U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 2 december 2020, 14.03u

Voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, in het Verenigd Koninkrijk beginnen ze volgende week met vaccineren. In Duitsland bouwen ze nu vaccinatiedorpen. In Vlaanderen zijn we klaar met ons huiswerk, samen met de andere regio’s, maar toch geraakt de vaccinstrategie niet afgeklopt. Vanmorgen was er een vergadering gepland van alle ministers van Volksgezondheid, de federale inbegrepen, maar blijkbaar was minister Vandenbroucke weer vergeten zijn federale collega’s in te lichten. Minister, hoe moet je anders lezen dat, voor een vergadering die al meer dan een week was gepland, waarbij dat punt deze ochtend op de agenda stond, de federale kern deze avond moet bijeenkomen om te bepalen welk standpunt men deze ochtend zou innemen? Ik vind dergelijke manoeuvres onverkwikkelijk in een gezondheidscrisis. Blijkbaar is het geduld met de professor in het einzelgänger-zijn federaal duidelijk al op.

Het enige eigenaardige was dan nog dat de premier deze middag dan doodleuk verklaarde dat de vaccinaties beginnen op 5 januari, terwijl daar federaal dus nog over moet worden vergaderd en er nog een strategie moet worden afgeklopt met de regio’s. Allemaal bijzonder eigenaardig, en ik vind het onverkwikkelijk om dat soort powerplay tussen liberalen en socialisten federaal te zien, terwijl we in het midden van een gezondheidscrisis zitten.

Mijn eerste vraag, minister, is: is er een vaccinatiestrategie en hoe komt het dat die vandaag niet afgeklopt is?

Mijn tweede bezorgdheid, als ik kijk naar de cijfers, is dat de Federale Regering voorstelt om tegen de zomer 4,2 miljoen mensen ingeënt te hebben. Dat betekent dat we daarna nog 3,5 miljoen mensen moeten inenten in het derde en vierde kwartaal van 2021 om aan onze 70 procent vaccinatiegraad te komen en dat vind ik eerlijk gezegd te traag.

Een derde bezorgdheid, minister, gaat over materiaal. De Federale Regering heeft een bestelling voor naalden en spuitjes geplaatst. Daar zijn grote tekorten van wereldwijd. Op 5 januari zouden er 300.000 naalden en spuitjes aankomen om dus 300.000 mensen in te enten; de tweede lading komt pas op 25 februari aan. De vraag is: heeft Vlaanderen daarop geanticipeerd door zelf een bestelling te plaatsen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, we hebben deze morgen inderdaad een interministeriële conferentie gehouden en morgenvroeg om 8 uur houden we opnieuw een interministeriële conferentie. Er is de voorbije weken hard gewerkt aan een vaccinatiestrategie en die houdt een aantal prioriteiten in. De eerste prioriteit zijn het personeel en de bewoners van woonzorgcentra, de zorgprofessionals in de ziekenhuizen en de eerstelijnszorg en ook ander zorgpersoneel in ziekenhuizen en zorgvoorzieningen. De tweede prioriteit zijn de mensen ouder dan 65 jaar. De derde prioriteit zijn de mensen tussen 45 en 65 jaar met onderliggende aandoeningen. Zij moeten het eerste gevaccineerd worden. Als dat gebeurd is, zullen we kijken naar mensen die werken in essentiële sectoren: politie, brandweer en ook het onderwijs. Dat is wat nu op tafel ligt en wat morgen ongetwijfeld geavaleerd wordt. De regio’s waren inderdaad klaar om die beslissing vandaag te nemen, maar de federale minister heeft gevraagd om daar nog met zijn federale collega’s over te kunnen spreken. Dat zal vanavond gebeuren en ik neem aan dat we deze beslissing morgen kunnen officialiseren. Dat is onze vaccinatiestrategie.

Wanneer wordt die strategie uitgerold? Dat zal voornamelijk afhangen van de bedrijven die de verschillende vaccins leveren, niet van ons, maar van hen. De prioritering zullen we in een tabel gieten en zullen we het tempo van die bedrijven laten volgen. Op dit moment kunnen we rekenen op zo’n 4 miljoen vaccins tegen de zomer, te beginnen met 600.000 in januari. Dat bouwt dan stelselmatig op. Als de bedrijven sneller leveren, kunnen wij ook sneller vaccineren, maar dat hebben wij niet in de hand.

Op uw derde vraag kan ik zeer kort ‘ja’ op antwoorden. Er is aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) gevraagd om in onderliggende materialen, zoals spuiten en naalden, te voorzien, maar ook Vlaanderen heeft bestellingen geplaatst om indien nodig ondersteuning te bieden.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, mijn eerste opvolgingsvraag is of het klopt dat Vlaanderen onderliggend materiaal voor 1 miljoen inentingen heeft besteld, waarmee dus 500.000 mensen kunnen worden gevaccineerd?

Mijn tweede vraag is waar het onderwijzend personeel in de prioritering aan bod komt.

Ik had ook de vraag waarom niet eerst wordt vastgesteld of iemand al immuun is voor het coronavirus, vooraleer er gevaccineerd wordt.

Mijn laatste vraag, minister, betreft iets waar Interpol vandaag al voor waarschuwt, namelijk vaccincriminaliteit. Dat is waarschijnlijk een nieuw woord, maar er zijn blijkbaar heel wat criminele organisaties die met plannen rondlopen om te infiltreren in de bevoorradingsketens van die vaccins om valse vaccins op de markt te brengen. Uiteraard zijn er ook de antivaxers, die best wel wat acties plannen. De vraag is dus of er in voldoende veiligheidsmaatregelen is voorzien om die vaccins in heel dat proces op een veilige en ordentelijke manier tot bij de Vlaming te krijgen.  

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De minister heeft daar in de commissie uitgebreid op geantwoord wat de prioriteitengroepen betreft. Ik had eigenlijk wel een vraag. Blijkbaar zou er met de stockage niet onmiddellijk een probleem zijn, maar over de verdeling gaat men wel moeten kijken. Daar is de discussie nog altijd een beetje: gaan we naar grote vaccinatiecentra of gaan we toch meer lokaal werken? Gaat het via huisartsen, thuisverpleegkundigen gaan? Dus daar is eigenlijk wel nog onduidelijkheid. Er gaat een bewustmaking- en informatiecampagne worden opgezet. Als ik hoor dat er vanaf begin januari al zou kunnen worden gevaccineerd, dan rest me toch wel de vraag dat we daar toch op heel korte termijn mee moeten starten.

De heer Sintobin heeft het woord.

Inderdaad, we hebben het gisteren niet alleen gehad, minister, over de prioriteiten, maar ook over de vaccinaversie. Ik moet eerlijk bekennen – ik volg daarin collega Parys –: hetgeen deze morgen is gebeurd, wakkert die vaccinaversie alleen maar aan. Ik begrijp ook niet goed… Blijkbaar moet het vaccin op Europees niveau nog goedgekeurd worden eind december. Dan begrijp ik niet dat bijvoorbeeld men in Engeland morgen of een van de komende dagen begint met te vaccineren. Andere landen zijn al bezig met de voorbereiding: magazijnen, vervoer, de inzet van personeel. En wij bengelen weer achteraan het staartje. Ja, we gaan het dan morgen eens regelen in een andere vergadering. Ik vind dat bijzonder storend en ik hoop – ik zie dat collega Anaf er niet is – dat we binnen een maand niet moeten zeggen dat we opnieuw een ‘beke’ te laat kwamen. Ik heb wel nog een suggestie.

Heel kort dan, alstublieft.

Om die vaccinaversie weg te nemen: misschien moet Sciensano in de rapportering of in de persconferenties een stand van zaken of een update over het vaccineren geven.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Deze middag hebben we inderdaad gehoord dat er vanaf begin januari zou kunnen worden gestart met het vaccineren. Op het terrein moet er nog veel gebeuren om alles rond te krijgen. We zullen enerzijds moeten inzetten op de organisatie, het praktische: hoe gaan we alles organiseren? En we kunnen daar misschien ook wel ondersteuning vragen en krijgen van bepaalde sectoren om ook die praktische zaken te kunnen meenemen. Anderzijds hebben we natuurlijk mensen nodig die zullen inzetten op die vaccins en waarvoor we ook een beroep zullen moeten doen op het zorgpersoneel. Ik denk ook aan apothekers die zelf het aanbod deden om mee te helpen vaccineren afhankelijk uiteraard van de strategie die zou gekozen worden. Mijn oproep is dan ook, minister, om met een open blik te bekijken wie er allemaal ingeschakeld kan worden voor zowel de organisatie als wat het medische betreft, dus de toediening van het vaccin.

Mijn vraag aan u is: worden dergelijke mogelijkheden ook onderzocht bij het uittekenen van de verdere strategie?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Mijnheer Parys, voor iemand die hier enkele weken geleden nog passioneel het samenwerkingsfederalisme kwam bepleiten, vind ik toch dat u vandaag nogal negatief en vijandig uit de hoek komt ten opzichte van het federale niveau. Ik zie vooral positieve punten. Dankzij een sterk Europa hebben we sowieso voldoende vaccins voor iedereen. Gaan we ook snel kunnen starten? Ik hoor er ook eensgezindheid over dat gezondheidswerkers en de mensen voor wie ze moeten zorgen, sowieso de hoogste prioriteiten moeten krijgen.

Maar u weet net zo goed als ik dat het niet zo gemakkelijk is om die puzzel te leggen voor het hele land, dat dat inderdaad ook afhangt van de bedrijven en van de kleine lettertjes bij al die vaccins, want ze zijn niet allemaal even efficiënt. Ik wil nogmaals alle vertrouwen bevestigen in die samenwerking, in u, maar ook in de minister van Volksgezondheid, om heel die operatie tot een goed einde te brengen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, we hebben het de voorbije drie weken zowel in de commissie als in de plenaire vergadering telkens over deze vaccinatiestrategie gehad. Het nadeel daarvan is dat we vaak dezelfde dingen horen en dat we met dezelfde informatie opnieuw hetzelfde debat dreigen te voeren. Vandaag is er niet veel meer geweten. Dat ligt, voor alle duidelijkheid, niet aan u, minister. Ik begrijp dat er morgenochtend weer een interministeriële conferentie is waar de knopen definitief doorgehakt worden. Dat lijkt mij het belangrijkste nieuws voor diegenen die zeer ongeduldig zijn, waartoe ik ook al weken behoor: dat we dan zullen horen wat er definitief beslist zal worden.

Ik wil een belangrijk aandachtspunt aanhalen. We hebben het gehad over de prioriteiten en de prioritaire doelgroepen. Er is één groep die ik niet hoor, namelijk de min 45-jarigen die al sinds maart in lockdown zitten omdat ze onderliggende gezondheidsproblemen hebben. Dat zijn jongvolwassenen en kinderen met gezondheidsproblemen. Dat kindperspectief hoor ik in de strategie momenteel niet vernoemd worden. Morgenochtend zit u samen en kunt u echt oog hebben voor mensen die sinds maart geïsoleerd zijn, om aan hen een antwoord op te geven als prioritaire doelgroep in de vaccinatiestrategie.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega Vaneeckhout, ik zal met dat laatste beginnen. We hebben vandaag in de interministeriële conferentie een protocolakkoord afgesloten voor de versterking van de geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn. Ik denk dat dat een belangrijk element is.

Daarnaast hebben we op de interministeriële conferentie ook ingetekend op de aankoop van het kandidaat-vaccin Moderna. Dat is een belangrijke beslissing die we vandaag hebben genomen. We hebben ook beslist om voor Vaccinnet een wettelijk kader te creëren, zodat de andere regio’s daar ook aan kunnen participeren.

Collega Sintobin, ik was vandaag klaar om te beslissen. Ik kom daar niet ‘een beke laat’  mee, ik ben klaar om te beslissen. Ik heb dat gisteren in de commissie gezegd, ik zeg dat hier vandaag en ik zal dat hier namens Vlaanderen ook morgen zeggen. De regio’s waren klaar om vandaag te beslissen. We zijn klaar en we hebben spuiten besteld, ook al heeft het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) de opdracht om daarvoor te zorgen.

Collega Parys, we hebben ook vanuit Vlaanderen besteld. We zijn klaar om aan communicatie te doen. De Vlaamse Regering heeft vorige vrijdag beslissingen genomen om die communicatie voor te bereiden. We zijn ook klaar met ons Vaccinnet. Het zijn de andere regio’s die aan ons gevraagd hebben om te kunnen aansluiten. Dus wij zijn daar klaar voor. We zijn ook klaar om in de eerste lijn vandaag 23.000 testen uit te voeren. We moesten dagelijks voorzien in een capaciteit van 20.000 testen, maar we zitten aan 23.000. We doen dus een pak meer dan wat we zouden moeten doen. Want daarnaast zijn er ook nog testen bij de huisartsen en testen in de ziekenhuizen. Er was aan Vlaanderen gevraagd om ervoor te zorgen dat we de triagecentra hebben voor 20.000 testen, die nadien ook ingezet kunnen worden voor de vaccinaties. Die twee zaken lopen dus samen. Wel, we zijn ons engagement meer dan nagekomen. We zitten aan 23.000. Dus ja, we zijn klaar. We zijn klaar om te beslissen. We zijn klaar om een aantal zaken uit te rollen.

Nog heel wat andere zaken vragen verdere voorbereiding. Dat hangt af – collega Goeman heeft ernaar verwezen – van welke vaccins, met welke werking, er op welk moment geleverd zullen worden. Aan collega Parys, en aan iedereen, denk ik: hoe sneller, hoe beter, hoe liever. Maar dat hangt niet af van ons. Dat hangt af van diegenen waar België op ingeschreven heeft via Europa om vaccins naar ons land te krijgen en wanneer die levering precies zullen doorgaan.

Waarom kan het Verenigd Koninkrijk dat wel en kunnen de andere Europese landen dat niet? Omdat de Europese landen werken met het Europees Geneesmiddelenagentschap en Groot-Britannië niet, dat heeft een eigen geneesmiddelenagentschap. Tenzij u pleit voor een exit of een Vlexit, wat uw partij vroeger al gedaan heeft, zullen we dus met het Europees Geneesmiddelenagentschap blijven werken. Wanneer dat aval geeft, kunnen we ook de volgende stappen zetten.

Wat het onderwijzend personeel betreft – ik was nog even de vragen aan het aflopen –, vinden wij, zoals ik daarnet heb gezegd, collega Parys, dat die, wanneer het gaat over de essentiële publieke diensten, mee in die categorie moeten worden opgenomen. Dat heb ik vandaag ook bepleit op de interministeriële conferentie. Dat geldt voor de politie en de brandweer, maar ik denk dat ook het onderwijzend personeel daar zeker onder kan vallen.

We hebben het gisteren uitgebreid gehad over de mogelijke vaccinaversie. Ik ga dat vandaag niet opnieuw aan bod brengen. Dat is een gemeenschappelijke bekommernis die we hebben. Ik heb gisteren in de commissie uitgebreid meegegeven welke verschillende strategieën we op dit ogenblik daarrond aan het ontwikkelen zijn en ook al in stelling hebben gebracht.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, collega's, Vlaanderen is zowat de Pharma Valley van Europa. Dus hoe sneller we dat vaccin hier kunnen uitrollen, hoe beter. Het zal onze geloofwaardigheid op dat vlak alleszins ten goede komen.

Ik hoop dat de federale overheid vanavond inderdaad groen licht geeft en tot een overeenkomst komt zodat de regio's hun huiswerk daadwerkelijk kunnen uitrollen. Ik ben heel blij te horen dat Vlaanderen het voortouw neemt en het goede voorbeeld geeft, dat we zelf materiaal hebben gekocht om 500.000 mensen te kunnen inenten, ook al is dat een plan B. Ik ben blij te horen dat we klaar zijn wat betreft Vaccinnet, maar ook wat betreft de campagne, het materiaal en de strategie.

Ik zou er nog eens voor willen pleiten, minister, – maar dat is vandaag door de meeste mensen wel begrepen – dat in die fase 1A het zorgpersoneel inderdaad zeer breed gedefinieerd is. Dat is dus ook iedereen die vandaag in een voorziening voor personen met een handicap werkt, die in een jeugdhulpinstelling is tewerkgesteld, in een algemeen ziekenhuis enzovoort. Ik zou die mensen bij dezen graag willen geruststellen dat zij samen met de woonzorgcentra in de eerste categorie zitten.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.