U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 17 maart 2021, 13.59u

Voorzitter
van Jos D'Haese aan minister Zuhal Demir
431 (2020-2021)
van Chris Steenwegen aan minister Zuhal Demir
416 (2020-2021)
van Bruno Tobback aan minister Zuhal Demir
422 (2020-2021)

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, meer dan 60.000 mensen trekken naar de rechtbank voor de Klimaatzaak. Dat zijn tienduizenden mensen die brieven hebben gestuurd, petities hebben opgesteld, acties hebben gevoerd, op straat zijn gekomen en die zien dat de verschillende regeringen in ons land ondanks alles hun voeten blijven vegen aan de klimaatambities. Daarom stappen ze nu naar de rechter, tegen het schuldig verzuim van ons land.

En minister, ze hebben groot gelijk. Wij zijn de eerste generatie die de gevolgen van de klimaatverandering aan den lijve ondervindt en de laatste die er nog iets aan kan doen. Dat is waarom tienduizenden jongeren maandenlang gestaakt hebben voor het klimaat, omdat jullie hun toekomst voor hun ogen laten opbranden. En het is niet omdat ze vandaag niet mogen buitenkomen, dat die verontwaardiging verdwenen is, dat het engagement verdwenen is.

We hebben vandaag de oplossingen voor de klimaatproblematiek. Het zal veel goedkoper zijn om die nu uit te voeren, dan te wachten tot de opwarming van de aarde helemaal uit de hand loopt. Het echte probleem is dat jullie de winsten van grote vervuilers boven de toekomst van de volgende generaties blijven zetten. We hebben vier ministers van Klimaat in dit land, maar nul klimaatbeleid. Zo hebben jullie kostbare jaren verspeeld, kostbare tijd om te investeren in openbaar vervoer en hernieuwbare energie, kostbare tijd om onze economie over te schakelen naar meer duurzaamheid, kostbare tijd om onze banen veilig te stellen voor de toekomst, kostbare tijd om koploper te worden in plaats van aan het staartje te hangen.

En in plaats van de Klimaatzaak die werd aangespannen, serieus te nemen, heeft de Vlaamse Regering er een erezaak van gemaakt in welke taal dat proces gevoerd zou worden, alsof de klimaatverandering een taal spreekt. CO2 is in alle talen hetzelfde, dat maakt echt helemaal niets uit. Deze regering heeft blijkbaar geen geld voor openbaar vervoer, maar wel voor duur betaalde advocaten om communautaire spelletjes te spelen en om zich vooral niet te hoeven te verantwoorden.

Maar dat is niet gelukt: de zaak is deze week gestart. En mijn vraag aan u is, minister: hoe reageert u daarop?

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, op 16 maart, gisteren dus, is het proces dat werd aangespannen door Klimaatzaak, eindelijk van start gegaan. Wat wordt er aangeklaagd? Dat België en de regio’s hun internationale klimaatbeloftes, aangegaan met het Akkoord van Parijs, niet nakomen. Het huidige klimaatbeleid brengt de Belgische bevolking volgens die 60.000 bezorgde burgers in gevaar.

Maar in plaats van het debat aan te gaan over het beleid koos deze Vlaamse Regering ervoor om er een taalkwestie van te maken. Het is stuitend om vast te stellen dat dit proces door de Vlaamse Regering nooit gezien is als een opportuniteit om draagvlak te creëren, waar we zo naar op zoek zijn om een goed klimaatbeleid te voeren. In plaats daarvan werd ervoor gekozen om de zaak op de lange baan te schuiven. Op dat vlak is de houding van de Vlaamse Regering wel coherent met het klimaatbeleid zelf: ook daar worden maatregelen steeds maar naar voren geschoven of gewoon opzijgeschoven.

Het gevolg is wel dat er enorm veel tijd verloren is gegaan en dat de kloof tussen wat in Parijs is afgesproken en de reële vooruitgang, alleen maar is gegroeid. De cijfers, minister, zijn dan ook ontluisterend. Sinds 2005, het referentiejaar van het klimaatakkoord, is onze uitstoot in niet-ETS-sectoren (emissions trading scheme) met amper 3 procent gedaald. Erger nog, sinds Klimaatzaak in 2014 de zaak aanhangig heeft gemaakt, is de niet-ETS-uitstoot gegroeid. Met deze cijfers in de hand zal het voor de advocaten van Klimaatzaak dan ook niet moeilijk zijn om hun gelijk aan te tonen, denk ik. En daarom is mijn vraag, minister: welke positie neemt de Vlaamse Regering in in dit proces en hoe bereidt de Vlaamse Regering zich voor op de gevolgen van een mogelijke veroordeling? (Applaus van Jeremie Vaneeckhout)

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, het is inderdaad eigenaardig om te zien hoe deze en de vorige Vlaamse Regering zich met hand en tand hebben verzet en alle procedureslagen hebben aangegaan om toch maar niet voor de rechtbank te moeten gaan staan en zich te verantwoorden voor het gevoerde beleid. Als u natuurlijk vrij gerust was over de kwaliteit van uw huiswerk, dan had u op dag één naar de rechtbank kunnen gaan en zeker zijn dat u de zaak zou winnen, dan had Klimaatzaak zich belachelijk gemaakt. Maar eigenlijk hebt u ervoor gekozen, in de volle wetenschap dat uw huiswerk niet in orde is, om te proberen tegen te spartelen – tevergeefs, hebben we ondertussen gezien, want de zaak is inderdaad begonnen.

Het is een beetje tekenend voor deze Vlaamse Regering en dit beleid om de hele tijd met de voet op de rem te reageren in het beleid, maar ook in de reacties naar de buitenwereld. Want uiteindelijk, al wat die mensen vragen is dat de Vlaamse Regering, en de andere regeringen in dit land – want u staat er niet alleen –, doen waartoe ze zich geëngageerd hebben: een beleid voeren dat de temperatuursverhoging zou beperken tot anderhalve graad. Dat is alles wat er gevraagd wordt. Dat is ook wat u de hele tijd zegt dat u wilt doen. Alleen bent u blijkbaar zelf niet zo heel zeker dat u het wel degelijk aan het doen bent. Anders, nogmaals, was u al maanden voor de rechtbank gaan staan en was er nooit een probleem geweest en was u vandaag lekker verder aan het doen.

De vraag die ik u dus vandaag wil stellen, minister, en die geldt voor de hele Vlaamse meerderheid: waarom neemt u deze kans niet te baat om – in plaats van met hand en tand te blijven tegenspartelen, in plaats van de hele tijd met de voet op de rem te gaan staan, in plaats van op een opwarmend klimaat te reageren met te zeggen ‘we hebben ons tot te veel geëngageerd, dus gaan we minder doen’ – eindelijk de keuze te maken om vooruit te kijken, om een beleid te voeren dat naar de toekomst kijkt en dat zich engageert om te doen wat er nodig is voor deze en volgende generaties, en dat met overtuiging te doen, in plaats van achterhoedegevechten te blijven voeren voor deze en gene rechtbank en in dit parlement, het beleid, in de buitenwereld? Minister, ga voluit voor een keuze om vooruit te gaan – u weet waarom, ik kan u dat alleen maar aanbevelen – in plaats van op deze manier flauw achterhoedegevechten te blijven voeren.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Als ik mij goed herinner, is de Klimaatzaak in 2014 aangekondigd. De pleidooien zijn deze week gestart. De zaak is aanhangig bij het gerecht. Ik heb bewust de polemiek niet opgezocht, dat heeft ook geen zin, denk ik. Het gerecht moet daar een uitspraak over doen, dat is een gerechtelijke procedure. Maar intussen blijf ik wel niet stilzitten. Ik denk dat we vorig jaar al heel duidelijk een klimaatplan hebben opgesteld, met heel verregaande maatregelen.

Ik ben het eens dat tussen 2005 en 2018 de broeikasinspanningen te gering waren: min 3 procent, collega’s, is uiteraard niet voldoende. Maar de komende tien jaar gaan we wel de broeikasemissie met 35 procent naar beneden halen. Dan hebben we verschillende debatten, tussen verschillende fracties ook. De ene zegt dat dat veel te weinig is, de ander te veel. Of men vraagt: ‘Weet je wel wat je allemaal doet?’ Ik denk, ook als ik een aantal mensen ter zake spreek, ook als we kijken naar Vlaanderen, dat we die doelstelling nu wel eens moeten halen. Ik ga nu niet rustig wachten tot er een uitspraak komt van het gerecht.

Wij zijn volop bezig met het uitvoeren van de zaken die al in het klimaatplan zitten. Dat is heel verregaand. Het gaat over renovaties, waar er ook financiële middelen ter beschikking staan. We zijn ook bezig met het opstellen van energiebeleidsovereenkomsten voor de economische sector, ook voor de industrie, die ook mee aan die kar trekt, die dat ook mee moet trekken. Collega Lydia Peeters is ook bezig met de modal shift. Je ziet ook dat daar een omschakeling is naar milieuvriendelijkere wagens, denk maar aan de elektrische wagens. Zeker de bedrijven zijn hun vloten aan het wijzigen. Er is deze morgen nog een ontwerp van decreet goedgekeurd waarin we heel die energietransitie toch wel in de goede richting gaan duwen, waar we ook de mensen en de burgers centraal gaan stellen die ook een regierol zullen opnemen in ons energieverhaal.

En uiteraard zullen ook technologie en innovatie daar mee op de kar moeten springen.

Ik heb twee bedenkingen bij de Klimaatzaak. Ik zal niet uitweiden en de polemiek opzoeken. Ik ben bezig met alles wat we overeengekomen zijn. In tien jaar een broeikasreductie van 35 procent, daar ben ik heel duidelijk in. Ik vind dat we die wel halen. De Vlaamse Regering stelt de doelstelling voorop dat we die moeten halen. Ik lig niet achterover. Het is niet dat we niets doen, integendeel.

De eisers in de Klimaatzaak vragen om de ETS en de niet-ETS samen te bekijken. Dat moet voor hen een heel vergaande doelstelling zijn van min 55 procent. Dat is in tegenspraak met Europa, want daar maakt men wel het onderscheid tussen ETS en niet-ETS. Ik weet niet wat dat gaat geven.

Tweede bedenking, de eisers gooien die twee samen. Dat zal gevolgen hebben voor de federale minister die andere plannen heeft met de gascentrales die zorgen voor broeikasuitstoot. Ik weet niet wat de uitspraak zal zijn, maar daar zal ook naar gekeken moeten worden.

Ik ben niet negatief ingesteld. Ik ben optimistisch, zeker inzake de uitdaging waar we voor staan. We moeten vergaande stappen zetten, maar ze moeten haalbaar en betaalbaar zijn. Dat heb ik altijd, vanaf dag één, gezegd. Met alle collega’s in de regering zijn we daarmee bezig. Ik ben coördinerend minister. Minister Crevits zal in de landbouwsector en in de economie maatregelen moeten nemen. Ook minister Peeters is ermee bezig. We gaan een voortgangsrapport maken. We laten de boel geen vier jaar gaan. We gaan dat elk jaar bekijken. Waar staan we? Hebben we vooruitgang geboekt? Moeten we bijstellen? Ik sta voor heel wat open.

Ik ga niet vooruitlopen op de gerechtelijke procedure. U vraagt me hoe ik daarover denk en wat het gaat geven. Dat is een gerechtelijke procedure. Ik ga niet achteroverleunen, dat doe ik zeker ook niet in dezen. Het klimaatplan is er en het is nu echt kwestie van die 365 maatregelen uit het klimaatplan een voor een uit te voeren. Ik zal dat vanuit mijn coördinerende rol opvolgen. Ik zal jaar na jaar kijken waar we staan. Ik vind het wel belangrijk – dat wil ik toch onderstrepen – dat we stappen vooruit zetten. Het gaat mij niet over het procent. Ik geef wel om mijn omgeving. Ik vind het belangrijk dat we daar zorg voor dragen en dat iedereen zijn steentje bijdraagt in heel deze kwestie.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, u zegt dat u de polemiek niet opzoekt. Dan vraag ik me af wie die Facebookpost van u gisteren geschreven heeft, want die leek me toch relatief polemisch. U noemt daar de doelstellingen van de klimaatwetenschappers ‘luchtkastelen en opbod’.

Er zijn natuurlijk twee verschillende zaken in dezen. Aan de ene kant zijn er de ambities en cijfers die men wil nastreven. Voor u maakt dat niet zoveel uit, het gaat niet over de cijfers voor u. Wat voor u opbod is, is voor veel mensen een goede oogst of honger, dat is het verschil tussen drinkwater of dorst. Dat is het verschil tussen hun leven kunnen uitbouwen of moeten vluchten. Die verantwoordelijkheid ligt mee in uw handen, minister. Dat gaat niet alleen over cijfers, dat gaat over de toekomst van de mensen – niet alleen in de toekomst, niet alleen in verre landen, maar ook hier.

Ten tweede gaat het over wat we gaan doen. U hebt een klimaatplan gemaakt en u vindt het ambitieus terwijl iedereen vindt van niet. We zien in de praktijk dat het niet wordt omgezet. Het openbaar vervoer blijft in een budgetneutraal kader zitten. Overal zijn er klachten over wat er aan het gebeuren is. Hernieuwbare energie: we hebben juist nog de saga van de zonnepanelen gehad. Inzake de grote vervuilers gaat het achteruit in plaats van vooruit.

Mijn vraag is dus of u niet vindt dat u uw ambities moet bijstellen.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw antwoord. Haalbaar en betaalbaar, zegt u, maar onze landbouwers ondervinden jaarlijks schade van de droogte en zonnebrand, met schadeclaims voor honderden miljoenen euro’s tot gevolg. Er is een duidelijke oversterfte bij opeenvolgende hittegolven. Intussen weten we ook dat onze huizen aan het verzakken zijn, omdat er in tijden van droogte te veel water wordt opgepompt, ook een gevolg van die klimaatverandering. Dat zijn allemaal directe gevolgen daarvan. Hier bij ons in Vlaanderen zorgt dat voor heel hoge kosten. Intussen betalen we in het buitenland tientallen miljoenen euro’s om ons eigen falend beleid te compenseren. Volgend jaar zullen we door het emissions trading scheme bijna 465 miljoen euro weggegeven hebben aan de industrie, waar geen enkele emissiereductie tegenover staat. Iedereen weet dat te weinig beleid voeren ons veel meer zal kosten. Iedereen is het erover eens. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) heeft berekend dat ons dat tegen 2050 6 miljard euro extra zal kosten. We zitten intussen in een context waarbij Europa de doelstellingen zal aanpassen. We zullen veel verder moeten gaan dan die 35 procent waartoe de Vlaamse Regering zich nu geëngageerd heeft.

Welke maatregelen zult u nemen om binnen die nieuwe context tot een coherent klimaatbeleid te komen?

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, u verdedigt uw regeerakkoord, waarin u voor 35 procent vermindering gaat, en ik mag hopen dat u ze haalt, want dat is een absoluut minimum. Het is echter maar zeer de vraag of u ze zult halen. U verdedigt dus hier uw regeerakkoord, maar dat moet u verdedigen tegenover uw parlementaire meerderheid. Voor een rechtbank zal dat echter niet veel indruk maken. We weten allemaal dat in functie van de engagementen die de Vlaamse en Belgische overheden internationaal zijn aangegaan om de temperatuurstijging te beperken, die 35 procent gewoon niet genoeg is. De kans is dus groot dat, regeerakkoord of geen regeerakkoord, parlementaire meerderheid of geen parlementaire meerderheid, een rechtbank, net zoals in verschillende buurlanden, zal vaststellen dat we ons als land wettelijk geëngageerd hebben om een doel te bereiken en dat uw politiek daarvoor tekortschiet.

De simpele vraag is wat u dan zult doen indien u zult moeten toegeven dat wat u mogelijk denkt te kunnen doen, niet volstaat om uw verplichtingen na te komen? Wat zult u dan doen? Als die rechter consequent is, dan doet hij wat de Nederlandse en Franse rechters ook al hebben gedaan en zegt hij dat uw huiswerk niet klaar is, 35 procent of niet.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Klimaat is een zaak van iedereen, en iedereen zal in dezen ook een steentje moeten bijdragen. Het klimaatbeleid moet een investering zijn in een duurzame toekomst voor iedereen.

Dat klimaat geen grenzen kent, is ook heel duidelijk voor de Europese Commissie. Daarom kiest zij voor een ambitieuze, globale Europese aanpak. De Green Deal stelt dat men op Europees niveau min 55 procent in 2030 moet halen en klimaatneutraal moet zijn in 2050. België en Vlaanderen zullen dan ook hun billijke bijdrage moeten leveren en lidstaten zullen op basis van richtlijnen en verordeningen inspanningen moeten leveren. Er zijn ook nu sanctiemechanismen als de doelstellingen niet gehaald worden. In die zin moeten we afwachten welke uitspraken de Klimaatwet in dezen effectief doet.

Collega’s, wij steunen alle initiatieven om klimaatbewustzijn bij burgers en overheden te stimuleren, maar we stellen toch veel vragen bij de Klimaatzaak en de manier waarop die nu gevoerd wordt. We denken dat dat niet de juiste manier is.

Minister, op welke manier wilt u een positief draagvlak creëren voor het klimaat en de hernieuwbare energie? Dat zal nodig zijn om de doelstellingen daadwerkelijk te bereiken.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Dank u, voorzitter. De juridisering en ‘mensenrechtenisering’ van het beleid is een heel kwalijke evolutie en een gevaar voor de democratie. Het zorgt onder meer voor die softe aanpak van Black Lives Matter-relschoppers en jihadisten en voor eindeloze migratiestromen. Het zorgt nu dus ook voor de zogenaamde Klimaatzaak. Het is echter niet aan een bende narcistische bekende Vlamingen (BV’s) om ons beleid te bepalen. Het is niet aan de Francesca Vanthielens, de Nic Balthazars, de Greta’s en Anuna’s om ons beleid te bepalen. Dit soort wereldvreemde BV’s vliegt zelf twee keer naar Argentinië om tango te dansen en noemt dat dan geen grote reis. Over de kostprijs van hun peperdure klimaatfanatisme en CO2-dogmatiek voor de Vlamingen stellen ze zich geen enkele vraag. Voor mijn partij, het Vlaams Belang, moet alleen de betrouwbaarheid en vooral de kostprijs van de energie voor de Vlamingen het beleid bepalen, en niet de klimaatreligieuze BV’s en rechters.

Daarom mijn vraag, minister Demir. Ik steun u in uw strijd tegen deze klimaatgekken. Hoe wilt u de scheiding der machten beschermen en verhinderen dat onverkozen rechters het beleid in Vlaanderen bepalen?

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dank u. Ik zal twee professoren citeren. De heer Deketelaere, hoogleraar milieu- en klimaatrecht aan de KU Leuven: “Het is niet aan een rechter om reductiedoelstellingen op te leggen. Zijn we het als burger niet eens met hoe het beleid eruit ziet, dan moeten we voor andere politici stemmen.” De tweede professor, Bernard Vanheusden, professor milieurecht en rector van UHasselt zegt: “Het mooie aan deze Belgische klimaatzaak, is het signaal van een grote groep burgers aan de overheid: besteed hier aandacht aan. Maar voor mij mag daar het verhaal dan wel stoppen. De rechter moet daar niet in meestappen”. Einde citaat.

Voor ons is het dus duidelijk. Het is een belangrijk signaal van een groep burgers aan de overheid, waar inderdaad de nodige aandacht aan besteed moet worden. Maar een rechtbank – en dit vanuit het principe van de scheiding der machten – moet bij voorkeur geen reductiedoelstellingen gaan opleggen.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Collega’s, ik kan me niet inbeelden dat iemand het oneens is met de doelstellingen ten gronde van de klimaatzaak. Iedereen wil dat onze kinderen van vandaag, en ook van morgen, kunnen leven in een goede, kwaliteitsvolle leefomgeving, gevrijwaard van klimaatontsporing, met alle gevolgen van dien. Ik denk dat iedereen onder ons diezelfde mening heeft. Alleen is altijd de vraag: hoe kom je daar toe? Dat is altijd een afwegen van verschillende belangen om tot een democratisch gedragen oplossing te komen en de doelstellingen te bereiken die we nastreven, ook in het klimaatplan.

Minister, we geven uiteraard prioriteit aan milieu. Dat is noodzakelijk. We zijn ambitieus, en het is belangrijk dat we geen exclusieven stellen, maar dat we ook niet alle bekommernissen naast ons neerleggen. We moeten dus gaan voor de essentie van de democratie, dat is ook de essentie van de politiek: we moeten naar een ambitieus beleid op klimaatvlak blijven streven. En, minister, daarvoor hebt u alle steun van onze fractie.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank u voor de verschillende tussenkomsten. Ik wil een aantal zaken aanhalen.

Er is door de collega’s onder andere verwezen naar de problematiek rond de hitte en de droogte. Ik denk dat ik de ernst daarvan heel sterk inzie. Ik heb dan ook vrij snel na het aantreden van deze regering een heel ambitieus plan vooropgesteld, een Blue Deal, waarin we de komende jaren massaal gaan investeren. De eerste investeringen zijn al begonnen. Als het bijvoorbeeld gaat over natte natuur, dan ben ik de eerste om te zeggen dat we de laatste vijftig jaar 75 procent van onze natte natuur vernietigd hebben. En daar gaat het natuurlijk over: water moet kunnen infiltreren, water heeft ruimte nodig in Vlaanderen. Daar zijn we mee bezig. We gaan ook kijken naar infrastructurele werken, naar bufferbekkens. We zullen ook het circulair watergebruik moeten stimuleren. Dat zijn allemaal zaken die in de Blue Deal staan. En dat staat eigenlijk los van het hele klimaatplan dat we hebben opgesteld vlak na de opstart van de regering. Ook dat zijn we een voor een aan het uitrollen. En ook daar zullen we de lat hoog moeten leggen, want ik wil niet dat we op een bepaald ogenblik in Vlaanderen tot de vaststelling komen dat we te weinig water hebben als we onze kraan willen openzetten. Voor mij is dat dus essentieel.

Ten tweede, wat betreft de Europese doelstelling: ik denk dat we tegen mei, juni, juli ongeveer zullen weten wie wat moet doen. Het spel is bezig op Europees niveau. Wij hebben daar op Vlaams niveau heel duidelijk gezegd dat we niet tegen de doelstelling zijn, als Europa zegt dat we wat meer moeten doen. Maar wij vinden wel dat alle andere lidstaten ook iets moeten doen. Niet alleen binnen Vlaanderen of België van alles doen, terwijl andere landen niets doen. Wij hebben vanuit Vlaanderen gezegd dat de doelstelling van min 55 procent op een kostenefficiënte manier moet worden verdeeld. Ik denk dat de collega’s aan de overkant het toch eens zijn dat het niet kan dat andere grotere gehelen binnen Europa – denk aan Bulgarije, denk aan Polen – met een doelstelling zitten van 0 procent, van 3 procent, van 7 procent.

We hebben ook veel bilaterale contacten met de Europese Commissie om het standpunt van Vlaanderen te verdedigen. Wij zijn niet per definitie tegen die verhoging. Maar één lidstaat of bepaalde lidstaten die het probleem moeten aanpakken, zo ga je er ook niet komen. Iedereen beseft ook wel dat de klimaatinspanningen globaal moeten zijn. Uiteraard moeten wij vanuit Vlaanderen ook ons deel doen. U zult mij nooit horen zeggen dat wij niets gaan doen en dat iedereen van alles moet doen, behalve wij. Integendeel. We zijn dat ook volop aan het doen. In juni weten we wat de doelstelling van België zal zijn. Vervolgens zullen dan de deelstaten en de regio’s samen moeten komen om te kijken hoe wat wordt verdeeld. Die oefening moet nog gebeuren.

Er is gesproken over een positief draagvlak. Ik denk dat dat er wel is in onze samenleving. Ik denk dat vele Vlamingen ook willen dat we zorg dragen voor onze omgeving en dat we de klimaatdoelstellingen ook aanpakken. Maar een positief draagvlak begint natuurlijk ook bij haalbare doelstellingen. Dat wil ik ook wel onderstrepen. Sommigen verwijten mij dat ik niet wil meegaan in nog meer enzovoort. Sta mij toe dat ik op dat vlak wel realistisch ben. Als je kijkt naar de periode tussen 2005 en 2020 en je ziet dat we daar een reductie hebben gehad van 3 procent op ongeveer vijftien jaar tijd, dan ben ik inderdaad voorzichtig om te zeggen dat we nu in tien jaar tijd wel min 50 procent of ik weet niet wat gaan halen. Ja, inderdaad, ik ben voorzichtig, omdat ik ook weet dat als je de doelstelling waar je je handtekening onder zet, niet haalt, je daar ook weer voor gaat moeten betalen. Ik wil deze doelstelling, die we overeengekomen zijn en die we de komende tien jaar – of negen jaar, bijna – moeten halen, absoluut halen.

Ik heb de indruk dat de collega’s al weten welke richting de uitspraak van het gerecht zal uitgaan. Je weet dat nooit. Uiteraard volgen we de zaak verder mee op, maar in de tussentijd zijn wij ook bezig met het klimaatplan uit te werken. We zitten ook samen met de regio’s om te kijken hoe het verder moet. Ik zal niet rustig de procedure opvolgen en ondertussen niets doen. De zaken die we overeengekomen zijn, zijn we volop aan het uitvoeren. En voor de rest zullen we kijken wat de doelstelling zal zijn op het Belgische niveau, om dan met de regio’s in gesprek te gaan.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, het is natuurlijk niet omdat het klimaatbeleid in de afgelopen twintig jaar een ramp is geweest, dat het de komende twintig jaar ook een ramp moet zijn. Er zou ook een kentering kunnen komen. Maar die komt er jammer genoeg niet.

Als het over ambities gaat, zegt de heer Gryffroy dat je dan maar voor andere politici moet stemmen. Maar, mijnheer Gryffroy, ik heb heel wat debatten gedaan tijdens de verkiezingscampagne, waarin alle partijen die hier aanwezig zijn in het parlement, behalve misschien helemaal daar, zeiden dat het ambitieuzer moest en dat het meer moest zijn. En als er dan eenmaal verkiezingen zijn geweest en de regeringen worden gevormd, wordt dat allemaal aan de kant geschoven. Dat is het probleem. En daarom, mijnheer Gryffroy, gaat democratie verder dan om de vijf jaar een bolletje kleuren. Democratie is ook op andere manieren je rechten afdwingen, zoals met de klimaatbetoging, met petities en zo meer. En als je rechten geschonden worden, bijvoorbeeld het recht op een gezonde leefomgeving, kan dat ook via de rechter. En dat is wat vandaag gebeurt.

Ik vind het heel jammer dat we hier vandaag allemaal in de loopgraven blijven zitten. Er is een spreekwoord van de Native Americans dat u misschien wel kent, minister. Zij zeggen: ‘We hebben de Aarde niet geërfd van onze ouders. We hebben ze in bewaring voor onze kinderen. We lenen ze van onze kinderen.’ Volgens mij is de vraag of u herinnerd wilt worden als iemand die klimaatverandering eindelijk serieus heeft genomen, of als iemand die gewoon is blijven aanmodderen, zoals al de rest. Ik denk dat die keuze nu aan u is.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Collega's, de rechtszaak gaat er niet over dat burgers via de rechter doelstellingen afdwingen, maar dat men de overheden, die doelstellingen en engagementen zijn aangegaan, erop wijst dat ze die niet aan het realiseren zijn. Dat is de zaak.

Wat de droogte betreft, minister: het spijt me, u kunt dat nu wel aanpakken, maar uw partij zit al lang in de regering, en sinds 2014 ook met de minister-president. Deze regering had rond heel die zaak al veel langer initiatief kunnen nemen.

Tot slot wil ik even een belangrijke Vlaamse ondernemer citeren, die ook betrokken is bij de Klimaatzaak. Hij zegt: “De klimaatproblemen nekken ook bedrijven. Veel bedrijven beseffen dat, als de natuur crasht, ook zij crashen. Maar de situatie biedt ook zakelijke kansen. Wie oplossingen bedenkt, vindt een groeimarkt en trekt makkelijker financiers en toptalenten aan.” De Klimaatzaak zal dus geen geld opleveren voor bedrijven, maar ze kan enorme maatschappelijke kosten mee helpen vermijden. Minister, ik denk dus dat het tijd wordt dat u zich in deze aanpak inschrijft en de Vlamingen veel onnodige kosten bespaart. (Applaus bij Groen)

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, u zegt dikwijls: we gaan moeten betalen. Wel, als we de klimaatverandering niet binnen de perken houden, dan zullen we allemaal gaan betalen. Mensen wier huis vandaag aan het barsten is en bedrijven die met waterproblemen geconfronteerd worden, zijn vandaag al aan het betalen. En wie nog veel meer gaat betalen, dat zullen de volgende generaties zijn. Die blijven zitten met dat wat wij niet hebben gerealiseerd en dat waarvoor wij ons verstopt hebben, omdat we andere belangen belangrijker vonden op dit moment of op andere momenten. Dus: betalen zullen we hoe dan ook. De vraag is of we op een of andere manier betalen om iets goeds na te laten, of dat we de rekening gewoon doorsturen naar de generaties die na ons komen. Het zullen de generaties zijn die zeer snel na ons komen, want het is volop aan het gebeuren, vandaag al. Dit gaat dus niet over cijfers, dit gaat niet over procenten, dit gaat over wat we achterlaten voor diegenen die na ons komen.

Ten slotte, minister, u maakt graag Europese vergelijkingen. Ik vind het bizar om ons met Bulgarije te vergelijken. Het wielerseizoen is weer begonnen, en diegene die mag zagen over het feit dat de anderen niet werken, dat is diegene die zelf aan de kop van het peloton sleurt. Als Vlaanderen zelf aan de kop van het peloton aan het sleuren was, dan mocht u achterom kijken en van uw oren maken, maar dat is echt niet zo. Dus: ga eerst naar die kop van het peloton, zie dat u daar uw werk doet, en dan mag u zeuren over de rest. Tot dan zou ik zeggen: steek zelf een tandje bij. (Applaus bij sp.a)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

van Stephanie D'Hose aan minister Jan Jambon, beantwoord door minister Zuhal Demir
418 (2020-2021)
van Jeremie Vaneeckhout aan minister Zuhal Demir, minister Wouter Beke en minister Jan Jambon, beantwoord door minister Zuhal Demir en minister Wouter Beke
434 (2020-2021)
van Cathy Coudyser aan minister Jan Jambon, beantwoord door minister Zuhal Demir
435 (2020-2021)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.