U bent hier

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, uw langverwachte nota voor de digitalisering van het Vlaamse onderwijs, Digisprong, is klaar. Laat ons duidelijk zijn: dat is een heel goede zaak, want uit verschillende Vlaamse en internationale onderzoeken bleek duidelijk dat het slecht gesteld is met de digitalisering van het Vlaamse onderwijs. Zowel wat computerinfrastructuur betreft hinken we achterop, als op het vlak van de ondersteuning van de leerkrachten, de nascholing en het beleid op het vlak van digitalisering. Computers worden heel weinig gebruikt, maar dat is ook niet verwonderlijk, als je ziet in welke staat die ICT-infrastructuur in scholen zich bevindt. Het is al langer geweten; we hebben al vaak op die nagel klopt.

Nu, als er iets goed is aan die coronacrisis, dan is het toch wel die sense of urgency op het vlak van digitalisering. U hebt substantiële middelen vrijgemaakt, minister, en er is ook een nota die wil inzetten op verschillende aspecten. Eerst en vooral is er de hardware, de infrastructuur en de laptops voor kinderen. Dan is er het ICT-beleid op school, met het versterken van de ICT-coördinatoren. Er is opleiding en professionalisering van leerkrachten en er is het kenniscentrum. Dat zijn vier werven die wij toejuichen en waar wij tevreden over zijn.

Wij maken ons alleen wat zorgen over een aantal zaken. De eerste zorg en mijn eerste vraag is dan ook: dit zijn investeringen voor de komende twee jaar, maar wat daarna? Dit mag natuurlijk geen ‘one shot’ zijn. Verder inzetten op een ICT-beleid en het vervangen van hardware – want dat evolueert zeer snel – en de blijvende inzet op die coördinatoren, dat moet structureel verankerd worden in het beleid, willen we hebben dat het niet bij een ‘one shot’ blijft en net duurzaam verankerd wordt.

Dus, minister, de vraag is: hoe gaat u daarvoor zorgen en in welke middelen voorziet u daarvoor?

De heer Brouns heeft het woord.

Ons geduld, maar vooral het geduld van het onderwijslandschap is in de voorbije weken en maanden op de proef gesteld, maar vrijdagochtend was het zover: de Vlaamse Regering gaf groen licht voor de langverwachte visienota Digisprong. Daarmee wordt de inhaalbeweging in het Vlaamse onderwijs mogelijk, de grote sprong om de ICT-vernieuwing om te zetten in voorsprong. De visienota is opgebouwd rond 4 grote speerpunten en met 22 heel ambitieuze acties. In hoofdzaak gaat het in eerste instantie om de infrastructuur, de IT-toestellen, laptops of tablets voor elke leerling vanaf het vijfde leerjaar. Ook het kleuteronderwijs wordt niet vergeten. En er is uiteraard ook ICT-materiaal voor de leerkrachten. Er is ook aandacht voor de vaardigheden. Je moet ook met ICT kunnen werken. Om die grote sprong voorwaarts te kunnen maken, heb je ook mensen op het terrein nodig voor de begeleiding. Dat zijn de IT-coördinatoren, die uiteindelijk in de verschillende onderwijsniveaus aanwezig moeten zijn en daarvoor een volwaardig statuut moeten hebben. Tot slot wordt in het plan ook voorzien in een kennis- en adviescentrum ter ondersteuning van de scholen om zo een dataonderbouwd onderwijs te kunnen voeren.

Onze fractie onderschrijft de Digisprong. Dat actieplan zorgt voor een versterking, versnelling en duurzame integratie van de digitalisering in ons onderwijs. Het sluit naadloos aan bij de aanbevelingen daarover van de coronacommissie, die straks nog aan bod moeten komen. Minister, die ambitieuze acties wilt u uitvoeren met een eenmalige injectie van 375 miljoen uit de relancemiddelen en daaropvolgend een recurrent budget van 37,5 miljoen vanaf 2023.

Mijn vraag is heel eenvoudig: hoe zult u, minister, die budgetten verdelen over de verschillende acties en scholen?

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Wij juichen uiteraard de extra investering van 375 miljoen euro toe, maar dat is een noodzakelijke investering. De OESO heeft ook gezegd dat ons gehele onderwijs achteruitboert, maar ook op het vlak van digitalisering bengelen wij aan het staartje. Deze investering is dus noodzakelijk. Digitalisering is meer dan elk kind een laptop geven. Niet alleen de leerlingen, ook de leerkrachten moeten ermee leren werken. Dat is niet alleen een technische zaak, maar men moet ook weten, pedagogisch en didactisch, hoe men zo een device kan inzetten in de klas. Anders ligt het te verstoffen of wordt het oneigenlijk gebruikt. Dan gaat het toch om een grote investering die dreigt verloren te gaan. Bepaalde scholen hadden al geïnvesteerd in laptops enzovoort. Zij mogen het geld ook voor andere zaken in de digitalisering gebruiken. Maar er zijn ook scholen die helemaal nog niet hebben geïnvesteerd in laptops en die daarvoor waarschijnlijk het budget volledig gaan moeten aanwenden. Mijn vraag is ongeveer dezelfde als die van collega Brouns: hoeveel van die 375 miljoen euro gaat er naar de hardware, de computers en bijvoorbeeld ook de netwerken, en hoeveel van dat bedrag zal er worden ingezet voor de pedagogische, digitale ondersteuning?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is absoluut een noodzakelijk verhaal. Als je kijkt naar de internationale OESO-ranking, staan wij in Vlaanderen op de 63e plaats van de 78 op het vlak van digitale lesmiddelen. Wij hebben daar een achterstand. Maar vanuit de ambitie om een Vlaamse ‘remontada’ te bewerkstelligen, moeten wij naar voren komen. Daarom trekken wij 375 miljoen euro uit in de schoot van de Vlaamse Regering. Het gaat, voor alle duidelijkheid, om een geïntegreerd, doordacht plan. We zetten ermee in op alle aspecten. Je kunt het niet reduceren tot die laptops of ICT-toestellen in het algemeen. Wij geven aan de scholen de autonomie om zelf keuzes te maken. Ze kunnen kiezen voor chromebooks, laptops, iPads, of wat hun en hun doelpubliek het beste past.

Het gaat over veel meer, het gaat ook over onderbouw, over omkadering en begeleiding. In zijn totaliteit is dat een investering in onderwijskwaliteit. Het biedt de mogelijkheid om te differentiëren, om ervoor te zorgen dat we de leerlingen met leerachterstand individueel kunnen bijspijkeren, dat we de leerlingen met een grotere appetijt kunnen prikkelen en uitdagen, dat die een voorsprong kunnen nemen, kunnen verbeteren en verdiepen. De leerprocessen worden efficiënter. De leerlingen kunnen beter individueel worden opgevolgd door de leerkrachten. Er is een vlottere communicatie. Het moet dienen voor de verlaging van de planlast voor leerkrachten. Het moet ook een goed alternatief zijn voor afstandsonderwijs als dat nodig is in geval van ziekte.

In 2019 was het jaarlijkse ICT-budget voor alle Vlaamse scholen samen 32 miljoen euro. Om de verhouding te schetsen: nu besteden we een bedrag van 375 miljoen euro; 10 procent daarvan is recurrent; 37,5 miljoen euro gaan we op jaarlijkse basis inzetten. We doen eerst een grote inspanning met die 375 miljoen euro voor de eerstvolgende twee jaren. Daarna, vanaf 2022, is er een recurrente investering van 37,5 miljoen euro.

We zijn vertrokken voor de komende jaren. In de toekomst zal er natuurlijk ook een moment zijn waarop er een nieuwe grote impuls nodig is, bijvoorbeeld om een nieuwe golf van ICT-materiaal te realiseren als de bestaande apparatuur is afgeschreven.

We hebben hier wel een point of no return bereikt. We zijn een weg ingeslagen om niet meer terug te keren. Elke onderwijsminister na mij zal vanzelfsprekend moeten inzetten op die digitalisering. We hebben de kar aan het rollen gebracht en die zal blijven rollen.

Hoe zijn de middelen verdeeld? Over die vier thema’s gespreid – grosso modo, want het is een beetje budgettair technisch – is er voor infrastructuur zoals iPads, chromebooks en laptops voor leerlingen en leerkrachten een totaalbudget van 340 miljoen euro voor de eerste twee jaar, namelijk 2021 en 2022. Daarna gaat er 11 miljoen euro recurrent naar infrastructuur om tegemoet te kunnen komen aan de nieuwe instroom in het vijfde leerjaar. Het tweede grote deel gaat over ICT-schoolbeleid en dat krijgt 70 miljoen euro, gespreid over de eerstvolgende twee jaar en vervolgens 22 miljoen euro recurrent. Een derde element is de ICT-competentie van leerkrachten en digitale leermiddelen, dat is 11 miljoen euro in 2021 en 2022 samen, en vervolgens een half miljoen euro recurrent. Een vierde speerpunt is de centrale en lokale regie en ondersteuning, bijvoorbeeld een kennis- en adviescentrum voor de scholen. Dat is een investering in eerste instantie van 35 miljoen euro voor 2021 en 2022 samen en vervolgens 4 miljoen euro recurrent.

Los van de discussie over de infrastructuur kan men daarmee de ICT-coördinatoren financieren. Die uren worden verhoogd met 75 procent. Een deel van de middelen gaat naar opleiding en vorming en is dus recurrent. We gaan ICT-bootcamps organiseren om leerkrachten bij te spijkeren. In de lerarenopleiding wordt ICT meer verankerd. Een derde element is een kennis- en adviescentrum voor lokale en centrale ondersteuning. Daar gaan we allemaal in voorzien. We zorgen voor de uitbouw van KlasCement als een uniek platform voor open educatief lesmateriaal, en een ‘single sign-on’ (SSO) voor digitaal lesmateriaal. Het zijn allemaal zaken die dit verhaal veel ruimer maken dan een simpele laptopkwestie.

Hiermee doet het onderwijs zijn fundamentele intrede in de digitale wereld. Dit is ten voeten uit een 'remuntada' van achterstand naar voorsprong.

Dank u om wat duidelijkheid te verschaffen in de cijfers, minister. Het is een goede zaak dat het voor een deel recurrent is en dat het niet alleen om hardware gaat, al is de investering in hardware zeker ook nodig, dus dat is goed.

Minister, u zegt altijd dat dit een onderwijsplan is, een pedagogisch plan en geen sociaal plan, en dat we er daarom voor kiezen om alle kinderen, kansarm of kansrijk, of ze al een pc of laptop hebben of niet, te voorzien van die devices. Maar, minister, de kans bestaat dan wel dat dit de kloof zal vergroten. Je hebt kinderen die de devices hebben maar ook de ondersteuning thuis en de ruimte om te kunnen werken, maar je hebt ook kinderen die misschien geen goede verbinding hebben, die niet de ruimte en de ondersteuning van hun ouders hebben. Daarom denk ik dat er naast het onderwijsplan ook nood is aan een sociaal plan, om ervoor te zorgen dat de Digisprong de kloof tussen de meest kwetsbare en de kansrijke leerlingen niet vergroot. Wat hebt u daarvoor voorzien, minister?

Minister, het gaat hier over een zonder meer massieve investering van 375 miljoen euro, waarvan een groot deel gaat naar de IT-apparaten, de laptops en tablets. 307 miljoen euro, lazen we vandaag, zou daarnaartoe gaan. Ik kreeg vandaag een zeer interessante informatie vanuit een sterke STEM-school (Science, Technology, Engineering and Mathematics). Zij hebben daar de voorbije jaren een heel traject uitgewerkt om te komen tot een systeem waarbij de leerlingen zelf de laptops kunnen aankopen op school en op die manier voorbereid zijn op de toekomst wat dat betreft. Ze hebben daarvoor een traject van vier jaar doorlopen. Hoe gaan scholen die vandaag plots die middelen krijgen, daarmee om? Hoe gaan zij een heel park van laptops beheren? De leerkrachten moeten opgeleid worden. Kunnen zij, wanneer zij die laptops ontvangen, zeggen dat zij de laptops niet willen omdat zij die met de school zelf hebben aangekocht? Kunnen zij die middelen elders inzetten?

De ICT-coördinatoren hebben bewezen dat ze een heel cruciale rol spelen in de digitalisering van ons onderwijs. Zij zien nu een tsunami van extra werk op zich afkomen. Die laptops zijn welgekomen, maar dat zal natuurlijk heel wat technische ondersteuning vereisen. Minister, u zegt dat u de uren met 75 procent gaat verhogen. Zij betwijfelen of dat voldoende zal zijn. Zij zien dus een tsunami van werk op zich afkomen.

Bovendien, minister, zegt u dat u het statuut wilt versterken. Mag ik u eraan herinneren dat een heel groot deel van de ICT-coördinatoren geen statuut heeft? Dus, minister, komt dat statuut er, en zult u daar ook recurrent middelen voor vrijmaken? Eén ‘one shot’ grote investering zal niet genoeg zijn. Dat zal constant opnieuw geld vragen. Gaat u dat doen?

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, allereerst mijn felicitaties. Dat ICT-plan is een bijzonder goede zaak. Enkele korte bedenkingen toch.

Men moet met de scholen bekijken hoe de cursussen worden vervangen op een moment dat men naar die digitale manier van werken gaat. In welke mate kan er een kostenbesparing zijn op het vlak van de cursussen?

Een terechte bedenking is ook dat de mediawijsheid moet worden versterkt. We lopen daar achter. Dat is broodnodig om onze studenten sterker te maken in die wereld.

Wat betreft de aansluitingen thuis is het nodig dat we een plan hebben opdat eenieder, wat ook zijn of haar achtergrond is, de juiste toegang heeft met die hardware.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, uiteraard zijn wij ook heel positief over het feit dat u van plan bent om elke leerling in het vijfde leerjaar voortaan een eigen laptop te geven. We rekenen er ook wel op dat er nu ook ICT-materiaal komt voor leerkrachten, en dat er ook wordt geïnvesteerd in de opleiding, bijscholing en ondersteuning die nodig zijn om van de digitalisering van het Vlaamse onderwijs echt een succes te maken. Maar het valt niet te ontkennen dat het feit dat u dat plan aankondigt, een belangrijke stap is om alle leerlingen een gelijke en eerlijke kans te geven in de start van hun onderwijscarrière.

Laptops, collega’s, zijn niet het enige materiaal dat leerlingen nodig hebben om goed te kunnen leren. Ook handboeken zijn en blijven cruciaal. We weten dat er vandaag in Vlaanderen nog altijd leerlingen rondlopen die zelfs met Pasen nog altijd niet beschikken over hun eigen handboeken omdat ze die niet kunnen betalen, omdat hun ouders het niet kunnen betalen.

Een boekenpakket in het secundair loopt al snel op tot 120 à 250 euro. Dat is te duur. Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat leerlingen vanaf het vijfde leerjaar, maar dus ook in het secundair, niet alleen over laptops maar ook over het juiste educatief materiaal beschikken?

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Ik vertolk vandaag graag de stem van mijn collega Karolien Grosemans, die dit dossier heel intens opvolgt. Samen met haar is onze N-VA-fractie heel tevreden over de digitale sprong die onze minister maakt om ons Vlaams onderwijs op die digitale trein te zetten. Het gaat hier maar even over 375 miljoen extra, een bedrag waar we tot enkele weken geleden enkel van hadden kunnen dromen. Ik ben dus een beetje teleurgesteld in de kritische ondertoon van de oppositie en van de Twitterberichten die ik lees. Het is een enorm bedrag en het gaat over veel meer dan alleen maar de hardware en de infrastructuur. Het gaat over de opleiding van onze leerkrachten, waar we echt nood aan hebben. En het gaat inderdaad over dat statuut van die ICT-coördinator, dat wordt versterkt, en daar vragen we ook al heel lang naar.

Minister, het gaat ook over het invullen van de vraag van het werkveld om ondersteuning te krijgen voor dat ICT-beleid. U spreekt van het advies- en kenniscentrum Digisprong. In welke mate, op welke termijn, ziet u dit ingang krijgen om een antwoord te bieden op de ondersteuning die zij nodig hebben?

Minister Ben Weyts

Bedankt. Er zijn verschillende elementen.

Ten eerste is dit een omvattend plan. Het gaat dus inderdaad niet enkel om hardware of chromebooks of laptops of andere ICT-toestellen. Het gaat om een plan voor de onderbouw, voor begeleiding, voor omkadering. Dat zit hier allemaal in vervat, en daarvan heb ik u ook het overzicht gegeven.

Ten tweede: zal dit leiden tot het vergroten van de kloof? Het tegenovergestelde is net het geval. We zorgen ervoor dat het vijfde leerjaar een mijlpaal is voor elke leerling, waarbij men de intrede doet in de digitale wereld. En die intrede is voor iedereen in de klas gelijk. Net daarom ook willen we de scholen de mogelijkheid bieden om middelen te investeren in wat zij nuttig en nodig achten in de klas, maar dat is voor al die leerlingen hetzelfde: niet de ene leerling een laptop, de ander een chromebook en nog een ander een iPad, en nog anderen helemaal niets. Dat is net met gelijke instrumenten, met gelijke wapens ervoor zorgen dat we meer en betere onderwijskwaliteit kunnen realiseren. Dat is net de essentie.

Nu beweren dat dit leidt tot een vergroting van de kloof? Het zou net moeten leiden tot een beperking van die kloof. Het is wel waar dat het verhaal niet eindigt aan de schoolpoort. Er is ook zoiets als de ouderlijke verantwoordelijkheid om daar ook thuis mee bezig te zijn. Dat geldt voor alles, los van digitalisering. Opvoeden is toch niet louter de taak van de school maar ook van de ouders, mag ik hopen? Dat moet zeker onder de aandacht worden gebracht. Digitalisering is niet zuiver een verhaal van de school zelf, dat klopt. Dat verhaal zet zich thuis verder.

Wat de besteding van die ICT-middelen betreft, geven we de scholen voor alle duidelijkheid wel het vertrouwen en de autonomie. Opnieuw: welke ICT-toestellen zij aanschaffen en welke infrastructuur, welke bekabeling, welke backoffice zij voorzien, daar geven wij hun alle vertrouwen in. Als men al laptops heeft, gaan wij als overheid geen laptops meer aanschaffen. We geven wel budgetten ter beschikking aan de scholen, maar met de bindende doelstelling om die digitalisering te realiseren. Dat is eigenlijk de afspraak die we moeten maken, en wel vanaf het vijfde leerjaar. Maar hoe men dat in concreto gaat realiseren, dat is natuurlijk de autonomie en de verantwoordelijkheid van de school, zoals dat bij veel vakken is.

Wat tot slot de ICT-coördinatoren betreft: daarmee zijn wij vanzelfsprekend ook in dialoog. En de uitbreiding van het statuut van de ICT-coördinatoren zit ook vervat in OD XXXI. Ook daar zorgen we dus voor het leggen van een zeer goede basis om uiteindelijk die Vlaamse remontada en die digitalisering te realiseren.

Minister, een begeleidend sociaal plan vindt u blijkbaar onnodig. Nochtans is het zo dat niet iedereen een goede wifiverbinding heeft. Niet iedereen heeft de ruimte om rustig te kunnen werken. Het is een beetje eenvoudig die verantwoordelijkheid in de schoenen van de ouders te schuiven. Armoede is meestal niet hun verantwoordelijkheid. Ik vind het jammer dat daar geen aandacht voor is.

Los daarvan heb ik al een aantal keer gezegd dat het een mooi plan is. We zullen over de uitvoering en de uitrol waken. U hebt op dat vlak niet altijd een goede reputatie. Vandaag heeft een directrice zich nog behoorlijk boos gemaakt. Ze zei dat haar gratis laptops waren beloofd, maar dat de school uiteindelijk 15.000 euro moest betalen voor 25 laptops die niet eens geschikt zijn. U moet zorgen voor duidelijke en transparante communicatie, want het is in het verleden misgelopen. U moet voor een goede uitvoering van het plan zorgen en dan zult u op ons applaus kunnen rekenen.

Minister, met dit plan is de springplank voor de grote sprong voorwaarts neergelegd, maar om voldoende ver te kunnen springen en van elke klas een digitale klas te maken, is een volgehouden inspanning noodzakelijk en moeten een aantal randvoorwaarden worden vervuld.

U moet het onderwijsveld hierbij betrekken. Ik heb begrepen dat het onderwijs op dit vlak niet bij de voorbereidingen is betrokken, maar voor de operationalisering van die acties zult u de scholen nodig hebben. U moet de scholen hierbij betrekken en tijdig de nieuwe fundamenten leggen voor die volgehouden inspanningen, niet enkel op het vlak van infrastructuur en hardware, maar ook met betrekking tot het levenslang leren van leerkrachten en de lerarenopleiding. Zo kan elke leerkracht een IT-leerkracht worden.

U moet bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare leerlingen blijven hebben. Zij zijn niet enkel met een laptop geholpen, maar moeten thuis toegang tot het internet hebben, de ruimte krijgen om in alle rust te werken en door hun ouders worden ondersteund.

Om dat heel ambitieuze plan te realiseren, moet u de IT-coördinatoren niet alleen een groot applaus geven, maar ook een deftig statuut en de uren die ze nodig hebben om die Digisprong op school en in de klas waar te maken.

Mijnheer Brouns, ik geef u gelijk. Het zal een volgehouden inspanning moeten zij, want anders geven we gewoon laptops aan scholen zonder dat hier voldoende inspanning met betrekking tot de uren aan wordt gekoppeld. Dat is hetzelfde als een kind een doos Lego zonder plan geven en het vertellen dat het zijn plan moet trekken en alles maar moet maken. Dat zullen we niet doen.

Minister, de onderwijskwaliteit in Vlaanderen daalt al sinds 2004. De N-VA zat toen al in de Vlaamse Regering. Ik denk dat de N-VA onvoldoende heeft gedaan om dit tegen te houden. Het uitdelen van laptops is een heel mediagenieke actie, die in het nieuws op VTM goed scoort, maar het is belangrijk dat hier een langetermijnbeleid achter schuilt en dat dit ook op lange termijn wordt gefinancierd. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.