U bent hier

Ik heb met collega Tobback afgesproken dat hij een klein beetje extra tijd krijgt, als hij begint over een konijn.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik kan u niets weigeren, voorzitter, dus ik ga dat meteen doen, maar ik ga erbij zeggen dat het toch ook een beetje een ontmoedigend gevoel geeft, als je moet vaststellen dat je als politicus meer dan 20 jaar later op precies dezelfde plaats precies dezelfde vraag moet stellen over precies hetzelfde probleem. Voor diegenen die de referentie naar het konijn niet begrijpen: in 1997 stelde ik hier een vraag aan toenmalig minister van Leefmilieu, Theo Kelchtermans, naar aanleiding van het afbranden van 400 hectare natuurgebied in Limburg na schietoefeningen met F16’s. Die brand werd door het leger toegewezen aan een brandend konijn dat was beginnen rond te lopen. Nu, je kon daar nog enig respect voor hebben, want het is niet zo simpel om vanuit een F16 een konijn te raken. (Gelach)

Toen konden ze dat nog. Tegenwoordig zijn ze niet meer in staat om een brandweerwagen in gang te houden. (Gelach)

Maar dat terzijde. Alle ernst nu.

Toenmalig minister Kelchtermans antwoordde op mijn vraag onder andere dat het militair commando hem had bezworen en beloofd dat er in situaties van droogte geen schietoefeningen meer zouden plaatsvinden.

Laten we even kijken naar wat er vorige week is gebeurd. We zeggen al een hele tijd dat de situatie gevaarlijk is, dat het droog is, dat er een risico is. Desondanks heeft men op een totaal onverantwoordelijke manier, ondanks het overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) dat er daarover zou zijn geweest, dat regelmatig gebeurt en op sommige vlakken productief is – denk aan de wolf –, iets dergelijks in die omstandigheden laten doorgaan. Men heeft die belofte van meer dan twintig jaar geleden blijkbaar totaal aan de kant geschoven, men is die totaal vergeten. Het gevolg daarvan is: 750 hectare verwoest natuurgebied en vierhonderd mensen die uit hun woning moesten worden ontruimd. Echt om te lachen is dat op de duur niet meer, zeker niet voor de betrokkenen.

Minister, er zijn hier heel wat vragen bij te stellen, en we zullen die ongetwijfeld ook behandelen. Maar ik heb een heel concrete vraag voor u. Er zijn afspraken met het ANB, er wordt samengewerkt. Is het niet hoog tijd dat er bindende afspraken worden gemaakt over wat men doet in gevallen van droogte, van brandgevaar, van gevaar voor omwonenden en buren? Is het niet hoog tijd dat men probeert ook met het leger, dat die gebieden tenslotte alleen maar van de samenleving ter beschikking krijgt om het uitoefenen van zijn taak als een goede buur te kunnen doen, bindende afspraken te maken en dat men zich niet opnieuw met een kluitje in het riet laat sturen van loze beloften? Wanneer er brandgevaar is en men zelfs niet mag gaan wandelen in de hei, laat dan in godsnaam toch geen schietoefeningen met brandgevaar toe, en al helemaal niet als men de brandweerauto zelfs niet gestart krijgt.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, 23 april is inderdaad een gitzwarte dag voor de natuur in Vlaanderen, even gitzwart als de verschroeide aarde die achterblijft wanneer de verwoestende brand over meer dan 500 hectare bijzonder kwetsbaar heidegebied, Natura 2000-gebied, is uitgeraasd.

Gelukkig, collega’s, gelukkig bleef het menselijk leed beperkt. En al wil ik toch de traumatische ervaring van meer dan vierhonderd mensen die hebben en houden moesten verlaten in de onzekerheid of ze ooit nog zouden kunnen terugkeren en in welke omstandigheden ze hun goed dan zouden aantreffen, niet onderschatten, toch blijkt dat vooral het natuurleed hier onpeilbaar groot is. Als we weten dat het broedseizoen bezig was, dat de locatie in kwestie de grootste Vlaamse adderpopulatie bevat en dat het gebied al bijzonder kwetsbaar is voor de verhoogde stikstofdepositie in Vlaanderen, dan kunnen we ons toch ongeveer een beeld vormen van de bijzonder grote schade die hier werd aangericht door iets dat toch wel kan worden bestempeld als een gebrek aan gezond verstand.

En of het dan een gebrek is aan middelen, het juist inzetten van middelen, het juist toewijzen van personeel, is eigenlijk een discussie voor de overkant van de straat. Maar we moeten hier toch vaststellen dat Defensie op zijn minst de schijn wekt van bijzonder nalatig te zijn geweest. Dan stelt zich onvermijdelijk de vraag naar, enerzijds, verantwoordelijkheid, maar tegelijk ook naar aansprakelijkheid.

Minister, het is allemaal nog heel snel na de gebeurtenissen. Maar kunt u ons in deze fase toch al iets meer informatie geven over die verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? Ik dank u.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega’s, de brand op het Groot Schietveld in Brecht heeft inderdaad een immense impact gehad op de omgeving en zinderde zelfs na over de grenzen van de provincie heen. De brand heeft inderdaad een bijzonder grote impact gehad op bovendien veelal Europees beschermde natuur in dit gebied.

Een grondige analyse van het hele gebeuren zal hopelijk inspiratie bieden om maatregelen te kunnen treffen om dit in de toekomst zeker te vermijden. Ik denk daarbij aan maatregelen in de preventieve zin, hoe daarmee rekening moet worden gehouden bij schietoefeningen. Maar ik denk eveneens aan maatregelen rond de wijze van verspreiding in zo’n gebied, want misschien zijn aangepaste beheersmaatregelen interessant om die verspreiding wat meer tegen te gaan. Daarnaast lijkt de rol van de brandweer mij cruciaal bij de bestrijding van de brand. De manschappen van de brandweer hebben, in samenwerking met hun Nederlandse collega’s, ongelooflijk hun best gedaan. Chapeau daarvoor.

Minister, ik begrijp dat de precieze natuurschade momenteel wordt opgemeten. Ik veronderstel dat u nog niet volledig kunt scherpstellen of en op welke wijze die schade volledig zal kunnen worden hersteld.

Maar tegelijkertijd stelt zich wel de vraag hoe de geleden schade in rekening kan worden gebracht met het oog op de te bereiken natuurdoelen die zijn vastgelegd. Hoe gaat u die schade in rekening brengen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega's, iedereen die de beelden heeft gezien, zal ze niet snel vergeten. De brand van afgelopen weekend heeft volgens wat we weten van onze mensen op het terrein, ongeveer 570 hectare natuur vernietigd. Dat is ongeveer 50 procent van de droge heide. Dat is dus echt wel immens. Ik heb het voorbije weekend continu contact gehad met de mensen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), maar ook met de gouverneur en de burgemeester. Alle veiligheidsdiensten, brandweer, mensen op het terrein, mensen van het ANB hebben in heel moeilijke omstandigheden heel hard gewerkt om de brand te blussen.

Uiteraard ga ik niet vooruitlopen op het onderzoek dat wordt gevoerd door de gerechtsdeskundigen en het parket. Die moeten hun job op een onafhankelijke manier kunnen doen.

Een heel groot stuk van het natuurgebied zit in het militair domein. We hebben allerlei verklaringen gelezen van de verantwoordelijken over materiaal, over de bluswagen. Het zijn verhalen waarbij je je soms afvraagt: is dit Vlaanderen?

Ik heb ook gelezen dat de minister zich heeft verontschuldigd. Dat is een belangrijk feit in deze zaak. Ik wil benadrukken dat de mensen van Defensie op de meeste vlakken echt heel mooi werk leveren, dat er een heel mooie samenwerking is tussen die mensen en de natuur.

Ik heb contact opgenomen met de bevoegde federale minister van Defensie en haar gevraagd om de volledige medewerking te geven aan het onderzoek naar wat de brand exact heeft veroorzaakt. Dat zal geen konijn zijn, collega Tobback. Er zijn twee brandprotocollen afgesloten in het verleden tussen Defensie en het ANB. Dat moeten we goed bekijken want wat we hebben meegemaakt, is niet voor herhaling vatbaar. Dat is ook onze vraag. Binnenkort gaan we samen aan tafel zitten om na te gaan wanneer die oefeningen moeten plaatsvinden en in welke omstandigheden. Daarvan is een update nodig en die afspraken moeten strikt worden opgevolgd.

Het protocol dat met Defensie is afgesproken over natuurherstel zullen we ook bekijken. Laat me heel duidelijk zijn, het gaat over 570 hectare en 50 procent van de droge heide, en dat zal niet snel worden hersteld. Helaas moet ik dat toegeven. We zitten in het broedseizoen. Helaas zeggen specialisten me dat een aantal zeldzame vogelsoorten permanent uitgeroeid zullen zijn.

Uiteraard zal er worden ingezet op herstel van de heidevegetatie en dat zal een oefening van lange adem zijn. Daarover zeggen de experten dat die gebieden te kampen hebben met te veel stikstofneerslag. Dat zal dus niet vanzelfsprekend zijn. Ik heb aan het ANB en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gevraagd om alles nu goed in kaart te brengen om dat onderzoek te starten. Dat hebben ze nog maar pas kunnen doen omdat er een gerechtelijk onderzoek was. De terreinen zijn dus maar pas vrijgegeven. Onze medewerkers van het ANB en het INBO zullen samen alles in kaart brengen en de impact meten.

Dan zullen we met Defensie samenzitten voor het natuurherstel, vanaf het moment dat we goed weten hoe we daarmee aan de slag gaan. Collega Tobback, er zijn destijds protocollen afgesloten. Dit moeten we koste wat het kost vermijden.

Vlaanderen is al heel klein. We hebben al niet te veel natuur. We moeten heel veel natuur en bossen bij maken. Zulke zaken mogen niet meer gebeuren. Daarom denk ik dat we de protocollen rond oefeningen enzovoort heel nauwkeurig moeten bekijken. Ik heb ook van de burgemeester, met wie ik de laatste dagen geregeld contact heb gehad, vernomen dat zij aandringen op het natuurherstel. Ik versta dat ook. Heel dat gebied, niet alleen in Brecht, is een deel van hun gemeenschap. De burgemeester dringt daar dus op aan. Ze willen ook mee samenwerken voor dat natuurherstel, hoe moeizaam dat ook zal zijn. Maar we gaan dat doen. Als we eenmaal weten hoe en wat, gaan we dat moeten herstellen.

De heer Tobback heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Ik heb bij momenten toch het gevoel dat we heel vaak dweilen met de kraan open, als je incidenten als dit ziet, als je kijkt naar beloftes van twintig jaar geleden, en dan hoort dat er brandprotocollen zijn. Met een echt werkend brandprotocol zou iets als dit nooit gebeurd kunnen zijn, want dan was er ofwel op dat moment niet geoefend, ofwel was er met een veilige en verstandige omkadering geoefend. Ik heb voor alle duidelijkheid alle respect voor het feit dat het leger moet oefenen en dat dit soort oefeningen noodzakelijk zijn, maar gezond verstand is daarbij inderdaad wel nodig, als men niet wil dweilen met de kraan open.

U maakt mij ook nog extra ongerust, als ik hoor dat dit gebied ook op het vlak van stikstofdepositie kwetsbaar is, want dan dreigt ook dat natuurherstel voor een stuk dweilen met de kraan open te worden. Want het heeft natuurlijk geen zin om al die inspanningen en al die kosten te doen, als je weet dat het verder bedreigd wordt door een probleem dat we niet opgelost krijgen. U nodigt mij nu dus eigenlijk een beetje uit om de vraag te stellen hoe het nu zit. Ik lees vandaag ook in de krant dat het binnen de Vlaamse Regering nog altijd niet rond is inzake de stikstofdepositie en dat er nog altijd geen duidelijke afspraken zijn. Dus ook daar weer: dweil niet met de kraan open, minister, maar geef echte oplossingen, want anders blijven we voor eeuwig en altijd maar aanmodderen. En dat kan toch echt niet de bedoeling zijn.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Ik wil me graag aansluiten bij de woorden van respect die de minister heeft uitgesproken voor iedereen die zich heeft ingezet om de schade te beperken en om erger te voorkomen. Ik denk dat dat absoluut op zijn plaats is. Ik ben het ook eens met de minister – en ik denk dat ook collega Tobback daarnaar verwezen heeft – dat er ook mooie vormen van samenwerking met Defensie zijn. Onder andere het project waarbij de wolf effectief wordt beschermd, is een mooi voorbeeld. Daarom voelt dit des te pijnlijker aan.

Een vraag die misschien niet zo gemakkelijk te beantwoorden is, maar die ik toch bijkomend wil stellen, is: iemand gaat hier natuurlijk een factuur moeten betalen, en die factuur gaat gigantisch groot zijn. Ik denk dat die onder meer betrekking heeft op het inzetten van materieel en op 180 brandweermannen op één ogenblik tegelijkertijd aan het werk. Er is de inzet van blushelikopters, met, naar ik mij heb laten vertellen, een kostprijs van 10.000 euro per uur in de lucht. Er is de kost voor natuurherstel, materieel, beheerswerken en zo verder. Ik denk dat het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het agentschap voor Natuur en Bos (ANB), op het ogenblik dat zij de natuurschade-impact in kaart brengen, ook de economische kostprijs van dit hele avontuur in kaart zullen moeten brengen, zodat we dan ook kunnen zien wie die factuur zal oprapen. Want dat kan niet de lokale overheid zijn, voor alle duidelijkheid.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp heel duidelijk dat er inderdaad protocollen zijn en dat die ook tegen het licht zullen worden gehouden, met de analyse van wat er precies op het terrein is gebeurd. Ik denk dat dat een goede zaak is, om te kijken hoe dit in de toekomst moet en kan worden vermeden.

Ik had naar drie elementen verwezen, ook naar eventuele beheers- of inrichtingsmaatregelen. Als je een afspraak kunt maken rond bepaalde schietoefeningen en als je op bepaalde plaatsen zandwegen of dergelijke meer als buffer of als ‘breakmoment’ kunt inbouwen als er zich een brand zou voordoen, zou dat ook interessant zijn. Neemt u die suggestie ook mee? Is dat ook een onderdeel van de analyse?

Ik heb u heel expliciet gevraagd naar hoe u de impact in rekening zult brengen. Ik ben ook benieuwd naar hoe u de monitoring gaat doen en hoe u de schade in beeld brengt. U geeft aan dat er mogelijk ook schade zal zijn die niet hersteld kan worden, die permanent zal zijn, en dat heeft natuurlijk ook een belangrijke impact op de doelstellingen. Daar zou ik graag wat meer duidelijkheid over hebben.

De heer D’Haese heeft het woord.

Voorzitter, minister, dit is echt een ongelooflijke zaak. Meer dan duizend voetbalvelden natuur zijn opgegaan in rook, omdat het leger het blijkbaar nodig vond om in een kurkdroog natuurgebied soldaatje te gaan spelen. Ik vraag me af hoe het eraan toegaat op zo’n brainstorming. Is dat: ‘Komaan gasten, we gaan schietoefeningen doen. Is de brandwagen in orde? Nee. Zijn er blushelikopters? Nee. Is er eigenlijk iemand die iets weet van blussen? Nee. Kom, we gaan dat gewoon doen.’? Het resultaat: 750 hectare natuur verdwenen.

Hoe reageert de gouverneur van Antwerpen daarop? Met een algemeen verbod op open vuur in de hele provincie. Ik heb dat besluit hier bij me, ik snap er niks van. Als ik morgen op mijn terras betrapt wordt op barbecueën of bij mijn ouders rond de vuurkorf zitten, vlieg ik in de gevangenis. Het staat hierin: acht tot veertien dagen gevangenisstraf voor open vuur aansteken, ook bij mij in Borgerhout, ver weg van alle natuur. Dat is niet serieus. En vooral: wat staat hier niet in? Een verbod op schietoefeningen. Dat is men vergeten. Je mag de barbecue niet meer aansteken, maar je mag nog altijd schietoefeningen houden.

Minister, kunt u er alstublieft mee voor zorgen dat we redelijke en gerichte maatregelen hebben om die branden te voorkomen? Dat moeten we absoluut doen, zodat we dit soort disproportionele zaken achterwege kunnen laten.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, het is inderdaad een ongelooflijk verhaal. Heel veel hectare natuur zijn in vlammen opgegaan. Ik stel vast dat niet alleen de brandwagen niet werkte, maar dat men ook geen personeel had om die brandwagen te bedienen. Dat was een beslissing van Steven Vandeput, toen N-VA-minister van Defensie. Daar moet ook over worden nagedacht, maar dat is mijn vraag niet.

In West- en Oost-Vlaanderen vinden ook grote militaire oefeningen plaats, in samenwerking met de Franse militairen. Daarvoor worden ook een aantal militaire en natuurgebieden afgesloten. Onder andere het Drongengoed zal de komende dagen worden afgesloten voor heel grote oefeningen. Minister, u spreekt van protocollen waar maatregelen in staan. Ik stel dagelijks vast dat protocollen niet worden gevolgd door de lokale verantwoordelijken, ook niet door het Agentschap voor Natuur en Bos. Zult u de bestaande afspraken heel concreet naar het terrein vertalen en oefeningen die momenteel gepland zijn, met het ANB overlopen, om ervoor te zorgen dat we rekening houden met de droogte en met het broedseizoen, zodat we geen herhaling van Brecht krijgen in alle andere militaire domeinen of natuurgebieden?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, ik ben heel duidelijk geweest in verband met het protocol. Vandaag is het zo – ik heb het ook bij – dat men bij code geel nog schietoefeningen kan doen. Het is een protocol van even geleden, het zou niet slecht zijn en zelfs noodzakelijk om het eens te herbekijken. De brief naar Defensie is vertrokken met de vraag om dat streng te controleren. Zeker in droge periodes adviseert het ANB om in bepaalde gebieden zelfs niet te gaan wandelen. Daar moeten we toch eens goed over praten met Defensie. Of men schietoefeningen kan doen, is natuurlijk een bevoegdheid van Defensie. We hebben afgesproken dat we daarover binnenkort gaan samenzitten.

Er wordt een schadeverrekening gemaakt. De kosten gaan we natuurlijk bespreken met Defensie. Ik heb ook artikels gelezen in de pers waarin ze zich verontschuldigen, dat ze gaan kijken wat ze kunnen doen. Het is heel logisch om, als het onderzoek afgerond is, maximaal te proberen dat uit de Vlaamse begroting te houden.

Collega Rombouts, het INBO doet de monitoring. De opdracht daarvoor is al vertrokken. Het zal dat heel nauwkeurig doen en ik hoop dat we daar heel snel mee naar de mensen kunnen gaan. Want ook daar bekijken de lokale besturen hoe ze kunnen meewerken aan dat natuurherstel. We zullen daar zeker niet te lang over hoeven te doen.

Ik heb al gezegd dat we niet alles zullen kunnen herstellen. We zullen dat maximaal goed proberen te doen.

Collega Tobback, ik heb ook verwezen naar het feit dat de stikstofneerslag in dat gebied groot is. Collega Schauvliege heeft in de commissie een vraag om uitleg over stikstof ingediend. Ik ben bezig met een tijdelijk kader en ik hoop, collega’s, dat we dat eerstdaags kunnen afwerken. Want niet alleen de natuur wacht daarop, maar ook het vergunningenbeleid. De lokale besturen en de provincies vragen wat het kader is. Ik wil dus eerstdaags een tijdelijk kader bepalen en tegen eind dit jaar een definitief kader want dat zal natuurlijk ook zeker nodig zijn voor de natuur. In veel natuurgebieden zit er te veel stikstof. We weten allemaal dat dat niet goed is. Het is bekend dat de stikstof de komende tien jaar met de helft naar beneden moet. We moeten maatregelen nemen. Ik hoop eerstdaags een tijdelijk stikstofkader te hebben.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, dank voor uw antwoord. Ik deel de mening van collega D’Haese over de maatregelen van de gouverneur die een beetje komen als de brandweer nadat de brand is geblust, letterlijk en figuurlijk in dit geval. Ik deel niet de gemakkelijke grap over soldaten die soldaatje spelen. Als men bij het leger oefeningen doet, dan speelt men geen soldaatje. Dat zijn echte soldaten. Je moet daar niet te schamper over doen. Waar je wel schamper over moet doen, is dat men blijkbaar niet in staat is om met gezond verstand gemaakte afspraken na te komen. Daar moet je als overheid dan wel heel hard en heel duidelijk op de tafel kloppen en stellen dat zoiets niet kan. Die protocollen moeten herzien worden en vooral met gezond verstand en redelijkheid worden toegepast want de droogteproblematiek neemt jaar na jaar toe. De risicosituaties zullen dus ook jaar na jaar toenemen. Als men wil oefenen, moet men dat op een verstandige manier doen.

Minister, klop op tafel bij dat overleg. Ik beveel u ook aan om op tafel te kloppen over die stikstof, maar daar zullen we later nog over discussiëren. Klop op tafel bij het overleg met de militairen. Dit mag niet voor herhaling vatbaar zijn. Vlaanderen is met het weinige dat het nog heeft aan milieu en natuurwaarden echt wel vragende partij om goede buren te hebben. Ik hoop dat u zich niet met een konijn op de heide laat sturen, maar dat u met echte oplossingen zult komen.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Collega’s, op een ogenblik dat duidelijk is dat de bestaande protocollen niet voldoende zijn om een bijzonder schadelijke en ernstige brand te voorkomen, op een ogenblik dat het laatste nog niet gezegd is over de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid, op het ogenblijk dat nog allerminst duidelijk is wat de kostprijs zal zijn, slaagt Defensie erin om een e-mail te sturen naar het gemeentebestuur van Brecht met de mededeling dat de volgende schietoefening zal plaatsvinden op 12 mei. Minister, ik hoop dat dat niet correct is. Ik vraag u om dat na te gaan en om onverwijld met uw collega van Defensie contact op te nemen om ervoor te zorgen dat dat niet heel snel zal gebeuren.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Over de volgende schietoefening heb ik geen informatie, maar wat betreft het soldaatje spelen wil ik er even aan herinneren dat het de soldaten zijn die in sommige steden en op heel wat plaatsen op elke hoek van de straat tot voor kort mee voor onze algemene veiligheid zorgden. Ik hoop dat hun belang daarin mee erkend wordt en dat het selectieve geheugen aan de kant wordt gezet.

Minister, ik heb daarstraks aangegeven dat een grondige analyse van heel wat zaken er hopelijk zal voor zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren, maar vooral ook omdat er heel wat uitdagingen voor de natuur zijn en dat er van bijzonder veel partners ongelooflijk zware inspanningen worden gevraagd om die natuur te beschermen.

En ik hoop niet dat deze brand deze partners nog meer een slag in hun gezicht zal geven bij hun inspanningen of dat het van hen nog meer gaat vragen, want ik denk dat zij ook op hun tandvlees zitten. Ik hoop dat er inderdaad een grondige analyse gebeurt en dat we verder met respect voor elkaar kunnen zien hoe we rond natuur de doelen kunnen bereiken.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.