U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de bijkomende maatregelen die door de Vlaamse Regering werden genomen in het kader van de coronacrisis.

Ik overloop kort de nieuwe spelregels. Elke fractie krijgt in het debat, dat over veel aangelegenheden gaat en waarvoor zes ministers aanwezig zijn, vier minuten spreektijd voor een statement namens de fractie. Dat wordt niet onderbroken. Vervolgens krijgt de voltallige Vlaamse Regering samen een spreektijd van een kwartier. Dan volgt voor elke fractie acht minuten. Dan mag wel worden onderbroken en de leden van de Vlaamse Regering mogen dan ook naar hartenlust onderbreken indien ze dan wensen.

Het debat is geopend.

We beginnen, zoals afgesproken in het Uitgebreid Bureau, met de Groenfractie voor het openingsstatement van vier minuten.

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister-president, het wordt tijd dat u ermee stopt van deze crisis een communautaire wedstrijd te maken. De voortdurende vergelijking met Brussel en Wallonië maakt u eigenlijk blind voor de parameters die u, als minister-president, in de gaten had moeten houden.

Een van de vele lessen uit de Commissie ad hoc voor de Evaluatie en Verdere Uitvoering van het Vlaamse Coronabeleid met betrekking tot de eerste golf is heel duidelijk. In die commissie waren de specialisten het er unisono over eens dat de snelheid waarmee de bedden van de diensten voor intensieve zorgen in onze ziekenhuis worden ingenomen, een belangrijke graadmeter is. Die parameter is belangrijk om te zien of ons gezondheidssysteem al dan niet op kapseizen staat.

Die indicator stond vorige week al op rood, toen de Vlaamse Regering het nog niet nodig vond de bluswerken te starten. Het is goed dat u gisteren eindelijk nieuwe maatregelen hebt genomen, maar volgens mijn fractie mist u het moment om sneller te handelen.

Ik had gedacht dat vijf dagen na de bijeenkomst van het Overlegcomité en bijna anderhalve dag na de aankondiging van een extra ministerraad de maatregelen voorbereid zouden zijn en eigenlijk nu ingevoerd konden worden. U moet als Vlaamse Regering vooroplopen, en toch nemen vandaag heel wat steden en gemeenten al nieuwe maatregelen, noodgedwongen, omdat ze niet willen wachten op die Vlaamse Regering.

Ik wil mijn openingsstatement eindigen met een oproep. Zorg ervoor dat die nieuwe maatregelen vandaag nog worden doorgevoerd. Bij heel wat mensen in de zorg staat het water aan de lippen. Ziekenhuizen lopen vol. Woonzorgcentra zitten opnieuw met heel wat besmettingen. Veel mensen in de zorg die al moe waren na de eerste golf, gaan nu door, tegen beter weten in, op adrenaline. Het zou zeer jammer zijn dat we nu nog eens twee dagen verliezen om te proberen om die tweede golf ten minste onder controle te krijgen. Minister-president, zondag stond het huis misschien nog niet in brand en was blussen misschien nog niet nodig, maar gisteren sloegen de vlammen door het dak en was er blijkbaar wel de urgentie, en u maakte de afspraak met de brandweer om vrijdagavond te beginnen blussen. Ik roep u op om vandaag en nu al te beginnen blussen.

De heer Parys heeft het woord.

Collega’s, de situatie is bijzonder ernstig. Deze Vlaamse Regering heeft daarom een aantal ingrijpende maatregelen genomen op een heel rationele manier. Daar zal ik zo meteen iets over zeggen.

Iedereen is er intussen wel van overtuigd dat het de juiste maatregelen zijn, gegeven de kritiek van onder andere de Groenfractie dat ze niet snel genoeg zouden worden ingevoerd. Als het sneller kan, zeggen wij: ‘Heel graag.’ Maar velen blaffen onder de verkeerde boom met die vraag om snelheid. Zoals iedereen hier weet, is het de Federale Regering die een ministerieel besluit moet opmaken. Laat ons ervoor zorgen dat we stoppen met blaffen, en dat we die snelheid effectief kunnen maken met de invoering van die maatregelen, want de simpele waarheid in dit parlement is dezelfde als hierbuiten: we hebben elkaar allemaal nodig.

Ja, het is ironisch dat Vlaanderen dat niet zelf mag doen, dat steden en gemeenten dat wel kunnen, dat de provincies dat ook kunnen, dat de federale overheid dat kan en Vlaanderen dat niet mag. Maar dat doet er vandaag niet toe. Zodra het besluit van de federale minister van Binnenlandse Zaken er ligt, kunnen de Vlaamse maatregelen op een juridisch onderbouwde manier gehandhaafd worden. Vooraleer u mij er nu van verdenkt dat ik alle druk bij het federale niveau leg: dat doe ik heel bewust niet. We zitten allemaal in dezelfde boot. Die coronagolf zal ons ofwel allemaal samen overspoelen, ofwel ons samen optillen en ons opnieuw in de richting van het vasteland sturen. Laat me dan ook duidelijk stellen: het opmaken van een juridisch correct ministerieel besluit vergt enige tijd, ook voor de Federale Regering, zeker wanneer een besluit onze vrijheden zo drastisch inperkt.

We weten uit het verleden, uit de vorige twintig ministeriële besluiten die zijn opgemaakt, dat haast en spoed zelden goed is. We willen niet voorhebben wat er recent in Charleroi is gebeurd. Een rechter heeft daar geoordeeld dat de maatregelen niet gehandhaafd konden worden omdat een ministerieel besluit ongrondwettig was. Daar passen wij voor, dat willen wij niet. We verwachten niet van onze burgers dat ze de regels volgen die per persconferentie worden afgekondigd, wel dat ze zich in een rechtsstaat houden aan beslissingen die gestoeld zijn op een degelijke juridische onderbouw. Laat ons dus samenwerken om die onderbouw snel te hebben. Ondertussen kunnen burgemeesters lokaal zelf instellingen sluiten, ze hebben daar geen ministerieel besluit voor nodig. Samen geraken we er wel. Er is gewoon geen andere optie.

De maatregelen zelf zijn logisch: zonder uitgebreide avondklok maar met de uitdrukkelijke vraag om een sterke handhaving op het samenscholingsverbod. Binnen perken we de activiteiten sterk in. Buiten zijn er expliciet mogelijkheden om te sporten, te wandelen en bijvoorbeeld naar de markt te gaan. Er is een terechte nadruk op de beperking van de fysieke contacten. Onze bedrijven houden we open. Scholen houden we ook open, waar dat enigszins mogelijk is. Rationele beslissingen dus.

Er is geen einddatum voorzien voor deze maatregelen. Dat is heel bewust omdat onze ziekenhuizen, ons zorgpersoneel, de maat zullen aangeven. We moeten samen strijden tegen het virus zodat onze ouders en grootouders niet ziek worden, en zodat wanneer dat vreselijke virus hen of ons toch te pakken zou krijgen, er nog een bed is in het ziekenhuis. Daarom doen we dit. Of zoals dokter De Waele van het UZ Brussel zei: ‘Als je niet wil dat er met Kerstmis lege stoelen rond de tafel staan, stop dan nu met te veel sociale contacten.’

Onze fractie steunt daarom de maatregelen, roept op om samen te werken om ze zo snel mogelijk in te voeren en doet een appel aan de burgerzin van elke Vlaming. Laat ons dus een toonbeeld zijn de volgende dagen en weken in dit parlement, in onze politiek, over hoe regio's samen beslissingen kunnen nemen en ervoor kunnen zorgen dat wanneer een lokale toestand dat vereist, ze ook extra maatregelen kunnen invoeren. (Applaus bij de N-VA)

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, België is koploper in Europa in het heffen van taksen en belastingen. En wat krijgen al die belastingbetalers daarvoor in ruil? Al zeven maanden geklungel op alle politieke niveaus met mondmaskers, testen en tracen, met als resultaat dat België nu ook koploper is in het aantal besmettingen. Het coronaparcours van de regeringen in dit land is geen toonbeeld van daadkracht. Hoe wilt u dan dat onze mensen hun politieke leiders nog geloofwaardig vinden? Hoe wilt u dat mensen maatregelen naleven van regeringen die er zelf een potje van maken?

Helaas geldt dat ook voor het Vlaamse niveau. Want als de vlammen door het dak van het Vlaamse huis slaan, is dat vooral omdat uw rookdetectoren niet werkten. Testen en tracen zouden het fundament van het preventiebeleid worden, maar daar heeft uw regering gefaald. Het ergste gevolg daarvan is dat uiteindelijk vooral het zorgpersoneel volledig opgebrand raakt. Ik deel vanzelfsprekend de bekommernis over de draagkracht van onze ziekenhuizen en het uithoudingsvermogen van het voltallige ziekenhuis- en zorgpersoneel. Maatregelen waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat, zullen wij dan uiteraard niet in twijfel trekken. Dat was niet de reden waarom wij de sluiting van de horeca niet steunden. Er waren geen bewijzen van besmettingshaarden daar.

Ik kijk bijvoorbeeld ook naar Nederland. Daar is de horeca twee weken geleden gesloten maar er is nog geen enkel effect in de cijfers te zien. Integendeel, het aantal besmettingen en het aantal ziekenhuisopnames zijn nog altijd aan het toenemen in Nederland, ondanks de sluiting van de horeca.

Er zijn ook nog andere inconsequenties. Waarom mag er bijvoorbeeld wel veertig man in een moskee aanwezig zijn maar niet in een restaurant of een cultuurhuis, waar iedereen strikt gescheiden zit en er bovendien controle is? Waar is daar de logica? Waarom moeten de zwembaden gesloten worden terwijl het virus niet overleeft in chloorwater? Maatregelen zouden consequenter worden nageleefd indien ze niet willekeurig en onlogisch zijn, maar gebaseerd op correcte en concrete statistieken en bewijzen.

Ook wat de timing betreft, dreigen alweer willekeur en chaos. De maatregelen gaan in op vrijdag aanstaande om 18 uur, maar niet in Aarschot, Mechelen, Oostende, Gent en Lanaken, daar voeren liberale burgemeesters de maatregelen eerder in. Niet in Leopoldsburg, daar voert minister Beke de maatregelen eerder in. Waar zit de collegialiteit in uw regering? Waarom voeren uw coalitiepartners CD&V en Open Vld een tegenoffensief tegen uw eigen beslissingen? Dat lijkt me toch een stevige blamage voor u persoonlijk.

Minister-president, wij pleiten met het Vlaams Belang voor een correcte naleving van de maatregelen inzake de mondmaskers, afstand houden en het absoluut beperken van de contacten, maar ook voor transparantie over wetenschappelijke cijfers en bewijzen op basis waarvan beslissingen genomen worden. Wij pleiten ook voor rechtvaardige en consequente handhaving, zonder taboes. Als de CD&V-voorzitter het nodig vindt om te lunchen in een hotel hoewel dat verboden is, dan moet hij daarvoor beboet worden. Als groepen Afrikanen in Brussel samenscholen zonder mondmasker of zonder goedgekeurde betogingsaanvraag, dan moeten zij beboet worden. De regels gelden voor iedereen, ook voor politici, ook voor allochtonen. Pas als dat duidelijk gemaakt wordt voor iedereen, zult u op een stringente naleving van de maatregelen van alle Vlamingen kunnen rekenen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Collega's, ik denk dat er eigenlijk weinig ruimte is voor politiek gekrakeel. Daarvoor is de situatie veel en veel te ernstig. Gisteren waren er meer opnames in onze ziekenhuizen dan op de piek van de eerste golf. En als het aan het huidige tempo doorgaat, wordt het maximum van de intensive care over tien dagen al bereikt. Om dat te voorkomen, moet er nu drastisch ingegrepen worden. En dat is exact wat de Vlaamse Regering gisteren heeft gedaan. We proberen met deze nieuwe maatregelen het virus weer bij het nekvel te grijpen. Dat doen we door samenkomsten in groep zoveel mogelijk tegen te gaan. Daarom konden we ook niet anders dan ook de cultuur- en de sportsector aan banden te leggen.

De regering heeft daarbij gekozen voor een aantal heldere, duidelijke maatregelen, die iedereen goed kan vatten en goed kan naleven. Een groot deel van ons publieke leven wordt daardoor evenwel stilgelegd. Dat is de prijs die we als samenleving moeten betalen om andere sectoren te kunnen vrijwaren, om ons zorgsysteem overeind te houden, om onze kinderen zoveel mogelijk naar school te kunnen laten gaan en om bedrijven toe te laten om te blijven functioneren.

We beseffen maar al te goed hoe hard al deze verstrengingen aankomen. Ze komen trouwens boven op de sluiting van de horeca, een beslissing die we eerder al hadden genomen. De komende weken worden zonder enige twijfel op menselijk en op economisch vlak bijzonder zwaar. Daarom heeft deze regering ook de duidelijke keuze gemaakt om niemand alleen achter te laten, in het bijzonder de zwakken, de ouderen en de kinderen. Hun steken we een hart onder de riem. Het bezoekrecht voor ouderen in woonzorgcentra wordt beperkt, maar het blijft mogelijk. Mensen kunnen ook overlijden door eenzaamheid. Kinderen onder de 12 jaar kunnen blijven sporten en spelen. Zij zijn niet de motor van deze epidemie. En al wie werkt en onderneemt in sectoren die opnieuw getroffen worden, die zullen wij volop steunen, net zoals we de vorige keer gedaan hebben, en in sommige gevallen zelfs nog forser dan we toen gedaan hebben, want we beseffen maar al te goed dat velen stilaan door hun spaargeld heen zitten. We zullen hen ook deze keer volop steunen.

Collega's, de voorbije maanden hebben we dijken gebouwd rond onze zorginstellingen. Er is nu voldoende beschermingsmateriaal, de testcapaciteit en de contactopsporing worden nog elke dag opgevoerd, woonzorgcentra worden prioritair getest en bij een besmetting ook preventief. De uitdaging is nu vooral om de uitval bij het personeel tegen te gaan. Het virus is immers in de hele samenleving wijdverspreid. Het is als hoogwater dat over die dijken die we gebouwd hebben, heen dreigt te stromen. We moeten nu dus het herfstverlof gebruiken om collectief de resetknop in te drukken. Elk contact dat gemeden kan worden, moet vanaf nu ook echt gemeden worden. We moeten absoluut door deze moeilijke periode raken en het virus een echte klap toedienen, want die verdomde curve waar we mee zitten, moet zo snel mogelijk en hopelijk nog net op tijd naar beneden.

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega's, de cijfers vandaag zijn de overtreffende trap van dramatisch. Dat hoef ik u niet in herinnering te brengen. Het komt er nu dan ook op aan om alle zeilen bij te zetten om die exponentiële stijging van de curve te stoppen en de knik te realiseren. De komende weken worden voor ons allemaal, niet alleen voor ons, politici, maar voor alle burgers, het moment van de waarheid.

‘Zo snel mogelijk’ is daarbij de boodschap. Dat burgemeesters in centrumsteden iets sneller zijn gegaan, dat verwelkomen wij. Dat is goed. Ik zou nog liever hebben dat burgers vandaag al alles doen wat ze kunnen. Het is terecht aangehaald door collega's: een ministerieel besluit schrijven en zorgen dat maatregelen die genomen worden, ook een juridische basis krijgen, dat heeft een paar dagen tijd nodig. Een persconferentie kan dus niet onmiddellijk het land op slot doen. Dat gaat niet. Wel hebben de regeringen samen beslist dat vrijdag de deadline is. En wat we sneller kunnen doen, dat zullen we doen. En dat is wat de burgemeesters aan het doen zijn.

Collega Janssens, de beste stuurlui staan altijd aan wal. Vandaag nog probeert u verdeeldheid te zaaien. Ik ben vandaag geen Vld-politicus. Ik ben Willem-Frederik Schiltz, een inwoner van België, een trotse inwoner van Vlaanderen en Antwerpen, en ik doe wat ik kan om de maatregelen te doen naleven en zelf na te leven om het virus te stoppen. Ik zou willen dat u dat ook doet.

Er zijn kritische geluiden van de oppositie, uiteraard. We kunnen elkaar alleen maar versterken door dit soort debatten te houden.

Die nieuwe maatregelen zijn wat ze zijn. Ik geloof oprecht dat de regeringen zich naar godsvrucht en vermogen hebben laten bijstaan door experten, door de wetenschap die ook geen absolute zekerheid kan bieden, en dat ze de juiste maatregelen hebben genomen om nu een halt toe te roepen aan het virus. Ze vallen ons natuurlijk zwaar. Volhouden wordt elke dag een beetje moeilijker en het is op onze tanden bijten. Hoe sneller we die curve opnieuw kunnen laten dalen en de toename van de besmettingen kunnen inperken, hoe sneller er opnieuw een sprankeltje hoop is dat nodig is om door te kunnen gaan.

We zullen dus met z'n allen moeten proberen om een totale lockdown te vermijden – dat is het horrorscenario – naast natuurlijk het imploderen van het gezondheidssysteem, de reden waarom we dit allemaal doen. Die verantwoordelijkheid, collega's, ligt bij elk van ons, ook bij elke burger. Zoals we in de nieuwe campagne van de stad Antwerpen zeggen: ‘Het is nu efkes serieus.’

De belangrijkste afspraken – we kunnen hier nog veel discussiëren, maar we kunnen ze niet genoeg herhalen – zijn dat iedereen zoveel mogelijk zijn handen moet wassen, afstand moet houden, activiteiten buiten moet doen en alle mogelijke sociale contacten moet beperken die niet echt nodig zijn. Denk aan kwetsbare mensen rondom u en volg de regels over de bijeenkomsten.

Ik herhaal, collega's: vandaag zijn wij niet een Vld’er, een CD&V’er, een Vlaams Belanger of iemand van Groen, vandaag zijn wij ‘de’ politiek, en de mensen moeten zien dat de politiek in staat is om antwoorden te bieden.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega's, donderdag 16 oktober: “Als ik het op mijn eentje had kunnen beslissen, had ik inderdaad de restaurants open gehouden na het Overlegcomité”, aldus de minister-president. 18 oktober: “Ik vind het een beslissing die heel moeilijk te bevatten is”, aldus de burgemeester van Antwerpen toen de restaurants moesten sluiten terwijl de ziekenhuizen in de stad alsnog volliepen. 19 oktober: “Als het aan mij lag, waren de restaurants nog open”, opnieuw de minister-president. 21 oktober:  “Ik ben alleen voor strenge maatregelen waar dat nodig is”, aldus de heer Parys in het Vlaams Parlement, terwijl op dat moment de cijfers, ook in de Vlaamse Rand, al bloedrood kleurden. 25 oktober:  “We gaan de herfstvakantie niet verlengen”, aldus de minister van Onderwijs, luttele dagen voor hij de vakantie alsnog moest verlengen. En natuurlijk de klap op de vuurpijl deze zondag: “Dit huis staat nog niet in brand”, getekend minister-president Jambon.

Collega's, er is hier, wat ons betreft, maar één rode draad, en het wordt tijd dat we die uitspreken: steeds opnieuw is de N-VA de blokkade van een Vlaamse corona-aanpak. Het leek bij momenten wel alsof jullie trots waren op de maatregelen die jullie hadden tegengehouden. Het politieke spel dat jullie spelen, is wat mij betreft, choquerend. U negeert experts en honderdduizenden bezorgde Vlamingen om te kunnen scoren bij coronaontkenners. Het resultaat: Vlaanderen staat intussen op de derde plaats in Europa, op de derde plaats.

De kritiek op Wallonië en Brussel dat ze te laat handelden, was terecht, maar nu doet u het zelf ook, steeds weer. De gevolgen zijn enorm. De contacttracing is nog steeds niet op orde, onderwijzers vallen steeds vaker uit, het zorgpersoneel wordt overspoeld en de klap voor onze economie wordt zo alleen maar groter. Ik vind het echt ongelooflijk dat u uw les niet hebt geleerd. Wacht niet tot vrijdag. Voer uw maatregelen nu al in. Als het virus demarreert, beste flandriens, dan moet je nu chargeren en niet surplacen.

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Jambon, beste ministers, hebben jullie De Tijd gezien vandaag? De Tijd, met twee verschillende zaken op de voorpagina. Links, misschien niet geheel toevallig, is er het feit dat duizenden bedrijven de afgelopen maanden de coronaregels aan hun laars hebben gelapt. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

Duizenden. En daarnaast staan de maatregelen die jullie gisterenavond hebben aangekondigd: cultuur, sport en ontspanning aan banden. Niks over de werkvloer, niks over al die bedrijven waar vandaag heel veel mensen met elkaar in contact komen.

Toen ik gisteren naar die persconferentie van jullie keek, dacht ik: dat virus heeft eigenlijk wel een goed leven. Het gaat ’s avonds op café, gaat eventjes zwemmen of fitnessen, pikt een evenementje of cultuuravondje mee, en dan hangt het ‘s nachts wat rond op straat. Dat virus moet echter blijkbaar niet gaan werken, want zelfs thuiswerk wordt nog steeds niet verplicht. Wat leren echter al die cijfers uit binnen- en buitenland, die wij niet hebben, minister Beke? Dat de belangrijkste bron van besmetting, na het eigen gezin, de werkvloer is. Als vijf jongeren op straat een broodje eten, dan krijgen ze 1250 euro boete, maar wie vandaag zijn werknemers in gevaar brengt, die krijgt een schriftelijke waarschuwing. Die twee maten en twee gewichten, dat moet stoppen.

Ik hoor de heer Beke al roepen: ‘Bedrijven dicht, bedrijven dicht!’ Mijnheer Beke, daar gaat het niet over. Het gaat niet over het stilleggen van de economie. Het gaat erover dat mensen veilig kunnen werken. We moeten stoppen met doen alsof er een tegenstelling is tussen de gezondheid en de economie. Net die landen die de sterkste maatregelen hebben genomen op gezondheidsvlak, komen er vandaag economisch het beste uit. Net die landen die ter plaatse blijven trappelen, zoals het onze, lijden zware economische schade. Mijn eerste vraag hier vandaag is dus: welke maatregelen zullen er komen om te garanderen dat mensen veilig kunnen werken? Dat is immers vandaag nog steeds niet het geval.

Al zes maanden horen de mensen in de zorg jullie woorden van dank en respect, al zes maanden lang, en ondertussen staan ze er nog steeds even alleen voor als in maart. Een kwart van de woonzorgcentra heeft vandaag een uitbraak. Preventieve testen zijn er opnieuw niet. Waar zijn ze, de dijken waarover CD&V het heeft die rond onze woonzorgcentra zouden zijn gelegd? Mensen zeggen me dat ze vandaag met minder volk op de vloer staan dan in maart. Mensen vallen uit, mensen zijn op. Beste ministers, in de eerste golf konden jullie nog wegkomen met ‘dit had niemand ooit zien aankomen’, maar dit is de tweede golf. Kom daar nu niet mee af. Iedereen heeft dit zien aankomen. Hoeveel getuigen hebben wij hier in het parlement niet zien passeren die zeiden dat men dit moest voorbereiden? Vandaag staan die mensen opnieuw alleen. De handschoenen zijn er, maar er zijn handen te kort. Het enige dat werd aangekondigd, is dat vrijwilligers kunnen blijven slapen in lege bedden in woonzorgcentra. Het is heel mooi dat vrijwilligers komen helpen, maar er is meer personeel op de vloer nodig. Waar blijft die ondersteuning?

Als het over cultuur gaat: minister Weyts zei gisteren dat alle economische activiteiten moeten doorgaan. Blijkbaar is profsport een economische activiteit, maar een concert in het Sportpaleis niet. Toch is er heel veel begrip in de cultuursector, en terecht. Telkens opnieuw plaatsen zij solidariteit boven hun eigen belangen, zetten ze alles op alles om dit virus klein te krijgen. Mijn oproep vandaag is dus: laten we die cultuursector helpen, laten we bijvoorbeeld op onze openbare omroep concerten, theater, spoken word uitzenden, zodat die mensen die vandaag worden getroffen, daar een podium wordt geboden, en daarmee uiteraard ook een zeker inkomen. Geen bakstenenplan, maar een echt perspectief.

Tot slot wil ik het hebben over hoe deze beslissingen tot stand zijn gekomen. Donderdag blokkeerde de Vlaamse Regering federale maatregelen. Zondag zei ze dat het huis niet in brand staat. Gisteren nam ze nieuwe maatregelen, maar nu moeten we wel tot vrijdag wachten, omdat er opnieuw met de federale overheid moet worden overlegd om ze te kunnen doorvoeren. Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig? Een week tijdverlies, in de exponentiële fase van de verspreiding van een dodelijk virus.

Kunt u afronden, alstublieft?

Ik vind dat ongelooflijk lichtzinnig. In de eerste golf is duidelijk gebleken dat we eenheid van commando nodig hebben. Blijkbaar is die er nu nog minder dan in de eerste golf. Mijn oproep is: stop met dat eigengereide optreden en doe het samen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, waarde collega’s, dank voor alle tussenkomsten.

Collega’s, Vlamingen, voor u zit een diepbezorgd man, en een diepbezorgde regering. Ongetwijfeld samen met iedereen in deze zaal, of wie voor zijn of haar schermpje zit, maak ik me zorgen, grote zorgen. Soms slaat mijn onrust zelfs om in schrik, een vorm van angst over wat er aan het gebeuren is, over de immense omvang en de gevolgen van de coronaepidemie. Ja, ik lig wakker van de beelden van zieke, van stervende mensen in onze ziekenhuizen. Ja, ik zie de vertwijfeling en de vermoeidheid in de ogen van de verpleegkundigen en de artsen, en dat grijpt naar de keel.

Maar ik hoor, voel en zie ook de vastberadenheid, de veerkracht van zovele Vlamingen. Dat moet ons motiveren om de strijd tegen dat vervloekte en duidelijk zeer krachtige virus nog forser te gaan voeren, om onze angst te verdringen, om ons ervan te overtuigen dat we deze oorlog met een gemene vijand kunnen en zullen winnen. Daarom ook besloot de Vlaamse Regering gisteren tot bijkomende maatregelen, boven op de vele maatregelen die de voorbije weken al werden genomen.

Tot voor enige tijd waren wij er – net zoals ook vele wetenschappers – van overtuigd dat die eerdere maatregelen voldoende zouden zijn om het virus in te dijken en af te zwakken. Dat effect is er vooralsnog niet. We merken er vandaag nog niet veel van. Misschien ervaren we over enkele dagen wel een verbetering, mogelijk veertien dagen na de sluiting van onder andere restaurants en cafés, en alle andere maatregelen die toen werden genomen.

Onze recente contacten van maandag en dinsdag met de virologen en de gouverneurs maakten duidelijk dat we de bestaande regels dus nog verder moesten verruimen, aanscherpen en verstrengen. Vooral de steeds groter wordende groep van covidpatiënten in onze ziekenhuizen en de toename van zeer zieke mensen op de diensten intensieve zorgen zijn alarmerend. De stijging van deze onheilscurve zou snel moeten stoppen of ten minste moeten afzwakken, anders dreigt er een catastrofe.

We hebben van bij het begin van de tweede golf steeds gesteld dat we ons klaar hielden en voorbereidden om extra maatregelen te nemen, zodra dat nodig was. En dat is vandaag onmiskenbaar het geval. Wij zullen dus allemaal – allemaal – nog meer inspanningen moeten doen. We hebben gewoon geen andere optie, als we die curve omlaag willen krijgen.

De basisvoorschriften blijven vanzelfsprekend gelden: mondmasker dragen, afstand houden, handen wassen. Ook het samenscholingsverbod en de nachtklok blijven onverminderd van kracht. Bovenal zullen we nog veel meer onze contacten met andere mensen drastisch moeten beperken, tot een absoluut minimum. Want elk contact met een medemens buiten uw eigen bubbel houdt telkens opnieuw een risico in, hoe wreed dat ook klinkt.

Dat betekent niet dat u permanent in uw kot moet blijven. U kunt nog gaan wandelen en lopen en fietsen. Dat is goed voor uw welbehagen, en beweging is ook gezond. Maar doe dat alstublieft enkel met uw naasten. Als u de straat opgaat, zoek dan geen mensen op. Dat is echt van ontzettend groot belang. In het geval van kwetsbaren is dit zelfs letterlijk van levensbelang. Dat is zeker zo voor ouderen en zieken. Als we hen werkelijk graag zien, dan kunnen we nu niet anders dan hen voor een tijdlang zo weinig mogelijk te zien. Althans fysiek, want gelukkig kunnen we onze geliefden wel veel horen en zien dankzij de internettoepassingen. Al zullen die natuurlijk nooit het helende en zalige effect van een knuffel hebben, dat weet ik. Maar die deugddoende omhelzing met één vertrouweling blijft wel toegelaten, gelukkig maar.

Ik roep in het bijzonder de jongeren op om mee te gaan in de strijd. Ik heb zelf kinderen en kleinkinderen. Zij hebben het niet makkelijk met de opgelegde beperkingen. En dat is begrijpelijk – ik ben mijn eigen jonge jaren heus niet vergeten. Maar vandaag is de toestand onvergelijkbaar. De toestand is dramatisch. Roekeloos gedrag kan nu je eigen geliefden ziek maken en heel veel andere mensen in groot verdriet storten. Doe het alsjeblieft niet. Hou je aan de afspraken.

Ik vraag het aan álle Vlamingen. Ik smeek het u. Waar u ook woont, welke hobby u ook hebt, welk geloof u ook aanhangt, wat u ook zo graag doet om uw leven te vullen en te kleuren. Wees alsjeblieft voorzichtig, voor uzelf en voor wie u na aan het hart ligt. Vele dingen kunnen en mogen nu even niet. Dat is zeer jammer, maar het is in ieders belang.

En wie deze boodschap écht weigert te horen en na te leven, die zal het dan maar moeten voelen. Ik roep op om de handhaving van de afgesproken regels strikter en dus harder te laten gebeuren. Voor hardleerse onverantwoordelijken rest er geen andere optie. Balorigheid is in dit geval eigenlijk misdadig.

Nog eens, beste collega’s, alle maatregelen, de vorige en de nieuwe, zijn gericht op het op termijn veiligstellen van onze goede manier van leven, met gezondheid als hoogste goed. Onze gezondheid, datgene wat we elkaar zo gemakkelijk toewensen, ook weer bij het begin van dit jaar 2020. Gezondheid, dat is het eerste en belangrijkste. Dat beseft vandaag hopelijk iedereen, dat móét iedereen beseffen.

Bij de opstelling van de nieuwe maatregelen hadden we ook steeds het mentale welzijn voor ogen, zeker van eenzame en zwakke mensen. De coronacrisis treft hen ongemeen hard. Dat bewijzen de onthutsende cijfers van hulpverleners, straathoekwerkers en politiemensen. Terzelfdertijd willen we de economie, zo goed als enigszins mogelijk, blijven laten draaien. Dat is nodig om onze welvaart te vrijwaren. Elke beslissing die we de voorbije uren, dagen en weken namen, beoogde dat viervoudige doel: mensen gezond houden en de zorgverlening radicaal steunen en ondersteunen, grote aandacht hebben voor de mentale gezondheid van onze mensen, de scholen openhouden, zo breed mogelijk en zo goed als dat kan, en de economische bedrijvigheid garanderen, met naleving van alle veiligheidsregels Alle maatregelen werden vanuit deze bekommernissen genomen, van zorg en economie, over jeugd en sport en cultuur tot onderwijs.

Ik stel vandaag vast dat er algemene tevredenheid is over deze maatregelen. Laten wij ze vooral goed uitvoeren en dus niet over elkaar heen vallen of er een competitie van maken. Daar schieten we werkelijk niks mee op.

Wat zijn die maatregelen? Ik zal ze nog eens kort overlopen. De georganiseerde vrijetijdsbesteding boven 12 jaar wordt stopgezet. Jeugd- en sportkampen voor min-12-jarigen zijn wel nog toegelaten, evenwel zonder overnachting. De indooractiviteiten gaan allemaal dicht. Op het vlak van cultuur gaat alles dicht, behalve de bibliotheken. Alle evenementen zijn verboden, behalve de wekelijkse markten. In sport wordt alles verboden voor iedereen ouder dan 12 jaar, behalve bij professionele sportbeoefening, maar dat moet wel zonder publiek. Daarnaast mag men ook individueel of volgens de regel van vier buiten sporten. Een ouder of begeleider van min-12-jarigen mag zijn of haar kind naar de sportclub brengen en blijven kijken, maar hij of zij moet natuurlijk afstand bewaren en een mondmasker dragen. Voor de jeugd gelden dezelfde maatregelen als voor de sport: alles boven 12 jaar is verboden. De jeugdactiviteiten voor min-12-jarigen zijn wel nog toegelaten, maar zonder overnachting en met respect voor de geldende afspraken. Outdoorspeelpleinen zijn wel open, ook voor de plus-12-jarigen, met natuurlijk respect voor de regel van vier.

Erediensten, huwelijken en begrafenissen kunnen plaatsvinden met respect voor de afstandsregels. Ze zijn beperkt tot maximum 40 personen. De bestaande protocollen worden hier dus buiten werking gesteld.

Wat de economie betreft, moet men van telewerken conform het ministerieel besluit (MB) maximaal de regel maken. We zullen dit samen met de sociale partners intra-Vlaams monitoren, in functie van een maximale toepassing. Maximaal twee volwassen klanten of een ouder met minderjarige kinderen mogen samen winkelen.

In het hoger onderwijs hebben de universiteiten zich al op code rood gezet. Dat zullen we ook doorzetten voor de hogescholen. Er kan dus enkel nog online afstandsonderwijs worden gegeven, met enige souplesse voor de eerstejaars en practica, en dat vanaf 12 november 2020. Het leerplichtonderwijs sluit op 9 en 10 november en gaat vanaf 12 november opnieuw open.

In de zorgvoorzieningen voor ouderen en kwetsbaren wordt het bezoek tot één knuffelcontact en één extra contact per veertien dagen herleid. We onderzoeken of we de mantelzorgers tijdelijk kunnen laten inwonen. Om extra buffercapaciteit voor de ziekenhuizen te creëren, zetten we prioritair in op herstelverblijven en revalidatieziekenhuizen.

Er komt outdoor geen algemene mondmaskerverplichting, daar blijft het MB gelden. Het samenscholingsverbod blijft beperkt tot vier personen. De avondklok blijft beperkt tot wat al in het MB voorzien was, dus tussen middernacht en 5 uur ’s morgens.

Rond handhaving nemen we ook drie maatregelen: eerst en vooral passen we het Preventiedecreet aan. Die aanpassing in functie van de handhaving van de quarantaine ligt op dit moment in het parlement. Ik hoop dat we er allemaal samen in slagen om dit Preventiedecreet zo snel mogelijk goed te keuren. We voorzien ook in een reglementaire basis voor De Lijn-controleurs om GAS-boetes uit te schrijven, bijvoorbeeld wegens het niet naleven van de mondmaskerplicht. Dat zou vrijdag op de agenda van de ministerraad komen. We doen ook een oproep aan de Federale Regering om standaard GAS-boetes mogelijk te maken in het kader van de handhaving van de coronamaatregelen.

Collega's, sommigen van jullie vragen zich af waarom deze maatregelen pas vrijdag in de vooravond van kracht worden. Sta me toe om daar kort op te reageren.

We hebben die timing op de persconferentie gisteren naar voren geschoven omdat er natuurlijk tussen de politieke beslissing en het moment waarop die van start kan gaan, wat werk te doen is. Vlaanderen heeft als dusdanig geen instrument ter beschikking om die maatregelen te doen ingaan. Dat kan via twee wegen: ofwel door een ministerieel besluit (MB), ofwel door aan de vijf gouverneurs van Vlaanderen te vragen om een besluit ter zake te nemen.

Ik onderschrijf de vraag naar coherentie en dus om zoveel mogelijk maatregelen in het MB op te nemen. Ik heb vanmiddag met de collega’s-minister-presidenten en met de eerste minister samengezeten. Ik moet de minister van Binnenlandse Zaken van de Federale Regering bedanken, omdat hij de maatregelen die wij voorgesteld hebben, al in dat MB heeft opgenomen. We zijn nu bezig met het vinden van een consensus tussen de verschillende regeringen van dit land om zoveel mogelijk van onze maatregelen in dat MB te krijgen. Wanneer dat lukt, is het goed en wordt dat MB van kracht. Wat mij betreft: zo rap mogelijk. Dan kunnen we vervroegen ten opzichte van wat we aangekondigd hebben. Dan kunnen we vervroegen.

Hoe verschrikkelijk zou het niet geweest zijn als we gisteren aangekondigd hadden dat het donderdag zou ingaan en als we er dan om allerlei redenen niet in geslaagd zouden zijn om het klaar te krijgen? Dat was toch veel erger? Dus we doen er nu alles aan om via dat MB zoveel mogelijk te regelen. Wat mij betreft worden die werkzaamheden vandaag afgerond. Als er dan nog maatregelen zijn die niet in het MB konden worden opgenomen omdat er geen consensus over bestaat bij alle regeringen, dan zullen we de gouverneurs vragen om dat te regelen via een gouverneursbesluit. Ik kan er ook niets aan doen dat wij die bevoegdheden niet hebben. Als we het er als parlement over eens zijn dat we al die bevoegdheden moeten hebben, laten we daar dan na de coronacrisis met prioriteit werk van maken.

Verder denk ik dat we ook aandacht moeten hebben voor de verenigingen, de sportclubs en de cultuurorganisaties, die we vragen om hun activiteiten stop te zetten. Zij moeten toch een minimum aan tijd krijgen om hun leden, hun klanten, hun bezoekers op de hoogte te stellen van een en ander.

Ik sta dus aan jullie zijde om die maatregelen zo snel mogelijk ingang te laten vinden. Maar laten we dit ordentelijk doen en laten we dit doen met respect voor de mensen die van alles georganiseerd hebben.

Dat er ondertussen overheden en organisaties en mensen al sneller die maatregelen willen toepassen en naleven, vind ik prima. Dat is geen uitholling van waar wij mee bezig zijn. Ik roep ook iedereen op om vanaf vandaag minder contacten te hebben. Maar in een rechtstaat moeten een aantal paden bewandeld worden. Ik heb daar vanmorgen al aan gewerkt en zal er straks na deze vergadering verder aan werken om ze zo snel mogelijk te bewandelen.

Tot slot, waarde collega’s en beste Vlamingen, ik herhaal wat ik gisterenavond en vroeger al zei, namens de hele Vlaamse Regering en ongetwijfeld ook namens elke Vlaamse volksvertegenwoordiger: onze grote dank en ons groot respect gaat naar allen die actief zijn in de zorgsector, van de poetsvrouw en de kok over de klusjesman en de vrijwilligers tot de hoofdarts. Zonder jullie waren we echt verloren.

Ik had het zonet even over angst. Maar angst, zo weten we, is een slechte raadgever. Ook oude wijze teksten houden het ons voor: ‘Heb geen angst.’ Laten we integendeel vooral vertrouwen hebben, en daadkracht. Ik reken daarvoor op iedereen van ons. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

Dan is nu het woord aan de Groenfractie. Collega Rzoska, u kent het reglement: u hebt acht minuten. U mag onderbroken worden door de regering en door de parlementsleden. Maar laten we het hoffelijk houden, zoals meestal gebeurt in dit parlement.

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik wil meteen antwoorden op collega Parys en minister-president Jambon. Uiteraard staat mijn fractie open voor samenwerking om deze gezondheidscrisis aan te pakken. Dat hebben we van bij het begin van deze crisis, ook in dit parlement, gedaan. Nog niet langer dan een dik uur geleden hebben we met de coronacommissie opnieuw een heel pakket goedgekeurd, over de grenzen van oppositie en meerderheid heen. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Collega’s, wat mij daar voor een stuk aan stoort, is dat de kans om samen te werken er wel degelijk was op het interministeriële overleg vorige week donderdag. Dus nu komen zeggen dat we niet sneller konden gaan, dat stuit mij wat tegen de borst, om de heel eenvoudige reden dat daar wel degelijk geprobeerd is om naar een consensus te gaan en doortastende maatregelen voort te zetten, wat, zoals toch blijkt, sommigen in de Vlaamse Regering op dat moment niet zagen zitten.

Nu haalt de waarheid ons ook weer in. De bloedrode cijfers halen ons in. Ik hoop, collega Parys en minister-president Jambon, dat dit opnieuw een les is dat we er veel beter van in het begin van uitgaan dat we moeten samenwerken, dat dat virus niet stopt aan taalgrenzen, niet stopt aan gewestgrenzen, zelfs niet stopt aan buitengrenzen, maar dat we allemaal samen die beslissingen moeten nemen, die inderdaad soms moeilijk zijn, dat besef ik.

De heer Parys heeft het woord.

Collega Rzoska, bedankt om in te gaan op de vraag om effectief samen te werken om het virus het hoofd te bieden. Iedereen in dit parlement is daarvan overtuigd, hoop ik, en dat is ook de enige manier waarop we zullen slagen.

U hebt het daarnet over het Overlegcomité van vorige week donderdag gehad. U zegt dat daar een opportuniteit gemist is om tot consensus te komen. Dan heb ik wel nieuws voor u, mijnheer Rzoska, want er is consensus bereikt op dat Overlegcomité. En ja, er is lange tijd gediscussieerd: dat ging voornamelijk over cultuur, wat onze cultuurhuizen nog wel of niet konden doen. Maar wij wisten toen al dat de protocollen die goedgekeurd zijn voor cultuur, tot op de millimeter gevolgd worden door onze cultuursector. En dus ja, er is een poging ondernomen om zo lang mogelijk activiteiten in cultuur te kunnen laten plaatsvinden. En nee, we zien dat de exponentiële curve verder blijft toenemen en dat er dus een extra maatregel genomen moet worden die ook cultuur treft. Maar wanneer u zegt dat er geen consensus bereikt zou zijn op het Overlegcomité, dan dwaalt u. De maatregelen die daar zijn afgesproken, zijn immers in consensus genomen en er is heel duidelijk tussen de verschillende regio’s afgesproken dat Wallonië en Brussel nog wat verder konden gaan omdat de cijfers in Wallonië en Brussel nu eenmaal anders zijn. Dat zijn ze vandaag nog steeds. Laat ons dus doen wat we hier daarnet hebben voorgesteld: goed samenwerken tussen de regio’s en de vrijheid geven om extra maatregelen op te leggen wanneer en waar dat nodig is.

De heer Janssens heeft het woord.

Ik hoor collega Rzoska inderdaad verwijzen naar het Overlegcomité. Minister-president, ik heb daarover toch ook een vraag aan u. U hebt vanmiddag, denk ik, overleg gehad met de premier en met de andere ministers-presidenten. Ik neem aan dat dat ook een voorbereiding is geweest van het Overlegcomité dat aanstaande vrijdag nog zal plaatsvinden. Ik heb daarover immers wel een bekommernis. Als ik hoor dat Elio Di Rupo vandaag in het Waals Parlement, waar ook een debat heeft plaatsgevonden over de coronamaatregelen, zegt dat ze eigenlijk nog verder willen gaan, dat ze in de loop van de komende dagen nog strengere, versterkte maatregelen willen dan die die nu al genomen zijn, dat ze zo ver als mogelijk willen gaan in de lockdown – dat zijn letterlijk de woorden van Elio Di Rupo –, wil ik toch van u weten, met het oog op het Overlegcomité dat aanstaande vrijdag zal plaatsvinden, in welke mate u zult meegaan in de zoektocht naar die consensus, naar de strijd van Elio Di Rupo, om naar een verdere, blijkbaar algemene, totale lockdown te gaan.

Ik wil u meteen mijn bekommernis en het standpunt van mijn partij meegeven: wat wij absoluut niet willen, is een lockdown die opnieuw een doodsteek zal zijn voor vele bijkomende, honderden of duizenden handelszaken en jobs. Daar willen wij absoluut niet in meegaan. Maar als u per se in die Belgische consensus wilt blijven evolueren, zult u dan de oproep van Elio Di Rupo om richting een blijkbaar totale lockdown te gaan, steunen? Zult u daar met Vlaanderen in meegaan?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik weet niet wat hier de spelregels zijn. De heer Rzoska is aan het woord, de heer Janssens pikt daarop in om dan aan mij een vraag te stellen. Ik wil daar gerust op ingaan, maar ik stel voor dat we straks, als het Vlaams Belang het woord krijgt, het debat proberen toch een beetje …  Ik moet het debat niet leiden, maar ik wil uw vraag zeker en vast niet uit de weg gaan, mijnheer Janssens, maar u krijgt, misschien heel snel zelfs, het woord … (Opmerkingen van Chris Janssens)

Ja, ik ga op uw vraag in, maar ik dacht …

De heer Rzoska heeft het woord.

Ik wil nog even een antwoord geven op collega Parys en op de minister-president. Uiteraard is er consensus bereikt op dat Overlegcomité, dat weet ik ook wel. Maar u weet net zo goed als ik – we hoeven elkaar geen Liesbeth te noemen – dat er op een gemeenschappelijke sokkel een consensus wordt bereikt, en dat er dan inderdaad per gewest verder kan worden gegaan. Mijn punt is dat we hetgeen de Vlaamse Regering gisteren heeft beslist en aangekondigd, veel beter in overleg en consensus hadden kunnen doen vorige week donderdag. Want het feit dat we hebben moeten wachten, geeft ons eigenlijk opnieuw wat achterstand. En ik ben het niet helemaal met u eens als u zegt dat de situatie in Wallonië en Brussel anders is. Ergens klopt dat, en ergens klopt dat niet.

Voorzitter, dan wil ik verdergaan met mijn tussenkomst, want ik ga u daar een antwoord op geven. Wat gebeurt er na het optreden van de minister-president in De Zevende Dag? Om 11.18 uur krijgt de volledige Vlaamse Regering een brief van Erika Vlieghe, gesteund door een aantal experten: Marc Van Ranst, Pierre Van Damme, Niel Hens en anderen. Dat zijn in mijn ogen toch toonaangevende specialisten. In die brief reageren ze op de uitspraak van de minister-president in De Zevende Dag. Ik citeer, want de brief leest als één langgerekt brandalarm: “Het huis staat wel degelijk in brand in Vlaanderen. Het is gewoon een kwestie van tijd. Vlaanderen is niet hermetisch afgesloten van de rest van het land, en het virus heeft hier op zich dezelfde dynamiek en eigen brandhaarden. Er dreigt dus wel degelijk een reële implosie van de gezondheidszorg, ook in Vlaanderen.”

Ik kan u verzekeren collega’s, bij wie de brief leest ,hakt de boodschap er stevig in. Ik citeer opnieuw: “U kan het zich wellicht niet voorstellen omdat het nog nooit gebeurd is, maar ook in Vlaanderen dreigen we over een week op het punt te komen dat onze kostbare, unieke en performante gezondheidszorg botweg kapseist wegens een te grote instroom aan patiënten voor te weinig zorgverleners en te weinig bedden.”

De ondertekenaars pleiten niet voor blinde paniek maar stellen zeer duidelijk: “De huidige realiteit vereist wel zeer doortastend en koelbloedig handelen voor de situatie verder uit de hand loopt. Wacht alstublieft niet tot het helemaal te laat is.”

Collega Rzoska heeft het over dit punt. Dat is duidelijk, collega’s?

Collega Parys heft het woord.

Collega Rzoska, ik heb het interview in De Zevende Dag uiteraard ook gezien. En ik heb daar genoteerd dat de minister-president uiteraard zijn beeldspraak heeft gebruikt die we allemaal kennen. Maar hij heeft daar ook gezegd, en dat is blijkbaar minder doorgedrongen, dat we de cijfers in het oog moeten houden. “Het kan zijn dat ik binnen drie dagen met de gouverneurs bijkomende maatregelen neem. We moeten het hoofd koel houden, niet bang zijn om meer maatregelen te nemen. Hebt u mij horen zeggen dat de cijfers niet alarmerend zouden zijn in Vlaanderen? Wanneer we zien dat die cijfers geen effect vertonen van alle besliste maatregelen moeten we bijkomende maatregelen nemen.”

Wat doet de minister-president nadat hij zijn interview heeft gegeven in De Zevende Dag en alle krantensites dezelfde titel blokletteren? Hij beslist onmiddellijk, nadat die brief is aangekomen, met zijn minister van Onderwijs om bijkomende maatregelen te nemen. Hij doet exact wat iedereen die dat interview heeft gezien, wist dat hij ging doen. Hij is opgetreden, en hij neemt bijkomende maatregelen, hij verlengt met zijn Vlaamse Regering en de minister van Onderwijs de herfstvakantie, juist vanwege het feit dat er een nieuw advies is binnengekomen. Wel, dat noem ik eerlijk gezegd leiderschap. En ik vind het bijzonder goed dat de minister-president een interview heeft gegeven dat heel duidelijk heeft gezegd dat hij bijkomende maatregelen zal nemen wanneer de experten dat vragen.

Kort daarna komt die vraag, en meteen daarna komt de beslissing om in het onderwijs in te grijpen, om de dag erna de virologen te zien en dinsdag te overleggen met de gouverneurs, en samen met de hele Vlaamse Regering dinsdagavond de beslissing te nemen. Vandaag zijn we hier met de vraag om die maatregelen zo snel mogelijk te laten ingaan. Ik begrijp uw punt eerlijk gezegd niet. (Applaus bij NVA)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska zegt terecht dat de reactie van mevrouw Vlieghe en de anderen om 11.19 uur kwam, maar dat was wel om 23.19 uur, dus ’s avonds. ’s Morgens om 9 uur hebben wij een conferencecall gehad met de virologen. Veel korter kan men niet op de bal spelen, denk ik.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik treed de heer Rzoska bij. Want ja, de cijfers in Brussel en in Wallonië waren lange tijd nog ernstiger, maar niemand gaat nu toch vertellen dat ook vorige week donderdag de alarmsignalen in Vlaanderen niet op alle mogelijke manieren afgingen. Het ging toen al compleet de verkeerde kant op. Dat virus groeit exponentieel, dus elke dag uitstel maakt het probleem alleen maar groter. Wij begrijpen dan ook niet, en dat is mijn punt vandaag, dat jullie op de rem zijn gaan staan. Het was wat ons betreft veel beter geweest om toen al in te stemmen met de bijkomende maatregelen die op tafel lagen en die jullie toen hebben geblokkeerd. Dat was veel duidelijker geweest, want nu hebben we het gevoel dat jullie opnieuw achter de feiten aan hollen. (Rumoer)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Het lijkt wel alsof er mensen zijn die beter zijn geïnformeerd over wat er is gebeurd op dat Overlegcomité dan minister Crevits, minister Weyts, minister Somers en ikzelf. Ik zeg u dat die maatregelen daar in grote consensus zijn genomen en dat we zijn meegegaan in het voorstel van de federale minister van Volksgezondheid. (Applaus bij de N-VA)

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Parys, u zegt dat onze minister-president heeft gezegd dat over drie of vier dagen extra maatregelen kunnen worden genomen en dat hij de cijfers dag per dag opvolgt. Maar dat getuigt nu net van het onbegrip van wat een exponentiële curve is. Een exponentiële curve moet men niet platkloppen op het moment dat ze door het dak schiet, maar voordien. En dat hebben de virologen niet pas gezegd na De Zevende Dag maar lang voordien. En dat is waar jullie onwaarschijnlijk veel tijd mee hebben verloren.

Vrijdag hebben jullie de kans gemist om samen met de andere delen van het land die maatregelen af te kondigen. En dan krijgen we een toestand, minister-president, waarin u zegt een aantal dagen nodig te hebben om dat door te voeren. Dat wisten jullie vorige week toch ook al, maar jullie hebben gewacht tot op de dag dat het aantal ziekenhuisopnames in Vlaanderen sneller steeg dan in Brussel en Wallonië. Tot op die dag hebben jullie gewacht om extra maatregelen te nemen. Dat is veel te laat en dat is tekenend voor de strategie van deze Vlaamse Regering: niet het virus platkloppen maar ermee dansen en proberen het hier en daar een beetje af te dekken en intussen de boel draaiend te houden. We hebben vandaag gezien dat dit niet werkt en ik hoop echt dat we daar in de zorg niet de prijs voor betalen.

De heer Parys heeft het woord.

Mevrouw Goeman en uw collega van de PVDA, om het met de woorden van een professor uit Tervuren te zeggen: wilt u de waarheid of zult u praatjes blijven verkopen? Want dat is exact wat u hier doet. Wij zijn vorige week meegegaan in de beslissing van het federale niveau om op dat Overlegcomité een gemeenschappelijke sokkel af te spreken. Daar is een consensus over bereikt en nu komt u hier doen alsof de feiten anders zijn. En wij moeten ons dat laten vertellen door een partij die in Brussel beleidsverantwoordelijkheid draagt en die niets doet, die dat virus helemaal heeft laten ontploffen in Brussel. En u komt dan aan ons vertellen dat het hier niet snel genoeg gaat. Mevrouw Goeman, stop met die politieke spelletjes, werk samen en verkoop geen onwaarheden alstublieft. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik voel me aangesproken. Ik ben hier geen politieke spelletjes aan het spelen, ik probeer hier de realiteit te benoemen. (Rumoer)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

En die realiteit is dat Vlaanderen gewoon te lang heeft gewacht met in te grijpen. Natuurlijk is er een consensus bereikt over wat er uiteindelijk is beslist op het Overlegcomité, maar ook Vlaanderen had vorige week verder moeten gaan. Dan zaten we vandaag niet in de situatie waar we nu zitten. En de tijd van naar elkaar te wijzen is echt voorbij. (Rumoer)

Ik ben niet begonnen. Wie heeft er in godsnaam een boodschap aan wat er in Brussel en Wallonië gebeurt? Vandaag gaat het debat over wat er in Vlaanderen moet gebeuren. En ik ben bijzonder bezorgd over het feit dat we te laat zijn, dat we opnieuw achter de feiten aanhollen en dat we daar een hoge prijs voor zullen betalen in de zorg.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Meneer Goeman, excuseer mij, het coronavirus slaat al toe... Mevrouw Goeman, ik heb hier vorige week een discussie gehad met uw fractiegenote, mevrouw Segers. Zij vroeg mij uitdrukkelijk om de protocollen van de cultuur overeind te houden. Ik stond aan haar zijde! Ik heb haar nog opgeroepen om een lijn open te laten naar de minister van Volksgezondheid. Dat hebben we inderdaad gedaan in het Overlegcomité, samen met de minister van Volksgezondheid. Wat is toen gesneuveld? Dat is het artikel 18, vroeger artikel 12, van het ministerieel besluit, dat de uitzondering inhield om in bepaalde zalen boven de tweehonderd te gaan. Die uitzondering is daar gesneuveld, in complete consensus. Ik heb gedaan wat mevrouw Segers mij vroeg, om de protocollen van cultuur in Vlaanderen nog open te houden. (Applaus bij de N-VA)

En dan wil ik u nog dit zeggen, mevrouw Goeman. In Wallonië zijn de protocollen van cultuur er nog altijd. Als we straks over het ministerieel besluit geen consensus zouden bereiken, is het omdat men in Wallonië – ik denk dat dat evolueert in de loop van de namiddag – nog terughoudend is om voor de cultuursector dezelfde maatregelen te nemen. Dat zijn de feiten. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mijnheer Parys en minister-president, er is één bevoegdheid die volledig Vlaams is: de bevoegdheid Onderwijs.

Mijnheer Parys had het daarnet over het leiderschap van de minister van Onderwijs. Als er één iemand achter de feiten aanloopt, en als er op één bevoegdheidsterrein geen verantwoordelijkheid werd genomen, dan is het op het vlak van Onderwijs. (Opmerkingen)

Minister Weyts, dat is absoluut de plek – en dit is een oproep aan u – waar er nog winst te boeken is. U hebt nu de herfstvakantie met twee dagen verlengd tot 11 november. Dat is, minister, tegen het advies van de virologen in. De virologen vragen letterlijk om de herfstvakantie met nog twee dagen te verlengen, tot de maandag, om ervoor te zorgen dat de kinderen ook de donderdag en de vrijdag niet op school komen, maar dat er afstandsonderwijs is. Er zijn heel wat scholen die dat zullen organiseren. Dat is een expliciete vraag, ook in die brief, minister.

Het enige wat u hebt gedaan, is de herfstvakantie met twee dagen verlengen. Met frisse tegenzin. Ik had het de woensdag al gevraagd. Waarom? Omdat de cijfers heel duidelijk zijn. De cijfers in het onderwijs zijn deze: in oktober zagen we een verviervoudiging van het aantal besmette leerkrachten op twee weken tijd. In de periode van 6 tot 18 oktober…

Collega Meuleman…

Ik zal afronden, voorzitter. In de periode van 6 tot 18 oktober…

U weet zelfs niet wat ik ga zeggen.

…was er een stijging van 75 procent van het aantal besmette leerlingen. Als we toch de discussie willen voeren over wie wat kan doen en wat Vlaanderen nog meer kan doen, en waar er winst te boeken is, dan is het daar, minister. U zit vanavond samen. Ik roep u op om daar doortastende maatregelen te nemen want de dijken zijn aan het breken.

Mevrouw Meuleman, ik dacht dat we een debat aan het voeren waren over de brief die de virologen hebben gestuurd naar de Vlaamse Regering op zondag. Het tijdstip is door minister-president Jambon bekendgemaakt. Wij moeten toch een klein beetje clusteren per onderwerp. Collega Meuleman, ik ben ervan overtuigd dat u nog volledig uw gang zult kunnen gaan, dat er nog van alles over onderwijs gaat komen. U hebt het punt gemaakt dat de virologen wezen op bepaalde aspecten van het onderwijs. Ik wilde u gewoon zeggen – en dat is ook een oproep aan iedereen –: laten we proberen om het in de mate van het mogelijke een klein beetje thematisch te houden.

Mijnheer D’Haese, u hebt het woord gevraagd, ik veronderstel… U moet niet, hé!

Dat wist ik al, voorzitter, dat het van u niet moet.

U krijgt altijd het woord als u het vraagt.

Dat weet ik wel.

De heer D’Haese heeft het woord.

Collega Parys, u spreekt mij mee aan met mevrouw Goeman, maar u bent er waarschijnlijk ook wel van op de hoogte dat de PVDA niet in de Brusselse Regering zit. Wel zijn we daar al weken op het terrein mee aan het trekken voor meer testing en contactopsporing.

Mijn punt was niet dat de ene of de andere regering het beter doet. Mijn punt is dat we moeten stoppen met die versnippering. We moeten gaan naar eenheid van commando. Ik zeg niet dat de Federale Regering zulke fantastische regels heeft uitgevaardigd. Mijn punt van daarnet over de maatregelen voor de werkvloer was dat in de Federale Regering daarover geen maatregelen zijn genomen. Mijn punt is: eenheid van commando en stoppen met allemaal voor onze eigen kar te rijden. Dan gaan we er veel beter uit geraken.

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Parys, als historicus vind ik het boeiend te zien hoe mensen proberen de geschiedenis in hun eigen kader te herschrijven. Het siert u dat u hier voluit de strijd voert. Ik vind u op dat vlak een waardevolle collega. Wat nu wordt gezegd over de brief die ik zelf heb ontvangen en die om 11.18 uur naar de Vlaamse Regering is gestuurd, is toch wat vreemd. (Opmerkingen)

Ik was toen nog wakker, want er is een crisis aan de gang.

Het gaat om 23.18 uur. Dat is voor iedereen duidelijk.

Dat is dan het startschot om op 26 oktober 2020 te stellen dat we snel iets moeten doen. Dat is in mijn ogen om een heel eenvoudige reden vreemd. In de Commissie ad hoc voor de Evaluatie en Verdere Uitvoering van het Vlaamse Coronabeleid hebben we met zijn allen de specialisten gehoord. Ze zaten vaak niet op dezelfde golflengte, maar over één zaak waren ze het zeer duidelijk eens. Als één graadmeter in de gaten moet worden gehouden, is het de snelheid waarmee de bedden voor intensieve zorgen worden bezet. Die indicator stond vorige week ook al op rood voor Vlaanderen. De specialisten hebben die brief niet geschreven om te zeggen dat het tijd is om in te grijpen. Ze hebben de Vlaamse Regering die brief gestuurd omdat ze vonden dat de Vlaamse Regering te licht met de situatie omging.

Minister-president, naar aanleiding van uw uitspraken in De Zevende Dag staat letterlijk in de brief dat Vlaanderen zich binnen tien dagen in de situatie in Brussel en Wallonië zou bevinden. Het was toen het moment om in te grijpen. Ik ben altijd bereid tot een sereen debat om samen bakens uit te zetten, maar we moeten allemaal erkennen dat sneller had kunnen worden gehandeld. Dat is het punt dat de virologen maken. Ze hebben aangegeven dat Vlaanderen, indien het een land zou zijn, met betrekking tot de coronacijfers op dat ogenblik al op de vijfde plaats in Europa stond. U moet nu niet zeggen dat dit het startschot was en dat toen is gehandeld. Wat mij betreft, mocht ook vroeger worden gehandeld. Iedereen kan over de indicatoren beschikken. Ik ga ervan uit dat de Vlaamse Regering er zelfs meer over kan beschikken dan een Vlaams volksvertegenwoordiger.

De heer Parys heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, u weet dat u een gewaardeerd collega bent. Als we het over geschiedschrijving hebben, moeten we ook intellectueel eerlijk zijn. Op 22 oktober 2020 hebben alle regeringen van dit land vergaderd. Op basis van de toen beschikbare data en adviezen waren ze er stellig van overtuigd dat de toen genomen maatregelen afdoende zouden zijn.

Waar ik in dit debat moeite mee heb, is dat we hier allemaal altijd doen alsof we alles weten over een virus waarover we eindelijk moeten toegeven dat we er eigenlijk bijzonder weinig over weten en alsof het virus zich volstrekt gedraagt zoals wordt voorspeld. Dat is gewoon niet waar. De hele premisse van het debat verandert. Ik werp naar niemand een steen en zeker niet naar de experts. Begin oktober 2020 hebben de experts echter verklaard dat de regeringsmaatregelen afdoende zouden zijn. Met die maatregelen zouden we er komen en zouden we het virus platslaan. Dat is de redenering die toen is gevolgd en die toen publiek is gemaakt. Dat was de situatie op 22 oktober 2020. Alle regeringen in dit land, ook de regering waarin Groen is vertegenwoordigd, waren ervan overtuigd dat de maatregelen voldeden.

Ondertussen zien we dat de data en de curve niet evolueren zoals is voorspeld door de experts, de politici en iedereen die hiermee bezig is en dat we bijgevolg bijkomende maatregelen moeten nemen. Waar ik me aan stoor, is dat we doen alsof we alles weten over iets waarover we heel weinig weten. We doen alsof het advies van de experts niet mee evolueert, wat gelukkig wel gebeurt. We mogen niet doen alsof de situatie op 22 oktober 2020 dezelfde is als op 25 oktober 2020.

Mijnheer Parys, dat punt is al uitgebreid aan bod gekomen.

Mijn laatste punt is dat het niet zo is dat we voordien al niet met zijn allen zeer strenge maatregelen hadden genomen. Sommige maatregelen moesten zelfs nog in de curves hun beslag krijgen. De experts hebben gesteld dat we moesten wachten tot we het effect op de curves zouden zien. Toen hebben ze gesteld dat we daar niet op konden wachten en dan is er gehandeld.

Mijnheer Rzoska, het is niet zo moeilijk toe te geven dat dit de situatie is. U mag daar geen politiek spel van maken. We weten niet alles.

De heer Janssens heeft het woord.

Mijn laatste punt is, collega Rzoska, dat het ook niet is alsof we daarvoor met zijn allen niet al heel strenge maatregelen aan het nemen waren. Sommige moesten zelfs nog hun beslag krijgen in de curves. De experten vroegen om te wachten tot we dat effect zouden zien. Toen is gezegd: nee, we kunnen daar niet op wachten, en toen is er gehandeld. Dat is toch niet zo moeilijk om toe te geven dat de situatie zo is? Maak er nu geen politiek spel van. We weten niet alles.

De heer Janssens heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, ik begrijp dat u als historicus graag in het verleden kijkt, maar ik dacht dat we hier vandaag waren samengekomen om het te hebben over de maatregelen die nu genomen zijn en hoe we in de komende dagen en weken het virus gaan verslaan.

Ik heb een vraag, mijnheer Rzoska. Ik hoor ook anderen van de linkse oppositie voortdurend pleiten voor strengere maatregelen. Er moet nog meer gebeuren. De scholen moeten toe van mevrouw Meuleman. De werkvloeren moeten dicht van de heer D’Haese. Ik zou eens willen weten wat men concreet wil. Een totale lockdown? Alles dicht? Alles op slot? Iedereen in zijn kot? Is dat wat jullie ter linkerzijde willen?

Als dat inderdaad zo is, mag dat jullie ultieme motivatie zijn, maar geef dan ten minste duidelijkheid over wat jullie finale beslissing zou zijn. Dat verwarrende gedoe van voortdurend strengere maatregelen te eisen zonder dat concreet te maken, slaat helemaal nergens op. Heb dan ten minste de moed om te zeggen wat volgens jullie allemaal nog strenger moet. Als dat, zoals Di Rupo in Wallonië zegt, een totale algemene lockdown is, daar bestaat naar mijn aanvoelen in Vlaanderen absoluut geen draagvlak voor.

Mijnheer Janssens, ik veronderstel dat al die aspecten straks nog wel aan bod komen bij de uiteenzetting van de verschillende fracties. Ik dacht dat het hier ging over de uitspraken van de heer Rzoska, over de timing van die brief en dergelijke.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Mijnheer Parys, we weten inderdaad niet alles over dit virus. We weten wel dat snel ingrijpen beter is dan later. Wij begrijpen gewoon niet waarom deze Vlaamse Regering zo met haar voeten sleept, zo de boel blokkeert.

Bon, ik zal u mijn bron dan maar vermelden. Ik heb in De Standaard gelezen dat de federale kern met een nota naar het comité was gekomen. In de nota ging de cultuursector dicht, telewerk werd verplicht en alleen amateursporters onder de 12 jaar konden hun sport nog beoefenen. Minister-president Jambon ging voor de sluiting van de cultuur- en evenementensector liggen en verdedigde de stelling om nog altijd driehonderd aanwezigen toe te laten op grote evenementen. Onbegrijpelijk, vond menig federale bron. (Opmerkingen)

Dat had donderdag al beslist moeten worden. Elke dag in deze crisis telt. We stevenen op een ramp af. En wij begrijpen niet waarom jullie dat blokkeren, want we komen weer te laat!

Mevrouw Goeman, iedereen krijgt altijd het woord van mij, dat weet u, maar dat punt hebben we nu allemaal al vijf keer gemaakt. Kunnen we nu alstublieft overgaan naar de essentie van het debat? Het is niet aan mij om de essentie te bepalen, maar we zijn nu lang genoeg bezig over het tijdstip.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik weet niet waar u zat vorige week, mijnheer Janssens, of u erbij was toen we ons voorstel van resolutie hebben voorgelegd, maar daarin zeggen we vanuit Groen: om scholen zo maximaal mogelijk open te houden – dat moet het doel zijn – moet je tijdig ingrijpen, moeten er een aantal dingen gebeuren. Wij, Groen, wilden daarom de herfstvakantie verlengen en deeltijds afstandsonderwijs voor de tweede en derde graad. Waren we daar vroeger mee begonnen, zoals ik al twee weken zeg, dan waren we nu niet op het punt waarbij we erger moeten vermijden.

Toen, mijnheer Parys, werd ik uitgelachen. Weet u wat de heer Daniëls zei toen ik voorstelde om de herfstvakantie te verlengen? Dat was: ‘Weet u wel wat u zegt?’ Ik heb het nagelezen in het verslag. Hij zei ook nog: ‘We weten dat de besmettingen op school beperkt zijn.’ Toen wist de minister van Onderwijs al dat die besmettingen zo hard gestegen waren.

Neen, wij willen de scholen niet sluiten. U blijft dat maar zeggen. Neen, we willen ze maximaal openhouden, maar dan moeten we ingrijpen.

Mevrouw Meuleman, u was aangenaam verrast vorige week toen uw voorstel van resolutie met spoed behandeld werd. Maar dat is een andere zaak.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik verwacht zeer weinig intellectuele eerlijkheid van het Vlaams Belang in discussies, maar je kunt misschien toch proberen. Ik heb zeer expliciet gezegd dat het mij niet ging om de sluiting van bedrijven. Ik zal daar straks uitgebreider op ingaan. Maar toch al dat, zodat we het debat een klein beetje eerlijk kunnen voeren.

De heer Parys heeft het woord.

Over onderwijs gaan we het straks nog hebben, dus daar komen we nog op terug.

Mevrouw Goeman, een advies en een vraag. Het advies is: check uw bronnen. De vraag is: hoe zit het met de sneltesten federaal? Als alles zo snel moet gaan en als u zegt dat we tijd verliezen en dat we te laat zijn, dan is mijn vraag: wanneer zullen we die kunnen gebruiken?

Mevrouw Goeman heeft het woord. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Ik wist dat u zou beginnen over die sneltesten, maar wat ik heel vreemd vind, is dat er in Brussel en Wallonië en in Nederland perfect maatregelen kunnen worden genomen zonder sneltesten en dat in Vlaanderen die sneltesten nu plots de hoeksteen worden van jullie corona-aanpak. Excuseer, maar jullie kunnen perfect maatregelen nemen in de sport en in de cultuur zonder dat die sneltesten er zijn. Probeer het debat nu niet af te leiden door mij aan te vallen op die sneltesten. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

De heer Anaf heeft het woord.

Mijnheer Parys, u vraagt mij altijd om dingen na te vragen bij minister Vandenbroucke. Maar u zou misschien eens kunnen vragen bij uw collega Ronse, die hier zit en die schepen is in Kortrijk. Daar gebruikt men de sneltesten in de woonzorgcentra, dus het kan.

Collega's, zo gaan we echt niet beginnen, hè.

Collega Rzoska heeft het woord. U kunt repliceren of u kunt doorgaan met uw betoog, aan u de keuze.

Voorzitter, ik zal een klein stukje antwoorden en dan gewoon doorgaan met mijn betoog.

Mijnheer Parys, ik ben het eens wanneer u zegt dat er een aantal uitspraken zijn gedaan door specialisten in het begin van oktober die aangaven dat de maatregelen doortastend genoeg waren om de curve plat te slaan. Dat klopt, ik ontken dat ook niet. Dat zou trouwens niet eerlijk zijn. Maar het is wel zo dat die specialisten sinds vorige week al behoorlijk aan de alarmbel trekken. Mijn punt is eigenlijk gewoon dat ik hoop dat de Vlaamse Regering daaruit leert. Het is inderdaad zo dat op het moment dat je ziet dat een curve stijgt – ik zeg dat niet, ik moet mij ook beroepen op specialisten – het eigenlijk al bijna te laat is om in te grijpen, zeker met de snelheid waarmee het nu gaat. Ik hoop gewoon dat er voortschrijdend inzicht is en dat men beseft dat men misschien beter sneller handelt op sommige momenten dan iets te lang te wachten. Dat is het gewoon het punt dat ik wilde maken. Maar voor de rest, voorzitter, collega's, ga ik hier niet zeggen dat ik de grote specialist ben, want ik moet mij gewoon baseren op wat specialisten naar voren schuiven, en ik hoop dat iedereen dat doet.

Mijn bijkomende vraag, en het slot van mijn betoog, gaat over de toekomstige Overlegcomités. Collega Janssens, ik ben wel historicus, maar ik heb niet langer dan een week geleden in de geschiedenis gekeken om mijn betoog te maken. De geschiedenis gaat snel, maar zeven dagen is in historisch opzicht een druppeltje.

Minister-president, mijn tweede vraag gaat over de toekomstige Overlegcomités. De virologen doen in hun brief die ze naar de Vlaamse Regering hebben gestuurd een aantal suggesties. De grote vraag die wat mij betreft op tafel zou moeten liggen bij iedereen die beleid voert, is: zullen deze maatregelen die we genomen hebben, die van vorige week en die van gisterenavond, voldoen? Ik geef een aantal concrete suggesties die in die brief staan en die u natuurlijk ook gelezen hebt. Het verbieden van alle publieksactiviteiten tot de storm over is, daar bent u een stuk op ingegaan. Zij pleiten voor een time-out van twee weken in het onderwijs. Daar bent u een stuk op ingegaan, mijnheer Schiltz. Een aangepaste wijze van herstarten. Zeer recente inzichten geven nu al dat ook scholen mogelijk – ik ben voorzichtig in wat ik zeg – een element zijn. Verplicht telewerk wordt ook naar voren geschoven. Ik weet dat dat gevoelig ligt en ik besef dat dat voor sommige bedrijven niet evident is. Maar het is wel zo dat als je een economie rechtop wil houden, en dat willen wij ook, dat alleen maar kan met gezonde werknemers, die gezond op een of andere manier hun werk kunnen doen. Ik stel de vraag omdat ik vind dat we voorbereid moeten zijn op het moment dat blijkt dat de maatregelen die we genomen hebben, niet ver genoeg gaan.

Iets belangrijks dat de virologen ook aangeven en waar ik ook nog een punt van wil maken, is: investeer in heldere en motiverende communicatie om de maatregelen goed te duiden en de noodzakelijke psychologische interventies om de bevolking tijdens deze belastende tijden te ondersteunen. Ik denk dat dat inderdaad broodnodig is, want dat wordt vaak onderschat. Iedereen voelt op dit moment dat heel wat mensen in de samenleving corona en de coronamaatregelen moe zijn. Het is dus een opdracht van ons allen, en het zou een ambitie moeten zijn van ons allen, om aan mensen ook duidelijk te maken dat het echt niet anders kan en dat als we het virus samen willen verslaan, we toch op deze manier zullen moeten werken.

Daarom vraag ik, minister-president, dat heel uw ploeg ook beseft dat persoonlijke oprispingen beter achterwege blijven. Ik zie u fronsen, maar ik zal het concreet maken. Oprispingen als ‘ik krijg dat niet uitgelegd’ zijn nu niet de meest interessante uitspraken om een samenleving en een bevolking mee te krijgen in maatregelen die worden genomen. Ik dring er dus op aan dat u met uw ploeg – en ook wij in het Vlaams Parlement, collega's – tegenstellingen en soms valse tegenstellingen niet uitvergroten. Er is wat mij betreft geen tegenstelling tussen gezondheid en ondernemen. Er is wat mij betreft geen tegenstelling tussen ondernemers en de culturele sector. Ook mensen die actief zijn in de culturele sector, zijn ondernemers. Ik hoop dus, collega's, en ik reken daarvoor op de Vlaamse Regering, dat die profilering stopt, ook op de kap van andere gewesten. Stop daarmee. Dat brengt geen zoden aan de dijk. Daar heeft niemand een boodschap aan. Daar heeft iemand in het woonzorgcentrum of het ziekenhuis geen boodschap aan. Daar heeft ook iemand op de intensieve zorg geen boodschap aan. Stop daarmee.

Het wordt tijd, minister-president, dat de gezondheidscrisis uw eerste en uw belangrijkste focus is. Ik zeg niet dat dat zo niet geweest is, maar af en toe doet u uitspraken die wat mij betreft het tegendeel bewijzen. Het wordt tijd dat u vooroploopt, dat u bakens verzet om Vlaanderen en alle Vlamingen weer in veiliger vaarwater te krijgen. Dat is de vraag van mijn fractie, voorzitter. (Applaus bij Groen)

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil even reageren op collega Rzoska, omdat ik natuurlijk ook zelf deel uitmaak van het Overlegcomité en aanwezig was bij een aantal discussies.

Collega’s, dit is een gezondheidscrisis, een heel zware gezondheidscrisis. Het klopt dat er ook op het Overlegcomité discussies zijn, maar die discussies – sorry, hoor – die gaan niet over Vlaanderen tegen Wallonië of Vlaanderen tegen de federale overheid. Het enige wat we willen, is verdikke die gezondheidscrisis beheersen. Dat is het doel van iedereen die daar zit. Kom mij niet zeggen dat wij daar met twee, drie of vier mensen gaan zitten om eens een rondje te pesten. Neen. Ik ben zelf ook bezorgd over alles wat er de voorbije weken gebeurd is en wat nog zal gebeuren, maar ik probeer ook de discussie te voeren, collega’s, vanuit een respect voor diegenen die de voorbije maanden enorme inspanningen geleverd hebben en nog leveren om volledig coronaproof te werken. En dat zijn ook in veel gevallen ondernemers, collega’s. Dat zijn de kapsalons. Dat zijn handelszaken die we liever niet treffen, omdat ze mensen tewerkstellen en omdat ze ook voor een stuk voor ons maatschappelijk leven zorgen. En dat is ook de cultuursector, waarin we nu maatregelen nemen. Dat is ook de sportsector. Dus als wij discussiëren om voorzichtig maatregelen te nemen, doen we dat ook uit een respect voor diegenen die elke dag het beste van zichzelf geven om coronaproof te werken.

Op zo'n Overlegcomité worden er ook vragen gesteld over hoe er gehandhaafd wordt. Hoe gaat dat? Hoe is de doelgroepcommunicatie? Is iedereen op de hoogte van de maatregelen? Hoe komt het dat we aan sommige stations nog zoveel mensen zien zonder mondmasker en er niet opgetreden wordt? Dat moet mee in de balans genomen worden.

En na een discussie komen we dan tot een conclusie, met een draagvlak. Ik was zelf getuige van een moment waarop collega Weyts het compromisvoorstel gedaan heeft om door de discussie over sport te raken. Het is een smeekbede aan iedereen: kom hier alstublieft niet voortvertellen dat wij op de kap van anderen dingen willen doen. Het is onze minister-president die ook contact opgenomen heeft met de premier om ervoor te zorgen dat er een ministerieel besluit komt. Het is de federale minister Verlinden die alles op alles zet om dat MB klaar te krijgen. Ik hoop echt dat het vandaag allemaal rond is en dat die maatregelen liever nog vanavond dan morgen of overmorgen van kracht kunnen worden.

Dat is mijn boodschap, collega's. We zijn hier al meer dan een uur aan het discussiëren over wie de zwartepiet naar wie schuift, maar het enige wat mij interesseert, is dat we hier dag na dag de juiste maatregelen nemen om de curve van het aantal besmettingen naar beneden te halen en om de opnames op intensieve zorgen te verminderen.

Doe dat ook uit respect voor hen die zich dagelijks inzetten om alle maatregelen na te leven. Laat ons alstublieft die focus houden en stoppen met de indruk te geven dat wij permanent zwartepieten doorschuiven, want dat is absoluut niet het geval. (Applaus)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, ik zou toch een misverstand uit de wereld willen helpen, namelijk dat wij door een communautaire bril naar dit verhaal zouden kijken. Ik verwijs naar begin augustus, toen er in Antwerpen een hoge opflakkering van het virus was. Toen heeft men, nadat we erover gediscussieerd hadden in de Nationale Veiligheidsraad, meen ik, in Antwerpen specifieke maatregelen genomen, voor de hele provincie. Niemand heeft toen gezegd dat dezelfde maatregelen in heel Vlaanderen of in heel Wallonië of in Brussel moesten worden genomen. ‘Dat zou idioot zijn. Dat zou belachelijk zijn.’ Er was een opflakkering in Antwerpen, en men heeft de perimeter rond de stad redelijk groot gemaakt uit voorzichtigheid.

Op een bepaald moment was er in Luik een grote opflakkering. We hebben toen de nationale sokkel ook niet zo hoog op laten veren om het Luikse probleem aan te pakken. Collega Di Rupo heeft dat toen na de veiligheidsraad gedaan. Er is een nationale sokkel, maar er is in Luik, in een aantal andere provincies in Wallonië en in Brussel een probleem, dus heeft hij bijkomende maatregelen genomen, zoals in Antwerpen in begin augustus. Dat heeft niets met communautaire zaken te maken, dat heeft te maken met waar het roder kleurt en waar het minder rood kleurt. Er zijn sokkelmaatregelen en dan regionale maatregelen, niet noodzakelijk per gewest, maar territoriale bijkomende maatregelen.

Zo gaan wij in de toekomst nog verder werken, ook in de terugplooimaatregelen, en hopelijk kunnen wij daar binnen afzienbare tijd aan beginnen. Als in bepaalde provincies de afbouw van de curve sneller gaat, dan zullen we daar eerder lossen. Dat zijn we ook aan onze bevolking verplicht: maatregelen nemen die moeten worden genomen. Nu was het toevallig zo dat het donkerrood in het zuiden was, maar in augustus was het donkerrood in Antwerpen en zijn in Antwerpen de maatregelen genomen. Zo gaan we in de toekomst nog handelen.

Minister Beke het woord.

Minister Wouter Beke

Voor de zomervakantie hebben we in dit parlement, en ook op andere plaatsen, het debat gevoerd over hoe we in de toekomst deze coronapandemie moeten aanpakken. Toen is gezegd dat we moesten gaan naar een meer verfijnde aanpak, niet meer nationaal, maar lokaal. Wat is de definitie van lokaal? Lokaal zijn eerstelijnszones, dan provinciaal, Vlaams en federaal. Dat is in de zomer gebeurd, en in die filosofie heeft minister-president Jambon ook net geantwoord. Het is dus perfect normaal.

Iedereen vergeet dat we ongeveer tien dagen geleden de restaurants en cafés hebben gesloten. Iedereen vergeet dat we telewerk hebben ingevoerd en iedereen vergeet dat we de avondklok hebben ingevoerd, nauwelijks tien dagen geleden. Toen zei iedereen: ‘We gaan de effecten daarvan de komende dagen en weken moeten afwachten. We gaan dit niet onmiddellijk zien. We gaan moeten monitoren en bijsturen.’ Dat is wat hier is gebeurd.

Collega, u hebt daarstraks gezegd dat er toch geen tegenstelling is tussen gezondheid en economie. Neen, een goede gezondheid en een goede gezondheidszorg kunnen ervoor zorgen dat de economie ook kan draaien. In dit parlement hebben we ontiegelijk veel keren het debat gevoerd – en straks is er een debat over de hulplijnen – over welzijn en zorg.

Als de vraag wordt gesteld, in de Vlaamse Regering, maar ook in de Brusselse Regering, de Waalse Regering of de Federale Regering, welke maatregelen men nu zou invoeren, dan is er natuurlijk de vraag wat dat economisch betekent, maar ook en minstens evenzeer wat de impact op het welzijn van de mensen is. U kunt natuurlijk zeggen dat de tweede en de derde graad afstandsonderwijs moeten volgen, en aan de minister vragen waarom hij daar niet sneller mee begint, maar niet iedereen van 14, 15 of 16 jaar woont in een huis waar ieder een eigen slaapkamer heeft, of een eigen laptop of iPad heeft. Dus, wat is de impact daarvan, ook voor die mensen , ook voor die jongeren, alvorens we dit soort beslissingen nemen?

Niet iedereen kan telewerken. We moeten dat maximaal promoten, en dat is ook hetgeen is gezegd, maar dat is niet voor iedereen de alfa en de omega. Je kunt heel gemakkelijk zeggen dat men in zijn huis moet blijven, maar niet iedereen heeft een tuin om even in te kunnen verpozen, om zijn kinderen daar te kunnen loslaten. Niet iedereen is gelukkig getrouwd, heeft een gelukkige relatie. Waarom zeg ik dat? Omdat sporten, aan cultuur doen en buitenshuis gaan voor sommige mensen ook een vlucht uit familiaal geweld is. Dat blijkt uit de cijfers, dat blijkt uit alle analyses.

Als deze regering dus, net als andere regeringen, eens goed wil nadenken over de impact van de beslissingen die ze neemt, dan gaat het niet alleen over de economische impact. Dan gaat het ook over de mentale impact die dit heeft. Ik vind het een beetje paradoxaal. We hebben in dit parlement commissievergaderingen gehad met heel veel getuigenissen, waar we dingen uit hebben geleerd, waaruit we lessen zullen trekken, waaruit aanbevelingen zijn gekomen. Die zullen we ook absoluut meenemen. Dat is nodig. Veel van die getuigenissen gingen echter net ook daarover: denk goed na over de impact, over wat dat doet als je iedereen in een lockdown plaatst.

Dat zijn dus de afwegingen die we in dezen hebben gemaakt, en dat zijn volgens mij de juiste afwegingen. Achteraf kun je je afvragen of we iets niet vroeger of sneller of anders hadden moeten doen. We hebben in het voorjaar ingezet op de schakelzorgcentra. In uw aanbevelingen staat dat we dat beter niet meer zouden doen. Vandaag stellen we vast dat we misschien toch opnieuw moeten werken aan tussenstructuren. Wel, we gaan dat doen met de herstelverblijven, we gaan dat doen met de revalidatiecentra, en ik sluit zelfs niet uit dat we misschien opnieuw een schakelzorgcentrum zullen moeten hebben. Ik heb vanmorgen een interministeriële conferentie gehad, en het gíng over de ziekenhuiscapaciteit.

Dat zijn geen communautaire spelletjes. Dat is niet de ene tegen de andere. Vlaanderen is op dit ogenblik geweldig solidair. Onze ziekenhuizen zijn geweldig solidair. Het zijn onze ziekenhuizen die op dit ogenblik patiënten vanuit Brussel en vanuit Luik opvangen. Ik heb op de interministeriële conferentie gezegd dat we met Pellenberg nog een ziekenhuis hebben dat niet in gebruik was, dat we in gebruik hebben genomen als schakelzorgcentrum. Als er bijkomende ziekenhuiscapaciteit nodig is, dan moeten we allemaal samen bekijken hoe we dat kunnen opvangen. Maak daar dus geen spelletjes van. Wij doen dat niet, en het lijkt me aangewezen dat jullie dat ook niet doen.

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Jambon, mijnheer Beke, ten eerste, jullie weten zeer goed dat de situatie in de zomer in Antwerpen niet vergelijkbaar is met die in oktober in het hele land. In de zomer zaten we met lokale uitbraken, lokale opflakkeringen van het virus. We zitten nu met een veralgemeende opflakkering van het virus. We zitten in het hele land boven het niveau dat in de zomer in Antwerpen werd bereikt. Wallonië en Brussel lopen een week, twee weken voor. Dat is wat men ons al een hele tijd aan het zeggen is. Alle N-VA-parlementsleden en anderen hebben hier zitten zeggen: ‘Kijk eens, die Walen en Brusselaars, die lopen hopeloos achter de feiten aan.’ Jullie hadden nog de tijd om die achterstand in te lopen, maar jullie hebben beslist te wachten tot onze ziekenhuisopnames sneller stegen dan die in de andere regio’s. Ik vind dat schuldig verzuim.

Vandaag komen jullie ermee aanzetten dat lokale maatregelen allemaal veel beter werken. Wat hebben wij nu vandaag? We hebben een pakket federale maatregelen. We hebben een pakket Vlaamse, Brusselse en Waalse maatregelen daarbovenop. Dan heb je een aantal steden die een beetje vroeger beginnen of die iets anders doen. Ondertussen gaat Vilvoorde in Vlaanderen zelfs de Brusselse maatregelen toepassen. Op deze manier kan niemand nog volgen! Er is in de eerste golf één duidelijke les geweest, en dat is niet ieder voor zich, maar dat is wel eenheid van commando, eenheid qua aanpak.

En ten slotte, zeer kort, minister... (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Minister Weyts, u mag gerust nog eens herbeluisteren wat Erika Vlieghe hier is komen vertellen. U mag die hoorzitting gerust eens helemaal herbekijken. Centraal commando, dát is wat er werd gevraagd. En jullie doen exact het omgekeerde.

Minister Beke, ik ben uiteraard bijzonder gevoelig voor welzijn. Maar ik vind het heel moeilijk dat u hier daarover komt spreken, terwijl u geen enkele ondersteuning biedt aan de mensen in de zorg. Hún welzijn is blijkbaar niet zo belangrijk, want ze staan vandaag soms met minder dan ze in maart stonden. Ik vind het zeer jammer dat hier nog altijd geen enkel woord is gevallen over het welzijn van de mensen op de werkvloer, waar vandaag nog steeds – ondanks het feit dat veel mensen hun best doen – heel wat voorschriften met de voeten worden getreden. Dat is blijkbaar de olifant in de kamer, waarover we het niet mogen hebben.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Waarde collega's, ik denk dat dat duidelijk is. Mijn zorg vandaag is dat we nu niet opnieuw tijd verliezen in de strijd tegen het virus. Dat kunnen we ons echt niet permitteren.

Minister Crevits, ik ben heel blij dat u duidelijk verwijst naar minister Verlinden, die er alles aan doet om zo snel mogelijk een ministerieel besluit te laten goedkeuren. Ik heb goed nieuws, ik lees net op Twitter dat dat ministerieel besluit in de vooravond zal worden gepubliceerd, met een oplijsting en een actualisering van alle regels die voor het hele land gelden. De maatregelen zouden dus kunnen ingaan om middernacht. Mijn vraag is: kunt u ons hier de garantie geven dat Vlaanderen inderdaad zal versnellen en dat de maatregelen oók in Vlaanderen vanavond al van kracht zullen worden? (Rumoer)

Minister-president Jambon mag reageren op dit en dan mag minister Crevits reageren op de uitspraak van collega D’Haese.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Goeman, wat heeft het eigenlijk voor zin dat wij hier uitleg geven, toelichting geven, onze handen gebruiken – misschien zal ik straks nog mijn voeten gebruiken – om te proberen het u uit te leggen? Dit gaát precies over de Vlaamse maatregelen. Dit ís net het MB dat de Vlaamse maatregelen inkadert! (Applaus bij de meerderheid)

En als ik nu nog niet zeker kan zijn dat dit om 18 uur zal worden uitgevaardigd, is dat omdat ik de positie van de andere gewesten hierin nog niet ken. Zo rap als het parlement het me straks toelaat, zal ik verder overleg plegen met de collega's van de andere gewesten en zullen we bekijken of we over dat ontwerp-MB, dat minister Verlinden heeft opgesteld op basis van ónze maatregelen, consensus kunnen bereiken, zodat dat MB naar buiten kan.

Dat heb ik hier toch al met handen en tanden uitgelegd. Het zijn net ónze maatregelen die in dat MB staan. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Goeman, heel kort alsjeblieft.

Ja, heel kort. Ik vind het echt totaal niet nodig dat u mij hier belachelijk maakt. Ik weet hoe dat werkt met dat MB. Ik vraag gewoon de garantie van de minister-president van Vlaanderen dat er alles aan zal worden gedaan om ervoor te zorgen dat die maatregelen inderdaad vanavond van kracht gaan. (Rumoer)

Collega’s, rustig. Eerst wil minister Crevits nog repliceren op wat collega D’Haese heeft gezegd en dan is het woord aan collega Parys.

Minister Hilde Crevits

Het debat gaat hier heel snel alle richtingen uit. Ik probeer alles te volgen.

Collega D'Haese, u raakt een heel gevoelig punt aan. Ten eerste, telewerk – het staat in het ministerieel besluit en het zal er nu opnieuw in staan – is de regel. Dat betekent dat al wie kan telewerken, dat ook moet doen. Maar het is niet zo dat er permanent verplicht telewerk is, omdat we in de vorige crisis hebben gezien dat het niet zo goed is als mensen helemaal geen band meer hebben met het bedrijf. Mensen vinden dat ook niet goed.

Er is een Harvard-studie die zegt dat één à twee dagen telewerk eigenlijk bijna permanent in de bedrijfscultuur zou moeten kunnen geraken, omdat dat goed is voor de mensen en goed voor het bedrijf. Wat ik nu doe, is stappen zetten richting die permanente bedrijfscultuur. Dat is een werk van lange adem. Het is niet zo gemakkelijk om een cultuur om te gooien. Maar natuurlijk, het virus noopt tot het nemen van kortetermijnmaatregelen, maatregelen die we nu moeten nemen. Dat betekent dat het nu de regel is.

U hebt absoluut een punt dat het beter kan. Ik heb gisterenochtend nog overleg gehad  met de sociale partners, werkgevers- en werknemersorganisaties, om de handen in elkaar te slaan om meer te telewerken dan vandaag het geval is. Maar er zijn mensen voor wie telewerken geen optie is. Vaak zijn dat de mensen die niet de hoogste lonen verdienen,  bijvoorbeeld de mensen die in de supermarkt aan de kassa zitten. Ik ben zeer, zeer gevoelig voor de veiligheidsomstandigheden waarin zij moeten werken.

Ik heb vanmiddag contact gehad met de CEO van Comeos en heb hem gevraagd een communicatie te doen naar alle bedrijven waar mensen voedingsmiddelen of kleren gaan kopen. Daarin zullen alle bedrijven worden gevraagd de gids die werd opgesteld omtrent veilig werken, na te leven, daarvoor aandacht te hebben.

U moet eens het stuk lezen dat gisteren werd gepubliceerd, van professor Maarten Vansteenkiste van Universiteit Gent, over de motivatiebarometer. De motivatie is de voorbije weken enorm gezakt. We moeten er dus voor zorgen dat de motivatie om alles na te leven, opnieuw stijgt. En dat moet ook bij de werkgevers gebeuren. Werknemers moeten in veilige omstandigheden kunnen werken en werkgevers moeten die maatregelen naleven. 

Als je niet kunt telewerken, werk je in het bedrijf zelf, maar dan moet de gids met veilige maatregelen worden gevolgd. Voor hen die die gids niet volgen, moet er een sanctie zijn. Er moet dus handhaving zijn. De cover van De Tijd heeft me helemaal niet onberoerd gelaten. Ik vind het positief dat er veel meer controles zijn geweest in Vlaanderen dan in Wallonië. Dat is eigenlijk niet positief, want het zouden er evenveel moeten zijn. Ik heb er echter geen problemen mee dat men zich op Vlaanderen focust. Er zijn echter ook bedrijven die perfect werken. De bedrijven die fout bezig zijn, krijgen eerst een aanmaning, maar vervolgens moet er ofwel een sanctie volgen of een sluiting van het bedrijf. Ik ben hier supergevoelig voor. Het is een federale bevoegdheid, maar je kunt met dat niveau perfect samenwerken. U hebt absoluut een punt dat in de hele set van maatregelen die we nemen wij de mensen die elke dag aan de slag zijn en die we graag aan de slag houden, niet mogen vergeten. Ik heb ook extra maatregelen genomen in de dienstenchequesector en in de sector van de sociale economie, omdat we daarvoor bevoegd zijn. We zijn nu aan het kijken of we nieuwe maatregelen moeten nemen, het gaat dan over veiligheidsmaatregelen voor mensen die poetsen. We hebben een brief gestuurd naar alle mensen die een poetshulp of huishoudhulp hebben met de vraag om toch respect te hebben voor de mensen die aan huis komen en om het te melden als je ziek bent. Zo kunnen die mensen in veilige omstandigheden werken.

Het is een lang antwoord om u te melden dat het mij zeker beroert. We nemen dag na dag maatregelen om de veiligheid van onze werknemers te versterken, maar ook de sectoren moeten hiervoor zorgen.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, ik wil het nog even over dat ministerieel besluit hebben. U hebt gisteren een persconferentie gehouden. U hebt daarin expliciet benadrukt dat de maatregelen ingaan vanaf vrijdag om 18 uur. Heel wat betrokken sectoren op wie de maatregelen van toepassing zijn, zijn zich naar die datum en dat uur aan het schikken of hebben dat al gedaan. Cultuurhuizen, fitnesscentra, sportcentra en dergelijke meer schikken zich nu naar dat door u voorgestelde uur op vrijdag. Ik lees nu in de tweet van de minister van Binnenlandse Zaken dat er een ministerieel besluit genomen wordt dat al vanaf middernacht ingang zal vinden. Dat wil dus zeggen dat iedereen zich aan het schikken is naar de verstrengde maatregelen die u gisteren hebt aangekondigd, waarbij u heel expliciet hebt gezegd dat ze niet ingaan vanaf het ogenblik dat het ministerieel besluit klaar is, maar dat ze ingaan vanaf vrijdag 18 uur. Nu wordt u blijkbaar overruled door de federale minister van Binnenlandse Zaken. Zij zegt dat er een ministerieel besluit klaar is dat vandaag om 18 uur wordt gepubliceerd en dat zal ingaan vanaf middernacht. De maatregelen gaan dus woensdagnacht in en niet vrijdag om 18 uur.

Wilt u dat mensen nog mee zijn in de communicatie? Wilt u dat de mensen nog mee zijn in het uitvoeren en volgen van de maatregelen? Gisteren zegt u dat alles vanaf vrijdag 18 uur ingaat. Nog maar een halve dag later lezen we dat het ingaat vanaf deze nacht. Kan er eens iemand helder en duidelijk communiceren? Echt, nu weet niemand het meer. Vanaf wanneer gaan die maatregelen in?

De heer Parys heeft het woord.

Ik ben een beetje teleurgesteld in de tussenkomsten, zowel van het Vlaams Belang als van sp.a. Enerzijds vraagt iedereen om zo snel mogelijk te gaan en om samen te werken om dit mogelijk te maken … (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

De heer Parys heeft het woord.

Wat krijg je dan? Sp.a vraagt snelheid en krijgt die snelheid, want de minister-president en de viceministers-presidenten slagen er samen met het federale niveau in om die snelheid effectief te maken. Dan krijgen we de vraag van sp.a of er wel een garantie is dat de Vlaamse maatregelen in dat MB zitten. Ik vind dat heel jammer, omdat dat het punt onderstreept dat wat u hier vertelt, niet over samenwerking gaat, maar wel over het zoeken naar spijkers op laag water. Ik vind dat bijzonder jammer in de context waarin we vandaag zitten. Mijn verstand is daarvoor te klein.

De Vlaams Belangfractie zegt dat het allemaal sneller moet. Nu het sneller kan, wordt er dan weer gezegd dat het te snel is. Eerlijk gezegd, ik denk dat de Vlaamse Regering samen met de andere regio’s in dit land de juiste koers vaart. Inderdaad, we moeten zo snel als mogelijk handelen.

En dat er op het terrein nu al niet wordt ingegrepen, dat is manifest onwaar. Ik ken heel veel sportcentra en andere instellingen die al spontaan beslist hebben om vanaf morgen al de deuren toe te doen. Dat is ook de burgerplicht waartoe de minister-president opgeroepen heeft. We zetten die nu ook om in regelgeving die sneller kan dan voorzien. Laten we daar dan ook blij mee zijn.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik wil graag collega Parys bijtreden. Vandaag zitten we echt in een zeer cruciale situatie. De Vlaamse Regering heeft gisteren een heel pakket heel belangrijke maatregelen genomen, die ons in staat moeten stellen om dat virus te bestrijden. Die maatregelen worden eigenlijk ten gronde door niemand betwist. Dat is ook goed.

Vanaf deze morgen zijn heel veel organisaties en verenigingen – men was daar trouwens al een tijd mee bezig – volop beslissingen aan het nemen om hun activiteiten terug te schroeven. Dat getuigt van burgerzin. Elke burger heeft hier nu een verantwoordelijkheid om zijn contacten zoveel mogelijk te beperken. Die beslissingen werden vandaag en gisteren genomen in verenigingen en in organisaties die zaken uitstellen en zaken afbouwen. Dat zijn mensen die solidariteit betonen.

Er zijn heel veel gemeentebesturen die vandaag zeggen: laten wij proberen nu al te doen wat mogelijk is in de uitvoering van de beslissingen die gisterenavond zijn genomen. Ik juich die gemeentebesturen toe. Die gemeentebesturen getuigen van burgerzin en van verantwoordelijkheidszin. Er zijn culturele organisaties die het verschrikkelijk moeilijk hebben en die toch de moed opbrengen om die beslissingen nu al door te voeren omdat ze mee verantwoordelijkheidszin betuigen. Het is die verantwoordelijkheidszin die we samen nodig hebben.

In plaats van hier in een infantiel spelletje te vervallen en van mekaar vliegen af te vangen, zouden we samen in dit parlement een krachtig signaal moeten geven dat de volgende weken iedereen een verantwoordelijkheid heeft om, zelfs bovenop de regels die bestaan, zich de vraag te stellen: hoe kan ik mijn contacten nog verminderen? Hoe kan ik nog minder met andere mensen in contact komen? Hoe kan ik nog meer solidair zijn met de zwakken en de kwetsbaren in de samenleving? Dat zijn heel moeilijke beslissingen, want elke beslissing die we nemen, of het nu in het onderwijs is, in de economie of in de zorg: de eerste slachtoffers daarvan zijn de kwetsbaren in de samenleving. Dat zijn de kinderen die in een kleine woning leven. Dat zijn kinderen die in moeilijke gezinnen leven. Dat zijn senioren die in eenzaamheid leven. Dus naast het feit dat we die regels moeten volgen, hebben we ook allemaal een verantwoordelijkheid om die mensen niet in de steek te laten. Maar we kunnen vandaag niet anders, gelet op de gezondheidscrisis, dan nu zo kordaat en consequent mogelijk die maatregelen volgen.

Ik ben heel blij dat deze middag onze minister-president, samen met de premier en met de andere minister-presidenten, hier dan ook voluit zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Want zo moet ons land functioneren. En laten we nu toch alstublieft ophouden met die partijpolitieke spelletjes die ons land op dit moment niet dienen. Het enige wat ons nu dient, is eensgezind zorgen dat we dat virus terugdringen.

De heer Janssens heeft het woord.

Omdat minister Somers, zoals zo vaak, veel gesproken heeft maar weinig gezegd heeft, wil ik mijn vraag toch nog eens heel concreet herhalen aan de minister-president. Collega Parys, mijn vraag is er helemaal niet eentje omtrent snelheid maar al vele maanden lang – en ik benadruk het vandaag nogmaals – eentje over duidelijkheid. We hebben gisteren een persconferentie gezien waarin aangekondigd werd dat de maatregelen ingaan vrijdag om 18 uur. Iedereen is zich daarnaar aan het schikken. We hebben hier ondertussen bijna twee uur een debat over die Vlaamse maatregelen. Er is telkens gezegd: vrijdag om 18 uur gaan die maatregelen in. En nu lezen we in een tweet van een federale minister dat die maatregelen vannacht ingaan: woensdag om middernacht in de plaats van vrijdag om 18 uur.

Minister-president, mogen wij dan ten minste in dit Vlaams Parlement van onze minister-president horen wanneer de Vlaamse maatregelen ingaan, of moeten we echt de twitteraccounts van de federale ministers gaan volgen om enige duidelijkheid te krijgen, en niet alleen wij, maar heel de Vlaamse bevolking?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Janssens, ik zou eigenlijk nu tegen u hetzelfde kunnen zeggen als wat ik daarnet tegen mevrouw Goeman gezegd heb, maar ik verwijs daarvoor naar het verslag.

Ik heb het daarstraks in mijn tussenkomst heel duidelijk gezegd. Waarom hebben wij gisterenavond gezegd: vrijdag? Omdat ik wist welk traject we nog moesten lopen. Ik heb gisterenavond en vandaag gemerkt dat heel veel mensen, ook de gezondheidswerkers zeiden: ‘Minister-president, doe alstublieft een inspanning en trek dat naar voren.’ We hebben die inspanning gedaan. We hebben deze middag samengezeten. Minister Verlinden heeft nu gezegd dat ze de ambitie heeft om tegen 18 uur te gaan publiceren. Wij moeten nog het rondje doen met de ministers-presidenten, want daarstraks hebben we het de eerste keer gedaan; niet voor iedereen was dat al voldoende. Maar dat was op basis van de Vlaamse maatregelen, in de filosofie dat het, daar waarover consensus is, via het MB gaat, en dat, daar waar geen consensus over is, provincies kunnen verstrengen. Ik ben nu benieuwd, voor 18 uur, als ik tenminste kan, … (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Ja, het zal krap zijn, dat denk ik ook. Ik ben nu benieuwd wat de andere collega’s van die Vlaamse maatregelen vinden. Dan gaat wat consensus heeft via het MB naar buiten, en wat geen consensus heeft, waar wij als Vlaanderen strenger willen gaan dan de rest van het land, gaat via de provinciegouverneur. Ik maak mij sterk dat dat minimaal zal zijn, dat tweede gedeelte. Ik denk dat wij onze Vlaamse maatregelen voor een heel groot percentage wel in dat MB krijgen. Minister Verlinden heeft hier een beetje gezegd dat het haar ambitie is om tegen 18 uur daar al duidelijkheid over te scheppen. Ik volg natuurlijk dit debat met heel veel overtuiging, maar weet dat hoe langer dit debat duurt, hoe meer dat uur van 18 uur in het gedrang komt.

De heer Janssens heeft het woord.

Nog eens voor de duidelijkheid: de minister-president kan, net als ik, de tweets van de federale minister lezen. Daar staat letterlijk in: “Het nieuwe ministerieel besluit dat oplijst en actualiseert welke regels voor het hele land gelden, wordt in de vooravond in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.” Welk uur dat is, maakt mij totaal niets uit, maar het zinnetje dat daarop volgt is cruciaal: “De maatregelen gaan in om middernacht.” Het is dat dat in tegenspraak is met wat u gisteren op uw persconferentie hebt aangekondigd. U hebt gisteren op de persconferentie niet gezegd dat de maatregelen ingaan vanaf het moment dat het ministerieel besluit klaar is, u hebt klaar en duidelijk gezegd dat de maatregelen vrijdag om 18 uur ingaan, en de federale minister zegt dat ze ingaan om middernacht. Mogen wij echt niet weten wanneer het nu zal zijn?

Collega Janssens, ik heb niet de gewoonte om mij te moeien in een debat, ik doe dat inhoudelijk ook niet, maar die vraag is al vier keer gesteld en is ook al evenveel keer beantwoord. (Opmerkingen van Chris Janssens)

Collega Janssens, het antwoord kan u misschien niet bevallen, maar de vraag is wel beantwoord. Ik moet die niet beantwoorden, hé. (Opmerkingen van Chris Janssens)

Ik mag niet antwoorden, ik ben hier voorzitter, alstublieft.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, ik ben eigenlijk beschaamd hier te zitten. Daarstraks zaten we in de coronacommissie, het was een besloten vergadering. We zaten daar allemaal samen 119 aanbevelingen te bespreken die we, alle partijen samen, meerderheid en oppositie, hebben opgemaakt om tegemoet te komen aan de noden van de zorg- en welzijnssector in de tweede golf. Die 119 aanbevelingen werden unaniem goedgekeurd. Ik hoorde van alle kanten het pleidooi hoe sterk het wel was dat we dat samen konden doen en welk signaal dat was naar de bevolking dat we schouder aan schouder stonden en samen maatregelen konden aankondigen, en hoe dat het draagvlak vergrootte. We zijn twee uur verder en zie die discussie hier. Wat moeten mensen denken die daarnaar zitten te kijken over de manier waarop hier draagvlak wordt gecreëerd? (Opmerkingen en applaus van Kris Van Dijck)

We hebben daarstraks gezegd: wanneer moeten die maatregelen ingaan? Vanzelfsprekend zo snel mogelijk, maar ze moeten ook op punt staan en het moet ook in orde zijn. En het is niet het papier van het ministerieel besluit dat nodig zal zijn om onze contacten te beperken, collega’s. Weet u wat daar wel voor nodig is? Burgerzin! (Opmerkingen van Chris Janssens)

Die burgerzin moeten wij hier allemaal samen creëren. Dat kunnen we alleen maar door hier schouder aan schouder samen te strijden, net zoals al die mensen die elke dag het beste van zichzelf geven in de zorg tegen die gemeenschappelijke vijand die het virus is. Laat ons dat in godsnaam doen! (Applaus van de meerderheid)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik wilde daarnet nog reageren op collega Beke maar ik zal wachten tot straks.

Wat dit punt betreft: ik denk inderdaad dat het een hele goede zaak is dat er zo snel is gehandeld door minister Verlinden en vanuit de Federale Regering. (Rumoer)

Excuseer, geen spelletjes. Maar u zei dat het nog een paar dagen zal duren. Het resultaat is er nu al...

Collega Meuleman heeft het woord.

Laat ons daar blij om zijn. Wat ik wilde zeggen aan collega Janssens: laat ons inderdaad niet aarzelen. Dit is niet te snel, dit is absoluut niet te snel. Als dit vanavond om 24 uur kan ingaan is dat een heel goede zaak. Daar is misschien wat druk voor nodig geweest van een aantal burgemeesters, die zeiden dat ze absoluut willen doen wat nodig is vanuit de lokale besturen. Ik ben heel blij dat we nu een uniforme regeling hebben, en dat het niet moet afhangen van waar je woont of je wel of niet tot vrijdag bepaalde zaken zult kunnen doen. Ik ben blij dat er een uniforme regeling die snel is en die vannacht al zal ingaan. Proficiat aan iedereen daarvoor.

De heer Parys heeft het woord.

Ik ga eerst ingaan op collega Meuleman, want ik denk toch dat er iets mis is met de audio-installatie in het parlement, aangezien collega Meuleman nu als een feit komt verkopen dat er een uniforme regeling komt. De avondklok in Vlaanderen zal gelden van 24 tot 5 uur. (Opmerkingen van Elisabeth Meuleman)

De avondklok in Wallonië zal gelden van 22 uur tot 6 uur ’s ochtends, om maar een voorbeeld te geven. Breng de mensen toch niet in verwarring met al dat fake news, alstublieft. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin en Elisabeth Meuleman)

Wat u zegt klopt niet, collega Meuleman. Zorg ervoor dat als u een tussenkomst doet, dat die ook in de feiten correct is. Dat zal iedereen helpen om zich correct aan de regels te houden.

Daarnet werd hier onder andere nog door collega Schryvers een oproep gedaan, met de bedenking: ‘Wat moeten de burgers die thuis zitten te volgen, niet van ons denken?’

Ik vind dit heel verregaand, dit debat.

Collega Meuleman heeft het woord.

Wat ik wilde zeggen, en wat ik ook heb gezegd, is dat ik blij ben dat er een uniforme regel komt voor Vlaanderen, vanavond al - dat dit dus snel is - en dat er geen verschillen zullen zijn tussen steden en gemeenten. Want wat zagen we? Dat Gent, Mechelen en Aarschot zeiden dat ze vanavond al van start gaan met die nieuwe maatregelen. Dan zouden er verschillen geweest zijn binnen Vlaanderen, tussen steden. En dat was geen goede zaak. Daarom: vanavond overal die maatregelen invoeren, Vlaanderenbreed, vanaf middernacht. Dat is duidelijk voor de kijker, en dat is een heel goede beslissing. Meer wil ik niet zeggen.

Collega Parys heeft het woord.

Ik heb goed begrepen wat u bedoelde, en laat ons het daar dan ook eens over zijn, collega Meuleman. Dat is heel duidelijk.

Wat de bezorgdheden van mijn fractie betreft over deze coronacrisis wil ik redelijk kort zijn. We hebben het daarjuist gehad over het gezondheidsaspect, maar er is ook een welzijnsaspect. Collega Schryvers heeft daarjuist gerefereerd aan die 119 aanbevelingen die we met meerderheid en oppositie hebben goedgekeurd in dit parlement. Dat is sterk werk, en dat is nodig.

We hebben vandaag 32 voorzieningen voor personen met een handicap die een uitbraak hebben. Daar zijn 14 grote uitbraken bij. Wij moeten ervoor zorgen dat we niet dezelfde fouten maken als in de eerste golf, toen we te weinig aandacht hebben gehad voor die voorzieningen voor personen met een handicap, voor jeugdhulpvoorzieningen en alles wat daarmee te maken heeft.

Wij hebben geleerd dat we nog veel alerter moeten zijn voor die gevallen waar we kindermishandeling vermoeden maar bijvoorbeeld nog niet aangemeld hebben gezien. Wij pleiten ervoor, zoals ook in de resolutie staat die vandaag is aangenomen, om op dat casusoverleg echt sterk in te zetten. Zo zorgen we ervoor dat iedereen die een bezorgdheid heeft over een kind, effectief met elkaar in contact staat, en zorgen we er federaal ook voor dat het beroepsgeheim daarvoor geen hindernis is maar een hulp.

We zitten vandaag natuurlijk ook met de toestand in de woonzorgcentra. Minister Beke weet dat en volgt dat uiteraard op, maar ook daar is er ongerustheid over de stijgende cijfers. We weten dat we niet alleen ongerust moeten zijn over het aantal besmettingen bij het personeel en bij de bewoners, maar vooral ook over de personeelsuitval, die vandaag in de woonzorgcentra veel groter is dan tijdens de eerste golf. En dat is niet gek, want we hebben veel minder mensen die ergens anders zorg verlenen en kunnen invallen omdat ze die zorg blijven verlenen.

Daarnaast is er het feit dat heel veel van ons personeel moe is en de eerste golf nog niet heeft verteerd, wat absoluut begrijpelijk is. Minister Beke, ik wil u dan ook vragen om ervoor te zorgen dat wat u gisteren hebt aangekondigd, namelijk dat mantelzorgers een rol zouden kunnen opnemen in woonzorgcentra, heel goed wordt doorgepraat met die woonzorgcentra. Ik voel daar vandaag wat bezorgdheid over. Zij vragen zich af hoe dat zal verlopen en hebben vragen over het besmettingsniveau van die mantelzorgers die in de woonzorgcentra zouden blijven overnachten. Die bezorgdheid moeten we capteren, we moeten daar een heel duidelijk antwoord op bieden. Uiteraard zijn wij het ermee eens dat die mantelzorgers een belangrijke rol kunnen hebben en dat we dus nooit meer – en daar zijn we het allemaal over eens, maar het is toch belangrijk om dat nog eens te herhalen – een lockdown zullen doorvoeren in onze woonzorgcentra.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik deel die bezorgdheid, het is een bezorgdheid die we in de coronacommissie allemaal samen hebben gedeeld, dat die mantelzorgers een belangrijke rol zouden moeten kunnen opnemen. Maar ik hoor ook de bezorgdheid op het terrein over dat inslapen van die mantelzorgers. Hoe is dat doorgesproken en wat is het advies van de taskforce over dat aspect?

Dit is een heel belangrijk punt dat hier wordt aangeraakt, namelijk dat er momenteel heel veel personeelsuitval is in veel zorgsectoren maar ook in de woonzorgcentra. Dat moet ons allemaal samen bezighouden. Vorige week is dat initiatief samen met VDAB gelanceerd. Komt dat van de grond? Is er intussen al zicht op het aantal aanmeldingen?

Tot slot is er ook bezorgdheid over het feit dat in de regelgeving staat dat men iemand pas kan vervangen wanneer die minstens drie weken afwezig is. Minister, is het niet mogelijk om daar in een tijdelijke uitzondering te voorzien? Dat zou er op de vloer voor kunnen zorgen dat er sneller nieuwe mensen kunnen worden ingeschakeld. Dat is voor een deel een federale bevoegdheid, maar kan ook op Vlaams niveau al voor een deel worden ingevuld.

De-heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Parys, als u zegt dat het niet te verwonderen is dat er tijdens de tweede golf meer druk is op het personeel, meer uitval enzovoort, dan is de grote vraag hoe het zover is kunnen komen. We hebben maanden in het parlement gezegd dat dit zou gebeuren, en vandaag gebeurt het. Er is geen versterking van het personeel, er zijn geen mobiele teams om het personeel te ondersteunen. We maken vandaag exact mee wat er is voorspeld door al die mensen die in de coronacommissie zijn gepasseerd.

Toen we na de eerste golf, tijdens de zomer, zeiden dat er extra personeel moest komen in de zorgsector, dan was het antwoord altijd dat dat in 2021 zal gebeuren wanneer het akkoord met de sociale partners rond is, en dat we dus niet moeten overhaasten. Wij hebben hier de afgelopen maanden zo hard op hebben gehamerd maar het is niet gebeurd, met als gevolg de huidige situatie. En nu is er eindelijk, sinds afgelopen vrijdag toen we ongeveer op het niveau zaten van de piek van de eerste golf, dat platform gekomen om mensen in te schakelen. Een nieuw platform, zoals ‘Help de helpers’ ook een platform was, maar waarvan we weten dat het op het terrein heel weinig verschil heeft gemaakt.

Ik hoop dat we er hier wat actiever achter zullen zitten. Mijn concrete vraag, waarmee ik me aansluit bij collega Parys, is of de covidcompensaties voor leegstaande bedden en voor de aanwerving van extra personeel die zijn afgebouwd, opnieuw worden ingevoerd. We zitten in een heel acute situatie.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, collega's, ik heb de heer Parys tijdens het debat horen zeggen dat we nog te weinig kennen van het virus. Dat klopt. Ik heb de minister-president horen zeggen dat hij het grootste respect heeft voor de mensen uit de zorg. Dat klopt. Ik heb de heer Van Rompuy horen zeggen dat er een dam is opgebouwd rond de woonzorgcentra en dat klopt, in zoverre zelfs dat het bezoekrecht werd afgeschaft.

Maar wat hebben wij niet gedaan? Minister Beke, wij wisten al van in maart dat er uitval zou zijn bij het personeel, dat er problemen zouden ontstaan bij het personeel. En wij hebben niets gedaan! Ja, wij hebben witte lakens uitgehangen en wij hebben handjeklap gedaan om 20 uur. Dat is nu allemaal voorbij. Maar echt concrete maatregelen om de personeelsuitval tegen te gaan, zijn er al die maanden, sinds maart, niet geweest.

Ik moet collega D’Haese gelijk geven. Het was allemaal zo voorspelbaar. We hadden toen al handen te kort aan het bed. Het is allemaal alleen maar verergerd. U hebt er als verantwoordelijk minister niets aan gedaan. Geen extra personeel, geen verbetering van het statuut. Wel het platform ‘Help de helpers’. Ik verwees er vorige week al naar. Het was of is jammer genoeg een flop. En wat hebben we gedaan?

Dat debat is al meerdere keren gevoerd.

We hebben een nieuw platform.

Wel, voorzitter, daar gaat het juist over.

Minister, u bent de bevoegde minister. Wat hebt u de afgelopen zeven maanden gedaan om extra personeel aan te trekken en wat zult u nog doen?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik wil het meer concreet hebben over die mantelzorgers. Ik vind dat het voorstel goede intenties verraadt. Maar op het terrein klinken daarover verschillende stemmen. Hoe gaat dat eigenlijk: het personeelstekort oplossen? Mantelzorgers kunnen wel helpen bij kleine taken, maar om andere, grotere zorgen te doen: dat is niet mogelijk. We weten niet hoeveel kamers er vrij staan, hoeveel mantelzorgers dat zullen willen doen. Vaak hebben zij een gezin, of ze zijn ouder en ze lopen meer risico’s.

Dat zijn vragen waar ik toch graag een antwoord op zou krijgen, want als we met zo’n voorstel komen, zou ik toch willen weten of het realistisch is.

De heer Parys heeft het woord.

Hier zie je natuurlijk hoe de PVDA en het Vlaams Belang elkaar vinden. Door een debat te voeren op een premisse die intellectueel niet eerlijk is. Jullie zeggen allebei dat we wel om 20 uur met witte lakens hebben staan zwaaien en applaus hebben gegeven voor de zorg, maar dat er voor de rest niets is gebeurd. (Stefaan Sintobin knikt instemmend)

Oké, u bevestigt dat, mijnheer Sintobin. Allee, dat is gewoon een diepe zucht. Als er 525 miljoen euro extra op jaarbasis bij komt voor de lonen van het zorgkundig personeel en om extra mensen aan te werven in de zorg, en u noemt dat niks, dan moet u eigenlijk niets meer komen doen in dit debat, hier in het Vlaams Parlement, want dat is gewoon intellectueel oneerlijk. (Opmerkingen)

Het tweede punt dat intellectueel oneerlijk is, is het volgende. Er is al sinds jaar en dag een tekort aan verplegend personeel. Daar wordt al sinds jaar en dag actie rond gevoerd, en er worden actieplannen rond opgesteld, die ook worden uitgerold. Nu doen alsof met een vingerknip al dat personeel zomaar, van de ene week op de andere, kan instromen, dat is gewoon niet juist.

Wat is er wel gebeurd? Er werd een platform opgezet met VDAB. Als ik goed ben ingelicht, zijn er op heel korte tijd meer dan 1600 mensen die ondersteuning willen gaan bieden in woonzorgcentra. Zij komen uit een andere sector en willen naar de woonzorgcentra gaan om te helpen.

Dus: 525 miljoen euro en 1600 mensen die klaarstaan. Ik spreek niet over ‘Help de helpers’. Wij hebben al twee weken op rij de vraag gesteld om die flexibiliseringsnorm aan te passen. Dat is een antwoord op de vraag van de heer Anaf. Hij zegt dat als er vandaag iemand ziek is, hij drie weken lang niet kan worden vervangen. Dat is een federale materie, die samen met het Vlaamse niveau moet worden opgelost. Ik ben heel blij dat de heer Anaf zich daarvoor wil inzetten. Wij willen dat ook heel graag.

Meer ondersteunend personeel zal het verplegend personeel de kans geven om zich nog sterker te focussen op de verpleegkundige handelingen en taken.

Voorzitter, een laatste punt. Ja, er is heel wat leegstand in onze woonzorgcentra. Wat moeten wij doen? Wij moeten er natuurlijk voor zorgen dat de woonzorgcentra niet over de kop gaan. Wij moeten misschien tegelijkertijd nog een ander probleem oplossen. De capaciteit in onze ziekenhuizen bereikt een kookpunt. Er liggen patiënten in onze ziekenhuizen die niet covidgerelateerd zijn en die ook niet meer ziek zijn. Iedereen die in de sociale sector werkt en die de ziekenhuizen goed kent, weet hoe dat komt. Dat komt doordat er vaak sociale toestanden zijn waardoor die mensen niet meteen naar huis kunnen. Wij stellen voor om die bedden te activeren.

Minister, aan de ene kant kunnen we er dan voor zorgen dat we die woonzorgcentra betalen voor de bedden die zij vandaag hebben en die niet worden ingenomen. En aan de andere kant kunnen we misschien een match maken, op een heel voorzichtige manier en goed doorgesproken met de sector, om ervoor te zorgen dat we de druk op onze ziekenhuizen iets verlichten, door het feit dat we mensen die niet ziek zijn maar die, vanwege een sociale toestand, in het ziekenhuis verblijven, wel kunnen laten doorstromen.

Dat zijn een aantal concrete suggesties om de druk op onze ziekenhuizen en de financiële toestand van onze woonzorgcentra te verbeteren.

De heer Sintobin heeft het woord.

Mijnheer Parys, het is niet aan u om te bepalen of ik al dan niet aan een debat kan of mag deelnemen. Het is zeker niet aan u om dat te bepalen.

Dat is aan mij.

Mijnheer Parys, als u hebt geluisterd naar wat ik vorige week tijdens de plenaire vergadering heb verteld, weet u dat ik heb erkend dat financiële inspanningen zijn geleverd. Het gaat dan onder meer om 525 miljoen euro. U moet me niet verwijten dat ik dat heb ontkend.

Minister, wat hebt u de afgelopen zeven maanden gedaan om meer personeel in te zetten? We weten al langer dan vandaag dat er een personeelstekort is en dat meer mensen nodig zijn. We weten dat al sinds maart 2020. Mijn vraag is een concrete vraag om personeel. Er zijn technisch werklozen. We zijn zeven maanden verder en nu richt VDAB een platform op.

Mijnheer Parys, mijn punt is net dat dit veel te laat gebeurt. Er zijn tal van mensen die al zeven maanden technisch werkloos of werkzoekend zijn. Ik heb vorige week al gezegd dat we misschien, zoals bij ons in Brugge, kunnen kijken naar het ambtenarenbestand. Misschien zijn daar mensen beschikbaar om in de zorg in te schakelen. Dat was mijn vraag, als dat van u nog mag.

Mijnheer Sintobin, dat mag.

De heer Ronse heeft het woord.

Voorzitter, ik schrik wat van de lichtheid waarmee een aantal Vlaamse volksvertegenwoordigers over het platform ‘Help in de zorg’ spreken. Als er nu één vlak is waarop Vlaanderen, in vergelijking met de andere regio’s, koploper is, is het wel dit verhaal. Dat is uniek. In Brussel en Wallonië is nog niet eens de machtiging aangevraagd om te weten wie de tijdelijk werklozen zijn. Ze weten dat niet want dat is nog niet aangevraagd. In Vlaanderen is een platform opgezet om mensen te matchen om de zorgnoden te lenigen.

Dat is keihard nodig. Ik heb recent het digitaal college van burgemeester en schepenen in Kortrijk bijgewoond. In Kortrijk alleen is er al een uitval van 46 mensen in de woonzorgcentra. Dat is echt een probleem. Die 46 mensen moeten op heel korte termijn worden vervangen. Ik hoop dat het platform ‘Help in de zorg’ daar alleszins een oplossing voor biedt.

Hoewel minister Somers er nu niet is, wil ik nog een suggestie doen in verband met de statutaire ambtenaren. Ik neem opnieuw Kortrijk als voorbeeld. De musea worden gesloten. Er zijn daar heel wat onthaalbedienden. Dat type statutair personeel zou kunnen worden ingezet om de bezoekregelingen in de woonzorgcentra te begeleiden. Het is mijn suggestie om de capaciteit aan statutaire ambtenaren die door een aantal Vlaamse maatregelen vrijkomt, effectief in de zorgsector in te zetten.

We moeten een beetje fier zijn op wat we hier in Vlaanderen doen en we moeten bekijken wat elders gebeurt. We zijn op dit vlak uniek in de wereld.

Mijnheer Ronse, ik heb heel hard getwijfeld of ik uw actuele vraag al dan niet zou toelaten. Ik hoopte dat u tijdens dit debat niet over de inhoud van uw actuele vraag zou beginnen. U hebt dat wel gedaan. Voor u over de statutaire ambtenaren begon, hebt u over het deelplatform van Acerta gesproken. Dat staat letterlijk in uw actuele vraag. Die actuele vraag is nu dan ook gesteld.

Voorzitter, voor mij is het geen probleem hoe iets in de plenaire vergadering ter sprake komt. Ik wil wel iets rechtzetten. U kunt het verslag van deze vergadering bekijken. Ik heb op geen enkel moment over een studie van Acerta gesproken. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik heb over ‘Help in de zorg’ gesproken. Mij maakt het niet uit in welke vorm dit thema aan bod komt. Dat kan als een actuele vraag of in dit debat. Als het binnen dit debat kan, dan zal ik het straks naar voren brengen.

Mijnheer Ronse, zoals gezegd, heb ik hard getwijfeld of ik uw actuele vraag zou toelaten. Ik weet niet of dit nog verder aan bod zal komen. Indien u hier nog meer over wilt zeggen, is dat uw volste recht.

Minister Crevits, ik kijk even naar u. U kent er meer van. Eigenlijk is deze actuele vraag al gesteld.

Mijnheer Ronse, indien u hier nog iets over wilt zeggen, mag dat. Dan is het meteen van de baan.

Neen, neen, geen probleem, ik ben net als u een pragmaticus. Hoe efficiënter we kunnen werken, hoe liever. Dat biedt me iets meer vrijheid in het debat.

In de Acertastudie geven twee op de drie Belgen nu al aan dat ze heel graag op een andere plek willen werken dan in hun vaste job waar ze momenteel niet kunnen werken. Dat is enorm positief. Dat staat in contrast met het aantal tijdelijk werklozen die zich al hebben aangemeld bij VDAB. Dat zijn er 2300 op 120.000. Dat betekent dat we immens veel potentieel hebben.

Gisteren las ik in Knack een voorstel van collega Bothuyne. Hij wil ervoor zorgen dat tijdelijk werklozen na acht of tien dagen automatisch bij VDAB worden ingeschreven. Dat is een goed voorstel. Dat juich ik toe. Als we dat op korte termijn kunnen regelen, kunnen we zeer snel de competenties van zeer veel mensen in kaart brengen, wat ons toelaat om bijvoorbeeld in sectoren zoals de zorg de noden snel te lenigen. Mijn suggestie is om dat voorstel van de heer Bothuyne zeker te realiseren. Dat had u niet verwacht, hé?

Toch wel, en ik kan ook zakdoekjes uitdelen. Bij dezen hebt u alle aspecten van uw actuele vraag naar voren gebracht. Ik stel voor dat minister Crevits dit eerst concreet beantwoordt en dan minister Beke.

Minister Crevits heeft het woord. 

Minister Hilde Crevits

Dank u, voorzitter, en mijnheer Ronse, dat was de laatste actuele vraag, dus voor mij scheelt dat een slok op de borrel.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Van Rooy, kunt u uw vraag straks ook eens stellen?

Minister Hilde Crevits

Ik zal kort zijn.

Wacht even, ik zie nog een opgestoken hand.

Mevrouw Malfroot heeft het woord.

Ik wil graag inpikken op de zaak van de technische werkloosheid, de tijdelijk werklozen uit de verschillende sectoren en de zorgkundigen die tijdelijk in quarantaine zitten.

Ik heb hier vandaag nog niets gehoord over de kinderopvang. Er is nog altijd nood aan kinderopvang. Onlangs heeft minister Beke echter beslist om die coronacompensatiesubsidie in de kinderopvang af te schaffen.

Dat is een totaal ander debat, mevrouw Malfroot.

Neen, dat gaat over welzijn en over tijdelijk werklozen die weinig geld hebben. Nu kunnen ze hun kind zelf opvangen omdat ze thuis zitten of in quarantaine. Door de afschaffing van de coronacompensatiepremie moeten ze de volle pot betalen in de kinderopvang terwijl hun kind daar niet zit. Dat wou ik even toevoegen aan het debat. Minister, bent u bereid om die coronacompensatiesubsidie opnieuw in te voeren zodat het systeem leefbaar blijft voor zowel de werkloze ouders als de ouders in quarantaine als de aangesloten kinderdagverblijven?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Ronse en anderen die over dat platform een vraag gesteld hebben, ik zal eerst nuanceren waarom dat platform er nu gekomen is en niet in maart. In maart dacht niemand dat het zo lang zou duren dat men tijdelijk werkloos bleef. De eventsector is niet komen vragen om te helpen zoeken naar alternatieven. Minister Beke had toen ook een platform met een reserve waar hij straks allicht uitleg over zal geven, over mensen die konden helpen in de zorg. Dat was niet structureel en de nood werd minder aangevoeld door de tijdelijk werklozen.

Nu is dat totaal anders. Mensen die in de eventsector werken, zijn vaak al maanden tijdelijk werkloos. Die zijn in de voorbije maanden naar ons gekomen en ze hebben gezegd: ‘Ofwel krijgen we terug perspectief om meer te kunnen doen wat events betreft, ofwel moet u ons helpen om het anders te doen’. Er is aanvankelijk wat perspectief gegeven. U weet nog, minister-president, dat we in september op het spoor waren dat het beter zou worden, maar het is niet beter geworden. Daarom hebben we gezegd dat we nu toch ons platform gaan maken samen met de VDAB. Dat is de reden waarom het nu gelanceerd is.

Ik kan wat iedereen hier zegt, bevestigen: de interesse van mensen om te helpen, is groot. Maar toch is er nog werk aan de winkel om te matchen en het aantal vacatures is ook nog niet voldoende groot. Ik denk dat het collega Anaf was die daarover iets gevraagd heeft. We zijn nog maar een week bezig, geeft mij de kans om even te kijken. Het aantal vacatures stijgt te weinig. Dat heeft ook te maken met de sector die zich moet organiseren op het plots aantrekken van profielen die niet gewoon zijn om in de zorg te werken. Daarvoor is wel een mentale switch nodig.

Collega Ronse, ik kom bij u. Bovendien is er de zeer interessante studie van Acerta. Er is een groot verschil tussen intenties en acties. Mensen zijn ongelooflijk honkvast. Ik geef u een cijfer. In 2019 werkte de gemiddelde 50-plusser in Vlaanderen bijna twintig jaar in dezelfde job. Als je naar de OESO-landen kijkt, staan wij op de vijfde plaats in de rangschikking van de meest honkvaste werknemers. Maar ook onze werkgevers zijn honkvast. De goesting van de werkgever om iemand die tijdelijk werkloos is te schorsen en te laten gaan naar ergens anders, is niet groot omdat men goede mensen aan zich wil binden. Men wil het helemaal niet dat men elders gaat werken.

Maar u hebt een punt dat nu het moment wel is aangebroken om creativiteit te gaan gebruiken. Gisteren is er een vergadering geweest van mijn kabinet en de arbeidsmarktexperten, maar ik kon er zelf niet op aanwezig zijn omdat we ministerraad hadden. We hebben daar al advies aan gevraagd in het kader van de relance over wat de creatieve pistes zijn die we kunnen bewandelen. Collega Parys, daar zijn een aantal federale opties mogelijk. Wij hebben zelf het systeem van de beroepsinlevingsstage (BIS). Ik vind dat super interessant, ik versta totaal niet waarom dat niet meer gebruikt wordt. Daarbij kan iemand die tijdelijk werkloos is voor maximum zes maanden aan de slag in de zorg. Hij behoudt zijn uitkering en krijgt er een vrij grote vergoeding bovenop. Dat moet volgens mij nu enorm worden gepromoot om mensen die in het statuut van tijdelijke werkloosheid zitten, naar andere plaatsen te kunnen laten gaan.

Ik ben binnen de Vlaamse Regering ook aan het kijken hoe we nog creatieve pistes kunnen ontwikkelen binnen onze bevoegdheden. Anderzijds stel ik vast dat federaal minister Dermagne openstaat om bepaalde pistes te openen omdat het probleem overal even groot is. Niet alleen in de zorg is het acuut, maar ook gewone bedrijven beginnen nood te hebben aan extra werkkrachten om goed te kunnen functioneren. Men zou gemakkelijker moeten kunnen uitwisselen.

Collega Ronse, er wordt zeker aan flexibele opties gewerkt. Ik ben blij dat u een complimentje hebt gegeven over het feit dat we in Vlaanderen de voortrekker zijn in ons land. Maar er is echt werk aan de winkel, niet alleen in regelgeving maar ook in de gemoedsgesteldheid van zowel werkgevers als werknemers om dat niet als een bedreiging te zien maar als een grote opportuniteit, en zelfs een noodzaak in deze tijden.

Dat was een zeer uitgebreid antwoord, eigenlijk langer dan is toegestaan bij een actuele vraag. U bent dus volledig bevredigd met dat antwoord, collega Ronse?

Jaja, altijd. Wat de minister aangeeft ten aanzien van creatieve pistes, juich ik zeker toe. Misschien kon de minister nog ingaan op de suggestie die collega Bothuyne gisteren in de media heeft gedaan rond de verplichte inschrijving bij de VDAB. Ik denk dat dat echt, echt, echt een heel goede suggestie is.

In Nederland werken ze niet met tijdelijke werkloosheid maar met een loonsubsidie waarbij veel zinnigere dingen kunnen worden gedaan met die medewerkers en ook met die bedrijven. We dreigen nu in een moeilijke concurrentiepositie te komen ten opzichte van Nederland. Zeker als de coronacrisis en die maatregelen nog lang duren, vind ik dat we dat concept van tijdelijke werkloosheid zoals het er vandaag is, moeten herdenken, want, laat ons eerlijk zijn, er worden bij heel weinig mensen echt competenties bijgebouwd en er wordt vooral veel tijd verloren en een grotere afstand tot de arbeidsmarkt gemaakt. Maar goed, laat ons dat in een commissie eens heel diepgaand bespreken. We zullen de voorzitter van het parlement daar ook bij uitnodigen, want ik merk dat ze daar zeer sterk in geïnteresseerd is.

Ik weet daar momenteel al alles van.

Collega Segers, heel kort over dit onderwerp, en dan kan minister Crevits ook nog kort antwoorden.

Ik ben blij dat we het debat nu niet alleen over de maatregelen hebben, maar vooral over hoe we onze maatschappij, onze samenleving en onze economie door de komende periode gaan sleuren, ook met de verscherpte maatregelen.

Vorige week donderdag hebben we hier een ongelooflijk aangrijpende hoorzitting gehad met de mensen van de event- en de cultuursector. Ik zou daar zo dadelijk graag nog een vraag over willen stellen aan minister Jambon. Die hoorzitting was met onder andere Bruno Schaubroeck, vertegenwoordiger van de eventsector. Hij verwees ook naar het Nederlandse voorbeeld, waar de minister over praat, en die creatieve oplossingen, namelijk tijdelijke werkloosheid aanvullen met een loonsubsidie, omdat de eventsector in Vlaanderen momenteel al zijn contracten aan Nederlandse bedrijven dreigt te verliezen. Ik wil u dus absoluut de raad geven of u aanbevelen om contact met hen op te nemen, om te kijken hoe dit federaal kan worden uitgewerkt.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Segers, het gaat hier, voor alle duidelijkheid, niet over tijdelijke werkloosheid aanvullen met een loonsubsidie. Het is de tijdelijke werkloosheid vervangen door een loonsubsidie, zodat de werknemer in dienst van het bedrijf blijft en dan door het bedrijf waarschijnlijk nog een supplement betaald krijgt.

Ik denk dat ik dezelfde mensen uit de eventsector bij mij gehad heb. Zij zeggen bijvoorbeeld dat men in Nederland nu systematisch alle materiaal op de verhuurmarkt aan het reviseren is. Zij staan dus met een concurrentieel voordeel als de zaken weer open gaan. Dat is zeker iets waar we mee aan de slag moeten. Ik denk dat dat een heel goede piste is.

Ik denk dat minister Beke ook nog wat antwoorden ging geven op vragen. Minister Crevits, u was nog niet uitgepraat?

Minister Hilde Crevits

Ik moest nog antwoorden op collega Bothuyne.

Collega Bothuyne heeft zijn mond niet opengedaan in dit debat. Hij heeft alleen complimentjes gekregen. (Opmerkingen)

Ik daag u niet uit. Neen, het hoeft niet. (Opmerkingen van Robrecht Bothuyne)

Minister Hilde Crevits

Het klopt wel dat collega Ronse in zijn vraag het voorstel van collega Bothuyne meenam om te zorgen voor een automatische inschrijving van mensen die tijdelijk werkloos zijn. Ik heb daar persoonlijk geen enkel probleem mee. Ik heb dat ook in de commissie gezegd. Ik vind dat zelfs een goede zaak. Het enige commentaar dat ik daarbij wil geven, is dat je er geen wonderen van mag verwachten. Alles start immers bij een goed dossier. Ook hier zal VDAB contact moeten opnemen, een match zoeken, kijken wat er mogelijk is. We zien nu dat alle namen van de mensen die tijdelijk werkloos zijn, binnenkomen bij VDAB. Er is enorm veel werk aan voordat je gegevens hebt om hen überhaupt te kunnen contacteren. Die tien dagen, daar moeten we ook eens over discussiëren. Is dat het geijkte? Het hangt er een beetje van af. Als het maar één dag per week is, is de kans klein dat je zomaar bij een ander gaat helpen. Maar dan kun je natuurlijk wel de tijd gebruiken om een opleiding te volgen. En die kennismaking met VDAB is sowieso niet slecht.

Ik zou niet durven om een suggestie van de voorzitter van de commissie neer te halen, integendeel. U weet dat ik daar positief tegenover sta. Maar er is nog meer werk aan de winkel dan dat.

Dan zijn er nog de andere zaken, over cultuur. Die loonsubsidie nemen we zeker mee in de gesprekken met collega Dermagne, want dat is een enorm verschil in die sectoren waar er echt geen werk is, om mensen in de sector te houden. Daar hebt u absoluut gelijk in.

Dan kunnen we nu naar de antwoorden van minister Beke. Weet u nog welke vragen er gesteld zijn, een uur geleden?

Minister Wouter Beke

Ja, geen probleem. De vragen gingen over de zorg en het feit dat de mensen die in de zorg werken, vandaag kreunen onder het werk. De beste manier om die mensen vandaag te helpen, vandaag, nu, op dit ogenblik, is ervoor zorgen dat we ons aan de regels houden, dat we onze contacten beperken, dat we onze handen wassen, dat we ons mondmasker opzetten, dat we alle regels die we van iedereen vragen, zelf ook respecteren.

Collega Sintobin, uw vraag was: ‘Wat hebt u de voorbije maanden in godsnaam gedaan voor die mensen?’ Ik zal u antwoorden. Ten eerste: de mobiele equipes. Collega D’Haese, in juni hebben we de vacatures opengesteld. Vorige week heb ik hier aan uw collega cijfermatig gezegd hoeveel van die mobiele equipes er vandaag op het terrein zijn. Die zijn vandaag op het terrein, dus stop met te zeggen dat ze niet bestaan. Ze zijn vandaag op het terrein. En we zijn nog volop bezig met de aanwerving van die vacatures die nog niet ingevuld zijn.

We hebben begin maart opgeroepen tot ‘Help de helpers’, vrijwilligers. In het begin van de periode was dat een groot succes, geleidelijk aan niet meer omdat de situatie zich ook opnieuw normaliseerde. Vandaag zijn er 431 organisaties op het platform, 1071 jobs gepost en 1836 mensen zijn actief kandidaat om die jobs in te vullen.

De Vlaamse Regering heeft beslist om de compensaties voor de woonzorgcentra tot het einde van dit jaar te geven. Dat betekent dat, ook als men leegstand heeft, men zich geen zorgen moet maken over het personeel en dat men dat extra personeel bij minder residenten kan inzetten voor de bewoners in de woonzorgcentra.

We hebben in de zomer beslist om gedurende drie maanden grote flexibiliteit toe te laten zodat mensen in de zorg ook hun vakantie zouden kunnen opnemen, en dat is ook massaal gebeurd.

We zijn met de CGG’s aan de slag gegaan met mobiele equipes voor het mentale welzijn van de mensen. De veerkracht van de mensen die er werken, is inderdaad een groot issue. Samen met de CGG’s hebben we een aanbod gedaan en dat aanbod is nog altijd geldig.

Er is een sociaal akkoord afgesloten, een akkoord tussen werkgevers en werknemers, om mensen uit de sociale sector inzetbaar te kunnen maken in de woonzorgcentra op een heel flexibele manier.

Collega Crevits heeft ook al verwezen naar het tweede platform – het eerste platform gaat over vrijwilligers – van mensen die vandaag werkloos zijn en tijdelijk een nieuwe job willen opnemen.

Er is het ‘project 600’ waar vandaag twee keer zoveel mensen kandidaat voor zijn dan vroeger het geval was.

Er zijn in de zomer jobstudenten aangetrokken.

We zijn aan de slag gegaan met kandidaat-artsen om hen stages te laten doen.

Er is geld uitgetrokken voor het sociaal akkoord. Er is overleg tussen werkgevers en werknemers om tegen het eind van het jaar hopelijk dat sociaal akkoord te kunnen maken en niet over vijf jaar, collega D’Haese. Kijk naar de begroting: de middelen staan erin om dat sociaal akkoord mogelijk te maken. Ik heb er goede hoop op dat we tot een goed akkoord kunnen komen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. We hebben al heel veel zaken uit de kast gehaald om deze mensen te ondersteunen, want ze verdienen dat. Ze zitten vandaag in hoog water, dat klopt. Het klopt door het aantal besmettingen dat stijgt, ook bij het personeel, door de quarantaines van mensen die niet kunnen gaan werken omdat ze een hoogrisicocontact zijn geweest en dus tijdelijk uitvallen. Er zijn verschillende redenen waarom dat het geval is. Waar we in het voorjaar een beroep konden doen op de gezinszorg en op de thuiszorg om die te vervangen, kunnen we dat vandaag niet meer en willen we dat vandaag niet meer, want we willen dat de gezinszorg en de thuiszorg actief blijven. Dat is waarom we met een aantal grote issues zitten, issues die we inderdaad moeten aanpakken.

Het mantelzorgvoorstel zal natuurlijk niet alle problemen oplossen. Dat was ook niet de bedoeling en dat is ook niet de bedoeling. Ik heb de voorbije maanden verschillende woonzorgcentra bezocht en verschillende keren heb ik van mantelzorgers de vraag gekregen. ‘Waarom kunnen wij niet tijdelijk inhuizen, voor een week, voor twee weken? Waarom kunnen wij niet meegaan? Waarom kunnen wij niet helpen?’ Vragen van zonen, dochters, partners die zelf gepensioneerde zorgkundige, verpleegkundige, arts zijn of in de sociale sector of niet in de sociale sector hebben gewerkt. Ze zeggen dat, als ze daar 24 uur op 24 uur kunnen blijven voor een aantal weken – en uiteraard op voorhand getest zijn – ze niet alleen mantelzorgers zijn voor één iemand, maar dan zijn ze mantelzorger voor een hele groep en een hele afdeling. Dat kan dus versterken en een stukje ontzorgen zodat de zorgkundigen en verpleegkundigen zich met de essentiële opdrachten kunnen bezighouden, want het zal nodig zijn.

Het is dus niet één maatregel die de oplossing zal geven. Het is het hele samenspel van puzzelstukken. We willen die puzzel maken om die grote uitdagingen waar we de komende weken en maanden voor staan, aan te kunnen gaan. Ja, we hebben gezegd dat we ook in extra personeel gaan investeren. Die eerste schijf hebben we al gedaan. Honderden vacatures zijn bijkomend geopend door omzettingen van rob (rustoord voor bejaarden) in rvt (rust- en verzorgingstehuis). We hebben de ambitie om dat versneld voort te zetten in de komende periode, maar daarvoor moeten we vooral mensen hebben, mensen die afgestudeerd zijn of mensen die vanuit de zijinstroom die vacatures willen invullen.

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, ik zal proberen kort te gaan.

U kunt dat, echt waar.

Ik vind dit echter een van de meest essentiële punten van heel dit debat. Op de werkvloer hoor je immers dat het daarover is dat de mensen het meest ongerust zijn, dat er een tekort aan personeel zal zijn. Minister, het is inderdaad zo dat je dat niet met één maatregel gaat oplossen. Er is het goede voorstel met betrekking tot de mantelzorgers. Ik denk dat iedereen het toejuicht dat mantelzorgers ook daadwerkelijk zouden kunnen helpen. Dat alleen zal dit echter niet oplossen. Mijn vraag was heel concreet wat het advies is geweest van de taskforce. Je hebt immers een taskforce waar mensen uit het werkveld samenzitten om u te adviseren. Ik hoor heel veel bezorgdheid op het terrein over hoe dat zal worden toegepast. Ik vraag u dus nogmaals: wat was het advies van die taskforce?

U hebt het terecht gehad over het sociaal akkoord. Het is wel zo dat die 525 miljoen euro over vijf jaar op kruissnelheid zal zijn. Laten we daar gewoon eerlijk over zijn. Het is echter goed dat in dat geld is voorzien. Ik hoor ook daarover toch wel wat onrust, en wat we momenteel goed kunnen gebruiken, is rust op het terrein. Minister, men vraagt op het terrein ook of er al een voorstel is, een zekere richting die u of die het beleid wil inslaan wat de verdeling over de sector betreft. Ik denk dat men er heel blij mee zou zijn als men ter zake op zijn minst al een paar handvatten zou krijgen.

Minister Crevits, u hebt gelijk: op minder dan een week kun je nog weinig zeggen over de cijfers. Ik hoop dat die oproep die samen met VDAB gebeurt, een groot succes wordt, maar het is natuurlijk wel een deel van het probleem dat dat er nu pas is. Die mensen zijn echt nu nodig. Die moeten nu worden ingezet op het terrein. Ik hoop dus echt dat dat een groot succes wordt en dat we die mensen heel snel zullen kunnen inschakelen in de woonzorgcentra. Minister Beke, het klopt immers wat u zegt. We pleiten voor zorgcontinuïteit. Uit die andere sectoren zal men nog maar heel weinig mensen via ‘Help de helpers’ extra erbij kunnen zetten in de woonzorgcentra. De volgende weken zal het echt wel heel hard gaan, en de mensen zijn ongerust.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, u hebt een aantal zaken opgenoemd, initiatieven die u de afgelopen maanden hebt genomen, maar u zult het toch met mij eens zijn als ik zeg dat er op de werkvloer wordt vastgesteld dat er toch nog altijd een personeelstekort is, zeker in deze moeilijke tijden. Het gaat immers niet alleen over werklast, natuurlijk. Ik denk dat in de beginperiode, in maart, het personeel enorm gemotiveerd was om in die zorg inderdaad het beste van zichzelf te geven, maar dat nu de mentale druk bij het zorgpersoneel heel zwaar is. Wij zeggen al ‘neen, niet alweer’, en de mensen van de woonzorgcentra zeggen dat ook: dit is al de tweede keer en we zitten nog in een ergere fase dan de vorige keer. Ik denk dat we daar vooral ook aandacht aan moeten besteden, niet alleen aan het tekort an sich, maar zeker aan het mentale welzijn van het personeel. Ik denk dat dat echt wel een issue is waaraan we in de komende maanden, zelfs in de komende weken en dagen, aandacht moeten besteden.

Ik heb twee concrete vragen. Wat die twee platformen betreft, vraag ik me af hoe die matchen. Schaffen wij dan ‘Help de helpers’ af? U zegt dat het een succes is. Ik heb vorige week de cijfers opgevraagd. Voorzitter, ik durf het bijna niet meer te zeggen. Dat platform is helemaal geen succes.

Ik heb de vraag gesteld hoe men ambtenaren kan inzetten in de zorg. Ik dacht dat de heer Ronse dat ook wel genegen was. Misschien moet ik me echter tot een andere minister richten. Ik ga absoluut niet zeggen dat ambtenaren met de duimen zitten te draaien, maar ik heb gemerkt dat bij ons in de stad Brugge ook de burgemeester zei dat men probeert hen bezig te houden. Ik denk dus dat er een mogelijkheid bestaat om lokaal of zelfs op Vlaams niveau ambtenaren tijdelijk in te schakelen in de zorg. Bent u daar een voorstander van, ja of neen, en kan dat überhaupt worden gerealiseerd?

Eerst krijgt collega D’Haese het woord, dan collega Daniëls, vervolgens collega Vandromme en dan kan collega Parys verdergaan met zijn betoog.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister Beke, ik heb maar één vraag voor u en ze is zeer concreet. Dat is: ga dat eens uitleggen op de werkvloer. Ga eens naar een woonzorgcentrum en vertel daar eens dat u kunt blijven doorgaan over alle maatregelen die u al hebt genomen om die mensen te ondersteunen. En begin dan vooral over het sociaal akkoord dat pas volgend jaar begint te lopen, terwijl we nu op die piek zitten. Vertel vooral over die 525 miljoen euro die er binnen vijf jaar zullen zijn. Zeg vooral van alles over jobstudenten die er in de zomer waren, maar die ondertussen uiteraard al lang vertrokken zijn. Weet u wat ik hoor uit die woonzorgcentra, minister?  Dat is: ‘We hebben nog geen enkele ondersteuning gehad, we moeten het zelf maar oplossen.’ Dat is: ‘Ik weet niet wat ik moet doen als er nog één iemand uitvalt, ik heb geen oplossing.’ Dat is: ‘Wij staan met minder personeel op de vloer dan in maart.’ Dat is: ‘Ik stop ermee, ik verlaat de sector. Ik hou het zo niet langer vol. Ik ben besmet geraakt in de eerste golf. Er is op dit moment geen ondersteuning, voor mij hoeft het niet meer.’ Dát is de realiteit op het terrein.

En we gaán niet naar een tekort, maar we zítten al met een tekort. We zítten met een tekort aan personeel in de woonzorgcentra. Die mensen zíjn op dit moment aan het verzuipen. Ik ben dus heel blij met het platform dat er komt. En ik heb het al gezegd: platformen zijn goed, een beetje meer actie zou beter zijn. Als er nu 1600 mensen klaarstaan om te gaan helpen, is dat een zeer goede zaak. Maar die 1600 mensen hadden verdorie al aan de slag moeten zijn. We zitten op het niveau van de piek van de eerste golf en nú zijn we platformen aan het creëren om mensen naar de zorg te sturen. Het gaat elk zinnig mens boven zijn pet dat dat mogelijk is op dit moment. We zitten in exact dezelfde situatie als de eerste keer: er komt geen volk bij. Ik zou zeggen: ga dat eens uitleggen op de vloer. Dat is een zeer concrete vraag.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, ik wil gewoon even verwijzen naar de aanbevelingen die we deze ochtend nog samen hebben goedgekeurd. Ik hoor sommige mensen zaken aanbrengen als zijnde nieuw, maar die zaken staan daar al in. Bijvoorbeeld over de mantelzorgers: dat staat daar al in. Dus als de minister nu zegt dat hij dat zal uitvoeren, ben ik blij. Want dat wil zeggen dat hij deze ochtend heeft geluisterd naar onze aanbevelingen en die nu al in de realiteit wilt brengen. Dat is één.

Twee, wat betreft de ondersteuning van de mantelzorgers die in de woonzorgcentra of andere voorzieningen zullen slapen... Ja, daar zijn inderdaad praktische vragen bij te stellen, dat is waar: hoe zullen we dat doen? Maar als ik dan hoor en zie dat woonzorgcentra en andere voorzieningen in personeelskrapte komen en als er dan mantelzorgers zijn die willen inspringen om ’s nachts voor hun familielid te zorgen en zo de druk weg te nemen voor het personeel, dan lijkt me dat een goeie match te zijn. En dat staat ook in de aanbevelingen die we vanuit de N-VA naar voren hebben geschoven. Dat lijkt me een oplossing. Nood breekt wet. Maar we zullen uiteraard moet bekijken hoe dat in elke lokale situatie kan worden gerealiseerd – dat spreekt voor zich.

Mevrouw Vandromme heeft het woord. Kort, alsjeblieft.

Dank u, voorzitter, ik hou het heel kort.

Ik wil even verwijzen naar het inzetten of ter beschikking stellen van ambtenaren. In de plenaire vergadering van vorige week had ik het al over de vervangingen binnen het onderwijs, minister Weyts. Ik had het voorstel gedaan om eventueel ambtenaren of mensen met een pedagogisch diploma gemakkelijker tewerk te stellen, want dat is nu niet mogelijk. We zijn eigenlijk op zoek naar flexibele vervangingsmogelijkheden. Het is mogelijk om ambtenaren ter beschikking te stellen voor de contacttracing. Ik vroeg mij af of het ook mogelijk was om de ambtenaren die een pedagogisch diploma hebben, in te zetten binnen het onderwijs? Wellicht is dat een bevoegdheidsoverschrijdende vraag, maar het lijkt mij een mogelijke piste om ook in het onderwijs op korte termijn vervangingen mogelijk te maken.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Eerst en vooral wil ik zeggen dat het overgrote deel van onze ambtenaren heel hard aan het werk zijn, in moeilijke omstandigheden. Het is niet zo dat zij allemaal op hun bureau met hun vingers zitten te draaien. Dat is absoluut niet het geval. Ik moet zeggen: ik heb nu toch al lang uitvoerende verantwoordelijkheid, op lokaal niveau en nu op Vlaams niveau. En eigenlijk is mijn respect voor die ambtenaren doorheen de jaren alleen maar gegroeid. Laat dat heel duidelijk zijn.

Ten tweede, onderschat niet hoeveel extra taken er op administraties nu zijn vanwege de coronamaatregelen. Dat is extra werk dat er vroeger niet was en bovendien is er de aanpassing van het thuiswerken en het op afstand werken.

Verder doen we al een beroep op heel wat lokale ambtenaren voor de contacttracing. Er werd daarstraks verwezen naar de lokale besturen. Ik heb samen met minister Beke met de dertien burgemeesters van de centrumsteden gesproken en hen gevraagd om bij het lokale luik van de contacttracing te helpen. Ze hebben zich allemaal akkoord verklaard, maar ze zeggen tegelijkertijd dat er bij hen ook mensen uitvallen. Men heeft al heel wat extra taken en de werkdruk is op lokaal niveau ook heel hoog. Zo vragen we hen bijvoorbeeld om op 9 en 10 november kinderopvang te organiseren. Ze zeggen daar niet neen tegen, maar voor hen is dat heel zwaar aan het worden. Ze hebben heel veel extra taken. We hebben aan de leidinggevende ambtenaren gevraagd of ze ambtenaren kunnen vrijmaken om mee te werken aan de Vlaamse contacttracing. Onze leidinggevende ambtenaren zijn daarmee bezig en vragen ambtenaren wie dat wil doen. Dat is ook niet eenvoudig! Ik ben gerust bereid om te onderzoeken of we voor het pedagogische luik nog een aantal dingen kunnen doen, maar laat ons niet denken – en u doet dat niet, maar ik wil het toch gezegd hebben –  dat er een schap is met ambtenaren die op werk zitten te wachten. Er is geen blik ambtenaren dat we kunnen opentrekken. Zeker vandaag niet, want op heel veel diensten vallen mensen uit door de coronacrisis. Ik vind uw suggestie de moeite waard om te onderzoeken, maar laten we vooral veel respect opbrengen voor onze ambtenaren die vandaag in moeilijke omstandigheden ook hard aan het werken zijn.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Ik hou het heel kort. Ik wilde nog even inspelen op wat minister Somers aangaf. Ik ben schepen in de stad Poperinge. Ik merk dat een aantal ambtenaren zelf aangeven, omdat er bijvoorbeeld minder werk is bij de cultuurdienst en omdat er een aantal zaken worden geschrapt, dat ze zich wel willen inzetten om bijvoorbeeld een aantal lessen Nederlands over te nemen. Die mogelijkheid is er momenteel niet. Ik noem het eigenlijk een omgekeerde detachering. Die flexibilisering zouden we wel mogelijk moeten kunnen maken. Ik wil absoluut geen afbreuk doen aan het harde werk van veel mensen ter plaatse, maar ik zie hier wel een aantal mogelijkheden. 

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Mijnheer D’Haese, u zegt dat ik eens een woonzorgcentrum moet bezoeken. Ik heb er tientallen en tientallen bezocht. Ik heb De Wingerd in Leuven bezocht. De mensen van De Wingerd in Leuven en de mantelzorgers daar zeiden me dat ik een mantelzorger niet als een bedreiging moet beschouwen, als iemand die het virus binnenbrengt, maar wel als een opportuniteit om het welzijn van de bewoners te verhogen. Daarom heb ik dat voorstel gedaan. Ja, dit is op voorhand informeel afgetoetst met de koepels. We zullen dat nu in de taskforce samen met de mantelzorgverenigingen verder uitbouwen.

Zo hebben we ook in de taskforce een cascadedocument goedgekeurd over hoe we bijkomende steun in de zorg kunnen bieden. Daar staan een aantal dingen in die ik daarstraks al vermeld heb. Er staan ook een aantal vragen in. Als het over de jobstudenten gaat, mijnheer D’Haese, dan moeten we ervoor zorgen dat de federale maatregel die tijdelijk was ingevoerd om hun inzet fiscaal gunstig te maken mogelijk blijft in het laatste kwartaal. Daarnaast is er ook het KB 78, waar de heer Parys het al over had. We hebben twee weken geleden aan minister Vandenbroucke een lijstje overgemaakt met dingen waar wij over willen spreken. Dat is niet communautair, dat is niet de een tegen de ander, dat is samen zoeken naar oplossingen.

Mijnheer Sintobin, over het mentaal welzijn ben ik het helemaal met u eens. Helemaal. Die mensen in de zorg voelen zich vandaag uitgelachen door al diegenen die die regels niet respecteren. Ze zeggen dat ze al maanden en maanden bezig zijn, maar op tv zien ze elke dag opnieuw beelden van mensen die de regels aan hun laars lappen. Mensen die denken dat ze toch nog een nacht extra kunnen doorgaan, die toch nog feestjes bij hen thuis organiseren. Als deze Vlaamse Regering, de Federale Regering en de andere regeringen maatregelen hebben genomen die sectoren doen bloeden, dan is het om de zorg te kunnen handhaven, dan is het om ervoor te zorgen en te hopen dat we de druk in de zorg kunnen laten dalen. Het gaat niet alleen over de woonzorgcentra, het gaat ook over het personeel in de ziekenhuizen, in de thuiszorg en op andere plaatsen. We willen ervoor zorgen dat de druk in de zorg naar beneden gaat en dat het aantal besmettingen daalt waardoor alles werkbaar blijft.

En het zal een heel moeilijke periode worden, de komende weken. Dat zal een moeilijke periode worden. En als we er niet van overtuigd waren dat er maatregelen nodig geweest waren, dan hadden we daar gisteren ook niet de nodige beslissingen toe genomen. Dat wilde ik nog even aanbrengen.

De heer Parys heeft het woord. Het zou fijn zijn als hij zeven woorden kon uitspreken zonder onderbroken te worden.

Voorzitter, ik denk dat we de langste onderbreking in de geschiedenis van het parlement toch concurrentie aan het aandoen zijn in dit debat. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Maar goed, collega Tobback, ik wilde het hebben over het mentale welzijn van iedereen. Uiteraard hebben we het mentale welzijn van mensen die ziek zijn, we hebben het zorgpersoneel, maar we hebben uiteraard ook het feit dat het voor alle Vlamingen vandaag geen gemakkelijke tijd is. We hebben zonet gezegd dat er geen datum staat op het tijdstip wanneer die maatregelen zullen aflopen. Dat is moeilijk voor de mensen. We weten niet wat de kerstvakantie zal geven en hoe we die periode op het einde van het jaar zullen kunnen vieren. Dus mijn oproep aan u, minister Beke, is om daar heel veel aandacht voor te hebben. We doen dat al voor zorgpersoneel. Maar we moeten echt aandacht hebben voor die mentale gezondheid van alle Vlamingen. En ook daar moeten we een beroep doen op burgerzin. Eens aan iemand vragen: hoe is het, hoe gaat het? Eens een kaartje sturen. Eens beeldbellen met iemand die je al lang niet gezien hebt. Eens goed nadenken: wie in je netwerk zou het vandaag supermoeilijk hebben omdat hij bijvoorbeeld alleenstaande is of wat ouder is en moeilijk te been? Dat is de oproep die wij vandaag aan alle Vlamingen willen doen. Hoe is het? Dat is de vraag die we, denk ik, aan iedereen moeten stellen. En als je ze stelt, en je kan de dag van iemand wat beter maken, dan heeft dat ook een positief effect op diegene die die daad stelt. Dat is iets wat niet alleen de regering kan doen, dat is niet iets wat we in dit parlement kunnen beslissen, maar dat is wel iets wat we met zijn allen in de samenleving in de praktijk kunnen brengen.

Ik wilde het ook hebben over onze economie. Want dat die het moeilijk heeft en dat onze bedrijven maar ook onze kleine zelfstandigen, onze handelaars, zeker onze horecaondernemers, het vandaag extra moeilijk hebben, dat is wel duidelijk, denk ik. We zien dat de vraag drastisch gedaald is, bijvoorbeeld in onze winkelstraten. De sluiting van de horeca heeft daar natuurlijk heel veel mee te maken. We zien ook dat de vraag daalt bij bedrijven die geen fysieke winkel of ander contact hebben met detailcliënten, en dat de herstelperiode zich maar mondjesmaat aandient. Er werd al eens voorspeld dat er in het najaar – nu dus – een golf van coronafaillissementen zou volgen. Ik zou willen oproepen aan de minister van Economie en uiteraard ook aan onze minister-president om het feit dat we met Vlaanderen een Vlaams beschermingsmechanisme hebben afgesproken, echt nog breder bekend te maken. Ik zie dat vandaag heel veel horecaondernemers weten dat ze recht hebben op een tussenkomst. Maar ik zie dat heel veel andere ondernemers niet weten dat het beschermingsmechanisme generiek is. Iedereen waarvan de omzet met 60 procent gedaald is ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, komt in aanmerking voor steun van de Vlaamse overheid, een steun van 10 procent van de omzet die gedraaid werd in dezelfde periode in 2019. Dat is iets dat we echt dringend beter en breder bekend moeten maken.

Waar ik blij mee ben – en dat is een opmerking voor minister Dalle, maar ook voor minister Beke, uiteraard – is dat we bij het nemen van deze maatregelen rekening hebben gehouden met het kind- en het jongerenperspectief. Dit doen we echt beter dan in de eerste golf. De speelpleintjes blijven open. Wij zijn bijzonder tevreden dat het aanbod aan jeugdwerking voor kinderen beneden de 12 jaar ook gewoon kan plaatshebben. Oké, er kunnen geen overnachtingen meer zijn bij de scouts op weekend enzovoort. Maar het is zo ontzettend belangrijk om ervoor te zorgen dat al onze kinderen blijven buitenkomen, dat ze plek hebben om te spelen, dat ze andere mensen kunnen blijven zien, met inachtneming van alle maatregelen die zijn afgekondigd. Ik wil echt zeggen dat onze fractie dat een heel belangrijk punt vindt en een groot verschil met de eerste golf.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Ik zou graag collega Parys bijtreden op dit punt. We hebben gezien dat we in heel die crisis al enorm geleerd hebben. Toen we in maart de lockdown hadden, hebben we heel drastische maatregelen genomen en moeten nemen, maar hadden we nog onvoldoende oog voor verschillende aspecten van de crisis, bijvoorbeeld voor dat kind- en jongerenperspectief, voor de belangen van kinderen en jongeren. We hebben daar de afgelopen maanden enorm hard aan gewerkt. We hebben ook al samengezeten met heel wat betrokkenen in het werkveld, en daaruit kwamen toch een aantal prioriteiten om ook bij strikte maatregelen rekening mee te houden.

Een eerste is het openhouden van de scholen. Collega Weyts heeft daar enorm rond gewerkt en dat is, denk ik, een van de belangrijkste zaken. Kinderen en jongeren hebben niet alleen belang bij die opleiding, die vorming, maar ook bij contacten met hun leeftijdsgenoten.

Het tweede is de publieke ruimte: publieke ruimte niet als een probleem zien, maar als een deel van de oplossing. Speelpleintjes voor de jongsten, ook sportterreinen in open lucht die open blijven, dat is heel belangrijk.

En ten derde moet ook het jeugdwelzijnswerk kunnen blijven functioneren, digitaal en online zeker, maar ook onder heel strikte voorwaarden fysiek. Ook in kleine groepjes van acht personen met begeleiding: daar zijn protocollen rond geschreven, zowel in de domeinen van collega Beke als van mezelf, om daarrond te werken.

Tot slot ook heldere communicatie: daarrond werken via digitale platformen, via influencers en dergelijke meer. Ik ben er ook heel fier op dat we met de Vlaamse Regering in deze fase die kinderen en jongeren echt op een goede manier hebben kunnen meenemen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik wil mij even aansluiten bij de oproep van collega Parys, wanneer hij zegt dat we nu alles op alles moeten zetten om niet alleen deze gezondheidscrisis zo goed mogelijk door te komen, maar ook om een golf van faillissementen die mogelijk nog volgt, op alle manieren tegen te gaan en om een groot aantal menselijke drama’s te vermijden. Niet alleen in bedrijven, dat geldt ook voor de ruime event- en cultuursector. Daarnet voelde ik bereidheid, zowel bij minister Crevits als minister-president Jambon, om te kijken naar het Nederlandse voorbeeld voor wat betreft de bedrijven in de eventsector.

Maar ik heb nog een concrete vraag voor minister-president Jambon, die we normaal als actuele vraag wilden stellen. Dat gaat over het noodfonds. De cultuursector was als eerste gesloten, als laatste weer open, en in de zomer terug naar af, en nu is hij weer helemaal dicht, allicht ook wel voor een hele tijd. Op 1 april hebt u een noodfonds aangekondigd, waar 65 miljoen euro werd voorzien voor de cultuursector en nog een 20 miljoen euro vanuit de lokale besturen. Vorige week hebben we het er in de commissievergadering over gehad: er blijkt nog maar ongeveer een derde van die 65 miljoen euro te zijn uitgekeerd aan de culturele sector, ook aan de kwetsbare spelers, de allerzwaksten die door de mazen van het net glipten. U hebt aangekondigd om dat resterend bedrag voor een cultuuractiviteitenpremie uit te keren, in het kader van relance. Natuurlijk is de relance zeer, zeer veraf. Ik denk dat het nu over acute crisisbeheersing moet gaan, dat was ook de consensus uit de hoorzitting van vorige week. De event- en cultuursector zegt unisono en heel duidelijk dat er totaal geen sprake is van relance, maar dat ze in acute crisisbeheersing zitten. Ze stellen ook heel wat vragen rond die cultuuractiviteitenpremie. Die zou moeten gaan over activiteiten gerealiseerd voor 31 mei.

Mijn concrete vraag is: wilt u herbekijken om dat idee van die cultuuractiviteitenpremie desnoods even opzij te zetten, maar om de resterende middelen te voorzien in een soort van noodfonds 3.0, dat op een flexibele manier nu de allerdringendste noden voor die sector kan lenigen, om nog meer drama’s te voorkomen?

Collega Segers, u had daar inderdaad een actuele vraag over ingediend. Ik heb die om twee redenen onontvankelijk verklaard. Als eerste dit debat, maar de voornaamste reden was de commissievergadering van morgen. Ik ken niet alle commissieagenda’s van buiten, vergeef me, maar uw exacte vraag staat morgen op de agenda van de commissie Cultuur, als ik me niet vergis. Ik kijk naar de voorzitster. Mevrouw Meuleman, dat klopt, neem ik aan, wat ik zeg? Voor mijn part mag de minister-president hier nog antwoorden, maar dan doen we dubbelop. Maar u mag, kort.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik zal zeer kort zijn: ja.

De heer Parys heeft nog 22 seconden. Dat moet lukken om hem te laten uitpraten.

Die 22 seconden kunnen lang duren, heb ik ondertussen begrepen.

Neen, dat gaat lukken.

Ik wilde het nog over onderwijs hebben, maar ik laat dat aan de volgende sprekers. Ik wil afronden, voorzitter en collega’s, met een quote van John F. Kennedy, die heeft gezegd: “In a time of domestic crisis, men of goodwill and generosity should be able to unite regardless of party or politics.” Laat dat de oproep zijn van vandaag. (Applaus bij de N-VA)

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, ministers, misschien is het goed om in een debat over de nieuwe maatregelen toch ook nog eens te benadrukken dat de meerderheid van de Vlamingen de bestaande maatregelen wél naleeft, en dat velen de dupe zijn van het laakbare gedrag van enkelen.

Sommige mensen leven die maatregelen na, hoewel ze het er moeilijk mee hebben. Want mensen worden natuurlijk in hun vrijheid en hun sociale contacten beperkt. Maar mijn aanvoelen is ook – en dat voel ik toch bij heel wat mensen die mij daarover contacteren – dat er een soort van coronamoeheid is door de aanhoudende berichtgeving en de vele beslissingen. Dan beslist de federale overheid zus, vervolgens beslissen Brussel en Wallonië zo, en dan doet Vlaanderen nog eens iets anders. Ik denk dat die kakofonie aan maatregelen de helderheid van de communicatie tenietdoet, en dus ook de naleving van de maatregelen geen goed doet.

Mijn vraag aan u is om, zoals u het gisteren ook hebt gedaan, het laken naar u toe te trekken en een beleid te voeren dat op maat is van Vlaanderen. Daarom ook mijn lang uitgestelde vraag van daarstraks: ik heb verwezen naar de oproep van Elio Di Rupo, die in het Waals Parlement ervoor heeft gepleit om naar een strengere lockdown te gaan. Vrijdag is er opnieuw een bijeenkomst van het Overlegcomité. Ik zou toch graag van u willen weten of u aan die oproep gevolg wenst te geven. Of zegt u, samen met ons, dat een lockdown iets is waar we absoluut niet naartoe willen?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Ik ben akkoord met wat u zegt. Wij willen geen lockdown. We hebben altijd gezegd dat er voor ons een aantal rode lijnen zijn. De economie moet blijven draaien, de scholen moeten maximaal kunnen lesgeven, de zorgsector moet natuurlijk blijven draaien, en we hebben blijvend aandacht voor de vereenzamingsproblematiek. De winkels dicht? Dat staat niet op onze agenda. En de economie dichtdraaien staat ook niet op onze agenda.

Als ik de communicatie van collega Di Rupo lees, heeft hij eigenlijk aangedrongen op verstrengde maatregelen en niet echt op een lockdown. Om maar een voorbeeld te geven: wat wij nu doen voor cultuur en sport, daar is in Wallonië nog niets over beslist. Als we straks dat ministerieel besluit moeten afsluiten – als ik nog mag vandaag – zal dat iets zijn dat meespeelt: als Wallonië deze namiddag een bijkomende stap zet rond de cultuursector, is dat ook al een soort van verstrenging van maatregelen.

Maar ik heb altijd gezegd wat het onwrikbaar kader is van ons beleid. Zolang je natuurlijk niet in weet ik veel welke rampscenario’s terechtkomt, die iedereen probeert te vermijden, lijkt het platleggen van de economie mij op zich ook een rampscenario.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister-president, ik steun in elk geval die basishouding die u daar wenst aan te nemen. Wanneer ik het heb over de coronamoeheid en de berichtgeving, doe ik misschien toch ook eens een appel aan onze media. Want we zien dagelijks een aanhoudende stroom van negatieve berichtgeving omtrent corona: nieuwsuitzendingen en dag- en weekbladen die bijna geen ander thema meer behandelen, duidingsprogramma’s die voortdurend allerlei experts opvoeren, die het dan vaak onderling ook nog eens oneens zijn of de genomen maatregelen komen bekritiseren. Ik denk dat dat niet alleen zorgt voor verwarring maar vooral voor extra coronamoeheid. Ik denk ook dat mensen daardoor uiteindelijk gaan afhaken, door die overdaad aan doemberichten. Ik doe dus ook een oproep aan onze media om toch wat selectiever en beperkter te zijn, en misschien zelfs af en toe eens wat positiever te zijn in die dagelijkse stroom van coronanieuws.

Uit respect voor de mensen in de zorg – dat is een oproep aan alle Vlamingen – die al zolang het allerbeste van zichzelf geven om mensenlevens te redden, hebben we met z’n allen de verantwoordelijkheid om de nieuwe maatregelen strikt na te leven.

Voorzitter, ik zou daarmee de rest van mijn tijd aan collega Beckers willen geven, over het thema onderwijs.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, we zijn zeer verheugd over uw beslissing om de herfstvakantie een beetje te verlengen, zeker omdat die beslissing is gebaseerd op cijfers. En we kunnen er niet omheen dat die cijfers steeds slechter worden, ook in ons onderwijs. Dat heeft er ook mee te maken, zoals u ook zelf altijd zegt, dat onze scholen geen eilanden zijn. Wanneer de cijfers binnen de globale bevolking toenemen, dan nemen zij uiteraard ook in het onderwijs toe.

De situatie in onze scholen wordt precair, niet alleen omdat er leerkrachten uitvallen door ziekte maar ook omdat er leerkrachten uitvallen die in quarantaine moeten. De nieuwe teststrategie waarbij mensen zonder symptomen niet meer worden getest en tien dagen in verplichte quarantaine moeten gaan, zorgt er natuurlijk ook voor dat er op dat vlak veel verzuim is.

Wanneer de scholen maximaal open willen blijven, ook na deze verlengde herfstvakantie, dan zullen we moeten inzetten op een teststrategie. U hebt aangekondigd dat de sneltests die de Vlaamse Regering zal aankopen, ook in het onderwijs zullen worden gebruikt. Ik wil er heel sterk op aandringen dat u op dat vlak de daad bij het woord voegt. U zegt dat onderwijs heel belangrijk is. Laat dat ook zien en zorg ervoor dat er een heel duidelijke teststrategie komt zodat onze scholen open kunnen blijven. Dat is in ieders belang en zeker in het belang van onze meest kwetsbare leerlingen die op school horen. Ik hoor van directeurs dat deze leerlingen nog altijd aan het herstellen zijn van de eerste lockdown. Ik steun u dan ook volledig wanneer u zegt dat we die kinderen op school moeten houden.

Wat het lerarentekort betreft als gevolg van ziekte en quarantaine, wil ik benadrukken dat we nog altijd in een stelsel zitten waarbij leerkrachten niet kunnen worden vervangen twee weken voor en twee weken na in dit geval de herfstvakantie. Scholen moeten daarvoor hun eigen middelen aanwenden. Minister, wilt u dat in deze crisis niet herzien, want het is toch heel jammer dat dit momenteel nog altijd zo moet gebeuren?

Minister Weyts, wilt u antwoorden?

Minister Ben Weyts

Gaan we nu over naar het onderwijsdebat?

Neen, blijkbaar wil de heer Sintobin ook nog iets zeggen.

Ik weet niet of er nog tijd over is.

Ik denk niet veel, eerlijk gezegd. Nog 2,5 minuten.

Ik zie dat minister Beke weg is.

Iedereen moet zijn handen wel eens gaan wassen.

Het is geen verwijt, ik stel het gewoon vast. Dan heeft het weinig zin dat ik nog vragen stel over welzijn. Ik kan dat ook morgen doen in de extra vergadering van de commissie Welzijn.

Dat is vriendelijk van u.

Minister Weyts, dit is dus niet het debat over onderwijs.

Minister Ben Weyts

Ik zal gewoon punctueel antwoorden op de vragen over sneltests. Ik wil dat inderdaad op punt stellen en ik ben daarmee bezig. Minister Beke heeft een aantal miljoenen sneltests besteld. Intussen bereiden wij ons voor om ervoor te zorgen dat we in samenwerking met de CLB's de nodige capaciteit hebben, dus mensen die leerkrachten en leerlingen kunnen testen. Daarvoor werk ik nu ook met vrijwilligers. We moeten klaar zijn zodra die tests zijn geleverd. Ik ben natuurlijk afhankelijk van anderen om te weten wanneer die tests geleverd zullen worden, maar ik garandeer wel dat we op dat moment klaar zullen zijn om daarmee te starten.

Vanuit dat oogpunt heb ik via professor Goossens, die de drijvende kracht is achter dat verhaal, aan de federale overheid gevraagd om mogelijk te maken dat die tests worden afgenomen door niet-medisch gediplomeerden die wel een korte opleiding hebben genoten om te weten hoe ze een dergelijke test moeten afnemen. De Federale Regering zou daar positief op geantwoord hebben. Men moet daar wel nog een initiatief rond nemen, maar dat zou alvast een belangrijke oplossing kunnen zijn, waardoor veel meer tests kunnen worden afgenomen. Die tests zijn natuurlijk iets minder sensitief dan de klassieke maar zijn voor het onderwijs uitermate geschikt, zeker wanneer je ze twee keer gebruikt en dus een dubbeltest doet. Gelet op het lagere risico is dat voor het onderwijs wel te verantwoorden.

Ik ga er dus voor zorgen dat we dan op punt staan. Ik heb daarvoor al initiatieven genomen. Die gesprekken lopen. Ik denk dat ik wel hard kan maken dat we – maar het is opnieuw koffiedik kijken – zodra die testen geleverd worden kunnen starten met het zelftesten. Dat zal natuurlijk gefaseerd verlopen. Ik weet dat het federale niveau wel inspanningen doet, maar wij willen toch de garantie hebben dat we in ons onderwijs nog meer zullen kunnen testen.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Dank u wel, minister, dat stemt mij heel hoopvol. Dit is nu een beetje een absurde situatie. Het CLB is verantwoordelijk voor de contacttracing, maar de huisdokters voor de testing. Het zou veel beter zijn indien alles zou gecentraliseerd worden. Dat zou veel gemakkelijker zijn. Ik hoop dat we op die manier – zoals het ook uw bedoeling is – het onderwijs maximaal kunnen openhouden.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Het meeste is ondertussen gezegd. Ik ga nog een korte bedenking maken over de verschillen tussen de regio’s. Daarna zullen mijn collega’s Vandromme, Warnez en Rombouts enkele punctuele vragen stellen.

Ik denk dat het weinig zin heeft om de discussie nog eens over te doen over welke regering nu op welk punt van de curve welke maatregelen heeft genomen en welke nu sneller was en welke trager. Ze had zelfs in het begin niet veel zin. Daarmee helpen we niemand vooruit en zullen we in elk geval geen enkele zieke kunnen helpen. Ik zag al van in het begin het nut daarvan niet in. Ik denk dat dit debat dat alleen maar heeft aangetoond. De waarheid is dat het overgrote deel van de maatregelen en ook de belangrijkste maatregelen wel degelijk zijn genomen in consensus, in het Overlegcomité. Dat is de belangrijkste vaststelling in heel die discussie. Voor de rest is het helemaal niet uitzonderlijk dat regionale verschillen leiden tot een verschillende regionale aanpak. Dat heeft weinig of niets te maken met al dan niet communautair gehakketak of een opbod of iets dergelijks. De minister-president heeft terecht verwezen naar wat we deze zomer in de provincie Antwerpen hebben meegemaakt, toen iedereen het heel logisch vond dat er werd ingegrepen op de plaats waar de haard zich voordoet. Ook in Duitsland is de volksgezondheid een bevoegdheid van de negentien Länder. De ene neemt soms een andere maatregel dan de andere omdat de situatie verschillend is. De dorpen die langs die grens liggen, kunnen ook nog beslissen om bijkomende maatregelen te nemen. Op zich is dat allesbehalve uitzonderlijk.

Het allerbelangrijkste, wat echt telt, is dat de regering gisteren maar ook vorige week tot tweemaal toe, beslist heeft om drastische maatregelen te nemen om het virus in te perken. Dat is de beste graadmeter van het feit dat iedereen zich ten volle bewust is van de alarmerende fase waarin we ons door de verspreiding van het virus bevinden.

Tot slot, met betrekking tot het ministerieel besluit is het duidelijk dat er opnieuw rond de belangrijkste punten wordt gewerkt aan een consensus en dat er misschien voor een aantal zaken via de provincies zal moeten worden gewerkt. Op zich is dat allemaal niet zo uitzonderlijk en is dat de heisa die errond is ontstaan helemaal niet waard. Belangrijk is, zeker ten aanzien van de publieke opinie, dat we de maatregelen die eendrachtig werden genomen, uitrollen, zodat ze zo snel mogelijk effect zouden hebben.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, collega’s, in de coronacommissie hebben we al een paar keer gehoord van de scholen en de directeurs en de mensen die in de commissie op bezoek waren dat we hun vertrouwen moeten geven. Ik denk dat we dat ook doen, maar we mogen hen ook niet aan hun lot overlaten. Dat doen we ook niet. Gelukkig staan de lokale besturen klaar om in hun flankerende onderwijsrol op te treden en de scholen te ondersteunen in de mogelijkheid om opvang aan te bieden of om veiligheidsmaatregelen te nemen rond de scholen.

Minister, ik wil nog een aantal zaken aankaarten. De vervangingen worden mijn stokpaardje. Ik heb dat een maand geleden voor het eerst aangekaart. Vorige week hebt u aangegeven dat u het document hierover zou indienen. Wanneer zal er een rechtsgrond zijn? Ik kan de mails en de oproepen niet meer bijhouden. Er wordt gevraagd om zo snel mogelijk tot een regeling te komen.

Naast het leerplichtonderwijs zijn er ook heel veel vragen over het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de basiseducatie. Nu er misschien een ministerieel besluit komt dat vanavond al van kracht wordt, wordt gevraagd om duidelijkheid over de sluitingsmaatregelen die op het onderwijs afkomen. Ik krijg mails van volwassen studenten die aangeven dat ze hun inschrijvingsgeld zullen terugeisen, want ze vragen zich af of ze nog wel les zullen krijgen. Ze vragen om duidelijkheid over het begin van de herfstvakantie, want in de FAQ-rubriek staat letterlijk dat 31 oktober 2020 geen verlofdag is, maar dat geen fysieke lessen mogen worden gegeven. Er moet afstandsonderwijs worden georganiseerd, maar op 9 en 10 november 2020 moet dat niet. Er is veel onduidelijkheid en ik vermoed dat uw mailbox ook ontploft. Dat is bij mij ook het geval. Ik wil hier duidelijkheid over.

Ik denk dat iedereen ervan overtuigd is dat de meest kwetsbaren de rode draad zijn. In de coronacommissie heeft een schooldirecteur die ik een groot man heb genoemd, de heer Petit, heel expliciet aandacht gevraagd voor het buitengewoon onderwijs. Er zijn daar geen mogelijkheden om op afstand les te geven. U moet in sterke mate op zoek naar maatregelen die tegemoet komen aan de vragen van de leerlingen die in het buitengewoon onderwijs les volgen, zeker als het gaat om de opvang op 9 en 10 november. Die opvang moet aangepast zijn aan de specifieke leerlingen met hun specifieke noden.

De heer Warnez heeft het woord.

Minister, ik wil het kort nog over het hoger onderwijs hebben. Het was dringend tijd om duidelijke maatregelen te nemen. Een aangescherpte code rood voor alle universiteiten en hogescholen was op zijn plaats. Alles moet vanop afstand gebeuren, maar u hebt een belangrijke nuance aangebracht met uw souplesse voor de eerstejaarsstudenten vanaf 12 oktober 2020. Bent u bereid dat naar alle kansengroepen uit te breiden? Ik denk dan aan de mogelijkheden voor studenten die vanwege hun thuissituatie thuis geen goede studieplek hebben. Kan worden voorzien in een uitzondering op de regel dat alles vanop afstand moet gebeuren? Het is de wisseling van de seizoenen en we hebben tijdens de eerste golf geleerd dat het onze plicht is iedereen te helpen. Het virus zegt dat we op afstand moeten blijven, maar we hebben geleerd dat niet alle jongeren alles alleen aankunnen. Het is goed dat er meer aandacht voor de eerstejaarsstudenten is, maar dit moet zeker ook voor de kansengroepen gebeuren. Ik wil u vragen dit vanaf vandaag te doen en nu al met de hogescholen en de universiteiten een plan van aanpak af te spreken. Zo kunnen er misschien meer middelen en informele contacten zijn om hen te begeleiden.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, omdat we nu het onderwijsdebat voeren, zal ik u meteen ook mijn vragen stellen. Zo kunt u ze allemaal beantwoorden. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik denk dat we de bezorgdheid om het welzijn en het welbevinden van de jongeren en over de toenemende sociale ongelijkheid en over de leerachterstand delen. De coronacrisis heeft ons getoond dat we ons daar absoluut zorgen om moeten maken. Ik geloof niet dat u kunt volhouden dat u een bijkomende leerachterstand vermijdt door de scholen open te houden. Op dit moment zien we in heel wat scholen dat leerkrachten afwezig zijn, dat jongeren soms vele uren in de studie zitten of vroeger naar huis gaan en dat leerlingen in quarantaine zitten en dan geen kwalitatief afstandsonderwijs krijgen. We hebben op dit moment sowieso een probleem. Zeggen dat we de scholen openhouden om dit tegen te gaan, gaat niet meer op. Dat werkt niet meer. Ik denk dat we de scholen vanuit het beleid zeer proactief moeten ondersteunen om de leerachterstand aan te pakken. Dat is heel belangrijk, maar dat doen we niet door de scholen open te houden.

Meer nog, door die scholen volledig open te houden, en niet naar een systeem van deeltijds afstandsonderwijs te gaan voor de hogere graden zoals de virologen vragen, brengen we de gezondheid in gevaar. Nu moeten we er alles aan doen op alle vlakken – in de horeca, via telewerken,  maar ook in het onderwijs – om die epidemie een knak te geven en de piek af te vlakken. Ook het onderwijs moet dus zijn steentje bijdragen.

Iedereen maakt zich zorgen omdat de bussen nog steeds overvol zitten, omdat in de stationsbuurten grote groepen leerlingen rondlopen. Ze gaan nog altijd allemaal op dezelfde tijd naar school gaan.

Nu komt de herfstvakantie eraan. Minister, verleng die niet alleen tot 11 november, maar voer op 12 en 13 november, op donderdag en vrijdag, afstandsonderwijs in voor het secundair onderwijs. De leerkrachten kunnen zich voorbereiden op maandag en dinsdag. Dan hebben ze in feite geen vakantie meer. Jongeren kunnen herfstvakantie hebben, leerkrachten kunnen afstandsonderwijs voorbereiden. Na die twee weken vraag ik u om vanuit Vlaanderen naar code oranje over te stappen zoals voorzien was en waarbij er deeltijds afstandsonderwijs komt voor de tweede en derde graad.

Kunt u hierin de virologen volgen? Dat zal heel belangrijk zijn om, zoals ik al zei, de scholen in de toekomst maximaal open te houden, in een realistisch scenario, met voldoende personeel, dat zich veilig voelt.

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik wil even ingaan op wat mevrouw Meuleman inbracht in verband met de herfstvakantie. We hebben nu op vrij korte termijn gecommuniceerd dat er een verlengde herfstvakantie komt voor de leerlingen. Dat is een goede zaak, dat hoeft geen betoog meer na deze namiddag. De vraag is op welke manier we die opvang kunnen optimaliseren. Dat is een cruciaal punt. Minister Somers heeft ervoor gezorgd dat er opnieuw 30 euro per dag per kind zal worden toegekend aan de lokale besturen. De vraag is alleen of we nog genoeg mensen hebben om dat te doen. Op welke manier zorgen we ervoor dat die groepen niet met elkaar vermengd worden? We hebben altijd geprobeerd om hen binnen hun bubbel te houden.

Gisteren heeft de RVA bevestigd dat de werknemers die opvang zoeken voor hun kinderen, nu de herfstvakantie wordt verlengd tot 11 november, voor die dagen de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht kunnen aanvragen, dat is een belangrijke zaak, zodat de kinderen niet opgevangen moeten worden bij de grootouders, want dat zou een groot probleem kunnen vormen gezien hun hogere kwetsbaarheid.

De experts en hun visie, hoe zij spelen met vakanties, verlengen en ook verkorten van vakanties, dat is al naar voren gekomen. Hoe kijkt u daarnaar? Ik ben daar benieuwd naar. Gaan we naar een verlengde krokusvakantie? Zit daar speling op? Ik haal het gewoon even aan, u moet daar nu nog geen uitspraken over doen. Stel dat we naar die verschillende momenten zouden gaan, dat er eventueel een time-out wordt ingeschakeld, gaan we dan het zomerverlof of de paasvakantie inkorten, afhankelijk van de evolutie van het virus, om de leerachterstand op een goede manier op te vangen?

Ik val in herhaling, maar ik ga het toch doen. We zetten op het vlak van digitalisering enorme stappen voorwaarts sinds covid, maar we zijn nog niet waar we moeten zijn, en dat is een understatement. Steden, gemeenten, leerlingen die van thuisonderwijs moeten genieten, zijn daar op dit moment nog niet voor uitgerust, noch wat betreft abonnementen, noch wat betreft toegang tot materiaal om op het world wide web te surfen.

Doe het ook eens in de omgekeerde volgorde. Als men in quarantaine moet, kunnen we er misschien ook voor zorgen dat er op een goede manier van thuis uit kan worden lesgegeven door de leerkracht die in quarantaine is aan de leerlingen die in de klas zitten. Ik heb begrepen dat in de vorige legislatuur minister Crevits extra inspanningen heeft gedaan om investeringen mogelijk te maken zodat de digitalisering al op de school aanwezig is. Maak dat dat geoptimaliseerd is zodat men daar maximaal gebruik van kan maken.

Ten slotte, naast de leerachterstand is het mentale welbevinden van de leerkrachten enorm belangrijk. De uitval is er op dit ogenblik niet alleen wat betreft corona maar ook wat betreft de mentale gezondheid bij de leerkrachten. Minstens even cruciaal is het mentale welbevinden bij de leerlingen. Sinds we in deze bizarre periode van ons leven zitten, is het gebruik van Awel met 30 procent gestegen, en van www.nupraatikerover.be gigantisch gestegen. Dat is positief, voor alle duidelijkheid, want dat betekent dat men zijn weg vindt naar de daartoe voorziene platformen.

Maar daarnaast zijn er nog andere zaken die enorm de wenkbrauwen doen fronsen en waar ik met een bijzonder bang hart naar kijk. Tijdens de lockdown en de daaropvolgende maanden was dat al zo, maar we gaan waarschijnlijk opnieuw naar een stijging van zaken als online grooming, dat zijn volwassenen die minderjarigen online benaderen met seksueel misbruik als einddoel. Dit is nu maal drie. Sextortion, dat betekent seksuele afpersing van minderjarigen: plus 118 percent. Online seksuele intimidatie: verdubbeld. De helplijn van Child Focus: een stijging met gemiddeld 35 percent. Dat zijn enorm onrustwekkende cijfers. We moeten echt inzetten op de manier waarop men omgaat met de digitale platformen omdat men nu meer thuiszit. We moeten er extra op inzetten om onze leerlingen zich te leren mannen en te zorgen dat zij daar op een goede manier mee omgaan.

De heer D'Haese heeft het woord.

Voorzitter, ik ga iets korter proberen te zijn dan mijn voorganger, dan moet ik dat straks ook niet meer zeggen en dan vinden we dan tijd.

Ik had een bijkomende vraag over het mentale welzijn van leerlingen. We hebben het hier al vaak gehad over de CLB's die veel extra werk hebben met de contacttracing. Ze krijgen er binnenkort de sneltesten bij. Ik heb begrepen dat u ze daarvoor wil versterken. Ik vind het een beetje vreemd dat u dat met vrijwilligers wilt gaan doen. Het lijkt me toch gewoon een job als een andere. De CLB's staan ook in voor onder andere het mentale welzijn van kinderen op school, die kunnen daar ook aankloppen. Vandaag komt die taak in het gedrang. Dus opnieuw de vraag die we hier al verschillende keren hebben gesteld maar waar we nog geen antwoord op hebben gekregen: ziet u brood in een versterking van de CLB's om al die verschillende taken te kunnen blijven combineren?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal eerst op punctuele vragen antwoorden. Met mijn onderwijsclub hadden we voorzien om om 17 uur te vergaderen over verschillende elementen die u nu net aanhaalt. Dus als u wilt dat het alsnog in orde komt, gelieve dan beknopt te zijn of beknopt te worden.

Wat betreft het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs, moet ik eerlijk zijn: dat ziet er niet goed uit, eenvoudigweg omdat het risico voor volwassenenonderwijs nog veel groter is dan voor leerplichtonderwijs, door de leeftijd en de heterogene samenstelling, waar de virologen zich altijd veel meer zorgen over maken dan voor het hoger onderwijs. Idem voor deeltijds kunstonderwijs.

Het buitengewoon onderwijs proberen we echt te verzekeren. Opnieuw, er is een rode draad door al onze maatregelen – ik zal er nog op terugkomen – en dat is de meest kwetsbaren beschermen. Als het gaat over sportactiviteiten voor kinderen, zeggen we dat kinderen tot en met 12 jaar kunnen blijven sporten, binnen en buiten. Hetzelfde doen we trouwens als het gaat over hoger onderwijs. Ja, voor de meest kwetsbaren, dus de eerstejaars, vraag ik wat soepelheid. We hebben daarvoor heftige discussies gevoerd omdat de virologen dat wel appreciëren, maar er zijn virologische consequenties. Er is de constante afweging en de strijd die ik moet voeren. Je hebt virologische inzichten, dat is heel juist, maar je hebt ook de andere maatschappelijke overwegingen die ook een rol moeten spelen. Ik kom daar straks even op terug.

Wat de vervangingsregeling betreft, hebben we een voorstel dat we zouden moeten kunnen afkloppen op het sociaal overleg. Wat betreft de opvang: dank aan het initiatief van minister Somers en minister Beke. Ik heb gisteren al mijn eerste mail gekregen met bevestiging van het aanbod om voor de kinderen te kunnen instaan voor opvang op 9 en 10 november. Het is natuurlijk vanuit de lokale besturen dat initiatieven op poten worden gezet. De details en de concretisering daarvan zijn dus in hun vakkundige handen. Gelukkig hebben we al een beetje een generale repetitie gehad, onder andere in de periode rond Pasen. Toen is dat toch ook wel, met een beetje horten en stoten, maar al bij al goed gegaan. De meeste lokale besturen waren erin geslaagd om echt een alternatief te kunnen aanbieden. Nu gaat het maar over twee dagen, dus ik ga ervan uit dat het ook deze keer goed gaat lukken.

Wat betreft de uitzondering voor de eerstejaars en de soepelheid, hebben de virologen gevraagd: ‘Zorg echt voor een ‘crackdown’ voor de periode van die verlengde herfstvakantie, zodat we daar echt effect kunnen sorteren. En leg die souplesse aan de dag vanaf 12 november.’ Dat heb ik ook meegenomen in de besluitvorming.

De CLB’s krijgen extra middelen. Die hebben al 1,3 miljoen euro extra middelen gekregen, maar ik voorzie nog extra ondersteuning voor de CLB’s, ook zeker in het kader van het contactonderzoek, en als ik ze dan ook een rol wil geven in het kader van de testing. Daarbij takken we inderdaad wat aan op de federale bevoegdheid, maar wij nemen die dan toch wel over in de praxis. Dat is eigenlijk een bevoegdheidsoverschrijding, zou je bijna zeggen. Dat men dat goed noteert.

Ik denk dat we daar een goed systeem op poten gaan kunnen zetten, want de CLB’s doen dat contactonderzoek binnen de schoolmuren en ze doen dat zeer goed. Het zou goed zijn, mocht de coördinatie van de testing in het verlengde daarvan ook bij hen berusten.

Dat waren de punctuele vragen. Dan is er heel het debat over de verlenging van de herfstvakantie. Dat is voor mij geen nieuw gegeven. Ik heb daarover al enkele keren met de virologen samengezeten. Niet afgelopen zondag, maar de zondag daarvoor heb ik hen dat ook gevraagd. Ik heb gezegd: ‘Als je het aan mij vraagt, zeg ik altijd: scholen open, zo weinig mogelijk afstandsonderwijs en zo veel mogelijk direct onderwijs. Maar wat is, vanuit virologisch oogpunt, jullie mening over de verlenging van de herfstvakantie?’ Op dat moment – want eenieders inzicht is onderhevig aan voortschrijding – hebben ze gezegd: ‘Neen, de baten zijn minder dan de kosten. En dus adviseren wij u vandaag niet om dat te doen.’ Een week nadien krijg ik een nota die net zegt dat we dat wel moeten doen. En dan heb ik geschakeld. Zo simpel is dat. Ik volg daarin het advies van de virologen.

Maar zij hadden drie scenario’s naar voren geschoven. Eén scenario zei: we gaan de vakantie vervroegen, vanaf vandaag al. Dat leek mij wel heel drastisch en ingrijpend voor de organisatie van scholen, zowel als voor de ouders thuis. Want je kunt nog zeggen: tweede en derde graad, oké, maar het gold ook voor de eerste graad. Een tweede scenario was een verlenging van de herfstvakantie tot en met 15 november. En het derde scenario was een verlenging van de herfstvakantie tot 12 november, dus tot en met 11 november. Ik heb dan geopteerd, teruggekoppeld naar de collega’s in de kern, en vervolgens zondagavond mijn onderwijsclub gebeld om te vragen: ‘Kunnen we schakelen? Want er is hier een heel dringende vraag van de virologen.’ En we hebben dat onmiddellijk getackeld. Op grond van die telefonische ronde en de instemming vanuit de kern van de Vlaamse Regering heb ik dan ook onmiddellijk gecommuniceerd, zodoende dat we zo snel mogelijk aan iedereen diets zouden kunnen maken hoe die herfstvakantie eruit zou kunnen zien. Maar er waren drie scenario’s voorhanden. Ik heb er één van gekozen.

De nota waarop ik mij heb gebaseerd, is vandaag uitgelekt. Dat was niet de bedoeling. Professor Molenberghs zegt vandaag ook: ‘Het was inderdaad niet de bedoeling dat die naar buiten zou komen. Die was enkel voor u bestemd.’ En waarom? Omdat daar bepaalde pistes in staan – verre pistes, denkpistes, embryonale pistes – over mogelijks een aanpassing van de krokusvakantie. Maar eerlijk gezegd, we weten nog niet hoe we Kerstmis gaan vieren. Ik ben nog niet bezig met krokus, hoor. Het was net om te verhinderen dat dat enige maatschappelijke commotie en discussie zou veroorzaken, dat men die binnenskamers wou houden. Maar ja, op sommige mensen en sommige journalisten kun je altijd rekenen. Dat is nu naar buiten gekomen. Ik heb dat nu ook bezorgd aan de mensen van de onderwijsclub.

Er wordt bovendien onmiddellijk een zekere duiding gegeven aan die nota, want daarin blikt men ook vooruit naar de periode na de herfstvakantie. Er staat inderdaad in of we niet eens opnieuw moeten bekijken of het afstandsonderwijs voor de tweede en derde graad niet veralgemeend kan worden ingevoerd. Lees ook de commentaar van Geert Molenberghs hierover. Hij geeft er enige duiding bij. Hij is zelf wat genuanceerd over die 50/50-regeling. Hij zegt letterlijk: “We willen dat de scholen dit elk individueel, of regio per regio, afwegen.” Als zij zeggen dat ze kwetsbare jongeren hebben en het liever niet doen, dan is dat oké, maar als ze het liever wel doen, dan kan het. We zien dat sommige scholen nu al spontaan terugschakelen. Het is aan elk van hen om dit af te wegen. Dat is de regeling zoals ze vandaag bestaat.

We zeggen heel duidelijk dat we beseffen dat het ventiel nodig is. Op lokaal vlak heb je eigenlijk twee ventielen: er is het ventiel waarbij de gemeente zelf kan schakelen naar een andere kleurcode, en je hebt het ventiel waarbij de school zelf de keuze kan maken om te schakelen naar afstandsonderwijs voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Ik ga uit van vertrouwen in scholen. Schakel ze niet allemaal gelijk. Die scholen die willen en kunnen, mogen dat doen, maar er zijn verschillende andere scholen die dat net niet willen en zeggen dat ze contactonderwijs kunnen blijven geven, en dan willen wij dat ook doen. We hebben zoveel maatregelen genomen, net om het onderwijs overeind te kunnen houden. Het zou dan toch gek zijn dat we scholen het mes op de keel gaan zetten en gaan dwingen: ‘Neen, neen, Brussel beslist. Gij gaat afstandsonderwijs organiseren voor de tweede en derde graad secundair onderwijs. Ook al wilt ge niet of kunt ge niet, ge moet en ge zult.’ Dat vind ik geen goed scenario, dat getuigt toch niet van vertrouwen, en efficiënt lijkt het mij ook niet te zijn. We moeten dus ook een beetje loskomen van die Brusselse cocon, die Brusselse bubbel. Te lande is elke situatie verschillend en elke school is verschillend.

En – maar dat is vandaag niet populair in het opbod van strenge maatregelen –, een lockdown heeft virologische baten, maar heeft ook maatschappelijke kosten. Pedagogische, want het beste onderwijs is nog altijd contactonderwijs met gedreven leerkrachten in de klas. Wanneer contactonderwijs verdwijnt, ook al is het week om week, verdwijnt contactonderwijs wel voor een week voor de tweede en de derde graad secundair onderwijs. De meest kwetsbaren zijn altijd de eerste dupe van dat verdwijnen van het contactonderwijs. De Panoreportage is nog niet zo oud en die illustreerde dat net.

De meest kwetsbaren zijn niet altijd te reduceren tot sociaal-economisch de meest kwetsbaren, maar zijn ook de fysiek kwetsbaren. De heer De Gucht heeft het heel goed verwoord. Weet u wanneer de stijging van het aantal gevallen van misbruik en van intrafamiliaal geweld tijdens de lockdown naar beneden is gegaan? Bij het openen van de scholen. Er is een rechtstreeks causaal verband. Vraag maar aan Child Focus, dat vraagt om de scholen open te houden in alle omstandigheden.

Dat zijn dus drie dingen waarvoor we oog moeten hebben. Je verliest pedagogisch, je verliest maatschappelijk voor de fysiek meest kwetsbaren, voor wie de school de meest veilige thuis is.

Alstublieft, doe dus niet zo lichtzinnig. Zeg niet: afstandsonderwijs voor alle scholen voor de tweede en derde graad secundair onderwijs, of ze nu willen of kunnen, we gaan ze dwingen. Doe dat niet en spring daar niet zo lichtzinnig mee om.

Tot slot, ja natuurlijk: het aantal besmette leerlingen en besmette leerkrachten stijgt omdat ze deel uitmaken van de samenleving. We hebben binnen de school de meest strenge, efficiënte veiligheidsmaatregelen. Ik maak me sterk dat dat de meest strenge en efficiënte veiligheidsmaatregelen zijn die er zijn en die ook wel ingrijpen op het persoonlijk welzijn van leerkrachten en leerlingen. Van halfnegen tot halfvier of later een mondmasker dragen, is ook geen pretje voor jongeren.

Dat moeten we dus allemaal in rekening brengen, denk ik. Je hebt een toename van het aantal besmettingen bij leerlingen, bij leerkrachten. Ik krijg straks of morgen nog de cijfers van de CLB’s. Ze zijn er nog altijd heilig van overtuigd, op basis van de praxis en de empirie, de vaststellingen, op basis van hun contactonderzoek, dat de bron van de besmetting zich veelal buiten de schoolmuren situeert, en niet erbinnen. Het is natuurlijk relatief, maar binnen die schoolmuren is er vanuit dat oogpunt nog altijd een veiligere situatie dan erbuiten. Dat is net dankzij die strenge veiligheidsmaatregelen en dankzij de heel correcte naleving ervan door heel wat leerkrachten, directies en scholieren, die daarvoor een dikke pluim verdienen. We willen dat dus allemaal in rekening brengen, nog altijd met de overweging, ook al zie je een toename van het aantal besmettingen, wat tot mijn spijt de logica zelve is, dat men het binnen die schoolomgeving, binnen die schoolmuren zo maximaal mogelijk veilig houdt, en alleszins veiliger dan buiten die schoolmuren. Dat zijn allemaal overwegingen. Ik heb ook gezegd dat het niet in marmer gebeiteld is, aangezien je niet weet hoe de situatie er volgende week, laat staan tegen de krokusvakantie, uit zal zien. Maar als u het mij vraagt: ik wil nog altijd alle scholen maximaal open, en wil dus niet alle scholen van het secundair onderwijs gaan dwingen om afstandsonderwijs te organiseren voor hun tweede en derde graad. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik hoop dat u snel aan de slag kunt met de onderwijsclub, zoals u die altijd noemt, want er zijn heel veel vragen die ons bereiken, en wellicht u ook. Eén concrete vraag geef ik u nog mee. Het gaat over sport op school. Er zijn richtlijnen dat sport voor plus 12-jarigen niet meer kan. De vraag komt nu, vooral van lokale besturen, die hun sportinstellingen of -zalen moeten sluiten voor sportactiviteiten voor plus 12-jarigen, of de scholen morgen en overmorgen nog sport mogen geven tijdens de lesuren. Dat is misschien nog iets dat u concreet kunt meenemen. Ik hoop alvast dat de administratie vanavond nog aan de slag kan om alles wat u straks met de onderwijsclub beslist, opnieuw heel mooi en zo goed mogelijk door te geven, via Schooldirect en de andere kanalen die ze ter beschikking heeft.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal dat natuurlijk ook meenemen. Dat staat ook op de agenda. Ik ga ervan uit dat dat spoort met de maatregelen waartoe we hebben beslist in het kader van de sportactiviteiten. Ook dat is niet fijn, alweer, maar anders geeft dat opnieuw aanleiding tot een eindeloze discussie. De mailboxen van ons allemaal zitten nu vol. Als je ergens een gaatje laat, dan trekt men dat open om er van alles door te sleuren. Dus, zo weinig mogelijk uitzonderingen, zo veel mogelijk proberen die rechte lijn te trekken, ook al is dat soms wel heel drastisch en pijnlijk.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik denk dat iedereen het erover eens is dat maatregelen niet altijd fijn zijn, maar de noodzaak ervan is ondertussen ook al wel genoeg onderstreept. Ik wil wel starten met het geven van een pluim aan deze regering, vooral voor de aandacht die ze bij deze maatregelen toch heel expliciet heeft gehad voor het mentale welzijn van iedereen, van senioren, maar zeker ook van onze kinderen en jongeren in het bijzonder. We hebben daar al kort even bij stilgestaan, maar ik hoop dat deze pluim ook een aanmoediging is voor de toekomst.

Ik wil aandacht vragen voor het mee sensibiliseren van de lokale besturen inzake het feit dat dit echt wel een belangrijk punt is en dat, als de lokale toestand dat toelaat, men in de mate van het mogelijke zeker ook die uitzonderingen maximaal zou blijven respecteren waarin is voorzien voor kinderen en jongeren.

Verder wil ik nog even stilstaan bij cultuur. Iedereen is het erover eens dat die sector het niet gemakkelijk heeft. Minister, ik heb in dezen een specifieke vraag, omdat er toch wel wat verwarring is gerezen.

Kunt u afronden? Het spijt me, maar …

In de berichtgeving van het VTM-journaal werd aangegeven dat evenementen wegvallen, maar op een bepaald moment werd ook aangegeven dat het gaat over alles boven veertig personen. Bij dezen dus de vraag: zijn dat inderdaad alle evenementen, of is er een grens van veertig, zodat dat voor amateurgroepen of dergelijke meer nog wel zou kunnen plaatsvinden?

Nee, mevrouw Rombouts, het spijt mij. De heer Van Rompuy, uw fractieleider, heeft gesproken. De spreektijd …

… de positieve ondersteuning. Dat wilde ik zeggen. Tot daar mijn woord, voorzitter. Ik dank u.

Ja, maar het is élke keer hetzelfde.

Minister-president Jambon heeft het woord, om te antwoorden op de concrete vraag.

Minister-president Jan Jambon

Het was heel duidelijk: spijtig genoeg moet de hele culturele sector, moeten alle evenementen op slot.

Collega’s, dan gaan we over naar de Open Vld-fractie.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Er is al heel veel gezegd. Ik moet mijn collega Van Rompuy bijtreden: ik vond het begin van het debat nogal beschamend. We moeten stoppen met die spelletjes. Het is echt afgrijselijk om dat te zien. Mensen die naar deze beelden kijken, verstaan dat allemaal niet meer. Het gaat hier over leven of dood. Het is dus aan ons om dit debat inhoudelijk te houden en te kijken naar de nodige maatregelen.

Het was wel duidelijk dat er moest worden ingegrepen. Maar wat mij wel de wenkbrauwen deed fronsen, was dat de maatregelen pas vrijdag zouden ingaan.

Mevrouw Saeys, de heer Janssens zou u graag willen onderbreken. 

Mevrouw Saeys, heel kort. Ik ben blij dat u het ook over de inhoud wilt hebben. U zegt dat het hier gedaan moet zijn met politieke spelletjes. Ik ben het een beetje beu dat, wanneer oppositiepartijen positieve, opbouwende, constructieve kritiek geven over het coronabeleid, alleen maar om naar een beter coronabeleid in Vlaanderen te gaan, dat altijd als politieke spelletjes wordt verkocht.

Weet u dat u gisteren, na de persconferentie van de Vlaamse Regering, de eerste was die tweette dat de maatregelen nu onmiddellijk moesten ingaan en niet vrijdag? Dus sta de oppositie dan ten minste toe om ook vragen te stellen over die timing in het parlement. U  was de eerste om op Twitter kritiek te geven en u komt nu in het parlement zeggen: ‘Laten we geen politieke spelletjes spelen.’ Wat u op Twitter doet, is krak hetzelfde. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik wil er graag op repliceren. Wat mij vooral gestoord heeft, is het communautaire gehakketak. Wat Wallonië, Brussel, Vlaanderen doen … Het is zoals mijn collega al heeft aangehaald: daar heeft nu, echt waar, niemand iets aan, niemand. En dat is waar ik echt eens op wilde wijzen.

Ik ben alleszins heel blij dat die maatregelen er sneller zullen zijn. Want we mogen echt geen dag meer talmen. Elke dag telt. De ziekenhuizen smeken echt om nú te ageren, terwijl ze eigenlijk elke dag meer en meer worden overstelpt. En ik denk dat het geen betoog hoeft dat er binnenkort keuzes zullen moeten worden gemaakt.

Nu, ik kan u zeggen: die keuzes zijn al volop aan de gang. Op dit moment wordt er gekozen tussen enerzijds covid en anderzijds niet-covid. En dat baart mij enorm veel zorgen. Want we hebben het hier over de covidzorg, maar mensen blijven wel hartinfarcten en hersenbloedingen krijgen, er gebeuren auto-ongevallen. En dat zijn mensen die allemaal ook een bed nodig zullen hebben op die intensieve zorgen. Er worden al operaties uitgesteld. Een vrouw die wordt gediagnosticeerd met borstkanker, kan haar operatie niet krijgen. Om maar te zeggen hoe hallucinant het al ís. Dus je mag nog zoveel bedden bij creëren als je wilt, – we hebben het hier al gehad over het personeel – je moet dat personeel inderdaad ook hébben, aan die bedden. 

Ik heb daarover nog een concrete vraag. Het kwam mij hier daarnet ter ore dat er richtlijnen zouden zijn gestuurd naar de ziekenhuizen met betrekking tot het nemen van ethische beslissingen. Ik vroeg me af of dat inderdaad zo is.

Los daarvan ben ik wel heel tevreden dat er contact gegarandeerd blijft in de woonzorgcentra. Dat is inderdaad iets dat we over de partijgrenzen heen, ook in de coronacommissie, stipt op één hebben gezet: dat sociaal contact is enorm belangrijk.

Uit de cijfers van het agentschap blijkt ook dat die besmettingen in die woonzorgcentra zich vooral voordoen bij personeel. En dat is natuurlijk iets dat enorm grote zorgen baart, want hoelang zal dit nog haalbaar zijn? Collega's hebben daar ook al naar verwezen. In de ziekenhuizen doet zich hetzelfde voor. Ik heb spoedarts Stroobants uit Antwerpen nog maar horen zeggen dat al 30 procent van zijn personeel is uitgevallen. Horrorscenario's zijn dan echt wel niet veraf. 

Dan is er natuurlijk het mentaal welzijn. Eind 2019 schommelde de veerkracht van de Belgen nog rond 30 procent. We zien dat die de voorbije maanden is gezakt tot 16 procent. Dat is bijna een halvering. De onzekerheid door de constante aanpassing van de maatregelen, wat wel en niet kan, de eenheid van commando, weegt ook door op de mensen. Als dit nog eens gecombineerd wordt met het sociale isolement, de impact van het thuiswerken, de overbelasting of kinderen die niet naar school kunnen, krijg je natuurlijk een gevaarlijke cocktail. Die lockdown vraagt enorme inspanningen van onze bevolking.

Ook het zorgpersoneel heeft echt al alles gegeven, maar heeft geen echte herstelperiode gekend. Het heeft de batterijen onvoldoende kunnen opladen. Nu moet het zonder recuperatie opnieuw zo’n vermoeiende inspanning leveren en dat zal niet de laatste keer zijn. Wij staan aan het begin. Het is oktober. Wij zullen dit virus hoe dan ook nog tot maart moeten bestrijden. We moeten ons daar echt bewust van zijn. In januari komt ook de griepepidemie er nog aan. Ik denk dat we daar heel realistisch in moeten zijn en dat zo moeten communiceren. We moeten mensen een realistisch perspectief bieden.

Mentaal weegt het nu al zwaarder dan in maart. We merken ook dat mensen die toch heel veel veerkracht bezitten aan de alarmbel trekken. Daarom vraag ik dat we die extra inspanningen blijven leveren om die overvloed aan mentale problemen te counteren.   

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Dank u, voorzitter. Ik wil zo snel mogelijk oplossingen. Ik wil de minister-president hier dan ook geen seconde langer dan nodig houden. Ik onderschrijf ook ten volle de oproep van mevrouw Schryvers. We moeten vandaag schouder aan schouder vechten tegen dat virus. Ik hoop ook oprecht dat ik de volgende dagen niet opnieuw partijen of politici moet horen die de ernst van de situatie minimaliseren. Ik reken er ook op dat iedereen de volgende uren en dagen er alles aan zal doen om die nodige en noodzakelijke maatregelen zo snel mogelijk te laten ingaan. Er is echt geen tijd meer te verliezen. Ik heb het al gezegd: wat ons betreft, komen die maatregelen eigenlijk al te laat. Ik hoop uiteraard ook, minister-president, dat jullie zo snel mogelijk voor duidelijkheid en voor een duidelijk compensatiepakket voor alle sectoren die vandaag opnieuw keihard worden getroffen, zullen zorgen. Dan heb ik het natuurlijk over de sectoren die getroffen worden door de nieuwe maatregelen. In de cultuursector en de sportsector zitten nu al heel veel mensen ongelooflijk op hun tandvlees. Ik heb het ook over de sectoren die al langer getroffen worden, zoals de horeca, maar ook alle handelaars die vandaag de facto al door hun reserves heen zijn. Ik vrees bovendien dat het einde van deze crisis helaas nog niet in zicht is. Ook wat dat betreft, minister-president, reken ik meer dan ooit op u.

De heer D’Haese heeft het woord.

U hebt al bewezen dat u kort en bondig kunt zijn.

Absoluut. Ik heb nog een aantal heel concrete vragen over de zorg.

Minister Beke, u hebt gezegd dat de legebeddencompensatie wordt doorgetrokken. Gaat het dan over de 90 procent die er al was, of is dat de 40 procent die in oktober gold? Geldt de doortrekking van die compensatie ook voor de financiering van extra personeel?

Wilt u nu al antwoorden of stel ik al mijn vragen?

Niemand vraagt het woord, mijnheer D’Haese, u kunt rustig verdergaan.

Ten tweede zijn er de mobiele teams. U hebt de cijfers inderdaad vorige week gegeven. Er waren vijftien teams beloofd, maar die zijn er niet. Is er niet een beetje meer creativiteit nodig om naar profielen met een wetenschappelijke achtergrond te zoeken, die die taken kunnen uitoefenen in plaats van de vacatures te laten openstaan en erop te hopen dat die mensen toch nog uit de lucht vallen?

Ten derde worden mensen uit de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG’s) voor mentale ondersteuning uitgestuurd. Dat is uiteraard een goede zaak. Van iedereen op de vloer hoor ik echter dat ze nog niemand hebben gezien. Kan daar geen tandje worden bijgestoken, want er is echt nood aan psychologische ondersteuning op de vloer? De ZorgSamen, de website die jullie hebben gelanceerd, is een mooi initiatief, maar laat ons eerlijk zijn dat we er daarmee niet zullen raken. Een testje over overbelasting of tips om uit te rusten zijn, met alle respect, niet wat we op dit moment nodig hebben. Op dit moment hebben we professionele ondersteuning voor die zorgverleners nodig. In de coronacommissie hebben we gehoord hoe belangrijk dat is. Welke extra maatregelen komen er op dat vlak nog bij?

En ten slotte, de sneltesten zijn er uiteindelijk gekomen, of zijn uiteindelijk besteld. Ik denk dat Voka daar voor iets tussen zat, omdat het die wilde hebben om te gebruiken in de bedrijven. Maar bon, ze zijn er, en dat is heel goed. Mijn vraag is: zullen die worden ingezet voor wekelijkse preventieve testen? Dat is een heel duidelijke vraag die we al een aantal keren hebben gesteld, maar waarop we nog geen antwoord hebben gekregen. Die testen zullen cruciaal zijn om dat virus buiten te houden. Tot zover mijn vragen inzake welzijn.

Dan heb ik nog vragen rond cultuur, vragen die ik al in het begin stelde, over het inzetten van de VRT om mensen uit de cultuursector wat perspectief te brengen. Minister Crevits was al heftig aan het knikken toen ik dat vroeg, maar noch de minister van Cultuur, noch de minister van Media zijn daarop ingegaan. Is dat een voorstel waarmee jullie aan de slag kunnen?

Ten slotte, rond onderwijs, is er de vraag over de versterking van de CLB’s. We hebben ze hier nu drie weken op rij gesteld en drie weken op rij geen antwoord gekregen. Ik stel voor dat we gewoon concluderen: er zal geen extra ondersteuning komen.

Minister Ben Weyts

Ik heb wel geantwoord. Luister dan gewoon toch eens. (Opmerkingen van Andries Gryffroy)

Excuseer? We gaan wel een beetje serieus blijven, mijnheer Gryffroy.

Minister Weyts heeft inderdaad geantwoord, dat klopt. Maar laat me even uitspreken. Collega D’Haese is een van de weinigen die constant op zijn stoel zit, dus niet in de koffiekamer.

Minister, dan moet ik me daarvoor excuseren en dan zal ik het verslag bekijken. Mijn excuses. Maar er zijn andere vragen die hangende blijven.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik zal het heel kort houden. Wat die compensaties betreft, die lopen tot eind dit jaar en we zullen in de Vlaamse Regering bespreken hoe we dit na dit jaar zullen aanpakken. Dit behelst financiële compensaties wanneer er leegstaande bedden zijn, opdat men het personeel niet in de onzekerheid moet duwen. Dat betekent dat dat personeel aan de slag kan blijven voor minder bewoners. Dus onrechtstreeks is dat een belangrijke steun geweest voor de woonzorgcentra de voorbije weken en maanden.

Voor de mobiele teams werden er, zoals gezegd, al heel wat mensen aangeworven. Er zijn een zevental teams actief in de woonzorgcentra, in de eerstelijnszones enzovoort. Ja, we moeten creativiteit aan de dag leggen. Ik heb samen met de minister-president in juli een vergadering gehouden met verschillende sectoren om na te gaan of men mensen voltijds, deeltijds, ad hoc of op een andere manier kon inschakelen om die mobiele equipes te bemannen en bevrouwen. Het zoeken van artsen is het grootste probleem. Maar dat is tout court overal het grootste probleem.

Ik heb al eens de hand uitgestoken naar uw collega en gezegd: als u artsen kent die bij u maatschappelijk of politiek actief zijn, ze kunnen zich ook altijd inschakelen in die mobiele teams.

Wat de mentale ondersteuning betreft, zijn er verschillende elementen. We hebben onze eigen CGG’s, met de mobiele equipes. De bedrijfsgeneeskundige diensten zijn ook geappelleerd op het feit dat ze daar een expertise in hebben. Binnen de interministeriële conferentie van deze voormiddag hebben we ook een gecoördineerde aanpak goedgekeurd voor het psychosociaal welzijn van de mensen in de zorg. Dat betekent dat  er een pool van 1500 vte’s psychologische hulpverleners ter beschikking gesteld zal worden, dus ook gefinancierd worden, vanuit de federale enveloppe die daarvoor voorzien is. Hoe we dat precies zullen doen, rechtstreeks via de huisartsen, binnen de eerste lijn of op een andere wijze, daarover zullen we de komende dagen nog verder overleg hebben. Maar die principiële beslissing is dus ook genomen.

Wat de sneltesten betreft: ik heb daarover geen enkel contact over gehad met Voka of dergelijke. Maar het is wachten geweest tot het FAGG gezegd heeft te denken dat ze nu wel oké zijn om ze te kunnen aankopen. Dat is het enige signaal dat we daaromtrent nodig hebben.

De heer D’Haese heeft het woord.

Bedankt, minister. Op een aantal vragen hebt u toch niet echt geantwoord. Ik weet wat de financiering voor lege bedden is. Maar de vraag was: blijft die lopen aan 40 procent, zoals nu in oktober, of aan 90 procent zoals in het begin?

Minister Wouter Beke

Daar gaan we nog over spreken.

Oké, dus 40 procent voorlopig dan.

Minister, onze artsen zouden heel graag komen helpen, maar door de administratieve last die er blijft bij de huisartsen, hebben ze jammer genoeg op dit moment de handen helemaal vol.

Minister Wouter Beke

Ook daar heb ik, collega, goed nieuws over, want we hebben vorige week in de Vlaamse Regering beslist dat de huisartsenkringen financieel extra ondersteund worden. We hebben vanmorgen op de Interministeriële Conferentie daarover gesproken en minister Vandenbroucke heeft gezegd dat hij vanuit het federale daar ook een extra inspanning voor zal doen.

Dat is fantastisch nieuws. Ik zeg u alleen maar: op dit moment zijn ze overwerkt, dat is de realiteit.

Wat die 1500 vte’s betreft: is er een zicht op de timing wanneer die er zouden komen om de psychologische ondersteuning te bieden? Het is natuurlijk wel nu dat dat moet gebeuren en niet binnen een jaar.

Minister Wouter Beke

Ja, neen, asap!

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer D’Haese, ik vind de suggestie over meer cultuur op de VRT in deze periode een heel interessante suggestie. Ik hoop dat ik daarover met mijn collega Dalle overeen kan komen; we hebben nu nog geen tijd gehad om daarover overleg te plegen. Maar alle gekheid op een stokje, ik vind dat een interessante suggestie waar we mee aan de slag gaan.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– De PVDA kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 18.35 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.