U bent hier

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister van Onderwijs, u zult aan uw collega van Sport moeten toegeven dat u een beetje in het defensief bent gedrongen met al die scholen die de afgelopen week gedeeltelijk of volledig werden gesloten. Soms was dat gegrond, maar op andere plekken leek het wel een beetje paniekvoetbal, aangewakkerd door alarmerende berichten in de media. Maar we zijn blij dat u nu eindelijk een extra verdediger in het spel hebt gebracht, namelijk de brede testing. In Edegem en Kontich, maar ook nog op andere plaatsen, werden alle leerlingen en leerkrachten getest. En dat is iets waar wij met het Vlaams Belang al maanden geleden op aandrongen. Wij hopen dat u ons hier zo meteen een eerste appreciatie kunt meegeven, want we zijn benieuwd naar de resultaten.

In ieder geval, tegen die nieuwe Britse aanvaller van dit virus volstaat het niet om pas te reageren na een reeks besmettingen. We moeten integendeel korter op de bal gaan spelen en preventief gaan testen. In West-Vlaanderen pleitten maandag nog een aantal directeurs ervoor om meer in te zetten op speekseltesten, waarvoor je geen extra mensen van buitenaf nodig hebt. Iets verder van huis, in Oostenrijk, heeft de regering ervoor gekozen om alle leerlingen en leerkrachten in het lager en middelbaar onderwijs minstens eenmaal per week te testen met een eenvoudige zelftest. De kinderen moeten de teststaafjes slechts vooraan in de neus ronddraaien en er een paar druppeltjes vloeistof op aanbrengen, om binnen het kwartier hun resultaat te kennen. Zo'n systeem, dat minder dan 3 euro per test kost, zou volgens ons veel sneller rust en zekerheid brengen en de quarantaines sterk kunnen beperken. Vandaar mijn verwachting dat u nu een stand van zaken zult geven en mijn expliciete vraag of u bereid bent om ook die speekseltesten mee te gaan gebruiken en het Oostenrijkse zelftestsysteem te onderzoeken door informatie in te winnen bij de regering in Wenen.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, minister, ik weet nog waar ik was toen duidelijk werd dat de scholen tijdens de eerste lockdown voor een periode de deuren zouden moeten sluiten en zouden moeten overgaan tot afstandsonderwijs. Dat was een historisch moment. Ik zei toen ook hier in deze zaal dat het een uitdaging zou worden en dat we er wel uit zouden kunnen leren. En dat hebben we ook gedaan, collega’s, want we nodigden heel wat mensen uit in de coronacommissie. En daar hoorden we unisono: ‘Doe er alles aan om de scholen niet meer te sluiten.’ We weten ondertussen, collega’s, minister, wat de gevolgen zijn van een schoolsluiting. De leerwinstkloof wordt groter. Het psychisch welbevinden van onze leerlingen en studenten staat onder druk. En we weten dat het voor sommige leerlingen jammer genoeg zo is dat de school de enige veilige plek is.

Maar we weten ook dat de leerkracht de spil is, dat de leerkracht ertoe doet. Want zonder leerkrachten kunnen we jammer genoeg de scholen ook niet openhouden. En daar wringt het schoentje, minister, want scholen worden verplicht om de deuren te sluiten omdat een aantal leerkrachten in quarantaine zitten, of besmet zijn. Vorige week werd de vraag ook al gesteld door de heer Brouns over de teststrategie. Testen, testen, testen, het is inderdaad in deze tijden de te volgen weg.

Anderzijds weten we ook allemaal dat het vaccin ons enig reddingsmiddel zal zijn. Terecht worden de mensen die aan een hoger risico worden blootgesteld, of die zelf risicopatiënt zijn, eerst gevaccineerd. Maar, minister, hoe kunnen we vermijden dat onze cruciale krachten voor de klas zo weinig mogelijk besmet worden, zodat ze hun belangrijke taak, de school openhouden, kunnen waarmaken?

En nog deze extra vraag, minister. Ik krijg vragen vanuit de leerkrachten buitengewoon basisonderwijs, of buitengewoon secundair onderwijs. Zij zien dat hun collega’s die tewerkgesteld zijn in welzijn, wél perspectief hebben op een snellere vaccinatie, terwijl die soms gewoon met dezelfde mensen aan de slag gaan. De vraag is of men daaraan kan tegemoetkomen, net als bij de mensen die in de CLB’s werken, ook op het kruispunt van Welzijn en Onderwijs.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, collega’s. Door recente uitbraken van het coronavirus in een aantal scholen, en de berichtgeving dat hele klassen, maar soms ook hele scholen werden gesloten, was er enigszins wat paniek in ons onderwijsveld. De vraag in de krantenkoppen luidde: ‘Moet het onderwijs nu dicht, ja of nee?’

Het gaat over onze kinderen, het meest kostbare wat we hebben, en dus wordt het ook een emotioneel debat. Het debat gaat van ‘alle scholen dicht’ tot een meer genuanceerd verhaal. Ik ben persoonlijk meer te vinden voor het genuanceerde verhaal, vooral omdat we in de coronacommissie heel veel actoren gehoord hebben, om niet te zeggen allemaal – met de kinderrechtencommissaris op kop – die vragen om nooit meer alle scholen in Vlaanderen dicht te doen. Daarnet hadden we hier nog het debat en op alle banken, over alle partijen heen, was er eigenlijk opluchting dat kinderen en jongeren nog kunnen sporten. En als ik de studenten hoger onderwijs beluister, dan hebben ze één vraag: laat ons alstublieft op een of andere manier weer lessen volgen. Ik denk dus dat we heel goed moeten nadenken wat we doen.

Collega’s, afstandsonderwijs voor kleuters, eerste, tweede en derde leerjaar, laat ons eerlijk zijn: dat is niet evident. Als men dus de scholen sluit, dan is de vraag: waar gaan die kinderen naartoe? Naar de grootouders? Of naar de buitenschoolse kinderopvang, waar we dan niet alleen de klassen beginnen te vermengen, maar in vele gevallen – zoals in mijn gemeente – ook nog eens de scholen door elkaar beginnen te mengen ? In wat nu voorligt, minister, heb ik toch al heel wat zaken gezien die een goede oplossing kunnen zijn.

Mijn concrete vraag, zeker na wat ik gisteravond heb gezien van de wetenschappers tegenover elkaar in Terzake, is: minister, hoe reageert u op die pleidooien, die altijd maar sterker klinken, om alle scholen in Vlaanderen effectief te sluiten?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Goeiemiddag. Ik kom net terug van een zoveelste overleg met wat ik de onderwijsclub pleeg te noemen, namelijk een brede groep van vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, een vijftigtal in totaal, waarmee we bijna wekelijks samen met de virologen samenzitten. In overleg met de virologen hebben we eigenlijk onze extra maatregelen, die we nog maar net genomen hebben, bevestigd. We hebben nog maar net afgelopen donderdag besloten tot het inrichten van de afkoelingsperiode in de week voor de krokusvakantie, enkel voor het secundair onderwijs. Voor het lager onderwijs is dat betrekkelijk moeilijk te organiseren. Maar vooral: vanuit virologisch oogpunt is de discussie of je daarmee vooral virologische baten dan wel schade veroorzaakt. Als men het lager onderwijs als afstandsonderwijs gaat organiseren, dan zullen veel ouders immers voor opvang naar lokale opvanginitiatieven moeten worden doorverwezen, of naar grootouders. Maar ook in het geval van de lokale opvanginitiatieven ontstaat er een vermenging van kinderen uit verschillende klassen, waardoor men misschien meer risico veroorzaakt dan virologische baten te gaan boeken.

Daarenboven hebben we ook een beslissing genomen om mondmaskers in te zetten voor het vijfde en het zesde leerjaar wanneer er zich een besmetting in dat betrokken leerjaar voordoet en dan snel kan schakelen, bij wijze van noodmaatregel, gelet ook op de wetenschappelijke twijfel daaromtrent.

Vervolgens hebben we zondag de beslissing genomen met betrekking tot de teststrategie. Hierop komen we zo dadelijk terug. Enerzijds rollen we het sneltestsysteem verder uit in Vlaanderen en anderzijds zorgen we ook voor een verdere uitrol in heel Vlaanderen van de mobiele testteams. UZA heeft die en sinds maandag is ook UZ Gent daarmee aan de slag. Ondertussen zijn die teams van UZA dermate professioneel gerodeerd dat die zelfs meer dan duizend mensen op één dag met één bus kunnen testen. Dus dat staat echt wel op punt.

Daarnaast, ook belangrijk, hebben we de beslissing genomen om de praxis die tot op heden bestond, te wijzigen. Tot vandaag is of was het nog altijd zo dat in het lager onderwijs kinderen altijd werden beschouwd als laagrisicocontact. Met als gevolg dat, in geval van een besmetting, kinderen die in contact waren gekomen met dat besmet kind, niet meer werden getest. Dat verandert nu en dus ook kinderen worden ingeschat als hoogrisicocontact wanneer zij nauw contact hebben gehad met een besmet kind. Dat wil dan ook zeggen – en dat hebben we vandaag dan wel beslist – dat je de praxis eraan moeten koppelen dat je kinderen ook een vaste plaats moet geven in de refter en in de klas. Op die manier kun je meteen zeggen welke de hoogrisicocontacten zijn in geval van een besmetting en kun je heel snel schakelen. Gisteren hebben we het dan ook nog eens – maar u hebt daar daarnet al over gedebatteerd – gehad over de buitenschoolse activiteiten. We hebben dus maatregelen, op maatregelen, op maatregelen genomen.

Mijnheer Laeremans, ik wil uw enthousiasme niet fnuiken, maar ik was ook altijd enthousiast over alternatieven voor de PCR-testen, omdat die nogal omslachtig zijn. Ten eerste is het echt nodig dat PCR-testen altijd worden afgenomen door medisch geschoolden. Sneltesten hebben een voordeel. U haalt het voorbeeld van Oostenrijk aan, dat ook een sneltest gebruikt. De sneltest die wij gebruiken is de nal von mindentest. Die is eigenlijk helemaal niet invasief. Dat wil gewoon zeggen: 2 centimeter in de keel en é centimeter in de neus. Ik denk dat dat krak hetzelfde is, maar ik heb hemel en aarde moeten bewegen om ervoor te zorgen dat Rode Kruisvrijwilligers die mogen afnemen, laat staan dat kinderen dat zelf gaan mogen doen. En dan nog is er altijd wetenschappelijke discussie over de gevoeligheid van die testen. Er zijn nog altijd sommigen die zweren bij die PCR-testen, hoewel de sneltesten voor ons onderwijs wel een voordeel hebben, los van het feit dat we ons niet moeten bedienen van personeel van de eerstelijnszorg: onmiddellijk, binnen het kwartier, hebben we een uitslag, niet een dag later. Zeker in het geval van een collectiviteit, van een groep, is het zaak om de superverspreiders snel te kunnen detecteren. Daarvoor zijn die sneltesten gevoelig genoeg.

Dat zijn dus allemaal maatregelen die we nemen net om de scholen open te houden. Om maar te zeggen: we kiezen niet voor de gemakkelijkste weg, we kiezen voor de moeilijkste weg. Niks zou zo gemakkelijk zijn dan toe te geven aan bepaalde eisen die weerklinken in sommige media om die scholen te sluiten. Niets is zo gemakkelijk, ook voor mij hoor! Scholen dicht. Maar we kiezen voor de moeilijkste weg. Ik vind dat ook essentieel, want scholen sluiten is het allerlaatste wat we doen. Het gaat hier over een essentieel grondrecht. Recht op leren is ook een essentieel grondrecht. Ik vind zelfs dat wanneer het – God behoede – ooit zover zou komen dat het op tafel komt te liggen, dat een beslissing is van het parlement, omdat het gaat over een essentieel grondrecht, en dat het parlement er zich over zou moeten uitspreken. Pas dan – maar God behoede – zou je die beslissing kunnen nemen.

Tot slot de vragen rond vaccinatie, mevrouw Vandromme: u moet die vraag eigenlijk dichter bij het politieke huis stellen, ik heb het zelf moeten vragen aan collega Beke. We hebben wel duidelijke afspraken gemaakt in de kern van de Vlaamse Regering, gisteren nog. Ofwel werkt men met die essentiële beroepscategorieën, of hoe we dat ook mogen noemen. In dat geval moet onderwijspersoneel daarbij zijn.

Want dat zijn ook mensen die fysiek in contact komen met anderen, of ze dat nu willen of niet, zeker in het lager en het kleuteronderwijs, en dus een risico lopen, net zoals politieagenten of anderen risico lopen. Dan moeten ze bij diezelfde groep horen. Ofwel wordt die strategie niet gevolgd. Maar ik heb begrepen dat het op de agenda van de interministeriële conferentie stond, maar dat er daarover nog geen beslissing genomen zou zijn. Zo heeft minister Beke me zonet gemeld.

De heer Laeremans heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord. We zouden hier nog lang over kunnen doorbomen want het is een complexe materie, maar wanneer u zegt of denkt dat die Oostenrijkse snel-zelftest vergelijkbaar is met onze snel-zelftest, dan moet ik u toch tegenspreken. Dat is niet zo. Ik heb ook de webinar van vrijdagavond nog eens beluisterd met professor Goossens en uzelf. Dat was ook interessant om informatie te krijgen, maar  professor Goossens heeft wel heel duidelijk gezegd dat het zeer belangrijk is om die sneltest correct af te nemen, anders is het resultaat niet juist. Het verschil met de sneltest in Oostenrijk is dat je die gewoon zelf kunt doen. Zelfs kinderen van de lagere school weten na een keer hoe dat moet en ze kunnen dat perfect meteen uittesten. Dat is een groot verschil. Daarom zou ik u aanraden om toch ten minste eens kennis te nemen van het systeem om het als een extra beveiliging mogelijk te maken.

U hebt ook niet geantwoord op die speekseltesten. Ziet u daar brood in of niet?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Dank u wel, minister. Alle hens aan dek zou ik zeggen. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als we de scholen willen openhouden, moeten we ook zorgen dat er leerkrachten zijn. Ik pleitte er in het verleden al voor om de pedagogische reserve aan te spreken en om de korte vervangingspool ook flexibel te kunnen inzetten. Daar werd beperkt op ingegaan, minister. We stoten opnieuw op onze grenzen. Mijn pleidooi om die flexibele mogelijkheden nog uit te breiden houd ik opnieuw, zeker ook voor die leerkrachten die aangesteld zijn in verschillende scholen, in verschillende bubbels dus, waar ik me de vraag stel of we daar ook naar flexibele oplossingen kunnen zoeken en zeker dan voor die mensen die aangesteld zijn in het buitengewoon onderwijs waar we er echt wel voor moeten zorgen dat die besmettingen zo beperkt mogelijk zijn.

De heer Daniëls heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw toelichting en eigenlijk voor alle stappen die gezet worden om niet te moeten overgaan naar een sluiting van alle scholen in heel Vlaanderen, maar dat wel per school, per situatie te bekijken en ook preventief. De keuze die nu gemaakt is en die we net hebben vernomen om leerlingen vaste plaatsen te geven om op die manier er een beter zicht op te hebben en om die teststrategie te verhogen en alle leerlingen als een hoog risico te beschouwen, dat heeft impact in scholen. Collega’s, we mogen dat niet zomaar onder de mat vegen want dat wil ook effectief zeggen dat in sommige scholen een volledige klas direct in quarantaine gaat.

Maar ik wil daar nog aan toevoegen, minister, en een oproep doen om met uw collega in de Vlaamse Regering te bekijken, als er toch scholen in quarantaine gaan of worden gesloten, hoe ervoor gezorgd kan worden dat op een of andere manier in opvang wordt voorzien en dat die opvang ook voldoet aan de regels van de zogenaamde bubbels die momenteel voor het jeugdwerk en voor de scholen gelden.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik ben het helemaal met u eens. We moeten er absoluut maximaal naar streven om scholen open te houden. Maar dan moet u met evenveel vastberadenheid en gedrevenheid ervoor zorgen dat dat veilig gebeurt voor de kinderen, voor de leerkrachten en ook voor de maatschappij. We moeten absoluut vermijden dat scholen geen motor worden in die verspreiding en dan is een kordaat en heel duidelijk beleid nodig. Ik heb er vorige week maandag al voor gepleit. Er zijn aanpassingen van de richtlijnen nodig en die moeten duidelijk gecommuniceerd worden. Wat is op dit moment een hoog- en een laagrisicocontact? Hoe stellen we die definitie bij? Wat is een cluster? Wanneer spreken we van een uitbraak en een cluster? Wat moet er dan gebeuren? Welke testen? Wanneer moet het mobiel team komen? Dat zijn allemaal vragen waar gemeenten en scholen mee zitten.

Minister, u hebt zondag gezegd dat we vanaf dag 1 zullen werken met sneltesten. Maar ik heb de vraag gekregen, want het is helemaal niet duidelijk wie die sneltesten nu zal doen. Er was sprake van het Rode Kruis, maar dat zijn vrijwilligers. Die werken overdag. Op dit moment zijn er dus heel veel sneltesten, maar geen mensen om die sneltesten af te nemen.

Minister, hebt u daar vanmiddag een oplossing voor gevonden?

De heer Schiltz heeft het woord.

Minister, u geeft het aan: de teststrategie is gewijzigd, en dat kwam niets te vroeg. Er was zeer veel ongerustheid bij het onderwijzend personeel, bij onze leerkrachten in het lager en middelbaar onderwijs.

Er is heel hard nood aan duidelijkheid in meerdere gevallen, duidelijkheid over een concrete teststrategie. De vragen zijn gesteld. Wanneer komt de bus? Bij hoeveel gevallen moeten we welke test laten doen? Wanneer moeten we in quarantaine? Wat bij quarantaine – de vorige, die ertussen en de komende?

We merken dat de leerachterstand fenomenaal toeneemt wanneer een school dicht moet of wanneer afstandsonderwijs ingevoerd moet worden. Welke extra maatregelen zullen er met de zogenaamde onderwijsclub genomen worden om de leerachterstand die al opgelopen is of opgelopen zou worden in het geval van afstandsonderwijs of quarantaine, in te halen?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, scholen sluiten moet inderdaad de aller-, aller-, allerlaatste optie zijn. Iedereen weet hoe belangrijk het is dat kinderen naar school kunnen blijven gaan om hun vrienden te kunnen blijven zien, maar natuurlijk ook om de leerachterstand zoveel mogelijk te beperken. Als ik de getuigenissen hoor en de onderzoeken lees, dan maak ik mij daar heel veel zorgen over, en veel ouders met mij.

Als we de scholen openhouden, moet dat natuurlijk veilig zijn voor leerlingen en leerkrachten. We moeten dus absoluut testen, testen, testen. U hebt de teststrategie ondertussen aangepast. We hebben die discussie vorige week inderdaad gevoerd en ik ben blij dat de draaiboeken zijn aangepast, maar er is toch nog enige onduidelijkheid. Kinderen in de lagere school die in de klas zitten met een besmet kindje, worden voortaan gezien als een hoogrisicocontact en worden allemaal getest. Ik hoor nog altijd, gisteren nog, dat die praktijk in bepaalde scholen duidelijk nog niet is doorgedrongen. Ze zijn niet goed op de hoogte van of niet goed geïnformeerd over de aangepaste teststrategie. Kunt u ons garanderen dat die vanaf vandaag in alle scholen zal wordt toegepast?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik begrijp dat velen graag zouden hebben dat ik over nog veel meer beslis dan ik al doe en dat ze mij ook een heel grote mate van wetenschappelijke kennis toedichten. Ik kan u in beide gevallen geruststellen of ongerust maken: het antwoord is altijd neen. God verhoede dat men zich gaat baseren op mijn wetenschappelijke inzichten, zeker als het gaat over de aanpak van de coronacrisis. Ik zal niet bepalen welke testen we zullen hanteren in of buiten het onderwijs. Ik bepaal ook niet de teststrategie en wie al dan niet in aanmerking komt als hoogrisicocontact of laagrisicocontact. Daarvoor hebben we toch de virologen.

Ik zet druk op de sneltesten, maar ik geef grif toe dat er nog altijd wetenschappelijke discussie over is. Sommigen vinden die nog altijd niet het geschikte instrument en houden vast aan de PCR-testen. Ik heb ook al gesproken over de speekseltesten met de specialist en de voorloper ter zake, namelijk professor Herman Goossens. Hij zou die ook willen toepassen en ik zal hem daarin steunen en met hem samenwerken. Men gaat op dat vlak heel behoedzaam te werk. Enerzijds biedt dat geruststelling, maar anderzijds zorgt het ervoor dat men er de nodige tijd voor neemt en er heel veel over discussieert.

De wijziging van de teststrategie is er gekomen op advies van de wetenschappers, in dit geval van de Risk Assessment Group (RAG). Vandaag hebben we uniforme draaiboeken, die echter nog altijd een lokale toepassing vergen. In zo'n draaiboek staat niet dat vanaf het moment dat er een besmetting vastgesteld wordt, de school moet sluiten. Dat staat daar natuurlijk niet in, omdat de situaties lokaal altijd verschillen. Er moet altijd een inschatting gemaakt worden van het aantal besmettingen, of die zich binnen één gezin situeren, binnen een klas, binnen een leerjaar of meerdere leerjaren. In het geval van Edegem bijvoorbeeld is heel fors opgetreden als gevolg van de lokale situatie, omdat dat ene besmette kind verschillende klassen frequenteerde en zelfs ook de kleuterschool. Dan moet de actie natuurlijk aangepast worden. Kan dit in een draaiboek gegoten worden? Neen, niet alle casuïstiek kan in een draaiboek gegoten worden.

En dus hebben we uniforme regels, zelfs met een hele beslissingsboom, waarbij we ook het vertrouwen geven aan een lokale inschatting, met de mensen van het agentschap Zorg en Gezondheid, met de CLB's, met de schooldirecties. Als het gaat over de sluiting van een school, is er ook de verplichte betrokkenheid van de burgemeester. Dat is allemaal evident en goed uitgewerkt.

Tot slot de vaccinatie. Ik onderschrijf volledig uw pleidooi, mevrouw Vandromme, maar ik zeg opnieuw dat ik er niet over beslis. In de kern van de Vlaamse Regering hebben we ons daarover uitgesproken een goede beslissingen genomen. We moeten zeker prioriteit geven aan die mensen die in nauw contact staan met kinderen met een heel specifieke problematiek of beperking, zoals in het secundair onderwijs OV1, OV2. Fysiek contact is daar schering en inslag, anders dan je het niet organiseren, net zoals het buitengewoon lager onderwijs.

Daarom hebben we gezorgd dat de afkoelingsperiode, afstandsonderwijs een week voor de krokusvakantie, niet van toepassing is voor OV1 en OV2. Het is een heel doelbewust pad dat we bewandelen met altijd hetzelfde principe: maximaal oog voor de meest kwetsbaren bij elke maatregel die we nemen. Ik herhaal ook voor de duidelijkheid: als scholen gesloten zijn – ook in aso, tso, bso – in de week voor de krokusvakantie, vragen we aan de schooldirecties en de schoolbesturen om de deuren open te houden voor de meest kwetsbare jongeren. Tot onze grote spijt moeten we inderdaad vaststellen dat voor sommige kinderen en jongeren er maar één veilige haven is, en dat is de school.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We zullen er nog op terugkomen, want de crisis is nog niet achter de rug. In elk geval, om de scholen open te houden, vindt u in het Vlaams Belang een bondgenoot, en dat weet u.

Met de nieuwe Britse snelle spits van het virus, die de komende maanden volgens professor Goossens wellicht het spel zal domineren, is het toch doodjammer dat onze eigen aanvalslijn, die van de vaccinatie, zo tergend traag tot de tegenaanval overgaat. Wij hopen dan ook dat u de defensie nog verder versterkt door nog massaler gebruik te maken van de sneltesten, maar dat u ook preventieve testen zou overwegen, want we moeten veel sneller kunnen inschatten waar het virus dreigt door te breken.

Ik weet natuurlijk dat u geen viroloog bent – u hebt andere opleidingen gehad, waarvoor alle begrip –, maar aan de universiteit van Wenen in Oostenrijk heeft men zeer goede resultaten geboekt. Het is niet zomaar eventjes door de regering beslist. Minister, wilt u dit even aankaarten?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, ik dank u nog voor de toelichting.

In elk geval mag scholen sluiten niet het middel zijn, scholen openhouden moet het doel zijn. Intussen weten we ook dat de druk op bijvoorbeeld de CLB's en de scholen heel groot is. Mensen verzetten momenteel bergen en staan in de vuurlinie. Ik ben blij dat u samen met uw collega's ook in extra middelen voorziet voor de CLB's. Het is duidelijk dat de grote toename van het aantal vragen ervoor zorgt dat de druk heel hoog is. We zullen pas weten wat de impact van corona is als alles voorbij is.

Onze fractie pleit daarom ook voor een relance voor het onderwijs, minister: extra ondersteuning waar nodig om ons kwaliteitsvol onderwijs te waarborgen op elk niveau, van basisonderwijs tot kleuteronderwijs, tot hoger onderwijs, tot hogescholen en universiteiten, voor iedereen.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik keek net nog eens op de website ‘onderwijs – corona’ naar alle draaiboeken, alle stromingsdiagrammen, de teststrategie van Sciensano. Er staat heel wat op, maar ik stel ook vast dat CLB's scholen goed begeleiden. Er zijn standaardbrieven voor ouders. En ja, ik begrijp dat er ongerustheid is. En ja, ik begrijp dat op het moment dat het er is in een school, de directeur, de leerkrachten de ouders even de adem inhouden om na te gaan wat er moet gebeuren, maar dan begint het systeem te draaien.

Collega's, ik wil hier een oproep doen: als we de scholen sluiten, kunnen we dat maar doen op het moment dat we de hele maatschappij sluiten.

Ik hoop dat we het inderdaad niet zover moeten laten komen. Ik wil dan ook iedereen die meewerkt om dat te voorkomen – leerkrachten, directeurs, ouders, whatever – heel hard bedanken. Ik wil ook mijn oproep naar alle lokale bestuurders herhalen om na te denken over de buitenschoolse kinderopvang, zodat daar toch geen bubbels worden gemengd die op school niet worden gemengd.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.