U bent hier

De heer Anaf heeft het woord.

Voorzitter, een vijfde van het zorgpersoneel geeft aan het niet meer te zien zitten verder te werken. Ik begrijp dat heel goed. De voorbije maanden hebben zij hun leven geriskeerd om het leven van anderen te redden. Ze worden hiervoor niet beloond. De superkern heeft beslist dat iedereen in de privésector een premie van 300 euro kan krijgen. Toen duidelijk werd dat de mensen in de zorgsector die premie niet zouden krijgen, hebben we het initiatief genomen die discriminatie weg te werken. Op het niveau van de federale overheid is dat gelukt, maar vorige week heeft de meerderheid dit hier helaas weggestemd.

Minister, ik weet wat u dadelijk zult zeggen. U zult zeggen dat de Vlaamse Regering niet zomaar premies geeft en dat u in overleg met de sociale partners een structurele oplossing zult zoeken. Het zou er nog aan mankeren. Sterker nog, u had dat al veel eerder moeten doen. We hebben daar al vaak op aangedrongen. U hebt dat altijd geweigerd omdat u tijdens de regeringsonderhandelingen simpelweg niet de middelen hebt gekregen om dit te kunnen doen. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat u de andere leden van de Vlaamse Regering er nu wel van zult kunnen overtuigen om die middelen vrij te maken voor een structurele verbetering van de loon- en arbeidsomstandigheden en voor meer handen aan het bed. De federale overheid voert echter ook een sociaal overleg. Zelfs als een akkoord zou worden bereikt, zult u het personeel van de woonzorgcentra, de jeugdzorg en de voorzieningen voor personen met een handicap vertellen dat hun federale collega’s die premie wel en zij die premie niet zullen krijgen. U creëert een nieuwe discriminatie.

U moet me niet vertellen dat het niet kan. Maandenlang hebben we met zijn allen een witte vlag uit het raam gehangen omdat we vinden dat het zorgpersoneel beter moet worden geapprecieerd. Wie op 11 juli 2020 een Vlaamse vlag uithangt, krijgt van de Vlaamse Regering wel een cheque van 185 euro. Dat is een schande. De Vlaamse Regering vindt het blijkbaar belangrijker de mensen te belonen die de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap vieren dan de helden in de zorg te belonen die hun leven hebben geriskeerd om het leven van anderen te redden. ‘Il faut le faire.’

Minister, bent u, in afwachting van een echte structurele herwaardering van de zorgberoepen, van plan om alsnog te voorzien in een premie voor het Vlaams zorgpersoneel?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, zoals daarnet is gezegd, heeft de Federale Regering beslist een premie van 300 euro te geven. Voordien is ook beslist om structureel 400 miljoen euro in te schakelen voor meer banen, voor een verbetering van de arbeidsvoorwaarden, voor de ondersteuning van de mentorprojecten en voor de opleidingsprojecten. In Vlaanderen staat ook veel zorgpersoneel aan het bed. Veel verzorgers die dag en nacht voor anderen zorgen, voelen dat ze echt in de kou staan. De kloof tussen het federale en het Vlaamse zorgpersoneel wordt almaar groter.

Minister, een eenmalige cheque is maar een symbolische dank voor de inzet van de voorbije maanden. Al lang voor de coronacrisis wisten we allemaal al dat er nood aan structurele investeringen in de Vlaamse zorgsector is. We hebben allemaal de nota van mevrouw Cloet van Zorgnet-Icuro gekregen. Ze heeft twee dagen geleden in Terzake aangekondigd dat ze voor een grondig en stevig investeringsplan pleit. Ze pleit voor ruim 500 miljoen euro meer dit jaar. Dat is echt veel meer dan de 20 miljoen euro die u vorige week hebt beloofd.

Met de zesde staatshervorming zijn de ouderenzorg, de ziekenhuizen voor geriatrie, de revalidatiecentra en de psychiatrische verzorgingsinstellingen naar Vlaanderen overgebracht. Dat is in 2014 gebeurd. We hebben al zes jaar de tijd gehad om structurele maatregelen te nemen, om in betere barema’s te voorzien en om voor betere arbeidsvoorwaarden te zorgen. Ik heb deze ochtend de vakbonden gehoord. Ze hebben me verteld dat u volgende week met hen rond de tafel zult zitten. U zult met hen praten en u zult een vergaderkalender opstellen.

Minister, bent u echt bereid om substantiële stappen te zetten in de verbetering van de loon- en arbeidsvoorwaarden van de Vlaamse zorgverstrekkers en om hiervoor in de essentiële middelen te voorzien?

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, een op de vijf zorgverleners geeft aan te willen stoppen met dit beroep, zo blijkt uit de cijfers gepubliceerd door De Morgen. Dit hangt samen met de zware werkomstandigheden, veroorzaakt door het COVID-19-virus. Vooral artsen en verpleegkundigen uit ziekenhuizen en woonzorgcentra geven aan te twijfelen over hun professionele toekomst in de gezondheidssector. Ongeveer de helft van ons zorgpersoneel is gestresseerd en vermoeid. 20 procent kampt met concentratiestoornissen. 10 procent voelt zich ongelukkig en neerslachtig.

Als we in de toekomst kwalitatieve zorg willen blijven garanderen, dan is goed opgeleid zorgpersoneel een absolute voorwaarde. In onze zorgvoorzieningen staat de kwalitatieve zorgverlening al een tijdje onder druk door een tekort aan verpleegkundigen. Dit tekort neemt snel toe – zeker in de context van toenemende zorgbehoeften in de toekomst en van de maatschappelijke waarde van onze zorgverleners, die nog eens onderstreept wordt in deze gezondheidscrisis. Willen we vermijden dat het beroep leegstroomt, dan moet de zorg opnieuw werkbaarder worden.

Er is nood aan structurele veranderingen, die een positief effect hebben op lange termijn. Hiervoor zijn veranderingen nodig die het zorgberoep aantrekkelijker maken. Een betere bestaffing op de werkvloer is nodig, zodat de werkdruk daalt en de combinatie van werk en gezin doenbaar blijft. Naast het aantrekkelijker maken van de opleiding als verpleegkundige door bijvoorbeeld de laatstejaarsstages te vergoeden, wat initieel het plan was, is een aantrekkelijk loonpakket cruciaal om de sector te herwaarderen. Geef onze zorghelden niet enkel applaus, maar de erkenning waar ze recht op hebben.

Minister, u kondigde een overleg aan met de vakbonden en de werkgevers uit de zorgsector. Daar zullen onder andere de mogelijke antwoorden op de werkdruk aan bod komen. Welke initiatieven gaat u nemen en op welke termijn?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, een op de vijf van de zorgverleners denkt aan stoppen. Een op de vijf. De afgelopen maanden hebben die helden van de zorg ons land rechtgehouden. Zij hebben de daadkracht getoond, minister, die bij u ontbrak. Zij stonden in de frontlinie. Sommigen hebben er nog altijd nachtmerries van. Zij hebben heel veel gehad aan het applaus en de steun van de bevolking, maar vandaag verwachten zij eindelijk actie van de regering. Zij verwachten vandaag structurele oplossingen voor de problemen van de zorgsector, voor de te hoge werkdruk, het tekort aan personeel en de te lage lonen. Kom niet, zoals uw collega’s van de Federale Regering, af met drankbonnen. Dat is iets voor mensen die bij de scouts of de Chiro gaan helpen met een spaghettiavond. Zij hebben structurele oplossingen nodig.

Minister Beke, ik verwacht veel van u. Ik keek de afgelopen week op uw Facebookpagina. Ik heb deze visual teruggevonden. (Lise Vandecasteele toont een print van de visual)

Daarop staat: “Onze zorgvoorzieners verdienen méér dan een éénmalige premie. Een echte hervorming met meer handen in de zorg.”

Minister, ik snap het niet. Vorige week leggen wij hier een woonzorgfonds op tafel, dat effectief zal zorgen voor meer handen in de zorg. Dat woonzorgfonds hebt u weggestemd. U moet een beetje serieus blijven. U kunt wel dergelijke visuals plaatsen, maar dan moet u ook zeggen wat u gaat doen. Er zijn woorden, er zijn daden. De vraag is met welk budget u zult zorgen voor structurele maatregelen voor de woonzorgsector, en wanneer.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Dank u wel, collega’s.

Mevrouw Vandecasteele, ik denk dat wij de voorbije maanden allemaal samen in de frontlinie stonden. U moet niet proberen de ene tegenover de andere te plaatsen. Wij stonden allemaal samen in de frontlinie. Wij hebben allemaal samen gevochten tegen een onbekend virus, tegen een onbekende vijand. Ieder op zijn plaats.

Wat was het eerste wat men vroeg? Het eerste wat men vroeg was beschermingsmateriaal. Daar was een tekort aan. Daar hebben we in deze plenaire vergadering en in de commissies tientallen keren over gesproken. Daar hebben we inspanningen voor gedaan. Het tweede wat ze vroegen, waren extra handen. Ik heb dat gedaan met een eerste schijf. Is dat voldoende? Neen. Is het een eerste stap? Ja. 20 miljoen euro. En inderdaad, ik had die 20 miljoen euro kunnen steken in wat u drankbonnen noemt, eenmalige premies. Dat hebben we niet gedaan.

We hebben gezegd: we gaan verder investeren om meer handen aan het bed te krijgen. De rob- (rustoord voor bejaarden) en rvt-omzettingen (rust- en verzorgingstehuis), daar maken we werk van. Want dat zijn we aan het doen, collega De Martelaer, sinds dat een Vlaamse bevoegdheid is geworden. Is dat in het verleden verwaarloosd? Ja. Maar nu zijn we dat aan het doen, en dat zullen we ook blijven doen in de komende jaren, als het van ons afhangt. Dat hebben we gedaan.

De voorbije maanden heb ik hier vaak in dit parlement gehoord: ‘Minister, respecteer het sociaal overleg. Ga in dialoog met werkgevers en werknemers. Ga rond de tafel zitten en luister naar hen.’ Wel, dat is wat ik heb gedaan. Ik heb van de vakbonden een tijdje geleden een brief gekregen waarin ze zeiden dat ze die premie niet hoefden. Ze vragen wel om aan tafel te komen. Vorige week, op 23 juni, hebben alle Vlaamse ministers een brief gekregen waarin ze de start van een tripartiet overleg vragen, nog voor de vakantie begint. Dat was op 23 juni. We hebben dat onmiddellijk op de Vlaamse Regering gebracht, en volgende week woensdag vindt er inderdaad een overleg plaats met de minister-president, met de kern en met onszelf. En dan zullen we daarover spreken.

Ja, u mag naar die visual verwijzen, dat is geen enkel probleem. Wij moeten dat inderdaad doen, zoals we dat nu voor 2020 ook gedaan hebben. In 2020 geven we uitvoering aan het sociaal akkoord dat gesloten is: VIA 5. Daar heb ik in de begroting 100 miljoen euro voor uitgetrokken. Het gaat niet over een eenmalige premie van 300 euro, maar over een structurele premie van 600 euro bruto, elk jaar opnieuw. Dat is wat er in het akkoord van 2020 staat. En we zullen moeten spreken over de akkoorden in de volgende periode. Ik ben me daar zeer goed van bewust.

Als men dan zegt – en we geraken er samen uit – dat dat via een eenmalige premie moet gebeuren, dan zullen we dat bespreken. Als men zegt dat dat in structurele loonsverhogingen moet zitten, dan zullen we dat bekijken. Als men zegt dat we meer mensen aan het bed moeten krijgen, dan zijn we ook bereid om daarover te spreken. Maar het eerste wat er moet gebeuren, is samen rond de onderhandelingstafel zitten.

Ik houd er niet van dat men hier de ene tegenover de andere probeert uit te spelen. De voorbije periode was niet gemakkelijk, voor niemand, niet het minst voor de mensen op het terrein. Maar ik heb telkens zeer goed naar hen geluisterd. Ik heb gehoord wat hun noden waren, hun zorgen. Die hebben we gecapteerd, en daar hebben we ook telkenmale antwoorden op gegeven.

Is dat voldoende? Neen. Is dat noodzakelijk? Ja. En de volgende stap zullen we woensdag ook zetten, collega’s.

Dan kom ik tot het tweede punt: de mentale druk. Natuurlijk is er mentale druk. Die druk is enorm. Ik ben de voorbije weken in verschillende woonzorgcentra geweest, en die mensen hebben de voorbije weken en maanden ongelooflijke periodes meegemaakt. We spreken hier dikwijls over veerkracht, en ik voel het en ik zie het in hun ogen dat er een stukje van die veerkracht weg is. En ze hopen natuurlijk allemaal dat we in juli en augustus rustige periodes gaan krijgen, zodat men de batterijen opnieuw een beetje kan opladen. Sommigen zullen dat alleen kunnen, anderen zullen daar ondersteuning voor nodig hebben. En dat hebben we ook met hen besproken in de taskforce, met de mensen zelf. Het stond in ons tienpuntenplan, en we geven daar uitvoering aan, onder andere via de mobiele equipes.

Die zijn nu samen met de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG’s) van start gegaan. Daar werken we aan, daar hebben we in geïnvesteerd, en zij kunnen daar nu mee aan de slag. Is dat voldoende? Neen. Is dat noodzakelijk? Ja. Net zoals het noodzakelijk is dat we met de zorgzamen dat traject hebben opgestart, op verschillende vlakken. Hoe kunnen we dat ondersteunen met de mensen? Hoe kunnen we leidinggevenden in dat traject meenemen? Ook dat hebben we gedaan, collega’s.

Dat zijn allemaal zaken die we de voorbije weken hebben gedaan, en die noodzakelijk waren. Dat is niet voldoende, maar het is noodzakelijk. En wat ik ook noodzakelijk vind, is dat we de dialoog aangaan met werkgevers en werknemers. En ik dacht eerlijk gezegd dat ik daar van deze groep van het parlement ten minste de steun voor zou kunnen krijgen. Er is sociaal overleg om te kijken wat de noden van de toekomst zijn. Hoe kunnen we daar samen uit geraken? Dat is het engagement dat we vorige vrijdag hebben genomen, in een onmiddellijk antwoord op die brief. De regering zal woensdag samenzitten. Dat is een eerste stap.

Minister, uw partij zit in de federale restregering, en daar is op de superkern beslist om een premie in het leven te roepen van 300 euro voor de privésector. Ik kan er echt niet bij dat het dan blijkbaar echt onmogelijk is om diezelfde premie ook te voorzien voor de mensen in de zorg. Daarom hebben we dat federaal op tafel gelegd, en daar heeft men dat wel ingezien. Men had hier de dag voordien tegen dat voorstel gestemd, en daarom hebben ze zich uit eerlijke schaamte daarna onthouden. Uw eigen fractieleider daar, Servais Verherstraeten, heeft gezegd dat men zijn onthouding als een voorstem mocht beschouwen, want hij vindt inderdaad dat die eenmalige appreciatie er mag komen.

Ik vind het ongelooflijk dat dat niet kan, terwijl we wel aan iedereen die technisch werkloos is geworden, 200 euro premie geven, zelfs als men maar één dag technisch werkloos is geweest. Begrijp me niet verkeerd, we staan daarachter, maar ik vind het ongelooflijk dat het niet kan voor de mensen in de zorg.

Natuurlijk moet dat staan naast de structurele oplossingen, maar ook daarover is men federaal aan het onderhandelen. Er is een discriminatie tussen Vlaams en federaal die men niet uitgelegd krijgt. Ik krijg dat niet uitgelegd aan al die mensen die mij daarover gemaild en gebeld hebben. Ik vraag me af hoe u dat kunt uitleggen.

Minister, u zegt terecht dat men van rob-bedden rvt-bedden maakt – dat is heel goed –, maar de personeelsnormen voor die bedden liggen veel te laag. U krijgt echt wel onze steun om te onderhandelen om meer personeel aan bed te krijgen, ook met die omzettingen. U krijgt ook onze steun om betere barema's voor te stellen en te onderhandelen, want het is wel heel erg als een op de vijf personeelsleden aangeeft te willen stoppen in de zorg. Dan zijn we niets met onze omzetting in bedden, want er zijn geen handen aan de bedden.

Deze week was er ook de ad-hoccoronacommissie. Ook Artsen zonder Grenzen, die de voorbije maanden werden ingeschakeld in de woonzorgcentra, getuigden dat heel veel mensen echt uitgeput zijn. Ik ben heel blij te horen dat de eerste stappen voor de onderhandelingen van VIA 6 zijn gezet, maar ik zou u willen vragen om een punt te maken van een heel strakke vergaderkalender. Ik zou u ook willen uitnodigen en vragen of u bij het begin van het parlementaire jaar in september ons verslag wil geven over hoever het staat met de structurele investeringen in de zorgsector. Ik reken daarop.

Minister, ik ben tevreden dat het overleg met de vakbonden en de werkgevers volgende week al zal plaatsvinden. Ik hoop dat u de initiatieven die u zult nemen, niet op de lange baan zult schuiven en dat u daar snel werk van zult maken.

Het is echt niet moeilijk om een correcte verloning voor de helden van de zorg te voorzien. De IFIC-loonschalen die op federaal niveau reeds twee jaar en op Vlaams niveau sedert vorig jaar van toepassing zijn, geven de nodige ruimte om het loon op te trekken tot het doelbarema waar ze recht op hebben. De nieuwe loonschalen zullen stap voor stap en in opeenvolgende fases worden uitgebouwd, maar nog steeds zit men in fase 1. De mensen in de zorg wachten op die uitrol van de volgende fase. Aan dit tempo kan het nog tien jaar duren voor het doelbarema is bereikt. Straf eigenlijk, want ik ken geen enkele sector waar men zegt dat je een bepaald bedrag gaat verdienen, maar dat je onbepaalde tijd zult moeten wachten tot je het vooropgestelde loon gaat krijgen.

Minister, bent u bereid om er samen met uw federale collega voor te zorgen dat het doelbarema onmiddellijk wordt uitbetaald aan de zorgverleners, waardoor zij meer financiële armslag krijgen en de aantrekkelijkheid van de sector wordt verhoogd?

Minister, ik hoor u zeggen dat u luistert naar de mensen op het terrein. Wat ik hoor, is dat ze al jaren zeggen dat er een personeelstekort is, dat er te weinig handen in de zorg zijn. Ik vind het bijzonder jammer dat het personeel eerst actie moet voeren, vervolgens een brief moet sturen vooraleer u met hen aan tafel gaat zitten. Dat had wel iets vroeger gekund. U had al lang kunnen bezig zijn met de mensen om na te gaan welke middelen er nodig zijn.

De vraag is hoelang die mensen nog zullen moeten wachten vooraleer ze ondersteuning zullen krijgen. Als er binnenkort een tweede golf aankomt, hoe gaat u het dan oplossen als intussen een op de vijf uit de zorgsector is vertrokken? Die mensen zijn vandaag op en ze hebben vandaag nood aan perspectief. Ik vraag me soms af waar de prioriteiten van deze regering eigenlijk liggen. Want het budget voor de Vlaamse feestdag ligt intussen wel vast: 180 euro om met Vlaamse vlaggetjes te staan zwaaien, terwijl het personeel op zijn tandvlees zit, terwijl het personeel dat voor levens heeft gevochten, vraagt om het nodige budget. Het is altijd: ‘er is geen geld’, maar als het over de Vlaamse feestdag gaat, is er plots geld genoeg. Ik kan daar niet bij.

Minister, mijn vraag blijft: welk budget zult u op tafel leggen bij de onderhandelingen? Het moet gedaan zijn met kleine muizenstapjes vooruit te zetten. Er zullen vandaag serieuze inspanningen moeten gebeuren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

We hebben het hier al meermaals gehad over de vraag hoe we onze appreciatie voor het zorgpersoneel kunnen geven, niet alleen in woorden maar ook in daden. Wat het zorgpersoneel van de beleidsmakers verlangt, zijn structurele maatregelen, daar ben ik zeker van. Volgende week starten de onderhandelingen hierover. Dat is goed, we moeten die natuurlijk ook alle kansen geven. Ik hoop dat daar ook snel resultaten uit kunnen komen en dat de zorgsector effectief snel perspectief krijgt op een aantal bijkomende maatregelen.

Naast een betere verloning denk ik dat het personeel in de zorgsector ook nood heeft aan meer werkbaar werk, want de reden waarom mensen uitvallen, is inderdaad vaak de te grote werkdruk. Er zijn in het verleden al een heel aantal inspanningen gebeurd, ik denk aan maatregelen om meer handen aan het bed te krijgen, maar er zijn er nog bijkomende nodig.

Vorig jaar waren er 56.000 vacatures in de zorgsector. De voorbije vijf jaar waren er nochtans 20.000 bijkomende medewerkers in de zorgsector. De grote uitdaging is dan ook hoe we die extra handen aan het bed te krijgen. Als gevolg van de coronacrisis zijn er veel mensen die elders werkloos worden, hun job kwijt geraken.

Uw vraag graag.

Ik denk dat VDAB heel veel inspanningen kan doen om mensen meer toe te leiden naar een job in de zorgsector. Minister, hoe zult u samen met de ministers van Werk en Onderwijs werk maken van een goede toeleiding van meer mensen naar de zorgsector, onder meer van mensen die nu hun werk verliezen, maar ook van mensen die wel de competenties hebben maar niet de nodige diploma's en toch interesse hebben voor een job in de zorg?

De heer Parys heeft het woord

Werkelijk niemand is vragende partij om een premie te krijgen zoals die hier vorige week is voorgesteld: niet de vakbonden, niet de werkgevers, niet de belangenorganisaties. Wie vorige vrijdag naar Terzake heeft gekeken, heeft een aantal quotes van zorgverleners uit een woonzorgcentrum, uit een ziekenhuis gehoord, namelijk dat de politiek beschaamd zou moeten zijn om dit te doen, dat er andere dingen nodig zijn.

Wat is het probleem? Per zorgkundige of per verpleegkundige zijn er elf patiënten. Het gemiddelde in de Europese Unie is acht. Dat betekent dat die mensen te hard moeten werken, dat er uitval komt, dat daarbovenop een coronacrisis komt en dat wie dan nog overblijft, het natuurlijk niet meer ziet zitten om op lange termijn in de zorg te blijven werken. Dus: wat is de eerste vraag van de sector? Meer handen op de vloer. En hoe doen we dat? Ten eerste door de bestaande kaders in te vullen: er zijn duizend vacatures in de woonzorgcentra alleen, dat is een prioriteit. Ten tweede door de omkadering en de normen die daarvoor gelden op te trekken: deze legislatuur alleen al komen er bijvoorbeeld in de woonzorgcentra tweeduizend medewerkers bij. Ten derde moeten we de aantrekkelijkheid van het beroep, de loon- en arbeidsvoorwaarden bekijken, maar dat moet structureel en in overleg met de sociale partners gebeuren. Daarvoor geven wij de minister het vertrouwen.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik denk dat inderdaad niemand van het zorgpersoneel echt zit te wachten op een horecacheque. Een dergelijke sinterklaaspolitiek helpt die mensen ook geen sikkepit vooruit, integendeel, men beschouwde het als een belediging die eigenlijk een slag is in het gezicht van die mensen. Daarmee bedankt men die mensen voor bewezen diensten en laat men ze eens goed op restaurant gaan. Neen, de zorgsector heeft nood aan structurele oplossingen, en dat zijn inderdaad betere arbeidsvoorwaarden, minder werkdruk en meer handen aan het bed. Er is sociaal overleg tussen de overheden en de sociale partners, en door dergelijke voorstellen worden die onderhandelingen getorpedeerd. Zowel Zorgnet-Icuro als de vakbonden hebben zelf gezegd dat niemand echt zitten te wachten op een eenmalig cadeautje. In plaats daarvan moet men gaan naar structurele oplossingen.

Minister Wouter Beke

Mevrouw Vandecasteele, u hebt het over de besparingen in de zorg. Voor 2020 hebben we 100 miljoen euro extra uitgetrokken voor koopkrachtversterking voor mensen uit de zorg. Dat is geen eenmalige cheque van 300 euro.

Dat is 600 euro, elk jaar opnieuw, recurrent. Is dat voldoende? Nee. Maar het was wel het akkoord dat werd gesloten bij de loononderhandelingen van dit jaar: 600 euro, elk jaar opnieuw. Het is geen eenmalige premie van 300 euro.

Ten tweede, we hebben bij de begrotingswijziging – we hadden daarover kunnen spreken, maar toen was niemand daarin geïnteresseerd – 4 miljoen euro extra uitgetrokken voor de leidinggevenden.  4 miljoen euro, eveneens in de uitvoering van dat akkoord.

We hebben extra geld uitgetrokken voor de ondersteuning van het mentale welzijn. En ja, ik zit elke maand rond de tafel met de vakbonden, mevrouw Vandecasteele. En weet u wat ze mij vroegen, in april en in mei? Ze vroegen mij: “Zorg ervoor dat de organisaties de zekerheid hebben van hun financiering.” Want door het feit dat men in de woonzorgcentra bijvoorbeeld niet meer opnieuw kon opnemen, zijn er duizenden mensen minder in de woonzorgcentra. Daar kan het personeel niets aan doen, maar daar zou het personeel wel de dupe van zijn geweest indien wij niet de zekerheid, de garantie hadden kunnen geven van een financiering van die lege ligdagbedden. We hebben gezegd: we zullen dat doen, we zullen ervoor zorgen dat jullie daarvoor worden gefinancierd, dat die zekerheid, die stabiliteit er is. En daardoor kunnen ze vandaag meer mensen hebben met het bestaande personeel. Dat hebben we gedaan. Is dat voldoende? Neen. Was dat op dat moment noodzakelijk? Ja. Dat hebben wij allemaal gedaan.

En we zullen moeten werken aan de zijinstromers. Het zal niet lukken met de instromers alleen. Kijk eens hoeveel afgestudeerden er dit jaar zijn, kijk eens hoeveel er dit jaar op pensioen zullen gaan, en je zult zien dat we er niet zullen komen.

We zijn ook die projecten gestart, met werkgevers en werknemers. De garantieregeling is één zaak, een tweede zaak is de innovatieve arbeidsinnovatie. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we daar meer mensen en andersoortige profielen kunnen krijgen, om ervoor te zorgen dat al die vacatures zullen worden ingevuld? Dat is een volgende zaak. Het is op dat pad dat we verder zullen gaan. Volgende week zullen we rond de tafel zitten, een timing afspreken en het verdere verloop van de onderhandelingen niet alleen afwachten, maar ook op een actieve manier voeren, samen met de hele regering. Want dat is wat ik hier van verschillende fracties heb gehoord, dat dat nodig is en dat we daar allemaal achter staan.

Het is wel hallucinant dat de horecacheque hier door Open Vld wordt weggezet als sinterklaaspolitiek. Het is namelijk iets dat ze zelf hebben voorgesteld en mee goedgekeurd in de superkern. En de realiteit is nu dat de mensen in de privé die wél zullen kunnen krijgen, net zoals het federale zorgpersoneel, maar dat het Vlaamse zorgpersoneel in de kou zal blijven staan. En ze voelen zich al in de kou gezet, want zij hebben nu al het gevoel dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Dat hebben we al verschillende keren kunnen vaststellen in de coronacommissie.

En natuurlijk zal die premie niet alles oplossen; dat is maar één appreciatie. Het gaat inderdaad over structurele oplossingen. En, minister, een aantal van de structurele oplossingen die u daarnet hebt aangekondigd, waren al beslist. Zo zat de 600 euro al in VIA 5 (Vlaams intersectoraal akkoord), dat is beslist door uw voorganger. U moet wel correct blijven. (Opmerkingen van minister Wouter Beke)

Ik ben dus zeer benieuwd welke structurele maatregelen u deze keer écht op tafel zult leggen. Ik hoop dat het deze keer échte investeringen zijn, want de investeringen waarmee u altijd uitpakt, zijn ofwel dingen die al beslist waren ofwel recurrent beleid. Dat klopt dus niet.

Minister, dit is een rekker. Ik heb een dikke rekker genomen, zodat u die kunt zien, want ik zit veraf. (Opmerkingen van de voorzitter)

De inzet van de mensen in de zorg is enorm intens, maar ook die rekker kan losschieten. We hebben de vele zorghanden nodig. En zeker gezien de vergrijzing, zullen we er steeds meer nodig hebben.

Minister, u bent bevoegd voor welzijn. Alle verzorgenden in Vlaanderen kijken naar u, want u hebt de positie om iets te veranderen, alleen u. U kunt iets structureels veranderen, opkomen voor de zorg, op tafel kloppen bij de Vlaamse Regering en vragen, eisen dat er wordt geïnvesteerd in personeel. We hopen dat u woensdag een goede vergaderkalender kunt opmaken en afkloppen, en dat u uw collega's in de Vlaamse Regering ervan kunt overtuigen dat er middelen moeten worden vrijgemaakt voor investeringen in de zorg, zodat u in september met een duidelijk investeringsplan voor het zorgpersoneel naar het parlement kunt komen. Minister, alle verzorgenden in Vlaanderen kijken naar u en rekenen op u.

Minister, ik heb geen antwoord gekregen over het IFIC-loonmodel. Ik raad u aan om dat dossier eens goed door te nemen. Want ik ben er zeker van dat het op tafel zal liggen op het overleg met de vakbond en de werknemers. Een goede verloning voor de zorgsector zal automatisch de aantrekkingskracht vergroten en de broodnodige collega's aantrekken om het werk voor iedereen draaglijk te houden.

En dat zal ook resulteren in een kwalitatieve en warme zorgverlening. Het gaat er in de eerste plaats om mensen te laten voelen dat ze gerespecteerd worden. Waardering moet deel uitmaken van ons beleid.

Minister Beke, u moet een beetje serieus blijven. Wat u hier nu hebt opgesomd, dat is uitvoering van het beleid dat jaren geleden is afgesproken. In 2018 zijn de VIA 5-onderhandelingen afgelopen. Er is toen beslist wat er vandaag moet gebeuren. Dat hebt u zonet opgesomd. Het enige wat u vandaag al extra gedaan hebt voor extra personeel, dat gaat over een halve zorgverlener extra per woonzorgcentrum. Dat is wat u vandaag al gedaan hebt: een halve zorgverlener per woonzorgcentrum. Er zal vandaag meer nodig zijn.

U gaat aan tafel zitten, maar met welk budget? Beseft u de problemen? Beseft u dat er een tweede golf aankomt en een op de vijf zorgverleners ermee wil stoppen? Beseft u die problemen? De mensen zeggen al jaren dat ze nood hebben aan extra personeel en worden al jaren genegeerd. Vandaag is er nood aan een substantiële stap, een grote stap. En dat wil ook zeggen: een serieus budget waarmee u aan tafel moet gaan zitten voor extra personeel in de zorgsector, voor minder werkdruk en voor meer loon.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.