U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de rapporten van de relancecomités aan de Vlaamse Regering.

Het debat is geopend.

De heer Janssens heeft het woord.

U mag naar het spreekgestoelte komen. Bij een actualiteitsdebat mag u dat doen. Het zal ook na u worden ontsmet. Ook na de anderen: het is niet persoonlijk. (Gelach)

Voorzitter, dame en heren van de regering, beste collega’s, de pandemie laat ongeziene sporen na in het sociaal-economisch weefsel van Vlaanderen en treft vele gezinnen hard, zowel mentaal als financieel. Een op de acht gezinnen verkeert in financiële problemen en zowat 10 procent van de ondernemingen vreest in de nasleep van de crisis een faillissement. De Nationale Bank raamt een daling van de werkgelegenheid op maar liefst 180.000 banen. In de horeca staan vier op de tien jobs op de tocht. Maar het ergste moet, vrees ik, nog komen.

Steunmaatregelen, zoals de hinderpremie en het systeem van tijdelijke werkloosheid, vormen weliswaar een tijdelijke buffer om ontslagen te vermijden, maar voor veel gezinnen aan de onderkant van de inkomensverdeling volstaat 70 procent van het reguliere inkomen niet. Wanneer de maatregelen die werden genomen om de economie op korte termijn te ondersteunen wegvallen, zal de impact van de coronacrisis op onze arbeidsmarkt pas echt duidelijk worden. Daarom is het nu van belang om te voorkomen dat tijdelijke werkloosheid overgaat in structurele werkloosheid. Dus is een krachtig en duurzaam relanceplan hoogdringend.

We kregen de rapporten van de relancecomités. In een ervan wordt aangedrongen om vast te houden aan de werkzaamheidsgraad en de stijging tot 80 procent werkzaamheidsgraad. In zijn interview vorige week in Knack zei minister-president Jambon dat hij de doelstelling van 80 procent loste. Mijn vraag aan de minister-president, maar in zijn afwezigheid of in afwachting van zijn komst aan de andere leden van de regering, luidt: wat wordt gedaan met die doelstelling? Wordt naar aanleiding van dit rapport de mening bijgesteld om vast te houden aan de werkzaamheidsgraad of niet?

Ik doe ook nog een aantal bijkomende suggesties met betrekking tot de arbeidsmarkt.

Met betrekking tot onze afgestudeerde jongeren roepen wij op om betaalde stages in bedrijven fiscaal aantrekkelijk te maken, om zo perspectief te bieden aan onze schoolverlaters. Door corona is het meer dan waarschijnlijk dat de absorptie van schoolverlaters op onze arbeidsmarkt een stuk moeilijker zal verlopen dan in normale omstandigheden. Voorzie daarom in een stimuleringspakket waarbij er voor schoolverlaters voldoende jobs, stageplaatsen, eerstewerkervaringsplaatsen en dergelijke meer zijn.

Ik herhaal ook onze oproep om voordelen te koppelen aan een opleiding die toeleidt naar een knelpuntberoep. We zien dat die jobs al vele jaren heel moeilijk ingevuld raken. Daarom vragen wij om in een financiële prikkel te voorzien om studies te volgen die leiden naar een knelpuntberoep. Dat heeft een misschien beperkte financiële kost tot gevolg, maar zal in elk geval leiden tot een gigantische opbrengst voor de komende decennia.

Het gaat uiteraard van groot belang zijn om mensen die ten gevolge van deze crisis hun baan verliezen naar nieuw werk toe te leiden. De zwaarst getroffen sectoren, onder andere de horeca en de eventsector, vertegenwoordigen een hoog aandeel werknemers uit lage-inkomensgezinnen. De crisis dreigt voorheen financieel gezonde gezinnen onder de armoedegrens te duwen. Dus zal maatwerk van VDAB essentieel zijn om de maatregelen af te stellen op de grote verschillen in behoeftes en op de situaties waarin verschillende werknemers zich bevinden.

Tijdens deze crisis hebben we de mogelijkheden en voordelen gezien die verbonden zijn aan digitalisering. Veel werkgevers en werknemers hebben bijvoorbeeld de mogelijkheden van thuiswerk leren kennen. Die noodgedwongen opgedane kennis mogen we niet verloren laten gaan. Er zijn uiteraard evidente voordelen op het vlak van de combinatie van arbeid en gezin, en op het vlak van mobiliteit. Kijk maar hoezeer de dagelijkse files zijn afgenomen.

Ik steun dan ook graag het pleidooi van de experten om een tandje bij te steken inzake het promoten van digitale geletterdheid door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot de nodige infrastructuur. Maar het is ook een uitdaging om meer werk te maken van levenslang leren om ervoor te zorgen dat meer mensen mee zijn met de nieuwste informaticatechnologieën. Tegelijkertijd moeten we beseffen dat thuiswerk en inzet op de digitalisering van de economie niet alle werknemers ten goede komt, denk maar aan fabrieksarbeiders. Ook voor hen moeten we de nodige aandacht blijven hebben en dus niet enkel focussen op die digitaliseringstrein.

Er wordt in de rapporten ook gewezen op het belang van online shoppen via webwinkels. Onze fractie hoopt in elk geval dat er ook mogelijkheid is voor een heropleving van de lokale economie. Dus moet een oproep vanuit de overheid ook zijn: koop lokaal om onze hardwerkende ondernemers die het zwaar hebben gehad tijdens deze crisis, te ondersteunen. Zet ook in op de lokale productie van essentiële goederen. De coronacrisis toonde het belang aan van lokaal produceren, denk maar aan de productie van mondmaskers en ander beschermingsmateriaal. De sociale economie kan hier een belangrijke rol in spelen en zodoende duurzame tewerkstelling op maat creëren voor personen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

En dan over die zwaar getroffen zorgsector. We zijn er allemaal van overtuigd dat we structurele maatregelen nodig hebben voor onze zorghelden die de voorbije maanden terecht gelauwerd werden, maatregelen zoals hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden en aangename werkomstandigheden. Dat zal het zorgberoep aantrekkelijker maken en zodoende de instroom verhogen. Investeer dus in die meest cruciale sector van deze crisis, de zorgsector, zowel in infrastructuur als in de uitrusting van de gebouwen, en dit om de bevolking kwaliteitsvolle zorg te kunnen blijven bieden en ons zorgpersoneel in de beste omstandigheden te laten werken. Maak het zorgberoep aantrekkelijker door een premie aan de opleiding te koppelen. Zet in, zoals in de rapporten aangehaald, op de evolutie van grote woonzorgcentra naar kleinschalige woonzorghuizen met een kleinere leefbubbel zodat we zorg op mensenmaat kunnen bieden en residenten bij gelijkaardige pandemieën gemakkelijker in quarantaine geplaatst kunnen worden.

Er zijn een aantal elementen uit de rapporten die uiteraard prima zijn, en een aantal die minder zijn, bijvoorbeeld inzake mobiliteit. Uiteraard steunen we het pleidooi voor een betere fietsinfrastructuur. We hebben gezien dat in de coronacrisis mensen meer gaan fietsen. We moeten daarbij uiteraard de bedenking maken dat dat vooral in het kader van recreatie was en niet zozeer woon-werkverkeer. Alle steun dus voor betere en veiligere fietsroutes, maar om daar dan aan te koppelen dat er minder moet worden geïnvesteerd in weginfrastructuur, is voor ons een stap te ver. Dat neigt naar een nieuwe rondje autopestbeleid. Net zoals het autopestbeleid niet heeft geholpen om mensen naar het openbaar vervoer te krijgen omdat het niet altijd een volwaardig alternatief is, zal het ook niet helpen om meer mensen op de fiets te krijgen. Ook de automobilist voor wie de fiets niet altijd een alternatief kan zijn om naar het werk te gaan, heeft recht op goede weginfrastructuur. Ik mag hopen dat die automobilist ook nog steeds iets terugkrijgt voor de vele taksen die hij betaalt. Wij zeggen duidelijk: stimuleer het fietsrijden via betere infrastructuur, maar voeg daarbij geen autopestbeleid.

Wat ik een beetje mis in de rapporten, is een aanbeveling die we verschillende experts de voorbije maanden wel hebben horen maken, met name: maak werk van coherente bevoegdheidspakketten op Vlaams niveau, bijvoorbeeld op het vlak van Welzijn en Arbeidsmarktbeleid. De versnipperde bevoegdheden en de fundamenteel verschillende beleidsvisies tussen het noorden en zuiden van het land hebben de besluitvorming vertraagd, vaak tot chaos geleid en krachtdadige aanpak in deze crisis onmogelijk gemaakt, met de gekende nefaste gevolgen.

In de 11 julitoespraak van de minister-president zat er helaas ook geen communautaire boodschap. Ik hoop dat hij op 21 juli de kans neemt om dat goed te maken.

Voorzitter, er zijn nog een heel aantal andere bedenkingen die ik zou kunnen en willen maken, maar ik zie dat ik stilaan aan het einde van de mij toegemeten spreektijd ben gekomen. Zonder alle thema's te kunnen behandelen – er zijn er nog vele die even belangrijk zijn, zoals heldere communicatie om de geloofwaardigheid van de adviezen en maatregelen uit de doeken te doen enzovoort –, is de slotvraag natuurlijk welke elementen uit die rapporten de Vlaamse Regering prioritair wil omzetten in regeringsbeleid. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Almaci, wilt u nog even wachten tot het spreekgestoelte is gereinigd.

Mevrouw Almaci heeft het woord.

Goedemiddag, collega’s. Het is pas als je iets verliest, dat je beseft wat het betekent. Een knuffel van je opa, kunnen rusten op een bankje in het park, onbelemmerd adem kunnen halen. Corona heeft onze wereld veranderd. Plots is die vertraagd en hebben we kunnen voelen wat echt telt. Het ondenkbare werd mogelijk. Ons land ging in lockdown, onze bevolking heeft het beste van zichzelf getoond, solidariteit voerde de boventoon. Onze economie werd in een kunstmatige coma gebracht om ons aller gezondheid te beschermen. De vraag hoe we na deze crisis onze samenleving weer gaan opstarten, is nu cruciaal.

Voor Groen is het duidelijk: terug naar het oude normaal, dat is geen goed idee. Het stond zelfs in een rapport van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) twee dagen nadat de lockdown startte. Terug naar de ratrace, de burn-outs, de werkdruk in de zorg, het tekort aan handen in welzijn, de files en de bijhorende luchtvervuiling, de droogtes en de stijgende armoede: samen met het middenveld, dat gisteren een heel goed opiniestuk schreef, geloven wij dat alles bij het oude laten geen goed idee is. Nu is het moment daar om kansen te grijpen, zoals dat hier heel vaak wordt gezegd. We staan echt voor een scharnierpunt, een scharnierpunt om van die anderhalvemetersamenleving met mondmaskers te kunnen evolueren naar de anderhalvegraadsamenleving.

Samen met Petra De Sutter heb ik van de coronacrisis gebruikgemaakt om eens goed na te denken en samen een boek te schrijven over de kansen na corona. Het is een boek dat de dialoog wil aangaan over die kansen en over hoe we samen de goede kant op kunnen gaan. Ik heb een gesteriliseerd exemplaar en zal dat straks aan de regering overhandigen om te lezen. Het kan deze zomer meehelpen om de gedachten te doen rijpen.

Samen de goede kant opgaan, dat was ook de insteek van de twee relancecomités die net hun opdracht hebben afgewerkt, en die honderden pagina's hebben opgeleverd, honderden pagina's denkwerk die, of het nu miezert of zonnig is, door onze fractie alvast aandachtig zullen worden geanalyseerd. Die insteek is waardevol.

Wat mij vooral opvalt, is dat de beide relancecomités hun opdracht bijzonder ruim hebben ingevuld. Als we deze crisis goed gebruiken, kunnen we er ook echt een kantelpunt van maken, in de eerste plaats voor de organisatie van onze zorg. Ik denk dat ik spreek voor velen buiten dit halfrond als ze zeggen dat ze gechoqueerd zijn door de verschillende reportages die de afgelopen maanden op televisie, maar ook in hun eigen ervaringen, met hun eigen gepensioneerden, op hen af zijn gekomen. De getuigenissen uit de zorg raken iedereen tot in het diepste van de ziel.

Als we tijdens deze coronacrisis nadenken over hoe wij oud willen worden, dan is het antwoord: waardig. Op dit moment is die waardigheid door de omstandigheden helaas niet gegeven. Er zijn te weinig handen in onze zorg. Ze zaten al op hun tandvlees voor deze coronacrisis en het personeel is schromelijk in de steek gelaten tijdens de coronacrisis.

De organisatie van onze zorg verdient onze diepste aandacht en deze Vlaamse Regering heeft die, helaas, niet kunnen geven.

Ook de organisatie van onze economie, de inrichting van onze leefomgeving en onze relatie met de natuur en met elkaar verdienen onze aandacht. Er is een heel breed gedragen besef dat het anders moet. Een besef dat gegroeid is bij heel veel mensen, organisaties, bedrijven en landen. Geen business as usual meer.

Hij is er nog niet, maar in het begin van deze legislatuur, sprak onze minister-president tegen mij de gevleugelde woorden…

Mevrouw Almaci, ik heb de minister-president verontschuldigd. Hij komt eraan. Hij zal een halfuurtje later zijn. Ik vind het dan niet gepast dat u daar nog eens een opmerking over maakt. (Opmerkingen van Meyrem Almaci)

Ik zeg dit gewoon voor de duidelijkheid, zodat de journalisten die dit misschien niet hadden gehoord, het ook weten: de minister-president is onderweg.

Ik ben blij met de verduidelijking.

Ik verwijs naar een uitspraak van de minister-president in het begin van deze legislatuur die tegen mij was gericht: da gade gij nie bepalen. Ik stel vast dat verschillende bezorgdheden van de Groenen nochtans onderdeel zijn geworden van die beide relancecomités. Dat was wat ik wilde zeggen.

Ik lees dat daarin gepleit wordt voor het einde van de blanco cheques wat bedrijfssubsidies betreft. Ik lees over een nood aan ambitie die verdergaat dan het Akkoord van Parijs. Ik lees dat Vlaanderen, het land van de Flandriens, die zoals de heer Rzoska graag met de wind op kop fietsen, eindelijk erkenning krijgt. Ik lees over inhaalinvesteringen in fietsostrades en aandacht voor wie kwetsbaar is. Ik lees hier een concept van de 15-minutenstad, een concept dat rechtstreeks van de Groenen komt, met zelfvoorzienende buurten en een aanbod van diensten binnen een wandelafstand van 15 minuten. Er moet groen komen op wandelafstand, want ieder van ons heeft ervaren dat dat essentieel was voor de mentale en fysieke gezondheid van onze burgers tijdens de lockdown. Ik zie een vraag om levenskwaliteit, ik zie een roep naar een open en inclusieve samenleving en een voorstel van een masterplan voor kleinschalige ouderen- en gehandicaptenzorg. Dat is exact wat wij in dit boek naar voren schuiven.

De vraag zal natuurlijk zijn wat er met die aanbevelingen zal gebeuren? Er is een breed besef dat deze gezondheidscrisis de start moet zijn om het veel meer dan vroeger de goede kant te laten opgaan. Internationaal, maar ook in eigen land, zien we hoopvolle initiatieven: #BeterNaCorona; het Plan Sophia van de Resilience Management Group; het relanceplan van Itinera dat zegt dat het klimaatbeleid nu echt een versnelling moet krijgen en verder moet gaan dan wat Vlaanderen doet; de Europese Green Deal; Christine Lagarde van de Europese Centrale Bank (ECB) die vastbesloten is om elke denkbare piste te volgen die de klimaatcrisis kan aanpakken; De Verenigde Naties, enzovoort. In ons eigen Brussel heeft zich een mobiliteitsomwenteling afgespeeld die ademruimte geeft, letterlijk en figuurlijk. Elke Van den Brandt, die tijdens de vorige legislatuur in dit parlement zetelde, heeft 40 kilometer nieuwe fietspaden aangelegd, een afstand waarvoor sommigen in dit halfrond het vliegtuig nemen. (Opmerkingen)

Ze haalde er de internationale pers mee, op een goede manier.

Kortom: dit is het moment, want land na land schaart zich achter die Europese Green Deal, land na land investeert in zijn openbaar vervoer en in fiets- en wandelinfrastructuur. Oostenrijk investeert bijvoorbeeld 1 miljard euro. Zal de Vlaamse Regering zich eindelijk achter de Europese Green Deal scharen of lopen we opnieuw Europese miljoenen mis bij gebrek aan ambitie? Zullen we opnieuw de zoveelste hitte- en droogtegolf ondergaan of kiezen we wat dat betreft eindelijk voor een ambitieuzer beleid? In Gent heeft men al een onthardingsambtenaar.

Ik weet niet of u de kop van de New York Times van gisteren hebt gezien, maar daar staat dit te lezen: ‘The defining year for the planet’. De tijd dringt. Dat geldt ook voor Vlaanderen. Willen we qua ambitie in het Europese koppeloton zitten, dan moeten we echt andere keuzes maken. Niet alleen op het vlak van het klimaat, maar zeker ook op het vlak van de zorg, niet met een eenmalige premie, maar structureel. Ik heb al verwezen naar de schrijnende reportages. We hameren al maanden met onze fractie op de problemen, maar die worden steeds te weinig en te laat aangepakt.

Het sociale onrecht vormt de rode draad in deze pandemie en ook in de klimaatproblematiek. We weten dat we allemaal door dezelfde storm moeten, die helaas niet de grote gelijkmaker is. Sommigen van ons moeten keihard roeien op een gammel bootje, terwijl anderen achterover kunnen leunen op hun luxejacht met bediening.

De hele discussie over de beschikbaarheid van laptops voor alle scholieren in het onderwijs geeft heel mooi die problematiek weer. Ik ben blij om te lezen dat men aangeeft dat gratis internet en laptops voor alle leerlingen een punt zou moeten zijn. Al jaren zitten 15 procent van de Belgen in een armoedelockdown. 15 procent, en dat cijfer is alleen maar gestegen. Laat ons hopen dat het niet naar 25 procent stijgt.

In de loop van de afgelopen weken hebben we heel wat voorstellen gedaan vanuit de oppositie. Vele daarvan zijn doorgesijpeld, andere zijn nog hangend. Maar nu de experten opnieuw de vinger op de wonde leggen, is er geen enkel excuus meer. Geen enkel excuus. Er moet een sociaal plan komen, dat die armoedeproblematiek, die aandacht voor de meest kwetsbaren – vandaag opnieuw een artikel over het gestegen seksueel misbruik –, dat dat centraal stelt in het beleid.

Het rapport telt meer dan driehonderd pagina's. Er staan heel veel zaken in waarover diepgaander debat nodig is. Ik ben benieuwd wat deze regering ervan onthoudt. Wat ons betreft, is er een iets dat we echt teleurstellend vinden en dat afwijkt van de andere, internationale rapporten van relancecomités: de eenzijdige focus op bbp-groei (bruto binnenlands product), zonder kwaliteitsaspect. Bbp-groei moet voor ons duurzaam zijn, anders snijden we in de welvaart en in datgene wat we zo hard hebben gevoeld tijdens deze crisis, die nood aan menselijkheid, aan een samenleving op mensenmaat, waar de mens centraal staat. Dat hebben heel veel mensen, ook de afgelopen weken, ook de afgelopen maanden, in dit beleid, in dit halfrond, schromelijk gemist. (Applaus bij Groen)

De heer Muyters heeft het woord.

Mevrouw Almaci, ik heb de indruk dat u één hoofdstuk bent vergeten, namelijk het hoofdstuk van de begroting dat in de voorstellen staat: werken naar een evenwicht in 2024. Ik wil dat er toch nog even bij zeggen. Dat is een van de aanbevelingen die er zijn. Ik had de indruk dat u die toch wel vergeten bent. (Applaus bij de N-VA)

De nood zit u hoog. Ik wil met u van het begin tot het eind het debat over de begroting aangaan. Maar wat ons betreft, is het duidelijk dat de keuzes die jullie hebben gemaakt met deze meerderheid, niet de onze zijn. Wij denken dat er ernstige bijsturingen nodig zijn. U mag gerust antwoorden op mijn vraag of u vindt of er investeringen nodig zijn in de zorg. U kunt niet enerzijds een beroep doen op al die helpende handen die al zo overbevraagd zijn en anderzijds zeggen of insinueren dat wij als groene partij – ik denk dat wij de fractie zijn die daar de meeste nadruk op legt – geen plan hebben rond begroting, want dat is niet juist.

Ik heb net gezegd dat het over driehonderd pagina’s gaat. We hebben wel wat voorstellen over waar we kunnen besparen. Maar we verschillen daarover ideologisch van mening met u. Dat klopt wel zeker. En ik ben daar eigenlijk best fier op ook.

De heer Ronse heeft het woord.

Ik heb gewacht en gewacht en gewacht, maar ik heb collega Almaci over niets anders horen spreken dan het verdelen van de koek. Ik kon mijn ogen eigenlijk niet geloven. We zitten hier samen in een debat rond economische relance... (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

En maatschappelijke relance ook. Beide, uiteraard. Maar ik heb u geen enkele keer horen spreken over hoe we ervoor gaan zorgen dat mensen perspectief gaan krijgen op werk, dat mensen meer gaan kunnen werken, dat we ervoor gaan kunnen zorgen dat we alle uitgaven die u opsomt, ook effectief kunnen doen, dat we gaan kunnen herverdelen. En daarover verschillen we grondig van mening, mevrouw Almaci. Ik ben blij dat u niet aan de knoppen zit.

Mijnheer Vaneeckhout, een mondmasker helpt blijkbaar niet om u het zwijgen op te leggen.

De heer Rzoska heeft het woord.

Collega’s, ik wil wel, maar dit is een debat op tien minuten. U kunt misschien het boekje lezen van mevrouw Almaci. Daar staan wel degelijk voorstellen in rond hoe groene economie jobs oplevert. Dat is trouwens ook niets nieuws. Dat wordt ook gezegd.

Collega Muyters, we hebben gisterennamiddag en vanmorgen nog maar in de Commissie voor Algemeen Beleid en Financiën uitgebreid gesproken over het budgettaire plaatje voor de volgende jaren. Ik hoop toch dat u het met mij eens bent na gisterennamiddag en -avond, en deze morgen met de SERV, dat het op dit moment voor iedereen moeilijk in te schatten is wat er gaat komen. Zelfs rond de vraag die zowel in het rapport van de experten zit als in het advies van de SERV, naar een structureel evenwicht in 2024, had de SERV ook wel wat vragen. Men weet niet goed wanneer het kantelpunt gaat komen, wanneer we inderdaad weer voor een stuk buffers gaan kunnen opbouwen. Dat zijn toch dingen die u ook hebt gehoord, collega Muyters? We hebben het daar uitgebreid over gehad. Ook de SERV zei dat het een evenwicht zal worden: op het juiste moment weer een stuk gaan besparen, maar tegelijkertijd ook investeren. Ik vind het niet helemaal correct dat u dat op die manier voor de voeten van mevrouw Almaci gooit. (Applaus bij Groen)

De heer Muyters heeft het woord.

Collega Rzoska, ik heb uiteraard vol belangstelling alles gehoord, maar ik heb ook gehoord dat men zegt dat we het ons niet kunnen permitteren om de kranen open te zetten. Ik heb ook gehoord dat men zegt dat men een goede groei moet hebben en een rem op nieuwe schuldopbouw. Dat is letterlijk gezegd door Danny Van Assche, als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). Ik kan er zo nog wel heel wat naar voor brengen. De SERV zei dat een begroting in evenwicht in 2024 toch de richting moet zijn. Wat we vandaag niet kunnen bepalen, is hoeveel besparingen daarvoor nodig zijn. Het enige wat ik wou aanbrengen, is dat ik van mevrouw Almaci op het spreekgestoelte heel veel bijkomende uitgaven heb gezien, maar een pad waarbij er gezegd wordt vanwaar die centen zullen komen en dat we ons toekomstige generaties niet kunnen belasten met extra lasten, dat heb ik niet gehoord, maar ik ben blij als dat wel wordt ondersteund.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Collega’s, ik denk dat we dit debat al drie, vier, vijf keer misschien hebben gevoerd. Ik denk dat we ons hier van debat aan het vergissen zijn. Dit gaat over het relancecomité en wat zij voorstellen, zowel maatschappelijk als economisch.

Ik zou het leuk vinden als we allemaal de ideologische verstarring een beetje van ons af gooien. Die mensen hebben hier een goede maand aan gewerkt. Het is een comité met topexperten, zowel op economisch als op maatschappelijk vlak. Laten we het toch hebben over wat wij als parlement nu belangrijk vinden, zodat de regering dat kan meenemen. Die is hier vrij voltallig aanwezig.

Ik heb altijd gezegd dat het parlement betrokken moet worden. Laten we dan ook echt zeggen wat onze speerpunten zijn in plaats van een debat te herhalen dat we al vier of vijf keer hebben gevoerd over wie vindt wat. Sorry, maar dat ken ik al. Ik kan perfect zeggen wat de PVDA straks gaat zeggen en wat de sp.a gaat zeggen. Dat hebben we al gehad. Laten we nu zeggen welke dingen die hierin staan, de regering moet meenemen en belangrijk zijn voor onze economische en maatschappelijke relance.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Collega Almaci, ik heb graag naar u geluisterd, want u hebt heel veel zaken gezegd waar deze meerderheid, deze regering ook achter staat en waar we ook allemaal samen werk van kunnen maken. Ondanks het feit dat u het zelf had over een steriel boekje dat u hebt meegebracht, kan ik toch een aantal elementen uit uw betoog smaken. Alleen hebt u op het einde een bijzonder valse noot naar voren gebracht door te zeggen dat deze adviezen eenzijdig focussen op economische groei. Daar denk ik dat u een grote inschattingsfout maakt, ten eerste in uw oordeel over deze adviezen.

Ik lees hier 123 pagina’s advies over de maatschappelijke relance gefocust op levenskwaliteit. Ik ken iemand in dit halfrond die daar een boekje over heeft geschreven. Ik kan u daar de lezing ten zeerste van aanbevelen. Maar vooral is groei, mevrouw Almaci, geen vies woord. Economische groei is geen vies woord. Het is een doelstelling die we allemaal moeten delen om ervoor te zorgen dat we onze samenleving maatschappelijk weer naar een hoger niveau kunnen tillen, dat we kunnen zorgen voor diegenen die zorg nodig hebben, dat we kunnen investeren in duurzaamheid en in de klimaatverandering. Laten we inderdaad investeren en samenwerken om ervoor te zorgen – en dat is de grootste prioriteit wat mij betreft – dat de economische crisis en de klimaatcrisis tegelijk kan worden aangepakt met het beleid dat hierrond wordt gevoerd.

Ik lees heel wat nuttige elementen in de adviezen daarover en ik nodig u graag uit in de commissie Economie, zowel morgen als volgende week, om met de experten in debat te gaan en verder tot concrete maatregelen te komen, zoals de heer Vande Reyde zegt, en samen naar oplossingen te streven in plaats van hier tegenstellingen naar voren te brengen.

Ja, en net nu ik dacht dat ik zo die tegenstellingen had overbrugd. Ik stel een beetje een rolverwarring vast, waarover we het hier hebben. We hebben het begrotingsdebat – en dat was niet zo ideaal – in het begin van deze legislatuur gehad. Onze fractie heeft daar toen heel uitgebreid voorstellen gedaan.

Op dit moment zijn we een debat aan het voeren over driehonderd pagina’s voorstellen vanuit het relancecomité. Uiteraard ben ik op die driehonderd pagina’s in die tien minuten niet allemaal kunnen ingaan, dat is zo. Maar als het gaat over wat ik daarnet in mijn betoog heb gezegd en mijn uitnodigende hand naar jullie, dan heb ik bijvoorbeeld verwezen naar het feit dat het relancecomité beslist om niet langer blanco cheques te geven wat betreft de subsidies aan bedrijven. Ze zeggen dat dat niet efficiënt is en verspilling van geld als dat niet doelgericht is en niet gericht is op de relance. Dat is een besparende maatregel.

Ik vind het ongelooflijk belangrijk om in te zetten op die circulaire economie, want we weten uit rapporten gemaakt voor deze Vlaamse Regering, uit rapporten gemaakt voor de Federale Regering, uit rapporten, ook internationale, die we de afgelopen jaren hebben gezien, dat zij voor ons land 80.000 jobs kon opleveren in gewone tijden. We weten dat dat in coronatijden, wanneer je dat nu meteen goed doet en die klimaatuitdagingen samen met de economische uitdagingen aanpakt, een veelvoud kan zijn. Dat is een besparende maatregel, dat gaat over die werkzaamsheidsgraad, dat gaat over inkomsten.

U kunt proberen me in een hoekje te zetten dat u ideologisch goed uitkomt, maar luister naar wat ik zeg. Dat zijn de insteken die wij geven. Ik heb gehoord van de voorzitter van een andere partij, en daarnet heb ik van het Vlaams Belang ook gehoord, en daar is het iets dat al langer meegaat, dat wat Agalev dertig jaar geleden naar voren schoof, namelijk die lokale korte keten, nu voor heel dit halfrond een verworven gegeven is, en ik ben daar verdomd fier op. (Applaus bij Groen)

Dat zijn maatregelen waarmee wij de cijfers doen kloppen. Maar dat kunt u natuurlijk moeilijk verteren. En dat spijt me, want elke euro die wij nu uitgeven, is een zure euro. Ik weet zeer goed dat die van ergens moet komen, maar wij hebben de schuif opengetrokken, wereldwijd, op Vlaams niveau en op federaal niveau. Elke euro die we moeten uitgeven, moet een sociale en duurzame euro zijn. En wat dat betreft, is dit een stresstest, dat klopt. En wat dat betreft, is dit een belangrijk debat. Want als het gaat over het verschuiven van investeringen in openbaar vervoer, waar wij vragen bij hebben, naar fietsinfrastructuur, dan vragen wij om er een en-enverhaal van te maken naar het voorbeeld van Oostenrijk en andere landen. Files kosten ontzettend veel geld, zij kosten miljarden aan onze bedrijven, aan onze economie en ze zijn ook ontzettend duur op het vlak van gezondheidszorg.

Dus alstublieft, luister naar het verhaal dat wij hier heel open vertellen. Ik wil aan iedereen hier in het halfrond die mijn boek niet wil kopen omdat hij of zij op zijn of haar centen let, mijn boek cadeau doen. Maar het is toch wel heel teleurstellend wanneer u niet eens meer hoort wat er wordt gezegd. Dat verklaart waarom die signalen vanuit de samenleving over onze zorg, over het onrecht, over kwetsbare jongeren hier in dit halfrond geen grond raken, dat verklaart heel veel. (Applaus bij Groen)

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, de COVID-19-crisis heeft ons als beleidsverantwoordelijken op verschillende bestuursniveaus verrast en uit evenwicht geblazen, maar zowel de beleidsinstanties als de bevolking hebben blijk geven van wat we Vlaamse veerkracht noemen. Bovendien hebben wij als Vlaamse overheid samen met de lokale besturen de gaten proberen dicht te rijden die anderen lieten vallen. Ik denk dan aan de mondmaskers en aan tracking en tracing.

Collega's, we hebben als Vlaamse overheid steeds gedaan wat we moesten doen en vaak meer. Naast het lenigen van de hoogste noden die de crisis meebracht – ik denk aan de hinderpremie, aan de energiepremie – heeft de regering meteen ook naar de toekomst gekeken en twee expertengroepen aan het werk gezet om de relance na de crisis voor te bereiden, een voor de zachte en een voor de harde thema's, zeg maar, een voor de maatschappelijke relance en een voor de economische relance.

Het is goed dat we nu al over de voorstellen van die expertengroepen kunnen beschikken. We hebben ze gisteren ontvangen en het is inderdaad een hele bundel. Het is belangrijk dat de regering de komende weken en maanden bekijkt welke aanbevelingen op welke manier in beleid kunnen worden omgezet en inderdaad, collega Muyters, betaalbaar zijn.

Uiteraard blijft het regeerakkoord daarbij voor ons de leidraad en het valt op dat heel wat voorstellen van de experten naadloos aansluiten op de intenties die in het regeerakkoord zijn geformuleerd. Dat bevestigt dat we toch wel een robuust regeerakkoord hebben, een regeerakkoord dat in hoge mate coronaproof blijkt te zijn.

Het maatschappelijk relancecomité doet aanbevelingen voor verschillende sectoren: zorg, welzijn, onderwijs, arbeidsmarkt, sociaal beleid, cultuur, recreatie, toerisme, wonen enzovoort. Het comité wijst enkele rode draden aan die voor elk van die thema’s belangrijk zijn: digitalisering, innoverende overheid, communicatie en inspraak, inclusief denken, beleid onderbouwen.

Collega’s, elk van die thema’s vinden we, het ene al wat meer dan het andere, terug in ons Vlaams regeerakkoord. Laten we ervan uitgaan dat de digitale omslag die we maakten, inderdaad een blijver is. Ik denk aan onze fameuze teleconferenties, niet altijd gezellig maar wel flexibel en milieuvriendelijk. Ons onderwijs maar ook onze bedrijven hebben getoond dat een grootschalig overstappen naar digitale platformen en werkmethodes bijvoorbeeld – het werd al gezegd – een pak minder luchtvervuiling tot gevolg had, althans in het begin van de crisis. Hopelijk leren we ook in dit parlement dat het in vele gevallen wellicht niet zo zinvol is om drie uur in de auto of in de trein te zitten om hier in Brussel een uurtje te komen vergaderen.

Er is het belang van open ruimte, van nabije natuur, zeker voor mensen in een stedelijke omgeving. We moeten levenslang leren, weg van het klassieke idee: we gaan studeren en daarna gaan we werken. Een niet voortdurend lerende samenleving overleeft niet in de steeds veranderende wereld waarin we leven.

Heldere communicatie. In deze crisis was en is dat, collega’s, in ieder geval een opvallend werkpunt. Al te vaak kwamen of komen er onduidelijke, tegenstrijdige berichten. Er is natuurlijk het voortschrijdend inzicht, denk maar aan het eerst niet en dan wel verplichten van mondmaskers. Maar dan nog: dat moet beter kunnen. Mensen begrijpen dat niet.

Ook het rapport van het economisch relancecomité ligt in lijn met de ambities uit het Vlaams regeerakkoord en wil die zelfs aanscherpen. Inzetten op economische groei als noodzaak om de welvaart en het welzijn in Vlaanderen te behouden. De werkzaamheidsgraad opdrijven naar 80 procent. Van Vlaanderen de meest toonaangevende innovatieve regio maken in de Europese Unie. Een begroting in evenwicht realiseren, waarbij de coronaschok nog in deze legislatuur wordt opgevangen.

Uit het economisch relancerapport onthoud ik de volgende klemtonen. Het herstellen van het vertrouwen bij ondernemers en consumenten is cruciaal voor een maatschappelijk en economisch herstel. In die context moeten we een mogelijke heropflakkering van het virus snel kunnen opsporen en een nieuwe lockdown in elk geval proberen te vermijden. We moeten lessen trekken uit onze aanpak van de afgelopen maanden en leren van de goede praktijken uit het buitenland. We moeten – dat is ook al gezegd – de effectiviteit van de genomen maatregelen durven te analyseren. Ook hier, in het economische relancerapport, wordt gesteld dat de digitalisering in een stroomversnelling komt.

Maar ook: we hebben kansen laten liggen om ervoor te zorgen dat de tijdelijke werkloosheid geen verspilde tijd is of was. VDAB kon de tijdelijk werklozen niet bereiken om hen een opleiding aan te bieden of om hen aan te sporen om tijdelijk met een ander contract aan de slag te gaan.

Collega’s, de crisis heeft ons er ook nogmaals op gewezen dat het ene beroep niet meer waard is en het andere beroep minder waard, dat we iedereen nodig hebben om onze samenleving draaiende te houden: de dokters en verpleegsters, ja, maar ook de kassiersters in de warenhuizen, de huisvuilophalers, de poetsdiensten in de bejaardentehuizen. We hebben ze allen even hard nodig, collega’s.

Werken moet meer flexibel. Uitkeringen moeten meer activerend zijn en werken moet meer lonen. We moeten de Vlamingen stimuleren om te durven ondernemen. Dat zijn allemaal dingen die we vinden in dit rapport of in de rapporten, maar die we eigenlijk ook vinden in tal van teksten die we hier al hebben besproken.

Overheidsinvesteringen moeten efficiënt en doelgericht worden ingezet, met een maximum aan resultaat. Dat houdt ook in dat we op basis van feitelijke en wetenschappelijke bevindingen ondoelmatige subsidies moeten durven te schrappen en doordachte investeringen moeten doen met een maximale opbrengst voor onze samenleving.

Deze crisis heeft pijnlijk aangetoond dat we telkens opnieuw botsen op een onafgewerkte staatsstructuur, die besluitvorming en uitvoering log maakt.

Collega’s, ons antwoord kent u: meer bevoegdheden toevertrouwen aan de regio’s. Zij hebben in deze crisis bewezen hun mannetje te kunnen staan, maar ze kregen in de context van de nationale noodtoestand, die trouwens nog altijd voortduurt – ik denk dat we dat bijna vergeten zijn – eigenlijk niet de armslag om hun rol ten volle te spelen. Dat geldt eigenlijk ook voor de lokale besturen. Nogmaals, en ik heb het hier al vaker gezegd, het gaat echt niet op dat onze Vlaamse Regering nog steeds niet is verankerd in de Nationale Veiligheidsraad.

Om de heropstart na corona te doen slagen, blijven de belangrijkste aandachtspunten van het Vlaamse regeerakkoord overeind: de komende generaties niet in een financieel moeras duwen, zo veel mogelijk mensen aan werk helpen, technologisch stappen vooruit zetten, ons onderwijs extra brandstof geven, extra inzetten op welzijn, de prangende milieuproblemen aanpakken door duurzame keuzes te maken. En inderdaad, als het van de experten afhangt, mag het hier en daar ietsje meer zijn.

Corona heeft de schijnwerpers gericht op een aantal thema’s. Een aantal zwaar getroffen sectoren, bijvoorbeeld de horeca, met werkgelegenheid voor heel wat laaggeschoolden en kwetsbaren, duwen ons eens te meer met de neus op het niet te miskennen feit dat aan het werk zijn de beste garantie is opdat mensen het goed zouden hebben. Als we dan toch belangrijke middelen, belastingmiddelen, inzetten om sectoren te ondersteunen, laten we dan alstublieft twee vliegen in één klap slaan en eisen van duurzaamheid, ecologisch en sociaal, koppelen aan die inzet van publieke middelen. Waarom niet, collega Almaci?

De middelen zijn niet onuitputtelijk. Dat zei collega Muyters al. Er was al flink wat nodig om de eerste gevolgen van corona op te vangen. Er zullen inderdaad nog extra middelen nodig zijn voor de relance. Voor ons moeten ze hoe dan ook, conform het regeerakkoord, zorgvuldig worden ingezet. We moeten de mensen niet met de ene hand geven wat we hun met de andere hand weer moeten afnemen omdat de rekening anders niet klopt. Collega’s, laten we hopen dat we inderdaad snel aan de relance kunnen beginnen en aan de slag kunnen gaan met de aanbevelingen van de experten. Dat veronderstelt natuurlijk wel dat de gezondheidscrisis grotendeels is bezworen, dat het bloeden is gestelpt en dat de wonde aan het genezen is. Helaas zijn de jongste berichten niet zo hoopgevend wat dat betreft. Het aantal besmettingen daalt niet meer, integendeel, waardoor er vragen rijzen bij de versoepelingen. Het is aan ieder van ons, denk ik, om te tonen dat we op een veilige manier kunnen omgaan met onze mondjesmaat herwonnen vrijheid. Alleen dan, als de verantwoordelijkheid voor de groep, voor onze Vlaamse samenleving, het haalt van het individualisme zal een relance ook echt vaste grond onder de voet krijgen en ons een sterkere toekomst bieden. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Collega’s, de meest acute fase van de crisis op menselijk en economisch vlak is min of meer achter de rug, en eigenlijk zie ik die relancedocumenten, die honderden bladzijden die we gisteren om 11 uur hebben gekregen, eigenlijk een beetje als een moment om het te hebben over de vraag hoe we de mensen perspectief en hoop kunnen geven. De tweede piek is immers nog aan de horizon.

Iets waar ik daarnet aan dacht: in volle lockdown zag ik een man op tv die kwam vertellen dat de coronacrisis zijn hele dagelijks leven overhoop had gegooid, maar ook zijn gewoonten, hij ging zijn prioriteiten weer scherpstellen. De oefening die wij nu maken, lijkt daar een beetje op. De crisis heeft alles overhoop gegooid. Deze documenten moeten ons helpen om onze prioriteiten te stellen en richting te geven aan de beleidsmaatregelen die we gaan nemen.

Ik neem het woord relance in de mond. We gaan er niet meer vanaf geraken, van dat woord. Het is eigenlijk geen goed woord, want het suggereert dat we na de crisis op hetzelfde punt willen komen als ervoor. En dat is eigenlijk niet de bedoeling. Een aantal zaken zijn veranderd, zeker op digitaal vlak, en die moeten we meenemen, maar ook op menselijk vlak, zoals work-life en dergelijke, die we niet mogen laten verloren gaan nu de zaken terug aantrekken. Corona moet een beetje een soort katalysator zijn om een aantal hervormingen sneller door te voeren.

Een van de belangrijke veranderingen is dit, dit rapport op zich. Het gebruik of de herwaardering van expertise en experten is een van de belangrijke lessen uit de coronacrisis. De afgelopen jaren is door sommigen altijd smalend gedaan over experten in welke vorm dan ook, terwijl dit rapport geschreven is door de allerbeste Vlaamse wetenschappers. Het zijn mensen die echt kwaliteit leveren in hun vakgebied, die aan de top staan in Europa en soms te weinig krediet krijgen voor het topniveau dat zij leveren. Sommigen zijn enkel gekend in Vlaanderen, maar mochten ze Engelstalig zijn, dan zouden ze allang een Europese reputatie hebben. Ik ben een supporter van het gebruik van experten om de politiek vooruit te helpen, om de mensen op een geloofwaardige manier perspectief te geven. Wat dat betreft, juich ik deze rapporten ten zeerste toe.

Als meerderheid hebben wij de intentie om die rapporten ernstig te nemen, goed te bekijken, sommige dingen hebben we trouwens al doorgevoerd. De coronatoeslag in het groeipakket komt van de experten, laat ons daar niet flauw over doen. De resolutie over de economische relance vind je voor drie vierden terug in deze documenten, opgemaakt door de experten. Alle partijen zullen hun eigen grote gelijk in dit rapport terugvinden. Wij, politici, wij kunnen dat. Het zal u niet verbazen dat CD&V meer nog dan andere partijen zich hier helemaal in terugvindt. Ik neem de eerste titel bij de doelstellingen: inzetten op groei als middel voor welzijn. De titel van onze verkiezingscampagne in 2014, zes jaar geleden, was: economische groei door sociale vooruitgang. Het is bijna copy-paste en op het vlak van slogans is CD&V altijd al zijn tijd vooruit geweest. (Gelach)

Dit is hiervan het beste bewijs, collega’s. (Applaus bij CD&V)

Collega’s, ik ga niet al die maatregelen aflopen. Het heeft geen enkele zin om er concreet op in te gaan, we hebben dit allemaal gisteren om 11 uur gekregen. Ik zal gewoon de vijf belangrijkste prioriteiten voor CD&V in deze tekst toelichten. Soms zegt men: voor wie vaart zonder richting, is elke wind ongunstig. We moeten eerst de prioriteit voor CD&V in de tekst bepalen. Ik heb er vijf gekozen. Wie meer dan vijf prioriteiten heeft, heeft er eigenlijk geen. Dat weet u. ik ga proberen bij die vijf te blijven.

Ten eerste, dat heb ik hier al vaak gezegd, het evenwicht tussen het economische en het sociale is cruciaal. Er zijn ook twee rapporten, zoals beloofd, ze worden tegelijkertijd gepubliceerd. Ze zullen tegelijk in de begrotingsbespreking gebruikt worden.

Ten tweede willen wij de transitie naar de nieuwe economie absoluut versnellen. Dat willen we doen door een leeroffensief. Ik ben blij dat er vandaag opnieuw evenveel vacatures zijn als voor de crisis. Dat willen we doen door elk kind een laptop te geven. Dat zal een investering zijn, maar het is een ambitie die wij ten volle onderschrijven. We willen ook vasthouden aan de 3-procentnorm in onderzoek en ontwikkeling.

Ten derde willen we investeren in de zorg. Federaal is er al een zorgplan en als Vlaanderen willen en moeten wij gelijke tred houden. Voor CD&V zijn de twee belangrijkste punten, de prioriteiten: betere arbeidsvoorwaarden voor de zorgkundigen zodat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat tussen ziekenhuizen en woonzorgcentra en meer handen aan het bed door investeringen in rvt-bedden te versnellen. Op de lange termijn zijn wij ook voorstander, zoals we in de coronacommissie hebben gehoord, om om te schakelen van woonzorgcentra naar veel kleinschaliger entiteiten, die toelaten om op een veiligere en menselijkere manier aan zorg te doen.

Ten vierde, de klimaattransitie zien wij ten volle als drijver van economische groei en niet als rem van economische groei. De Europese Green Deal, het herstelfonds, al die middelen moeten we doen werken voor de Vlamingen, want Vlaanderen is geen eiland. Deze relance zal alleen maar een succes zijn in een Europese context. Dit document is even belangrijk als bijvoorbeeld de beslissingen die men zal nemen op de Europese top van morgen.

Ten vijfde, last but not least, zijn we voor doelgerichte investeringen, maar tegen budgettaire avonturen. We hebben het er hier al vaak over gehad, in het lang en in het breed. We hebben maar een paar budgettaire cartouches meer en die moeten we op een gerichte manier inzetten en investeren; niet holderdebolder honderden miljoenen euro's beloven. Deze maatregelen zijn bedoeld voor het regeringsbeleid en niet voor een verkiezingsprogramma, als ik sommigen bezig hoor. Maak goed het onderscheid. Dit moet echt realiteit worden, dit is niet voor in een glossy boekje. Ik wil straks gerust ingaan op alle debatten over de 200 miljoen euro die anderen al hebben beloofd. Vergeet ook niet dat het meerdere jaren duurt voor investeringen effect hebben. Het duurt meerdere jaren, het is niet door op de knop te drukken dat plots de economie opnieuw gelanceerd geraakt. Zo eenvoudig is het jammer genoeg niet.

Wij willen doelgericht investeren in wat men intussen de ‘moed’ noemt: mobiliteit, onderwijs, energie en digitalisering. We willen dat doen door lopende uitgaven om te zetten in investeringen, door de middelen die we spenderen, beter te spenderen. In de commissie Economie hebben we een ’spending review’ gehad voor de dienstencheques. We hebben er nog maar eentje gedaan, maar eigenlijk zouden we er aan hoog tempo heel wat meer moeten doen om op een correcte manier de begrotingsmiddelen te gebruiken.

Tot slot: de grootste rem op de relance is natuurlijk de vrees voor een tweede piek. Het is die die ervoor zorgt dat vele gezinnen sparen om een nieuwe lockdown te kunnen overleven. Hetzelfde voor ondernemingen die sparen in plaats van te investeren. De grootste bijdrage die we dus kunnen doen aan de economie, is eigenaardig genoeg, het nemen van een aantal gezondheidsmaatregelen. De belangrijkste daarvan is natuurlijk dat we ons allemaal aan de opgelegde regels houden. Dat is het belangrijkste. We moeten verder doorgaan op het uitbouwen van de contactopsporing en natuurlijk kunnen we niet zonder vaccin. Ook daar: zonder medische expertise zijn we niets. Jullie weten dat ik een believer ben van het zogenaamde ‘swoosh scenario’, het symbool van Nike: het herstel zal aanvankelijk traag zijn, maar eenmaal het signaal van het vaccin er is, gaan we recht opnieuw omhoog. Dat moment is het moment van het vaccin. Wat dat betreft, is er vandaag goed nieuws. Ik heb daarnet op de VRT gezien dat een Amerikaans bedrijf, Moderna, al in de derde fase van het vaccin is. Het is vandaag verboden om nog goed nieuws te brengen – ook in dit parlement mag je alleen nog slechte dingen zeggen –, maar er is ook goed nieuws. Er zijn nog dingen van hoop, en laat ons die niet vergeten. We geraken er uiteindelijk wel uit. De onderliggende fundamenten van onze Vlaamse economie en onze Vlaamse samenleving, beste vrienden, zijn wel degelijk gezond, wat sommigen in dit halfrond u ook willen doen geloven. Ze zijn wel degelijk gezond.

We moeten nu met dat rapport aan de slag, beste vrienden. We zullen dat ook doen. Zonder enige twijfel zult u een belangrijk element uit het rapport ook terugvinden in de Septemberverklaring. Niet alles, want in het rapport staat ook dat we niet alles kunnen financieren; dat zeggen de experten zelf. Alle dingen zullen we natuurlijk niet terugvinden.

Ik denk dat het een belangrijk rapport is en dat we de tijd moeten nemen om het goed te lezen.

Persoonlijk vind ik dat we dit jaarlijks zouden kunnen doen. We zouden jaarlijks zulke rapporten kunnen maken omdat een goed wetenschappelijk fundament van de experten voor de politieke actie iets is dat tot onze daadkracht en onze geloofwaardigheid bijdraagt. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, ik zal proberen kort en bondig te zijn en niet in herhaling te vallen. We hopen dat de eerste golf ongeveer achter de rug is. De voorbereidingen op een eventuele tweede golf zijn gelukkig volop aan de gang. Het is hoog tijd om te beginnen nadenken over wat na de coronacrisis komt.

De economische barometer staat op onweer. Het is zaak onze maatschappij, die een beetje een schip is, uit de storm en het onweer te loodsen. De rapporten die we allemaal hebben gekregen en gelezen, zijn geen exact routeplan waarin exact is uitgestippeld hoe we het moeten doen. Die rapporten zijn meer een kompas om uit dat onweer te kunnen geraken. Dat exact uitgestippeld plan is iets wat we hier samen zullen moeten maken. De Vlaamse Regering zal de voorzet moeten geven en we zullen hier moeten discussiëren en een concrete invulling geven aan de richting die wordt aangegeven.

Wat vinden we van de rapporten die we hebben gelezen? Ik lees de rapporten als een grote investeringsagenda om Vlaanderen klaar te maken voor de toekomst nadat het virus is bedwongen. Het is heel duidelijk dat het rapport niet spreekt over het strooien met geld. Integendeel, het gaat erom mensen, bedrijven en systemen niet aan een monetair infuus te leggen, maar ervoor te zorgen dat ze op eigen benen kunnen staan. Er kan, met andere woorden, worden geïnvesteerd in duurzame groei en in zaken die op termijn welvaart creëren.

We zijn allemaal bereid diep in de buidel te tasten. Drastische omstandigheden vragen ook drastische maatregelen. Dat betekent niet dat we later wel zullen zien en de factuur naar onze kinderen doorschuiven. ‘Après nous le déluge’, daar pas ik voor. Ik wil mezelf nog in de ogen kunnen kijken en ik wil zeker in de ogen van mijn kleine zoon kunnen kijken als hij later groot is. Ik wil dan fier zijn op wat we hier hebben uitgespookt.

Om die reden moeten we investeren in het creëren van welvaart. Daar is het rapport helder over. De maatregelen moeten zichzelf op termijn, wanneer we aan het einde van de ‘swoosh’ zijn, terugverdienen.

Een belangrijke rode draad in het rapport is dat alle domeinen moeten samenwerken. Dat is iets wat soms een beetje wringt. Het betekent dat administraties, partijen, organisaties en mensen zich niet in hun eigen gelijk en hun organisaties mogen laten opsluiten. Ze moeten op zoek gaan naar manieren om samen te werken om de slagkracht van wat ze willen doen te vergroten. Dat is een heel frisse en nieuwe manier om aan politiek te doen. Het zal nog voeten in de aard hebben voor we dat volledig hebben geïmplementeerd.

Als we het rapport lezen, vallen een aantal elementen uiteraard op. De werkzaamheidsgraad moet omhoog. Dat is evident. Werk creëert welvaart en tilt mensen uit de armoede. Een tweede element is de digitale versnelling. We hebben het aan den lijve ondervonden. De vorige sprekers hebben ruimschoots aangestipt dat we de toekomst zonder digitalisering niet tegemoet kunnen treden. Dat biedt tal van mogelijkheden. Wat welzijn betreft, zal ik niet alles herhalen. Het is een open deur. We hebben gezien hoe afhankelijk we zijn van een robuust welzijns- en zorgsysteem. De begroting is ook al aangehaald. Wat baat het ons nu artificieel met miljarden euro’s aan schulden te doperen en nadien weg te kijken wanneer de rekening moet worden betaald?

Duurzaamheid is niet enkel iets van de groene partijen of van de ecologisten. Het gaat ook niet alleen om het klimaat. Duurzaamheid is een prachtig principe, waar ik later nog op terugkom. De experts zeggen dat we dit in alle domeinen moeten uitrollen, maar uiteraard zeker met betrekking tot het klimaat- en energiebeleid.

Collega’s, die rapporten liggen daar. Een aantal dingen herkent u. Ze komen terug in het regeerakkoord. Maar er staat ook in dat er in het regeerakkoord veel goede dingen staan en dat we dat niet mogen laten slabakken. De turbo moet worden ingeduwd. Dat is de basis, dat is het minimum, maar er moeten nog een aantal dingen bijkomen. Dat is onze opdracht.

Nu worden wij, politici, opgeroepen om met die adviezen aan de slag te gaan. Een goede en wijze collega uit mijn fractie zei: ‘Als je vooruit wil en als je verandering wil, is het verstandig om eerst even een balans op te maken, om te kijken waar we staan.’ Wat is ons deficit? Waar zijn we goed bezig? Waar zijn we slecht bezig? Hoeveel schuld gaan we maken en hoe zal die dan worden terugbetaald? De gulden Vlaamse begrotingsregels, zoals ze vanmorgen nog in de debatten aan bod kwamen: we zullen serieus moeten bekijken hoe we dat waar zullen maken. Waar staan we vandaag? Waar gaan we naartoe? Waar zullen we lasten leggen, en waar zullen de lusten zijn? Hoe zullen de mensen die die lusten zullen plukken van al die hervormingen die we zullen moeten doorvoeren ook bijdragen aan diegenen die de lasten moeten dragen? Dit is met andere woorden ook een debat over fairness en rechtvaardigheid.

Collega’s, ik weet niet exact wanneer we klaar zullen zijn met deze oefening. Ik denk ook niet dat het op één moment zal gebeuren. Het zal een blijvende opdracht zijn, die deze hele legislatuur zal voortduren. Maar ik verwacht wel dat we in het najaar al een begin zullen maken met deze oefeningen. En het moet goed zijn. Het moet van de eerste keer juist zijn.

Collega Van Rompuy, ik ben het helemaal eens met uw beeld van de cartouche. Er is geen tijd voor gemorrel in de marge. Het moet erop zijn, anders hebben we onze kans verkeken en zullen we de behoorlijk sterke positie van Vlaanderen verspeeld hebben. We mogen ons met andere woorden niet laten verleiden om voor te stellen wat leuk klinkt en goed bekt. We moeten doen wat goed werkt en wat goed is. Daarom omarmen wij uiteraard de aanbevelingen om meer evidence based aan beleid te doen. Wij moeten ons meer baseren op wetenschap, op feiten.

Ik ga vandaag niet te veel voorafnames doen op wat het uiteindelijk moet worden. Ik wil wel duidelijk maken dat een aantal engagementen en ambities versterkt zullen moeten worden. Werk moet lonen. We laten niemand achter. Onderwijs versterkt mensen. We zetten Vlaanderen klaar voor een klimaatrobuuste toekomst. Dat zijn vier dingen die ik hier ook heb aangehaald bij de regeerverklaring. Het zijn dingen die er vandaag meer dan ooit toe doen. Ik maak ze iets concreter.

Werk moet lonen. Ja, we moeten mensen aan de slag helpen. De werkzaamheidsgraad moet omhoog. Als we ons land en onze economie, maar ook onze maatschappij in haar geheel, volle bak vooruit willen krijgen, dan moet er loon naar werken zijn. Het aantal werkende mensen die moeite hebben om rond te komen neemt toe en zal alleen maar toenemen als we niets doen. Uiteraard blijven we volop achter de maatregelen uit het regeerakkoord staan, zoals de jobbonus.

Welzijn en zorg moeten anders worden georganiseerd. We moeten dat durven te herdenken. Het is evident dat we onze ouderen niet meer in grote hokken, in grote gebouwen bijeen gaan steken. Dat is niet hanteerbaar als er iets misloopt. Enkel als we de wereld kunnen tonen dat we zorg dragen voor de zwakkeren, voor de zieken en ouderen, enkel indien we iedereen zijn waardigheid kunnen teruggeven, kunnen we echt spreken van toegenomen welvaart. Welzijn, collega’s, is niet alleen maar niet ziek zijn, dat is letterlijk: wel zijn. Dus moeten we de woonzorg anders organiseren. We moeten, zoals mijn collega Maurits zegt, ruimte maken voor gehandicaptenzorg en sociaal ondernemerschap. Dat zijn een aantal van de antwoorden die we, denk ik, vanuit het beleid kunnen bieden.

Onderwijs. Als we economisch de fast forward-knop willen indrukken, dan moeten we inzetten op digitalisering, flexibele arbeidsmarkt, levenslang bijleren. Dan hebben we een onderwijssysteem nodig dat kansen creëert en mensen klaarstoomt om daarmee aan de slag te gaan.

We moeten ook nadenken over het beleid zelf, over onszelf, politici. Ik las in de tekst: systeemdenken. Dat is zo’n heel abstract begrip. Het wil zeggen, opnieuw, dat je niet alleen aan je eigen winkel denkt maar ook aan hoe die winkel impact heeft op de winkel van je buurman. Je moet vooral bekijken hoe je samen sterker vooruit kunt gaan. Onze overheid is nog te log en is niet altijd efficiënt. Ze moet wendbaarder zijn. De lokale overheden moeten versterkt worden. In de rapporten staat dat daar opportuniteiten liggen. Als je wendbaarder wilt zijn en sneller op de bal wilt spelen, als je moet aanvoelen wat er leeft, waar er uitdagingen zijn en waar er opportuniteiten zijn, dan zijn lokale overheden het uitgelezen bestuursniveau om mensen te bereiken en te betrekken.

Betrekken wil ook zeggen: een participatieve overheid, een overheid die opnieuw niet alleen de gevestigde organisaties betrekt, maar die over haar beleid overlegt met de burgers, die input vraagt. Het is alle hens aan dek, het is elk hoofd, elk hart en alle handen mee aan de ploeg, mee aan de slag om ons land los te trekken.

Collega's, eigenlijk wil duurzaamheid zeggen dat er genoeg is voor iedereen, overal en altijd. Ik hoop dat wij ons beleid de komende jaren op die manier gaan organiseren, met die doelstellingen voor ogen. Dus mogen we niet teruggrijpen naar wat we kennen, we moeten durven vooruit springen. De rapporten bieden een heel degelijk startpunt voor wat we zullen moeten doen. Maar ik had graag nog wat meer ambitie gehad, nog forser vooruit. Als we zullen zien hoeveel schuld we gemaakt hebben, hoe groot de uitdagingen zullen zijn, zal een beetje goed doen, niet genoeg zijn. We zullen het uiterste van ons kunnen moeten tonen. We zullen ons een tijd moeten engageren. Elk greintje verstand dat we hebben zullen we moeten tonen, en niet enkel dat van de regering, niet enkel dat van het parlement, en liefst, minister-president, regering en parlement samen, en van iedereen in de maatschappij. ‘Inclusief’ staat erin, we mogen niemand achterlaten. We kunnen ons niet permitteren om iemand te missen. Het is alle hens aan dek.

Collega's, ik hoop dat de komende maanden, wanneer de plannen concreter worden, we erin zullen slagen om als politici te tonen aan de mensen dat wij een visie kunnen neerleggen die hoop uitstraalt, die ambitie uitstraalt en die ook realistisch is. Geen gedroom in de wolken, maar een visie die concrete resultaten voorspiegelt. Ons niet laten opsluiten in onze eigen partij, in ons eigen belang, in onze eigen organisaties, zal meer dan ooit van kapitaal belang zijn. Het is nu of nooit. Er is geen tweede kans. Het is allemaal samen. En vooral: ‘Plus est en nous’. (Applaus van de meerderheid)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, we zijn blij dat we minstens de rapporten van de expertencomités nog voor het reces kunnen bespreken. Ik wil trouwens alle experten danken voor hun werk. U weet het, er is wat ons betreft ‘no time to waste’ als het gaat over de relance. Dat werd daarnet nog eens heel duidelijk in de bespreking van het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) bij de begroting 2021. Vlaanderen heeft er echter alle belang bij om de economie en de samenleving zo snel mogelijk een doorstart te laten maken om te vermijden dat de factuur van de coronacrisis blijft oplopen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat heel veel burgers vandaag al een zeer zware prijs betalen voor die crisis, zowel financieel als mentaal. Wat ons betreft – maar dat weten jullie – ligt er beter vandaag dan morgen een ambitieus en een duidelijk relanceplan.

Deze rapporten geven een resem aanbevelingen over hoe we dat concreet moeten doen, hoe we onze Vlaamse economie en samenleving weer op de rails kunnen krijgen, maar vooral opnieuw vooruit doen gaan op langere termijn. Ik vind het daarom bijzonder positief, ik durf zelfs zeggen hoopvol, dat ook de relancecomités heel duidelijk aangeven dat deze crisis eerst moet worden beheerst en de schade zoveel mogelijk beperkt, maar dat corona ook een kans is. Dat heb ik hier al een paar keer gezegd. Het is een kans om een – ik lees dergelijke woorden – kwantumsprong te maken, een ommekeer, een transformatie in gang te zetten, zowel op vlak van economie als in onze samenleving. Ik ben bijzonder gecharmeerd door de oproep van het maatschappelijk relancecomité om die crisis aan te grijpen om echt te durven dromen over hoe we Vlaanderen morgen beter maken voor al zijn burgers en het momentum aangrijpen om echt vijf stappen vooruit te zetten op een aantal samenlevingsuitdagingen. Dan heb ik het uiteraard telkens opnieuw over het klimaat en de ongelijkheid.

Ik sluit me dus volmondig aan bij de analyse van de relancecomités, dat relance niet alleen een verhaal is van welvaart, maar ook van welzijn, met een uitgesproken ambitie om de leefkwaliteit van onze mensen te verbeteren, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren die deze crisis sowieso al veel harder voelen.

Er staan veel zaken in de adviezen, zowel van het economische als het maatschappelijk relancecomité, waarin wij ons kunnen vinden. Ik pik er een aantal uit, om te beginnen op het vlak van onderwijs. Ik ben heel blij met het radicale pleidooi voor een digitale transformatie in het onderwijs. Daarvoor zijn we al weken aan het pleiten omdat we er echt van overtuigd zijn dat dat op vele manieren zal renderen, zowel inzake onmiddellijke leerwinsten als om onze kinderen voor te bereiden op de arbeidsmarkt van morgen, waar digitale competenties ongetwijfeld heel belangrijk zullen zijn.

Ik denk zeker ook aan de aanbeveling om vier versnellingen hoger te schakelen op het vlak van levenslang leren, om mensen weerbaar te maken op de arbeidsmarkt die – in de toekomst zal dat nog meer het geval zijn – permanent in verandering is.

De relancecomités pleiten ook voor een versnelling op het vlak van digitalisering in het algemeen, binnen de bedrijven en de overheid – ook iets waar wij ons volledig in kunnen vinden –, met de nodige aandacht voor e-inclusie, maar daarop wordt ook heel duidelijk de focus gelegd in die rapporten. Werk maken van een ondernemingsvriendelijk klimaat waar goede ideeën niet stranden in een wirwar van regels, met een overheid die massaal en slim investeert in onderzoek en ontwikkeling, zodat Vlaanderen zich kan blijven manifesteren als een geloofwaardige voortrekker op het vlak van innovatie. Daar is nog veel werk aan, zoals gisteren bleek uit de bespreking van een rapport van het Rekenhof, en al helemaal nu Europees president Michel voorstelt om een besparingsronde te organiseren op een aantal Europese investeringsprogramma's zoals Horizon 2020. Daarover zullen we trouwens straks met spoed nog een voorstel van resolutie indienen.

Ik ben natuurlijk ook heel blij dat het economisch relancecomité heel expliciet vraagt om de Vlaamse klimaatambities te verhogen en versneld in te zetten op decarbonisering, onder andere om van Vlaanderen een koploper te maken in duurzame technologie, door te investeren in circulaire economie, door van Vlaanderen een fietsland te maken. Dat is absoluut nodig. Collega's, u weet dat wij het beschamend vinden dat Vlaanderen op dit moment de Europese klimaatdoelstellingen gewoon niet zal halen.

Er staan een aantal goede dingen in, maar er staan ook dingen in waar we ons grote en kritische vragen bij stellen, zoals bijvoorbeeld het expliciete pleidooi voor een vergaande samenwerking met private partners in onze zorg. Het spreekt voor zich dat ook wij voorstander zijn om ons zorgmodel, zeker de ouderenzorg, fundamenteel te herdenken na corona. Voor ons is het duidelijk dat de overheid daarvan de voortrekker moet zijn, dat het de overheid is die haar verantwoordelijkheid moet nemen om te investeren in zorginnovatie en betere werkomstandigheden, in meer handen aan bed en betere lonen. Een centrale rol dus voor de overheid, want wij zijn er echt van overtuigd dat de winstlogica niet te verzoenen is met goede zorg.

In het economisch relancerapport lees ik het idee om Mobility as a Service – op zich niks tegen – veeleer te interpreteren als een versterking van allerhande platformbedrijven dan te investeren in betaalbaar, toegankelijk en vooral publiek georganiseerd openbaar vervoer. Het zal u niet verbazen dat we het daar compleet oneens mee zijn.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Collega Goeman, allereerst mijn appreciatie dat u uw kernpunten duidelijk weergeeft en dat het echt over het rapport zelf gaat. De aanbevelingen over de zorg interpreteert u enigszins verkeerd. In het rapport staat dat we misschien meer sociale innovatie moeten toelaten op het vlak van zorg, en bekijken hoe we bepaalde zaken misschien anders kunnen doen. Dat waren ook vaak aanbevelingen in de coronacommissie, bijvoorbeeld op het vlak van de woonzorgcentra. Is het klassieke rusthuis nog het model van de toekomst? Moeten we niet gaan naar kleinschalig wonen, dichter bij mensen, tussen mensen, zoals bijvoorbeeld in Nederland op veel plaatsen al het geval is?

Hetzelfde voor voorzieningen voor mensen met een beperking. Er zijn zoveel mensen die zorg willen geven, maar op een andere manier, zoals de zorgkoppels, VillaVips, de toontjeshuizen. Of dat nu een private partner is of een vzw of het OCMW, dat maakt eigenlijk niet uit. Het gaat over de manier waarop je die zorg biedt. Laten we daar eens op een andere manier naar kijken. Dat is de essentie van de aanbeveling.

Dat gaat helemaal niet over winstmaximalisatie of het overboord gooien van normen. Het gaat gewoon over de dingen op een andere manier doen, kleinschaliger, menselijker, tussen de mensen. Dat waren ook de aanbevelingen van vele experts in de coronacommissie. Het lijkt mij persoonlijk alvast een goede visie voor de toekomst.  (Applaus bij Open Vld)

De heer Bothuyne heeft het woord.

Mevrouw Goeman, ik heb een vraag voor u. U zegt dat de overheid centraal moet staan bij deze relance. Daarover zijn we het alvast niet eens, want wat ons betreft moet de mens centraal staan. Mensen kunnen zichzelf overstijgen door samen te werken. Maar de overheid die centraal staat, hoe ziet u dat dan juist in dit land? Meer investeringen, begrijp ik, meer overheidsinitiatieven. In openbaar vervoer, in zorg, in alle mogelijke economische sectoren ziet u de overheid meer initiatief nemen. Ik zie u knikken. Ik stel vast dat deze overheid een overheidsbeslag kent van meer dan 50 procent. Meer dan 50 procent van wat we gezamenlijk verdienen wordt op dit moment al door de overheid verzameld en opnieuw geïnvesteerd. Hoe hoog wilt u dat overheidsbeslag, heel concreet, laten oplopen om uw plan waar te maken? En op welke manier wilt u dat dan financieren?

Ik geef eerst een korte repliek op collega Vande Reyde. Wij zijn voorstander van sociale innovatie. Maar wat wij vaststellen is dat de commercialisering in de zorg compleet is doorgeschoten. Dat is ons tijdens deze coronacrisis nog eens pijnlijk duidelijk geworden. Het enige punt dat ik hier vandaag wil maken, is dat wat ons betreft de overheid in die zorginnovatie altijd de regisseur moet blijven, want wij hebben schrik dat winstmaximalisatie anders de bovenhand neemt.

Mijnheer Bothuyne, tijdens de rest van mijn betoog zal ik een antwoord bieden op uw vraag. Daar komen we straks op terug. En ik zal de vraag vooral ook terugkaatsen.

Vooraleer ik dat doe, wil ik graag onder de aandacht brengen dat het me heel erg is opgevallen dat die maatschappelijke en economische relancecomités elkaar op bepaalde punten tegenspreken. Zo lees ik bij het economische relancecomité de roep om de middelen voor het openbaar vervoer te heroriënteren naar fiets- en wandelinfrastructuur, terwijl het maatschappelijke relancecomité er net voor pleit om de middelen voor wegverkeer daarvoor in de toekomst veel meer te gebruiken. Of het feit, collega's, dat het economische relancecomité ronduit pleit voor een uitbreiding van kinderopvang met een duidelijke focus op werkende ouders, terwijl het maatschappelijke relancecomité vooral zegt dat het belang van kinderopvang in een breder maatschappelijk perspectief moet worden gezien. Ik denk dat dat vooral op scherp stelt, collega's, hoe de regering zeer belangrijke knopen door te hakken heeft over hoe die economische en maatschappelijke relance met elkaar moeten worden verzoend. Ik ben uiteraard zeer benieuwd wat jullie zullen doen, maar ik heb wel heel goed begrepen dat ik daarvoor in het beste geval tot september zal moeten wachten.

Eén ding is zeker, collega's, de relance, zowel de economische als de maatschappelijke, komt er niet vanzelf. Alle aanbevelingen in deze rapporten zullen geld kosten. Daarover hoeven we niet flauw te doen. En dat brengt mij inderdaad bij de vraag van 1 miljoen of van verschillende miljoenen: wat met de budgettaire vertaling van al dit advies? 

Ik weet het – ik heb het al gezegd, collega's – tot onze grote spijt moeten we in ieder geval nog tot september wachten om een heel duidelijk antwoord te krijgen op hoe deze Vlaamse Regering al deze ideeën zal vertalen in haar begroting. Wat ons betreft, hadden er op dat vlak nu al stappen gezet moeten zijn, maar goed. Ik vind het trouwens ook heel jammer dat die rapporten niet méér concrete cijfers bevatten rond al die aanbevelingen. Dat zou natuurlijk geholpen hebben om een concreter beeld te krijgen van de uitdagingen waar we voor staan.

Bij gebrek daaraan, wilde ik van de gelegenheid gebruikmaken om eens te polsen hoe de Vlaamse Regering de begrotingsaanbevelingen van het economisch relancecomité leest.  Want een aantal zaken spreken voor zich – of dat hoop ik toch: gebruik maximaal Europese hefbomen, Europese subsidiemechanismen. Uiteraard, al verbaast het ons dat daarbij niets wordt gezegd over de expliciete ambitie van Europa om al zijn subsidies te koppelen aan de Sustainable Development Goals en de Green Deal. Dat is voor ons – maar dat weten jullie – een prioriteit.

Daarnaast pleit het relancecomité enerzijds voor een strikt begrotingspad op Vlaams niveau, zodat de uitgaven op het niveau komen van de structurele inkomsten, met 2024 als een belangrijke mijlpaal. En anderzijds pleit het ook voor – het ging er daarnet al over – een  heractivering van de gulden Vlaamse begrotingsregel. Ik wist niet dat die gulden Vlaamse begrotingsregel bestond en dus ook kan worden geactiveerd. Maar goed, het is in ieder geval iets waarvan wij vaststellen dat economen zoals Wim Moesen daarvoor pleiten. Wij zijn er dus ook voorstander van.

Wat is die regel? Zorg voor een evenwicht tussen structurele inkomsten en uitgaven.

Maar, collega's, en daar gaat het natuurlijk over, men moet daarnaast voor eenmalige overheidsinvesteringen zorgen die renderen, die onze economie doen groeien en die ook op het vlak van onze maatschappij renderen. Daarvoor moet men zelfs durven te lenen. Dat staat ook expliciet in het rapport. Dat past volledig in de logica van onze new social deal.

Mijn vraag aan de Vlaamse Regering is vandaag heel simpel, want we zullen ongetwijfeld nog vele gelegenheden hebben om uitgebreid over de relance te praten: hoe zult u met die aanbevelingen aan de slag gaan? Hoe rijmt u uw focus op het begrotingsevenwicht in 2024 met de oproep om de gulden financieringsregel te honoreren en dus geld vrij te maken voor eenmalige, grootscheepse investeringsprojecten in bijvoorbeeld de fietsinfrastructuur, woningrenovaties, de zorg en de digitalisering van het onderwijs, die cruciaal zijn om vooruit te gaan, die zullen renderen op economisch en maatschappelijk vlak en die zichzelf zullen terugbetalen?

Is het met andere woorden de ambitie van deze Vlaamse Regering om een ambitieuze investeringsagenda op te stellen of houdt u vast aan die enge interpretatie van een begrotingsevenwicht? Dan zie ik in alle eerlijkheid niet waar er een marge is om de investeringen te doen, die vandaag broodnodig zijn om onze economie en maatschappij te herlanceren. Dat blijkt ook uit de rapporten van de expertencomités.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik kan uiteraard niet voor de regering antwoorden, maar ik kan wel even herhalen wat de sociale partners op uw vraag hebben geantwoord. U hebt deze vraag al op een andere manier aan de SERV-partners (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) gesteld en het antwoord was dat men niet op de voorziene investeringen van 1,6 miljard euro – de minister van Financiën zegt dat het zelfs 1,65 miljard euro is – mocht besparen. Je mag niet de filosofie hanteren dat stenen niet kunnen betogen. Als je wilt besparen, doe dat dan niet op de investeringen die deze regering heeft gepland. Dat zijn er veel, dat zijn voor 1,65 miljard euro investeringen.

De SERV-partners hebben ook gezegd dat we het ons niet kunnen permitteren om de kranen open te zetten en dat we effectief moeten terugkeren naar een gezond begrotingsbeleid. Ik denk dat de SERV in de rest van zijn berekeningen rekening had gehouden met een half miljard euro extra meeruitgave in 2021, die niet in de documenten van de regering staan. Die meeruitgave van een half miljard euro dient voor maatregelen die mogelijk moeten worden verlengd of voor mogelijke relancemaatregelen.

Ik wilde dus toch even meegeven wat de sociale partners, werkgevers en vakbonden als antwoord geven op uw vraag.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik wil aansluiten op wat de heer Muyters over het SERV-rapport zegt. We staan er als meerderheid achter om tijdens deze legislatuur tot een begrotingsevenwicht te komen.

De vraag van de heer Bothuyne hebt u echter niet beantwoord. Ik wil van u ook wel eens graag weten tot hoeveel procent het overheidsbeslag mag gaan? Hoe zult u dat terugbetalen?

Ik heb het nogal moeilijk met uw opmerkingen over de winstmaximalisatie in de zorgsector, waarbij ook de private sector betrokken is. Hebt u dan duidelijke aanwijzingen dat in die groep van de zorgsector, waarbij ook de private sector betrokken is en de winstmaximalisatie volgens u prioriteit heeft, de COVID-19-crisis slechter opgevangen is dan elders? Zo niet, dan vind ik dat u het niet kunt maken om telkens weer te hameren op de winstmaximalisatie in de zorgsector.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil toch ook de kans grijpen om dat mondmasker even af te zetten. (Gelach)

Ik wil ook graag mijn collega’s, die hier een discussie willen over hoe hoog het overheidsbeslag moet zijn, een vraag stellen. Het overheidsbeslag, collega’s, moet niet groter zijn dan het vandaag is. Het moet nooit groter zijn dan dat het nodig is, maar er mag ook wel eens tegen het licht worden gehouden wat daarmee gebeurt.

We geven vandaag inderdaad 50 procent van ons nationaal inkomen uit via overheidsbeslag, collega's. En we zijn niet in staat om levens te redden in woonzorgcentra als er een crisis is. Is het dan te veel gevraagd om te kijken of we dat geld, die 50 procent, collega Bothuyne, collega Vande Reyde, vandaag verstandig aan het besteden zijn? En ja, de voorbije vijftien jaar is het voornamelijk door de inbreng van private partners, die – en je kunt het ze niet kwalijk nemen, want dat is hun job – proberen om winst te maken. Is het daar, aan die winst, dat we die 50 procent overheidsbeslag het best aan het besteden zijn, als we vaststellen dat ze niet in staat zijn om te leveren wanneer er een echte crisis is?

Is het niet gewoon zo dat we heel veel van het overheidsbeslag vandaag aan het uitgeven zijn zonder goed te weten waarom en zonder nog bereid te zijn om het te herevalueren als het nodig is? Ik herinner u aan de discussies die we de voorbije weken hebben gehad over onder meer de structureel, systematisch, eeuwigdurend verlieslatende regionale luchthavens. En ik ga niet opnieuw de discussie beginnen over de tientallen miljoenen van dat overheidsgeld die in FNG terecht zijn gekomen op een manier waarvan we nog altijd niet weten hoe en waarom dat eigenlijk gebeurd is en of dat nu eigenlijk zo verstandig is.

We geven inderdaad miljoenen uit als Vlaamse overheid. En in veel gevallen zijn we dat aan het doen om de dingen vooral te houden zoals ze zijn, omdat ze voor sommigen goed uitkomen. Dit is een moment waarop er inderdaad zou moeten worden gediscussieerd over hoe we die middelen gaan heroriënteren. Dat gaat niet over nog eens 5 procent bij het overheidsbeslag. Dat gaat niet over nog eens 100 miljard extra schuld voor collega Schiltz en 'zijne kleine'. Dat gaat over wat we aan het bouwen zijn voor collega Schiltz 'zijne kleine'. Want ook die vraag zal u gesteld worden. Niet alleen: waarom hebt u schuld gemaakt? – want u bent vandaag schuld aan het maken, en dat is niet eens onterecht – maar ook: waarom hebt u geld gebruikt om te bouwen wat u nu aan het bouwen bent, terwijl u vandaag al weet dat heel veel van die dingen eigenlijk niet werken, niet goed werken, niet veel toekomst hebben en dat we er zelfs niet goed in zijn? Waarom zijn we daar vandaag dan tientallen, honderden miljoenen, en in een aantal gevallen miljarden, aan aan het uitgeven? Dat lijkt me een zeer terechte vraag.

Uw eeuwige poging om, als iemand vraagt om te investeren in ‘de dingen anders doen’, te zeggen dat dat er dan maar bovenop moet, en daar een discussie over overheidsbeslag van te maken, collega's, is niet terecht. Dat is een goedkope manier om ervan af te proberen raken. De vraag is – en dat is waar het debat vandaag over gaat – wat we anders gaan doen. En ik zie in wat de Vlaamse Regering tot nu toe doet, niet veel anders. En dat is wel bijzonder jammer, eerlijk gezegd. Want dat betekent dat u met dat overheidsbeslag, met dat belastinggeld, niet echt aan het bouwen bent aan de toekomst, maar aan de dingen houden zoals ze vandaag zijn. En als er nu iets is dat de voorbije twee, drie maanden ons geleerd zouden moeten hebben, is dat zoals de dingen vandaag zijn, het alles behalve perfect is. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Schiltz heeft het woord.

Collega’s, ik heb net aangehaald dat we hier niet uit gaan raken als we allemaal in onze loopgraven blijven. Er wordt gesproken over ‘laat ons eens anders kijken naar hoe we zorg organiseren’. Dan hoor ik collega Goeman zeggen dat de staat het moet doen. En dan repliceert mijn lieve collega Maurits terecht dat er ook andere manieren zijn. Het gaat er inderdaad niet over of het de privé moet zijn of dat het de staat moet zijn. Nog altijd blijven we discussiëren over het middel, in plaats van eens te kijken naar wat we willen, welke kwaliteit van zorg we willen. Dat is waar het debat over gaat. We moeten elkaar hier geen vliegen afvangen. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Mevrouw Goeman heeft gezegd dat de staat daar een rol heeft, dat het de overheid moet zijn. En u zegt: uw privé, dat is ook... We zijn hier toch weer ambras aan het maken, aan het hakketakken over niets. Hier ligt een rapport met een aantal aanbevelingen, een kompas, een richting. Ik weet vandaag niet exact wat dat zal betekenen. Er zijn een aantal mogelijkheden. En uiteraard zijn we hier aan elkaar een aantal visies aan het tonen. Het werk zal nog moeten worden gedaan. U zei daarnet dat het toch wel spijtig is dat de regering nog geen relanceplan klaar heeft, de dag nadat de experten klaar zijn met hun rapport. Ik weet niet hoe snel u kunt werken. Er zijn heel veel mensen hier in het halfrond die bijna 24/7 aan de slag zijn. Maar nog sneller, dat lijkt me straf. Bovendien is dat ook niet wenselijk. Collega Van Rompuy heeft het gezegd, ik heb het gezegd: je hebt één kans. Je hebt nog een paar cartouches die je kunt gebruiken. Het is nu of nooit. Wel, collega Goeman, dan heb ik liever dat die cartouche bedachtzaam wordt ingezet, en niet snel, snel, snel, en nog minder alleen maar door een paar mensen op een kabinet, maar het liefst in samenspraak met het parlement, het liefst in samenspraak met brede lagen van de bevolking. Uw haast om nu al met die relance aan te komen, begrijp ik niet goed. We zijn nog aan het vechten tegen het virus. We zijn nog aan het zorgen dat er geen tweede golf komt. Het klopt dat we ons op tijd moeten voorbereiden. Maar collega's, laat ons nu toch eens de tijd nemen om rustig met elkaar en met de maatschappij te discussiëren over hoe we dit kantelmoment in de geschiedenis van ons land gaan aanvatten.

Toch een kleine factcheck, mevrouw Goeman en mijnheer Tobback. Als u zegt dat het ligt aan de doorgeslagen commercialisering dat de crisis er is gekomen, dan is dat dus feitelijk onjuist. Alle experten hebben het bevestigd. Er is geen verschil in de cijfers tussen de verschillende vormen, bijvoorbeeld in de woonzorgcentra, tussen diegene die door vzw’s, door OCMW’s of door de private sector zijn gerund. Als u zegt dat het door de commercialisering is – en dat hebt u wel degelijk gezegd, tenzij mijn mondmasker mijn oren vervormt –, dan moet u dat hard kunnen maken en dat kunt u gewoon niet.

Die sociale innovatie, beste vrienden van de linkerzijde, dat gaat niet over botte winst. Dat gaat over Jacques die samen met zijn vijf seniorenvrienden oud wil worden en als die dat wil doen, dat de overheid dan komt zeggen dat het een illegaal rusthuis is. Daar moeten we meer openingen laten. Mensen die zorg willen geven en de manier waarop mensen zorg willen krijgen, dat moeten we veranderen en vanuit een andere bril bekijken. Dat heeft niets te maken met botte winstmaximalisatie of mensen aan hun lot overlaten. Uitspraken dat het allemaal aan de commercialisering ligt, dat dat allemaal slecht is en dat de overheid terug moet naar hoe men twintig jaar geleden de zorg regelde, sorry, maar dat zijn absoluut geen waarheden. Als u dat zegt, dan vind ik dat u dat hard moet kunnen maken. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

Collega Tobback, ik kan het eigenlijk alleen maar grotendeels eens zijn met veel van wat u hebt gezegd want u zegt eigenlijk dat we binnen het bestaande overheidsbeslag, meer dan ruim genoeg, goede en duidelijke keuzes maken en prioriteiten stellen. Ik denk dat we het over een aantal van die prioriteiten zeker ook eens kunnen zijn. De aanpak van die klimaatcrisis en de economische crisis die tegelijk kan gebeuren, is een uitgangspunt om heel veel zinvolle investeringen te kunnen gaan doen.

Maar u hebt tegelijk ook met veel verve uw eigen economisch plan van uw eigen voorzitter de grond ingereden want die kwam hier een paar weken geleden vertellen – nu ja, hier niet want hier zien we hem niet veel – dat de overheid onmiddellijk 3 procent bruto binnenlands product (bbp) extra moest gaan investeren, eigenlijk 6 procent, want het moest recurrent 3 procent extra zijn. Lees: de overheid moest heel veel, maar dan ook heel veel bijkomende schulden maken om van alle soorten investeringen te doen.

Ik hoor u zeggen dat het overheidsbeslag gelijk moet blijven. Ik ben heel blij met uw uitgangspunt en het feit dat u het duidelijk oneens bent met de weggeef-socialistische visie van uw voorzitter. Ik denk dat u hier materialiteitszin hebt verkondigd. Ik hoop dat u diezelfde mening nog durft te verkondigen en dat het dus gedaan moet zijn met de socialistische dagdromerij als het over economische relance gaat.

Collega Tobback, u krijgt onmiddellijk terug het woord, maar iets in mij zegt – en u moet dat mondmasker terug opzetten – dat de anderen ook nog willen repliceren op wat u hebt gezegd.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Collega Goeman, ik zal het nogmaals herhalen. Als u probeert te stigmatiseren tussen overheid en privaat, want privaat benoemt u heel duidelijk als winstmaximalisatie, dan sluit ik aan bij wat collega Maurits Vande Reyde zegt, ook als u zegt dat de overheid meer moet doen. Ze is centraal en moet het beter doen. Als er geen duidelijk verschil is tussen privaat en overheid en stel dat er dan winst zou zijn bij de private sector, dan kunt u misschien als overheidsinstelling leren van die private instelling want dan doet die het misschien beter. Met andere woorden, stop met het stigmatiseren van de private instellingen door er constant dat etiketje van winstmaximalisatie op te plakken. Die mensen doen evengoed hun job als diegenen die tewerkgesteld zijn in de overheidsinstellingen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Mevrouw Goeman, ik denk dat u zelf niet in de coronacommissie aanwezig was wanneer Artsen zonder Grenzen aan het woord is geweest, maar wel uw collega Hannes Anaf. U zou daar eens aan moeten vragen wat Artsen zonder Grenzen heeft gezegd. Ze hebben 135 woonzorgcentra in heel België bezocht tijdens de crisis, waarvan 21 woonzorgcentra in Vlaanderen. Toen is ook de vraag gesteld: hebt u een verschil gezien in woonzorgcentra volgens hun rechtsvorm? Ze hebben daar duidelijk neen op geantwoord. Dus je kunt hier nu weer beginnen te polariseren ­– in mijn ogen – van die zijn goed en die zijn slecht, maar ik vind dat je dat niet kunt zeggen.

Artsen Zonder Grenzen heeft daar volgens mij toch een mooi zicht op gehad tijdens deze coronacrisis. Ik zou dan ook graag willen weten op welke cijfers u zich baseert.

Mijnheer Tobback, ik ben het eigenlijk helemaal met u eens wanneer u vraagt om de uitgaven die vandaag gebeuren, tegen het licht te houden en te testen op efficiëntie. Ik ga er dan ook van uit dat u helemaal mee bent in de filosofie van de uitgaventoets, de spending reviews die we gisteren hebben besproken in de commissie. Daarbij wordt bekeken hoeveel is uitgegeven en wat de doelstellingen zijn. U gaat daar helemaal mee akkoord? Dan moet u maar eens met uw collega Vandenhove praten, want die heeft gisteren gezegd dat hij als enige niet volgt dat we met uitgaventoetsen stappen vooruit zouden kunnen zetten in het beter besteden van de middelen. Misschien is het niet slecht dat jullie daar binnen de partij over praten.  (Applaus bij de N-VA)

De heer Vandenhove heeft het woord.

Mijnheer Muyters, ik heb niet gezegd dat ik tegen het principe ben. Ik heb gezegd dat dit voor mij een beheersprincipe is en niet zomaar een beleidsprincipe. Ik denk nog altijd dat de beslissing bij de politiek ligt, en daarvoor leven we in een democratie. Dat heb ik gezegd.

De heer Veys heeft het woord

Collega’s,  ik weet niet of u goed hebt geluisterd naar wat mijn fractievoorzitster in het begin heeft gezegd. Ik betwijfel het, want ik zag heel veel collega’s opnieuw tokkelen, tot het woord ‘overheid’ werd uitgesproken. Toen schoten de stokstaartjes wakker, zeg maar, en dat vind ik jammer. Ik vind dit hier geen goed debat.

Ik heb goed geluisterd naar wat de meerderheid daarnet heeft gezegd. Het gaat over meer dan 300 bladzijden aanbevelingen die we gisteren iets voor 16 uur in onze mailbox kregen. En nu hoor ik van de meerderheidspartijen dat die aanbevelingen in lijn liggen met het regeerakkoord en dat ze dus verder doen. Van CD&V hoor ik dat de coronacrisis een inzichtelijk proces was om de prioriteiten juist te stellen. Daar kan ik in komen, ik heb dat zelf ook gedaan. En dan hoor ik ook dat dit een debat is waarbij we ideologisch niet in de loopgraven mogen zitten. We zitten met een ideologische starheid van het debat, maar ik heb van de meerderheid enkel gehoord wat goed is aan deze aanbevelingen. Ik heb mijn fractieleidster duidelijk horen zeggen wat wij goed vinden, en wat wij minder vinden en waar we dus niet mee akkoord kunnen gaan.

Ik heb van geen enkele meerderheidspartij, maar misschien straks wel van onze regeringsleider, gehoord dat het regeerakkoord een beetje moet worden bijgestuurd omdat heel wat mensen het moeilijk hebben en nog zullen hebben, want de grote impact moet nog volgen. Dat staat ook in het rapport van het maatschappelijk relancecomité: het grote effect op de meest kwetsbaren volgt over enkele maanden. Mijn vraag is dan ook of er echt niets is van voortschrijdend inzicht bij de meerderheid. Is er dan niets dat moet worden bijgestuurd?

Ik stel deze vraag specifiek omdat veel van deze aanbevelingen hier enkele maanden geleden lagen als voorstellen van resolutie van verschillende oppositiepartijen. Soms is daar met argumenten over gedebatteerd, maar al te vaak zijn ze doorverwezen naar de commissie en daar weggestemd.

Collega's, de Vlamingen hierbuiten die het heel moeilijk hebben gehad, verwachten wat meer van ons. Zij verwachten een echt debat waarbij we niet vastzitten in die ideologische loopgraven. Ik roep dus opnieuw op om het over de kern van de zaak te hebben.

De heer D’Haese heeft het woord

Ik wil even ingaan op het debat over de verschillende types woonzorgcentra en de manier waarop we aan zorg doen.

Hebben de commerciële woonzorgcentra het slechter gedaan? Op dit ogenblik hebben we daar inderdaad geen indicaties voor. Artsen Zonder Grenzen heeft dat ook gezegd. Maar zoals iedereen ook zegt, moet het onderzoek eigenlijk nog serieus beginnen. En laat het heel duidelijk zijn: ik hoop dat we geen verschil vinden, ik hoop met heel mijn hart dat we op dat vlak geen verschil vinden.

Maar de kwaliteit van zorg gaat natuurlijk niet alleen over het aantal sterfgevallen dat er is geweest als gevolg van corona. We weten dat bijvoorbeeld de kwaliteit van zorg in woonzorgcentra zeer sterk afhankelijk is het personeelskader. Dat is een evidentie: als men meer zorgkundigen heeft, kan men betere  zorg bieden. We weten dat er een zeer groot tekort is aan zorg omdat er te weinig handen aan het bed zijn.

En in de commerciële woonzorg zien we zwart op wit dat de personeelskaders een serieus stuk kleiner zijn. Er zijn minder zorgkundigen, minder verpleegkundigen per bewoner. En ja, dat is een probleem. En ja, er is een onderscheid in hoe die zorg wordt gegeven. En dat heeft niets te maken met de mensen op de vloer die het beste van zichzelf geven. Want vaak zijn het de mensen op de vloer uit de commerciële woonzorgcentra die zelf aangeven dat hun woonzorgcentrum wordt geleid als een privébedrijf en niet als een zorginstelling.

Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat er ook binnen de zogenaamde commerciële, winstgevende sector een onderscheid is. Er zijn kleine, vaak familiale, woonzorgcentra, waar er misschien een klein beetje winst geboekt wordt maar die in privéhanden zijn. Maar de helft van de commerciële woonzorgcentra is in handen van drie internationale groepen. We weten dat er daar serieus wordt bespaard op levenskwaliteit, onder andere via de personeelskaders. Dus ja, laten we dat debat eerlijk voeren. Dan denk ik dat we effectief moeten besluiten: die commercie, die zoektocht naar maximale winst, heeft geen plaats in onze zorg. Collega’s, weten jullie hoeveel winst er wordt gemaakt op onze ouderen in die internationale concerns? Weten jullie hoeveel? 10 tot 15 procent! 10 tot 15 procent winst wordt er gemaakt op onze ouderen. Dat is 10 tot 15 procent middelen die niet naar personeel kan gaan. Laat me dat even heel duidelijk maken.

Ten tweede, eigenlijk ging het hier over de tekst van het economisch relancecomité en het maatschappelijk relancecomité.

Inderdaad. Ik geef u gelijk.

Fantastisch. Dat is dan de eerste keer in een jaar of zo. Geweldig.

Dat zal ook niet vaak gebeuren.

Ik denk het ook niet. Ik ga dat opnemen en opnieuw afspelen.

Over de tekst van het economisch relancecomité werd hier gezegd: als men het heeft over privé-instellingen in de zorg, dan heeft men het over Jacques, die met zijn vrienden waardig oud wil worden. Dan moet u de tekst echter wel lezen, want dat is niet wat er staat. Wat er staat in de tekst is dat we met innovaties in de zorg bedoelen ‘de ontwikkeling van een ondernemerscultuur op maat van de zorgsector’. Wat wil men daarmee zeggen? ‘Maatschappelijke uitdagingen omvormen tot economische opportuniteiten’. Wat wil men daarmee zeggen? ‘Het ontwikkelen van samenwerkings- en verdienmodellen waarbij de finaliteit ligt in het creëren van economische en maatschappelijke meerwaarde’. We moeten de discussie dus wel wat eerlijk voeren. Wat hierin staat, is niet dat Jacques met zijn vrienden waardig ouder mag worden en dat hij daar zelf het initiatief toe wil nemen, waar ik helemaal achter sta. Wat hierin staat, zwart op wit, is dat we verder moeten gaan in het zoeken naar verdienmodellen binnen onze zorgsector. (Opmerkingen)

Dat is concreet waarover het hier gaat en daarop wilde ik antwoorden.

Heeft er nog iemand een vraag aan collega Goeman?

De heer Tobback heeft het woord.

Ik ben het over alles eens met collega Goeman en ga haar dus geen vraag stellen, voorzitter. (Opmerkingen van de voorzitter)

Laat me zeer duidelijk zijn, collega Bothuyne. Ik vind een aantal argumenten die hier gebruikt worden wel een beetje eigenaardig. Dat toont ook wel aan hoe we soms vergeten om een beetje verder door te denken. Ik vind het heel raar dat het argument dat er qua gezondheidsprestaties in deze coronacrisis geen verschil is tussen private en publieke rusthuizen, gebruikt wordt als bewijs om te zeggen dat we goed bezig zijn. Ik vind dat een beetje eigenaardig. Want als Artsen Zonder Grenzen dat vaststelt, dan is dat een zaak. We zullen die vaststelling onderschrijven. Maar voor zover ik weet, betaalt wie zich laat opnemen in een privaat woonzorgcentrum nog altijd wel flink wat meer dan iemand die zich laat opnemen in een publiek woonzorgcentrum. Met andere woorden: als je voor de helft meer of voor het dubbele net evenveel zorg krijgt, dan blijft er ergens wel wat geld hangen, collega’s. Dan is dat in een systeem dat door de overheid geregisseerd wordt. (Opmerkingen van Sarah Smeyers)

Daarin wordt aan de burger gezegd: ga daar uw geld besteden. Dan moet de overheid daar haar verantwoordelijkheid nemen en dan moet ze die niet te gemakkelijk afschuiven, zoals men hier aan het doen is. Die vaststelling dat het overal hetzelfde is, is eigenlijk een pijnlijke vaststelling, collega’s. Ik zou daar niet fier op zijn, in uw plaats, als dat het model is dat u uitgetekend hebt. Want dan weet ik waar die 10 tot 15 procent rendement naartoe gaat. Dat is niet naar betere zorg en waar voor uw geld. Het is onder de verantwoordelijkheid van de overheid dat dat model werd en wordt gepropageerd, zeker de laatste legislaturen.

Collega Bothuyne, wanneer u praat over overheidsbeslag en uitgaven, dan is er één ding nogal evident geweest de voorbije maanden na het beleid tijdens de voorbije twee, drie legislaturen – ik neem er ook een bij waar de sp.a in zat, om duidelijk te maken dat dit niet persoonlijk is. We stellen vandaag bijvoorbeeld vast dat, als iedereen plotseling op de fiets stapt, er qua fietsinfrastructuur een hoop miserie aan het licht komt, terwijl we in de voorbije jaren wel een massa geld hebben gestoken in het aanleggen van spitsstroken die de voorbije maanden, net zoals de rest van de autostrade, leeg waren. Het is dus evident dat er wel enige heroriëntering en soul searching over de besteding van die middelen zou mogen gebeuren. Alle meerderheidspartijen zijn al aan het woord geweest.

Alle meerderheidspartijen zijn al aan het woord geweest, maar dat heb ik nog geen een van u horen doen in deze zitting, tot nu toe. Eigenlijk was het een groot verhaal van ‘we zijn goed bezig’. Als we daarop wijzen, dan denk ik dat dat terecht is en dat de reactie van ‘wilt u dan meer geld uitgeven?’ eigenlijk nogal flauw en kort door de bocht is, en voorbijgaat aan de essentie. Collega Bothuyne, op die vraag wil ik ook antwoorden. Vroeger was dat misschien gelukt, maar op dit moment hoeft u zelfs niet te proberen verschillen te zoeken met mijn voorzitter. Die zijn er namelijk niet. Als er moet worden geïnvesteerd in vooruitgang, dan zal de overheid daar inderdaad haar verantwoordelijkheid in moeten nemen. Als er moet worden geïnvesteerd in het bijsturen van de richting in de samenleving, zal de overheid daar haar verantwoordelijkheid in moeten nemen, als we allemaal geld steken in dingen die rendabel zijn voor de samenleving, in onderwijs, in goede gezondheidszorg, in dingen die jobs opleveren. Ik geef het voorbeeld van het beter isoleren van de woningen, de koten waarin mensen maandenlang hebben vastgezeten. Die comfortabeler maken, zeker als het over sociale woningen gaat, dat is een rendabele investering. En ja, als er daarvoor geld moet worden uitgegeven, dan moet de overheid daar inderdaad geld voor uitgeven. Daarvoor heeft ze te weinig geld uitgegeven.

Collega Muyters, als u een ‘spending review’ wilt doen, daarvoor heb ik daarnet al een paar voorbeelden genoemd. Ik wil er nog wel een paar noemen. Er zijn inderdaad nogal wat dingen waaraan ook deze regering nog altijd miljoenen, tientallen miljoenen aan het uitgeven is die ze eigenlijk beter niet zou uitgeven, omdat die geen jobs en geen maatschappelijk rendement opbrengen. Alstublieft, stop daarmee. Collega’s van de meerderheid, ik had ook graag van u de voorbeelden gehoord daarnet, en ik heb ze van niemand van u allen gehoord. Het motto ‘we zijn goed bezig’, het is meer dan ooit niet het moment om daarmee rond te lopen. Laten we de dingen veranderen en anders aanpakken, en laten we inderdaad investeren, zonder iedere keer dat goedkope riedeltje van ‘waar gaat u het geld halen?’. We weten allemaal vanwaar het geld zal komen.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Voorzitter, we zijn nu al meer dan een half uur de vis aan het verdrinken, op aansturen van de oppositie. Misschien wil men de aandacht van de goede relancemaatregelen afleiden. (Opmerkingen bij sp.a)

We zijn hier het onderscheid tussen publieke en private woonzorgcentra aan het uitspitten. De conclusies van de coronacommissie moeten nog komen. Ik geef mevrouw Saeys gelijk: ik denk niet dat het grootste probleem bij het onderscheid tussen publieke en private rusthuizen zal liggen. Mijnheer Tobback, dat virus heeft ons allemaal getroffen. Ik denk niet dat u hier nu de discussie over de al dan niet gecommercialiseerde rusthuizen moet beginnen te openen. Trouwens, de overheid betaalt ook bij bij de publieke rusthuizen.

Voorzitter, ik roep de collega’s op om het eens te hebben over de relancemaatregelen en nu even de discussie over de publieke en de private rusthuizen achterwege te laten. Ik denk dat de Vlaming ook niet zit te wachten op deze discussie, maar dat hij wil horen wat we zullen doen om uit deze crisis te geraken. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

Ik wil collega Tobback en de collega’s van de oppositie erop wijzen dat we hier nog maar een paar weken terug heel duidelijk hebben gezegd dat er een tandje moet worden bijgezet op een aantal onderdelen van het beleid. Als we zeggen in de resolutie betreffende de relance, die we hier hebben goedgekeurd, dat er een versnelling moet komen inzake de renovatie van onze woningen en de uitbouw van onze fietsinfrastructuur, dat er qua digitalisering van het onderwijs, opleiding en vorming een tandje kan worden bijgezet, dan is dat wel degelijk substantieel. Dat is zelfs meer dan hier gewoon een speechje komen geven. Neen, dat is hier ingediend als werkdocument, als resolutie goedgekeurd, en is een duidelijke opdracht voor deze regering, waarvan wij tegen september bij de begrotingsbesprekingen ook duidelijke engagementen verwachten.

Collega’s, dank u wel voor de vele reacties. Ik vind het wel een beetje raar dat er commentaar komt, dat we hier niet mogen spreken over een aantal punten die in die relanceplannen staan.

U mag spreken over wat u wilt.

Die aanbevelingen zijn immers net het onderwerp van de discussie vandaag. Men moet mij ook geen woorden in de mond leggen. De enige opmerking die ik maakte, op basis van de aanbevelingen die hierin staan, is dat we héél voorzichtig moeten zijn met het geven van een plaats aan private partners bij het ontwikkelen van onze zorg. Ik heb niks gezegd over de woonzorgcentra. Ik vind het interessant dat jullie daar als door een wesp gestoken op reageren. Wat ik vooral heb gezegd, is dat we voorzichtig moeten zijn met het geven van een rol aan de privésector in de zorg, omdat onze ervaringen buiten covid ons inderdaad leren dat de kwaliteit van de zorg in commerciële rusthuizen, maar ook andere zorginstellingen, onder druk staat, dat de prijs daar hoger ligt.

Dat zegt niks over de inzet van het personeel, dat zegt vooral veel over hoe ouderenzorg geen verdienmodel mag worden, inderdaad, mijnheer D’Haese, en dat is uiteraard mijn punt.

Maar laat me nog kort inpikken op de heer Bothuyne. Dat was de conclusie van mijn betoog: er moet een tandje worden bijgestoken. Daar gaat het mij natuurlijk om. Waar gaat dat tandje worden bijgestoken? Ik zit niet in mijn loopgraaf. Ik wil gerust mee nadenken over efficiëntie. Hoe gaan we de middelen die er vandaag zijn efficiënter inzetten om te zorgen voor economische groei, voor investeringen in het klimaat, in openbaar vervoer? Wat we hier altijd te horen krijgen, is dat het geld op is, maar ik stel vast dat er voor een aantal dingen wel nog geld is. We hebben hier al een aantal keren de discussie gevoerd over de carbonleakagepremie en over regionale luchthavens. Laat ons het debat voeren over de investering van de middelen vandaag.

Laat ons eerlijk zijn, geloven jullie oprecht, dat was mijn vraag, dat we er daarmee gaan komen? Onze logica is dat men vandaag moet durven lenen om die fietspaden aan te leggen, om die woningen vandaag te isoleren, om dat openbaar vervoer vandaag te doen rijden. Dat is de manier om het morgen te laten renderen. Ik kan alleen maar zeggen: we hebben echt geen tijd te verliezen. Waarde regering, ik ben echt bijzonder benieuwd naar uw plan. De relance moet er vandaag komen en niet morgen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer D’Haese heeft het woord.

Collega’s, we hebben het hier vandaag over de aanbevelingen van het maatschappelijk en economisch relancecomité. Om te beginnen blijkt uit de teksten – heel interessante teksten – dat het een heel slecht idee was om die twee uit elkaar te trekken. Daar kunnen we alvast mee beginnen, al was het maar wegens de tegenstrijdigheden tussen de twee, al was het maar omdat het natuurlijk een beetje raar is om een economie te herlanceren zonder de maatschappelijke aspecten in rekening te brengen, of de maatschappij te herlanceren zonder de economie in rekening te nemen. U zult zeggen dat we twee rapporten hebben en dat we die nu moeten samenbrengen. Ik vind het vreemd dat we die oefening apart hebben proberen te maken.

Het maatschappelijk relancecomité heeft een bijzonder lijvig rapport geschreven, goed onderbouwd. Het start met een uitvoerige situatieschets, wat een beetje ontbreekt in het economische rapport. Er staan een heel aantal positieve zaken in, waarvan er al een aantal genoemd zijn: de investeringen in sociale woningen, de ambitie om dakloosheid effectief aan te pakken, de digitalisering van het onderwijs, zorgen dat leerlingen een laptop hebben om onderwijs te kunnen volgen, het bestrijden van armoede en het heroriënteren van de jobbonus. Het zijn allemaal zaken waar we alleen maar achter kunnen staan.

Het economisch relancecomité en het rapport dat het voorlegt, het zal u niet verbazen dat wij daar anders naar kijken. Om te beginnen is het altijd interessant om te bekijken wie zo’n tekst geschreven heeft. We hebben het er al over gehad. Het economisch relancecomité bestond uit vijf regeringsfunctionarissen en zes experten uit dezelfde bubbel: drie managementdocenten, de vertegenwoordiger van de grote werkgevers, een arbeidseconoom en een vermogensbeheerder. Het lijkt me niet zo verbazingwekkend dat die club een doorslagje van het regeerakkoord heeft geschreven met dan nog een neoliberaal checklijstje erbij.

Er werd hier andere collega’s verweten ideologisch verstard te zijn. Maar dat is natuurlijk een gemakkelijk verwijt als de ideologie er zo vingerdik op ligt en de uwe is. Het ideologische debat is een goed debat, zoals bijvoorbeeld over welke zorg we nodig hebben, een debat dat hier ook wordt aangeraakt. Dat werd dan nog begeleid door een van de ‘big four’ van accountancybedrijven om het geheel te verpakken in een opeenstapeling van dure woorden. Ik ben benieuwd wat die hele grap gekost heeft, maar je kan niet verbaasd zijn over wat er uit die tekst spreekt, welk gevoel, welke maatschappelijke visie.

De mensen van deze tekst slagen er zelfs amper in om het woord ‘zorg’ te schrijven zonder er het woord ‘economie’ achter te moeten zetten. Ik vind dat onwaarschijnlijk.

Voilà, maar we hebben een relancecomité met een aantal interessante mensen. We hadden ook aan de Rotaryclub kunnen vragen wat zij vinden dat er moet gebeuren. Ik denk niet dat het resultaat heel erg verschillend was geweest. (Opmerkingen)

Ik heb heel veel respect voor managers en bedrijfsleiders en academici, absoluut. Maar meneer Gryffroy, men zou bijna vergeten dat er in Vlaanderen 3 miljoen werknemers zijn die het land doen draaien. Men zou dat bijna vergeten. Blijkbaar vond er niemand het de moeite om hen, hun vertegenwoordigers, eens te vragen hoe zij denken dat de economie, die zij doen draaien, moet worden geherlanceerd. Daar vinden we hier nergens iets over terug. Dus is er een soort van ‘pensée unique’ in de tekst van het economische relance, en dat lijkt me redelijk logisch.

Als je er globaal doorgaat – we moeten er niet flauw over doen –, is het bijna een neoliberale bijbel: vermarkting, privatisering, flexibilisering, alle klassiekers. Collega's, in de jaren ’80 was het misschien nog vernieuwend, maar intussen is dat toch wel een beetje oubollig. We weten waar het toe leidt. De vrije markt was niet in staat om het essentieel beschermingsmateriaal te leveren aan de zorgmensen. De vermarkting van de zorg heeft geleid tot enorme personeelstekorten, dat is door heel veel mensen in de coronacommissie aangehaald. De ‘lean en mean’-overheid was zelfs niet in staat om minimale ondersteuning te bieden in het heetst van deze crisis. Intussen werkten de mensen die ons land doen draaien in onderbetaalde, hyperflexibele contracten en werden anderen aan de kant geschoven als wegwerpmensen.

Die ideeën komen gewoon allemaal terug in dit rapport. Daar hebben die experten niets van gemerkt: ‘voor corona = na corona’ maar dan op steroïden en verpakt in een managementtaaltje waar een kat haar jongen niet meer in terug vindt. Het is bijna karikaturaal om het te lezen; het spijt me om het te zeggen.

Dat is jammer. Het zou grappig zijn mocht het niet zo triest zijn, want er zijn volgens mij toch een aantal belangrijke lessen te trekken uit corona, die in dit rapport niet worden getrokken. Ik zou er drie met u willen overlopen.

De eerste lijkt me respect en waardering voor het zorgpersoneel en de herfinanciering van de zorg. Dat lijkt me een eerste belangrijke les uit corona, waar iedereen het volgens mij mee eens zal zijn, al hebben anderen moeite om dat in de praktijk om te zetten. Daarover staat in de hele tekst van het economische relance niets. Niets. Wat staat erin: de zorg herleiden tot een zorgeconomie en de gezondheid tot een gezondheidsindustrie. Dat is wat erin staat. We hebben het al gehad over hoe men kijkt naar zorg: het moet worden vermarkt, verdienmodellen, economische meerwaarde enzovoort. Het is een heel interessante visie, maar ik ben het daar fundamenteel niet mee eens, en ik denk heel veel mensen in de zorg ook niet. Het is een hele lange uitleg om uiteindelijk te zeggen dat men de zorg wil vermarkten, er meer winst uit wil halen. Geen woord over loonsverhoging, geen woord over een zorgpact, geen woord over een structurele aanpak van het personeelstekort, maar wel – en dit verzin ik niet – ‘het inschakelen van tijdelijk werkloos luchtvaartpersoneel om op een duurzame manier de tekorten in onze zorg op te lossen’. Ik verzin het niet, het staat erin. Dat is het model dat door deze experten naar voren wordt geschoven. Dat er bij Ernst & Young niemand heeft gedacht dat dit misschien niet het beste idee is en dat men misschien aan echte maatregelen voor het zorgpersoneel moet denken, dat verbaast me heel sterk.

Een tweede les is de sociale bescherming voor de mensen die ons land doen draaien. Uitgerekend de mensen die de welvaart in ons land maken, werden heel sterk getroffen door het virus dat toesloeg. Vandaag zitten er nog tienduizenden mensen thuis, in tijdelijke werkloosheid, met meestal een serieus loonverlies. Mensen die via interimkantoren werkten, zagen hun contracten gewoon niet verlengd. De vraag bij de voedselbanken was nog nooit zo groot. Bovendien zijn de mensen die blijven doorwerken zijn, de mensen in de laagstbetaalde contracten en de meest flexibele contracten.

Ik ging dus in het rapport van onze economische experten op zoek naar waar er iets zou staan om aan deze mensen meer zekerheid, meer stabiliteit en meer inkomen te geven. Ik keek in de inhoudstafel – ik wist zelfs niet waar te beginnen –, misschien in het hoofdstuk ‘Dynamiseer onze arbeidsmarkt’. Daar staan heel lange traktaten over inactieven – wat een woord, ik dacht dat we dat hadden geband – over mensen die thuis bleven om op hun kinderen te passen. Voor de rest: meer flexibiliteit, meer van hetzelfde.

Ik ga een groot geheim vertellen. De kassiersters, de rekkenvullers, de mensen die in onze fabrieken hebben gewerkt, vragen niet meer flexibiliteit op maat van hun werkgever. Zij vragen eindelijk autonomie, meer autonomie om zelf hun rooster in elkaar te steken, om zelf hun werk in handen te kunnen nemen. Daarover vindt men bitter weinig terug. Van tijdelijke werkloosheid lijken we wel te gaan naar permanente flexibiliteit en onzekerheid: van de regen in de drop.

Wat heel speciaal aan deze tekst is, is dat onze managers en vermogensbeheerders letterlijk toegeven dat de peperdure jobbonus waarover de Vlaamse Regering heeft beslist het aantal werkende armen niet zal doen afnemen en ertoe zal leiden dat de mensen minder gemakkelijk promotie en loonsopslag krijgen, maar toch best snel wordt ingevoerd, want anders zullen andere experts er aanvallen op blijven lanceren. Ik verzin het niet. Dat is wat er staat. Dat is wat ons wordt aangeraden. Bovendien mag iemand die een flexibel contract heeft en met dienstencheques hulp voor het huishouden inroept, volgens de experts meer betalen.

Ik denk dat we net het omgekeerde nodig hebben. We moeten die ratrace naar hyperflexibele, precaire contracten omdraaien en gaan naar respect en waardering voor de mensen die ons land doen draaien. Dat moet zich ook in de contracten uiten.

Het andere grote probleem dat ons na de coronacrisis staat te wachten, is de klimaatcrisis. Wie had gehoopt op verfrissende, radicale en gedurfde ideeën om de klimaatverandering aan te pakken, blijft op zijn honger. ‘Same old, same old’. De uitstoot verlagen, doen we gewoon door iedereen voor CO2 te laten betalen. De 'carbon pricing' is er niet enkel meer voor de energie-intensieve bedrijven, zoals nu het geval is, maar komt er in alle sectoren, tot de huishoudens toe. We verhandelen koolstof en hopen dat het deze keer wel zal werken, hoewel we weten dat het dat niet zal doen.

De kilometerheffing ligt opnieuw op tafel. Dat was lang geleden. We laten mensen betalen die de auto nemen om naar het werk te gaan omdat er amper een alternatief is. Dat viel te verwachten als de vertegenwoordiger van de minister-president, het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) en Geert Noels samen aan tafel zitten om te praten over ideeën om de klimaatcrisis te betalen.

Naast dat rekeningrijden, pleiten ze bovendien voor minder investeringen in en meer besparingen op het openbaar vervoer. Dat had ik zelfs niet op voorhand kunnen bedenken. Dat is een surreële ervaring die ik niet kon voorspellen. Ze noemen dat zelfs nog een versterking van de duurzame mobiliteit. Ik had het zo gek niet kunnen bedenken. Ze noemen het een tax shift, maar het is een tax shift die werkende mensen meer laat betalen in plaats van het principe ‘de sterkste schouders, de zwaarste lasten’ te huldigen.

Bindende normen voor de grote industrie zijn nergens te vinden. Er komt het omgekeerde van investeringen in het openbaar vervoer. De duurzame shift naar hernieuwbare energie komt er alleen in voor als het over fietspaden gaat, terwijl we dat op dit moment net nodig hebben.

Ik vind niet dat het rapport van het economisch relancecomité veel antwoorden heeft op de vraag hoe we uit deze coronacrisis moeten geraken of hoe we onze maatschappij moeten herlanceren. Dezelfde dogma’s als voor de crisis worden herhaald, maar dan op steroïden. Ik stel voor dat we in de eerste plaats kijken naar de aanbevelingen van het maatschappelijk relancecomité, want daar staan veel waardevollere aanbevelingen in.

Mijnheer D’Haese, ik zal heel kort zijn. U hebt gesproken over wat u meer wenst, de zogenaamde ‘plus, plus, plus’ en over wat u niet in het rapport hebt gevonden. Mijn vraag is gewoon of u, als u even uit de loopgraven komt, duidelijk kunt zeggen hoe u die ‘plus, plus, plus’ zou betalen en hoe u de maatregelen die er volgens u hadden moeten instaan, zou betalen.

De heer Brouns heeft het woord.

Mijnheer D’Haese, ik heb niet meteen een rechtstreekse reactie of vraag. Het is positief dat ik vaststel dat we het er in elk pleidooi kamerbreed over eens zijn dat we naar een meer doorgedreven digitalisering van Vlaanderen moeten gaan. Daar zijn we het kamerbreed over eens. Als de wereld, die de voorbije weken toch bijna tot stilstand is gekomen, is kunnen blijven draaien, is dat door die digitale verbondenheid. Ik vind het goed dat we daar, over alle fracties in dit halfrond heen, vandaag de nadruk op leggen.

Ik wil vanuit mijn fractie meteen een belangrijk aspect benadrukken. In het onderwijs heeft het online afstandsonderwijs het leerrecht van onze jongeren gewaarborgd, maar de digitalisering is en blijft een middel. Ik zou dan ook willen benadrukken dat het fysiek contact tussen leerkracht en leerlingen uiteraard nooit verloren mag gaan. De digitalisering kan niet in de plaats daarvan komen.

Om te komen tot een inclusiever digitaal Vlaanderen moeten we absoluut een aantal belangrijke randvoorwaarden in ogenschouw nemen. Ze zijn talrijk, ik wil er vier meegeven.

Een digitaal Vlaanderen is voor ons ook een cyberveilig Vlaanderen. Als er iets is wat de afgelopen maanden hebben aangetoond…

Collega Brouns, ik kan mij niet herinneren dat collega D’Haese het woord digitalisering in de mond heeft genomen. Als u hier de visie van CD&V in vier punten wilt uiteenzetten, dan doet u dat het best heel kort.

Ik stel vast dat we het er allemaal over eens zijn dat de digitalisering een belangrijke pijler is in het relanceplan. Ik geef gewoon vier voorwaarden mee die wij belangrijk vinden om haar te kunnen uitrollen. De eerste was een cyberveilig Vlaanderen. In een digitaal geletterd Vlaanderen moeten we aandacht hebben voor mediawijze Vlamingen. Wat ook een paar keer aan bod is gekomen, is het wetenschappelijk onderzoek dat als basis kan dienen voor meer evidence based beleid. En ook het Vlaams digitaliseringsbeleid moet evidence based zijn.

Collega D’Haese, volgens mij spreekt u veel te veel met het syndicaat en veel te weinig met werknemers in de bedrijven zelf. Ik raad u echt aan om dat te doen. Ik wil u gerust eens meenemen en met werknemers laten kennismaken. Dat zal u veel deugd doen. U geeft hier aan, op een moment waarop we in een diepe, diepe crisis zitten, waar bepaalde bedrijven en sectoren mogelijk niet meer zullen uit geraken, dat flexibiliteit op de arbeidsmarkt een vies woord is. U zegt dat we daar af moeten blijven en dat we terug moeten naar de zeer starre arbeidsmarkt zoals die, ik weet niet, in de jaren twintig of zo werd beschreven door het syndicaat.

Ik zal u twee voorbeelden geven van flexibiliteit die keihard nodig is. Ik zal u vragen om daar toch op zijn minst mee in te stemmen.

Iemand die langdurig ziek is, geniet een uitkering. Als hij vandaag aan de slag zou gaan, verliest hij onmiddellijk zijn uitkering. Lukt het dan niet in de periode dat die persoon opnieuw aan de slag is, dan is die persoon zijn of haar uitkering definitief kwijt. Wij willen – en de experten geven dat ook aan – dat wij in de toekomst, als zo iemand aan de slag wil gaan, de drempel van het verliezen van de uitkering willen wegwerken, en die persoon op zijn minst gedurende een overgangsperiode de kans bieden om terug te keren naar die uitkering. Zegt u dan dat u tegen die flexibiliteit bent? Dat is de flexibiliteit die de experten voorstellen. U zegt eigenlijk dat u vindt dat die werknemer in dat statuut van langdurig zieke moet blijven en niet moet gaan werken. Dat is wat u zegt.

Tweede voorbeeld. Ik ben vorige week samen met collega Maaike in Brugge op bezoek geweest in een winkel. Die dame had daar meer dan twintig jaar gewerkt. Zij had Amerikaanse en Chinese toeristen ontvangen en had heel wat commerciële ervaring. Zij was er quasi zeker van dat ze haar job zou verliezen. Die dame vraagt van ons flexibiliteit, om richting een totaal andere sector te kunnen worden heropgeleid, zodat ze zal kunnen voortwerken, zodat ze verder mee aan de koek zal kunnen bakken waarmee we dan zullen herverdelen. Bent u ook tegen dat soort van flexibiliteit? Dat zijn de zaken over flexibiliteit die in de tekst staan. Zeg mij dan wat er slecht is aan wat er in de tekst over flexibiliteit staat – anders leven wij, collega D’Haese, op een totaal andere planeet.

Collega Robrecht heeft het woord. Het is blijkbaar het gebruik om iedereen bij zijn voornaam te noemen.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dank u, voorzitter Liesbeth. (Gelach)

Dat is het nieuwe gebruik.

Collega D’Haese, ik wil eigenlijk bijzonder weinig aandacht besteden aan uw tussenkomst, maar ik wil wel de karikatuur die u maakt van het economische relanceadvies dat hier vandaag wordt besproken even rechtzetten.

Als ik lees dat er voor het zorgpersoneel werk moet worden gemaakt van de aantrekkelijkheid van het beroep, van de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van verpleegkundigen en zorgkundigen, dan is dat, denk ik, heel concreet. Ik lees helemaal niet wat u daarvan maakt, dat er een grote industrialisering is van de zorg. Ik vind dat getuigen van een gebrek aan respect voor iedereen die economisch actief is in de zorgsector, denk bijvoorbeeld ook aan de vele zelfstandigen en vrije beroepen die daar actief zijn.

Als u het hebt over de arbeidsmarkt, lees ik in het advies dat er werk moet worden gemaakt van loopbanen, waarbij leren, werken, zorgen en rusten elkaar afwisselen. Werkbaar werk, sociale innovatie: dat zijn klemtonen die ik helemaal kan delen en die in dit advies terug te vinden zijn. Als ik over de klimaatcrisis lees dat we de uitstoot drastisch moeten verminderen, dat er werk moet worden gemaakt van ambitieuze doelstellingen, met ‘carbon pricing’ maar tegelijk met – ik lees –  “uitbouw van openbaar vervoer, meer investeringen in de fiets, weg van de manier waarop we op dit moment bedrijfswagens financieren en subsidiëren”, dan vind ik dat gedurfde zaken die wel degelijk het verschil kunnen maken om de economische en de klimaatcrisis te kunnen aanpakken. Ik wil u gewoon vragen om bij de rest van uw tussenkomst een klein beetje respect te hebben voor de waarheid en het advies zoals het is te durven citeren en niet uw eigen karikatuur ervan te maken.

Er is geen rest van de tussenkomst meer, want de tijd van collega D’Haese is op. Mijnheer D’Haese, u mag gerust antwoorden op alle vragen die gesteld zijn.

Ik zal proberen geen nieuwe elementen aan te brengen. Mijnheer Gryffroy, hoe gaan we dat betalen? Het belangrijkste is te stoppen met zeggen dat er geen geld is. Op het moment dat de overheidsfinanciën instuiken omdat de economie het niet goed doet omdat je massa’s extra uitgaven hebt, namelijk 1,3 miljard euro hier in Vlaanderen, uitgaven die de moeite waard zijn, dan is het evident dat je dat niet kunt oplossen door dat allemaal op een andere plaats te gaan besparen. Dan moet je gaan zoeken naar inkomsten. U moet het niet van mij aannemen als ik zeg dat het niet waar is dat er geen geld is, er zijn nu miljonairs, mijnheer Gryffroy, die zelf een petitie hebben gelanceerd om hen meer te belasten. Als u naar mij niet wilt luisteren, ga dan gewoon naar www.millionairesforhumanity.com en die doen daar uit de doeken hoe zij duurzaam meer kunnen worden belast. Als je fan bent van dat idee, dan kan je gaan naar www.coronataks.be en ineens de petitie van de PVDA tekenen waarin we vragen om een coronataks op multimiljonairs die 15 miljard euro opbrengt.

U gaat nu schreeuwen dat dat geen Vlaamse bevoegdheid is. Uiteraard zitten de fiscale hefbomen op federaal niveau en die hebben een zeer grote impact op de Vlaamse overheidsfinanciën. We herinneren ons allemaal dat deze regering 18 miljoen euro moet besparen door de taxshift die federaal is doorgevoerd, nog los van wat we vinden van die federale taxshift. Het is dus evident dat we ook op dat niveau fiscale hefbomen moeten gaan zoeken. Dan lijkt mij een eenmalige crisisbelasting van mensen die de afgelopen jaren fortuinen hebben opgestapeld, een bijzonder goed idee om te zorgen dat we de mensen die keihard hebben gewerkt maar nu met de neus tegen de muur zijn gelopen, versterken. Dus: www.coronataks.be en u kunt mee tekenen, dat is geen enkel probleem.

Digitalisering: ik kan me aansluiten bij alles wat collega Brouns heeft gezegd, zelfs bij de cyberveiligheid, maar vooral ook dat het leerkracht-leerlingcontact niet vervangen kan worden door Zoom. Dat vind ik wel belangrijk, helemaal akkoord. Dat is zeker zo, alleen moet je op het moment dat we opnieuw naar een lockdown zouden gaan, zorgen dat alle leerlingen op afstand les kunnen volgen. Bovendien hebben we ontdekt hoeveel leerlingen thuis geen pc hebben om huiswerk te maken bijvoorbeeld. Dat is een heel belangrijk punt.

Mijnheer Ronse, flexibiliteit die niet op de goede weg gaat, is een ’s avonds om een uur of tien een sms krijgen dat je de volgende ochtend om 6 uur in het magazijn mag gaan staan. Dat is een dagelijkse realiteit voor heel wat werknemers. Ik wil ze u gerust laten leren kennen. Als u denkt dat wij in die richting verder moeten gaan, dan kan ik u dat absoluut aanraden en u zult weinig mensen vinden die het daarmee eens zijn.

Flexibiliteit is een vlag die vele ladingen dekt. Daarom ben ik heel duidelijk in wat ik heb gezegd. Ik heb gezegd dat mensen geen nood hebben aan meer flexibiliteit op maat van hun werkgever, maar nood aan autonomie. Als die mevrouw op zoek is naar een andere job in een andere sector, dan is het uiteraard haar autonomie om daarnaar op zoek te gaan; daar sta ik helemaal achter. Als we het over de langdurig zieken hebben, een debat dat in een ander parlement thuishoort, dan moeten we het er vooral over hebben hoe we die mensen gaan genezen in plaats van ze zo snel mogelijk terug de arbeidsmarkt op te jagen, ook als ze daar nog niet klaar voor zijn, en als ze er nog niet klaar voor zijn, om ze te ontslaan. Want dat is wat er federaal beslist is.

Collega Bothuyne, ik heb hier echt geen karikatuur van moeten maken. U moet eens proberen – ik weet dat dat niet gemakkelijk is, ook niet voor mij – om uw ideologische bril af te zetten, dan dit document te lezen en dan door de managementtaal te geraken en te zien wat er staat. Dan hoef je daar echt geen karikatuur van te maken. Het is redelijk karikaturaal wat erin staat. Over de zorg heb ik het u al voorgelezen, ik wil het opnieuw doen. “We moeten werken aan de ontwikkeling van samenwerkings- en verdienmodellen waarbij de finaliteit van de innovatie-inspanningen ligt op het creëren van economische en ook maatschappelijke meerwaarde.”

Dat gaat niet over sociaal ondernemerschap of zo, het gaat over hoe we uit de zorg nog meer geld kunnen kloppen. Dat staat hier.

Mijnheer Bothuyne, rond openbaar vervoer, ik wil het u gerust citeren, want aan de ene kant staat er dat we de shift moeten maken naar openbaar vervoer, maar als ik m'n pagina vind, dan kan ik u gerust citeren wat erin staat over investeringen in openbaar vervoer. Ik citeer: “Om deze shift te realiseren” – let goed op – “worden de middelen voor de investeringen in openbaar vervoer geheroriënteerd naar fiets- en wandelinfrastructuur.” U mag me gerust uitleggen hoe u denkt dat dit extra investeringen in het openbaar vervoer zal opleveren.

Mijnheer D'Haese, gewoon ter info, ik ben eens naar www.coronataks.be gaan kijken, maar kom dan uit bij accountantbureau Fineko uit Genk. Ze zijn gespecialiseerd in het optimaliseren van je fiscale positie. Misschien moet u de URL eens nakijken. (Gelach. Applaus)

Het zit ook daar waar je het niet verwacht. Het staat op www.pvda.be/coronataks en daar kun je het zeker terugvinden. Bedankt voor de tip. Maar https://www.millionairesforhumanity.com werkt wel, daar ben ik zeker van.

Zeker?

Echt waar, 100 procent zeker. Zo zeker als de heer Gryffroy het nu niet met me eens zal zijn.

Kunt u dat bewuste zinnetje nog eens voorlezen en dan precies zeggen met welk woord u een probleem hebt?

Ik heb het al drie keer herhaald, maar ik zal het nog eens herhalen. Over de zorg? Ik zal u de hele paragraaf voorlezen.

Een woord.

Neen, die ene zin, en dan zegt u met welk woord u een probleem hebt.

Het gaat niet over de coronacommissie, het gaat over een visie op zorg van de toekomst. Dat is nog iets anders dan een bilan maken van de coronacrisis, want dat is een heel belangrijk punt. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin) 

Collega D'Haese heeft het woord.

“Met innovaties in de zorg doelen we op de ontwikkeling van een ondernemerscultuur op maat van de zorgsector.” Tot daar op zich niets mis mee. Ondernemen is ook een verpleegster die aan haar familie vraagt om mondmaskers te maken bijvoorbeeld.

“Deze innovatie is een centrale actielijn zodat de maatschappelijke uitdagingen”– en nu begint het – “kunnen worden omgevormd tot economische opportuniteiten.”

Ik vind niet dat we in onze zorg als eerste, als centrale actielijn op zoek moeten gaan naar hoe we maatschappelijke problemen kunnen omzetten in economische opportuniteiten. Ik vind dat niet.

“Via transversale samenwerking tussen zorg en industrie”– op zich geen probleem daarmee – “ingebed in een duurzame toekomststrategie” – dat is de managementtaal – “faciliteert zorgzaam Vlaanderen de ontwikkeling van samenwerkings- en verdienmodellen, waarbij de finaliteit van de innovatie-inspanningen ligt in het creëren van een economische en maatschappelijke meerwaarde.”

Wel, ik ben het daar fundamenteel niet mee eens. Ik vind dat mensen alle initiatief mogen nemen in de zorgsector, maar niet als de kern van de zaak is om daar verdienmodellen mee op te stellen. Ik ben het daar niet mee eens. Ik ben het er niet mee eens dat de finaliteit van de innovatie in de zorg moet liggen in het creëren van economische meerwaarde. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind dat de finaliteit van de innovatie in de zorgsector moet leiden tot betere zorg. Dat is wat ik vind, maar dat staat hier nergens in.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Eerst en vooral wil ik alle collega's danken voor hun inbreng. Ik begrijp dat het niet eenvoudig is, gisterenavond twee lijvige rapporten toegestuurd krijgen en daar vandaag al het beste van jezelf over moeten laten schijnen. Toch dank ik u voor de vele inzichten die we hier hebben gekregen.

Ik wil vanuit het halfrond de experten bedanken voor het werk dat ze hebben gedaan. Voor jullie was het zeer kort, van gisteravond tot nu, maar om de rapporten te produceren, hadden ze vijf weken, en dat is ook niet bijzonder lang. Het is mijn overtuiging en die van de regering dat ze kwaliteit hebben afgeleverd. Op alles des mensen is kritiek te uiten, het kan altijd beter, dat weten we, maar we hebben hier toch twee rapporten van heel hoge kwaliteit mogen ontvangen. Waarvoor mijn uitdrukkelijke dank aan de experten.

We hebben – van in het begin was dat duidelijk – twee rapporten gevraagd, zowel voor een economische relance als voor een maatschappelijke relance. Zowel vorige week als deze week hebben de beide relancecomités samengezeten om een en ander met elkaar te laten sporen, niet volledig overeen te komen, maar er toch voor te zorgen dat er geen tegenstrijdigheden in staan. Ik denk dat ze daar ook in geslaagd zijn. Zeggen dat die twee op een eiland van elkaar hebben gewerkt, dat is de waarheid geweld aandoen. Ze hebben minstens twee keer de conclusies met elkaar geconfronteerd.

Er staan veel dingen in die in lijn liggen met het regeerakkoord en daar zijn we verheugd over. Maar er zit ook heel wat inspiratie in voor nieuwe sporen. Dit is dan ook het engagement van de regering: we gaan niet gewoon eruit halen wat in lijn ligt met het regeerakkoord en dat verder uitvoeren.

We gaan ons natuurlijk ook laten inspireren door al die andere nieuwe ideeën die erin zaten.

Mijnheer Schiltz, u hebt gelijk – maar hij is er nu even niet.

Ik zal het hem doorgeven.

Minister-president Jan Jambon

U kunt het hem overmaken.

Maar inderdaad, als we het financiële plaatje erbij bekijken, dan wil de heer Schiltz zijn kleine zoon in de ogen kunnen kijken en ik mijn kleinzoon. We moeten heel dit ding doen met respect voor de toekomstige financiën van Vlaanderen. Deze regering heeft een structureel gezonde begroting gekregen van de voorgaande regering. Het is onze verantwoordelijkheid om ook een structureel gezonde begroting door te spelen naar de regering die na ons komt. Dat is zeker het kader waarbinnen wij zullen werken.

Ikzelf en ook alle collega's van de regering zijn ons bewust van de verantwoordelijkheid die nu op onze schouders rust. Ik weet niet meer in welke tussenkomst het werd gezegd – ik denk dat u het was, collega Van Rompuy –, maar je kunt dit geen twee keer doen. Het moet er meteen ‘boenk’ op zitten, zoals ze dat plegen te zeggen. Dat is de enorme verantwoordelijkheid die we hebben. Veel trial-and-error mag er niet bij zijn. We zullen meteen de juiste maatregelen, in de juiste volgorde, met de juiste prioriteiten ook, moeten geven. We zijn ons heel bewust van die verantwoordelijkheid. Als voorzitter van de Vlaamse Regering engageer ik me ertoe dat we tegen de Septemberverklaring enerzijds het relanceplan zullen kunnen toelichten en anderzijds ook zullen kunnen toelichten hoe dat plan past in een budgettair meerjarenplan, zodat het kader meteen gecreëerd is.

Nogmaals, ik besluit met jullie te bedanken voor het delen van jullie inzichten. Het was voor mij een nuttig debat. Wij zullen nu aan de slag gaan om tegen de Septemberverklaring met een gedragen en gedegen relanceplan voor Vlaanderen naar voren te komen.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen? (Neen)

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.