U bent hier

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, we hebben hier de afgelopen weken en maanden al meerdere malen over gesproken, in de commissie en de plenaire vergadering. Uit een interne bevraging van het GO! blijkt dat er bij de helft van de leerlingen sprake is van een leerachterstand. In het gewone basisonderwijs schatten leerkrachten die achterstand bij bijna een op de vier leerlingen groot tot zeer groot in. In het secundair onderwijs zou het om een op de vijf gaan. In het buitengewoon onderwijs wordt zelfs gesproken van twee op de drie leerlingen die een grote tot zeer grote achterstand zouden hebben volgens de leerkrachten. In het secundair buitengewoon onderwijs zou het gaan om een op de vier.

Het mag niet verbazen, het is een wederkerend gegeven: ook hier stelt het GO! vast dat de onderwijskloof tussen sociaal sterkere en sociaal zwakkere leerlingen toeneemt. Dat is bijzonder verontrustend. De bevraging via Teacher Tapp leert ons dat leerkrachten er tussen oktober en nu zeker niet optimistischer op geworden zijn. 62 procent van de leerkrachten bevestigt dat corona een impact heeft op de leerresultaten van de leerlingen.

Wij steunen u in de acties die u al ondernomen hebt inzake de ondersteuning en ook het feit dat u de zomerscholen structureel wilt verankeren. Maar de dagelijkse klaspraktijk leert ons dat er meer nodig zal zijn. Als leerkrachten pessimistischer worden, dan is het aan ons om vanuit de politiek te bekijken hoe er een versnelling hoger geschakeld kan worden. Minister, hoe wilt u op die hoge noden een antwoord geven?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Corona weegt bijzonder zwaar op veel mensen. Dat geldt zeker ook voor leerlingen, op mentaal vlak. We hebben vandaag nog op de radio gehoord dat heel veel kinderen en jongeren echt afzien tijdens deze crisis. Het geldt ook op het vlak van hun leerprestaties. We hebben voor de zomer, dankzij de interdiocesane proeven van Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV), al signalen gekregen dat leerlingen een serieuze leerachterstand aan het oplopen waren tot wel zes maanden. Maar dat wordt nu dus bevestigd door die bevraging van het GO! bij 350 scholen. De heer De Gucht heeft de cijfers al gegeven. In het basisonderwijs schatten leerkrachten dat er bij 1 op de 4 een grote tot zeer grote achterstand is. In het buitengewoon basisonderwijs hebben 2 op de 3 een zeer grote leerachterstand. Dat kan ons natuurlijk alleen maar zeer grote zorgen baren. De tweede golf dreigt opnieuw voor een leerachterstand te zorgen, terwijl de achterstand van de eerste golf vaak nog niet ingehaald is.

Leerkrachten doen bovenmenselijke inspanningen om die bij te benen, maar ze staan voor een gigantische uitdaging. Leerlingen zijn gewoon verschillend, hebben diverse noden. Sommige leerlingen kunnen meer worden geholpen door hun ouders, andere minder. Sommige leerlingen hebben het moeilijk thuis, hebben het moeilijk met zichzelf, hebben faalangst. Dat staat ook allemaal te lezen in dat onderzoek.

Eén ding staat vast: we mogen niet aanvaarden dat leerlingen de prijs betalen voor deze crisis en dat zij ook op langere termijn hun schoolcarrière en hun toekomst gehypothekeerd zien door corona. Minister, daarom heb ik een vraag die even simpel is als duidelijk: welke bijkomende maatregelen zult u nemen om die leerachterstand tijdens de lesuren bij te benen?

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, de helft van alle leerlingen heeft leerachterstand door de coronacrisis. Mijn eigen kinderen hebben het nu al lastig met de examens, en zij hebben het goed. Wat moet dat niet zijn voor kinderen uit kwetsbare gezinnen die ook afstandsonderwijs moeten volgen, maar geen laptop hebben, geen of slecht internet hebben, op een veel te klein appartement wonen en de muren oplopen door de stress van Smartschool?

Er was al veel sociale ongelijkheid in ons onderwijs, en die wordt door de coronacrisis alleen maar groter. Het is niet de PVDA die dat zegt, maar het Gemeenschapsonderwijs. De onderwijskloof tussen rijk en arm vergroot. En wat hoor ik dan? Dat er scholen zijn die zeggen: ‘We zullen in januari eens goed schiften. Leerlingen die niet goed kunnen volgen door een sociale situatie, sturen we naar een lagere richting. Probleem opgelost.’ Niets van. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen mee is. Voor ons moet élke leerling tellen.

En onze leerkrachten doen natuurlijk keihard hun best. Maar de vraag is, minister: als de helft van alle kinderen leerachterstand heeft opgelopen, wat zult u doen, welke bijkomende maatregelen zult u nemen om dat structureel aan te pakken en op te lossen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wel, de bevindingen van het Gemeenschapsonderwijs sluiten aan bij onderzoeken uit zowel binnenland als buitenland. Ik refereer dan enkel nog aan de studie van de Universiteit van Oxford, die maar liefst 350.000 Nederlandse leerlingen heeft opgevolgd. Daarbij werd ook leerachterstand vastgesteld ten gevolge van de sluiting van scholen. 350.000 leerlingen!

We hebben in dit parlement en ook in de commissie Onderwijs regelmatig de discussie gevoerd rond ‘better safe than sorry’, waarbij voor sommigen ‘safe’ stond gefocust op de virologische veiligheid, terwijl anderen veel meer uitgingen van de pedagogische vrijheid. Ook de discussie over de verhouding tussen afstandsonderwijs en contactonderwijs hebben we hier regelmatig gevoerd. Het is toch wel de bevinding dat het beste onderwijs nog altijd dat contactonderwijs is, dat het beste onderwijs nog altijd wordt gegeven door gedreven leerkrachten, in de klas. Men moet er zich rekenschap van geven dat, wanneer men bijvoorbeeld naar een systeem van week om week afstandsonderwijs gaat, de week van de klas de goede week is en de week waarin men thuiszit, de donkere week is. Want dan worden kinderen en jongeren niet alleen afgesloten van hun klas, men vergeet dat zij dan ook worden afgesloten van hun sociaal-culturele activiteiten, van jeugdverenigingen, van hun sportverenigingen. Dat is dus de donkere week. En daarom zal ik altijd een pleidooi blijven houden voor het maximaal openhouden van de scholen.

Wanneer een viroloog als de heer Van Gucht, die ik uitermate waardeer en apprecieer, net als zovele virologen, zegt dat de scholen in afstandsonderwijs zullen moeten blijven tot het einde van het schooljaar, dan kan ik mij daar niet in vinden. Een weegschaal heeft altijd twee kanten: je hebt de virologische aspecten, maar je hebt ook de pedagogische aspecten, de kosten die ontstaan wat betreft het onderwijs, de onderwijskwaliteit en het welbevinden van onze jongeren. Dat is een weegschaal, het heeft twee kanten.

En ja, we willen maximaal inzetten op het bestrijden van die leerachterstand. We hebben een batterij aan maatregelen, voor de korte én voor de lange termijn. Voor de korte termijn hebben we de pedagogische begeleidingsdiensten laten focussen op hun kerntaken. We hebben hun extra middelen gegeven, maar wel met de boodschap: focus op de kerntaken, met de ondersteuning van de scholen in functie van de pedagogische opdracht. Hetzelfde hebben we gedaan met de onderwijsinspectie .

Drie: we hanteren de vaste regel dat de kwetsbare leerlingen te allen tijden opgevangen moeten worden. Het maakt niet uit in welke code we zitten of wat het pandemieniveau is. Die leerlingen moeten altijd in de scholen kunnen worden opgevangen. Altijd.

Vier: we hebben een pedagogische reserve aangelegd waarbij een vijftigtal organisaties vrijwilligers en gepensioneerde leerkrachten aanbieden die ten dienste staan van het onderwijs.

Vijf: we zijn met buddytrajecten gestart waarbij meer dan duizend studenten in opleiding naar de scholen gaan en voor de rechtstreekse ondersteuning en rechtstreekse opvolging van specifieke leerlingen met een leerachterstand zorgen.

Zes: we hebben zomerscholen opgericht en we zullen die ook structureel verankeren. Nog belangrijker is dat we daarnaast ‘bijscholen’ hebben. We hebben ervoor gezorgd dat er projecten worden ondersteund waar leerlingen in het weekend, in de kerstvakantie en in de krokusvakantie na de lesuren terechtkunnen. We ondersteunen projecten die ervoor zorgen dat leerlingen na de schooluren individueel echt worden bijgeschoold en bijgespijkerd.

Dat is wat er op de korte en lange termijn gebeurt. Wat de lange termijn betreft, hebben we de scholen ook diets gemaakt dat men ook tijdens de lesuren individuele leertrajecten kan organiseren. Wat wil dat zeggen? Ze kunnen leerlingen vrijstellen voor bepaalde onderdelen en die vrijgekomen lestijd kan men invullen met het bijspijkeren van kennis in domeinen waar de leerling een achterstand heeft opgelopen. Daarnaast komt ook ons Vlaams relanceplan eraan. Daarin zullen we in de eerste plaats focussen op de meest kwetsbare leerlingen, maar we zullen ook zorgen voor een betere uitwisseling van de praktijken. Dat doen we net om die leerachterstand aan te pakken en het pedagogische leiderschap van de directies te versterken.

We voeren nu het heftige debat over de eindtermen. Dat is toch ook wel de kern van de boodschap: onze onderwijskwaliteit staat onder druk. We moeten daar maximaal bezorgd over zijn, ook over die leerachterstand. Dat wil dus ook zeggen dat we naar boven moeten kijken en de lat hoger moeten leggen. We moeten daarin resoluut zijn. Ja, er is zoiets als pedagogische vrijheid, maar er is ook zoiets als onze verdomde plicht om betere onderwijskwaliteit af te leveren. Daarover gaat die discussie, maar ook over het toetsen ervan. Uiteindelijk moeten we er Vlaanderenbreed voor zorgen dat we het leerniveau in elke school kunnen toetsen.

Tot slot: al deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat we zowel op korte als op lange termijn de leerachterstand wegwerken en de onderwijskwaliteit omhoogtrekken.

De heer De Gucht heeft het woord.

Het is juist dat het beste onderwijs in de klas wordt gegeven en dat is om verschillende redenen zo. Je hebt leerachterstand, je hebt de grotere ongelijkheid, terwijl onderwijs net het middel is om die ongelijkheid uit de wereld te helpen, en je hebt ook de penibele thuissituatie. We vergeten dat soms wel eens, maar we hebben in deze plenaire vergadering ook al verwezen naar de penibele thuissituaties die aan de hand van de cijfers van Child Focus werden geschetst. Dat mag niet geminimaliseerd worden.

U hebt een uitgesproken mening over de verlenging van het schooljaar. U hebt dat nog niet naar voren gebracht, maar ik heb toch de indruk dat u daar niet negatief of terughoudend tegenover staat. Ik begrijp uit uw tussenkomst dat u niet echt positief staat tegenover een verlenging van het afstandsonderwijs. Trekt u nog andere conclusies uit het overleg van deze week met de virologen?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, ik hoor het u ook graag zeggen: het beste onderwijs gebeurt door gedreven leerkrachten in de klas. Daar ben ik het 100 procent mee eens. U neemt zeker een aantal maatregelen met focus op kwetsbare leerlingen waar ik mij in kan vinden: een versterking van de pedagogische begeleidingsdiensten en de inspectie. Dat is zeer goed.

Maar ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat u nogal zwaar de nadruk legt, ook in de relanceplannen, op het feit dat die remediëring inderdaad moet gebeuren in vakantie- en weekendscholen. In de zomer valt daar iets voor te zeggen, dat is acht weken lang. Maar in de andere vakanties vind ik dat een heel andere zaak. Ten eerste ga je leerkrachten moeten vinden, want uit de evaluatie van die zomerscholen bleek ook dat dat toch niet altijd even evident was. Bovendien vind ik dat kinderen ook gewoon recht moeten hebben op vakantie af en toe.

Mijn grootste bezorgdheid is bovendien dat je met die zomer- en andere scholen niet alle leerlingen bereikt, ondanks hun succes. En ik vind dat alle leerlingen recht hebben op goed onderwijs en goede remediëring. Ik wil u toch nog eens waarschuwen om niet al uw pijlen te richten op dat extra-curriculaire remediëren, maar op de klasvloer.

Wat gaat u doen? En gaat u een deel van die middelen niet inzetten om leerkrachten in de klas te versterken?

De heer De Meester heeft het woord.

Ik heb drie puntjes. Ten eerste zal het maximaal openen van de scholen natuurlijk niet volstaan, minister. De schade is aangericht. Het gaat erover hoe we die achterstand inhalen. Daar gaat het over.

Twee: het structureel verankeren van de zomerscholen en een uitbreiding naar krokusvakantie en andere vakanties, dat is inderdaad ook geen oplossing. Kinderen hebben recht op vakantie. En precies die kwetsbare kinderen moet je niet buiten de schooluren gaan belasten, want dan ga je het probleem niet oplossen. Daarmee ga je enkel die mentale belasting groter maken.

Drie: de beste oplossing ligt er inderdaad in om die kinderen met leerachterstand extra te ondersteunen op school. Ik begrijp dat u een aantal maatregelen en initiatieven hebt genomen, maar die volstaan niet. Als een op de twee kinderen een achterstand heeft opgelopen, moet daar een versnelling hoger worden geschakeld.

Wij hebben zelf contacten op het terrein die zeggen dat dit absoluut niet volstaat. We moeten dringend hoger schakelen. Minister, als wij met onze eigen jongerenorganisatie zelf honderden leerkrachten moeten inschakelen om een op een kwetsbare kinderen te helpen, is dat toch een signaal vanop het terrein dat de nood zeer hoog is.

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord.  Bij het Gemeenschapsonderwijs heeft men een bevraging gedaan van de leerkrachten naar een inschatting. Leerkrachten kunnen dat vrij goed inschatten. In het Katholiek Onderwijs heeft men echt een toetsing gedaan van de leerlingen, en die laten analyseren door KU Leuven. Maar de slotsom is inderdaad hetzelfde: we zien een leerachterstand van toch bijna een half jaar.

Ik wil  hier toch nog eens duidelijk zeggen, voor de collega’s die hier pleiten voor langere vakanties en scholen dicht doen, dat dit daar het gevolg van is. En ik hoop dat zij in de toekomst toch twee keer nadenken voor ze daarvoor pleiten. Maar ik heb op Twitter al verhalen gelezen om de scholen terug te sluiten met de krokusvakantie.

Minister, ik wil in elk geval vragen hoe we scholen toch kunnen stimuleren om zich maximaal op hun kerntaak te focussen, en daar effectief keuzes te maken. De vraag daarbij is of zij, als zij keuzes maken om bepaalde dingen niet te doen, potentieel blootstaan aan negatieve kritiek vanuit de inspectie. Ik dank u.

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, wij vinden als Vlaams Belang ook dat de beste manier om leerachterstand te vermijden is om de scholen, en liefst ook de hogescholen en universiteiten, weer voltijds open te laten gaan. En ook het huidige deeltijdse afstandsonderwijs zal weer voor extra achterstand zorgen, zowel algemeen als voor bepaalde kansengroepen.

We zouden er dan ook uitdrukkelijk voor willen waarschuwen dat men hier na de kersvakantie mee zou doorgaan. We hopen dus dat minister-president Jambon in geen geval zal instemmen met een verlenging van de huidige toestand. U was er zelf niet gelukkig mee dat de Federale Regering dit heeft opgelegd, en wij hopen dat de Vlaamse Regering zich geen twee keer zal laten rollen.

Stel dat de cijfers half december in Vlaanderen veel beter zijn dan in Wallonië, wat trouwens nu al het geval is, dan is het toch maar logisch dat er bij ons een versoepeling zou komen die juist zou zorgen voor minder leerachterstand? Collega’s, onder het voorwendsel van eenheid van commando mag men het Vlaamse verworven zelfbestuur niet onderuithalen.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, het door u opgesomde pakket maatregelen is goed, meer nog, het is noodzakelijk. Maar ook voor ons blijft het cruciaal dat het versterken van de leerlingen om de leerachterstand weg te werken op de school en in de klas gebeurt. De scholen moeten daartoe maximaal ondersteund worden.

Ik ben akkoord met de focus op de kwetsbaarste gezinnen, en ook is het goed dat u de pedagogische begeleidingsdiensten daartoe verder wilt versterken. We zijn er erg voor beducht – en we vangen dat op, we zien en horen en lezen dat – dat de heroriëntatie van leerlingen rond deze periode wel eens te snel zou kunnen gaan. Dat men leerlingen die de richting heel graag doen, die de competenties en de vaardigheden hebben, maar die door corona wat zijn achterop geraakt, te snel zou heroriënteren. Daarvoor moeten we beducht zijn.

Dus ja, we moeten maximaal de scholen ondersteunen om de remediëring tijdens de schooltijd in de klas te kunnen doen.

De heer Danen heeft het woord.

Naast leerachterstand was er ook sprake van problemen met het psychisch welbevinden en met onzekerheid. Die zaken werken op elkaar in en versterken elkaar, en dat is dubbel problematisch. Nu, dat is geen nieuwe problematiek. In de Coronacommissie hebben verschillende sprekers daarop gewezen, onder andere professor Van Damme van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft dat aangehaald.

Minister, het is een moeilijk probleem. U beseft dat wel. Maar het is niet zo dat alles opgelost is door de scholen open te houden. U bent begonnen met dat te zeggen, maar het is natuurlijk veel ingewikkelder dan dat. Corona heeft geen nieuw probleem gecreëerd. Ik hoop en denk dat u dat wel beseft. Diezelfde professor Van Damme heeft er vaak op gewezen dat bestaande ongelijkheden in het onderwijs heel hardnekkig zijn. Als er dan wat misloopt, grijpt die problematiek heel hard om zich heen. Mijn vraag is dus aan u: bent u bereid om deze crisis aan te grijpen om gelijke onderwijskansen op een structurele manier meer in te bedden in ons onderwijs?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Collega De Gucht, u vraagt hoe we nu verder gaan op de korte termijn. We hebben deze week in ons onderwijsoverleg besloten dat we de maatregelen zoals ze nu gelden minstens tot het jaareinde voortzetten. Eenvoudigweg vanuit de vaststelling dat het onderwijsveld wel wat nood heeft aan stabiliteit. Deze maand is trouwens ook een atypische maand, anders georganiseerd als het dan specifiek gaat over de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. We moeten nu toelaten dat het onderwijsveld zich bezighoudt met de goede en correcte organisatie van examens. Ik dring erop aan dat er geëvalueerd en geëxamineerd wordt. En dat men dat in alle rust en kalmte kan doen, dat men zo goed mogelijk de examenmomenten kan spreiden. Ik stel tot mijn vreugde vast dat dat vandaag goed gebeurt en dat dat goed loopt.

Als het gaat over de lange termijn, en als ik de virologen nu al hoor pleiten voor de verlenging van het afstandsonderwijs tot het einde van het schooljaar, dan zeg ik toch: neen. Een weegschaal heeft twee kanten. Je hebt de virologische aspecten, maar ook de pedagogische. Het welzijn en de onderwijskwaliteit wegen ook. Vanaf het moment dat we de scholen terug veilig volledig kunnen openen, zal ik daarvoor opteren. Ik hoop dat dit dan breed door het onderwijsveld zal gedragen zijn. Dat is de optie die we moeten nemen.

Hier wordt gezegd dat het waar is dat de onderwijskwaliteit en het inhalen van leerachterstand niet alleen over het openen van de scholen gaan. Maar het is er wel een belangrijke voorwaarde voor, als het gaat over onderwijskwaliteit en over het welbevinden van jongeren. Men kan niet enerzijds waarschuwen voor leerachterstand en in dezelfde zin pleiten voor het verlengen van de schoolvakanties. Men moet toch een beetje consequent zijn. ‘Le beurre et l’argent du beurre’: dat gaat niet samen. We moeten keuzes maken.

We hebben een batterij aan maatregelen om op korte termijn en op lange termijn de leerachterstand aan te pakken. Ik heb de kortetermijnmaatregelen opgesomd. Ik sta open voor elke suggestie, die ik niet heb gehoord, om wat de lange termijn betreft de leerachterstand aan te pakken in het kader van ons relanceplan. Ik denk dat we met z’n allen, over alle grenzen van oppositie en meerderheid en van de partijen heen, dezelfde bekommernis hebben omtrent de onderwijskwaliteit en de leerachterstand. Met concrete en haalbare suggesties willen we echt samen aan de slag gaan.

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is een grote verantwoordelijkheid die u als minister hebt en het is een grote verantwoordelijkheid die wij als parlement hebben omdat wij vooral door deze coronacrisis worden geconfronteerd met die nog grotere uitdagingen die onderwijs met zich meebrengt op het vlak van ongelijkheid, en met die leerachterstand. We moeten onze leerlingen klaarmaken voor een toekomst waarin zij Vlaanderen, België en Europa sterker maken. Als we niet opletten, zullen we inderdaad een bijzonder groot verlies hebben. Ik kijk uit naar verdere ontwikkelingen en hoop dat we samen aan de kar kunnen trekken.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, wat we nodig hebben, zowel op kortere als op langere termijn, en wat leerkrachten ook duidelijk vragen, is extra ondersteuning in de klas, zijn extra handen op de vloer, zodat zij hun job kunnen doen en leerlingen, zeker de meest kwetsbare, op maat kunnen begeleiden om die leerachterstand bij te benen, vooral tijdens de lesuren en niet daarbuiten. Mijn oproep aan u is dan ook om die extra middelen, die 90 miljoen euro uit het relancebeleid daar in te zetten in plaats van alle heil te verwachten van zomer-, weekend- en andere scholen. Ik denk echt dat dat de verkeerde keuze is en hoop dat u daar nog bijstuurt

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, een aantal suggesties voor de toekomst. Zoals we in de zorg hebben gezorgd voor meer handen aan het bed, moeten we in de klassen ook zorgen voor meer handen aan het bord om de leerkrachten te ondersteunen en meer kwetsbare kinderen de kans te geven om één op één te worden begeleid.

En dan ook een paar suggesties voor het afstandsonderwijs, want die donkere weken waarover u het hebt, zullen er nog even blijven. De afschaffing van het afstandsonderwijs is niet voor morgen. Op dat vlak zijn twee zaken zeer belangrijk. Ten eerste moeten alle leerlingen een laptop en deftig internet hebben, zodat zij deftig kunnen werken. Ten tweede moeten we zorgen voor studiezalen waar kinderen die thuis niet de kans hebben om op hun gemak te werken, toch kunnen werken. Er zijn zoveel zalen die nu leegstaan. Waarom maken we van het Sportpaleis geen leerpaleis? En zo zijn er nog wel zalen en locaties te vinden waar kinderen die thuis niet kunnen werken, terechtkunnen in een collectieve omgeving waar sociale controle is en waar ze tenminste rustig afstandsonderwijs kunnen volgen.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.