U bent hier

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega's, we zijn aan de laatste normale vergadering van het jaar gekomen en ik denk dat iedereen gehoopt had dat we dat in een andere context hadden kunnen doen. Het worden cruciale weken voor de covidcrisis.

De cijfers zijn opnieuw alarmerend: de besmettingen stijgen, de ziekenhuisopnames dalen nog licht over het hele land, maar in de provincie Antwerpen is er bijvoorbeeld vandaag een stijging van 17 procent van de opnamecijfers. We moeten ons dus zorgen maken.

Een derde golf of een vervolg van een tweede golf – hoe men het ook wil noemen – dreigt nu wel echt. We moeten er een antwoord op geven, niet alleen om de druk op ons gezondheidssysteem houdbaar te houden, maar ook omdat het fundamenteel dramatische gevolgen zou kunnen hebben voor de vaccinatiestrategie. Als de zorgverleners aan het verzorgen zijn, kunnen ze op hetzelfde moment niet vaccineren.

Er ontplooien zich schijnbaar drie strekkingen. Enerzijds is er de strekking van hardere repressie en aanpakken van mensen die de regels overtreden. Aan de andere kant zijn er die een pleidooi houden om nog verder te gaan op het gebied van maatregelen. Een derde lijn zoekt misschien een tussenweg of een meer motiverende manier richting de inwoners van ons land.

Zoals de voorzitter net zei, is er volgende vrijdag een Overlegcomité en zullen opnieuw alle regio's in het federale niveau nagaan wat er moet gebeuren. We weten intussen wat de Vlaamse Regering niet wil. Minister Weyts heeft bijvoorbeeld al duidelijk gemaakt dat, wat hem betreft, voor het onderwijs geen aanpassingen moeten gebeuren.

Dat is op dit moment ook niet onze specifieke vraag, maar er is wel nood aan een plan dat verder kijkt dan de komende twee weken en dat ook een duidelijke strategie geeft voor de komende maanden.

Vandaar onze fundamentele vraag, die we belangrijk vonden om hier te stellen. Met welke focus en met welk plan trekt de Vlaamse Regering naar het Overlegcomité van volgende vrijdag?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, collega's, laat me eerst nog zeggen dat het de bedoeling was om de maatregelen die we eind november hebben genomen, door te trekken tot begin januari en pas dan een Overlegcomité te hebben. Op een bepaald moment is er vanuit de Franse Gemeenschap een vraag gekomen om een aantal zaken te bekijken. Vandaar het tussentijdse Overlegcomité, waar buiten de covidcrisis ook nog een aantal andere agendapunten worden behandeld.

Wat de positie van de Vlaamse Regering betreft: het is nu woensdag en vrijdag komt het Overlegcomité samen. Er is een drastische verlaging geweest van de verschillende indicatoren sedert de drastische maatregelen die we hebben genomen in het vorige Overlegcomité. Het klopt dat er de laatste drie dagen bij een aantal indicatoren een lichte stijging te zien is, gelukkig nog niet in het aantal ziekenhuisopnames, gelukkig nog niet in het aantal opnames op intensive care en gelukkig ook niet in het aantal sterfgevallen.

Ik heb ter voorbereiding van deze vraag het laatste rapport van Sciensano genomen. Wat Vlaanderen betreft, zie ik toch dat er bij ons substantieel meer wordt getest dan in de rest van het land, en dat de positiviteitsratio, ondanks het veelvuldig testen, een stuk lager ligt. Maar goed, de cijfers zijn nog niet ‘in the range’ waarin we ze willen hebben, dat is heel duidelijk.

Ik kijk dus met veel interesse uit naar de voorstellen die de specialisten gaan doen. Mijn eigen insteek is dat we al heel drastisch gehandeld hebben. We hebben ongeveer alles gedaan wat nodig was.

Op een bepaald moment hebben we de winkels weer geopend, omdat een minister van de Federale Regering zei: ‘Het openen van de winkels heeft geen enkele invloed op het verspreiden van het virus, dus waarom zouden we dat niet doen?’

Langs de andere kant denk ik dat wij – en dat zal vrijdag ook mijn insteek zijn, tenzij wij van de experten nog andere insteken krijgen die ik vandaag niet heb – het vooral over handhaving moeten hebben. Ik moet eerlijk bekennen dat ik bijzonder blij ben met de insteek gisterennamiddag van de procureurs en de procureur-generaal over die ellendige lockdownfeesten. Het is toch ongelooflijk dat mensen zich in deze periode nog zo egocentrisch, zo egoïstisch gedragen. Ik ben heel blij dat de sancties voor mensen die nu nog menen dat ze in groten getale moeten bijeenkomen, enorm worden opgedreven.

We hebben er ons in het vorige Overlegcomité ook toe verbonden om de controles aan de grenzen op het al dan niet invullen van het Passagier Lokalisatie Formulier (PLF) te laten toenemen. Tenzij de experten nog andere informatie geven, zet ik richting vrijdag dus vooral in op een doorgedreven handhaving, goed wetende dat dat voor een groot gedeelte vooral een federale bevoegdheid is. Niettemin ligt straks in dit parlement een urgentiedecreet voor, waarin wij, als Vlaamse Gemeenschap, nog een aantal tandjes kunnen bij steken inzake de handhaving.

Aan de andere kant bereiden wij ons op Vlaams niveau volop voor op het organiseren van de vaccinaties. Dat is de volgende uitdaging die we voorgeschoteld krijgen. Voor die vaccinaties zijn we toch – hoe zal ik het zeggen – afhankelijk van het ter beschikking zijn van de vaccins. Wij maken zelf geen vaccins en kopen zelf ook geen vaccins aan. Het is een Europese aanbesteding. We zijn dus afhankelijk van de vaccins die ons ter beschikking worden gesteld. Maar ik kan u dit zeggen: op dit moment is de Vlaamse Regering voorbereid om de volumes aan vaccins die ons worden toebedeeld, ook effectief binnen de kortste keren aan te brengen in de verschillende doelgroepen die door de Wereldgezondheidsorganisatie zijn gedefinieerd.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor dit antwoord. Dat u wat flexibel met de tijd bent omgesprongen, is in dezen goed, want het is een zeer belangrijk thema.

Maar ik moet zeggen dat ik niet helemaal ben gerustgesteld. U verwijst naar de cijfers en u wilt niet dramatiseren. Ook ik wil dat zeker niet doen. Maar we staan nu voor de derde keer in een situatie als deze. Intussen zouden we moeten weten hoe exponentiële curves werken, hoe het in het begin traag gaat en op een bepaald moment sneller vooruitgaat. Als volgens het afgelopen weekgemiddelde in de provincie Antwerpen niet de besmettingen, maar het aantal ziekenhuisopnames met 17 procent stijgt, dan moeten we echt bezorgd zijn. En dan mogen we niet naar vrijdag trekken met de houding van: ‘We zullen wel zien hoe het zich verder ontplooit, we zullen wel zien wat het wordt.’ Er moet een diepgaander, uitgebreider plan zijn.

Wat daarbij voor mij belangrijk is, is dat we de handhaving en het zorgen voor het naleven van de regels niet alleen beperken tot het afschrikken. Wat er gisteren werd beslist, is inderdaad een goede zaak, maar het zit ook in het motiveren van mensen. Daarom heb ik een aanvullende vraag: hoe zal de Vlaamse Regering een plan uitwerken dat ervoor zorgt dat de mensen in de komende dagen en weken beter worden gemotiveerd en een betere aanleiding vinden om de regels te volgen? Dat lijkt mij een grote noodzaak. Ik dank u.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, ik wil het specifiek over één punt hebben, omdat er weer een vakantie nadert. En u weet – ik hoef dat dit parlement niet in herinnering te brengen – dat minstens een deel van de coronamiserie begonnen is na of tijdens de krokusvakantie, toen reizigers zijn teruggekeerd van een vakantieoord en het virus hebben laten circuleren.

Welke lessen trekt u uit de ervaring die u de voorbije maanden hebt opgedaan met betrekking tot het reisbeleid? Want daar hebben zowel de Vlaamse als de Federale Regering wel wat steken laten vallen. Ik heb al verwezen naar de krokusvakantie en de terugkerende skiërs. Vervolgens was er de zomervakantie, waarbij we nadien hebben vastgesteld dat er amper mensen zijn gecontroleerd die terugkeerden uit een rode of oranje zone.

Nu is er opnieuw een kerstvakantie die eraan komt, en we zien dat mensen opnieuw op vakantie gaan. Ik zou van u willen weten hoe de mensen die terugkeren uit een oranje of rode zone, zullen worden opgevolgd.

Er is natuurlijk ook de terechte bedenking van de werkgeversorganisaties, die zeggen dat er natuurlijk wel een verschil is tussen mensen die omwille van hun werk verplicht zijn om naar het buitenland te gaan en mensen die ervoor kiezen om voor hun plezier op reis te gaan. Gaat u een onderscheid maken tussen die mensen die verplicht zijn om voor hun werk naar het buitenland te gaan en de mensen die een plezierreisje boeken en van daaruit terugkeren uit een oranje of rode zone?

De heer Parys heeft het woord.

Ik vind het verstandig dat de minister-president publiek niet te zeer vooruitloopt op wat het Overlegcomité vrijdag zal bespreken en beslissen. Ik vond het ook interessant om de observatie te maken dat de reproductiewaarde in verschillende landen in Europa in eenzelfde lijn gaat. Nochtans zijn er in die verschillende landen in Europa heel verschillende maatregelen van kracht. We hebben eerst een synchrone daling gezien. Nu zien we een synchrone stijging, met uitzondering van een aantal Scandinavische landen.

Dus: geen publiek opbod van maatregelen. Een goede, correcte, proportionele handhaving is belangrijk in dezen. Telewerk, de aankomsten in België: uiteraard. Daarbij moeten een aantal leidende principes vooropstaan. Het eerste is uiteraard de rechtsstaat. Dat is het fundament van ons handelen, zeker als we een aantal rechten drastisch beknoppen. En ten tweede, aansluitend bij wat collega Vaneeckhout heeft gezegd, is er de vraag hoe we de burgers kunnen blijven motiveren. Want als we massaal in een spiraal van verstrengingen terechtkomen, zien we ook dat heel veel mensen afhaken. Enkel die handhaving zal ons niet redden, wel perspectief bieden en een goede uitrol van de vaccinatiecampagne. En dan is mijn vraag, minister-president, om ook te consulteren bij motivatiepsychologen, om er inderdaad voor te zorgen dat zoveel mogelijk Vlamingen en Belgen de maatregelen goed opvolgen. En dat is, voor alle duidelijkheid, bij de meerderheid van de mensen vandaag ook al wel het geval.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Minister-president, u hebt het kort gehad over de vaccinatiestrategie. Ik begrijp dat die vrijdag mogelijk op de agenda zal komen. Er zijn op dit ogenblik twee bewegingen. Aan de ene kant heb je het Europese geneesmiddelenagentschap, dat aangekondigd heeft dat het mogelijk volgende maandag al een goedkeuring zou geven voor het Pfizervaccin, waardoor een aantal zaken dus zouden kunnen worden versneld. Aan de andere kant heeft Pfizer-BioNTech laten weten dat zij niet de aantallen zullen kunnen leveren die ze zelf aangekondigd en verwacht hadden.

Zal de vaccinatiestrategie op de agenda staan? En zal er na vrijdag een duidelijkere timing komen met liefst realistische verwachtingen, zodat de burgers goed weten wat een realistisch traject kan zijn, zodat we perspectief kunnen geven, maar ook geen valse verwachtingen creëren?

De heer Anaf heeft het woord.

Minister-president, het aantal besmettingen stijgt inderdaad weer. Dat is een zeer slechte zaak. Ook in onze provincie is dat trouwens zo.

U hebt het dan over handhaving. Dat is een belangrijk aspect. Maar u hebt het vooral over handhaving van gedrag van burgers. U hebt het over terugkerende reizigers. U hebt het over lockdownparty’s. En terecht: daar moet streng op gehandhaafd worden. Maar ik heb deze voormiddag van thuis uit een commissievergadering bijgewoond en ben dan op de middag naar Brussel gereden en ik ben anderhalf uur onderweg geweest, terwijl dat normaal gezien, zonder files, maar 55 minuten zou zijn. Ik stel dus vast dat er heel veel verkeer op de baan is. Ik denk dat we dat allemaal al vastgesteld hebben. We horen ook van heel veel bedrijven waar men eigenlijk zou kunnen telewerken, maar men dat te weinig zou doen. Ik denk dus – en dat is een volledige bevoegdheid van de Vlaamse Regering – dat er ten aanzien van de bedrijven extra moet worden toegezien dat er goed wordt getelewerkt en dat de maatregelen die kunnen worden genomen, daadwerkelijk genomen worden, zodat iedereen op een veilige manier aan het werk kan blijven.

Bij dezen denk ik ook aan twee derde van onze collega's die nu aan het telewerken zijn en naar ons aan het kijken zijn. (Opmerkingen)

Betwijfel je dat? (Opmerkingen)

Minister-president Jan Jambon

Collega's, bedankt voor alle tussenkomsten.

Mijnheer Vaneeckhout, ik denk, eerlijk gezegd, dat het grootste gedeelte van de bevolking de maatregelen, binnen de marge van de acceptatie, zeer goed opvolgt. Waar dat gedeelte van de bevolking zich mateloos aan ergert, is dat mensen nog in staat zijn om af te wijken van die maatregelen.

Veel communicatie moet daar misschien niet over gebeuren, men moet vooral daden stellen in de praktijk. Daar komt het op neer. Het parket zei gisteren dat het de boetes en de intensiteit van controles gaat verhogen. Ik zou willen dat deze regering de bevoegdheid had om daar een tandje bij te steken. Ik ben heel blij dat de procureurs dit ook hebben gezien en een tandje willen bijsteken. Die signalen in de praktijk zijn veel belangrijker dan veel communicatie daarover. De mensen zien dat het op bepaalde vlakken uit de hand loopt. Dat moet worden gehandhaafd en streng bestraft.

Mijnheer Janssens, in het decreet dat jullie straks gaan stemmen, is een onderscheid gemaakt tussen essentiële en niet-essentiële reizen. Ik ben het volledig met u eens als het gaat over niet-essentiële reizen. We hebben gedurende maanden mensen opgelegd om PLF-formulieren in te vullen. Gigantisch veel mensen hebben mij al gezegd dat ze in Zaventem aankomen en op voorhand al een formulier hebben ingevuld, maar dat geen hond hen daarna naar dat formulier heeft gevraagd.

Op het Overlegcomité van eind november hebben we dat punt aangehaald. De Federale Regering heeft zich geëngageerd – want dat is een federale bevoegdheid – om na 18 december in de luchthavens en in de internationale treinstations punctuele controles te doen, want dat is ook noodzakelijk.

Mijnheer Parys, de motivatiepsychologen zijn nu mee opgenomen in het comité dat het Overlegcomité adviseert. Ik ga ervan uit dat de adviezen waar we effectief iets mee kunnen doen onze richting uitkomen.

Mijnheer Van Rompuy, het klopt dat Pfizer een dubbele boodschap heeft gegeven, namelijk dat het vroeger, maar minder kan doen. Dat is een beetje spijtig, ik had liever gehad dat het wat later en wat meer was. Het is nu zo. Europa zit hier in de driver's seat, want Europa leidt de aankopen van de vaccins bij de zes fabrikanten die vandaag zijn ingesteld. Europa moet snel duidelijkheid scheppen over hoeveel vaccins het in welke periode ter beschikking kan stellen. Dit is geen zaak van de lidstaten. Europa zal de vaccins die het kan aankopen, proportioneel verdelen over de deelstaten. Dat lijkt me ook correct.

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft ook de volgorde bepaald: eerst de rusthuizen, dan de kwetsbare groepen, dan de 65-plussers, dan de 45- tot 65-ers met aandoeningen. Alle lidstaten zijn het erover eens om de vaccins op die manier te verdelen. Het aantal vaccins dat ter beschikking komt, wordt proportioneel over de lidstaten verdeeld. De vaccinatie in Europa zal dus vergelijkbaar verlopen.

Europa moet snel duidelijkheid geven over wat we mogen verwachten tegen de zomer. Welke groepen zullen er worden gevaccineerd en welke niet? Er zullen niet voldoende vaccins zijn om de hele bevolking in Europa voor de zomer te vaccineren. Daarover moet duidelijkheid bestaan. In het mooi Nederlands noem ik dat 'managing expectations'.

Mijnheer Anaf, u zegt dat het aantal besmettingen stijgt. Dat is waar, maar het aantal testen stijgt ook. We zijn erin geslaagd om een gigantische daling te krijgen in het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames, maar het is waar, de laatste dagen zitten we op een platform. Daar kun je niet aan twijfelen.

Telewerken is een element dat belangrijk is. U zegt dat dat Vlaamse bevoegdheid is. Ik denk dat de arbeidscontrole en de arbeidsinspectie vooral een federale bevoegdheid zijn. Als iets goed is, ben ik ook niet te beroerd om dat te zeggen: deze week hebben we via de pers vernomen dat de federale inspecteurs op dat vlak echt wel inspanningen hebben geleverd. Ze zijn erachter gekomen dat een aantal zaken met kleine wijzigingen te doen zijn, en dat een aantal bedrijven hardleers zijn. Ik doe van hieruit opnieuw een oproep aan de bedrijfsleiders – omdat een opflakkering van het virus in niemands voordeel is, ook niet in dat van de bedrijven – om toch maximaal in te zetten op telewerk. Als Vlaamse overheid, die ook een werkgever is, zetten wij daar alvast maximaal op in. Ik denk dat we er alle belang bij hebben dat er maximaal op telewerk wordt ingezet daar waar het mogelijk is. Dat is een tamelijk pijnloze maatregel, maar een die enorm veel kan opleveren. Ik steun uw bevinding ter zake.

Mijnheer Vaneeckhout, uw slotbeschouwing. Ik weet vanuit de commissie dat u dat steeds sterk en beknopt kunt.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister-president, de situatie is en blijft ernstig. In drie van de vijf Vlaamse provincies stijgen de ziekenhuisopnames – niet de besmettingen, maar de ziekenhuisopnames, een van de meest objectieve indicatoren voor de ernst van de crisis. We hebben bewust de vraag aan u gesteld, en niet aan collega Beke, omdat u de regeringsleider bent. U bent onze regeringsleider. U bent dus de eindverantwoordelijke voor het totaalbeleid inzake covid in Vlaanderen. Dat moet een beleid zijn waarbij men verder kijkt dan de komende twee, drie weken, waarbij men ook naar de komende maanden kijkt. Wij vinden dus dat er een doordachte aanpak moet komen, en we hopen dan ook dat die in de komende twee dagen nog wordt uitgewerkt, richting vrijdag. We verwachten hier vandaag geen heldere antwoorden, maar u mag het ons niet kwalijk nemen dat, als we vandaag zien dat de bronopsporing nog altijd niet op peil is, als we inzake de vaccinatiestrategie zien dat de burgemeesters en huisartsen vorige week een noodkreet uitten omdat ze nog van niks weten, we vandaag vragen dat er echt een plan zou worden opgemaakt voor het preventieve beleid, waar Vlaanderen autonoom voor bevoegd is, een plan dat verder gaat dan ‘binnen de marges van de acceptatie volgen we allemaal de regels wel’. We mogen niemand met de vinger wijzen of beschuldigen, maar er zal meer nodig zijn dan enkel een focus op keiharde handhaving.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.