U bent hier

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021, het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021 en het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2021.

Toerisme

Dames en heren, we gaan nu over tot het onderdeel Toerisme.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, de coronacrisis domineerde bijna alle beleidsmatige discussies over toerisme. Ik begrijp dat door corona een toerismebeleid voeren niet evident is want het coronavirus heeft het toerisme wereldwijd tot stilstand gebracht. De gevolgen van deze crisis zullen ons nog een hele tijd achtervolgen. De logiessector, om maar een van de toeristische sectoren op te noemen, heeft al meermaals aan de alarmbel getrokken. Door de tweede lockdown, waar we ondertussen in verzeild zijn geraakt, ziet de sector de toekomst somber in. Velen zitten al door hun reserves heen. Een blijvende ondersteuning blijft dan ook zeer noodzakelijk.

Los van corona moeten in de logiessector een aantal zaken worden bijgestuurd. In deze sector zijn er heel wat terechte bezorgdheden, onder andere over de oneerlijke concurrentie van verhuurplatformen zoals Airbnb. Die oneerlijke concurrentie moet maximaal worden tegengegaan want een gelijk speelveld lijkt mij uitermate belangrijk voor de logiessector. Momenteel glippen logiezen die niet in orde zijn te gemakkelijk door de mazen van het net. Illegale verblijven moeten gemakkelijker kunnen opgespoord worden.

Minister, het relancebeleid dat voor het toerisme zal moeten gevoerd worden is niet alleen broodnodig voor de Vlaamse toeristische sector, maar biedt ook kansen om de sector op termijn te versterken en kwalitatief te verbeteren. Heel wat mensen hebben hun eigen streek opnieuw leren kennen tijdens de aaneenschakeling van lockdowns en reisbeperkingen. Heel wat gezinnen kozen ervoor om hun jaarlijkse buitenlandreizen te vervangen door een reis dichter bij huis. Het was de ideale gelegenheid voor heel wat Vlamingen om de culturele, culinaire en toeristische rijkdom van hun eigen land en streek beter te leren kennen. Het is enorm belangrijk dat we in het relancebeleid op deze ervaringen verder bouwen.

Minister, we hebben het afgelopen jaar ook gezien dat technologie een reusachtige meerwaarde kan bieden aan het toerismebeleid. De app YouFlanders biedt heel wat mogelijkheden voor uitbreiding in de toekomst. Dit toont aan dat technologie voor een relatief laag kostenplaatje mensen in contact kan brengen met toeristische attracties. Ik hoop dan ook dat u hierin verder zult blijven investeren.

Hoe groot de meerwaarde ook is, we kunnen niet alleen voortbouwen op het lokale toerisme. De kunststeden waar Vlaanderen zo rijk aan is zijn enorm zwaar getroffen door de quasi totale ineenstorting van het internationale toerisme. Volgens sommige bronnen komt er zelfs pas in 2024 een volledig herstel. We missen nog steeds een structureel actieplan op maat voor de kunststeden om er weer bovenop te komen.

Dit jaar werd al eenmalig 250.000 euro toegekend aan de Kustreddingsdienst. Tijdens de begrotingsbespreking in de commissie vroeg ik u of er een structurele ondersteuning zou komen voor de toekomst. Het is nu nog wachten op de evaluatie van de Kustreddingsdienst van afgelopen zomer. Ik hoop alleszins dat onze reddingsdienst de broodnodige structurele ondersteuning zal krijgen die hij verdient aangezien onze redders garant staan voor de veiligheid op de Vlaamse stranden. Dit jaar waren de omstandigheden moeilijk. U herinnert zich wellicht de rellen met de Brusselse allochtone jongeren van voorbije zomer.

Minister, uit onderzoek blijkt dat ongeveer 1 miljoen Vlamingen zich om financiële redenen zelfs niet één keer per jaar een vakantie buitenshuis kunnen veroorloven. De vakantiearmoede zal door de coronacrisis enkel nog toenemen. U heeft zich in de commissie geëngageerd om ook volgend jaar, indien dat nodig blijkt, extra middelen vrij te maken voor het project ‘Iedereen verdient vakantie’. Dat is iets wat wij alleszins verder zullen blijven opvolgen.

In de reisbureausector zijn heel wat kleine ondernemingen en kmo’s zwaar getroffen. Het gaat hier toch om zo’n zevenduizend arbeidsplaatsen. Heel wat zaken moeten dan wel federaal geregeld worden, maar ik wil u toch oproepen, minister, om ook deze sector maximaal vanuit Vlaanderen te ondersteunen daar waar u dat kan.

Voorzitter, ik rond af.

Schitterend.

Er is heel wat werk aan de winkel. De coronacrisis zal een enorm ambitieus relancebeleid vereisen. We hebben de kans om de Vlaamse toeristische sector te versterken en te verbeteren. Ik hoop dat deze Vlaamse Regering dit ten volle beseft en die kans ten volle zal grijpen.

Collega’s, ik ga ervan uit dat collega Slagmulder voor iedereen hier aanwezig redelijk volledig is geweest? Ja?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega's, we hebben het er heel vaak in de commissie over gehad. Ik wil alle parlementsleden danken die in de commissie vaak zijn tussengekomen. Inderdaad, deze sector heeft het heel moeilijk gehad en zal het ook nog moeilijk hebben. Vanuit Vlaanderen, ook van minister Crevits en met dank aan de minister van Begroting, werden altijd de nodige middelen vrijgemaakt voor de financiële ondersteuning van de sector. Maar zoals u zegt, klopt het dat onderzoek aantoont dat de crisis nog lang zal duren – tot 2024 wordt gezegd. Als we de komende jaren nog meer inzetten op de buurlanden, denk ik dat het niet 2024 zal zijn, maar misschien 2023 of 2022. We gaan meer inzetten op onze buurlanden. We hebben 150 miljoen euro. We moeten de juiste keuzes maken. U hebt verwezen naar de kunststeden die enorm zwaar getroffen zijn. We zien dat de groene regio's het beduidend beter hebben gedaan tijdens de vakantiemaanden. Er is de 100 miljoen euro voor het congrestoerisme, waarbij we vooral moeten gaan kijken naar een state-of-the-art, unieke beleving, om de boot niet te missen, maar ook de 50 miljoen euro voor hefboomprojecten waar we de kunststeden mee kunnen ondersteunen. We hebben een aantal internationale evenementen die niet zijn kunnen doorgaan en die normaal gezien naar het einde van volgend jaar worden doorgeschoven, maar dat valt allemaal nog wat af te wachten.

Ik heb gezegd dat er een evaluatie is van de reddingsdiensten, ik ga ervan uit en hoop dat die evaluatie positief zal zijn. Daarom gaan we dat vanuit Vlaanderen structureel financieren. De redders helpen elke Vlaming, elke toerist. Het is dan ook niet meer dan normaal dat we dat vanuit Vlaanderen doen.

Wat betreft de reisbureaus heb ik een interfederale crisiscel bijeengeroepen. De bezorgdheden daar zijn enorm. Ik hoop dat men heel snel kan ingaan op de vraag vanuit Vlaanderen om bijeen te komen om de toestand van de reisbureaus op de tafel te leggen.

Collega Vaneeckhout, het restaurant is speciaal voor u weer opengegaan.

Ik heb al gegeten, voorzitter. Ik heb me speciaal gehaast om hier te zijn, maar ik ga heel kort zijn.

Minister, we hebben het er in de commissie ruim over gehad, met verschillende vragen. Ik ben zeer erkentelijk voor de inspanning die gebeurt voor de reddingsdiensten. Ik denk dat de klemtonen van uw beleid goed zitten, maar u weet dat wij, net als u hoor ik nu, vooral de focus in de relance willen leggen in dat euregionaal toerisme, de ons omringende landen, en ook het binnenlands toerisme. Ik wil de lijn doortrekken naar het congrestoerisme. U weet dat dat voor ons een vraagteken is. Ik weet dat daar niets definitiefs over is beslist, maar van die 84 miljoen euro voor het Antwerps congrescentrum vinden wij een ‘spending review’ belangrijk om te weten of dat de beste vorm van investeren is.

Voorzitter, het spijt mij dat het nu over Antwerpen gaat, wat het gevoeliger maakt, maar ik wilde die opmerking toch nog een keer maken.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, ik was aan het overwegen om heel kort de inspanningen rond de vakantie-armoede te benadrukken. We hebben het daar in de commissie over gehad. Wij vinden het bijzonder positief dat er wat betreft het decretale werk vooruitgang wordt geboekt, alsook dat de nodige budgetten zijn voorzien in de begroting om ervoor te zorgen dat zoveel als mogelijk mensen kunnen genieten van vakantie, waar dat anders niet mogelijk zou zijn, en kunnen deelnemen aan dagactiviteiten of vrijetijdsparticipatie. Dat vinden wij cruciaal. We zijn er dus zeer erkentelijk voor dat dat in de begroting is opgenomen.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Dan is Toerisme afgesloten.

Omgeving

Dames en heren, we bespreken nu het onderdeel Omgeving.

Er zijn vijf sprekers ingeschreven. Collega’s, het gaat niet over de bouwshift vandaag. Als u zich daar niet aan houdt, dan zal ik u onderbreken. We hebben daar gisteren drie uur over gedebatteerd. Kunnen we dit afspreken alstublieft?

De heer Gryffroy heeft het woord. U hebt vijf minuten.

Ik ben blij dat we met betrekking tot energie en klimaat voor het eerst spreken over de definitie van teller en noemer. In de teller staat hernieuwbare energie. In de noemer staat energie-efficiëntie. Ik heb al heel vaak gezegd dat het kilowattuur dat we niet verbruiken, het goedkoopste en het groenste is. In de Trias Energetica kijk ik ook altijd eerst naar wat ik niet moet verbruiken en hoe ik het minder kan doen.

Daarom is het zeer goed dat we inzake energie-efficiëntie gaan van bijna een 0 eurobeleid naar een beleid van meer dan 200 miljoen euro per jaar. Ik denk aan de ondersteuning van woningrenovatie in de vorm van energieleningen, het Noodkoopfonds, het renovatiekrediet, renovatie voor doelgroepen met doelgroepappartementen en -huurwoningen, een rollend fonds, aangepaste REG-premies (rationeel energiegebruik), sloop- en heropbouwpremies, geen aardgas meer voor grotere projecten, uitfasering van mazoutketels enzovoort. Voor de niet-residentiële gebouwen den ik aan een databank, no-regretmaatregelen, het energieprestatiecertificaat (EPC), de energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s) enzovoort. De industrie en de ondernemingen gaan erin mee. Verbreden en verdiepen. Verbreden: meer bedrijven. Verdiepen: we hebben het niet enkel over energie, maar over alles dat CO2-gerelateerd is.

Zal de uitwerking van dit alles helemaal perfect zijn het komende jaar? Neen, natuurlijk niet. Er zullen nog heel wat kleine probleempjes, angeltjes bovenkomen, waardoor we heel snel zullen moeten bijschaven en bijsturen. Dat is ook nodig en dat is ook normaal. Ik heb daar geen probleem mee. Dat kan het voortschrijdend inzicht zijn.

Dan kom ik tot de teller. Uiteraard hebben we geen problemen met hernieuwbare energie. Zonnepanelen en windenergie zijn zeer goed, maar er zijn twee voorwaarden, namelijk het draagvlak en kostenefficiëntie. Het mag niet zijn dat het doel de middelen heiligt. Er zijn veel mogelijkheden. We hebben een zonneplan en een windplan opgemaakt. Kijk naar hoe je kunt ‘repoweren’, naar hoe je Vlaamse grond kunt gebruiken en via een call nagaat waar er windmolens gezet kunnen worden. Er moet echter een draagvlak zijn. Dat zal waarschijnlijk in de toekomst betekenen dat we moeten werken met strengere normen, want het Europees Hof van Justitie heeft onze regelgeving afgekeurd.

We werken ondertussen met calls, iets waar ik al heel lang voor heb gepleit. Ik ben dan ook blij dat we voor PV (photovoltaic) werken met een call, maar ook voor wind voor kleinere projecten. Ook voor de call groene warmte, restwarmte wordt deze methodiek gebruikt. Die methodiek speelt veel beter in op de noden van de markt.

We gaan inderdaad over naar digitalisering van de energietransitie met de digitale meter, waardoor je je verbruik beter kent. Beste mensen, 50 procent van uw verbruik is sluimerverbruik. Met een digitale meter kun je perfect zien wat je wanneer verbruikt. Dat heeft fantastische eigenschappen.

We gaan ook over naar lokale energiegemeenschappen, zonnedelen, injectievergoeding, flexibiliteit. De premie op de batterij wordt verlengd. In de toekomst zal er geen dag- en nachttarief meer zijn, maar zal het gebeuren in functie van het aanbod. Je zult je verbruik dus moeten verschuiven in de tijd.

Het klimaat is niet enkel energie, maar ook transport, landbouw, economie, lokaal beleid dat heel specifiek wordt uitgewerkt met het expertisenetwerk, een samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en het Vlaams Energiebedrijf om de kennis die gefragmenteerd is, samen te brengen. Het lokale beleid wordt bottom-up benaderd.

We hebben het dus ook over andere sectoren, zoals transport, landbouw en economie. Het is transversaal. We hebben een coördinerend minister van Klimaat. Transversaal betekent dat er inspanningen moeten gebeuren over alle sectoren heen. Je kunt niet bepaalde sectoren uitsluiten, want dan wordt de target die gehaald moet worden, beperkt tot een aantal sectoren, waardoor de inspanningen zoveel zwaarder zijn.

Voor energie en klimaat moet er een bottom-upbenadering zijn. Het moet van onderuit komen. Mensen verwachten ook dat het betrouwbaar en kostenefficiënt is. Het moet realistisch zijn en geen opbod van procenten, targets en getallen, want zo creëer je geen draagvlak. Als je geen draagvlak hebt, dan is het moeilijk om iedereen mee te krijgen. Door nu te focussen op de noemer van energie-efficiëntie dragen we veel beter bij tot dat draagvlak. Daarom onderschrijven dit zeer sterk.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil voor een stuk inpikken op wat de heer Gryffroy heeft gezegd en vooral op de term kostenefficiëntie. We hebben vanochtend al een vrij serieuze discussie gehad over de carbon leakage en het Klimaatfonds.

Inderdaad.

Collega Gryffroy heeft die tot mijn spijt gemist. Hoe dan ook moeten we vaststellen dat we inzake kostenefficiëntie al jarenlang de middelen uit dat fonds ploegen naar bedrijven die er niet meer in slagen om hun uitstoot nog verder terug te dringen. Hoe u dat kostenefficiënt noemt, is mij een mysterie. Het is eigenlijk een stuk industriële politiek, en dan nog een zeer kortzichtige industriële politiek overigens. Ik wilde dit gebruiken om het bruggetje te maken naar wat minister Crevits zei, namelijk dat zonder die basisindustrie isolatie en windmolens niet mogelijk zouden zijn. En ze heeft daarin gelijk, uiteraard, maar dan zouden onze inspanningen op dat vlak misschien iets mogen opleveren. We stellen echter vast dat Vlaanderen vandaag inzake hernieuwbare energie kilometers achterloopt op zijn doelstellingen en dat het verhaal precies hetzelfde is wanneer het gaat over de isolatie van woningen. Met andere woorden, het helpt niet, met of zonder die industrie, voor onze eigen ambities en doelstellingen. Het werkt in zoverre zelfs niet, dat merken we ook in deze begroting, dat we zelfs rechten zullen moeten aankopen in andere regio's om aan onze Europese verplichtingen te voldoen. We zullen daar ongeveer evenveel belastinggeld aan besteden als voorzien is voor de renovatie van woningen.

Collega's, ik weet niet of u dat kostenefficiënt vindt maar in mijn oren klinkt dat in elk geval absurd. We geven in de twee gevallen geld uit maar deze regering kiest er eigenlijk voor om dat uit te geven in het buitenland in plaats van het hier in eigen land productief te investeren. Vandaar ons pleidooi, en onze amendementen op de begroting, om een beetje consequenter te zijn met uw verklaringen en te investeren in het isoleren van woningen van Vlamingen die niet beschikken over de middelen om dat snel zelf te doen. Dat is geld dat een onmiddellijk effect heeft op tewerkstelling, op het energieverbruik en dus ook op de uitstoot, en op de levenskwaliteit.

Collega’s, zelfs in Antwerpen hebben ze het intussen al begrepen. Dus we zullen het ook hier nog eens proberen aan de hand van onze amendementen, en kijken of het intussen ook hier stilaan is doorgesijpeld.

Mijnheer Gryffroy, u kent mijn mening over slimme en digitale meters, ik ben daar niet tegen. Maar het heeft geen enkele zin om mensen te wijzen op en bewust te maken van wat ze zouden moeten doen wanneer u er niet tegelijkertijd voor probeert te zorgen dat ze dat ook kunnen doen, dat ze de financiële mogelijkheden krijgen om dat te doen, dat ze de correcte incentive maar ook de juiste hulp krijgen om dat te doen. Als u samen met mij kijkt naar de resultaten van alle premies en goedkope leningen, dan ziet u dat dat niet werkt omdat deze hoe dan ook voor een zeer grote groep mensen, met of zonder digitale meter, niet toegankelijk zijn. Vandaar dus onze amendementen.

Voorzitter, ik zal het niet hebben, toch niet rechtstreeks, over de betonstop maar over de Blue Deal. Er is meer dan 250 miljoen euro in deze begroting voorzien voor de Blue Deal. Dat we dat geld moeten besteden, is mede een gevolg van de klimaatverandering maar ook van jarenlang mismanagement van onze ruimte en van de ongecontroleerde verharding daarvan. Ik juich toe dat we dat doen maar het is wel jammer dat we nu geld moeten besteden aan ontharding om de fouten uit het verleden recht te zetten. En het is nog veel erger dat we er intussen niet in slagen om verdere verharding efficiënt te stoppen. Want wat we nu eigenlijk doen met die 250 miljoen euro van de Blue Deal is het ene perceel ontharden terwijl, en ik verwijs naar gisteren, we aan de andere kant toelaten om het perceel daarnaast opnieuw vol te bouwen. We laten aan de ene kant de bulldozers en de betonmolens hun gang gaan terwijl aan de andere kant bulldozers de schade ongedaan moeten maken. Een de belastingbetaler betaalt twee keer, voor beide operaties.

Laat ons nu eens heel correct en consequent zijn en proberen een beleid te voeren dat globaal consequent is inzake omgeving. En dat is mijn conclusie en die van sp.a bij deze begroting. Er zitten, zoals de Blue Deal, een aantal goede zaken in, net zoals we ook niet tegen premies zijn voor woningisolatie. Maar wat er niet in zit, zijn de echte instrumenten om coherent, doelgericht, resultaatgericht te bereiken wat men met mooie woorden zegt na te streven. En dat zien we keer op keer, nu al jarenlang. We formuleren wel doelstellingen maar we halen ze niet. En u blijft op dezelfde manier proberen maar u zult ze opnieuw niet halen. En dat is jammer want dan bent u inderdaad niet erg kostenefficiënt bezig met het geld van de belastingbetaler. En wat dat betreft, zullen we dus, zeker wanneer dat amendement niet wordt goedgekeurd, niet voor deze begroting kunnen stemmen.

De heer Coenegrachts heeft het woord. Maar u mag niet herhalen wat de voorgangers al gezegd hebben.

Dat is geen probleem. De voorgangers hadden het vooral over energie, en ik wil het over iets anders hebben. (Opmerkingen)

Uw tijd loopt.

Over sociale huisvesting zullen we het later nog hebben.

Ik zetel nu een jaar in dit parlement. Een van de meest pakkende dingen die ik hier meegemaakt heb, was een hoorzitting in de commissie Jeugd. We hebben in deze zaal kinderen en jongeren ontvangen die kwamen getuigen over de impact die de eerste lockdown had op hen en op hun leven. Dat heeft me diep geraakt: al die verhalen over het gevoel van opgesloten te zitten. Collega Vaneeckhout had het erover.

Spreek hem niet aan, alstublieft. (Gelach)

Hij was initiatiefnemer voor die hoorzitting en ik ben hem daarvoor erkentelijk. Ik zeg alleen maar vriendelijke dingen. Daar reageert hij meestal niet op, voorzitter.

Hij zal kunnen beamen dat dit een hoorzitting was die ‘binnengekomen’ is. We hebben daar allerlei conclusies uit getrokken. Ik denk ook dat we de mindshift bij de bevolking daarin moeten kaderen rond het gebruik van ruimte, de nood aan groen in de eigen leefomgeving, het belang van bossen in de buurt. Ik denk dat de minister daarvoor een ambitieus bosplan heeft uitgewerkt en samen met minister Somers ook een lokaal actieplan.

We zien bij de bevolking ook meer aandacht voor die open ruimte. We hadden het er gisteren over. We hebben die open ruimte herontdekt en zijn erin gaan wandelen, hebben erin vertoefd. Ja, collega Bothuyne, dat is een van de conclusies van de lockdown: het belang dat we hechten aan de natuur en aan het vertoeven in de natuur.

Ik wil heel kort terugkomen op het akkoord van gisteren, waarmee we misschien een van de belangrijkste hervormingen in jaren hebben bereikt op het vlak van ruimtelijke ordening. Het kan ook een springplank zijn naar iets waarmee we de volgende jaren nog heel dikwijls bezig zullen zijn, namelijk het concreet maken van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De minister verwees er gisteren naar, in combinatie met de Blue Deal die aangekondigd werd en die we vanaf volgend jaar heel concreet in de praktijk zullen omzetten, op het vlak van de waterdoorlatendheid van Vlaanderen en het bestrijden van erosie. De voorgaande sprekers wezen al op een aantal van deze punten.

Ik denk dat dat interessante tussenkomsten waren? (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Laat u niet afleiden, want uw tijd is bijna op.

Voorzitter, ik rond af. Ook bij ons in de politiek is een mindshift nodig. We weten allemaal dat die verdichting noodzakelijk is, dat we daarop moeten inzetten. Die lockdown en die vraag naar groen in de buurt, in de open ruimte, moet ervoor zorgen dat we waakzaam zijn voor oplossingen als de sovjetwoonblokken. Er moet aandacht zijn voor een veelheid aan woontypes, vooral in centra. Vooral in stedelijke centra moet er ook aandacht zijn voor de private buitenruimtes, voor tuinen en terrassen. Mensen hebben hun persoonlijke ruimte nodig. Ik denk dat dat nog nooit zo hard werd aangevoeld als in het begin van dit jaar. Ik denk dat we die verdichting alleen verkocht krijgen en dat we dat draagvlak alleen bewerkstelligd krijgen door ook op die eigen ruimte in te zetten.

Ik denk dus, minister, dat we volgend jaar – zoals ook in uw beleidsnota staat – zullen moeten inzetten op een soepeler regelgeving, dat we de MER-procedures moeten herzien, de RUP-procedures moeten verkorten, de bouwvoorschriften moeten versimpelen zodat we al die woontypes mogelijk maken.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

We hebben het hier al vaak gehad over het klimaat, maar ik wil het eigenlijk over onze biodiversiteit en natuur hebben. 2020 is wereldwijd het jaar van de biodiversiteit. We hebben een klimaatcrisis, maar u weet, minister, dat wij ook een biodiversiteitscrisis hebben, mondiaal en in Vlaanderen. Het is onze opdracht om die crisis af te wentelen, want op een dode planeet kunnen we niet leven of werken. Laat die coronacrisis, en daarin volg ik de heer Coenegrachts, een wake-upcall zijn om ook op het vlak van biodiversiteit een serieuze tand bij te steken. Die mondiale biodiversiteitscrisis is niet alleen de oorzaak van corona en meteen ook van onze grootste gezondheids- en economische crisis. Corona heeft ook aangetoond dat we de natuur dichtbij echt nodig hebben voor onze mentale en fysieke gezondheid. We hebben de voorbije week een voorstelling gehad van de toestand van de natuur in Vlaanderen. Het blijkt dat die er helemaal niet goed aan toe is. Wat blijkt nog? We hebben niet alleen te weinig natuur, we moeten ook anders investeren in onze natuur. Vlaanderen heeft een dikke buis gekregen voor natuurbeleid. Dat staat in dat recente natuurrapport. De conclusies zijn eigenlijk wel hard. Ondanks het natuurdecreet en de vele inspanningen en investeringen die we al op het vlak van natuur hebben gedaan, zijn we er toch niet in geslaagd om onze biodiversiteit op peil te krijgen en te houden. Onze natuur is nog nooit zo versnipperd geweest en onze soorten gaan achteruit. We moeten eigenlijk zeggen dat we op dat vlak falen.

Wat is het goede nieuws? Daarover zijn we snel uitgepraat. De oppervlakte is een klein beetje uitgebreid en de soorten die binnen onze natuurgebieden leven, doen het ietsje beter. Daarmee is het ook verteld, want ondanks al die investeringen, slagen we er toch niet in om het tij te doen keren. De wetenschappers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) waren wel heel duidelijk. Zij zeiden dat ons natuurbeleid op zijn grenzen botst. We doen wat we kunnen en we proberen alles wat we in ons hebben, maar de bedreigingen komen niet vanuit het natuurbeleid, maar vanuit onze omgeving en vanuit alles wat daarbuiten is. Als we dus iets willen doen aan onze biodiversiteit, en dat is essentieel, want we willen allemaal meer natuur, dan moeten we werk maken van de factoren die de natuur van buiten uit bedreigen. Als we dat niet doen, dan worden onze natuurgebieden niet meer dan openluchtmusea waar we naar soorten kunnen gaan kijken. Ze worden een soort Bokrijk in Vlaanderen. Ik denk, beste mensen, dat, hoe mooi Bokrijk ook is, we daar met onze natuur absoluut niet naartoe willen. (Opmerkingen)

Over Antwerpen mag men hier allerlei slechte dingen zeggen, maar over Limburg mag dat niet? (Opmerkingen)

Collega’s, als we dus iets aan de natuur willen doen, dan moeten we aan de omgevingsfactoren werken. Dat is in eerste instantie aan ons stikstofprobleem, en aan de verdroging en verharding – daar hadden we het al over en daar zullen we vandaag niet dieper op ingaan – maar we moeten er ook voor zorgen dat we de natuur buiten de natuurgebieden herstellen, behouden en maximaal beschermen.

Ik wil het eerst hebben over de stikstofproblematiek. Op dit moment is het zo dat we zodanig veel stikstof uitstoten dat onze natuurgebieden niet in een goede staat van instandhouding – dat heet zo – kunnen komen. Vlaanderen kent net zoals Nederland een stikstofcrisis. Van geen enkele waterloop is het water proper en onze soorten liggen als het ware op de intensive care.  

Onze regelgeving is niet strikt genoeg en dat zien we dus.

We hebben het dan over de zesde versie van het Mestactieplan (MAP). Die toont geen positief resultaat. We gaan dat moeten herbekijken.

Wat ons zeer ernstig zorgen baart is de voorlopige PAS-regeling (Programmatische Aanpak Stikstof). Minister, ik heb u daar al vaak over aangesproken. Eigenlijk zitten we al een aantal jaren met een voorlopige stikstofregeling, die in 2019 definitief had moeten worden. We zijn nu eind 2020. In uw planning staat dat u dat in 2021 zult aanpakken, maar ik maak me daar ernstig zorgen over. In Nederland is de bom ontploft, minister. Daar zijn alle vergunningen opgeschort. Dat heeft niet alleen een gigantische impact op onze natuur, maar eigenlijk ook op ons wonen en werken, als dat hier in Vlaanderen gebeurt. Het heeft een enorme impact op onze ondernemers. Ik wil toch ernstig waarschuwen dat we dat te allen tijde moeten voorkomen. Als het echt misloopt, kunnen we geen enkele vergunning meer verlenen, en ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dat niet de weg is die we willen bewandelen. Ik roep u op om daar zwaar op in te zetten.

Ik zal nog even ingaan op de natuur buiten de natuurgebieden. Binnen de natuurgebieden gaat het beter, maar we moeten vooral inzetten op natuur buiten die natuurgebieden, op de boerennatuur. Ik heb het over onze oude waardevolle bossen. Minister, u zet heel hard in op het uitbreiden van ons bosbestand, maar het is minstens even belangrijk om in te zetten op het behoud van de natuurwaarde. Ik heb het over de 12.500 hectare waardevol bos dat mogelijk kan worden gekapt. Dat is niet alleen slecht voor onze natuur, dat is ook slecht voor onze koolstofuitstoot, want dat zijn net de hotspots op het vlak van koolstof. U kunt wel heel veel bomen aanplanten, dat is goed, maar het heeft niet veel zin als u tegelijk veel bomen kapt. Ik roep u op om daarvoor ook een regeling uit te werken.

U kunt veel bomen aanplanten, en dat probeert u ook, maar we moeten vooral zorgen dat ze kunnen groeien, dat de omstandigheden zoals de stikstofuitstoot en de verdroging, de bedreiging van de open ruimte, zo zijn dat de bomen kunnen groeien.

Kunt u afronden alstublieft?

Minister, als u echt stappen vooruit wilt zetten op het vlak van biodiversiteit en natuur, moet u echt ambitie tonen en een sterk natuurbeleid naar voren schuiven, en een sterk klimaatbeleid. U moet ervoor zorgen dat de omgevingsomstandigheden worden aangepakt zodat onze natuur echt een toekomst heeft.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, bij elk beleidsdomein vragen we ons af wat corona ons geleerd heeft. De collega’s hebben er al naar verwezen: inzake het beleidsdomein Omgeving is dat dat mensen de open ruimte opnieuw hebben leren waarderen, genieten van vergezichten over akkers en weilanden en in bossen en natuur. Daarom hebben we inderdaad in het BRV ambitieuze doelstellingen gezet voor een bouwshift. Ik heb begrepen dat u graag zou willen dat we het debat weer openen, voorzitter.

Dat was een grapje. Het bespaart ons inderdaad heel wat tijd dat we dat debat gisteren uitgebreid gevoerd hebben. Toch wil ik meegeven dat het Instrumentendecreet en het decreet Woonuitbreidingsgebieden klaarliggen voor verdere behandeling in het parlement, maar zoals we in alle voorgaande besprekingen hebben aangestipt, zijn minstens even belangrijk de beleidskaders met eventueel flankerende instrumenten, maar ook de WORG-besluiten (watergevoelig openruimtegebied) en het hoogstructurele ondersteunende onthardingsbeleid enzovoort. Het zijn allemaal belangrijke elementen die hopelijk het komende jaar vorm kunnen krijgen. Daar kijken we mee naar uit.

Ik wil nog even stilstaan bij het waterbeleid. Ik kan niet spreken over waterbeleid zonder nog eens te vragen naar de stand van zaken van de uitvoeringstabellen van de Blue Deal. Het zijn ambitieuze doelstellingen, maar er is de vraag naar de planning en de verdeling van de middelen. Het is zeker iets om het komende jaar op te volgen.

Eveneens wil ik nog eens stilstaan bij de rioleringsprojecten.

U hebt ook aangegeven werk te maken van een centrale rioleringsinventaris van het reeds bestaande rioleringsnet, zodat we eigenlijk een goed beeld krijgen van waar de rioleringen liggen en van hun toestand.

Nu, die gebiedsdekkende gemeentelijke uitvoeringsplannen riolering daarentegen geven heel duidelijk aan welke rioleringsprojecten er in de gemeente nog allemaal tot uitvoering moeten worden gebracht. Deze plannen maken ook ineens duidelijk dat er de afgelopen jaren een versnelling is gebeurd, maar dat er ook nog in het algemeen een grote uitdaging is.

Die uitbouw van een goed rioleringsnet is een gezamenlijke uitdaging van gemeenten en Vlaanderen. Om een versnelling te kunnen realiseren, wil ik aandacht vragen voor drie elementen. Voor de gemeenten waar we vandaag zien dat rioleringsprojecten toch moeilijk lopen, vragen we een meer aanklampende opvolging vanuit de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), om hen te stimuleren om initiatieven te nemen en hen te begeleiden. Maar eveneens luisteren we naar wat eventueel tot die vertraging leidt en/of tot het niet nemen van initiatieven.

Als tweede element zien we graag dat de doorlooptijd van onze rioleringsprojecten, die vandaag gemiddeld zeven jaar is, en dus duidelijk te lang is, kan worden ingekort. Hiervoor zijn diverse oorzaken. Maar ook de positie van bovenlokale overheden of van administraties spelen hierin vaak een belangrijke rol. Minister, we kijken dan ook uit naar uw actieplan om deze procedures te verkorten.

Als derde, als laatste element daarvan hebben natuurlijk ook de Vlaamse subsidies een heel belangrijke rol. U hebt dit jaar een extra subsidieronde uitgeschreven, en in een mum van tijd waren maar liefst 180 projecten ingediend. Er liggen met andere woorden heel wat dossiers klaar bij die gemeenten om versneld te kunnen schakelen. Om de rioleringen op het terrein dan versneld te kunnen realiseren lijkt het belangrijk dat Vlaanderen ook in een versnelde manier projectmiddelen kan toekennen. De vraag is dan ook welke mogelijkheden u hiervoor ziet in de toekomst. In de commissie heb ik u reeds een voorstel gedaan om met langeretermijncontracten te werken, waarbij eventueel zelfs de mogelijkheid wordt voorzien dat gemeenten ook kunnen voorfinancieren.

U gaf aan dat zeker ook mee te willen bekijken, dus ook daar kijken we graag uit naar uw antwoord.

Als derde punt wil ik nog even stilstaan bij ‘Vlaanderen sorteerkampioen’, een titel die we moeten blijven waarmaken, en waarbij we materialen maximaal zien als grondstoffen om Vlaanderen nog meer circulair te maken. Wij zijn dan ook bijzonder blij met het initiatief dat u samen met minister Crevits hebt genomen in partnerschap met de bouwsector, om in te zetten op circulair, duurzaam bouwen. Want 30 tot 40 procent van ons afval komt uit de bouw.

Een andere zaak is ons zwerfvuil. De cijfers geven aan dat wij in 2019 10 procent minder goed scoorden, terwijl we de doelstelling hebben om net 20 procent beter te doen. Deze gap van 30 procent dichten zal dus geen evidentie zijn. Daarom heb ik u ook gevraagd of u reeds in overleg was met de producenten om te kijken welke bijkomende initiatieven genomen konden worden, en eventueel op welke wijze Vlaanderen die dan zal ondersteunen, om die doelstelling effectief te bereiken. Het regeerakkoord stelt immers heel duidelijk dat in 2023 het principe van statiegeld wordt ingevoerd als de doelstellingen niet worden bereikt. Minister, onze huidige resultaten nopen ons dan ook om te vragen welke voorbereidende stappen er reeds zijn genomen om een eventuele uitrol van dat statiegeld goed te doen verlopen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik heb een viertal punten waar ik graag op zou willen tussenkomen. Er was ten eerste de tussenkomst van verschillende collega’s rond water, de droogteproblematiek en de Blue Deal.

Collega Tobback heeft verwezen naar het feit dat we gaan ontharden. Ik wil misschien wel benadrukken dat dat maar een klein aspect is van het pakket Blue Deal dat bij mij zit. Het allergrootste dat we gaan doen is vooral rivieren en beekjes opnieuw laten meanderen, en natte natuur aanmaken. Zoals u weet is dat volgens de experten ook de beste oplossing tegen de droogteproblematiek. Het beperkt zich dus niet alleen tot ontharding, ik wil dat toch beklemtonen. Er is ook budget vrijgemaakt voor de groen-blauwe dooraderingen, zowel op het platteland als in de steden.

Ik denk dat collega Rombouts heeft gevraagd naar een tabel.

Onze diensten schuiven volop projecten naar voren om te zien wat hier past. We laten de taskforce, waarin heel wat partners zitten, in januari 2021 vervroegd bij elkaar komen om al die projecten te overlopen, want het moeten natuurlijk de juiste projecten zijn. Ze moeten kostenefficiënt zijn, zodat we er het meest voor terugkrijgen. Ik hoop de lijst in januari 2021 aan de commissieleden te kunnen overmaken.

Mevrouw Schauvliege, u hebt naar het Natuurrapport 2020 verwezen. Ik heb op de bijeenkomst waarop het Natuurrapport 2020 is voorgesteld en die door veel mensen is gevolgd, gesteld dat het natuurlijk geen goed rapport is. We moeten vooral een biodiversiteitsprogramma maken. Dat staat op de politieke agenda voor volgend jaar. We moeten verder kijken dan enkel natuur. Ik ben van plan alle stakeholders hierin mee te nemen. U bent nogal negatief over de biodiversiteit, maar in Limburg, rond Bokrijk, is de biodiversiteit nog wel redelijk goed. Ik ben me ervan bewust dat de traditionele recepten niet helpen en dat we het op een andere manier moeten doen. Als het overleg met alle stakeholders start, hoop ik dat we tot een biodiversiteitsplan kunnen komen.

Wat de investeringen betreft, denk ik wel dat de Vlaamse Regering heel wat in natuur investeert. Dit jaar alleen al heb ik 2000 hectare natuurgebied erkend. Dat betekent dat die natuur ook verder moet worden onderhouden. Het is de bedoeling dat ik op dit vlak op kruissnelheid kom en dat het de komende jaren meer zal worden. We hebben 50 miljoen euro vrijgemaakt om natuurgebieden met elkaar te verbinden. Dat is heel belangrijk. We hebben 140 miljoen euro vrijgemaakt voor bijkomende bossen. We gaan natuurlijk voor klimaatrobuuste bossen en we zullen de bosstructuren dikker maken. Het gaat dan ook om meer stadsbossen en om meer bossen in de buurt van de mensen. We voorzien in verschillende zaken. Ik weet dat verschillende verenigingen op het terrein heel hard werken om gronden te vinden. We hebben daarvoor subsidies. Ook de lokale besturen krijgen de komende jaren 16 miljoen euro meer om eventueel gronden aan te kopen. Ik denk dat we in 2023 of 2024 op kruissnelheid moeten zitten. Ik ben op dit vlak wel ambitieus. Ik vind dat we dit in de praktijk moeten omzetten. We hebben in de middelen voorzien en we zullen in die bijkomende bossen investeren.

Er is ook even over de PAS gesproken. Ik heb in de commissie verklaard dat dit volgend jaar op de agenda staat. In het voorjaar start het openbaar onderzoek. We zullen zien wat er uitkomt, maar het laatste wat ik wil, is een vergroeningsstop en in een situatie zoals in Nederland terechtkomen. Ik denk dat niemand dat wil. De definitieve PAS staat volgend jaar op de agenda.

Mevrouw Rombouts, wat de rioleringen betreft, ga ik volledig akkoord met uw suggesties over de Vlaamse subsidies. Veel lokale besturen hebben projecten naar voren getrokken. Als dat de komende jaren zo zal zijn, vind ik dat de Vlaamse overheid mee op die trein moet springen. De doorlooptijd staat op onze radar. We zullen zeker in de Vlaamse doorlooptijden knippen.

De cijfers in verband met zwerfvuil zijn niet goed en zelfs dramatisch. Dat is voor iedereen op het terrein ontmoedigend. Begin januari 2021 zijn gesprekken met de producenten gepland. We zullen de kosten in de toekomst sowieso aan de producenten doorrekenen. Ze zijn daar ook verantwoordelijk voor. Als we de doelstelling niet halen, staat in het Vlaams regeerakkoord heel duidelijk dat we dan het principe van het statiegeld of een ander systeem in het leven zullen roepen. Ik zal in 2022 een tussenevaluatie houden en me vervolgens voorbereiden, zodat we, mocht het helemaal om zeep zijn, een goed systeem krijgen dat op verschillende aspecten ingaat. Het gaat niet alleen om de flesjes. Ik vind de sigarettenpeuken, kauwgum en papieren zakdoekjes even frustrerend.

Maar ik zal dus niet achteroverleunen. Handhaving is natuurlijk ook heel belangrijk. Maar zoals ik eerder heb gezegd, komt er een tussenevaluatie in 2022. In januari is er sowieso een gesprek met de producenten en ook met Mooimakers, om te bekijken wat we tussentijds kunnen doen om die cijfers naar beneden te halen. Zo niet, is het regeerakkoord daar heel duidelijk in. Ik zal de nodige voorbereidingen treffen voor het geval dat.

Er waren verder verschillende tussenkomsten voor alles wat met renovaties te maken heeft. Ik weet dat collega Tobback daar niet in gelooft. Dat mag. Maar we maken bijna 440 miljoen euro vrij om dat te ondersteunen. Niet alleen in premies, leningen enzovoort, maar ook op het vlak van het ontzorgen. Dat wil ik toch eens benadrukken, want ook dat is belangrijk: de begeleiding, de ontzorging.

Er gaat ook 40 miljoen euro naar de noodkoopleningen. Er komt daarvoor een evaluatie. In 2020 was dat er voor de eerste keer en dat is niet zo goed meegevallen, vandaar dat ik een evaluatie wil doen. Ondertussen hebben we er met de federale collega's over gesproken om ook de OCMW’s daarop te zetten, omdat zij ook heel goed weten welke van hun klanten aanspraak kunnen maken op die noodkoopleningen.  We investeren daar nu 40 miljoen euro in, dat is heel wat. En ik hoop dat we op die manier een grootschalige renovatie op gang kunnen brengen. In 2022 wil ik sowieso evalueren waar we zitten, want het aantal renovaties moet omhoog. En dan zullen we verder bekijken wat er nodig is.

Ik wil verder beklemtonen dat Vlaanderen de enige regio is die voor het renovatieplan sublieme punten heeft gekregen van het Europees Studiecentrum. Want het begint natuurlijk bij het renovatieplan: hoe pak je dat aan, welke principes breng je naar voren?  Vlaanderen staat samen met Finland aan de top, terwijl Wallonië zelfs geen renovatieplan heeft en Brussel helaas was gebuisd, met 1,5 op 5. Dat is dus niet goed. En als je geen plan hebt, kun je niks. Maar blijkbaar vindt collega Tobback het plan niet goed, hoewel het Europees Studiecentrum zegt dat we samen met Finland aan de top staan. Er staan nu budgetten tegenover, die we maximaal zullen verspreiden. Er zal daaraan de nodige aandacht worden besteed, zowel bij het Vlaams Energieagentschap (VEA), als bij het middenveld. In 2022 wil ik bekijken waar we staan, om dan al dan niet verdere stappen te nemen. 

Voorzitter, ik heb geprobeerd om kort op een aantal punten tussen te komen. Ik zal het hierbij laten.

U leek mij volledig.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik wil graag reageren op een aantal puntjes van collega Tobback.

Ten eerste, u zegt dat we hebben moeten aankopen in het buitenland, omdat we niet voldoen aan de doelstelling. Ik vind het wat eigenaardig dat we altijd naar Vlaanderen kijken. Het is precies alsof we op een lichtbak kijken. We hebben inderdaad 7,2 procent te kort. En het federale niveau heeft 17,7 procent te kort, op hun eigen doelstelling. Dat is één.

Twee, het is natuurlijk wel zeer gemakkelijk om tien, twaalf jaar geleden, toen men onderhandelde over targets, met targets naar huis te komen die eigenlijk op los zand waren gebaseerd en dan te moeten vaststellen dat ze niet haalbaar zijn, omdat de technische capaciteit er niet is. En dan is het inderdaad misschien het meest kostenefficiënt om, als je niet verder kunt, te kijken hoe je een boete kunt ontwijken door aan te kopen in het buitenland. Ik vind dat niet beschamend, ik vind het zelfs een voorbeeld van internationale flexibiliteit in Europa, zoals ook voorgeschreven staat in de Europese regels en is neergepend in ons regeerakkoord.

Ten tweede zegt u dat de premies voor isoleren allemaal niets hebben opgeleverd. Ik heb het u al verschillende keren gezegd: elf jaar geleden heb ik u voorgesteld om het gratis kilowattuur te gebruiken om te isoleren in de woningen, als een vorm van investering. U hebt toen zelf persoonlijk gezegd: no pasarán. Ondertussen lees ik wel in de BBT dat we renovatie gaan voorzien voor de doelgroep appartementen en huurwoningen met een rollend fonds. We gaan het dus doen. In Antwerpen zal uw collega Meeuws het bestuderen. Wij gaan het doen.

Ten derde: de carbon leakage. Er is een gedeeltelijke compensatie van 75 procent, komende van 85 procent, waarbij men kijkt naar het meest efficiënte bedrijf in de sector en het daar dan op toepast. Dus als je minder efficiënt bent, krijg je ook niet die 75 procent op je mindere efficiëntie, maar gewoon op het efficiëntste. En je moet toegetreden zijn tot een energiebeleidsovereenkomst (EBO). En er moet een bepaalde emissiefactor meegerekend worden. Die emissiefactor is gelijk voor alle buurlanden. Met andere woorden, wat wij hier doen, is wat alle buurlanden doen. 35 à 45 procent van het klimaatfonds, of van hetgeen die bedrijven gestort hebben, gaat inderdaad terug naar dat type van bedrijven volgens bepaalde sectoren. Want als we dat niet doen, concurreren we onszelf kapot. Als het dat is wat u wilt, oké. Maar waarom mogen Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Finland het wel doen? En wij Vlaanderen mogen niet.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, hartelijk dank voor uw antwoord. U werkt heel hard aan bosuitbreiding, wat wij heel goed vinden, maar we moeten vooral ook zorgen dat die bomen groeien en dat oude bomen kunnen blijven staan. En daar hoor ik eigenlijk te weinig over. Ik zie op dat vlak te weinig ambitie in uw plan.

Naar aanleiding van de evaluatie van de natuur kondigt u aan dat u een biodiversiteitsherstelplan zult opmaken. Maar we hebben geen nieuw plan nodig. De acties die al in de steigers staan, die zouden moeten worden uitgevoerd. Uw PAS-regeling (Programmatische Aanpak Stikstof) is essentieel. De herziening van het MAP, dat zijn essentiële elementen waar we werk van moeten maken. Ik zou echt graag hebben dat dat de focus wordt en dat we niet nog een jaar bezig zijn met een uitgebreid plan en een opsomming van alle mogelijke maatregelen die een impact kunnen hebben. Ik denk dat de tijd van het plannen voorbij is en dat we nu moeten doen. Want het is vijf voor twaalf. Ik zou graag hebben dat u zich daarop concentreert, en niet aankondigt om weer een biodiversiteitsherstelplan op te maken. We weten heel goed wat we moeten doen. We moeten het gewoon doen.

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, ik vind het niet mooi dat collega Gryffroy hier mensen aanvalt die zich niet kunnen verdedigen, en bovendien op een zeer onrechtvaardige manier. Ik heb het over mensen als Bart De Wever, wiens plan Antwerpen voor Klimaat, goedgekeurd door zijn schepencollege, ik hier bij me heb en dat de heer Gryffroy hier net heeft weggezet als ‘ze gaan iets proberen en ze gaan eens een beetje bestuderen, maar wij gaan iets doen’. Enfin, ik stel voor dat u dat intern … (Applaus bij sp.a en Groen. Opmerkingen)

Vanmorgen hebt u mij ook vernoemd zonder dat ik hier was.

Als de heer De Wever vergeten is het u te bezorgen, wil ik het u wel overhandigen, zodat u het eens kunt lezen. Misschien denkt u er dan wat ernstiger over.

Ik vond dat dat wel een rechtzetting verdiende, want ik apprecieer de goede intenties, de ambities en de maatregelen die vooropgesteld worden door de heer De Wever en zijn schepencollege in dezen blijkbaar meer dan de heer Gryffroy. Ik zou het in ieder geval niet proberen te ridiculiseren zoals hij dat doet.

Het is ook een beetje een tendens in het geheel van uw tussenkomsten, collega Gryffroy, om te verwijzen naar anderen. En ook dat is een beetje triest. ‘Federaal komt ook te kort, dus voor ons is het goed. Nederland en Finland doen dat ook, dus voor ons is het ook goed.’ Als ik zulke argumenten meebracht in mijn jeugd, dan zei mijn moeder, die mij probeerde op te voeden, altijd: ‘Als de anderen in het water springen, spring jij dan ook?’ (Opmerkingen)

U wel.

Mijn antwoord was dan: Als het er plezant uit ziet, valt daarover te klappen. Maar dit terzijde. In elk geval, ik vind dat een vrij triest argument voor iemand die probeert beleid te voeren en probeert ambities te formuleren en vooruit te kijken, vooral als die vanuit Vlaanderen de hele tijd probeert te zeggen dat wij excelleren en beter zijn. Wel, laten we dan beter zijn. Collega Gryffroy, die doelstellingen inzake bijvoorbeeld hernieuwbare energie zijn niet absurd, die zijn niet onrealistisch, die zijn niet onhaalbaar. In vergelijkbare landen haalt men die wel. (Opmerkingen van Andries Gryffroy)

Ze zetten er in ieder geval stappen die wij ook zouden kunnen zetten, maar niet zetten. (Opmerkingen)

Ik wil gerust zeggen dat ik de ambitie in dit plan om van 60.000 naar 90.000 renovaties te gaan, top vind. Ik heb dat trouwens ook in de commissievergadering gezegd. Ik vind dat goed. Het is te hopen dat we dat halen, maar er is al die jaren een blindheid geweest voor één feit, en dat komt niet van mij, het komt ook uit uw eigen meerderheid. Onze commissievoorzitter, collega De Vroe, die hier vandaag niet is, heeft een vraag gesteld over de premies. U kunt nog proberen honderden miljoenen aan premies in uw begroting te schrijven: mensen gebruiken ze niet. Ze zullen daar volgend jaar nog eens staan. Als uw systeem is te proberen – ik vond het raar toen ik u het hoorde uitleggen – OCMW-klanten leningen aan te smeren, dan is dat ten eerste vrij dubieus als ambitie, gezien het feit dat die mensen OCMW-klanten zijn, maar ten tweede is het nogal evident dat ze niet gaan lenen als ze zelf hun verstand gebruiken. U zult daar iets anders voor moeten doen, maar u weigert dat te doen, om puur ideologische redenen. We hebben die discussie al eens gehad. Al uw andere verklaringen, dat het beste kilowattuur datgene is dat we besparen, dat we woningen moeten renoveren, is gewoon praat voor de vaak en holle woorden als u niet bereid bent om boter bij de vis te geven en maatregelen te nemen die daartoe kunnen leiden. Ik vind het dan jammer dat u dat op die manier doet, en dan nog eens op een persoonlijke manier ten overstaan van uw collega’s. Collega Gryffroy, in alle ernst en nu zonder scherts, het heeft geen enkel nut om een hoop straffe verklaringen en straffe ambities in te schrijven als u aan uzelf en vooral aan mensen niet de instrumenten geeft om er iets mee te doen.

U kunt nog honderdduizend, honderd miljoen slimme meters installeren en honderdduizend keer aan mensen zeggen dat ze dat zouden moeten doen, als die mensen met hun rug tegen de muur staan en hun rekening op het einde van de maand leeg is, dan gaan ze niet investeren in slimme apparaten, niet investeren in geïsoleerde woningen, om de simpele reden dat ze dat niet kunnen! Misschien moet men echter ook eens gaan praten met dat soort mensen, en niet alleen met diegenen die hun investeringen kunnen aftrekken van de belastingen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Collega’s, als ik jullie allebei hoor en ik reflecteer dan over die coalitie in Antwerpen, dan is één ding duidelijk: jullie missen christendemocraten in die coalitie. Maar goed, hier zitten we dus wel.

Collega Tobback, u hebt het over straffe ambities. We hébben straffe ambities. Die renovatieversnelling die in onze beleidsplannen staat, is inderdaad zeer straf. U zegt dat die premies niet werken, en die leningen, dat gaat ook niet. De premies en de leningen in het verleden hadden inderdaad hun beperkingen. Daarom passen we ze aan. Daarom maken we een eengemaakte woningrenovatiepremie. Daarom trekken we premies op, zorgen we ervoor dat de terugverdientijd van investeringen wordt ingekort, gaan we samen met de lokale besturen voorzien in een heel arsenaal qua ontzorging, voorzien we inderdaad in die renteloze lening, met langere terugverdientijden en mogelijkheden voor bestaande eigenaars.

Collega Tobback, als u nu eens eerlijk bent, los van het ideologische debat over Fluvius, u stelt een prefinancieringsmechanisme voor. Wat is een prefinancieringsmechanisme? Dat is een lening. Het enige verschil daarbij is dat u in een heel lange terugbetalingstermijn voorziet ten aanzien van Fluvius, dat dan volgens u de lening zou moeten verstrekken. Op die manier hoopt u mensen over de brug te krijgen.

Ik apprecieer uw nobele bedoeling. Ik heb alleen moeten vaststellen in een recent overleg met de mensen van Fluvius dat wat jullie twee partijen in het plan in Antwerpen hebben geschreven, daar helemaal onbekend is. Dus dat uw prefinancieringsmechanisme ten eerste gewoon een lening is op heel lange termijn, ten tweede helemaal niet past in het kerntakendebat dat we hier gevoerd hebben over de rol van de netbeheerder, en ten derde luchtfietserij voor gevorderden is. Ik eindig waar ik mee begonnen ben: u mist christendemocratie in uw denkwijze en in uw coalities. 

De heer Gryffroy heeft het woord.

Plus 220 miljoen euro voor volgend jaar en het jaar daarop, dus niet het budget, maar plus. Dat is toch wel aanzienlijk. Ik wil zelfs nog meer zeggen. Wat collega Bothuyne uitgelegd heeft rond Fluvius: het is zelfs nog erger dan een prefinanciering. Want u gaat, zoals u zelf uitgelegd hebt in de commissievergadering, uit van het principe dat wat de burger zou moeten terugbetalen aan Fluvius, minder moet zijn dan de besparing die hij doet. Het is dus gelinkt aan de besparing. Ik heb u daar nog op geantwoord: hoe gaat u die randparameters bepalen? Hoe gaat u het gedrag van de mensen vastleggen? Dat is onmogelijk. U komt met iets af dat niet klopt. In dat plan dat u daar toont, staat geschreven dat men het gaat bestuderen. Hier bij ons staat er: renovatie voor de doelgroep, appartementen en huurwoningen, met een rollend fonds. Als het echt gaat over de sociaal zwakkeren in de maatschappij, dan hebben we daar ook een oplossing voor. Dat zijn de sociale woningen. De sociale woningen worden ook gerenoveerd. U moet dus niet iedereen per se in het schuitje willen steken van ‘ik heb een woning’. Men kan ook huren, daarvoor hebben we dit rollend fonds, en je hebt sociale huisvesting.

Ten slotte, nog een iets over de carbon leakage. Ik vind het toch wel bizar. Het federaal regeerakkoord werd door jullie goedgekeurd en daarin is er sprake van een energienorm waarbij de energiekost van bedrijven wordt afgestemd op die van de buurlanden. Dat staat in het federaal regeerakkoord. Dan bent u ook federaal akkoord, en dus ook hier, met een carbon-leakagesysteem.

Collega Tobback, niet meer over Antwerpen, het is genoeg geweest.

De heer Tobback heeft het woord.

Dat vind ik wel sterk. Na al die jaren heb ik eens de kans om iets positiefs over Antwerpen te zeggen, en nu gaat u mij dat beletten, voorzitter. (Gelach)

Oké dan.

Ik was het niet eens van plan. Maar het zegt wel veel dat u dat zelfs a priori probeert te verhinderen.

Neen, ik ga de discussie niet nodeloos rekken. We gaan ze ongetwijfeld nog vaker hebben, we hebben ze al een paar keer gehad. Ik heb begrepen dat ik collega Gryffroy nooit zal kunnen overtuigen. Ik zal hem een toegeving doen: hij mag mij proberen te overtuigen binnen dit en twee jaar, en dan zullen we optellen hoever er gerenoveerd is, hoever we die versnelling van hem hebben gerealiseerd, of we aan die 90.000 zijn gekomen, en of hij ondertussen iedereen van wie hij vindt dat ze geen woning moeten kopen, heeft kunnen garanderen dat ze een sociale woning kunnen huren. Dat debat moet nog komen, maar ik denk dat u ook daar eens naar de realiteit van de cijfers moet kijken en zien hoever u met die doelstelling nog achterloopt in deze regering, collega Gryffroy. En dan zullen we opnieuw praten. Maar nog eens, we gaan elkaar hier niet overtuigen, daar bent u ideologisch te halsstarrig voor.

Het moet ook niet vandaag, hé.

We zullen de rekening maken binnen dit en een jaar, want u gelooft toch allemaal in objectiveerbaar, berekenbaar en bewijsbaar beleid. Wel, bewijs het mij en we zullen zien. Van de voorbije jaren, en op basis van wat we tot nu toe gezien hebben, staat u nog niet heel ver.

Dit volstaat dan? (Instemming)

Wonen

Dames en heren, we gaan nu over tot het onderdeel Wonen.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, beste collega’s, als we spreken over wonen in Vlaanderen gaat het over 6 miljoen Vlamingen. Daarvan is een ruime 70 procent eigenaar van zijn of haar woning, een goede 20 procent huurt op de private huurmarkt en iets van een 7 procent woont in een sociale huurwoning.

Er zijn veel uitdagingen. Zo betalen huurders op de private markt vaak een te groot stuk van hun inkomen aan de woonuitgaven. Ongeveer de helft geeft meer dan een derde uit aan de huurprijs. In de sociale huisvesting betaal je natuurlijk veel minder, maar daar zijn er lange wachtlijsten. Maar liefst 150.000 kandidaat-huurders staan op een wachtlijst op dit moment. Maar ook bij de grote groep eigenaars zien we dat bijna een derde meer dan een derde van zijn inkomen moet uitgeven aan het hypothecair krediet.

Dat is de foto van vandaag, en die vraagt om actie. Hoe ziet die actie eruit? We kunnen haar in deze begroting heel helder en heel sterk terugvinden. De Vlaamse Regering breekt alle records op budgettair vlak voor de private en de sociale huurmarkt. Bovenop het oorspronkelijk geplande recordbedrag van meer dan 4 miljard euro in deze legislatuur wordt nog eens in 250 miljoen euro aan gesubsidieerde leningen voorzien voor de bouw en renovatie van sociale woningen. Concreet gaat dat over een paar duizend nieuwbouwwoningen in 2021 en een paar tienduizenden renovaties. Ook voor de private huurders wordt het recordpad verder bewandeld. Er wordt in 10 miljoen euro extra voorzien in vergelijking met vorig jaar. Dat maakt het verschil voor zowat vijfduizend Vlamingen die een extra ondersteuning in hun huurprijs zullen ontvangen. In totaal is dat een budget van meer dan 110 miljoen euro voor de huursubsidies en de huurpremies. Dat is meer dan een verdubbeling op vijf jaar tijd. Dat zijn allemaal uitgaven die de mensen structureel versterken.

De mensen worden natuurlijk ook met crisissituaties geconfronteerd. Aan de ene kant is er daarvoor een zeer goede afstemming – we hadden het daar vaak over, minister – met weldra het plan dak- en thuisloosheid. Een van de punten daar zal zijn hoe we ervoor kunnen zorgen dat kwetsbare mensen in de toeleiding naar een sociale woning goed worden ondersteund. Daarnaast zijn er ook de noodwoningen. Niet iedereen die met een crisissituatie wordt geconfronteerd moet in zijn inkomen worden ondersteund of moet naar een sociale woning worden toegeleid. Dat is niet altijd de beste oplossing. Veel gemeenten beseffen dat ook, samen met u. Zij hebben zich ingetekend op de call voor de noodwoningen. In maar liefst 73 steden en gemeenten kan er binnenkort worden gestart met het bouwen van meer dan 600 noodwoningen. Dit werd wegens succes verlengd. In deze begroting is opnieuw 8 miljoen euro beschikbaar voor een nieuwe oproep.

Er is ook het nieuwe Fonds ter preventie van uithuiszettingen. Minister, u hebt snel geschakeld. U hebt dit fonds vervroegd in werking laten treden. De resultaten zijn voorlopig nog te beperkt. Ik denk dat we ervoor moeten zorgen dat onze OCMW’s vertrouwd geraken met dat systeem en het echt integreren in hun werking. We geloven in het potentieel ervan.

Voor de toeleiding naar het verwerven van een eigen huis of appartement blijven we natuurlijk inzetten op het verstrekken van de bijzondere sociale leningen. Daar kennen we het Vlaams Woningfonds, waar er voor bijna 1 miljard euro leningsmachtigingen zijn. Er komt ook een eengemaakte woningrenovatiepremie zodat we de mensen op een klantvriendelijke manier een globale ondersteuning kunnen bieden.

Ten slotte is er de verzekering gewaarborgd wonen, waarvoor opnieuw 9 miljoen euro beschikbaar wordt gemaakt en dat er is voor mensen die geconfronteerd worden met inkomens- of met jobverlies. Maatregelen moeten niet altijd nieuw zijn om goed te zijn.

Wat ons betreft is dit een duidelijke, soliede basis, met dit jaar in deze begroting versterking op die fronten die voor ons belangrijk zijn. Het werk is natuurlijk niet af. Er moeten niet alleen voldoende middelen zijn. We moeten ook blijven zoeken en elke keer opnieuw nagaan hoe we de budgetten het meest efficiënt en effectief kunnen laten renderen. Ik denk dat we nog marge hebben om te werken aan het Fonds ter preventie van uithuiszettingen. Dat gaf ik eerder al aan. Ook is het nog zo dat te veel mensen hun huurpremie, waar ze recht op hebben, niet aanvragen. Ook al versturen we die documenten automatisch. Daar zijn nog mogelijkheden om mensen te versterken. Ook de renovatiepremie blijft nu nog te vaak onderbenut.

Ten slotte ligt er een grote uitdaging bij de eengemaakte woonmaatschappij. Dat is een ambitieuze oefening. De uitdaging moet zijn dat de recordbedragen die we hebben voorzien, tempo houden, zodat we het record op koers kunnen houden wat betreft het investeren in het renoveren van onze sociale woningen.

De heer Veys heeft het woord.

Collega's, wonen is een essentieel beleidsdomein. Het is iets wat alle Vlamingen doen, dat hoop ik toch. Een goede thuis en thuisomgeving is bovendien een recht. Dat staat in de Vlaamse Wooncode en in de Grondwet. Ik zou graag drie zaken behandelen: de sociale woningen, ondersteuning voor de private huurders en een goed dak- en thuisloosheidsbeleid. Dat laatste zal zeer kort zijn, want het actieplan staat pas morgen op de ministerraad.

We weten allemaal dat wonen niet voor alle Vlamingen een evidentie is. We zien elke dag dat de markt geen oplossing brengt voor het probleem van onbetaalbaar wonen, het zorgt niet voor betaalbaar wonen. Er is dus een sterk en slim overheidsbeleid nodig om daarop te corrigeren en het recht op wonen te vrijwaren, door sociale woningen te bouwen, door private huurders met een laag inkomen te ondersteunen en door een goed dak- en thuisloosheidsbeleid op te bouwen.

Als ik de plannen voor Wonen van deze regering bekijk, dan moet ik concluderen wat ook mijn fractieleider deze ochtend al concludeerde. Ik ben er ook even op ingegaan. Er worden centen voorzien, er zijn engagementen voor een heel groot bedrag voor sociale woningen. Maar geld voorzien is niet hetzelfde als geld uitgeven, en al zeker niet hetzelfde als geld slim investeren. Mevrouw Jans sprak over budgettaire records, maar wij willen vooral realisatierecords zien omdat de nood nog nooit zo hoog is geweest in Vlaanderen. Ook als we kijken naar het noorden of andere buurlanden, dan zien we dat we daar serieus op achterlopen. Er zijn centen voor sociale woningen maar te weinig plannen. Minister, dat was mijn kritiek deze ochtend op uw plannen om een woonmaatschappij te laten oprichten. Dat betekent niet noodzakelijk dat we meer gaan bouwen, ook al wordt dat gezegd. Een van die elementen hebt u zelf aangehaald deze ochtend, en dat is dat Vlaanderen zelf geen bouwheer is. Dat klopt, maar Vlaanderen kan wel een bouwheer zijn. Het staat in het regeerakkoord. Daar waar de lokale besturen het laten afweten – binnen twee maanden zult u opnieuw de slechte leerlingen van de klas bekendmaken –, kan de VMSW actie ondernemen. Om die reden vindt mijn fractie het vreemd dat we nu de woonmaatschappijen laten fusioneren terwijl eigenlijk een nieuw noodprogramma aangewezen is.

Waar is er geen geld voor? Sinds april hebben vooral de linkse oppositiepartijen in de commissie Wonen verschillende voorstellen gedaan om de private huurders te ondersteunen. Dat waren uiteenlopende voorstellen. Sommige hebben we met spoed willen behandelen, maar ze zijn naar de commissie verwezen en zijn daar vakkundig begraven. Wij blijven proberen want de kwetsbare huurder rekent op Vlaanderen, rekent op een sterke overheid om hem door de storm te loodsen. En opnieuw, dan kijk ik naar het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen. Dat was altijd het argument, namelijk we doen dit al voor huurders, er is dus niets extra's nodig. We zien dat er 8,7 miljoen euro voorzien was in 2020, maar dat daar maar een heel beperkt budget van is besteed geraakt. We hopen dat dat geld volgend jaar beter tot bij de huurders komt, maar het is duidelijk dat er ergens iets niet juist zit in het beleid. Het geld komt niet bij de mensen die het het meeste nodig hebben.

Ik had het deze ochtend ook al over de oproep voor noodkopers. U hebt me toen aangeraden om ook iets goeds te zeggen. De projectoproep noodwoningen is een goede zaak, minister. Het is zeker ook een goede zaak dat u die volgend jaar opnieuw doet, en het jaar daarna, en het jaar daarna. Uit dat onderzoek van het Steunpunt Wonen op vraag van u – dat was ook goed – blijkt dat er 2500 woningen nodig zijn. Ik hoop dat het u lukt om dat te doen. Ik zal daar oprecht content over zijn en u daarvoor ‘proficiateren’ als het zover is. (Gelach)

En ondertussen een nieuw woord uitvinden. (Gelach)

Het probleem is dat die noodwoningen op vele plaatsen vol zitten. De mensen zitten daar langer in dan de bedoeling is, net omdat er geen doorstroom is. En dan komen we weer bij het essentiële probleem van dit woonbeleid – jammer dat de heer Gryffroy er niet bij is –: omdat er te weinig sociale woningen zijn. Voor iedere woning die er is, wacht er iemand. Ik denk dat het heel duidelijk is wat we moeten doen: bouwen, bouwen, bouwen. Waar dat gebeurt, daar kunnen we het straks nog eens over hebben.

Voor de allerkwetsbaarsten hoop ik dat 2021 ook een jaar kan worden waarin niemand meer op straat moet slapen die dat niet wil. U moet daar uw best voor doen, minister Beke moet daar zijn best voor doen, samen met de andere overheden van dit land. Ik kijk uit naar het dak- en thuisloosheidsplan, dat we pas maandag zullen kunnen inkijken.

Ik wil vooral oproepen om volgend jaar iets meer aan de huurders te denken, want ze zijn er en ze hebben het moeilijk. Dat zien we in alle statistieken over de risicogroepen in deze coronacrisis. Ze hebben een sterke overheid nodig en ze rekenen op u.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Mijnheer Veys, ik ‘proficiateer’ u om toch wel dertig seconden van uw vijf minuten positief te spreken over het beleid van onze minister van Wonen.

Ik trap allicht een open deur in, maar wie had een jaar geleden kunnen vermoeden dat 2020 vooral zou gaan over het bestrijden van een hardnekkig virus, dat genadeloos op onze samenleving heeft ingehakt? Het opvangen van die covidschok was een prioritaire opdracht voor alle beleidsdomeinen, dus ook voor dat van u. Ondanks die moeilijke omstandigheden en die grote uitdagingen heeft Vlaanderen ook hier zijn weerbaarheid, zijn veerkracht maar vooral zijn daadkracht getoond.

Vanaf maart hebt u samen met de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW), het agentschap Wonen-Vlaanderen en de huisvestingsmaatschappijen verschillende maatregelen genomen om de negatieve impact van dat vreselijke virus op de woningmarkt en vooral op de woonsituatie van de zwakkere huurders, te beperken. Zoals mevrouw Jans al zei, moet het niet nieuw zijn om goed te zijn. Het was niet nieuw. Denken we maar aan het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen dat u vervroegd in werking hebt laten treden. Het was niet nieuw, maar u hebt een goeie maatregel versneld kunnen laten ingaan.

Het draaiboek private huur, de tijdelijke versoepelingen bij de bijzondere sociale leningen, bij de huurwaarborgleningen van het Vlaams Woningfonds of bij de verzekering gewaarborgd wonen: de voorbije maanden loodste u het Vlaamse woonbeleid doorheen deze crisis. U deed dat zoals we u kennen, met vaste hand op een duidelijke, onderbouwde, overtuigde en overtuigende manier.

We hopen allemaal dat we 2021 zullen ervaren als het jaar van het herstel. Ik hoop het, maar ik ben er samen met u niet zeker van. Een jaar waarin we onze Vlaamse veerkracht ten volle kunnen tonen en hopelijk waarmaken. Terwijl we in de eerste golf nog verrast waren en gedwongen werden om ons op ongekende paden te begeven, zijn we voor de tweede en wellicht volgende opflakkeringen gewapend om met de belangrijke ervaringen die we intussen hebben opgedaan, aan de slag te gaan.

Die ervaringen werden gebundeld in het nieuwe Protocol woningmarkt. Dat protocol bevat verschillende maatregelen die naargelang de fase en de mate van verspreiding van het coronavirus genomen moeten worden. We varen niet meer blind. We hebben een evenwichtig kompas dat de koers van ons Vlaams woonbeleid bepaalt. We beschikken over een leidraad voor zowel heldere opklaringen als noodweer. Het protocol is het zoveelste bewijs dat u het principe ‘gouverner, c'est prévoir’ in woord en daad omzet.

Ik heb in de commissie ook al vaak gezegd dat ik het heel goed vind dat u binnen het woonbeleid niet uw toevlucht hebt genomen tot heel snel aan het begin van de eerste golf links en rechts ‘kleine premies’ uit te delen, maar dat u bent uitgegaan van de sterkte van uw eigen beleid. U hebt de bestaande maatregelen uitgediept, versterkt, vervroegd. Ik ben u daar dankbaar voor. Ik blijf erbij dat dat de beste manier is om aan beleid te doen.

In de commissie durft de oppositie, mijnheer Veys, al eens beweren dat er te weinig geïnvesteerd wordt in sociale woningen. Ik vind dat op zijn zachtst gezegd een loopje nemen met de waarheid. De realiteit is dat er nog nooit zo veel is geïnvesteerd in sociale huisvesting dan vandaag door deze Vlaamse Regering. Bij het begin van de legislatuur kondigde de regering maar liefst 4,2 miljard aan voor zowel renovatie als nieuwbouw, een historisch recordbedrag. Daar doet deze regering nog eens een schep bovenop. In het herstelplan Vlaamse Veerkracht trekt de regering nog eens 250 miljoen euro extra uit voor de bouw en renovatie van sociale woningen.

Collega’s, de voorbije maanden slorpte corona al onze aandacht op. We zouden bijna vergeten hoe ambitieus de minister wel is op het vlak van woonbeleid.

Met de inwerkingtreding van het nieuwe woonkwaliteitskader op 1 januari 2021 wordt een heel belangrijke stap gezet in het kader van woonkwaliteit.

Naast het optrekken van de middelen voor sociale huisvesting zetten we ook de regelgeving op punt. We kijken in het bijzonder uit naar de invoering van de absolute voorrangsregel voor kandidaat-huurders, de chronologische toewijzing, de verhoging van het A2-taalniveau, heel belangrijk voor onze partij, en de verplichte inschrijving bij VDAB.

Ik rond af, voorzitter.

Graag.

Dat zijn allemaal maatregelen die de gecontroleerde toegang tot de sociale huurmarkt moeten versterken. Er wachten ons grote uitdagingen en terecht zult u in 2021 dit traject verderzetten.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik dank de mensen die zijn tussengekomen, ook voor de constructieve, soms hevige debatten. Ik word graag uitgedaagd, dus ik heb daar geen probleem mee. Ik dank ook de leden van de meerderheid voor hun ondersteuning.

Die noodwoningen zijn inderdaad een heel groot succes geweest. We zijn ook dankbaar dat 73 gemeenten daaraan hebben deelgenomen, want ze moeten daar natuurlijk ook een deel toe bijdragen.

Het gaat trouwens niet over 8 miljoen euro, we zijn begonnen met 4 miljoen euro maar hebben dit bedrag opgetrokken naar 8 miljoen euro en uiteindelijk tot 11,2 miljoen euro. Mensen die van vandaag op morgen op straat komen te staan door bijvoorbeeld een brand, kunnen daardoor veel beter worden geholpen.

Het is een goede zaak dat we het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen waar ook collega Veys naar verwees, naar voren hebben getrokken, zeker met het oog op de coronacrisis. Het voordeel van dat fonds is dat daarmee de meest precaire gevallen kunnen worden ondervangen. Dat is specifiek gericht op die mensen, en daar zit het verschil met de vraag van de oppositie voor een verlaging van de voorwaarden om een huursubsidie of een huurpremie toe te kennen, die gericht was op iedereen die daaraan voldeed. We konden dit niet specifiek richten op mensen die getroffen werden door de coronacrisis.

Ik ben er dan ook van overtuigd dat het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen het goede instrument is om dat wel te doen, omdat we daar selectief mee kunnen omgaan. Het kan worden ingeroepen vanaf twee maanden achterstallige huishuur, dat is dus zeer snel.

Volgens de voorlopige cijfers die we blijven opvolgen, is het gebruik daarvan nog beperkt. Het zijn trouwens de OCMW's die daar een beroep op moeten doen, niet de huurder zelf. Wij gaan er wel degelijk vanuit dat het fonds voldoende bekend is bij de OCMW's. Het is echter niet omdat een vangnet niet of weinig wordt gebruikt dat het een slecht vangnet is.

Wat de onderbenutting van de huurpremie betreft, doen we veel moeite. We versturen brieven met stickers enzovoort. Het is me een beetje een raadsel waarom dat niet meer wordt gebruikt. Het geld is beschikbaar, dus men kan dat toen. We proberen mensen te verleiden om dat wel degelijk te doen.

Wat de woonmaatschappijen betreft, ben ik me er zeer goed van bewust dat het een grote uitdaging is, op het terrein maar ook bij ons. We bieden daar ook voldoende ondersteuning voor. Maar die uitdaging loopt samen, niet alleen met het blijven bouwen en renoveren maar met nog meer bouwen en renoveren. Volgend jaar zullen we 1,1 miljard euro uitgeven. Ik wil dat beide gebeuren, maar ik begrijp dat het een heel grote uitdaging is op het terrein. We blijven daar dan ook op inzetten.

Ik benadruk het nut van die woonmaatschappij, die door sommigen wat in vraag wordt gesteld, wat ik in alle eerlijkheid niet begrijp. Ik snap dat het niet evident is dat men die structuurhervorming eenmalig door moet maar ik ben er wel van overtuigd dat de reden om dat te doen en het uiteindelijke resultaat in het voordeel zullen zijn van die doelgroep. En dat is natuurlijk de reden waarom we een keer door die zure appel moeten bijten. Ik kan daar nog verder op ingaan, maar dat zou het debat alleen maar rekken.

Mijnheer Veys, ik wil heel concreet antwoorden op uw vragen. Er zijn geen tekenen dat we dat geld niet zouden buitenkrijgen. Nogmaals, u moet er rekening mee houden dat we de komende jaren 4,3 miljard euro voorbehouden voor die relance, waarvan 1,1 miljard euro voor de sociale woningbouw en renovatie. Er zijn nog andere zeer grote projecten in dit land en in onze steden. Wij willen dat geld absoluut uitgeven. Maar het moet natuurlijk ook behapbaar zijn om dat effectief uit te voeren op het terrein, zowel voor de sociale bouwheren als voor aannemers. Daar blijven we in elk geval op inzetten.

Het dak- en thuisloosheidsplan wordt morgen voorgelegd aan de regering. Ik neem aan dat we daar later nog op zullen ingaan. Dat werd getrokken door collega Beke, maar we doen dat samen. We zullen daar bij gelegenheid nog op ingaan.

De heer Veys heeft het woord.

Collega Smeyers, ik wil u bedanken, 'merci-ficiëren' zou ik dan kunnen zeggen. Ik heb al 10 procent van mijn spreektijd besteed aan iets positiefs. Ik had gehoopt dat u 10 procent van uw spreektijd zou besteden aan negatieve zaken. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Ik kan me inbeelden dat die 10 procent positieve kritiek voor de meerderheid weinig leek. Beeld u dan eens in hoe slechts 6 procent sociale woningen in Vlaanderen moet aanvoelen voor al die mensen die al zo lang wachten.

Mevrouw Smeyers, ik heb niet gezegd dat er te weinig uitgegeven wordt. Ik heb gezegd dat die middelen niet goed buiten raken. Ik heb dat uitdrukkelijk gezegd. Minister, vanochtend zei u: we hoeven qua annualiteit niets te respecteren. Dat klopt. Die budgetten worden overgezet. Maar als je ieder jaar tekortschiet, dan krijg je dat geld op den duur ook niet meer buiten. Dat moeten we echt eens goed bekijken zodat we vermijden dat we kansen laten liggen.

Daarom gaf ik aan dat we moeten waken over die woonmaatschappijen. Zolang er onduidelijkheid is over aan wie die woningen overgedragen meten worden en wat de waarde daarvan is, denk ik dat veel bouwmaatschappijen wel drie keer zullen nadenken vooraleer ze iets bouwen.

Ik herhaal de vraag die ik eerder stelde, maar waar u niet op inging. Bent u van plan om zelf initiatieven te nemen? Er is daarvoor een opening in het regeerakkoord, maar in de commissie gaf u aan te willen wachten op de deadline van het bindend sociaal objectief (BSO). Maar als u in 2025 zelf initiatieven wilt nemen, wordt dat wat moeilijk. Daarover wil ik graag wat verheldering.

De heer Brouns heeft het woord.

Ik ben alvast een grote believer van die grote, sterke woonmaatschappijen. We zijn daar op het terrein al mee aan de slag. Ik geloof erin dat dit ten goede kan komen aan de kwaliteit. Ik denk wel dat de nabijheid en de toegankelijkheid voor de klant, voor de huurder, een cruciale uitdaging blijft. Het moet een bestuurlijke opschaling zijn met aandacht voor de nabijheid.

Ik denk ook dat het een uitdaging is voor het lokale woonbeleid. In die context kan ik u meegeven dat de intergemeentelijk samenwerkingsverbanden (IGS) die hierover gesloten werden, ook hulpmiddelen zijn om de kwaliteit van dat lokale woonbeleid te versterken. Daar is het de uitdaging om de planlast die er vandaag toch nog is, kritisch onder de loep te nemen, misschien samen met de minister van Binnenlands Bestuur. Hij was dezelfde mening toegedaan, heb ik begrepen. Als vandaag drie gemeentes samenwerken, krijgen ze de middelen voor 1,5 VTE. Maar in de praktijk merk je dat die 1,5 VTE bijna voor de helft bezig is met rapportage en administratieve opvolging voor Brussel.

Ik denk dat we vertrouwen moeten geven aan de lokale besturen en geloven dat zij perfect geschikt zijn om dat lokaal woonbeleid vorm te geven. Dankzij de ondersteuning uit Vlaanderen kunnen ze dat op de juiste schaal doen. Ik denk dat we daar niet te veel bijkomende administratieve lasten moeten opleggen.

De heer De Meester heeft het woord.

Ik zal het zeer kort houden, voorzitter. Misschien moet ik wel last minute een amendement indienen om in de begroting een postje te voorzien voor een vaste factchecker, na alles wat ik hier in dit halfrond soms hoor. Mevrouw Smeyers zegt: er is nog nooit zoveel geïnvesteerd in sociale woningen als vandaag. Ja, er wordt meer geïnvesteerd dan in de vorige legislatuur en de legislatuur daarvoor. Maar in de jaren 80 werd er veel meer geïnvesteerd in sociale woningen.

Ik vraag mij af, minister, hoe dat overkomt bij de mensen die nu in een kwetsbare positie leven, die op de huurmarkt voor een gezinswoning 600, 700, 800, 900, 1000 euro betalen, die al jaren op de wachtlijst staan en hier in de parlement dan horen zeggen dat het allemaal fantastisch is en dat men nog nooit zoveel heeft geïnvesteerd in sociale woningen. Hoe zal dat bij die mensen overkomen? Er staan 150.000 mensen op de wachtlijst. Ja, er is in vergelijking met de vorige regering meer geïnvesteerd, maar er staan ook meer mensen dan ooit op de wachtlijst. 150.000 mensen. In een stad als Leuven staan er twee keer zoveel mensen op de wachtlijst als 10 jaar geleden. Twee keer zoveel! Dus ja, we doen meer, maar het is niet genoeg, minister. Het is niet genoeg. Als we aan dit tempo blijven bijbouwen met elk jaar 1000 nieuwe woningen erbij, dan duurt het nog 150 jaar voor we die wachtlijst hebben weggewerkt. Minister, van mij mag het een beetje meer zijn.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter. Hier ontspint zich toch wel een boeiend debat. Aan de ene kant hoor ik mijn collega van sp.a, net zoals daarstraks in het debat over de gehandicapten, opnieuw de vrees uiten of we de budgetten wel allemaal zullen kunnen opgebruiken. Zullen we de recordbudgetten wel goed kunnen besteden? Eerlijk gezegd vind ik dat een interessante denkoefening. We hebben recordbudgetten en laten we maar kijken hoe we die kunnen omzetten in renovaties, nieuwbouw en projecten. Dat is geen kritiek op de begroting, het is eerder een aanmoediging voor het beleid. Dan is er de volgende tussenkomst vanuit dezelfde zijde van de oppositie. De heer De Meester zegt dat we het allemaal fantastisch vinden. Ik vind het jammer dat u er niet was toen ik ben tussengekomen. Ik heb ook heel duidelijk verwezen naar de 150.000 wachtenden. We hebben daarbij ook aangegeven dat er nog werk op de plank ligt. Die cijfers zijn wel degelijk genoemd, maar door telkens opnieuw die grote verontwaardiging naar voren te schuiven doen we het dossier geen plezier. Als de ene spreker zich afvraagt hoe we die grote budgetten allemaal in projecten kunnen omzetten en als de volgende spreker dan zegt dat het niet genoeg is en dat het wat meer mag zijn, dan denk ik dat we op het goede spoor zitten, minister, en dat we heel degelijk bezig zijn. Alle positieve krachten zijn welkom om te kijken hoe we de recordbudgetten kunnen omzetten in woningen voor de meest kwetsbaren. 

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Op dit moment is er geen enkel teken waarom we die centen niet zouden kunnen uitgeven. Ik zie dat inderdaad ook als een aanmoediging, mevrouw Jans, want ik wil die centen natuurlijk buitenkrijgen. Er gaan heel wat factoren mee gepaard die goed moeten zitten: ruimtelijke ordening, de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM) die projecten moeten inplannen… Er zijn op dit moment echter geen tekenen dat dit niet zou lukken. Een woning staat er natuurlijk wel niet van vandaag op morgen.

Mijnheer Veys, u vraagt of we zelf initiatief zullen nemen. In de beleidsnota van vorig jaar stond dat we dat in de tweede helft van de legislatuur zouden doen omdat we dan de oefening rond het bindend sociaal objectief (BSO) zouden maken. We willen geen vacuüm, als het huidige BSO afloopt, moet er een nieuw zijn. Dan is dat inderdaad een mogelijkheid of iets wat we zullen ontwikkelen.

Mijnheer De Meester, de woningen die in de jaren tachtig zijn gebouwd, zijn dikwijls de woningen die we vandaag moeten afbreken omdat dat niet bepaald kwaliteitsvolle woningen zijn. Dat zorgt ervoor dat we vandaag ongeveer 40 tot 45 procent van de middelen moeten besteden aan renovatie of aan vervangingsnieuwbouw. Dat maakt het natuurlijk wel moeilijk. We kunnen op dit moment wel degelijk een recordbedrag investeren. Ik wil die cijfers uit het verleden trouwens wel eens zien. Ik durf niet te zeggen dat ze niet kloppen, maar als je die cijfers van de jaren tachtig verdisconteerd in de prijzen van vandaag, wil ik nog wel eens zien of er toen zoveel meer werd gebouwd. Over de aantallen zijn er niet zo veel cijfers, omdat men die pas later begon bij te houden. Ik wil dat nog wel eens zien. In elk geval zitten we nu met een dubbele oefening: we moeten netto bijbouwen en we moeten een heel pak renovaties doen omdat we de mensen een kwaliteitsvolle woning willen aanbieden. Dat is een moeilijke oefening.

Wat die wachtlijsten betreft, wil ik u er ook op wijzen – en ik zeg niet dat dat een slechte zaak is geweest, maar het is wel iets wat die wachtlijsten heeft doen groeien – dat de inkomensgrenzen in 2014 met 13 procent werden omhooggetrokken. Dat zorgt ervoor dat veel meer mensen in aanmerking komen voor een sociale woning. Dat is natuurlijk ook een verschil.

Een wachtlijst kan op twee manieren ontstaan. Het kan zijn dat de overheid niet voldoet aan haar taak om dat te voorzien. Het kan ook zijn dat de groep veel groter geworden is door de regelgeving. Dat is hier ontegensprekelijk gebeurd. Laat ons dat niet vergeten.

Onderwijs en Vorming

Dames en heren, we gaan over tot het onderdeel Onderwijs en Vorming.

De heer De Gucht heeft het woord. U hebt vijf minuten.

Collega’s, het afgelopen jaar zal de geschiedenis ingaan als een annus horribilis, een crisisjaar. Het niets of niemand ontziende coronavirus houdt onze gezondheidszorg, de economie, het openbare leven al negen maanden in zijn greep. De coronacrisis heeft ons onderwijs voor nooit eerder geziene uitdagingen geplaatst. Scholen, centra, academies en instellingen voor hoger onderwijs moesten van de ene dag op de andere de deuren sluiten, en schakelden in een mum van tijd over op preteaching en afstandsonderwijs.

De heropening van de scholen onder strikte veiligheidsvoorschriften was zeker op praktisch en organisatorisch vlak een titanenwerk. Het volledige onderwijsveld, de scholen van het leerplichtonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s), de academies voor deeltijds kunstonderwijs, de hogescholen en universiteiten, directies, leerkrachten, docenten en begeleiders, de ouders en leerlingen, studenten en cursisten, ze hebben het afgelopen jaar allemaal in uitzonderlijk moeilijke omstandigheden het beste van zichzelf gegeven, en dat doen ze nog steeds, waarvoor onze erkenning. Dat verdient ons respect en onze grootste waardering.

– Nadia Sminate, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

De coronacrisis heeft ons ook veel geleerd. Namelijk hoe belangrijk het is dat we de scholen maximaal open kunnen houden. We hebben hier veel debatten over gehouden in deze Koepelzaal. We zien hoezeer het mentaal welzijn van onze leerlingen en studenten onder druk komt te staan, en hoe vooral kwetsbare kinderen en jongeren moeite hebben om mee te kunnen in het digitale onderwijs. Laten we niet vergeten dat de scholen niet alleen een leeromgeving maar ook vooral een veilige haven zijn voor leerlingen in moeilijke thuissituaties.

Het einde van het kalenderjaar nodigt ons uit om terug te blikken op het voorbije jaar en lessen te trekken. Daar hebben we gisteren al een boeiende discussie over gehad met aanbevelingen waarvan we hopen dat deze regering ze zo snel mogelijk in realiteit kan omzetten. Daarnaast moeten we ook en vooral met goede moed en herwonnen vertrouwen vooruit durven kijken. De begroting 2021 is geheel in lijn met ons regeerakkoord ambitieus, en dat is noodzakelijk. Grote maatschappelijke uitdagingen vragen aanzienlijke inspanningen. In het kader van de relance voorziet deze regering voor onderwijs een budget van 585 miljoen euro. De middelen gaan onder andere naar digitalisering, gisteren ook al besproken, de ondersteuning van de meest kwetsbaren, en levenslang leren.

De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat digitaal onderwijs niet voor iedereen even vanzelfsprekend is, zeker niet voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Deze regering investeert dan ook 375 miljoen euro, 10 procent daarvan recurrent, in digitale versnelling waarmee we het digitale onderwijs duurzaam verankeren en alle leerlingen een leeraanbod op maat kunnen geven. Deze middelen gaan naar ICT, ICT-schoolbeleid, ICT-vaardigheden, infrastructuur van schoolteams en de ondersteuning van digitale leermiddelen en omgeving.

Ik wil nog eens onderstrepen dat over een laptop beschikken niet voldoende is. We hebben gisteren al uitvoerig hierover gesproken: je moet er ook mee aan de slag kunnen gaan. Het is dus van belang dat alle leerlingen ook over de nodige digitale basisskills en toegang tot internet beschikken.

Laten we niet vergeten dat jongeren online ook enorm kwetsbaar zijn. Dat is trouwens niet nieuw. Het is noodzakelijk dat we jongeren bewustmaken van de risico’s en gevaren van digitale platformen en hen wapenen tegen misbruik. Meer inzetten op mediawijsheid op school is cruciaal.

Naast de relancemiddelen voor digitalisering maakt deze Vlaamse Regering 90 miljoen euro vrij om kwetsbare leerlingen en studenten bij te staan en hun leerachterstand weg te werken. Dat is broodnodig. Recent onderzoek heeft aangetoond dat er bij de helft van de leerlingen sprake is van leerachterstand. Die leerachterstand kan oplopen tot een half jaar.

De relance heeft aandacht voor mentaal welbevinden, een thematiek die me erg na aan het hart ligt. We weten dat de coronacrisis een grote impact heeft op onze gemoedstoestand en het geluksgevoel, niet het minst bij scholieren en studenten. Isolatie en eenzaamheid steken meer dan ooit de kop op. Het mentale welbevinden van studenten staat al langer onder druk, en deze coronacrisis, waarin wordt overgeschakeld op afstandsonderwijs en het sociale leven wordt ingeperkt, maakt studenten nu ook extra kwetsbaar.

We moeten er dan ook alles aan doen om ervoor te zorgen dat studenten de nodige begeleiding en ondersteuning krijgen om deze moeilijke periode te kunnen doorstaan. 60 miljoen euro relancemiddelen gaan naar beleid rond levenslang leren, met een focus op de nieuwe noden op de arbeidsmarkt, knelpuntberoepen en de digitale vaardigheden. Dat is een goede zaak en een terechte keuze, maar we moeten ook ver genoeg in de toekomst durven te kijken. De wereld verandert razendsnel.

Kunt u stilaan afronden?

Ik rond af. Collega’s, de coronacrisis dreigt de onderwijskloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen te vergroten, en dat mogen we zeker en vast niet laten gebeuren. Onderwijs is het instrument bij uitstek om die kloof te dichten, en ik ben ervan overtuigd dat eenieder, waar hij ook zit in dit parlement, er alles moet op inzetten om ervoor te zorgen dat die kloof gedicht wordt. Ik ben ervan overtuigd dat dat de komende tijd een bijzonder grote uitdaging zal worden.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, beste collega’s, ik start graag met taalscreenings in de kleuterklas. Wij zouden daar strenger zijn en de toegang naar het eerste leerjaar voorbehouden aan wie echt slaagt in een taaltest Nederlands. Nu lijkt het opzet ons toch nog wat te vrijblijvend. Bovendien vrezen we dat die 9 miljoen voor de organisatie van taalintegratietrajecten niet zal volstaan. Want u kunt niet verwachten dat de kleuterleidsters in een klas van 20 tot 25 kinderen dat er eventjes bij gaan nemen.

In Vlaanderen komt een op de vier kleuters uit een anderstalig gezin. Stel nu dat een kwart daarvan niet slaagt. Dat is nog een optimistische inschatting. Dan zit je toch al gauw aan zesduizend kleuters met een remediëringstraject. In een dorpsschool in Alveringem, Assenede, Arendonk of Achel zal dat wel meevallen, maar in Antwerpen, Brussel of de Vlaamse Rand ga je klassen hebben waar misschien wel 80 procent een remediëringstraject zal moeten volgen. En daar heb je mensen voor nodig.

U voorziet voor de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) gemiddeld vier voltijdse eenheden extra, en dat is op zich positief. Maar naar ons aanvoelen is dat onvoldoende om die contactopsporing op piekmomenten rond te krijgen, zeker in de steden, waar ook de vertragende factor van Nederlandsonkundige ouders meespeelt, en er ook nog eens sociaal tolken moeten worden ingeschakeld. Uit de hoorzittingen in de coronacommissie is duidelijk gebleken dat dan de gewone maar broodnodige taken in het gedrang komen: vaccinaties, begeleidingen van leerlingen met leerstoornissen, gedragsproblemen, problematische spijbelaars, studiekeuzebegeleiding. Die moeten voor ons koste wat het kost blijven doorgaan.

Met de investering van 7 miljoen euro in het buitengewoon basisonderwijs kunnen er meer plaatsen komen, en daar zijn we best tevreden over. Er zal echter nog veel meer nodig zijn om ons lager en secundair buitengewoon onderwijs te laten bekomen van het nefaste M-decreet. We kijken alvast uit naar de visienota omtrent het nieuwe Leersteundecreet.

Wat de korte vervangingen betreft, hebt u een tijdelijke brandblusmaatregel ingevoerd. Vervang de afwezige leerkracht, we gaan niet moeilijk doen. Dien gewoon achteraf het bonnetje in. Dat is goed natuurlijk, maar dat is geen oplossing op langere termijn. Nochtans lag in deze coronacrisis de kans om komaf te maken met die besparing uit een vorige regeerperiode inzake korte vervangingen meteen voor of na een korte vakantie. En daar moeten we zo snel mogelijk van af, zeker in het buitengewoon secundair onderwijs (buso), maar het liefst ook in de andere types.

De pedagogische begeleidingsdiensten krijgen bijna 3 miljoen euro minder, terwijl hun taken ongewijzigd blijven. Dat lijkt ons uit den boze in deze coronatijden, waarin professionalisering en pedagogische begeleiding broodnodig zijn voor de didactiek van het afstandsonderwijs en het blended learning, de mix tussen contactonderwijs en afstandsleren. Het negatief advies van de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) is nochtans overduidelijk: “Deze besparing is zonder meer een kaakslag voor de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten. Net in deze periode waarin ze snel schakelen en ingezet worden waar nodig om leraren te ondersteunen bij de overgang naar digitale leeromgevingen en afstandsleren, worden hun vleugels geknipt.”

In het hoger onderwijs vrezen we dat de besparingsmaatregel om de groeipaden van de universiteiten over te slaan, de onderwijskwaliteit verder onder druk zet en de instellingen voor de keuze plaatst hun diensten al dan niet in te perken. De Vlaamse Regering neemt hiermee het risico dat studenten minder goed kunnen worden begeleid en dat de werkdruk van het personeel zal toenemen.

We maken ons ook zorgen om de Vlaamse hogescholen. Het studiegebied industriële wetenschappen en technologie is structureel ondergefinancierd. In 2021 wordt de opleiding toegepaste informatica hieraan toegevoegd, weliswaar met een financiële opstap van 4 miljoen euro. Zowel de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) als het Science, Technology, Engineering and Mathematics-platform (STEM-platform) hebben aangegeven dat de noden op het terrein veel hoger liggen. De STEM-opleidingen zijn en blijven de motor van onze welvaart en verdienen een investering in een divers aanbod en in een duurzame, toekomstgerichte innovatie.

Ten slotte vinden we dat er te weinig aandacht voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs is. Er komen eenmalige middelen in het kader van de relance, maar het blijft onduidelijk wat de langetermijnvisie van de Vlaamse Regering is. In de Commissie ad hoc voor de Evaluatie en Verdere Uitvoering van het Vlaamse Coronabeleid hebben we nochtans luid en duidelijk een roep om meer perspectief gehoord en we zouden dat perspectief willen geven.

De heer Brouns heeft het woord.

Investeren in de kwaliteit van ons onderwijs is investeren in de kracht van onze leerkrachten. Meer dan ooit verdienen ze ons grote vertrouwen en onze maximale ondersteuning. De waardering van ouders voor onze leerkrachten is nog nooit zo groot geweest. Misschien is dat een van de meest positieve neveneffecten van deze coronapandemie.

Investeren in leerkrachten is ook investeren in opleidingen, werkzekerheid, toekomstkansen en mogelijkheden om een leven lang te leren en voortdurend te kunnen professionaliseren.

Zonder de kar te overladen, is investeren in leerkrachten voor CD&V ook werk maken van een sterk loopbaanpact. Als Vlaamse overheid moeten we schoolteams en leerkrachten sobere, duidelijke en kwaliteitsvolle minimumdoelen aanreiken, maar we moeten ook veel ruimte en vertrouwen geven om elke dag opnieuw school te maken.

Sterke scholen worden door sterke schoolleiders geleid. De lokale autonomie, gekoppeld aan een sterk beleidsvoerend vermogen en een sterke pedagogische begeleiding, blijft voor onze fractie de beste garantie op onderwijskwaliteit.

We versterken leerkrachten met een doel, namelijk leerlingen versterken. Ook wij willen alle leerlingen een rijke beheersing van de onderwijstaal garanderen, niet door kleuters te straffen door hen de toegang tot het lager onderwijs te ontzeggen, maar wel door hen te versterken. De screening is geen doel op zich. De essentie is iedere leerling een taalintegratietraject te garanderen. Alle leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond, verdienen gelijke kansen.

Het bedrag van 90 miljoen euro voor meer aandacht voor de meest kwetsbaren is meer dan welgekomen. We moeten de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften meer ondersteunen en we kijken dan ook reikhalzend uit naar de conceptnota over een leersteundecreet.

Wat de rol van de ouders en de ouderbetrokkenheid betreft, hebben we allemaal hoge verwachtingen van onze kinderen, maar die kunnen alleen iets opbrengen als ook de ouders die verwachtingen hebben en daarvoor hun rol in het leerproces opnemen.

Als ik zie hoe zwaar de boekentas van mijn dochter is, hoop ik dat ze snel door een tablet of laptop kan worden vervangen. De klas van de toekomst is immers een digitale klas, maar voor we zo ver zijn en iedereen mee op de digitaliseringstrein zit, is een heel grote inhaalbeweging nodig. Die inhaalbeweging is met de digisprong op de rails gezet.

375 miljoen euro – of dat dacht ik toch, tot gisteren. Want als ik de bedragen van gisteren optel, minister – en misschien moet u dat zo dadelijk toch even duiden – kom ik op 456 miljoen euro, wat natuurlijk nóg beter is. Ik verwijs naar het verslag van gisteren: 340 miljoen euro voor infrastructuur, 70 miljoen euro voor schoolbeleid, 11 miljoen euro voor competentieversterking en 35 miljoen euro voor het kennis- en adviescentrum. Misschien zijn daar de recurrente middelen bijgeteld, dat weet ik niet. Maar dan kom je nog maar op 440 miljoen euro. Maar goed, dat is nog eens 15 miljoen euro extra. Misschien kunt u dat even duiden. Maar hoe meer, hoe beter.

Er was ook een confrontatie met onze schoolinfrastructuur. Deze moet toekomstproof zijn en dat houdt onder andere in dat capaciteitsproblemen progressief worden aangepakt, dat een versnelde digitalisering ook materieel mogelijk is en dat we versneld werk maken van goed geventileerde klaslokalen.

Collega's, veel van wat voorafging in mijn betoog hebben we belicht vanuit het basis- en het secundair onderwijs, maar is vaak even goed volkomen relevant voor alle andere onderwijsniveaus. Zo verdienen de universiteiten, de hogescholen en in het bijzonder de studentenvoorzieningen (stuvo’s) alle vertrouwen en steun om in het bijzonder de eerstejaarsstudenten in moeilijke tijden bij te staan in hun leerproces.

Met een budget van 13,2 miljard euro, bovendien aangevuld met 585 miljoen euro aan relancemiddelen, is de onderwijsbegroting nooit groter geweest. De CD&V-fractie schaart zich dan ook heel graag achter deze ambitieuze onderwijsbegroting, met een heel grote bereidheid om mee te werken aan de verdere ontwikkeling van een sterk Vlaams onderwijs.

Dat was mooi binnen de tijd. Collega Daniëls, neem daar een voorbeeld aan.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, met de N-VA-fractie zullen we deze begroting absoluut met veel enthousiasme stemmen. En met evenveel enthousiasme willen we ook onze dank uitspreken aan iedereen. We hebben dat bij de resolutie rond corona-onderwijs gedaan en we willen het hier met nog eens zoveel woorden zeggen: bedankt voor uw inzet en voor uw creativiteit.

Collega's, ik ben echt blij en aangenaam verrast. Ik stel het ook vast op de sprekerslijst voor Onderwijs, want twee oppositiepartijen hebben zelfs geen tijd gevraagd om iets te zeggen over het onderdeel Onderwijs. En ik begrijp dat. Want tussen het begin van de legislatuur en de begrotingsopmaak van 2021 komt er 1,2 miljard euro bij voor onderwijs. Dus ja, wees maar eens oppositiepartij in dit halfrond. Wat kun je daar nog op zeggen, dat er op zo'n korte tijd zo veel middelen bij komen?

Ik denk dat dat goed is en dat het ook terecht is. We zien 585 miljoen euro voor de relance, de digitale versnelling, het is hier al over gegaan.  Maar we zien er ook in het kleuter- en leerplichtonderwijs 245 miljoen euro bij komen, in het hoger onderwijs 64 miljoen euro en ga zo maar door.

Er is daarnet al gesproken over de pedagogische begeleiding. Het klopt dat daar in eerste instantie een besparing op zit. Maar u moet dan ook wel alles lezen. Bij het Leersteundecreet komt er 3,5 miljoen euro bij voor de pedagogische begeleiding, dat mogen we toch ook niet vergeten.

Minister, collega's, dat we inzetten op onderwijskwaliteit is voor N-VA cruciaal. De onderwijskwaliteit gaat zowel over de vinger aan de pols, het monitoren, hoe loopt het, maar aan de andere kant ook over ervoor zorgen dat kinderen sterker worden. Er wordt soms wat schamper gedaan over die taalscreening, maar dat is inderdaad zorgen voor een goede start. Een goede start, en bijgevolg meer kansen om dat onderwijs ook goed te beëindigen.

En collega's, als we middelen inzetten, dan spreekt het voor zich dat we ervoor moeten zorgen dat die middelen maximaal in de klas en in de school zijn. We lezen dat u zegt dat die pedagogische begeleiding bij leursteun tot op de klasvloer moet komen. Het lijkt mij inderdaad nodig dat we dat op die manier zeggen. En als er dan middelen zijn op de klasvloer, moeten die leerkrachten maximaal kunnen doen wat ze willen en moeten doen, en dat is lesgeven.

Wat die planlastcalculator betreft, wil ik hier nogmaals een belangrijke oproep lanceren, naar alle geledingen in het onderwijs. Op het moment dat ze iets van een plan bedenken, moeten ze zich afvragen: en hoe is dit een belangrijke insteek voor de onderwijskwaliteit, hoe verhoogt dit de onderwijskwaliteit?

Ook de nieuwe Design Build Finance Maintain (DBFM) vinden we een belangrijk gegeven. De onderwijsinfrastructuur is hier inderdaad al aan bod gekomen.

Iets waar nog niet over is gesproken, zijn de omgevingsanalyses voor de kleuteraanwezigheden. Als we effectief willen dat leerlingen een goed traject doorlopen, is de kleuterschool de belangrijkste plaats om te starten. Die heel gedetailleerde kleuteraanwezigheden in bepaalde gemeenten, die omgevingsanalyses, vinden wij als N-VA dan ook een belangrijke start.

Iets anders waar nog niet over is gesproken, is de sterke en moderne dienstverlening voor onderwijsinstellingen. U gaat de loonmotor, het programma dat de lonen van ons onderwijspersoneel berekent, vernieuwen. Dat is iets belangrijks, minister. En dat moet inderdaad direct goed zitten. En omgekeerd, als scholen programmaties doen, nieuwe studierichtingen, moeten er niet meer hele pakken papier ingediend en opgestuurd worden, maar kan dat op een digitale manier. Dat kan ook eenvoudig digitaal gevolgd worden. Dat lijkt ons een belangrijk iets, om ervoor te zorgen dat al die papierlast weg gaat. Nu zullen sommige collega’s zeggen: of je het nu op papier of digitaal invult, je moet het invullen. Dat klopt, maar in geautomatiseerde systemen moet je daar eigenlijk niet zo heel veel meer aan doen en kun je gewoon de zaken die er al zijn, aanklikken. 

Ik rond af, collega’s. Ik zal dat ook doen binnen de tijd die voorzien is. Deze begroting voor Onderwijs is een absolute groeibegroting. Minister, wij steunen u daar volledig in. We hopen dat al die middelen tot op de klasvloer komen en dat u effectief mee bewaakt dat ze daar terechtkomen, dat ze daar ingezet worden en de onderwijskwaliteit ten goede komen. Dank u wel. (Applaus bij de N-VA)

De heer De Meester heeft het woord.

Minister Weyts, exact een jaar geleden hebben we hier de slechte PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment) besproken. Onze leerlingen scoren slecht op wiskunde, wetenschappen, lezen. We zijn vandaag exact een jaar verder, en er is een nieuwe studie, T.I.M.S.S. (Trends in Mathematics and Science Study) deze keer, die aantoont dat onze leerlingen weer slechter scoren op wiskunde, wetenschappen, lezen. De kwaliteit van ons onderwijs gaat achteruit, jaar na jaar, al vijftien jaar lang. Om ons onderwijs weer op de rails te krijgen, collega's, gaan we moeten investeren in het onderwijs. Investeren, mijnheer Daniëls, niet besparen. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Ik zal u misschien eens een dodehoekspiegel of zo kopen, mijnheer Daniëls, want ik denk dat u ergens een blinde vlek hebt en dat u die besparingen niet ziet. Ik zal u het voorbeeld geven van de pedagogische begeleidingsdiensten. Volgend jaar bespaart u, minister, 2,9 miljoen euro op de werkingsmiddelen van die begeleidingsdiensten. Die middelen worden geschrapt vanaf 2022. Dat is 11 miljoen euro besparing op de legislatuur. En ja, mijnheer Daniëls, daar komt 3,5 miljoen euro bij in het kader van het nieuwe leersteundecreet. Maar 11 miljoen euro min 3,5 miljoen euro, dat is toch nog altijd een besparing van 7,5 miljoen euro? Ik weet dat de kennis van wiskunde achteruitgaat, maar 11 min 3,5 is toch nog altijd 7,5 miljoen euro besparing. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Dat is geen kleingeld voor die pedagogische begeleidingsdiensten. Dat heeft grote gevolgen. Bij het katholiek onderwijs zijn er 250 begeleiders op die diensten. Daarvan zijn er al 40 vertrokken. En er moeten er nog eens 40 vertrekken. Lieven Boeve, van het katholiek onderwijs, zegt: “Dit gaan wij hard voelen.” Dat zegt niet de PVDA. Dat zegt het katholiek onderwijs. En ook hier gaat dat niet noodzakelijk minder kosten. Want die diensten moeten dan ingekocht worden, en dat moet ook betaald worden. Dat zegt niet de PVDA. Dat zegt Lieven Boeve van het katholiek onderwijs. Collega's, als de CD&V het in deze regering niet meer opneemt voor het katholiek onderwijs, dan gaan wij dat met de PVDA moeten doen. (Gelach. Opmerkingen)

Wij vragen met de PVDA een stopzetting van die besparingen op de begeleidingsdiensten. We hebben daarvoor vandaag ook een amendement ingediend.

En dan kom ik bij de laptops, de grote digitale versnelling van de heer De Gucht. Mijnheer Weyts, waar blijven die laptops eigenlijk? 23 maart: ‘Ben Weyts belooft gratis laptops voor elk kind.’ 13 november: ‘Ben Weyts belooft gratis laptops voor elk kind.’ 15 december: ‘Ben Weyts belooft gratis laptops voor elk kind.’ Dat zijn al drie laptops.

Collega’s, weet u wat het toppunt is? De scholen moeten die laptops zelf betalen! Dat wordt afgetrokken van hun budget voor digitalisering. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Is het waar of is het niet waar? Ja, het is zeker waar. Minister, zo kan ik ook cadeaus geven. Dat is alsof je voor sinterklaas een vuurdraak van LEGO Ninjago aan je kind geeft en dat dan aftrekt van zijn zakgeld.

Ik kreeg hier net nog een bericht, om 21.03 uur, van een school in Antwerpen. Zij zeggen die laptops te hebben afbesteld, aangezien ze 500 euro per laptop moeten betalen van hun digitaliseringsbudget. Het punt is, dat digitaliseringsbudget stijgt natuurlijk, maar de scholen zeggen dat ze die extra middelen nodig hebben voor digitalisering: voor ICT, voor infrastructuur, digitaal lesmateriaal, platformen. Mijnheer Weyts, ze hebben dat geld nodig, en dus kunnen die extra laptops er niet meer vanaf, zodat de scholen ze afbestellen. (Opmerkingen)

Ja maar, bestellen ze die af of niet?

Deze week stond er een directeur in de krant: 25 gratis laptops en achteraf een factuur van 15.000 euro. Hij heeft ze teruggestuurd. Op die manier zal men het dus niet oplossen. In plaats van teksten te schrijven over digitalisering en smart dit en smart dat en artificiële intelligentie, zou gewone intelligentie al genoeg zijn.

– Liesbeth Homans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Gewoon een beetje gezond verstand, er gewoon voor zorgen dat elk kind een laptop heeft, er gewoon voor zorgen dat de Vlaamse Regering die factuur betaalt, en niet de scholen, gewoon investeren in degelijk onderwijs voor iedereen in plaats van te besparen, gewoon ervoor zorgen, minister Weyts, dat elk kind meetelt.

De heer Coel heeft het woord.

Voorzitter, een bijzonder creatieve tussenkomst van de oppositie. Ik weet dat ze bij de PVDA geen fan zijn van het opmaken van historische balansen, maar dit is toch wel een zeer creatieve lezing van de begroting, die met 1,2 miljard euro toeneemt ten opzichte van het begin van de legislatuur. Ik zal de verdere details echter uiteraard aan de minister overlaten. Die zal dat met veel overtuiging rechtzetten en verdedigen.

Ik wou nog even kort inzoomen op het luik infrastructuur. De coronacrisis heeft ook daar een aantal zaken op scherp gesteld. Er waren al veel uitdagingen op het vlak van schoolinfrastructuur. Deze regering maakt er dan ook historisch veel middelen voor vrij. De uitdaging is er niet minder op geworden, op het vlak van ventilatie, op het vlak van digitale infrastructuur, van sanitair enzovoort. Ik hoop dus dat men het komende jaar die vele middelen waarin is voorzien voor infrastructuur, ook in de praktijk zal kunnen omzetten, naar realisaties. Dat is een beetje een gelijkaardige problematiek als in voorgaande debatten: een recordaantal middelen, maar het is zaak om die kordaat te vertalen op het terrein. Daarvoor rekenen wij op onze slagkrachtige minister.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Collega’s, we staan hier voor een algemene bespreking van de begroting. Wat de onderwijsbegroting betreft, niettegenstaande het negationisme aan de extreme linkerzijde, die begroting neemt toe, met 1,2 miljard euro in vergelijking met 2019. Dat is op twee jaar tijd dus een stijging met 10 procent. Met 10 procent, en dat is dan nog zonder de eenmalige middelen gerekend die erbij komen in het kader van de relance. Dat is nog eens 585 miljoen euro. Dus, reken, tel en prijs u gelukkig dat deze Vlaamse Regering ervoor kiest om resoluut, resoluter dan ooit, te investeren in dat onderwijs.

Er werden punctueel hier en daar wel wat terechte bekommernissen geuit. Mijnheer Laeremans, is de taalscreening vrijblijvend? Niks is minder waar. Ik denk dat we die sluitend hebben gemaakt, zonder al te dwingend te zijn, maar sluitend, aanklampend. Men zorgt ervoor dat er al in de derde kleuterklas, in de eerste maanden, zeg maar in november ongeveer, wordt getest en gepeild naar een eventuele taalachterstand. Wanneer die wordt gedetecteerd, dan wordt er vervolgens op gewerkt en heeft men een jaar de tijd om bij te spijkeren. Als aan het einde van het jaar in hoofde van de klassenraad blijkt dat de betrokken kinderen of sommige kinderen nog niet afdoende bijgespijkerd zijn en dus met een taalachterstand aan het eerste leerjaar dreigen te beginnen, dan zal worden geadviseerd dat ze overzitten. Leggen de ouders dat naast zich neer, dan zal het betrokken kind sowieso een taalintegratietraject moeten volgen, een taalbad, een taalbadjaar moeten volgen, in het eerste leerjaar. Er is dus geen enkele vrijblijvendheid.

Zullen die 9 miljoen extra middelen afdoende zijn? ‘The proof of the pudding is in the screening’, in dit geval. We zullen inderdaad zien. Maar 9 miljoen euro, dat zijn ongelooflijk veel middelen die worden vrijgemaakt.

U had het ook over de kortetermijnvervangingen. Dat is een regeling die we uitgewerkt hebben. Normaal gezien is het zo dat de scholen enkel in vervanging kunnen voorzien wanneer het gaat om afwezigheden van tien dagen en meer. Door de coronacrisis was de vraag gekomen of we, vermits mensen soms in quarantaine moeten gaan, ook al zijn ze niet ziek, geen systeem kunnen uitwerken zodat die mensen ook vervangen kunnen worden om de school draaiende te houden. We hebben dat uitgewerkt. Maar ik ga een nieuwtje vertellen, en ik ben daar nogal fier op. Als je de afwezigheidscijfers bij de leerkrachten Vlaanderenbreed vergelijkt in deze maand december met december van een jaar geleden, dan hebben we minder afwezigheden. Er zullen ongetwijfeld verschillende oorzaken zijn, zoals bijvoorbeeld het feit dat er sowieso minder ziektes zijn omdat we met zijn allen meer afstand houden, waardoor ook andere ziektes zich minder manifesteren. Ten tweede ga ik ook uit van de verantwoordelijkheidszin van veel leerkrachten, dat men toch nog gaat inspringen voor collega’s. Ik ken ze niet van buiten, maar ik weet wel dat de cijfers nu overal lager zijn. Door het grote getal verbergt dat natuurlijk de 'outliers'. Waar men dan wel geconfronteerd wordt met een groot aantal  afwezige leerkrachten, is dat systeem dat we uitgewerkt hebben wel degelijk te benutten en zinvol.

Er was de kritiek op de besparing bij de pedagogische begeleidingsdiensten. Kritiek van extreemlinks en van extreemrechts, een kaakslag. Zo’n kaakslag van extreemlinks en extreemrechts wil ik elke dag. Conform de analyse en de audits die gemaakt zijn in het verleden door onder andere de commissie Monard, doen we inderdaad een besparingsoefening. Op grond van analyses en audits heeft men altijd gezegd dat die en die punten fout lopen bij de pedagogische begeleidingsdiensten en dat dat niet efficiënt is. Daarop doen we een besparing. Daartegenover geven we extra middelen voor de kerntaken. We geven zelfs meer extra middelen dan we middelen besparen. Netto komt er ongeveer een half miljoen euro bij. Dus zo’n kaakslag wil ik elke dag.

Op de onderwijsbelastingseenheden (OBE’s), dus de financiering van hogeronderwijsopleidingen, zit ook een groeipad. U kijkt niet verder dan het eerstvolgende jaar. 4 miljoen euro, maar dat op zich is ook een duidelijke beleidskeuze. Herinner u de discussie tussen de hogescholen de afgelopen jaren. We zijn er wel in geslaagd om binnen de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) een consensus te hebben – op zich al een niet te veronachtzamen verdienste – en we hebben duidelijke keuzes gemaakt, onder andere voor digitalisering van de STEM-opleiding.

De digisprong is inderdaad een sterk verhaal. Collega Brouns, u hebt gelijk. Ik heb ook een overzicht geschetst van de middelen die er bijkomen. Enerzijds heb je die 375 miljoen euro. Maar 10 procent van die middelen worden recurrent vanaf 2022, wat maar goed is ook, bijvoorbeeld voor de ICT-coördinatoren, waar we het budget verhogen met 75 procent. Binnen deze regeerperiode mag je ook nog eens 37,5 miljoen euro maal 3 doen: ook middelen die erbij komen. Het belangrijkste is dat dat zorgt voor een recurrente stroom en dat we kunnen voorzien dat er voldoende ICT-materiaal is voor de jaarlijkse nieuwe instroom in het vijfde leerjaar en dat hier en daar problemen Vlaanderenbreed opgelost zouden kunnen worden.

We hebben al inspanningen gedaan. Er zijn al – ik zeg het even uit het hoofd – op grond van twee operaties 25.000 laptops verspreid. Die laatste oefening was heel duidelijk. Vermits we 375 miljoen euro extra uitgeven, hebben we ook snel moeten schakelen, niet op mijn voorstel maar omdat het Overlegcomité had beslist om de scholen te verplichten tot afstandsonderwijs en tot de beperking van het contactonderwijs tot 50 procent. Ondertussen waren we ook bezig met het uitwerken van ons Digisprongplan. We hebben sneller moeten schakelen en daarom hebben we ervoor gezorgd dat op grosso modo twee weken ongeveer 12.000 tot 13.000 laptops werden geleverd. Il faut le faire, in deze tijden. Op twee weken! Vanzelfsprekend is dat een voorafname op die 375 miljoen euro extra, anders zou je twee keer dezelfde laptop financieren. Dat lijkt me de evidentie zelve.

Tot slot is er de blijde mare voor de Guimardstraat dat de PVDA de belangen van het katholiek onderwijs zal gaan verdedigen. Ik kan richting mijnheer Boeve alleen maar antwoorden met de poëzie van Iron Maiden: ‘Run to the hills, run for your lives’. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Collega Laeremans, ik wil toch nog even ingaan op wat u zegt over de taalscreening want dit is nu net de visie en de manier waarop onze fractie niet wil meegaan in het verhaal van segregatie, zeker niet. Wij passen voor een ingangsexamen voor het eerste leerjaar. Wij hebben er altijd voor gepleit dat de taalscreening zou plaatsvinden bij het begin van de derde kleuterklas omdat we op die manier nog de mogelijkheid geven aan de kleuters om een taalintegratietraject te kunnen volgen. Dat gebeurt op maat van elke kleuter.

Misschien hoort u of uw fractie het helemaal niet graag, maar een recent onderzoek maakt duidelijk dat het opleidingsniveau van de ouders bepalender is voor de schoolloopbaan van kinderen dan de migratieachtergrond, dan de afkomst van die kinderen.

Daarmee leg ik de brug naar levenslang leren. Minister, het is van het allergrootste belang dat we kansen geven aan ouders door zo ook kinderen te laten groeien.

Zo maak ik ook de brug naar het volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie want, minister, we weten allemaal dat de impact van corona op het niet-leerplichtonderwijs heel groot was. Er zijn tot honderdduizend cursisten minder ingeschreven. We weten dus dat dit een impact zal hebben op wat komt. Ik zou vragen om toch uitdrukkelijk zorg te dragen voor de bezorgdheden die er zijn binnen de centra voor basiseducatie (CBE’s) en de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s). We moeten daar bekijken hoe we aan die bezorgdheden kunnen tegemoetkomen en zorgen voor goede garanties, zeker nu we weten dat levenslang leren altijd belangrijker zal worden.

Als we nog iets geleerd hebben, mijnheer Laeremans, is het dat we scholen sterker moeten maken. De coronacrisis heeft ons geleerd dat wendbare scholen net die scholen waren die zeer gemakkelijk een oplossing konden vinden of zich konden aanpassen aan de coronavereisten.

Minister, dan denk ik dat alle inzet moet gaan naar het professionaliseren van onze leerkrachten. Via TIMSS hebben we het onderzoek kunnen lezen. Daaruit blijkt dat ze vragende partij zijn om zich bij te scholen maar dat het hun vaak ontbreekt aan tijd en ruimte. Ook de vlakke loopbaan zorgt er zeker voor dat leerkrachten vroegtijdig het onderwijs verlaten. We hebben in de beleidsnota ook gelezen dat u gaat voor een opleidingsprofiel voor directeurs en dat er aandacht is voor nascholingsmiddelen. Maar toch, die professionalisering verdient alle steun.

Een laatste iets. We weten dat er een plan komt voor het basisonderwijs, dat daarvoor in 100 miljoen euro zou worden voorzien. Ondertussen is de gelijktrekking van de werkingsmiddelen al gaande. Op die manier stroomt 71 miljoen euro extra naar de scholen.

We weten dat er ook extra middelen zijn voor leerondersteuning. Zoals collega Brouns ook al aangaf, kijken we reikhalzend uit naar de nota die u daarvoor opmaakt, en zeker ook naar het statuut van de ondersteuners. Daar moeten we de nodige aandacht aan schenken. U kent mijn pleidooi al, ik heb al ettelijke keren gevraagd om zeker ook werk te maken van de beleidsondersteuning voor het basisonderwijs, want uit corona leren we dat de directeurs zeker moeten worden ondersteund om hun professioneel beleid, hun beleidsvoerend vermogen, te kunnen vergroten. Dat hebben we nodig om sterke scholen te maken om het allerbeste onderwijs te voorzien voor onze leerlingen.

De heer Laeremans heeft het woord.

Voorzitter, nog heel eventjes over de taalscreenings in de kleuterklassen en de overgang naar de lagere school. Ik weet dat er inderdaad een verschil op zit tussen jullie conclusie en voorstel en dat van ons. Wij zouden dat verstrengen.

Minister, ik heb niet gezegd dat dat volledig vrijblijvend zou zijn. Ik vind het wat te vrijblijvend. Als ouders, ondanks het feit dat hun kind niet mee kan op taalkundig vlak, toch zeggen dat het naar het eerste leerjaar mag, want er is geen verbod om door te gaan, dan vrees ik dat dat een grotere impact zal hebben op de klas en op de leerkracht dan wanneer dat kind de derde kleuterklas zou overdoen. Want in de derde kleuterklas heb je echt niet die enorm belangrijke zaak van het aanleren van het lezen, schrijven en rekenen. Dat is nog een stuk speelser. Dat is de reden waarom wij het toch beter vonden om te zeggen: ‘Sorry, maar je kunt toch niet mee in het eerste leerjaar, je doet beter de derde kleuterklas over.’

Collega Laeremans, op dit punt wil de heer De Gucht u onderbreken.

Enkele weken geleden heeft uw collega hier ook al iets gezegd dat mij toen verontruste. U bent het nu, na de tussenkomst van collega Vandromme, enigszins in een betere richting aan het sturen, maar in uw eerste tussenkomst was het wel treffend op welke manier u daarnaar kijkt. Men zegt dat die kinderen daar eigenlijk niet thuishoren. De uitleg van de minister is hoe we het hier gedurende weken hebben bediscussieerd, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering, maar die lezing zit nog altijd niet juist bij jullie. Je krijgt een taalscreening aan het begin van de derde kleuterklas. Als het nodig is, wordt daar extra op ingezet gedurende de rest van het schooljaar. Op het einde van het schooljaar, waarvoor vandaag trouwens een leerplicht is, namelijk vanaf 5 jaar, gaat men kijken en dan kan de klassenraad beslissen dat het beter is dat het kind blijft zitten. Wil je toch overgaan, dan ben je verplicht om in een traject in te stappen waar de taal bijgespijkerd wordt. Je krijgt eigenlijk bijna een drietrapsraket in de begeleiding.

De tussenkomst die u daarnet hield en die trouwens ook uw collega enkele weken geleden hield, is dat u niet wil dat elk kind de juiste en volledige kansen krijgt. Wat wij willen doen, is juist die kansen maximaliseren en ervoor zorgen dat kinderen vanaf het begin op een goede manier begeleid worden. Dat is waar deze meerderheid voor staat. U blijft op een hartstochtelijke manier verdedigen hoe men mensen kan uitsluiten, terwijl het gaat over op welke manier je mensen kunt meenemen in een verhaal van jongsaf aan.

Aan de minister heb ik een kleine aanbeveling. We kunnen dat op een manier nog wel beter maken. U kent mijn pleidooi daarin en ik weet dat het niet uw bevoegdheid is, maar u kunt er wel met uw collega's op het federale vlak voor pleiten, namelijk dat we de leerplicht verder verlagen waardoor men nog jonger in contact komt met de Nederlandse taal en nog jonger op de juiste manier begeleid wordt.

De heer Laeremans heeft het woord.

Ik kan alleen maar uit ervaring spreken bij mijn eigen dochter die we het derde kleuterklasje hebben laten overdoen. Dat was niet omdat ze niet genoeg Nederlands kende maar omdat ze absoluut niet schoolrijp was om naar het eerste leerjaar te gaan. Maar goed, jullie hebben het zo beslist, het zal zo zijn.

Hoe zullen de taaltrajecten opgevat worden? Ik weet niet wanneer u daarmee zult landen en wanneer u daar duidelijkheid over kunt geven, want ik word aangesproken door kleuterleidsters die me zeggen dat ‘die Weyts toch een toffe is dat ze dat er allemaal nog maar eens moeten bijnemen’. Daar zijn ze dus een beetje beducht voor. Wat zijn die taaltrajecten? Hoe zal dat juist aangepakt worden? Wie gaat dat doen? Is het een een-op-eenbehandeling of zullen alle kinderen bijeen worden gezet, wat dan de schrik is van mevrouw Goeman? Dat zal dan toch in de derde kleuterklas gelijkaardig zijn aan het traject van het eerste studiejaar? We zouden daar toch graag enige duidelijkheid over krijgen.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, dankuwel voor de verduidelijkingen met betrekking tot de bedragen voor de grote digisprong. We kunnen daar nooit voldoende in investeren.

Ik zal natuurlijk constructief en positief blijven, maar het is belangrijk om heel duidelijk en tijdig aan de scholen te communiceren wat ze kunnen verwachten op dat vlak en wat ze niet kunnen verwachten. De conclusie van de voorbije weken en maanden is wel dat het vaak onduidelijk was. We hebben allemaal mails ontvangen met vragen over onduidelijkheden, maar ik zal niemand met de vinger wijzen. Er is maar één conclusie, namelijk dat het vaak niet duidelijk was hoe het zat met de bedragen voor de laptops.

Als we grote budgetten inzetten op de verschillende thema's die u gisteren hebt genoemd, meer bepaald infrastructuur, IT-coördinatoren, competenties, kennis- en adviescentrum – dat gaat naar een half miljard, wat een gigantisch bedrag is –, dan moet u tijdig en duidelijk communiceren over wat de consequenties zijn op de schoolvloer om die bedragen concreet te kunnen implementeren.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik was me deze week al aan het afvragen hoe het komt dat 375 miljoen euro extra in het kader van de digisprong door een aantal mensen negatief wordt gezien. Ik heb het antwoord gevonden. Het zit hier bij ons in het parlement. Mijnheer De Meester, als u enkelvoudige bedragen aftrekt van recurrente bedragen en omgekeerd, dan maakt u scholen en leerkrachten toppezot. Er komt 375 miljoen euro bij. Op de begroting Onderwijs tussen 2019 en 2021 komt er 1,2 miljard euro bij. U slaagt erin – het staat nochtans in de tabellen – om te zeggen dat dat minder is. Het is onwaarschijnlijk dat u daarin slaagt. Met T.I.M.S.S. bedoelt u TIMSS. Het kind dat 1,2 miljard optelt en dan op het einde zegt dat het onder nul is, haalt de eindtermen niet. Dat is absoluut waar.

Mijnheer Laeremans, als u heel concreet vraagt hoe we in Langemark-Poelkapelle, of in Alveringem, in de derde kleuterklas dat taaltraject zullen organiseren, dan kunnen we daar niet op antwoorden. Dat is net wat hierin staat. We geven middelen voor taaltrajecten. We zijn heel duidelijk dat als een kind onvoldoende kennis heeft om mee te kunnen in de lagere school, er een taaltraject moet zijn. Daar bestaat geen keuze over, maar het is wel afhankelijk van wat het kind nodig heeft. Dat kan je wel niet in een decreet schrijven, ook niet in een BVR. U spreekt altijd over het vertrouwen in de leerkracht. Ik wil ook heel graag dat vertrouwen aan een klasteam geven, maar het moet wel gebeuren. Dat is duidelijk.

Wat de digisprong betreft, is het inderdaad nodig om heel duidelijk te zeggen wie wat doet. Wie bestelt de laptop of IT-device? Want het hoeft geen laptop te zijn, het kan ook een ipad, een Chromebook of iets zonder merk zijn. Wie bestelt dat, bij wie en in welk raamcontract? Ik denk dat dat een goede zaak zou zijn. Wanneer er dan iets misloopt, weten scholen ook bij wie ze moeten aankloppen. Dat mag van mij heel duidelijk zijn. De mails die ik zie, hebben een heel duidelijke afzender en onderaan een heel duidelijke handtekening.

Wat we daarnet iets te weinig hebben benadrukt, maar wat toch in de begroting staat – en daar gaat het per slot van rekening over – is het steunpunt voor de ontwikkeling van de gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen, dat uit de startblokken kan schieten. Ik denk dat we in dit parlement blij mogen zijn dat we niet om de zoveel jaar moeten wachten op een T.I.M.S.S. of een P.I.S.A. maar effectief zelf de vinger aan de pols kunnen houden om die evolutie jaar na jaar en op korte termijn te kunnen zien.

De heer De Meester heeft het woord.

Collega Daniëls, ik weet natuurlijk wel dat er 1,2 miljard euro op die begroting bij komt, maar dat mocht ook wel na zo’n slordige vijftien jaar van structurele onderfinanciering van het onderwijs. (Opmerkingen van Koen Daniëls en Karl Vanlouwe)

Sinds de N-VA in de Vlaamse Regering zit, wordt het onderwijs structureel ondergefinancierd. Nu wordt dat een beetje rechtgetrokken en dat mocht ook wel. (Opmerkingen bij de N-VA)

Collega De Meester heeft het woord!

Ik zal u dat uitleggen, want ik begrijp dat die minimale complexiteit voor sommigen te ver gaat. (Rumoer)

Het blijft een feit, collega’s, dat het aantal leerlingen in Vlaanderen de afgelopen tien jaar met 10 procent is gestegen. De middelen die wij investeren in Onderwijs, zijn echter, in verhouding met het bbp, met 7 procent gedaald. Dat is geen perceptie, dat is geen framing, dat zijn feiten, dat zijn cijfers: 10 procent meer leerlingen, 7 procent minder budget in termen van het bbp.

Ik ben natuurlijk blij dat er geld bij komt uit de relancemiddelen, die tweemaal 185 miljoen euro, want dat is nodig. Maar er zijn ook besparingen die overeind blijven. Zo is er geen groeipad voor de hogescholen en is er geen click voor de universiteiten in 2021 en 2023. Er worden boeken volgeschreven over Vlaanderen dat moet excelleren, over innovatie, over kennis, maar voor de universiteiten, het hart van die kennis, zijn er geen clicks.

Ook op de werkingsmiddelen in het secundair onderwijs wordt bespaard. Ook op de pedagogische begeleidingsdiensten wordt bespaard. Collega Daniëls, u kunt het licht van de zon ontkennen, maar daar wordt 7,5 miljoen euro op bespaard. Ik maak die scholen niet toppezot; jullie doen dat. Ik denk niet dat de Vlaamse Regering daar de PVDA voor nodig heeft.

Wat de pedagogische begeleidingsdiensten betreft, minister Weyts, zegt u in uw repliek dat die besparingen aansluiten bij een concept van efficiëntie en kerntaken. Denkt u dat die pedagogische begeleidingsdienstenecht efficiënter zullen werken met een derde minder personeel? Zat dat een derde daar tot nu toen dan zijn tijd te verdoen, te kaarten? Is dat uw analyse, uw beoordeling van die pedagogische begeleidingsdiensten? Trouwens, als die besparingen tot meer efficiëntie leiden bij die diensten, waarom hebt u die dan tijdens de coronacrisis bevroren? Ik zou daar dan wel heel graag een antwoord op hebben.

U hebt het ook over het kerntakendebat. Maar vindt u dat wat pedagogische begeleidingsdiensten doen, geen kerntaak is van het onderwijs? Die diensten begeleiden de leerkrachten bij het wegwerken van leerachterstand door corona, zij helpen met evaluaties, zij ontwikkelen materiaal voor afstandsonderwijs, zij waren bijna een helpdesk tijdens de coronacrisis. Dat alles naast al hun gewone ondersteunende taken: het aanpassen van leerplannen en eindtermen, het zorgen voor inclusie van leerlingen met een beperking, het vormen van leerkrachten, het ondersteunen van startende leerkrachten. Is dat dan geen kerntaak van het onderwijs? We moeten een beetje serieus blijven, collega’s.

Eerlijk gezegd, minister Weyts, begrijp ik wel dat die kritiek pijn doet, niet alleen de kritiek van de PVDA maar ook die van het katholiek onderwijs. Maar dan doet u uitspraken als: ‘Ren voor uw leven, de communisten zijn daar!’ Van dit soort retorische zesjescultuur moeten we af, vind ik. Minister, ik had eerlijk gezegd meer verwacht, een argument bijvoorbeeld, al was het maar één argument. Mijnheer Daniëls, misschien kwam er een argument van u, ik heb het niet goed gehoord. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Minister, ik wil mijn repliek afsluiten met een andere poëtische uitspraak: ‘Plus est en vous’.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Ik wil reageren op wat de heer Laeremans zei over de taalscreening.

Daarover hebt u het zonet toch al gehad?

Ik heb daar inderdaad over gesproken, maar de heer Laeremans maakt een fundamentele fout. Hij maakt de vergelijking met zijn dochter. Een taalscreening heeft echter niets te maken met de screening van leerlingen op het totale pakket, op de totale ontwikkeling.

Het punt dat de CD&V-fractie wil maken, is dat de taalscreening geen toegangsexamen is, geen ingangspoort tot het eerste leerjaar. Daarin zit een denkfout. Dat wilde ik toch nogmaals herhalen, voorzitter.

Brussel en Vlaamse Rand

Dan komen we tot het onderdeel Brussel en Vlaamse Rand.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Al sinds vanochtend discussiëren we over tal van belangrijke thema’s uit het Vlaams regeringsbeleid. Uiteraard mogen onze hoofdstad, Brussel, en de Vlaamse Rand niet ontbreken. Vlaanderen draagt Brussel een warm hart toe. Dat is goed en dat is nodig. Meer dan ooit is de band tussen beide belangrijk. Brussel is de hoofdstad van Vlaanderen en Brussel maakt ook deel uit van onze Vlaamse identiteit.

De Vlaamse Gemeenschap tracht dagelijks het leven van de Vlaamse Brusselaars – en bij uitbreiding van alle Brusselaars – fundamenteel te verbeteren door optimaal in te zetten op haar gemeenschapsbevoegdheden in onze hoofdstad. Het blijft natuurlijk niet bij loze woorden. Jaarlijks vloeit meer dan 1 miljard euro van Vlaanderen naar Brussel om belangrijke uitdagingen aan te gaan, onder andere op het vlak van Onderwijs, Welzijn, Cultuur en Jeugdbeleid. Vlaanderen wil zo een fel gesmaakt aanbod aan dienstverlening uitbouwen.

Het Vlaams onderwijs in Brussel is een kwaliteitsmerk en heeft een enorme aantrekkingskracht op Brusselaars. Tal van nieuwkomers sluiten op vrijwillige basis een Vlaams inburgeringscontract af en leren Nederlands. De culturele aanwezigheid van Vlaanderen in Brussel wordt door iedereen als een echte meerwaarde beschouwd.

Collega’s, het Vlaams gemeenschapsbeleid toont elke dag zijn meerwaarde in onze hoofdstad en heeft er een essentiële rol te spelen. Politici die pleiten voor het losknippen van de band tussen Vlaanderen en Brussel, miskennen wat beide voor elkaar te betekenen hebben.

Minister Dalle, een van de belangrijkste instrumenten die u als minister ter beschikking hebt om het Vlaams Brusselbeleid vorm te geven, is zonder twijfel het Brusselfonds. In het kader van de relance zal hiervoor 10 miljoen euro extra worden vrijgemaakt. Dat is een historische investering. De middelen van dit investeringsfonds moeten worden aangewend om de aanwezigheid van het Vlaams netwerk in Brussel wezenlijk te versterken. Investeringen zijn nodig, bijvoorbeeld in de infrastructuur van het Brusselse deeltijds kunstonderwijs (dko). We kijken alvast uit naar de eerste concrete projecten, minister.

De Vlaamse Gemeenschap pakt de beleidsuitdagingen in de hoofdstad niet alleen aan. Als prioritaire partner moet de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) op lokale schaal een verlengstuk zijn van het gemeenschapsbeleid van Vlaanderen in Brussel. Om dit te realiseren, zijn goede afspraken en vooral een gedeelde visie essentieel. Minister Dalle, ik vraag u dan ook om sterk te waken over een goede samenwerking.

Minister, beste collega’s, er liggen in onze hoofdstad nog heel wat uitdagingen op de plank. Ik doe alvast een oproep om van de versterking van de positie van het Nederlands een absoluut speerpunt te blijven maken. Het zou niet mogen zijn, maar inspanningen van de Vlaamse overheid in dat kader zijn noodzakelijk. We stellen vast dat het Nederlands voor de Brusselse Regering op hetzelfde niveau staat als het Bulgaars of het Hindi. In feite is wat in Brussel gebeurt, pure taaldiscriminatie. Ook blijft de naleving van de taalwetgeving door de lokale besturen alsook de Nederlandstalige zorgverlening in Brussel ondermaats. Minister Dalle, daarom is uw aanwezigheid op de vergaderingen van het VGC-College absoluut broodnodig. Belangrijke dossiers zoals de ziekenhuisnetwerken, de verplichte inburgering en de tweetalige dienstverlening tonen aan dat de belangen van de Vlamingen in Brussel er niet behartigd worden. Neen, ook niet door de Nederlandstalige regeringspartijen. We rekenen erop dat u uw brugfunctie aangrijpt om duidelijk te maken dat de Brusselse Vlamingen wel degelijk dezelfde rechten hebben als andere Brusselaars.

Beste collega’s, zoals de Vlaamse Regering steevast blijft investeren in Brussel, zo geldt dat evenzeer voor de unieke regio die onze hoofdstad omringt. De rechtstreekse inspanningen in de Vlaamse Rand waren nog nooit zo groot. Door via het Randfonds in maar liefst 20 miljoen euro te voorzien erkent deze regering duidelijk dat deze streek eigen uitdagingen heeft. De bijkomende middelen voor de relancemaatregelen van jaarlijks 1,5 miljoen euro versterken alleen maar het warm hart dat deze regering de Vlaamse Rand toedraagt.

Minister Weyts, de focus die u met deze middelen wil leggen, is heel helder: we moeten de Rand Vlaams en groen houden. We hebben er als fractie alle vertrouwen in dat deze beleidsprioriteiten de juiste zijn. Het is immers het groene karakter van de regio, gelet op de demografische druk en de verdere urbanisatie, dat absoluut gevrijwaard moet worden. 

Kunt u afronden, alstublieft?

Ik zal afronden.

Ook zijn de sociale cohesie en het belang van het Nederlands niet te miskennen beleidspunten.

Kortom, minister, het is duidelijk wat u hier samen met de voltallige regering wenst te bereiken. Men wil het unieke karakter en het respect voor de eigenheid van de Rand bewaren en deze tegelijkertijd aantrekkelijk houden voor mens en natuur. Deze ambitie zullen wij dan ook ten volle ondersteunen. (Applaus bij de N-VA)

De heer Slootmans heeft het woord.

Minister, op mijn feestdag, sinterklaasdag, kreeg ik een mail van een gekende vastgoedmakelaar uit de streek. U kent hem ongetwijfeld. Die mail zegt eigenlijk alles over de problemen waarmee de Vlaamse Rand kampt. Ik lees hem heel kort voor: “Wanneer wij een gemiddeld huis of appartement te koop zetten, krijgen wij gemiddeld zo’n 100 à 150 mails van geïnteresseerde kopers. Gemiddeld zitten daar zo’n 5 Vlaamse namen bij. Mijn vraag aan u, mijnheer Slootmans: hoe gaat de Vlaamse Rand er binnen 10 jaar uitzien en wat gaat u daaraan doen?” Collega’s, ik zei het al: deze mail zegt alles waar deze begrotingsbespreking over moet gaan. Hoe zal de Vlaamse Rand er binnen enkele jaren uitzien en zullen wij, als wij op dit moment terugkijken, dan kunnen zeggen dat wij er inderdaad alles aan hebben gedaan om een rampscenario te voorkomen?

Minister, met wat hier vandaag voorligt, vrees ik dat u dat niet zult kunnen zeggen. Met de beste wil van de wereld zult u dat niet kunnen zeggen. Ondanks meer middelen, klinken de alarmsignalen in de Vlaamse Rand alleen maar luider en luider. Ik som er enkele op: 41 procent van de bevolking is intussen van vreemde herkomst, 2 op de 3 gezinnen waarin een kind wordt geboren, is anderstalig, 53 procent van de kinderen in het kleuteronderwijs spreekt thuis geen Nederlands, 56 procent van de 0- tot 24-jarigen is van niet-Belgische origine, bijna de helft van de niet-werkende werkzoekenden heeft een taalachterstand Nederlands, und so weiter, enzoverder.

Een immigratietsunami – u weet dat, minister – die aan de basis ligt van dit alles, heeft ervoor gezorgd dat het aantal inwoners in de Rand in amper tien jaar gestegen is met zo’n 40.000 mensen. Dat betekent dat we in één decennium een stad als Vilvoorde moeten slikken, op die zakdoek van 481 vierkante kilometer groot die we zijn. Elk decennium opnieuw en opnieuw, en de cijfers blijven stijgen. De gevolgen zijn gekend: minder open ruimte, meer verstedelijking, meer sociale verdringing vooral, toename van het fileleed, vergaande ontnederlandsing, piekende verfransing, toenemende islamisering, nijpend tekort aan plaatsen in de scholen en crèches, pijlsnelle daling – het ging er net nog over – van het onderwijsniveau enzovoort. Als het huidige tempo zich doorzet – dat is een heel gemakkelijke wiskundeoefening –, zal de autochtoon, de Vlaamse autochtoon, in 2028 in de minderheid zijn. Dat is een wiskundige zekerheid. Er is met andere woorden nood aan een echt masterplan – ik noem het een overlevingsplan – voor de Vlaamse Gemeenschap, ook om te voorkomen dat de Rand een uitvloeisel wordt van ‘la grande Bruxelles’.

Ik zeg dat met alle respect, maar wat hier voorligt, is niet meer dan het plukken van wat laaghangend fruit, een boompje hier, een haagje daar, wat cultuurcheques voor anderstaligen, die trouwens door bijna niemand worden gebruikt. Ik heb de cijfers opgevraagd. Dan nog een blik buitenschoolse taalstimulerende activiteiten, een voetbalwoordenboek, en we zijn er zowat. Pas op, ik vind dat allemaal zeer nobele initiatieven, zeker en vast, maar is er echt iemand in dit halfrond die gelooft dat we hiermee het tij gaan keren? Ik geloof het niet, en ik geloof, minister, dat u dat zelf ook niet gelooft.

Het belangrijkste instrument, waarvan u vorig jaar nog zei in uw beleidsnota dat het cruciaal is, wordt eigenlijk niet gebruikt of op de lange baan geschoven – er is een cabinetard op gezet, en die is daarmee bezig –, namelijk het voeren van een assertief Vlaams woonbeleid dat erop gericht is Vlaamse gezinnen bij ons te houden. In die context zegt u altijd, minister, dat we de nieuwkomers in een warm bad moeten trekken. Natuurlijk moet er dan nog warm water in het bad zijn, maar het bad loopt leeg, en deze begroting komt niet af met een afvoerstop.

Ja, het klopt, en ik weet dat u dat straks gaat zeggen: de middelen voor de Rand zijn inderdaad gestegen, maar als daartegenover staat dat het percentage Vlamingen jaar na jaar daalt en de ontnederlandsing toeneemt, zijn we daar cru gesteld eigenlijk wel vet mee. Op het vlak van de sociale verdringing, van het stoppen van de Vlaamse exodus, minister, wordt er geen euro besteed vanuit de begroting – ik heb het opgevraagd. Maar versta me niet verkeerd, wij willen een partner zijn in die aartsmoeilijke opdracht, minister. Maar dan moet er wel een Randbeleid worden gevoerd waarvan we inderdaad later kunnen zeggen, zoals ik net zei, dat we het maximaal haalbare hebben gedaan. (Applaus bij het VB)

Mevrouw Segers heeft het woord. Kort alstublieft.

Kort, maar het is wel een zeer belangrijk punt.

Dat kan goed zijn, maar dat kan ook kort.

Het gaat over de cijfers die de heer Slootmans onder andere aanhaalt in verband met de kwestie van de Rand en Brussel. Die zijn natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden: het een kan niet zonder het ander. We moeten de twee samen in beschouwing nemen. De Rand kampt met significante achterstanden in vergelijking met de rest van Vlaanderen op het vlak van welzijn, kansarmoede, onderwijs, Nederlandstalig onderwijs, talenkennis enzovoort. Maar die problematiek strekt zich veel verder uit dan die negentien gemeenten die strikt genomen tot de Rand behoren.

Minister Weyts voelt mij al komen. Voor mij is het echt jammer vast te stellen dat u, ook al spreekt u van initiatieven en van 20 miljoen euro middelen, en stelt u ze open voor de andere gemeenten buiten die negentien … Die grootstedelijke problematiek strekt zich veel verder uit dan die negentien gemeenten.

Wat plant deze Vlaamse Regering om meer te doen dan een beleid te voeren alleen voor de Rand? Waarom kunnen we de hele rand rond Brussel – met Halle-Vilvoorde – niet erkennen als centrumregio? Zo zou men veel intensiever kunnen werken aan het tackelen van de grootstedelijke problematiek rond Brussel.

De heer Bex heeft het woord.

Omdat u wilt dat ik het kort houd, zal ik mijn lofrede aan minister Dalle van in de commissie niet herhalen. Ik wil wel nog kort aanstippen dat ook wij tevreden zijn met de stijging van de middelen voor het Brusselfonds, maar vooral met de open visie die de minister op de aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel heeft.

Ten aanzien van collega Tavernier wil ik wel corrigeren dat de Nederlandstalige leden van de Brusselse Regering absoluut wel aandacht hebben voor het belang van het Nederlands. Maar, collega Tavernier, wij durven ook te zeggen dat er stappen vooruit zijn gezet, dat die investeringen die Vlaanderen nu al zo lang doet in onderwijs, ook vruchten afwerpen. In een context waar Brussel meer en meer meertalig wordt in plaats van opgedeeld tussen Franstaligen en Nederlandstaligen, liggen er ongelooflijk veel kansen voor Nederlandstaligen om een rol te spelen in die stad. Wij nemen die rol ook ten volle op.

Maar ik wil eigenlijk vooral een vraag stellen aan minister Weyts, voorzitter. Minister, collega Slootmans heeft zijn litanie nog eens herhaald, maar ik wil het over een concreet probleem hebben in de Vlaamse Rand, en meer bepaald in een regio die u dierbaar is: het Pajottenland, de Zennevallei. De Vlaamse Rand is de enige vervoerregio die tot dusver het vervoerregioplan nog niet heeft goedgekeurd. En dat is eigenlijk niet te verwonderen, want vanuit alle middelen voor de vervoerregio’s voor het vervoer op maat krijgt de Vlaamse Rand maar 1,9 procent van de middelen, terwijl er maar liefst 660.000 mensen in die vervoerregio wonen. Dat is dus 2 procent van de middelen ten opzichte van 10 procent van de Vlamingen.

Het vervoerregioplan raakt daar dus niet goedgekeurd en ik zou van deze gelegenheid gebruik willen maken om dat ook bij u aan te kaarten. Ik zal dat straks ook bij minister Peeters doen. Wanneer dat dossier op de tafel van de Vlaamse Regering komt, wil ik vragen dat u meer investeert in dat vervoer op maat voor het Pajottenland en de Zennevallei, zodat daar een stevig vervoer op maat kan worden uitgebouwd en die autodruk niet toeneemt richting Brussel. Ik dank u.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik begrijp dat de laatste vraag aan bod komt bij collega Peeters, vanzelfsprekend.

Neen, want ze is al gesteld.

Minister Ben Weyts

Wat de vraag van mevrouw Segers betreft – en dat is ook een duplicaatje ten aanzien van mijnheer Slootmans – een duplicaat van het debat dat we hebben gevoerd in de commissie: u weet dat we al ruimer gaan dan die negentien gemeenten. Maar ik wil wel de focus blijven houden op de gemeenten van de Vlaamse Rand, en niet die extra middelen die we hebben, gaan verpoederen, gaan vernevelen over een hele groep. Maar als het bijvoorbeeld heel concreet gaat over onze groenprojecten, zoals extra bomen, dan gaan we wel ruimer dan die negentien gemeenten van de Vlaamse Rand. Dat is al een eerste goede aanzet, denk ik.

Wat de heer Slootmans betreft: hij start zijn tussenkomst met te zeggen dat hij een mail heeft gekregen van een vastgoedmakelaar, met daarin de vraag wat hij gaat doen aan de vervreemding van de Vlaamse Rand. Maar ik heb u er geen antwoord op horen geven. (Opmerkingen van Klaas Slootmans)

U hebt een assertief plan, oké. Dat kan ik ook. Dan kan ik de honger in de wereld ook oplossen. Dat gaan we doen. Een assertief plan, ça va. Maar verder heb ik niet mogen leren wat dat plan dan allemaal bevat. (Opmerkingen van Klaas Slootmans en Johan Deckmyn)

Het is zelfs geen verwijt, want u maakt een situatieschets over de problematiek in de Rand die terecht is, misschien met enige uitvergroting, maar goed. Dat is des mensen. Maar de problematiek is net zo complex om te kunnen vatten en onze instrumenten zijn beperkt. En als je met echt haalbare, realistische suggesties komt, staan wij daar altijd voor open. Maar ze liggen niet met tonnen voor het grijpen.

Maar inderdaad, we hebben ervoor kunnen zorgen dat het Vlaamse Randfonds met een budgetverhoging zit ten opzichte van de vorige regeerperiode, met 80 procent. Dat is al niet slecht. Daarmee kun je al iets doen, met 80 procent van de budgettaire actieradius. (Opmerkingen van Klaas Slootmans) 

Daarenboven hebben we natuurlijk een kordaat integratiebeleid. En drie: ik zal met een concreet voorstel komen als het gaat over een assertief Vlaams woonbeleid. Dat moet juridisch onderbouwd worden, want je herinnert je nog de vorige regeling die we hadden uitgedokterd en waar we ook lang aan hadden gewerkt. Ik heb daar toen nog aan meegewerkt in een vorige Vlaamse Regering, in een andere hoedanigheid. Dat is uiteindelijk gesneuveld in het Grondwettelijk Hof. En dat zou ik heel graag willen vermijden, om ervoor te zorgen dat we wel effectief die doelstelling kunnen nastreven, namelijk ervoor zorgen dat bepaalde kavels exclusief worden voorbehouden voor mensen die een band hebben met de streek in kwestie, met de Vlaamse Rand. Maar u weet evenzeer als ik dat dat ook van een grote juridische complexiteit is. Maar ik zal met een voorstel komen.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Voorzitter, Vlaanderen laat Brussel niet los. We willen de banden tussen Vlaanderen en Brussel versterken en niet doorknippen. Daar zijn vorige week een aantal uitspraken over gedaan. (Opmerkingen)

Mevrouw Tavernier, het Brusselfonds is effectief het instrument om dit te doen door middel van investeringen in de infrastructuur van de Vlaams-Brusselse instellingen. Het DKO zal daar zeker een belangrijke plaats in innemen. We beginnen met de Academie voor Muziek en Woord Sint-Agatha-Berchem.

Er is verwezen naar het belang van het Nederlands. Dat is een van de troeven van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Er kan nog meer aandacht gaan naar het respect voor de taalwetgeving in Brussel. Dat is zeker het geval. Ik wijs even op het recente initiatief om de Taalwetwijzer meer te promoten en om met duidelijke communicatie te komen. Eigenlijk is dit een positief aanbod voor de Brusselaars om dit beter te leren kennen en om hun rechten beter te leren kennen.

De heer Slootmans heeft het woord.

Minister, u hebt gesteld dat ik geen oplossingen naar voren heb geschoven. We weten allemaal dat het kalf inzake het migratiebeleid bij de federale overheid gebonden ligt. U moet echter absoluut een assertief Vlaams woonbeleid voeren. U hebt dezelfde partijkaart als de minister van Wonen, wat betekent dat u perfect transversaal kunt overleggen.

We stellen vast dat er een specifiek instrument is om de sociale verdringing in de Vlaamse Rand tegen te gaan, namelijk het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant (Vlabinvest). U gelooft hier niet in en vanuit het Vlaamse Randfonds, dat toch dient om de grootstedelijke problemen in de Vlaamse Rand aan te pakken, gaat welgeteld 0 euro naar Vlabinvest.

Wat het voorrangsbeleid en de private kavels betreft, hebt u een jaar geleden gesteld dat dit zeer complex is en dat u zich op Noord-Europese wetgeving zou baseren. Als u met zo veel kabinetsmedewerkers op een jaar tijd niet met een voorstel op de proppen kunt komen, vrees ik dat het een uitstel van executie wordt. Er zijn wel degelijk instrumenten, maar u moet ze natuurlijk durven en willen gebruiken.

Mevrouw Segers, aangezien u het over het gegeven van een centrumregio hebt gehad, wil ik nog iets over de financiering zeggen.

Minister, u hebt in de commissie gesteld dat dit onderhandelingstechnisch onmogelijk en strategisch een domme zet is. Als we bij iemand anders iets voor onszelf weghalen, zal die andere daar nooit akkoord mee gaan. Ik heb er de beloftes van CD&V tijdens de verkiezingscampagne in 2019 nog eens op nagekeken. CD&V heeft dat toen ook op tafel gelegd. U hebt een partner om van Halle-Vilvoorde een centrumregio te maken. Als u die opportuniteit bij de hand neemt, bent u met twee tegen een.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Mijnheer Bex, Brussel is inderdaad een kosmopolitische, meertalige stad. Dat is de realiteit. Dat staat buiten kijf. Die meertaligheid situeert zich nog altijd in het officieel Nederlands-Frans tweetalig karakter en niet omgekeerd.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit me natuurlijk volledig aan bij wat mevrouw Tavernier heeft gezegd, maar ik wil nog even reageren.

Minister, Vlaanderen laat Brussel niet los, maar we hebben vorig weekend wel gezien dat bepaalde Franstalige partijen daar wel degelijk voorstander van zijn. Anderen zeggen dat we dat debat zonder taboe moeten durven aangaan. Die anderen spreken niet meer over Vlaamse Brusselaars, maar over Nederlandstalige Brusselaars. Zij hebben bijzonder weinig aandacht voor de hele taalproblematiek en voor het respect voor het Nederlands. Dat probleem wordt in Brussel dag in, dag uit genegeerd. Ze staan elke dag op de bres voor gelijke kansen en voor de strijd tegen discriminatie, maar als het op een gelijke behandeling van Vlamingen en Franstaligen in Brussel aankomt, doen ze dat niet met open vizier, maar met oogkleppen op. Ze ontkennen de problemen al veertig jaar.

U, sp.a en Groen, zit al een hele tijd in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.  U doet gewoon niets aan het probleem, niets.  U bent op de hoogte van het rapport van de vicegouverneur. U kunt onwettige benoemingen gewoon vernietigen. En wat doet u? Niets. U vernietigt geen enkele onwettige benoeming in strijd met een wet. En dan zegt u hier: ‘Ja, we hebben inderdaad respect voor het Nederlands.’ Maar in de realiteit, in de dagdagelijkse praktijk, bij politie, lokale besturen, gewestelijke besturen, ziekenhuizen, in woonzorgcentra, overal, … u doet gewoon niets. Kom hier dus niet zeggen dat u inderdaad met een open visie staat ten aanzien van de Vlaamse Gemeenschap en het belang van het Nederlands, want in werkelijkheid doet u er gewoon niets aan. En dat is en blijft úw verantwoordelijkheid!

Collega Bex, u krijgt het woord, want u voelt zich wellicht aangesproken.

Vindt u dat onterecht, voorzitter?

Daarover spreek ik me niet uit. U kent mij.

Neutraal als altijd.

Collega Vanlouwe, ik wilde hier om middernacht gerust nog een boompje opzetten over een historische problematiek waarmee wij inderdaad, net als u, in Brussel worden geconfronteerd en waarin we stappen vooruit proberen te zetten. Net zoals u – minister-president Jambon is hier aanwezig – in de Federale Regering een aantal jaren een aantal stappen hebt vooruitgezet, of niet hebt vooruitgezet. Daarover zouden we ook een rapport kunnen opmaken. Maar ik stel voor dat we kijken naar wat het Vlaams Parlement kan doen. En dan neemt minister Dalle interessante initiatieven. Het zijn interessante initiatieven, waar Groen-schepenen die intussen twee jaar actief zijn in de gemeenten in Brussel, zich graag bij aansluiten, om taaltrajecten op te starten met het Huis van het Nederlands en om daar inderdaad op het terrein aan te werken.

U kunt nog jaren vanuit uw ivoren toren blijven roepen hoe het allemaal beter zou moeten, maar de Brusselaar heeft ook andere bezorgdheden. Ik zeg niet dat die taal geen bezorgdheid is, maar de Brusselaar heeft ook andere bezorgdheden dan taal, taal, taal. Dat zou u beter ook eens beseffen, als u echt voeling wilt krijgen met wat er in Brussel leeft.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Dan kunnen we dit onderdeel afsluiten.

Cultuur, Jeugd, Sport en Media

Dames en heren, we zijn toe aan het onderdeel Cultuur, Jeugd, Sport en Media. 

Minister Weyts, u zou nog moeten blijven, want er zijn collega’s die vragen willen stellen over Sport. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Ze hebben mij laten weten dat collega’s Van de Wauwer en Meremans ook over Sport willen praten. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)  

Het is niet mijn fout. Ik heb wel al uw bevoegdheden na elkaar gezet, ik weet niet of het u is opgevallen?  

Mevrouw Segers heeft het woord.

Dank u, voorzitter. Bijna op het einde van het debat komt het leukste domein, Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM), aan bod.

De minister-president schreef dit jaar in zijn beleidsbrief: “Nooit eerder leek cultuur urgenter.” En dat is waar: kunst en cultuur zijn letterlijk levensmiddelen. En dat is in deze crisis ten overvloede gebleken. We kunnen ons niet indenken dat we die lockdown zouden zijn doorgekomen zonder een goed boek, een goede film, reeksen, muziek. Media en cultuur zijn ook met elkaar verweven. Daarom wil ik ook even ingaan op de beide beleidsterreinen.

Helaas moeten we met zijn allen constateren dat het aandeel voor CJSM binnen de Vlaamse begroting ontstellend beperkt is. Ik heb het dan over het aandeel middelen voor CJSM in het algemeen alsook over de covidmiddelen. Dat staat in schril contrast tot wat we met z’n allen aanvoelen als hun intrinsiek belang. De budgetten voor CJSM vertegenwoordigen 1,95 procent van alle beleidskredieten en 2,4 procent van de covidmiddelen.

Voor de heel brede cultuursector was 2020 een annus horribilis. De minister-president maakte zijn entree als minister van Cultuur ook niet onopgemerkt. De besparingsronde van 2014, waarin al 5 procent was afgekalfd, was nog niet verteerd of er werd nog eens een besparing van 6 procent opgelegd. En dan was er nog de befaamde besparing van 60 procent van de projectmiddelen.

Gelukkig werd die besparing van 60 procent op de projectmiddelen rechtgezet. Meer nog, voor volgend jaar zult u maar liefst 30 miljoen euro meer investeren. U verhoogt de projectmiddelen substantieel, u hebt beslist tot een indexering van de werkingsmiddelen van de cultuurorganisaties en u kunt daarvoor op onze volle appreciatie rekenen.

Maar in dit annus horribilis is toch duidelijk geworden hoe precair de sector is. Het is een sector met een aantal systeemfouten, en die zijn pijnlijk blootgelegd. De sector is een van de zwaarst getroffen sectoren. We moeten die redden. Postcorona kan allerminst business as usual worden.

Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van de sector en van u. Minister-president, ik zou u echt willen oproepen om echt te luisteren naar de verzuchtingen en in gesprek te gaan met de sector om de systeemfouten aan te pakken, ook in verband met de bestrijding van de impact van corona. Er was het noodfonds, maar helaas – ook al zijn er bijvoorbeeld van het laatste instrument, de culturele activiteitenpremie, voor bijna 20 miljoen euro aangevraagd – zijn er nog al te veel mensen die in de kou blijven staan. Er spelen zich drama’s af. Dat zijn vaak ook hele gezinnen. Zolang er geen perspectief is op hervatten, moeten we inzetten op het aanpakken van de acute noden. Hoe gaan we dat doen, hic et nunc, de komende maanden?

Het is dan wel triest om te zien dat er wel wordt ingezet op die symbooldossiers: 500.000 euro voor de Vlaamse canon, het museum voor de Vlaamse geschiedenis, en nu ook nog uw plannen voor een herziening van het Kunstendecreet. De sector zit er echt niet op te wachten om dat Kunstendecreet te herzien, zelfs niet de stadstheaters, voor wie die herziening zogezegd bedoeld was. Laat het Kunstendecreet even rusten. Laat ons zien dat we in 2021 de sector, die zeker nog tot 2023 gaat bloeden, even rust gunnen en laten overleven.

Dan kom ik bij Media. Ik heb natuurlijk maar vijf minuten, en ik wil zoveel zeggen.

U hebt nog een halve minuut, om exact te zijn.

Die halve minuut is dan bedoeld voor minister Dalle. Er is een beheerovereenkomst met de VRT bedisseld, euh, beslist. (Gelach)

Die beheersovereenkomst is ambitieus. De soep wordt minder heet gegeten dan ze wordt uitgeschonken, dat is duidelijk. Er waren heel zorgwekkende berichten, maar dat is eigenlijk voor een stuk goed gezet. Maar de ambities die opgelijst zijn in de beheersovereenkomst, staan natuurlijk in schril contrast met het feit dat de 25 miljoen euro besparingen, ondanks de 16 miljoen euro extra waarin u voorziet voor de digitale transformatie, onverminderd worden doorgevoerd. Hoe gaat u garanderen dat de VRT dit alles gaat kunnen realiseren?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Collega's, ik trap een open deur in als ik zeg dat de cultuur-, jeugd-, sport- en mediasector zwaar geleden heeft onder de coronacrisis. Hoewel, open deur. Het is de cultuursector die ook als eerste zijn deuren heeft gesloten.

Het leek alsof we na de eerste coronagolf het ergste achter de rug hadden, maar niets bleek minder waar. Gelukkig heeft deze Vlaamse Regering heel snel geschakeld en via allerhande steunmaatregelen de grote eerste noden gelenigd. Tijdens de zomervakantie leek het dan ook even wat beter te gaan en kon de vrijetijdssector even herademen, met coronaveilige voorstellingen, heel leuke sportkampen en heel leuke jeugdkampen.

Maar de tweede golf slaat heviger toe en de tweede lockdown snijdt ook nog dieper in de jeugd-, cultuur-, media- en sportsector. Naast mijn appreciatie voor de hele Vlaamse Regering voor de vele inspanningen voor de vrijetijdssector, wil ik toch nogmaals de oproep vanuit onze CD&V-fractie herhalen tot een dringende bijkomende steun om de verliezen uit de tweede jaarhelft te compenseren, en dat door een tweede ronde van het coronanoodfonds te organiseren, vooral voor de cultuursector, want daar is de nood heel groot. Dus alstublieft, minister-president, verkruimel het restbudget van het cultuurcoronanoodfonds niet enkel via de activiteitenpremie, maar zet ook gericht in op die organisaties en cultuurwerkers die anders helemaal kopje-onder dreigen te gaan.

Onze samenleving heeft vooral nood aan perspectief. We hopen met zijn allen op beterschap in het nieuwe jaar, zeker ook voor die vrijetijdssectoren, die bijzonder hard getroffen zijn in de kern van hun bestaan. En de kern van hun bestaan, dat is mensen samenbrengen, om samen te kunnen genieten van cultuur, om te sporten, om te spelen.

Daarom wil de CD&V-fractie op het einde van dit bizarre jaar even de tijd nemen om te reflecteren over welke samenleving we willen na corona. “Never waste a good crisis.” We moeten deze kans dus grijpen om een aantal weeffouten in onze samenleving recht te trekken en enkele grote stappen voorwaarts te zetten, naar een betere samenleving voor iedereen.

Dat nieuwe normaal moet ook een ander normaal zijn, waarbij alle vormen van cultuur in het hart van onze samenleving aanwezig en toegankelijk zijn. Met toegankelijk bedoel ik niet ‘helemaal gratis’, maar wel tegen goede vergoedingen en met een goed statuut in de sector. Ook dat hebben we immers geleerd uit deze coronacrashtest: dat heel veel mensen die met passie en heel veel inzet en expertise werken in onze cultuur-, sport- en mediasector, daar onvoldoende voor worden betaald of werken in precaire statuten, zodat ze in crisissituaties zoals vandaag heel snel in de problemen komen.

We zijn dan ook bijzonder tevreden dat de Vlaamse Regering vanaf het begrotingsjaar 2021 structureel in bijkomende middelen heeft voorzien voor de uitbouw van het jeugdwerk, voor de circuskunst, voor projectsubsidies van het Kunstendecreet, cultureel erfgoed, de uitrol van SportKompas, het Kenniscentrum Mediawijsheid, Awel, WAT WAT, de regionale televisieomroepen enzovoort.

De relancemiddelen waarin de Vlaamse Regering heeft voorzien in het plan Vlaamse Veerkracht kunnen en moeten ons helpen bij de transitie en transformatie van onze samenleving. Zo kunnen we onze cultuur-, jeugd- en sportinfrastructuur niet alleen coronaproof maken, maar ook duurzamer en toegankelijker, en via kleine digitale ingrepen kunnen we ook nog meer inzetten op cogebruik. Ook de 30 miljoen euro voor het digitale transformatieprogramma voor de mediasector is essentieel. Collega Brouwers heeft daar ook al meermaals op aangedrongen. Dat breed gedragen factcheckplatform daarin is ook heel belangrijk.

Het nieuwe normaal moet ook een betere weerspiegeling zijn van de veelheid en verscheidenheid aan makers en publieken. Dat is diversiteit op alle vlakken: sociale klassen, mensen met een fysieke beperking, leeftijd, kleur, etniciteit, religie, seksuele geaardheid. Dit moet een aandachtspunt zijn, in de personeelssamenstelling van de organisaties, maar ook en vooral in de programmatie, zodat alle Vlamingen zich aangetrokken voelen om te participeren aan deze mooie sectoren. Zo krijgen onder ander het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en Literatuur Vlaanderen extra middelen om in te zetten op meer diversiteit in de door hen ondersteunde creaties.

Dan sport. Minister Weyts, ik ben blij dat u nog niet bent gaan lopen. Het belang van bewegen en sporten was tijdens deze coronapandemie ook heel concreet voelbaar voor heel wat mensen, maar als we de doelstelling uit het regeerakkoord om heel veel mensen in beweging te krijgen, ook willen behouden, en van al die coronabewegers permanente bewegers willen maken, dan moeten we daar nog verder op blijven inzetten. Uit de aangekondigde evaluatie van het Sportfederatiedecreet zou moeten blijken of dit nieuwe decreet voldoende is als instrument om meer mensen aan het sporten te houden, onder andere door het ruimere aanbod dat de sportfederaties moeten uitbouwen en waarnaar collega De Rudder al meermaals heeft verwezen.

Dan onze kinderen en jongeren. Zij hebben het ook enorm zwaar gehad in deze crisis. Collega Rombouts heeft dat hier al heel vaak aan bod gebracht. We zullen natuurlijk pas over enkele jaren de echte impact van deze coronaperiode op hun opgroeien kunnen inschatten, maar we hoeven niet te wachten op de resultaten van dergelijke impactonderzoeken. Ik wil ook van deze gelegenheid gebruikmaken om de voltallige Vlaamse Regering op te roepen om vandaag al aan de slag te gaan met die vijf prioriteiten uit het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP), om echt een verschil te maken in de leefwereld van jongeren. We zijn dan ook erg tevreden dat de regering extra budget heeft uitgetrokken voor het nieuwe JKP. Ik zou zeggen, aan de slag ermee.

Net als na de Tweede Wereldoorlog krijgt onze generatie de kans om onze samenleving opnieuw op te bouwen en in een andere plooi te leggen. CD&V was toen een bouwmeester en wil dat vandaag ook zijn voor onze nieuwe samenleving, waar iedereen het beter moet hebben en we immateriële bruggen zullen moeten bouwen. Ik geloof dat onze cultuur-, jeugd-, sport- en mediasector daar essentiële sectoren voor zijn.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, goedenavond. Ik ga het alleen maar hebben over cultuur, dus minister Weyts...

Het is vijf na twaalf, en het is ook vijf na twaalf voor de culturele sector. Een verwoestende 87 procent, dat is het omzetverlies voor de cultuur- en de evenementensector. Dat is een enorm brede en diverse sector. U weet dat. Dat gaat van podiumbouwers tot bibliothecarissen en de museumsector. Dat gaat over muzikanten, regisseurs, acteurs, kunstenaars, designers. Die sectoren hebben enorm afgezien. Ze geven ook werk aan 170.000 Vlamingen. De cultuursector zou echter de cultuursector niet zijn, mocht die niet gigantisch innovatief en creatief zijn. We hebben dat gezien. We hebben de zaken gezien die ze online hebben uitgevoerd, de streaminginitiatieven. Ik wil – waar het hart van vol is – even verwijzen naar het Gentse Covitesse: die kunstenaars gaan mensen opbellen die het heel moeilijk hebben. Dat is toch wel fantastisch om te zien.

Maar ik vind ook dat de overheid creatief moet zijn. We hebben het er vorige week over gehad. Waarom geven we geen cultuurcheques aan jongeren die het moeilijk hebben, die het mentaal heel moeilijk hebben om aan cultuur te participeren? Dat is misschien niet de beste manier om met cultuur te kunnen omgaan, maar we moeten met z’n allen durven zeggen dat we creatief kunnen zijn. Waarom niet doen zoals het Italiaans voorbeeld, waarbij we bellen naar ouderen om hun een boek voor te lezen. Dat gebeurt in Italië. Waarom kunnen we niet met z’n allen de telefoon nemen en een boek gaan voorlezen aan mensen die het nodig hebben?

Daarnaast mijn uiterste dank en appreciatie voor deze begroting. U hebt meer middelen voorzien voor circus, u hebt meer middelen voorzien voor literatuur, voor Iedereen Leest. Dank u wel daarvoor. En vooral ook: u hebt middelen voorzien voor de projectsubsidies. Collega D’Haese heeft vanmorgen verwezen naar de periode, een jaar geleden, toen we hier allemaal zaten en toen er hier achteraan en buiten allemaal cultuurwerkers zaten. We zijn ondertussen een jaar verder, waarin die besparingen teruggedraaid zijn. Dank u wel daarvoor. Ik vind het heel goed dat u doordrongen bent van het feit dat cultuursubsidies en projectsubsidies de humus zijn van een hele keten die daarvoor in werking wordt gezet.

Ik vind het eigenlijk heel spijtig dat, los van collega D’Haese, collega Brusselmans ook niet aanwezig is. Herinner u, collega’s, in de commissie Cultuur was hij gigantisch aan het fulmineren tegen die projectsubsidies. Hij vond dat een absolute schande en vond dat dat niet oké was. Ik heb het eens opgezocht. Die projectsubsidies zijn eigenlijk de Vlaamse meesters van vroeger en dat zijn de Vlaamse meesters van de toekomst. Ik denk dat die projectsubsidies misschien ‘in a way’ te abstract zijn voor het Vlaams Belang. Collega’s van het Vlaams Belang – collega Brusselmans is er niet –, ik ben er zeker van dat jullie Wagner kennen. Wagner was een Duitse componist die met zijn opera’s bijgedragen heeft aan de vorming van de Duitse natie. Wagner had schulden, heel veel schulden, hij was zijn vader verloren en zijn muziek was veel te innovatief om gemakkelijk gespeeld te worden in de grote cultuurhuizen van die tijd – even een reflectie naar vandaag. De Beierse koning Ludwig II heeft uiteindelijk beslist om een opera te bouwen en heeft hem carte blanche gegeven. Daardoor heeft Wagner gefloreerd en is hij uiteindelijk populair geworden als een van de grootste operacomponisten ooit. Als je dan eens terugkijkt, heeft Wagner eigenlijk projectsubsidies gekregen. Ik vraag mij af waarom collega’s van het Vlaams Belang altijd blijven fulmineren tegen die projectsubsidies, want een van de grootste componisten van deze tijd en van vroeger heeft uiteindelijk dankzij staatssteun het ding kunnen doen dat hij vandaag nog altijd doet. In plaats van altijd te fulmineren tegen die ‘linkse subsidiesluipers’, zou ik even willen zeggen: leg eens een Wagner op. Het zal jullie goed doen, denk ik. Dank u wel. (Applaus bij Open Vld)

De heer Meremans heeft het woord.

Wagner had ook altijd heel speciale dames op het podium. Wagneriaans, inderdaad. Misschien moeten we dat ook opnieuw invoeren, wie weet.

Maar ik wil toch even heel kort dit zeggen: het ging over geld, centjes. Ik heb het even laten opzoeken, hoeveel centjes deze Vlaamse Regering al vrijgemaakt heeft voor de cultuursector: relancemiddelen, een noodfonds, hinderpremie, compensatiepremie, toevoegingen aan het Gemeentefonds.

Dus, collega's, deze Vlaamse Regering heeft letterlijk haar krukken daaronder gezet, zoals collega Van de Wauwer en nog andere collega’s zeiden. Dat kan niet ontkend worden. Het is natuurlijk leuk om te zeggen dat het niet genoeg is en om te zeggen: 'doe er nog wat bij'. Dat is altijd leuk om te zeggen. Dat moeten we proberen, maar je moet ook kijken naar de toekomst. Mevrouw Segers en mevrouw D’Hose, het is net met dat nieuwe kunstendecreet dat we de projectsubsidies een plaats willen geven. Het is door te werken aan de cultuursector dat we dat willen verankeren, dat we voor dat landschap zorg willen dragen. Dat zijn belangrijke elementen. Zomaar zeggen ‘Stop ermee, we gaan in lockdown voor cultuur, we doen niets meer en we gaan gewoon zien wat er is’ vind ik niet goed. Je moet ook durven kijken naar de toekomst. Deze regering moet vooruit durven denken. Wij zijn geen angsthazen die enkel willen kijken naar de lichtbak en niet vooruit willen gaan.

Collega’s, we zien een toename van 8 procent in het budget voor Cultuur: cultureel volwassenenwerk, projectsubsidies, circus – waar we heel blij voor zijn en waar Vlaanderen heel sterk in staat –, amateurkunsten, Literatuur Vlaanderen, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, de Opera Gent die gaat opgestart worden, enzovoort. Cultuur verbindt. Dat moet alle kansen krijgen. En die canon, mevrouw Segers, is juist een verbindend element. (Opmerkingen van Katia Segers)

Ga eens naar Kopenhagen, naar uw collega’s, de sociaaldemocratische Denen, die dragen dat uit! Of wat gaat u doen? Ze uit de Europese alliantie gooien? Nederland heeft dat ook. Dat zijn toch geen totalitaire regimes? Dat zijn vooruitstrevende naties.

Collega’s, hetzelfde geldt voor het museum van Vlaanderen, waar we ook naar uitkijken. De topstukken. Erfgoed is belangrijk, zeker, maar altijd in combinatie met onze gemeenschap en de gemeenschapsvorming.

Collega’s, ik ga het ook even over Jeugd hebben. Voor een heleboel jongeren zijn er zekerheden weggevallen. Ik zit zelf met twee twintigers thuis. Een woont er samen met zijn vriendin. Maar je voelt inderdaad dat het niet leuk is voor die jongeren. Ze hebben weinig contact, ze verliezen een stuk van hun sociaal leven. Deze begroting is ambitieus en geeft uiting aan de breedst mogelijke dotatie voor de bevoegdheid Jeugd. Het is ook belangrijk dat er een ambitieus infrastructuurbeleid uit spreekt, dat de jeugdinfrastructuur een duurzame toekomst biedt.

We kijken ook uit naar het mediabeleid van de minister en de specifieke aandacht daarin voor jongeren, met de gevaren van sociale media, desinformatie, cyberpesten en zelfs chantage. We moeten onze jongeren bewust maken van het belang van een verantwoorde omgang met die media.

Sport. Ja, speciaal voor minister Weyts. Sport is inderdaad nog belangrijker geworden. De budgettaire middelen voor Sport groeien in 2020-2021 sterk aan. Het gaat om 11 miljoen euro extra, 164 miljoen euro vastgelegde kredieten en 179 miljoen euro vereffening. Vergeleken met de start van deze regeringsperiode is dat dus 7 procent meer, recurrent, en niet inclusief de eenmalige relancemiddelen die daar nog eens bovenop zullen komen in 2021.

Ook belangrijk is de ondersteuning van onze gemeenten, onze sportclubs, de voetbalclub, de rugby, de kaatsers: al die sportclubs die laagdrempelig zijn, die onze jeugd goed onderhouden, als ik het zo mag zeggen, verdienen onze steun.

Media. Het was een heel belangrijk en moeilijk jaar, voor iedereen, maar ook voor de media. Ik denk daarbij ook aan de regionale omroepen. Dat blijf ik belangrijk vinden, minister. We zullen er in de toekomst werk van moeten maken, om daar een beleid rond te maken, dat zij wel degelijk duurzaam verder kunnen gaan met die regionale nieuwsgaring en het nieuws brengen.

De beheersovereenkomst met de VRT is een goede overeenkomst. Ik wil u bedanken dat ook de aandachtspunten die samen met de collega’s van de meerderheid in de resolutie naar voren zijn gebracht daarin opgenomen zijn. We kijken uit naar de omzetting van de AVMD-richtlijn (audiovisuele mediadiensten) en de nieuwe relatie met de niet-lineaire diensten die daaruit spreekt.

De heer Janssens heeft het woord.

Ik heb begrepen dat mevrouw D’Hose het grootste deel van haar tussenkomst heeft opgehangen aan haar gemis van mijn goede collega Filip Brusselmans. Zoals u weet, mevrouw D’Hose, is elke fractie beperkt in het aantal aanwezigen. Maar het is vooral om medische redenen dat Filip Brusselmans hier vanavond niet aanwezig kan zijn. Ik moet zeggen dat hij ongelooflijk gecharmeerd gaat zijn te weten dat u voorbij middernacht zo vaak aan hem denkt. (Gelach)

En hij kijkt ernaar uit het debat in de commissie met u aan te gaan de volgende keren, maar we weten nu dat u vooral ook wederzijds daar heel erg naar uitkijkt.

Vraagt nog iemand het woord? Niemand?

Oké, collega’s, dan gaan we over naar …

Minister-president, uiteraard, u bent ook iemand.

Minister-president Jan Jambon

Ik moet toch antwoorden?

U moet niets. Ik wilde overgaan naar Buitenlands Beleid! (Gelach)

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, u bepaalt hier alles natuurlijk, maar ik wil u nederig en ‘humble’ vragen om het woord te krijgen om op een aantal punten van de collega's te antwoorden. (Applaus bij de meerderheid)

Uiteraard mag u dat! Ik heb het twee keer gevraagd!

Minister-president Jan Jambon

Ik ken de geplogenheden van dit parlement misschien nog niet goed. (Gelach)

Ik dacht dat als er vragen gesteld werden aan de regering, de regering ook d’office het woord krijgt.

Maar goed, bedankt in ieder geval. Ik ga beknopt zijn. ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.’

Eerst en vooral wat de besparingen in de cultuursector betreft: toen we met deze regering gestart zijn, hebben we gezegd dat we onze begroting in goede banen zouden leiden en op alle subsidies 6 percent zouden besparen. Als we die 6 percent hadden doorgetrokken in de kunstinstellingen, dan hadden we daar personeel moeten ontslaan. Ik heb toen gezegd: ‘Dat wil ik niet doen.’ Ik wilde wel een zekere besparing doen. We hebben die tot 3 percent beperkt. Daardoor is er niet op personeel bespaard moeten worden. Wij hebben gezegd dat we het saldo op die vorm van subsidie, die een jaarlijkse, beperkte subsidie is, gingen imputeren. En ik engageerde mij om bij elke kans die er is, begrotingscontrole of nieuwe begroting, te trachten de middelen voor de projectsubsidies omhoog te krikken naar het normale niveau. Mevrouw D’Hose, ik geloof ook in projectsubsidies als humus, waarbij je misschien aan heel velen beperkte subsidies uitdeelt om daar een aantal meesters voor de toekomst uit te halen. Ik geloof daar ook in. Dat hebben we ook gedaan. We hebben ervoor gezorgd dat er in de grote kunstinstellingen geen personeel moest gaan lopen. We hebben ervoor gezorgd, én in 2020 én in 2021 én de volgende jaren dat de projectsubsidies minstens blijven op het niveau dat ze hadden in 2020, en zelfs een stijging voor 2021.

Men geloofde mij niet destijds. Het zat hier boven vol. Ik heb tomaten naar mijn hoofd gekregen. Ik ben uitgejouwd, maar ik heb wel woord gehouden. Ik heb er wel voor gezorgd dat er geen ontslagen werden doorgevoerd in de grote kunstinstellingen en dat de humus, de projectsubsidies, op niveau zijn gebleven. (Applaus bij de meerderheid)

Bedankingen daarvoor, verwacht ik niet, maar dat is wel de realiteit. Ik heb ervoor gezorgd dat er geen structurele ontslagen zouden gebeuren in de grote instellingen, want dat zou faliekant zijn voor die grote instellingen. Ik heb gezorgd dat de humus in de cultuursector gevrijwaard bleef.

Mevrouw Segers, u zegt: ‘luisteren naar de verzuchtingen’. Iedere week zitten wij samen met de Crisiscel Cultuur. Ja, pf, hoe kan je meer luisteren naar de verzuchtingen? En niet alleen luisteren, we werken ook met hen samen aan oplossingen. Ik denk dat dat een goed traject is, zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn. We hebben nu een taskforce opgericht, ook voor de lange termijn, voor de ‘heruitvinding’ van de cultuursector, om dat traject samen te lopen.

Een aantal collega's zijn tussengekomen over de activiteitenpremie. Ik heb deze week de beslissing genomen om de grens die we gezet hadden op 30 miljoen euro, te doorbreken en het resterende budget dat in het kader van het noodfonds ter beschikking was voor cultuur, open te zetten voor de activiteitenpremie. De aanvragen zijn massaal. In de commissie hebben een aantal mensen mij gezegd dat die vooral van culturele centra zijn. Dat is minder dan 5 percent, minder dan 5 percent! Zijn er culturele centra bij? Ja, er zijn culturele centra bij, maar minder dan 5 percent. Ik denk dat die activiteitenpremie geweest is wat ze moest zijn.

Mevrouw Segers, ik moet u ontgoochelen, want morgen keuren we met de regering het Kunstendecreet goed en daarna zal het naar dit parlement gebracht worden. We zullen het niet vertragen. We zullen het naar dit parlement brengen, zoals we in het regeerakkoord en met de coalitiepartners overeen zijn gekomen.

Mevrouw D’Hose, over de cultuurcheques hebben we uitgebreid gesproken in de commissie. Wat Ludwig II betreft: ik heb Neuschwanstein bezocht in Hohenschwangau, van de zotte Duitse koning, zoals hij ook wel genoemd werd. Ludwig II is heel tragisch aan zijn einde gekomen. Hij is ontzet uit zijn functie omdat hij onbekwaam was en vooral omdat de staatskas leeg was aan het einde van zijn regeerperiode. Laten we de goede voorbeelden van Ludwig II volgen, maar laat ons absoluut ook kritisch zijn over hoe die man met overheidsmiddelen omging. Dat was misschien geen toonbeeld. Ik kan wel u aanraden om in Hohenschwangau Neuschwanstein te bezoeken, met het theater van Wagner dat er in de tuinen staat. Het is zeker een aanrader, zij het ietwat eigenaardig.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, u moet gewoon toegeven dat uw inzichten gegroeid zijn. Ze zijn gegroeid sinds uw aantreden als minister-president en als minister van Cultuur. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

Jawel, uw inzichten zijn gegroeid. Boven op de besparingen die al in 2014 waren doorgevoerd op de cultuursector, kwam er nog 6 procent bovenop voor de cultuurorganisaties, voor sommige 3 procent om ervoor te zorgen dat er geen mensen ontslagen moesten worden. Tegelijkertijd dacht u een quick win te realiseren door de projectmiddelen met 60 procent te verminderen. Later, onder invloed van alle protesten, hebt u gezegd dat u dat zou bijstellen. We zullen geen oude koeien uit de gracht halen, voor mij hoeft dat niet, maar uw inzichten zijn in die materie gegroeid.

Hetzelfde in verband met mijn oproep om te luisteren naar de sector. U zegt dat u elke week samenzit met de crisiscel Cultuur. Dat is correct en dat is sinds september. In juli, toen we met het Vlaams Parlement het reces ingingen, was de sector echt in paniek. Ze hadden te maken met een kabinet dat niet aanwezig was, dat niet luisterde, dat niet hoorde hoe urgent de situatie was tijdens de eerste lockdown en hoe zwaar de impact ervan was op de brede cultuur- en eventsector. U doet dat sinds september wel, wat goed en belangrijk is.

Het is goed dat u voortschrijdend inzicht hebt, maar ik wil u dat nog voor een derde keer vragen in verband met het Kunstendecreet. U zegt dat u er direct mee zult komen. Dat is jammer, want u hebt het advies van de SARC en van de Alden Biesen-groep. U hebt ons op 1 april 2020 uw visienota Kunsten gepresenteerd. We waren er allemaal vrij positief over, maar we kunnen niet zomaar overgaan tot ‘business as usual’ na corona. U hebt die nota neergelegd op het moment dat we net in lockdown waren gegaan. Iedereen in de sector heeft gezegd dat er rekening gehouden moet worden met de impact van corona. We hebben hier hoorzittingen gedaan. Mensen hebben aangegeven dat de impact van corona tot 2023 zal aanhouden. We moeten aan relance denken, maar dit is niet het moment om het Kunstendecreet overhoop te halen en nieuwe categorieën te bedenken. Van de kerninstellingen vraagt iedereen zich af wat dat is. Het is puur kwantitatief.

Minister-president, u zult het Kunstendecreet hier voorleggen en we zullen het bediscussiëren, maar het is niet het moment. We moeten nu de mensen helpen in de sector. Het zijn vaak gezinnen die zeer zwaar getroffen zijn en nog altijd niet kunnen rekenen op allerhande steun. We moeten hen helpen. Dan moeten we denken aan relance. Laat ons daarna dan verder nadenken over dat Kunstendecreet, maar niet vandaag. Dat is mijn oproep. Luister ernaar.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister-president, ik wil nog even terugkomen op die cultuuractiviteitenpremie waar we al een aantal keren over hebben gediscussieerd in de commissie en onlangs nog in de plenaire vergadering. U hebt zonet gezegd dat u wekelijks overleg hebt met de Crisiscel Cultuur maar het verbaast me dan dat u zo hard blijft vasthouden aan die premie. Wij hebben daar ook regelmatig contact mee en wij horen daar de vraag om naast die premie ook in te zetten op die tweede ronde voor dat noodfonds. Nogmaals, ik geloof u volledig dat een bepaalde groep binnen het culturele veld geholpen zal zijn met die activiteitenpremie, maar daarnaast moeten we zorgen dat de nog beschikbare middelen heel gericht worden ingezet waar de nood het hoogst is. In die eerste rond was enorm veel geld voorzien. Ik heb altijd luid geapplaudisseerd toen u zo hard uw nek uitstak voor de cultuursector tijdens deze coronacrisis.

In de eerste ronde van het noodfonds zaten een aantal hiaten, een aantal kinderziektes. De periode voor het indienen van de aanvraag was beperkt en er waren ook een aantal drempels. Ik had gehoopt dat daar een evaluatie van zou komen om nu een aangepaste tweede ronde te kunnen doen, eventueel aangevuld met die corona-activiteitenpremie die ongetwijfeld heel gericht aan een aantal hiaten tegemoet kan komen. Nu vrees ik voor een systeem dat toch redelijk fraudegevoelig kan zijn. We hebben de voorbije week gezien dat er op verschillende vlakken fraude is gepleegd met coronamiddelen. Er is een heel gemakkelijke manier om een aanvraag in te dienen. Iedereen kan die zomaar indienen en dan 5000 tot 20.000 euro krijgen. Ik hoop dat die middelen terechtkomen waar ze moeten terechtkomen. Ik geloof nog altijd dat die tweede ronde van het noodfonds daar echt nodig voor is. Dat is wat wij altijd hebben gehoord van de Crisiscel Cultuur en vanuit de sector. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Meremans heeft het woord.

Met alle respect, mevrouw Segers, maar ik vind uw reactie toch een beetje aanmatigend. U bent niet de Jeanne d’Arc van de cultuursector.

Wat de projectsubsidies betreft, heb ik in de commissie heel duidelijk gezegd dat we, zodra de begrotingsaanpassing klaar zou zijn, zouden nagaan of daar oplossingen waren. Vraag het maar na en check de video. En we hebben daar ook woord gehouden. Zo simpel is dat.

Ik ben het ook een beetje beu, en ik heb dat ook gelezen van de heer Caron en dat siert hem niet, wat er wordt gezegd over het kabinet. Ik ken die mensen en ik weet welke contacten zij hebben onderhouden. De Crisiscel Cultuur is trouwens opgericht in de zomer en ook tijdens de zomer zijn zij blijven verderwerken. Ik vind het allemaal nogal gemakkelijk en goedkoop om dat hier te poneren.

En inderdaad, dat Kunstendecreet is een belangrijk item. Het stond ook in het regeerakkoord en we voeren het regeerakkoord gewoon uit.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Segers, ik wil u gewoon vragen om de verslagen te bekijken van de eerste debatten die we hebben gevoerd over de besparingen in de cultuursector. Daar al heb ik dat aangekondigd. Voortschrijdend inzicht dus. Ik zal niet ontkennen dat u een enorme kennis hebt over de cultuursector. Maar zelfs toen ik aantrad als minister, had ik een klein beetje kennis van de cultuursector, maar niet vergelijkbaar met de gigantische kennis die u ter zake hebt verworven. En ik wist dat als ik de besparing die wij hadden afgesproken zou doortrekken naar de kunstinstellingen, ik daar een sociaal bloedbad zou aanrichten. En ik wist dat ik in de projectsubsidies, die jaarlijkse subsidies zijn, opportuniteiten had om later correcties op door te voeren. U wist dat allemaal veel beter dan ik en u hebt daar een veel grotere kennis van maar die minimale kennis van de sector had ik, excuseer me. U zult daaraan twijfelen maar die had ik.

En ik heb mij toen geëngageerd en heb gezegd: we gaan dit nu doen om in de kunsteninstellingen personeel te redden, en ik engageer me om er bij volgende begrotingsrondes voor te zorgen dat we de projectsubsidies ook op niveau kunnen brengen. Ik had daar echt geen voortschrijdend inzicht voor nodig. Ik daag u uit: kijk naar de verslagen van de debatten die wij toen meerdere malen gehad hebben en u zult dan zien dat er op dat punt bij mij geen voortschrijdend inzicht nodig was. (Applaus bij de meerderheid)

Voor we overgaan tot het onderdeel Buitenlands Beleid, wil ik nog iets meedelen. Ik wil aan alle collega’s, hier en thuis, vragen om in te loggen in het systeem zodat er straks niet opnieuw geschorst moet worden.

Buitenlands Beleid

We bespreken nu het onderdeel Buitenlands Beleid.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, als we spreken over buitenlands beleid, kunnen we uiteraard niet om de brexit heen. De brexit komt steeds dichterbij. In principe hadden de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk al tot een vergelijk moeten komen op 31 oktober. Ondertussen is het wereldrecord ‘deadlines verleggen’ verbroken en weten we nog steeds niet waar we staan. De no-dealbrexit is nu een zeer reële mogelijkheid. De deadline werd opnieuw verlegd en ligt nu op volgende zondag. Ik ben dus benieuwd waar we naartoe gaan.

Op 31 december eindigt de overgangsperiode, ongeacht of er een brexitdeal uit de brand gesleept kan worden.

Onlangs werd bekend dat de brexittaskforce zal voorzien in 83 miljoen euro extra steun voor bedrijven die getroffen worden door de gevolgen van de brexit. De Vlaamse bedrijven zullen alle hulp kunnen gebruiken. Daarom is het ook belangrijk om zoveel mogelijk Europese steun te verwerven. De Europese Commissie heeft in haar meerjarenbegroting voor de periode 2021-2027 reeds een Brexit Adjustment Reserve voorzien van 5 miljard euro. De Vlaamse Regering stelde zoveel mogelijk middelen uit dit fonds naar Vlaanderen te willen halen, om de impact van de brexit op onze ondernemingen en economie op te vangen.

Bij het debat over de Septemberverklaring zei minister Diependaele dat Vlaanderen recht had op 3 van die 5 miljard euro. Collega’s, laten we eerlijk zijn: dit is voor Vlaandern echt minder dan waar we eigenlijk recht op hebben.

Voormalig minister-president Bourgeois is blijkbaar ook die mening toegedaan. Hij doet er nu – volgens mij terecht – nog een schepje bovenop. Volgens Geert Bourgeois moet 85 procent van de middelen die België krijgt, naar Vlaanderen gaan. Hij stelde in De Zevende Dag het volgende: “Vlaanderen is goed voor 85 procent van de uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk. We zullen massaal veel jobs verliezen.” Hij wees er ook op dat Vlaanderen, na Ierland, het zwaarst getroffen wordt door de brexit. Dit statement lokte heel wat verontwaardiging uit in Wallonië, mijns inziens onterecht. Waals parlementslid Maxime Hardy haalde luidop uit naar deze uitspraak. Hij vond de vooropgestelde verdeelsleutel ongehoord. Hij stelde dat er ook rekening gehouden moet worden met de Waalse realiteit. We weten natuurlijk wat dat betekent. Iedereen weet dus dat men in Wallonië een serieus deel van die koek wil binnenhalen.

Ik verneem graag van de minister-president wat de visie is van de Vlaamse Regering omtrent deze verdeelsleutel. Deelt de Vlaamse Regering de mening van voormalig minister-president Geert Bourgeois? Is minister Diependaele ondertussen verder opgeschoven in de richting van de mening van Bourgeois? Ik vind dit een interessante piste om vragen over te stellen.

Een andere zaak die onze aandacht moet vergen, is de problematiek rond Turkije en president Erdogan. Turkije oefent een grote invloed uit op de talrijke ingeweken Turken in Europa en Vlaanderen. Dit gebeurt niet alleen rechtstreeks via de Turkse media, die onder controle staan van Erdogans AKP, maar ook via de ondertussen welbekende Diyanetmoskeeën, waarover de Veiligheid van de Staat al ernstige waarschuwingen de wereld in stuurde.

Daarnaast zorgt de agressieve geopolitieke houding van Turkije voor een destabiliserende situatie, ook in Europa. De militarisering van de oostelijke Middellandse Zee benadeelt en bedreigt niet enkel Cyprus en Griekenland, maar zorgt ook voor een algehele destabilisering van de regio. De Turken begaan niet alleen schendingen van het internationaal zeerecht, maar gaan ook over de schreef inzake de Turkse wapentrafiek naar Libië.

Dan hebben we het nog niet gehad over hun actieve betrokkenheid bij de oorlog tussen en Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach. Daar schrikken ze er zelfs niet voor terug om fundamentalistische Syriëstrijders in te zetten.

We moeten dus via Europa duidelijk maken dat er voor dit Turkije geen plaats is in de Europese Unie. Geografisch ligt Turkije al voor 97 procent in Azië. Daarnaast staat zijn culturele en islamitische identiteit haaks op de Europese identiteit. Het Vlaams Belang was alvast tevreden dat de resolutie van de meerderheid over de problematische situatie waarin Turkije zich bevindt duidelijk aangaf dat de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie moeten worden stopgezet. Voor alle duidelijkheid is er wat het Vlaams Belang betreft voor Turkije geen plaats in Europa, vroeger niet, nu niet en ook in de toekomst niet.

Ten slotte, wilde ik graag nog even stilstaan bij de Vlaamse economische en politieke diplomatie. In het Vlaams regeerakkoord staat dat deze regering rechtstreekse relaties wil onderhouden en een netwerk wil uitbouwen in alle EU-instellingen en dat ze ook rechtstreeks politieke contacten wil leggen binnen Europa en met de EU-instellingen. Hiervoor kunt u zeker op onze steun rekenen, minister-president. Jammer genoeg worden we regelmatig geconfronteerd met het feit dat de Vlaamse diplomatie en de zichtbaarheid van Vlaanderen op Europees niveau soms federaal wordt tegengewerkt. We kunnen hier nog veel voorbeelden van geven, ik heb die in het verleden ook al gegeven. Er is zeker nog werk aan de winkel, minister-president.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

De regering bewijst dat ze gaat voor een ambitieus en impactvol Vlaams Europees beleid. Dit zal meer dan ooit van groot belang zijn in een Europese Unie postcorona, maar uiteraard ook postbrexit. De uitdagingen zijn tweeërlei. Natuurlijk is er het economische plaatje. Hoe komen we deze dubbele crisis te boven na de lockdown van onze economie? Wat zal de impact zijn van de brexit op onze interne markt? Er is natuurlijk ook het politiek verhaal. Hoe geven we verder vorm aan de Europese samenwerking, wanneer we zien dat verschillende lidstaten in voortdurende discussie leven met de Europese Unie en wanneer we zelfs een precedent hebben van een lidstaat, een belangrijke lidstaat, die uit de Europese Unie is gestapt. Het is duidelijk dat de Europese Unie meer dan ooit haar meerwaarde moet bewijzen. Dan kijken we in de eerste plaats naar de nieuwe meerjarenbegroting waaraan het zogenaamde Next Generation EU-herstelfonds gekoppeld is. Het wordt dan ook een zaak om dit fonds van 750 miljard euro verstandig in te zetten, en zeker ook voor Vlaanderen. Van de 5 miljard euro die de Europese Unie voor ons land voorziet, zal het u niet verbazen dat wij hier vanuit Vlaanderen ons rechtmatig deel verwachten. We rekenen dan ook op deze regering om in het overlegcomité onze belangen tot het uiterste te behartigen en om zo maximaal mogelijk de Europese middelen te mobiliseren voor ons relanceplan Vlaamse Veerkracht.

Qua grootteorde minder belangrijk, maar symbolisch des te meer, is de zogenaamde Brexit Adjustment Reserve. Die is ook goed voor 5 miljard euro, maar wel in het totaal, en dus niet alleen voor ons land. Geert Bourgeois heeft hierover het afgelopen weekend een voorzet gegeven. Ik ga er dan ook van uit dat deze regering hier de belangen van onze Vlaamse exporteconomie, van onze havens zal verdedigen.

Zo zijn we aangekomen bij het Europese onderwerp dat ons al sinds 2015 bezighoudt: de brexit. Het is een torenhoog cliché, maar we zitten nu echt wel in de laatste cruciale fase. Over enkele dagen eindigt de overgangsperiode en we hebben dus nog enkele dagen om tot een akkoord te komen. Het is genoegzaam bekend dat we een no-dealscenario absoluut moeten vermijden, in het bijzonder voor onze exporteurs, maar evengoed voor onze visserijsector. Laat de tijd van het grote gelijk achter ons, er is nood aan redelijkheid, aan flexibiliteit, en dit aan beide kanten van het kanaal. De Britten moeten beseffen dat er voorwaarden zijn verbonden aan nultarieven. We willen geen oneerlijke concurrentie met onze bedrijven. De Europese Unie moet echter ook inzien dat de Britse soevereiniteit onverenigbaar is met zomaar alle Europese regels overnemen. Een kader waarmee iedereen kan leven moet mogelijk zijn, en daar moeten we tot op het laatste ogenblik op inzetten.

Uit de crisisperiode die de Europese Unie nu meemaakt, moeten we lessen durven te trekken, want het Europees project staat onder druk. Een steeds groter wordende Unie, zowel qua lidstaten als qua bevoegdheden, heeft er niet alleen voor gezorgd dat burgers vervreemden, maar ook dat lidstaten voor het eerst afhaken.

En als we niet willen dat na het VK ook andere Europese lidstaten ervoor kiezen de Unie te verlaten, zullen we moeten hervormen, en zal de EU haar meerwaarde moeten blijven bewijzen, niet door centralistisch alles van boven op te leggen aan lidstaten, maar wel vanuit een project van samenwerking tussen Europese naties en volkeren die samen vooruit willen en samen deze crisis kunnen overwinnen.

Collega’s, ik wens u allen een zalige kerst en een gezond nieuwjaar, een beter jaar dan het jaar 2020. Ik vraag u om tijdens deze periode ook eens te denken aan de Catalaanse collega’s. (Karl Vanlouwe toont een blad met de foto's van de negen politieke gevangenen)

Negen politici zitten ondertussen al drie jaar in de gevangenis enkel en alleen om hun politieke overtuiging. We hebben hier een resolutie goedgekeurd. We moeten die mensen blijven steunen. Het is en blijft onaanvaardbaar dat in een Europese lidstaat politieke gevangenen in de cel zitten. Ik hoop dat iedereen hier de nodige aandacht zal hebben voor deze onrechtvaardige situatie binnen de EU. (Applaus)

De heer Vaneeckhout heeft het woord. U kunt dat kort en bondig.

Zoals steeds, voorzitter.

Volgens mij hebt u geen stem meer. Oh, toch, nog meer dan voldoende.

Collega Vanlouwe, uw had een terechte vraag. We hebben hier inderdaad in het verleden resoluties over goedgekeurd. Ik hoor het u graag zeggen: we gaan voor een zelfbewust Buitenlands Beleid in Vlaanderen. Minister-president, we hebben een ruime bespreking in de commissie gehad, ik zal niet alles herhalen. Eén puntje wil ik hier vandaag toch aanhalen. Het kwam in de commissie aan bod en er leek geen vuiltje aan de lucht.

Onlangs kopte De Morgen ‘Vlaamse onderdelen voor jihadistenvliegtuig via achterpoortje naar Turkije’. Een van de weinig harde bevoegdheden die we op Buitenlands Beleid hebben, is het Wapenhandeldecreet en hoe we daarmee omgaan. Ik kaart het al een paar jaar aan bij de minister-president, sinds ik hier actief ben, dat we onze diensten op dat gebied moeten versterken, dat we ons kader moeten versterken en meer stappen moeten zetten. En wat blijkt nu? Omdat we de eindbestemming van bepaalde onderdelen niet kennen, worden via Spanje Vlaamse onderdelen verwerkt in gevechts- en aanvoervliegtuigen die dan wapens leveren aan rebellen in Syrië enzovoort enzoverder.

In het conflict Nagorno-Karabach, waar we enkele weken geleden nog een resolutie over goedkeurden, worden Vlaamse onderdelen gebruikt om dat conflict op te poken. Ik zal dus enkel die vraag hier herhalen. Minister-president, los van de begroting die hier voorligt, de grote opdracht op het gebied van wapenhandel is zorgen dat het geen lege doos is. We hebben een vergunningenbeleid, maar er is geen controle, we hebben geen mankracht om dat af te dwingen. Op dit moment hebben we geen enkel zicht op wat uitgevoerd wordt en vooral niet op de eindbestemming van die onderdelen. Ze komen terecht in conflicten die we allemaal problematisch vinden. We hebben altijd gezegd dat Vlaanderen de voorloper moet zijn om wapenhandel tegen te houden. Dat was een gevoelig punt bij voorgangers in dit parlement, de vorige voorzitter van het Vlaams Parlement is nu voorzitter van het Vlaams Vredesinstituut. Ook daar was die gevoeligheid zeer groot. Ik stel voor dat we die mooie traditie in Vlaanderen aanhouden en daarvoor het komende jaar echt stappen zetten.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Wat de brexit betreft, heb ik de indruk dat we nu stilaan 15 oktober naderen. Het zal maar enkele dagen meer schelen. De ultieme deadline van de deadline zal dan bereikt zijn. Wanneer dat precies zal zijn, weet ik niet, het kan niet meer echt zo lang duren. Ik heb begrepen dat we nog niet mogen concluderen dat er een no-deal komt. Dat is de laatste informatie die ik heb. Als er vandaag nog gepraat wordt, is het omdat er nog een gerede kans is om tot een akkoord te komen, zonder garanties natuurlijk.

Maar, mijnheer Deckmyn, u hebt in uw financiële analyse wel een potje gemaakt van een aantal dingen. Langs de ene kant heb je het brexitfonds, 5 miljard euro op Europees niveau, waarvan onderhandelaar Barnier, en de Europese Raad, duidelijk hebben gemaakt dat dat fonds bedoeld is voor de meest getroffen regio’s van de brexit.

Het is vandaag natuurlijk nog niet mogelijk om te bepalen hoe dat fonds gaat worden verdeeld, want dat hangt sterk af van het resultaat van de onderhandelingen. Ik geef altijd het voorbeeld van het visserijakkoord: als dat akkoord het ene uiterste bestendigt van wat er vandaag is, dan moet je die sector niet steunen. Maar als het visserijakkoord alles weggooit wat er vandaag is, moet je die sector net erg zwaar steunen. En afhankelijk van waar de cursor tussen die twee uitersten staat, zal dat die steun voor die sector bepalen. Zo is dat ook op tal van andere vlakken.

Dus als je niet weet wat het akkoord is, is het heel moeilijk om te zeggen volgens welke criteria je die steun gaat toewijzen aan de verschillende regio’s. Maar dat het moet gaan naar de regio’s die het meest zijn getroffen, dat is tot hiertoe de richtlijn. Die verdeling gaat nog volgen, en er zal inderdaad een getrapte verdeling zijn richting België, en dan ook binnen België. En we weten, de studie van Leuven heeft dat uitgewezen, dat Vlaanderen 2,5 procent bbp verliest, goed voor 28.000 banen. In het totaal zou België 42.000 banen verliezen. Dat geeft dus een indicatie van hoe een en ander moet worden verdeeld.

Daarnaast hebben we het Europees coronafonds, vandaar misschien de verwarring. Met de parameters die worden gehanteerd vanuit Europa, komt er van dat fonds vandaag een goede 5 miljard euro naar België. En het brexitfonds bevat 5 miljard voor heel Europa, toegewezen aan de meest getroffen regio’s. Hoe? Dat moeten we nog zien afhankelijk van het akkoord. Het coronaherstelfonds binnen Europa, al opgesplitst naar België toe, bedraagt 5 miljard. Maar u hebt daar een en ander een beetje door elkaar gegooid. En natuurlijk gaan we ervoor vechten om een zo groot mogelijk deel van die koek bij ons te krijgen, om ons plan van 4,3 miljard deels met Europese middelen te kunnen financieren.

Wat Turkije betreft, sluit ik mij natuurlijk helemaal aan bij de resolutie die vorige week is goedgekeurd. Ik ben ook de mening toegedaan dat we nu een einde moeten maken aan die toetredingsgesprekken, er zijn zelfs nog middelen die naar Turkije gaan zolang de toetredingsgesprekken lopen. Ik sta helemaal achter de resolutie die dit parlement vorige week heeft goedgekeurd. Wij zullen ook natuurlijk die stelling verdedigen binnen België, en naar Europa toe. Dat is mijn taak als uitvoerende macht.

Wat de Vlaamse economische en politieke diplomatie betreft weet u dat ik bijzonder gemotiveerd ben om de samenwerkingsakkoorden die van 1994 dateren, snel ter hand te nemen. In januari  zijn daar vergaderingen voor gepland om dat werk aan te pakken en hopelijk tot een goed einde te brengen.

Mijnheer Vanlouwe, u hebt ook een aantal van dezelfde thema’s aangehaald. Maar het thema van de Catalaanse gevangenen, daarin hebt u 500 procent gelijk. En u hebt daar ook de steun van heel dit parlement en van de hele Vlaamse Regering. Die mensen gaan nu voor de derde keer Kerstmis in de gevangenis doormaken. Ik denk dat dat onwaardig is voor een lidstaat van Europa, toch op basis van de feiten die daar zijn gepleegd. Ik ben in bijzonder goed gezelschap, namelijk van dit parlement.

Wat de wapenexport en de wapendoorvoer betreft, daar hebben we het in de commissie al heel vaak over gehad. Ik denk dat wij daar wel met voldoende administratie op zitten, met heel toegewijde ambtenaren die dat heel goed bekijken, de zaken helemaal onder de loep nemen en dat doortastend behandelen. Ik denk dus dat we daar wel de nodige mankracht op inzetten, en dat we daar wel de juiste beslissingen nemen. Maar ik neem aan dat we daar ook in het volgende jaar nog regelmatig over van gedachten zullen wisselen.

De heer Deckmyn heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Het feit dat er verder uitstel blijft komen, laat ons hopen dat er nog wordt gepraat. Zo lang er wordt gepraat, is er nog de mogelijkheid om tot een deal te komen. We moeten echter eerlijk zijn. Als we zien waar we vandaan komen, wordt een mens moedeloos. Ik hoop dat we nog een oplossing zullen zien, maar ik ben nogal pessimistisch gestemd. Tenzij het opnieuw wordt uitgesteld, zullen we het op 20 december 2020 weten. Ik heb me laten vertellen dat later niet echt mogelijk is, want dan kan het Europees Parlement er niet meer over stemmen.

Ik ben blij dat u zult vechten om een zo groot mogelijk stuk van de fondsen te verkrijgen, maar als ik de reacties in PS-middens zie, houd ik mijn hart vast voor een faire verdeling van de middelen in de richting van Vlaanderen. Ik denk dat u de kranten ook hebt gelezen en dat u daar beducht voor moet zijn.

Wat de diplomatie betreft, hebben we naar aanleiding van vragen om uitleg deze week in de commissie vernomen dat u initiatieven hebt genomen. Er is al beterschap waar te nemen, maar we zijn er nog niet. We blijven dit uiteraard verder opvolgen.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister-president, ik dank u van mijn kant voor uw uiteenzetting. We weten dat de Vlaamse Regering zich door middel van de Vlaamse diplomatie zal inzetten om haar rechtmatig aandeel van het Europees Herstelfonds te kunnen krijgen. Dat moet tegelijkertijd natuurlijk ook gebeuren met betrekking tot het brexitfonds. We moeten ervoor zorgen dat er goede afspraken zijn en dat correcte criteria worden toegepast om de juiste middelen te krijgen voor Vlaanderen, in België de regio die het meest zal worden getroffen.

Mijnheer Vaneeckhout, u meent naar aanleiding van een artikel in De Morgen dat er mogelijk onderdelen vanuit Vlaanderen langs Spanje in Turkije terechtkomen, die daar mogelijk in transportvliegtuigen in bepaalde conflicten zullen worden ingezet. Zoals daarnet is gezegd, kan dat inderdaad. We zullen dat bespreken naar aanleiding van het ontwerp van het decreet betreffende de wapentransporten.

Wat wel zeker is, is dat Fabrique Nationale de Herstal (FN) eigendom is van het Waalse Gewest. Het Waalse Gewest is volledig eigenaar van FN, dat dagelijks wapens vanuit Wallonië naar dictatoriale regimes uitvoert. De bestuurders van het Waalse Gewest zijn uw geestesgenoten van Ecolo en sp.a. Uw geestesgenoten hebben de knoppen in handen en hebben zelf de bevoegdheid. Zij kunnen beslissen geen wapens meer te leveren aan dictatoriale regimes en aan de rebellen in het Midden-Oosten. Blijkbaar zijn aan de hand van het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA), waar de PS, sp.a, Ecolo en Groen zich tegen hebben verzet, recent nog wapens aan Canada geleverd. U maakt gebruik van een handelsverdrag waartegen u zich hebt verzet om uw geestesgenoten wapens naar Canada te laten transporteren. U moet ophouden met die morele superioriteit en met het wijzen met het vingertje als er mogelijk onderdelen zouden zijn getransporteerd. Uw collega’s van Ecolo en de PS moeten ervoor zorgen dat aan dictatoriale regimes geen wapens meer worden geleverd waarmee dagelijks mensen worden vermoord. U geestesgenoten zijn moreel verantwoordelijk voor de slachtoffers die daar dagelijks vallen. (Applaus bij de N-VA)

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik zie plots de minister van Begroting die ook minister van wapenhandel wordt en zeer enthousiast wordt.

Alle gekheid op een stokje, collega Vanlouwe, we zitten intussen meer dan een jaar samen in de commissie. (Opmerkingen van Bert Maertens)

U zit hier nochtans nog niet de hele dag, collega Maertens.

Ik ben het afgelopen jaar altijd zeer duidelijk geweest. Het is nu 1 uur 's nachts. En ook om 1 uur 's nachts, in de laatste twee weken van december, zal ik heel duidelijk zijn. Ik heb, collega's, als ik mijn portefeuille check, maar één lidkaart, en dat is die van Groen. En ik heb er geen enkele moeite mee om te zeggen dat ik persoonlijk zeer consequent ben in die lijn en dat ook mijn partij altijd consequent is in die lijn.

Maar wat ik ook goed heb gehoord en waar ik ook echt van... (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Ecologie, ja. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Maar dat is dan voor hun rekening. 

En twee, waar ik vooral van doordrongen ben – ik heb het hier al een paar keer gezegd – is dat ik er bewust voor heb gekozen om op een lijst te staan voor het Vlaams Parlement, omdat ik zeer veel moeite heb met een Vlaamse Beweging die aan de ene kant meer autonomie vraagt, maar op het moment dat er iets oncomfortabel wordt gezegd, bij het minste, naar Brussel of het Waalse Gewest kijkt. Bijvoorbeeld bij corona: ‘Oei, wat zijn de cijfers in Brussel, wat zijn de cijfers in het Waalse Gewest?’ En bij wapenhandel: ‘Oei wat gebeurt er in Brussel, wat gebeurt er in het Waalse Gewest?’

Laat ons hier doen wat we kunnen doen. We wilden bevoegd zijn voor wapenhandel en we kunnen dat beleid in Vlaanderen zelf bepalen. Dat is mijn vraag: laat ons hierin die voortrekkersrol spelen. Ik zal die boodschap even consequent geven aan de collega's aan de andere zijde van de taalgrens.

Kan dit volstaan, collega's?

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, ik wil nog heel even reageren op de negatieve visie die sommigen toch wel hebben op de Europese Unie. We kunnen daar heel veel over zeggen. Het is zeer moeilijk werken met zo veel lidstaten, met moeilijke procedures. In het begin van de coronacrisis hebben we gezien dat de Europese Unie wat laat op gang kwam om een en ander samen te doen binnen Europa. Ze zijn erin geslaagd om heel wat Europeanen die nog vastzaten in alle landen overal ter wereld terug te halen. En dan, stilletjesaan, want Volksgezondheid is geen bevoegdheid van de Europese Unie, zijn ze er toch in geslaagd om heel veel middelen vrij te maken die naar de lidstaten zullen gaan, maar er dan zullen worden verdeeld – in België is dat natuurlijk een andere zaak. Maar er komt wel geld binnen via Europa, dat moeten we erkennen.

En ik heb nog een ander punt. Vandaag, net vandaag, heeft Ursula von der Leyen gezegd dat heel Europa samen zal beginnen vaccineren vanaf 27 december. We zouden al die vaccins niet hebben gehad zonder Europa. Dat mag ook eens worden gezegd. En als er dan landen zijn die Groot-Brittannië achterna willen, dat ze dat dan maar doen. Maar ík ben de laatste maanden bijzonder fier om ook Europeaan te zijn. (Applaus bij de meerderheid en Groen)

Kan dit dan volstaan? Ja?

Dan mag u beschikken, minister-president. Ik dank u voor uw aanwezigheid.

Minister-president Jan Jambon

Prettige eindejaarsfeesten, allemaal, zij het in een heel beperkte bubbel. Probeer er toch van te genieten en hou het vooral gezond! (Applaus)

U ook. Dank u wel. 

Mag ik iedereen thuis en hier aanwezig nog eens vragen om in te loggen in het stemsysteem, alstublieft.

Mobiliteit en Openbare Werken

Dames en heren, we zijn aanbeland bij het laatste onderdeel: Mobiliteit en Openbare Werken.

De collega’s die hier als sinds 9 uur vanmorgen zitten – en dat zijn er wel een aantal – weten dat dit thema deze voormiddag eigenlijk al zeer uitgebreid aan bod is gekomen.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we gewoon beginnen met de sprekerslijst.

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, goedemorgen en welkom. Het is al heel laat, maar ik zal toch nog een en ander vertellen over mobiliteit en onze ideeën daarover.

Minister, collega’s, veilig, vlot en vooruitziend: dat zijn drie V’s en dat is bij een N-VA’er nooit een toeval. Die drie v-woorden zijn, zeker als het gaat over het mobiliteitsbeleid, in Vlaanderen van toepassing. Als ik het eerst heb over veiligheid, moeten we toch zeggen dat, als de coronacrisis één wens nog meer dan anders deed opspelen, dat toch wel de zekerheid is dat je gezin, je familie, je vrienden en iedereen die je een warm hart toedraagt, gezond blijven.

Datzelfde gevoel van zekerheid verlang ik ook wanneer mijn dochtertje van 9 of mijn kwieke grootmoeder van 91 zich in het alsmaar drukker wordende verkeer begeven. Die zekerheid wil elke Vlaming. En het is de overheid die van verkeersveiligheid een absolute topprioriteit moet maken. Dat betekent onder meer dat we heel snel onze gevaarlijke en historische zwarte punten wegwerken, dat we investeren in veilige fietspaden langs of als alternatief voor drukke wegen, dat we zorgen voor veilige schoolomgevingen en schoolroutes, dat we verkeersremmende maatregelen nemen, en handhaven voor wie zich niet aan de snelheidsregels houdt. Met andere woorden: veiligheid voor iedereen in het verkeer.

Dat betekent ook, minister, en dat is toch wel een stokpaardje van mij, dat fietsers ook kunnen fietsen op fietspaden die goed verlicht zijn. Dat is volgens mij echt iets waar u, met de recordbudgetten voor fietsinvesteringen, extra werk van moet maken. Want Vlaanderen financiert bijvoorbeeld de heraanleg van een jaagpad langs een kanaal als fietssnelweg of als een kwaliteitsvol fietspad dat verschillende steden en gemeenten verbindt, maar bij die Vlaamse investeringen is dan geen verlichting inbegrepen. Dat wordt dan in het bakje van de gemeentebesturen geduwd. Ik vind dat eigenlijk een gemiste kans. Ik wil u nogmaals vragen om toch te overwegen om die recordmiddelen voor fietsinvesteringen zo te oriënteren, dat ook verlichting op het bovenlokale fietsroutenetwerk gefinancierd wordt door de Vlaamse overheid, en minstens gesubsidieerd wordt via het Fietsfonds. Dat houdt bij de gemeenten ook extra middelen vrij om voluit te investeren in veilige lokale fietsverbindingen. En zo wint de fietsveiligheid twee keer.

De tweede V is die van vlot: vlotte mobiliteit. Tijd kost geld, figuurlijk. Dat weten we. Maar voor de duizenden ondernemers in Vlaanderen is dat zeker ook letterlijk. Infrastructuurprojecten die de doorstroom van het verkeer fel zullen verbeteren, moeten daarom zo snel mogelijk op het terrein worden uitgevoerd. Bestaande wegen moeten structureel en goed worden onderhouden. En het Vlaamse openbaar vervoer, de bus en de tram van De Lijn, heeft nood aan een kwaliteitsinjectie. Maar daar hadden we het gisteren ook al even over.

Niet alleen gisteren, maar vandaag ook.

Als we willen dat steeds meer mensen de auto laten staan ten voordele van het openbaar vervoer, dan moeten de bus en de tram betrouwbaar zijn en moeten die stipt zijn. Dan moet het openbaar vervoer ook voor mensen met een beperking toegankelijk zijn. En dan moeten we via de zogenaamde Hoppinpunten – ik blijf het een raar woord vinden – vlot en snel kunnen overstappen op een ander vervoersmiddel, zoals de trein, de deelfiets en de taxi.

De laatste V, collega's, is die van vooruitziend beleid voeren. De V van vooruitzien, dat betekent in mijn ogen: inzetten op innovatie en inzetten op duurzaamheid als rode draad doorheen het beleid. Dan denk ik aan digitalisering, die ons mobiliteitsbeleid op alle aspecten moet kunnen verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan slimme verkeerslichten. Emissievrije bussen moeten er komen, zoals afgesproken in het regeerakkoord. We experimenteren verder met autonoom rijdende shuttles en onbemand varende schepen, drones, pijpleidingen om goederen te transporteren. En we moeten uiteraard fors blijven investeren in onze waterwegen, in laad- en losinfrastructuur, en meer mogelijkheden voor estuaire vaart, om op die manier steeds meer vervuilende en filevormende vrachtwagens van de weg te halen.

Minister, ik zal besluiten. De ambities zijn groot, heel groot. Maar er is goed nieuws: u kunt na nieuwjaar onmiddellijk aan de slag met enorm hoge budgetten, met een recordaantal middelen voor Mobiliteit en Openbare Werken, niet het minst dankzij het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Mijn nieuwjaarswens voor u, minister, is dat u volgend jaar, in 2021, die budgetten effectief kunt besteden en dat we de al te vaak al te lange procedures dat niet in de weg laten staan. Ik zou zeggen: werk aan de winkel. En daarvoor, minister, hebt u onze volmondige steun.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, blij om u hier als ‘last woman standing’ van de Vlaamse Regering te zien. En er is natuurlijk ook nog onze voorzitter, maar die zit niet in de regering.

Neen, maar ik zit hier wel al van 9 uur ’s morgens. (Gelach)

Ik zit hier samen met u sindsdien, voorzitter.

Dat is waar.

Er is hier al veel gezegd vandaag. 2021 moet het jaar van de relance worden. En binnen het beleidsdomein Mobiliteit – we hebben het er vanmorgen al over gehad – zijn er een heel aantal mogelijkheden om dat waar te maken.

We hebben het bijvoorbeeld gehad over busbouwer Van Hool in Lier, waar honderden banen op het spel staan omdat de coronacrisis ervoor zorgt dat er nog nauwelijks bestellingen binnenkomen. Nu wil het natuurlijk lukken dat de Vlaamse overheid voor haar vervoermaatschappij De Lijn uitgerekend die bussen nodig heeft voor de vergroening van haar vloot. Daar ligt dus een redelijk unieke kans om de versterking en de vergroening van ons openbaar vervoer te verbinden met de relance vandaag.

Toen we het relanceplan zagen, dachten we ook dat het de goede kant opging. Er wordt 93 miljoen euro aangekondigd voor de vergroening van de vloot van De Lijn. Nog een beetje weinig, daar hebben we het vanmorgen al over gehad, maar extra middelen voor die vergroening. Eindelijk een nieuwe aanbesteding. Dacht ik. Toen kwam echter de begrotingsbespreking in de commissie, en wat bleek? Dat die relancemiddelen eigenlijk worden aangewend om de lopende bestelling van hybride bussen te financieren, het raamcontract dat met VDL bestaat. Dat is dus een bestelling binnen een raamcontract dat al voor de coronacrisis was afgesloten. Vorig jaar stond er in de begroting nog 37,5 miljoen euro voor groene bussen. Dit jaar staat er in de reguliere begroting nog maar 3,2 miljoen euro voor groene bussen. Met andere woorden: die relancemiddelen worden gebruikt om bestaande contracten te honoreren, en de reguliere middelen voor vergroening gaan naar beneden. Dat is wel een heel straffe visie op vergroening en op relance. Dat is geen zuurstof geven aan de economie. Dat is niet het versnellen van de vergroening bij De Lijn.

Daarom dienen wij vandaag een amendement in waarmee we een zuurstoffonds oprichten voor De Lijn. Ik heb het er vanmorgen al kort over gehad. Dat is een fonds met middelen van die compensatie voor indirecte emissiekosten, 93 miljoen euro volgend jaar, middelen die we veel beter kunnen gebruiken voor jobs in eigen land. Daarmee willen we niet alleen die vergroening versnellen, maar ook de loon- en arbeidsvoorwaarden voor technici verbeteren en het aanbod garanderen.

Misschien nog kort over dat laatste: het zal u uiteraard niet verwonderen dat ik en mijn fractie ervoor pleiten om extra middelen te investeren in het aanbod van De Lijn. We hebben het immers al vaak gehad over de kaalslag die wordt georganiseerd in Sint-Niklaas, in Limburg, in Aalst door de nieuwe openbaarvervoerplannen van volgend jaar. Recent bleek echter dat er ook in de Vlaamse Rand sprake is van een kaalslag, dat er lijnen worden afgeslankt, afgeschaft, dat de lokale besturen daar zo boos zijn dat ze het vervoerregioplan van De Lijn hebben afgekeurd. Ondertussen is er ook Gent. In Gent wil De Lijn een vijftiental haltes schrappen op de lijnen 16 en 17. Er kwam heel veel burgerprotest, en onder druk daarvan gaat de stad Gent nu een buslijn financieren. Minister, er zijn dus te weinig middelen vanuit de Vlaamse overheid, en nu gaat de stad Gent, met een liberale burgemeester – dus van uw partij, geloof ik – dus de gaten financieren die u laat vallen bij De Lijn. Gisteren werd dan nog bekend dat in Mortsel zeven politieke partijen zich samen verzetten tegen het schrappen van tramlijn 7 in hun gemeente, inclusief de meerderheidspartijen N-VA, Open Vld en CD&V.

Collega D’Haese, mag collega Ceyssens u onderbreken?

Natuurlijk.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega D’Haese, mijn vraag is eigenlijk simpel. We hebben hier destijds het decreet Basisbereikbaarheid ingevoerd. Ik had begrepen dat er hier toen in het parlement een heel groot draagvlak was om, als het over openbaar vervoer gaat, veel meer inspraak te geven aan onze gemeentes en dat te doen met de figuur van de vervoerregio. Nu hoor ik u hier in de plenaire vergadering de minister aanspreken op de kaalslag die met name in Limburg wordt georganiseerd. Als die kaalslag inderdaad in die vervoerregio wordt georganiseerd en gerealiseerd – want ik zie dat niet, en ik zit nochtans in die vervoerregio –, hoor ik u hier dan zeggen dat dat helemaal niet op dat lokaal niveau moet gebeuren, dat dat opnieuw op Vlaams niveau moet gebeuren? U spreekt daar immers de minister op aan.

Mijnheer Ceyssens, uw vraag verbaast mij een beetje. We hebben het hierover al vaak gehad in de commissie Mobiliteit. Ten eerste was ik hier niet toen het decreet Basisbereikbaarheid werd goedgekeurd, en ik heb daar mijn grootste bedenkingen bij, dat weet u ook. Dan gaat het niet meteen over het inschakelen van lokale besturen, want dat is natuurlijk net het probleem: we hebben het er al uitgebreid over gehad dat er zo weinig middelen voorhanden zijn dat die lokale besturen heel weinig inspraak hebben. Dat is toch overvloedig duidelijk geworden, onder andere uit de enquête die de minister zelf heeft laten uitvoeren bij die lokale besturen. Zij zeggen: De Lijn komt met plannen, maar eigenlijk is er zo weinig marge om er iets aan aan te passen omdat de budgetten te beperkt zijn. Het lokale bestuur van Gent gaat nu zelf bijpassen. Het lokale bestuur in Mortsel schrijft een officiële brief naar deze regering om te zeggen dat het op deze manier niet verder kan. In de Vlaamse Rand hebben de lokale besturen het openbaarvervoerplan geweigerd. Ze hebben tegengestemd.

Dus ja, die lokale besturen hebben daar absoluut hun rol in te spelen. Ze spelen die vandaag en ze laten luid en duidelijk horen dat het hun niet zint. Maar ik heb de indruk dat u het daar niet mee eens bent.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega D’Haese, mijn vraag was: wilt u de beslissingsbevoegdheid die we vandaag opnieuw bij de gemeenten gelegd hebben, weer weg in de vervoerregio’s, zodat u de minister daarover kunt aanspreken? Want vandaag is dat niet meer de bevoegdheid van de minister.

Mijnheer Ceyssens, we kunnen dat nog drie of vier keer herhalen, maar dat gaat ons niet veel verder helpen. Ik heb het daar niet over. Maar luister misschien eerst eens eventjes, voor u weer begint te antwoorden.

Waar ik het over heb, is dat die lokale besturen die beslissingsmacht die we erbij leggen, niet kunnen uitvoeren doordat de minister, die verdorie toch nog over de budgetten beslist, dacht ik, niet in de nodige budgetten voorziet. Daar geef ik u nu al de hele tijd een heel aantal voorbeelden van, hoe dat onmogelijk gemaakt wordt, en u komt met een vraag of ik niet vind dat die lokale besturen inspraak mogen hebben. Natuurlijk vind ik dat die lokale besturen inspraak mogen hebben, maar jullie maken het onmogelijk doordat de budgetten te beperkt zijn. Dat is mijn punt. Ik hoop dat dat nu eindelijk duidelijk is. Anders wil ik dat gerust nog eens uitleggen.

Neen, neen, dat is duidelijk.

Dat denk ik ook, voorzitter.

Voilà, ik ga afronden, ik was toch klaar. Ik hoop dat jullie luisteren naar jullie lokale mandatarissen. Ik hoop dat jullie luisteren naar dat niveau waarvan men hier altijd zegt dat men er respect voor moet hebben, en dat jullie ons amendement zullen steunen om te zorgen dat we die inspraak, mijnheer Ceyssens, van die lokale besturen ook waar kunnen maken.

De heer Keulen heeft het woord.

Andermaal de klassieke opener: 2020, een jaar waar de kwalificatie ‘beroerd’ voor uitgevonden is. Het is een cliché zo groot als een huis. Tezelfdertijd ontstaan natuurlijk grote maatschappelijke omwentelingen zelden door grootse daden, maar eerder door spontane ontwikkelingen. Als iemand een jaar geleden, toen we hier ook aan het discussiëren waren, had bedacht dat een virus dat zelfs met een microscoop niet waar te nemen is, onze hele planeet op zijn kop zou zetten, dan had iedereen dat als onwaarschijnlijk gekwalificeerd.

De grote staatsman Churchill zei het al: “Never waste a good crisis.” In het kielzog van die uitspraak richtte hij met een aantal geestesgenoten de Verenigde Naties op, nog altijd de machtigste vredesorganisatie van deze wereld en van deze tijd. Tezelfdertijd hebben wij toch maar dat fietsbudget. Vorig jaar rond deze tijd werd het perspectief van 300 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur in 2025 voorgehouden als een recordbedrag. We gingen eens zien wat we gingen meemaken. Ondertussen is dat dus voor volgend jaar in de begroting ingeschreven. Daar wordt dus een forse inhaalbeweging gedaan richting fiets, richting zwakke weggebruiker. Minister, dat is natuurlijk een prestatie van formaat. Woorden wekken en voorbeelden strekken. Vandaag kun je met een boodschap de aandacht van de mensen vangen, maar wil je mensen daadwerkelijk overtuigen en meekrijgen in je verhaal, moet je ervoor zorgen dat die kolossale budgetten ook worden omgezet in de aanleg van nieuwe fietspaden, het verbeteren van bestaande fietspaden, de verkeersveiligheid verhogen, zorgen dat er een flankerend beleid is waardoor jonge en andere mensen worden uitgenodigd om voor de afstanden van minder dan vijf kilometer – dat is meer dan 50 procent van onze verplaatsingen – de fiets te nemen. Dus een recordbedrag aan investeringen volgend jaar voor de fiets.

Tezelfdertijd is 2021 ook het jaar van het openbaar vervoer. Er gaat heel wat bewegen in de richting van onze openbare vervoersmaatschappij, maar ook ten aanzien van onze lokale besturen. Basisbereikbaarheid, alles wat te maken heeft met de vervoerregio’s, wordt uitgerold, wordt operationeel tegen het einde van het jaar. Dat is ook een soort van modal shift, maar dan op het niveau van het beleid, waarbij we de subsidiariteit daadwerkelijk in de praktijk brengen, steden en gemeenten in de cockpit plaatsen wat betreft het aansturen van dat openbaar vervoer, en ook vertrekken vanuit een heel andere benadering, niet aanbodgericht, maar wel vraaggestuurd. 

Het zijn allemaal dingen waar de afgelopen jaren toch heel vaak voor gepleit is. Diegenen die een beetje een historische reflex hebben… Al die steden en gemeenten, wat ook de kleur daar was, goede collega D’Haese, zeiden allemaal dat De Lijn voor geen millimeter rekening houdt met de verzuchtingen in onze stads- en gemeentehuizen. En dus, het wordt nu structureel, bijna institutioneel verankerd dat die steden en gemeenten, dat die lokale besturen mee in de cockpit komen wat de organisatie betreft.

We hebben het gisteren uitvoerig gehad over de benchmark van De Lijn. Ik ga daar een beeld voor gebruiken. Het is er ook het uur naar, een beetje humor mag. Toon Hermans gebruikte ooit de gevleugelde uitspraak ‘Vader is niet boos maar verdrietig’. Daarmee is het benchmarkrapport met betrekking tot De Lijn gematigd negatief gekwalificeerd. We moeten nu vooral de blik richten op het nieuwe management. De Limburgse Ann Schoubs komt daar nu letterlijk aan het roer te staan. Zij heeft als groot voordeel dat zij een verleden heeft in het openbaar vervoer, bij de spoorwegen. Tezelfdertijd is zij ook baas geweest van de federale overheidsdienst Interne Audit. Zij kent dus iets van beleidsprocessen en van hoe je op een deontologisch verantwoorde manier met belastinggeld moet omgaan. We moeten haar het voordeel van de twijfel geven, maar ook zeggen dat dit het moment van de waarheid is. Je kunt niet eeuwig tweede en derde en vijfentachtigste kansen claimen. Zij moet werk maken van de vergroening van de vloot, van de zelfrijdende bussen, maar bovenal van een klantvriendelijk openbaar vervoer. Daar zal zij, en finaal ook het beleid, worden op afgerekend. Uiteraard, minister, kunt u op onze volle steun rekenen.

De heer Bex heeft het woord.

Minister, collega’s, files en luchtvervuiling kosten ons miljarden. Het leed door verkeersongevallen is uiteraard niet in cijfers te vatten. Het straffe is dat we aan al die problemen iets kunnen doen als we een goed beleid voeren. Er zijn kansen voor transitie. De hashtag #BeterNaCorona geldt zeker ook voor Mobiliteit.

Minister, ik wil beginnen met een blijk van appreciatie. U wilt vooruit. De buzzwoorden zitten alvast goed. Fietsinfrastructuur, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid: dat zijn de dingen waarop u inzet met uw relancemiddelen. Maar toch hebben wij in de commissie tegengestemd omdat wij vinden dat u te weinig scherpe keuzes maakt, dat u kansen laat liggen. In die zin zijn die 885 miljoen euro van het Vlaams Relancefonds veel én weinig middelen. Mijn fractieleider had het deze voormiddag over een confettiplan. Er had ook steviger kunnen geïnvesteerd worden. Bijvoorbeeld die brokkelbruggen die niet aangepakt worden, dat blijft volgens ons een gemiste kans.

Laat mij ingaan op de drie prioriteiten vanuit uw relancemiddelen.

Er is ten eerste de fietsinfrastructuur. De Groenfractie is uiteraard heel blij dat het aangekondigde investeringspad zo sterk wordt versterkt. Maar we maken wel de kanttekening dat dit een inhaalbeweging blijft en dat de auto nog altijd de grote slokop blijft van de investeringen van de budgetten.

Ik wil hierbij enkele puntjes aankaarten. Ze zijn ook bij de besprekingen aan bod gekomen.

Ten eerste, uw toezegging om te gaan monitoren dat die middelen ook effectief aan fietsinfrastructuur zullen besteed worden en dat we een duidelijk overzicht krijgen van wat er naar fietspaden gaat en wat er naar bijvoorbeeld onteigeningen en nutsvoorzieningen enzovoort gaat. Dat is heel belangrijk om te weten of we effectief in fietsinfrastructuur investeren.

Ten tweede, de moeilijkheden om de middelen die nu voorhanden zijn effectief om te zetten in realisaties. Dat gaat te traag. U hebt vanmorgen een cijfer genoemd. U moet mij excuseren, maar ik heb niet precies verstaan wat u zei. Zei u dat het 86 procent is van de 180 miljoen euro die nu is vastgelegd? Alleszins, met de sterke verhoging die er komt, weten we dat er serieus zal moeten ingezet worden in de administratie om die middelen ook besteed te krijgen.

We zijn vanochtend ook even ingegaan op enerzijds de middelen voor fietsinfrastructuur in uw middelen en anderzijds de 150 miljoen euro die minister Somers ter beschikking van de lokale besturen zal stellen. Dat is een goede zaak. Zo zal er in totaal 450 miljoen euro naar fietsinfrastructuur gaan. Maar het blijft toch wel belangrijk – en dat werd ook vorige week in de hoorzitting over fietsinfrastructuur en fietsbeleid aangehaald – dat al die initiatieven kaderen in een routebenadering en dat er ook gemeentegrensoverschrijdend wordt uitgekeken naar coherentie in de projecten.

Mijn vraag is – ik heb u die ook vanochtend gesteld, maar ik was net weg toen u erop wilde antwoorden – hoe u voor die coherentie gaat zorgen. Wat mij betreft hadden die middelen ook in uw portefeuille mogen zitten.

Minister, u hebt een aantal verbeteringen in de procedures aangekondigd om sneller en efficiënter te kunnen investeren. Hoe dan ook denk ik dat uw Vlaamse administratie een benchmarkstudie verdient over hoe middelen voor fietsinfrastructuur ook effectief tot realisaties leiden. We zullen daar mee op toezien.

Collega's, ik kom bij verkeersveiligheid. De minister gaat daar 200 miljoen euro extra in investeren, onder andere voor handhaving, het versneld aanpakken van zwarte punten – zeer belangrijk – en de uitbouw van bijvoorbeeld schoolroutes. Dat is zeer positief, maar dat zijn dingen die vaak ook lang duren. Wij denken dat er nood is aan ‘quick wins’. Er zijn zeventien fietsdoden gevallen in het derde kwartaal van 2020, een triest record. Een aantal aanbevelingen die werden gedaan nadat die VIA-cijfers bekend werden gemaakt, moeten ter harte worden genomen. Het diepteonderzoek naar hoe die ongevallen zijn kunnen voorvallen, dat u hebt aangekondigd, is heel belangrijk, maar wij vinden dat u ook een aantal initiatieven moet nemen, zoals zone 30 in de bebouwde kom, venstertijden en het vrachtroutenetwerk.

U verwijst naar de autonomie van de lokale besturen. Wij zijn het daar niet mee eens. De autonomie van de lokale besturen blijft ook wanneer we een zone 30 invoeren in de bebouwde kom. Dan kunnen zij nog altijd beslissen, in overleg met u, om op bepaalde plaatsen naar 50 te gaan. U zegt dat u zult meewerken met de lokale besturen die naar 30 kilometer per uur willen gaan. We lazen vorige week nog in De Standaard dat dat niet zo zou zijn en dat uw administratie tegenwerkt. Wat gaat u daaraan doen?

Dan is er de duurzaamheid. We hebben het al gehad over de benchmarkstudie van De Lijn. We zullen het daar in de toekomst nog over hebben, we komen daar zeker in januari al op terug. Ik wil het hebben over de vergroening. Daar is toch wel zeer veel onduidelijkheid over. We weten dat de LEZ-boetes (lage-emissiezone) die voor dit jaar zouden moeten worden betaald door De Lijn, schommelen tussen de 5 en de 8 miljoen euro. Ik heb daarover een schriftelijke vraag gesteld om te weten hoeveel het uiteindelijk is geworden.

Maar ik wil het hebben over de investeringen in de bussen, 93 miljoen euro voor hybride bussen. U hebt in De Tijd gezegd dat die hybride bussen vooral op diesel rijden. Vanochtend zei u dat dat ook elektrische bussen kunnen worden. Er is nog veel onduidelijkheid. Er komt een nieuwe aanbesteding en er zullen maar 200 bussen, in tegenstelling tot de aangekondigde 970 bussen, besteld worden tegen eind 2023. Dat volstaat niet.

U bleef ook op de vlakte wat betreft de financiering. U hebt eigenlijk geen uitleg gegeven over die deconsolidatie. Wij zijn echt bezorgd dat de twijfels die de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) daarbij uit, zeer terecht zijn, namelijk dat er juridische en technische problemen zijn waardoor die deconsolidatie er niet zou komen. Het buiten de begroting houden, heeft ook een kost, omdat leningen door een gedeconsolideerde entiteit duurder zullen zijn dan de leningen die de Vlaamse overheid kan aangaan. Wij vrezen dus dat door heel dat traject dat moet worden gelopen, die beslissing op de lange baan wordt geschoven. U hebt zelf al gezegd dat als die deconsolidatie er niet komt, u die middelen gaat vragen aan de Vlaamse Regering. Minister Diependaele zit naast u, hij kan zich alvast voorbereiden op die vraag, want er zijn heel veel middelen voor nodig.

Ik ga dan naar de openbaarvervoerplannen (OV-plannen) in de regio's. Gent heeft inderdaad 455.000 euro uit eigen zak moeten halen om geschrapte bushaltes te blijven bedienen. In Mortsel is er het brede verzet tegen de schrapping van tram 7 en gisteren hebben we het in de commissie ook al gehad over het vervoerplan in de Vlaamse Rand, dat niet goedgekeurd raakt, omdat er te weinig middelen zijn voor het vervoer op maat. 1,9 percent van de middelen die over Vlaanderen worden verspreid tegenover 10 percent van de bevolking in de Vlaamse Rand, dat is uiteraard te weinig. Collega Ceyssens, het ligt niet alleen bij de lokale besturen. De minister heeft gisteren ook gezegd dat als dat vervoerregioplan niet goedgekeurd geraakt, het op de tafel van de Vlaamse Regering komt. Wij zijn er alleszins voorstander van om het bedrag voor vervoer op maat in de Vlaamse Rand op te trekken.

Minister, u hebt enorme ambities wat betreft de modal shift. Wij ook. 40 percent duurzame verplaatsing, 50 percent in stedelijke vervoersregio's. Ik heb persoonlijk altijd begrepen dat dat tegen 2024 zo moest zijn, maar u hebt duidelijk gemaakt dat dat een ambitie is tegen 2030. Als het toch 2024 is, verbeter mij dan alstublieft. U hebt een aantal partners, de Federale Regering, met de treinen waar meer in zal worden geïnvesteerd, en …

Afronden, alstublieft, want u had al acht minuten.

Maar die acht minuten komen mij toe, voorzitter.

Absoluut, maar die zijn op.

Ik rond af. Ik ben zeer tevreden met de Vlaamse openheid rond de slimme kilometerheffing. Alle partijen van de meerderheid zeggen dat het uiteindelijk de beste oplossing is om de files aan te pakken. Mijn oproep aan u, minister, voor morgen op het Overlegcomité: doe een aanbod aan Brussel dat zo goed is dat ze het niet kunnen weigeren. Een vaag tijdpad ‘we zullen er in 2024 eens beginnen over nadenken’ is dat niet.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister, een aantal weken geleden ben ik in de commissie begonnen met een aantal conclusies die we uit de coronacrisis kunnen trekken. Om te beginnen is het overduidelijk dat we de meest kwestbaren in onze samenleving moeten beschermen. In het verkeer zijn dat de zwakke weggebruikers.

Daarnaast is het overduidelijk dat door de crisis bepaalde taboes doorbroken zijn. Zo is iedereen er intussen van overtuigd dat massale publieke investeringen noodzakelijk zijn. Het is positief, minister, de collega’s hebben het ook al gezegd, dat u veel middelen uit het relanceplan hebt binnengehaald. Middelen zijn één zaak, effectieve realisaties zijn een andere. We kijken uit naar de concrete projecten die u gaat realiseren.

Investeren in fietsinfrastructuur, verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn wat ons betreft terechte prioriteiten. We hadden er graag nog een vierde aan toegevoegd, u weet dat, namelijk het openbaar vervoer. Want de derde conclusie is ook duidelijk: in tijden van crisis hebben we nood aan een sterke overheid met sterke performante overheidsbedrijven. In dit geval is dat een overheid die zorgt voor sterk openbaar vervoer als publieke dienstverlening.

Ik heb u in de commissie opgeroepen om de knoop rond de interne exploitatie van het openbaar vervoer door te hakken en De Lijn dat vertrouwen te geven. Ondertussen hebt u de oproep beantwoord en de beslissing genomen, het stond niet in uw BBT, maar het is uiteraard wel rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met middelen, of een gebrek aan middelen. Ik weet dat we het er veel over gehad hebben, maar het is toch een belangrijke beslissing, het is ook een heel moedige keuze, minister, om De Lijn dat vertrouwen te geven en de medewerkers die zekerheid te bieden.

Ik heb het gisteren al gezegd: het werk begint nu pas, want de score was niet fantastisch. Reizigerstevredenheid: het slechtste van alle onderzochte bedrijven; stiptheid: moet veel beter; informatie aan de reizigers: ondermaats; commerciële snelheid: moet hoger; doorstroming: moet beter; en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het zijn allemaal criteria, minister, die u niet alleen oplost met kostenefficiëntie maar waarvoor een grondige omslag en een langetermijnplan voor ons openbaar vervoer nodig is.

Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat staat ook in het onderzoek. We hadden de conclusies van dat onderzoek daarvoor niet nodig, we zeggen dat hier al jaren. Het is het gevolg van de keuzes of het gebrek eraan die gemaakt werden en die brengen ons bij het openbaar vervoer van vandaag en wat de reizigers dagelijks merken.

Een van de belangrijke dossiers die De Lijn moet voorbereiden op de toekomst, is de vergroening van de busvloot. Het dossier gaat terug tot minister-president Bourgeois, die in zijn laatste Septemberverklaring zei dat hij 925 elektrische bussen zou aankopen en dat in 2024 alleen nog elektrisch gereden zou worden in de stadskernen. Toen hebben we meermaals gevraagd hoe het met de middelen zat, het was toen al duidelijk dat er geen geld was. Telkens opnieuw werden we gerustgesteld, en kregen we als antwoord dat het in orde ging komen.

De doelstelling, een terechte doelstelling voor alle duidelijkheid, is door deze regering in het regeerakkoord overgenomen, maar opnieuw zitten geen middelen in de begroting, en opnieuw worden we gerustgesteld met de boodschap dat het in orde gaat komen. Wat is de vaststelling? De Lijn heeft haar bestelling van 970 bussen geannuleerd. Ze zeggen dat 2025 moeilijk haalbaar is en de noodzakelijke middelen van 1,3 miljard euro zijn er niet. U geeft dat toe en u stelt alle hoop op deconsolidatie. Dat debat gaan we hier vandaag niet voeren. Het staat wel vast dat het hoogst onzeker is of dat gaat lukken. Of dat wenselijk is, of dat past binnen de recente beslissing om De Lijn aan te duiden als intern operator, weet ik niet. We hebben grote zorgen over De Lijn.

Minister, ik weet – en daarmee zal ik afronden – dat u het vaak graag op flessen trekt en zegt dat wij alle problemen zullen oplossen met zakken vol geld. Maar als er geen problemen zijn met middelen, waarom trekken zoveel vervoerregio’s dan aan de alarmbel? Waarom moeten steden zelf middelen bijleggen? Waarom is er geen geld voor die elektrische bussen? Waarom zegt de heer Kesteloot dat de doelstellingen inzake vergroening, modal shift en extra aanbod niet kunnen worden gehaald met de huidige middelen?

En ja, collega Ceyssens, we zijn allemaal voor meer bevoegdheid voor de lokale besturen, maar de realiteit is dat we zijn vertrokken van een situatie waarin de afgelopen jaren 15 procent is bespaard op de werkingsmiddelen van De Lijn, en er in landelijke gemeenten is gesnoeid. En dan wordt de verantwoordelijkheid aan de gemeenten gegeven om met een gesloten portefeuille te werken. Dat is het probleem. Dus alstublieft, maak werk van kwaliteitsvol en betaalbaar openbaar vervoer.

De heer Verheyden heeft het woord.

Minister, collega’s, onze fractie is ervan overtuigd dat Vlaanderen voor grote en acute maatschappelijke en economische uitdagingen staat. In die zin is het belangrijk dat lopende investeringen inzake mobiliteit en openbare werken kunnen worden uitgerold via het relanceplan Vlaamse Veerkracht.

Minister, in uw inleiding bij de beleids- en begrotingstoelichting 2021 kondigt u aan kritisch te kijken naar het mobiliteitsbeleid en naar onze mobiliteit in de toekomst. Een terugkeer naar de mobiliteit van het precoronatijdperk kan volgens u niet. Onze fractie heeft dan ook met een gezonde maar kritische blik naar uw beleids- en begrotingstoelichting gekeken.

Het coronavirus heeft er inderdaad voor gezorgd dat er wat u een ware mobiliteitsomwenteling noemt, heeft plaatsgevonden. Onze fractie heeft er geen probleem mee dat effectief wordt ingezet op schonere en duurzamere vervoersmiddelen. Dat kan, maar de auto moet zijn plaats blijven behouden. Technologische ontwikkelingen hebben niet alleen tot gevolg dat we in toenemende mate de elektrische auto zien verschijnen, maar zorgen er ook voor dat de verbrandingsmotoren van vandaag en morgen een pak schoner en milieuvriendelijker zijn en dus nog toekomst hebben. We kunnen het niet genoeg herhalen: de auto wegpesten ten voordele van het openbaar vervoer of andere duurzame vervoermodi is niet de oplossing. En ik verwijs dan expliciet naar de plannen van Brussel om een stadstol in te voeren op onder andere de kap van de Vlaamse pendelaars. In de commissie gaven nagenoeg alle partijen aan dat ze niet willen meegaan in dit Brusselse verhaal. Het Vlaams Belang zal het verzet tegen die stadstol dan ook op de agenda blijven zetten.

U zet in op drie pijlers: een vlotte en duurzame mobiliteit, comfortabele en veilige fietsinfrastructuur en verkeersveiligheid. We begrijpen uw redenering, maar voor ons is het een en-enverhaal. Ja, men moet de fietsinfrastructuur verder uitbouwen. Via het relanceplan alleen al wordt daarvoor nog eens 400 miljoen euro voor uitgetrokken. En ja, we moeten het openbaar vervoer optimaliseren en comfortabeler maken.

De faciliteiten moeten er zijn om de vrijwillige keuze te kunnen maken voor andere duurzame vervoermodi. Pas wanneer er alternatieven zijn, kan er sprake zijn van een gedragen modal shift. Maar ook de automobilist moet op een vlotte doorstroming kunnen rekenen.

Minister, uw beleid zet in op drie essentiële pijlers. Wij missen een essentiële pijler en dat is de basisbereikbaarheid. De vervoerregio’s hebben intussen hun mobiliteitsplannen voorgesteld, maar die voldoen nog altijd niet aan de noden van alle gemeenten. Het kan niet dat de basisbereikbaarheid er in bepaalde gemeenten zelfs op achteruitgaat. Er moet meer aandacht zijn voor de sociaal zwakkeren of voor bepaalde doelgroepen in onze maatschappij, zoals ouderen en gehandicapten, zodat ook zij zich comfortabel kunnen verplaatsen. Basisbereikbaarheid en het vervoer op maat mogen niet leiden tot segregatie wanneer het op mobiliteit aankomt.

Veel hangt dan af van de budgetten. Wij zijn van mening dat er bijkomend moet worden geïnvesteerd in basisbereikbaarheid, meer dan de 31 miljoen euro extra die u momenteel spendeert.

Hoewel combimobiliteit als een eerste belangrijke stap wordt gezien op de weg naar de modal shift, missen de begrotingsdocumenten transparantie met betrekking tot de budgettaire vertaling van deze eerste stap naar concrete initiatieven en toewijzing van middelen aan de geplande maatregelen.

Minister, uw departement zal in 2021 over meer dan 7 miljard euro aan beleidskredieten beschikken. Deze legislatuur kunt u 635 miljoen euro extra investeringen uitvoeren. Door het relanceplan komt daar nog eens 885 miljoen euro bij. U kunt dus beleid voeren. Doe dat dan ook.

We stellen vast dat er heel veel visies worden ontwikkeld, maar dat er dringend werk moet worden gemaakt van het uitvoeren van de noodzakelijke maatregelen voor de realisatie van de doelstellingen. Dat zegt niet alleen onze fractie, maar ook de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA).

Ten slotte maakt onze fractie zich nog steeds zorgen over de budgettaire impact van Oosterweel.

Voor de leefbaarheidsprojecten heeft de BAM in de begroting 2020-2021 722,5 miljoen euro vastleggings- en 22,5 miljoen euro vereffeningskredieten ingeschreven. Het Rekenhof is echter van mening dat de bijna 800 miljoen euro, voorzien voor beton, niets te maken heeft met leefbaarheid. Het lijkt erop dat de financiering van de leefbaarheidsprojecten niet meer integraal gebeurt vanuit verzamelde onbenutte kredieten maar grotendeels vanuit nieuwe kredieten die in de begroting 2020-2021 worden ingeschreven. Volgens het Rekenhof zijn deze nieuwe budgetten er gekomen door de dwingende invloed van heel wat actiegroepen.

Die groepen maken zich dan ook zorgen over de budgettaire impact van deze werkwijze. Het Rekenhof is niet tevreden, omdat de niet-benutte beleidskredieten gebruikt worden voor nieuw beleid. Elke investering in nieuw beleid leidt immers tot toekomstige recurrente uitgaven. Onze fractie sluit zich daarbij aan en wil er nogmaals op aandringen om de budgettaire discipline rond Oosterweel te handhaven.

Minister, wij zullen uw begroting dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, ik heb het woord gevraagd om een korte oproep te doen aan de minister.

Doet u maar.

Ik heb vanmorgen gekeken naar de verkeersbarometer. Daar zag ik dat er in 2019 in Vlaanderen 304 drama’s gebeurden, waarbij iemand om het leven kwam, met als gevolg een hele cirkel van mensen die daardoor getroffen werden. Dat is beter dan in 2010, want toen waren er 391 gevallen. Men zou dus kunnen stellen dat er stappen vooruit gezet werden. Maar de laatste jaren stabiliseren de cijfers en stijgen ze zelfs licht. Onze doelstelling van tweehonderd verkeersdoden in 2020, halen we niet. Daar moeten we eerlijk over zijn.

Ik wil er één zaak uitlichten. In 2010 waren er 54 dodelijke fietsongevallen. In 2019 waren dat er 69, een stijging van 13,8 naar 22,7 procent. Zowel relatief als absoluut is dat een stijging van het aantal fietsdoden. Laat de fiets nu net een voordeel kunnen zijn voor de mobiliteit in Vlaanderen, waar we dicht op elkaar wonen op een kleine oppervlakte. De fiets kan daarvoor een oplossing zijn, omdat er heel veel bestemmingen dichtbij liggen. Het is dan onaanvaardbaar om in Vlaanderen met dergelijke cijfers geconfronteerd te worden, minister. U hebt met deze begroting een sleutel in handen. U hebt volgend jaar een ongekend budget voor investeringen in fietspaden.

We rekenen dan ook op u, minister. Er mogen geen excuses meer zijn. Er werden decreten goedgekeurd om sneller te onteigenen. Er zijn ongelooflijk veel middelen. Wij keuren vandaag geen begroting goed, wij keuren een verwachting goed, de verwachting dat er in Vlaanderen de komende jaren een ongekend aantal kilometers fietspaden aangelegd zal worden.

De heer D’Haese heeft het woord.

En dan verwacht ik dat de minister zou willen antwoorden. U hebt deze ochtend natuurlijk ook al heel veel gezegd, hè? Maar u mag, u mag, natuurlijk, minister.

Voorzitter, ik weet dat dit het einde is van het debat, maar ik vind dat we de grenzen van het fatsoen hier wel een klein beetje overschrijden. Er zijn heel wat tussenkomsten geweest als reactie op mensen die zich ingeschreven hadden of als reactie op verklaringen van de minister. Maar collega Ceyssens wringt zich hier gewoon tussen. Zonder op de sprekerslijst te staan, doet hij hier, onaangekondigd, ook nog zijn eigen interventie; hij antwoordt op niemand. (Opmerkingen bij de meerderheid en van minister Matthias Diependaele)

Minister Diependaele, Tom De Meester heeft gereageerd op uw verklaringen, en dat is wat er mogelijk is in een debat. De heer Ceyssens komt hier gewoon zijn eigen punt maken, terwijl hij niet op een sprekerslijst ingeschreven is. Dat is niet de manier die we hebben afgesproken om het debat te voeren.

Als dat een poging was om het sneller te laten vooruitgaan, is dat bij dezen mislukt.

Minister Peeters heeft het woord. Kunnen jullie zich alstublieft één minuut gedragen? Ik ga heel snel mijn handen wassen.

Minister Lydia Peeters

Voorzitter, ik hoop uiteraard dat iedereen zich gedraagt. Ik wil iedereen bedanken die tussengekomen is en zich op positieve wijze geuit heeft over wat wij vanuit het Departement Mobiliteit en Openbaren Werken naar voren hebben geschoven.

Dat het voor jullie niet allemaal 100 procent positief is, had ik eigenlijk wel verwacht. Ik ga ook graag in op die punten waar er nog vragen of bedenkingen over zijn. Ik zal uiteraard ook uw vraag ter harte nemen, mijnheer Ceyssens, want verkeersveiligheid is een absolute topprioriteit en daar zullen we zeker ten volle werk van maken.

Ik heb vanmorgen al gezegd dat we drie grote werven hebben: investeringen in fietsinfrastructuur, investeringen in verkeersveiligheid en investeringen in duurzaamheid. Een aantal collega’s vragen naar een vierde werf. Sommigen vragen specifiek naar basisbereikbaarheid, maar dat zit voor mij mee in het luik duurzaamheid. Sommigen vragen nog naar andere elementen. Ik heb alleszins een vierde werf en die is zeker belangrijk voor de drie reeds vernoemde werven. De vierde werf gaat over de hervormingen van de procedures en de schrapsessies. Het is inderdaad zo dat we een heel ruim budget ter beschikking hebben. We hebben 885 miljoen euro relancemiddelen voor 2021 en 2022 ter beschikking, maar we moeten die middelen ook effectief kunnen uitgeven en tot realisatie kunnen overgaan. We moeten de schop dus in de grond steken. Daarvoor zullen we heel wat hervormingen moeten doorvoeren. Het gaat dan over interne en administratieve processen, aanbestedingsprocedures en uiteraard ook over onteigeningen, vergunningsprocedures, het koppelen van de vergunningen rond de nutsleidingen enzovoort. Dat moet allemaal in zijn globaliteit worden bekeken en daar moeten we ook echt een versnelling hoger durven te schakelen. Wat dat betreft, heb ik aan de administratie al een uitgebreid plan van aanpak gevraagd. Ik heb ook al een eerste stand van zaken gekregen over hoe we dat kunnen doen. Ik verwijs alleen al naar de talrijke omzendbrieven en dienstorders die we her en der hebben en die er vaak toe nopen dat er een tweede reflectie moet volgen. Dat zorgt dan weer voor vertraging. We zullen daar dus zeker ten volle op inzetten.

Mijnheer Bex, u vroeg naar de vastleggingskredieten. Ik heb vanmorgen al gezegd dat ik die zeer nauwlettend opvolg. Dat hebben we het voorbije jaar al gedaan, we hebben alle entiteiten binnen het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) er continu op gewezen dat het sneller moet qua vastleggingskredieten. Ik ben tevreden met de vastleggingskredieten die we nu voor begin december konden optellen. Het gaat dan  over 86 procent. Ik was een paar maanden geleden niet tevreden, toen ik aan amper 50 procent zat. Ik zeg dat er ook graag bij, want het mag niet de bedoeling zijn dat we pas op het einde van het jaar aan 100 procent komen. Neen, ook daarin zouden we een tandje kunnen bijsteken.

U vroeg specifiek naar de vastleggingskredieten voor de fietsinfrastructuur. 86 procent van de 180 miljoen euro die voorzien was, is effectief toegewezen en besteed. U vroeg ook of dit alleen naar de fietsinfrastructuur ging of ook naar de onteigeningen of andere elementen. U zult wel begrijpen dat als er een fietspad of fietssnelweg moet worden aangelegd buiten het bestaande gabarit, er dan een grondinname moet gebeuren. Als men die grond moet aankopen, heeft dat natuurlijk ook betrekking op de fietsinfrastructuur. Ik heb ook al een paar keer in de commissie gezegd dat ik er zeker over zal waken dat het altijd pro rata gebeurt. Als men een weg opnieuw aanlegt en daarbij het fietspad vrijliggend maakt, dan moet men de kosten van de grondonteigening die daarvoor nodig is niet alleen verrekenen via het luik fietsinvesteringen, maar ook via het globale luik. Dat moet dan pro rata berekend worden. We zullen er alleszins over waken dat de middelen effectief naar fietsinfrastructuur gaan.

Verkeersveiligheid is voor ons allemaal heel belangrijk. We hebben inderdaad nog altijd veel te veel dodelijke slachtoffers en veel te veel slachtoffers met zwaar lichamelijk letsel. Op dat vlak moeten we inderdaad een tandje bij steken. We kunnen niet langer meer van hetzelfde doen, want dan zullen de cijfers eerder stijgen dan dalen. Dat willen we uiteraard niet. Ik wil het ook niet laten steken in cijfers, want als er ergens een dodelijk slachtoffer is of iemand met een zwaar lichamelijk letsel, dan veroorzaakt dat enorm veel leed in de hele entourage, bij familie, vrienden en collega's. We moeten dat echt een halt toe roepen. We houden zeker vast aan Vision Zero, dat vanuit Europa is vooropgesteld, maar we zouden dit het liefst vandaag of ten laatste morgen al gerealiseerd willen zien.

Daarom zetten we volop in op een actualisatie van ons verkeersveiligheidsplan. Twee weken geleden heb ik daarvoor al met heel wat mobiliteitsexperts inzake verkeersveiligheid samengezeten. We zijn volop aan het kijken hoe we dat plan verder kunnen actualiseren, hoe we daarin een aantal meetbare doelstellingen en kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) kunnen opnemen, om er ook daar voor te zorgen dat er effectief verbeteringen vastgesteld kunnen worden. Dat is en blijft een heel belangrijk gegeven.

Mijnheer Maertens, u hebt in de commissie ook al een paar keer gezegd dat u uw dochter- of zoonlief maar met de fiets naar school of een activiteit wilt sturen mits er voldoende verlichting is. We werken op dat vlak volop aan een lichtvisie. Er moet altijd een evenwicht gezocht worden tussen veiligheid en ecologische aspecten. Er zijn mensen die praten over lichtvervuiling en tal van biotopen kunnen nauwelijks licht verdragen, zoals de vleermuizen. Het Agentschap voor Natuur en Bos staat heel weigerachtig tegenover extra verlichting. Voor mij primeert de modal shift die we met z'n allen willen bereiken, een shift naar meer duurzame verplaatsingen, waarin de fiets een zeer grote rol zal spelen. Daarnaast is ook de verkeersveiligheid heel erg belangrijk. Er moet dan ook meer dan voldoende verlichting zijn langs onze fietspaden.

Naast de ledverlichting langs de gewestwegen, waarvoor we vanuit het relanceplan een bedrag van 90 miljoen euro uittrekken, zullen we voor de fietspaden een extra bedrag van 5 miljoen euro aan investeringsmiddelen uittrekken. Voor kruispunten en oversteken komt er ook nog eens 5 miljoen euro bij. Daarmee wil ik aantonen dat de verlichting en de veiligheid heel erg belangrijk zijn en centraal staan.

Het verkeer moet ook vlot gaan. Ook doorstroming is en blijft belangrijk, doorstroming in combinatie opnieuw met verkeersveiligheid. Ook op dat vlak zorgen we voor heel wat extra middelen. We denken aan slimme verkeerslichten en het dynamisch verkeersmanagementsysteem. Ook daar wordt in 2021 volop in geïnvesteerd, alsook in talrijke duurzame, innovatieve elementen op het vlak van goederentransport en het personenvervoer.

Er zijn nog altijd een dertigtal gevaarlijke punten vanop de historische lijst van 2002 die in deze legislatuur zullen worden weggewerkt. Ik hoop dat we ze in 2022 definitief hebben weggewerkt. Daar zetten we alleszins 80 miljoen euro voor in in 2021.

We zetten ook in op de schoolomgevingen en schoolroutes voor een bedrag van 30 miljoen euro.

Mijnheer Bex, ook op de brokkelbruggen zetten we ten volle in. Ere wie ere toekomt, de heer Rzoska heeft een studie gevoerd over het ‘asset management’ en daar een toelichting in de commissie over gegeven. Nu, het belangt eenieder aan in onze commissie. Iedereen vroeg daar ook de nodige aandacht voor. Wel, ook voor dat asset management, voor al onze kunstwerken, onze bruggen, onze tunnels, onze kaaimuren, wordt met de relancemiddelen, maar ook met eigen investeringsmiddelen, een bedrag van 200 miljoen euro uitgetrokken, om te voorkomen dat we nog moeten spreken van brokkelbruggen.

Tegelijkertijd kan ik u ook zeggen dat het plan van aanpak in de finale fase zit. Het heeft lang geduurd, ruim 7 à 8 maanden, eer we tot die finale fase kwamen. Maar van die categorie van zeer slechte bruggen en tunnels kan ik u zeggen dat we die 44 nu allemaal aanpakken. Daarnaast hadden we er nog ruim een 500-tal die in slechte staat waren. Die zijn allemaal gescreend en er is een extra opdeling gemaakt. Voor die 200 is er nu een plan van aanpak gemaakt, zodat men snel kan overgaan tot renovatie of wederopbouw van die bruggen die echt in slechte toestand zijn. Dus ook daar hebben we zeker aandacht voor. Brokkelbruggen zijn inderdaad niet van deze tijd, dat moeten we oplossen.

Dan kom ik tot duurzaamheid. Sommigen vragen om van basisbereikbaarheid nog een aparte werf te maken. Maar dat hele verhaal van basisbereikbaarheid valt voor mij onder het luik duurzaamheid, waarvoor we vanuit de relancemiddelen ook een bedrag van 385 miljoen euro investeren. Dat gaat naar ledverlichting, naar het verhogen van bruggen over het Albertkanaal, naar het investeren in kaaimuren voor meer watergebonden bedrijvigheid. Maar het gaat ook naar laadinfrastructuur voor personenwagens; daar trekken we nog ruim 30 miljoen euro voor uit, om ten volle in te zetten op de elektrificatie van het personenvervoer. En wat een aantal mensen blijkbaar nog altijd niet hebben begrepen, is dat er ook 93 miljoen euro aan relancemiddelen rechtstreeks naar De Lijn gaat.

Wat betekent dat specifiek voor De Lijn? Ik heb het vanmorgen ook al gezegd, maar klaarblijkelijk is het toch nog niet voor iedereen duidelijk. Voorzitter, u hebt het dan misschien wel goed begrepen, maar uit de vragen die ik hier krijg, blijkt dat niet iedereen het begrepen heeft. Dus ik herhaal het nog even – herhaling is altijd de beste leerschool. Voor De Lijn werd regulier meestal een bedrag van om en bij 145 miljoen uitgetrokken aan investeringsmiddelen. (Opmerkingen van Jos D'Haese)

Mijnheer D’Haese, ik ben het al gewoon dat u iemand niet laat uitspreken, maar ik ga toch mijn betoog verder afmaken. Voor het jaar 2021 zullen wij een bedrag aan investeringen voor De Lijn hebben van om en bij de 269 miljoen euro. Er gaat 98 miljoen specifiek naar de aankoop van rollend materieel, en 93 miljoen euro daarvan zijn relancemiddelen. Kortom, er gaan in 2021 heel wat extra middelen naar rollend materieel. Die middelen gaan ook naar tramtoestellen; daarvoor is er een bedrag van om en bij de 50 miljoen euro voorzien. En ook voor de vergroening van de vloot van De Lijn zetten we opnieuw extra middelen in. Dat is noodzakelijk.

Ik weet ook dat we in de vorige legislatuur de aankondiging hadden dat er 970 elektrische bussen zouden worden aangekocht. De raming zat toen op 1,3 miljard, en het is hier terecht gezegd: die middelen waren er toen niet, die waren niet specifiek in een pot voorzien. Maar als men een dergelijke investering doet, een investering die over een langere tijd moet worden afgeschreven, dan is het ook logisch dat dat over een langere periode kan worden afgeschreven. Die bussen gaan immers langer dan een jaar mee, men spreekt meestal van een levensduur van twaalf tot vijftien jaar.

Om die reden staat het onderzoek naar de deconsolidatie van De Lijn in het Vlaams regeerakkoord. De Vlaamse overheid blijft wel de hoofdaandeelhouder, maar een deconsolidatie kan een mogelijke financiering van de aankoop van die elektrische bussen zijn. Ik benadruk dat het om een mogelijke financiering gaat, want dat staat of valt niet met die deconsolidatie.

Ik blijf erop hameren dat in het Vlaams regeerakkoord staat en dat ik in al mijn beleidsbrieven continu heb gesteld dat het onze ambitie is om de het openbaar vervoer tegen 2025 emissievrij door de stedelijke kernen te laten rijden. Het openbaar vervoer bestaat voor ongeveer 55 procent uit de bussen en de trams van De Lijn en voor ongeveer 45 procent uit pachters, onderaannemers en exploitanten, die ook op een vergroening inzetten. Tegen 2025 willen we onze stedelijke kernen emissievrij krijgen en tegen 2035 willen we heel Vlaanderen emissievrij krijgen.

Dat betekent inderdaad dat we nu onmiddellijk met die vergroening moeten starten. Ik heb al meermaals benadrukt dat De Lijn een extern verzelfstandigd agentschap met een eigen raad van bestuur is. Die raad van bestuur heeft in december 2019 een selectieleidraad voor de aankoop van die 970 bussen, inclusief laadinfrastructuur, in de markt geplaatst. Diezelfde raad van bestuur heeft de selectieprocedure in juli 2020 stopgezet. Tot nu toe is geen nieuwe selectieprocedure of nieuw bestek in de markt geplaatst. Voor mij kan het ook met een bestek en hoeft het vertragingsmanoeuvre met een selectieprocedure er niet bij te zijn. Ik blijf de raad van bestuur van De Lijn vragen om op de vergroening in te zetten, om de doelstellingen die we in het Vlaams regeerakkoord en de beleidsnota hebben vooropgesteld te honoreren en om werk te maken van de vergroening van de vloot en de aankoop van zero-emissiebussen. Ik wil dit blijven benadrukken en ik hoop dat dit een gunstig gevolg kan hebben.

Mijnheer Keulen, mijnheer Ceyssens, in verband met de basisbereikbaarheid en de vervoerregio’s hebben jullie benadrukt dat het om een bottom-upbenadering en niet meer om een top-downbenadering gaat. Als een lokaal bestuur in het verleden om meer openbaar vervoer vroeg, kreeg het zonder meer de boodschap dat De Lijn dat niet zou doen en dat De Lijn alles besliste en uitvoerde. Dat was vroeger het scenario. Nu is er een bottom-upbenadering. In de vervoerregioraden hebben de lokale besturen inspraak op wat in verband met het aanvullend net en het vervoer op maat voor de respectievelijke lokale besturen zal worden bepaald.

Dat is een nieuwe oefening en het is ook een moeilijke oefening geweest. In de eerste helft van 2020 heb ik heel wat opmerkingen van lokale besturen gekregen. Ik heb toen zelf ook een beperkte enquête laten uitvoeren. Ik heb de lokale besturen over hun bevindingen aan het woord gelaten. In eerste instantie waren er veel klachten over te weinig informatiedoorstroming en te weinig zicht op de financiële middelen. Volgens een aantal mensen is het allemaal kommer en kwel, maar ik moet vaststellen dat in de vijftien vervoerregioraden veertien openbaarvervoerplannen zijn goedgekeurd. Dat betekent dat veertien vervoerregioraden over een goedgekeurd openbaarvervoerplan beschikken en eentje niet.

Het is deze morgen al aan bod gekomen. In de Vlaamse Rand is dat niet het geval. Sommigen vrezen voor een omgekeerde modal shift in de Vlaamse Rand.

Ik heb de cijfers van de berekeningen die De Lijn heeft gemaakt rond de groei van het aantal reizigers of de reizigerswinst die men verwacht in de diverse vervoerregioraden. Ik kan u verzekeren: die reizigerswinst is er overal. Die is gemiddeld 7,2 procent en die is ook in de Vlaamse Rand 7 procent.

En dat is juist het hele opzet van het decreet Basisbereikbaarheid: gaan naar dat vraaggestuurd model. In plaats van het aanbodgestuurd model uit het verleden, kiezen we voor een vraaggestuurd model. Daar waar de vraag heel groot is, zullen we inzetten en versterken. En waar de vraag klein is, zullen we geen lege bussen laten rondrijden om het uur. Nee, daar zullen wij voorzien in alternatieven, daar staat het woord combimobiliteit centraal en daar staat ook het verhaal van het vervoer op maat centraal.

Ik hoor inderdaad klachten bij de Vlaamse Rand rond te weinig middelen voor vervoer op maat, maar ik hoor die klachten ook bij heel wat andere vervoerregioraden. En op dit ogenblik zijn al die raden hun plan aan het uittekenen voor het vervoer op maat. Sommige zijn daarmee klaar, sommige zijn nog grondige detailstudies aan het maken. En uiteraard zouden ze allemaal graag meer geld willen hebben.

U kent ook het historisch budget voor dat vervoer op maat. Dat was een bedrag van 34 miljoen euro. Deze legislatuur komt daar nog een bedrag van 31,3 miljoen euro bij. Ik weet dat De Lijn dat niet graag hoort, maar men kan middelen overhevelen van het aanvullend net naar het vervoer op maat. En dat zou misschien een optie zijn voor de vervoerregio van de Vlaamse Rand, die, zoals mevrouw Brouwers gisteren nog zei, een zeer heterogene vervoerregio is. Het kan een oplossing zijn, maar ik laat het eerst aan de vervoerregio van de Vlaamse Rand zelf over om een verhaal uit te werken. Ze hebben nu een tweede kans, een tweede zit. En pas wanneer ook dat niet slaagt, komt het naar de Vlaamse Regering en zullen wij ons moeten buigen over het OV-plan rond de Vlaamse Rand. Maar ik heb er vertrouwen in dat het ook daar goed komt en dat ook daar de lokale besturen, mits er grondig overlegd wordt, kunnen komen tot de juiste beslissingen en hopelijk tot een goedgekeurd openbaarvervoersplan.

Verder heb ik nog een aantal kleinere vragen genoteerd. Collega Verheyden, wat het leefbaarheidsproject betreft, weet u dat wij inzake het hele verhaal van Lantis halfjaarlijks een stand van zaken geven in het Vlaams Parlement, opdat iedereen dat tot in detail kan opvolgen. Ook de financiering van de achttien leefbaarheidsprojecten in het kader van Oosterweel worden zeer nauwkeurig opgevolgd. En ik verzeker u dat wij hier in februari 2021 een volledige stand van zaken zullen geven, met de bemerkingen van het Rekenhof rond financiering van de leefbaarheidsprojecten. Zoals het er nu uitziet, zijn er alleszins voldoende middelen om die leefbaarheidsprojecten uit te voeren. Maar we zullen alles natuurlijk ook hier nauwlettend blijven opvolgen.

Wat de stadstol betreft, blijf ik herhalen wat we altijd al hebben gezegd: een stadstol naar het Brussels model, meer in het bijzonder waarbij men eenzijdig vanuit een gewest een extra belasting doorvoert waardoor de Vlaamse pendelaar diep in zijn portemonnee moet tasten, zullen we uiteraard niet goedkeuren. Het staat inderdaad geagendeerd op het Overlegcomité van morgen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft dit daar geagendeerd, met de bedoeling om het overleg op te starten.

Nu, ik blijf bij mijn standpunt: een slimme kilometerheffing die sturend kan werken, kan een goede methode zijn om de congestieproblemen, de fileproblemen op onze Vlaamse wegen te verminderen, naast uiteraard andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld telewerk. Ik zeg dat het kan, maar op voorwaarde dat de pendelaar, de weggebruiker, ook effectief een keuze heeft. En die keuze betekent dat er voldoende alternatieven zijn waar de pendelaar dan zelf voor kan kiezen: ‘Ik laat de auto staan en ik kies voor een duurzaam alternatief, ik kies voor het openbaar vervoer, voor deelmobiliteit of voor de fiets.’ Maar daarvoor moeten er nog investeringen gebeuren.

En of dat nu 2025 moet worden, of 2028, of 2030, ik ga daarvoor geen datum vastprikken. Ik ga wel zeggen dat we continu moeten monitoren of er voldoende alternatieven zijn en of de tijd rijp is om te spreken over een slimme kilometerheffing, die sturend is en die de pendelaar belast op het gebruik en niet op het bezit van een wagen. Dat kan pas als alle alternatieven voorhanden zijn. En dat zullen we continu moeten monitoren. Dus, een slimme kilometerheffing op termijn: ja, mits er voldoende alternatieven zijn.

En dan ga ik niet herhalen wat ik hier al vaak gezegd heb. Met De Werkvennootschap gaan wij in de Vlaamse Rand heel wat investeringen doen in randparkings, in park-and-rideparkings, in fietsinfrastructuur, in extra openbaar vervoer, de drie extra lijnen van het Brabantnet en dergelijke meer. Kortom, voor meer dan 1 miljard euro investeringen, om zodoende zeker ook zelf een bijdrage te leveren aan die alternatieven. Maar we verwachten alleszins dat ook het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zelf heel wat alternatieven zal creëren, want anders zal het absoluut niet kunnen werken.

Collega’s, bedankt voor de positieve opmerkingen. Ik hoop uiteraard dat jullie met die bijkomende uitleg misschien toch nog geneigd zijn om een positieve blik te werpen op het globale verhaal, en dat jullie het misschien alsnog ook zouden kunnen goedkeuren. Ik dank u.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.