U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 23 juni 2021, 13.59u

Voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, minister Vandenbroucke kondigde aan dat de wachttijd voor een tweede prik met AstraZeneca voor iedereen vervroegd zou worden van 12 naar 8 weken, als we volgende week de beloofde 700.000 vaccins zouden ontvangen. Ik denk dat dat een heel goede zaak zou zijn, want er heerst toch wel onvrede en frustratie bij mensen die hun eerste vaccin met AstraZeneca gekregen hebben voor 31 mei 2021, omdat zij nog altijd een wachttijd hebben van 12 weken. Voor mensen die na die datum hun eerste dosis hebben gekregen, werd de termijn ingekort naar 8 weken.

Nu, praktisch gezien zou iedereen die zijn vaccin vroeger wil krijgen, opnieuw geboekt moeten worden, wat natuurlijk wel een probleem kan geven. Daarom stelde minister Vandenbroucke dat het eenvoudiger zou zijn dat mensen die hun tweede prik vroeger willen krijgen, zich via QVAX zouden registreren.

De deltavariant is toch wel in opmars, minister, en dus is het belangrijk dat wij kwetsbare mensen – ouderen, risicopatiënten – zo snel mogelijk volledig gevaccineerd hebben. Daarom mijn simpele vraag: vanaf wanneer gaan mensen die nog voor 31 mei hun eerste dosis AstraZeneca gekregen hebben, zich kunnen inschrijven op die QVAX-lijst?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, ik deel uw bezorgdheid helemaal, alsook uw ambitie. Dat heb ik op de interministeriële conferentie (IMC) onmiddellijk gezegd toen we de beslissing hebben genomen om de staart van de vaccinatie in te korten met een aantal weken en de periode voor die laatste groep van twaalf naar acht weken te brengen. We zijn daarbij ingegaan op een advies van de Hoge Gezondheidsraad, maar ik heb toen ook meteen gezegd aan mijn collega’s dat dat wel zeer contra-intuïtief zou overkomen bij die mensen die nog op twaalf weken staan. Ik heb toen heel uitdrukkelijk gevraagd dat we zouden werken aan een tool of manier om, wanneer de leveringen het ons mogelijk zouden maken, ook voor die andere mensen, die op twaalf weken staan, de termijn naar acht weken te brengen.

Die tool is intussen ontwikkeld. Het zal via QVAX kunnen wanneer de leveringen er zijn. Daar zitten we natuurlijk op te wachten. Volgende week dinsdag hoop ik daarover van AstraZeneca absolute duidelijkheid te krijgen. U weet dat AstraZeneca wat dat betreft niet de meest solide is. Het aantal leveringen stemt niet altijd overeen met het aantal dat men heeft aangekondigd. Wat ik niet wil doen, is een ongedekte cheque uitschrijven. Ik wil niet dat we mensen uitnodigen als er geen vaccin tegenover staat, want dat zou bijzonder frustrerend zijn en het zou ook betekenen dat er vaccinatiecentra zijn die de keuze zouden moeten maken tussen wie wel en wie niet.

We hebben ons dus voorbereid en we zijn er klaar voor. QVAX zal er klaar voor staan volgende week. Als we op 29 juni de levering van AstraZeneca krijgen – wat ik hoop – en als dit over een redelijk groot aantal vaccins gaat, dan zullen we dit doen. Het zal geen verplichting zijn, want ik kan me inbeelden dat er ook mensen zijn die intussen al een vakantie hebben gepland en zich georganiseerd hebben op twaalf weken en dat zo willen laten. Het zal kunnen op een manier dat men het zelf kan aanbieden.

We hebben die mensen als eersten gevaccineerd. We zijn het enige land dat mensen met onderliggende aandoeningen prioritair heeft gevaccineerd. Die mensen hebben de eerste kans gekregen en dat was absoluut noodzakelijk. U spreekt over de nieuwe varianten en die zijn inderdaad een uitdaging, maar blijkt dat de vaccins, ook van AstraZeneca, daar een goede weerstand tegen hebben. We hebben hen als eersten mee gevaccineerd. Het is absoluut mijn ambitie om hen de kans te geven om de termijn in te korten, maar er is een voorwaarde, namelijk de levering van de vaccins, en ik hoop dat dit volgende week effectief gebeurt.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord dat toch al meer duidelijkheid geeft en dat is wat de mensen vragen. De vragen zijn vrij talrijk van mensen die niet begrijpen waarom zij twaalf weken moeten wachten en anderen maar acht weken. Jonge mensen die nu een vaccin van Johnson & Johnson krijgen, zijn onmiddellijk al volledig gevaccineerd. Het zou een zeer goede zaak zijn als dit zou kunnen mochten mensen ervoor willen opteren. De vraag zal inderdaad zijn of er voldoende vaccins beschikbaar zullen zijn.

In andere landen wordt ook al de optie genomen, omdat daar meer wetenschappelijk onderzoek over komt, om na een vaccin met AstraZeneca een mRNA-vaccin te geven, dus Moderna of Pfizer, omdat dat beter zou zijn. Zijn hierover al beslissingen genomen?

De heer Parys heeft het woord.

In sommige centra gebeurt het nu al dat mensen van twaalf naar acht weken kunnen herboeken. De vraag is hoe dat kan. Ik denk dat wie belt naar zijn centrum waar dat niet kan, zich die vraag stelt.

QVAX moet ook aangepast worden zodat mensen die niet gereageerd hebben of spijbelen voor hun tweede prik, opnieuw kunnen worden opgeroepen. Is dat al klaar? Wanneer zullen mensen daarop kunnen inloggen?

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, de strategie die gevolgd is, is de juiste en we hebben die ook altijd gesteund: eerst de oudere mensen en dan de mensen met onderliggende gezondheidsklachten. Doordat die strategie werd gevolgd en door het feit dat die mensen bijna allemaal met AstraZeneca zijn gevaccineerd omdat dat vaccin op dat moment beschikbaar was, krijgen we nu het heel bizarre effect – net als iedereen krijg ik ook heel wat mails en telefoons – dat de mensen die we als eersten wilden vaccineren bijna als laatsten volledig gevaccineerd zullen zijn. Het is logisch dat mensen zich daar vragen bij stellen en daar zelfs wat boos over zijn. Daarom heb ik ook al een aantal keer gevraagd om het toch sneller te kunnen doen. Uw antwoord is correct dat het pas kan op het moment dat de vaccins er zijn. Ik heb begrepen dat er nu toch wat meer duidelijkheid zou zijn over de levering van AstraZeneca. Kunt u dat bevestigen? Het zou effectief goed zijn mocht die versnelling kunnen gebeuren.

En ten tweede wil ik mij aansluiten bij de vraag van collega Saeys. Is er ook al bekeken of men zoals in Duitsland een tweede dosis AstraZeneca kan vervangen door Pfizer of Moderna zodat die mensen sneller volledig gevaccineerd kunnen worden?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega’s, we hebben er in Vlaanderen voor gekozen om ouderen en risicopatiënten bij voorrang te vaccineren. Dat was een heel goede beslissing. Op 12 mei is er beslist om de termijn voor AstraZeneca te verkorten van twaalf tot acht weken. Dat betekent dat een grote groep van ouderen en mensen met een risicoprofiel nog net in die termijn van twaalf weken zat. Ze stellen zich vanzelfsprekend de vraag of ze niet sneller een tweede vaccin kunnen krijgen, zeker met de deltavariant voor ogen en om zo veilig mogelijk beschermd te zijn tegen dat virus. Ik heb het al meermaals aangekaart in de commissie, minister. U weet dat. U hebt altijd gezegd dat we afhankelijk van de leveringen zijn. We begrijpen dat. U kunt geen ongedekte cheque uitschrijven. Maar het is goed dat er nu een vooruitzicht is. Ik hoop dat er heel snel duidelijkheid kan worden gegeven en dat die leveringen er komen. Als ze er niet komen, hebben we hopelijk meer nieuws over wetenschappelijk onderzoek over de mogelijke menging van de vaccins, dus dat het tweede vaccin anders is dan het eerste. Ik hoop dat dat via QVAX op korte termijn kan.

Minister, nu we het over de vaccins hebben, wil ik het nog even over de jongeren hebben. Ze schrijven zich massaal in om Johnson & Johnson te krijgen. Is er al meer geweten over de 12- tot 15-jarigen met een risicoprofiel?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, wij hebben ook altijd die strategie gesteund. Die was de juiste. Het is goed dat, zoals collega Parys zegt, er al plaatsen zijn waar er ad hoc een antwoord wordt gegeven. Voor iedere Vlaming die in die situatie zit, zal het dezelfde manier van werken zijn. Dat is een goede zaak.

Ik wil even uitzoomen. We hebben in de strategie de juiste keuze gemaakt om geen vrije keuze van vaccin aan mensen te geven en om hen dus niet zelf te laten kiezen. Vandaag zien we bijvoorbeeld dat mensen met reisplannen naar de Verenigde Staten daar niet toegelaten worden als ze gevaccineerd zijn met AstraZeneca. Dat wisten die mensen natuurlijk niet op het moment dat ze geen vrije keuze over hun vaccin kregen. Ik vraag me af hoe u daar zelf naar kijkt. Bent u van plan om daar samen met de federale collega’s en de Europese Unie nog een gesprek over te voeren? Het is een jammerlijk zaak als een vaccin dat erkend is door het European Medicines Agency (EMA), niet erkend zou zijn in de Verenigde Staten. We moeten proberen om op dat vlak nog een inspanning te doen.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, ik begin ook met te zeggen dat de gevolgde strategie de juiste was, net zoals alle andere collega’s voor mij hebben gezegd. Ik ben het ermee eens dat het vervroegen van de tweede prik een goede zaak zou zijn, en veel onrust en ongenoegen zou wegnemen. Ik ben alleen een beetje bang voor de administratieve afhandeling van dergelijke zaken. U zegt dat dat via QVAX zal gebeuren. Het hangt nog af van de leveringen en we zullen zien hoe het een en ander verloopt.

Maar ik wil het over een ander aspect van QVAX hebben. Op 15 juni werd bekendgemaakt dat de min-40-jarigen zich ook konden melden via QVAX om gevaccineerd te worden met Johnson & Johnson. In totaal waren er 30.000 inschrijvingen. Ik heb toen berichten van sommige studenten gezien dat ze 10 minuten later al bericht kregen dat ze al naar het vaccinatiecentrum mochten gaan. Ik heb ondertussen al wat berichten gekregen van mensen die zich toen ook hebben ingeschreven, maar nog altijd geen uitnodiging gekregen hebben. Wat is de stand van zaken? Hangt dat af van vaccinatiecentrum tot vaccinatiecentrum?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik ben dankbaar voor de woorden die iedereen naar voren heeft gebracht en de grote steun voor de gehanteerde strategie om mensen met onderliggende aandoeningen eerst te vaccineren. Ik kan u zeggen dat dat in de IMC’s geen gemakkelijke discussies zijn geweest. Ik ben blij dat we daarin volhardend zijn geweest. Als je vandaag kijkt naar de ziekenhuisopnames en naar de capaciteit van intensieve zorg, dan heeft dat effect gehad. Dat was natuurlijk ook de bedoeling: de meest kwetsbaren die bij een besmetting de meeste kans hebben om in een ziekenhuis terecht te komen eerst vaccineren en op die manier voorkomen dat dat gebeurt.

Vanuit die redenering, collega Schryvers, hebben we vanmorgen op de IMC beslist om jongeren tussen 12 en 15 jaar met onderliggende aandoeningen prioritair te vaccineren.

U weet dat we dat al hadden gedaan voor de groep tussen 16 en 18 jaar. Diezelfde filosofie trekken we nu door. Wanneer zij worden doorgegeven door de behandelend artsen, door de pediaters, zullen zij nu ook mee prioritair worden gevaccineerd. Dat is belangrijk, want ook daar zijn er heel wat vragen die komen, van ouders, van 14- of 15-jarige patiënten zelf, die heel bang zijn om eventueel toch nog besmet te raken, met alle mogelijke gevolgen van dien. Ik ben dus zeer blij dat we die beslissing hebben kunnen nemen. Een andere beslissing betreft de vraag of we dat gaan verruimen tot de andere mensen tussen 12 en 15 jaar. Ik hoop dat we ook daarover een definitief advies van de Hoge Gezondheidsraad zullen krijgen, om die beslissing te kunnen nemen. Dat is immers voor ons het ijkpunt, natuurlijk. We nemen politieke beslissingen, maar doen dat wel op een medisch verantwoorde manier. Daar zijn onze experten in de Hoge Gezondheidsraad voor, om ons daarover adviezen te geven.

Collega’s, als we vandaag naar onze vaccinatiecampagne kijken, dan mogen we toch best wel fier zijn, fier op alle mensen die dat doen, professionals en vrijwilligers, fier op al die mensen in Vlaanderen die ingaan op hun uitnodiging. We zijn de eerste regio in Europa die de 70 procentvaccinatiegraad heeft bereikt. De eerste regio in Europa. Vorige week was het nog even afwachten of Malta eerst zou zijn, maar vandaag hebben we van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) de cijfers gekregen. We zijn dus de eerste regio in Europa die die vaccinatiegraad voor 1 vaccin heeft gehaald. Ik denk dat dat een pluim is voor iedereen die daarin als professional, als vrijwilliger aan de slag is, maar ook voor al die Vlamingen die die uitnodiging in de bus krijgen en beslissen om ervoor te gaan omdat dat voor een bescherming voor henzelf, maar terzelfdertijd ook voor een grote bescherming voor de hele gemeenschap en voor groepsimmuniteit zorgt. U weet dat wij de komende 2 weken nog 800.000 à 900.000 vaccins bij gaan zetten. Die uitnodigingen zijn de deur uit. Op die manier zullen we tegen eind juni, begin juli toch een vaccinatiegraad van 87 à 88 procent hebben bij de volwassen bevolking. Dat is de grens van 70 procent van de totale populatie die door de experten zo belangrijk wordt geacht. Dat is de stand van zaken.

Wanneer die vaccins eraan komen, en ik hoop dat we die volgende week dinsdag hebben, als die er zijn en als die aantallen er zijn, dan zullen we dat ook onmiddellijk van toepassing maken. We zijn daarop voorbereid, dat is absoluut onze ambitie, maar die vaccins moeten er wel zijn. Op dat vlak is AstraZeneca immers niet altijd even solide geweest. Nogmaals, ik wil geen ongedekte cheques. Ik wil niet dat men nu uitnodigingen stuurt waarvoor er dan geen vaccins zijn. Dat is voor mij al maanden een beetje een nachtmerrie in de hele logistieke keten die we hebben. We moeten snel gaan, maar we moeten er ook voor zorgen dat we niet zo snel gaan dat de mensen daar staan en de vaccins daar niet zijn. Tot nu toe is ons dat altijd al gelukt, en ik vind dat we de ambitie moeten blijven hebben om tot het einde van de rit die logistieke keten solide te houden.

Collega Saeys, wat het mengen van AstraZeneca met een mRNA-vaccin betreft, ook op dat punt volgen wij de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad. We hebben een advies gevraagd. De raad heeft ons daar nog geen positief advies over gegeven. Ze kijken naar een aantal landen, naar hoe dat daar gebeurt. Daar is dus nog geen definitief uitsluitsel over, en als dat er is, dan zullen we op basis van die adviezen beslissingen nemen. Er is ook nog een juridische discussie. U weet dat deze vaccins een goedkeuring hebben gekregen van het Europees Geneesmiddelenagentschap, maar dat is wel voor twee keer hetzelfde vaccin. Anders is het ‘off-label use’, en dan is de vraag: wat als er iets gebeurt? Wie is dan aansprakelijk? Hoe ga je daar dan mee om? Daarover moet er dus toch ook nog wel een discussie worden gevoerd.

Er is echter nog een derde element dat ons parten speelt, en dat heeft te maken met onze hoge vaccinatiegraad. Ik zie dat een aantal landen inderdaad beslissen dat dat kan als mensen dat onder eigen aansprakelijkheid willen doen. Wij hebben op dit ogenblik alle vaccins nodig om die vaccinhonger bij de Vlamingen te kunnen stillen. We hebben op dit ogenblik dus niet de luxe om te zeggen ‘kijk, als u het ene niet graag hebt, dan kunt u voor het tweede, voor deze of gene kiezen’, mocht dat al het definitieve advies zijn. We hebben vandaag gewoon die luxe niet. Dat is in het hele logistieke proces dus natuurlijk ook wel een belangrijk element om mee te nemen. Het is niet alleen de vraag of het op gezondheidsvlak een goede zaak is, of het juridisch voldoende gedekt is. Het is ook de vraag of het logistiek überhaupt mogelijk is om dat te doen.

Als je met een veel lagere vaccinatiegraad zit, dan is het veel gemakkelijker om daarmee te spelen.

Collega Vaneeckhout, uw opmerking over AstraZeneca is heel terecht. Ik heb vanmorgen op de interministeriële conferentie gevraagd dat dit door de Federale Regering, door de premier wordt opgenomen en op Europees niveau wordt besproken. Die interministeriële conferentie is voor veel zaken bevoegd maar rechtstreeks naar President Biden bellen is me nog niet toebedeeld. Anders had ik dat ongetwijfeld al gedaan. Maar ik vind het inderdaad wel een groot probleem. Ik vind dat we samen met Europa moeten zeggen dat dit echt niet kan. Ik heb dat aangekaart en de coronacommissaris zou dat met de premier bespreken.

Collega Sintobin, wat het Janssen-vaccin betreft, is het goed dat veel mensen zich daarvoor inschrijven. Het is ook een reservelijst. Dat wil zeggen dat als die vaccins er zijn, men daar gebruik van moet kunnen maken. We hebben immers het signaal gekregen van onze vaccinatiecentra dat hier en daar de reservelijsten droog begonnen te liggen. Nu zijn die opnieuw aangevuld en dat is een goede zaak.

Ik zou ook de mensen die nog niet op een reservelijst staan, willen oproepen om dat toch te doen. Wanneer die vaccins dan ter beschikking zijn – in het ene vaccinatiecentra zal dat al sneller zijn dan in het andere – dan maakt men meer kans om sneller te worden opgeroepen en kunnen we onze ambitie om zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk te vaccineren, ook in de komende weken realiseren.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik hoop alvast samen met u dat wij de gevraagde dosissen ook geleverd zullen krijgen en dat mensen ook heel snel zullen weten of zij zich op die QVAX-lijst kunnen zetten. Ik denk immers dat heel veel mensen staan te springen om hun tweede dosis vervroegd te krijgen. Het lijkt me niet meer dan normaal dat ook mensen die hun eerste vaccin hebben gehad voor 31 mei, een wachttijd kunnen hebben van maar acht weken.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.