U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021, het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2021 en het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2021.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

De heer Muyters, verslaggever, verwijst naar het schriftelijke verslag.

De heer Vandaele heeft het woord.

Collega's, toen we hier een jaar geleden nog ‘stonden’, konden we niet vermoeden wat er een paar maanden later op ons af zou komen. We verheugden ons hier toen over een gezonde begroting, met nog geen half miljard euro tekort, een tekort dat verklaarbaar was en ook oplosbaar.

De coronapandemie heeft ons optimisme echter flink getemperd. De oorspronkelijke ambitie voor 2021 was om, na een beperkt tekort in 2020, weer aan te knopen met een budgettair evenwicht. In de plaats daarvan kijken we na het rampjaar 2020 ook in 2021 nog aan tegen een tekort van zo'n 3 miljard euro. Heel wat van onze ondersteunende coronamaatregelen dienden immers verlengd te worden en de regering verhoogde dan ook nog tijdens de parlementaire bespreking de coronaprovisie 2021 van 300 miljoen euro naar 1 miljard euro. De heer Muyters zal het straks meer in detail over de cijfers hebben.

We mogen ons hoe dan ook gelukkig prijzen dat we konden vertrekken van een gezonde begroting. Daar werden in het verleden inspanningen voor gedaan, ook op momenten dat dit niet zo vanzelfsprekend was. De regering heeft al enkele keren aangegeven dat zij de begroting de komende jaren opnieuw op het pad naar een evenwicht wil brengen, zodat we ook bij crisissen in de toekomst de financiële ruimte hebben om een en ander op te vangen. We beseffen vandaag immers ten volle hoe broos onze zekerheden zijn.

We hebben het hier uitvoerig gehad over het relanceplan Vlaamse Veerkracht, met extra middelen voor welzijn, zorg en onderwijs, maar ook extra middelen voor heel veel andere sectoren: 4,3 miljard euro eenmalige investeringen, ook Openbare Werken, culturele infrastructuur, fietspaden voor 1,5 miljard, 1 miljard voor klimaat, voor investeringen in de waterproblematiek, energiebesparende innovatie, waterstof enzovoort. Dit moet op korte termijn een positieve impact hebben op onze economie, maar moet evenzeer bijdragen tot duurzaamheid, een duurzame economie maar ook een duurzame samenleving.

Ik wil de kans te baat nemen om iedereen te danken voor de inspanningen die ze deden naar aanleiding van corona. De voorzitter is niet aandachtig, maar goed, dat is het voorrecht van de voorzitter. (Gelach)

Ik wil de kans te baat nemen om iedereen te bedanken voor de inspanningen die ze deden naar aanleiding van corona, inspanningen van de sectoren, van de zelfstandigen, van de zorgsector, van de lokale overheden en ook van onze regering en van dit parlement. Deze meerderheid heeft tal van maatregelen genomen om de grootste nood te lenigen: ondersteuning voor de ondernemingen, meer middelen voor de zorg en meer middelen voor het onderwijs.

Corona houdt het beleid al acht tot negen maanden in de ban. Alle beleidsverantwoordelijken op alle niveaus hebben hiermee al maanden de handen vol, maar toch hebben de Vlaamse Regering en ons parlement ook aan andere dossiers hard doorgewerkt.

Een paar weken geleden konden we kennisnemen van het sociaal akkoord voor de welzijnssector. Het zal zorgen voor een betere verloning van ons zorgpersoneel en voor meer handen aan het bed. Daarvoor zijn er ook extra middelen. Zo komt er vanaf 1 januari 2021 jaarlijks 577 miljoen euro bij: 412 miljoen euro voor het verbeteren van de loon- en arbeidsvoorwaarden in de vorm van koopkrachtverhoging en 165 miljoen euro voor het inzetten van extra personeel en voor externe opleidingen.

Dit akkoord komt boven op de 562 miljoen euro die al toegekend was voor extra investeringen in capaciteit en extra plaatsen. Dit sociaal akkoord is een belangrijke beslissing ondanks corona.

Vorige week werd een nieuwe beheersovereenkomst gesloten met onze openbare omroep. We zijn tevreden met deze overeenkomst, die een sterke openbare omroep garandeert, een omroep die onze mensen correct moet informeren, die onze cultuur en taal moet promoten, die de audiovisuele sector in Vlaanderen moet versterken en Vlaamse en Nederlandstalige producties moet ondersteunen, muziek, film, tv-programma’s, kortom onze creatieve industrie. Een omroep ook die correct omgaat met de middelen en met de voorwaarden inzake openbare aanbesteding. De VRT-beheersovereenkomst, collega’s, is een belangrijke beslissing ondanks corona.

Zoals we hier gisteren uitvoerig hebben besproken, hebben we na jarenlange, vaak moeilijke gesprekken met de Vlaamse meerderheidspartijen een akkoord bereikt over het Instrumentendecreet, mechanismen om de bouwshift te begeleiden, onder andere met een verhoging van de planschade en van de planbaten en extra hefbomen voor de lokale besturen. Tegelijk met de bijsturing van het Instrumentendecreet komt er een nieuwe regeling voor de woonreservegebieden in Vlaanderen. Op die manier wordt 12.000 hectare onder een stolp gezet. De Vlaamse Regering zal daarnaast ook 1400 hectare watergevoelige openruimtegebieden herbestemmen. Het Instrumentendecreet en de woonuitbreidingsgebieden zijn belangrijke beslissingen op het gebied van ruimtelijke ordening ondanks corona.

Er zijn nog meer voorbeelden. Er wordt extra geïnvesteerd in natuur en extra bos. Deze regering zal de volgende twee jaar een recordbedrag van 124 miljoen euro investeren in asbestafbouw, dat is een verzesvoudiging van de middelen die er vroeger waren. Allemaal beslissingen ondanks corona.

Vorige week debatteerden we hier nog over de TIMSS-resultaten (Trends in International Mathematics and Science Study). De kwaliteit van ons onderwijs moet beter, onder meer door taalachterstand weg te werken. De minister legde gisteren uit dat leerlingen ook materiaal krijgen om mee te kunnen op de digitale trein.

Op het nieuwe domein Vlaamse justitie heeft de minister in 2020 ook de eerste realisaties kunnen voorleggen.

Ik gaf maar een paar voorbeelden van de realisaties ondanks covid, er zijn er natuurlijk veel meer.

Collega’s, tijdens de pandemie werd het belang duidelijk van een goed werkende overheid of van goed werkende overheden. In crisissituaties moeten de mensen op hun overheden kunnen rekenen. Hoe onverschillig mensen vaak ook staan tegenover de politiek, in crisistijden verwachten ze wel dat precies die politiek snelle en juiste beslissingen neemt. Het is in elk geval mijn vaststelling en overtuiging dat de regio’s, ondersteund door de lokale besturen, hier hun rol hebben opgenomen. Het had uiteraard beter gekund op sommige momenten, federaal, Vlaams en lokaal. De coronacommissie heeft dat ook duidelijk gemaakt. Maar hier in dit huis hebben we in elk geval snel compenserende maatregelen genomen voor ondernemers, voor werknemers, voor kwetsbaren. We hebben onze scholen in bescherming genomen. En nu de vaccincampagnes voor de deur staan, moeten we tonen dat we ook hier klaar voor zijn.

Collega’s, het voorbije jaar waren het vooral de eerste drie letters van het alfabet die ons bezighielden, a, b, c. De c van corona en covid, de b van brexit en Boris Johnson. Al maanden beseffen wij hoe ingrijpend een no-dealbrexit kan worden voor Vlaanderen, dat verantwoordelijk is voor 84 procent van de Belgische export. Vlaanderen wordt na Ierland economisch het hardst getroffen van de overblijvende EU-lidstaten. Het Verenigd Koninkrijk is de vierde belangrijkste exportmarkt voor Vlaanderen. Onze Vlaamse vissers bijvoorbeeld hebben de Britse visgronden nodig om te overleven.

De c van covid, de b van brexit … Wat rest er ons nog? De a. De a van autonomie, misschien? Staatshervorming en staatsstructuren waren thema’s die zeker toch prominent aanwezig waren in de wandelgangen tijdens de federale regeringsvorming.

Collega’s, onze coronacommissie toonde aan dat, zeker in het welzijnsbeleid, onze staatsstructuur – en ik druk me voorzichtig uit – voor verbetering vatbaar is. Sommigen pleiten dan – ik denk gemakshalve – voor herfederalisering, onder het mom van ‘eenheid van commando’ en ‘efficiëntie’. Zelf ben ik er nogal van overtuigd dat dit niet de oplossing is, maar wel meer autonomie voor de deelstaten, voor de gemeenschappen en voor de gewesten, uiteraard in een goede onderlinge verstandhouding.

De a van autonomie mag natuurlijk geen holle slogan zijn. Mijn fractie is dan ook blij dat vanaf januari de werkgroep Institutionele Zaken in de schoot van dit parlement vorm krijgt, onder de ongetwijfeld bezielende leiding van de parlementsvoorzitter. Zo kunnen we concreet, grondig en deskundig onderzoeken hoe we de staatsstructuur kunnen verbeteren, welke concrete problemen er zijn en welke oplossingen.

Ik sluit af. Op het journaal – dat zoals u weet niet meer gepresenteerd wordt door Martine Tanghe – zien we af en toe beelden van streken die getroffen worden door een orkaan. Vensters worden dan dichtgetimmerd en het openbare leven valt stil. Tegelijkertijd worden er reddingswerken opgestart en probeert men iedereen in veiligheid te brengen. Zodra het even kan, wordt er heropgebouwd met constructies die in de regel steviger en veiliger zijn dan voorheen.

Collega’s, op dezelfde manier doorstaan wij nu de covidorkaan. Die orkaan is nog niet voorbij. Maar we bereiden ons voor op de heropbouw van onze samenleving en onze economie, duurzamer en steviger dan voor het uitbreken van de pandemie. Collega’s, ik hoop dat we ons daar allemaal samen, zowel meerderheid als oppositie, onze schouders onder kunnen zetten. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik heb twee concrete vragen voor collega Vandaele.

Ten eerste, ik heb de minister-president hier in het verleden verschillende keren horen beweren dat het zorgpersoneel een loonsopslag zou krijgen op 1 januari. Zoals u weet, zijn wij zeer blij met het zorgakkoord. Maar wij krijgen toch veel bezorgde signalen uit de sector dat het compleet irrealistisch is om die loonsopslag op 1 januari echt op het loonstrookje te krijgen. Ik wil u dus graag geloven, maar het is altijd goed om te controleren, zeker in de aanloop naar 1 januari. Ik wil dus om bevestiging vragen: klopt dat nog steeds? Zal dat geld er op 1 januari staan?

Ten tweede hoor ik u zeggen, mijnheer Vandaele, dat we moeten streven naar een begrotingsevenwicht. Dat klopt. Ik denk dat we het daarover eens zijn, dat we op termijn absoluut opnieuw moeten komen tot een begrotingsevenwicht. Maar ik hoop wel dat u hier de mensen niet blij wilt maken met een dode mus en dat we – of jullie – volgend jaar het geld zullen afpakken dat dit jaar uitgegeven wordt. Er wordt gesproken over het ‘heroverwegen’ van budgetten. Maar wat betekent dat nu eigenlijk echt? Ik heb het gevoel dat ik u hier opnieuw een besparingsronde hoor aankondigen, terwijl ik dacht dat jullie geleerd hadden dat besparen echt de allerslechtste manier is om uit een crisis te raken.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik wil het hebben over het eerste stuk van de tussenkomst van collega Goeman. Collega Goeman, collega Anaf is hier nu niet. Maar onze collega De Reuse heeft twee weken geleden in de commissie Welzijn – de minister kan dat bevestigen – een interpellatie gehouden over de uitvoering van VIA 6. Wij hebben daarbij een aantal bezorgdheden meegedeeld over het feit dat niet iedereen die in de zorg werkt, in januari een loonsverhoging te zien krijgt op het loonstrookje. Het klopt wat u gezegd hebt en wat wij gezegd hebben. Ik weet dat de stemmingen gisterenavond heel verwarrend waren. Maar u zult het gemerkt hebben, of u moet dat nog eens herbekijken, dat er een motie op de agenda stond naar aanleiding van onze interpellatie in de commissie, waarin we garanties vroegen aan de Vlaamse Regering, opdat iedereen die in de zorg werkt, zou krijgen waar hij recht op heeft.

Ik heb de stemmingen nog eens bekeken. U hebt tegengestemd. Nu komt u hier vandaag hetzelfde vertellen wat in onze motie stond. Dat vind ik een beetje hypocriet, collega. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik kan alleen maar zeggen dat wij vandaag in aanwezigheid van de regering die garanties vragen. Ik ben benieuwd naar het antwoord.

De heer Vandaele heeft het woord.

Mevrouw Goeman, ik heb net nog eens de cijfers genoemd van de extra investeringen in de zorgsector. We hebben het hierover eind november uitvoerig gehad toen het akkoord werd gesloten. We hebben het al eerder bij de presentatie van het relanceplan gehad over de extra middelen die toen al naar de zorg gingen. Het gaat over honderden miljoenen euro’s. U vraagt mij nu of dat op 1 januari 2021 zal starten. U mag het mij niet kwalijk nemen, maar dan verwijs ik toch naar de minister die daar ongetwijfeld beter van op de hoogte is, mevrouw Goeman.

U weet heel goed dat het begrotingsevenwicht voor de meerderheid en zeker ook voor mijn partij heel belangrijk is. We hebben er in het verleden altijd op aangedrongen dat wij een begrotingsevenwicht moesten hebben. In het begin van de begroting van 2020 was dat er niet. We hadden een klein tekort van 400 miljoen euro, maar toen wisten we ook dat dat oplosbaar was. We wisten hoe dat kwam. Dat evenwicht is inderdaad altijd ons streven en dat zal in de toekomst ook zo zijn, maar we weten allemaal dat de kwetsuur die onze financiële situatie door corona oploopt, behoorlijk is. Dat is zo op de verschillende niveaus: lokaal, federaal en Vlaams. In 2021 zitten we nog met een tekort van 3 miljard euro, ik denk dat dat voor 2020 zo’n 7 miljard euro was. Die put moet uiteraard gevuld worden, maar gelukkig hebben we een goede basis door in het verleden voorzichtig om te springen met de middelen. Dat is iets wat u blijkbaar niet van plan bent om te doen, want u zegt dat besparen nooit een goed idee is. Ik ben blij dat we dat in het verleden wel gedaan hebben en dat we in het verleden wel op de kleintjes hebben gelet, want daardoor kunnen we nu tegen een stootje en kunnen we die onverwachte crisis beter aan dan sommige andere overheden, regio’s of landen. We moeten dus zeker opnieuw naar dat evenwicht streven, maar we weten allemaal dat dat niet van vandaag op morgen zal gaan en dat daar tijd voor nodig zal zijn. Hoeveel tijd, zal afhangen van de manier waarop de economie opnieuw aantrekt na deze crisis.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik wil nog een punt aanvullen dat de heer Vandaele naar voren heeft gebracht. Mevrouw Goeman, ik vind het een beetje raar dat u zegt dat we opnieuw naar een begroting in evenwicht moeten gaan – en ik vind het heel goed dat u dat ook erkent –, maar tegelijkertijd vraagt u ook wat heroverwegen betekent. Voor mij is dat nogal duidelijk: je kijkt na of elke uitgave die je vandaag doet op de beste manier wordt gedaan en of er mogelijkheden zijn om met minder hetzelfde te bereiken. Dat is heroverwegen. Je denkt na over wat er anders en beter kan en dan moet je effectief kijken waar er centen zijn die je niet langer of anders moet inzetten. U zegt dat u hoopt dat dat niet gebeurt, want heroverwegen en besparen ziet u niet zitten. Daar komt het toch op neer, u hebt het wel niet letterlijk zo gezegd, maar daar lijkt het toch op neer te komen. Dan is er maar één mogelijkheid: je verhoogt de belastingen. Dat zullen de mensen na corona toch ook niet zien zitten? Je moet dus wel een keuze maken en de vier instrumenten die de minister van Begroting heeft voorgesteld om in de toekomst stilaan opnieuw naar een evenwicht te gaan, zijn toch wel de juiste weg om te volgen. Anders zullen we de factuur naar onze kinderen en kleinkinderen doorschuiven en/of niet klaar zijn voor een nieuwe crisis in de toekomst.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik heb twee korte puntjes, voorzitter.

Mijnheer Vandaele, u zegt dat we door de besparingen beter voorbereid waren op deze onverwachte crisis, maar het tegendeel is waar. Jullie hebben bespaard op preventie en die hadden we nodig in deze crisis. Jullie hebben bespaard op de ondersteuning van personen met een handicap en die hadden we nodig in deze crisis. Jullie hebben bespaard op de ondersteuning van leerkrachten en die hadden we nodig in deze crisis. Jullie hebben het omgekeerde gedaan.

Door jullie besparingen waren wij slechter voorbereid op de onverwachte crisis die op ons afkwam en dat is nu net waar wij vorig jaar, een jaar geleden, vanop deze plaats voor gewaarschuwd hebben.

En ten tweede, mijnheer Muyters, als u op zoek bent naar uitgaven die tegen het licht moeten worden gehouden: ik heb ze hier vorig jaar ook al eens gegeven. Jullie zijn van plan om opnieuw 90 miljoen euro uit te trekken om de energiefactuur te betalen van een aantal multinationals die miljardenwinsten maken. Volgend jaar gaat dat naar 140 miljoen euro. Als u iets tegen het licht wilt houden, dan is dat misschien een goede suggestie.

De heer Muyters heeft het woord.

Mijnheer D’Haese, van mij mag alles tegen het licht gehouden worden. U wilt daar direct op besparen, maar ik zou het tegen het licht houden en kijken wat het effect is van daarop te besparen. Maar u bent blijkbaar niet van plan om te heroverwogen. Als er wordt gezegd dat alles heroverwogen wordt, dan mag van mij ook alles heroverwogen worden, alles. Maar dat wil zeggen: heroverwegen, niet nu al beslissen om het een of het ander te schrappen. Het zou immers wel eens kunnen dat, als je bij die grote bedrijven een aantal subsidies gaat wegnemen die het ‘level playing field’ met de rest van Europa moeten garanderen, dat zijn negatieve effecten heeft op de werkgelegenheid, op de belastingen die op die werkgelegenheid geheven worden en op de belasting die die mensen betalen, en dat er daardoor dus minder geld binnenkomt. Dat zou ook allemaal kunnen. Heroverwegen betekent dus dat je die zaken bekijkt, de pro’s en de contra’s, en daarna pas conclusies trekt. Ik hoop dat u bereid bent – wij zijn daartoe bereid – om alles in heroverweging te nemen. Dat zou een goede zaak zijn.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik wil nog een korte reactie geven. Ik heb daarnet al gezegd dat we inderdaad op termijn opnieuw moeten streven naar een gezonde begroting. Inderdaad, mijnheer Muyters, het gaat over keuzes. Het punt is alleen dat we andere keuzes zouden maken. Als ik jullie bezig hoor, dan houd ik er toch een beetje mijn hart voor vast dat jullie gaan doen wat jullie ook in het verleden altijd gedaan hebben: besparen op gewone Vlamingen, besparen op De Lijn, besparen op cultuur, besparen op hoger onderwijs en besparen op preventie, terwijl het budget voor de energiekortingen voor de AkzoNobels van deze wereld in 2021 stijgt tot 140 miljoen euro, komende van 34 miljoen euro in 2019, terwijl de bedrijfssubsidies op vijf jaar tijd zijn verdubbeld, van 180 naar 400 miljoen euro, en terwijl we nog altijd meer geld geven aan regionale luchthavens dan ze omzet draaien. Daar is allemaal geld voor. Dat zijn structurele middelen. Ja, we moeten werken aan een begroting in evenwicht, maar als het op heroverwegingen aankomt, dan moeten we daarmee beginnen, wat mij betreft, in plaats van opnieuw te kijken naar de gewone Vlaming.

De heer Schiltz heeft het woord.

Ik vind het toch wel straf, hoor, mevrouw Goeman en consorten. (Rumoer. Gelach)

De oppositie zijn consorten.

Er wordt hier al direct gezegd: ‘Ge gaat weer doen zoals ge het altijd gedaan hebt en ‘t is verkeerd.’ Mevrouw Goeman, als we u zouden laten doen, dan zou u het ook weer doen zoals u het altijd doet en dát is verkeerd. Voor het eerst – en dat heb ik tijdens dit debat al eens gezegd – in de geschiedenis van dit land en deze prachtige regio zijn wij begrotingstechnieken aan het verkennen om een sterkere stabiliteit te garanderen en om te beletten dat politici zomaar geld uitgeven, zonder te weten of de maatregel of het geld wel degelijk effect heeft. De crisis dwingt ons ertoe om elke euro die we morgen gaan uitgeven – en we geven er verdorie enorm veel uit, en terecht –, efficiënt en effectief uitgegeven wordt. We zijn dat aan de volgende generaties verplicht. We zijn het aan de mensen die vandaag moeten krabben, verplicht. We zijn het aan de zorgsector verplicht, aan de jongeren, aan eender wie.

Dus als wij spreken over heroverwegen, dan is dat inderdaad objectiveren van wat we met onze centen, de centen van onze burgers, doen. Welke effecten heeft dat? Hoe zal dat geld dat we extra uitgeven, dat we extra in de zorg steken, ervoor zorgen dat de jobs in de zorgsector aantrekkelijker en draaglijker worden? Hoe zal dat ervoor zorgen dat het zorgaanbod groter wordt? Hoe zal dat ervoor zorgen dat de wachtlijsten korter worden? Hoe zal dat ervoor zorgen dat we net die bedrijven die gezond en krachtig zijn, die onze economie uit het slop kunnen trekken, die de inkomsten gaan genereren waarmee wij al deze schulden gaan afbetalen, steunen en niet de bedrijven die er de kantjes van aflopen?

Collega Goeman, u hebt gelijk. Voor sommige dingen moeten we durven zeggen: ‘We dachten vroeger dat we daarop konden besparen, we hebben ons daar misschien vergist.’ Er mogen geen taboes heersen in dat debat. Het mag niet gaan over ‘gij zijt van de oppositie en gij zijt van de meerderheid’. Niemand heeft altijd gelijk.

Niemand heeft altijd gelijk, mijnheer D’Haese, zelfs u niet. (Opmerkingen. Gelach)

Daarom denk ik dat het begrotingsdebat vandaag met iets meer terughoudendheid mag worden gevoerd. Bij collega’s van de meerderheid zult u het zeker niet horen, zeker niet bij collega Vandaele, geen euforische berichten over hoe fantastisch deze regering het doet. We zijn met nederigheid geslagen door de impact van deze crisis. Laat ons met gezond verstand, met empathie en nederigheid samen bouwen aan de relance.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik kan volledig onderschrijven wat de heer Schiltz naar voren heeft gebracht. Wij spreken van een heroverweging. Een gewone heroverweging van alle middelen en een ‘spending review’ waar men in detail op bepaalde onderdelen nog dieper gaat inzetten. We spreken over een subsidiedatabank waarin we eindelijk zicht gaan krijgen op wie van waar geld krijgt. Daar zouden verrassingen uit kunnen komen. Men zou dubbele subsidiëring kunnen zien die we vroeger niet wisten. Mogen we dat eens heroverwegen?

U vroeg wat ‘heroverweging’ betekende. Volgens u betekent dat dat we opnieuw gaan besparen op de klassieke punten. Ik weet het niet. Laat ons dat bekijken bij de heroverweging. Als we spreken over een ‘uitgavennorm’, is dat totaal vernieuwend. Dat vraagt een engagement over meerderheid en oppositie heen. Dat is iets wat we op lange termijn moeten doen. Dit is nieuw. We zijn duidelijk aan het overstappen naar een prestatiebegroting. We gaan niet zien hoeveel geld er voor iets wordt uitgegeven, maar wel hoe efficiënt de uitgave van dat geld is. Dat is uiteindelijk de bedoeling.

Bij elke stap die we in die richting zetten, hoop ik op uw steun. Ik hoop dat we niet worden afgeblokt met ‘u zult wel weer dit’ of ‘u gaat wel weer dat’. Laat ons samen zoeken hoe en waar we het geld het meest efficiënt kunnen inzetten, en ervoor zorgen dat we de kinderen en kleinkinderen de factuur niet doorsturen. Laat ons bij een volgende crisis effectief klaar staan omdat onze budgetten niet enorm in het rood staan en onze schuld niet enorm groot is. (Applaus bij de N-VA)

De heer Bothuyne heeft het woord.

Collega Goeman, u was eigenlijk goed begonnen. U had wat realiteitsbesef, u pleitte voor een traject naar evenwicht in de toekomst. Maar dan liet u zich opjagen door populistische stemmen uit de rechteroppositiehoek en begon u alles op een hoopje te gooien.

De ondersteuning van bedrijven zit inderdaad in de begroting. Maar we gaan die lat hoger leggen. We gaan ervoor zorgen dat bedrijven meer CO2-uitstoot gaan besparen, dat ze tegelijk investeren in innoverende technieken zodat ze klimaatvriendelijker produceren en ook dat de jobs hier in Vlaanderen blijven. We gaan die lat hoger leggen.

We gaan tegelijk de gezinnen – ook dat zit in de begroting – meer dan ooit ondersteunen bij hun energiebesparende maatregelen. Premies worden opgetrokken. Renteloze leningen worden voorzien. We gaan op die manier de economie en de portemonnee van de mensen ondersteunen.

En dan zegt u: ‘Oei, al die middelen voor bedrijfssubsidies! Dat kan toch niet meer?’ Ik vind het bijzonder frapperend dat u dat op die manier zegt. Inderdaad, we geven geld aan bedrijven. Enerzijds hebben ze steun nodig in deze moeilijke tijden om recht te blijven, en anderzijds geven we een recordbedrag uit aan innovatiesteun. Ik dacht dat uw partij dat altijd ondersteunde. Steun voor innovatie, steun voor de toekomst, voor onderzoek en ontwikkeling. Maar nee, wat doet u? U gooit het op een hoopje. Het is te veel, het is allemaal voor de bedrijven, allemaal voor dezelfden.

Deze begroting, mevrouw Goeman, zit goed in elkaar, biedt ondersteuning waar nodig en geeft perspectief voor de toekomst. Ik hoop dat u dat durft te erkennen.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik ben het eens met collega Schiltz. Waar het op aankomt, is dat de investeringen vandaag slimme investeringen moeten zijn. Dat zijn voor ons investeringen die zichzelf inderdaad terugbetalen op termijn, die renderen, maar ook investeringen die alle Vlamingen ten goede komen. Daar vinden wij dat deze regering – ik kom er straks nog op terug – de bal toch een aantal keer serieus misslaat. Dat gebeurt, mijnheer Bothuyne, bijvoorbeeld met het innovatie en renovatieplan, want we weten dat dat niet werkt. Niet alle Vlamingen hebben daar profijt van. In het verleden is altijd gebleken dat de premies en renteloze leningen niet terechtkomen bij de mensen die in de minst geïsoleerde woningen wonen.

Mijn oproep aan u is vooral: er wordt geïnvesteerd, dat is een goede zaak, maar heroverweeg ook die investeringen, want we zijn ervan overtuigd dat ze niet het effect gaan sorteren dat u zoekt.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, hier is al heel veel gesproken over heroverwegingen en over nederigheid. Ik denk dat deze crisis het belang van zorg en het belang van investeren in welzijn en zorg meer dan ooit onder de aandacht heeft gebracht en ook op de politieke agenda heeft gezet. Laat ons dat inderdaad erkennen, toegeven. De Vlaamse Regering heeft dat niet alleen meer onder de aandacht gebracht maar terzelfdertijd ook gehonoreerd. Dit is het begrotingsdebat voor het jaar dat komt, 2021. En in 2021 zal deze Vlaamse Regering bijna 1 miljard euro extra investeren in welzijn en zorg, bijna 1 miljard euro extra. Dat is nog nooit gebeurd. Het is nog nooit gebeurd dat er zoveel geïnvesteerd wordt op een jaar tijd in welzijn en zorg in Vlaanderen. Dat is voor de mensen die het nodig hebben en voor de mensen die er werken.

Er gaat iets meer dan een half miljard naar het sociaal akkoord, en dat wil zeggen dat er meer dan 400 miljoen euro gaat naar het investeren in mensen met een handicap. In de kinderopvang, de jeugdhulp, woonzorgcentra, mentaal welzijn, zorgbeleid en infrastructuur investeren we 1 miljard euro op een jaar tijd. Als we het over heroverwegingen hebben, zou ik sommigen willen vragen om hun eigen populistische slogans ook even te heroverwegen en op een eerlijke manier te kijken naar de begroting voor 2021, want daarover gaat het.

Collega Goeman, ik zal heel kort zijn. U hebt gevraagd naar de stand van zaken van het sociaal akkoord en de uitvoering ervan. Ik heb gisteren een bericht ontvangen van de werkgevers en de werknemers. Zij hebben gezegd dat ze de voorbije dagen en weken intensief aan het onderhandelen waren, maar dat ze nog iets meer tijd vragen om tot een akkoord te komen. Wij, vanuit de regering, respecteren dat sociaal overleg en we geven de werkgevers en werknemers dus de extra tijd die daarvoor nodig is. Meer zal ik daarover op dit ogenblik ook niet zeggen.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik wilde gewoon even reageren op wat er tot nu toe al allemaal is gezegd. Maar ik moet zeggen dat de meerderheid vandaag sterk staat, want ik kan niet veel anders dan onderstrepen wat de collega’s ondertussen al hebben gezegd, behalve dat ene puntje misschien. Collega Vandaele, het tekort is in 2021 geen 3 miljard maar 3,548 miljard.

Ik zou ook willen vragen dat feiten en meningen gescheiden worden in het debat. Je kunt van mening verschillen, maar je kunt de feiten niet ontkennen. Ik denk dat collega Beke er al heel duidelijk op gewezen heeft: wij doen wel degelijk een heel zware inspanning ten aanzien van de zorg. Dat begint al in 2021, en die bedragen zijn ook opgenomen in de begroting. Je kunt dus niet ontkennen dat we daar al heel grote inspanningen doen. Kom dan ook niet af met verhaaltjes als zou dat niet het geval zijn, we doen die inspanningen wel degelijk.

Mevrouw Goeman, ik was zeer blij dat u onderstreept hebt dat u ook voor een begroting in evenwicht bent. En ik ben ervan overtuigd dat we daar terug naartoe moeten. Maar collega D’Haese, het is wel degelijk vanwege het verleden en het gezond financieel beleid dat we hier in Vlaanderen hebben gevoerd, dat we vandaag beter in staat zijn om te reageren op deze crisis. Ik weet dat u dat waarschijnlijk allemaal niet veel interesseert, maar het feit dat onze rating overeind blijft, spaart ons vandaag centen als we gaan lenen op de financiële markt. Dat hebben we te danken aan het rigoureuze beleid dat we in het verleden hebben gevoerd. Dat is een goede zaak en dat is iets waar we nu ook tevreden mee mogen zijn.

Ik ben er ook van overtuigd dat, als we dat in de toekomst ook zo willen houden, we vandaag en in de komende maanden en jaren opnieuw moeten terugkeren naar een gezond financieel beleid. Mevrouw Goeman, u hebt natuurlijk de luxe vanuit de oppositie – en ik gun u dat, u hebt dat recht – om één kant te belichten maar niet te moeten zeggen wat er dan eigenlijk moet gebeuren. We moeten naar een begroting in evenwicht, maar we moeten ook investeren. We moeten ook blijven inzetten op onder meer cultuur. Ik ben het daar allemaal mee eens. Maar u moet natuurlijk niet zeggen vanwaar het dan wel moet komen. U kunt zelfs tegelijkertijd gaan doen alsof besparen plots een zeer vies woord is. Wel, er is niets vies aan het feit dat een overheid probeert om niet meer uit te geven dan er binnenkomt. Daar is niets vies aan, integendeel.

Ik zou graag hebben dat de linkse partijen een klik in hun hoofd maken en beseffen dat we hier niet omgaan met een zak geld van de Vlaamse overheid, maar met de centen van de mensen. We beheren het geld van de Vlaming, en dat betekent dat we er op een verstandige manier mee moeten omgaan. De eerste regel die we daarvoor moeten hanteren, is dat we niet meer uitgeven dan binnenkomt. Als we dat wel doen, komt dat gewoon op de kap van diezelfde Vlaming terecht.

We moeten naar besparingen kijken. We doen daarvoor exact wat hier is gezegd. We moeten in de toekomst keuzes maken. We zijn het erover eens dat de economische situatie nu nog niet rijp is om die keuzes te maken, en dus bereiden we ons voor om die keuzes in de toekomst, waarschijnlijk midden volgend jaar, te maken.

Wat zullen we in verband met die heroverweging doen? Die heroverweging is eigenlijk een theoretische oefening om te kijken naar het geld dat we inzetten om een maatschappelijk doel te bereiken. Bereiken we met die euro’s ook dat maatschappelijk doel en wat we effectief voor ogen hebben? We hebben in het verleden gemerkt dat niet elke euro even efficiënt werd uitgegeven, en het is een goede zaak dat we het beleid dan hebben bijgestuurd. We zullen die oefening nu proberen te maken, en ik kan iedereen verzekeren dat dit zowel voor de Vlaamse Regering als voor de administratie een uitdagende oefening wordt. Het zal een heel huzarenstuk worden om dit tot een goed einde te brengen, maar we doen dit om een goede basis te hebben en om op basis van de juiste insteek verstandige keuzes te kunnen maken.

Dit is een oefening die we zeker moeten maken en die we niet nu al verdacht moeten maken of onderuithalen. Het doel is eigenlijk ook het Vlaams Parlement te dienen en informatie aan te reiken om met feitenkennis een volwassen debat te voeren. We zullen van mening verschillen over de keuzes die moeten worden gemaakt, maar de heroverweging wordt de basis om die keuzes te maken. Als de heroverweging loopt zoals ze moet lopen, zullen we een deftig debat kunnen voeren en de juiste keuzes kunnen maken. We moeten dat niet nu al onderuithalen, maar de oefening grondig en ernstig maken en, zodra de tijd daar rijp voor is, een eerlijk en correct debat voeren.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister Beke, ik wil eigenlijk reageren op wat u hebt gezegd. De bijkomende investeringen in de zorg zijn de afgelopen maanden uw ‘last line of defence’ geworden. U hebt het over 1 miljard euro en over 500 miljoen euro per jaar. Ik denk niet dat een partij of fractie heeft ontkend dat er meer wordt geïnvesteerd. Het zou er nog aan mankeren dat tijdens deze pandemie niet meer in de zorg wordt geïnvesteerd.

Waar u echter nooit over spreekt, is dat de noden de afgelopen jaren enorm zijn gestegen wegens diverse factoren waarover ik nu niet verder wens uit te weiden. U probeert er zich altijd van af te maken. U spreekt nooit over de ellenlange wachtlijsten in diverse zorgsectoren. Ondanks uw bijkomende investeringen zijn er wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. We hebben het er deze week nog over gehad. Het is echt een schande dat dergelijke wachtlijsten in een van de rijkste regio’s ter wereld nog bestaan. Ondanks uw investeringen en het feit dat u zich vanwege die investeringen, die we niet ontkennen,  stoer op de borst klopt, blijven die ellenlange wachtlijsten al decennia bestaan. Ik vrees dat dit in de toekomst ook zo zal zijn.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het ook kort over het zorgakkoord hebben. We hebben van in het begin gezegd dat we dit een goed akkoord vinden en dat we het akkoord zullen steunen, maar er zijn veel noden in de sector. Ik weet niet wie al eens ‘historisch VIA-akkoord’ heeft gegoogeld. Wie dat doet, komt uit bij het VIA 5-akkoord. Daarin wordt voorzien in 576 miljoen euro. Dit historisch akkoord gaat om 577 miljoen euro, 1 miljoen euro meer dan het VIA 5-akkoord. We moeten dit dus een beetje nuanceren. De noden in de sector zijn groter, maar we steunen dit akkoord. We vinden het een goed akkoord en we zijn blij dat er iets gebeurt voor de mensen in de sector die zo hard hebben gewerkt.

Ten tweede, over de snelheid van uitvoering. We hebben van in het begin gezegd dat 1 januari ongelooflijk ambitieus was en dat het heel onrealistisch was dat die opslag op 1 januari werkelijk bij al die mensen op hun loonfiche zou staan. We zeggen daarmee niet dat u slecht bezig bent, maar het is gewoon nagenoeg onmogelijk om die IFIC tegen 1 januari uit te rollen in al die sectoren.

Ik herinner mij het actualiteitsdebat hier nog heel goed, waarbij de minister-president heel formeel zei: ‘Wij zullen daarin slagen.’ Het was wellicht om de collega's van het federale niveau voor te zijn, om stoer te zijn en te zeggen: ‘Kijk, wij Vlaanderen, wij zijn eerst.’ Ik heb toen gezegd: ‘Ik zal u feliciteren indien het lukt. Echt waar, want het zou fantastisch zijn. Maar dat zal niet realistisch zijn.’ U hebt toen – gelukkig, ik was daar blij mee – een opening gelaten. U zei toen: ‘In het geval dat het niet zou lukken – wat heel onwaarschijnlijk is, maar stel dat het niet lukt – zullen we dat retroactief doen.’ Een paar weken later hebben we daarover een discussie gehad in de commissie. Toen heeft minister Beke wel eerlijk gezegd dat het niet voor alle sectoren zou lukken en dat het zeker in de publieke rusthuizen moeilijk zou worden tegen 1 januari. Ik volg dat, want dat is gewoon kei-ingewikkeld.

Maar ik heb de minister toen ook gevraagd om een communicatie op te starten. Want de mensen die in de zorgsector werken, hebben van zowel de minister-president als de minister van Welzijn heel duidelijk de uitspraak gehoord dat ze vanaf 1 januari iets zouden zien veranderen op hun loonstrookje. Daarom deed ik een – positief bedoelde – oproep aan de regering om tijdig aan al die mensen in de zorg die verwachten dat ze binnen twee weken een opslag zullen krijgen, te communiceren dat dat niet het geval zal zijn, maar dat dat nog zal worden rechtgezet en dat ze daar nog recht op zullen hebben. Ik weet niet of u nu al kunt antwoorden op de vraag tegen wanneer het in de verschillende sectoren daadwerkelijk kan worden doorgevoerd. Maar wees dan ook eerlijk tegen die mensen, geef ze een eerlijk perspectief, zodat ze weten waar ze aan toe zijn.

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik wil kort reageren op wat collega Anaf zei. Hij was niet aanwezig bij het begin van de vergadering, maar misschien kan hij aan de fractieleiders vragen wat ik daarnet heb gezegd. Collega Anaf, we hebben gisteren een motie ingediend wat betreft uw opmerkingen, en uw fractie heeft tegengestemd.

Los daarvan, minister, zou ik vandaag toch ook graag van u – daarvoor zitten we hier tenslotte – de nodige garanties krijgen dat iedereen inderdaad zo snel mogelijk krijgt waar hij recht op heeft. Want u hebt beloofd dat iedereen vanaf 1 januari extra loon zou krijgen, en dat zal duidelijk niet het geval zijn, zoals bleek in de commissievergadering van enkele weken geleden. Kunt u dan op zijn minst de garantie geven dat dit zo snel mogelijk zal gebeuren? En kunt u ook perspectief bieden? Daarmee bedoel ik: kunt u ook een tijdspad geven?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik wil graag een korte reactie geven op minister Diependaele. Een begroting gaat natuurlijk altijd over het maken van keuzes. Ik kan alleen maar vaststellen dat de prioriteiten die de Vlaamse Regering vandaag legt, anders zijn dan de onze. Want natuurlijk gaan we constructief meewerken aan die heroverwegingen. Het lijkt mij inderdaad een goede zaak dat alle uitgaven van de Vlaamse Regering tegen het licht worden gehouden, zodat we kunnen bekijken wat er beter kan. Het enige dat ik hier vandaag wil zeggen, is dat er wat ons betreft ook op dit moment al heel duidelijke andere keuzes kunnen worden gemaakt. Er gaat 60 miljoen euro of 50 miljoen euro extra naar de 'carbon leakage'. Daarvan zeggen wij: geef die toch aan de wachtlijsten in bijvoorbeeld de jeugdhulp. Dat zijn structurele middelen. En de middelen die naar de regionale luchthavens gaan, gaan wat ons betreft beter naar De Lijn.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Goeman, ik val van de ene verbazing in de andere. De carbon leakage wordt gefinancierd met het Klimaatfonds. Die middelen komen van bedrijven die CO2-rechten betálen. Ze hebben dus betaald, wij financieren hen. Ik weet niet of u weet dat we daarmee winnen? Vandaag werken 100.000 Vlamingen in de staal- en petrochemiesector. 100.000! Eén vingerknip volstaat om ervoor te zorgen dat die bedrijven plots weg zijn. Ik ben met de minister-president bij een van die bedrijven in Luxemburg geweest. Ze hebben ons verteld over de precaire toestand. Ik ga voor jobs en ik ga voor bedrijven die vergroenen. Wel, onze basisindustrie in Vlaanderen doet dat ook. En wij steunen hen, om die meerkost voor een stuk op te vangen. Ik weet dat collega Tobback nu zal zeggen dat hij een amendement heeft ingediend. Ik heb ook uitgelegd waarom het totaal niet kan wat hij doet. Maar begin hier niet populistisch te doen, alsof we het geld uit het Klimaatfonds – dat van de bedrijven komt – zomaar kunnen investeren in de zorg. Want dat is echt pure quatsch! (Applaus bij de meerderheid)

Collega Tobback, gaat u zeggen wat de minister heeft voorspeld?

Neen, dat zou te gemakkelijk zijn, en te leuk voor de minister. Het amendement zal ik trouwens straks met veel plezier uiteenzetten in mijn tussenkomst. Ik hoop dat u er dan nog bent, minister, om opnieuw uit te leggen waarom het niet gaat. Ik heb eigenlijk een heel praktische vraag bij dat Klimaatfonds, iets waar men keer op keer aan voorbijgaat. Ik ben mij ervan bewust dat dat over bedrijven en over jobs gaat, en dat dat bedrijven zijn die zeer kwetsbaar zijn voor beslissingen uit het buitenland. Aan de andere kant is het systeem van het Klimaatfonds wel degelijk dat het betaald wordt door bedrijven die vervuilen, als een incentive om minder te vervuilen. We hebben in de commissie een hele discussie gehad over het sp.a-voorstel om woningen beter te isoleren. En het argument van collega Gryffroy daarbij was: als je die mensen hun woning beter isoleert, gaan ze eigenlijk gewoon meer verwarmen, want dan zijn er meer lokalen die ze kunnen verwarmen in hun woning. (Opmerkingen)

U moet dat met collega Gryffroy bespreken. Ik heb hem toen gevraagd of hij thuis ook heel de tijd in de kou zit in zijn goed geïsoleerde huis. Maar dat moet hij zelf maar eens uitleggen. Ik denk dat iedereen recht heeft op comfort, ook wie niet zelf de middelen heeft om zijn kot te isoleren. (Opmerkingen)

In alle ernst, als we diezelfde redenering nu eens toepassen op die bedrijven, dan kun je toch alleen maar vaststellen dat in Vlaanderen onze CO2-uitstoot, ondanks het feit dat we jaar na jaar tientallen miljoenen euro’s meer van dat Klimaatfonds aan die bedrijven geven, die geacht worden daarmee hun uitstoot te verminderen, eigenlijk niet vermindert. We blijven dus het geld dat ze aan de ene kant geven, met de andere hand gewoon teruggeven. Het gaat over tientallen miljoenen, die we inderdaad voor iets anders zouden kunnen gebruiken, want eigenlijk is dat een CO2-heffing, die moet dienen om ervoor te zorgen dat er minder CO2 wordt uitgestoten. Ik zie onze Vlaamse CO2-uitstoot niet naar beneden gaan. Dat is een pure vestzak-broekzakoperatie. En dan zegt men dat ze efficiënter en efficiënter worden, maar dat is een beetje hetzelfde als het argument van collega Gryffroy: ze worden efficiënter, en dus gaan ze groeien en gaan ze meer CO2 uitstoten. Het nettoresultaat van die tientallen miljoenen euro’s die we jaar na jaar verschuiven, is nul qua CO2-reductie. Met andere woorden: misschien moeten we dat toch eens in vraag beginnen te stellen, en minstens voorwaarden opleggen, minister, rond het terugdringen van onze globale CO2-uitstoot. En vervolgens moeten we ons eens afvragen of het niet nuttig zou zijn dat we in Vlaanderen qua economisch beleid beginnen te investeren in jobs die ook hier blijven als we ze daar geen cadeaus voor geven, als we ze daarvoor geen geld bovenop geven en als we daar niet een beleid voor voeren dat eigenlijk haaks staat op onze grote ambities, die u zelf ook keer op keer verklaart. Want dat is de situatie waarin we ons jaren geleden heb gemanoeuvreerd. Dat is niet uw schuld. Maar dat we er ons blijven in verkneukelen en in rollen en in wentelen en zeggen dat het een goeie zaak is, dat is wel doodjammer.

De heer Rzoska heeft het woord.

Daarnet werd aan de oppositie en consorten gevraagd om het debat te voeren zonder taboes en om alles in ogenschouw te willen nemen. Minister Diependaele, ik heb al gezegd dat heroverwegingen voor mij en mijn fractie wel degelijk een optie zijn. We gaan dat met een open vizier bekijken. Maar dan roep ik toch ook de Vlaamse Regering op om dit dossier rond de carbon leakage zonder taboes te bekijken.

Het stond vorige week nog in Knack, en daar zit een heel knappe studie achter van een consultancybureau uit Nederland, uit Delft. Zij hebben een analyse gemaakt van hoe die carbonleakagemechanismen door bedrijven zijn ingezet. En zij geven zeer duidelijk aan dat het voor heel wat bedrijven gewoon een melkkoe is geworden, waarbij ze zelfs de kosten doorrekenen aan hun klanten.

Ik ben het ermee eens dat we elke euro moeten omdraaien, collega’s, zeker in deze periode, zeker om onze financiën weer gezond te krijgen. Maar als uit een wetenschappelijke analyse blijkt dat dat systeem niet heeft opgeleverd wat we ervan gedacht hadden, en dat die bedrijven bovendien echt niet performanter presteren op het vlak van CO2, dan vind ik dat een Vlaamse Regering, een regering tout court, een bestuurder, moet durven om ook dat systeem kritisch tegen het licht te houden. Want anders blijven jullie zelf met bepaalde taboes in die financiën rondlopen.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik heb twee punten daarover. Ten eerste: heel de discussie over de vraag of dat geld dan jobs beschermt. We hebben dezelfde discussie hier vorig jaar ook gehad. Wat mij wel een beetje stoort, is dat er ondertussen blijkbaar niet is onderzocht of dat dan zo is. We moeten wel een klein beetje serieus blijven.

De vier grootste vervuilers in dit land krijgen binnenkort samen 41 miljoen euro uit dat Klimaatfonds. Beste collega’s, weten jullie hoeveel winst die maken? Dat mag, ik heb daar geen probleem mee, maar weten jullie dat? 48 miljard euro winst. Denken jullie nu echt dat dat zakgeld, die 40 miljoen euro, het verschil zal maken? Ik vind het inderdaad zeer belangrijk dat belastinggeld juist wordt besteed en dat ervoor wordt gezorgd dat dat naar jobs gaat. Minister, u hebt honderd procent gelijk: je kunt dat geld uit dat Klimaatfonds natuurlijk niet inzetten in de zorg. Dat gaat niet. Daarom hebben we een ander amendement ingediend, om het geld van het Klimaatfonds dat nu gaat naar die vervuilende multinationals, in te zetten voor De Lijn. Dat gaat namelijk wél, dat is klimaatgerelateerd, en daarmee heb je een veel directere impact op jobs. Wij stellen voor om dat in drie richtingen te investeren: in technici, waaraan veel nood is; in chauffeurs, waaraan ook veel nood is; in vergroening. Dat laatste is misschien nog wel het belangrijkste, want vandaag hebben we nog altijd niet de fondsen die we nodig hebben om die beloofde vergroening uit te voeren. Dat zal een zeer directe impact hebben op de jobs in ons land, en ook op een aantal grote bedrijven in ons land, waaronder de busbouwers. Ik denk maar aan Van Hool, VDL enzovoort. Dat zijn bedrijven die vandaag in heel grote economische problemen zitten, die hun bestellingen zien stilvallen, die zitten te wachten op bestellingen van onder andere een openbaarvervoermaatschappij als De Lijn. Minister, er zullen er nu 200 worden besteld, denk ik, als eerste schijf van die 970, maar wat mij betreft, zouden we dit soort geld nu veel beter kunnen inzetten om die relance te versnellen, om die bestellingen te vervroegen en ervoor te zorgen dat die 3500 à 4000 jobs die men vandaag bij Van Hool heeft, worden beschermd, in plaats van dat geld door ramen en deuren te gooien, naar buitenlandse multinationals die 48 miljard euro winst maken.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik bewonder altijd de oppositie voor de manier waarop ze erin slaagt om feiten te verdraaien, dingen op een hoop te gooien en er toch maar een realiteit van te maken die anders is dan hoe het werkelijk is.

Collega’s, misschien eerst over de feiten inzake de broeikasgasuitstoot. We hebben op dat vlak een gigantische uitdaging. De normen, de ambities moeten omhoog. Ik ben blij dat Europa die lat hoger legt richting 2030 en streeft naar klimaatneutraliteit in 2050, en dat Vlaanderen en België zich daarin inschrijven. De waarheid heeft echter ook haar rechten. Die ETS-plichtige bedrijven, die verschrikkelijke bedrijven waarover het hier gaat en die wel voor een inkomen voor tienduizenden mensen, voor tienduizenden gezinnen zorgen, zijn er wel in geslaagd om tussen 2005 en 2018 de uitstoot van CO2 met 26 procent te doen dalen in Vlaanderen. Die 48 miljard euro winst waarover collega D’Haese spreekt, wordt immers natuurlijk niet alleen in Vlaanderen gerealiseerd. Het zou mooi zijn, mocht dat het geval zijn, maar dat zijn wereldwijde cijfers, die hier worden vergeleken met de performantie van een aantal Vlaamse vestigingen van multinationals. Mochten we erin zijn geslaagd om dat ook op andere sectoren toe te passen, zoals de mobiliteitssector, of op de verwarming van onze gebouwen en dergelijke meer, dan zouden we al een stuk verder staan. Deze bedrijven doen dus wat we van hen vragen. Ze beperken de CO2-uitstoot.

Er is echter meer nodig, ook Europees. Ook inzake het ETS-systeem moet de lat hoger worden gelegd. Die rechten die bedrijven opkopen, zullen versneld worden afgebouwd, zodat er een sterkere incentive is voor die bedrijven om de CO2-uitstoot verder te verlagen. Op Vlaams niveau hebben we duidelijk afgesproken in het regeerakkoord dat de lat hoger moet als het gaat over de energiebeleidsovereenkomsten, dat die CO2-uitstoot dus lager moet bij die bedrijven en we meer bedrijven willen betrekken in dat besparingsbeleid. Collega’s, dát is de werkelijkheid van het Vlaamse beleid inzake klimaat. Daarbovenop leggen we meer dan 400 miljoen euro op tafel voor het optrekken en eenvoudiger maken van de bestaande premies. Collega Goeman, die werken inderdaad onvoldoende, dus dat zullen we niet behouden. We zullen dat combineren met noodkoopfondsen, met alle mogelijke maatregelen om ontzorging te bieden aan mensen, zodat ook sociaal zwakkere gezinnen tot energiebesparende maatregelen komen, en hun energiefactuur zal in de komende jaren dalen dankzij het Vlaamse beleid. We werken dus op alle sporen tegelijk, en ik denk dat dat de juiste aanpak is. Dat is de werkelijkheid. Ik roep u op om ook die werkelijkheid te durven zien en te durven vertellen.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Ik probeer tijdens die debatten altijd eerst goed te luisteren. Maar, collega Goeman, u bent begonnen over een evenwicht. We hebben dit debat al verschillende keren gehad. De vorige keer dat u tussengekomen bent over begroting en dergelijke meer, was voor de zomer. Toen was uw punt: ‘we willen 200 miljard euro extra uitgeven’. Ik vind dat niet uit, dat staat op papier in uw relanceplan. We zijn vier maanden verder en u begint uw tussenkomst over een evenwicht. Goed, ik wil wel, maar die shift van het een naar het ander: ik moet altijd mijn best doen, ik moet die knop omdraaien om te kunnen volgen welke richting het nu uiteindelijk uitgaat. Dan zegt u: ‘Let op, want in de toekomst gaan jullie besparen.’ De zin daarna begint u zelf over besparen. Als CD&V’er kan ik tegen wat bochtenwerk, maar ik moet echt serieuze chicanes nemen om dit nog allemaal aan te kunnen. Dan begint u: ‘We gaan dat gat in de begroting dichtrijden.’ En u haalt er twee puntjes uit. Goed, interessante punten, belangrijke punten, maar in het grote verhaal gaan we het zo niet oplossen. U begint dan over de carbon leakage. U zegt dan dat u dat in de zorg gaat steken. Ik hoor hier iedereen – iedereen, straks ook uw collega-partijgenoot – zeggen dat je dat niet in de zorg kunt steken. Ik probeer mee te zijn. En daarna begint u over de regionale luchthavens. Maar we hebben een gat in de begroting van 7 miljard euro dit jaar, volgend jaar 3 miljard euro, en u begint het debat over de regionale luchthavens, waarvan uw lokale mandatarissen zelf de grootste voorstanders zijn om daar geld in te blijven pompen. Ik vraag gewoon een beetje sérieux in dit begrotingsdebat. Dit ketst alle kanten uit.

Over die carbon leakage: waarom gaat dat bedrag omhoog? Dat gaat natuurlijk in de eerste plaats omhoog omdat we de prijs van de CO2-certificaten verhoogd hebben. Waarom? Omdat we de klimaatdoelstellingen verhoogd hebben. Dat is de belangrijkste reden waarom dat omhoog gaat. Dat wordt hier gewoon niet vermeld. Waarom doen we dat? Voor de vrienden van de PVDA, waarom doen we dat? Om te voorkomen dat we weggeconcurreerd worden door communistisch China, dat zich van de CO2 niets aantrekt en van een aantal andere arbeidsvoorwaarden al helemaal niets.

Ik vraag dus in dit begrotingsdebat, dat gaat over een put van 7 miljard euro dit jaar en volgend jaar 3 miljard euro, met schulden die ontsporen, een beetje sérieux en niet ‘du n’importe quoi’ die ik hier al allemaal gehoord heb. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Muyters heeft het woord.

Ik kan mij heel goed aansluiten bij wat collega Van Rompuy naar voren gebracht heeft. Het resultaat van carbon leakage is dat er een gelijk speelveld wordt gecreëerd. Zonder dat gelijke speelveld zouden we weleens twee keer kunnen verliezen, niet alleen de 100.000 jobs die er vandaag zijn in die sector, die heel performant is op CO2-uitstoot, performanter dan in andere landen. De nieuwe investeringen zijn van de beste in de wereld die gepland worden. Als je dat sluit en je dat opent in landen waar dat gelijke speelveld niet is, weet je wat er gebeurt: slechtere CO2, slechter voor het milieu als je het wereldwijd bekijkt, en geen jobs in Vlaanderen. Dat is een verlies voor iedereen, en dat is niet de weg die wij op willen gaan.

De heer Van Rooy heeft het woord.

We zijn nu iets meer dan een uur bezig – we zijn om 9 uur begonnen. We zitten in de grootste naoorlogse crisis, coronacrisis, economische crisis, in Vlaanderen. Heel wat Vlamingen staat het water aan de lippen – om niet te spreken over de kappers, de horeca, het zorgpersoneel, noem maar op. En waarover gaat het hier? Over CO2, over het Klimaatfonds, over carbon leakage. Een betere illustratie van de ivoren toren waar dit halfrond zich in bevindt, is nauwelijks mogelijk.

Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig? Denken jullie dat de Vlamingen wakker liggen van CO2, van carbon leakage? Nee, de Vlamingen liggen wakker van overleven, wakker van hun zaak, van hun café, van hun restaurant, van hun fitnesszaak. Daar liggen de Vlamingen van wakker, en niet van die belachelijke dogmatische  CO2-uitstootreductie. Schaam u dat u daar, na een uur debat vandaag al over bezig bent. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Vandaele heeft het woord.

Als u de bedrijven de nek omwringt, collega, dan gaan de Vlamingen daar wel degelijk van wakker liggen. (Applaus bij de meerderheid en de regering)

De heer Van Rooy heeft het woord.

Als er één ding is, mijnheer Vandaele, dat onze bedrijven de nek omwringt, dan is het die belachelijke CO2-reductiedoelstelling. Daar hebben de bedrijven problemen mee. De bedrijven willen produceren en winst maken. De bedrijven willen zich niet bezighouden met die domme CO2-uitstoot, waar u als een religieuze fanaticus dag in dag uit mee bezig bent.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil een aantal collega’s, ook degenen voor wie dogma’s zwaarder wegen dan de realiteit, er even op wijzen dat de snelst groeiende sectoren precies deze zijn die investeren en bouwen en jobs creëren in alle sectoren die verbonden zijn aan het verminderen van CO2-uitstoot. Ik denk aan de bouw, de isolatie, de hernieuwbare energie of wat dan ook. U moet vooral blijven investeren in het verleden. En dat is ook wat de Vlaamse Regering doet, in plaats van te kijken naar de toekomst. De toekomstige generaties zullen u daarvoor geweldig bedanken, niet alleen voor de omgeving waarin ze moeten wonen, maar ook omdat alle nieuwe jobs in alle toekomstige sectoren niet hier maar elders zullen zitten, omdat wij gevochten en betaald hebben om te behouden wat er was in het verleden. Dat is een keuze die u kunt maken. Ik vind dat een domme keuze, een keuze trouwens die Vlaanderen in het verleden nooit gemaakt heeft. Want als wij vandaag een aantal vroegere dynamische sectoren in huis hebben, dan is het omdat men in het verleden gekozen heeft voor de toekomst en om vooruit te kijken.

Mijn grote verwijt aan deze Vlaamse Regering, en ook aan de vorige, is dat men de hele tijd bezig is met te proberen, met veel geld en ten koste van veel lasten, het status quo te bewaren, terwijl iedereen dat status quo ziet afkalven. Terwijl de schaliegasindustrie in Amerika in elkaar aan het storten is, investeren wij miljarden euro’s en maken wij veel ruimte vrij voor een bedrijf dat draait op schaliegas in de Antwerpse haven. Je moet het maar doen. Het zal waarschijnlijk wel zijn omdat er in het verleden een aantal hard hebben aangedrongen om daarin te investeren. Wie in het verleden leeft, kijkt natuurlijk naar het verleden. Maar als regering, als beleidsvoerders hebben wij de taak vooruit te kijken en daar niet naar te luisteren.

Collega Bothuyne, het betekent veel dat u om vooruitgang in de sectoren uit het verleden te illustreren, moet kijken naar cijfers die stoppen in 2013. Uit alles blijkt dat de energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s) in de voorbije jaren eigenlijk niet veel meer hebben opgebracht qua vermindering van CO2-uitstoot en toename van energie-efficiëntie, hoewel wij jaar na jaar blijven bijbetalen en jaar na jaar meer tientallen miljoenen euro’s uit dat carbonleakagefonds teruggeven aan die bedrijven. Ik zeg u waarom. Dat is omdat wij vandaag niet het lef hebben om te kijken naar de efficiëntie van de besteding van die middelen. Wij zien over het hoofd dat het blijkbaar voor heel wat van die bedrijven interessanter is, ondanks de toenemende prijzen voor uitstootrechten, toch uitstootrechten te kopen waarvan men toch twee derde terugkrijgt uit het carbonleakagefonds. Dat vinden zij interessanter dan echt te investeren in vermindering van CO2-uitstoot. Dat betekent dat de bestaande incentive niet werkt. Dan maakt het zelfs niet veel uit waaraan we die middelen investeren. Het zou duidelijk moeten zijn dat wij ze vandaag aan het investeren zijn in iets dat niet werkt. Een regering die de hele tijd over haar hele begroting, met minister Diependaele op kop, zegt dat beleid efficiënt moet zijn en resultaten moet opleveren, moet zien dat, als je dit nuchter bekijkt, het niet werkt. Het haalt zijn doelstellingen niet, ook niet de doelstellingen waarmee de Vlaamse Regering zelf de hele tijd uitpakt. Dan moet u die doelstellingen durven tegen het licht te houden in plaats van u te laten chanteren, zoals u doet. Dat geld kan beter, meer toekomstgericht, efficiënter gebruikt worden dan op de manier waarop u het vandaag gebruikt. Voor de juiste lobby bent u bereid de grote principes en de grote woorden opzij te schuiven, en dan hoopt u, zoals de heer Van Rompuy het heel christelijk doet, dat men niet voorbij de vitrine kijkt, maar ik denk dat het de taak is van het parlement om dat wel te doen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil toch een aantal opmerkingen maken. Ik zal starten met de heer Rzoska en ook inpikken op wat de heer Bothuyne heeft gezegd.

We zullen de energiebeleidsovereenkomsten (EBO) herzien. In 2023 wordt het systeem ook vernieuwd. Ik sta, samen met u, zeker open om dat debat hier te voeren en te kijken op welke manier we de efficiëntie kunnen verhogen. Dat is afgesproken en de voorwaarden kunnen ook stijgen.

Maar ik wil toch nog eens benadrukken hoe belangrijk de basisindustrie is voor Vlaanderen. Ik heb het nog eens opgevraagd: in totaal 343.000 jobs! In staal, chemie en petroleum 100.000 jobs! Mijnheer Tobback, er zijn de voorbije jaren alleen al in de chemie 3500 jobs bijgekomen. Allemaal mensen die belastingen betalen in Vlaanderen, waarmee we ook onze bussen kunnen financieren. Dus, goed, goed weten wat u zegt als u ze wilt wegsturen als zegt dat er in andere sectoren geïnvesteerd moet worden. Ik zal u nog meer zeggen. Al uw commentaren over windmolens, over het isoleren van huizen: weet u, zonder basisindustrie geen enkele windmolen, zonder basisindustrie geen isolatiemateriaal. Bespaar me dus alstublieft uw preek! (Applaus bij de meerderheid)

Ik geef eerst het woord aan de heer Muyters, dan aan de heer Tobback en dan stel ik voor dat we overgaan naar het betoog van mevrouw Van dermeersch. We hebben trouwens het blokje Economie, Wetenschap en Klimaat eigenlijk al achter de rug. (Opmerkingen)

Iedereen akkoord? (Opmerkingen)

De heer Muyters heeft het woord.

Ik wil ook enkele puntjes op de i zetten ten aanzien van de heer Tobback. Als hij het heeft over de nieuwe investeringen in Antwerpen en het gebruik van schaliegas, dan wil ik toch de puntjes op de i zetten en zeggen dat het niet eens schaliegas is dat gebruikt wordt, maar een bijproduct ervan, een bijproduct dat anders de lucht ingaat. In plaats van het in de lucht uit te stoten, zal het nu gebruikt worden. Dat is dus efficiënter en milieuvriendelijker dan het de lucht te laten ingaan. Gelukkig, mijnheer Tobback, hebben we in Antwerpen bestuurders, onder meer van uw partij, die dat wel mee kunnen steunen.

De heer Tobback heeft het woord.

Mijnheer Muyters, ik ben net zoals u al een keer gesneuveld voor mooie promotiefolders, waarin men probeert een schone draai te geven aan een raar systeem. De waarheid blijft natuurlijk dat de productie van schaliegas op zich in elkaar aan het storten is wegens niet concurrentieel en dat het beter daar gelaten zou worden wegens een afschuwelijk systeem van productie. Zonder de exploitatie van schaliegas is dat bijproduct er natuurlijk ook niet. Een bijproduct van een drama gebruiken en daarin investeren – een drama dat trouwens naar alle waarschijnlijkheid aan het aflopen is –, vind ik heel raar. In een schone promotiefolder op duur papier kan je dat goed verkopen, maar als je even voorbij de vitrine kijkt, dan is het raar om dat te verdedigen.

Overigens, minister, niemand zegt hier dat er geen basisindustrie in Vlaanderen moet bestaan. De opmerking die ik heb gemaakt, kunt u straks teruglezen. Het gaat op termijn over honderden miljoenen die we gebruiken en terugploegen van dat Carbon Leakage Fund naar de bedrijven en die nominaal zouden moeten dienen om de uitstoot te verminderen. Kunt u mij nu eens uitleggen hoeveel die uitstoot verminderd is? De heer Bothuyne heeft dat geprobeerd. De waarheid is ‘amper’ in de laatste tien jaar. Dat systeem werkt dus niet.

Elke keer als die vraag u wordt gesteld, minister, zegt u dat het over jobs gaat. Het enige argument dat ik altijd krijg om de middelen die voor het klimaatbeleid bestemd zijn daaraan te besteden, is dat het over jobs gaat. Dat geld dient eigenlijk voor klimaatbeleid. U verkoopt het de hele tijd als klimaatbeleid en als er vastgesteld wordt dat dat klimaatbeleid niet werkt, dan zegt u dat het over iets anders gaat. Goed, dan moeten we maar eens kijken of die jobs inderdaad bedreigd zouden zijn, of ze niet vervangen zouden kunnen worden door andere jobs die minstens even goed en toekomstgerichter zijn, en of het nuttig is voor de Vlaamse begroting, de bevolking en de Vlaamse belastingbetaler om te blijven investeren, keer op keer met het mes op de keel, in iets dat met een vingerknip weg kan zijn. Is dit nu echt het Vlaanderen dat we willen waarbij we onze eigen chantage organiseren en daarvoor dan applaudisseren? Ik denk dat er betere manieren zijn.

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, ik wil eigenlijk voorstellen om dit debat op een later moment verder te zetten.

Verder te zetten? Volgens mij is het al uitgeput.

We zijn nu bezig met de algemene bespreking waarbij we de algemene tendensen van de begroting, ons perspectief op volgend jaar en de budgetopmaak toelichten. Nu zijn we het debat aan het uitpuren dat over een relatief klein onderdeel van de hele begroting gaat, en dat doet een beetje oneer aan het volledige debat. En daarmee sluiten we aan bij de verzuchting van de buitenwereld, buiten deze koepel, om niet alleen een debat over CO2-reductie te voeren, mijnheer Tobback. In het relanceplan Vlaamse Veerkracht dat hopelijk nog tijdens dit debat aan bod zal komen, heeft de minister-president gezegd dat Vlaanderen zich volop inschakelt in de omschakeling naar een duurzame economie. Duurzaam, u weet wat dat wil zeggen, dat dit zoiets als volhoudbaarheid, dat impliceert een verzoening tussen klimaat en het welzijn van de mensen.

U zet het debat verder.

Ik trek het open, voorzitter. (Gelach)

Volhoudbaarheid in de tijd, goed doen voor iedereen. Dat heeft een sociale en een economische component. Daar zit een lokale verankering in. Dus dit Vlaanderen is volwassen aan het worden, mijnheer Tobback, en gooit het juk van chantage af, of het nu in deze of in een andere sector is. Ik kan u verzekeren dat als u ons zou steunen in de Vlaamse relanceplannen, wij erin zouden slagen om nog meer te doen dan datgene waarvan u droomt. Want dromen is leuk maar een plan is beter. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Voorzitter, zoals de heer Schiltz al zei, zou ik graag willen overgaan naar de algemene, grote lijnen van deze begrotingsbespreking, later kunnen we nog op de details ingaan. Daarom zou ik ook graag mijn uiteenzetting als een coherent geheel houden, daarna kan ik gerust antwoorden op vragen of de kleinste debatten uitpuren.

Ministers, collega’s, we leven in een merkwaardige tijd en we krijgen nu ook een merkwaardige begroting. De inkt van die begroting is amper opgedroogd of we worden al geconfronteerd met een reeks amendementen voor afgerond 1 miljard euro aan bijkomende provisies.

De begroting werd ingediend met een tekort van 2,3 miljard en ineens wordt het al 3,3 miljard. Erger nog is de financieringsbehoefte. Die gaat van 5,9 miljard naar 6,9 miljard. Op vier weken 1 miljard erbij, heel straf als u het mij vraagt.

Het Rekenhof merkte in zijn verslag hierover trouwens op dat de Vlaamse schuldnorm reeds springt. Dat is de schuld van maximaal 65 procent van de lopende ontvangsten en een positief-nettoactiefpositie. Het Rekenhof stelde ook dat de uitgaven in de meerjarenraming evolueren naar maar liefst 108 procent tegen 2025. Maar ook dit is eigenlijk al achterhaald door de amendementen.

Vlaanderen gaat dus België achterna. Minister-president, ik vraag me af of het dat is wat de N-VA heeft geleerd in de Federale Regering. Ook Vlaanderen evolueert naar een zuivere schuldbegroting.

Minister Diependaele, u spreekt dikwijls over een streven naar een structureel evenwicht. Ik denk dat het, zoals het er nu uitziet, helaas bij een streven zal blijven.

Ook het Rekenhof merkte trouwens op dat van een structureel evenwicht de komende jaren absoluut geen sprake is.

Het Vlaams Belang deelt niet de visie van sommige economen die vinden dat het voor schulden nu of nooit is, omdat het geld momenteel zogezegd gratis zou zijn. Het geld kan misschien gratis zijn omdat er weinig rente moet worden betaald maar men moet wel in hoofdsom alles terugbetalen, natuurlijk. En wie zal dat terugbetalen, onze kinderen, onze kleinkinderen? Neen, daar dank ik voor. Dat vind ik een heel onverantwoord beleid.

Wat is trouwens de waarde van deze begroting en deze cijfers wanneer die nog voor de eindstemming in het parlement al zo fundamenteel, namelijk met 1 miljard euro, worden gewijzigd? Is dit eigenlijk nog ernstig te noemen?

Minister, toen ik u over al die schulden interpelleerde in de commissie, vroeg u me wat het Vlaams Belang dan zou doen. De mensen in coronatijden niet steunen? Uiteraard steunen wij de mensen wel. Maar u gebruikt en misbruikt misschien wel corona als ultieme legitimatie: reductio ad coronum.

Het Vlaams Belang steunt inderdaad de coronamaatregelen, maar dan wel op een ernstige manier en niet met een ongebreidelde schuldopbouw. Een dergelijke schuldopbouw is gewoon onbehoorlijk bestuur, in plaats van het behoorlijk bestuur waar deze Vlaamse Regering het zo vaak over heeft.

Bovendien dreigt het ratingagentschap Moody’s, zoals minister Diependaele al aanhaalde, te knippen in de kredietscore van Vlaanderen. We hebben een goede score. Ratingbureaus zijn niet zaligmakend, dat is zo. Maar ik denk dat dit wel een belangrijke indicatie is dat het met Vlaanderen niet de goede kant uitgaat. De Vlaamse Gemeenschap zal zijn A2-rating voorlopig behouden, maar er is wel een negatief vooruitzicht. Dat moet ook gezegd worden. De volgende stap – iedereen weet dat – is een verlaging. Dat kan Vlaanderen missen als de pest.

De huidige hoge rating heeft er trouwens voor gezorgd dat Vlaanderen een lening heeft gekregen van de Europese Investeringsbank voor bijvoorbeeld de Oosterweelwerken. Gelet op het komende relanceplan, waarvoor ook veel geld nodig is, en de huidige stijgende schuldenlast, is ratingbehoud echt wel een noodzaak. Dat het Waalse Gewest een lagere score heeft dan Vlaanderen, is geen excuus. Het is niet omdat de buurman slecht bezig is, dat wij dat ook moeten doen. De boodschap van ratingbureau Moody’s aan Vlaanderen is dat we werk moeten maken van een degelijk, budgettair verantwoord, herstelbeleid. Het merkt terecht op dat onze huidige rating eigenlijk niet meer overeenstemt met de realiteit en met het actuele begrotingsplan.

Minister, het werd hier al aangehaald: behoorlijk bestuur is ook de tering naar de nering zetten, het oordeelkundig uitwinnen – een mooi woord voor besparingen – en bekijken waar er minder uitgegeven kan worden. Dat doet deze regering eigenlijk niet echt. Met het inplannen van lagere fiscale uitgaven komt u er niet. Er wordt weer voor ruim 100 miljoen euro minder voorzien in 2021, en dat is een bijkomende last voor de Vlaamse burger. Vooral de afschaffing van de woonbonus weegt hierin door, terwijl ondertussen gebleken is dat het effect op de prijzen van de woningen eigenlijk zo goed als onbestaande is, zeker nu mensen in deze coronacrisis huizen met tuintjes zoeken. De prijzen zijn blijven stijgen en het is duidelijk dat heel veel factoren die prijsstijging in de hand werken. Als u het mij vraagt, zou het de Vlaamse Regering eigenlijk wel sieren om toe te geven dat het afschaffen van die woonbonus geen goede maatregel was. Die woonbonus was een dure maatregel, die hervormd moest worden. Daar kan ik akkoord mee gaan. In ieder geval zal het door die afschaffing voor onze kinderen nog veel moeilijker worden om een eigen woning te verwerven.

Minister, u moet dringend de uitgaven van de Vlaamse overheid onder controle krijgen, in de plaats van nieuwe lasten in te plannen. Want in 2021 zijn er weer voor ruim 136 miljoen euro nieuwe lasten voorzien. De begroting spreekt van 136 miljoen euro, zogenaamd voor ‘ontvangsten regeerakkoord’. Dat klinkt heel mooi. Dat is voor 88 miljoen euro uit fiscaliteithervorming en voor 48 miljoen euro punctuele maatregelen. In gewone mensentaal wil dat eigenlijk zeggen dat de Vlamingen extra lasten op hun kop krijgen. Ik gebruik het woord ‘lasten’, want dat is het. Het zijn bijkomende belastingen voor burgers, al werd het technisch gezien niet voorgesteld als een belasting. Want als men een aftrek niet meer kan toepassen, dan is dat natuurlijk technisch gezien geen belasting. Maar de belastingbetaler zal dat wel voelen als hij moet betalen.

Tel daar dan nog eens de zogenaamde ‘daling in uitgaven regeerakkoord’ bij – dat zijn dus de minderuitgaven, minder financiële hulp aan Vlamingen – inzake fiscaliteithervorming, ten belope van 120 miljoen euro, en dan kom je al gauw aan 265 miljoen euro bijkomende lasten voor de Vlamingen.

Ik wees in mijn inleiding al op die bijna 1 miljard euro bijkomende schuld voor provisies, ingevoerd door onder andere amendementen. Provisies zijn voorzieningen voor het onvoorziene en dus per definitie moeilijk in te schatten. Corona is moeilijk in te schatten, daarmee ga ik akkoord. Maar bij de indiening van de begroting – zoals ik al zei bij de bespreking in de commissie – voorzag deze begroting, en dus deze regering, slechts in een coronaprovisie van 300 miljoen euro, wetende dat de zwaarste klap voor de economie nog moest komen. Dat weet iedereen. Ik vond dat heel erg lijken op schuldig verzuim, een strafrechtelijke inbreuk zelfs. Zo die impact onderschatten, is niet normaal.

Dit wordt nu bij amendement verhoogd met 700 miljoen euro. Dat is beter. Inderdaad. Ik vraag mij af of u niet doelbewust een te lage provisie hebt ingeschreven om zo niet te hoeven besparen op zogenaamd nieuw beleid? Het is dus business as usual, want het past in de uitvoering van het regeerakkoord. U smukt de begroting eigenlijk wat op.

Nu wordt er nog 700 miljoen euro bijkomend gevraagd voor corona. Daar kan toch absoluut niemand tegen zijn, want corona is de ultieme legitimatie van deze bedenkelijke manier van werken. Als u het mij vraagt, is dit opnieuw een reductio ad coronum.

Nog straffer vind ik de provisie voor het sociaal akkoord voor de welzijns- en zorgsector, waarvoor nu – terecht – bijkomend 291 miljoen euro wordt gevraagd. Natuurlijk is niemand tegen het honoreren van de helden van de zorg. Absoluut niet. Maar een loonsverhoging is een structurele uitgave en die had al lang gefinancierd moeten worden uit de reguliere begroting, niet uit een provisie, met snel snel nog een amendement ter verhoging. In dat geval had de regering echter moeten besparen, andere uitgaven heroverwegen, keuzes moeten maken, beleid moeten voeren en verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat doet u niet. U steekt de loonsverhoging voor de zorg in de schuld. Dat vind ik een onverantwoorde begrotingstechniek.

Deze regering gaat uit van een aanvaard tekort in ongewijzigd beleid van ruim 1,2 miljard euro. Daarbovenop aanvaardt de regering een bijkomend tekort, zonder de corona-impact voor volgend jaar, van ruim 1,6 miljard euro. Dat wordt gedekt voor ruim 500 miljoen euro, waarvan ruim 250 miljoen euro nieuwe en bijkomende lasten voor de Vlaming zijn. In plaats van over een netto beleidsruimte zouden we beter spreken over de netto tekortruimte of netto schuldruimte.

Tot slot wil ik ook nog even ingaan op de financiële implicaties van het relanceplan.

Eerst een formele opmerking: het is terecht dat Vlaanderen zijn rechtmatig deel van de Europese middelen opeist, maar iedere overheid rekent zich rijk met diezelfde Europese middelen. Europa eist maar één plan van ons. De federale overheid heeft in haar regeerakkoord de krachtlijnen van dit enige plan bepaald. Zal de Vlaamse Regering met de N-VA zich hierin volledig, zonder eigen accenten en voorstellen, inschrijven? Blijkbaar wel. Zal de Vlaamse Regering met de N-VA klakkeloos de federale krachtlijnen volgen? Ik heb de indruk van wel.

Dan wil ik op de inhoud ingaan. Reeds bij de bespreking van de Septemberverklaring heeft het Vlaams Belang duidelijk laten weten dat wij een relanceplan steunen, maar ook dat er aandacht moet zijn voor de Vlaamse kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die de ruggengraat uitmaken van het Vlaams economisch weefsel. Wat lees ik echter in het relanceplan? Digitalisering, informatisering, duurzaamheid, nieuwe technologieën. Dat is voor ons allemaal goed en wel, maar er moet ook aandacht zijn voor onze kleine ondernemers. Vlaamse kmo’s kunnen ook wereldspelers worden. Vaak is dat met heel gewone producten, niet blingbling, niet sexy, maar gewoon degelijke kwaliteitsvolle producten. Uiteindelijk veroveren de koekjes van Lotus, het bier van onze lokale brouwerijen en de chocolade van onze chocolatiers net zo goed de wereld als bijvoorbeeld de iPhones van Apple. Maar wat stel ik vast als ik de schaarse info over dit relanceplan bekijk? Bijna 2 miljard euro gaat naar klimaat en duurzaamheid en ruim 1 miljard euro naar digitale transformatie. Amper 65 miljoen euro wordt voorzien voor de versterking van het economisch weefsel. Waar zijn dan de relancemiddelen voor de gewone Vlaamse ondernemer en voor die kleine kmo die het uiteindelijk elke dag moet doen? Dat zijn mensen die met het water aan de lippen naar de uitzending van dit debat kijken. Waar is de steun voor de starter die wil ondernemen, zelfs in coronatijden, maar die vanaf dag 1 geconfronteerd wordt met een nukkige Federale Overheidsdienst Financiën (FOD Financiën) en een even nukkige Vlaamse Belastingdienst (VLABEL)?

Ik zei het al: amper 65 miljoen euro wordt voorzien voor de versterking van het economisch weefsel. Dat is hoogst onvoldoende. Moeten onze kmo’s het daar mee doen?

Minister-president, laat mij het even samenvatten. Op de progressieve dada’s van links wordt niet of nauwelijks bespaard. De multicul-, klimaat- en gelijkekansenlobby wordt door u op zijn wenken bedient, terwijl het eigen volk in de kou blijft staan. Van een beleid waarin onze mensen centraal staan, is geen sprake. De boodschap hier is niet eigen volk eerst, maar eigen volk laatst. De echte Vlaamse Regering moet onvoorwaardelijk durven op te komen voor de belangen van het eigen volk, van het Vlaamse volk, en dat doet deze regering niet. Daarom zal het Vlaams Belang deze begroting dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Muyters heeft het woord.

Ik zal heel kort zijn en dan kan minister Diependaele er dieper op ingaan. Wat ik hier hoor, is eigenlijk fantastisch. Er is 1 miljard euro gewijzigd en eigenlijk is dat juist, want de provisie moest verhogen, hoor ik. We gaan akkoord met de ondersteuning die er is geweest, hoor ik. We vinden dat de woonbonus niet afgeschaft had mogen worden, hoor ik. We zijn het eens met een sociaal akkoord in de welzijnssector, hoor ik. En met het relanceplan, hoor ik, maar we hadden geen schuld mogen maken, hoor ik. Volgens mij is dat hocus pocus. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik probeer het kort te houden.

Mevrouw Van dermeersch, ik hoop dat u ook erkent dat ik in de commissie altijd mijn best doe om zoveel mogelijk toelichting te geven om uw vragen zo goed mogelijk te beantwoorden en dat ik mijn best doe om uit te leggen hoe een begroting werkt. Maar uw collega, de heer Van Rooy, had het daarnet over een ivoren toren. Van welke planeet moet je komen om zo’n tussenkomst te houden? Ineens gaat het naar 3,5 miljard euro en op het einde zegt u dat de kmo’s ondersteund moeten worden. De heer Van Rooy zei daarnet dat de kappers en de horeca wakker liggen, maar waar denkt u dat dat geld naartoe gegaan is misschien? Het is naar die mensen gegaan! Het diende om hen te helpen het hoofd boven water te houden!

Kom nu dus niet zeggen dat we naar 3,5 miljard euro gaan zonder dat er iets is. Bouwen we schulden op? Ja, natuurlijk. En hoe komt dat? U doet net alsof die crisis helemaal niet bestaan heeft, alsof die er helemaal niet is en alsof we ze hadden moeten voorspellen. We hadden volgens u provisies moeten aanleggen, opdat we dit alles zomaar uit de portefeuille zouden kunnen betalen en geen schuld zouden hoeven te maken. Mevrouw Van dermeersch, hadden wij dit debat vorig jaar gevoerd en toen gezegd: ‘We gaan 7 miljard euro niet uitgeven, want je weet nooit wat er gebeurt’, dan had u ons gek verklaard, en terecht, verdorie. Dat kun je toch niet maken? Als mensen belastingen betalen, dan moet je dat geld teruggeven aan die mensen in de vorm van beleid. Dergelijke provisies voor een crisis zoals we die nu doormaken: het is onzinnig om daar een provisie voor aan te leggen. Dit is nu al de zoveelste keer dat ik dit hoor van u, maar leg me dan eens uit hoe u dat precies ziet. Welke uitgaven zouden we niet gedaan mogen hebben om een crisis als deze te voorzien? Dat moet u mij een keer uitleggen!

U hebt vier of vijf keer verwezen naar het Rekenhof – u verwijst er graag naar –, maar ik betwijfel zeer sterk of u ook maar één blad van het verslag van het Rekenhof gelezen hebt. Eerlijk waar, het spijt mij verschrikkelijk, maar dat betwijfel ik zeer sterk. Ik lees maar één zin voor, op pagina 7: “Het Rekenhof is er zich van bewust dat het in de huidige turbulente tijden heel moeilijk is om de impact van COVID-19 op de Vlaamse overheidsfinanciën in te schatten.” Het rekenhof heeft zeer veel begrip voor de situatie waarin we ons bevinden en erkent ook – en dat is wat we ten aanzien van de oppositie altijd geprobeerd hebben – om elke stap zo dicht als mogelijk bij de realiteit op te volgen.

Maar in september wisten we inderdaad niet hoe alles ging evolueren, of die tweede golf er ging komen, hoe sterk die zou zijn en welke impact op de begroting die zou hebben. Toen was de uitgangspositie om de economie zo draaiend mogelijk te proberen te houden – en dat hebben we geprobeerd, denk ik, zonder kritiek te geven op de veiligheidsmaatregelen. Dan weet je nooit welke rechtstreekse impact dat op de economie zal hebben. We hebben die provisie inderdaad moeten bijstellen en ook naar 2021 toe doen we nu hetzelfde. Maar het verhaaltje dat u brengt, als zouden we dit allemaal vroeger hebben moeten voorzien, dat is totale onzin.

Wat de schuldopbouw en het verband met de ratingbureaus betreft: ook daar raad ik u aan om het advies van de ratingbureaus te lezen. De reden waarom zij onze rating niet verlaagd hebben – en in alle eerlijkheid, daar hadden we voor gevreesd, want het zou in deze situatie niet onlogisch geweest zijn –, is het vertrouwen dat zij hebben in het beleid dat wij voeren. Waarom citeert u dat niet? Die ratingbureaus hebben uitdrukkelijk gesteld dat zij vertrouwen hebben in het beleid dat we in het verleden gevoerd hebben en rekenen er dus op dat we dat opnieuw gaan doen. Dat is de reden waarom wij het volgens die ratingbureaus zo goed doen. Erken dat dan ook.

Dan zijn er nog een paar zaken. Die woonbonus, het spijt mij verschrikkelijk – en ik weet dat er nog partijen die er zo over denken –, maar dat is nu een van de zaken waarvan ik het meest overtuigd ben. Natuurlijk weet ik dat dat niet populair klinkt en weet ik dat dat voor veel mensen niet leuk was om te horen, zeker mensen die net voor de stap stonden om waarschijnlijk de tweede meest belangrijke beslissing van hun leven te nemen. Maar ik ben ervan overtuigd dat wij als overheid ook de plicht hebben om moeilijke boodschappen te brengen, als dat de juiste keuze is. En dit is de juiste keuze.

Van de woonbonus weten we dat die een contraproductief effect had op de woningmarkt. Alle studies hebben dat onderschreven. We weten dat die een zeer zwaar effect had op onze begroting en dat die ervoor zorgde dat alle uitgaven die u nog zou willen doen, daardoor onmogelijk zouden worden, want die maatregel zou stijgen tot 2,6 à 2,9 miljard euro per jaar.

Dat is ondraagbaar, zeker in tijden dat de banken een negatieve rente aanrekenen voor spaargeld en dat de rente zo laag staat. Ik heb u heel het rekensommetje gegeven. Als u in 2004-2005 een lening aanging voor 250.000 euro, betaalde u – vergeleken met vandaag – grofweg 100.000 euro minder rente over de hele looptijd van twintig jaar. Het maximumvoordeel dat men op die tijd kon krijgen van de woonbonus, is ongeveer 43.000 euro. Die lage rente geeft u nu al minstens dubbel zoveel voordeel dan de woonbonus u zou gegeven hebben. Leg me eens uit waarom we die 1,5 miljard euro die hij vandaag kostte, en dat ging oplopen naar een kleine 3 miljard euro, nog zouden hebben moeten uitgeven? Leg me eens uit waarom we nog moesten investeren, terwijl we wisten dat het eigenlijk zonder twijfel een verhogend effect van de prijzen op de woningmarkt had. Leg me dat eens uit. Ik wil dat wel eens horen.

Ik herhaal hier voortdurend, keer op keer, de rationele argumenten waarom we dat gedaan hebben. Jullie vinden dat niet leuk. Waarom? Omdat het geen leuke boodschap is naar de bevolking. Ik begrijp dat. Dat klopt ook. Dat is niet leuk om te brengen, maar dat betekent niet dat het niet de juiste keuze is. Dus leg me nu eindelijk eens uit wat uw rationele argumenten zijn om die keuze niet te maken. Dan kunnen we tenminste een ernstig debat voeren.

U haalt extra lasten aan. Erken dan ook welke dat zijn. Ik zou het moeten opzoeken, maar één ervan is het duolegaat. Inderdaad, het duolegaat was een oneerlijk en onrechtvaardig systeem. Het was geen belastingontduiking, op geen enkele manier fraude, dat heb ik altijd gezegd, het was een correct en perfect wettelijk systeem. Maar het is opgezet – in de jaren 30 is het in de wetgeving ingeschreven – met het idee dat mensen, meestal vermogende mensen, een schenking doen – aan de Broeders van Liefde en dergelijke – en daar een last aan koppelen in de vorm van: zorg voor mijn zorgbehoevend kind zolang nodig. Dat was de bedoeling van het duolegaat. Nadien heeft men daarvan gemaakt, perfect legaal, dat het ook een financiële last kon zijn. En daar is het scheefgegroeid. Dat heeft ervoor gezorgd dat het meer en meer oneigenlijk gebruikt werd, waarvoor het niet bedoeld was. Inderdaad, dat brengt 70 miljoen euro op. Maar eerlijk, ik krijg het niet uitgelegd, mevrouw Van dermeersch, waarom andere mensen wel de volle pot moeten betalen op hun erfbelasting, maar mensen die dat trucje kennen minder moeten betalen, nog altijd perfect legaal. Leg me eens uit hoe u dat zou uitleggen aan de mensen. Inderdaad, we hebben dat eruit gehaald. Daardoor hebben we de erfbelasting een stukje – er is nog werk – eerlijker gemaakt.

Ik maak me ook zorgen over de schuldnorm, echt wel. Maar dat is niet mijn eerste bezorgdheid, die ligt bij het onevenwicht van de begroting, die de schuld de komende jaren alleen maar doet oplopen. Als ik in heel uw tussenkomst één logische lijn zou kunnen trekken, dan zal het wel deze zijn: u steunt ons als we de begroting opnieuw richting evenwicht sturen. Ik reken erop dat u dan ook de eerlijkheid hebt om te zeggen dat we dat doen om het probleem van de oplopende schuld op te lossen. Dat betekent wel degelijk dat we nog de moed gaan moeten opbrengen om moeilijke beslissingen te nemen. Ik hoop op uw eerlijkheid om die te ondersteunen. Dank u wel. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Minister, ik heb de indruk dat u goed geluisterd hebt en heel erg schrikt van mijn uitleg. U hoort dat niet graag. U antwoordt zeer arrogant, u zegt dat ik niet logisch redeneer, dat ik het niet gelezen heb enzovoort. Het zijn allemaal drogredenen om niet te moeten ingaan op wat ik exact vertel.

Ten eerste, wat betreft het ratingbureau, ik heb het verslag van het Rekenhof wel degelijk gelezen, trouwens ook heel de begroting, een dik pak is dat. U weet wat de volgende stap zal zijn: de rating zal verlaagd worden. We hadden inderdaad een hogere rating dan de federale. Dat is goed, dat is heel belangrijk. We kunnen het missen als de pest, dat die rating naar beneden zou gaan. Maar er is duidelijk een waarschuwing gegeven, en die waarschuwing zal werkelijkheid worden als we niet alles op orde krijgen qua begroting. Waar baseert het ratingbureau zich op? Op een begroting die u hebt ingediend met een tekort van 2,3 miljard euro dat ineens 3,3 miljard euro is geworden. U zult wel horen wat het ratingbureau daarvan zal vinden.

Minister Matthias Diependaele

Maar het is 3,5 miljard euro, mevrouw Van dermeersch.

Ja, maar ik rond af. (Gelach)

Maar het is erger dan het is, ik probeer u met mijn uitleg nog een beetje te helpen. Het is zoals mijn vorige tussenkomst eind vorig jaar over de begroting. Daar heeft de administratie, die ook meekijkt, lessen uit getrokken wat Oosterweel betreft. Misschien kunt u hier ook lessen uit trekken. De financieringsbehoefte gaat van 5,9 miljard naar 6,9 miljard. Die ratingbureaus horen dat ook, die zien dat ook. Die weten hoe u begrotingstechnieken toepast, en dat is exact wat ik heb uitgelegd in mijn tussenkomst: dat uw begrotingstechnieken niet goed zijn.

Ik kom terug op die begrotingstechniek waarbij u een structurele uitgave voor zorgpersoneel, voor de helden van de zorg in een provisie steekt. Dat kan volgens mij helemaal niet. Ik kom daar nog op terug.

Ten tweede is er de woonbonus. We hebben deze discussie al eens gehad naar aanleiding van een vraag om uitleg die ik stelde in de commissie Financiën over die woonbonus. Toen bent u ook heel arrogant te werk te gaan, moet ik zeggen, net als collega Muyters. Ik moest maar eens op het internet opzoeken welk ontwerp er was, ergens moest de regering erover gesproken hebben, ik moest het maar eens opzoeken in de database. Maar het parlement is de eerste macht, de wetgevende macht. Het is de bedoeling dat het parlement de zaken controleert en mogelijkheden krijgt om te controleren. Dat heb ik toen ook gezegd naar aanleiding van die discussie over de woonbonus.

U hebt mij toen ook gezegd: ‘Wat gaat u dan doen?’ Ten eerste zijn wij oppositie, en dus zullen wij rabiaat, fel en verwoed oppositie blijven voeren. Maar om op de woonbonus terug te komen: ik heb u toen zelfs in de commissie een voorstel gedaan over wat een alternatief zou kunnen zijn. Het Vlaams Belang heeft wel degelijk alternatieven als het op financiën aankomt. Ik heb toen trouwens afgesloten met het feit dat hier enkele lobby’s – ik heb ze bij naam genoemd – zeer goed gediend blijven door deze begroting. Misschien moet u dat eens tegen het licht houden.

Maar ik was over de woonbonus bezig. U hebt inderdaad gelijk dat dat op kruissnelheid ongeveer 3 miljard euro zou kosten. Voor de begroting is het een goede zaak dat u de begroting afschaft, maar niet voor de Vlaming, niet voor de kinderen en kleinkinderen die later nog een huis zullen moeten kopen. Die prijzen blijven stijgen en het is niet enkel de woonbonus die daarop een effect heeft.

Bij die woonbonus moet ik ook opmerken dat de verlaging van de registratierechten die woonbonus absoluut niet compenseert. Wat is dan misschien een alternatief? Daar kan ik op mijn eentje of als Vlaams Belang, als oppositiepartij, geen volledige studie aan wijden, maar er zou in de toekomst misschien kunnen worden gekeken naar het communicerend vat tussen registratierecht en intrestvoet. Momenteel zijn de intrestvoeten laag, maar dit zal misschien niet ten eeuwigen dage zo blijven. Tegenover flexibele intrestvoeten kunnen misschien flexibele registratierechten worden gezet. Dat moet allemaal worden bekeken, en wij zijn daar als Vlaams Belang toe bereid. Wij hebben een heel plan wat financiën betreft om een begroting helemaal anders in elkaar te steken. Om het op een heel vrouwelijke manier te zeggen: wij willen niet de taart die u bereidt met de begroting in stukjes delen en grote happen geven aan de klimaatlobby, aan de multicullobby. Wij willen een nieuwe taart bakken, een nieuw financieel plan waarbij we inderdaad de stukken anders zullen verdelen en met een ander recept een begroting zullen maken.

Dan kom ik tot uw financieringsbehoefte, die trouwens veel belangrijker wordt dan het tekort waarmee u uw begroting indient. U dient uw begroting eerst in met dat tekort van 2,3 miljard euro, en plots wordt het een miljard meer. Nu, zo relevant is dat tekort niet meer, want uw financieringsbehoefte is veel relevanter. Want u houdt nog altijd belangrijke uitgaven buiten die begroting. Dus het eigenlijke begrotingstekort, daarover moeten we niet zoveel meer spreken als het gaat over het bepalend zijn van het verbintenisniveau van deze Vlaamse Regering.

Wat de lasten betreft, heb ik inderdaad al de pagina’s van deze hele begroting onder de loep genomen, net als het verslag van het Rekenhof. Ik heb er één pagina uit gehaald, dat is pagina 13 uit stuk 13, uw toelichting. Daarin legt u heel mooi de uitbreiding van de nettobeleidsruimte uit. Daar zet u de ontvangsten van het regeerakkoord heel mooi op een rijtje. Dat betekent dat het voor u ontvangsten zijn, maar de lasten zijn voor de burger. Ik lees 88 miljoen, 48 miljoen. Ik zei het al in mijn uiteenzetting: de uitgaven van het regeerakkoord zijn niet echt belastingen maar eerder lasten, dat legde ik ook al uit. Dat is dus wat de burger zal ondervinden.

Minister, op basis hiervan gaat u met hocus pocus te werk. Ik heb u dat in de commissie al uitgelegd. U spreekt over een netto beleidsruimte van min 1,2 miljard euro. Als alle cijfers worden verrekend, is het essentieel dat u uitgaat van een aanvaard tekort, bij ongewijzigd beleid, van 1.233.124.000 euro. Ik lees al die documenten natuurlijk tot op de eurocent na. De Vlaamse Regering noemt dat een netto beleidsruimte van, afgerond, min 1,2 miljard euro, maar in feite is dat een tekort van 1,2 miljard euro. Daarnaast aanvaardt u nog een bijkomend tekort van 1,6 miljard euro. In de tabellen die u met de begroting hebt meegegeven, staat duidelijk 1.656.510.000 euro. Het tekort wordt dan 1,2 miljard euro plus 1,6 miljard euro of een tekort van 2,8 miljard euro.

U wilt dat tekort compenseren. Het wordt deels gedekt door 549 miljoen euro aan inkomsten. Dan komt u af met amendementen ter waarde van 1 miljard euro. Als u dit voorlegt, bent u niet goed bezig. Die begrotingstechnieken zitten niet goed in elkaar. Ik vind dat dit mag worden gezegd in een algemene uiteenzetting over de begroting.

Wat de zorg betreft, kom ik terug op wat ik al heb gezegd. Om onze helden in de zorg te kunnen betalen, hebt u in een provisie voorzien. Eerst was in 286 miljoen euro voorzien, maar in uw amendement wilt u daar 291 miljoen euro aan toevoegen, waardoor u aan ongeveer 577 miljoen euro komt voor de kostprijs van het sociaal akkoord. Wat u nu als een provisie invoert en bijkomend zult lenen, moet structureel in de welzijnsbegroting komen. Wilt u die mensen misschien maar één keer betalen? Bij constant beleid zal er een bijkomend tekort zijn. We spreken nu al over 2022. Dat zijn begrotingstechnieken waar het Vlaams Belang absoluut niet achter kan staan.

Ten slotte wil ik nog een opmerking maken over de manier waarop u de uitgaven tegen het licht wilt houden. U wilt een uitgavenorm. Dat is allemaal goed en wel, maar ik heb al een spending review zien passeren. Die aangekochte Engelstalige spending review ging over de dienstencheques. U trekt 10 miljoen euro uit voor die spending reviews. Ik wil wel eens zien hoeveel uitgaven u in de toekomst tegen het licht zult kunnen houden. Ik denk dat u met 10 miljoen euro niet ver zult springen, zeker niet omdat er een enorme werkdruk bij de belastingdiensten is. De ambtenaren die dit zouden moeten doen, kunnen het eigenlijk niet doen. Dat zal, met andere woorden, extern moeten worden aangekocht. Ik denk niet dat u met 10 miljoen euro ver zult springen.

Wat de uitgavenorm betreft, zijn we nog helemaal niet waar we moeten zijn. We moeten nog een politieke discussie voeren. We hebben in de commissie Financiën een toelichting gekregen, maar we hebben absoluut nog niet besproken hoe groot de saneringsinspanning dan zal zijn en wat het tijdspad voor het herstel van het begrotingsevenwicht zal zijn. We moeten de schuldpositie van de Vlaamse overheid nog bespreken. We moeten nog heel wat politieke beslissingen nemen voor u de uitgaven tegen het licht zult kunnen houden.

Ik sluit mijn betoog, dat wel degelijk zeer logisch is opgebouwd, maar zeer pikkende kritiek op uw begrotingstechnieken geeft, af met de relancemaatregelen. Die maatregelen bestaan uit drie grote delen, namelijk investeren, hervormen en gezond budgetteren. De investeringen bestaan uit zeven onderdelen, waaronder ‘warm Vlaanderen’ en ‘brexit’.

Dat klinkt heel goed, maar volgens mij hoort de brexit bij het gewone bestuur. U moet ervoor zorgen dat we op de brexit zijn voorbereid. Ik heb u in het begin, toen ik me met de financiën van de Vlaamse Regering begon te moeien, gezegd dat er een harde brexit zat aan te komen en dat hiervoor voorzieningen moesten worden getroffen. Het is niet zo dat elke euro die de Vlaming u geeft, direct moet worden gespendeerd. U moet daar zorgzaam en als een goede huisvader mee omspringen. U moest voorzieningen treffen voor het voorziene en het onvoorziene, want de brexit op 1 januari 2021 is niet van de ene op de andere dag gebeurd.

Voor Warm Vlaanderen wordt dan bijvoorbeeld 630 miljoen euro voorzien. U geeft daarover de details. U hebt daar inderdaad informatie over gegeven – ik vermoed zodra u die had. Dat bedrag wordt dan uitgesplitst: 55 miljoen euro voor personen met een handicap, 45 miljoen euro voor het mentale welzijn, 32 miljoen euro voor armoedebestrijding en wijkverbetering. Dat zijn, als u het mij vraagt, overdrachtelijke investeringen: ze worden gewoon gegeven aan de mensen. Dat zijn geen investeringen in de eigenlijke zin; ze worden vooral gegeven om mensen te ondersteunen. Dat is goed en wel voor mij, maar dat is geen relance, waarbij je je ruggengraat moet versterken en investeringen moet doen om ervoor te zorgen dat ze in de toekomst meer opbrengen. Daar zijn andere middelen voor nodig.

Uw relanceplan is dus niet helemaal opgesteld zoals wij het zouden willen, maar – en dat hebt u ook goed begrepen – wij steunen u inderdaad wel. Het water is niet zo superdiep. En u moet zich niet zo agressief en hautain, arrogant verdedigen tegenover het Vlaams Belang. Er is een financiële gulden middenweg, maar u moet die als N-VA ook willen bewandelen. En dat is heel belangrijk voor de toekomst.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Het pikt niet zo hard om het verwijt arrogant te krijgen van iemand die zichzelf rabiaat en hondsdol noemt. Ik vind dat dus niet zo erg. Maar ik zal mij er inderdaad niet meer in opjagen. U hebt gelijk. Ik probeer in de commissie altijd zo goed mogelijk te antwoorden, en, zonder al te schoolmeesterachtig te zijn, toch wat duiding te geven bij hoe het precies werkt. Maar goed.

Ik zal proberen een aantal feitelijkheden recht te zetten. Eerst en vooral, ik pik het verwijt niet dat onze begrotingstechnieken niet correct zouden zijn. Dat wordt ook bevestigd door die ratingbureaus, mevrouw Van dermeersch. Ik daag u uit om mij te laten weten waar geschreven staat dat die begrotingstechnieken, de methode, niet zouden kloppen.  Dat wil ik dan weleens zien. Want dat is geen mening die u verkondigt, maar een feitelijkheid die u ontkent. Dat kan niet, en dat moet u mij dus maar eens laten zien. Die ratingbureaus spreken zoals gezegd wel degelijk hun vertrouwen uit in de manier waarop wij er de laatste jaren mee zijn omgegaan. Daarom is trouwens niet gebeurd wat we mogelijk hadden kunnen verwachten: we zijn niet verlaagd. Als u die feitelijkheid tegenspreekt, dan moet u dat ook kunnen bewijzen. Dus graag de bewijzen daarvoor.

Ten tweede, de woonbonus. Ook dat heb ik al ettelijke keren uitgelegd. U zegt dat dat een goede zaak is voor de begroting. Ja, al is het niet zo dat we dat alleen daarvoor hebben gedaan. Maar het is geen goede zaak voor míjn begroting, voor déze legislatuur. Want het effect, het voordeel daarvan, zal pas de komende jaren komen. En dat loopt op. Er zit nu dus nog altijd ongeveer een fiscale uitgave van 1,5 miljard euro in die begroting, voor die woonbonus. Die zal altijd maar worden afgebouwd, op een termijn van wellicht tussen de twintig en de dertig jaar. Dat is de termijn waarin we dat geld zullen terugkrijgen. Het is dus niet zo dat we daar vandaag plots zeer veel geld van kunnen uitgeven. We hebben daar wel een deeltje van, gecumuleerd gaat het om ongeveer 300 à 340 miljoen euro. En dat besteden we inderdaad aan de verlaging van de registratierechten. Maar kom dus niet zeggen dat we dat hebben gedaan voor de begroting van vandaag, want we hebben dat geld nog niet. We geven hiermee eigenlijk een zeer groot cadeau aan de legislaturen na ons. Maar goed, ook dat heb ik nu voor de vijfde keer uitgelegd. 

Wat zullen we allemaal doen in verband met de heroverwegingen? Ik steek zeker niet onder stoelen of banken dat dat een zeer uitdagende oefening zal worden. Ik reken echt op de bereidwilligheid van de collega's en de administratie om daar samen de schouders onder te zetten, want het zal niet gemakkelijk zijn. We hebben ook 10 miljoen euro voorzien voor externe ondersteuning. Niet om het te leiden, maar om bepaalde onderzoeken te ondersteunen. Bepaalde administraties hebben het nu immers zeer druk, niet alle administraties kunnen daarvoor mensen vrijmaken. Daar wordt voor gezorgd. We prioriteren wel degelijk, in de zin dat we toch proberen om 90 procent van de uitgaven te bekijken. Er zijn natuurlijk een paar zeer grote uitgaven, de bulk, daar kom je redelijk snel. Heel kleine uitgaven daarentegen zullen inderdaad niet helemaal worden meegenomen. Maar we proberen toch 90 procent van de uitgaven te bekijken.

Andere collega-ministers kunnen beter antwoorden op de vragen rond de brexit. Er werden natuurlijk al heel wat voorbereidingen getroffen. De basis daarvoor werd tijdens de vorige legislatuur gelegd door minister-president Bourgeois. U moet dat maar eens nakijken.

Ik denk dat ik hiermee de meeste feitelijkheden heb aangehaald.

De heer Muyters heeft het woord.

Soms begin ik dan te denken dat ik misschien beter een verslag had gegeven van de commissie. Want op bladzijde 38 en 39 van het schriftelijke verslag zie ik dat collega Van dermeersch tussenkomt over de netto beleidsruimte, dat er een antwoord is van de minister, dat mevrouw Van dermeersch daar uiteraard niet mee akkoord gaat, dat de minister dan nog eens verduidelijkt. En we krijgen dat hier vandaag voor 100 procent opnieuw. Met een verslag hadden we dat misschien kunnen voorkomen, maar ik betwijfel het.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Het verbaast me dat u zo sceptisch staat tegenover die heroverwegingsoefening en spending reviews. Misschien kunnen we dat in een Nederlands woord wel samenvatten als kerntakendebat. Het is toch essentieel dat wij als overheid en als parlement nagaan of de overheidsuitgaven die wij doen, het effect hebben dat wij beogen?

Maar ik begrijp u misschien wel. Want als ik de commissies, zeker in de laatste weken, volg, dan is er bij jullie maar één constante, namelijk dat alles de schuld is van migratie. Ja, dan heb je geen spending review nodig. Ik heb eens een lijstje samengesteld. De wachtlijsten in de zorg: schuld van migratie. De subsidies voor de Brailleliga: schuld van migratie. De betonstop: schuld van migratie. En mijn persoonlijke favoriet, collega’s: het feit dat kinderen te weinig buiten spelen, is uiteraard ook de schuld van migratie. In zo’n veronderstelling en in zo’n leefwereld heb je natuurlijk geen spending reviews nodig.

Maar voor ons is het wel echt essentieel om na te gaan wat de kerntaken van de overheid zijn en of de miljarden die wij uitgeven, wel goed besteed worden. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Van Rooy heeft het woord. (Geroezemoes)

Collega’s! Collega Tobback!

Ik drukte slechts mijn waardering uit voor een collega, voorzitter. Ik excuseer mij daarvoor.

Nu maak ik me zorgen, voorzitter. (Gelach)

Ga dan even buiten staan.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Ik hoor het de heer Vande Reyde, als ik het goed zeg, van Open Vld graag zeggen, dat volgens ons zowat alles de schuld is van massa-immigratie of immigratie.

Ik hoor het ook graag van u dat een kerntakendebat belangrijk is. Ik heb hier ook al gehoord dat elke euro efficiënt moet worden uitgegeven en dat het belastinggeld van de mensen verstandig moet worden uitgegeven, al dat soort blabla die we hier natuurlijk elk jaar horen tijdens het begrotingsdebat. Ik was daar natuurlijk al op voorbereid, en dus heb ik een lijstje gemaakt. En dan moet u maar zeggen of u het normaal vindt, mijnheer Vande Reyde, dat daar belastinggeld van de Vlamingen aan wordt uitgegeven.

500.000 euro voor het corrupte Oxfam – u weet wel, van de seksschandalen en de corruptie – ten behoeve van de ondersteuning en versterking van de humanitaire sector in ... – wie zal het zeggen?  – in Mozambique. 223.000 euro voor de winkels van datzelfde Oxfam. 450.000 euro voor het Kasungu-district in Malawi, voor het project Kasungu Agriculture Coordination. 150.000 euro voor Actie Dorpen Roemenië. 345.000 euro voor de Unie van Turkse Verenigingen. 388.000 euro voor de Federatie van Marokkaanse Verenigingen. 262.000 euro voor het Ethisch Vegetarisch Alternatief. 150.000 euro voor BE Vegan. 110.000 euro voor het diversiteitsproject Art United. 10.000 euro voor een of andere danser, die – ik citeer – ‘in een onbekende gemeente in Frankrijk woont’. 880.000 euro voor klimaattafels.

Collega Van Rooy, ik heb gewoon een vraag: gaat u echt heel de lijst afgaan? Dat is uw recht, maar dan weet ik het en dan kan ik mij er mentaal op voorbereiden.

Het is nog even, ik ben al iets voorbij halfweg, voorzitter.

Dan valt het nog mee.

Het is jammer dat u mij daarin onderbreekt, want dat neemt de kracht van het argument natuurlijk volledig weg. Maar ik zal mijn betoog vrolijk verderzetten met al dat belastinggeld van de hardwerkende Vlamingen. (Opmerkingen. Gelach)

Ik weet het, het doet pijn. Er wordt nu wat gelachen, maar ik zal gewoon voortgaan. De mensen thuis zullen dat straks ook allemaal kunnen herbekijken.

Er gaat dus 880.000 euro naar klimaattafels, 550.000 euro Vlaams belastinggeld naar de receptenapp Zeker Gezond, 250.000 euro naar laptops voor inburgerende vreemdelingen, in volle coronacrisis. Minister Somers, die waren van u. Er gaat 900.000 euro aan subsidies naar moskeeën, op een jaar tijd. Er gaat 1,5 miljoen euro naar Curieus. Dat is een 'progressieve culturele inspiratiefabriek'. Zeg dat maar eens aan de horecamensen, op dit moment, dat daar 1,5 miljoen euro naartoe gaat. Er gaat 410.000 euro naar de vzw AIF+. Dat staat voor Actieve Interculturele Federatie en dat is een multiculturele vereniging. Er gaat 262.000 euro naar SANKAA. Ik citeer de website ervan: “Al onze verenigingen hebben Afrika als grootste gemeenschappelijke deler (...)”. Niet Vlaanderen, Afrika. Er is 150.000 euro voor Furia. Dat is een postmodern feministische organisatie die vindt dat hoofddoeken nergens mogen worden verboden. Er is 265.000 euro voor Kif Kif, een interculturele beweging die strijdt voor gelijkheid en tegen racisme, 234.000 euro voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen, honderdduizenden euro’s voor buurtstewards voor het Romatuig dat zich in groten getale in onze steden bevindt, en dan hoor ik minister Dalle nog zeggen dat men vanaf 2021 middelen uittrekt – dat zal ook vast honderdduizenden euro’s zijn, nietwaar, minister Dalle – voor een factcheckplatform, een orwelliaanse gedachtepolitie die u in het leven wilt roepen, enzovoort en zo verder.

En dan horen wij inderdaad, Maurits Vande Reyde, dat de Brailleliga 250.000 euro subsidie verliest. Wat een schande! Vindt u dat normaal, dat onze mensen met een visuele handicap dan krijgen te horen dat ze die subsidie verliezen, terwijl er hier honderdduizenden euro’s, miljoenen euro’s gaan naar verenigingen voor Afrika, voor Turkije, voor Marokko? Ik vind dat niet normaal! De Vlamingen vinden dat niet normaal! Wachtlijsten in de gehandicaptenzorg zijn een eeuwenoud probleem in Vlaanderen, en toch blijven er honderddduizenden, miljoenen euro’s gaan naar al dat soort diversiteitsflauwekul en multikul. Daar zullen wij blijven tegen opkomen. U kunt dat hier blijven verdedigen. U zult zien wat de gevolgen daarvan zijn. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Als iets me stoort, en dat is in de commissie Welzijn ook altijd het geval, is dat u mensen met een beperking voor de kar spant van uw retoriek tegen vreemdelingen. U geeft niks om die mensen met een beperking. U geeft niks om die wachtlijsten. U wilt dat altijd gewoon telkens gebruiken om uw eigen haat ten opzichte van andere bevolkingsgroepen te verstevigen. Dat wringt zo hard bij mij. Dat is zo gênant. U hebt nog nooit een fundamentele oplossing gegeven voor de wachtlijsten in de commissie Welzijn. Het enige dat u interesseert, is die mensen in uw retoriek voor uw kar spannen om uw eigen zaak daarmee te versterken. Dat is totaal ongeloofwaardig. Dat zal me tegen de borst blijven stuiten, maar goed, u doet maar.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Het is evident dat de argumenten nu op zijn. Mijnheer Vande Reyde, ik heb ontelbare cijfers genoemd met betrekking tot Vlaams belastinggeld dat naar onzinprojecten gaat, naar multikulprojecten. U stelt daar het emoargument en het valse, kwaadaardige intentieproces tegenover alsof ik niet zou inzitten met de gehandicapten in onze samenleving. Wel, als u zo denkt, dat is kwaadaardig. Ik zit daar wél mee in, en u keurt ondertussen begrotingen goed waarin inderdaad niet miljoenen euro’s worden weggetrokken uit al die multikulsubsidies en die onzin en worden geheroriënteerd richting de zwakkeren van ons eigen volk. Dat keurt u niet goed. Daar hebt u geen enkel probleem mee. Het enige dat u dan nog kunt, is proberen, een zielige poging, om mij verdacht te maken met een emobetoog, los van alle cijfers die ik heb genoemd. Vindt u dat normaal, 500.000 euro Vlaams belastinggeld voor Mozambique? Vindt u dat nu echt normaal? Ik kan het me niet voorstellen.

De heer Schiltz heeft het woord.

Mijnheer Van Rooy, die begroting, u hebt daar zeer selectief stukken uitgehaald. Als u de miljarden zou vernoemen, en alle initiatieven die daaronder zitten, in onderwijs, in de zorg, in de economie, die voor alle Vlamingen gelden, ongeacht hun afkomst, dan zouden we hier dagenlang moeten debiteren. Miljarden!

Doe nu niet alsof u hier niet heel handig probeert een beeld neer te zetten. Het argument dat mijn collega Vande Reyde heeft aangehaald, onderschrijf ik volledig. Maar ik weet het: het zijn geen tijden voor nuance. Nochtans denk ik, mijnheer Van Rooy, dat hier staan blaffen en bijten weinig zin heeft. Wij proberen te werken, de handen aan de ploeg te slaan om mensen echt te helpen, los van hun afkomst.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Collega Van Rooy, ik heb weinig behoefte in dit halfrond om intentieprocessen te maken. Het is voor alle duidelijkheid ieders recht om te zeggen en te denken wat hij of zij wil, gelukkig maar. Sta me wel toe te zeggen dat een aantal van de bewoordingen die u gebruikt in uw opsomming, toch een bepaalde teneur uitstralen. Ook dat is uw recht.

Ik wou gewoon wijzen op één kleine denkfout die u volgens mij maakt. U verwijst naar de 500.000 euro voor een waanzinnig project in Mozambique: ‘We geven geld aan Mozambique.’ U behoort ook tot een van die fracties die, soms ook terecht, zegt van de problemen aan te pakken waar ze zijn. Dat is voor jullie een argument om te zeggen: ‘We gaan daarmee migratie naar ons land, naar onze regio’s, inperken.’ Ik vind het wel een beetje bedenkelijk dat u dat altijd zegt, maar dat op het moment dat er projecten opgestart worden om een aantal problemen ter plaatse op te lossen, u die meteen bedenkelijk, problematisch en ziekelijk vindt. Geen intentieprocessen, maar misschien gewoon een rationele redenering dat daar volgens mij bij jullie fractie echt een denkfout zit.

De heer Sintobin heeft het woord.

Wat collega Vaneeckhout betreft: hier en daar een projectje opzetten van 500.000 euro lost geen problemen op waarmee we geconfronteerd zijn. (Opmerkingen)

Mag ik uitspreken? Het gaat over een efficiënte impact. Op die manier zal het niet lukken. Dat is mijn punt. Jullie doen dat gewoon als een soort van symboolpolitiek.

Ten tweede, collega Vande Reyde, voel ik mij persoonlijk beledigd. Ik voel mij persoonlijk beledigd door uw laatste tussenkomst, door ons, leden van de commissie Welzijn, te verwijten dat wij niets zouden geven om mensen met een beperking. Toen u nog in de luiers zat, toen u nog in de pampers zat, heeft onze gewezen collega Marijke Dillen diverse voorstellen gedaan om onder andere de wachtlijsten weg te werken. Ik ben bijzonder ontgoocheld in u, want u zult met mij erkennen – en alle collega’s die in de commissie Welzijn zitten, en misschien zelfs de minister – dat wij in de commissie Welzijn altijd bijzonder constructief zijn, zowel ikzelf, collega De Reuse, en collega Wouters, en dat wij constructief het debat aangaan over onder andere mensen met een beperking. Ons nu komen verwijten dat wij daar niets om geven, vind ik heel erg van u. Ik had dit niet verwacht, ik had het echt niet verwacht.

Wat uw andere tussenkomsten betreft, u hebt natuurlijk een speciale manier van communiceren, en u zegt: ‘de wachtlijsten, schuld van de immigratie’. Volgens u zeggen wij dus dat alles de schuld is van de immigratie? Dat is niet waar. Wij zeggen dat dat een deel van het probleem is. Maar u ontkent het licht van de zon. Zeg mij nu eens waarom de wachtlijsten in de zorg al decennia aanslepen. Zeg mij waarom de wachtlijsten aangroeien. Met wat heeft dat te maken, denkt u? Zeg mij nu eens waarom de aanvragen voor een sociale woning aangroeien. En zo zijn er nog een aantal zaken. Ontken verder het licht van de zon, doe als een struisvogel, steek uw kop in het zand, maar kom mij en mijn collega’s in de commissie Welzijn niet verwijten dat wij niets geven om mensen met een beperking. U zou zich moeten schamen!

Tot slot: ik zag iedereen een beetje ongemakkelijk zitten toen collega Van Rooy het lijstje aflas. Hij is nog iets vergeten: de subsidies die uw collega El Kaouakibi krijgt voor een of ander multiculprojectje. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Gewoon nog één bedenking over wat hier net gezegd is. Misschien moet men binnen de Vlaams Belangfractie toch even praten over welke lijn ze nu gaan volgen. Want collega Van Rooy is begonnen met te zeggen dat de kleine zelfstandigen het water aan de lippen hebben, en daarna neemt de spreker van het Vlaams Belang het woord en zegt dat er veel te veel miljarden worden uitgedeeld aan economische steun net voor die personen. Het is het een of het ander. Het debat is al een tijdje bezig en duurt nog een paar uren: misschien moet men toch eens spreken over welke lijn men wenst te volgen, maar men kan niet het een en het ander tegelijkertijd zeggen.

Het zijn onzekere tijden. Dat is een begroting met een aantal cijfers in en wij weten allemaal dat in deze crisis een meevaller of een tegenvaller geen miljoenen maar miljarden verschil kan maken. Welke principes, welke lijnen steken er achter de cijfers van deze begroting?  Vooreerst is dit een begroting die niet alleen investeert in baksteen en beton maar vooral in de mensen. Ze zet de mensen centraal, met twee bijzondere punten: investeringen in de zorg en investeringen in opleidingen. Ten tweede ligt de nadruk in deze begroting op duurzaamheid, in de brede zin van het woord: niet alleen wat betreft de Green Deal van Europa en de klimaatdoelstellingen, en niet alleen met eenmalige kortstondige uitgaven, maar investeringen in duurzame infrastructuur voor de toekomst. We doen dat ook zonder ons aan budgettaire avonturen te wagen ten koste van de volgende generaties.

Mijn eerste punt gaat over de zorg. Dat heb ik al uitgebreid besproken in andere debatten, en het zal straks nog eens ter sprake komen. Bij de Septemberverklaring heeft de regering beloofd dat ze een antwoord zou geven op de terechte verzuchting dat je geen applaus tussen je boterham kan leggen. Vroeger dan verwacht, is er een historisch sociaal akkoord bereikt. Boven op het grosso modo half miljard dat al voorzien was voor Welzijn in het regeerakkoord, komt er nog een half miljard bij. Ik onthoud dat de oppositie dat sociaal akkoord heeft toegejuicht. We werken niet met een eenmalige premie, waarvoor trouwens niemand vragende partij was, maar wel met een structurele koopkrachtverhoging. Daarop is toen geantwoord dat het niet meer was dan een compensatie voor de jarenlange besparingen op de woonzorgcentra. Welnu, ik heb de cijfers opgezocht. Vlaanderen is bevoegd voor de woonzorgcentra sinds 2014. Het budget was na de overheveling in 2015 1,7 miljard, in 2024 zal het 2,7 miljard zijn. Daarvoor was het een federale bevoegdheid. De eerste 5 bevoegde federale ministers waren 3 PS’ers en twee Agalev’ers. Toen werd er heel wat minder geïnvesteerd in de woonzorgcentra dan sinds 2014.

Het sociaal akkoord betekent niet alleen koopkracht maar ook mankracht. In de zorg komen er 2000 extra personeelsleden bij. Het omvat ook een deeltje uitbreidingsbeleid. In de gehandicaptensector investeren wij vanaf 1 januari 270 miljoen euro extra. In de geestelijke gezondheidszorg, een thema dat sinds vorige week weer wat meer in de actualiteit is, heeft de minister vanaf het begin van de coronacrisis heel wat middelen gemobiliseerd voor Zorgen voor Morgen, voor zorg voor het mentaal welzijn. Amper 2 weken geleden heeft hij beslist om de Overkophuizen, plaatsen waar jongeren met psychologische problemen terechtkunnen, te verdrievoudigen. Voorts is er ook de investering die we doen in het belangrijkste instrument dat wij hebben in Vlaanderen in de strijd tegen de kinderarmoede: het Groeipakket. Deze week nog krijgen 327.000 gezinnen een extra coronatoeslag en ik wil de oppositie danken voor de steun die zijn geleverd hebben aan dat decreet.

Achter de koele begrotingscijfers schuilt wel degelijk een investering in een warm Vlaanderen. Voor sommigen zullen die investeringen niet genoeg zijn. Er zijn er evenveel die zullen zeggen: wie gaat dat allemaal betalen? Wij hebben aan de ene kant historische investeringsbedragen, en aan de andere kant natuurlijk ook een historisch gat in de begroting. In de voorbije 10 maanden heeft de regering alles op alles gezet om de ondernemingen en de jobs zo goed mogelijk te ondersteunen. Dat is relatief goed gelukt. De werkgelegenheidsgraad was in september vorig jaar 70,5 procent; hij is nu 69,6 procent. Er is dus maar een beperkt verlies aan werkgelegenheid.

Het gezinsinkomen is gemiddeld relatief stabiel gebleven, zegt de Nationale Bank. Maar achter die gemiddelden zitten natuurlijk grote verschillen. De grote verschillen zitten in de sectoren die een lange tijd hebben moeten sluiten, de horeca en cultuur zijn de meest gekende. We hebben die sectoren ook massaal gesteund. De economische steunmaatregelen zijn dus ook sociale steunmaatregelen, want het gaat over de gezinnen van alle mensen achter die kleine winkels, cafés en culturele instellingen. De economische steun daaraan is dus ook een sociale maatregel.

Een bijzondere bezorgdheid die ik heb, is dat in de sectoren die het hardst worden getroffen, ook de meeste laaggeschoolden aan het werk zijn. Als er één prioriteit is voor de komende maanden en misschien jaren, dan is het proberen die mensen weer aan de slag te krijgen, ofwel waar ze aan het werk waren, ofwel in een nieuwe job. De minister van Werk heeft deze week nog – ze heeft haar plannen niet in de schuif laten liggen – het tewerkstellingsproject ‘Alle hens aan dek’ op tafel gelegd en daarover een sociaal akkoord gesloten. De titel is belangrijk, want die geeft opnieuw de richting aan. ‘Alle hens aan dek’: proberen iedereen mee te krijgen, niemand achterlaten en een opleidingsprogramma opzetten om in het bijzonder de laaggeschoolden te helpen om aan de slag te blijven. Het is mijn overtuiging dat polarisering in de arbeidsmarkt ook leidt tot polarisering in de politiek. Als we aan beide iets willen doen, dan moeten we werken aan de wortel van de problematiek, en dat is onder andere de kloof tussen hoog- en laaggeschoolden in de arbeidsmarkt.

De regering heeft maandag aangekondigd dat ze voor dat nieuwe arbeidsakkoord 190 miljoen euro zal vrijmaken, waarvan ongeveer 120 miljoen voor een opleidings- en loopbaanoffensief waarin de digitale skills belangrijk zijn. Ik vind dat een veel verstandigere maatregel dan andere voorstellen die ik deze week heb gehoord om bijvoorbeeld elke jongere een cheque van 460 euro te geven. Jongeren willen geen cheque, maar een job, een opleiding, een toekomst. Het mantra voor de economische politiek van het volgende jaar, de volgende twee jaren of misschien langer is dan ook: opleiden, opleiden en nog eens opleiden.

Trouwens, als we de grote investeringsbudgetten die we hebben voorzien voor het relanceplan in windmolens, woningrenovaties, zorgcentra en dergelijke meer in de feiten willen realiseren, dan hebben we ook massaal nood aan goed opgeleide zorgkundigen, leerkrachten en bouwvakkers. Dus, herscholing, opleiding wordt het pompende hart van de omschakeling van de oude naar de nieuwe economie, van pre covid naar post covid.

De Nationale Bank schat dat ongeveer 100.000 mensen hun job dreigen te verliezen. We moeten dus ook in een aantal nieuwe groeipolen nieuwe jobs creëren. Ook deze week is het Welvaartsfonds gelanceerd met 500 miljoen euro. Ik ben blij dat de federale overheid ingestapt is in het regionale initiatief. Op die manier worden de middelen zo efficiënt mogelijk aangewend en is er geen dubbelspendering ervan.

Ook de mensen die de afgelopen maanden aan de slag zijn gebleven, geven we wat meer loon naar werk. Ik denk bijvoorbeeld aan de pakjesbezorgers die dezer dagen onze economie draaiende houden. Wel, onder andere voor hen houden we de jobbonus overeind. Er komt een sociale lastenverlaging van 300 miljoen euro. Voor de laagste lonen betekent dit een voordeel tot 600 euro per jaar. We proberen dus alle lagen van de bevolking mee te nemen in deze relance.

Ik wil daar de volgende bemerking bij maken. In de media is er sprake van 200 miljoen euro voor een ‘Tower Bridge’ voor de fiets in Antwerpen. Als zulke projecten zouden kunnen, dan moeten we er ook voor zorgen dat er voldoende middelen zijn voor bijvoorbeeld vervoer op maat in landelijk gebied.

In de relance moeten we proberen niet alleen alle lagen van de bevolking mee te hebben maar moeten we ook alle delen van Vlaanderen laten voelen dat we in hen investeren. De relance moet inclusief zijn, dat is voor ons een belangrijk punt.

Collega's, het vaccin is in aantocht. We hebben het daar gisteren al over gehad. De economie moest een tijdlang aan de kunstmatige beademing. Dat is nog niet voorbij, dat zal nog een tijdje duren. De uitdaging voor volgend jaar zal zijn om op het gepaste moment, niet te snel, die overheidssteun af te bouwen. Gaan we te snel, dan zullen we veel bedrijven over kop zien gaan. Gaan we te traag, dan is dat ten nadele van de overheidsfinanciën. We zullen daar het juiste evenwicht moeten zoeken.

Hetzelfde geldt trouwens voor de begroting. Aan de ene kant mogen we zeker niet te vroeg de broeksriem aanhalen, want dan krijgen we hetzelfde effect als we hebben gezien na de eurocrisis en de financiële crisis met Griekenland. Wanneer we te snel overgaan tot het saneren van het tekort, duwen we de economie naar beneden en komen we in een neerwaartse spiraal terecht. Dat willen we absoluut vermijden. Aan de andere kant is het ook zonneklaar dat we ons geen budgettaire avonturen kunnen veroorloven. Dit jaar is er een tekort van 6,9 miljard euro, volgend jaar is dat 3,5 miljard euro. De schuld dreigt te verdubbelen tegen 2025.

En toch, collega’s, ben ik ondanks die zware cijfers niet defaitistisch over de toekomst. Ik wil deze periode vergelijken met de periode kort na de oorlog. Ook toen was er een grote schuldenopbouw en was de economie zwaar geraakt. Toch zijn we er in het daaropvolgende decennium in geslaagd om die schuld niet te laten oplopen en die zelfs af te bouwen. Dat hebben we gerealiseerd door een economische expansie. Ook nu moeten we volop inzetten op economische groei. Er zijn een paar succesrecepten van toen die we op dit ogenblik kunnen kopiëren om eenzelfde groei-effect te krijgen.

Wat was toen de aanpak? De Amerikanen hebben toen miljarden vrijgemaakt via het Marshallplan voor investeringen in Europa. Dat was ook het begin van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Vlaanderen lag in het centrum en de investeringen kwamen bijna letterlijk binnengestroomd via de haven van Antwerpen. Het was ook de periode waarin Vlaanderen Franstalig België is voorbijgestoken wat welvaart per capita betreft. We hebben toen lang vastgehouden aan de steenkoolmijnen, meer dan enkel de jaren nadien, maar we hebben ook een aantal nieuwe groeipolen gecreëerd waaronder de farma-industrie die vandaag in de hele wereld geroemd wordt. Denk maar aan Paul Janssen, die in de jaren 50 zijn onderneming is gestart.

Vandaag is het niet Amerika dat investeert maar de Europese Unie. We hebben de Green Deal en er komt 5 miljard euro, maar het belangrijkste voor ons is de 1800 miljard euro die wordt geïnvesteerd in heel Europa. Het zijn onze Vlaamse exporteurs die daarvan zullen profiteren. Van die kans moeten we gebruikmaken. Vlaanderen doet daar uit eigen zak ongeveer 2 miljard euro bovenop. Dat kunnen wij alleen maar doen dankzij de door de oppositie fel bekritiseerde spaarzaamheid uit het verleden. Volgens mij is 2 miljard euro een groot maar beheersbaar bedrag. Ik vergelijk met Nederland waar het over 20 miljard euro gaat. Om die schuld op termijn af te betalen, kunnen we werken met het omgekeerde sneeuwbaleffect. Dat heb ik de vorige keer al uitgelegd.

Tot slot nog een kort woordje over de brexit. Akkoord of geen akkoord, binnenkort zal het refrein van toepassing zijn: ‘Schipper mag ik overvaren? Moet ik dan een cent betalen?’. De vraag is hoeveel centen we zullen moeten betalen. Dat zal binnenkort bepaald worden. In het worstcasescenario wordt de kostprijs voor de Vlaming geschat op 900 euro. Als het meevalt, is het 230 euro. Dat toont in elk geval aan wat het prijskaartje kan zijn van het populistische avontuur dat aan de andere kant van het Kanaal werd opgesteld en waarvan iedereen nu in de brokken moet delen.

Collega’s, we zullen deze begroting natuurlijk goedkeuren. We zullen dat deze keer doen met overtuiging – de liberalen zouden zeggen: ‘met goesting’. Bij ons blijft het bij gewone overtuiging. (Gelach bij de oppositie)

Geen eenmalige premies voor het zorgpersoneel, maar wel een structurele loonsverhoging. Geen jongerencheques, maar wel een opleiding en een job. Geen gratis treintickets, wel investeringen in duurzame infrastructuur. Niet alleen investeringen in bakstenen en beton, maar in de zorg, in opleiding, in mensen zelf, niet beperkt tot enkel de steden, maar voor heel Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik vind het altijd leuk als collega Van Rompuy het heeft over de brexit. Ik wil dit toch opmerken, collega: wat u een populistisch avontuur noemt, noemen wij democratie. Wij noemen dat democratie. De mensen – iedereen die wilde – hadden het recht om te stemmen. Of ze nu stemden voor of tegen een brexit, ik heb respect voor de stem van de kiezer. De kiezer heeft gekozen voor een brexit. Dat dat een avontuur is, daar kan ik u misschien wel gelijk in geven. Maar dat dat een populistisch avontuur is? Neen! Dan kunt u even goed zeggen dat verkiezingen hier in Vlaanderen ook een populistisch avontuur zijn. Maar jullie hebben ervaring, ervaring in het wegzetten van honderdduizenden kiezers. Jullie hebben ervaring in het reeds decennialang negeren van honderdduizenden kiezers, van gewone mensen. We kregen daarvan zonet nog een staaltje van collega Vande Reyde. Hij is blijkbaar weggelopen, misschien is hij geschrokken. Denkt u nu echt, collega Schiltz, dat er bij onze kiezers en bij onze medewerkers geen mensen zijn die kinderen hebben met een beperking? Denkt u dat echt? Dan hoor ik uitspraken als: ‘De brexit is een populistisch avontuur.’ Collega Van Rompuy, we gaan altijd vriendschappelijk met elkaar om, maar ik blijf er u telkens opnieuw op wijzen: dat is gewoon democratie.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Collega, daarnet heeft uw collega Van dermeersch gewaarschuwd voor de brexit. Daarna hoor ik weer de half onuitgesproken sympathie voor de brexit. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Ik dacht dat uw partij opkwam voor de Vlaamse belangen. Wel, het zou in het belang van de Vlamingen en van de Vlaamse ondernemers geweest zijn, dat er geen brexit was. Dat zou pas in ons belang geweest zijn. Dat is het verdedigen van de belangen van de Vlamingen.

Maar u bent eigenlijk voor de brexit. U durft het niet helemaal te zeggen, maar u komt er bijna toe. Het zijn wel de Vlamingen die de rekening gepresenteerd krijgen en delen in de brokken. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Mijnheer Sintobin, u krijgt dadelijk het woord.

De Britten hebben gedacht – en dat was een fundamentele misrekening – dat ze de Europeanen eens uit elkaar konden spelen. ‘Die zijn met 27, maar we gaan die uit elkaar spelen en uiteindelijk onze goesting krijgen.’ Het is pas deze week dat ze beseffen dat die 27 bij elkaar blijven, op dezelfde lijn blijven. Die blijven zeggen: ‘Als jullie toegang willen tot die interne markt en alle welvaart die daaraan gekoppeld is, dan zullen jullie moeten spelen volgens dezelfde regels.’ Het zal dus wel degelijk eindigen op een populistische uitkomst. Men heeft die kiezers namelijk beloofd dat ze over alles als Britten hun eigen regels kunnen maken. Maar nu puntje bij paaltje komt, zal men het volgende vaststellen. Ofwel maakt men geen deal en wordt het een catastrofe, ook voor de Britten, vooral voor de Britten. Ofwel maakt men een deal – en Johnson en de Britten hebben dat nu ook door – en zullen ze volgens de regels van de Europese Unie moeten blijven spelen; alleen zullen ze er niets meer over te zeggen hebben.

En ja, dat vind ik populisme. Men heeft het beloofd en men krijgt het omgekeerde.

De heer Sintobin heeft het woord.

Jullie kennen natuurlijk alles van beloftes aan de kiezer maken. Ik denk dat vooral CD&V een patent heeft op beloftes maken en ze dan niet uitvoeren. U hebt er daarstraks in uw tussenkomst al naar verwezen.

U luistert nooit naar wat ik zeg. Ik heb gezegd dat ik niet akkoord ben met het feit dat u zegt dat dit populistisch gedoe is. Ik heb gezegd dat dit een avontuur is, maar ik heb niet over een populistisch avontuur gesproken. Ik heb gezegd dat ik de kiezer respecteer en dat ik respecteer dat de Britten daarvoor gekozen hebben. Misschien moeten we het ook eens omdraaien? Waarom hebben de Britten voor een brexit gekozen? Zou het niet kunnen zijn dat de schuld ook een beetje bij de Europese Unie ligt? Denkt u dat niet? Denkt u echt niet dat daar de reden ligt waarom de Britten voor een brexit hebben gekozen? U zegt dat wij allemaal heel coherent met 27 lidstaten samenzitten, maar die indruk heb ik toch niet. Men is nog twee landen aan het wegjagen, Polen en Hongarije. De lidstaten afdreigen met geld, daar is de Europese Unie heel sterk in.

Ik heb gezegd dat dit misschien een avontuur is voor de Britten en Europa. Ja, ik kom op voor de Vlaamse belangen. Ja, ik ben het ermee eens dat dit een impact zal hebben op de Vlaamse economie en industrie, en zelfs in het bijzonder op de West-Vlaamse economie. Ik ben me daar bijzonder bewust van. Ik heb alleen willen zeggen dat ik respect heb voor wat de Britten gekozen hebben, meer niet, ik heb respect voor de kiezer, maar bij jullie ligt dat heel moeilijk. Ik begrijp dat.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Een van de grootste voorstanders van de brexit is ook een van de rijkste Britten. Hij wil nu het een of andere Britse iconische automerk – ik ben geen autokenner, ik denk dat het Defender is – opnieuw op de markt brengen. Waar zal hij zijn fabriek inplanten om dat typische Britse automerk nieuw leven in te blazen? In Frankrijk en niet in Groot-Brittannië. Waarom? Die man beseft ten volle dat als hij wil dat zijn fabriek een beetje productief is en hij nog een beetje kan verkopen, hij dat in de Europese Unie moet doen.  De grootste supporters zeggen dus A en in feite doen ze B. Dat vind ik wel een vorm van populisme.

De heer Rzoska heeft het woord.

Ik vind het wat moeilijk om deze tussenkomst vanop de banken te doen. Ik voel me wat beperkt in mijn vrijheid van bewegen. Ik vind ook dat een begrotingsdebat, zelfs al is het geen evident begrotingsdebat, het best serieus vanachter een spreekgestoelte gebeurt. Ik zal mij echter aanpassen aan de omstandigheden.

Minister Diependaele, ik begin bij u. Ik keer terug naar het debat dat we vorige week over de begrotingsaanpassing hebben gehad. Een van uw uitspraken kwam bij mij en mijn fractie nogal hard binnen. Ik citeer u letterlijk: “Je kunt er dus donder op zeggen dat over tien of vijftien of misschien twintig jaar opnieuw een crisis komt. Een gezondheidscrisis, een financiële crisis, een economische crisis, een sociale crisis, geen idee welke, maar het komt opnieuw op ons af.”

Ik moet eerlijk zeggen dat ik uw uitspraak een beetje wereldvreemd vond. Iedereen beseft intussen dat er een grote klimaatcrisis aankomt. Meer zelfs, die crisis is al volop bezig.

Europa heeft heel heldere keuzes gemaakt met een Green Deal en nu ook door duidelijke klimaatdoelstellingen vast te leggen voor 2030. De Vlaamse Regering loopt achter. In Nederland hebben ze daar een nieuw woord voor: meestribbelen. Aan de ene kant een beetje meegaan, maar als ik de bevoegde minister hoor stribbelt men vooral veel tegen. Dat is dus meestribbelen. Wij hopen op een regering die echt durft te gaan voor de Green Deal, die niet meestribbelt, maar eigenlijk vooroploopt.

Met het relanceplan Vlaamse Veerkracht – want dat is voor mij echt de essentie naar 2021 en 2022 toe en dat zou eigenlijk de essentie moeten zijn van het debat vandaag, die relance – hengelt de Vlaamse Regering naar een aanzienlijk pakket middelen uit het Europees Herstelfonds. Veel, collega’s, zal daarbij afhangen van het ambitieniveau van de projecten die worden ingediend. Economen vanuit verschillende hoeken zeggen ons dat het nu het moment is om te kiezen voor productieve en duurzame investeringen die onze economie doen heropleven en tegelijk de omslag naar een groene economie mogelijk maken. En dat moet ook voor ons, collega’s, gebeuren op een sociaal rechtvaardige manier. We mogen echt niemand achterlaten. Dat was ook het uitgangspunt. Toen we hier in het parlement het debat over de coronacrisis hebben gevoerd, was iedereen het erover eens dat we niemand mochten achterlaten.

In die zin zitten er weliswaar goede dingen in het Vlaamse relanceplan, maar ik vind het ook ergens een gemiste kans. Dat heb ik al verschillende keren gezegd, zowel in het parlement als daarbuiten. Er is soms te weinig samenhang en focus. Er worden wat mij betreft te weinig duidelijke keuzes gemaakt. Een groot probleem van dat relanceplan is de versnippering van de middelen. 4,3 miljard euro aan extra middelen wordt versnipperd over alle ministers, die hun budget op hun beurt ook nog eens gaan versnipperen over de verschillende projecten. Ik had gehoopt dat deze Vlaamse Regering boven zichzelf zou uitstijgen en eigenlijk zou zeggen dat die relance zo belangrijk is dat we die centraal aanpakken en dat we niet meegaan in wat ik – als ik echt van slechte wil zou zijn – een ‘Belgisch compromis’ zou noemen, waarbij iedereen een stukje van de pot krijgt en het vervolgens ook nog eens over zijn stukjes gaat verdelen. Een echt relanceplan, collega’s, daar gaat een Vlaamse Regering vol achter staan en daar zegt ze van: ‘Dit zijn voor ons de duidelijke prioriteiten om de economie en de samenleving weer op volle toeren te brengen.’ Nu heb ik soms het gevoel – en dat heb ik eerder gezegd – dat het een soort van confettiplan is.

Ik hoorde collega Van Rompuy tijdens de laatste commissie Financiën, waar we de begroting hebben besproken, tussen de lijnen eigenlijk een gelijkaardige vraag stellen. Hij vroeg naar een a-priorikosten-batenanalyse van de relance-uitgaven. Ik vond die opmerking terecht. We hebben ze gehoord en we steunen ze. Daarom, collega’s, doe ik hier een suggestie. Ik weet dat er af en toe heel scherpe stukken verschijnen over de Vlaamse Regering en ook over u, minister-president. Ik roep u eigenlijk op. Eigenlijk zou u de uitdrager moeten zijn van het Vlaamse relanceplan. U zou dat moeten coördineren. U zou dat naar u toe moeten trekken, want dit is de belangrijkste werf van de komende jaren voor de Vlaamse Regering. En dan verwacht ik dat een minister-president daarin vooroploopt.

Als ik inhoudelijk naar het Vlaamse relanceplan ga kijken en het tekort aan focus invul, hoe zouden wij het dan ingevuld hebben? Ik zeg niet dat het slecht is, maar hoe zouden wij het ingevuld hebben? Als je kijkt naar wat werkgevers en werknemers van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) aan rapporten hebben ingediend over wat het klimaattraject zou moeten zijn van een regering die de klimaatdoelstellingen wil halen, dan denk ik dat daar heel veel eten en drinken in zit om dat relanceplan vorm te geven. Hun absolute prioriteit – en dan kom ik terug op die productiviteit en duurzaamheid – is investeren in de renovatie van de woningen van de meest kwetsbare gezinnen – daar maken ze een heel sterk onderscheid –, zowel op het vlak van energie als van woonkwaliteit. Waarom maakt de SERV dat onderscheid? Omdat die gezinnen de middelen niet hebben om die hoge renovatiekosten meteen te betalen. Collega’s, niet wij, maar de SERV zegt daarbij: het is een fictie dat ze alles wel zullen terugverdienen via een lagere energiefactuur. De overheid moet zelf veel meer middelen inbrengen. Met een premiebenadering of met de 40 miljoen euro extra voor noodkoopleningen gaan we er echt niet komen. Toch niet als we die ambitie willen waarmaken. En ik steun de SERV daarin: dit is de belangrijkste werf om er te komen en dat gaat ons nu niet lukken. Er was met het relanceplan een kans om daar een veel grotere bazooka op in te zetten.

De tweede prioriteit die ik daaruit haal, is het openbaar vervoer. Ik heb de ambities ter zake van de Vlaamse Regering in het regeerakkoord heel duidelijk gelezen: een uitstootvrije vloot in de centrumsteden tegen 2025. Dat vergt 1,3 miljard euro. Dat haal ik, minister Peeters, uit uw conceptnota. Maar in het relanceplan zit slechts een tiende van dat bedrag. Als ik dan kijk in de middelen van de begroting van Mobiliteit en Openbare Werken, de investeringsmiddelen van De Lijn, dan zakt het investeringsvolume van 197 vorig jaar naar 162 dit jaar. Ik had gehoopt – de opmerking is al gemaakt, terecht – dat er meer middelen voor relance, productiviteit en duurzaamheid – onze eigen bedrijven lopen daar voorop – zouden zijn. Ik had meer verwacht in het relanceplan.

Drie, we steunen alles wat betreft fietspaden. Die zitten er wel degelijk in. Dat erkennen we. Dat is een heel belangrijke investering om woon-werkverkeer te verduurzamen.

Maar we hadden liever ook een grotere inspanning gezien voor de aanpak van zwarte punten. Dat blijft een gesel in Vlaanderen. Een quick win – ik zeg niet dat er geen in zitten – is bijvoorbeeld het herstel van de brokkelbruggen. Dat is productiviteit en duurzaamheid. Dat is infrastructuur die we hebben, maar die niet meer bij de tijd is. Het relanceplan had een versnelling kunnen betekenen om meer in te zetten op de eigen infrastructuur die we in beheer hebben en die veilig moet zijn voor iedereen die deze dagelijks gebruikt, en dus niet, zoals vandaag gebeurt, te veel te gaan versnipperen.

We steunen het lokaal klimaatpact van de ministers Somers en Demir. Veel steden hebben grote ambities rond klimaat. Dat geldt ook voor Antwerpen. Dat kwam hier enkele weken geleden nog aan bod. De Vlaamse Regering kan zich daaraan spiegelen. Maar in de Vlaamse begroting vinden we te weinig middelen om de ambities zoals in Antwerpen naar Vlaams niveau te vertalen. Met 300 miljoen euro kunnen zulke steile ambities onmogelijk waargemaakt worden. Alleen al voor energiebesparende groepsrenovaties in wijken zal veel meer geld nodig zijn.

De betonstop, daar kom ik niet op terug, daar hadden we gisteren al een debat over. Daarbij hebben we onze analyse al gegeven.

Ik maak wel nog een punt, minister Crevits, over de industrie. Ik vind het goed dat er een VLAIO-routeplan (Agentschap Innoveren en Ondernemen) voor de klimaattransitie van de industrie is. Dat is een grote stap vooruit. De Vlaamse Regering zal wel een duidelijke keuze moeten maken. We gaan een duidelijk kader moeten geven aan die bedrijven. Daarvoor kijken we naar u. U hebt dat beloofd in de commissie. Ik ga ervan uit dat dat lukt.

Wij steunen de screening van uitgaven. Wij steunen de heroverweging, maar dan wel zonder taboes. Ook mechanismen waarvan wordt aangetoond dat ze niet hebben gewerkt, zoals de carbon leakage – dat debat ga ik niet opnieuw openen –, moeten in de heroverweging zitten voor ons. Het is echt niet normaal – en ik kijk alleen naar het Belgische luik – dat in een rapport van een bekend Nederlands onderzoeksbureau staat dat de Belgische industrie aan heel dat systeem maar liefst 2,1 miljard euro verdiend heeft, zonder dat daar in onze ogen geloofwaardige milieuprestaties tegenover stonden. U verwijst naar de EBO’s. Ik zou zeggen: maak klimaatcontracten met doelstellingen die ze moeten halen.

Ik ga even in op de begroting zelf. De Vlaamse én de Federale Regering hebben veel gedaan om de gevolgen van de coronacrisis te ondervangen. Ook in 2021 zal dat nodig zijn. Iedereen beseft nu weer de noodzaak – en dat is goed – van een sterke overheid om in tijden van crisis een economische en sociale ravage te vermijden.

Toch zijn er nog altijd sectoren die zich verweesd voelen, denk bijvoorbeeld aan de cultuur- en evenementensector. We gaan dus alert moeten blijven.

Voor de Vlaamse zorg- en welzijnsvoorzieningen is corona ook een trigger geweest om te werken aan een nieuw sociaal akkoord over betere loon- en arbeidsvoorwaarden. Dat akkoord kwam niets te vroeg. Ik denk dat de coronacrisis het in alle scherpte heeft getoond: er zijn te weinig handen aan de bedden in onze woonzorgcentra, in de thuiszorg, in de jeugdhulp. Dat er nu extra budgetten worden vrijgemaakt vinden wij een goede zaak. Maar laten we ons ook niet rijk rekenen, er zijn wel degelijk nog problemen die moeten worden opgelost. Voor de wachtlijsten in de zorg zijn er wel extra middelen, maar ze zijn nog niet weggewerkt. De pijnlijke getuigenissen vorige week van jongeren die maanden wachten op hulp in de geestelijke gezondheidszorg, en dat in volle crisis, spreken natuurlijk boekdelen. Daar mogen we niet ongevoelig voor blijven.

De Groen-fractie heeft alle begrip voor het feit dat de begrotingsopmaak 2021 door alle onzekerheden een aartsmoeilijke oefening is. Maar ook dan moeten we opletten dat het tekort niet mooier wordt voorgesteld dan nodig. Ik geef meteen aan waarom ik dat zeg. Niet alleen de middelen voor nieuwe coronamaatregelen in 2021, maar ook de extra kredieten die zijn voorzien voor het nieuwe sociaal akkoord, en de relance-uitgaven van het komende jaar, zijn nu enkel als provisie meegenomen. Dat betekent dat, naarmate ze effectief worden aangesproken, het begrotingsresultaat roder zal kleuren. Ik vind dat we daar ook open over moeten zijn.

Ik weet dat het een gevoelig punt is, maar u hebt in de commissie en in de pers regelmatig gezegd dat u terug naar gezonde overheidsfinanciën wilt gaan, minister. Ik begrijp ook dat u het nu misschien te vroeg vindt om in uw kaarten te laten kijken. Er was onmiddellijk wat zenuwachtigheid toen we dat debat probeerden aan te gaan in de commissie. Er vallen woorden als subsidieregister – waar ik een voorstander van ben –, uitgaventoetsing en vooral een brede heroverweging. Op dat laatste wil ik eigenlijk ingaan, want wat betekent dat eigenlijk, een brede heroverweging? Ik geef u meteen een voorbeeld. In Nederland heeft de regering dit voorjaar aan het parlement een ‘brede maatschappelijke heroverweging’ voorgelegd op niet minder dan zestien terreinen: van zorg en onderwijs, over werk en ruimte om te wonen, tot inclusie, innovatie en digitalisering. Die rapporten zijn de moeite waard. In evenveel rapporten zijn mogelijke beleidskeuzes voor de langere termijn beschreven, met ook mogelijke budgettaire scenario’s. Men legt zestien fundamentele domeinen voor aan het parlement, in alle openheid, met alle transparantie, met alle scenario’s. En dan gaat men het debat aan over welke weg men zou kiezen.

Mijn vraag is: gaat u met de Vlaamse Regering ook die weg op? De timing die u naar voren hebt geschoven om tegen de zomer een aantal dingen op te leveren, zijn dat dezelfde soort instrumenten als wat ik de Nederlandse regering dit voorjaar in het parlement heb zien neerleggen? Dan zal het debat inderdaad open zijn, en daar heb ik geen taboes bij om te kijken hoe we terug naar gezonde overheidsfinanciën kunnen gaan. Maar het mag echt niet snoeien om te bloeien zijn. Daar sluit ik mij aan bij collega Goeman. Het zou verder moeten gaan dan een blinde besparing.

Elke euro die de overheid uitgeeft, moet inderdaad doelgericht en doelmatig besteed zijn. Maar de nieuwe realiteit is ook dat we de komende jaren een sterke overheid nodig hebben met forse overheidsinvesteringen om het hele systeem rechtop te houden. Want we zijn volgens mij nog lang niet uit die gevarenzone – niet wat corona betreft, niet wat het risico van nieuwe pandemieën betreft, en al helemaal niet wat de ontwrichting van ons klimaat betreft. Dat zijn geen witte zwanen, dat zijn zwarte zwanen die we al lang hadden zien aankomen.

Minister Diependaele, goed regeren is op dat punt wel degelijk reageren op uitdagingen die al jaren geleden opdoken. Daar vind ik dat zowel in de begroting als in het relanceplan te weinig focus zit. Daarom zal de Groen-fractie deze begroting niet goedkeuren. (Applaus bij Groen)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, over een aantal zaken zijn we het grondig oneens. Om die reden zitten we in verschillende partijen en zit ik in de Vlaamse Regering en u in de oppositie. Dat neemt niet weg dat ik elke keer bijzonder geïnspireerd ben door uw woorden, die getuigen van dossierkennis en van een constructieve manier om tot oplossingen te komen. Al zijn er verschillen tussen ons en zullen die verschillen er altijd blijven, ik wil toch op een aantal elementen ingaan.

Het is wel degelijk de bedoeling dat het relanceplan Vlaamse Veerkracht een plan van de Vlaamse Regering is en door de Vlaamse Regering, onder mijn leiding, zal worden beheerd. Dat is de afspraak in de Vlaamse Regering. Ik ben het er fundamenteel mee oneens dat het een confettiplan is. Als we het plan tot zijn essentie reduceren, zitten er eigenlijk drie grote krachtlijnen in, namelijk duurzaamheid, voor ongeveer een derde van het budget, digitalisering, voor iets minder dan een derde van het budget en publieke investeringen, die vaak op de mobiliteit zijn gericht en zaken in verband met missing links of fietspaden willen oplossen. Dat zijn de drie grote assen van het plan. Heel de Vlaamse Regering is hierbij betrokken. Elke minister pakt zijn deel, maar het is een samenhangend geheel. Daar staan we voor. Dat coherente geheel moeten we samen beheren. Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat het tot een goed einde wordt gebracht.

Ik dank u voor de constructieve toon waarop u uw toespraak hebt gehouden en die elke keer weer elementen aanbrengt waar we iets mee moeten doen en waar we rekening mee zullen houden. Ik neem aan dat een aantal andere leden van de Vlaamse Regering nog op de detailkritiek zullen ingaan, maar ik wilde dit als eerste zeggen. (Applaus bij de meerderheid en van minister Bart Somers)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Eerst en vooral blijf ik bij het citaat over de crisissen. Het klopt dat de klimaatcrisis ook een crisis is, maar daar houden we in ons recurrent, jaarlijks beleid op lange termijn veel meer rekening mee. Dat gebeurt deels al. We kunnen van mening verschillen over de mate waarin dit moet gebeuren, maar het is natuurlijk ook een afweging tussen de aanpak van de crisis en de zorg voor de portefeuille van de mensen. Dat is een debat op zich, maar ik blijf wel degelijk bij de uitspraak dat we voor de toekomstige crisissen naar een gezond financieel beleid moeten terugkeren.

Mijnheer Rzoska, waarom zijn we zo zeker dat die crisissen zullen komen? U bent geschiedkundige. Als we naar het verleden kijken, zien we dat er om de tien tot vijftien jaar een crisis is. Dat geld wordt vastgelegd. Ik blijf daarbij. Ik denk dat we op dit vlak niet zo ver van elkaar staan. Het is de evidentie zelve.

Ik ben het er absoluut niet mee eens dat het relanceplan een versnipperd confettiplan is. Wat u natuurlijk vergeet te zeggen, is dat dit relanceplan ook op het Vlaams regeerakkoord is afgestemd. In het Vlaams regeerakkoord staan de grote lijnen aangegeven. Het relanceplan is daar een aanvulling op en we moeten beide samen lezen. Onder meer het economisch relancecomité heeft exact gevraagd om het relanceplan aansluiting te laten vinden bij de initiatieven en de beleidsbijsturingen die we in het licht van het Vlaams regeerakkoord al wilden uitvoeren.

Dat brengt me bij de vraag over de heroverweging a priori en de controle van het relanceplan. We hebben ons grotendeels door het economisch relancecomité en het maatschappelijk relancecomité laten leiden. Dat is natuurlijk geen heroverweging of spending review, want dat gebeurt a posteriori. Dat we ons door de comités hebben laten leiden, toont aan dat we wel degelijk hebben nagevraagd wat de meest efficiënte manier is en welke richting we het best uitgaan. De grote lijnen daarvan hebben we overgenomen. We hebben gedaan wat we moesten doen.

Dan is er het punt dat we het tekort mooier voorstellen dan het is. Ik vrees dat er een misverstand is, want het klopt natuurlijk niet dat de provisies niet in het vorderingssaldo worden meegerekend. Het is zelfs erger, want ons tekort wordt eigenlijk erger voorgesteld. Als er in 2021 geen derde golf komt, zullen we dat bedrag van 1 miljard euro niet nodig hebben. Zonder dat bedrag hebben we maar een tekort van 2,5 miljard euro. We stellen het tekort met 3,5 miljard euro eigenlijk erger voor. In die zin ben ik het daar helemaal niet mee eens.

Hetzelfde geldt trouwens voor de meerjarenraming. Momenteel gaan we ervan uit dat we de komende jaren geen inspanningen leveren en dat we in 2022, 2023 en 2024 een tekort van ongeveer 2 miljard euro opbouwen. Hierdoor stijgt de schuld tot 108 procent. Als we wel ingrijpen, zal de schuld natuurlijk dalen, want dan zullen we niet meer jaarlijks schuld opbouwen. Ik denk dat het helemaal fout is.

Het idee wordt verspreid dat we de cijfers mooier voorstellen dan ze zijn. Maar dat is absoluut niet waar, integendeel. Veel zal afhangen van de economische ontwikkelingen de komende maanden en jaren. Maar als het meevalt, als de derde golf kleiner is, als de vaccinatie lukt – en dat zijn zaken waar niemand zich gemakkelijk over kan uitspreken –, als het positiever is dan we nu inschatten, dan zullen die cijfers ook beter meevallen. En dan hebben we vandaag eigenlijk een slechtere voorstelling van zaken dan het eigenlijk is. Maar goed, begroten is ook altijd vooruitkijken. En we bereiden ons hier voor op het slechtste, laat dat zeer duidelijk zijn.

Wat het traject naar evenwicht betreft, is het de tweede keer dat u zegt dat ik enige zenuwachtigheid vertoon. Dat ken ik nochtans niet bepaald, maar goed. Het lijkt mij inderdaad onverstandig om daarover op dit moment harde uitspraken te doen en afspraken te maken. Dat lijkt me op dit moment niet goed. Economen zeggen dat ook. Zowat elke econoom bevestigt dat we die begroting vroeg of laat opnieuw in de richting van een evenwicht moeten sturen. Er zullen uitzonderingen zijn, maar goed, het zijn ook academici en dan krijg je verschillende meningen. Ik denk dat iedereen het daarover eens is. Maar evengoed zijn de meesten het erover eens dat we op dit moment zo maximaal mogelijk moeten investeren in de samenleving, in de economie. En dat is ook wat we doen.

U maakt een opmerking over die brede heroverweging. Het toeval wil dat we begin deze week ... Ik had tijdens een webinar laten vallen dat we ons daarin een beetje laten leiden door het Nederlandse voorbeeld. U had dat zelf ook al opgemerkt. We werden dan gecontacteerd door de Nederlandse ambassade om daarover samen te zitten. Dat ligt wel degelijk in die lijn. In Nederland heeft men dat in 2011 ook gedaan en toen had men twintig beleidsdomeinen. Men heeft toen ook een aanbod gedaan: dit zijn de mogelijkheden. Men heeft daar toen ook effectief van gebruikgemaakt om de keuzes te maken, wat natuurlijk nog altijd een politieke afweging is. Men heeft dat gebruikt als basis en men is dat nu voor een deel aan het herdoen. Wat zij in het voorjaar hebben gedaan, is meer die spending review. Dat is ook iets dat wij op lange termijn structureel willen inbouwen in die begroting. Ik moet eens bekijken hoe dat praktisch zal verlopen. Maar bij elke begrotingsopmaak, rond september, zullen we afspreken welke spending review we in de loop van het volgend jaar zullen doen.

Ik wil nog één element toevoegen. Ik heb het al verschillende keren gezegd, maar ik zal het blijven herhalen tot jullie het beu zijn: het is wel degelijk een heel uitdagende opdracht, zeker die timing. Ik ben mij daar heel goed van bewust. Zoals daarnet gezegd, reken ik dan ook op de medewerking van de collega's en de administratie om het tot een goed einde te brengen. Maar als we het kunnen doen, ben ik ervan overtuigd dat het een heel nuttig instrument zou kunnen zijn.

Ik denk dat ik hiermee al mijn punten heb gemaakt.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, eerst en vooral wil ik aansluiten bij de woorden van de minister-president. Het is inderdaad aangenaam om ten gronde van gedachten te kunnen wisselen zonder dat noodzakelijkerwijze de pannen van het dak hoeven te vliegen.

Collega Rzoska, u weet dat ik graag met u discussieer, dat is eigenlijk wel aangenaam.

Ik wil een vijftal puntjes meegeven. Ten eerste, omtrent uw zorg over de keuzes die we maken in het relanceplan. Zoals de minister-president zei, zijn die keuzes voor mij superhelder. Elke euro die we investeren, bijvoorbeeld in onze industrie, moet ofwel naar duurzaamheid ofwel naar digitalisering gaan. Dat zijn twee enorme uitdagingen waar we voor staan. Maar het woord duurzaamheid is natuurlijk geen ‘silver bullet’. Daar zit van alles onder. Duurzaamheid omvat hernieuwbare energie, CO2-beperking, circulaire economie, biogebaseerde economie – we gaan morgen trouwens met zo'n plan naar de Vlaamse Regering.

Ten tweede, bovendien hoeft u mij er niet van te overtuigen dat we onze basisenergie drastisch moeten vergroenen. Het is de eerste keer dat we dat plan hebben gemaakt om tot die klimaatneutrale basisindustrie te komen. Ik weet dat uw partij daar wat opmerkingen bij had, maar al bij al hebben we daarover een goede discussie gehad in het Vlaams Parlement. Het basismateriaal ligt er nu. En dat betekent dat we ook de industrie mee hebben. Zij zijn er zelf ook van overtuigd dat ze naar die klimaatneutraliteit moeten. En het is aan ons, de overheid, om ze net dat duwtje in de rug te geven om die omslag te maken. We zullen dat zeker doen. Ik wil dat absoluut, samen met u. Maar tegelijk wil ik dat de transitie ook voor mensen mogelijk is. En dat heb ik u – en dat verbaast mij – niet horen zeggen. Een van de kernelementen uit ons relanceplan is ook: opleiden, opleiden, opleiden.

Zorg ervoor dat, naast de harde investeringen die je doet, de mensen die tewerkgesteld zijn in onze bedrijven, mee kunnen en dat zij die transitie ook kunnen maken. Nog maar een paar dagen geleden pas hebben met de Vlaamse Regering, met alle vakbonden, alle werkgevers en de drie regeringspartijen samen, een SERV-VESOC-akkoord gesloten, waarin we gezegd hebben dat we nu bijna 200 miljoen euro gaan investeren in het massief opleiden van mensen en het proberen te beheersen in de komende maanden van de rode toestand op onze arbeidsmarkt, die er nu al is en die er ook zal zijn.

Het is voor mij echt wel dubbel. Duurzaamheid betekent: duurzaamheid in je productie en je bedrijfsweefsel, maar ook duurzaamheid in de manier waarop je mensen aan het werk houdt en hen dus ook opleidt om beter en duurzamer aan de slag te kunnen gaan.

Een vierde element, dat vandaag ook nog niet aangehaald is, is dat net vandaag het plan in de krant staat om onze innovatiesteun te heroriënteren. 2020 is een recordjaar qua innovatiesteun. Ontzettend veel bedrijven hebben innovatiesteun aangevraagd. Dat is goed, want corona is eigenlijk zeer nefast voor onze economie. En je ziet dat bedrijven net nu gaan nadenken over hoe ze een switch kunnen maken die hen groeikansen geeft. In samenspraak met ons Hermesbeslissingscomité hebben we de procedure gewijzigd. Vanaf nu zal een bedrijf dat innovatiesteun aanvraagt, de maatschappelijke meerwaarde die gecreëerd wordt met die steun, moeten aantonen. En dat zal een veelvoud moeten zijn met tien. Als men dus 500.000 euro innovatiesteun wil, zal men moeten aantonen dat men in de komende jaren een meerwaarde kan realiseren – dat kan klimaatmeerwaarde zijn, maar ook een meerwaarde inzake mobiliteit of onderwijs – die, geschat, het tienvoudige is. Ik wil dat we in Vlaanderen in kaart brengen welke meerwaardes we boeken met de innovatiesteun die we geven. En dat leidt ook weer tot doorbraken in duurzaamheid, in digitalisering, in maatschappelijke baten voor de hele samenleving. Dat is ook de weg die we met deze regering willen inslaan. En dat is ook dat routeplan waar u naar verwijst, om die klimaatsprong die we moeten maken, ook effectief te maken.

We hebben het al veel gehad over carbon leakage. Ik heb u gezegd dat ik samen met de partners ook zal werken aan die verstrenging of verduurzaming van ons energiebeleidsovereenkomsten. Maar ook hier wil ik die transitie samen met het bedrijfsleven doen, niet met de bedoeling om alle arbeidsplaatsen hier te liquideren, maar om mee die omslag te maken. En dat vraagt wat tijd. Maar het basismateriaal ligt er nu, en het engagement van de sectoren is er nu ook.

Dus over heel veel lijnen ga ik akkoord met uw tussenkomst, met dien verstande dat het voor mij echt van belang is dat ook de mensen in het verhaal mee zijn, vandaar dus ook een heel grote hap uit ons budget om die omslag mee te maken.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Rzoska, uiteraard wil ik ook graag even repliceren op uw tussenkomst. Ik sluit me uiteraard aan bij wat de minister-president al gezegd heeft. Wij zijn van oordeel dat ons relanceplan absoluut geen versnipperingsplan of confettiplan is, zoals u dat noemt. Als ik naar mijn eigen beleidsdomein kijk, het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, kan ik u duidelijk meegeven dat wij daar drie grote werven in voorzien hebben: fietsinfrastructuur, verkeersveiligheid en duurzaamheid. Ik zal u ook de bedragen meegeven die ik daar telkens aan besteed vanuit het relanceplan. Voor fietsinfrastructuur is dat een extra bedrag van 250 miljoen euro. Voor verkeersveiligheid is het een bedrag van 200 miljoen euro. En voor duurzaamheid gaat het om een bedrag van 385 miljoen euro. Dat komt allemaal boven op de reguliere investeringsmiddelen die wij voorzien hebben. Dat wil ik toch heel duidelijk meegeven.

U zegt dat we dat beter kunnen investeren in de brokkelbruggen en in de kunstwerken die we inderdaad hebben. Wat dat betreft, wil ik u meegeven dat we in 2021 een bedrag van 200 miljoen euro uittrekken om te investeren in onze kunstwerken, in onze bruggen, tunnels, kaaimuren en noem maar op. U legt terecht de vinger op de wonde als het gaat over brokkelbruggen – kunstwerken in categorie 4, zoals wij die noemen – die zich in een erbarmelijke toestand bevinden. Specifiek daarvoor trekken we ook extra middelen uit. We gaan daar een bedrag van 40 miljoen euro voor uittrekken, om daar snel aan tegemoet te komen en zodoende te zorgen voor veilige en ordentelijke infrastructuur.

Dan De Lijn. Dat is hier ook al een paar keer aan bod gekomen. Wat dat betreft, wil ik toch ook de juiste cijfers meegeven. Mijnheer Rzoska, u zei daarstraks, dacht ik, dat het om ongeveer 156 miljoen euro gaat. In het verleden was er qua investeringsmiddelen voor De Lijn sprake van gemiddeld 145 miljoen euro. Wij hebben dat bedrag al opgetrokken. Specifiek voor 2021 voorzien we in al 93 miljoen euro aan relancemiddelen boven op het investeringsbudget. Dat betekent dat we qua investeringsmiddelen in 2021 268 miljoen euro zullen geven aan De Lijn. Tegelijkertijd is er het geïntegreerd investeringsplan. Dat is al ter beschikking gesteld van het parlement. Ik neem aan dat jullie dat ook al grondig hebben geanalyseerd. Wat ziet u daar? Een budget voor De Lijn van 317 miljoen euro. Om maar aan te geven dat er toch veel meer in zit dat hier continu wordt gezegd. Er wordt continu gesteld dat we niks doen voor De Lijn.

Ik wil eveneens benadrukken wat ik ook gisteren hier in het halfrond heb gezegd. We kregen pas een heel grondige benchmark, een nulmeting, zeg maar, waaruit blijkt dat er inzake de exploitatie heel wat dingen fout zitten bij De Lijn, dat onze bussen veel te weinig kilometers rijden in vergelijking met soortgelijke bedrijven, soortgelijke regio’s, dat ruim 15 procent van onze bussen stilstaat. Wel, wij investeren in nieuwe bussen. Wat mij betreft, mag die 93 miljoen euro aan relancemiddelen integraal naar elektrische bussen gaan, maar dat zullen we nog verder moeten bespreken in overleg met De Lijn. Wij investeren, maar als er vandaag een aantal problemen zijn binnen De Lijn, dan heeft dat heel veel te maken met de eigen werking van De Lijn, met haar eigen exploitatie. Iedereen is het erover eens dat daar bijsturingen moeten gebeuren. We hebben dat gisteren hier al uitgebreid aan bod gebracht. Dat blijkt ook heel duidelijk uit de benchmark. Die bijsturingen zullen wij ook doen. We zullen een aantal kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) opnemen in de beheersovereenkomsten en daar desgevallend zelfs financiële consequenties aan koppelen als blijkt dat die exploitatie in de toekomst niet beter kan. Maar opnieuw, wij investeren volgend jaar een bedrag van 268 miljoen euro in De Lijn. Stop dus met hier continu te zeggen dat wij dat niet doen. De benchmark toont ook helemaal niet aan dat er een gebrek zou zijn wat de bijdrage van de Vlaamse overheid betreft.

De heer Bex heeft het woord.

Minister, u zegt dat u een aantal doelstellingen in die beheersovereenkomst zult inschrijven en dat er sancties komen als die niet worden gehaald. Ik kan daar voor een stuk in meegaan. Wij denken ook dat De Lijn performanter moet worden, maar als uit de inspanningen die De Lijn levert, blijkt dat er voor bepaalde zaken meer middelen nodig zijn om die kernopdrachten goed te vervullen, zult u op dat moment ook in die beheersovereenkomst inschrijven dat er meer middelen ter beschikking zullen worden gesteld?

Het onderdeel Mobiliteit en Openbare Werken hebben we dus ook al bijna afgewerkt.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Voorzitter, ik denk dat er toch iets meer bij Mobiliteit en Openbare Werken zit dan alleen datgene wat we nu hebben aangehaald.

Mijnheer Bex, ik heb daarstraks al heel duidelijk gezegd dat uit die benchmark heel duidelijk blijkt dat het niet een issue is van financiële problemen, maar van exploitatie. Onze bussen staan veel te veel stil in vergelijking met die van soortgelijke bedrijven. Er worden veel te weinig kilometers mee gereden. Als men kijkt naar de inzet van voltijdequivalenten, blijkt uit die benchmark dat in soortgelijke regio’s of in soortgelijke bedrijven 30 tot 40 procent meer wordt gepresteerd. Er moet een en ander veranderen inzake exploitatie, inzake uitvoering opdat De Lijn een performant overheidsbedrijf kan worden. We zullen dus een aantal meetbare doelstellingen, KPI’s opnemen in onze beheersovereenkomst. Dat is een overeenkomst tussen twee partijen, en die moet nog worden opgemaakt.

We zullen kijken hoe dat verder evolueert, maar om nu al te zeggen dat er meer geld besteed zal moeten worden om bepaalde doelstellingen te halen, neen. Men moet vooral inzetten op die performantie, vooral bijsturen inzake inzet van de middelen en personen die men heeft. Dat bleek heel duidelijk uit die studie. Als men bepaalde KPI’s niet haalt, zullen we dat jaarlijks monitoren. Bijkomend komt er ook een grotere evaluatie na vijf jaar. U weet dat De Lijn voor tien jaar aangesteld is als interne exploitant voor het kernnet en het aanvullende net. Na vijf jaar is er dus een grondige evaluatie, een nieuwe benchmark om te kijken of er vooruitgang geboekt is. Maar in de beheersovereenkomst: een jaarlijkse monitoring om die KPI’s te halen. Haalt men die niet, zie ik daar eerder financiële consequenties aan gekoppeld in negatieve zin dan een sanctie. Maar men moet sowieso ten volle inzetten op die meetbare doelstellingen en die trachten te behalen.

De heer Rzoska heeft het woord.

Dank u wel voor de lof. Misschien moet ik mij nu stilaan zorgen beginnen te maken en zal ik binnenkort partij-intern toch op het matje geroepen worden. Maar goed, dat is dan aan mij om daar mijn verdediging te voeren, dat ik het wel degelijk goed gemeend heb. (Gelach. Opmerkingen)

Ik ben natuurlijk tevreden, want ik denk dat het wel een belangrijk debat is. Het is misschien een bizarre begroting, maar ik vind die relance zeer van belang. Ik ben dus tevreden met een aantal antwoorden die komen, voor alle duidelijkheid.

Minister Crevits, u hebt helemaal gelijk: die transitie zal ook gebeuren door mensen die opleidingen te geven. Ik weet ook dat daar een stuk veerkracht van de economie in zit om mensen te heroriënteren en ook een stuk opleiding te geven om die toekomstige jobs in te vullen. Wat mij betreft, geen enkel probleem. Daar sta ik helemaal achter.

Rond die energietransitie en die carbon leakage, wat daarnet misschien wat minder aan bod kwam, wil ik toch gezegd hebben dat de discussie die we daar voeren, ook een stuk vanuit een ambitie is om nu net die energie-intensieve bedrijven ook te kunnen moderniseren en op het juiste traject te zetten. Dan bescherm je ze ook voor de toekomst. Want ondertussen – dat is natuurlijk een internationaal gegeven – zijn ook andere bedrijven op dat spoor aan het lopen. Het zou nefast zijn voor ons – als je naar de toekomst kijkt, collega Schiltz – dat die bedrijven bij ons niet volgen en op een gegeven moment uit de markt worden geprijsd omdat internationale bedrijven wel die weg opgegaan zijn. Het is dus eerder een bezorgdheid, ook naar de jobs toe, en ook om die bedrijven hier steviger te verankeren, maar dan wel op de juiste criteria. Dat wou ik daar nog over gezegd hebben.

Wat minister Peeters betreft, heb ik het heel duidelijk in mijn betoog – u kunt dat nalezen in het verslag – gehad over het investeringsbudget voor de propere en de groene bussen. Ik zou eerder verwacht hebben dat daar in de relance een turbo op gezet zou zijn. Als men ziet wat u zelf in uw conceptnota naar voren schuift wat er nodig is, 1,3 miljard euro, dan vond ik dat een van de werven waarop veel meer middelen ingezet hadden kunnen worden.

Die versnippering: ik vind het fantastisch hoe jullie zich uit de naad werken om te zeggen dat dat niet waar is. Maar mijn vraag in de commissievergadering was niet onschuldig, minister Diependaele, mijn vraag bij wie ik nu moet zijn voor de monitoring van dat relanceplan. U hebt mij toen geantwoord dat elke minister eigenlijk zijn budget beheert. Naar het parlement toe, en zeker als relance zo belangrijk is, zou daar eigenlijk een centrale rapportage op moeten komen. Ik sta niet alleen in die kritiek. Ik zal het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) citeren – ik maak het dan helemaal moeilijk als ik straks partij-intern ter verantwoording geroepen wordt. (Opmerkingen van minister-president Jambon)

Nu ben ik met vuur aan het spelen, dat weet ik, minister-president, maar ik ga het toch doen. Af en toe een risico op zich, dat houdt ook de spanning in het leven. (Opmerkingen van Stijn Bex)

Oké, als WhatsApp zegt dat het oké is, dan mag ik gaan. Maar wat schrijven zij? Ik citeer letterlijk: “Wat vandaag als ‘relanceplan’ op tafel ligt, overtuigt niet want te veel versnipperd.” Ik moet eerlijk zeggen dat ik ze daarin wel volg. Hoelang is dat geleden? U hebt dat ook gekregen, want het is van de Oost-Vlaamse Voka-afdeling, dat zat deze week in de bus, en ik lees dat altijd heel minutieus. U kunt het daar ook terugvinden. Ik denk dus, collega’s, dat we daar niet alleen in staan. Ik doe een oproep, en ik blijf daarbij: zorg dat die middelen veel meer geconcentreerd zijn, maak duidelijkere keuzes, weet waar u naartoe gaat. Ik vind het echt wel te veel versnippering – maar goed, dat punt heb ik gemaakt.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik wil daar toch even op ingaan. Inhoudelijk ligt het vast. Dat leggen wij  hier straks voor, bij de goedkeuring van de begroting. Wat de governance betreft, hebben wij dat inderdaad wel gecentraliseerd. Wij hebben een comité opgericht waarin een aantal kabinetten zitten en dat comité rapporteert aan de Vlaamse Regering in haar geheel over de progressie in de uitvoering van het relanceplan. Voor een aantal hoofdstukken zijn uiteraard vakministers verantwoordelijk.

Wat de commentaren van VOKA en zo betreft, hebben wij vrijdagnamiddag een webinar gehouden met honderden deelnemers om het in detail uit te leggen, want er was inderdaad nogal wat verwarring ontstaan, niet in het minst door bijvoorbeeld het VBO. Uit de feedback die wij gekregen hebben op onze webinar blijkt dat wij wel een stuk duidelijkheid hebben geschapen. 

Maar op uw punt dat governance centraal moet gebeuren, kan ik zeggen dat wij daarvoor de elementen in stelling hebben gebracht. U zult mij daar zeker kritisch op volgen in het komende jaar om te zien of het ook werkelijk in de praktijk gebeurt.

De heer Schiltz heeft het woord.

Op zo’n begrotingsdebat past het, zoals sommigen al gedaan hebben, om eventjes achterom te kijken, alvorens vooruit te kijken.

Minister Somers, uw fractieleider is bezig.

(Opmerkingen van minister Somers)

Als wij terugkijken naar het afgelopen jaar, en dat is hier al vaak aan bod gekomen, dan heeft deze regering en dit parlement, niet alleen de meerderheid, ook de oppositie, hard gewerkt om zowel mensen als bedrijven te stutten en overeind te houden. Dat heeft heel veel geld gekost. Wij weten zelfs nog niet exact hoeveel geld. Dat ligt niet aan ons. Dat ligt ook aan de rapportage daarover die telkens evolueert. In die zin is de begroting een beetje zoals door de mist sturen. Doe dat behoedzaam, probeer zoveel mogelijk alle signalen in de gaten te houden. Onze radar is het Rekenhof, dat ons scherp houdt. Daarom, toch ook wel een pluim voor u, minister van Begroting, voor de mate waarin u voorzichtig bent, soms te pessimistische cijfers durft naar voren te brengen. Zeker in crisisomstandigheden is het beter iets te voorzichtig te zijn dan te roekeloos. Die ruimte hebben wij nu niet meer. In die zin, lieve collega’s van de oppositie, hoop ik toch een beetje op uw begrip. Wij doen alles wat we kunnen om zo correct mogelijk te rapporteren over de begroting. Maar dat maakt ook dat je in de plannen die je vooruit spiegelt, afhankelijk bent van fors verschuivende en wijzigende cijfers.

Als wij stilstaan bij het afgelopen jaar, wil ik toch ook even stilstaan bij de manier waarop vele Vlamingen de crisis hebben beleefd. Wij moeten daarover niet onnozel doen. Voor de meesten die hier zitten, viel het al bij al nog mee. Wij hebben in belangrijke mate onze job nog kunnen blijven uitoefenen, dat moeten wij ook doen. Ons inkomen is niet in gevaar gekomen. Bij veel mensen is dat wel zo. Bedrijfsleiders die moesten sluiten; uitbaters van cafés en horeca die plots de zin van hun leven zagen onmogelijk worden enzovoort. Mijn eigen stiefzoon van 16 jaar, net nadat hij zijn examens had afgelegd, vroeg ineens of hij mee mocht toen ik met de wagen iets bij mijn moeder moest gaan afzetten. Hij vroeg dat omdat hij al twee weken niet meer buiten was geweest en alleen maar had gestudeerd, met als enige verplaatsing: van zijn kamer naar school en terug. Voor hem was het een feest om gewoon een half uurtje in de auto te zitten op de autostrade. Dat pakte mij. Het is toch straf dat een jongeman van 16 jaar een ritje in het donker op de autostrade met zijn stiefvader als het hoogtepunt van de dag beschouwt. Maar enfin, dat kon hij dan nog. Dan heb ik het nog niet over de verhalen die ons bereiken van studenten die in de eenzaamheid verzuipen, of van gezinnen die met 4 of 5 op een klein appartementje zitten en deze keer niet zoals in de zomer naar buiten kunnen. Wij moeten daarbij stilstaan.

Een kennis die ik na lange tijd nog eens opbelde, en plots bleek dat haar man een hartprobleem had gehad en niet naar het ziekenhuis was durven te gaan uit schrik om corona te krijgen en dus bijna gestorven was uit angst. Gelukkig op tijd toch nog daar gekregen, operatie, stent en de hele rimram. Die vrouw begon bijna te huilen: “Willem-Frederik, ik zou u graag eens een knuffel geven”, ook al hebben we elkaar zo lang niet gezien en zijn we niet per se elkaars meest intieme contact. De nood bij mensen om de basismenselijkheid en -warmte te ervaren, mogen we absoluut niet onderschatten. Het is niet alleen economie. Het zijn niet alleen de grote verhalen. Het zijn meer dan ooit de kleine verhalen van gewone mensen die ons vandaag wakker moeten houden.

Collega's, het is ook onze plicht om vooruit te kijken en perspectief te bieden, want er is perspectief. Om dat te kunnen doen, moeten we ervoor zorgen dat de schuldenkraan die we vandaag hebben moeten opendraaien, niet open blijft staan, want anders verzuipen we. Dus, het zal zaak zijn om het stutten, het onmiddellijk dichten van die lekken, te verschuiven naar doelgerichte maatregelen, specifiek afgebakend, doordacht, gecontroleerd, geverifieerd, met reviews, met heroverwegingen waar nodig. Dat doen we met de relance. Op die manier moet de relance een springplank worden om onze welvaart vooruit te katapulteren. We weten allemaal dat je schulden maar afbetaalt als je ervoor zorgt dat er inkomsten binnenkomen. Gewoon denken dat alles wel weer in orde komt en dat onze welvaart vanzelf zal aangroeien … Iemand heeft ooit de uitspraak gedaan: ‘schulden zijn er vanzelf gekomen, ze zullen vanzelf wel verdwijnen’. Dat is nog nooit zo onwaar geweest als vandaag. We zullen enorm hard moeten knokken om onze regio en ons land te hervormen, zodat we die welvaart wel kunnen pakken. En ja, dat gaat ook over investeringen in duurzaamheid, over grote sprongen voorwaarts durven te nemen. Zo zijn we als Vlaanderen ooit welvarend geworden en gebleven, en dat moeten we opnieuw doen.

Collega's, na de winter komt de lente en begint alles opnieuw te bloeien. De relance moet een nieuwe lente zijn, waarin onze welvaart weer groeit en kan bloeien. Maar opnieuw – en dat is het verschil met de natuur – een economische en maatschappelijke lente komt er niet vanzelf. Dat vraagt hard labeur, gedurfde ondernemingen, gedurfde inzichten, grote hervormingen. De minister-president heeft daar in de Septemberverklaring met Vlaamse Veerkracht een duidelijke richting aan gegeven. We kunnen erover discussiëren of er genoeg focus is. Mijnheer Rzoska, ik denk dat het heel belangrijk is om die focus te houden. We verstaan elkaar erin dat we niet zomaar geld moeten versnipperen en overal pappen en nathouden. Die luxe hebben we niet. Maar er is een duidelijke richting gegeven.

Ten eerste moeten we naar de overheid zelf kijken. Een logge, trage overheid die veel geld kost, kunnen we ons ook niet meer permitteren. We moeten, zeker als Vlaamse overheid, efficiënt zijn, wendbaar zijn, kunnen reageren wanneer er zich problemen voordoen, maar ook zorgen dat we meer kansen bieden, dat ondernemers die een goed innoverend idee hebben niet versmoord worden onder regeltjes die niet altijd zinvol zijn. We moeten dus ook kritisch durven te zijn en kijken naar de regeltjes die we andere mensen en onszelf opleggen.

Digitalisering, evident. We hebben ook in de crisis ervaren hoe belangrijk het is om niet alleen in hightechbedrijven, maar ook in de overheid, scholen en kwetsbare gezinnen de digitalisering te laten doordringen, tot in de laagste geledingen van onze maatschappij, om zo kansen te creëren, om de economische motor aan te zwengelen, maar ook om contact te kunnen houden met mensen wanneer er zich een gezondheidscrisis in de toekomst zou aandienen.

Administratieve efficiëntie, een wendbare, strakke overheid, digitalisering en duurzame transitie. Minister-president, u hebt het klaar en duidelijk aangehaald in de Septemberverklaring: Vlaanderen heeft heel veel troeven in handen. Het debat over carbon leakage zal nog vaak terugkomen, maar we hebben een forse industrie, die klaar is om met ons die sprong te maken. We hebben een petrochemische industrie die de ambitie heeft om de eerste biochemische industrie van West-Europa te worden. Het zal zaak zijn om dat zo snel en efficiënt mogelijk te doen en die welvaart niet naar China te laten weg eroderen, waar die allesbehalve duurzaam is.

In het plan Vlaamse Veerkracht staat er ook een fors luik omtrent decentralisering. Als we naar onszelf kijken en ons afvragen welke overheid de Vlaming nodig heeft – eender wie hij is – om vooruit te geraken, dan moeten we een overheid durven te zijn die het volle vertrouwen legt op het lokale niveau. Nabijheid is cruciaal.

Wanneer een crisis ons treft zoals vandaag, hebben we gemerkt dat het heel moeilijk is om vanuit dit parlement alleen en vanuit de kabinetten alleen te zien hoe we de boel centralistisch moeten besturen. We kunnen ideeën hebben, we moeten dingen in kaart brengen en monitoren, we moeten zaken in de gaten houden, maar het uitrollen van een crisisbestrijding is toch vooral een lokale zaak. Wanneer we plots onze vrijheden niet meer hebben of niet meer kunnen gebruiken, stellen we vast dat die nabijheid enorm belangrijk wordt en tot slagkracht in staat is. Mijn goede collega, minister Somers, zal me dat graag horen zeggen. Vertrouwen uitstralen in de lokale besturen, is ook vertrouwen geven aan mensen. En ik denk dat mensen vandaag veel nauwer betrokken zijn bij hun lokaal bestuur dan bij ons. Dus een warm pleidooi, minister-president, om ook fors door te zetten met de decentralisatie.

Collega’s, we moeten de vinger aan de pols blijven houden. Het gaat dan over het welzijn van de mensen, van ouders met kinderen met een handicap, van mensen in het onderwijs. We moeten de vrijheid vandaag in de gaten houden. We hebben hier gisteren een decreet goedgekeurd dat een fijn evenwicht zoekt tussen handhaving en vrijheden. In een crisis staan onze vrijheden en onze verworvenheden onder druk en rust op ons een enorme plicht om te bewijzen dat wij dat evenwicht kunnen bewaren. Maar we moeten ook waken over de vrijheid morgen, en dan gaat het over het beheersen van de schulden, het in stelling brengen van de relance. Efficiëntie en kerntaken zijn daarbij belangrijk.

Collega’s, het zal u niet verbazen dat de liberaal die hier zit, bijzonder fier is op de begroting die hier voorligt en de richting die de regering daarmee uitgaat. Maar zoals ik daarnet heb gezegd, wil ik mezelf niet te veel op de borst kloppen. Het is geen moment voor hoerastemming of voor ‘ik heb meer gelijk dan jij’. Ik denk oprecht dat het een tijd is van nederigheid, om te kijken naar de miserie rondom ons en er alles aan te doen om de mogelijkheden van de mensen rondom ons in kaart te brengen en te ontgrendelen. We hebben niet de luxe om mensen uit te sluiten. Het zal alle hens aan dek zijn. We moeten elk goed idee aanboren. Ik heb het dan over het creëren van kansen, minister Crevits, over het creëren van jobs, van andere jobs. We mogen mensen niet aan hun lot overlaten, vanwaar ze ook komen. Iedereen moet aan boord, elk talent telt. We moeten ervoor zorgen dat het Vlaams beleid een beleid wordt en blijft dat dicht bij de mensen staat in deze donkere tijden en op die manier perspectief kan bieden. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Waarde ministers, collega’s, heeft deze Vlaamse Regering iets geleerd uit de crisis? Dat is de vraag die voor ons centraal staat, en dat is ook waar de begroting een antwoord op moet geven.

Niemand had de coronacrisis kunnen voorspellen. Ik denk dat geen enkele zin zo vaak is gevallen in dit parlement, en dat klopt ook. Deze crisis heeft wat ons betreft geen fundamentele nieuwe dingen aan het licht gebracht. Deze crisis heeft wel een vergrootglas geplaatst op de kwetsbaarheden waar het welvarende Vlaanderen, na een jarenlang besparingsbeleid, toch al jaren mee kampt. Want we wisten natuurlijk al langer dat ons zorgpersoneel kreunt onder het werk. We wisten al langer dat veel jongeren met psychische problemen een nummer zijn in de rij. We wisten ook al langer dat onze leerkrachten en directeurs eigenlijk met te weinig zijn om elk kind het beste onderwijs te geven. Wanneer ik of een van mijn collega’s deze of de vorige regering daarover ondervroeg, dan kwam echter steevast de ontkenning of het borstgeklop dat Vlaanderen goed bezig was.

En toen kwam corona, en het virus hakt nog altijd ongenadig in op onze samenleving en op onze economie. Alle zeilen moesten en moeten worden bijgezet om de zorg overeind te houden, om onze bedrijven recht te houden, om levens te redden. Collega’s, ik denk dat het virus pijnlijk duidelijk maakt hoe belangrijk investeringen in de zorg zijn, in het fysieke en mentale welzijn van alle Vlamingen die, zeker in deze moeilijke tijden, moeite hebben om rond te komen aan het einde van de maand. Het is dan ook meer dan ooit tijd om te investeren in de zorg.

Wij zijn dan ook tevreden dat de sociale partners en de Vlaamse Regering een nieuw zorgakkoord sloten, een zorgakkoord dat zal zorgen voor betere lonen en meer ‘handen aan het bed’. Dat is nodig. Maar, collega’s, wie denkt dat daarmee het werk af is, vergist zich schromelijk en heeft niets geleerd.

De gezondheidscrisis zorgt ook voor een economische crisis. Als vorige crisissen ons iets geleerd hebben, is het wel – zoals ik daarnet al zei – dat besparingen ons niet helpen om daaruit te geraken. Investeren, investeren, investeren: dat is de enige weg vooruit.

Collega’s, laat me de analyse van deze begroting met een positieve noot beginnen. Het klinkt namelijk wel heel goed, wat deze Vlaamse Regering presenteert: 4,3 miljard euro om onze samenleving en de economie opnieuw op de rails te krijgen voor die broodnodige relance. Dat deze regering geld voorziet, is één zaak. Maar dat betekent natuurlijk niet dat deze regering dat geld ook effectief zal uitgeven, laat staan slim zal investeren. Om echt die sprong voorwaarts te maken die de Vlaamse Regering ons belooft, met een doorstart van onze economie en onze samenleving in tijden van corona, moet ze dat geld ook effectief uitgeven en slim investeren. Daar maken we ons, in alle eerlijkheid, op een aantal vlakken toch wel serieuze zorgen over.

Ik wil het eerst hebben over het uitgeven van dat geld. Het inschrijven van budgetten in de begroting is natuurlijk niet genoeg. De cruciale vraag is: gaan we echt vooruit? Wordt dat geld echt geïnvesteerd of komt de regering niet verder dan het opsommen van bedragen zonder die effectief uit te geven? Van die begrotingstruc heeft deze Vlaamse Regering, net zoals de vorige, trouwens wel een handje weg. Ik geef een voorbeeld. In november 2019 kondigde minister Peeters aan dat er een ‘steil groeipad’ was voorzien voor middelen voor fietsinfrastructuur, dat van 150 miljoen euro in 2019 zou stijgen tot 300 miljoen op het einde van de legislatuur. Nu komt daar nog eens 250 miljoen euro bij in het kader van de relanceplannen. Ook in de vorige legislatuur kondigde de minister met de regelmaat van de klok extra middelen voor fietspaden aan. Heel veel aankondigingen dus, maar amper nieuwe fietspaden. Dat heeft elke Vlaming die zich de voorbije maanden een nieuwe fiets heeft aangeschaft – toch nog iets positiefs aan heel deze coronacrisis – met eigen ogen kunnen vaststellen.

Collega’s, hoe komt dat? Dat is eigenlijk een simpele begrotingstruc. Enkel als lokale besturen investeren, komt Vlaanderen met het aangekondigde geld over de brug. Maar als onze lokale besturen die 2 euro niet hebben, zeker niet tijdens deze crisis, dan zullen er natuurlijk geen nieuwe fietspaden bij komen en geeft Vlaanderen slechts een deel van het aangekondigde geld uit.

Collega’s, veilige fietspaden zijn heel erg belangrijk. De voornaamste reden waarom ik dit vermeld, is dat de Vlaamse Regering die begrotingstruc van het voorzien in geld – ze weet op voorhand dat dit geld niet uitgegeven zal worden – systematisch toepast. Dat baart mij grote zorgen, collega’s. De regering gaat er zelf van uit dat een deel van het budget niet uitgegeven zal worden. Het gaat dus alweer vooral om het stapelen van bedragen, het sier maken met geld.

In dit verband wil ik ingaan op de wachtlijsten voor personen met een handicap. Deze regering trekt die naar voren en rekent vervolgens op een onderbenutting van het relancebudget van 10 procent. Dat gaat dus over 400 miljoen euro op een budget van 4,3 miljard euro. Anders gezegd: deze regering verwacht nu al dat ze 400 miljoen euro van het voorziene relancebudget niet zal uitgeven en dat geld zal kunnen besteden aan het wegwerken van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg. Of de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg zullen kunnen worden aangepast, hangt dus letterlijk af, minister Beke, van hoe slecht uw collega’s het zullen doen. Mensen met een handicap moeten hopen dat bijvoorbeeld minister Diependaele minder sociale woningen bouwt dan wat vandaag werd beloofd, opdat ze sneller geholpen worden. Sta me toe om dat bijzonder cynisch te vinden. Wat zegt dat over het vertrouwen in het eigen kunnen van deze regering? Wat zegt dat over jullie beeld van mensen met een beperking? U zadelt hen, letterlijk, op met de overschotjes.

Dan zwijg ik nog over de vraag of die begrotingstruc überhaupt zal passeren voor Europa. Want dat is wat ons betreft de hele zwakte van het relancebudget. Het leeuwendeel van 4,3 miljard euro, voorzien voor het relancebudget, moet van Europa komen. Maar Europa zal dat geld natuurlijk enkel geven onder strikte voorwaarden. Wij zijn er hoegenaamd niet van overtuigd dat Europa zomaar zal aanvaarden dat niet-uitgegeven middelen uit het relancebudget naar goeddunken in andere zaken gestoken kunnen worden. Minister Diependaele, kunt u ons garanderen dat Europa daar zonder meer akkoord mee zal gaan?

Waarde collega's, het geld in de begroting moet niet alleen worden uitgegeven zoals voorzien, het moet ook slim worden geïnvesteerd. Dat zeggen we al heel lang. Dat betekent ook dat die investeringen aan twee criteria moeten voldoen: ten eerste moet iedereen er op vooruitgaan en moeten alle Vlamingen in de voordelen van deze investeringsoperatie delen. Ten tweede moeten het productieve investeringen zijn, dat zijn investeringen die renderen en zichzelf op termijn terugbetalen. Ik vrees dat ook wij enkel kunnen vaststellen dat u op beide vlakken een aantal serieuze steken laat vallen.

Neem die 223 miljoen euro extra voor renovatie en isolatie in het relanceplan. Dat er extra geld bijkomt, is natuurlijk een goede zaak. Wij pleiten als sp.a al heel lang voor een ambitieus en grootscheeps renovatie- en isolatieprogramma, net als verschillende experts in dit parlement. Dat heeft natuurlijk alleen maar voordelen, het is goed voor het milieu, voor een lagere energiefactuur en voor de economie, want het levert extra jobs op. Je zou dus denken dat dat een ideale relancemaatregel is, maar toch slaagt deze regering erin om de bal mis te slaan. Weet u wat de definitie van waanzin is, minister Demir? Telkens opnieuw hetzelfde doen en hopen op een andere uitkomst. U weet intussen dat dat systeem van renteloze leningen en premies niet werkt. Het komt niet terecht bij de groep mensen die nochtans het vaakst in de slechtst geïsoleerde woningen leven. De vraag is: wat ben je met premies als je zelf niet de financiële middelen hebt om een grote investering te doen? Wat heb je aan een renteloze lening als je leninglast nu al zo torenhoog is dat een extra maandelijkse afbetaling compleet niet realistisch is? Uw begeleidingsmaatregelen zullen daar, wat ons betreft, niets aan veranderen. Er is dus maar een conclusie mogelijk: het budget dat u voorziet, is geen slimme investering en zal niet alle Vlamingen ten goede komen.

Dat is toch een ongelooflijk gemiste kans. Het kan wel. Sterker nog, uw voorzitter weet wel hoe het moet. In Antwerpen, waar uw partij samen met de socialisten bestuurt, beseft men dat men er alleen met leningen en premies niet zal raken en dat er dus slimme investeringen nodig zijn. Daar zet men nu een ambitieus isolatieprogramma op, waarin wordt onderzocht of er ook niet kan gewerkt worden met terugbetalingen via de meter. Hogere ambities, slimmere oplossingen. Ik vind het een beetje pijnlijk dat de minister-president van Vlaanderen zich de loef laat afsteken door zijn eigen partijvoorzitter, maar ik vind het vooral pijnlijk voor al die Vlamingen die de volgende jaren geconfronteerd worden met torenhoge energiefacturen omdat hun huis slecht geïsoleerd is en blijft.  Wij doen dus ook een oproep dat Vlaanderen een voorbeeld aan Antwerpen neemt, want iedereen weet dat deze Vlaamse Regering nog een serieuze tand of tien moet bijsteken om de Europese klimaatambities te halen. Ook op dat vlak mag de lat zeker nog wat hoger worden gelegd, minister Demir, in plaats van financiële transfers te blijven organiseren naar andere lidstaten om uw gebrek aan ambitie af te kopen.

Ook als ik naar de welzijnsinvesteringen kijk, collega’s, gaan zeker niet alle Vlamingen er op vooruit. Het gaat dan bijvoorbeeld over Vlamingen met een beperking die wachten op hulp. Ja, er zullen een aantal mensen vroeger worden geholpen als heel die overschotjesconstructie passeert. Dat zijn mensen die al jaren wachten op hun budget waar ze simpelweg recht op hebben. Hoe sneller ze met dat budget die zorg krijgen, hoe beter. Alleen helpt u geen enkele persoon met een beperking meer dan er initieel werd voorzien. Niet één. De begroting voorziet nochtans heel wat meer middelen, maar niet voor hen. Daardoor krijgen duizenden mensen tijdens deze legislatuur niet de hulp waar ze nochtans recht op hebben.

Hetzelfde verhaal vinden we in de jeugdhulp. De verhalen die ik vorige week heb gelezen, zijn serieus binnengekomen. Daar blijven de wachtlijsten ook tijdens deze legislatuur even lang, schandalig lang. Het kan toch niet dat jongeren soms maanden of zelfs jaren moeten wachten op hulp of dat jongeren met suïcidale neigingen van de spoed opnieuw naar huis worden gestuurd omdat er geen plaats is? Er zijn zo veel wachtende jongeren dat er nu zelfs een quotum is voor dringende hulp. Ja, dat hoort u goed. Daardoor maken sommige kinderen in acute nood zelfs geen enkele kans meer om geholpen te worden. Dat vind ik echt verschrikkelijk, want corona verlicht de mentale druk ook niet, die wordt alleen maar zwaarder. 

En ja, minister Beke, er is extra geld voor mentaal welzijn in de relancemiddelen en ja, de structurele budgetten voor mentaal welzijn en geestelijke gezondheidszorg gaan inderdaad wat omhoog, maar u weet net zo goed als ik dat dat eigenlijk slechts een druppel op een hete plaat zal zijn.

En dan, collega’s, steekt het inderdaad dat er opnieuw 50 miljoen euro wordt uitgetrokken voor carbon leakage, dat er nog altijd meer subsidies gaan naar die regionale luchthavens dan ze überhaupt omzet draaien, dat er in de begroting een half miljoen euro is uitgetrokken voor symboolmaatregelen als de Vlaamse canon en voor cadeautjes als een fietsbrug die een groot deel van het jaar open gaat staan en een congrescentrum van 64 miljoen euro. Dat steekt.

Het gaat hem natuurlijk niet over dat congrescentrum, maar wel over de keuzes die jullie maken. Het gaat over waar de Vlaamse Regering haar prioriteiten legt. Het gaat over het feit dat kwetsbare jongeren duidelijk niet bovenaan staan. En neen, wij verwachten niet dat jullie de wachtlijsten die jullie de voorbije vijftien jaar hebben opgebouwd, nu plots op vijf jaar gaan oplossen; dat is simpelweg onmogelijk en dat weten wij ook. Wat wij wel verwachten, wat al die mensen verwachten, die kwetsbare jongeren en de mensen die thuis voor hen zorgen, is inderdaad een perspectief, een serieuze inhaalbeweging om te vermijden dat de problemen van veel van die jongeren ook verder escaleren en dat die jongeren uiteindelijk op veel ingrijpendere en langdurigere hulp zijn aangewezen. Misschien kan ik jullie overtuigen als ik het vanuit economisch perspectief bekijk. Daar is namelijk een woord voor: terugverdieneffecten. Elke euro die je investeert in de jeugdhulp, zal zich later dubbel en dik terugbetalen. Uitgestelde hulp is dure hulp, altijd.

Dat brengt mij bij het tweede criterium van slim investeren. Gaat de investering van deze Vlaamse Regering zichzelf op termijn terugbetalen? Gaan die investeringen renderen voor de maatschappij, de economie en het klimaat? En ook op dat vlak – en het spijt mij dat te moeten zeggen – laat deze regering toch wel een aantal geweldige kansen liggen. ik had het al over het inefficiënte isolatieplan van minister Demir, maar dat geldt wat ons betreft zeker ook voor dat onbegrijpelijke gebrek aan investeringen in het openbaar vervoer in het kader van de relance. Zelfs een blinde kan zien dat investeren in openbaar vervoer gaat renderen. Meer mensen op de bus betekent minder mensen in de file, betekent meer economische productiviteit en betekent minder luchtvervuiling, wat dan weer rendeert voor onze gezondheid en die van de planeet.

Dat geldt zeker al als het over de elektrische bussen gaat. Dat is een win-win-win-winsituatie en toch – en wij vinden dat onbegrijpelijk – voorziet u maar in 93 miljoen euro voor de vergroening van de bussen van De Lijn in het relanceplan, terwijl u weet dat er eigenlijk 1,3 miljard euro nodig is om alle bussen in de stadskernen tegen 2025 elektrisch te laten rijden. Dus ofwel hebt u uw ambitie aangepast ofwel weet u nu al dat u die ambitie niet zult halen.

Jullie spreken voortdurend over een historische investering, maar ik zie, met de beste wil van de wereld, vooral een gemiste kans om van De Lijn een goed draaiende, betaalbare en duurzame vervoersmaatschappij te maken. Dat zou wat ons betreft een typevoorbeeld zijn van een slimme investering, goed voor elke Vlaming en met een driedubbel rendement: voor de economie, voor het klimaat en voor onze gezondheid.

Laat mij tot slot terugkomen op mijn eerste vraag, collega’s. Heeft deze Vlaamse Regering iets geleerd uit deze crisis? (Opmerkingen van minister Bart Somers)

Jawel! Jawel! Ook jullie hebben duidelijk ingezien, minister Somers, dat besparen niet de manier is om Vlaanderen uit de crisis te loodsen. Er is 4,3 miljard euro aan relancemiddelen, maar wij vinden toch ook dat jullie de fouten uit het verleden blijven maken. In geld voorzien is natuurlijk niet hetzelfde als geld uitgeven, en geld uitgeven is niet hetzelfde als slim investeren. Wij denken dat niet elke euro waarin jullie voorzien, effectief goed zal worden uitgegeven, dat niet elke euro die jullie daadwerkelijk uitgeven, ten goede zal komen van alle Vlamingen en dat niet elke euro die jullie investeren, ook effectief zal renderen. En daarom zal mijn fractie straks tegen deze begroting stemmen. (Applaus bij de sp.a)

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mevrouw Goeman, ik ga niet in herhaling vallen wat De Lijn betreft, omdat ik denk dat ik daarstraks al heel duidelijk gezegd heb dat wij extra gaan investeren in elektrische bussen. Dat De Lijn via de raad van bestuur in juli zelf een bestek heeft stopgezet voor de aankoop van die 970 bussen, dat had tal van redenen, waaronder het feit dat het elektrische verhaal continu aan vernieuwing en innovatie onderhevig is. Dat is een van de redenen waarom men dat grote bestek heeft stopgezet.

Het ging niet alleen over de bussen maar ook over de laadinfrastructuur. Opnieuw, we gaan investeren in elektrische bussen. We houden vast aan onze ambitie om tegen 2025 de stedelijke kernen emissievrij te hebben en tegen 2035 heel Vlaanderen. Ik hoop dat ik u daarmee kan geruststellen. Ik verwijs naar het investeringsplan 2021, waaruit blijkt dat voor De Lijn 317 miljoen euro wordt ingeschreven, waaronder de 268 miljoen euro die ik daarnet al heb herhaald, en waarbij heel wat beschikbaarheidsvergoedingen zijn opgenomen voor investeringen die we nu nog betalen.

Ik kom terug op de fiets. Ik ben heel blij dat u het hele fietsverhaal aanhaalt. Ik heb al meermaals gezegd dat ik een fietsreflex wil bij elke burger bij elke verplaatsing, naar school, naar het werk of bij een recreatieve verplaatsing. We willen dat de mensen continu denken aan de fiets, vandaar de fietsreflex, maar ook de fietsambitie bij iedereen die met infrastructuur bezig is. Dat gaat dan over de lokale en provinciale overheden, en over onszelf als Vlaamse overheid.

Ik ben blij dat u het aanhaalt. We hadden inderdaad de ambitie om een schaalsprong te maken inzake fietsinfrastructuur. In het verleden was er een bedrag van 150 miljoen euro in 2019; naar het einde van de legislatuur zou dat oplopen tot 300 miljoen euro. Met de relancemiddelen gaan we nog een versnelling hoger. We gaan in 2021 335 miljoen euro investeren in fietsinfrastructuur. U doet uitschijnen dat lokale besturen daar telkens minimum 60 procent moeten bijleggen. U zegt dat er voor elke euro 2 euro door de lokale besturen worden bijgelegd. U hebt het dan over één heel klein aandeel, en dat is een subsidiereglement dat minister Somers gaat uitrollen om ook op de gemeentewegen te zorgen voor extra fietsinvesteringen.

Die 335 miljoen euro – en ik benadruk dat cijfer, mevrouw Goeman – die we uittrekken voor 2021 voor fietsinfrastructuur gaat veel ruimer en heeft betrekking op heel wat fietsinfrastructuur. Dat gaat over fietspaden langs gewestwegen, over de fietssnelwegen en over het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk. Die grote investeringen doen we met effectief de garantie dat de werken gerealiseerd worden. We monitoren continu de vastleggingen.

U vraagt of de 180 miljoen euro van 2020 effectief wordt uitgegeven, wel, ik kan u verzekeren dat in de laatste cijfers 86 procent van de infrastructuur is vastgelegd. Ik had liever 100 procent, maar twee projecten zijn iets minder en dat trekt het percentage iets naar omlaag. Eén project is in Nieuwpoort bij het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust. Door een gebrek aan vergunningen kon het nog niet doorgaan.

Verder, de grootste participant in het creëren van veiliger en comfortabeler fietspaden is het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Zij zitten – die pluim moeten we echt geven – voor fietsinfrastructuur al aan 98 procent vastleggingen. Dat is de effectieve realisatie en uitvoering van projecten. We monitoren de vastleggingen continu, misschien vindt niet iedereen dat even leuk, daar komt administratief veel bij kijken, maar het is heel belangrijk dat we de middelen die we voorzien ook echt uitgeven.

De cijfers zeggen misschien niet echt veel bij sommigen. AWV met zijn 98 procent staat in voor 323 projecten voor een bedrag van circa 90 miljoen euro over heel Vlaanderen. Dit is alleen voor de fiets. Dat wil ik duidelijk gezegd hebben.

We gaan investeren in de fietspaden langs onze gewestwegen, in bovenlokale fietsroutenetwerken en fietssnelwegen.

Wat dat betreft, geven we ook nog extra middelen aan het Fietsfonds, zodat ook daar de provincie nog meer kan inzetten op de fietssnelwegen, waar zij ook een taak op zich neemt. Maar die bijkomende middelen, dat gaat ook over fietssnelheden die bijvoorbeeld op gemeentelijke gronden liggen, en uiteraard ook langs waterwegen en dergelijke. Ik wil maar aangeven dat wat u zegt, absoluut niet klopt. Het klopt niet dat lokale besturen daar continu geld tegenover moeten leggen, en dat het daarom niet zou kunnen worden gerealiseerd.

Naast die grote investeringsprojecten wil ik u wel meegeven dat wij lokale besturen ook nog ondersteunen en faciliteren. Wij willen ook bij hen die fietsambitie duidelijk laten groeien. Hoe doen we dat? Door enerzijds ten volle in te zetten op de schoolomgevingen, zodat kinderen zich veiliger kunnen verplaatsen – het liefst met de fiets, maar het kan natuurlijk ook te voet. Het gaat om een straal van honderd meter rondom de school, en daar hebben we al heel wat projecten voor uitgetekend en verbeterd in het kader van verkeersveiligheid.

Wat doen we vanaf volgend jaar ook nog? De fietsroutes van en naar school: daarvan denk ik dat heel wat lokale besturen al die hele tracés in kaart hebben gebracht. Ook daarvoor trekken we nog eens bijkomend 30 miljoen euro uit voor investeringen, zowel in gemeente- als gewestwegen. Zo kan nog meer schoolgaande jeugd straks met de fiets naar school.

Ik wil dus toch benadrukken dat we heel veel gaan investeren in onze fietsinfrastructuur. Het is zeker niet zo dat wij lokale besturen daarmee belasten, integendeel. We ondersteunen ze en faciliteren ze. Ik dank u.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Na de heel accurate en correcte uiteenzetting van mijn collega Peeters wil ik nog iets kleins toevoegen. Mevrouw Goeman, u zegt dat we aan cofinanciering gaan doen met de lokale besturen, en dat dat eigenlijk een truc is, want je weet dat je dat geld niet gaat uitgeven. Wel, ik moet zeggen dat het systeem van cofinanciering met lokale besturen een zeer gekende techniek is die we heel vaak gebruiken, ook toen u in de regering zat. Met uw ministers hebt u daar ook gebruik van gemaakt. En ik moet u zeggen dat ik van heel veel lokale besturen al heel positieve respons heb gekregen. Want ook lokaal is men natuurlijk aan het nadenken over hoe we die transitie gaan maken. Men ziet in Vlaanderen een groeiende overstap naar de fiets, en lokale besturen zijn ook bereid om daar een tandje bij te steken. Ze heroriënteren hun investeringsplannen, en deze 150 miljoen euro van Vlaanderen komt hen daar enorm bij te hulp. Ik ben er dus absoluut van overtuigd dat het overgrote deel van dat geld – op basis van trekkingsrechten – wel degelijk lokaal zal worden geïnvesteerd.

We gaan dat ook monitoren, zoals minister Peeters heeft gezegd. Als dan blijkt dat sommige steden en gemeenten misschien niet geïnteresseerd zijn, kunnen we in de schoot van de Vlaamse Regering nog altijd kijken hoe we die gelden kunnen heroriënteren voor zij die welwillend zijn. Dat kan perfect mogelijk zijn. Maar ik voel bij de lokale besturen op heel veel plaatsen enorm veel gretigheid en grinta om rond het fietspadenbeleid de handen uit de mouwen te steken. Ik zie zelfs bij de oppositiebanken hier en daar instemmend geknik, wat mij altijd geruststelt dat ik op het juiste spoor zit.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mevrouw Goeman, die cofinanciering is trouwens een favoriet instrument van de Europese Unie, en dat is gewoon een vorm van eigenaarschap geven, verantwoordelijkheid, responsabilisering. Ik vind dat een fantastisch systeem. Dat zorgt dat je echt overheden krijgt die samenwerken. Ik zie dus niet in wat daar negatief aan zou zijn.

Maar ik wilde niet daarop reageren. Ik vind die insinuatie, uw riedeltje als zouden we geld inschrijven dat niet wordt uitgeschreven, eigenlijk flauw en behoorlijk misplaatst. Want dat is natuurlijk niet het geval. De uitgaven die we inschrijven, zijn bedoeld om uit te geven. En uw eigen controleorgaan, het Rekenhof, maakt daar op zich ook geen bemerkingen op. Het systeem om te werken met onderbenutting is aanvaard, ook door het Rekenhof. Wij hebben historisch een onderbenutting van ongeveer 2 à 2,24 procent, en dat valt heel goed mee. Nu, we weten allemaal dat dat bij nieuw beleid, bij investeringsbeleid iets hoger ligt. En dat is niet abnormaal.

Ik ga daar één nuance bij maken, en dat is die provisie van 1 miljard. Ik geef grif toe dat ik die het liefst niet zou uitgeven. Waarom? Als we die niet uitgeven, zou dat betekenen dat de crisis ongeveer onder controle is en dat de noden ook minder groot zijn. Dat is dus een provisie die we hebben ingeschreven, echt een worstcasescenario van 1 miljard euro. Maar als we dat niet helemaal uitgegeven hebben, zal ik blij zijn, want dat zou betekenen dat de eventuele derde golf of wat dan ook er niet gekomen is. Laat dat duidelijk zijn.

Wat het relancebudget betreft, was het gemakkelijk geweest het bedrag van 405 miljoen euro bij dat bedrag van 4,3 miljard euro in te schrijven. Dat was geen probleem en daar zou geen haan naar hebben gekraaid. Het zou ons zelfs nog groter laten lijken. Het is echter onze betrachting om een realistisch beeld te geven van wat we doen. Dat past hierin. Dit is een normale techniek en het Rekenhof stelt daar ook geen vragen over.

Ik kan trouwens nog een voorbeeld geven. We investeren 250 miljoen euro meer in sociale woningen, maar daarvan is slechts 5 tot 10 miljoen euro in het relancebudget opgenomen. Voor de rest gaat het om leningen in het Financieringssysteem 3 (FS3-leningen) die over meer jaren dan de komende twee jaar worden gespreid. Daar zit enkel dat bedrag in. We hadden dit erbij kunnen tellen, maar we hebben dat niet gedaan. We willen een realistisch beeld geven en we willen duidelijk aangeven wat in de recurrente begroting moet staan en wat bij het relancebudget hoort. Ik vind die opmerking niet terecht.

De heer Bex heeft het woord.

Voorzitter, ik kom nog even terug op de discussie over de fietspaden, maar niet met de bedoeling om nu al het debat te voeren dat we deze nacht zullen kunnen voeren. Ik steun alle liberalen die hier voor een efficiënte overheid pleiten. Dat is nodig om daadkrachtig te kunnen zijn. We weten, bijvoorbeeld uit de hoorzittingen van vorige week met de mensen die in Vlaanderen met het fietsbeleid bezig zijn, dat er in de Vlaamse administratie iets schort aan de omzetting van de middelen, waarin inderdaad is voorzien, in concrete realisaties op het terrein. Ik zou zelfs durven te pleiten voor een benchmark van de fietsadministratie, zodat we dit kunnen afzetten tegen wat de provincies doen of wat in Nederland of Denemarken wordt gerealiseerd. In die optiek zou ik de liberale ministers in de Vlaamse Regering een vraag willen stellen.

Minister Somers, minister Peeters, waarom wordt het fietsbeleid binnen de Vlaamse Regering en in de administratie eigenlijk nog feller versnipperd? Ik zie niet in waarom de minister van Mobiliteit die middelen, die in goede samenwerking met de gemeentebesturen moeten worden besteed, niet op een centrale plaats beheert. Zo zouden de initiatieven zeer efficiënt op elkaar kunnen worden afgestemd. Nu riskeren we een versnippering of minstens een moeilijke communicatie tussen jullie administraties. Hoe zullen jullie garanderen dat die middelen in een coherent fietsbeleid terechtkomen en efficiënt zullen worden besteed?

De heer Veys heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, ik zou graag op uw uitspraak reageren. U hebt net de sociale woningen als voorbeeld aangehaald, maar dat is net een typevoorbeeld van een beleid dat niet op de juiste manier wordt gevoerd. Dat is waar mijn fractie op wil wijzen. Als ik vragen over sociale woningen stel, antwoordt u steevast hetzelfde. Het ging om 4,4 miljard euro en ondertussen over 4,5 miljard euro. Dat gebeurt met FS3-toewijzingen, maar we zien elk jaar dat de FS3-toewijzingen in het jaarbudget niet buitengaan. Het gevolg zal zijn dat we op het einde van de legislatuur niet voldoende sociale woningen zullen hebben gebouwd. Het zou een stuk beter kunnen. Als het de ambitie is 4,5 miljard euro aan sociale woningen te besteden en als we zien dat die woningen niet snel genoeg worden gebouwd, moeten we daar het beleid op enten. Dat gebeurt niet. Wat gebeurt, is dat de sociale huisvestingsmaatschappijen moeten fusioneren, waardoor ze minder aandacht voor het bouwen zullen hebben en waardoor nog minder zal worden gebouwd.

Ik heb in de commissie nog altijd geen duidelijk antwoord gekregen op de vraag wat de meerwaarde van de fusieoperatie is. U hebt gezegd dat we binnen een aantal jaren meer zullen bouwen. Waarom, wat of hoe weet ik niet. Ik zal het straks misschien horen.

Mijnheer Veys, dit kan ter sprake komen als we het over het onderdeel Wonen hebben.

Voorzitter, het gaat me om hoe we een beleid voeren.

Mijnheer Bothuyne, een ander voorbeeld is het Noodkoopfonds dat u net hebt aangehaald. Het Noodkoopfonds voorziet in 15,5 miljoen euro voor die 2 procent van de kopers van een woning die geen budget hebben om die woning zelf te renoveren. Na de eerste oproep is slechts 7,7 miljoen euro besteed. Ik wil nog wat geduld hebben. Het was een eerste oproep en misschien zijn er nog wat schoonheidsfoutjes. De lokale besturen weten er nog niet alles van. De vraag is dan wat de visie is, wat we zullen doen. Enkel in centen voorzien, is voor ons niet voldoende.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik wil even antwoorden op de vragen van collega Bex, die bezorgd is over coördinatie. Ik denk dat die coördinatie er wel degelijk is. Het gaat deels over taakafspraken. U mag niet vergeten dat, bovenop de grote budgetten van minister Peeters, ook lokale besturen vandaag reeds inzetten op fietsinfrastructuur. Ik nodig u uit om naar verschillende steden te gaan kijken, ongeacht welke kleur de burgemeester of het bestuur daar heeft. Op heel veel plaatsen komt men nu in een stroomversnelling. Onlangs was ik in de stad Sint-Niklaas en het viel mij op dat men daar stappen zet. In Leuven zet men stappen, in mijn eigen stad zie je vooruitgang. Het is een samenspel van lokale investeringen, die uiteraard vooral op het lokale fietsnetwerk gericht zijn, en van de bovenlokale verkeersinfrastructuur, die bij collega Peeters zit.

Als wij nu 150 miljoen euro extra stimulans geven aan lokale besturen, van hen vragen om daarnaast 300 miljoen euro extra te leggen, met andere woorden een budget van samen 450 miljoen euro om die lokale fietsinfrastructuur te verbeteren, dan zou ik toch enorm voorzichtig zijn met dat allemaal centralistisch te bekijken. U hebt gelijk: de performantie van onze lokale administraties en het begrijpen van wat daar de prioriteiten, de grootste noden zijn, waar de quick wins kunnen worden gemaakt, waar er echt nood is aan investeringen, dat kent men nergens beter dan op lokaal niveau. Dat moet bij de lokale besturen blijven. Lokale besturen moeten daarin de leiding hebben, moeten daar de keuzes kunnen maken. Daar zal de grootste winst van uitgaan.

In het bovenlokale speelt Vlaanderen dan weer evident een grote rol. Ik volg u volledig: we moeten goed nadenken over hoe we een stroomversnelling kunnen realiseren in die fietsmobiliteit, in de aanleg van de fietsinfrastructuur. U spreekt daar over benchmarken en kijken. Iedereen die ervaring heeft op het lokale niveau, weet en kent de hindernissen die men heeft wanneer men plannen heeft. Om tussen droom en daad te geraken, staan heel veel wetten in de weg, maar vaak ook bepaalde verouderde technieken die soms nog te lang in een administratie blijft doorwerken. Het blijft een uitdaging.

Maar ik zou niet willen dat we, wanneer lokale besturen zeggen dat ze willen investeren in fietsinfrastructuur, zouden zeggen: ‘Nee, we gaan dat allemaal centralistisch aansturen, we gaan dat eigenlijk vanuit Brussel beheren.’ Ik weet dat dat ook uw bedoeling niet is. Voor mij is het heel duidelijk: die 150 miljoen euro extra is ter ondersteuning van de inspanningen die men op lokaal niveau doet om het lokale fietsnetwerk te versterken. En daarbovenop zijn er de extra budgetten van collega Peeters om het bovenlokale fietsnetwerk, dat heel belangrijk is, verder uit te rollen. 

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil even de rode draad ontwaren in de sp.a-fractie. We hebben gisteren een heel interessant debat gevoerd over de bouwshift. Toen werd er door ons veel te veel marge gegeven aan mensen die nog in woonreservegebied willen bouwen. Men mag eigenlijk niet meer bouwen. We deden dat allemaal voor die grote, boze speculanten – quod non. Vandaag komt dan een andere collega van diezelfde fractie zeggen dat er te weinig wordt gebouwd door sociale huisvestingsmaatschappijen – die net bouwen in dat woonreservegebied. (Opmerkingen bij sp.a)

Ik vraag mij nu dus af – het gaat allemaal niet snel genoeg bij de sociale huisvestingsmaatschappijen, maar gisteren mocht er daar helemaal niet worden gebouwd –: wat is het nu? Moeten we sneller gaan bouwen en mogen we daarvoor woonreservegebieden gebruiken? Of moeten we stoppen met bouwen om die woonreservegebieden te sparen? Ik weet niet meer helemaal waarover het hier gaat.

Ja, maar ik weet wel dat we dat debat gisteren hebben gevoerd.

Eerst mag collega Tobback, nadien collega Bex.

Collega Tobback heeft het woord. Maar niet het debat van gisteren, alstublieft. 

Neen, alleen stel ik vast, voorzitter, dat het hele debat van gisteren blijkbaar aan collega Coenegrachts is voorbijgegaan.

Maar u mag antwoorden op de vraag.

Ten eerste heeft niemand ooit gezegd dat sociale huisvestingsmaatschappijen alleen maar zouden bouwen in woonreservegebieden. Bij mijn weten is dat niet zo, is dat zelfs manifest niet zo. De idee dat al die gebieden gereserveerd zijn om sociale woningen in te bouwen, is eigenlijk al meer dan vijftien jaar geleden achterhaald. Maar blijkbaar hebt u de laatste vijftien jaar in de hele discussie gemist.

Er zijn vandaag massa’s projecten inzake sociale huisvesting bezig, mogelijk en gepland, die helemaal niet in woonreservegebieden vallen. Misschien moet u eens opnieuw grondig rond u kijken en zien waar het ligt. En onder ons gezegd en gezwegen, met sociale huisvesting wordt er over het algemeen geen geld verdiend. Dus als u dat gelijk stelt met speculatie, bent u op een heel rare piste. (Applaus bij Groen en sp.a)

De heer Bex heeft het woord.

Mijn excuses, voorzitter, ik had achter uw masker niet gezien dat u boos naar mij aan het kijken was. Ik vroeg inderdaad het woord om nog kort te reageren.

Ik kijk nooit boos. (Opmerkingen)

Dank u, mijnheer Vaneeckhout. En trouwens, met dat masker kun je dat niet zien.

Dat is bij deze genoteerd.

Minister Somers, uw uitleg overtuigt mij niet. Ik ben het eens met het principe dat de lokale besturen absoluut het best geplaatst zijn om de lokale noden goed te kunnen inschatten. Daarover zeggen we hetzelfde. Maar uw redenering dat dat bij u moet zitten, als minister van Binnenlands Bestuur, en niet bij de minister van Mobiliteit, volg ik niet. En dat was waar mijn vraag over ging. Met dezelfde redenering zou u vragen, in verband met de schoolroutes waar de minister aan gaat werken, en de subsidies die aan lokale besturen worden gegeven om schoolroutes veiliger te maken, waarom u dat niet zou doen, in plaats van minister Peeters. Het is daarop dat ik wil wijzen, op die mogelijke versnippering van beleid binnen de administraties. Ik denk dat het fietsbeleid juist baat heeft bij één minister die alles in handen heeft.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik weet niet of er eerst over de fietspaden verder wordt gedebatteerd, maar ik wil een paar antwoorden geven op de tussenkomst van collega Veys.

Ik weet dat we daar een schriftelijke vraag van u over beantwoord hebben, mijnheer Veys. Ik ken die niet meer uit het hoofd, maar u had gevraagd welke middelen we in 2019 buiten hadden gekregen. Ik ben er vrij zeker van dat in het antwoord op die schriftelijke vraag zeer duidelijk staat dat die leningsmachtigingen – dat is niet echt geld dat op de begroting staat – een uitzondering zijn op de annaliteit. Voor de sociale woningen kunnen we die middelen dus over in dit geval twee jaar spreiden. Dat is een soort begrotingsruiter die daarop staat.

Ten tweede erken ik dat we onderhevig zijn aan een paar zaken waar we natuurlijk niet rechtstreeks vat op hebben. Dat is bijvoorbeeld het feit dat wij als Vlaamse overheid zelf niet de bouwheer zijn van sociale woningen. U weet dat het best van al. Wij zijn daar in samenwerking met sociale huisvestingsmaatschappijen, die die bouw zelf moeten gaan doen. Daaraan gekoppeld is het zeer dikwijls zo dat er nog andere omstandigheden zijn, van ruimtelijke ordening en dergelijke meer. Ik ga niet in op de discussie over het Instrumentendecreet, maar daar heb je natuurlijk ook vergunningen die er niet zijn, andere trajecten die gelopen moeten worden, dikwijls ook mobiliteit en dergelijke meer, die daarvoor zorgen.

Ik ken de cijfers niet uit het hoofd, maar ik ben er redelijk zeker van dat we daar behoorlijk goed scoren wat betreft het geld dat we buiten krijgen. Er is daar inderdaad wel een link naar de sociale huisvestingsmaatschappijen, die we nu gaan omvormen tot woonmaatschappijen. Want we hopen dat die oefening dat niet doorkruist. Ik blijf ervan overtuigd dat die omvorming naar woonmaatschappijen een belangrijke oefening is. Ik heb trouwens een citaat gelezen van iemand van uw partij, die dat zelf ook bevestigt, dat men op die manier, door de fusies er beter in slaagt om de doelgroep te bereiken, de middelen efficiënter in te zetten en dus de doelgroep nog beter te kunnen bedienen. U moet daar dus in uw eigen partij maar eens over doorpraten. Afgelopen maandag is dat bij ons op de gemeenteraad ook ter sprake gekomen. In dat verband had ik dat citaat gevonden.

De meerwaarde daarvan is wel zeer duidelijk. Het gaat inderdaad om een structuurhervorming. Dat betekent dat je niet onmiddellijk iets doet voor de doelgroep, maar de bedoeling om beter te gaan werken, is zeer evident. Op dit moment moeten in verschillende gemeenten kandidaat-sociale huurders zich bij verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen inschrijven. Men moet daar een heel traject voor doorlopen. We willen dat eenvoudiger en efficiënter maken. We willen ook dat lokale besturen dat beleid veel duidelijker kunnen aansturen. Als je in één gemeente moet werken met verschillende huisvestingsmaatschappijen, is dat soms moeilijk. We willen ook SVK integreren met SHM. U weet zeer goed dat er vandaag op heel dat systeem een heel pervers effect zit, waarbij de meest precaire doelgroep onder de SVK meer huur betaalt dan bij de sociale huisvestingsmaatschappijen, die een iets minder precaire doelgroep is en die minder betaalt. Dat willen we eruit. En ik hoop u toch ook. Dat zijn allemaal zaken die we door die structuurhervorming willen gaan aanpakken. Ik neem aan dat we daar straks ook het debat over zullen voeren.

U haalt nu het voorbeeld van het Noodkoopfonds aan. Oké, dat is één punt, dat heeft inderdaad niet het succes gehad waarop we hadden gehoopt, maar u vergeet dan wel te melden dat we met betrekking tot de noodwoningen een groter succes hebben gehad, dat we dat hebben kunnen oplossen. Noodwoningen lijken mij ook zeer belangrijk, voor mensen die van vandaag op morgen op straat komen te staan omdat hun huis onbewoonbaar werd verklaard, door een brand en dergelijke meer. Dat kan iedereen overkomen. Voor die mensen hebben we nu drie keer meer kunnen doen dan het initiële. Dat mag u dan ook wel eens vermelden, vind ik.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Er was nog een vraag van de heer Bex in verband met die versnippering. Vorige week is in de gedachtewisseling over onze fietsinfrastructuur inderdaad het punt van de versnippering aan bod gekomen. Een weggebruiker, en in dezen gaat het dan om fietsers, heeft er uiteraard geen belang bij om te weten wie ergens de wegbeheerder is. Of dat nu de Vlaamse overheid of de lokale overheid, De Vlaamse Waterweg of Lantis of De Werkvennootschap is, dat boeit een fietsgebruiker allemaal niet. Het boeit hem wel dat er een zo ruim mogelijk aanbod is qua veilige, comfortabele fietsinfrastructuur, en het liefst ook zo veel mogelijk fietsinfrastructuur. Daar willen we vooral op inzetten.

Ik denk dat het duidelijk is dat we een gemeenschappelijke visie moeten hebben op de aanpak daarvan, en dat moet die versnippering tegengaan, maar als er meerdere instanties inzetten op meer en veiligere en comfortabele fietsinfrastructuur, dan kunnen we dat alleen maar toejuichen.

Ik ga niet alles herhalen, maar ik neem aan dat we het daar straks, of vannacht, zoals sommigen al aankondigen, nog wel uitgebreider over zullen hebben.

Voor mij is het debat in ieder geval uitgeput.

Grapje.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Nog twee korte reacties op wat ik heb gehoord. Minister Peeters, het klopt natuurlijk dat er extra investeringen komen in De Lijn. Ons punt is gewoon dat dat niet voldoende zal zijn voor de elektrificatie van de vloot tegen 2025, of zelfs maar voor de stadskernen. Dat staat nochtans in het regeerakkoord. U rekent daarbij op een deconsolidatieoperatie bij De Lijn, maar De Lijn heeft eigenlijk zelf al gezegd dat dat niet realistisch is, en mikt ondertussen zelf op 2027, om nog maar te zwijgen over de vraag of heel die constructie zal passeren bij Europa. Daarom is dit voor ons een gemiste kans. Wij vinden 93 miljoen euro op 4,3 miljard euro gewoon te weinig, ik kan dat alleen maar herhalen, zeker omdat dat soort investeringen perfect passen binnen de ambities die ook de EU naar voren schuift in het kader van duurzaamheid, maar laat dit dan vooral een aanmoediging zijn om ook dat budget te heroverwegen binnen uw algemene relancebudget.

Dan heb ik nog een korte opmerking over die onderbenuttingen. Natuurlijk maken onderbenuttingen altijd deel uit van een begroting. Wat mij gewoon stoort, is dat men heel expliciet rekent op die constructie voor het naar voren trekken van wachtlijsten voor mensen met een beperking. Die moeten er dus eigenlijk, zoals ik zei, op hopen dat er bepaalde dingen niet zullen gebeuren, dat bepaalde ministers hun werk niet zullen doen. Als men dat echt au sérieux zou nemen, dan had men dat budget volgens ons beter gewoon echt in de begroting ingeschreven. Dat had de mensen met een beperking ten minste de zekerheid gegeven die ze verdienen.

Zo veel te lang op die stoel blijven zitten, dat is vreselijk.

Collega D’Haese, u hebt vijf minuten, en die zijn al aan het lopen. Neen, dat is niet waar.

De heer D’Haese heeft het woord.

Voorzitter, bedankt. Ik apprecieer toch dat u gaat rechtstaan voor mijn tussenkomst. (Gelach. Applaus)

Dat is opdat ik niet van mijn stoel zou vallen. (Gelach)

Alle gekheid op een stokje, ik zal proberen het debat hier te besluiten, zoals gisteren.

Beste collega’s, beste ministers, een jaar geleden zaten wij hier ook. Als we daarop terugkijken, dan lijkt dat wel een andere wereld. We zaten hier toen met 124, in de voormiddag toch. Daarboven zat alles vol. Dat waren vooral de mensen van de cultuursector, en hierbuiten, voor de deur, stonden 2000 à 3000 mensen zoveel lawaai te maken dat je het hier door de koepel kon horen. Dat was een andere wereld. Ondertussen is er een pandemie voorbijgeraasd.

Collega’s, collega D’Haese heeft het woord.

Ondertussen is er een pandemie voorbijgeraasd. Dan kan het geen kwaad om even terug te spoelen. De debatten die we hier een jaar geleden gehad hebben, zijn vandaag nog heel relevant. De fundamentele vragen die we ons toen gesteld hebben, zijn vandaag nog steeds even geldig. Dankzij de maatregelen hebben we nu een gezonde begroting. Maar wat met een gezonde samenleving? De zorg: we hebben het hier zo lang gehad over de besparingen, het was allemaal niet waar, het was allemaal meer met minder, minder meer. Maar net die organisaties waar jullie toen op bespaard hebben, bleken cruciaal te zijn in de aanpak van die crisis. Dat zijn de organisaties die onze samenleving recht hebben gehouden. We hebben in deze crisis ontdekt waar de kracht van onze samenleving echt ligt, en dat was niet in deze regering. Na de etappe van het besparingsbeleid volgde een dramatisch coronabeleid. Vandaag zeggen een aantal mensen uit de meerderheid hier zeer terecht dat ze daar nederig op terugkijken, dat lijkt me correct.

Degenen die onze samenleving rechthouden, dat waren ook niet de partijen die onze samenleving al jaren proberen te verdelen, die gemeenschappen en culturen tegen elkaar opzetten, die de zorg gesplitst hebben en die maakten dat we zelfs in een globale gezondheidscrisis communautaire spelletjes aan het uitvechten waren en vastliepen in de ingewikkelde staatsstructuren van ons land. De helden van de samenleving vind je op onverwachte plaatsen, uit de spotlights, ver van het parlement en de camera’s. Die vind je op het terrein, dat terrein waar vorig jaar nog de budgettaire hakbijl op werd losgelaten. Bij de preventiediensten, waar zo hard beknibbeld werd dat ze de pandemie moesten aanvatten met minder dan één personeelslid per provincie. Bij de sociaal werkers, die hier herhaaldelijk voor de deur stonden en die vandaag zo belangrijk zijn om de mensen die uit de boot vallen, weer binnen te halen. Die mensen stonden hier exact een jaar geleden voor de deur. Die helden vind je bij de CLB’s, bij de pedagogische begeleidingsdiensten die leerkrachten ondersteunen, maar waar vandaag nog steeds verder op bespaard wordt. Die helden vind je bij de openbare diensten, die – en daar ben ik heel blij om en dat heeft minister Somers ook al verschillende keren bevestigd – er alles aan gedaan hebben om hun dienstverlening op een goede manier te laten doorlopen, die ook boven zichzelf zijn uitgestegen.

Als je dan terugkijkt naar dat debat van toen en nu, heb ik toen gezegd na de tussenkomst van de heer Vandaele over de verschillende sprookjes, dat deze regering leek op een keizer zonder kleren. Dat is ook gebleken in de maanden daarna. Onder druk zijn heel wat van die besparingen teruggedrongen. Na maandenlange protesten zijn de besparingen in de cultuur teruggedrongen. De pandemie was ervoor nodig om in de zorg voor een kentering te zorgen. Zelfs voor personen met een handicap worden er nu Europese overschotjes gevonden om die wachtlijsten sneller niet op te lossen. Dat zien we in de begroting van 2021. We zien het verzet van heel wat gewone mensen. We zien het aan de kant schuiven van een aantal plannen die deze regering had. Maar het is toch wel heel opmerkelijk dat je zo’n pandemie nodig gehad hebt om in te zien dat je in die zorg veel meer moet gaan investeren. Het is toch wel opmerkelijk dat de mensen van de cultuur, de mensen van het sociaal werk hier weken en maanden voor de deur hebben moeten staan om te laten inzien dat je daar niet verder op moet besparen.

Er is vandaag nog heel veel werk, denk ik. De besparingen op het onderwijs lopen voor een deel nog door. Er is nog steeds een gebrek aan investeringen in de werking van De Lijn, want we kunnen heel dat slechte rapport, minister, natuurlijk niet loskoppelen van de tien jaar besparingen. Er wordt nog steeds getreuzeld voor de investeringen in het materieel van De Lijn, terwijl dat enorm belangrijk kan zijn voor de economische relance. Er wordt verder bespaard op de openbare diensten. We gaan zelfs poetsdiensten, waarvan we zeiden dat het helden waren die ons proper hielden, outsourcen bij bijvoorbeeld VDAB. De wachtlijsten blijven groeien. Er zijn nog steeds besparingen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en bij de organisatiegebonden kosten voor de voucherbesteding. Er zijn nog steeds besparingen bij de gezinshulp, bij de mobiliteitshulpmiddelen. Ik vind dat onbegrijpelijk. Die lessen zijn volgens mij nog niet voldoende getrokken. Onder druk zijn er een aantal uitgevoerd, maar de lessen zijn niet voldoende getrokken. Wij zullen dus tegen deze begroting stemmen.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.