U bent hier

Disclaimer

Tekst nog niet goedgekeurd door de sprekers.

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en tot omzetting van richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, ik zal beginnen met het einde: de Vooruitfractie zal zich met betrekking tot dit ontwerp van decreet onthouden, om redenen die ik toch even kort wil uiteenzetten.

Het idee van wat gebeurt in dit ontwerp van decreet, namelijk het omzetten van een aantal richtlijnen, is op zich uiteraard een goede zaak. We staan daar vrij positief tegenover, zoals we ook in de commissie al hebben gezegd, net zoals wij geloven in de mogelijkheid en het nut van instrumenten zoals flexibiliteit voor het leveren en gebruiken van stroom en in mogelijkheden van energiegemeenschappen, waarbij mensen, gezinnen, particulieren, maar evengoed bedrijven, zelfs op het niveau van hele industrieterreinen, zich organiseren om op een efficiëntere, zuinigere, duurzamere manier gebruik te maken van energie.

Het is dus goed dat hierin in een aantal van die instrumenten wordt voorzien, maar ik ga nog eens herhalen wat ik in de commissie heb gezegd: het heeft weinig zin om in instrumenten te voorzien als er niet tegelijkertijd ook enige duidelijkheid is over de partituur en het stuk waarin die instrumenten worden geacht te spelen. Het is alleen maar als je het op die manier doet dat je muziek krijgt. Diverse adviesinstellingen hebben er ook op gewezen: er is geen duidelijkheid over het kader waarbinnen die flexibiliteit zal worden gehanteerd. Onze fractie is zeer bezorgd over het feit dat er in heel veel gevallen een kader ontbreekt om de meest economische en efficiënte afweging te maken tussen aan de ene kant investeringen in het versterken van ons energie- en elektriciteitsnet en aan de andere kant de flexibiliteitsdiensten, de energiegemeenschappen en andere dingen die hier worden gevraagd. We krijgen hoe langer hoe meer het gevoel dat er een geweldige druk bestaat om het elektriciteitsnet niet maximaal uit te bouwen, dat men op dit moment eigenlijk aan burgers en gezinnen, maar evengoed ook aan bedrijven vraagt om de last van het klein houden van dat elektriciteitsnet zelf op zich te nemen, en dat de afweging daarbij niet altijd correct gebeurt.

Ik heb vanochtend in een andere vergadering nog een voorbeeld gegeven. We hebben in het verleden zonder veel problemen het investeren in het aanleggen van het elektriciteitsnet voor het afzetten van de stroom van kerncentrales collectief gefinancierd. We hebben dat gezamenlijk gefinancierd. We vonden dat maatschappelijk belangrijk. Gaan we naar elektrificatie op een veel grotere schaal, zoals dat vandaag en voor de komende jaren terecht binnen de ambities van de Vlaamse Regering ligt, dan weten we eigenlijk dat we dat elektriciteitsnet moeten versterken. We moeten dat uiteraard niet doen zonder grenzen. We moeten dat niet blind doen. We moeten dat niet doen met de ogen dicht en de portemonnee open, maar we moeten naar mijn aanvoelen wel veel meer dan vandaag het geval is duidelijkheid kunnen bieden aan de burger: wat is de afweging die wij maken tussen aan de ene kant de gezamenlijke investering in het versterken van dat elektriciteitsnet, dat we hoe dan ook nodig zullen hebben, dat we zullen moeten doen, en aan de andere kant de inspanningen en de bijdragen die we van individuen, particulieren, gezinnen en bedrijven vragen om flexibel gebruik te maken van dat net en dus die investering beperkt te houden?

We maken vandaag eigenlijk heel wat regels die tot doel hebben om het gebruik van het net door burgers op allerlei manieren te sturen en te ontmoedigen. Het zonnepanelendebacle is daar een voorbeeld van geweest. De hele discussie over het capaciteitstarief is een andere discussie wat dat betreft. Aan de andere kant bieden we op dit moment niet tegelijkertijd duidelijkheid aan die burger over wat dan de daartegenover staande investering is in het versterken van dat net. Dat is mijn heel duidelijke vraag, en de vraag van heel de Vooruitfractie, voor alle duidelijkheid, namelijk dat men die afweging en dat afwegingskader veel duidelijker zou maken dan dat vandaag het geval is. Ik heb immers de indruk, en ik denk dat ik daar niet alleen in ben, dat ik dat gevoel met heel veel burgers deel, dat dat evenwicht vandaag een beetje zoek is.

Als we willen naar een veel verregaandere elektrificatie gaan en als we willen dat veel meer burgers in zaken als zonnepanelen investeren, moeten we ervoor zorgen dat de publieke infrastructuur die daarvoor noodzakelijk is er ook is. We weten dat het potentieel inzake fotovoltaïsche cellen in Vlaanderen nog gigantisch groot is.

We moeten dan een discussie over de financiering voeren. Moet dat in de stroomfactuur zitten of moet dat op een andere manier gebeuren? Ik heb al een paar keer de analogie met het wegennet gemaakt. We hebben de wegen in dit land aangelegd omdat ze economisch belangrijk waren. We vragen iedereen die van die wegen gebruik maakt, zoals iemand die goederen in Antwerpen laat toekomen en dan over onze wegen vervoert, niet om elke keer dat ze de weg gebruiken, een specifieke bijdrage te betalen. Als we beslissen dat elektrificatie maatschappelijk belangrijk is voor de toekomst en dat een gigantische investering nodig is in de wegen waarlangs die elektriciteit zich naar de huishoudens en de bedrijven zal bewegen, is er geen enkele reden om een andere redenering te hanteren en wel elke keer een bijdrage voor het gebruik te vragen. Dat is een publiek goed en een maatschappelijke nood die we op een publieke en maatschappelijke manier moeten financieren.

Ik heb het gevoel dat we dat denkspoor een beetje hebben verlaten. Ik heb het gevoel dat de VREG dat denkspoor ook op vele vlakken heeft verlaten, ten voordele van een zeer beperkende en vermarkte houding. Wie er gebruik van maakt, moet elke keer betalen. Dat wordt iets als een rekeningrijden voor het stroomnet. Er wordt geprobeerd dit op allerlei manieren te beperken en in de hand te houden, zoals met de belofte van een virtueel terugdraaiende teller. Keer op keer loopt de Vlaamse Regering tegen de muur. Zo zeer als we voorstanders van energiegemeenschappen en flexibiliteit zijn, zo zeer denken we dat veel burgers die inspanningen niet zullen leveren en niet het nodige vertrouwen zullen hebben om dat te doen als er geen duidelijk, geloofwaardig en robuust kader is waar dit allemaal in past en waarmee we die inspanningen kunnen motiveren en plaatsen.

Er zullen dan ongetwijfeld hier en daar mooie voorbeelden zijn, maar dat zal beperkt blijven tot de happy few die het om principiële redenen doen of die er een voordeel uit halen om zichzelf helemaal buiten de markt te plaatsen. Zij zullen daarop inpikken, maar het zal nooit een maatschappelijke trend worden op een schaal die we nodig hebben om de terechte doelstellingen inzake hernieuwbare energie van de Vlaamse Regering waar te maken. Wat mij betreft, mogen die doelstellingen wat verder gaan. Het zal een beperkt pakket zijn en een zeer beperkte groep zal er gebruik van maken.

Wat specifiek de energiegemeenschappen betreft, wil ik nog eens wijzen op het voorbeeld dat ik in de commissie heb gegeven. Ik heb in mijn eigen stad gemerkt dat een aantal kerkfabrieken een vraag hebben. De deken van Leuven heeft me erop gewezen dat nogal wat kerken beschikken over zeer grote daken die voor zonnepanelen in aanmerking komen. De kerk zal die stroom ook op het moment van de piekproductie niet zelf verbruiken. Ik zal er geen schampere opmerkingen over maken dat er niet zo gigantisch veel aanwezigen zullen zijn om die stroom te verbruiken, maar misschien kan er hiervoor een kader komen. Een kerk ligt meestal in een gemeenschap. Daar wonen mensen en staan huizen. Misschien zou het mogelijk moeten zijn om dit te doen. Dat kan financieel interessant zijn voor alle partijen, ook de kerkfabriek en bijgevolg ook het stadsbestuur die het gat moet dichtrijden als de kerkfabriek niet rondkomt.

Er zijn allerlei mogelijkheden, maar er zijn geen investeringsmiddelen voor. Als een stadsbestuur dit probeert aan te moedigen en te stimuleren en ervoor wil zorgen dat iedereen aan die energiegemeenschap kan deelnemen, mag het niet gebeuren dat we eindigen met een vorm van ‘gated communities’, die dan niet rond een kerk zullen liggen, maar waar enkel wie over voldoende kapitaal beschikt om in te stappen in een energiegemeenschap kan meedraaien. Ook dat moet een bezorgdheid zijn. Het gaat voor iedereen of het gaat niet.

Dat soort overwegingen ontbreekt nog in heel grote mate in dit ontwerp van decreet. Ze zijn ook niet echt beantwoord in de commissie. Misschien verwachten we te veel, omdat – raar maar waar – het debat na al die jaren nog steeds in de kinderschoenen blijft steken. Als we dat niet voeren, zullen instrumenten zoals deze er nooit in slagen om te doen waar ze echt een potentieel voor hebben, en dat is een grote omslag naar hernieuwbare energie maken, een waar iedereen in de samenleving deel van kan uitmaken, zonder het gevoel dat hij jaloers, afgunstig en nijdig moet kijken naar de zonnepanelen op een ander zijn dak en zonder het idee dat dit met zijn centen is. Dit heeft het potentieel om iets te zijn waarmee we allemaal samen vooruitgaan. Ik zal er deze keer geen grap over maken.

De partituur om dat soort muziekstuk te spelen, ontbreekt in dit ontwerp en in het beleid van de Vlaamse Regering. In deze omstandigheden kunnen we moeilijk verantwoord, onverwijld en ondubbelzinnig voor dit ontwerp van decreet stemmen. Het had veel beter gekund, het moet nog beter worden. We gaan er ook niet tegen stemmen. Het had een stap kunnen zijn. We blijven op onze honger zitten naar een breder kader hierrond, zowel in tekst als in de bespreking. De Vooruitfractie zal zich onthouden bij de stemming.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het is inderdaad een belangrijk ontwerp van decreet dat focust op het omzetten van een Europese richtlijn naar een regelgevend kader. Om dit kader tot iets operationeels te maken, zal er in de komende maanden nog heel wat moeten worden gewerkt rond ministeriële besluiten, besluiten van de regering enzovoort. Daarna kan de markt in werking treden.

Twee belangrijke elementen worden daartoe gebruikt: het delen van energie in gemeenschap of hernieuwbare energie en flexibiliteit.

Ik wil even teruggaan naar 2015, toen we met een aantal parlementsleden – de collega’s Schiltz en Bothuyne waren erbij – naar Wenen gingen om een congres rond de SPAR-winkels bij te wonen. De SPAR-winkels opteerden er op een bepaald moment voor om hun daken te exploiteren maar dat niet zelf te doen. Ze gingen op zoek naar een partner, en vonden die in het bedrijf Wien Energie. Het idee bestond erin dat Wien Energie de daken van de SPAR-winkels vol zou leggen met zonnepanelen, de panelen zou omzetten in aandelen en de aandelen zou verkopen aan klanten van de SPAR. Op het einde van een jaar kreeg men geen dividend zoals bij een coöperatieve, ook geen kilowattuur, maar een SPAR-bon om naar de SPAR-winkel te gaan. Ik vond dat een knap businessmodel omdat men de klant beloonde voor zijn trouw, omdat het klantenbinding was enzovoort.

Ik leerde dat ook de gemeente Stuttgart dat ook zo doet met haar eigen gebouwen.

Kerken kwamen ook aan bod. Kerken staan altijd in een bepaalde windrichting. Een kerk met een middenbeuk en twee zijbeuken heeft minstens twee daken die perfect georiënteerd zijn voor zonnepanelen en zelfs niet zichtbaar zijn vanaf de straat. Ideaal dus.

Zonder deze richtlijn om te zetten, is energiedelen – zonnedelen werd het in mijn conceptnota genoemd – moeilijk te realiseren omdat het wettelijk kader ontbreekt. Dat is er nu wel vandaag. Dit zal tot gevolg hebben dat meer mensen die nu niet de technische mogelijkheid hebben om zelf in hernieuwbare energie te investeren, omdat ze bijvoorbeeld op een appartement wonen, of omdat hun dak zeer slecht georiënteerd is, kunnen intreden in een energiegemeenschap of een hernieuwbare-energiegemeenschap. Of de hockeyclub kan op haar plat dak zonnepanelen leggen, die verkopen in de vorm van aandelen aan de clubleden en zo haar verlichting aansturen en dergelijke.

Dat zal dus een trigger zijn voor meer hernieuwbare energie.

Ik vind het voorbeeld van de kerk, dat de heer Tobback aanhaalde, fantastisch. Op het ogenblik dat de zon op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag overdag schijnt, zit er inderdaad geen volk in de kerk. We zullen het licht in de kerk toch niet laten branden om de stroom op te gebruiken die op het dak wordt geproduceerd? Dat betekent dat je op dat ogenblik een injectie krijgt in het net van energie die geproduceerd wordt op dat dak.

Doordat er meer hernieuwbare energie geproduceerd zal worden, is er meer kans op congestie op het net in de toekomst. Dat moet opgevangen worden. Hoe kun je dat opvangen? Door meer flexibiliteit, en dat is het tweede luik van het decreet. Ik heb een deel van mijn hernieuwbare energie in gemeenschap. De kans bestaat dat ik daardoor meer flexibiliteit nodig zal hebben, en ik zal die ook aanbieden. Is dit een must? Neen. Die flexibiliteit zal aangeboden worden op basis van een prijsprikkel, een sturingsprikkel enzovoort. Sommige mensen zullen dit interessant vinden en het gebruiken, bijvoorbeeld mensen met een elektrische wagen. Waarom zou zo iemand zijn wagen dan opladen op het duurste moment van de dag? Hij kan kijken welke prijs er binnenkomt. Dat kan in de namiddag zijn wanneer elektriciteit het goedkoopste is omdat er het meeste aanbod is van zonne-energie, windenergie enzovoort. Het kan evengoed tijdens de nacht zijn omdat het een zeer windrijke nacht is. Dat doet er niet toe. Maar die persoon zal op een automatische manier zijn auto opladen op het ogenblik dat dit het meest interessant is.

Waarom is dat nodig? Stel dat we dat niet zouden doen, dan ligt de totale kost bij het uitbouwen van het net. Die kost wordt op 5 tot 8 miljard euro geraamd voor de komende twintig tot dertig jaar. Wie betaalt het net? Elke burger betaalt daaraan mee via de elektriciteitsfactuur. Als je kunt bekomen dat burgers intreden op die flexibiliteit doordat ze bijvoorbeeld een batterij, een elektrische wagen of andere apparatuur hebben, dan zorgt dat voor minder congestie en moet er minder geïnvesteerd worden in het net. Daardoor moet de burger minder betalen. Ik denk dus dat het net een voordeel is.

Zal de slinger dan volledig doorslaan richting ‘de burger trekt zijn plan’ en er moet niets in het net worden geïnvesteerd? Neen, dat is een zwart-witverhaal. Het zal een gulden middenweg zijn. Er zal deels flexibiliteit zijn waardoor het net ontlast wordt qua investeringen en er zal deels nog altijd geïnvesteerd moeten worden in het net, maar het zullen niet meer de grote bedragen van 5 tot 8 miljard euro zijn.

Dat is superbelangrijk, omdat de burger zo in het energieverhaal betrokken wordt. Energietransitie gaat soms moeilijk omdat de burger zich niet betrokken voelt. U zult zeggen dat ik altijd afkom met het voorbeeld van mensen met een elektrische wagen, maar dat zijn er ondertussen wel 75.000. Vanaf 2026 zullen er jaarlijks 200.000 mensen bij komen. Dat is toch niet onbelangrijk. Iemand die een elektrische wagen heeft en wil opladen op het moment dat het hem het beste uitkomt omdat hij niet geprikkeld wordt om dat op een ander moment te doen, dat is vandaag ‘fair enough’. Maar dat die een belasting is voor het net en dat daardoor anderen mee moeten betalen voor het gebruik van zijn elektrische wagen, vind ik niet sociaal. We moeten er dus voor zorgen dat mensen die wel die mogelijkheid hebben, ook de mogelijkheid krijgen om flexibel op het net te zitten.

Uiteraard zal de operationaliteit binnen enkele jaren gigantisch ver gaan. Als ik hier dan een paar voorbeelden zal geven, zal men mij weer verwijten dat ik futuristisch aan het denken ben, maar er zijn landen die daar al mee bezig zijn. Het gaat inderdaad over peer-to-peer. Stel dat ik thuis zonnepanelen en een elektrische wagen heb en dat de zon schijnt, maar dat ik bij een klant ben. Het zal in de toekomst perfect mogelijk zijn, peer-to-peer, dat ik aan de klant vraag om eventjes in te pluggen in zijn stopcontact en dat via de iCloud-toepassing de zonne-energie van het dak in de wagen wordt gebracht. Dat gebeurt niet via een kabel van het ene punt naar het andere, maar puur digitaal. De klant betaalt daar niets voor.

Of evengoed zelfs veel simpeler. Stel, je hebt op een bepaald moment een overschot aan energie op je eigen dak geproduceerd. Wel, dat kun je perfect aan je schoonmoeder verkopen. Afhankelijk van hoe graag je je schoonmoeder ziet, zal dat misschien duurder of goedkoper zijn, maar het kan perfect. (Gelach)

Om maar te duiden: binnen dit en twee, drie jaar, of we dat nu willen of niet. De spelers op de Vlaamse markt staan klaar. Sinds een paar maanden zijn de innovatieve bedrijven die bezig zijn met allerlei ontwikkelingen zo exponentieel aan het groeien, dat wij momenteel zelfs koploper zijn, waar dat vroeger Nederland was.

Je houdt die innovatie niet tegen. Met andere woorden, ik zou zeggen: omarm haar. Collega Tobback, ik ben het voor 100 procent met u eens dat we inderdaad nog heel wat valkuilen zullen meemaken en soms eens zullen moeten vallen en opstaan. Daarom heb ik in de commissie ook aangeraden om in de maanden mei en juni wat hoorzittingen te organiseren met specialisten ter zake, om na te gaan hoe we bepaalde ministeriële besluiten nog zullen bijsturen enzovoort. Dat is zeker nuttig.

Er zitten nog een aantal andere punten in, die toch ook vrij belangrijk zijn. Ik noem er een paar. Zo is er de vrije keuze van leverancier. Dat lijkt voor iedereen logisch, maar als u zonnepanelen hebt, dan is het ook interessant dat u niet alleen vrije keuze hebt van leverancier, maar ook van diegene die uw energie wil opkopen. Dat moeten trouwens ook twee verschillende partijen kunnen zijn. U kunt evengoed aankopen van partij A en verkopen aan partij B. Het gaat uiteindelijk over wat voor u het meest interessant is.

Ook is er het recht op het bezoeken van een dynamisch beheerscontract. Dat zal echt nodig zijn in de toekomst. Vroeger was de overstap voorzien op maximaal drie weken. Vanaf 2026 wordt dat 24 uur. Dat is ook noodzakelijk, als je heel snel wilt kunnen switchen tussen de ene leverancier en de andere. Er is ook een decretale basis voorzien voor de V-test. Waarom? In de toekomst zul je een eigen profiel kunnen aanmaken op de V-test, zodat je, iedere keer wanneer je een simulatie moet doen, niet telkens al die gegevens moet invullen.

Er zijn ook een aantal zaken die niet zijn opgenomen in het decreet, maar die Europa heeft toegestaan als een ‘optie’, als ik dat zo mag uitdrukken. De vraag is of energiegemeenschappen zelf een distributienet mogen oprichten. Daarover staat in het decreet: neen. De reden is ook heel duidelijk. Het is al complex genoeg voor de bestaande distributienetbeheerders en dus zullen we niet toestaan dat ook kleinere energiegemeenschappen daarmee beginnen.

Een tweede punt dat ook niet werd opgenomen in het decreet, is dat energiegemeenschappen grensoverschrijdend mogen werken. Ook daarop hebben we neen gezegd. Ieder land is al zo complex op zich, dat het al moeilijk genoeg zal zijn om dat binnen uw eigen regio te organiseren. Bovendien zou het meest logische zijn dat je even over de taalgrens kijkt, of naar Brussel. Maar daar hebben we een klein probleempje, want Brussel en Wallonië staan op dat vlak, op het vlak van de implementatie van dit decreet, eigenlijk nog nergens. Ik denk zelfs dat ze er nog niet aan begonnen zijn.

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, ik moet even goed nadenken om iets te vinden wat collega Gryffroy nog niet heeft gezegd. (Gelach. Opmerkingen)

U vindt niets. Volgens mij heeft hij alles gezegd.

Ik heb een heel fijne schoonmoeder, voorzitter, beste collega’s. Het zou niet in mij opkomen om haar dure stroom te verkopen. Integendeel, wij zitten in een soort van energiegemeenschap en we zorgen ervoor dat we overschotten kunnen uitwisselen. Mijn zonnepanelen liggen op haar dak en de kabel van haar zonnepanelen loopt via mijn schouw naar haar kelder. Dat is dus al een energiegemeenschap op zich. (Gelach. Opmerkingen)

Alle gekheid op een stokje. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Dat is kwaadwillig, collega Tobback. Collega’s, ik zal zeer kort zijn, maar toch een aantal beschouwingen geven over dit ontwerp van decreet. Met dit ontwerp van decreet staan we aan de vooravond van een nieuwe manier om aan energiebeleid te doen, maar ook om energie te consumeren en te produceren. Na alle miserie die we hebben gehad met digitale en andere meters, met zonne- en andere panelen, biedt dit ontwerp van decreet een welkome vooruitblik.

En, collega Tobback, u zou het moeten toejuichen. Want eigenlijk is het credo van dit ontwerp van decreet: ‘Power to the people.’ Dit ontwerp van decreet zal het mogelijk maken voor bescheiden eigenaars – niet de grote speculanten, zoals in het vorige debat, maar kleine eigenaars, bescheiden eigenaars – om hun stroom in handen te pakken en daar betere deals mee te maken. Maar – en het zal u verbazen, collega's, dat een liberaal dat zegt – wij erkennen ook dat in energieland de individuele consument soms niet sterk genoeg is om op te boksen tegen de grote spelers. En door energiegemeenschappen mogelijk te maken, door flexibiliteit mogelijk te maken, stellen wij de individuele consument in staat om meer waar voor zijn geld te krijgen, ofwel: meer geld voor zijn stroom.

Uiteraard zijn er nog een aantal dingen die zullen moeten gebeuren. Daarom wordt ook aan de regulator gevraagd om een kosten-batenanalyse te maken van die systemen en die businessmodellen die op poten worden gezet, en zal er ook voorzien worden in een evaluatie wanneer het systeem op gang komt. Geen schrik dus, collega’s. We hebben dit ontwerp van decreet wel nodig om te kunnen starten, maar het is geen eindpunt en het draagt meteen een evaluatie in zich.

Daarom, minister, verwelkomen wij dit ontwerp van decreet en zullen wij vol enthousiasme voor stemmen.

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik ga namens collega Johan Danen, die dit dossier opvolgt in de commissie, even ons stemgedrag motiveren. Wij zitten heel dicht bij de opmerkingen die collega Tobback heeft gemaakt. Wij zullen ons ook onthouden bij de stemming over dit ontwerp van decreet, en wel om de volgende redenen.

We gaan niet ontkennen, collega Schiltz en collega Gryffroy, en ook collega Bothuyne, die straks tussenkomt namens de meerderheid, dat hier een aantal interessante en belangrijke dingen in staan. Dat is ook wat de omzetting van de Europese richtlijn in zich draagt. Daar zitten dus heel veel goede dingen in. Maar een van de belangrijkste redenen waarom wij ons toch gaan onthouden, collega Schiltz, is deze. U sprak daarnet over ‘power to the people’, maar er wordt toch nog een belangrijk onderscheid gemaakt in het ontwerp van decreet zoals het nu voorligt. Niet alle mensen blijken te behoren tot ‘the people’, of bij wijze van spreken toch niet in eerste instantie.

Wij hebben zeer veel moeite met artikel 61 en 62. Dat heeft mijn collega Danen ook aangehaald in de commissie. Daarbij ga je eigenlijk – op dit moment toch, met deze stand van zaken – kwetsbare groepen uitsluiten van wat hier voorligt. En dat is voor ons nu net een heel belangrijk gegeven. U hebt daar ook allebei argumenten voor aangehaald. We moeten ervoor zorgen dat iedereen deelt in die energiemarkt en dat iedereen daar ook een stuk beter van wordt. En artikel 61 en 62, zeker als je daar ook de toelichting naast legt wat betreft de kwetsbare doelgroepen, die daar voorlopig heel specifiek worden uitgesloten, omdat het op dit moment te complex zou zijn, dat is wat ons betreft geen goede zaak. Dan ga je ervoor zorgen dat die mensen met een achterstand vertrekken. Want dan moeten we inderdaad rekenen op wat collega Gryffroy daarnet heeft aangehaald, namelijk ministeriële besluiten, besluiten van de Vlaamse Regering, en hier dan eerst zelfs nog een aparte analyse. Mensen die klant zijn bij de distributienetbeheerder, zoals dat dan wordt genoemd, in de hoedanigheid van sociale leverancier, die kunnen op dit moment – en dat staat ook in de toelichting – niet aan energiedelen doen.

Wat ons betreft, zullen energiebeleid en groen beleid sociaal zijn of niet zijn. Voor ons is dat een heel belangrijk principe. Daarom kunnen wij dit ontwerp van decreet niet steunen. We steunen het wel, maar we onthouden ons bij de stemming.

Er zijn nog een aantal andere elementen in het ontwerp van decreet waar we ons toch wel wat vragen bij stellen. Er zitten heel veel open zaken in. Dat kan inderdaad een goede zaak zijn, dat je met een aantal dingen experimenteert of bekijkt hoe je ze operationeel wilt maken, maar voor ons is een voorwaarde dan wel dat er een brede evaluatiebepaling in het ontwerp van decreet zou worden opgenomen, om ervoor te zorgen en te garanderen dat wat op dit moment open wordt gelaten, omdat er nog ruimte moet zijn voor experimenten, op een gegeven moment ook vorm krijgt. En die brede evaluatiebepaling ontbreekt op dit moment in het ontwerp van decreet.

Om heel kort te gaan, voorzitter, collega’s, is het vooral vanwege die maximale en gelijkwaardige participatie van burgers, die zo van belang is en die wat ons betreft in het voorliggende ontwerp van decreet niet helemaal wordt afgedekt, dat de Groenfractie zich zal onthouden.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik zal beginnen met het stemgedrag van mijn fractie te duiden. Wij gaan voor stemmen. Wij gaan met heel veel enthousiasme voor stemmen, voorzitter. En ik begrijp eigenlijk niet waarom we dit ontwerp van decreet niet kamerbreed goedkeuren. Collega Tobback had het over de partituur en de instrumenten, maar dit ontwerp van decreet zorgt eigenlijk voor de notenbalken waarop uiteindelijk heel veel mensen samen de partituur van ons toekomstige energiesysteem gaan schrijven. Als we die notenbalken niet voorzien, ontnemen we eigenlijk de mogelijkheid voor bedrijven en burgers in Vlaanderen om actief te participeren aan de energiemarkt van de toekomst. Dat kan er tegelijk ook voor zorgen dat we, zoals collega Tobback ook al zei, niet blind gaan investeren in een voortdurende versterking en uitbouw van het net en dat we niet voortdurend met de portemonnee open dat net gaan moeten uitbreiden en versterken.

Neen, we kunnen gericht gaan werken. We geven de netbeheerders de mogelijkheid om er samen met de energiemarkt voor te zorgen dat we het net versterken en uitbouwen waar het nodig is, maar dat we geen nodeloze kosten maken die uiteindelijk door alle Vlaamse burgers en bedrijven moeten worden betaald. Dat is de verdienste van dit ontwerp van decreet. Het zorgt ervoor dat we hier een toekomstgericht verhaal van kunnen maken, dat uiteraard verdere uitwerking behoeft.

Daarom is ook al in de commissie afgesproken dat er in de nabije toekomst nog hoorzittingen volgen, onder andere over de besluiten, maar ook over de manier waarop we de bepalingen van dit ontwerp van decreet en de uitvoering ervan zullen evalueren. Het werk is bijlange niet af. Zonder dat we hier in de notenbalken voorzien, kan er geen partituur en geen symfonie volgen, collega’s. Het is wat ons betreft essentieel om ervoor te zorgen dat we hier een breed draagvlak hebben voor het energiesysteem van de toekomst en dat begint met dit ontwerp van decreet. Ik hoop, collega’s, dat we alsnog naar een kamerbrede stemming over dit ontwerp van decreet kunnen gaan.

De heer D’Haese heeft het woord.

Na dit interessante debat licht ik nog graag ons standpunt toe, me ingefluisterd door onze energiespecialist Tom De Meester. Het is een lijvig ontwerp van decreet. Ik heb het op het bureau zien liggen. Wat ons betreft staan er een aantal zaken in waarbij we serieuze bedenkingen hebben.

Uit het hele ontwerp van decreet spreekt een ver doorgedreven marktlogica. De liberalisering – uiteraard zal een liberaal niet verwachten dat we daarover een ideologisch debat hebben – van de energiemarkt is niet nieuw, maar in het ontwerp van decreet wordt die wel altijd maar verder doorgetrokken. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien het een omzetting van Europese richtlijnen is. We zijn van in het begin tegen die liberalisering van de energiemarkt gekant. Duurzame hernieuwbare energie aan een betaalbare prijs is voor ons een basisrecht. Dat is geen commercieel product om een markt mee te laten spelen. Het is voor ons veel te belangrijk om dat over te laten aan energiemultinationals en aan de winstmodellen. We gaan die duurzame energierevolutie die we nodig hebben, niet kunnen realiseren als we alle nieuwe uitdagingen gewoon in dat commerciële marktmodel blijven proppen. Daar geloven we niet in. Ik geef het voorbeeld van de elektriciteitsopslag. Jullie weten dat de elektriciteitsopslag naast de uitwisseling cruciaal is voor het energiesysteem van de toekomst. Gaan we het ontwikkelen, het beheer en het uitbaten daarvan echt volledig overlaten aan de markt? Dat gaat natuurlijk veel verder dan een aantal thuisbatterijen en een aantal elektrische wagens die thuis staan op te laden. De opslagcapaciteit die je nodig hebt, gaat veel verder dan dat. Gaan we dat daar volledig aan toevertrouwen? Wat ons betreft niet.

Er is discussie over, maar ten tweede denk ik dat er op dit moment, met de kennis die we erover hebben, meer nodig zal zijn dan de thuisbatterij die we hier hebben. Daarvoor is met name de shift die je moet doen tussen de piek in de zomer en het dal in de winter veel te groot. Dat kun je niet opvangen met thuisbatterijen en ook niet met elektrische wagens, want die vangen dag/nacht- of weekverschillen op, maar niet die seizoenverschillen. Daarvoor heb je veel grotere investeringen nodig. Dat kun je niet gewoon toevertrouwen aan de markt want we weten hoe het dan afloopt.

Verder heeft de energieliberalisering tot nu toe altijd duurdere prijzen en minder transparantie voor de consument willen zeggen en ik vrees dat dat zo zal blijven. De liberalisering van de energiemarkt heeft ons al het hoerageroep ten spijt tot nu toe weinig baat bijgebracht. Het heeft vooral de energiefactuur de hoogte ingejaagd. Vorige week kaartte Tom De Meester nog aan dat de afgelopen 15 jaar de energiefactuur in Vlaanderen met maar liefst 60 procent is gestegen. Dat is de prijs van de liberalisering van de energiesector voor de consument. Alle lusten komen bij de verdienmodelletjes terecht en de lasten bij de gezinnen.

Ten slotte is het ontwerp van decreet voor ons een gemiste kans om van die energiegemeenschappen een instrument te maken dat door de bevolking gedragen wordt. Het schiet op het vlak van burgerparticipatie tekort. Daar treden we absoluut de kritiek van de collega’s van Groen bij.

Dat zijn een aantal elementen die we helemaal niet zien zitten in het ontwerp van decreet en daarom zullen we ertegen stemmen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik geef graag een kort antwoord op de bezorgdheid van collega Rzoska. Het is inderdaad zo – je hebt dat correct geformuleerd – dat mensen met een budgetmeter voorlopig nog niet kunnen toetreden tot een energiegemeenschap. De uitleg is ook heel duidelijk. We gaan er ook een proefproject over starten.

Het sociaal tarief is een federaal tarief en je kunt dus geen groep maken met een mengeling van een federaal en een Vlaams tarief, als ik het zo mag uitdrukken. Dat gaat niet, tenzij minister Van der Straeten ons morgen die bevoegdheid geeft. Dan kunnen we daar wel mee aan de slag.

Wat doen we wel? We zullen kijken naar een proefproject dat gaat over een groep van mensen met een sociaal tarief. Maar voor de rest is in principe iedereen toegelaten. En niet iedereen in energiearmoede heeft een sociaal tarief. Met andere woorden: het kan perfect dat ook mensen in energiearmoede kunnen toetreden tot een energiegemeenschap, wat voor hen soms interessanter zou kunnen zijn. Ten tweede: door de creatie van die energiegemeenschappen en de flexibiliteit, zoals ik daarnet heb uitgelegd, zal het ook zo zijn dat mijn netkosten niet exponentieel zullen stijgen tot 5 à 8 miljard euro aan investeringskosten. Er wordt gezegd dat de zwakkere groepen hiervan uitgesloten zijn, maar daarop zeg ik neen. Zij zijn voor een stuk ingesloten. En als het gaat over mensen met een sociaal tarief: daar kunnen wij momenteel niet aan, omdat dat een federaal tarief is.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik houd het kort. Ik hoor nu al voor de tweede keer en minstens van twee collega’s een verwijzing naar de exponentiële stijging van de netkosten naar 5 à 6 miljard euro. We horen daar allerlei bedragen, het is een beetje zoals de zonnepanelen of de bouwshift. We horen steeds weer spectaculaire bedragen. Ik hoor keer op keer de collega’s zeggen dat we 5 à 6 miljard euro zouden moeten investeren in ons elektriciteitsnet, en dat we dat zullen moeten voorkomen. En hoe gaan we dat voorkomen? Door burgers te laten investeren in flexibiliteitsmechanismen, zonnepanelen, warmtepompen, elektrische auto’s, of bluetoothadapters voor in de koelkast, als het van collega Gryffroy afhangt.

Het enige wat ik nooit hoor, is hoeveel de investering van die burgers in al die zaken dan zal kosten. Want uiteindelijk is dat natuurlijk het tegengewicht van die 5 à 6 miljard euro. Ofwel steken we 5 miljard euro in een sterker net, ofwel verminderen we die kost doordat burgers meer moeten investeren in eigen flexibiliteitstoepassingen, energiegemeenschappen en dergelijke meer. En dat is een nuttige afweging om te maken. Alleen vraag ik nu al de hele tijd of iemand mij eens de berekening kan maken welke van die twee nu uiteindelijk het duurst zal zijn voor de burgers in het algemeen, want in de beide gevallen wordt het betaald door de burgers. En hoe zullen de voor- en nadelen daarvan verdeeld zijn?

Want voor dat elektriciteitsnet betalen we inderdaad allemaal samen misschien een tiental euro per jaar om het te versterken. En we zullen ook betalen voor de zonnepanelen, warmtepompen, elektrische wagens, domotica, en voor de energiegemeenschappen. Alleen dreigt dan het risico dat alleen diegenen die voldoende hebben om te investeren daarvan de voordelen zullen plukken, terwijl de rest ervan uitgesloten wordt en toch de netkosten zal moeten betalen.

Bovendien zal de slotsom van de energiesystemen vandaag misschien duurder zijn dan gewoon een versterking van het net. Die berekening, die afweging, dat is waarnaar ik vraag. En ik vraag niet dat u ze maakt, collega Gryffroy, al mag u dat van mij. Ik vraag dat aan VREG, ik vraag dat aan de Vlaamse Regering. Dat is de afweging die we eigenlijk zouden willen maken als we efficiënt, effectief beleid willen voeren en kunnen afwegen wat de beste besteding van geld is, en wat de beste manier is om te maken dat iedereen er deel van kan uitmaken.

Het grote risico vandaag is dat we een systeem creëren dat voordelig zou kunnen zijn voor wie in alles tegelijk kan instappen: wie de zonnepanelen, de thuisbatterij en de elektrische wagen met elkaar kan combineren, zal de vruchten kunnen plukken. Het gaat dan om mensen die erin slagen de elektriciteit in hun kot te houden, en al de rest met rust te laten. Die mensen hebben het net niet nodig, en dan moeten we inderdaad niet in het net investeren.

Maar wie maar voor een deeltje kan meedoen, die dus bijvoorbeeld zonnepanelen kan leggen maar zich geen thuisbatterij kan permitteren, of die wel een elektrische wagen van het werk ter beschikking krijgt als bedrijfswagen, maar niet wil of kan investeren in zonnepanelen, zal in het gehele systeem niet meestappen. Die zal dus ook de vruchten niet plukken, zoals het in het model staat dat hier voorligt. Dus blijven we vastzitten. Die afweging moet men eens beginnen te maken. Men moet eens op papier of op een excel sheet zetten waar men naartoe wil gaan. Dat is wat ik de partituur noem.

Verantwoord aan de mensen die investeringen moeten doen, dat dat goedkoper en efficiënter is dan gewoon een bijdrage te leveren aan een sterker net. En daarmee kunnen we inderdaad diegenen die enkel zonnepanelen of enkel een elektrische wagen hebben, of alleen een warmtepomp, met elkaar in verbinding stellen, in een systeem waarbij iedereen gezamenlijk de vruchten kan plukken. Het gaat dan enkel om zij die all-in kunnen gaan, waarbij de rest ernaast blijft staan.

Dat is mijn bezorgdheid en die wordt op geen enkel moment beantwoord. Ofwel begrijpt men de discussie niet, ofwel zit men vast in een aantal denkpatronen dat men ze niet wil begrijpen, ofwel voert men ze gewoon liever niet. Ik blijf dat jammer vinden. Op een zeker moment zullen we er niet aan kunnen ontkomen als we voor iedereen echt een sociale en duurzame toekomst garanderen waar iedereen aan kan deelnemen, en niet alleen degenen die de volledige investering kunnen doen.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 663/5)

– Er zijn geen opmerkingen bij de artikelen 1 tot en met 63.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de artikelen en over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.