U bent hier

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, het hoeft eigenlijk geen betoog meer dat de hele coronapandemie ons onderwijs voor enorme uitdagingen heeft gesteld en dat de lockdownperiodes die daarmee gepaard gingen en waarbij onze scholen geheel of gedeeltelijk moesten sluiten, ook hun impact hebben gehad op het leren en het mentale welzijn van onze schoolgaande jeugd en zeker van onze kwetsbare leerlingen.

Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) is altijd een zeer belangrijke partner geweest op die twee vlakken: het leren en het mentale welzijn. Maar zij hebben in deze coronacrisis ook een extra taak gekregen, zijnde die contacttracing, die heel veel energie, middelen en inzet heeft gevraagd, waardoor hun andere reguliere taken toch een beetje onder druk kwamen te staan.

Nu, daar is opgeroepen geweest voor ondersteuning. U bent daar ook al op ingegaan, maar we zien nu natuurlijk dat de komende periode, het komende schooljaar, het CLB deze taak waarschijnlijk nog blijvend moet opnemen. Die contacttracing is belangrijk om veilig onderwijs te kunnen geven. We merken ook dat er steeds meer vragen voor de psychosociale ondersteuning van leerlingen naar het CLB gaan. Daarom krijgen we natuurlijk vanuit de CLB’s opnieuw de vraag ‘geef ons toch nog wat extra ondersteuning, wat extra middelen om deze taken allemaal te kunnen behartigen’.

U sprak deze week over 27 miljoen euro extra voor onder meer het CLB, maar een deel van het geld zou ook besteed worden aan een digitale tool. Ik weet niet of dat dan naar het CLB gaat of niet. In welke mate gaat die 27 miljoen euro naar het CLB? Wat verwacht u dat het CLB daar effectief mee doet, waarvoor zal het CLB die inzetten? 

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik heb dat actieplan de titel gegeven ‘beter leren, beter voelen’. Ik vind dat beide wel samenhangen. Er wordt nogal vaak een tegenstelling geschetst: ofwel welbevinden, ofwel kennisverwerving, terwijl het een het ander natuurlijk versterkt. Je gaat beter leren als je je beter voelt en je voelt je beter als je beter leert, vandaar ‘beter leren, beter voelen’. Uw vraag gaat specifiek over ondersteuning in het kader van het algemeen welbevinden. Daar gaan we inderdaad extra middelen inzetten om personeel in te zetten voor de CLB-sector. We gaan ervan uit dat de taken rond het contactonderzoek volgend schooljaar wel zullen blijven. Het zal veel minder zijn – hout vasthouden naar rato van de varianten. Normaal gezien zullen de taken op dat vlak afnemen. Dan komt er ruimte vrij. We zullen ervoor zorgen dat de 307 extra voltijdequivalenten (vte’s) die we inzetten behouden kunnen blijven met een andere taak, namelijk nog veel meer dan vandaag het luisterend oor zijn voor leerlingen, ouders of leerkrachten. Dat is goed, zodanig dat ze daar ook meer energie en tijd kunnen insteken.

Ten tweede, u weet dat de CLB-chat een succes was. Er was een zeer grote toename van het aantal vragen en contactnames. We gaan verder met de uitbouw daarvan via een CLB-platform: laagdrempelig, gemakkelijker toegankelijk voor alle betrokken partners. Daarnaast is er ook de ontwikkeling van digitale tools. Dat zal niet de grote kost zijn. Van de hogeschool PXL hebben we bijvoorbeeld de app. Het is met zulke zaken dat we aan de slag willen gaan. We willen Vlaanderenbreed een instrument uitrollen. Dat zal een digitale tool zijn waarmee je op permanente basis de vinger aan de pols kunt houden. Je kunt een nulmeting uitvoeren, je kunt zeggen wat de stand van zaken is, de status quaestionis inzake welbevinden op school, in de klas. Vervolgens kun je ook permanent een vinger aan de pols houden. Zo’n app is daarvoor een goed voorbeeld. We gaan ervoor zorgen dat we een gelijkaardige digitale tool Vlaanderenbreed kunnen uitrollen, zodat we ook eens een structureel beleid kunnen voeren ten aanzien van het welbevinden, niet alleen voor studenten, maar dus ook voor scholieren.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dus goed dat de middelen die nu vrijkomen echt vooral naar dat mentaal welzijn gaan en dus minder bijvoorbeeld naar leerachterstand of het begeleiden van leren. Het is belangrijk om dat onderscheid te kunnen zien of te kunnen begrijpen, maar ik begrijp het precies verkeerd. Het is wel belangrijk om dat onderscheid te zien want als er meer middelen in die zin vrij zullen komen, kan de reguliere dienstverlening bij de scholen opnieuw zijn ingang vinden.

Waarom is dat zo belangrijk? Het CLB heeft bijvoorbeeld een belangrijke taak op te nemen in het schrijven van verslagen en van gemotiveerde verslagen voor kinderen die naar het buitengewoon onderwijs moeten of die ondersteuning krijgen via de ondersteuningsnetwerken of die in een individueel leertraject opgenomen moeten worden. Het is natuurlijk belangrijk dat daar voldoende tijd en energie aan besteed kan worden om dan tot zo’n verslag te komen. Daarom is het belangrijk om ervoor te zorgen dat die middelen, die ruimte opnieuw vrijgemaakt kan worden om die dienstverlening te garanderen. Minister, hebt u misschien een idee in welke mate die dienstverlening de voorbije periode heeft kunnen standhouden? Is daar achterstand opgelopen? 

De heer Veys heeft het woord.

Collega’s, voor Vooruit is het belangrijk dat we die leerachterstand aanpakken, zeker in een schooljaar waarin ongelooflijk veel lestijden zijn weggevallen. Mijn fractie heeft er altijd voor gestaan om dat op een structurele manier te doen. Voor ons is het natuurlijk belangrijk dat we allemaal samen vooruit kunnen, maar ook dat ieder kind de kansen krijgt om die leerachterstand weg te werken, en die niet heel zijn leven te moeten meedragen.

Als we kijken naar landen die deze regering toch wat als gidslanden vooropstelt, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, zien we dat het daar echt wel over structurele plannen gaat, met vele miljarden die rechtstreeks aan de scholen worden toegewezen.

Dit was ons nog niet helemaal duidelijk uit uw plan, minister. Hoe zullen die middelen verdeeld worden? We kennen de SES-criteria in alle scholen. Zal dat gebeuren via oproepen? Hoe zult u garanderen dat iedere school en iedere leerling weer vooruit kan?

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, nu dit zeer moeilijke coronajaar bijna ten einde loopt, merken we dat de leerachterstand zich toch vooral in een aantal specifieke richtingen groter aftekent dan in andere. Technisch en beroepsonderwijs hebben ook praktijklessen moeten missen die heel moeilijk met afstandsonderwijs op te vangen zijn. Onder andere de werkgevers maken zich grote zorgen dat er een generatie zal afstuderen die een aantal essentiële beroepscompetenties zal missen. De vraag die zich dus opdringt, is hoe we daaraan kunnen remediëren. Kunnen we die leerlingen, wanneer ze in het hoger onderwijs komen, begeleiden om toch uit te groeien tot sterke, beroepscompetente jongvolwassenen?

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik begrijp dat u regelmatig een aantal miljoenen vrijmaakt om in te zetten op leerachterstand, leefachterstand en welbevinden. Het gaat vooral om mensen, want onderwijs is mensenwerk. Ook in de CLB’s is het vooral mensenwerk. U spreekt wel over apps en zo, maar ik ben ervan overtuigd dat het vooral mensen zijn die het moeten waarmaken.

Het is bekend dat het in het onderwijs moeilijk is om goede mensen te vinden en vooral ook om mensen te houden. Als u nu zegt dat u volgend jaar of het jaar daarna een paar tientallen miljoenen wilt vrijmaken om mensen aan te trekken in het onderwijs, is mijn vraag hoe u ze gaat vinden, maar vooral hoe u ze gaat houden.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, u doet ons opnieuw lezen, met een nieuwe visienota. En u maakt mij tevreden. Ik heb al een paar keer opgeroepen om net de CLB’s te versterken. Men vraagt om de extra middelen die vrijgemaakt worden, zeker ook flexibel en soepel te kunnen blijven inzetten, en zeker ook voor de duur van het ganse jaar.

Ik wil ook nog even ingaan op de extra middelen en de extra handen in de klas die u zou voorzien. Ik had een schriftelijke vraag ingediend over een evaluatie van de inzet van de extra middelen voor bijsprong. Ik heb daar nog geen antwoord op gekregen, maar ik stel mij de vraag of dan vooral bestaande contracten werden aangevuld. Hoeveel gepensioneerden zijn er aangesteld? En, zoals ik vorige week ook al aangaf, wat is de relatie met het lerarenplatform? Hoe ziet u dat? En neemt u ook die gegevens mee in de verdere uitwerking van het plan?

De heer Laeremans heeft het woord.

Het is uiteraard zeer goed dat er meer aandacht komt voor het mentale welzijn van onze leerlingen en dat de CLB’s daar extra middelen voor krijgen, want zij moeten opnieuw tijd en ruimte krijgen om hun rol als leerlingenbegeleider in de school volledig op te nemen.

In de hoorzitting over contactopsporing heeft dokter Dirk De Wolf toch laten weten dat de CLB’s het contactonderzoek steeds minder zien zitten. Dat moet dus misschien toch eens goed bekeken worden, of zij dat er volgend schooljaar nog allemaal bij gaan nemen of niet.

En wat betreft het onderzoek naar het welbevinden van onze leerlingen: er zijn al verschillende instanties die zich daarmee bezighouden, zoals het Kinderrechtencommissariaat, de Vlaamse Scholierenkoepel, de onderwijsinspectie. Moet dat niet op een of andere manier geharmoniseerd worden, zodanig dat we dat efficiënt kunnen laten verlopen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mijnheer Danen, ik mag uw kritische tussenkomst wel enigszins cynisch vinden. Eenieder bepleit altijd dat er extra handen in de klas moeten. Vervolgens creëren we de middelen en de mogelijkheden om te zorgen voor extra handen in de klas. En dan is de reactie: ‘Hoe gaat u dat invullen? Hoe gaat u dat doen?’ Ik denk dat je eerst de mogelijkheden en het aanbod moet formuleren. Momenteel slagen we er, denk ik, in om het lerarenberoep opnieuw aantrekkelijk te maken. Dat is vooral de grote verdienste van het onderwijsveld in de afhandeling van de coronacrisis. Ik denk dat we erin geslaagd zijn om een beetje meer waardering en maatschappelijke appreciatie ten aanzien van de leerkrachten tot stand te brengen.

Ten tweede, met initiatieven zoals de zijinstroom, waarbij je vanuit de private sector anciënniteit kunt meenemen als je de overstap maakt naar de school. Maar ook met andere projecten waarmee we zelfs kandidaat-directeurs uit de private sector kunnen aantrekken, die dan zes maanden kunnen meelopen om te proeven wat een school is, en dan heel concreet een directiefunctie in een school. Zo hebben we nog wel wat projecten en maatregelen waarmee we inderdaad proberen ervoor te zorgen dat er veel meer interesse komt voor het lerarenambt. Dat zie ik ook aan de berichten in mijn mailbox. Dat is goed.

Het is ook zo dat we daar resoluut in investeren. U zegt 27 miljoen euro, maar in totaal gaat dit actieplan rond beter leren, beter voelen over een investering van meer dan 150 miljoen euro, waarvan 27 miljoen euro is voorzien voor welbevinden in het kader van de CLB’s en de maatregelen die ik heb vernoemd. Daarnaast gaat het over de bijsprong. Extra hulp voor de klas is goed voor ongeveer een bedrag van 100 miljoen euro. En dan is er ook nog Extra handen. Als je spreekt over die 100 miljoen euro, is de doelstelling extra lerarenuren a rato van tweeduizend voltijdse leerkrachten. En dan hebben we ook nog eens een extra stimulus voor de kwetsbaarste leerlingen. Daar spreken we over meer dan vijfhonderd extra leerkrachten erbij, als je de omslag doet met de lerarenuren die extra ter beschikking komen. De verhouding is dus: 100 miljoen euro, 27 miljoen euro, 27 miljoen euro.

Hoe gaan we dat ter beschikking stellen aan de scholen? Dat moeten we nog concretiseren. Ik denk in termen van trekkingsrechten, waarbij je aan alle scholen een bepaald bedrag kunt vooropstellen. We hebben nu een heel eenvoudige procedure gevolgd met een beperkte verantwoording, een A4’tje eigenlijk, nog nooit gezien! Dat is geen grote administratieve last. Maar er is wel een engagement: we gaan niet alles op voorhand controleren en elke steen omdraaien. Maar er is wel een steekproefsgewijze doorlichting. Als je dan tegen de lamp loopt, o wee! We handelen met weinig administratieve lasten. We geven vertrouwen. Als dat vertrouwen wordt beschaamd, zal er kordaat worden opgetreden. En dus spreek ik over een mogelijkheid tot trekkingsrechten en daarbovenop denk ik dat je extra kunt voorzien op grond van SES-kenmerken (sociaal economische status), misschien ook op grond van de quarantaineduur. De ene school is langer in quarantaine geweest dan de andere. Daarbij kun je vermoeden dat de mogelijk opgelopen leerachterstand groter is. Dat zijn mogelijkheden. Dat moet afgetoetst worden, maar dat is de richting die ik zou willen uitgaan.

Ik heb er geen zicht op of de CLB’s een achterstand hebben opgelopen bij het uitschrijven van de verslagen. Ik kan wel zeggen dat we het hun iets eenvoudiger hebben gemaakt. Wij hebben gezorgd voor een administratieve vereenvoudiging van het gemotiveerde verslag. De centra hebben normaal gezien ook de opdracht om de verslagen van het type basisaanbod tweejaarlijks voor alle leerlingen te herevalueren. In deze periode hebben wij gezegd dat dit enkel moet voor die leerlingen bij wie er een vermoeden is dat het verslag moet worden bijgestuurd. Wij zijn hun ter wille geweest. Zij doen het contactonderzoek uitstekend. Verhoudingsgewijs, tegen een heel scherpe kostprijs. Dat is de hoogste graad van efficiëntie ooit! Ik denk wel dat men dat wil blijven doen, maar gelukkig gaat men ervan uit dat de workload op dat vlak zal worden afgebouwd in het najaar en dat er dus meer ruimte komt voor de essentiële kerntaken van de CLB’s.

Ik geef tot slot nog mee – en dat is een rode lijn en ook een punt van discussie geweest – dat alle acties die we nemen zowel op het vlak van leerachterstand als op het vlak van het versterken van welbevinden gaan over het volledige onderwijs, inclusief het buitengewoon onderwijs. Ook de inspanningen die we doen voor Digisprong – ook dat was een punt van discussie – zijn even groot voor het buitengewoon onderwijs. We voorzien dezelfde bedragen per leerling voor het gewoon onderwijs net zoals voor het buitengewoon onderwijs. Dat is een belangrijk signaal. Dat is het afgelopen jaar een rode draad geweest doorheen het hele coronabeleid, van verleden, heden en toekomst: altijd oog voor de meest kwetsbaren.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoorden, minister. De tussenkomsten van de collega’s, maar ook de hele oplijsting van uw antwoord, toont eigenlijk dat u de voorbije maanden echt wel volop hebt ingezet op die leerachterstand en op dat mentale welzijn van onze leerlingen. U communiceert daar ook regelmatig over, en we krijgen dan verschillende initiatieven, verschillende bedragen en aantallen van uw helpende handen te horen en te zien, en daarom dacht ik dat het misschien niet slecht zou zijn om in het kader van de commissie eens uitgebreider op te lijsten wat er al allemaal gebeurd is, zodat we daar eens dieper kunnen op ingaan in de commissie. Dan kunnen we ook eens kijken wie wat gekregen heeft, wat de scholen daarmee gedaan hebben, hoe ze het ingevuld hebben en wat de efficiëntie ervan is, zodat we zeker kunnen zijn dat de middelen die we geven ook effectief daar komen waar we ze bedoeld hebben. Dat is toch heel belangrijk. Vertrouwen is goed, maar men heeft mij ook altijd geleerd dat controle beter is. Dank u wel.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.