U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van regelgeving in het kader van de Vlaamse sociale bescherming.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Parys heeft het woord.

Collega’s, we hebben hierover een lange en zelfs herhaaldelijke discussie gehad in de commissie. Dit is een ontwerp van decreet dat een aantal belangrijke dingen regelt. Eerst en vooral worden de psychiatrische verzorgingstehuizen, de initiatieven voor beschut wonen, de revalidatieconventies en de revalidatieziekenhuizen nu eindelijk ingekanteld in de Vlaamse sociale bescherming (VSB). Dat is een grote stap. De verblijfsvoorwaarde om daadwerkelijk een beroep te kunnen doen op de VSB wordt verhoogd van vijf naar tien jaar. Zo verzekeren we dat iedereen voldoende lang heeft bijgedragen aan het systeem, zeker nu de VSB op kruissnelheid komt en ook steeds meer sectoren worden ingekanteld. Er wordt een inburgeringsplicht gekoppeld aan het recht op een zorgbudget en het recht op een sociale correctie voor de jaarlijkse betaling. De wisselwerking tussen rechten en plichten binnen de Vlaamse samenleving benadrukken we daarmee. Er is het zorgbudget voor ouderen. Ouderen die in een woonzorgcentrum verblijven, zullen allemaal in dezelfde zorgzwaarte worden ingeschaald. Dat is positief, omdat die zorgzwaarte geen invloed heeft op de dagprijs die een oudere betaalt in een woonzorgcentrum. BelRAI zal worden gebruikt als een inschalingsinstrument. In eerste instantie zal die ‘screener’ worden geïmplementeerd om het zorgbudget voor zorgbehoevenden en voor de sectoren gezinszorg en de diensten maatschappelijk werk mogelijk te maken. BelRAI Home Care met sociaal supplement en de BelRAI-screener voor kinderen komen wat later.

We hebben in de commissie ook een discussie gehad over de dossiertaks, uiteraard. Die wordt 75 euro bij het aantekenen van een administratief beroep. Dat krijg je ook terug als je beroep gegrond wordt verklaard.

We hebben dan heel wat discussie gehad in de commissie omdat vooral ter linkerzijde werd gezegd dat Vlaanderen hiermee in een andere plooi wordt gelegd. Dat zijn natuurlijk eigenlijk felicitaties. Wat voor ons belangrijk is, is dat voor ons bij rechten ook plichten horen. Als je weet dat Vlamingen vanaf 26 jaar bijdragen aan de VSB en dat de gemiddelde leeftijd waarop een zorgbudget wordt aangevraagd 65 jaar is, dan kan je makkelijk uitrekenen dat je als Vlaming bijna veertig jaar bijdraagt voor je een beroep doet op de VSB.

En ik denk dat het een zeer faire vraag is om aan nieuwkomers te zeggen dat zij minimaal tien jaar moeten hebben bijgedragen aan de VSB. Dat is ook een vorm van solidariteit. Je draagt bij naargelang je kunnen en je trekt dan ook uit die algemene pot die de VSB is, wanneer je dat nodig hebt.

Met het koppelen van die inburgeringsplicht geven we ook een extra incentive aan nieuwkomers om zich effectief te integreren.

Wat de dossiertaks betreft, hebben we gehoord dat bij die beroepsprocedure ongeveer 20 procent van de mensen die beroep aantekenen, ook effectief een gegrond beroep hebben ingediend. Die procedure wordt ook helemaal hervormd waardoor de BelRAI-screening bij een beroep helemaal opnieuw wordt gedaan. Daar komt dus wel een zekere kost bij kijken.

Collega’s wanneer we al deze elementen samennemen, dan is mijn fractie voorstander van het voorliggende ontwerp van decreet en zullen wij dat straks met enthousiasme goedkeuren.

Mag ik intussen aan iedereen thuis en hier vragen om in te loggen op het stemsysteem? Dan kunnen we in een ruk doorgaan.

De heer De Reuse heeft het woord.

Collega's, na de afgeslankte hoorzitting hebben we inderdaad in de commissie tweemaal dit ontwerp van decreet besproken. We zullen ons nog altijd positief onthouden.

Het ontwerp van decreet omvat een aantal zaken die wij toch liever sneller zouden zien gaan. Ik verwijs dan naar het inkantelen van de zes RIZIV-domeinen (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) in de Vlaamse sociale bescherming. Dat is federale materie en er was afgesproken dat die tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2022 zouden worden ingekanteld. Er wordt nu uitstel gevraagd voor sommige domeinen als gevolg van covid. Ons inziens kan dat niet. Er was drie jaar voorbereidingstijd, dit had dus eigenlijk moeten gebeuren.

Een ander punt dat voor ons veel sneller zou mogen gaan, is de uitbouw en evolutie van het ene unieke loket, de Vlaamse Zorgkas. Nu is het nog altijd zo dat sommige zorgkassen gelinkt zijn aan de ziekenfondsen die kunnen dienen als toeleiding. Wij vragen dat het regeerakkoord in dezen toch wordt gerespecteerd en dat we toch naar dat ene loket zouden gaan, zijnde de Vlaamse Zorgkas.

Het ontwerp van decreet omvat natuurlijk ook goede zaken: de garantie op zorg, de implementatie van de BelRAI-screener die in de toekomst toch op heel wat verschillende domeinen in de zorg het verschil zal maken, de afschaffing van de factor zorgnood bij het toekennen van een zorgbudget voor mensen die naar een woonzorgcentrum gaan.

En dan is er natuurlijk het meest omstreden aspect, namelijk inburgering en integratie. Onze fractie juicht toe dat de snelle toegang tot de Vlaamse sociale bescherming wordt afgeschermd. Let wel, en we hebben dat ook gezegd in de commissie, er wordt niet gezorgd dat dit onmogelijk is, dat er geen toegang meer is. Nochtans was dit voor de collega’s ter linkerzijde een ideologisch idee-fixe, een uithollen van de solidariteit, en oh horror, een achternalopen van het Vlaams Belang. Laat ons duidelijk zijn, collega Parys heeft het al gezegd, er is een rechten- en plichtenverhaal, en ons inziens – en ik heb dat ook toegelicht in de commissie – is echte solidariteit maar mogelijk wanneer daar een draagvlak voor bestaat. Wanneer solidariteit een draagvlak heeft, is ze duurzaam.

Wij stellen vast dat in het hele verhaal, in het brede dossier van inburgering en integratie er altijd een eenrichtingssolidariteit is en dat is natuurlijk deze waarvan wij de betaler zijn. En de verkiezingen bewijzen keer op keer dat de bevolking dit niet meer pikt. Wat we hier zien, is eigenlijk een tegemoetkoming aan de verzuchtingen van de bevolking. Zoals ik in de commissie al zei, is dit eigenlijk een vorm van democratische hygiëne, de essentie van de democratie.

Ik sluit af met de hoofdreden waarom wij dit ontwerp van decreet niet zullen goedkeuren, namelijk het bezwaar tegen de dossiertaks bij het administratieve beroep. De minister heeft het over een billijke prijs van 75 euro maar uit de cijfers die hijzelf geeft, blijkt dat dit niet het grote verschil maakt. Maar voor de betrokkene, die toch al een zorgnood heeft, is 75 euro wel een drempel. We hebben hier destijds, naar aanleiding van de coronacrisis, een tegemoetkoming goedgekeurd van 35 euro voor mensen die het moeilijk hebben. Dat betekent dat ook 35 euro het verschil maakt en dat 75 euro veel geld is. Los daarvan vinden we gewoon dat iedereen recht heeft op een tweede inschaling. Een eerste inschaling is een momentopname. Er moet dus altijd een makkelijk toegankelijke mogelijkheid zijn tot een beroep, dat is voor ons een basisrecht.

Kortom, er is een dossiertaks waardoor we het punt niet goedkeuren. Ik heb punten aangehaald die goed zijn. Er zijn punten die sneller moeten worden gerealiseerd. Als we alles in beschouwing nemen, maken we de slotsom en komen we tot een positieve onthouding.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, collega's, het ontwerp van decreet is inderdaad meermaals besproken in de commissie Welzijn. Er is ook een hoorzitting over geweest. Ik wil heel graag een aantal belangrijke elementen uit dit ontwerp van decreet belichten. Er wordt immers vaak gefocust op enkele elementen, waar ik straks op terugkom, die door de oppositie telkenmale weer naar voren worden gebracht en waar dan met het vergrootglas naar wordt gekeken. Maar in globo vergeet men te zeggen welke belangrijke inkanteling van een aantal sectoren er in dit ontwerp van decreet zitten, in uitvoering van de zesde staatshervorming waarmee Vlaanderen heel wat bijkomende bevoegdheden heeft gekregen. Die verankeren we hiermee.

Ik noem graag enkele belangrijke elementen uit het ontwerp van decreet. Er wordt voorzien in een verder gefaseerde inkanteling van verschillende zorgsectoren in de VSB. Zo moet de continuïteit van zorg beter worden gegarandeerd, met name in zorgverlening via de psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven beschut wonen, revalidatieziekenhuizen, revalidatie-overeenkomsten, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging en het multidisciplinair overleg.

Nog van belang is dat we met dit ontwerp van decreet de historisch gegroeide schotten tussen de verschillende zorgaanbieders wegwerken, waardoor zorg op een meer afgestemde manier kan worden aangeboden.

Een volgend punt: het gebruik van eenzelfde inschalingsinstrument voor de zorgzwaarte, de BelRAI, moet meer duidelijkheid en zekerheid bieden aan de burger en moet vermijden dat mensen meerdere keren moeten worden ingeschaald om verschillende types van zorg te kunnen krijgen. Dat nieuwe instrument zou de zorgzwaarte ook op een betere en correctere manier inschatten, onder andere door meer rekening te houden met de mentale draagkracht.

Via het zorgbudget kan een persoon met een zorgnood zelf beslissen van welke zorg hij of zij gebruik wil maken en kan de zorg op een meer vraaggestuurde manier worden georganiseerd.

Dat zijn heel belangrijke elementen in dit ontwerp van decreet die vaak vergeten worden of over het hoofd worden gezien en waarvan ik het belangrijk vind om ze hier even te vermelden.

Ik kom tot de zogenaamde knelpunten die vanuit de kant van de oppositie worden aangehaald. Collega’s, in de VSB wordt uitgegaan van het verzekeringsprincipe, waarbij mensen bijdragen betalen, bepaalde verplichtingen op zich nemen en daar dan ook rechten uit kunnen putten. Het overgrote deel van de mensen doet maar een beroep op de VSB nadat ze gedurende een heel aantal jaren bijdragen hebben betaald. Dat weten we. We vinden het ook logisch dat er een evenwicht bestaat tussen bijdragen aan het systeem en een beroep kunnen doen op de rechten ervan.

Voor wat betreft de dossierkosten wil ik er graag op wijzen dat bij het aantekenen van het administratief beroep de beroepsprocedure helemaal anders zal verlopen dan de huidige, zoals we uitdrukkelijk hebben gehoord tijdens de hoorzittingen, en veel meer rechten zal garanderen voor degene die beroep aantekent. Toch ook wel belangrijk is dat er uitdrukkelijk in het decreet voorzien is dat er een vermindering van de dossierkosten tot 50 percent of voor bepaalde groepen een vrijstelling mogelijk is, bijvoorbeeld mensen die recht hebben op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, mensen die een collectieve schuldenregeling, budgetbegeleiding of budgetbeheer hebben, mensen die recht hebben op een leefloon, een inkomensvervangende tegemoetkoming, een werkloosheidsuitkering of een inkomensgarantie voor ouderen.

Al die categorieën kunnen een beroep doen op een vermindering tot de helft of op een vrijstelling. Hoe kan iemand blijven zeggen dat de kwetsbare groepen geen toegang tot de beroepsmogelijkheden meer zullen hebben? Ik vermeld nog dat een volledige terugbetaling volgt indien het beroep gegrond wordt verklaard.

Ten derde wil ik het nog even hebben over de zorginschaling bij een opname in een woonzorgcentrum. Dat zal voor iedereen binnen dezelfde schaal kunnen gebeuren. Dat is een voorstel dat wij hier zelfs al tijdens de vorige legislatuur hebben gedaan. Iedereen betaalt dezelfde kosten in het woonzorgcentrum en het is van belang dat we de administratieve formaliteiten zo veel mogelijk beperken. De vraag is dan in welke schaal die mensen moeten worden ingeschaald. Dat moet later worden beslist, maar wat buiten kijf staat, is dat de mensen die zich momenteel in schaal 5 bevinden of aan de zorggraad voor schaal 5 voldoen in die schaal ingeschaald kunnen blijven. Niemand mag erop achteruitgaan en iedereen moet minimaal hetzelfde zorgbudget als voordien blijven krijgen.

Als we al die elementen in ogenschouw nemen, zijn we ervan overtuigd dat alle voorgestelde wijzigingen aan de Vlaamse sociale bescherming die in dit ontwerp van decreet zijn opgenomen echt zullen bijdragen tot een kwalitatiever, geïntegreerder, toegankelijker en leesbaarder hulpverleningslandschap in Vlaanderen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, we hebben hier in de commissie al verschillende sessies over gehad. We waren hier graag nog in een officiële context uitgebreider op ingegaan. De oppositie heeft erop aangedrongen hoorzittingen te organiseren. Dat is ook gebeurd, maar dan heeft een strijd plaatsgevonden en heeft de meerderheid beslist om de sprekerslijst eenzijdig samen te stellen, zonder met de suggesties van de oppositie rekening te houden.

Mijnheer Anaf, op uw en mijn initiatief hebben we dan een tweede hoorzitting georganiseerd om ook andere stemmen aan het woord te laten. Als ik over het ontwerp van decreet spreek, gaat het niet enkel om een stem namens mijn fractie, maar ook om een stem namens de mensen die blijkbaar niet aan bod mochten komen. Dat is betreurenswaardig, want we hebben een aantal zeer kritische schriftelijke adviezen gezien. Een aantal actoren in de Vlaamse samenleving wilden hun stem laten horen en wilden het Vlaams Parlement een aantal zaken meedelen. Aangezien ze tijdens de officiële hoorzitting blijkbaar niet welkom waren, waren ze bereid naar een door de oppositie georganiseerde hoorzitting te komen. Die stemmen weerklinken ook in onze kritiek op wat nu voorligt.

We stellen ons hier fundamentele vragen bij en ik kan al verklappen dat we dit ontwerp van decreet met veel overtuiging niet zullen goedkeuren. Er staan een aantal fundamentele punten in waarmee we het niet eens kunnen zijn. Ik zal het punctueel overlopen. Ik zal heel de bespreking in de commissie niet herhalen, maar het is belangrijk dat we de meerderheid voor de stemming de kans geven over een aantal zaken na te denken. Voor ons telt wel iedere mens.

De fundamentele vraag die we in verband met dit ontwerp van decreet moeten stellen, is wat de Vlaamse sociale bescherming is. Op de website van de Vlaamse overheid wordt dit actief als een socialezekerheidsysteem uitgedrukt. Dat betekent iets en de definitie is “een publiek stelsel dat bedoeld is om inkomen of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen, gezinnen of andere samenlevingsvormen die tijdelijk of blijvend niet of niet langer in staat worden geacht om zelf in voldoende inkomen of verzorging te voorzien”. Dat is de definitie. Het is een universeel publiek systeem om menswaardige zorg voor iedereen financieel te garanderen. De Vlaamse overheid wil, boven het federale systeem, een aanvullend socialezekerheidsysteem organiseren. We vinden dat die fundamentele keuze met dit ontwerp van decreet wordt losgelaten.

En ik heb al collega's horen zeggen: 'Dit is een verzekeringssysteem. We kiezen er bewust voor om met een verzekeringssysteem te werken.'

Ik vraag me nu al af wie een verzekeraar zou dulden, die met u een autoverzekering afsluit en u eerst tien jaar laat betalen om uw auto pas daarna te verzekeren. Ik vraag me echt af wie dat geloofwaardig vindt, wie dat geen schending van een aantal basisrechten vindt.

Collega Schryvers, u wijst er terecht op, dit ontwerp van decreet bevat veel meer dan een aantal zaken waar we het over hadden. Ik heb dat in de commissie – ik hoop dat u dat erkent – mee bevestigd. De inkanteling, minister, van een aantal deelsectoren steunen wij. We denken dat dat een volgende logische stap is. We stellen ons wel vragen nadat we de mensen van BelRai gehoord hebben. Wat komt daar allemaal nog bij kijken? De deadlines zijn relatief krap. Is de timing wel haalbaar? We hopen het met u dat dit gerealiseerd zal kunnen worden.

Ik weet dat de collega’s het daar niet zo graag over hebben, maar we vinden dat er in dit ontwerp van decreet een aantal zaken naar voren komen waar we terecht op moeten wijzen als we onze rol als parlementsleden willen spelen. Een eerste zaak is – dat toont toch wel een stukje de kracht of de reden van dit ontwerp van decreet aan – de positieve onthouding van de Vlaams Belang-fractie. Op het einde van de verdediging in de commissie was het Vlaams Belang enthousiaster dan de meerderheid, dat zegt ook iets. Hulde daarvoor aan de collega’s van het Vlaams Belang, maar misschien toch ook een reden voor wat vragen bij de meerderheid. 

De verblijfsvoorwaarde die vandaag al vijf jaar is, wordt verlengd tot tien jaar. De mensen moeten tien jaar op Vlaamse bodem, om het zo sterk te zeggen, verblijven om recht te hebben op bescherming. Wat doen we hier? We erkennen bijvoorbeeld vluchtelingen om medische redenen maar de zorg gaan we de eerste tien jaar niet betalen. Dat zegt Vlaanderen. Mensen mogen hier verblijven om medische redenen, ieder internationaal recht geeft hun het recht om hier te verblijven, maar we gaan niet bijspringen. Tot daar het sociale Vlaanderen, tot daar de verantwoordelijkheid om voor die mensen te zorgen.

Het is een zeer bizar precedent. Wanneer zal het voldoende zijn? Wordt het over vijf jaar vijftien jaar? Wordt het twintig jaar? Moeten we dat op ieder niveau van de sociale zekerheid toepassen? Ook op federaal niveau? We stellen ons daar inhoudelijk, moreel en politiek ernstige vragen bij. Die vragen zijn niet alleen ideologisch maar ook juridisch. Iedere expert die we hierover hebben gehoord, zegt dat er juridische problemen te verwachten zijn bij dit ontwerp van decreet.

Ik voorspel nu al dat er zaken zullen worden aangespannen tegen het ontwerp van decreet, en dat we hier opnieuw gaan zitten, zoals bij eerdere ontwerpen van decreet van de Vlaamse Regering die er nillens willens zijn doorgeduwd, om een aantal symbolen erdoor te krijgen, en om te tonen hoe stoer en hardvochtig we kunnen zijn als Vlaamse meerderheid. U gaat deze keuze maken vandaag, en over enkele maanden gaan we zeggen: ‘oei, we hadden niet verwacht dat dit niet grondwettelijk zou zijn’.

Er zijn problemen, er is een schending van de Grondwet, een schending van het EU-recht, een schending van diverse internationale verdragen inzake sociale zekerheid. Waar zit het probleem? Het probleem zit bij iets met de naam standstillprincipe. Dat is een principe dat zegt dat de bodembescherming uit de sociale zekerheid niet in aanzienlijke mate verminderd mag worden, tenzij het gaat om redenen van algemeen belang, en als wordt aangetoond dat die redenen van algemeen belang de ingreep die daarop gebeurt noodzakelijk en proportioneel is. Iedere expert zegt dat dat in dezen niet het geval is. Er is geen enkele reden – inhoudelijk noch cijfermatig – om te verantwoorden waarom men deze keuze zou moeten maken of zulke strenge drempels zou moeten opleggen. Wij stellen ons daar fundamenteel grote vragen bij.

Daarnaast komt er een dossiertaks als er beroep moet worden ingediend. Dat is nog maar eens: ‘zie eens hoe verantwoord wij zijn, mensen moeten betalen als ze beroep willen aantekenen’. Wel, wij vinden het terecht dat mensen in een rechtsstaat beroep kunnen aantekenen en een herinschaling vragen op een normale manier, zonder die drempel.

Het is trouwens een symboolmaatregel, want slechts in 1,5 procent van de geweigerde – niet alle, de geweigerde – dossiers wordt een beroep ingediend. Eén op de vijf van die beroepen blijken achteraf terecht te zijn. Om een heel beperkte groep mensen, 1,5 procent van de dossiers, tegen te houden, gaan we een extra drempel creëren voor een hele groep. Bizar. Wij stellen ons daar echt fundamentele vragen bij. Opnieuw, lijkt het juridisch, volgens experten, volgens de Raad van State ook, dat het redelijkheids-, gelijkheids- en standstillbeginsel hier worden geschonden.

Ik hoop oprecht dat we jullie nog kunnen overtuigen, maar als jullie dit toch goedkeuren binnen afzienbare tijd, vrees ik dat we daar echt mee in de problemen komen.

Er is het debat over het woonzorgbudget, het uniform woonzorgdebat, dat zich enkel nog ent op de inkomensrelatie, en waar er geen rekening meer wordt gehouden met de zorgzwaarte. Collega Schryvers zegt inderdaad: ‘de schaal is nog een open vraag’. Ik ben daar ook zeer bezorgd over, want hopelijk wordt dat niet gewoon een budgettaire keuze, maar ook een beleidsmatige keuze. Maar daarnaast zegt iedereen: ‘dat is toch logisch, want de dagprijs wordt bepaald, en die is vast, en dat heeft niets te maken met de zorgzwaarte’. Wel, collega’s, weet je wat er wél bepaald wordt door de zorgzwaarte? Dat zijn supplementen. Supplementen, dat zijn bijvoorbeeld de kosten voor medicijnen die in de zorgcentra worden verleend. Dat heeft veel te maken met de medische toestand van mensen. En wat zeggen we hier? We gaan in ons budget dat we geven aan mensen geen rekening meer houden met de supplementen, met de extra kosten die ze hebben, dat doet er niet meer toe. Sorry, mensen die extra zorgzwaarte hebben in het woonzorgcentrum, Vlaanderen gaat daar niet meer in tussenkomen.

Dat is de realiteit van wat hier vandaag voorligt, collega’s. Dat is opnieuw strijdig met een aantal principes van, bijvoorbeeld, de persoonsvolgende financiering, waarvan we in Vlaanderen toch altijd zeggen dat het voor ons de basis is waarop we onze zorgmiddelen gaan voorzien.

Er wordt een onderscheid gecreëerd tussen thuiszorg en residentiële woonzorg. De overstap daartussen wordt een financiële kwestie: mensen gaan zich afvragen in welk systeem ze beter zijn, en dat creëert dus een onnodige drempel. En we zien ook – een heel bizar iets als we ten gronde gaan kijken – dat de bijdrages voor de sociale bescherming worden geïndexeerd, maar het stortbedrag zelf dat mensen krijgen wordt niét geïndexeerd. Dus we vragen steeds meer middelen van mensen als bijdrage, maar als het gaat over het ontvangen van middelen, dan is er geen indexatie. Ik stel me daar als econoom dan serieuze vragen bij. Hoe kun je jezelf wijsmaken dat je mensen dezelfde zorgbudgetten blijft geven, als je zelf de indexering niet doet, maar die indexering blijkbaar wel belangrijk vindt als het gaat over het binnenhalen van zaken?

Concreet, collega’s,  wil ik er nog één punt uitlichten – collega Groothedde heeft het in de commissie ook toegelicht – en dat is een aspect dat in heel deze bespreking eigenlijk bijna vergeten is, en waar ook heel weinig antwoorden op gekomen zijn. Dat is de situatie in Brussel. Ook daar zien we dat er in de Vlaamse sociale bescherming – in wat hier vandaag voorligt, maar ook in de algemene aanpak – grote lacunes zijn. En het is ook meerdere keren aangegeven dat er bij de experten niemand uitgenodigd was die vanuit de Brusselse context een aantal vragen kon stellen. En wat zien we? Dat de situatie in Brussel ook vandaag al heel precair is. De inschrijving is in Brussel vandaag ook vrijwillig. Dat staat al een stuk haaks op de Vlaamse sociale bescherming. Die zou moeten universeel zijn, en door iedereen gedragen.

Maar wat zien we dan nog? Dat Vlaanderen op dit moment aan de Brusselaars een systeem biedt dat duurder is dan de andere keuzes van de gemeenschappen, waar er nu nog een grotere bijdrage voor wordt gevraagd. Dat is een bijdrage van meer dan 50 euro, waarbij een aantal mensen dan de keuze moet maken of ze al dan niet instappen. En wie gaan we dan zien die niet instapt in de Vlaamse sociale bescherming? Dat zijn mensen in armoede, mensen die de communicatie niet begrijpen, mensen die het socio-economisch moeilijk hebben, mensen die verhuizen en daardoor de brieven missen, mensen die de inhoud niet begrijpen, mensen voor wie Vlaamse sociale bescherming in Brussel een ver-van-mijn-bedshow is, mensen in ouderdom die op het moment dat het te laat is zullen ontdekken dat er iets zoals de Vlaamse sociale bescherming is.

Dat is voor ons een fundamenteel probleem, ook in Brussel, omdat dit eigenlijk – en ik weet dat een aantal collega’s in dit halfrond terecht heel gevoelig zijn aan dit thema –  ook Brussel loslaat. Met deze keuzes, voor dergelijke Vlaamse sociale bescherming, verwaarloost de Vlaamse overheid Brussel, en trekt het de aantrekkelijkheid van het Vlaamse systeem in Brussel naar beneden. Want hoeveel woonzorgcentra in Brussel zijn er nog, waar men terechtkan met de Vlaamse sociale bescherming? Dat zijn er acht.

De Brusselaar die wél kiest voor dit systeem, collega’s, krijgt bovendien minder diensten. In Vlaanderen zijn dat: het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, voor personen met een handicap, voor ouderen met een zorgnood, de zorgtickets en de mobiliteitshulpmiddelen. In Brussel vallen een aantal van die zaken gewoon weg. De Brusselaar mag op dezelfde manier bijdragen, maar krijgt op het einde van de rit minder sociale bescherming. Dat is bijzonder pijnlijk, en dat creëert eigenlijk toch voor de Brusselaar een soort B-categorie in de Vlaamse sociale bescherming. Ook dat is iets wat wij enorm betreuren, en wat ik hoop dat hier nog andere collega’s – die toch een authentieke Brussel-liefde hebben – mee met ons betreuren.

Je ziet het ook in de cijfers. De ambitie van de Vlaamse Regering is dat 5 procent van de middelen zouden moeten besteed worden in Brussel. Op dit moment is dat 2,7 procent van het budget. Misschien komt dat de Vlaamse Regering en het budget goed uit, maar dit is het in de steek laten van de Brusselaar, en in de eerste plaats ook de kwetsbare Brusselaar. Daarnaast laten we ook de aanbieders in de steek, die al jaren in onzekerheid leven.

Er zijn ook een aantal praktische vragen over de toepassing van BelRAI in Brussel, op welke manier een aantal dingen aangevraagd worden. Wat ons betreft, collega’s, is dit ontwerp van decreet eens te meer het institutionaliseren van het failliet van de Vlaams-Brusselse zorg. Dat is wat ons betreft – naast alle andere fundamentele opmerkingen die we bij dit ontwerp van decreet hebben – een zeer zorgwekkend fenomeen.

Dus collega’s, we hebben zeer ernstige, juridische, beleidsmatige, morele vragen bij wat hier vandaag voorligt. We hebben al hele lange zittingen gehad, maar ik hoop echt dat dit hier niet zomaar passeert. Er ligt hier een budgettaire keuze voor. Het zijn een aantal symbooldaden, waarbij de Vlaamse meerderheid wil tonen hoe streng ze durft te zijn. Iemand moet het verdienen vooraleer hij of zij iets krijgt. We gaan dan niet per se rekening houden met de concrete zorgsituatie. Dit is het basisprincipe van de sociale zekerheid: we kijken naar de nood van de mensen, we kijken niet naar de verdiensten van mensen. Het is een zure appel voor veel Vlamingen die hier al dan niet geboren zijn, die hierdoor getroffen zullen worden. Het gaat dus niet alleen over nieuwkomers, het gaat over ouderen, het gaat over heel veel groepen mensen in de samenleving die hiervan inhoudelijk het slachtoffer zullen zijn. En juridisch is het dubbelwerk dat in de komende maanden zal sneuvelen en dat niet recht zal blijven staan. Daarmee plaatst de Vlaamse meerderheid zich stilaan in een toch steeds pijnlijker wordende traditie van problematisch wetgevend werk om er toch maar een aantal symbolen door te krijgen.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega’s, eerst en vooral zitten er goede dingen in dit ontwerp van decreet, uiteraard. Dat hebben we trouwens ook altijd gezegd in alle commissievergaderingen want we hebben er al heel wat gehad. Het is een beetje jammer dat er gesuggereerd wordt dat we het alleen over de kritiek zouden hebben. Maar hebben wij fundamentele bedenkingen? Hebben we echt inhoudelijke, morele, ideologische bedenkingen bij een aantal dingen die hier in het ontwerp van decreet worden voorgesteld? Ja, ook uiteraard. Ik snap dan dat het frame wordt gezet van: het is de linkse oppositie die zich tegen een aantal dingen verzet. De realiteit is natuurlijk dat de linkse oppositie hetgeen er in het bijna voltallige middenveld leeft, vertolkt in dit parlement in dezen. Er zijn open brieven geweest. We hebben verschillende mensen gehad die wilden komen spreken in de commissie, in een hoorzitting. Collega Vaneeckhout heeft er al terecht naar verwezen. We hebben een eigen hoorzitting en een tweede hoorzitting georganiseerd omdat een aantal stemmen amper of niet aan bod kwamen. Er zijn toch heel wat organisaties die daarop ingegaan zijn. Dat waren interessante hoorzittingen. Ik blijf het trouwens jammer vinden dat jullie die uitnodiging om daar naartoe te komen niet hebben aangenomen.

Wat is de essentie van dit debat? Dat is dat er hier extra drempels worden gecreëerd voor de Vlaamse sociale bescherming, niet omdat die met een of andere motivatie onderbouwd zijn, maar wel extra drempels voor de extra drempels. Het is inderdaad om stoer te doen, om spierballengerol te hebben van ‘kijk eens, wij zijn diegenen die er hier voor zorgen dat iemand die nieuwkomer is, niet meteen in aanmerking komt voor Vlaams sociale bescherming’. Als je naar de realiteit kijkt, dan zie je dat het inderdaad nu al zo is dat je vijf jaar hier moet zijn. Dat wordt verlengd naar tien jaar. Dat klinkt natuurlijk geweldig goed voor de achterban, dat kan ik me voorstellen. Maar effectief hebben we de discussie toch al vaker gehad. Het gaat over een verzekeringsprincipe. Ik ga er helemaal mee akkoord dat je eerst moet bijdragen en dat je dan ook iets kan krijgen.

Maar, stel, je hebt twee dertigers: de ene is hier geboren, de andere is hier op de leeftijd van 24-25 jaar aangekomen. Dan is de realiteit dat als die ene iets voorheeft op zijn 30e wel in aanmerking komt en die andere, ook al heeft die wellicht evenveel bijgedragen aan de Vlaamse sociale bescherming, niet in aanmerking komt. Zo creëer je A- en B-burgers. Daar hebben we echt wel fundamentele bedenkingen bij. Zo kom je tot een situatie dat mensen tot 10 jaar bijdragen zonder in aanmerking te komen om ook recht te hebben op die sociale bescherming. Dat lijkt ons fundamenteel verkeerd. Dat lijkt ons niet alleen inhoudelijk en fundamenteel verkeerd, maar zoals collega Vaneeckhout ook gezegd heeft: daar zijn ook serieuze juridische bedenkingen bij te maken.

We hebben al amendementen in de commissie ingediend om dat recht te zetten. We gaan die amendementen seffens ook opnieuw neerleggen. Dat is om twee redenen. Dat is ten eerste om de meerderheid de kans te geven om zich inhoudelijk te bedenken, maar tegelijkertijd om jullie – nogmaals – te behoeden voor het feit dat dit wellicht door het Grondwettelijk Hof vernietigd zal worden. We hebben onder anderen professor Verschueren heel duidelijk horen zeggen, maar ook andere sprekers die naar de twee hoorzittingen geweest zijn, dat dit wellicht niet standhoudt, onder meer wegens het standstillprincipe. Als u ons amendement straks mee zult steunen, kunt u voor uzelf wellicht heel wat miserie vermijden, want we weten dat er een aantal organisaties ook echt klaarstaan om naar het Grondwettelijk Hof te trekken. Het is niet de vraag of dat gaat gebeuren, de vraag is alleen wie het juist gaat doen en wanneer het zal gebeuren, maar het zal gebeuren en dat weten jullie. Dus jullie lopen met open ogen tegen die muur. 

Ik heb het al gehad over de verlenging van de verblijfsduur en ook over de inburgeringsvoorwaarden. De koppeling van het recht op de Vlaamse sociale bescherming met de inburgeringsvoorwaarden, creëert weer nieuwe ongelijkheden tussen burgers. Want het is niet de toegang tot de Vlaamse sociale bescherming die afhankelijk gemaakt wordt van inburgering, het zijn enkel de rechten. De plichten blijven, maar de rechten zijn er niet. Dat vind ik dus weinig consequent. We willen wel dat nieuwkomers bijdragen, maar als ze dan iets aan de hand hebben, willen we niet dat ze van het systeem kunnen genieten.

De dossiertaks is iets wat ik gewoon niet uitgelegd krijg. Ik heb er ook nog geen enkel rationeel argument voor gehoord. Het enige argument dat gebruikt wordt, is: ‘ja maar, anders zal iedereen altijd zomaar in beroep gaan en een second opinion vragen’. Als je dan de cijfers opvraagt en die bekijkt, merk je dat er in 2019 amper 1,4 procent in beroep gegaan is. Dat gaat over 2306 beroepen op 159.730 dossiers. Dat is dus echt peanuts. Het is inderdaad een complexe materie. Ik snap trouwens heel goed dat mensen daarover soms een second opinion vragen. Een op de vijf heeft dan ook effectief een aanpassing gekregen van het budget. Op zich is het dus heel logisch dat mensen daarvoor in beroep gaan. Die dossiertaks zal er effectief gewoon voor zorgen dat een aantal mensen niet meer in beroep zullen gaan. Er is geen enkele rationele argumentatie om dit in te voeren.

Ik kan hier nog wel even over doorgaan. Collega Vaneeckhout heeft ook al een heel aantal punten gemaakt. Ik denk dat wat hier gebeurt, fout is. Ik hoop dat de meerderheidspartijen zich alsnog bedenken. Ik hoor collega Schryvers in haar slotrepliek zeggen: we gaan hier nu naar een meer kwalitatief, meer geïntegreerd – en nog een aantal adjectieven – welzijnslandschap in Vlaanderen, en dat alle elementen in dit ontwerp van decreet daar mee voor zullen zorgen.

Die drie elementen die wij eruit hebben gehaald, waarop wij amendementen hebben ingediend om ze alsnog recht te zetten, zullen daar volgens mij geenszins voor zorgen. Ik wil nogmaals een oproep doen: steun onze amendementen, dan kan jullie ontwerp van decreet – waar inderdaad ook een aantal goede dingen in zitten – doorgaan en dan worden de fundamenteel foute dingen uit dat ontwerp van decreet gehaald. Het is de laatste kans. Hoewel, het is misschien niet de laatste kans, want het zal hier wellicht nog wel eens weer op tafel komen nadat het door het Grondwettelijk Hof vernietigd is.

De heer D’Haese heeft het woord.

Collega’s, er zit inderdaad heel veel in dit decreet. De meerderheid verwijt de oppositie zich op een aspect te focussen. Maar het jammere is dat jullie dit allemaal ‘bij elkaar gekletst’ hebben. Jullie hadden dit beter uit elkaar gehaald, dan hadden we een ernstig debat kunnen hebben over al die andere zaken, dan hadden we een ander debat kunnen hebben over jullie poging om wat achter het Vlaams Belang aan te huppelen.

Ik wil jullie trouwens een tip geven: dat gehuppel werkt echt niet. Dat zal jullie echt niet helpen om kiezers terug te krijgen. Wat helpt om kiezers terug te krijgen, is doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Dat zijn eenvoudige zaken, die echt helpen om kiezers ervan te overtuigen om ze bij jouw partij te houden.

We zullen het vandaag niet hebben over de opkomstplicht, dat is voor een andere keer.

Beste collega’s, de Vlaamse sociale bescherming heeft inderdaad de ambitie om een sociale zekerheid te zijn, maar is het op zich niet. Er is een belangrijk verschil met de manier waarop een sociale zekerheid georganiseerd is, een sociale zekerheid volgens het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De Vlaamse sociale zekerheid volgt het principe van de vlaktaks, met een sociale correctie voor mensen met een laag inkomen. Dat was al duidelijk.

Deze hervorming rekent nu definitief af met het idee dat die Vlaamse sociale bescherming op een gelijke wijze toegankelijk moet zijn voor iedereen – met dank aan de christendemocraten die met dat idee afrekenen. Er wordt hier een onderscheid gemaakt op basis van de plaats waar mensen geboren zijn – A- en B-burgers, zoals de heer Anaf zegt, met A- en B-regels. Dat maakt natuurlijk het karakter van die Vlaamse sociale bescherming, dat jullie hier op Vlaams niveau proberen uit te bouwen, veel meer duidelijk. Stap voor stap gaan jullie verder weg van het idee van een sociale zekerheid en gaan jullie meer naar een puur private verzekering met hoge drempels, waarbij de premies die iemand betaalt, bepalen waar hij recht op heeft.

Het is inderdaad zeker niet alleen de ‘linkse oppositie’ die zich daartegen verzet. Zo zegt het ABVV … (Opmerkingen)

Ja, jullie kunnen daarmee lachen, maar dat is wel een van de grootste organisaties van dit land met het grootst aantal mensen, veel meer dan alle partijen hier samen. Het is maar dat jullie dat weten, collega’s. Het ABVV zegt: Wat hier op tafel ligt, tast de basisprincipes van de VSB aan, namelijk de financiële toegang tot kwaliteitsvolle zorg, het creëren van een solidaire verzekering en het bepalen van een tegemoetkoming op basis van de reële zorgzwaarte. Ze verhoogt de kwetsbaarheid van de zorgbehoevenden in armoede en van de zorgbehoevende nieuwkomer.

Jullie voeren een aantal zaken in voor nieuwkomers. Dat is geweldig tof om mee te scoren op sociale media, maar het onderuithalen van de solidariteit en het ophogen van die drempels is er voor iedereen. Jullie komen ook nog echt wel achter de rest van de Vlamingen aan. Dat kun je ook zien aan de invoering van de dossiertaks.

Mijn collega's van Groen en Vooruit hebben al uitgelegd dat jullie op een aantal zaken inbreken, bijvoorbeeld op het standstillprincipe volgens artikel 23 van de Grondwet en op het vlak van discriminatie want jullie gaan discrimineren op basis van afkomst. De vraag is of je dat zomaar kunt doen. Jullie kunnen vinden dat dat een goede zaak is, maar er zijn natuurlijk zaken die wettelijk wel of niet kunnen. Dus hebben jullie waarschijnlijk een bataljon advocaten ingeschakeld om uit te leggen waarom er wel degelijk algemeen belang is om die twee inbreuken te mogen doen, namelijk waarom je wel mag discrimineren en wel aan sociale afbraak mag doen.

Daar worden twee redenen voor gegeven. De eerste reden is dat dit nodig is voor de financiële haalbaarheid. Dat komt vaak terug in de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet. Als dit niet gebeurt, zal de Vlaamse sociale bescherming ‘basically’ instorten en zal iedereen zijn bescherming verliezen. Als je het document leest, is dat ongeveer de indruk die overblijft. Ik heb dat eens opgevraagd en jullie kennen de cijfers. De verstrenging die jullie invoeren voor het recht hebben op een zorgbudget, zou duizend mensen uitsluiten en dat levert 2,2 miljoen euro op op een totaalbudget van 800 miljoen euro dat wordt uitgereikt. Dan is er ook nog de verstrenging van de toegang tot het sociaal tarief, wat 650.000 euro zou besparen. Samen is dat iets meer dan 0,3 procent van het budget van de VSB.

Beste collega's, we kunnen over van alles en nog wat van mening verschillen, maar dat dit een reden van algemeen belang is, klopt niet. Je kunt niet zeggen dat een impact van 0,3 procentjes op een budget, dat trouwens ieder jaar veel meer dan die 0,3 procent stijgt, een reden van algemeen belang zou zijn. Er wordt dan gezegd dat het op kruissnelheid komt en dat we het nodig zullen hebben, maar dat wordt niet onderbouwd. Ik heb daar geen enkel cijfer over gehoord, geen enkele onderbouwing voor gezien. Dat is een soort van idee-fixe. Je moet immers een reden zoeken om uit te voeren wat eigenlijk niet mag. De eerste reden van financiële houdbaarheid is niet dus houdbaar.

De tweede reden is echt goed gevonden. Ik zou willen weten wie op de brainstorm was, hoe dit uitgelegd werd. Iemand heeft op een bepaald moment gezegd dat als we die mensen geen recht geven op Vlaamse sociale bescherming, ze beter zullen integreren. Dat is echt goed gevonden, vind ik. Ik wacht nog altijd op een uitleg hoe het marcheert. Je betaalt ieder jaar belastingen, je betaalt ieder jaar bijdragen en je hebt geen recht op datgene dat je daarvoor zou moeten terugkrijgen, maar dat zorgt er dan voor dat je beter integreert op de een of andere metafysische manier. Als je naar het ontwerp van decreet kijkt, dan zie je dat het over iets anders gaat. In het ontwerp van decreet staat dat nieuwkomers die sinds minder dan vijf jaar in België verblijven hun wil nog moeten aantonen om aan de Vlaamse maatschappij bij te dragen, het zorgbudget te financieren en om deel te nemen aan de intergenerationele solidariteit. Dat staat er. Het heeft helemaal niets te maken met integratiebevordering, maar met het feit dat jullie zeggen dat hoe hard je ook werkt, hoeveel je ook bijdraagt, hoe hard je ook je best doet en hoe goed je Nederlands ook is, dat allemaal niets uitmaakt omdat jullie denken dat iemand een profiteur is totdat die tien jaar heeft bijgedragen. Dat is wat bijna letterlijk in het ontwerp van decreet staat.

Ik vraag me dan af van welk mensbeeld jullie vertrekken. Dat dat het mensbeeld is van de N-VA, dat weten we, want die komen daarvoor uit en dat is eerlijk. Dat dat het mensbeeld van Open Vld en CD&V is, kan ik niet geloven. Ik snap echt niet hoe jullie daarvan kunnen vertrekken.

Trouwens, het Europees Hof van Justitie – dat heeft professor Verschueren aangehaald – volgt exact de omgekeerde redenering en zegt dat gelijke rechten tot integratie leiden. Dus, niet eerst integreren voordat je gelijke rechten krijgt. Dat wil zeggen dat wanneer er ooit met dit ontwerp van decreet naar de een of andere Europese rechtbank wordt gestapt, het wordt vernietigd voor het goed en wel begonnen is. Jullie zijn bij deze gewaarschuwd. Ik vind het redelijk onbegrijpelijk om hier te horen dat jullie met veel enthousiasme voor dit ontwerp van decreet zullen stemmen. Jullie kunnen er in elk geval zeker van zijn dat het geen stand zal houden wanneer iemand naar de rechtbank trekt.

Over de dossiertaks kan ik kort zijn. Ik heb weinig toe te voegen aan wat hier al is gezegd. Er is geen onderbouwing waarom dergelijke drempel zou moeten worden ingevoerd. Ik hoor mevrouw Schryvers zeggen dat er meer rechten zullen zijn voor wie beroep aantekent. Is het een reden om de financiële drempel te verhogen om aanspraak te kunnen maken op die rechten? Dat is toch een heel rare visie op rechten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, sociale maatregelen en weet ik wat allemaal, maar de fond is – daar was iedereen het over eens in de hoorzittingen – dat de drempel verhoogd wordt om beroep aan te tekenen. Er is geen reden waarom dit nodig is.

En ten derde is er natuurlijk de maatregel dat alle ouderen in de woonzorgcentra dezelfde graad van zelfredzaamheid zullen krijgen toegekend. Er is hier al aangehaald waarom dat een slecht idee is. Ik ga afsluiten met opnieuw het ABVV daarover te citeren. Ze zeggen dat ‘de toekomst van de Vlaamse sociale bescherming staat of valt met een gegarandeerde financiering van de zorgnoden in de samenleving.’ Jammer genoeg kiest men met dit wijzigingsdecreet voor besparingen op de meest kwetsbaren en onzekerheden in de budgetten van de tegemoetkomingen. Want heel veel mensen – ook in de hoorzittingen die in dit parlement zijn georganiseerd – hebben zich heel bezorgd geuit over het feit dat er veel te weinig middelen zijn om een heel aantal ambities waar te maken.

Wij zullen hier dus tegen stemmen, inderdaad, met volle overtuiging, want het zijn slechte principes waarop dit ontwerp van decreet gebaseerd is. Het is ook slecht wetgevend werk en ik wens jullie dus heel veel plezier in de rechtbank.

De heer Parys heeft het woord.

Collega Vaneeckhout heeft gezegd dat voor hen elke mens telt. Wel, wij geloven in wat elke mens kan. Laat ons daar duidelijk over zijn. Maar in de fond gaat deze discussie natuurlijk politiek vaak over het feit dat er nu wordt gevraagd dat je tien jaar bijdraagt, vooraleer je recht hebt om ook van het verzekeringsprincipe gebruik te kunnen maken.

En wat ik niet begrijp van de linkse oppositie is hoe u dat tegen de gewone Vlaming uitlegt, die gemiddeld veertig jaar bijdraagt vooraleer hij effectief iets uit de VSB-pot kan krijgen, terwijl we aan iemand die hier nieuw komt wonen, gewoon vragen om tien jaar bij te dragen, vooraleer dat je recht hebt op een VSB-tegemoetkoming. Het gaat niet om wat er federaal gebeurd is – we hebben die discussie ook gehad in de commissie. Het gaat echt niet over een inkomensvervangende tegemoetkoming. Het gaat hier om kostenvervangende tegemoetkomingen, en dat is natuurlijk een groot verschil met wat er federaal in het verleden is beslist.

Dus eerlijk gezegd, collega’s, ik vind het een mooi principe van de solidariteit dat we aan iedereen vragen om eerst een tijdje bij te dragen, om dan een beroep te kunnen doen op de solidariteit die wij samen in de pot hebben gelegd. Dat lijkt mij de logica zelve. Maar ik begrijp dat we daarover fundamenteel van mening verschillen. Dat is bij deze dan ook heel erg duidelijk.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Daarop aanvullend, voorzitter, wil ik toch wel eventjes zeggen dat het ook niet geldt voor de toegang tot erkende zorgvormen. Denk aan toegang tot de woonzorgcentra of tot de PVT's (psychiatrische verzorgingstehuizen), bijvoorbeeld. Het geldt enkel voor de toegang tot de twee zorgbudgetten.

Er zijn ook nog een paar andere zaken, ten eerste met betrekking tot de hoorzitting. Ik hoor hier weer dat riedeltje dat er alleen maar bepaalde sprekers werden uitgenodigd, en dat we alleen de focus maar in één richting wilden. Jullie weten zeer goed, en jullie verzwijgen dat nu heel bewust, dat het Netwerk tegen Armoede was uitgenodigd op de hoorzitting, maar verkoos om niet te komen. Nee, je moet niet zo schudden, collega Anaf, dat was wel degelijk zo. Dus nu zeggen dat de meerderheid geen tegenstem wilde horen en in die richting sprekers uitnodigde, is gewoon niet correct, wanneer je weet dat het Netwerk was uitgenodigd maar niet naar de hoorzitting is gekomen.

Met betrekking tot de dossierkost zijn we het er toch allemaal over eens dat het gaat over een heel andere procedure dan de herinschaling voordien, die gewoon telefonisch gebeurde. Nu komt er opnieuw thuis iemand langs, alle stappen worden volledig terug doorlopen, en er gebeurt een heel nieuwe herinschaling. Dat is dus niet te vergelijken, dat hebben de sprekers ook gezegd. Daarenboven zijn er vrijstellingen of een vermindering van 50 procent voorzien voor kwetsbare groepen. Ik heb jullie daar niet horen op antwoorden, collega Vaneeckhout! Collega D’Haese, u hebt er iets over gezegd, maar collega Vaneeckhout en collega Anaf hebben het niet gedaan. Maar het is toch op die manier dat de toegang voor kwetsbare groepen wel degelijk verzekerd is en blijft.

Dan is er de inschaling van het zorgbudget. Collega Vaneeckhout, ik begrijp het niet. U zegt dat er wel een verschillende kost is, aangezien er een verschil is in supplementen. Maar voor de inschaling van het zorgbudget zijn de kosten nooit in aanmerking genomen. Welke elementen neemt de inschaling van het zorgbudget in aanmerking? Inkomen en zorggraad. En wat er nu in dit ontwerp van decreet staat, is dat we in de toekomst voor de mensen die in een woonzorgcentrum wonen, alleen nog het inkomen in aanmerking gaan nemen, en niet meer de zorggraad. Want ze zijn allemaal zwaar zorgbehoevend en ze betalen allemaal een hoge dagprijs in een woonzorgcentrum.

Ik herhaal dat wat CD&V betreft, niemand erop achteruit moet gaan en dat iedereen minimaal hetzelfde moet krijgen en dat mensen die ingeschaald zijn of voldoen aan een zorggraad om ingeschaald te worden in categorie 5, dat ook moeten kunnen blijven. Daardoor zal er ook geen enkel onderscheid meer bestaan tussen mensen die ingeschaald worden in de thuiszorg en mensen die in een woonzorgcentrum wonen en daar worden ingeschaald. Dat wou ik toch nog even toevoegen, voorzitter.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik wil kort nog twee dingen rechtzetten.

Collega Parys, de vergelijking die u maakt, is natuurlijk een totaal foute vergelijking. Dat weet u goed. Want ook voor nieuwkomers zal het zo zijn dat ze gemiddeld pas na 40 jaar nood hebben aan sociale bescherming. Het gaat er natuurlijk over dat je vanaf je zesentwintigste begint bij te dragen en dat iemand die hier geboren is, vanaf de eerste dag in aanmerking komt om ook gebruik te maken van de rechten die daarbij horen. En iemand die hier komen wonen is op zijn  vijfentwintigste, komt pas op zijn vijfendertigste daarvoor in aanmerking. De vergelijking die u maakt, is dus niet correct. Maar goed, ik denk dat u dat zelf ook wel zult weten.

Collega Schryvers, wij vonden het ook jammer dat het Netwerk tegen Armoede uiteindelijk heeft gezegd dat ze niet wilden komen. Maar u weet heel goed dat het niet alleen daarover ging, maar dat het ook ging over stemmen die bijvoorbeeld de rechten van vluchtelingen centraal zouden stellen. Het was heel duidelijk dat die niet mochten worden uitgenodigd. We hebben dan het initiatief genomen om een tweede hoorzitting te organiseren, waarin die wel aan bod zijn gekomen. Ik denk dat dat een goede zaak was.

Voor de rest kan ik daar nog weinig aan toevoegen, want ik denk toch niet dat we jullie gaan overtuigen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Collega's, het is natuurlijk bizar dat wij hier een lesje zouden moeten krijgen in het mensbeeld van mensen, terwijl wij uitgaan van de kracht van mensen, dat zij van alles kunnen. Het is natuurlijk net vanuit die overtuiging dat wij vinden dat dit een onnodige hardvochtige maatregel is, omdat wij ervan uitgaan dat de meerderheid van de mensen die hier aankomen, zoals collega Anaf zegt, wil bijdragen en wil meewerken en alles zal doen om iets van het leven te maken. Dat is alvast hoe ik naar mensen kijk. En het maakt voor mij dan niet uit waar die mensen geboren zijn.

Maar als mensen hier komen omdat ze medisch vluchteling zijn, omdat ze oorlogsslachtoffer zijn, of als ze hier een maand zijn en ze lopen onder een wagen en ze eindigen met een blijvende handicap, dan vind ik het eigenlijk normaal – en misschien ben ik daar naïef in – dat wij op dat moment binnen de Vlaamse normen en waarden zeggen dat ondanks het feit dat men nog geen tien jaar heeft bijgedragen, men recht heeft op een zorgbudget.

Het gaat niet over inkomensvervangende zaken. Het gaat enkel over kostvervangende middelen. Zo is de Vlaamse sociale bescherming bedoeld. Maar we geven die middelen toch met een reden, collega’s, namelijk omdat we het belangrijk vinden dat we mensen ondersteunen in de financiering van hun zorg. En dat geldt, wat ons betreft, voor iedereen die in Vlaanderen aankomt, die hier erkend verblijft, die hier woont en die dus een Vlaming onder de Vlamingen is.

Zijn we het daar ideologisch niet eens met de N-VA? Collega Parys schetst het toch op die manier. Ik had het zelf niet zo ingeschat. Ik heb altijd begrepen dat jullie op een open, inclusieve manier naar het Vlaanderen van morgen keken. Dat is alvast hoe wij naar identiteit en naar de Vlamingen kijken.

Jullie proberen nu een soort karikatuur te maken van hoe wij omgaan met nieuwkomers en stellen dat wij van hen geen solidariteit vragen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de vraag waarom je een onnodige extra drempel zou creëren voor ouderen. Of waarom zou je de zorgzwaarte niet meer meenemen? Collega Schryvers, u zegt dat supplementen op dit moment ook niet meegerekend worden in die berekening. Maar de zorgzwaarte wel, en dat is net mijn punt. De zorgzwaarte bepaalt mee de mate waarin mensen nood hebben aan supplementen. Zo moeilijk is dat toch niet, om in te schatten dat als we die zorgzwaarte niet meer meerekenen, mensen die nu recht hebben op middelen rond medicijnen en zo verder vanwege hun zorgzwaarte, er in de toekomst geen recht meer op zullen hebben. Zij hebben dan niet meer het recht om daar zorgbudget voor te krijgen, omdat enkel nog het inkomen meegenomen wordt. Dat is mijn exacte punt. Die mensen of mensen in dezelfde situatie gaan er de facto op achteruit, om dan maar te zwijgen van het debat over de categorie waarin zij worden ingeschaald. Dat is onze fundamentele kritiek daarop.

Ten slotte heb ik nog een laatste punt, omdat het hier toch een plenaire vergadering is. De gesloten zitting van de regeling van de werkzaamheden is door haar gesloten karakter natuurlijk moeilijk te reconstrueren. Maar u maakt er zich inderdaad wel zeer gemakkelijk van af. Wij stellen voor om Vluchtelingenwerk Vlaanderen uit te nodigen, om mutualiteiten uit te nodigen, juridische experten à la professor Verschueren, het expertisecentrum uit Brussel, het vakbondsfront. En op al die vragen om die kritische stemmen te horen, krijgen wij vanuit de meerderheid het antwoord dat ze daartegen stemmen, tegenover de oppositie. Sorry, maar dan betreur ik dat. Op die manier geeft het parlement een eenzijdig signaal van wat er in de samenleving rond dit decreet leeft. Wij betreuren dat en hopen alvast dat dat zich in de toekomst niet meer herhaalt.

De heer D’Haese heeft het woord.

Voorzitter, ik ga nog kort in op drie concrete punten.

Ten eerste, mijnheer Parys, u verzandt, net als in het ontwerp van decreet, in een vergelijking van gemiddeldes en individuen: gemiddeld draagt de ene zoveel bij en daarom zullen wij nu tien jaar invoeren als drempel.

Ten eerste, is de relatie tussen die twee totaal onduidelijk. Welke rekensom zit er dan tussen om van een gemiddelde van twintig tot een exact aantal van tien jaar te komen? Maar bovendien maak je een probleem door gemiddeldes met individuen te vergelijken. Ik geef hetzelfde voorbeeld als ik in de commissie heb gegeven. Ik ben 28 jaar en heb drie jaar bijgedragen aan de Vlaamse sociale bescherming. Als ik morgen een ongeval heb en invalide word, dan heb ik recht op een zorgbudget. Iemand van 38 jaar die hier negen jaar heeft gewerkt, drie keer zoveel heeft bijgedragen aan dat zorgbudget als ik en datzelfde ongeluk krijgt, krijgt dat recht niet wanneer die in een ander land geboren is. Die is dan de dupe van jullie gemiddeldes.

Dat is het fundamentele probleem wanneer je een beleid maakt voor individuen, met een grote impact op individuen, op basis van gemiddeldes. Dat houdt geen steek. En ik denk dat jullie ook wel weten dat dat geen steek houdt.

Ten tweede, mijnheer Parys, u zegt dat er een groot verschil is met de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en de inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT). En dit is dat niet. Ik weet dat, uiteraard. De grote vraag is welke impact dat heeft op de argumentatie van het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof heeft de redenen die worden aangehaald, ook door jullie hier, over de financiële noodzaak en integratie, onderzocht en gezegd dat we dat niet mogen doen. Enkel en alleen op basis van de achteruitgang, dus enkel en alleen op basis van de standstill, nog niet op basis van discriminatie. Er is geen enkele impact van het feit dat het een andere soort uitkering is op de argumentatie van het Grondwettelijk Hof. Want die gaat principieel over non-discriminatie of het niet achteruit laten gaan van de sociale bescherming.

En ten derde, mevrouw Schryvers, zegt u dat het enkel gaat over de toegang tot zorgbudgetten. Dat is uiteraard zo. Maar het gaat wel over de vermindering van de toegang tot zorgbudgetten. Dat is natuurlijk wel het punt. Je kunt anders tot in den treure zeggen dat er nog andere zaken zijn, dat mensen nog naar het OCMW kunnen gaan of weet ik wat nog allemaal. Maar dat is het punt niet. Wat het punt net wél is, is dat dat de manier is waarop jullie werken. Jullie maken een bres en daarna duwen jullie die verder open. We weten niet wat jullie van plan zijn, of wat weet ik welke regering hierna van plan is. Wat is het volgende dat men zal inwerken? Zullen we die tien jaar houden of wordt dat vijftien of twintig jaar? Wat is het volgende? Zullen we de toegang tot hulp voor personen met een handicap, tot woonzorgcentra enzovoort beperken? We weten het niet. Jullie maken een bres en daarna kunnen we die verder openduwen. Dat is de visie die erachter zit en daarom stemmen we tegen.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het toch nog even hebben over de inschaling van het zorgbudget voor de mensen die in een woonzorgcentrum wonen. Want er wordt hier naar gekeken alsof het de bedoeling zou zijn om alle ouderen in een woonzorgcentrum in te schalen in een lage categorie.

Nee, maar collega Vaneeckhout, u zegt dat we geen rekening meer zullen houden met een aantal zaken, dat de mensen met een hoge zorggraad veel supplementen nodig hebben en dat we hen minder zullen geven. Niets is minder waar. Een van dé pijlers in het ouderenbeleid van deze regering, ook van mijn partij, is de betaalbaarheid van onze woonzorgcentra. En daar heeft deze regering, en ook de vorige regering, al heel wat inspanningen voor gedaan. U kunt er nu mee lachen. Ik zie het. Jawel. Maar denk maar bijvoorbeeld aan VIA6 (Vlaams intersectoraal akkoord), de bijkomende personeelsinzet. Denk maar aan de bijkomende rvt-erkenningen (rust- en verzorgingstehuizen), die er de voorbije jaren jaar na jaar zijn geweest, om tegemoet te komen aan de zorgzwaarte. En nu zal er een volledige gelijkstelling worden voorzien, zodat iedereen in de juiste zorggraad wordt ingeschakeld. En ja, ook wat mensen zelf moeten betalen en wat we vanuit Vlaanderen tussenkomen bij mensen die in een woonzorgcentrum verblijven, is daar vanzelfsprekend een element van.

En wat komen we vanuit Vlaanderen tussen, voor die mensen? Er is het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden van 130 euro per maand en er is het zorgbudget voor zorgbehoevende ouderen, gaande van 95 tot ongeveer 590 euro per maand, momenteel afhankelijk van de zorggraad en het inkomen.

Wat is nu de bedoeling? Iedereen inschalen in een hoge zorgschaal, en wat mijn partij betreft, ik herhaal het nog eens, mag niemand erop achteruitgaan en moeten mensen die in aanmerking komen voor categorie 5, ook absoluut in categorie 5 ingeschaald blijven. Er wordt dus veel méér rekening gehouden met de noden van mensen in een woonzorgcentrum door ze sneller in een hogere categorie in te schalen en door geen inschaling meer te doen, op termijn, in de laagste schalen voor de mensen die wonen in een woonzorgcentrum. Doen alsof mensen minder zullen krijgen, is dus absoluut niet correct. Het is deze maatregel die mee moet bijdragen aan de betaalbaarheid van woonzorgcentra. Dat betekent dus dat mensen erop vooruitgaan of minimaal hetzelfde zullen krijgen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Collega Schryvers, u wordt een beetje kwaad, en ik ben zeker niet aan het lachen met u, want ik vind het een te belangrijk debat om daar lichtzinnig over te doen, maar ik vind het natuurlijk wel belangrijk dat alle argumenten de juiste plaats in het debat krijgen. U zegt ‘die supplementen, dat doet er niet toe, want we doen het goed als het gaat over de woonzorgcentra, we gaan daarin investeren, kijk maar naar VIA 6, dus wat u nu opmerkt, is totaal niet aan de orde’. Alle experten die wij hebben gehoord, vonden dat alvast wél aan de orde. Die geven dat signaal alvast wel. Dat is misschien het belangrijkste argument. U hoeft niet naar mij te luisteren, maar misschien hoeft u toch naar de experten te luisteren.

De realiteit is dat mensen in een gelijkaardige situatie het risico hebben dat ze erop achteruitgaan, misschien niet de mensen in de huidige situatie, maar wel mensen in eenzelfde situatie. Als het over die inschaling gaat, vraagt u eigenlijk hier aan ons dat we gewoon een blanco cheque tekenen: als we dit ondersteunen en het van uw fractie en uw partij afhangt, dan zal het wel op die manier worden ingevuld. Waar staat dat echter op papier? Waar is die afspraak? De minister zit hier. Hij kan erop antwoorden. Als de Vlaamse Regering heeft beslist dat iedereen die daar recht op heeft, in die categorie 5 zal worden ingeschaald, dan kunnen wij daar een grondig antwoord op hebben.

Dan is er het brede debat over de woonzorgcentra, over privatisering en de prijzen van woonzorgcentra. Ik ga vandaag niet de fout maken om hier heel dat debat te beginnen voeren. U weet hoe we daarnaar kijken. Er komt straks nog een motie. Er komen in de komende weken ook nog een aantal besprekingen in de commissie Binnenlands Bestuur. Ons standpunt daarover is ook duidelijk. We zien ook wat de effecten zijn op de prijzen van woonzorgcentra enzovoort. Kom hier nu dus niet af met het idee dat we in de ideale wereld leven wat de woonzorgcentra betreft en dat dit hier geen impact zal hebben. Met alle respect, dat is lachen met iedereen die in de problemen zit.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega Vaneeckhout, ik heb tijdens de hoorzitting heel rechtstreeks de vraag gesteld aan mevrouw Cloet van Zorgnet-Icuro of ze een inschaling op basis van zorgnood verder zinvol vindt voor mensen die in een woonzorgcentrum wonen. Ze heeft daar uitdrukkelijk op geantwoord dat dat een heel terechte vraag is en dat men zich inderdaad kan afvragen of dat zinvol is en of het niet beter is om iedereen lineair in te schalen in een bepaalde categorie van zorgnood.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik denk dat collega Schryvers, maar ook collega Parys, op een aantal pertinente punten een uitstekend antwoord hebben gegeven. Ten eerste, er wordt gesproken over de kritiek van het ABVV op de Vlaamse sociale bescherming, op de zorgpremie. Mocht dit parlement jaren geleden geen initiatief hebben genomen voor het invoeren van een zorgpremie, voor een extra laag Vlaamse sociale bescherming, dan zou men zelfs geen kritiek hebben kunnen geven. Het gaat over een extra laag van een Vlaamse sociale bescherming, die nu wordt uitgebreid en verbreed.

Ten tweede, men zegt dat het tien jaar wordt voor wie Vlaanderen binnenkomt. Dat gaat niet over Vlaanderen binnenkomen, dat gaat zelfs niet over België binnenkomen. Dat gaat over Europa. Als iemand in Europa is, dan creëert en genereert hij die rechten. Niet in Vlaanderen, niet in België, maar in Europa. Laat dat toch duidelijk zijn. Het gaat over iedereen die op Europees grondgebied is.

Wat Brussel betreft, spreekt u hier over het failliet van de Vlaams-Brusselse zorg, mijnheer Vaneeckhout. Ik weet niet waar u dat vandaan haalt. Er is een samenwerkingsakkoord over deelstaatoverschrijdende zorg, juist om de gevolgen van de zesde staatshervorming op te vangen en die continuïteit te verbeteren.

Men neemt hier ook het woord besparingen in de mond terwijl er extra geld gaat naar die Vlaamse sociale bescherming om extra mensen te kunnen helpen. We kunnen discussiëren en van mening verschillen of dat dan moet gebeuren via zorgzwaarte of inkomen. Ik vind dat mevrouw Schryvers heel goed naar voren heeft gebracht wat de uitdagingen ter zake zijn. We kunnen daarover van mening verschillen, maar dat heeft niets te maken met mensbeeld of geen mensbeeld, maar met de vraag via welke sleutels men moet werken wanneer men naar de totaliteit van de zorg kijkt.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het aanvullende antwoord maar ik heb nog twee kleine puntjes.

We kunnen daar van mening over verschillen en dat doen we uiteraard ook maar onze fundamentele kritiek daarover is dat Vlaanderen zegt te gaan voor persoonsvolgende financiering op maat van de situatie van de zorgbehoevende. U laat dat principe nu los want er wordt geen rekening meer gehouden met de zorgzwaarte en u creëert een verschil tussen mensen die nog thuis wonen en die in een woonzorgcentrum verblijven.

Ik heb een heel concrete vraag gesteld op suggestie van collega Schryvers: is er op dit moment een afspraak binnen de Vlaamse Regering dat mensen die daarvoor in aanmerking komen, in categorie 5 zullen worden ingeschaald en blijven? Is die gedragenheid er, want ik hoor alleen maar spreken 'namens onze fractie'. Ik vind dat de oudere Vlamingen in de woonzorgcentra recht hebben om te weten of zij in categorie 5 of in de categorie 4 zullen terechtkomen op basis van die inschaling.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik wil nog kort tussenkomen omdat de minister verwees naar de kritiek van het ABVV en van de linkse oppositie. Collega D’Haese heeft het inderdaad gehad over onder andere het ABVV dat mee in het getouw was. Maar er was ook een open brief waarin een aantal zaken werden aangekaart, onder andere dat het ontwerp van decreet sociale bescherming voorwaardelijk maakt, financiële drempels invoert, in strijd is met het sociaal grondrecht, discriminerend is en a- en b-burgers creëert. En die brief is inderdaad ondertekend door het ABVV maar ook wel door een heel aantal andere organisaties zoals het ACV, beweging.net, de Christelijke Mutualiteiten, Okra enzovoort. Het zijn dus niet alleen het ABVV en de linkse oppositie die hiertegen in het verweer zijn gegaan en dat nog altijd doen, maar heel veel middenveldorganisaties. Ik hoop dat u zich daar zeer goed bewust van bent, minister.

De heer Parys heeft het woord.

Hier wordt inderdaad een debat gevoerd over mensbeeld en uitgangspunten enzovoort. Ik ben blij dat we niet hetzelfde mensbeeld delen met de communisten bijvoorbeeld. Daarnaast wil ik er ook op wijzen dat inderdaad in andere delen van dit land waar links aan de macht is, geen extra laag sociale bescherming is. Wij zijn hier aan het debatteren over die extra laag sociale bescherming die wij aan alle Vlamingen aanbieden en het enige wat wij vragen, is dat men eerst bijdraagt voor men een beroep kan doen op de solidariteit. En dat, collega's, is goed voor het draagvlak van die extra laag sociale bescherming die u nergens anders in België vindt dan in Vlaanderen. En dat is echt sociaal zijn.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik wil nog heel kort iets zeggen, kwestie dat dit in de verslagen juist staat. Collega Parys, u weet ook dat dat zo is omdat die andere gemeenschappen ervoor hebben gekozen om hun zorgysteem op een andere manier op te bouwen. Dat gebeurt via andere principes en dus niet via een Vlaamse sociale bescherming.

De heer Parys heeft het woord.

Ik stel voor dat we dat debat nu niet helemaal voeren maar het klopt inderdaad wel dat in andere delen van dit land er veel vaker een beroep wordt gedaan op de federale sociale zekerheid, die voor een heel grote deel door de Vlamingen wordt gefinancierd. Veel meer kinderen die bij ons in de jeugdclub zitten, zitten in een ziekenhuis in Wallonië dat federaal gefinancierd wordt. Veel meer oudere mensen die bij ons in een woonzorgcentrum wonen, worden gewoon medisch opgevangen in een ziekenhuis in Wallonië dat voor een heel groot deel is gefinancierd door de Vlamingen. Dus wat dat betreft, betalen we inderdaad twee keer en krijgt de Waal eigenlijk niet waar hij recht op zou hebben als hij een regering zou hebben zoals de Vlaamse Regering-Jambon die in een extra sociale bescherming voorziet.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/1)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 1 tot en met 17.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 18. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/6)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 19 en 20.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 21. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/6)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 22 tot en met 42.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 43. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/6)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 44 en 45.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 46. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/6)

– Er zijn geen opmerkingen bij artikel 47.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 48. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 710/6)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 49 tot en met 117.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de artikelen en over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.