U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de mogelijke invoering van een tolheffing door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het debat is geopend.

De heer Claes heeft het woord.

Collega’s, iets helemaal anders, maar iets dat ons als zelfbewust Vlaams Parlement uiteraard aanbelangt.

De middeleeuwse stadstol van Brussel krijgt vaste vorm, stond vorige week in de krant. Wie met de wagen onze hoofdstad binnen wil, zal een tolheffing en zelfs een kilometerheffing moeten ophoesten.

Minister Peeters, ik richt mij in eerste instantie tot u, want het staat nu vast: de Brusselse struikrovers hebben weer een nieuwe manier gevonden om het geld uit de zakken van de werkende Vlaming te halen, met opnieuw een groen fabeltje als excuus. Na de lage-emissiezone (LEZ) wil men onze pendelaars opzadelen met alweer een nieuwe pestbelasting, dit terwijl – en dat mogen we absoluut niet vergeten – er elk jaar wel een royale transfer van 1,5 miljard euro van Vlaanderen naar Brussel stroomt.

Minister, hoelang gaat u nog wachten om als Vlaams minister op tafel te slaan bij uw Brusselse collega’s van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering? Wanneer gaat u eindelijk uw partijgenoot minister Gatz – iemand die hier vorige legislatuur zelf nog zat als minister van Vlaanderen en dus beter zou moeten weten – tot de orde roepen? Wat zal onze eigen Vlaamse Regering ondernemen wanneer Brussel deze pestbelasting eenzijdig doorvoert?

Om af te sluiten, misschien ook een oproep aan de collega’s. Wij als Vlaams Parlement moeten ook klaarstaan om zodra deze ordonnantie in Brussel wordt goedgekeurd, zelf hier een belangenconflict in te dienen. Ik hoop op de steun van alle fracties hier aanwezig, maar zoals gezegd, verwacht ik eerst en vooral een heel sterk signaal van onze eigen Vlaamse Regering. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Van Rompuy heeft het woord.

De plannen van de Brusselse Regering om twee zaken in te voeren, zijn bekend geraakt: rekeningrijden en tolheffing. Als je daarvan de rekening maakt, kom je gemiddeld aan 6 euro per dag voor wie van Vlaanderen of Wallonië naar Brussel pendelt. Dat betekent gemakkelijk meer dan 100 euro per maand. Het gaat over aanzienlijke bedragen. Die middelen worden niet gebruikt om te investeren in meer openbaar vervoer, nee, ze worden gebruikt om de Brusselaar te compenseren door de afschaffing van de verkeersbelasting. Voor pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië dreigt er een dubbele belasting: ze moeten de verkeersbelasting blijven betalen en ze krijgen er de tolheffing bovenop.

In heel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn er heel veel plaatsen die niet gemakkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Voor een werknemer die ’s morgens vroeg met de wagen de kinderen naar school brengt en daarna doorrijdt om te gaan werken in Brussel, is het alternatief van het openbaar vervoer nagenoeg onmogelijk. De maatregel is dan ook sociaal onwenselijk.

De Brusselaars worden trouwens al gecompenseerd voor de pendelaars in grootstedelijke functie en dergelijke voor 500 miljoen euro grosso modo. Men kan moeilijk de compensatie hebben en de tolheffing. Zoals men in het Frans zegt: ‘On ne peut pas avoir le beurre et l’argent du beurre’. Dat gaat niet.

Tot slot: wij staan open voor samenwerking rond een aantal belangrijke punten om de mobiliteitsknoop aan te pakken, denk maar aan de trambuslijnen, de randparkings, het eengemaakteticketsysteem voor De Lijn, het doortrekken van fietssnelwegen. Het staat Brussel vrij om autoluwe zones of zone 30 in te voeren enzovoort. Maar men moet begrijpen dat het heffen van een tol met een discriminatoir karakter en zonder echt alternatief niet echt aanvaardbaar kan zijn.

Minister, hoe zit het met de leasingwagens?

De heer Van Miert heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega’s, ook voor onze fractie zijn vermindering van de filedruk, betere doorstroming, luchtkwaliteit en leefbaarheid in de steden, geen ijdele doelstellingen. Is er iets te zeggen voor het beginsel ‘voor het bezit van een wagen moet je niet doen betalen, maar wel voor het gebruik’? In ieder geval. Maar het voorstel zoals het voorligt in de Brusselse Regering, is niet: elke gebruiker betaalt, maar een bepaalde gebruiker betaalt. Ik moet eigenlijk zeggen: een bepaalde gebruiker betaalt op zijn minst meer, en dat is de Vlaamse pendelaar, de Vlaamse ondernemer.

De naweeën van deze covidcrisis zullen elke handelaar en ondernemer nog heel lang achtervolgen, dus ook de Brusselse. Gaat men dan de Waalse pendelaar bestraffen? Gaat men dan de Vlaamse shopper of restaurantbezoeker straffen als die naar de hoofdstad komt? Gaat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest GAS-boetes uitschrijven voor al wie met zijn auto naar de stad komt?

Wij hopen alleszins, als N-VA-fractie, dat er een voortschrijdend inzicht komt omtrent de gevolgen van een invoering, en dat die voortschrijdende inzichten de bovenhand gaan nemen.

Vlaanderen is altijd heel solidair geweest met het hoofdstedelijke gewest. De extra financiering is al genoemd. Kijk daarnaast nog eens naar al die investeringen, bijvoorbeeld aan de Brusselse ring, vanuit de vorige legislatuur, maar die u ook gaat doorvoeren, minister. Denk eens aan die openbaarvervoermiddelen, de Ringtrambus bijvoorbeeld, waaraan u zo ijverig werkt. Is dat de dank van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest voor een goede buur?

Onze fractie vraagt met aandrang, minister, om uw Brusselse collega’s te contacteren en in een coronaproof overleg te gaan zodat deze platte belasting niet wordt ingevoerd en we gezamenlijk kunnen bekijken wat we kunnen ondernemen om betere doorstroming en minder filedruk te realiseren in Brussel.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, goede collega’s, ik kan namens de Open Vld-fractie in het Vlaams Parlement ‘loud and clear’ zeggen: no pasarán, tegen deze eenzijdig opgelegde tol en kilometerheffing vanuit de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Als de kaarten blijven liggen zoals ze nu liggen, dan trekken we daar een rode kaart tegen. Die boodschap is heel duidelijk. En die is bestemd voor zowel de Brusselse Regering als voor onze vrienden in die Brusselse Regering. (Opmerkingen)

Dat een overheid, een stad of een gewest of wie ook die verantwoordelijkheid draagt voor een samenleving, nadenkt over de kwaliteit van het samenleven, over filedruk, wat ook economische schade veroorzaakt, want dat kost ook welvaart en jobs, dat men probeert de kwaliteit van het samenleven vanuit een ecologische benadering te verhogen en te verbeteren, dat is ook verantwoordelijk en dat moet ook gebeuren. In Antwerpen is dat gebeurd door de creatie van een lage-emissiezone (LEZ). Andere steden doen dat dus ook. Daar kan ik niks tegen hebben. Dat men zegt dat men het gebruik van een wagen gaat belasten en niet het bezit, dat staat zelfs in ons partijprogramma. Dat kan ik alleen maar beamen. Maar als men een dergelijke maatregel neemt, eenzijdig, zonder akkoord, dan trekken wij inderdaad de rode kaart. Dat moet dus duidelijk zijn.

Brusselaars compenseren en Vlamingen en Walen taxeren, dat gaat dus niet. Het is hier trouwens ook niet Brussel tegen de Vlamingen. Het is hier Brussel tegen de rest van het land. Ook dat moet dus duidelijk zijn.

Samengevat: geen tolheffing, geen kilometerheffing voordat er alternatieven zijn. (Applaus bij de meerderheid en bij het Vlaams Belang)

De heer Bex heeft het woord.

Collega's, files kosten gezinnen in dit land 1000 euro per jaar. Vanochtend is nog een rapport bekendgemaakt waaruit blijkt dat de Brusselaar per individu 1400 euro per jaar verliest door luchtverontreiniging. Voor Antwerpenaren en Gentenaren is dat nog veel meer. Ik dacht dat we hier vandaag in het Vlaams Parlement niet zouden discuteren over een nota die in voorbereiding is bij de Brusselse administratie. Ik dacht dat we in Vlaanderen zouden discuteren over wat we daaraan kunnen doen.

We hebben daar al over gediscussieerd. Er is in de vorige legislatuur al een studie besteld, die maar liefst 1,7 miljoen euro heeft gekost en waaruit bleek dat als we die belastingverschuiving van bezit naar gebruik en vervuiling zouden doorvoeren, de Vlaamse welvaart met 1 miljard euro per jaar kan verhogen. Iedereen was het daarover eens. Bart De Wever zei dat dat onvermijdelijk was. Minister Weyts heeft gezegd dat we die slimme kilometerheffing gewoon moesten doen, tot het Vlaams Belang begon met Facebookcampagnes over de ‘Ben-belasting’. Ineens werd de staart ingetrokken en ging al het werk van de deskundigen in de vuilnisbak. Men kiest ervoor om te blijven aanmodderen en zegt dat er geen draagvlak is en dat er eerst alternatieven moeten komen. (Opmerkingen)

Het woord is aan collega Bex. (Opmerkingen)

De economische en gezondheidscrisis die vandaag aan de gang is, zou die studie weer actueel moeten maken, ministers. Vlamingen hebben recht op gezonde lucht, en jullie laten hen in de steek. De collega's halen hier liever uit naar Brussel, dat de gewestelijke autonomie – dat mogen we toch nog even zeggen – gebruikt om te doen wat moet met die Brusselse slimme kilometerheffing.

Ik heb twee vragen voor de ministers die hier aanwezig zijn. Bestudeert de Vlaamse Regering ook de voordelen die zo'n slimme kilometerheffing in Brussel zou kunnen hebben voor Vlaanderen? Volgens ons zijn die niet te versmaden. En wanneer denkt de Vlaamse Regering eindelijk klaar te zijn met voldoende alternatieven? Want het verhaal van de heer Keulen dat er niet genoeg alternatieven zijn, dat kan hij hier al 25 jaar in het parlement verkondigen en dat kan hij de volgende 25 jaar nog doen. Mevrouw Peeters, wanneer zullen die alternatieven er zijn? In 2025, in 2030, in 2040? U mag er gerust 10 jaar naast zitten, maar graag een datum.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Collega’s, ik hoor hier zeggen: het staat vast. Voor zover ik weet, is er in Brussel nog niets beslist en is het enige wat vandaag vaststaat, ons verkeer. Vlamingen staan elke dag in de file, al jaren. Dat kost ons miljarden. En dat weten we ook al jaren.

We weten ook al jaren waar de meeste Vlamingen vaststaan, namelijk van en naar Brussel. File, elke dag opnieuw, het schaadt onze gezondheid, het zorgt voor frustraties en het kost bakken vol geld. En dat is het echte probleem, collega's, dat aan de basis van dit debat ligt en waar we het vandaag over moeten hebben. Dat is een gigantische uitdaging. Mensen verwachten terecht dat een overheid zorgt voor antwoorden en oplossingen. Het is de opdracht van alle overheden in dit land om de files terug te dringen.

Dat betekent investeren in de alternatieven: in de trein, in de tram, in de bus, in de fiets. Dat is, wat ons betreft, de manier om files aan te pakken. De Federale Regering gaat 1 miljard euro investeren in het spoor. De Brusselse Regering investeert al jaren massaal in haar openbaar vervoer en in MIVB. Wij moeten vandaag de vraag stellen wat deze Vlaamse Regering gaat doen om ervoor te zorgen dat er alternatieven voor de wagen zijn. Hoe gaat dit parlement ervoor zorgen dat de files naar Brussel minder lang worden? Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de Vlaming niet meer gedwongen wordt om met de auto naar het werk in Brussel te rijden? Dat is het debat dat wij vandaag moeten voeren. Want, collega’s, ik denk eerlijk gezegd dat iedereen in Vlaanderen en in Brussel het eens is over het feit dat een belastingverhoging voor wie werkt in Brussel het laatste is wat we nodig hebben, en dat dit dus niet wenselijk is. Maar ik hoop ook dat iedereen het erover eens is dat grote problemen in dit land, zoals files, enkel door samenwerking, overleg en wederzijds respect kunnen opgelost worden. Dus, minister, verwachten wij van u concrete voorstellen over hoe deze Vlaamse Regering de fileproblematiek in Vlaanderen en Brussel zal aanpakken.

De heer D’Haese heeft het woord.

Beste mensen van Open Vld, sp.a en Groen, ik kan niet volgen. We zitten in de grootste gezondheidscrisis sinds Wereldoorlog II. Mensen verliezen hun job en hun inkomen, en er komt een economische crisis op ons af. Wat beslist jullie regering in Brussel? Om werkende mensen extra taksen op te leggen. Dan wordt hier gedaan of dat een rondje Vlamingen pesten is, Brussel tegen de rest van het land. Maar aan welke kant van de taalgrens ik ook ga kijken, niemand gaat er hiermee op vooruit. Vlamingen, Brusselaars, Walen. Mensen zoals Caroline uit Kortenberg, die lesgeeft in Laken... (Gelach)

Ge kunt daarmee lachen, maar het bestaat. Zij geeft les in Laken, dat is voor haar een kwartiertje met de auto, maar een uur en veertig minuten met het openbaar vervoer. Binnenkort mag zij daarvoor om en bij de 1000 euro per jaar neertellen. Of Mourad uit Anderlecht, die de vroege en de late dienst doet op Zaventem, en die voor zijn autootje tien keer meer zal betalen dan hij nu betaalt aan verkeersbelasting.

Vlamingen, Brusselaars, Walen: dit treft de mensen aan beide kanten van de taalgrens, midden in een zware crisis. Ik begrijp dat niet. Maatregelen voor luchtkwaliteit zijn belangrijk. Ik ben een grote pleitbezorger van beter openbaar vervoer. Maar dit soort maatregelen zijn elitair, asociaal en contraproductief.

Maar wat ik ook niet snap, is de gespeelde verontwaardiging hier vandaag van CD&V, N-VA en het Vlaams Belang. Komaan, hadden jullie dat echt niet zien aankomen? Eerst staan jullie overal op de barricade om bevoegdheden op te splitsen in alsmaar kleinere stukskes, en dan verbazen jullie zich erover dat die vier verschillende ministers van Mobiliteit verschillende dingen doen. Allez kom, dat hadden jullie toch moeten zien aankomen! Dat gaan jullie mij toch niet vertellen? En wat is jullie oplossing, telkens opnieuw? Meer splitsen, meer splitsen, meer splitsen! Ik zal jullie zeggen waar al dat splitsen gaat eindigen: ‘péage’ aan de taalgrens als ge binnenkort naar de Ardennen wilt. Daar gaat dat eindigen!

Stop toch met die opsplitsingen. U hebt hier een heel duidelijk teken dat we moeten gaan naar meer eenheid, meer openbaar vervoer in de plaats van wat nu bezig is.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, collega’s, voor jullie tussenkomsten. We hebben allemaal vorige vrijdag het artikel in De Tijd gelezen. Eigenlijk was dit niets nieuws. Het stond in het regeerakkoord van de Brusselse Regering. Zij willen een kilometerheffing invoeren. Het is ook al een paar keer ter sprake gekomen in de commissie. Formeel is mij alleszins bevestigd dat er op dit ogenblik nog altijd geen beslissing is genomen door de Brusselse Regering, dat alles nog in een conceptfase, een studiefase zit.

Collega’s, we kennen allemaal de mobiliteitsproblemen en de luchtkwaliteitsproblemen rondom Brussel en in de Rand.

Brussel is echter geen eiland. Heel wat Vlaamse pendelaars gaan dagelijks naar onze hoofdstad. Niet minder dan 250.000 Vlamingen werken in Brussel. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering moet daar uiteraard rekening mee houden. Ik kan hier formeel zeggen dat het niet kan dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest eenzijdig een platte belasting invoert. Die kilometerheffing treft de Vlaming rechtstreeks in zijn portemonnee en discrimineert de Vlaming. De Vlaming kan daar niet aan ontsnappen omdat hij niet voldoende alternatieven heeft om de auto te laten staan. Veel mensen wonen niet in de nabijheid van een station in Gent, Hasselt of Mechelen. Er zijn mensen die niet pal in het centrum van Brussel, maar in, bijvoorbeeld, Anderlecht, wonen. Er zijn mensen, vaak alleenstaanden, die tijdig bij de kinderopvang moeten zijn. Daar moet allemaal rekening mee worden gehouden. Er moeten alternatieven zijn.

Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest investeert in alternatieven, maar dat doen wij ook. Ik krijg dan specifiek de vraag voor welke alternatieven wij zorgen. We hebben al meermaals gedachtewisselingen gehouden over al onze investeringen in de Vlaamse Rand, waar we een modal shift van 50/50 willen behalen.

Ik bevestig hier opnieuw dat we niet minder dan 800 miljoen euro investeren in randparkings, park-and-ride parkings en fietsinfrastructuur. We investeren, kortom, in alles wat in het decreet betreffende de basisbereikbaarheid staat. We doen dat allemaal.

Ik heb specifiek de vraag gekregen wat we zullen doen naar aanleiding van het krantenartikel in De Tijd en van de geruchten dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een beslissing zou hebben genomen. Ik kan heel formeel stellen dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering me heeft laten weten op dit ogenblik nog geen beslissing te hebben genomen. Op 2 oktober 2020 heeft Brussels minister Gatz in de plenaire vergadering van het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement verklaard dat hij een pleitbezorger van overleg is. Ik heb dat ook in het Vlaams regeerakkoord gelezen. Naar aanleiding van de vraag om uitleg van mevrouw Brouwers hebben we in onze commissie een debat gevoerd en heb ik Brussels minister Van den Brandt op 13 oktober 2020 een schrijven gestuurd met de vraag me de studies en dergelijke te bezorgen en het overleg formeel te starten. Ik blijf geloven in overleg en in samenwerking. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voorzitter, ik heb begrepen dat ondertussen eigenlijk slechts twee partijen dit eventueel nog verdedigen, namelijk Groen en sp.a. Ze hebben het over een kilometerheffing en een vergroening, maar dat is natuurlijk een mistgordijn. Ze gedragen zich als elfjes, dartelend door een mistgordijn.

Mijnheer Bex, daar gaat het niet om. Ik vind het als politicus niet kunnen dat u dit een belastingverschuiving noemt. Het is de bedoeling van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om de belasting op de inverkeerstelling en de jaarlijkse verkeersbelasting voor Brusselaars tot nul te brengen. In ruil zou dan die tol worden gevraagd. Weet u hoeveel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest nu aan verkeersbelasting en belasting op de inverkeerstelling int? Dat is 200 miljoen euro. De tol zou 500 miljoen euro moeten opbrengen. Dat is geen belastingverschuiving. Dat is een heel dure belastingverhoging die maal 2,5 gaat.

Het is uitdrukkelijk de intentie dit naar de andere deelstaten door te schuiven, niet enkel naar Vlaanderen, maar ook naar Wallonië. De Waalse Regering heeft er zelfs mee gedreigd de Waalse instellingen uit Brussel weg te halen. Dat waren letterlijk de woorden van een Waals minister. U mag dit geen belastingverschuiving noemen. Dit gaat niet om een kilometerheffing. Dit gaat ronduit om een belastingverhoging.

Mijnheer D’Haese, u hebt verklaard dat wij ervoor hebben gepleit dat alle deelstaten hun ding mogen doen. Dat is echter een verhaal van rechten en plichten. Misschien moeten we dan ook de transfers eens onder de loep nemen. Het kan niet zijn dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van de andere deelstaten die bedragen ontvangt en dan eenzijdig belastingen oplegt waaraan de inwoners van die andere deelstaten onderhevig zijn. Mensen die voor federale loyaliteit pleiten, zouden ze in dit geval beter eens in de praktijk brengen. Uw redenering gaat helemaal niet op. (Applaus bij de N-VA, het Vlaams Belang en CD&V)

Mijnheer Bex, Groen en sp.a hebben ook over de voordelen voor Vlaanderen gesproken. Ook wat de vergroening betreft, trek ik dat in twijfel. Als het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest beslist om de belasting op de inverkeerstelling en de jaarlijkse verkeersbelasting tot nul te brengen en als ik, als Vlaming, een vuile auto wil kopen, zal het niet zo moeilijk zijn die auto in Brussel in te schrijven. Als ik er alleen in Vlaanderen mee rijd, betaal ik 0 euro, heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen inkomsten en kan ik goedkoop met een vuile auto in Vlaanderen rijden. Welke milieuwinst zit daarin? Wie heeft er dan gewonnen. Het milieu zou hier zelfs nog aan verliezen.

Dan puur om op de vraag te antwoorden: over leasingwagens moet een akkoord worden gesloten. Ik weet niet waar de vraag werd gesteld, maar voor leasingwagens betekent dat dat we daar een akkoord over moeten hebben. En eigenlijk zijn daar maar twee opties: ofwel gaat men die verkeersbelasting betalen, en nog eens de tol erbovenop als men in Brussel rijdt. Voor die werkende mensen waar het meestal over gaat, wordt dat dus een gigantische belastingverhoging, want zij moeten dan de beide doen. Want voor hen zit dat meestal voor een deel in het loon, of als particulier betalen zij die leasing, en dan krijgen ze die tol erbovenop. Ofwel komt er een vrijstelling van tol. Zoals gezegd staat het systeem in Brussel nog niet helemaal op poten. Dat zijn mijn opmerkingen.

De heer Claes heeft het woord.

Dank u wel, minister Peeters. Uw antwoord maakt mij eigenlijk zeer blij. Ik ben blij dat u ook al contact hebt opgenomen met minister Van den Brandt, dit in tegenstelling tot wat u twee weken geleden in de commissie zei. U hebt nu een brief geschreven. Het zou leuk zijn mocht u misschien iets proactiever willen communiceren met haar, maar toch stemt de houding van uw fractie in dit parlement mij zeer tevreden.

U weet ook als minister van Mobiliteit dat we in dit land gemiddeld 3387 euro per jaar aan belasting gerelateerd aan onze wagen betalen. Dat is drie keer zoveel als het gemiddelde in Europa. Mocht die stadstol en kilometerheffing er nog bij komen, zou dat betekenen dat de Vlaming die binnenkort dagelijks naar Brussel moet pendelen, zo’n 1200 euro extra per jaar – 4500 euro in totaal – van zijn loon moet afstaan aan belastingen, om gewoon nog maar van zijn of haar auto gebruik te mogen maken. Gelieve geen al te passieve houding te hebben en op te komen voor onze automobilisten.

Minister Diependaele, ook uw houding stemt mij zeer tevreden. Ik roep u dan ook op om de Brusselaars zeer duidelijk te stellen dat zij, indien zij deze stadstol eenzijdig zouden doorvoeren, kunnen fluiten naar hun jaarlijkse pendel- en mobiliteitsdotatie, en u er desnoods mee zult dreigen om bepaalde Vlaamse instellingen uit Brussel weg te halen als ze die middeleeuwse tolheffing doordrijven. Want u weet het maar al te goed: de enige taal die men in Brussel begrijpt is die van de centen en die van de macht. Handel daar dan ook naar, minister. En geef gestalte aan uw oude partijslogan: denken, durven maar vooral doen.

Collega’s, ik zei daarnet al dat ik zeer blij ben met de houding van de Open Vld-fractie. Dat betekent dat wij hier, wanneer over die ordonnantie wordt gestemd in Brussel, effectief een belangenconflict kunnen indienen. We hebben daar normaal gezien een drievierde meerderheid voor nodig in dit parlement. Als ik goed kan tellen, hebben we met de meerderheid plus onze fractie en zelfs de PVDA-fractie erbij, wel degelijk die drievierde meerderheid.

We zullen straks ook een motie indienen waarin wij oproepen om dat belangenconflict in te dienen zodra die beslissing is genomen. Ik ben zeer blij dat jullie die allemaal mee zullen steunen. Ik dank u. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Ik dank de regering voor haar glashelder standpunt over de Brusselse tolheffing. Ik zou in het debat ook de volgende tweedeling nog eens willen duidelijk maken. Wat Brussel voorstelt is én een tol én rekeningrijden.

De heer Bex wenst u te onderbreken.

Ik vind het eigenlijk ongelooflijk wat u zegt, collega Van Rompuy. U zegt: “Wat Brussel voorstelt.” Er is een nota van de Brusselse administratie die in de pers is terechtgekomen maar waar nog een hele discussie over moet worden gevoerd binnen de regering. De Brusselse Regering heeft intussen ook al gezegd dat ze dat niet en stoemelings invoert. Ze gaat daarover eerst in overleg met de regio’s in dit land. En dat is logisch, want in een federaal land moet je samenwerken. En uiteraard moeten op dat moment discussiepunten aangepakt worden, waarbij mensen bijvoorbeeld gebruik zouden maken van de mazen van het net om aan het systeem te ontsnappen. En er moet ook gekeken worden naar eventuele sociale bijsturingen en zo verder.

Maar dat debat moet worden gevoerd, in eerste instantie tussen de regeringen. U gaat nu mee in het spelletje van het Vlaams Belang en eventueel van de N-VA om Brussel al te gaan veroordelen voor er zelfs maar een tekst op tafel ligt. Ik vind dat zeer bedenkelijk.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Bedankt, minister Diependaele, om het standpunt van de regering glashelder samen te vatten. Maar er is wat mij betreft toch een misverstand in wat u daarnet hebt gezegd. Want laat mij heel duidelijk zijn: zonder sociale alternatieven voor de auto kan die stadstol er ook wat ons betreft niet komen. Maar we zijn hier vandaag in het ijle aan het discussiëren, collega’s. Er is helemaal nog geen beslissing genomen. (Gelach van Klaas Slootmans)

Maar wat wel zeker is, en daar kunnen zoveel Vlamingen en Brusselaars mee van getuigen, is dat mensen vast staan in de file. Ik denk dat Vlaanderen daar dringend de hand in eigen boezem moet durven steken. Die files leiden tot heel grote frustratie bij Brusselaars en bij Vlamingen en die kosten onze economie miljarden. Ik vind dat Vlaanderen de voorbije jaren niets heeft gedaan om dat probleem op te lossen, of ik hoor graag het tegendeel van u, mijnheer Van Rompuy. Probeer tegenwoordig eens met de bus van Dilbeek naar Brussel te geraken: dat is een complete ramp. Brussel investeert miljarden in het openbaar vervoer om de mobiliteit vlot te trekken. Ik vind dat Vlaanderen daar vandaag zijn verantwoordelijkheid niet neemt.

Mijn heel concrete vraag aan u, mijnheer Van Rompuy, is of u bij de Vlaamse Regering zult bepleiten om eindelijk de investeringen te doen die nodig zijn om van Brussel een bereikbare stad te maken, ook voor Vlamingen, of zult u de minister blijven steunen in haar besparingsplannen voor De Lijn?

De heer Claes heeft het woord.

Mijnheer Bex, u moet serieus blijven. U zegt dat we daar niets over mogen zeggen, want er is nog niets over beslist. (Opmerkingen)

De heer Claes heeft het woord.

Maar het staat wel in het Brussels regeerakkoord. Zoals u zelf zegt, is er een dure studie besteld, en wij zouden er nu niet over mogen praten. Mooi is dat. Eerst voeren ze in Brussel een lage-emissiezone in waardoor de mensen een nieuwe wagen moeten kopen, en nu willen ze een stadstol invoeren waardoor de mensen met hun nieuwe wagen nog eens extra moeten betalen om in de stad rond te rijden. Niet met ons, makker! (Opmerkingen)

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik ben het er uiteraard volledig mee eens dat er meer investeringen nodig zijn in openbaar vervoer in Vlaanderen. Daar vechten we al lang, schouder aan schouder, voor. Maar van alle maatregelen die men kan nemen voor een betere mobiliteit en een betere luchtkwaliteit, is dit de slechtst mogelijk denkbare.

Mag ik even onderbreken?

Dat mag u.

De heer Van Rompuy was begonnen aan zijn betoog en had welgeteld één zin uitgesproken. Ofwel repliceert u op wat de heer Van Rompuy heeft gezegd, en dat hebben de meesten wel gedaan. Ofwel behoudt u uw bezorgdheden voor uw eigen tussenkomst.

Ik weet dat ik nog vijf minuten heb.

De heer Bex is een aantal keren kort aangesproken.

De heer Bex heeft het woord.

Voorzitter, de heer Claes heeft mij ‘makker’ genoemd, maar ik kies mijn makkers zelf, en hij hoort er niet bij, denk ik.

We zitten hier met een probleem. De Vlaamse Regering zegt dat er geen slimme kilometerheffing komt, de Brusselse Regering zegt dat die er wel komt. Om een volwassen federalisme en samenwerking mogelijk te maken, moet je daar allebei over willen praten. Stel u eens voor, minister Diependaele, dat de situatie omgekeerd zou zijn en dat Vlaanderen wel een kilometerheffing zou willen en Brussel niet. Dan zou u toch ook willen dat Brussel aan tafel komt en bekijkt onder welke modaliteiten kan worden samengewerkt om toch iets op poten te zetten dat werkt.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Ik heb maar één zin mogen zeggen.

Maar u hebt nog vier en een halve minuut.

Ik stel vast dat hoe meer er in dit parlement over wordt gezegd, hoe meer de enige twee partijen die er nog voor zijn, afstand nemen van dat voorstel. (Applaus bij CD&V, de N-VA en het Vlaams Belang)

Dus, gaat u door, gaat u door.

Ik ga gewoon door, want ik stel vast dat het werkt.

Beste vrienden, er zijn twee luiken: de tolheffing en het rekeningrijden. Iedereen die het dossier goed kent, kent de complexiteit van dat rekeningrijden. Dat betekent dat als je wilt weten waar en wanneer welke wagen aan het rijden is, er in alle wagens, niet alleen in Brussel maar ook in Vlaanderen en eigenlijk in heel Europa, een bakje moet worden geïnstalleerd. Ik wil u dat nog zien doen. Ik zie het luik rekeningrijden op de lange baan verdwijnen.

De enige manier om daar snel een oplossing voor te vinden, is beslissen dat wie geen bakje heeft, tol moet betalen. De ‘plat de résistance’ van dit plan is dus helemaal geen rekeningrijden en al helemaal niet slim, het is gewoon een tolheffing. En ik hoor dat hier bijzonder veel partijen tegen de tolheffing zijn, en hoe langer het debat duurt, hoe meer ik vaststel dat de weinigen die ervoor zijn, beginnen in te zien dat het toch een heel platte manier is om dit probleem zogezegd te kunnen aanpakken .

Mijnheer D’Haese, het mobiliteitsbeleid is gesplitst omdat we weten dat het op federaal niveau niet werkte. Het was de wafelijzerpolitiek, en nu komt u doodleuk zeggen dat we dat allemaal terug naar het federale niveau moeten brengen. Neen, toen werd er pas veel geld verspild op het vlak van investeringen in mobiliteit. Dus, alstublieft, ken uw geschiedenis een beetje. (Applaus bij CD&V, de N-VA en het Vlaams Belang)

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Van Rompuy, als ik me niet vergis, zat uw partij in de regering die het geld verspilde, en de mijne niet. (Opmerkingen)

Neen, wacht, ik heb het woord. De regels zijn hier duidelijk. Als we de regels volgen, dan moet u ze ook volgen. Als u me wilt onderbreken, dan moet u uw verzoek richten aan de voorzitter. (Opmerkingen van Peter Van Rompuy)

Als u nu zegt dat het sinds de splitsing van het mobiliteitsbeleid allemaal veel beter is geworden, dan mag u eens op een bus of een tram stappen. Stap eens op een bus of een tram, en zeg dan nog eens dat het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse overheid zo piekfijn in orde is!

Als collega D’Haese daarover begint, dan zal ik met hem eens een bus pakken in Cuba, en eens zien hoe het daar werkt! (Applaus bij CD&V, N-VA en Vlaams Belang. Rumoer)

Gaan jullie dan samen? (Opmerkingen)

Ga samen naar Cuba en praat het daar uit.

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, ik wou dezelfde suggestie als u doen, namelijk dat de twee collega’s samen naar Cuba zouden gaan en daar gaan kijken hoe het is, en dat men ondertussen de rest van dit parlement probeert te overtuigen om te discussiëren over de belangen en de noden van Vlamingen, in veel gevallen in de Brusselse Rand, maar ook ver daarbuiten, die zich elke dag naar Brussel begeven en er elke dag problemen mee ondervinden, of ze dat nu doen met de trein, met een auto, met een bus of godbetert zelfs met de fiets, want ook de fietssnelwegen zijn nog niet per se allemaal geweldig in orde. In plaats van een vrij virtueel debat te voeren van de stoere Vlamingen tegen de stoute Brusselaars, want dat komt sommigen natuurlijk goed uit – en ik versta de verlokking, want ik doe daar in mijn eigen partij dapper aan mee, versta mij niet verkeerd –, zou ik toch willen oproepen om in dezen ernstig te blijven en al uw Cubaanse hyperbolen achterwege te laten, collega Van Rompuy. Ik wil oproepen om eens nuchter te bekijken hoe lastig het inderdaad is, zelfs nog maar voor iemand die in Vlaams-Brabant woont en niet vlak bij een van de grote spoorassen woont, om met het openbaar vervoer of met de auto in het centrum van Brussel te geraken, laat staan buiten dat centrum, maar in het Brusselse Gewest.

Laten we daar nu dus eens een grondig debat over voeren, reëel, in plaats van over een voorlopig fictieve, hypothetische, mogelijk in te voeren stadstol. Laat me duidelijk zijn, mijn mening daarover is dezelfde als die van mijn fractieleider, maar laten we eens praten over concrete maatregelen in plaats van over iets virtueels te discussiëren. Ik heb immers nog van geen enkele van de grote tegenstanders van zo’n stadstol een echt redelijk, goed onderbouwd en gefinancierd – want sinds de splitsing is dit wel degelijk de verantwoordelijkheid van de Vlaamse Regering –, helder en geloofwaardig investeringsverhaal gehoord om die verplaatsingen wél mogelijk te maken. Dáár zou dit debat over moeten gaan, in plaats van over Cuba. (Applaus bij sp.a)

Mijnheer Tobback, nu hebt u natuurlijk wel minister Diependaele bijzonder sterk uit zijn tent gelokt. Niet om samen naar Cuba te gaan, maar wel om een antwoord te geven.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Tobback, u vraag natuurlijk naar alternatieven voor die mobiliteit. Ik ben daar niet voor bevoegd, dus daar spreek ik mij niet over uit, maar wat ik u wel wil meegeven, is dat de deelstaten al ettelijke jaren bevoegd zijn voor verkeersfiscaliteit, en dat wij de enigen zijn die dat al in orde hebben gebracht en ook een vergroening hebben gedaan wat dat betreft. Dat was in 2013, als ik me niet vergis, met meerderheid en oppositie samen, ook met Groen. Of dat was sp.a, excuseer. Met Bart Martens hebben we er toen samen aan gewerkt om dat erdoor te krijgen. Daar is over samengewerkt over de fractiegrenzen heen. Wallonië en Brussel hebben dat nog niet gedaan. Dat is natuurlijk wel een systeem. Als je iets wilt doen aan die uitstootnormen, kun je bijvoorbeeld proberen om je wagenpark te vergroenen. Wij hebben dat gedaan, met resultaat. We zien bijvoorbeeld dat het fijn stof van diesels afneemt in Vlaanderen. Waarom? Omdat er minder diesels worden verkocht. Wij hebben daar maatregelen voor genomen. Van Brussel en Wallonië heb ik die nog niet gezien.

Minister, ik ben blij dat u er tenminste op wijst dat wij inderdaad allemaal samen op een of andere manier hebben meegewerkt aan die vergroening van de verkeersfiscaliteit. Ik kan die alleen maar toejuichen. Ik kan u alleen maar het volgende zeggen: of er nu duizend groene auto’s of duizend vuile auto’s in het midden van de Wetstraat staan, die verplaatsingen zullen niet sneller gaan. Laten we ons dus ook maar zeer goed bewust zijn van de verdiensten, maar evengoed de beperkingen van een beleid dat zich beperkt tot het vergroenen van de verkeersfiscaliteit. Daarmee kom je geen stap dichter, of ben je niet sneller, indien je de bus moet nemen van bijvoorbeeld Kortenberg naar Brussel. Dat helpt je natuurlijk geen jota verder. Het is dus niet een beetje of-of, en het is ook geen wedstrijd van wie de meest groene verkeersfiscaliteit heeft. Het zou een discussie en een wedstrijd moeten zijn van wie het meest bijdraagt aan het verminderen van de verkeersproblemen voor iedereen die in Brussel gaat werken, waaronder honderdduizenden Vlamingen. Tot nog toe slaagt niemand van ons allemaal daarin, want die files worden alleen maar lastiger en worden alleen maar langer. Laten we daar dus eens over discussiëren in plaats van te bekijken welk gewest het snelst, het eerst welke maatregelen heeft genomen.

Welke maatregelen werken? Welke maatregelen helpen burgers in dit land die gaan werken, die naar school gaan, die wat dan ook gaan doen in of buiten die stad, om zich daar vlot, comfortabel en milieuvriendelijk naar te verplaatsen? Dat zou de koers moeten zijn die we rijden, in de plaats van de koers die jullie nu allemaal proberen te rijden, namelijk: nja, nja, nja, ik ben rapper geweest dan die. Op deze manier slaat dit debat nergens op.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Tobback, ik heb het over leefbaarheid, ik heb het over propere lucht. Die verdienen ze in Brussel ook. Door de vergroening van de verkeersfiscaliteit kun je daartoe een bijdrage leveren. Daar heb ik het over.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Opnieuw, collega Tobback, als ik u goed beluister, dan zegt u eigenlijk dat u tegen de tolheffing bent. U hebt gezegd: hypothetisch, misschien, eventueel, en binnen mijn partij kent men mijn mening. Hoe langer dit debat duurt, hoe interessanter ik het vind. Ik stel vast dat sp.a ook tegen die tolheffing is en dat vind ik interessant.

Mijnheer Tobback, mijn vraag aan u is heel simpel: bent u voor of tegen de plannen die vanuit Brussel in de media zijn gekomen? Dat is waarover dit debat ook gaat.

Een heel simpel antwoord volstaat volgens mij: ja of nee?

De heer Tobback heeft het woord.

Neen, ik zal een tegenvraag stellen, mevrouw de onderzoeksrechter. (Gelach)

Collega Van Rompuy, bent u, en bij uitbreiding, zijn alle meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement bereid om samen met ons een beleid te voeren en te investeren in een beleid dat maakt dat niemand nog gaat vragen naar zo'n stadstol? Daar zou ik heel enthousiast over zijn.

Voor de rest is er niks nieuws in wat u nu vaststelt. Ik ben onder dezelfde voorwaarden tegen zo'n stadstol als ik hier in Vlaanderen de voorbije jaren, trouwens met de hele sp.a-fractie, tegen een kilometerheffing was zolang er geen alternatieven zijn voor wie we uit de auto proberen te jagen.

Dat, mijnheer Van Rompuy, is nu uw verantwoordelijkheid. Ondanks uw spelletjes – want dit is een spelletje dat u aan het spelen bent – schiet u daar schromelijk in tekort, als ik kijk naar de resultaten van deze en ook van de vorige regering waarin u met uw partij een grote verantwoordelijkheid, en een groot gebrek aan verantwoordelijkheid hebt gedragen.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Collega Tobback, u neemt een loopje met de waarheid. Ik zit hier ondertussen ook al twee legislaturen, eerst nog onder minister Crevits en nadien onder minister Weyts. Ook de huidige minister Peeters zet dit beleid voort. Het is een beleid om net in de Rand rond Brussel een en ander te doen. Minister Peeters zal straks kunnen zeggen hoeveel het allemaal is, ik heb hier niet zomaar alle cijfers.

Het Brabants tramnet in de Rand naar Brussel, vanuit Brussel naar de luchthaven, de fietssnelwegen, daar is men mee bezig. Waar knelt het schoentje? Dat is waar we de aansluiting moeten maken met Brussel, bijvoorbeeld voor de trams. Dat is al jaren een discussiepunt.

Ik stel hier al jaren verschillende vragen over. Ik heb zelfs aan de vorige minister-president Bourgeois hierover een vraag gesteld. Hoe zit het met het memorandum of understanding dat klaarlag op het bureau van Brussels minister-president Vervoort? Hij heeft dat mooi in zijn schuif laten liggen, er is niks van gekomen.

Wat ik een paar weken geleden en ook vorig jaar al naar aanleiding van andere vragen over dit thema van minister Peeters heb gehoord, is dat zij met Brussels minister Van den Brandt daadwerkelijk tot gesprekken is overgegaan om daar ten minste mee te beginnen. Hoe kunnen we meer en beter openbaar vervoer in de Rand rond Brussel krijgen als het op die aansluitingen telkens misloopt?

Laten we daar dus eerst werk van maken, zodat er alternatieven zijn, en dan kunnen ze nog bekijken wat Brussel moet doen. Ze hebben hun autonomie, maar hou het alstublieft voor een gewone mens die nu geen alternatief heeft, betaalbaar.

De heer Bex heeft het woord.

Mevrouw Brouwers, eerst en vooral ben ik tevreden dat u erop wijst dat er goed wordt samengewerkt tussen de ministers van Mobiliteit van Brussel en Vlaanderen om dat memorandum of understanding te maken en om die verbindingen effectief te creëren. Ik wil de vraag die ik aan minister Peeters heb gesteld, ook aan u stellen. U zit hier tien jaar. Minister Peeters heeft gezegd dat er eerst alternatieven moeten zijn voor de Vlamingen om naar Brussel te gaan voor we kunnen overwegen om zo'n slimme kilometerheffing door te voeren. Ondertussen stijgen de files. De wagens worden misschien wat groener, maar we blijven in de file staan, en dat kost de Vlaming ook onwaarschijnlijk veel geld en tijd, tijd die hij of zij beter zou kunnen besteden.

Mijn vraag is dus: wanneer zullen we daarmee klaar zijn? Zal dat in 2025 zijn? Zal dat in 2030 zijn of in 2040? Kan iemand daar hier een antwoord op geven?

Die vraag hebt u daarnet ook al gesteld.

Maar ik heb nog altijd geen antwoord gekregen.

Neen, maar minister Peeters heeft haar hand opgestoken.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Heel kort. Ik vind het ook wel straf om hier te komen doen alsof het probleem alleen bij de aansluitingen zou liggen. Probeer maar eens een bus te nemen vanuit de Rand. Dat is gewoon een probleem. Die bus rijdt gewoonweg niet regelmatig genoeg. Mensen gaan hun auto alleen maar aan de kant laten staan als ze een volwaardig alternatief hebben. Er is vandaag een probleem met De Lijn, niet alleen in de Rand, ook in rest van Vlaanderen.

Ik herhaal dus mijn vraag: gaat u mee pleiten voor extra investeringen in De Lijn? Want anders raakt het probleem van de files rond Brussel niet opgelost.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik wil toch even tussenkomen na al die vragen. Ik denk eerst en vooral dat het heel duidelijk is dat mobiliteit helemaal niet aan de grenzen stopt, ook niet aan de gewestgrenzen. Dat is toch wel het eerste waarvan we ons heel duidelijk bewust moeten zijn.

Als het gaat over die punten waarvoor we moeten samenwerken, dan kan ik u formeel bevestigen – mevrouw Brouwers heeft ernaar verwezen – dat er overleg is over de samenwerkingsovereenkomsten over tal van de mobiliteitsproblemen. We overleggen daarvoor met de Brusselse Regering, meer specifiek met collega Elke Van den Brandt. Het memorandum of understanding is nog niet gefinaliseerd. Ik had ook gewild dat het sneller was gegaan, maar er zijn nog een aantal pijnpunten, zoals het verhaal van de kilometerheffing.

Men vraagt altijd naar die alternatieven. Een exacte datum, mijnheer Bex, waarop die alternatieven er allemaal zullen zijn, kan ik u vandaag niet geven. Ik kan u wel zeggen dat wij deze legislatuur niet minder dan 800 miljoen euro zullen investeren. Ik wil u het lijstje zeker niet onthouden. We gaan 800 miljoen investeren in tal van alternatieven. Waarom? Een kilometerheffing of een heffing waarbij men een belasting invoert op het gebruik in plaats van op het bezit, zou sturend kunnen werken, maar alleen als men de mensen voldoende keuzevrijheid geeft, als men ze voldoende alternatieven geeft.

Ik ben dat verhaaltje hier beu gehoord: ‘Brussel investeert enorm in zijn openbaar vervoer en Vlaanderen doet dat totaal niet’. U weet dat de laatste maanden de bezettingen op het openbaar vervoer amper 50 procent bedragen, dus daar staat of valt het niet mee. Er is aan veel meer nood dan alleen maar aan openbaar vervoer, dat blijf ik herhalen. Ik heb het daarnet al gezegd: wat heeft die pendelaar die in Anderlecht moet werken aan een goed openbaar vervoer in het centrum van Brussel? Rien. Helemaal niets. En hij of zij zal straks ook een heffing betalen als dit verhaal dat nu op tafel ligt en dat nu eenzijdig gebracht is, zou doorgaan. Dan zal diezelfde pendelaar ook moeten betalen, en daar passen wij voor, voor alle duidelijkheid.

Opnieuw: het stopt niet aan de grens. We moeten ten volle inzetten op die alternatieven. Ik ben er heilig van overtuigd dat we met de uitrol van ons decreet Basisbereikbaarheid, gepland in januari 2022, al heel wat extra troeven in handen hebben om mensen te kunnen sturen, om mensen uit de auto te halen en mensen erop attent te maken dat ze zich op een veel betere en duurzame manier kunnen verplaatsen.

Wat zijn die alternatieven, specifiek hier in de Vlaamse Rand, waarover we overleg voeren? U weet dat de Werkvennootschap bezig is met heel wat werken aan de ring. Er wordt 100 kilometer aan fietspaden aangelegd: 70 kilometer aan fietspaden en fietssnelwegen en daarbovenop nog 30 kilometer in het kader van het Brabantnet. Dat is in totaal 100 kilometer aan extra fietsinfrastructuur in de Vlaamse Rand, waarvoor we natuurlijk moeten afspreken met onze Brusselse collega’s, want een fietspad dat in het niets stopt, daar hebben we geheel niets aan. Daar zijn planprocessen en dergelijke voor nodig. Maar we zijn daar volop mee bezig en die zullen deze legislatuur gefinaliseerd worden.

Daarbovenop is er het Brabantnet. Het werd hier misschien al in de marge aangehaald, maar er komen drie extra tramverbindingen. We hebben de Ringtrambus, 60 miljoen euro. We hebben de Luchthaventram, 150 miljoen euro. En we hebben de sneltram van Willebroek naar Zaventem, een project van 400 miljoen euro. Kortom: heel wat extra middelen – ruim 600 miljoen euro – waar we volop op inzetten. En ja, mijnheer Bex, die trams rijden nog niet. Maar u weet ook dat die planprocessen wat tijd in beslag nemen. Opnieuw: we trekken daar ten volle aan om die projecten er allemaal door te duwen.

Wat doen we dan nog? En ook dat is hier al aan bod gekomen in het kader van basisbereikbaarheid, ons hele verhaal rond hoppen. We willen heel wat extra MoBIB-punten, heel wat extra Hoppinpunten, waar mensen heel snel kunnen schakelen van het ene vervoersmiddel naar het andere, uitrollen. Deze legislatuur willen we er niet minder dan duizend uitrollen. Specifiek zal De Werkvennootschap er vijftien realiseren in de onmiddellijke rand, op de werken die zij onder haar bevoegdheid heeft. Daarnaast zullen ook het Agentschap Wegen en Verkeer en/of de Vlaamse Waterweg tal van mobiele punten samen met de lokale besturen realiseren. Voor De Werkvennootschap gaat het om een bedrag van 18,5 miljoen euro. 

Wat hebben we nog? Het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) werkt samen met de NMBS – en ik wil dat woordje ‘samenwerken’ bij dezen opnieuw benadrukken, de samenwerking met de federale en ook de Brusselse overheid – om niet minder dan 22 P+R-parkings (park-and-ride) uit te rollen, ook tijdens deze legislatuur. Het gaat om een bedrag van 7,3 miljoen euro. 22 P+R-parkings, waar mensen die zijn aangewezen op een wagen of een deelwagen, die op een parking kunnen achterlaten, om dan het verdere traject op een meer duurzame manier  af te leggen.

Kortom, er zijn heel wat alternatieven gepland voor deze legislatuur. Is het verhaal daarmee helemaal af? Nee, ook in Brussel zullen nog heel wat investeringen moeten worden uitgevoerd vooraleer het hele verhaal af is. Dat blijf ik hier benadrukken. Daarom zeg ik opnieuw: bij elk overleg valt misschien wel het woordje ‘kilometerheffing’, maar ik moet natuurlijk toch eerst die studie, die uitrol van dat dossier kennen. En nu kennen we die zogezegd allemaal, omdat De Tijd via via, door een lek bij de Brusselse Regering, een studie heeft kunnen inkijken. Maar is de knoop daar al doorgehakt? Heeft men politieke beslissingen genomen? Neen, zo zegt men mij toch alleszins. De Brusselse Regering bevestigt mij continu dat er nog geen beslissing werd genomen. Ze zitten in de conceptuele fase, in de studiefase. En zij zullen met ons overleggen.

Opnieuw: ik zal al het mogelijke doen om de standpunten van de Vlaamse pendelaar daar ten volle te verdedigen. Het mag geen platte belastingverhoging zijn, het moet sturend zijn, als men al een dergelijke kilometerheffing wil invoeren. En – dat heb ik daarnet misschien te weinig benadrukt – als we niet tot een consensus komen, en als toch één persoon of één welbepaalde regering zonder meer de beslissing zou willen nemen om dit door te voeren, dan zullen wij ook alle juridische middelen uitputten om dat tegen te werken. Dat wil ik bij dezen benadrukken: de Vlaamse pendelaar mag niet worden gediscrimineerd. Opnieuw: alle voorrang aan samenwerking en aan overleg. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, het belangrijkste is dat u pleit voor die samenwerking en dat we daar vooruit moeten geraken.

Maar ik wil u toch even van uw roze wolk halen. Ik snap dat u de miljoenen oplijst. Maar mijn bron – en dat is wat ik aan collega Brouwers wil zeggen en zij zal vermoedelijk wel weten wat ik nu wil zeggen – is De Lijn zelf. Begin dit jaar hebben we de heer Marc Descheemaecker, voorzitter van De Lijn, op bezoek gehad in de commissie. En wat hij daar voorstelde, is voor mij de politieke keuze. Zijn analyse was heel duidelijk. En voor alle duidelijkheid: de heer Descheemaecker is geen lid van mijn partij. Hij maakte de analyse dat sinds 2009 Brussel het dubbele in zijn openbaar vervoer investeert dan Vlaanderen. Hij deed dat op basis van cijfers. Het dubbele. Hij zei: ‘Goed, we hebben nu stappen vooruitgezet, maar het is een inhaalbeweging.’ Hij gaf in zijn slides de volgende cijfers – luister goed: Vlaanderen – en daarom minister, hoop ik dat u die Vlaming inderdaad verdedigt – investeerde in 2018 34 euro per inwoner voor zijn openbaar vervoer. Brussel, collega’s, 224 euro per inwoner. 224 euro, collega’s. En dus collega’s, als er hier door mijn fractie terecht wordt gevraagd wanneer u die alternatieven zult uitwerken en of die voldoende  zullen zijn om die files aan te pakken, dan is dat een keiharde analyse van de voorzitter van de raad van bestuur van De Lijn, die zegt: ‘We hebben nu een inhaalbeweging gedaan, maar we zijn er nog niet. Brussel heeft de vlucht vooruit genomen.’

En elkeen – en ik ben ook een zeer bewuste Vlaming – die dat openbaar vervoer in het centrum van Brussel gebruikt, zowel de metro als de bus, komt meestal stipt aan. Ze zijn wel degelijk heel helder in hun communicatie naar de reiziger, iets wat van De Lijn niet gezegd kan worden. Dus, collega's, op het moment dat Brussel terecht zegt dat luchtvervuiling een probleem is, dat verkeer een probleem is en men kijkt naar wat er internationaal gebeurt – we zitten hier toch niet onder een kerktoren? – in grote steden om het leefbaar te houden, dan is een regeerakkoord zoals in Brussel duidelijk.

Trouwens, mijnheer Van Rompuy, ook uw partij was hier lange tijd voorstander van. De heer Dirk de Kort – waar is hij? – heeft hier nog gepleit voor een slimme kilometerheffing. Het was uw partij in de vorige regering die zei dat er een studie zou komen. Die studie is gebeurd. 1,7 miljoen euro, mijnheer de minister. Die is door Ben Weyts, onder druk van het Vlaams Belang, poef, van tafel geschoven. Ik heb hem hier daarover nog ondervraagd. Toen zei hij dat een kilometerheffing onvermijdelijk was. Hij zei dat we daar onvermijdelijk in zouden terechtkomen.

Dus, collega's, in plaats van hier het spelletje ‘circus en roulette’ te spelen: laat ons inderdaad, zoals de heer Tobback zegt, discussiëren over welke investeringen er nodig zijn om eindelijk een performant openbaar vervoer te krijgen, ook in Vlaanderen.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, welke valse vergelijking is het om het bedrag per Vlaming of per Brusselaar dat men investeert in openbaar vervoer, naast elkaar te leggen. U komt toch niet pleiten voor een metro tot in ‘bachten de kupe’ of zo? (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Een stedelijk net lijkt me toch een heel groot verschil te zijn … (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, ik spreek voor mezelf. Ik heb niemand anders nodig om na te praten.

Een stedelijk net qua openbaar vervoer is toch een heel andere zaak dan het platteland en de rest van Vlaanderen. We hebben ook bepaalde stedelijke netten. Als u daar gaat kijken welke investeringen er gedaan worden, dan zult u ook aan andere bedragen komen. Dit is gewoon een valse manier om dingen voor te stellen. (Opmerkingen van Björn Rzoska en Jeremie Vaneeckhout)

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Geef dat maar door aan de heer Descheemaecker. Wat heb ik daarmee te maken? Ik spreek hier uit eigen naam. U zou dat beter ook doen. (Opmerkingen van Björn Rzoska en Jeremie Vaneeckhout)

Minister Lydia Peeters

Ik heb het debat gevolgd... (Rumoer)

Collega’s!

Minister Lydia Peeters

Dank u, voorzitter.

Ik heb destijds het debat gevolgd waar de heer Descheemaecker dat inderdaad heeft gezegd. Toen was onmiddellijk ook de reactie, mijnheer Rzoska, dat dit echt niet opgaat, dat er een heel groot verschil is tussen openbaar vervoer organiseren in een stedelijke kern in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en openbaar vervoer organiseren van aan de kust tot aan de Maas, kortom over heel Vlaanderen, met stedelijke kernen, maar ook met heel veel landelijke gebieden en heel veel uithoeken. Dat is een fundamenteel verschil. Ik had niet van u verwacht dat u dat hier zou brengen om te polariseren en om te zeggen dat Brussel de vlucht vooruit heeft genomen en Vlaanderen stilstaat.

Ik vind het heel spijtig dat we hier over een platte belastingverhoging moeten spreken, terwijl iedereen heel veel andere zorgen aan zijn hoofd heeft door de hele covidpandemie. Het stoort mij enorm dat men hier zegt dat Brussel de vlucht vooruit heeft genomen. Wij hebben driehonderd extra bussen ingezet in het kader van de pandemie om ervoor te zorgen dat veel meer mensen het openbaar vervoer kunnen gebruiken. Dat heb ik niet gehoord van mijn collega's in de twee andere gewesten.

U wilt klaarblijkelijk iets niet inzien. Ik heb daarnet al gezegd dat de uitrol van de basisbereikbaarheid betekent dat we gaan naar een vraaggestuurd aanbod, weg van de basismobiliteit, weg van een halte om de 500 of 750 meter in de hoop dat er ooit een keer een persoon aan die halte staat en mogelijk die bus neemt. Neen, we gaan naar een vraaggestuurd model. Daar waar de vraag groot is, wordt er ten volle op ingezet. Waar de vraag klein is, wordt er afgebouwd en wordt ervoor gezorgd dat er andere middelen zijn in het kader van vervoer op maat.

Ik zie dat er onmiddellijk heel wat vingertjes omhooggaan. Opnieuw, dit is een model – dat bekoort mij nog het meest – dat van onderuit is gegroeid en waarin alle lokale besturen hun zeg hebben gehad, waar de lokale besturen mee de openbaarvervoersplannen tekenen en waar straks, tegen het eind van het jaar, overal hopelijk goedgekeurde openbaarvervoersplannen op tafel liggen, om te zorgen voor een beter en performanter openbaar vervoer. Het moet beter en performanter. Op dat vlak hebt u zeker een bondgenoot in mij. Ik hecht alle belang aan de nieuwe openbaarvervoersplannen die eraan komen.

De heer Slootmans heeft het woord.

Minister, ik heb goed naar u geluisterd, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat  Open Vld, maar ook u, zich er als een paling in een emmer snot probeert uit te praten. Wat is nu eigenlijk het nationaal Open Vld-standpunt? Ik las vorige week op Twitter dat Guy Vanhengel – toch ondervoorzitter van het parlement en lid van uw partij –, als ik goed ben ingelicht, zegt dat het een zegen is voor Vlaanderen. Minister Gatz keurde het goed in het Brussels regeerakkoord. Hij zegt dat men niet mag dralen en treuzelen. Men moet niet wachten op Vlaanderen en doorzetten. U zegt dat we eerst moeten wachten op de alternatieven: 800 miljoen euro investeringen, tram- en buslijnen. U zegt ook dat de Vlamingen erdoor worden gediscrimineerd. Net hoor ik van meneer Keulen dat het een rode kaart is. In de commissie noemde hij het zelfs een middeleeuws instrument. Het is op den duur ‘Wie van de Drie’. Wil de echte Open Vld opstaan? Ik verneem het graag.

De heer Keulen heeft het woord.

Goede collega, zoals de kaarten nu liggen en als dat eenzijdig wordt doorgevoerd zonder praten en zonder akkoorden, dan is het voor Open Vld heel duidelijk dat het kindje dood is. Dan gaat het niet door. Ik kan toch niet nog helderder zijn dan met dit beeld. De rode kaart is een ander beeld wat men daarbij mag gebruiken. Dit soort dingen praat men met elkaar door, zeker in een federale entiteit, in een federaal land. Daar moet men met elkaar rond de tafel zitten en praten en onderhandelen en akkoorden sluiten. Tussen haakjes, Elio Di Rupo en Willy Borsus van de Waalse Regering denken er precies hetzelfde over en zijn niet aan het supporteren. Het moet worden doorgesproken.

Als mensen een verstandige keuze kunnen maken door hun wagen te laten staan en er mogelijk ook nog geld aan te verdienen, dan wil Jan Modaal in Vlaanderen en in Wallonië dat ook doen, maar dan moet men dat alternatief ook bieden. Om een beeld te gebruiken: de Tube in London begint buiten het tolgebied. In Brussel ligt de toegang tot de metro binnen de tolzone, binnen het gebied waarbinnen de kilometerheffing geldt. Op die manier is er ook geen ontsnappen aan.

Het is ook vanuit Brussel een budgettaire operatie: 200 miljoen euro om de eigen bewoners te compenseren en men schrijft meer dan 400 miljoen euro aan ontvangsten in. Wat dat betreft: alles is legitiem, alles is oorbaar, maar ze zullen met ons rekening moeten houden. Er zal moeten worden gesproken, worden onderhandeld en akkoorden worden gesloten. Het mag geen platte belastingverhoging zijn op de kap van de Vlaming, de Vlaamse pendelaar en bij uitbreiding van alle pendelaars die dagelijks hun brood komen verdienen in hun en onze hoofdstad. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, collega's, laten we eerlijk zijn: niemand staat voor zijn plezier in de file. Mensen staan in de file omdat ze geen keuze hebben, omdat er geen betrouwbaar kwaliteitsvol alternatief is. Vandaag staan duizenden mensen voor dag en dauw op en trotseren de files om in Brussel op hun werk te geraken. Als men vandaag tegen die mensen gaat zeggen, zonder boe of bah, zonder dat er iets ten gronde verandert, zonder dat men als overheid oplossingen creëert, dat ze in de toekomst vroeg mogen blijven opstaan en nog wat meer betalen, dan voelen die mensen zich – logisch – bedrogen.

Mensen verwachten van een overheid ook dat er oplossingen komen voor die problemen. Het is de taak van iedere overheid om daar werk van te maken. Een goed mobiliteitsbeleid, collega's, bestaat erin dat een overheid investeert, dat ze zorgt voor alternatieven voor de wagen. Als die alternatieven er niet zijn, heeft dat inderdaad sociale gevolgen, en dat kan niet de bedoeling zijn en is onaanvaardbaar.

U moet vandaag eens vanuit het platteland komen. Minister, u doet er meewarig over, maar ik kom uit een landelijke gemeente in Limburg. Er zijn heel veel mensen op het platteland die iedere dag vroeg opstaan om naar Brussel te komen om te werken. Het is onmogelijk om dat te doen met het openbaar vervoer. Men moet wachten op de bus, als die al komt, om naar het station te gaan, en wachten op een trein, die al dan niet komt.

Collega's, dat is niet de schuld van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daar heeft het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest niets mee te maken. Dat is de schuld van de vorige Vlaamse Regering, waarin een N-VA-minister minister van Mobiliteit, was en die er niet voor heeft gekozen om op een andere manier werk te maken van onze mobiliteit, die er niet voor heeft gekozen om te investeren in het openbaar vervoer, maar die er bewust voor heeft gekozen om De Lijn kapot te besparen, die er vandaag voor heeft gezorgd dat het openbaar vervoer iets is waar men niet op kan vertrouwen, en die ervoor heeft gezorgd dat de files alleen maar langer zijn geworden en dat de bussen met plakband aan elkaar hangen. Dat, collega’s van de N-VA, is jullie verantwoordelijkheid, is jullie keuze, niet de onze. (Applaus bij sp.a)

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega, dat is een beetje gemakkelijk. U lijkt de schijn te wekken dat u begrip hebt dat we mensen niet zomaar een belasting gaan vragen zonder een alternatief, en als wij aangeven dat we willen meewerken aan het uitbouwen van het alternatief, in overleg met elkaar, gelijke verdeling van lasten en lusten, dan brandt u dat hier af alsof wij de komende jaren rond mobiliteit niets doen. De minister heeft hier nog maar net gezegd welke bijkomende inspanningen er geleverd worden, dat wij bereid zijn om met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest te praten om te kijken wat er moet gebeuren. Dan is die tussenkomst totaal geen bijdrage aan het debat en is dat helemaal geen tussenkomst die indiceert dat u mee wilt gaan in een dynamiek van samenwerking en oplossingen zoeken. Alleszins, dat is voor uw rekening. Of wij nu federaal, Vlaams of Brussels zitten, ons standpunt zal er een zijn, en is er altijd een geweest, dat we samenwerken in een federaal land om oplossingen te vinden die goed zijn voor alle Belgen, alle Vlamingen en alle Brusselaars.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik begin het een beetje moeilijk te zien wat de standpunten van de verschillende partijen in dit debat nu zijn.

Mijnheer Keulen, u zegt dat eenzijdig overleg zonder praten niet kan. Praten jullie af en toe dan ook in jullie partij, of zo? (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Jullie zijn niet de regering, maar jullie zijn wel één partij en de mensen van jullie partij zitten in die regering. Ik vind dat toch wel een heel speciaal gegeven. In mijn partij babbelen wij zelfs over de taalgrens heen, maar blijkbaar gebeurt dat bij jullie niet. (Rumoer)

De heer D’Haese heeft het woord.

Mevrouw Robeyns, u zegt dat zo’n tol niet kan als er geen alternatieven zijn. Ik denk dat we het er allebei over eens zijn dat die er vandaag niet zijn, ik begrijp dan dat jullie ook niet voor de uitvoering van zo’n tol zijn. Maar ik ben het wel helemaal eens met uw punt rond de besparing bij De Lijn de afgelopen jaren. De heer Rzoska heeft een aantal cijfers vernoemd uit die hoorzitting met de heer Descheemaecker. Voor mij was het interessante cijfer daar een ander. Geen vergelijking met Brussel of zo, want dat zijn altijd moeilijke vergelijkingen om te maken. Neen, gewoon een vergelijking over de afgelopen tien jaar bij De Lijn. De Lijn heeft vandaag een budget van 848 miljoen euro exploitatie – ik spreek niet over investeringen, ik spreek over exploitatie. Zonder de besparingen van de afgelopen tien jaar, voornamelijk onder een N-VA-minister, zat daar 229 miljoen euro extra bij; dat is een vijfde, bijna een kwart, middelen die jullie hebben afgenomen van ons openbaar vervoer. Ja, daar voel je de impact van, iedere dag als je een bus neemt, iedere dag als je een tram neemt. Dat heeft een impact gehad op ons openbaar vervoer, mijnheer Schiltz, als je een kwart van de middelen wegneemt. Dat neemt niet weg dat de investeringen die u nu doet in extra trams en zo, goed zijn, dat investeringen in schone bussen goed zijn, maar als je geen personeel hebt om met die bussen te rijden, dan geraak je niet verder.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, natuurlijk is de situatie in Vlaanderen en Brussel anders, ik ben de laatste om dat te ontkennen. Maar wat mij fundamenteel stoort, is dat u niet wilt erkennen dat er wel fundamenteel andere keuzes gemaakt worden in Vlaanderen en in Brussel. Brussel gaat de komende tien jaar 5,2 miljard euro investeren in zijn openbaar vervoer, zowel in infrastructuur als werkingsmiddelen. Ik wil trouwens gerust een deel daarvan gebruiken om de metro door te trekken naar Zaventem, maar er zijn een aantal burgemeesters in de Rand die daar volgens mij iets minder enthousiast over zijn.

Ik ga niet ontkennen, minister, dat er qua infrastructuur projecten op stapel staan, maar onze vraag is al heel lang: waar zijn de werkingsmiddelen die daarbij horen? Zonder die werkingsmiddelen denkt u toch niet dat u De Lijn performant gaat maken – zoals u dat nu noemt. Voor mij is de conclusie heel duidelijk: wat dat betreft mist Vlaanderen de boot, of zal ik zeggen, de bus. (Applaus bij sp.a)

De heer Schiltz heeft het woord.

Het is een beetje gemakkelijk om een besparing en efficiëntie-oefening in de exploitatiemiddelen bij De Lijn nu te zien als het ultieme bewijs, de ‘smoking gun’, dat Vlaanderen het vertikt om te investeren in een modern openbaarvervoersysteem. Maar dat is knettergek. Als ik de communisten mag bezig horen: gooi er wat geld tegenaan, nog wat zakken geld tegenaan, en de bussen rijden vanzelf binnenkort. Dat is natuurlijk je reinste quatsch. U moet ook wel het investeringsbudget ernaast zetten, u moet ook de maatregelen van de afgelopen jaren erbij zetten. Dan herhaal ik, en onderschrijf en versterk ik het standpunt van de minister dat er bijkomend geïnvesteerd wordt in openbaar vervoer. Of u dat nu graag hoort of niet, maar gewoon geld zonder afstemming op de plannen in Brussel en Vlaanderen: dan mag u er nog miljarden tegenaan gooien, dan gaat het nog altijd niet werken. Eerst overleg, een gezamenlijk plan uitwerken, en dan kunnen we bekijken en hier discussiëren welke middelen er nodig zijn om die plannen te doen werken.

De heer Van Miert heeft het woord.

Ik geef graag het woord aan mijn collega uit Opwijk.

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

De heer Van Miert is zo’n gentleman om de vrouwen eerst aan het woord te laten. Ik zal de volle vijf minuten niet benutten. We zullen die lieflijk delen onder collega’s.

Het ging hier daarnet vooral over het pendelverkeer naar Brussel. Ikzelf ben inwoner van de Vlaamse Rand. Voor ons, voor alle Vlamingen, is Brussel onze hoofdstad. Voor de inwoners van de Vlaamse Rand is Brussel ook onze centrumstad. Het is niet alleen de stad waar veel mensen uit de Rand naartoe gaan om te werken, maar ook om te ontspannen, om te winkelen, om naar school te gaan. Er is veel moois om van te genieten in onze hoofdstad. Er is veel waar we graag voor naar Brussel gaan.

We gaan er ook voor dienstverlening. Veel mensen uit de Rand zijn aangewezen op Brussel voor een ziekenhuis. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis ligt voor velen in Brussel. Ze zouden binnenkort allemaal tol moeten betalen om van zo’n noodzakelijke dienstverlening te kunnen genieten.

Erger nog – weet u, collega’s – is dat wij door de gebrekkige splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde nog steeds aangewezen zijn op de rechtbank in Brussel. Als die tol er komt, zullen onze slachtoffers en daders om zich te verplaatsen naar hun proces en om aanwezig te kunnen zijn, binnenkort tol moeten betalen. Ik vind dat echt niet meer normaal.

Het is daarnet gezegd: een alternatief is het openbaar vervoer. Daar is kamerbreed consensus over: die alternatieven zijn er nog onvoldoende. We wachten bijvoorbeeld al jaren op het Gewestelijk Expresnet (GEN). Het ging hier daarnet vooral over De Lijn, maar het GEN moest klaar zijn in 2012! In de vorige legislatuur heeft Groen om een audit of doorlichting gevraagd aan het Rekenhof van het GEN. Wat bleek? Het was niet ondergefinancierd, de overheid was alle financieringsverplichtingen nagekomen. Het geld was gewoon slecht besteed, met alle gevolgen van dien. Het GEN is nog steeds niet klaar. Wanneer zal het ooit klaar zijn? Wanneer zal die dienstverlening om de vijftien minuten er zijn?

Ook Voka klaagde dit vorige week in de pers aan toen de plannen van de Brusselse Regering bekend werden: maak alstublieft eerst werk van dat GEN. Vandaag lezen we op BRUZZ dat de Brusselse minister van Mobiliteit vandaag aankondigt in de commissie dat metrolijn 3 al minstens zes maanden vertraging zal oplopen. Collega’s, uit Brussel, jullie toeteren hier over Vlaanderen dat meer moet investeren, maar maak eerst uw huiswerk in Brussel.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

We gaan ons hier niet zomaar de les laten spellen. U zegt dat het GEN eerst in orde moet worden gebracht, maar bij mijn weten hebben jullie het meeste van de vorige legislatuur mee in die Federale Regering gezeten en is daar niets bewogen. Ik kan alleen maar met heel veel plezier aankondigen dat deze Federale Regering 1 miljard euro gaat investeren in de NMBS, en dat is hoog tijd!

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Collega Goeman, dat klopt niet. De vorige Federale Regering heeft 1 miljard euro extra bijgemaakt in dat GEN omdat het potje op was. Er was geld te weinig. Het klopt niet wat u zegt, dat daar niets aan gebeurd is.

Wat zal er gebeuren? Vlamingen zullen Brussel links laten liggen. Vlaams-Brabanders en mensen uit de Rand zullen zich verplaatsen naar een andere centrumstad. Wat zal het lot zijn van de Brusselse ministers? Het zal hun vergaan zoals Zacheüs de tollenaar. Die was misschien wel rijk, maar alle andere zaken die niet voor geld te koop waren, had hij dan wel niet meer.

De heer Bex heeft het woord.

Collega De Coninck, de Rand is mij even dierbaar als Brussel zelf. Ik ben blij van u te horen dat het omgekeerde ook het geval is.

Ik verwijs naar een zinsnede uit het regeerakkoord, waarin gesteld wordt dat we naar het noorden kijken en ons meten met Scandinavië. De hoofdsteden daar, zowel Helsinki, Oslo als Stockholm, hebben een vorm van slimme kilometerheffing. Er is ook een Rand en een stad. Dat werkt, de mobiliteit gaat er vlotter en mensen die toch nog de auto gebruiken, zijn tevreden. Ze betalen iets, maar geraken op kortere tijd op hun bestemming. Wie de alternatieven gebruikt, is ook tevreden.

En dat is volgens mij waar we naartoe moeten. Want we zijn hier een debat aan het voeren in slogantaal, en dat is beneden alle peil voor dit parlement. En dan heb ik het voor alle duidelijkheid niet over u in persoon, mevrouw De Coninck. Als de regeringen op deze manier overleggen over hoe de mobiliteit in dit land moet verbeteren, dan zal er tien jaar niets gebeuren, want zo gaat het er niet van komen.

Daarom doe ik een oproep. Laat ons vooral kijken naar hoe we kunnen samenwerken. Want als je wilt dat mensen uit de Rand vlot naar Brussel komen, als je wilt dat Brussel aantrekkelijker is voor zijn bewoners zelf, die nu vergaan van de luchtverontreiniging en van de verkeersdrukte, dan zullen we moeten samenwerken. En dat, minister Diependaele en minister Peeters, is mijn pleidooi.

De heer Slootmans heeft het woord.

We kennen die sprookjesverhalen uit het buitenland: Stockholm, Malmö, Londen. Maar wat u er niet bij vertelt, is dat het bijvoorbeeld in Londen, waar inderdaad een stadstol geldt, vooral de gegoede klasse is, de rijken, de bobo’s, die Londen nog binnenkomen. Dat zegt niet het Vlaams Belang, dat zeggen sociologen. Als dat de samenleving is waar u naartoe wilt, waarbij alleen de Dansaertvlamingen Brussel nog binnen mogen, maar Jos en Mariette buiten worden gesloten, dan mag u het hebben. Dat is niet de samenleving waar ik voor kies.

Collega Bex, ik mis toch heel wat realiteitszin in uw betoog. Niet alleen zal de stadstol nefaste gevolgen hebben voor de pendelaars, maar ook voor onze hoofdstad, voor de Brusselaars. En dat laatste wilt u maar niet erkennen. Ik vind dat bijzonder jammer en onbegrijpelijk, want u bent net als ik een Brusselaar. We mogen niet vergeten dat Brussel een plaats van ontmoeting is. De talloze pendelaars dragen bij aan het economische weefsel van onze hoofdstad. Ze vormen mee de maïzena in de Brusselse saus. Ze zijn van economische meerwaarde en creëren welvaart voor Brussel.

De Brusselse Regering zal ze nu wegpesten en zal de Brusselse bedrijven een duwtje in de rug geven om uit onze hoofdstad weg te trekken. Dat zet niet alleen inkomsten, maar ook veel potentiële jobs op de helling. Mijnheer Bex, de Brusselse economie moet weer bloeien, niet bloeden.

De heer Bex heeft het woord.

Van collega Slootmans had ik niet anders verwacht. Als Jos en Mariette horen wat collega Slootmans allemaal aan onzin verkoopt over Brussel, is het maar normaal dat ze niet naar Brussel komen, of het nu met het openbaar vervoer of met de auto is.

Collega Tavernier, ik moet zeggen dat ik ontgoocheld ben in uw tussenkomst. Ik pleit voor nuance en voor overleg. Ik pleit niet voor dingen die ervoor zorgen dat pendelaars niet meer naar Brussel komen. En ik dacht dat wij daarvoor in de N-VA een partner hadden. Want toen Theo Francken zei dat de fietspaden in de Wetstraat onzin waren en dat je in plaats van rechtdoor te kunnen fietsen …

Jongens, kunnen we het alstublieft houden bij het onderwerp van het debat? (Opmerkingen)

U mag zeggen over de uitspraken van Theo Francken wat u wilt, en hij heeft die inderdaad effectief ook gedaan, maar we hebben het hier over de eventuele stadstol. Kunnen we het daarop houden, alstublieft?

Voorzitter, dan zou ik u wel aanraden om voortaan iets sneller die bemerking te maken, want het is al heel ver uitgewaaierd.

Dat zal ik onmiddellijk doen.

Ik zal mijn zin nog afmaken. Theo Francken stelde voor om de fietsers in Brussel twee kilometer te laten rijden in plaats van één kilometer, zodat de pendelaars op de Wetstraat konden blijven rijden met de auto. Dat gaan we dus niet doen, mevrouw Tavernier. Wij dachten in Brussel dat we daarvoor in de N-VA een partner hadden. (Applaus bij Groen)

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Brussel wil die stadstol invoeren en heeft ze al een naam gegeven, SmartMove. Ik denk dat die ‘smart move’ weinig te maken heeft met een shift in mobiliteit. Ik zou het veeleer zien als een letterlijke vertaling: mij lijkt het een ‘slimme zet’ van Brussel om hun begrotingscijfers op de smukken op de kap van een ander, eigenlijk op de kap van die hardwerkende Vlaming of Waal. En zo is het natuurlijk gemakkelijk om zichzelf rijk te rekenen. Een half miljard euro inkomsten worden begroot, volgens de media.

Er is zoiets dat zegt: ‘no taxation without representation’. Het is eigenlijk een truc uit de oude doos, een verwerpelijke truc. Je int geen belastinginkomsten buiten je eigen electoraat, want degene die de belasting moet betalen, kan niet stemmen voor degene die de belasting invoert.

Minister, ik reken op u om met een zeer ‘smart move’ die plannen van tafel te vegen.

De heer Van Miert heeft het woord.

Ik zal maar op één punt terugkomen. De vorige minister van Mobiliteit, Ben Weyts, is er heel zwaar op aangevallen. Mevrouw Robeyns, ik kan u vertellen dat er een kleine stad is in de Kempen waar men met elektrische bussen gaat rijden. Ik zal zeggen hoe dat komt. Omdat een privépartner als pachter met ons in het verhaal stapt, en niet het gesyndicaliseerde nest dat De Lijn is.

Collega Van Miert, ik ontken niet dat het ene onderwerp met het andere te maken heeft, maar het gaat nu over de eventuele stadstol. En of er in Oud-Turnhout een elektrische bus rijdt, interesseert mij totaal niet.

Het gaat mij over de aanval van mevrouw Robeyns op minister Weyts. Daar gaat het over.

U mag verder gaan met uw betoog. Dat was het?

De heer Keulen heeft het woord.

Goede collega’s, het weze duidelijk, we moeten bewijzen dat we een samenwerkingsfederalisme in de praktijk kunnen brengen en geen vechtfederalisme. De mensen hebben absoluut een broertje dood aan het verhaal van politici die vechten en zij die de factuur dan moeten betalen als belastingbetaler, als inwoner van. Dat is alleen maar goed voor de antipolitiek. We moeten dus samenzitten, onderhandelen en akkoorden sluiten.

En ja, goede collega’s aan mijn rechterzijde, collega’s dus die de linkerzijde van het spectrum in de politiek vertegenwoordigen, dat betekent inderdaad dat we de randparkings moeten bekijken, het aanbod van openbaar vervoer, de deelmobiliteit, en eventueel ook de financiële en fiscale prikkels. Ik blijf erbij dat mensen hun rekening maken. Op het ogenblik dat mensen zien dat ze mogelijk zelfs geld kunnen verdienen door hun voertuig te laten staan, maken ze die stap en krijg je spontaan, als er een alternatief aanbod is, de modal shift die we allemaal nastreven en betrachten. Ik heb in mijn vorige tussenkomst ook het beeld gebruikt van de Tube, de Londense metro. Die begint eigenlijk buiten het taxatiegebied. Neem dat ook mee in Brussel. Je kunt daar nu niet aan ontsnappen want de zone is afgebakend. De toegang tot de metro bevindt zich al in de bewuste zone waar je moet betalen. Dus ook wat dat betreft: geef de mensen nooit de indruk dat ze er nooit en te nimmer aan kunnen ontsnappen.

Er is het verhaal van samenzitten, onderhandelen en anders juridische bazooka’s op je weg tegenkomen. Ook als Brusselse Regering. Minister Lydia Peeters heeft daarnaar verwezen. Dat is gewoon de realiteit. Alarmbellen, belangen- en andere conflicten. Er is zelfs de mogelijkheid voor individuele burgers om naar het Grondwettelijk Hof te stappen. Daar is, wat dat betreft, al voorgaande jurisprudentie. Als een overheid, als een regering maatregelen treft waarvan de factuur vooral terechtkomt op de schouders van de inwoners van een andere deelstaat, staat dat gelijk met het schenden van het gelijkheidsbeginsel. Ook daar, Brusselse Regering, bezint voordat gij begint, want dan komt gij inderdaad op een weg waarvan het einde compleet zoek is.

Ik wil nog een afrondende gedachte meegeven aan de leden van de regering. Minister, in het kader van een goed mobiliteitsbeleid zijn er al heel wat legitieme en oorbare dingen gezegd. We mogen het telewerken, het digitale werken nooit meer laten verloren gaan. Dat moeten we zeker en vast bijhouden voor onze eigen medewerkers, voor onze eigen Vlaamse administratie.

En dan voor de beide ministers, de deconcentratie. De Nederlandse regering heeft dat jaren geleden al geïntroduceerd: niet alles concentreren in Den Haag of Amsterdam, maar heel wat overheidsdiensten en ministeries laten uitwaaieren over de rest van het land. In dit geval moet dat dan de rest van Vlaanderen zijn, de Vlaamse steden en provinciehoofdplaatsen, noem maar op. Nergens in België is het vastgoed zo duur als in Brussel, onze hoofdstad. Daar komt al dat volk bijeen. De Koning Albert II-laan is wat dat betreft illustratief. Daar zitten al onze administraties allemaal samen. Probeer daar ook eens over na te denken, om op de middellange termijn een aantal van die diensten te laten uitwaaieren in de Vlaamse regio zelf. Het zal u goedkoper uitkomen voor wat betreft de prijs van het vastgoed, en u zult op een heel performante en structurele manier ook iets doen aan de filedruk in Brussel. Dan is iedereen tevreden, dan zijn we allemaal winnaar.

De heer Bex heeft het woord.

We hebben nu twee uur gedebatteerd over een nota die door de Brusselse administratie is geschreven, waar de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zich over moet buigen en waarover vervolgens met de Vlaamse Regering en de Waalse Regering zal worden overlegd. Ik vind dat iets om over na te denken. Eerlijk gezegd vind ik dat bizar.

Mijnheer Bex, de vraag om dit actualiteitsdebat te houden, is door het Vlaams Belang gesteld. Het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement heeft hierover een positieve beslissing genomen. Als het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement beslist in te gaan op de vraag van een fractie om een actualiteitsdebat te houden, dat houdt het Vlaams Parlement dat actualiteitsdebat. Als u dat onzinnig vindt, is dat uw recht op een persoonlijke mening, maar zo is het gegaan. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Mijnheer Vaneeckhout, als voorzitter mag ik zeggen hoe het hier in zijn gang gaat.

Voorzitter, ik neem akte van de beslissing van het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement en ik maak daar mijn bedenkingen bij. Ik hoop dat dit nog mag.

Ten gronde hebben een aantal fracties gesteld dat we wel voor Brussel mogen betalen, maar dat we nu ook moeten betalen om Brussel binnen te mogen, wat niet kan. Ik wil de kanttekening maken dat de Brusselse regio wat de productie van het bbp per inwoner betreft de vierde regio van de EU is. Samen met de regio rond Antwerpen is de regio rond Brussel de welvaartsmotor van België. Het is waar dat pendelaars belastingen betalen waar ze wonen en niet waar ze werken. Er is al verwezen naar het principe ‘no taxation without representation’, maar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vervult een hoofdstedelijke functie en mag in dat verband een beleid voeren.

Minister Diependaele, minister Peeters, als met betrekking tot de slimme kilometerheffing wordt samengewerkt en als de verkeersbelasting van bezit naar gebruik verschuift, moet de Vlaming niet meer betalen. Ik kan u verzekeren dat de uitgestoken hand van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om hierover overleg te plegen, nog steeds aanwezig is en zal blijven.

Laten we even nagaan waar voor Vlaanderen winst mogelijk is. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is eigenlijk een partner voor de uitvoering van het Vlaams regeerakkoord met betrekking tot de modal shift met 40 procent die we willen realiseren. In de Vlaamse Rand is dat 50 procent. Dat is onmiskenbaar zo, niet enkel met betrekking tot dit dossier. Als we in de Vlaamse Rand een modal shift willen realiseren, zal dat moeten gebeuren door ook in Brussel de verkeersdruk sterk te verminderen.

Ik schets u graag wat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest nu doet. Zeker zij die in het centrum of in de centrale lanen komen, is het heel duidelijk dat Brussel verandert. Er wordt hard ingezet op de leefbaarheid, verkeersveiligheid en de kwalitatieve openbare ruimte. Dat is nodig, want daar wonen 1,2 miljoen mensen op een oppervlakte die maar zo groot is als een paar grote, uit de kluiten gewassen Vlaamse gemeenten. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest investeert heel fors in weginfrastructuur, bijvoorbeeld met de renovatie van de tunnels, en in alternatieven. Het is zeker niet zo dat we de pendelaars willen buitenhouden. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering denkt dat een slimme kilometerheffing het sluitstuk is. Dat is een uitgestoken hand naar de andere gewesten.

Ik merk op dat een vermindering van het autoverkeer met 10 procent de files met 80 procent laat verminderen. Daar zitten voor al die pendelaars, voor wie iedereen hier vandaag opkomt, mezelf inbegrepen, ongelooflijke winstpunten in. Ik heb de vergelijking met Scandinavië al gemaakt. Iemand anders heeft de vergelijking met Londen gemaakt, maar ook in Milaan werken ze op deze manier. Dat is echt nodig indien we in 2020 naar leefbare steden willen gaan.

Minister, u hebt verklaard dat u de files met infrastructuurwerken en een modal shift wilt aanpakken. Mobiliteitsdeskundigen zeggen nu al dat u een of andere gedragssturende heffing nodig hebt, bijvoorbeeld om al de plannen met betrekking tot de Oosterweelverbinding te laten werken. Dat zal nog lang duren en dus kunnen we in dat verband rustig de kop in het zand steken.

Mijnheer Bex, de Oosterweelverbinding heeft niet echt iets met de tolheffing te maken.

Voorzitter, dat ligt tenminste op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. (opmerkingen)

Dus ik herhaal nog eens dat er hier nog niet zo lang geleden een brede consensus was, een consensus tussen mobiliteitsexperten en politici, dat een slimme kilometerheffing een goed idee zou zijn. Die studie heeft 1,7 miljoen euro gekost en eigenlijk doen we daar niets mee, terwijl de welvaartswinst daarvan tot 1 miljard euro zou kunnen bedragen. En dan snap ik echt niet dat deze Vlaamse Regering in tijden van een grote gezondheidscrisis – er is al verwezen naar de problemen rond luchtverontreiniging – en een grote economische crisis, die 1 miljard euro gewoon laat liggen. Ze zegt dat ze dat niet aan de publieke opinie kan verkopen, dus doet ze het niet.

Ik zou ten minste willen oproepen om samen met Brussel te bekijken wat mogelijk is, hoe Vlaanderen en Brussel elkaar kunnen versterken, in plaats van te zeggen dat we absoluut niet willen dat dat er komt, en dat we naar een belangenconflict gaan als Brussel dat wel wil. Werk samen om tot oplossingen te komen.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Bex, ik ben het volledig met u eens dat we moeten samenwerken, dat wil ik eerst even meegeven. Maar ik ben het niet met u eens als u zegt dat Vlaanderen daar 1,7 miljoen euro weggooit, terwijl we op dit ogenblik in een economische en gezondheidscrisis zitten. Ik vind het vooral heel ongepast dat, terwijl we in die pandemie zitten, er hier zo moet worden gepraat over de Vlaamse pendelaar. Ik heb een mail gekregen van iemand die onder andere in de Europawijk in de ziekenhuizen werkt. Die kan zich alleen met de auto verplaatsen, die heeft geen alternatieven, ook niet in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Wat moeten we tegen die man zeggen? ‘Je bent verpleger, blijf toch maar thuis in deze gezondheidscrisis, want er zijn op dit ogenblik geen alternatieven, ook niet in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.’ Dat wil ik toch meegeven. Ik volg u daar niet in.

Wat mij nog het meeste stoort, is dat er rond de kilometerheffing in Vlaanderen in 2017 een studie werd besteld. Daar heeft de geschiedenis toch zeker haar waarheid. Het was in principe de bedoeling om die samen met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest te doen. Brussel heeft afgehaakt, met als gevolg dat die studie pas in 2018 kon starten. Wat is dan nadien het gevolg? Uit die studie bleek dat er qua draagvlak initieel een derde pro was, een derde neutraal en een derde contra. Maar wat is er dan gebeurd? Die studie is gelekt in de pers, en die studie werd op een gegeven moment herleid tot enkel tarieven over wie wat moet betalen, en dus tot niets dan belastingtarieven. Toen is het hele dossier inderdaad verdronken. Ik hoop dat dat hier ook niet het geval gaat zijn. Want we debatteren hier allemaal over iets wat in een conceptuele fase zit, en over studies die we – of alleszins ik – nog niet hebben gezien. Daarom vraag ik de Brusselse Regering opnieuw om daar overleg over te plegen. Want opnieuw een louter eenzijdige invoering van een tol, een heffing of welke naam het kind ook heeft, op de kap van de Vlamingen: dat zullen wij niet tolereren. Als we het al zouden doen, moet er minstens worden gesproken over compensaties.

Maar ik blijf erop hameren dat een heffing pas kan als er een draagvlak is. Dat moet sturend werken, daar blijf ik ook ten zeerste op focussen. Die heffing kan alleen maar als er draagvlak is, en dat draagvlak kan en zal er maar zijn als er voldoende alternatieven zijn. Er is meermaals het voorbeeld gegeven van Stockholm, er is meermaals het voorbeeld gegeven van Londen. Daar heeft men die heffingen ingevoerd terwijl er alternatieven voorhanden waren. Noch in Vlaanderen, noch in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn alle alternatieven momenteel voorradig. Er moet eerst enorm worden geïnvesteerd in tal van duurzame infrastructuurmiddelen.

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Mijnheer Bex, u zei dat Brussel al heel veel investeert en inspanningen doet om tegemoet te komen aan zijn internationale rol. U moet daar wel correct in zijn: Brussel krijgt wel extra middelen op die investeringen te doen. Brussel krijgt Beliris-middelen om zijn grootstedelijke en internationale rol te vervullen en sinds de zesde staatshervorming krijgt Brussel ook nog jaarlijks 150 miljoen euro extra middelen voor mobiliteitsinvesteringen. En dan is er ook nog het Pendelfonds.

Uw betoog voor samenwerking is sympathiek en iedereen is voorstander van samenwerking, denk ik, maar er zijn uiteraard wel grenzen aan solidariteit. U stipte het belang van Brussel aan voor onze economie, maar misschien moet u eens nagaan in al die dure studies wat de impact zal zijn van die stadstol op de Brusselse economie. Collega Tavernier heeft er daarnet ook al voor gewaarschuwd

De heer Bex heeft het woord.

Wat de impact op de economie betreft, zijn de buitenlandse voorbeelden in elk geval positief. Ik heb in de commissie al voorgesteld om eens in het buitenland te gaan kijken.

Mevrouw De Coninck, u doet het weer, zou ik zeggen. U zegt weer dat Brussel dankbaar zou moeten zijn voor al het geld dat het van Vlaanderen krijgt. Ik heb u net proberen uit te leggen dat de grootste bbp-creatie in Brussel gebeurt dankzij de internationale functie van Brussel en dat de mensen die daar hun brood mee verdienen, vaak in Vlaanderen of Wallonië wonen. Dat is een van de redenen waarom die solidariteit nodig is.

Minister, ik kom even terug op het voorbeeld dat u geeft van de verpleger in de Europawijk. Ik ben over het algemeen zeer tevreden over uw constructieve houding. Uiteraard zult u hier niet applaudisseren voor een plan dat u nog niet kent en wacht u dat plan af. Wanneer u echter verwijst naar dat voorbeeld van de verpleger in de Europawijk, doet u hetzelfde als wat sommige andere collega’s doen: u baseert zich op een tekst die nog helemaal niet is afgewerkt of waar zelfs nog geen concrete cijfers van bekend zijn. Ik wil u oproepen om dat niet te doen en de plannen af te wachten en er pas dan over te discussiëren.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Meneer Bex, ik ontken uiteraard niet dat Brussel een belangrijke rol te spelen heeft als welvaartscreatie, maar u moet toch een beetje opletten met wat u zegt. Een groot deel van het Brusselse bbp gaat natuurlijk over bedrijven wier zetel daar gevestigd, is maar die hun productie en meerwaarde in de rest van Vlaanderen creëren. Ik denk dat het een beetje onzinnig is om het debat op die manier te voeren. Het belangrijkste is natuurlijk dat het de verwevenheid van Brussel met rest van Vlaanderen aantoont, en daar moeten we net opletten.

U kunt niet ontkennen dat deze belasting, ook al is het nog geen officieel voorstel en is het nog niet uitgevoerd, zoals die nu is voorbereid, ronduit een pestbelasting is. We gaan het niet hebben over kaakslagen en dergelijke meer, maar over hoe die geconcipieerd is. Deze belasting heeft enkel de bedoeling om in Brussel de lasten te verminderen en die door te schuiven naar de andere deelstaten, zelfs niet alleen naar Vlaanderen. Dat is je reinste voorbeeld van deloyaal gedrag binnen een federale staat wanneer u inderdaad gelooft dat we voor onze welvaartscreatie voor een groot deel met elkaar verbonden zijn. En het spijt me verschrikkelijk, maar de eerste die daar heeft uitgehaald, is Brussel door dit voorstel uit te werken. We zullen zien of het komt, ik heb begrepen dat er hier een redelijk grote eensgezindheid bestaat om dat tegen te gaan. Wanneer je dit leest, kun je toch niet anders dan erkennen dat dit gewoon een belastingverschuiving is, en totaal niet solidair met de rest van de deelstaten in dit land. Ik begrijp in alle eerlijkheid niet dat u dat blijft verdedigen.

De heer Slootmans heeft het woord.

Mijnheer Bex, u zegt dat buitenlandse voorbeelden aantonen dat er positieve effecten zijn aan een stadstol en een kilometerheffing maar u moet vandaag de kranten eens lezen. Interparking kondigt vandaag aan dat er honderd mensen zullen worden ontslagen als gevolg van de stadstol die u hier zit te bejubelen. Dat zal het gevolg zijn voor de economie. De bedrijven zullen nog meer dan ze nu al doen, wegtrekken uit Brussel, en dat zal op uw conto te schrijven zijn.

De heer Bex heeft het woord.

Minister Diependaele, ik denk dat we het eens zijn over de principes, maar ik pleit ervoor om te wachten op de teksten, en u loopt daarop vooruit. Maar goed, dat punt hebben we, denk ik, genoegzaam behandeld.

Collega Slootmans, wat u daar zegt, dat is de typische opmerking die steeds wordt gemaakt wanneer er wordt gekozen voor leefbare steden, voor minder autoverkeer. Dan wordt er altijd scha en schande geroepen: de winkeliers zullen wegtrekken, de economie in de stad zal erop achteruitgaan. Wel, we weten dat dat niet zo is. We weten dat de Vlaamse steden die daarvoor kiezen, bloeiende steden worden. We weten dat in Brussel, waar we de centrale lanen verkeersvrij hebben gemaakt, dat ervoor zorgt dat er meer leven is in die stad en dat de middenstand daar ook wel bij vaart. Uw opmerking, dat is echt de typische opmerking die we altijd horen en waarvan achteraf altijd het ongelijk wordt bewezen.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Ik ben het debat begonnen met te zeggen dat het echte probleem aan de basis van dit debat de files zijn waarmee we al jarenlang worden geconfronteerd, waarvan iedereen weet wat de kostprijs is, waarvan iedereen weet wat de schade is die ze met zich meebrengen voor onze gezondheid. Het terugdringen van die files is de uitdaging waar we vandaag met alle overheden voor staan. Wat ons betreft, is het antwoord investeren in alternatieven, in de trein, in de tram, in de bus, in de fiets.

Minister, ik heb hier veel gehoord, maar daarover heb ik heel weinig gehoord, alleszins toch wat de andere collega’s betreft. Dat vind ik jammer. Het is natuurlijk gemakkelijk om zich hier in dit parlement stoer op de borst te kloppen, maar met dat probleem worden we al jarenlang geconfronteerd, en daar moeten we eindelijk ook eens echt werk van maken. Dat vraagt natuurlijk moed, en visie. Ik heb het daarstraks nog gezegd: een goed mobiliteitsbeleid bestaat erin dat een overheid investeert en zorgt voor alternatieven voor de wagen. Zonder die alternatieven zijn er sowieso asociale gevolgen, en dat is onaanvaardbaar wat ons betreft.

Minister, ik ga het nog eens herhalen: de Brusselse Regering heeft geïnvesteerd in haar openbaar vervoer. Ik weet dat u het niet graag hoort. Het resultaat daarvan is dat er vandaag in Brussel een openbaarvervoermaatschappij is, de MIVB, die wel degelijk positieve resultaten kan voorleggen op het vlak van reizigerstevredenheid, op het vlak van stiptheid, qua aantal reizigers. Minister, u kunt niet ontkennen dat de Vlaamse overheid wat dat betreft nog een gigantische weg af te leggen heeft. Ik hoop dat u, dat deze Vlaamse Regering, eindelijk eens haar verantwoordelijkheid neemt voor een performant, kwaliteitsvol openbaarvervoernetwerk, dat toch een heel essentieel onderdeel is om die files op te lossen, en een tandje bij zet. (Applaus bij sp.a)

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik denk dat voor iedereen duidelijk is dat luchtkwaliteit en mobiliteit heel belangrijk zijn, dat we daarvoor moeten investeren in openbaar vervoer, in propere bussen, meer bussen en zo verder. Zoals ik echter daarjuist al zei, is, van alle maatregelen die je kunt nemen voor luchtkwaliteit of mobiliteit, dit soort taksen het allerergste dat je kunt doen. Ze zitten hier niet, maar ik weet niet of de mensen die dat beslissen in Brussel, of daarover nadenken, doorhebben wat ze aan het doen zijn. Je haalt het draagvlak voor zo’n milieubeleid onderuit met dit soort maatregelen. Je neemt geen mensen mee, je duwt ze weg. Ik denk dat dat een heel groot probleem is van dit soort maatregelen. Iedereen zegt hier dat men dit eigenlijk pas kan doen als de alternatieven er zijn, maar eigenlijk is iedereen het er ook over eens dat de alternatieven er niet zijn. Dan is de conclusie volgens mij redelijk duidelijk.

Ik wil dat concreet maken. Ik weet dat men het niet zo heel graag heeft als men hier met concrete getuigenissen afkomt. Ik heb er drie. Ik heb er daarjuist al eentje gegeven. Een verpleegster van Kapelle-op-den-Bos werkt in UZ Brussel. Met de auto is dat twintig minuten, met het openbaar vervoer meer dan een uur. Een lerares uit Kortenberg geeft les in Laken. Met de auto is dat een kwartier, met het openbaar vervoer een uur en veertig minuten. Iemand die thuisbegeleiding doet bij gezinnen met kinderen met een beperking, woont in Strombeek-Bever. Die moet continu over de gewestgrenzen om gezinnen en vergaderingen en zo verder te bezoeken. Dat openbaar vervoer is daar vandaag geen alternatief voor. Net voor die mensen – verpleegsters, leerkrachten, begeleiders van personen met een handicap – was iedereen een paar maanden geleden nog aan het klappen als de helden van de zorg, maar vandaag plant men blijkbaar om in die mensen hun zakken te zitten, en dat vind ik heel, heel jammer.

De heer Bex heeft het woord.

Collega, ik beloof dat dit mijn laatste tussenkomst is, tenzij ik nog zwaar zou worden geprovoceerd.

Collega D'Haese, u haalt daar een concreet voorbeeld aan van een aantal mensen. Naar die mensen hun situatie moet zeker worden gekeken als je zo'n maatregel zou overwegen. Ik wil u de situatie voorleggen van honderdduizenden Brusselse kinderen die elke dag in slechte lucht leven waarvan ze ziek worden en waarvan we ook weten dat de alternatieven er niet zullen zijn voordat die kinderen volwassen zijn. Hoe gaat u dat oplossen?

De heer D'Haese heeft het woord.

Mijnheer Bex, bedankt voor uw opmerking. Ik heb mijn punt blijkbaar niet duidelijk genoeg gemaakt. Wat ik wil zeggen, is dat als je zo'n tolheffing invoert zonder dat de alternatieven er zijn, je geen verschuiving in gedrag krijgt. De leerkracht, de verpleegster, de persoon die zorgt voor personen met een handicap, die hebben het alternatief niet, die gaan in hun auto blijven zitten. Dat is mijn punt.

Je kunt de taksen zo hoog maken als je wil, je krijgt de mensen alleen maar kwader, zeker tegen het milieubeleid, maar je helpt de luchtkwaliteit en de mobiliteit daar niet mee vooruit. Dat komt omdat er natuurlijk grote problemen zijn met ons openbaar vervoer.

We hebben het gehad over het GEN rond Brussel. Het heeft niet geholpen dat de N-VA de afgelopen jaren 3,5 miljard euro heeft bespaard op de NMBS. Dat heeft er niet aan geholpen, maar goed, het is er niet. Het zal niet helpen dat we de komende jaren de tarieven van de treinen in de spitsuren gaan verhogen. Dat zal niet helpen om pendelaars op de trein te zetten. Het zal niet helpen dat we blijven beweren dat we met het hongerdieet voor De Lijn een alternatief kunnen bieden voor de mensen.

Mevrouw De Coninck heeft het woord.

Collega D'Haese, ik heb goed nieuws voor u. U haalde het geval aan van de verpleegster uit Kapelle-op-den-Bos. Wel, als de plannen van deze regering kunnen worden gerealiseerd, zal die verpleegster via het Brabantnet met de sneltram – minister, verbeter me als ik fout ben – snel tot in Brussel geraken en daar kan ze overstappen op de Ringtrambus die het UZ in Jette zal bedienen.

De heer D'Haese heeft het woord.

Dat is fantastisch nieuws, maar die is er vandaag nog niet. (Opmerkingen van Inez De Coninck)

De vraag is als je nieuwe trams inzet, waar je chauffeurs voor nodig hebt, welke trams er dan geschrapt zullen worden als je de exploitatie gelijk houdt. Dat is de grote vraag. Je kunt geen twee chauffeurs betalen van hetzelfde budget waarmee je vandaag één chauffeur betaalt. Iedereen hier kan goochelen met cijfers, maar dat kan werkelijk niemand.

Men maakt heel de tijd de tegenstelling tussen Brussel en de rest van het land. Dat vind ik een heel valse tegenstelling. Het is niet waar dat iedereen in Brussel hiervoor vragende partij is. Wij horen heel veel mensen in Brussel die hierover ongerust zijn omdat het nog eens op de meest asociale manier wordt voorgesteld die je kunt bedenken. Mensen met een klein autootje betalen tien keer meer, mensen met een dikke bak besparen op vier jaar tijd. Dat is wat in die plannen staat vandaag. (Opmerkingen van minister Diependaele)

Jawel, dat is wel waar.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Wat we weten van die plannen, is dat men werkt met fiscale pk's. Dat betekent dat hoe zwaarder je wagen is – dat gaat voornamelijk over zwaardere motoren –, hoe meer je zult betalen, blijkbaar zelfs tot zes keer meer. Een gemiddelde auto zou maal twee of drie zijn van de basistol, want daar komt dan nog de kilometerheffing bovenop, wat collega Van Rompuy betwijfelt. Op basis van fiscale pk's worden duurdere wagens wel degelijk meer belast.

Kijk eens aan, een N-VA-minister die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering verdedigt. Dat is maar een mopje.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer D'Haese, u moet weten waarover u spreekt. Dat is alles. Het kan nooit kwaad om uw dossier te kennen.

Er zijn een aantal berekeningen verschenen in de pers, en daaruit blijkt heel duidelijk dat er een fout zit in het systeem, waardoor kleine wagens in het nieuwe systeem veel meer zullen betalen, en grote wagens daar op vier jaar tijd op besparen. Dat is de simpele realiteit die men heeft nagerekend.

Als we spreken over buitenlandse voorbeelden, dan haalt men altijd Londen aan. In Londen is het openbaar vervoer bijna failliet gegaan tijdens de coronacrisis. Dat heeft men moeten redden en nu is de prijs voor een ticket opgeslagen. Samen met het opslaan van de tickets van het openbaar vervoer in Londen, heeft men ook de stadstol opgeslagen. Waar die vroeger alleen op werkdagen was, is die nu ook in het weekend. Als we dat aanhalen als voorbeeld van leefbare steden, dan vrees ik dat we op het verkeerde spoor zitten.

Ik sluit af. Zoals ik zonet al zei, is de framing Brussel-Vlaanderen, Brussel-België, Brussel-Wallonië, een framing die mij bijzonder stoort. Daarom zal ik – de collega’s van het VB zullen het mij vergeven – hun motie niet goedkeuren. Wij gaan echt niet mee in nog verdere communautaire scherpslijperij. We hopen dat we er in overleg uit raken en gaan dat soort zaken dus echt niet steunen. Ik denk dat het heel duidelijk is dat jullie daar nogal alleen in staan. Wat dat betreft is ook het standpunt van mijn fractie glashelder.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Het Vlaams Belang kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 19 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.