U bent hier

De heer Anaf heeft het woord.

Collega’s, vorige week kwam de nieuwe kansarmoede-index van Kind en Gezin uit. Dat is toch iets waar iedereen die in Vlaanderen met armoedebeleid bezig is, met belangstelling naar uitkijkt. Elke lokale bestuurder gaat dan uiteraard eerst kijken hoe het in zijn eigen stad of gemeente gesteld is. Ik ben daar geen uitzondering op. Als schepen van Jeugd in de stad Turnhout was ik de voorbije jaren steeds meer gefrustreerd omdat onze kinderarmoedecijfers telkens bleven stijgen, tot wel 27,5 procent vorig jaar. Dit jaar was er voor onze stad relatief goed nieuws. We zijn met 2 procent vooruitgegaan. Ik zou mij hier nu op de borst kunnen kloppen en zeggen dat dat allemaal te maken heeft met ons ongelooflijk prachtig sociaal beleid in onze stad. En hoewel het ook wel zo is dat we daar echt heel hard op inzetten, besef ik maar al te goed dat je lokaal weliswaar kleine steentjes kunt verplaatsen in de rivier, maar dat de echt grote handvatten om er iets aan te doen, hier zitten, op het bovenlokale niveau: een echt herverdelende kinderbijslag, meer sociale woningen, maatregelen voor een verhoogde arbeidsparticipatie en noem maar op.

Dan ben je dus als lokaal bestuur inspanningen aan het doen, met mensen en middelen. En dan zie je de vorige Vlaamse Regering, die zowaar beloofde om de kinderarmoede te halveren tegen het einde van de legislatuur. In de plaats daarvan is die nog gestegen, van 12,82 procent in 2016 naar 14 procent nu. En de nieuwe Vlaamse Regering mist zelfs elke ambitie om het echt aan te pakken. Dat is enorm frustrerend.

Dit jaar had ik er wel goede hoop op, want het nieuwe groeipakket zou toch voor de langverwachte kentering zorgen, met een onmiddellijke impact op de cijfers. Niet dus, want zoals zowel wij als eigenlijk alle armoede-experten bij de invoering van het groeipakket al hadden voorspeld, gaan de cijfers opnieuw niet drastisch naar beneden. De sociale toeslagen in het groeipakket zijn daar gewoon niet stevig genoeg voor.

Minister, ik hoop alvast dat u niet betwist dat de cijfers niet goed zijn. Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kinderarmoede wel zal dalen in deze legislatuur? Het is echt wel vijf over twaalf ondertussen.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Minister, de vorige spreker verwees er in zijn toelichting al naar dat Kind en Gezin vorige week de nieuwe cijfers rond kansarmoede bij kinderen heeft gepubliceerd. Daaruit blijkt dat 14 procent van de kinderen in Vlaanderen in kansarmoede opgroeit. Er zijn sinds de vorige meting wel al enkele verschuivingen zichtbaar: een daling in de kinderarmoede in de grotere steden, maar ook stijgingen in kleine steden, de grootstedelijke rand en het platteland.

Men stelt ook vast dat kinderarmoede sterk geconcentreerd is binnen een aantal groepen. Het gaat vooral om eenoudergezinnen en gezinnen met een migratieachtergrond. Maar liefst twee derde van de kinderen die in armoede opgroeien, hebben een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. Dergelijke cijfers tonen aan dat er verder nood is aan een globaal armoedebeleid, een beleid dat risicofactoren op verschillende terreinen aanpakt en dat ook heel gericht aandacht heeft voor verschillende doelgroepen.

Dankzij de invoering van het groeipakket ontvangen vandaag dubbel zoveel kinderen een sociale toeslag als voordien. Er zijn dus zeker al heel veel stappen in de goede richting gezet. Maar we mogen kansarmoede niet beperken tot een kwestie van inkomen. Dat brengt het rapport van Kind en Gezin ook goed in kaart. Het gaat ook om problemen met huisvesting, gebrek aan toegang tot de arbeidsmarkt of ouders die slechts minimaal onderwijs hebben gehad.

Willen we echt iets doen aan kinderarmoede, dan moeten we er ook voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot werk, en met de Vlaamse bevoegdheden hebben we de sleutel in handen. Minister, op welke manier gaat u samen met de andere betrokken ministers het probleem van kinderarmoede aanpakken? Hoe ziet u uw rol daarin als coördinerend minister van Armoedebestrijding?

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de kinderarmoede in Vlaanderen staat op een triestig hoge 14 procent. Dat blijkt uit het rapport ‘Kind in Vlaanderen 2019’, gepubliceerd door Kind en Gezin. Ondanks vele politieke beloftes en een algemene consensus dat kinderarmoede niet thuishoort in een welvarende regio als Vlaanderen, is het percentage kinderen dat in armoede opgroeit, gestegen van 12,8 procent in 2016 naar 14 procent vorig jaar. In vijftien jaar is de kinderarmoede in Vlaanderen zelfs verdubbeld. Dat zijn bijzonder beschamende cijfers voor een welvarende regio als Vlaanderen, met een regering die er niet in slaagt onze meest kwetsbaren, onze kinderen, te beschermen.

Hoewel armoede wijdverspreid is binnen de samenleving, zijn er een aantal voorspellende factoren, waaronder gezinssamenstelling en afkomst. Het risico op armoede voor kinderen geboren in een gezin met buitenlandse afkomst, bedraagt liefst 33 procent. Dat cijfer is een rechtstreeks gevolg van massamigratie, waarbij meer allochtonen gebruikmaken van onze sociale zekerheid. Bij kinderen van een moeder van Belgische afkomst is dat niet eens 6 procent.

Bovendien maakt de coronacrisis zwakke gezinnen nog zwakker. De pandemie heeft de grootste ongelijkheid in de samenleving blootgelegd. Daarnaast worden we hoogstwaarschijnlijk ten gevolge van de pandemie met massale ontslagen geconfronteerd, waardoor een nieuwe groep kwetsbaren ontstaat. Daarom is het hoogtijd voor een structureel armoedebeleid, gecoördineerd vanuit Vlaanderen, met geld en regie op lokaal niveau.

Minister, welke conclusies trekt u uit het rapport van Kind en Gezin? Welke structurele maatregelen zijn er volgens u nodig om de kinderarmoede te doen dalen?

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Minister, in Vlaanderen leeft nog steeds één op acht kinderen in kansarmoede. Uit het rapport van Kind en Gezin blijkt dat die cijfers niet zijn verbeterd. Ik moet eerlijk zijn: ik heb het gevoel dat men zich soms wil neerleggen bij die cijfers.

Collega’s, armoede is geen natuurfenomeen. We kunnen daar echt iets aan doen. Dat die cijfers niet verbeteren, mag niemand die met zijn voeten in de samenleving staat, verbazen. Wanneer ik op huisbezoek ga, zie ik kinderen die in een te klein appartement leven, ik zie kinderen die zich schamen, die zich anders voelen op school, elke dag. Ik zie kinderen die niet op vakantie kunnen gaan.

Het oplossen van armoede is misschien moeilijk, maar het is geen kwantumfysica. We weten ondertussen wel wat er moet gebeuren. Er zijn heel veel boeken over geschreven. Ik heb ze hier bij me, speciaal voor u. Er zijn jaarboeken geschreven. Er zijn onderzoeken van universiteiten. En in heel concrete rapporten staan heel concrete maatregelen die zeggen wat er vandaag moet gebeuren. Er zijn bibliotheken volgeschreven over waar armoede vandaan komt en wat er moet gebeuren.

Minister, men is ondertussen gestopt met dikke boeken te schrijven. Het laatste boekje is een heel dun boekje. Het heet ‘Uit woede en onbegrip’. De experts en de armoedeorganisaties zijn het beu om jaar na jaar boeken te schrijven en onderbouwde voorstellen te doen, en toch door de politiek te worden genegeerd.

Minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat we hier volgend jaar niet opnieuw dezelfde discussie voeren? Er liggen enkele zeer concrete maatregelen op tafel van de armoedeorganisaties en de experts, zoals het vergroten van de sociale toelage in het groeipakket, zoals het verhogen en het sneller toegankelijk maken van de huurpremie, zoals het invoeren van de maximumfactuur in het secundair onderwijs. Wat gaat u doen om de kinderarmoedecijfers te verbeteren?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, bedankt voor uw vragen. Armoede en kinderarmoede zijn onderwerpen die ons allemaal aangaan: lokale besturen, regionale besturen, Vlaamse besturen en federale  besturen. Collega Anaf, het zijn de kleine stenen die ervoor zorgen dat de grote stenen vastliggen. Ik denk niet dat de lokale besturen kleine stenen zijn. Ze zijn een belangrijke partner in de uitvoering van het armoedebeleid, maar ook in de versterking van het armoedebeleid. Dat zeg ik niet alleen als minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding. Ik zeg het ook als voormalig schepen van Sociale Zaken. Je kunt op het lokale niveau mee het verschil maken.

Daarmee wil ik niet zeggen dat wij het onze niet moeten doen. Laat mij misschien beginnen met eerst en vooral de discussie wat zuiver te stellen. De vraag naar aanleiding van de kansarmoedecijfers die door het agentschap naar voren werden gebracht werd meteen gekoppeld aan het groeipakket. De cijfers over de kansarmoede-index hebben het over 14 procent. Dat is inderdaad nauwelijks een verbetering ten aanzien van vorig jaar. We hebben daar zeker nog heel wat werk te doen, dat zal ik absoluut niet ontkennen. Maar die cijfers gaan over een veel bredere definitie van kansarmoede dan alleen maar inkomen. Inkomen is belangrijk maar het is maar een van de zes elementen en criteria. Zoals u zelf hebt gezegd, mevrouw Vandecasteele, het gaat over veel meer dan alleen maar dat. Het gaat ook over huisvesting. Het gaat ook over onderwijs, zoals u hebt aangehaald. Het gaat ook over gezondheid. Het gaat over ontwikkeling. Het gaat over verschillende aspecten, die mee in rekening worden genomen om de kansarmoede-index te bepalen.

Op welke manier heeft de kinderbijslag een effect op de kansarmoede-index? Dat is appelen met peren vergelijken. Dat moeten we niet doen, want om dat te berekenen, hebben we een andere index nodig, en dat is de EU-SILC-enquête (Statistics on Income and Living Conditions). Die zal worden bekendgemaakt. Bij de invoering van het groeipakket hebben we daarop berekeningen laten doen, waaruit toen met theoretische prognoses werd aangetoond dat het wel degelijk een effect zal hebben. Wat op het terrein reëel zal zijn, zal blijken wanneer ook de laatste cijfers daarover zijn bekendgemaakt.

Hier gaat het over kansarmoede. We moeten werken op die verschillende criteria. Het gaat dan over inkomen, over kinderbijslag, over het groeipakket, en dat heeft dit Vlaams Parlement gedaan. Toen het parlement de kinderbijslag heeft overgenomen van het federale naar het Vlaamse niveau, heeft het kinderbijslagsysteem, het nieuwe groeipakket, hervormd en aangepast, meer gericht en gefocust op armoede en kansarmoede.

Collega Vandecasteele, de sociale toeslag is nu verdubbeld voor wat het aantal kinderen betreft. (Opmerkingen van mevrouw Lise Vandecasteele)

Ja, u kijkt, neen, de definitie is verruimd. Vroeger waren er 175.000 kinderen die daaronder vielen; vandaag vallen er 350.000 kinderen onder. Het Vlaamse groeipakket heeft dus een veel ruimere definitie van wie daaronder mag vallen. Dat betekent dat de kostprijs daarvan voor de overheid ook is verdubbeld, maar dat is geld dat daarvoor is ingezet.

Hetzelfde geldt voor de selectieve participatietoeslagen, de vroegere schooltoeslag. 45 procent meer kinderen worden daar vandaag mee bereikt. Automatische rechtentoekenning bestond vroeger niet. Gisteren hadden we de ombudsman in de commissie, en in zijn rapport staat dat dat een heel belangrijk element is om mensen hun rechten te geven, ook in de strijd tegen armoede en kinderarmoede.

Dat hebben we gedaan. Het betekent dat alleen al voor de selectieve participatietoeslagen het budget is verdubbeld van 90 miljoen euro naar 180 miljoen euro die bijkomend worden ingezet. In dit parlement hebben we een decreet goedgekeurd voor de COVID-19-toeslag. Dat is nauwelijks tien dagen geleden gestemd in dit parlement en morgen zullen de eerste toeslagen worden uitbetaald. Dat werd mij vandaag nog bevestigd. Degenen die het eerst hebben aangevraagd, zullen hun toelage morgen krijgen.

Sociale woningen, dat is inderdaad een belangrijk element. Minister Diependaele heeft beslist – dat hebben we afgesproken in het Vlaams regeerakkoord – om meer dan ooit te investeren in sociale huisvesting. Je weet dat we daar in het kader van corona al verschillende maatregelen rond hebben genomen.

Het gaat ook over opvoeding. Huizen van het Kind worden uitgerold, en die hebben we nu in coronatijden ondersteund met verschillende miljoenen euro's om hen te helpen kwetsbare gezinnen die het vandaag niet alleen kunnen rooien – niet alleen als het gaat over onderwijs, maar ook als het gaat over elementaire dingen zoals kunnen spelen met speelgoed –, daarin te ondersteunen.

We hebben gisteren in de commissie een debat gehad over de uitrol van ‘1 Gezin - 1 Plan’. Daar trekken we miljoenen euro's extra voor uit om gezinnen daarin te kunnen ondersteunen. Dat doen we dus met deze Vlaamse Regering: 9 miljoen euro extra recurrent, niet alleen dit jaar, maar ook de komende jaren, en dat samen met de opstap van de middelen die we daar vorig jaar al voor hebben goedgekeurd.

Van onderwijs en de ongekwalificeerde uitstroom wordt werk gemaakt bij de hervorming van het onderwijs. Minister Crevits maakt werk van het activeren op maat van kwetsbare gezinnen. Dus ja, kansarmoede is een uitdaging. Ja, het zit op verschillende factoren en dus moeten we ook op die verschillende factoren werken, en dat doen we.

Minister, ik ben alvast blij dat u deze cijfers niet wegnuanceert, want daar had ik een beetje schrik voor. Het geeft wel een indicatie. Het groeipakket is vooral het financiële aspect, maar ook in de andere levensdomeinen – dat mensen hun huur en hun medische kosten kunnen betalen – zijn dat toch ook financiële elementen. Dat kun je hier voor een stukje in zien.

U verwijst naar de Europese SILC-indicator, wat belangrijk is. Ook dat zullen we heel nauwlettend opvolgen.

Waar was er dit jaar echt een stijging? Onder andere bij alleenstaande ouders. In de armoedetoets werd aangegeven dat er voor die mensen met het nieuwe groeipakket heel weinig of zelfs geen effect zal zijn. Ik ben daar toch wat sceptisch over.

Minister, u zegt terecht dat de lokale besturen echt wel iets kunnen doen. Het is een samenspel van lokaal, Vlaams en federaal. Onze lokale besturen hebben deze week een oproep gedaan om samen te werken aan een armoedepact. Zij hebben nog een heel concrete vraag die ik u ook wil voorleggen. Kind en Gezin komt bij al die mensen binnen en weet wie die mensen zijn, terwijl de lokale bestuurders er geen idee van hebben over wie het gaat. Ze krijgen de percentages, maar kennen de gezinnen niet. Ze zijn vragende partij om die informatie door te krijgen. Ze zullen er ook vertrouwelijk mee om gaan. Veel mensen staan al op hun radar, maar velen ook nog niet. Kunnen we… (De voorzitter schakelt de microfoon uit)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik deel uw mening dat het groeipakket echt werkt. We moeten ook de juiste beleidsconclusies durven trekken. De resultaten van het groeipakket en de kansarmoede-index op één hoop gooien, zal het probleem niet oplossen.

Kansarmoede bij kinderen moet ook niet alleen vanuit Welzijn aangepakt worden. Onderwijs en opleiding zijn ook belangrijke manieren waarop kinderen uit kansarmoede kunnen ontsnappen. Op dat vlak zijn er ook uitdagingen weggelegd. Het Vlaamse armoedeplan is het middel bij uitstek om alle domeinen samen te brengen en zo echt iets te doen aan de cijfers. Zal er in het Vlaamse armoedeplan dat dit najaar verwacht wordt, gewerkt worden met doelgroepen? Zo ja, welke groepen met een verhoogd armoederisico zullen worden opgenomen?

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Kinderarmoede en armoede in het algemeen is een veelkoppig monster dat niet met slechts één maatregel te bestrijden is. Het verspreidt zich over het individuele en collectieve bestaan. Werk, opleiding en degelijke huisvesting zijn allemaal factoren die mee het armoederisico bepalen. Op al deze factoren moet dan ook worden ingezet. Minister, hoe zult u een coördinerende rol opnemen om eindelijk tot een structureel armoedebeleid te komen om onze kinderen de mogelijkheid te geven om uit te groeien tot geïnteresseerde, participerende burgers? De kinderen van vandaag moeten immers de welvaartsstaat van morgen dragen.

Minister, ik mis echt wel de urgentie. De armoedecijfers zijn de voorbije tien jaar verdubbeld. U somt hier een aantal maatregelen op, maar ondertussen zult u de sociale toelagen niet indexeren. Als u spreekt over meer budgetten voor sociale woningen, dan gaat dat enkel over het indexeren van het oude budget. Ondertussen groeit de wachtlijst verder aan.

Als ik minister van Armoedebestrijding zou zijn en ik zou in een van de rijkste regio's van de wereld leven waar het aantal miljonairs jaar na jaar stijgt maar waar nog steeds één op acht kinderen in armoede leeft, dan zou ik echt wel harder op de tafel kloppen, zodat er echt maatregelen worden genomen die wegen op de armoede en de armoedecijfers effectief doen dalen. Als u eerlijk bent, dan moet u toegeven dat de maatregelen die u nu hebt opgesomd, geen groot effect zullen hebben op de kinderarmoedecijfers van volgend jaar. Dan zullen we hier volgend jaar opnieuw zitten met dezelfde discussie. Ik vind dat zeer betreurenswaardig.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

De cijfers zijn niet echt hoopgevend, zeker als we weten wat er ons hoogstwaarschijnlijk te wachten staat in de nasleep van de coronacrisis. We hebben een economisch relancecomité opgericht, maar we hebben ook een comité van experten met betrekking tot maatschappelijke kwesties opgericht, voor zowel het psychisch welzijn als voor armoedebestrijding. Dat comité moet beleidsaanbevelingen doen. Wat is daar de stand van zaken? Zijn er al vorderingen? Wat zijn de beleidsaanbevelingen? Als u die nog niet hebt, wanneer mogen die verwachten?

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik had vorig weekend onmiddellijk gereageerd toen de cijfers van Kind en Gezin in de media kwamen. Ik had ook gezegd dat de sociale toeslag vermoedelijk onvoldoende effect had op de armoede. De reactie van uw kabinet was dat Groen dit fout had begrepen, want het ging over kinderkansarmoede en niet over kinderarmoede. ‘My God’, minister, een discussie over woorden en nu een discussie over indexen.

Maar ik denk vandaag aan de kinderen: één op acht leeft in armoede, één op acht krijgt veel minder kansen. U gaat in verdediging en zegt dat er een automatische toekenning gebeurt van de sociale toeslag. Minister, wilt u ook inzetten op wetenschappelijk onderzoek, om na te gaan wat het effect is van de sociale toeslag op het Groeipakket? En dan kunnen we verder praten.

De heer Parys heeft het woord.

De cijfers die we hier zien, minister, nopen ons uiteraard tot bescheidenheid. Maar mevrouw Vandecasteele, u zou misschien het best ook enige vorm van bescheidenheid aan de dag leggen. Want u zegt: ‘Als ik minister was, dan zou ik...’. En eerlijk gezegd, God behoede ons daarvoor. Want we weten heel goed wat er dan zou gebeuren. In Venezuela leeft 87 procent van de bevolking onder de armoedegrens. In Noord-Korea is iedereen, behalve de elite, dun. En in Cuba, het andere communistische walhalla, daar krijgen ze de voedselrantsoenering niet afgeschaft. Dus ik hoop eerlijk gezegd, mevrouw Vandecasteele, dat u ook een beetje aan dat soort van introspectie zult doen vooraleer u nog eens zo'n tussenkomst houdt. (Applaus bij de N-VA)

Wij geloven in preventie, in vroegdetectie, in automatische rechtentoekenning, in sociale voordelen die u krijgt op basis van uw loon en niet op basis van uw statuut, en op de zelfredzaamheid van de Vlaming. Daarop inzetten, minister, dat zijn recepten die kunnen helpen. Wij hebben in het regeerakkoord ook voorzien dat we, om die zelfredzaamheid te stimuleren, voor een aantal mensen van een woud van hulpverleners evolueren naar lokale gezinscoaches: één iemand die het aanspreekpunt is voor alle hulpverlening binnen één gezin en die ook het overzicht bewaart. Minister, hoever staat het met de uitrol van die lokale gezinscoaches?

Minister Wouter Beke

Collega Anaf, de vraag die u hier hebt gesteld, is wat mij betreft een terechte vraag. Ik heb deze middag overleg gehad met mevrouw Verhegge, waarin ik de vraag heb gesteld of we rekening houden met de privacyregels. Want dat is eigenlijk de grootste drempel, er toch voor kunnen zorgen dat we onze lokale besturen maximaal de informatie kunnen geven die hen, wat mij betreft, toekomt. Als we daar over de privacyregels heen kunnen gaan, dan zal ik absoluut niet aarzelen om dat te doen. Ik heb haar gevraagd om dat te onderzoeken.

Twee, het armoedeplan dat ik heb voorgelegd aan de Vlaamse Regering bevat kinderarmoede als een van de vijf strategische doelstellingen. Het is de bedoeling om daar inderdaad werk van te maken. We kijken daarvoor ook naar het maatschappelijk relancecomité, maar daar hebben we vandaag de resultaten nog niet van. Ik hoop dat we voor 11 juli daarvan een eerste input kunnen hebben, zodat we op die basis onze werkzaamheden verder kunnen organiseren. Dat zal dan ook wel samenstromen met de input uit de taskforce Kwetsbare Gezinnen.

Over Venezuela zal ik niet veel zeggen, maar over de gezinscoaches wil ik wél iets zeggen. Want het hangt ervan af hoe je dat invult, er zijn vele manieren om dat in te vullen. In de eerste oproep van projecten rond 1Gezin1 Plan zijn er al samenwerkingsverbanden geweest waarbij men dat op die manier heeft ingevuld. We kijken nu ook naar de analyse over die eerste fase van uitvoering daarvan. Maar dat zou dus ook kunnen worden uitgevoerd binnen dat plan en op die manier kan dat lokaal ook zeker mee worden opgepakt.

Minister, ik ben zeer blij met uw antwoord over de gegevens van Kind en Gezin. Ik heb van verschillende schepenen de boodschap gekregen dat ze heel erg vragende partij zijn om rechtstreeks bij de mensen thuis te kunnen gaan. Ze hebben outreachende medewerkers, maar sommige mensen komen niet op de radar. Het is inderdaad wel belangrijk dat dat oké is in het kader van de privacy, maar ook dat dat gebeurt met instemming van de gezinnen zelf. Dat is ook een belangrijke factor. Dat is heel mooi richting de lokale besturen. Dat armoedepact lijkt mij ook zeker een goed idee. Ik hoop dat u die uitgestoken hand dan ook aanneemt.

Wat de structurele zaken betreft, is het zo dat de armoede al negentien jaar stijgt. Er moeten echt dringend structurele zaken gebeuren. De evaluatie van het Groeipakket komt eraan. We zullen een aantal concrete voorstellen op tafel leggen om nog een stukje bij de sociale toeslagen bij te doen, want het is duidelijk niet voldoende.

Voorzitter, collega's, niemand kan ermee akkoord gaan dat er in 2020 nog steeds kinderen in Vlaanderen in kansarmoede leven, maar de realiteit is nu eenmaal anders. Daarom moeten we blijven inzetten op het groeipakket, een zeer effectief middel dat echt wel een positief resultaat heeft voor onze kwetsbare gezinnen.

Ik verwijs graag naar het voorstel van decreet van onder andere collega Schryvers, dat gisteren eenparig werd goedgekeurd in de commissie Welzijn, waardoor alle gezinnen voortaan bij het begin van het schooljaar meteen het juiste bedrag van de schooltoeslag zullen ontvangen.

Minister, vanuit onze fractie willen we ook benadrukken dat uw rol als coördinerend minister van Armoedebestrijding echt wel bepalend zal zijn. Daarom steunen wij u ook om de andere ministers te blijven aansporen om op hun domeinen de kansarmoede bij kinderen verder aan te pakken. Iedereen zal beseffen dat enkel met een gezamenlijke aanpak op alle beleidsdomeinen, er echt iets kan worden gedaan aan de cijfers. Ik kijk met veel verwachting uit naar het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding om te zien hoe we dat in de verschillende beleidsdomeinen verder zullen aanpakken.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik twijfel aan de daadkracht van het huidige beleid. We zien dat kinderarmoede de afgelopen jaren op een triest hoog niveau blijft. In het verleden hebben we al veel grote politieke beloftes gehoord over de bestrijding van kinderarmoede. Het is tijd voor een minister die werk maakt van een structureel armoedebeleid, met een coördinerende rol over de verschillende departementen.

Mijnheer Parys, ik zou mij een beetje schamen. Ik zou me echt een beetje schamen. Als ik aan de macht ben in een van de rijkste regio's ter wereld, al tien jaar, en intussen zijn op tien jaar tijd de armoedecijfers onder mijn beleid verdubbeld, dan zou ik mijn beetje schamen.

En de PVDA zit helemaal niet in de regering van buitenlandse landen. (Opmerkingen)

De PVDA zit in het bestuur van Zelzate. Wat hebben we daar gedaan? We hebben één schepen geschrapt en 100.000 euro vrijgemaakt om de armoede aan te pakken. Dat hebben wij gedaan met de PVDA in België, omdat de Vlaamse Regering al jaren niets doet. Misschien moet u daar eens gaan kijken, in plaats van te spreken over allerlei landen in de wereld.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.