U bent hier

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, minister, beste collega’s, vrijdag maakte het agentschap Opgroeien bekend dat ouders van een kind met een beperking die een zorgtoeslag krijgen zolang hun dossier nog in evaluatie is een doorbetaling zullen krijgen. Bij mijn laatste commissiebespreking had ik ook op dit voorstel aangedrongen. Dit is een oplossing op heel korte termijn, die heel veel stress bij de ouders zal wegnemen en die ook een oplossing is voor de afgeleide rechten omdat ouders altijd moeten wachten op de herziening van hun dossier. Maar, minister, voor ouders die een nieuw dossier, een eerste aanvraag hebben, is er geen zicht op een oplossing.

De lange wachttijden voor aanvragen van een zorgtoeslag binnen het groeipakket zijn al lang een probleem. Vorig jaar waren er tussen januari en 30 september 6560 eerste-aanvraagdossiers. Ouders moeten gemiddeld 242 dagen wachten op een beslissing. Dat is 8 maanden. Weet u, minister, hoelang dat is? Het gaat heel vaak over jonge ouders met een pasgeboren kind, dat zeker in de eerste levensjaren veel zorg nodig heeft en waarbij de handicap toch sterk evolueert en er heel veel kosten zijn.

Ouders vertellen me dat ze hun aanvraagdossier indienen en dat ze soms pas na tien maanden een gesprek met een arts hebben. Dikwijls zitten zij al in een volledig andere situatie. Als je dit wilt uitleggen, krijg je daar amper tijd voor, zeggen de ouders mij. Soms worden er vragen gesteld aan het kind. Bijvoorbeeld: ‘Kan je jezelf aankleden, Kan je zelf eten?’ Het kind, dat natuurlijk fier is wanneer het zegt dat het dat kan, schat zichzelf helemaal anders in dan het in de praktijk mogelijk is. Niet elke arts interpreteert op eenzelfde manier. Ouders vinden het ook moeilijk om telkens opnieuw de handicap te moeten bewijzen. Bijvoorbeeld een kind met dwerggroei zal dat blijven hebben. Het zal niet opeens beginnen te groeien. Een kind met incontinentie bij een open rug is op twee jaar incontinent en zal op latere leeftijd ook incontinent zijn.

Minister, op welke manier gaat u deze problemen bij de eerste aanvraag voor al die ouders met een kindje met een beperking structureel oplossen?

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, we moeten het hebben over de steun voor mensen met een beperking. In Vlaanderen zorgen heel veel ouders met heel veel liefde en toewijding voor hun kind met een handicap. U weet als geen ander dat dat fysiek en vooral emotioneel een zeer zware opdracht is. Maar in Vlaanderen komt daar nog te vaak een administratieve nachtmerrie bij kijken. Lange ingewikkelde dossiers, medische onderzoeken en attesten die keer op keer opnieuw moeten worden aangetoond, en de broodnodige financiële steun die helaas te vaak te lang uitblijft.

Deze week hoorden we het verhaal van Jarne, een kind met een beperking. Hij wordt nu zestien, maar hij heeft het al sinds zijn geboorte. Dat zal zijn hele leven waarschijnlijk niet meer veranderen.

Maar toch moet zijn mama keer op keer opnieuw aantonen dat die beperking er nog is. Dat zorgde er deze keer zelfs voor dat die mama een noodkreet moest slaken, omdat ze de steun die ze broodnodig heeft – de zorgtoeslag – dreigde te verliezen.

Minister, ik waardeer het enorm dat u in deze materie al actie hebt ondernomen. U hebt ervoor gezorgd dat er extra artsen zullen worden aangenomen. U hebt er ook voor gezorgd dat de procedure sneller kan verlopen. U hebt daarvoor in extra middelen voorzien. Maar de problemen van Jarne en zijn mama staan niet op zich, maar komen vaak voor bij de verschillende soorten steun voor mensen met een beperking. We moeten er in Vlaanderen echt voor zorgen dat de steun voor mensen met een beperking vanaf dag één wordt gegeven. Het kan niet dat we hen keer op keer terecht laten komen in een onoverzichtelijke administratieve doolhof. Het is 2021. We moeten echt van die Kafka af. Het is onze taak als overheid om te zorgen voor de mensen die dat het meest nodig hebben. Dat is ook de kern van het liberalisme. Mensen met een beperking zijn daar bij uitstek voorbeelden van, van mensen waaraan we onmiddellijk en voldoende steun moeten geven.

Minister, zo kom ik tot mijn vraag. U hebt een aantal acties voorzien, dat apprecieer ik enorm. Ons voorstel is om bijkomend, er boven op die extra artsen en extra middelen, voor te zorgen dat er een soort van prioritering in de dossiers zit en dat de dossiers met de zwaarste zorgnood als eerste aan bod kunnen komen. Dat zijn meer bepaald de dossiers van herziening en de nieuwe dossiers die als ouder worden aangenomen. Tot zover mijn concrete vraag. (Applaus van Stephanie D'Hose)

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, we hebben daar in de commissie inderdaad al over gesproken, in constructieve commissievergaderingen die leidden tot concrete antwoorden, zoals vorige week. Maar daarmee geven we nog geen antwoord op alle uitdagingen, want er zijn er nog wel een aantal.

Wat de behandelingstermijnen betreft, denk ik dat we de grote stap naar de digitalisering moeten zetten. Dat is ook waarom we in het plan Vlaamse Veerkracht gezegd hebben dat digitalisering in zorg en welzijn een absolute prioriteit moet worden. Daarom willen we dit jaar, in 2021, ook een nieuwe digitale applicatie maken zodat we wat dat betreft ook de 21e eeuw kunnen intreden. De bedoeling is om er dan heel concreet voor te zorgen dat mensen die aanvragen indienen, die op een digitale manier kunnen invullen en verzenden, want dat kan op dit ogenblik nog niet en dat is inderdaad archaïsch, dat is niet van deze tijd. Dat moeten we dus doen.

Ten tweede moeten aanvragers hun status ook digitaal kunnen opvolgen, want dat zorgt op dit ogenblik voor frustraties, begrijpelijke frustraties. Daar moeten we dus ook komaf mee maken. Ten derde moeten we ervoor zorgen – collega Vande Reyde verwees ernaar – dat we artsen en medewerkers beter ondersteunen, ook in operationele zaken, waardoor ze de dossiers ook beter kunnen opvolgen. Dat is heel concreet wat we willen doen. Dat is ook waarom we in het plan Vlaamse Veerkracht extra middelen hebben gevraagd en gekregen voor die digitalisering.

In afwachting – want dat is nog niet voor morgen, maar ik hoop wel dat we daar zo snel mogelijk werk van kunnen maken, we zijn daar ook mee bezig – worden de aanvraagformulieren nu al vereenvoudigd, wat een belangrijke stap op heel korte termijn is. We hebben inderdaad ook werk gemaakt van het aanpassen van de verloning van de evaluerende artsen, zodat ze opnieuw evaluaties kunnen doen, want er was een probleem dat gezorgd heeft voor achterstanden in dit dossier.

Wat de prioritering betreft, denk ik dat we drie dingen moeten doen. De eerste bekommernis is ervoor zorgen dat er geen schorsingen van uitbetalingen meer zijn. Daarom garanderen we ook die doorbetaling. Dat hebben we beslist, dat is ook belangrijk, dat de mensen wat dat betreft continuïteit en zekerheid kunnen hebben. De regelgeving daarvoor wordt opgemaakt en de technische uitvoering wordt voorbereid.

Een tweede belangrijke prioritering is dat de eerste aanvragen de nodige prioriteit krijgen. Want ook deze gezinnen kunnen dringend nood hebben aan ondersteuning. Daarnaast zijn er de ambtshalve herzieningen. Want als het gaat over prioritering, gaat het over wat eerst komt en wat daarna. Dan zijn er ook nog de herzieningen die op aanvraag verlopen. Die zullen dan nadien aangepast worden.

Maar die kunnen wel retroactief worden aangepast. Wanneer een gezin een herziening vraagt en daar recht op blijkt te hebben, zullen zij hun rechten retroactief kunnen opnemen en dan zal die uitbetaling retroactief geschieden. Voorzitter, collega’s, dat zijn  de concrete zaken waar we nu snel werk van willen maken.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben heel blij met het feit dat u hebt beslist dat u verder zult betalen. Maar ik ben al heel lang bezig met dit dossier en u hebt mij al heel vaak beloofd dat alles in orde zou komen, ook de voorbije jaren. 

U bent begonnen met te zeggen dat u bijkomende artsen zou aannemen en beter zou betalen. Oké, maar dit alleen zal niet de oplossing zijn. Heel veel jonge ouders hebben op dit moment ontzettend veel financiële problemen. Zij hebben stress, vallen uit op hun werk, weten niet hoe het verder moet.

Ik wil u enkele voorstellen doen. We kennen allemaal het digitale platform eHealth. Iedereen van ons heeft daar een dossier bij. Is het zo moeilijk om Opgroeien toegang te geven tot dat medium, zodat ouders hun dossier gewoon kunnen opbouwen via het bestaande platform?

Mijn tweede voorstel is: kunnen artsen en specialisten eventueel een indicatieve score geven? Zij kennen de kinderen het best, zij begeleiden hen. Zij kunnen een score geven, zodat de controlearts zich daarop kan baseren.

Ten slotte, minister, een laatste punt: als je een handicap hebt, moet de overheid vertrouwen hebben, vertrouwen in plaats van wantrouwen, zodat niet alles altijd opnieuw moet worden bewezen. Wat denkt u daarvan, minister?

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik ben ook heel blij dat u het belang ervan inziet om dat anno 2021 aan te pakken en volop te gaan voor die digitalisering. Maar zoals mijn collega Ann De Martelaer terecht opmerkt, volstaat het niet om op één plek te zeggen: we gaan nu eens dát aspect in de keten digitaliseren. De weg van mensen met een beperking gaat door een hele keten van zorg: van de arts die de diagnose stelt, tot de dagopvang, de extra zorgverleners, en al die verschillende administraties. En eigenlijk moeten die in één geheel samenwerken. Er moet inderdaad een centrale toegang zijn tot gegevens, waarop iedereen zich kan baseren.

Ik zie dat ook bij mijn zus: wanneer zij een attest nodig heeft voor het een of ander, moet zij dat telkens opnieuw bewijzen – ook bij de federale diensten, overigens. Telkens opnieuw moet worden bewezen dat er een handicap is. Ik weet dat het niet zo eenvoudig is om toegang te krijgen tot de medische gegevens. Maar als we ervoor zorgen dat iedereen in de hele keten toegang heeft tot de juiste gegevens, kunnen we al het een en ander fameus vereenvoudigen voor die ouders. 

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, collega's, het is een kwestie die ons allemaal zorgen baart: de zorgtoeslag die wegvalt ‘omdat de papieren niet in orde zijn’. Want daarop komt het eigenlijk neer: ‘U hebt niet tijdig de juiste papieren bezorgd.’ Maar eigenlijk is het antwoord: ‘De overheid heeft niet tijdig geoordeeld.’ 

Minister, het is dus goed dat u de artsen versterkt met die digitale applicatie. Mijn vraag daarbij is wel of dat niet gewoon neerkomt op het invullen van het document op de computer of op het inscannen en dan doorsturen van een document. Want of je het nu inscant en online doorstuurt of het in een enveloppe steekt: dat is dezelfde handeling. De N-VA wil er heel graag voor pleiten om databanken te koppelen. Bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) vinden we al heel veel info; we kunnen daaruit halen wat we nodig hebben. En dan kunnen we ouders bij de eerste aanvraag vragen: is het goed dat wij zelf alle databanken consulteren en u dus automatisch verlengen en toekennen? Dan is de General Data Protection Regulation (GDPR) in orde, zijn de mensen medisch geïnformeerd en gebruiken we alle databanken die er zijn om dergelijke lange wachttijden – 224 dagen meer bepaald – in de toekomst tegen te gaan.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega's, als het gaat over personen met een handicap worden we heel vaak geconfronteerd met een heel complexe regelgeving, veel administratieve rompslomp en heel veel wachten, wachten en wachten, telkens opnieuw. Ook in dit dossier. Dit dossier wordt al een aantal maanden besproken, onder impuls van collega De Martelaer. Recent hebben we samen een voorstel van resolutie ingediend, ook met collega Vandecasteele. Ook hier heb je datzelfde. Op een bepaald moment krijgt dat dan toch een gezicht. Het bericht van de case van Jarne – collega Vande Reyde heeft er ook naar verwezen – is 20.000 keer gedeeld op Facebook. Dat wil toch zeggen dat het heel wat mensen echt heeft aangegrepen. Soms krijgt dat een gezicht, en dat is goed, want dat zorgt ervoor dat er dingen in gang kunnen worden gezet. 

Ik ben in dit geval ook heel erg blij dat in elk geval die opschorting van betaling al gestopt is. Ik ben blij met dit initiatief. Maar ik denk dat er inderdaad nog stappen te zetten zijn in dit dossier, maar ook in die complexe regelgeving van personen met een handicap.

Op dit vlak zou ik u nog één concrete vraag willen stellen, minister. Er zit een heel grote bottleneck bij het behandelende team. Is het bij team Zoë (Zorgtoeslagevaluatie) de bedoeling om ook daar op korte termijn versterking te voorzien?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ouders van een kind met een beperking hebben vanzelfsprekend recht op die zorgtoeslag. En als de herevaluatie niet tijdig kan gebeuren om redenen buiten de wil van die ouders, dan zou het echt onrechtvaardig zijn om die zorgtoeslag daarom op te schorten. Minister, het is een zeer terechte beslissing om die zorgtoeslag, ook in afwachting van de verdere procedure, door te betalen. Dat is goed.

Maar het is niet enkel belangrijk dat die doorbetaling gebeurt. Mensen moeten na herevalutie ook zo snel mogelijk zekerheid hebben van het definitieve bedrag van de zorgtoeslag waarop ze recht gaan hebben. En dat geldt natuurlijk ook voor nieuwe aanvragen.

Minister, in het groeipakket is er heel sterk ingezet op vereenvoudiging en digitalisering. Ik denk dat dat ook met betrekking tot die zorgtoeslag nog verder moet gebeuren. We horen ook dat er soms mensen zijn die niet weten dat ze recht zouden kunnen hebben op een zorgtoeslag. Mijn bijkomende vraag is dan ook op welke manier we erop kunnen inzetten dat mensen die recht zouden hebben op een zorgtoeslag voor hun kind met een beperking, hier ook van op de hoogte kunnen zijn.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik heb een paar puntjes, minister. Ten eerste vind ik het eigenlijk bijzonder erg, net zoals in andere dossiers, dat wij hier in Vlaanderen, een van de rijkste regio’s van Europa, nog met dergelijke wachtlijsten worden geconfronteerd.

Ten tweede is het een beetje de rode draad doorheen uw beleid dat er eerst noodkreten moeten komen vooraleer u uw beleid bijstuurt. Ik denk aan Jarne, maar ik heb ook andere noodkreten gehoord.

Drie. De inkanteling van de vroegere bijslag is eigenlijk gebeurd zonder een deftige impactanalyse op wat er op ons zou afkomen. Ik denk dat we, wanneer we bepaalde zaken vernieuwen, we beter ook eens bekijken wat dat zal brengen in de toekomst.

Ten vierde zegt u dat er meer artsen zullen bijkomen. Ik ben benieuwd wanneer die artsen er zullen komen.

Wat ten vijfde het totale budget voor de zorgtoeslag betreft: ik veronderstel dat er bij herevaluaties bij de meeste mensen sprake zal zijn van een opschaling, dus dat er meer budget nodig is. Mijn vraag is of u er inderdaad rekening mee houdt dat er meestal sprake zal zijn van opschaling bij een herevaluatie.

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, het blijkt steeds belangrijk om die problemen concreet te maken. Ik zou u ook het verhaal van Charlotta willen vertellen. Charlotta is een meisje van anderhalf jaar die een motorische en mentale beperking heeft. Dat zorgt voor heel wat extra zorgen: er is thuisbeademing geweest, er is sondevoeding nodig en heel wat artsenbezoeken en therapeuten. Dat zorgt ook voor heel wat extra kosten voor die ouders.

Maar gelukkig hebben ze recht op een zorgtoeslag, de verhoogde kinderbijslag, om steun te krijgen. Minister, nu blijkt dat, sinds die zorgtoeslag onder Vlaamse bevoegdheid valt, de problemen zich daar opstapelen. En de ouders van Charlotta hebben zo zeven maanden moeten wachten op de uitbetaling van die zorgtoeslag. En dat is niet uitzonderlijk. Vervolgens zien ze dat enkele maanden later alweer stopgezet worden vanwege een herevaluatie.

Minister, u bent zelf diegene die als eerste in de rij staat als er bevoegdheden moeten worden overgeheveld. U vraagt daarnaar. Maar u voorziet vervolgens niet in voldoende middelen noch in voldoende personeel om dat ook naar behoren uit te voeren. Er zijn honderden ouders die vandaag aan de alarmbel trekken, er zijn ouders die juridische stappen aan het ondernemen zijn. We hebben het er vorig jaar al over gehad in de commissie. U hebt toen beloftes gedaan die u vandaag opnieuw doet. Mijn vraag is wanneer u die beloftes eindelijk gaat waarmaken, en de problemen met de kinderbijslag effectief gaat oplossen. Want het moet gedaan zijn met beloftes te doen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, de kinderbijslag, het groeipakket, is inderdaad sinds een aantal jaren in Vlaamse handen. Ik denk dat we samen hebben afgesproken, ook met de voorzitter van de commissie, dat we dat dit voorjaar in de commissie gaan behandelen. Ik denk dus dat we dat samen moeten doen.

En ik ben ervan overtuigd dat de hervorming die we hebben doorgevoerd van de federale oude kinderbijslag naar het Vlaamse groeipakket, een belangrijke en goede hervorming is geweest. Het was ook een inspirerende hervorming want de andere regio’s hebben zich op de Vlaamse hervorming geïnspireerd om hetzelfde te doen.

De zorgtoeslag is daar een onderdeel van. Ik ontken niet dat daar pijnpunten waren die moesten worden aangepakt. Ik heb daarstraks al gezegd dat we een aantal van die pijnpunten in de toekomst zullen aanpakken. Inzetten op digitalisering is een deel van het antwoord, zodat de mensen niet alleen weten hoe ze de aanvraag moeten indienen maar ook het hele traject kunnen volgen en niet telkens met dezelfde vragen worden geconfronteerd.

De honorering van de artsen was een probleem dat we hebben aangepakt om een deel van die wachtlijst te kunnen opnemen. Om een juiste inschatting en inschaling te kunnen maken, moest men de nodige kwalificaties en de nodige mensen hebben. We hebben dat aangepakt en dat zal dan ook voor een groot deel soelaas bieden.

Het koppelen van de databanken is één zaak, een ander element is dat deze zorgtoeslag natuurlijk ook een aantal andere rechten genereert: rechten op een parkeerkaart, rechten op een sociaal tarief, rechten op het zorgbudget. Dat element kun je niet afzonderlijk bekijken maar moet in een breder kader worden bekeken, wat het des te uitdagender maakt.

Collega Schryvers, we hebben gezegd dat we dat nu zullen doen omdat de mensen daar recht op hebben. We zullen dat normaal gezien ook niet terugvorderen, tenzij er manifeste fraude of misbruik zou zijn.

Ik denk dat u gelijk hebt dat de zorgtoeslag nog onvoldoende bekend is bij een aantal mensen. Dat kan toch een verschil maken van 500 euro per maand. We zullen die zorgtoeslag dan ook verder bekend moeten maken.

Collega Sintobin, we hebben afgesproken om het groeipakket te evalueren. Dat kan daar een onderdeel van zijn. Het ging om een heel manifeste hervorming in Vlaanderen van de oude federale kinderbijslag naar het Vlaamse groeipakket. We staan open voor de goede punten maar ook alles wat voor verbetering vatbaar is. Het is ook tegen het licht hiervan dat we met die evaluatie willen bekijken hoe een aantal zaken in de zorgtoeslagen kunnen worden verbeterd. Wat dat luik betreft, ben ik ervan overtuigd dat we voor nog een aantal verbeteringen moeten zorgen. Dat is ook het antwoord op het punt dat mevrouw Vandecasteele daarover heeft gemaakt.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik denk dat u met deze vraag duidelijk aanvoelt dat het niet alleen de oppositie is maar ook uw eigen meerderheid die vindt dat hier snel werk van moet worden gemaakt. U doet een aantal voorstellen, maar het gaat niet alleen over de zorgtoeslag. We hebben ook nog de problematiek van de halve en volledige wezen die we een tijdje geleden naar voren hebben geschoven, die nog altijd in de kou staan. We hebben ook nog de problematiek en de pijnpunten bij de interpretatie van wat vervangingsinkomens zijn bij de schooltoeslag, er zijn ook nog problemen met de pleegzorgtoeslag. Daarnaast moet nog worden bekeken wat de impact is van de sociale toeslagen op de kinderarmoede. Minister, we hebben eigenlijk al een heel lange lijst, en ik ben echt wel vragende partij om niet vandaag, maar eigenlijk gisteren al te beginnen met de evaluatie van het groeipakket. Dat vragen eigenlijk alle gezinnen.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik kreeg tijdens het debat een berichtje van een moeder die via YouTube aan het kijken is en die zegt dat als wij alles kunnen waarmaken wat wij hier vandaag hebben gezegd, dat voor haar het verschil maakt tussen leven en overleven. Het spreekt dus voor zich, minister, dat u de steun hebt van het volledige parlement om werk te maken van deze plannen. (Applaus van Willem-Frederik Schiltz en Tom Ongena)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.