U bent hier

De heer Parys heeft het woord.

Collega’s, ministers, er is licht aan het einde van de coronatunnel. De minister-president heeft daarnet ambitieuze doelstellingen geformuleerd om ervoor te zorgen dat voor de zomer elke Vlaming die dat wil, ook effectief op zijn minst het eerste prikje van een coronavaccin kan hebben gekregen. En dat is de daadkracht en de durf die wij als Vlamingen verwachten van een Vlaamse Regering. Dat is het soort van communicatie waarnaar wij als Vlamingen snakken: eentje die het perspectief geeft om uit deze coronahel te geraken.

Er zijn natuurlijk nog heel wat concrete vragen bij de uitrol van die vaccinatiestrategie, zoals bijvoorbeeld rond transparantie. Ik heb gisteren nog – minister Beke weet dat – gevraagd of er een vaccinatiebarometer zou komen; vandaag leveren jullie een vaccinatieteller. Ik heb de Vlaamse Regering nog nooit zo snel weten werken.

Een, ik denk dat het heel goed is dat de bevolking kan volgen hoeveel Vlamingen er gevaccineerd zijn. Maar ik vind het ook belangrijk, minister Beke, dat we weten hoeveel vaccins er zijn aangeleverd en eventueel in de frigo liggen. De vraag is of dat ook kan worden meegenomen op vaccinatieteller.be, zodat we dat allemaal kunnen volgen en dat de informatiedoorstroming van hoeveel vaccins er op federaal niveau toekomen, ook goed naar Vlaanderen loopt.

Twee, in Nederland word je opgeroepen met een brief en krijg je meteen een afspraak voor je eerste en tweede dosis van het vaccin dat je moet krijgen. Hoe zal dat hier bij ons gebeuren?

Drie, de huisartsen en huisapothekers spelen een cruciale rol in heel de afhandeling van die vaccinatiecampagne. Zeker voor de kwetsbare doelgroepen zijn zij diegenen die kunnen vragen: ‘Ben je al geweest voor je boostervaccin? Hoe zit het ermee?’ Zij kunnen mensen informeren en inlichten wanneer zij zich willen laten vaccineren. Maar de link tussen de oproepingsbrief en het globaal medisch en farmaceutisch dossier is vandaag nog niet gelegd. Wanneer zal die er zijn?

Vier, over de timing …

Uw laatste vraag dan?

Ja, over de timing van de doelgroepen. Ziekenhuispersoneel, eerstelijnsgezondheidsmedewerkers: wanneer komen zij aan de beurt?

De laatste vraag gaat over het feit dat er op federaal niveau naalden te kort zijn. De Vlaamse overheid heeft er besteld. Zullen zij kunnen worden gebruikt om dat federaal tekort te overbruggen?

Collega Parys, u weet, u hebt genoeg ervaring …

Ik mag maar één vraag stellen, dus mijn vraag is: wat is daarover deze morgen beslist op de interministeriële conferentie (IMC), minister?

Goed. Dat had dan veel korter gekund, nietwaar?

Mevrouw De Rudder heeft het woord. 

Minister, de ontplooiing van de vaccinatiestrategie loopt volop en ook daar is duidelijk een versnelling hoger geschakeld. Er komen in Vlaanderen 120 vaccinatiecentra om ervoor te zorgen dat burgers zich dicht bij huis kunnen laten vaccineren en in verschillende gemeenten en eerstelijnszones wordt vandaag dan ook gezocht naar de precieze locatie van die centra. Belangrijk daarbij is niet alleen de parkeermogelijkheid, maar ook de centrale ligging en alle andere zaken die daarbij komen kijken, zoals toegankelijkheid en bereikbaarheid.

Niet iedereen is natuurlijk even mobiel en er zal voor moeten worden gezorgd dat ook de minder mobiele mensen naar de centra kunnen komen. Dat kan natuurlijk ook een impact hebben op de locatiekeuze. In heel wat gemeenten werkt men ook bij de mindermobielencentrale met vrijwilligers die mensen met hun eigen wagen wegbrengen en gaan oppikken tegen een kilometervergoeding. Misschien kan dat ook opgeschaald worden om meer vrijwilligers aan te trekken om ook voor deze vaccinatiegolf iedereen tot bij het centrum te krijgen. Vandaar mijn specifieke vraag: voorziet de Vlaamse Regering in haar aanpak ook maatregelen om minder mobiele mensen de kans te geven om naar het vaccinatiecentrum te gaan?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, we hebben deze week en de komende weken de vaccinatiecentra die volop worden opgestart. Sommige zijn zelfs al in opbouw. Ik kijk dan naar minister Somers. In Mechelen is men al volop bezig en de komende dagen zal er ook in de andere gemeenten een selectie van de vaccinatiecentra moeten gebeuren. De eerstelijnszone moet natuurlijk nu ook de mensen rekruteren om die vaccinatiecentra te bemannen. Zo snel mogelijk de juiste mensen op de juiste plaats, dat moet de ambitie zijn.

Het is de bedoeling dat wie kan, zich ook naar zo’n vaccinatiecentrum verplaatst, maar dat is uiteraard geen evidentie voor onze hele bevolking. Er zijn mensen die zich vanwege hun gezondheidssituatie niet kunnen verplaatsen en daarom zal er ook een oprichting van mobiele teams zijn die mensen thuis gaan vaccineren. Voor mensen die nog ietwat mobiel zijn, kunnen de taxisector of de mindermobielencentrales daarop worden ingezet.

Men is nu binnen de eerstelijnszones aan het kijken hoe men die teams georganiseerd kan krijgen. Ik denk dat het daarbij heel belangrijk is dat we de juiste mensen daarvoor aanstellen. Een vaccinatie thuis is natuurlijk niet hetzelfde als vaccineren in zo’n vaccinatiecentrum, omdat daar het technisch materiaal aanwezig is; ook qua veiligheid van transport en van bewaring van die vaccins zal het geen sinecure zijn voor mobiele teams. Er zijn nog heel uitdagingen. Ik denk dat er snel duidelijkheid over moet zijn. Vandaar ook mijn vraag: hoe zullen de mobiele thuisvaccinatieteams samengesteld zijn en hoe worden die bevoorraad?

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, wij trappen een open deur in als we vermelden dat onze Vlaamse eventsector gewoon is om ‘ongewone’ dingen te doen. In een artikel in Het Laatste Nieuws van 8 januari 2020 is de oproep heel duidelijk. Binnen de 72 uur kunnen de mensen van de eventsector vaccinatiecentra opzetten waar er meer dan 10.000 mensen per dag gevaccineerd kunnen worden. Dat is nu eenmaal wat ze doen. We hebben gisteren allemaal beelden gezien van hoe de eventsector is gestart met de bouw van het centrum in Antwerpen. Het is een sector waar heel veel knowhow zit over massa’s, registraties, safety, logistiek management. Geen enkele sector is beter geschikt. Het zijn mensen en bedrijven die klaarstaan om onze strategie te faciliteren. Ze hebben er ook alle belang bij, want ze liggen nu al bijna elf maanden stil en ze willen werken.

De sector kan onze lokale besturen en ziekenhuizen, die al onder hoge druk staan, ontlasten en helpen bij het faciliteren van de volgende fases van deze vaccinatiestrategie. De ‘operatie vaccinatie’ is het grootste massa-event uit de Belgische geschiedenis.

Het lijkt me dan ook een goede zaak om de eventsector in de ‘operatie Vrijheid’, zoals die wordt genoemd, te betrekken en naar aanleiding van uw tweets en uw optreden in De zevende dag had ik graag vernomen of u al contact hebt gehad met de sectorfederatie en welke rol u als minister voor die eventsector ziet bij het faciliteren van de vaccinatiestrategie.

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, ministers en collega’s, ik zit hier vandaag niet enkel als volksvertegenwoordiger, maar ook als organisator van Rock Zottegem, als festivalganger en als iemand met een groot hart voor de evenementensector. We kregen de voorbije dagen al een paar positieve berichten, goed nieuws. Minister Vandenbroucke kondigde aan dat Pfizer in 7,5 miljoen extra vaccins voorziet voor ons land en ook dat het Modernavaccin ondertussen gearriveerd is. De vaccinproductie draait dus op volle toeren en we stellen vast dat er de voorbije weken en maanden meer dan één tandje werd bij gestoken.

Maar collega’s, in die vaccinnatiestrategie is zowel voor deze Vlaamse Regering als voor de lokale besturen, de steden en gemeenten, een belangrijke rol weggelegd. Ik stel toch vast dat er bij heel wat burgemeesters nog redelijk veel vragen spelen, maar ook onzekerheid heerst rond het opzetten van die vaccinatiecentra, ook na het webinar dat ze deze morgen nog hebben gekregen van jullie. Veelgehoorde vragen zijn: ‘Wanneer mogen we dat materiaal vanuit Vlaanderen verwachten, hoe gebeurt de crowdcontrol, hoe zal de veiligheid verzekerd worden in die vaccinatiecentra, hoe gebeurt de registratie en de oproep?’, enzovoort. Dat, minister, zijn net de vragen en bekommernissen waar de evenementensector een antwoord op kan bieden. Op veel van die vragen kan die sector een antwoord bieden, vanuit zijn knowhow, expertise en talenten.

Ik heb ondertussen vernomen dat u die evenementensector uiteindelijk onder de arm hebt genomen en vandaar de concrete vraag: hoe zal de rol van de evenementensector eruitzien en welke precieze opdrachten zal de sector krijgen? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Collega’s, ik heb met de leden van de regering, in concreto minister Somers en minister Beke, afgesproken dat minister Somers eerst vier minuten antwoordt en dan minister Beke zes minuten.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Voorzitter, collega’s, laat me beginnen met te stellen dat we aan het beste deel van de miserie van de coronacrisis beginnen. We zitten vandaag aan de start van ‘Operatie Hoop’. Er worden steeds meer en betere berichten verspreid over het mogelijk produceren van vaccins en het ter beschikking stellen van vaccins. We doen nu een beroep op onze lokale besturen en de eerstelijnszones om die massale vaccinatie tot een succes te maken. Ik merk op het terrein een ongelooflijke wilskracht, een ongelooflijk enthousiasme, een ongelooflijk voluntarisme om hier de schouders mee onder te zetten en hier een succes van te maken.

We hebben deze voormiddag een webinar gehouden en morgen vindt het tweede luik plaats. Daar hebben meer dan duizend mensen aan deelgenomen, zowat alle lokale besturen, en de feedback die ik gekregen heb is uiteraard: ‘Dit is work in progress, maar we kunnen onze mouwen opstropen, als we dat al niet gedaan hadden, en we vliegen erin.’ Ik heb collega Rzoska beloofd dat die vaccinatiecentra tegen begin maart klaar zouden zijn, maar ik kan u zeggen dat ik nu al berichten heb van verschillende gemeenten die zeggen dat ze begin volgende week klaar zullen zijn – begin volgende week. Andere gemeenten gaan iets meer tijd nodig hebben, maar de wilskracht om dit tot een succes te maken is groot en dat verheugt mij. Het is Vlaanderen op zijn best.

Wat heel concreet de eventsector betreft, heb ik de confederatie van die sector, een confederatie die specifiek is opgericht in coronatijden voor die sector, die zwaar lijdt, maar eigenlijk een wereldvermaarde reputatie heeft en internationaal heel sterk staat, mee ter hulp geroepen. De sector heeft zich daar 100 procent achter geschaard en ik heb vandaag kunnen meedelen dat er 439 verschillende Vlaamse bedrijven zijn die hun diensten ter beschikking stellen, op een gedeeld platform. En die gaan hun ondersteuning aanbieden aan de lokale besturen. De gemeenten blijven ‘in charge’ en zijn samen met de eerstelijnszones verantwoordelijk om alles goed te laten verlopen, maar als ze een probleem hebben, als ze in nood zijn, dan kunnen ze appelleren aan die eventsector. Die heeft een helpdesk geïnstalleerd waar je met al je vragen terechtkan en waar die 439 bedrijven met al hun specificiteiten zijn opgesomd.

En dat kan heel ver gaan. Dat kan gaan over het eerste waar we aan denken, namelijk de opbouw van zo’n centrum, de opbouw en de praktische kant. Als ik mijn eigen stad als voorbeeld mag nemen, of de stad Antwerpen: het tentendorp dat daar wordt gebouwd, wordt door een privébedrijf gebouwd. De Nekkerhal is een private hal, waar een private partner meehelpt.

Het kan te maken hebben met knowhow: hoe organiseer ik idealiter publieksstromen? Mijn centrum staat klaar voor een dry run, check eens even of het in orde staat.

Het kan te maken hebben met digitale toepassingen als walkietalkies, scanners en pc’s. Ze staan ter beschikking.

Het kan te maken hebben met het zoeken naar personeel, zoals logistiek personeel, bewakingspersoneel, parkeerboys, scanpersoneel, onderhoudspersoneel, zelfs mensen uit de eventsector, die vandaag zonder werk zitten maar in staat zijn om zo’n centrum te runnen. Die mensen staan klaar.

Het kan te maken hebben met al het materiaal dat nodig is. Die eventsector zal een aanbod doen. Er zal geen probleem kunnen zijn dat lokale besturen hebben, waarvoor ze niet terechtkunnen bij de eventsector. We doen dat binnen een context van het zogenaamde Belfortmodel. We hebben vandaag kunnen meedelen dat lokale besturen, de eerstelijnszones (ELZ’s), al een voorschot krijgen van 250.000 euro. Tegelijkertijd hebben we de principes al uitgelegd van hoe we de kosten die lokale besturen gaan maken op een correcte manier zullen vergoeden, zodat het de lokale besturen niets kost, zodat er geen rem is om hier op door te gaan. Uiteraard vragen we iedereen om rationeel met de middelen om te gaan.

Eind volgende week – en dat is mijn laatste zin, voorzitter – gaan we met de Vlaamse Regering heel concreet kunnen aantonen aan de lokale besturen hoe alle kosten die ze maken gefinancierd zullen worden. Er is dus zeer veel vertrouwen voor heel veel enthousiasme. We gaan hier een succes van maken.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, collega’s, dit is een gigantische operatie, maar wel een gigantische operatie waarbij er heel veel wil, goesting en engagement aanwezig is om dit inderdaad tot een succes te laten geworden. Een gigantische operatie die ook al lange tijd in voorbereiding is. We hebben op 3 december, met de informatie die we toen hadden, een vaccinatiestrategie afgesproken. Dat was een strategie waarbij we heel bewust gezegd hebben: we verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. In die eerste fase gaan we eerst naar de meest kwetsbaren kijken, diegenen die wonen in de woonzorgcentra, diegenen die wonen in de gehandicaptenvoorzieningen, diegenen die werken in de zorg. Op die manier willen we de zorg ontlasten. Deze week zitten we jammer genoeg aan het twintigduizendste overlijden ten gevolge van COVID-19. Als je kijkt naar het profiel van deze mensen, merk je dat het net gaat over die mensen waarvan we gezegd hebben dat we hen in eerste instantie willen vaccineren. Als we de 65-plussers nemen en de mensen tussen de 45 en 65 jaar met onderliggende aandoeningen, dan komen we aan meer dan 99,5 procent van diegenen die zijn komen te overlijden. Vandaar de doelbewuste keuze om ons daar in eerste instantie op te focussen.

We hebben sindsdien, sinds 3 december, onze strategie aangepast in functie van nieuwe elementen, zoals het versneld leveren van de vaccins. Dat betekent dat we vorige week – we hebben hier de discussie gevoerd over de 4000 te vaccineren mensen in de woonzorgcentra – het dubbele hebben gedaan. Deze week zullen dat er 47.000 zijn, volgende week zullen dat er 65.000 zijn.

We hebben een versnelling hoger geschakeld door ook in de ziekenhuizen nu en volgende week allicht ongeveer 40.000 mensen te vaccineren met het Modernavaccin, dat aangekondigd is en waarvan we de hub in het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen (ZNA) zullen plaatsen. We doen dat niet alleen met het Modernavaccin, want dat is deze en volgende week toch nog beperkt in aantal, maar ook met het Pfizervaccin.

We versnellen dus om naast die belangrijke kwantiteit ook de kwaliteit te kunnen handhaven. Die kwaliteit is natuurlijk ook van ontzettend groot belang. Daarvoor rekenen we op die vaccinatiecentra, waarover we vandaag een druk bijgewoonde webinar hebben georganiseerd met meer dan duizend mensen. We hebben maar driehonderd steden en gemeente, we hebben maar zestig eerstelijnszones. Morgen organiseren we opnieuw een webinar. Alleen dat al geeft aan hoe groot de interesse en vooral ook de betrokkenheid is van iedereen om dat te kunnen doen.

We hebben daar ook gesproken over heel praktische zaken, collega Parys, bijvoorbeeld over hoe we mensen zullen uitnodigen. We gaan dat doen met een dubbel systeem, zoals we dat ook doen in de test- en de triagecentra. Dat betekent dat de mensen waarvan we de gegevens hebben, een sms of e-mail zullen krijgen. Van 80 procent van de Vlamingen hebben we die gegevens. Diegenen waarvan we geen gsm-nummer of e-mailadres hebben, zullen een brief ontvangen. Maar we gaan ook een brief sturen naar iedereen om zeker te zijn, zeker voor de eerste groepen die aan bod zullen komen, om een maximaal bereik te hebben.

Als we spreken over maximaal bereik, hebben we er ook doelbewust voor gekozen om niet het aantal vaccinatiecentra te beperken. Daar is de voorbije dagen ook veel om te doen geweest: waarom niet vier of vijf grote tempels in plaats van nabijheid? Wel, het gaat er niet alleen om hoe we snel volume halen, maar ook om hoe we er op het einde van de rit voor zorgen dat we zoveel mogelijk mensen in Vlaanderen hebben gevaccineerd. Het gaat dus over snelheid maar ook over de breedte. Daarvoor rekenen we ook op die lokale besturen. Zij weten waar er fragiele groepen zijn, zij weten waar er mensen en groepen zijn of delen van wijken die misschien minder worden bereikt door een brief, een mail of een sms. En daar kunnen we die lokale besturen bij inzetten. Als er daar ondervertegenwoordiging is, kunnen we zeggen dat we daar echt doelgericht op moeten werken. Daar hebben we samen ook een strategie voor afgesproken.

Collega Parys, het gaat inderdaad niet alleen over de vaccins, het gaat ook over het kunnen toedienen van die vaccins. Vorige week kreeg ik nog de vraag van collega Sintobin waarom wij naalden hebben gekocht. Wij hebben moeten vaststellen dat Pfizer naalden voor vijf vaccins heeft geleverd, terwijl we er zes vaccins kunnen uit halen. Wel, wij hebben uit onze Vlaamse stock intussen al bijgeleverd, om ervoor te zorgen dat we zo optimaal mogelijk die vaccins kunnen inzetten. Dat zullen we ook blijven doen. Vorige week was het een hypothetische vraag, vandaag hebben we ze effectief ingelost.

Mevrouw De Rudder, niet iedereen zal zomaar naar een vaccinatiecentrum kunnen gaan, sommigen zullen daar hulp voor nodig hebben. Daarom hebben we met de taxisector samengezeten, maar ook met de mindermobielencentrales. Alle lokale mandatarissen hier en de duizenden in Vlaanderen weten dat er heel actieve mindermobielencentrales zijn, om mensen te helpen die moeilijk naar een vaccinatiecentrum kunnen gaan. Maar er zal ook nog altijd een groep mensen zijn die niet naar een centrum kunnen gaan, ook niet met een mindermobielencentrale. Als je aan je bed gekluisterd bent, zal dat niet lukken. Dus willen we die mobiele equipes inzetten, om samen met de huisartsen en thuisverpleegkundigen naar de woningen, naar de mensen te gaan, om ze daar te kunnen vaccineren. Ook daarin zullen we ondersteunen. We hebben speciale koelboxen besteld om hen te helpen, zoals we ook koelkasten hebben gekocht voor in onze eerstelijnszones, om te zorgen dat het hele logistieke proces maximaal op een goede manier kan geschieden.

De heer Parys heeft het woord.

Dat is een heel interessant antwoord, bedankt daarvoor. Er zijn een aantal vragen die nog onbeantwoord zijn gebleven, misschien door tijdsgebrek. Daar verwijs ik toch nog even naar, minister. Hoe zal dat gaan met de tweede afspraak: gaan we weten hoeveel vaccins er in de koelkast liggen? Gaan de huisartsen en huisapotheken effectief kunnen opvolgen of iemand gevaccineerd is of niet, via het globaal medisch dossier? En hoe zit het met een aantal doelgroepen in de timing?

Ik had nog een aantal andere vragen. Wat betreft de financiering van deze hele operatie: hoe gebeurt de verdeling tussen Vlaams en federaal? Voor de gemeenten heb ik begrepen dat het Vlaams niveau inspringt volgens het belfortprincipe, dus dat is alvast duidelijk.

Dan kom ik tot het personeel. Er zijn zes lijnen voor vaccinatietoediening, wat neerkomt op meer dan dertig man aan personeel. We zullen ook wel wat back-up moeten voorzien. Wanneer zal Help de helpers klaar zijn om extra mensen te werven om effectief in te zetten in die vaccinatiecentra? En worden die mensen ook prioritair ingeënt? Ik neem aan van wel, maar ik stel toch nog eens die vraag.

Dan heb ik nog een laatste vraag. Op de agenda van de IMC vanmorgen stond ook een puntje ‘Disclosure aankoopcontracten’, en ik was gewoon heel benieuwd wat er onder dat punt werd besproken. Ging het over het vrijgeven van de prijzen van de vaccins door staatssecretaris De Bleeker, of ging dat over een ander punt? Kunt u daar wat toelichting over geven?

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Bedankt voor jullie antwoorden. Ik ben uiteraard ook blij dat er gedacht is aan de minder mobiele mensen om daar te geraken. Nabijheid is heel belangrijk, en met het aantal vaccinatiecentra, 120, kunnen we dat ook zeker garanderen. De inzet van de mobiele teams is ook een grote meerwaarde in heel het proces, dus dat is ook een hele goede zaak. Hoe meer mensen we met behulp van die mindermobielencentrale naar het vaccinatiecentrum kunnen brengen, hoe meer mobiele teams zich dan echt kunnen focussen op mensen die bijvoorbeeld aan hun bed gekluisterd zijn.

Het zal een hele klus worden om alles rond te krijgen. Ik ben ook blij dat we deze morgen de webinar hebben kunnen beluisteren. Het was zeer interessant, een grote meerwaarde voor heel wat burgemeesters, die toch wel met heel veel vragen zaten. Maar daar is vanmorgen toch een duidelijk antwoord op gekomen.

Minister, ik heb nog een bijkomende vraag over de financiering. We hebben vanmorgen vernomen dat er een financiering zal zijn richting de eerstelijnszones, maar zal er ook een tussenkomst zijn voor de minder mobiele mensen zelf, specifiek voor hun onkosten voor de bijstand om naar het vaccinatiecentrum te gaan? Zullen die mensen daar toch in ondersteund worden omdat dat ook voor hen een bijkomende kost is die zijn niet voorzien hebben?

Mevrouw Saeys heeft gevoerd.

Minister, ik denk dat het noodzakelijk is dat wie dat kan, ook naar een vaccinatiecentrum gaat. Maar we weten dat er wel wat mensen zijn die bedlegerig zijn. Die mensen verdienen natuurlijk ook hun vaccin. Het is belangrijk om er een zicht op te krijgen dat zij effectief op tijd hun vaccin krijgen. U hebt gisteren in de commissie gezegd dat het waarschijnlijk niet haalbaar zal zijn dat er altijd een arts bij zal zijn en dat een staand order moet worden gegeven om achteraf geen problemen te krijgen. Zullen dat dan thuisverpleegkundigen zijn die in dat team gaan zitten of gaan de eerstelijnszones zelf moeten kijken wie ze dat juist laten doen?

We weten dat het Modernavaccin heel instabiel is. Dat gaan gebruiken in de thuissituatie, is een groot probleem. Ik denk dat er absoluut aandacht nodig is voor de specificiteit van de vaccins.

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Het is inderdaad zo dat lokale besturen zeker kennis hebben van het organiseren van bepaalde events, de ene gemeente al wat meer dan de andere. In Oostende hebben we daar natuurlijk veel ervaring mee, ook met de verkiezingen, al moeten we toegeven dat deze uitdaging veel en veel groter is. Ik hoor bepaalde mensen dat met elkaar vergelijken, maar dat klopt toch niet.

Het is mijn mening dat we niet altijd het warme water moeten uitvinden. We kunnen inderdaad een beroep doen op professionele mensen die dat kunnen en dat kennen en daar heel snel mee aan de slag gaan. Dat kan alleen maar iedereen ten goede komen, ook de hele operatie vrijheid en de snelheid ervan. Dat is natuurlijk cruciaal. Iedereen wil zo snel mogelijk die operatie volmaken. Misschien is het een optie om per eerstelijnszone een multidisciplinair team samen te stellen van artsen, apothekers, eventorganisatoren en eventsuppliers, zodat we nog sneller kunnen schakelen om de volgende fase uit te rollen, of om een coördinator logistiek vanuit de eventindustrie aan stellen.

De heer De Loor heeft het woord.

Ik wil de minister danken voor zijn antwoord. Minister, ik ben tevreden dat de eventsector uiteindelijk worden betrokken bij de vaccinatiestrategie en het opzetten van de vaccinatiecentra want zij beschikken over heel wat knowhow en hebben heel wat talent in huis. Bovendien hebben ze het het voorbije jaar al bijzonder moeilijk gehad en het ziet er niet naar uit dat zij de eerstkomende weken en maanden uit dat moeilijke water zullen geraken. We moeten dat talent inzetten om de lokale besturen te ondersteunen.

Maar er blijven natuurlijk nog heel veel vragen bij de burgemeesters. We moeten de eventsector inzetten op zijn sterktes en heel nauw betrokken houden bij de uitrol van deze vaccinatiestrategie. De kwaliteit van de vaccinatiecentra en van het vaccineren moet gegarandeerd worden. Vandaar mijn vraag, minister: hoe zult u ervoor zorgen dat die kwaliteitsnormen overal worden gehaald?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Ik ben blij dat ik van verschillende mensen hoor dat het belangrijk is dat de vaccinatiecentra zeer nabij zijn en mensen ze goed kunnen bereiken. Je hebt heel mobiele 65-plussers die overal geraken met de wagen, maar er is ook een groot deel dat niet met de wagen kan rijden of afhankelijk is van het openbaar vervoer. Dan lijkt het mij belangrijk om voldoende nabije en bereikbare vaccinatiecentra te hebben. Dat zal niet voor elke eerstelijnszone hetzelfde zijn. Je hebt bijvoorbeeld zeer uitgestrekte eerstelijnszones. Ik denk aan de Kempen. Als daar twee vaccinatiecentra zijn, zal dat voor de mensen ook nog een grote verplaatsing zijn. Dat wil zeggen dat sommige mensen 40 minuten met het openbaar vervoer moeten rijden, wat de drempels verhoogt. Dat is mijn eerste punt.

Mijn tweede punt is het opvolgen van de mensen die gevaccineerd worden. Men kan aangeven dat men geen vaccin wil hebben, maar wij merken in de praktijk dat het heel belangrijk is bij de griepvaccinatie om mensen op te bellen die niet gevaccineerd zijn en ook niet hebben laten weten dat ze niet willen gevaccineerd worden, om te horen wat de drempels zijn en hoe we hen toch kunnen bereiken om die vaccins toe te dienen.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

We hebben gisteren in de commissievergadering uitvoerig al heel wat vragen behandeld rond de vaccinatie, maar ik heb toch nog een opmerking en een vraag voor u, minister.

Eerst en vooral over de essentiële beroepen. U wacht hier een advies af over wie eigenlijk onder de definitie van essentiële beroepen valt, een advies dat halverwege december door u gevraagd werd, veel te laat dus. Onze fractie vraagt al van voor het zomerreces dat u zou beginnen met het uitwerken van een strategie. Wij hopen, minister, dat u dit advies tijdig zult ontvangen.

Mijn vraag gaat over de lijst van de risicopatiënten die in de tweede fase gevaccineerd zullen worden. Op vraag van collega De Reuse gisteren in de commissievergadering zei u dat u onder andere artsen en apothekers zult inschakelen om die lijsten, die we dringend nodig hebben om de uitnodigingen tot vaccinatie op te maken, op te stellen. U hebt daar een goed oog in. Maar deze morgen kwam Roel Van Giel van Domus Medica op Radio 1 waarschuwen dat dit geen eenvoudige oefening zal zijn en dat dit langer gaat duren dan velen verwachten. Minister, steekt u uw hand in het vuur dat alle data rond de risicopatiënten tijdig aangeleverd zullen worden?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Dank u wel, ministers, voor de antwoorden. We hebben hier vorige week een stevig debat gehad en het is fijn om te zien dat er voor heel wat zaken antwoorden op tafel liggen. Dat moet ook gezegd worden.

We hebben het er gisteren in de commissievergadering – en ik kijk naar minister Beke – ook over gehad, maar ik denk dat het een gemeenschappelijke bezorgdheid zou moeten zijn. We mogen niet de fout maken dat we ervan uitgaan dat met dit type communicatie iedere Vlaming op de hoogte is. Er zal heel veel werk gemaakt moeten worden van een communicatieplan dat in alle richtingen gaat en dat heel veel doelgroepen in ogenschouw neemt. Minister Somers, in het voorjaar zijn er meertalige communicaties gekomen rond covid. Ik denk dat we gelijkaardige zaken moeten doen. Vandaar toch de vraag: ligt er op dit moment een communicatieplan op tafel dat ervoor zorgt dat ook kwetsbare groepen in de samenleving tijdig op de hoogte zijn en meteen de juiste informatie hebben, omdat dat toch van cruciaal belang is om ook hen te overtuigen en mee te nemen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega’s, ik wil iedereen bedanken voor de heel constructieve sfeer, omdat het mijn overtuiging is dat deze operatie alleen maar gaat lukken door samen te werken: samen te werken tussen besturen, samen te werken tussen de private sector en de overheid, samen te werken met burgers, en ook in dit parlement proberen zo veel mogelijk samen te werken. Vanzelfsprekend ontslaat dit het parlement niet om kritisch te zijn, maar ik denk dat het mee zoeken van antwoorden en oplossingen heel belangrijk is. We mogen niet vergeten: dit zal de grootste logistieke operatie zijn die wij ooit hebben gekend sinds de Tweede Wereldoorlog, de allergrootste. Bovendien zijn we afhankelijk van anderen, zijn er variabelen, onbekenden, die we niet in de hand hebben: de snelheid waaraan er gefabriceerd wordt, de erkenning van vaccins en dergelijke meer. Dat zal een ‘work in process’ blijven, waar we permanent moeten bijsturen.

We hebben gelukkig één grote troef. Onze lokale besturen zijn probleemoplossers, die kunnen problemen oplossen. En we hebben een sterke eventsector die ons daar ook bij gaat helpen. We vragen ongelooflijk veel van onze lokale besturen. Ik zou durven – en de collega’s van de PVDA mogen het mij niet kwalijk nemen – Che Guevara te citeren: ‘Wees realistisch, vraag het onmogelijke.’ We gaan dat moeten doen, we gaan het onmogelijke moeten vragen.

U weet dat mensen een geschreven brief gaan krijgen, een oproepingsbrief. Waar we de mail en de sms van hebben, gaan we die ook nog een mail en sms sturen. Maar dan moeten die mensen zich ook nog registreren. Ze gaan dat telefonisch kunnen doen of digitaal. Elk lokaal bestuur zal een helpdesk moeten hebben om mensen te helpen, zij die dat niet kunnen, mensen met vragen, die angst hebben: ‘Kan ik me wel laten vaccineren?’ Lokaal kan men die mensen het beste helpen. Ze gaan mensen moeten helpen bij de vraag naar mobiliteitsnoden, door verschillende collega’s aangekaart. Lokale besturen kunnen dat. Ook daar is de taxisector, de mindermobielencentrale ongelooflijk hard bezig om na te denken en mee te werken om dat mee op te lossen. En we gaan mensen moeten sensibiliseren. Daar is het Agentschap Integratie en Inburgering bijvoorbeeld een heel project aan het maken om dat zo maximaal mogelijk te doen. We hebben er allemaal belang bij dat zo veel mogelijk mensen gevaccineerd worden. U ziet ook het aantal stijgen. Het vertrouwen groeit, het enthousiasme groeit. We zitten in Vlaanderen nu al aan 80 procent mensen die gevaccineerd willen worden. Ik geloof, echt waar, dat, als we daar goed werk van maken, dat nog meer kan zijn.

We vragen dus heel veel van die lokale besturen, maar ik ben er ook van overtuigd dat zij het niveau zijn dat dat het beste kan. Ik wil hen dan ook danken. Ik wil ook de eventsector danken, die we, voor alle duidelijkheid, permanent gaan betrekken. We gaan nu trouwens elke week webinars organiseren, om zoveel mogelijk informatie accuraat te kunnen blijven geven en om bij te sturen waar nodig. En we zullen ook een beroep moeten doen op de samenleving, om al die posten te bemannen. Maar ook daar is er ongelooflijk veel bereidwilligheid om mee te werken. Collega Beke heeft daarvoor een website ontwikkeld. Ik heb het zelf bevraagd bij mijn eigen stad: 36 uur geleden heeft men de vraag gesteld wie kan helpen, op amper 24 uur waren er 100 mensen – oud-artsen, gepensioneerde artsen, mensen die ooit nog een opleiding hebben genoten als ambulancier – die allemaal willen meewerken. Het is dat dat we moeten vasthouden en versterken. En dan kunnen we die operatie tot een groot succes maken. Dat is alleszins mijn overtuiging. Ik heb daar de voorbije uren en dagen zoveel positiviteit en zoveel oplossingsgericht denken gezien, dat we vandaag inderdaad al veel verder staan. Ik kan hier met nog veel meer zekerheid zeggen dat op 1 maart al die vaccinatiecentra klaar zullen zijn. Als de producten er zijn, als de vaccins er zijn, zullen we spuiten kunnen geven. De capaciteit van die 60 tot 120 centra is van dien aard dat er werkelijk massaal kan worden geleverd. We zullen massaal kunnen spuiten. (Applaus bij Open Vld)

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, ik wil een aantal bijkomende vragen beantwoorden. Collega Parys, u vroeg of men bij de eerste uitnodiging meteen ook de tweede uitnodiging voor het vaccin zal krijgen. We gaan het niet op zijn Nederlands doen, wat dat betreft. Als men zich aanmeldt om het eerste vaccin te laten zetten in een vaccinatiecentrum, kan men meteen een afspraak maken, op maat van de burger, om een tweede vaccin te kunnen zetten. Dat zal dus ook meteen ingepland worden. Dat lijkt ons gemakkelijker dan op te leggen wanneer het precies moet zijn.

De artsen zullen inderdaad dat proces kunnen volgen. We hebben Vitalink, waar de artsen in kunnen. Er is ook een link gemaakt tussen Vaccinnet en Vitalink, om het hele proces te kunnen volgen. Dat is nodig om individuele redenen, om patiëntenredenen en medische redenen. Maar dat is ook nodig om geglobaliseerde redenen, om de globale evoluties van de vaccinatie mee te kunnen volgen enzovoort.

Wat de financiering betreft: dat zal een aardige duit kosten voor de vaccinatiecentra. Collega Saeys heeft gevraagd hoe dat precies zal verlopen. We zijn in overleg met het federale niveau om een aantal praktische afspraken te maken. Bijvoorbeeld als artsen of thuisverplegers zich ingezet weten, hoe gaat dat precies verlopen? We hopen daar snel uitsluitsel over te kunnen geven. Dat is een van de redenen waarom we nog niet alle toeters en bellen kunnen geven aan de eerstelijnszones over hoe het er precies zal uitzien. Maar we hebben overeenkomsten gevonden in de schakelzorgcentra, heel pragmatisch, om tot overeenkomsten te komen. En dat werkt. Er zullen op het einde van de rit wel een aantal verrekeningen zijn. Voor een aantal zaken hebben we de sleutels 80/20 om dat te kunnen doen, zoals u weet.

De mobiele equipes zullen we dus ook op die manier doen. We gaan dat niet vanuit Vlaanderen van bovenaf opleggen. We gaan niet zeggen dat zo'n mobiele equipe er zus of zo moet uitzien. We gaan een basis naar voren brengen waarmee men in de eerstelijnszones en de lokale besturen aan de slag kan, om te zeggen: we gaan dat op die manier doen, met de mensen die lokaal in de thuiszorg werken, de artsen die er zijn, met de huisartsenkringen. Ik denk dat het op die manier ook het beste werkt. De hele operatie is een samenspel tussen de eerstelijnszones en de lokale besturen. In de eerstelijnszones zitten de mensen met de medische knowhow, de medische kennis en de medische netwerken om anderen mee te mobiliseren. Ze zitten daar niet alleen namens zichzelf, ze vertegenwoordigen daar ook bepaalde groepen. De lokale besturen zijn goed in het organiseren van het hele niet-medische logistieke proces. Daarom is dat samenspel ook zo belangrijk, om dat tot een goed einde te kunnen brengen.

Wat de financiering betreft, onder andere van de inzet van de Minder Mobielen Centrales: wij zijn aan het bekijken hoe de eerstelijnszones precies kunnen worden gefinancierd.

Wat de disclosure-elementen betreft die vanmorgen op de IMC werden besproken: de federale overheid ondertekent namens België, dus ook namens de deelstaten, contracten met de EU. Het zijn dus niet de deelstaten die dat doen. Dat is het element dat aan bod is gekomen. Het is natuurlijk wel zeer belangrijk dat datgene wat in uitvoering is, ook in overleg gebeurt met de deelstaten. Zo kunnen we onze strategie en de toepassing van onze strategie daaraan aanpassen.

We hebben zaterdagvoormiddag een IMC gehad over de bijkomende aankoop van de Pfizervaccins. Hoeveel gaan we er vragen in dat contingent van 300 miljoen? We zijn samen overeengekomen om er 10 miljoen te vragen. Uiteindelijk is er 7,5 miljoen uit gekomen. De ambitie – en dat was het oogmerk – was om een redenering op te zetten die ons toelaat om zoveel mogelijk vaccins voor de zomer te kunnen krijgen. Daar hopen we op de 4,4 miljoen voor België, met het Vlaamse aandeel. Daar ging dus die discussie over.

In het hele logistieke proces gaat het over de vaccinatiecentra, de vaccins, maar ook, niet het minst, over de mensen. Collega Somers heeft daar ook al naar verwezen. We zullen gebruik moeten maken van de professionele krachten: de mensen die werken in de zorg, de mensen die werken in welzijn. Maar we zullen daar ook gebruik kunnen maken van heel veel mensen die zich vandaag aandienen, mensen die daar mee hun schouders onder willen zetten. Dan moeten we goed zoeken naar een manier om vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. We hebben dat vorig jaar gedaan met het platform ‘Help de helpers’. Ik heb dus gevraagd om dat platform aan te passen. Zodra we weten waar de vaccinatiecentra komen, kan men op een heel eenvoudige manier aanvinken wanneer men kandidaat is om te helpen in het vaccinatiecentrum van bijvoorbeeld Mechelen of Lommel of Antwerpen of waar dan ook. Diegene die instaat voor de organisatie van het vaccinatiecentrum, kan dan op een heel eenvoudige manier die lijst krijgen en de mensen contacteren.

Collega Saeys, uw bedenking over Moderna is zeer terecht. Eigenlijk is dat nog een fragieler vaccin dan Pfizer. Dus is het ook de bedoeling om dat in eerste instantie in de ziekenhuizen in te zetten. Dat is de veiligste context, want het is vooral het vervoer dat het Modernavaccin fragiel maakt. We gaan Moderna dus daarvoor inzetten. Maar we zullen in de ziekenhuizen ook andere vaccins inzetten.

Over de essentiële functies, collega Wouters, hebben we het gisteren gehad. Toch een rechtzetting: het gaat niet over de essentiële beroepen. Het gaat over functies. Dat wil zeggen: waar, in welk bedrijf voert wie een essentiële functie uit? En wie niet? Dat is de vraag die vorig jaar al concreet is gesteld aan de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk. Wij hopen daar zo snel mogelijk een antwoord op te krijgen.

De oefening rond de risicopatiënten moet inderdaad gebeuren. Dat is geen gemakkelijke oefening, want we spreken hier over patiëntengegevens. Collega Saeys, de huisartsen hebben die gegevens. U weet dat. Collega Vandecasteele, u weet dat ook. Ik weet niet of er nog dokters in de zaal zitten? Die gegevens zijn er. Die moeten daaruit gehaald worden. Maar dat zijn natuurlijk fragiele gegevens. Het gaat over patiëntengegevens. Daar is natuurlijk het medisch geheim, vandaar dat ze niet zomaar aan iedereen kunnen worden opengesteld. Maar het is wel de bedoeling om daar gebruik van te maken, en ook van de databestanden van de mutualiteiten. Ik herinner mij dat minister Maggie De Block voor de ‘chronic care’-projecten ook gebruik heeft gemaakt van die databestanden. Dat is dus wel mogelijk, maar het is natuurlijk een gigantische operatie om dat allemaal tot een goed einde te kunnen brengen.

Op de vragen over de doelgroepencommunicatie heeft minister Somers al geantwoord. Het is inderdaad wel belangrijk om zo breed mogelijk te zijn in de finale ambitie die we allemaal delen: zoveel mogelijk Vlamingen en mensen in Vlaanderen gevaccineerd krijgen.

De heer Parys heeft het woord.

Dank u wel voor de concrete antwoorden.

Collega’s, ik denk dat iedereen hier wel voelt dat we op een moment van de hoop zitten. Dat kan een heel belangrijk omslagmoment zijn in deze crisis. Dat is iets heel kostbaars. Dat is iets wat we allemaal samen moeten koesteren. Ik hoop dus ook echt dat we dat moment zullen gebruiken om die positieve omslag te maken. Daarom wil ik de Vlaamse Regering oproepen om heel goed en heel duidelijk te communiceren. U hebt daarnet geschetst hoe moeilijk het is om deze grootste logistieke operatie sinds de Tweede Wereldoorlog effectief goed uit te voeren. Dan is het belangrijk dat iedereen goed op de hoogte is van de valkuilen en de onzekerheden die er vandaag nog zijn, van een aantal parameters of variabelen, waarmee we bedoelen dat we niet exact weten wanneer welk vaccin aangeleverd zal worden en wanneer we het dus exact aan die vaccinatiecentra kunnen leveren.

Afsluitend wil ik oproepen om daar duidelijk over te zijn. Wees daar eerlijk over, wees daar open over, zodat we het goede moment van vandaag, het moment van de hoop en het perspectief, effectief kunnen omzetten in het exitmoment van deze crisis.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Bedankt, minister, voor uw bijkomende antwoorden. Ik denk dat iedereen beseft dat deze vaccinatiecampagne wel eens de belangrijkste sinds vele jaren kan zijn. De aandacht voor de mobiliteit van de mensen is cruciaal, om toch ook hen voldoende kansen te geven om naar een vaccinatiecentrum te gaan.

We hebben gisteren in de commissie de vaccinatiestrategie nog eens duidelijk gehoord, minister. We mogen toch fier zijn op hoe snel alles nu in gang kan worden gezet om ook het verdere verloop te kunnen garanderen. De bevolking staat alleszins klaar om gevaccineerd te worden, en het vertrouwen daarin groeit elke dag meer en meer. Het zal nu de taak van de lokale besturen zijn om alles verder uit te werken, maar u mag erop rekenen dat de steden en gemeenten de handen uit de mouwen zullen steken. Ze zullen de handen niet in het vuur steken, maar ze zullen echt wel paraat staan om verder werk te maken van die vaccinatiecentra om alles tot een goed einde te brengen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Deze vaccinatiestrategie is natuurlijk de kern. Hier hebben we op gewacht. We willen onze vrijheid herwinnen en de mensen kijken echt vol verwachting uit naar het moment waarop ze hun vaccin zullen krijgen.

Er zijn nog wel wat vragen. Ik denk dat het inderdaad zeer belangrijk is dat we goed en duidelijk en ook op tijd communiceren als er wijzigingen zouden gebeuren. We weten allemaal dat er en cours de route zaken gebeuren en dat er verschillende elementen meespelen. Ik denk dat het heel belangrijk is om de mensen zo goed mogelijk en zo correct mogelijk te informeren, zodat we toch zeker voor de zomer onze vrijheid kunnen herwinnen.

De heer Tommelein heeft het woord.

Ik dank u voor uw inzichten, minister. Ik onthoud dat u reeds contact hebt gehad met die sector en dat u vooral een opportuniteit ziet om die sector permanent in te zetten. Ik zie dat heel wat steden en gemeenten al op de kar gesprongen zijn, maar dat er zich inderdaad ook heel wat mensen spontaan aanbieden, zowel om medisch als om logistiek te ondersteunen. In het belang van iedereen die werkzaam is in de eventsector hoop ik ook dat heel wat anderen zullen volgen. Ze hebben gewoon de kennis. Ze zijn het gewoon om snel te schakelen. We hebben dat deze zomer al aan de kust gedaan met de crowdcontrol en de mobiliteitsaanpak. Dat waren ook mensen die in de eventsector op festivals actief waren. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we deze boodschap hebben gegeven. Dank u wel.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik wil me aansluiten bij de woorden van de heer Tommelein, want de ideale manier om ervoor te zorgen dat alles snel, maar ook veilig verloopt, is de evenementensector hier heel nauw bij te betrekken. Als we ervoor willen zorgen dat ook de kwaliteitsnormen in heel Vlaanderen worden gehaald, dan is het inschakelen van de evenementensector onontbeerlijk. Ze hebben het de voorbije maanden en het voorbije jaar al heel moeilijk gehad. Ze zijn als eerste in lockdown gegaan en het ziet ernaar uit dat ze ook als laatste echt ‘full force’ zullen kunnen werken. Mijn toch jarenlange ervaring met de evenementensector is dat dat geen klagers, maar doeners zijn, net als de lokale besturen.

Ze denken oplossingsgericht en werken oplossingsgericht. Vandaar dat het voor de sp.a belangrijk is dat deze sector niet wordt vergeten en dus de oproep om haar kwaliteiten te erkennen en haar talent te gebruiken, en dat is organiseren.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.