerkstelling, economie, binnenlandse zaken - nu nog versterkt door de regionalisering van de gemeente- en de provinciewet -, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Vlaanderen is tevens bevoegd om voor al deze bevoegdheden in het buitenland op te treden.

Ik heb het dan wel degelijk over de bevoegdheden. Ik geef toe dat het vroegere systeem van dotaties en 8 percent aan eigen fiscale bevoegdheden niet voldoende waren.

Vlaanderen wordt nu ook volledig bevoegd voor de kieswet. Aan het Vlaams grondgebied wordt niet geraakt. Vlaanderen krijgt er de volledige deelstatelijke bevoegdheid voor, de Rand incluis. De Franstalige inwoners van de Rand hebben gedurende dertig jaar geprobeerd om de grenzen te verleggen, maar worden nu burgers van de deelstaat Vlaanderen.

Joris Van Hauthem

Wat was dan de betekenis van het vastleggen van de taalgrens? Daarvoor werd indertijd al een prijs betaald. In 1988 zei men al dat de taalgrens gebetonneerd werd. Nu gaat het wellicht om gewapend beton.

Paul Van Grembergen

Door de regionalisering van de gemeente- en de provinciewet is ieder gevaar voor de Brusselse rand geweken. De Vlaamse Rand behoort tot het Vlaamse grondgebied. Dat kan nooit nog een discussiepunt zijn, ondanks de eisen van de Franstaligen in het verleden.

Verder werd het bevoegdheidspakket uitgebreid, ook op buitenlands vlak. De soevereiniteit en de eigenzinnigheid van een deelstaat meet men immers ook aan zijn buitenlandse optreden.

Deze morgen las ik in een intellectuele krant, die over het algemeen schitterende kritieken schrijft, dat dit akkoord een lege doos is. De krant had het daarbij alleen over de fiscale autonomie. Daarmee ben ik het niet eens. Ik meen dat er vooruitgang geboekt is. Tot en met de verkiezingen van 1999 konden de Franstaligen de term fiscale autonomie niet eens over de lippen krijgen en dat is nu veranderd. Er is ook een beperkte invulling van de fiscale autonomie op het vlak van de personenbelasting. Het is wel waar dat de wensen van mijn fractie verdergaan dan wat nu in het akkoord staat. Het verhaal is echter nog niet af. Ik vrees dat we op dit vlak in een fasenpolitiek terechtgekomen zijn, zoals dat in het verleden ook het geval was voor de regionalisering van de bevoegdheden. Ik zou het liever sneller zien vooruitgaan. We mogen echter niet de indruk wekken dat deze dingen vanzelf kunnen gaan. Daarom wens ik de Vlamingen op dat vlak realiteitszin en ambitie toe.

Wanneer er vooruitgang geboekt wordt dan keert telkens de vraag terug welke prijs daarvoor betaald werd (Protest bij de heer Van Rompuy). Men zoekt steeds naar verraad. Voor dit akkoord werd evenwel geen prijs betaald. Het is dus echt een eerbaar akkoord, al hebben we niet alles binnengehaald wat we nastreven. De Vlaamse regeringspartners willen het regeerakkoord echter verder honoreren.

Blijkbaar heeft men in het Franstalige landsgedeelte nu smaak gekregen in een verdere regionalisering. Wie het goed meent heeft er alle belang bij dat klimaat aan te grijpen en afstand te doen van de kleine politiek. In de komende drie jaar moeten we verdere stappen kunnen zetten. Er is economische groei, er zijn meer financiële middelen en een deel van de bevolking is meer internationaal gericht en dat dwingt tot ruimere verantwoordelijkheden.

Mijn groep zal het akkoord steunen. De teksten zullen in een geheel worden neergelegd en zullen met een tweederdemeederheid worden gestemd. Wij zullen erover waken dat de teksten het akkoord letterlijk weergeven. Dan zullen we een stap vooruit hebben gezet. Daarom feliciteren we de Vlaamse onderhandelaars met het bereikte akkoord. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID).

Brigitte Grouwels

Ik hoopte dat de heer Van Grembergen nog over iets anders zou spreken. Het spijt hem dat er soms in fasen wordt gewerkt. Welnu, vandaag werd er een definitieve stap gezet naar het loslaten van de Brusselse Vlamingen. Voorafgaandelijk aan de overheveling van de gemeentewet naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er echter geen garanties afgesproken voor een vertegenwoordiging van de Vlamingen op het lokale niveau. Wij zijn niet tegen deze overheveling van de gemeentewet, maar we vragen wel een voorafgaandelijke regeling voor een minimumvertegenwoordiging. Later zal dat waarschijnlijk niet meer kunnen. De Franstaligen en de Vlamingen zullen elkaar in een patsituatie kunnen zetten, dat hoop ik althans. Het kan niet de bedoeling zijn de gemeentewet tegen de Vlamingen in te wijzigen.

Paul Van Grembergen

Ik deel de bekommernissen van mevrouw Grouwels. Er is een status quo. De situatie van de Brusselse Vlamingen blijft gehandhaafd, zoals die van de Franstaligen in de Brusselse rand. Ik beweer niet dat ik Brussel goed ken. Ik merk wel dat de Franstaligen in gesprek willen treden met de Vlamingen om de stad goed te besturen, met respect voor iedereen. Dan heb ik het niet over het FDF, dat nog steeds probeert het klimaat te vergiftigen (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID).

Minister-president Patrick Dewael

Ik dank al de sprekers die op een constructieve manier hebben bijgedragen tot het debat.

Ik ben blij dat het debat over de staatshervorming eindelijk wordt gevoerd met als uitgangspunt een beter bestuur. In het verleden werd te veel gedebatteerd in termen van confrontatie, winnaars en verliezers. De uitgangspunten van het Vlaamse regeerakkoord inzake staatshervorming zijn een beter bestuur, subsidiariteit en solidariteit.

Ik ben niet van plan om een proces te maken van het verleden. Ik heb er akte van genomen dat de standstill in de staatshervorming blijkbaar een bewuste keuze was. Ik stel alleen vast dat deze zogenaamde voorbereiding enkel tot gevolg had dat aan de andere zijde van de taalgrens werd gekozen voor blokkering. Dat was een gevolg van een gebrek aan dialoog. De Vlaamse standpunten werden fundamenteel gewantrouwd. Er werden zeer weinig grondwetsartikelen voor herziening vatbaar verklaard. Wie vijftien maanden geleden zou hebben gezegd dat de volgende regering erin zou slagen om fiscale autonomie tot stand te brengen, zou gek verklaard zijn. Deze vooruitgang in de staatshervorming is mogelijk gemaakt door wederzijds respect. Sommigen hebben daarover denigrerend gedaan. Blijkbaar ten onrechte.

Luc Van den Brande

De tussenkomsten van sprekers als de heer Van Grembergen steken schril af tegen de polemische marketingstijl van de minister-president. Het is duidelijk dat u uit een ander politiek gremium komt. U hebt dan ook geen 3,5 jaar kunnen mee helpen werken aan de voorbereiding van een staatshervorming. In de luwte, met hoorzittingen en een grote openheid voor de oppositie, om op die manier te kunnen komen tot een dialoog.

Uw benadering is tendentieus en strookt niet met de werkelijkheid van dit Vlaams Parlement. We hebben tientallen akkoorden tussen de gemeenschappen en gewesten kunnen goedkeuren. Er werd consensus bereikt in het Overlegcomité.

Ik ben blij dat er een en ander kan gerealiseerd worden. Dat doet echter niets af aan onze zevenvoudige kritiek.

U pocht met de snelheid waarmee u een akkoord hebt kunnen tot stand brengen. Ik wil u herinneren aan de grote snelheid waarmee het Sint-Michielsakkoord werd uitgevoerd. Ik vraag me af of het met het huidige akkoord even snel zal gaan. Ik moet nog steeds de eerste tekst zien van het akkoord dat maanden geleden werd bereikt over de regionalisering van Landbouw en Buitenlandse Handel.

Wat goed is zullen we goedkeuren, wat mijlenver staat van de consensus die tijdens de vorige regeerperiode in dit parlement werd bereikt, niet.

Minister-president Patrick Dewael

Beelden zijn natuurlijk niet belangrijk. De perceptie tijdens de vorige regeerperiode van de heer Van den Brande aan de andere kant van de taalgrens, was echter van die aard dat gekozen werd voor een volledige blokkering van de staatshervorming. Ook nadat u klaar was met de grote oefening tot voorbereiding van de staatshervorming, wilden de Franstaligen niet met u praten. Uw oefening was er één op een hometrainer : u werd wel moe, maar ging niet vooruit. (Rumoer)

Luc Van den Brande

U was tijdens de vorige regeerperiode geen lid van het Vlaams Parlement. U bent een luchtfietser. U zegt dat bepaalde dingen niet konden worden gerealiseerd ten gevolge van een bepaalde beeldvorming. U draagt die beeldvorming echter zelf uit vanuit platte politieke demagogie.

Minister-president Patrick Dewael

In de Bijzondere Financieringswet werden belangrijke waarborgen vastgelegd voor de Franstaligen. Zij zullen nooit akkoord gaan met minder dan wat ze al verworven hebben. Ten gevolge van de complexiteit van de regeling kon niemand nog goed inschatten wie voor- of nadeel ondervond bij de regeling. De Financieringswet zorgde echter voor een democratisch deficit : fiscale autonomie was niet mogelijk.

We merken bijvoorbeeld ook in Duitsland dat de staatshervorming een continu proces is. Ik zal nog tijdens deze zittingsperiode nieuwe stappen zetten. Belangrijk daarbij is dat de onderhandelende partijen respect hebben voor elkaar en dat de Franstaligen inzien dat zij ook belang hebben bij een verdere staatshervorming. Rechtstreekse contacten op regerinsniveau dragen daartoe bij omdat gemeenschappen en gewesten zo de kans krijgen samen een strategie te ontwikkelen.

Mijn verwachtingen op het vlak van fiscale autonomie zijn niet helemaal ingelost en ik heb geen probleem om dat te bekennen. Ik blijf streven naar een systeem gebaseerd op de personenbelastingen. We hebben op lange termijn wel een belangrijke correctie ingevoerd : de bijkomende middelen worden op termijn volledig op basis van de personenbelasting verdeeld. In een volgende onderhandelingsronde zal ik de voorgestelde termijn proberen in te korten.

De Franstaligen zien fiscale autonomie als een bedreiging. Als het welvarende Noorden zijn inwoners allerhande fiscale voordelen kan aanbieden, zullen welgestelde Zuiderlingen wellicht verhuizen. Het is aan ons om de huidige fiscale autonomie zo efficiënt als mogelijk in te zetten zodat zij beseffen dat fiscale autonomie geen bedreiging hoeft te zijn. Op die manier zullen we in staat zijn om verdere stappen te zetten.

Fundamenteel is wel de marge van bijna 7 percent en de mogelijkheid om fiscale stimuli te geven in onze beleidsdomeinen. We beschikken over verschillende mogelijkheden om ons beleid fiscaal te sturen. Wanneer het kijk- en luistergeld wordt overgeheveld, zullen parlement en regering een standpunt moeten innemen over de afschaffing ervan. Een ontwerp van decreet dat afcentiemen mogelijk maakt, is al klaar. Nu wordt ook differentiatie mogelijk.

Eric Van Rompuy

Als het inderdaad mogelijk wordt om rekening te houden met het inkomen op gezinsniveau, dan juichen we dat toe. We vinden het nog altijd geen goed fiscaal instrument, maar erkennen wel dat het een stap vooruit is.

Minister-president Patrick Dewael

Uw zwart-witbenadering bewijst dat u nog altijd tegen bent. De herfinanciering van de gemeenschappen verbetert de financiële situatie van Vlaanderen en bovendien hebben we de parameters voor 2001 heel conservatief ingeschat. Daardoor is het mogelijk om de lasten met 50 miljard frank te verminderen. Bovendien beslissen we zelf welke daartoe de meest aangewezen manier is. De eventuele afschaffing van het kjk- en luistergeld werd hier nog weggelachen. Maar nu kunnen we daar wel zelf over beslissen.

Wivina Demeester-De Meyer

Het kijk- en luistergeld kan vanaf het jaar 2002 afgeschaft worden. Maar vanaf wanneer zijn selectieve afcentiemen mogelijk? En wanneer kunnen we het beleid fiscaal sturen?

Minister-president Patrick Dewael

We mogen twee zaken niet verwarren. Enerzijds is er de vork. Daarover had ik al een akkoord met de federale minister van Financiën. Anderzijds is er selectiviteit. Dat laatste wordt pas mogelijk nadat de Bijzondere Financieringswet is gewijzigd, wat voor eind volgend jaar moet gebeuren.

Wivina Demeester-De Meyer

Niet-selectieve afcentiemen zijn dus al mogelijk in 2001, terwijl selectieve pas vanaf het inkomstenjaar 2002 mogelijk zijn. Het beleid fiscaal sturen zal ook pas vanaf het inkomstenjaar 2002 mogelijk zijn.

Minister-president Patrick Dewael

Op basis van de huidige financieringswet heeft de Vlaamse regering een decreet goedgekeurd dat niet-selectieve afcentiemen mogelijk maakt. Selectieve afcentiemen worden pas mogelijk wanneer de Bijzondere Financieringswet is gewijzigd. Dat moet voor het einde van volgend jaar gebeuren.

Volgens de heer Van Rompuy zullen we moeten kiezen tussen een belastingverlaging en de onderwijsfinanciering. Ik ben er echter van overtuigd dat beide kunnen met de huidige middelen.

Ik onderstreep het belang van de bevoegdheden. We hebben geen enkele prijs betaald voor het akkoord. We zetten een stap vooruit op het vlak van de fiscale autonomie. Ik geef toe dat ik niet gelukkig ben met de bereikte resultaten inzake de personenbelasting en de financiering van de gemeenschappen, maar we krijgen nieuwe bevoegdheden voor Vlaanderen bij. Het klopt dat we op het vlak van het buitenlands beleid maar in 2004 een stap vooruitzetten. Met de gemeente- en provinciewetgeving daarentegen zetten we evenwel een integrale stap vooruit. Die wordt een Vlaamse bevoegdheid waardoor de navelstreng met het federale niveau doorgeknipt wordt. Op die manier kan Vlaanderen een volwassen beleid ten opzichte van de steden en gemeenten voeren en minder betuttelend optreden.

We moeten belangrijke stappen blijven zetten op basis van wederzijds respect. Voor de eerste keer hebben vertegenwoordigers van de respectieve regeringen onderhandelingen gevoerd in harmonie. Los van de inhoud draagt de manier waarop het akkoord bereikt is bij tot het aanzien van Vlaanderen, ook in het buitenland. Ik hoop dat we actief blijven op het vlak van de institutionele vernieuwing en dat we ons concentreren op de maximale invulling van onze eigen bevoegdheden. (Applaus bij de VLD, de SP, AGALEV en VU&ID)

De voorzitter

Het debat is gesloten.

Met redenen omklede moties

De voorzitter : Door de heer Eric Van Rompuy c.s. werd tot besluit van deze mededeling van de Vlaamse regering een met redenen omklede motie ingediend. Ze zal worden gedrukt en rondgedeeld.

Door de heer Francis Vermeiren werd tot besluit van deze mededeling van de Vlaamse regering een met redenen omklede motie aangekondigd. Ze moet uiterlijk donderdag 19 oktober 2000 om 17 uur zijn ingediend. Ze zal worden gedrukt en rondgedeeld.

Het parlement zal zich daarover tijdens een volgende plenaire vergadering moeten uitspreken.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.