U bent hier

Het antwoord wordt gegeven door minister-president Jambon.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Gisteren werden inderdaad de resultaten voorgesteld van het internationale onderzoek over het onderwijsniveau. Wat blijkt? Onze 10-jarigen doen het slechter dan vier jaar geleden op het vlak van wiskunde en wetenschap, zover dat de verloren score zou neerkomen op een verlies van een kwart leerjaar. De kloof tussen de beste en de zwakste leerlingen wordt groter en kinderen die het thuis minder breed hebben of de taal niet spreken, doen het slechter. Dat zijn zaken die ons zorgen moeten baren, minister-president.

Het antwoord van minister Weyts baart ons ook wel zorgen. Zijn antwoord is: we gaan de lat hoger leggen door taalscreenings in de kleuterklas, door centrale toetsen voor heel Vlaanderen en door de lat hoger te leggen op het vlak van de eindtermen. Maar, minister-president, ik weet niet of u zich nog de bok herinnerd uit uw jaren lichamelijke opvoeding op school. Als u er niet over kon, minister-president, ik denk niet dat het dan een oplossing was dat de leerkracht zei: ‘Weet je wat, we zetten hem dan nog een beetje hoger.’ Ik denk niet dat dat de oplossing was. De oplossing is ook niet om te zeggen: ‘We zullen hem voor u dan maar wat lager zetten.’ Neen, de oplossing is dat je leerlingen technieken aanleert, dat je goede leerkrachten hebt die hun die technieken aanleren, dat je die leerkrachten ondersteunt om die kinderen te helpen om inderdaad over die hoge bok te geraken. Maar de oplossingen van minister Weyts – screenings, testen, de lat hoger leggen – dat zijn holle slogans en dat zijn geen oplossingen. Die stellen hoogstens het probleem vast, minister-president. Wat we nodig hebben, zijn inderdaad voldoende leerkrachten, goed opgeleide leerkrachten, voldoende ondersteuning voor die leerkrachten om de uitdagingen die er nu eenmaal zijn in ons onderwijs, zoals inclusie en de toename van anderstaligen, aan te pakken.

Mijn vraag is dus ook, minister-president: welk plan komt er? Wat gaat deze regering doen? Welk beleid komt er om met oplossingen te komen in plaats van alleen maar het probleem vast te stellen?

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister-president, het probleem is geschetst. Dat is uiteraard geen nieuw probleem. Met de PISA-resultaten (Programme for International Student Assessment) wisten we ook al dat Vlaanderen niet meer bij de wereldtop en nu in het lager onderwijs op veel vlakken zelfs niet meer bij de subtop zit, maar de middenmoot is geworden. Dat is negatief voor iedereen. Vlaanderen is een kenniseconomie en dat is vooral voor al onze leerlingen en voor de toekomst van iedereen een probleem. Ik hoor hier collega’s zeggen: ‘die andere taal is een probleem’ en dat wordt nogmaals vastgesteld, maar als we dan spreken om dat effectief aan te pakken en effectief te gaan kijken om kinderen Nederlands te leren, dan zie ik de collega’s al beginnen te steigeren.

Nu wordt het voorbeeld van de bok gegeven. Maar het gaat niet meer over de bok wat hoger of lager te zetten, eigenlijk is de kwestie geworden: als je als leerling het niet leuk vindt om over de bok te springen, dan nemen we de bok gewoon weg en dan wandel je over de mat en dan is iedereen content.

Collega’s, die beeldspraak gaat niet meer op. We moeten die lat weer omhoog leggen. Dat kunnen we inderdaad doen met die eindtermen. Dat zijn onze minimumdoelen in het onderwijs. Twee, die taal: laten we eindelijk eens met heel dit parlement zeggen, ook tegen de leerkrachten: het klopt dat het onmogelijk wordt in wiskunde en vraagstukken, dat het niet goed lukt voor die leerling omdat hij die taal niet beheerst. Dat we dat Nederlands moeten aanbrengen. Die ‘verleukering’, die constructivistische houding van ‘het komt wel uit het kind’: als het thuis niet wordt gestimuleerd, zal het niet uit dat kind komen. En ja, we zullen dus – overheid, leerkrachten, koepels, scholen, allemaal samen – moeten zeggen: we gaan nu eindelijk voor dat ambitieuze onderwijs – dat is nu cruciaal – en de vakkennis die daar belangrijk in is. En professor Van Damme van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zei het nog: we moeten daar weer die goede basis leggen. En dus, minister-president – en eigenlijk ook minister van Onderwijs –, is de vraag: welke stappen zal de regering zetten om daar een antwoord op te bieden?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Voorzitter, deze cijfers beroeren ons allemaal. Leerkrachten en directeurs voelen zich door de cijfers aangesproken, en wij hier blijkbaar ook. Commentatoren geven commentaar, maar reiken zelden oplossingen aan. We moeten over één zaak duidelijk zijn. Mijn fractie is ervan overtuigd dat ambitieus onderwijs is wat het onderwijs moet zijn. Het ergste wat we kunnen doen, is leerlingen vertellen dat we van hen niets verwachten en in hen niet investeren. Dat is wat we niet moeten doen.

Het debat moet natuurlijk genuanceerd en niet sloganesk of simplistisch worden gevoerd. Het moet afgestemd zijn op onze eigen context, want in het Vlaamse basisonderwijs moeten de eindtermen op het einde van het zesde leerjaar worden gehaald, en hier wordt in het vierde leerjaar gemeten. We moeten de impact daarvan niet meten om te minimaliseren, maar om de discussie ten gronde en zuiver te voeren.

De ambitieuze eindtermen moeten volgens het kaderdecreet sober en duidelijk zijn. Meten is weten met de gestandaardiseerde en genormeerde toetsen, maar wat doen we met die data? Hoe maken we onze leerkrachten sterker om de specifieke noden van de leerlingen goed te kennen en te weten waaraan ze moeten werken? Hoe kunnen we de leerlingen een polsstok of een trampoline aanbieden om over de lat te geraken?

In elk geval denk ik dat we goede coaches nodig hebben. Die coaches moeten zich gewaardeerd en ondersteund voelen. Uit de Teaching and Learning International Survey (TALIS) is al duidelijk gebleken dat de leerkrachten weinig participeren aan professionaliseringsactiviteiten. Ze hebben weinig ruimte en tijd om dit te doen. Ze kijken ook aan tegen een vlakke loopbaan.

Volgens ons is naast die professionalisering ook een sterke directeur nodig die zich met het pedagogisch beleid kan bezighouden. Ik herhaal hier graag de vraag om in te zetten op de administratieve, pedagogische en beleidsondersteuning van de directeurs in het basisonderwijs.

Mevrouw Vandromme, u hebt geen tijd meer.

Minister-president, we vragen u expliciet om aan te geven hoe we verder kunnen werken aan de professionalisering en hoe we de leerkrachten kunnen versterken om op de noden van de leerlingen in te gaan.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat we ons allemaal veel zorgen maken om de dalende prestaties van onze 10-jarigen op het vlak van wiskunde en wetenschappen. De vraag is natuurlijk waarom de resultaten van onze leerlingen jaar na jaar achteruitgaan.

Volgens de N-VA ligt het aan de taalachterstand. Dat speelt een grote rol, want de kennis van het Nederlands is cruciaal. Hoe kan iemand een vraagstuk oplossen als hij het niet begrijpt? We zijn dan ook voorstanders van de taalscreenings en de taalintegratietrajecten. Alleen de taalbaden, waarbij kinderen met een taalachterstand een vol jaar samen in de klas worden gezet, vinden we geen goed idee. De wetenschap toont aan dat dit niet werkt.

Volgens onderwijsspecialist Van Damme ligt het ook aan het feit dat de voorbije jaren te weinig op kennis en te veel op het ervaringsgericht leren is gefocust. Ik wil hem graag geloven en we moeten dat zeker bekijken.

Hoewel de onderzoekers van het TIMSS-onderzoek (Trends in International Mathematics and Science Study) zelf hebben aangegeven dat de sociaal-economische achtergrond van kinderen meer nog dan de thuistaal een doorslaggevende factor in de resultaten is, wordt hier in het debat gemakkelijk aan voorbijgegaan. Wie de ouders zijn en wat de ouders verdienen, bepaalt vaak hoe kinderen het op school doen. Kinderen die thuis minder leesboeken hebben, geen computer of eigen kamer hebben en laagopgeleide ouders hebben, kunnen het met de beste wil van de wereld ook niet helpen. Ze doen het systematisch slechter op school.

Als we de onderwijskwaliteit willen verbeteren, moeten we de lat hoger leggen met ambitieuze eindtermen. Daarover ben ik het eens met minister Weyts. We moeten er echter ook voor zorgen dat veel meer kinderen over die lat geraken, want het valt niet te ontkennen dat veel kinderen veel verder moeten springen omdat ze met meer achterstand beginnen. Wat onze kinderen nodig hebben, is een goede conditie. Dit is dan ook een pleidooi voor toegankelijke kinderopvang voor kwetsbare gezinnen, want anders lopen ze al achter voor ze aan de eerste kleuterklas beginnen. Het juiste materiaal is ook een probleem, maar een goede coach is cruciaal. De leerkrachten maken het verschil en moeten de kinderen over de lat helpen springen.

Minister-president, wat zult u doen om de leerkrachten te versterken om een goede coach te kunnen zijn?

De heer De Gucht heeft het woord.

Voorzitter, ik was nog even aan het nadenken over welke verschillende voorwerpen uit de turnles ik naar voren zou brengen. Alle gekheid op een stokje, dit is een problematische situatie. Jaren geleden voerden we het peloton nog aan, maar nu zakken we weg naar de middenmoot. De realiteit is dat dit in het verlengde ligt van het Programme for International Student Assessment (PISA).

Wat eigenlijk naar voren komt en daarnet al is benadrukt, is dat we eigenlijk iets belangrijks missen. We missen namelijk een generatie mensen die uit een sociaal-economisch achtergestelde situatie komen en die onder de SES-middelen (socio-economische status) vallen.

Dat hangt inderdaad voor een belangrijk deel aan die taal vast, maar het gaat eigenlijk veel breder dan die taal alleen. Het gaat om datgene wat zo belangrijk is om mensen net de mogelijkheid te geven om zichzelf te vervolmaken, om te groeien in onze maatschappij, om trekkers te kunnen zijn in die maatschappij, datgene dat ervoor zorgt dat sociale verschillen eigenlijk verdwijnen. Dat zou ons onderwijs moeten zijn. Dit benadrukt dat dat vandaag te weinig het geval is, en dat we daar zeker en vast de nodige aandacht aan moeten besteden.

We hebben inderdaad die taalscreening op het einde van de derde kleuterklas. We hebben de aangescherpte eindtermen voor het basisonderwijs en de gestandaardiseerde, genormeerde, gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen. Dat zijn inderdaad belangrijke hervormingen, maar er zal wellicht meer nodig zijn, en de vraag is welke directe actie wij kunnen nemen om daar op relatief korte termijn op in te grijpen. Welke mogelijkheden zijn er om net op die doelgroep van SES-kinderen zo maximaal mogelijk in te zetten? Op welke manier kunnen we de leerkrachten daar het best in ondersteunen?

Collega De Gucht, ik was iets coulanter voor u, want u bent blijkbaar jarig vandaag. Mijn felicitaties, dus. (Applaus)

Minister-president, u hebt tien minuten, maar als het moet, mag het ook iets langer, want u bent natuurlijk niet rechtstreeks bevoegd. (Opmerkingen)

Of korter, dat mag ook. De keuze is aan u.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik zou denken dat het veeleer korter dan langer moet zijn, aangezien ik niet bevoegd ben. Maar goed, de voorbereiding is in ieder geval door de bevoegde minister gedaan, dus laat me de boodschapper zijn van minister Weyts, die nu in quarantaine thuis ongetwijfeld aan het volgen is wat wij hier allemaal aan het zeggen zijn.

Het nieuwe TIMMS-onderzoek bevestigt inderdaad dat onze onderwijskwaliteit in het gedrang is. Dat is natuurlijk bijzonder ernstig. Voor de zoveelste keer op rij – want dit is geen nieuw fenomeen – gaan de resultaten van Vlaamse leerlingen significant achteruit in een internationaal onderzoek. Vlaanderen zit niet meer bij de top. We zijn weggezakt naar de internationale middenmoot. Voor wiskunde zit Vlaanderen op de 17e plaats van 58 landen, dus niet meer in de top, en voor wetenschappen zit Vlaanderen nu op een 35e plaats van 58 landen, worden we vergeleken met landen als Kazachstan en Bahrein. We hebben te weinig toppresteerders. De leerlingen uit sociaal kwetsbare milieus en leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, doen het zorgwekkend slecht. Onze leerlingen vinden het ook niet leuk om bezig te zijn met wiskunde en wetenschappen. Al deze internationale onderzoeken dateren nog van voor de coronacrisis. We weten dat de sluiting van de scholen en, bijvoorbeeld, het verplichte afstandsonderwijs de onderwijskwaliteit verder aantasten. Dat is allemaal zeer ernstig, want onderwijs van hoge kwaliteit is een hoeksteen van onze welvaart, en dus ook van ons welzijn.

De voornaamste conclusie moet dan ook zijn dat het onderwijs nood heeft aan grote hervormingen, en laat dat nu net het goede nieuws zijn: die hervormingen staan ook in de steigers. Ze zijn hier genoemd. Er is de taalscreening voor alle leerlingen in de derde kleuterklas vanaf volgend jaar. TIMMS toonde nogmaals aan dat kennis van het Nederlands cruciaal is om andere vakken te beheersen. Dankzij de taalscreening kunnen we vermijden dat jonge kinderen met een achterstand aan de start van het lager onderwijs komen. We zullen hen sneller kunnen helpen en hen bijspijkeren qua Nederlands.

Ten tweede zijn er de centrale toetsen voor alle leerlingen op vier momenten gedurende de schoolcarrière. Dat zal ingaan vanaf 2023. Bovendien houden we met die Vlaanderenbrede toetsen rekening met de Vlaamse context. Dat wordt niet gedaan bij internationale toetsen. Met onze eigen centrale toetsen zullen we dus de vinger nog meer aan de pols kunnen houden, zullen we dus sneller en gerichter kunnen ingrijpen.

We hebben ook nood aan ambitieuzere eindtermen, die scherp geformuleerd zijn. We moeten de discussie daarover zo snel mogelijk afronden. De lat moet simpelweg hoger voor alle leerlingen en alle scholen in heel Vlaanderen. Om terug te grijpen naar de vergelijking met de bok: je kon ook over die bok geraken met een goede springplank. Dat was dikwijls de remedie. Men zette de bok hoog genoeg, maar legde er een springplank voor. Dat is de techniek aanpassen, middelen aanreiken. Ik vind die vergelijking dus wel goed.

Ambitieuze eindtermen zorgen voor hoge leraarsverwachtingen. Onderzoek toont aan dat dat zorgt voor betere leerprestaties bij leerlingen. De regering wil de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs dan ook zo snel mogelijk ter bespreking naar dit parlement brengen.

Velen hebben verwezen naar de leerkrachten. Dat is een engagement dat we gaan opnemen. We gaan ook investeren in onze leerkrachten. We versterken de lerarenopleidingen, we investeren extra in prioritaire nascholing, we laten ons momenteel door de OESO doorlichten op het vlak van professionalisering van leerkrachten, en we versterken het praktijkgerichte onderwijsonderzoek.

Collega's, om de impact te zien van al die hervormingen die we gaan doorvoeren, dat zal natuurlijk een tijd duren. Het is niet omdat we vandaag die hervormingen beslissen, dat we morgen in de praktijk, in de PISA-cijfers en de TIMMS-cijfers de resultaten daarvan zullen zien. Onderwijs is een enorme tanker die maar traag kan worden gekeerd. Net daarom moeten we nu vooral doorzetten. Alleen als iedereen in het onderwijs de ernst van de zaak inziet en er ook mee aan de slag gaat, zullen we dat tij kunnen keren. Dat is nodig, want we hebben in dit land geen eigen grondstoffen. We hebben alleen de hersenen van onze jonge mensen en van iedereen. Als we ons goede onderwijs verliezen, dan verliezen we uiteindelijk ook onze welvaart.

Minister-president, u hebt het misschien niet altijd zo goed gevolgd, maar al drie legislaturen lang is er in het Vlaams Parlement sprake van een lerarenpact. Al drie ministers zouden een grote hervorming van het lerarenberoep lanceren dat ervoor zou zorgen dat het lerarentekort wordt aangepakt, dat inzet op professionalisering van de leerkrachten, dat de lerarenopleiding versterkt, dat leraren ondersteunt bij de extra uitdagingen die er zijn in de klassen. De maatschappij is veranderd, de samenstelling van de klassen is veranderd. Jullie hebben een M-decreet goedgekeurd dat voor meer inclusie zorgt in de klassen, maar het beleid is niet mee geschakeld. Het beleid heeft die springplanken niet voorzien.

Minister-president, de N-VA is al drie legislaturen lang bevoegd. Het begint stilaan schuldig verzuim te worden. Er moeten dringend een plan komen dat ervoor zorgt dat het beroep aantrekkelijker wordt. Het is nog steeds wachten daarop.

Collega's, sterk onderwijs is belangrijk voor elke leerling, en zeker en vast voor de leerlingen die thuis minder worden gestimuleerd. Het academisch succes, het echt willen presteren, resultaten willen halen, dat is een belangrijke attitude die ons onderwijs een beetje is kwijtgespeeld.

Hier wordt soms gepleit voor omkadering en extra steunpunten buiten de school, maar onderwijs gebeurt in de school en in de klas. Daarom doet de N-VA een oproep om de middelen en de mensen daar in te zetten, met een goede opleiding, vakkennis, vakdidactiek en klassenmanagement.

Onderwijs is een cognitieve inspanning, het is geen klassikale ontspanning. Het vraagt input en inzet. Als ik kijk naar de resultaten van TIMMS nu en naar de Onderwijsspiegel, dan stel ik vast dat de inspectie in 2020 zei dat 91,7 procent van de basisscholen zeer goed en sterk met wiskunde bezig was, wat niet wordt vastgesteld met dit resultaat.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Collega's, ik trek de vergelijking graag nog even door. De beste sportprestaties worden geleverd als er langs de kant iemand staat die roept en die je aanmoedigt om het beste van jezelf te geven. Dat is ook wat we verwachten van leerlingen, namelijk dat er iemand aan de kant staat die het beste uit de leerlingen haalt.

Ik maak graag de vergelijking met de ouderbetrokkenheid, want dat is ook wat we leren uit corona. Waar de ouders heel sterk zijn betrokken op de leerlingen, is de leerwinst groter. Er zijn heel wat goede voorbeelden op het terrein. Ik denk aan brugfiguren, maar ook aan de samenwerking op school met andere instanties. Zijn we bereid daaruit te leren om de scholen sterker te maken inzake ouderbetrokkenheid?

Taalscreening, centrale toetsen, dat zijn allemaal goede instrumenten, maar dat zal ons vooral helpen om het probleem in kaart te brengen. Met testen alleen zullen we er niet geraken, dat zal het probleem niet oplossen. Het zijn de leerkrachten die het verschil zullen maken. Uiteindelijk zijn zij die springplank. Dat is mensenwerk. Het gaat over kinderen boven zichzelf laten uitstijgen, zover mogelijk laten springen. Het is een goede zaak dat er extra geld komt voor professionalisering. Het moet inderdaad meer zijn dan een namiddag per jaar. Ik ben heel benieuwd wat dat zal geven.

Maar we hebben ook gewoon meer handen nodig in de klas, extra lesuren, zodat leerkrachten meer tijd hebben om kinderen op maat te helpen.

Ik hoor van leerkrachten dat ze kinderen met taalachterstand hebben, met leer- of gedragsstoornissen of die het thuis moeilijk hebben. Dat is allemaal te veel om gebolwerkt te krijgen. Wat zult u eraan doen zodat er extra handen in de klas komen en leerkrachten de kinderen de aandacht kunnen geven die ze verdienen?

Dat TIMMS-onderzoek dateert van 2019. Dat is van voor de huidige crisis. Als je kijkt naar de cijfers die nu naar voor komen en waar het GO! en het katholiek onderwijs naar hebben verwezen de afgelopen tijd, dan is de leerachterstand bijzonder groot. Het volgende TIMMS-onderzoek zal dus zeker en vast geen verbetering in kaart brengen. Daar moeten we ons van bewust zijn. De leerkrachten zijn daarin van cruciaal belang, maar ook de betrokkenheid van de ouders, zoals ook mevrouw Vandromme heeft gezegd.

Minister ik wil nog iets zeggen over de kansengroepen en de taalachterstand. We hebben de leerplicht nu op 5 jaar gebracht. Ik ben en blijf er voorstander van om die verder te verlagen en er zo voor te zorgen dat die kansengroepen en de mensen die we soms heel moeilijk bereiken, van in de eerste kleuterklas kunnen meetrekken, vanaf 2,5 jaar, in de school, in de taal om zo hun kansen te maximaliseren.

De heer D'Haese heeft het woord.

Minister-president, wat ik heel straf vind in dit debat, is hoe er op zo'n wetenschappelijk onderzoek wordt gereageerd met onwetenschappelijk ideologisch beleid. Ik vind dat heel straf. Het onderzoek toont aan dat de sociaal-economische status van kinderen en hun ouders bepalend is. Hoe reageren jullie? Met taalscreenings, taalbaden en weet ik nog wat allemaal. Een eenzijdige focus op taal met de recepten waarvan we uit wetenschappelijk onderzoek en ervaringen weten dat ze niet werken. Ideologische scherpslijperij.

Er wordt gezegd dat we in de eerste plaats moeten inzetten op professionalisering, op ondersteuning van de leerkrachten in de klas. Wat doet deze regering? Besparen op de pedagogische begeleidingsdiensten die net dat tot taak hebben. Wat zullen jullie wel doen? Extra testen invoeren, boven op de vijfduizend testen die een leerling vandaag al in ons onderwijs aflegt. Nog meer testen! In Nederland, Mexico, Wales en Duitsland hebben ze dat geprobeerd na slechte PISA-resultaten en het heeft niet geholpen. Zullen jullie stoppen met het onderwijsbeleid te stoelen op ideologische scherpslijperij en kijken naar wetenschappelijke gegevens om iedereen echt vooruit te helpen?

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister-president, PISA, PIRLS, TIMMS: elk onderzoek toont aan dat ons onderwijs achteruitgaat. Eindelijk hoor ik het hier dagen. We hebben jarenlang, decennialang anderstaligen in onze klassen binnengelaten en nu zijn we verwonderd dat het niveau daalt. De Vlamingen wisten dat al langer en hadden die onderzoeken niet nodig. We moeten er dus voor zorgen dat de leerlingen die in onze klassen terechtkomen, Nederlands kennen. Bovendien, de linkse recepten van pretpedagogie, van kunnen in plaats van kennen, hebben gefaald en hebben ons gebracht waar we nu zijn. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president Jan Jambon

Dank jullie voor jullie opmerkingen. De meeste thema's zijn al behandeld.

Wat het lerarenpact betreft, heb ik daarnet gezegd dat we bijkomend zullen investeren in onze leerkrachten. Ik denk dat de vakminister de uitdaging wel aangaat. Derde keer, goede keer. Als al drie ministers het lerarenpact aangekondigd hebben, dan zal deze minister het realiseren.

Wat de ouderbetrokkenheid betreft, bestaan er al heel wat initiatieven. Het is natuurlijk belangrijk om te evalueren of ze voldoen. ‘You can lead a horse to the water, but you can't make it drink.’ De overheid heeft grote verantwoordelijkheden, maar de individuen, de burgers hebben ook verantwoordelijkheden ter zake. Dat dit geëvalueerd moet worden en gekeken moet worden of er een tandje bij kan worden gestoken, is redelijk.

Mijnheer De Gucht, de leerplicht vervroegen, is niet opgenomen in het regeerakkoord. Het is ook het enige in het onderwijsveld dat nog federale bevoegdheid is. Dat moet in een ander parlement bediscussieerd worden.

We zijn het er allemaal over eens dat we nood hebben aan hoogstaand, kwalitatief onderwijs dat elk talent uit elk kind haalt, ook uit de meest kwetsbare kinderen, uit armere kinderen, uit kinderen uit anderstalige gezinnen.

Neen, mevrouw Beckers, we zullen die niet buiten laten staan, we zullen die binnenlaten in onze klassen. Maar het is aan het beleid om ervoor te zorgen dat scholen met kwetsbare kinderen extra worden ondersteund. Er is nood aan een plan voor gelijke onderwijskansen 2.0 dat daar extra op inzet.

Mijnheer Daniëls, we hebben geen nood aan nostalgiepedagogie die teruggrijpt naar recepten van vroeger, ook dat zal niet helpen. De wereld is veranderd, teruggrijpen naar dertig jaar geleden zal de problemen niet oplossen, maar extra investeringen, extra ondersteuning en extra aandacht voor leerkrachten kunnen de problemen wel oplossen.

Er is iets belangrijk in de pedagogiek waarbij men, wanneer de resultaten gedurende zestien jaar achteruitgaan, kijkt naar wat men vroeger deed en hoe men dat deed. Als ik vandaag leerkrachten lager onderwijs hoor zeggen dat ze de maaltafels er niet meer mogen indrillen, dat dat allemaal ‘gecontextualiseerd’ moet zijn, als ik vandaag leerkrachten wetenschappen en aardrijkskunde hoor zeggen dat zij niet meer mogen vragen dat bepaalde zaken worden gememoriseerd, dan is dat ook problematisch wanneer men vraagstukken wil oplossen. (Opmerkingen bij sp.a)

De heer Daniëls heeft het woord.

En als u inderdaad blijft zeggen dat het Nederlands niet belangrijk is, terwijl het de exponent is van het feit dat die leerlingen niet kunnen volgen, dan is dat ook een probleem. Laat ons dus alstublieft in dit parlement eindelijk samen met scholen, koepels, leerkrachten en ouders voor waar aannemen dat het nodig is om in te grijpen en niet verder te doen zoals we bezig zijn, hopend dat het wel zal keren, want dat zal het niet doen. Dat bewijst dit TIMMS-onderzoek.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. De essentie is inderdaad niet de taalscreening, maar vooral dat die screening aan het begin van de derde kleuterklas wordt afgenomen. Dat is voor ons net cruciaal omdat we op die manier kinderen zo veel mogelijk kunnen versterken in hun taalkennis. Elk kind heeft recht op een taalintegratietraject op maat.

We weten nog niet wat nu precies de oorzaken zijn van deze daling. We pleiten dan ook om verder te onderzoeken en te achterhalen hoe we onze leerkrachten kunnen versterken en dat ambitieuze onderwijs kunnen nastreven. De coronacrisis heeft ons geleerd dat de SES-kenmerken en -achtergrond een belangrijke impact hebben op de onderwijskansen. Daarom herhaal ik hier ook de vraag om samen met de Vlor een conceptueel debat te voeren over ons GOK-beleid.

Ik zal het nog maar eens herhalen omdat de heer Daniëls blijkbaar soms wat selectief doof is. Ja, wij hebben nood aan een sterk taalbeleid. Ja, wij hebben nood aan ambitieuze termen, maar het zijn uiteindelijk sterke, goed opgeleide leerkrachten die het zullen moeten doen en die ervoor moeten zorgen dat alle kinderen een kans krijgen en zo ver mogelijk over die lat geraken. Daarvoor hebben we gewoon meer nodig. We kunnen in het Vlaamse onderwijs niet aanvaarden dat je afkomst ook je toekomst bepaalt.

Ik stoor me bijzonder aan de uitspraak van het Vlaams Belang over wat wij hebben binnengelaten. Ik vind dat een van de meest storende opmerkingen die ik hier in lange tijd heb gehoord. In onze Vlaamse maatschappij gaat het er toch over dat elk kind dezelfde kansen moet hebben, dat elk kind gelijk is. Dat is toch net wat ons als maatschappij onderscheidt, namelijk dat wij elk kind dezelfde kansen willen geven, ongeacht de achtergrond van dat kind. Ik vind dat dat ook in de toekomst zo moet blijven en dat we daarvoor moeten blijven vechten.

Minister-president, het is juist dat dit een federale bevoegdheid is, maar ik neem aan dat u aan de overkant mensen kent en dat u daar ook een dialoog mee kunt voeren. Ik ben ervan overtuigd dat wij vanuit onze verantwoordelijkheid moeten pleiten voor een verdere verlaging van de leerplicht om zo iedereen van jongs af mee te krijgen en daarvoor in de juiste begeleiding moeten voorzien.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.