U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 16 december 2020, 14.02u

Voorzitter
van Lise Vandecasteele aan minister Wouter Beke
219 (2020-2021)

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Voorzitter, ik zou het graag over de sneltesten hebben. Snel werken is in de aanpak van de pandemie heel belangrijk. Het is belangrijk heel kort op de bal te spelen, want we weten dat het coronavirus zich zeer snel kan verspreiden, waardoor we de curves heel snel zien stijgen. Keer op keer moeten we echter vaststellen dat het beleid te traag reageert, veel trager dan het virus.

Zo stellen we, bijvoorbeeld, opnieuw vast dat het brononderzoek helemaal niet verloopt zoals het zou moeten. We weten acht of negen maanden na het begin van de crisis nog niet waar de mensen voornamelijk worden besmet, waardoor we niet weten of de maatregelen die we nemen accuraat zijn. We hebben net gehoord dat we ons nu zeer sterk op het sociale leven zullen focussen. We zien echter dat er veel inbreuken op de coronamaatregelen in de bedrijven zijn, maar daar reageren we veel minder op.

Minister, ook wat de sneltesten betreft, zien we dat we achter de feiten aanlopen. Op 23 oktober 2020 hebt u aangekondigd dat u vier miljoen sneltesten zou bestellen. Dat is ook gebeurd, en twee weken later zijn die sneltesten inderdaad aangekomen. Sindsdien ligt het overgrote deel in een loods te wachten om te worden ingeschakeld. Dat is niet in de eerste plaats uw fout, maar het wijst op een steeds terugkerend probleem, namelijk het gebrek aan samenwerking en een eengemaakt beleid in dit land.

U verwees voor de problemen voor het inzetten van sneltesten naar het federale niveau. Dat is keer op keer een probleem, en dat zei ook bijvoorbeeld experte Erika Vlieghe deze maand nog in de coronacommissie. Ze zei letterlijk: “De spreiding van bevoegdheden, het aantal ministers, de spanningen en eindeloze discussies tussen machtsniveaus zijn een ‘killing factor’ geweest.” We zien dat nu opnieuw.

Het is goed dat sneltesten nu worden uitgerold. Hoe zullen de sneltesten nu precies worden ingeschakeld in het land?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

We hebben het deze voormiddag in de commissie over een brononderzoek gehad; we zullen het daar nu niet over hebben, maar wel over de sneltesten.

De Vlaamse Regering heeft 1,1 miljoen sneltesten aangekocht bij vier producenten. Al een maand zijn ze ingezet in de woonzorgcentra om symptomatische mensen te kunnen testen, telkens gevolgd door een PCR-test. Die sneltesten zijn ook onderhevig aan wetenschappelijke evoluties. Vandaar dat we met pilootprojecten zijn gestart. We maken protocollen en we zetten ze in in de woonzorgcentra. We maken protocollen met de CRA’s. We zetten ze in in het onderwijs en daarvoor maken protocollen met de CLB-artsen. We gaan ze ook inzetten in een aantal economische sectoren, en daarvoor maken we protocollen met de bedrijfsartsen.

Daarnaast is het belangrijk – u bent begonnen met te spreken over brononderzoek – dat het contactonderzoek daarop kan volgen. Daarvoor zijn we inderdaad afhankelijk van het federale platform. Toen we hebben beslist om de sneltesten aan te kopen, hebben we gevraagd dat het federale platform zijn IT zou aanpassen. Dat is intussen ook gebeurd, waardoor we ze nu ook op een grote schaal zullen inzetten zoals we hebben afgesproken. We zullen het ook voortdurend monitoren.

Zoals ik heb gezegd, zijn de sneltesten onderhevig aan wetenschappelijke evoluties. Vandaar dat ik heb gezegd dat we er geen 4 miljoen in één keer aankopen. We beginnen met 1,1 miljoen. We gaan monitoren. Er zit een wetenschappelijke onderbouw in. Als blijkt dat ze een voldoende en gunstig resultaat hebben, dan kunnen we er verder op bouwen. Dat klinkt misschien voorzichtig, maar het is wel noodzakelijk. Ik stel vast dat het ook in andere landen op deze manier gebeurt.

De uitrol van het proefproject moet vooral nagaan hoe we de flow kunnen doen. Een correcte afname is heel belangrijk om een goede sensitiviteit en specificiteit te bereiken. Ik denk dat dat het doel is van de proefprojecten die vandaag lopen, in het onderwijs, bij de huisartsen.

Mijn vraag is hoe u die gaat inzetten. In een woonzorgcentrum kan zo'n sneltest heel belangrijk zijn om uitbraken snel te ontdekken en tijdig mensen te isoleren, maar het kan ook perspectief brengen om meer bezoek toe te laten als die sneltesten kunnen worden ingezet. Is dat een idee? Gaat u daarop werken? Wordt er een proefproject rond uitgerold? Hetzelfde voor het onderwijs.

Daarnaast is er ook een belangrijke vraag voor de jeugd en voor ons sociaal en cultureel leven de komende maanden. De jeugd heeft het zeer moeilijk in deze coronacrisis. Het beperken van sociale contacten heeft een heel grote impact op het psychische welzijn van de jeugd. Kunnen die sneltesten worden ingezet om bijvoorbeeld jeugdactiviteiten, hobby's, jeugdclubs, sportclubs sneller te kunnen uitrollen?

De heer Parys heeft het woord.

Minister, het is duidelijk dat de strijd tegen deze pandemie op verschillende niveaus moet worden gevoerd. Eén: basismaatregelen zoals ventilatie, handhygiëne, mondmaskers. Twee: het beschermen van de risicogroepen. Drie: een degelijke teststrategie – en daar hebben we het hier vandaag over. Vier: de vaccinatiestrategie.

Voor onze fractie is het heel eenvoudig: hoe sneller de sneltesten kunnen worden ingezet, hoe beter. Het is heel duidelijk dat er consensus is dat die behoorlijk accuraat zijn bij besmette personen met een hoge virale lading. De superverspreiders eruit halen, kan een grote impact hebben.

De vraag is terecht om te zeggen dat de overheid snel moet schakelen. Daarom is het jammer dat we hebben moeten wachten tot deze week, tot het federale niveau actie heeft ondernomen, om ervoor te zorgen dat we de sneltesten effectief kunnen inzetten.

Minister, nu imec, uit Leuven, werkt aan een zeer snelle ademtest om in de zomer van volgend jaar in te zetten, moeten we als overheid sneller schakelen, anders kunnen we die pas in de winter van 2021 inzetten, en dat zou jammer zijn.

De heer Sintobin heeft het woord.

Inderdaad, minister, we hebben het deze ochtend ongeveer anderhalf uur gehad over contactonderzoek, bronopsporing en dergelijke. Maar we hebben het uiteindelijk ook gehad over de sneltesten, in het bijzonder in de woonzorgcentra, en het pilootproject dat werd gestart bij een viertal huisartsen.

Collega Parys heeft natuurlijk gelijk. Ik heb het deze ochtend gezegd en ik wil het hier herhalen: er moet een samenraapsel zijn van diverse factoren en diverse maatregelen. In de eerste plaats moeten de maatregelen worden nageleefd, zoals afstand houden, handen wassen en andere hygiënemaatregelen enzovoort. Maar verder – en dat zeggen we al van in het begin van deze crisis – gaat het om testen, testen en testen. Maar na dat testen is er natuurlijk het contactonderzoek, de bronopsporing en uiteindelijk de vaccinatie.

Ik heb nog een vraag voor u die ik deze ochtend ben vergeten te stellen. Zijn de huisartsenpraktijken waar het pilootproject loopt, ook regionaal gespreid?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Een aantal weken geleden heeft Vlaanderen die sneltesten aangekocht, maar het was wachten op de federale registratietool. Gelukkig is die er nu ook en kunnen die pilootprojecten ook op verschillende terreinen van start gaan. Nu, ze zijn al even bezig in de woonzorgcentra. Naar wij konden lezen, werden ze ondertussen al ingezet in zo’n 93 woonzorgcentra en zullen de andere woonzorgcentra snel volgen. Daar gebeurt het telkens met een PCR-test (polymerase chain reaction), met de bedoeling om de betrouwbaarheid van die sneltesten ook te kunnen nagaan.

Minister, op welke manier zal de evaluatie van die betrouwbaarheid in vergelijking met die PCR-testen gebeuren? En hebt u al resultaten van de woonzorgcentra waar dit nu al gebeurd is?

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, heel kort. Het is uiteraard begrijpelijk dat er ook op federaal niveau wordt gewerkt aan een goed wettelijk kader, aan de nodige systemen en omkadering om dit op een goede manier te doen. Maar het heeft ons er alleszins niet van kunnen weerhouden om al een aantal projecten te doen. Ik wil hier dus ook niet meegaan in de argumentatie dat we alleen maar moesten wachten op het federale niveau, want er zijn al projecten lopende en dat toont dat we de stap vooruit kunnen zetten.

Ik begrijp dat er op dit moment wat voorzichtigheid wordt ingebouwd, op alle niveaus. Maar ik wil onderstrepen dat het op middellange en iets kortere termijn toch de ambitie moet zijn om met deze sneltests onze testcapaciteit drastisch op te drijven en er een meer doorgedreven strategie van te maken. Ik sluit aan bij de vraag aan welke doelgroepen we prioriteit zullen geven. Dat blijft natuurlijk een boeiend debat. Want binnen het wettelijke kader is er zeer veel mogelijk en dus zullen we als Vlaamse Regering ook keuzes moeten maken.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, die sneltesten kunnen wel al worden gebruikt in de woonzorgcentra, niet om PCR-testen te vervangen, maar wel voor een snelle, uitbraakgerichte testing. Er moest helemaal niet worden gewacht op het federale niveau. (Opmerkingen van minister Wouter Beke)

Nee, voor alle duidelijkheid: u hebt dat niet gezegd, maar collega Parys gaf dat een beetje aan.

Er is iets dat ik belangrijk vind. U hebt gezegd dat elk woonzorgcentrum vijftig zulke testen zou krijgen. Is dat ondertussen het geval? Ik hoor hier dat 93 woonzorgcentra die al hebben gebruikt. Dan vind ik het wel vreemd dat bij een heel grote uitbraak, zoals in Hemelrijck in Mol, dat pas vanaf maandag gebeurt. Ik vraag mij dan ook af waarom zij die niet eerder hebben ingezet. Waarom heeft men dan gewacht? Dat is heel vreemd. Hadden zij die testen op dat moment al of moesten die nog ter plaatse worden gebracht? Dat is toch belangrijk.

Voor de rest vind ik het een goede zaak dat je inderdaad eerst kijkt welke testen performant zijn en daarna pas bijbestelt. Maar wat is de rest van de strategie? Waar zullen die dan worden ingezet?

Minister Wouter Beke

Dank u wel, collega's.

Mevrouw Vandecasteele, ik kan op dit ogenblik nog niet positief antwoorden op uw vraag. Waarom niet? Omdat alle adviezen zeggen dat in deze stand van zaken van de wetenschap, van het gebruik van de sneltesten, ze moeten worden ingezet voor symptomatische mensen en niet voor asymptomatische mensen. Ik sluit niet uit dat er daarin een evolutie zal zijn. U kent de sector zeer goed. De evolutie van de sneltesten sinds maart/april tot nu, is al een meta-evolutie geweest. Ik sluit dus niet uit dat dat in de toekomst ook voor asymptomatische mensen kan zijn.

Ik sluit niet uit dat dat ook in de toekomst voor asymptomatische mensen kan zijn, maar op dit ogenblik is het wetenschappelijke advies om ze in te zetten voor symptomatische mensen. Dus dat is wat we doen.

De strategie voor de toekomst zal mee afhankelijk zijn van de evaluaties die gemaakt worden in de drie sectoren. We hebben als Vlaamse Regering gezegd dat er drie sectoren zijn die voor ons van cruciaal belang zijn: we moeten zorgen dat de zorg kan blijven werken, zorgen dat het onderwijs open kan blijven en zorgen dat de economie kan blijven draaien. Alle andere zaken zijn daar ondergeschikt aan geweest. Alle maatregelen die we hebben genomen, om de horeca te sluiten, om cultuur te sluiten, om sport te reduceren, noem maar op, die zijn vanuit dat perspectief genomen. Die sneltesten hebben we ook vanuit dat perspectief ingezet in deze fase. We zullen dat evalueren. We zullen dat samen evalueren, en dan zullen we kijken, op basis van die wetenschappelijke evaluaties, waar we ze ook in de toekomst kunnen inzetten.

Collega Sintobin, de pilootprojecten bij de huisartsen zijn federale projecten. Die zijn daarvoor ingezet, maar die zijn bij mijn weten in alle regio’s ingezet. Ik heb ook gezien dat Domus Medica daar zijn steun aan heeft verleend. Die zijn dus overal ingezet. Nog eens, het zijn ook pilootprojecten, net vanuit hetzelfde voorzichtigheidsprincipe gestart. We zullen daar ook wel de evaluatie van krijgen op de IMC, vermoed ik. We hebben wat dat betreft een goed samenwerkingsverband. In Wallonië heeft men beslist om te kijken waar men geraakt met de salivatesten. We zullen dat evalueren en we zullen samen kijken. Wij hebben gezegd dat we dat bij ons gaan doen. De federale overheid heeft gezegd dat ze de hunne ook zullen inzetten op die manier. We zullen al die kennis en wetenschap samen bundelen en dan ook kijken hoe we van elkaar kunnen leren. Want ik ben ervan overtuigd dat we wat dat betreft allemaal van elkaar kunnen leren.

Die testen zijn sinds een maand verdeeld in de woonzorgcentra. Iedereen heeft daar kits voor gekregen. Iedereen heeft ze daar ook voor kunnen inzetten. Ik stel vast dat een aantal woonzorgcentra ze op dit ogenblik nog niet inzetten, omdat ze moeten worden gevolgd door een PCR-test. Dat zijn de adviezen die wij hebben gegeven. Sommige zeggen dat ze dan beter meteen de PCR-test kunnen doen. Maar er zijn er wel al heel veel die die wel hebben ingezet. Er zijn in totaal 230 voorzieningen die ze, tot op de dag van gisteren, hebben ingezet en die dat bij ons geregistreerd hebben via het e-loket. Daarvan zijn er 19,4 procent positief. Te weten: mensen die symptomen hebben, krijgen een sneltest, en daarvan blijkt uiteindelijk 19,4 procent ook effectief besmet te zijn. Dat is dus niet over de hele populatie, voor alle duidelijkheid, maar over de populatie van diegenen die symptomen hebben. 79,5 procent was negatief en 1,1 procent was ongeldig.

Met betrekking tot het wettelijke kader is op federaal niveau het nodige initiatief genomen. Het is goed dat dat gedaan is. Dat geeft ons toch ook wel wat zekerheid.

Wat de verdere inzet van die testen betreft: zoals ik daarstraks gezegd heb, zullen we dat mee op basis van de evaluatie van die testen doen. We hebben voorzien om er extra aan te kopen, collega Parys. Het is ook onze ambitie om dat te doen, maar ook om lering te trekken, want de sneltesten die vandaag op de markt zijn, zijn al een stukje verschillend van degene die zes weken geleden op de markt waren. En die zullen allicht ook nog verschillend zijn van degene die over zes weken op de markt zijn. De wetenschap zorgt voor een verfijning aan een sneltreinvaart. Dat is een heel goede zaak.

Ik denk dat we op een gegeven moment ook een samenspel zullen doen tussen vaccinatie aan de ene kant en het testen aan de andere kant. Want terwijl we bepaalde groepen aan het vaccineren zijn, zullen we andere groepen nog niet aan het vaccineren zijn. We zullen moeten kijken hoe we er, met de combinatie van vaccinaties aan de ene kant en testen aan de andere kant, voor kunnen zorgen dat we de mensen de grootst mogelijke zekerheid geven en toch ook een stukje van het sociale en het maatschappelijke leven, niet alleen in de woonzorgcentra, maar overal, opnieuw op gang weten te krijgen.

We zijn op het einde van 2020, voorzitter. 2021 zal het jaar worden van de testen en de vaccinaties, maar ik denk ook nog altijd een beetje het jaar van de voorzichtigheid.

Jongeren en hun psychisch welzijn zijn echt wel een heel belangrijke prioriteit. Dat kunnen we niet enkel opvangen met psychologen en psychische zorg. We moeten ook aandacht hebben voor de sociale contacten die jongeren zouden kunnen hebben.

Daarnaast wil ik het graag hebben over sneltesten en het belang van het goed uitvoeren van die sneltesten. We gaan een vaccinatiecampagne voeren, we gaan op grote schaal moeten testen, en dat moet allemaal gebeuren door personeel dat daarvoor is opgeleid. Een slecht afgenomen wisser zal geen betrouwbaar resultaat afleveren. Het is dus heel belangrijk om daar personeel voor op te leiden zodat er testploegen zijn om die testen uit te voeren.

Daarnaast is het belangrijk om juist om te gaan met de testresultaten. Wat we heel vaak merken, is dat werkgevers een negatief testresultaat beschouwen als iemand die niet besmet is en die vervolgens terug mag gaan werken, terwijl er eigenlijk een quarantaine verplicht in acht moet worden genomen. De testen worden gewoon fout geïnterpreteerd. We moeten erop toezien dat die juist gebeuren, dat er een juist beleid op volgt en juiste afnamen op gebeuren.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.