U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 juni 2020, 14.02u

Voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, we hebben in het Vlaams regeerakkoord ingeschreven dat excellent onderwijs de belangrijkste hefboom is om elk talent te kunnen ontwikkelen en benutten. Daarmee ambiëren we eigenlijk dat we iedereen een kwaliteitsvol onderwijs willen aanbieden. Uiteraard is dat zeker zo voor onze leerlingen met zorgnoden.

Een gedeelte van die kinderen kan daarvoor het best terecht in het buitengewoon onderwijs. Sinds heel recent kunnen ouders van kinderen die een verslag hebben gekregen en dus toelating hebben om naar het buitengewoon onderwijs te gaan, zich met het aanmeldingssysteem online aanmelden. In Antwerpen heeft dit geleid tot een bepaald resultaat waarvan iedereen aardig is geschrokken, namelijk dat er voor de helft van die kinderen geen plaats is in de school van hun keuze. Voor kinderen van type 2, kinderen met een zwaardere mentale handicap, is dat zelfs 88 procent.

Dat zijn heel zware cijfers. Dat betekent niet dat die kinderen geen plaats hebben, maar ze hebben wel geen plaats in de school van hun keuze in de stad. Dat betekent dat ze met het leerlingenvervoer naar buiten de stad zullen gaan en langer op de bus zullen zitten. Dat is iets waar we met het project leerlingenvervoer eigenlijk proberen tegen in te gaan. We zitten hier dus een beetje in een impasse.

Minister, dat capaciteitstekort is natuurlijk niet van vandaag op morgen gecreëerd, maar mensen kijken nu vooral naar u met de vraag in welke mate u mogelijkheden ziet om ondersteuning te bieden en om mee naar mogelijke oplossingen te zoeken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mevrouw Krekels, ik deel natuurlijk uw analyse van de opmerkelijke cijfers, die nu eigenlijk voor het eerst worden geëxpliciteerd en in beeld komen. Alle scholen hebben zich aangemeld voor of zijn ingetreden in het digitaal aanmeldingssysteem. Hierdoor krijgen we de problematiek nu ook in het gezicht geworpen.

Ik denk dat we onmiddellijk met die gegevens aan de slag moeten, en dat doen we ook. We hebben ervoor gezorgd dat we morgen met de belangrijkste lokale spelers in dit verband rond de tafel zitten, want er zijn natuurlijk een paar elementen die moeten worden uitgeklaard om een duidelijk zicht op het werkelijke probleem te krijgen.

Zo zitten er een aantal dubbeltellingen in. Over welke types gaat het? Er wordt altijd over het buitengewoon onderwijs gesproken, maar u weet als geen ander dat er verschillende types zijn. Dat is onevenwichtig, want de nood is veel groter op de ene dan op de andere locatie, de capaciteitsnoden zijn veel groter voor het ene type dan voor het andere type. Er is ook de evolutie van de capaciteit. Ik stel op het eerste gezicht vast dat de capaciteit van het buitengewoon onderwijs in Antwerpen in vergelijking met de voorgaande jaren is gedaald. De reden is dat sommige scholen voor het type 2 twintig plaatsen minder aanbieden dan voorheen. Wat is de verhouding tussen de rand en de stad? In welke mate wordt de grootte van de nood door de rand of door de stad zelf veroorzaakt? Dat zijn allemaal elementen die we met de Antwerpse spelers zullen uitklaren. Maar we hebben globaal natuurlijk wat in petto.

Ten eerste is er de extra ondersteuning in de klas. Als we de capaciteitsnoden in het buitengewoon onderwijs niet kunnen opvangen, weten we dat dit altijd een effect op het gewoon onderwijs heeft. Daar zorgen we volgend jaar voor. Eigenlijk starten we al in het nieuwe schooljaar, in september 2020, met bijkomende middelen voor de zorgtijdgarantie. Er komt 30 miljoen euro bij. Er komt ook nog eens 23 miljoen euro bij voor de leerlingenbegeleiding in de klas, zodat de leerkrachten zich kunnen concentreren op hun essentiële taak, namelijk het lesgeven.

Ten tweede zijn er de capaciteitsmaatregelen op korte termijn. Er zijn extra middelen voor onder meer huursubsidies. Dat kan heel snel gaan, want we werken daarvoor ook met containers. De vorige minister van Mobiliteit heeft een fantastisch akkoord gesloten over de Oosterweelverbinding. Dat zorgt er, bijvoorbeeld, voor dat het Sint-Jozefinstituut verhuist, wat op korte termijn voor 140 plaatsen meer in het lager onderwijs zorgt. Dat is heel concreet.

Ten derde zijn er de maatregelen op lange termijn. We hebben gezorgd voor bijkomende capaciteitsmiddelen. De Vlaamse Regering zal maar liefst 3 miljard euro in extra capaciteit kunnen investeren. Dat is 0,5 miljard euro meer dan de vorige Vlaamse Regering, en het bedrag was onder de vorige Vlaamse Regering al toegenomen.

Dat is een drietrapsraket met drie duidelijke maatregelen. We moeten vooral op het lokale niveau zien hoe we hiermee in het Antwerpse aan de slag kunnen gaan.

Minister, dank u wel voor uw antwoorden. Het is uiteraard heel fijn te horen dat u meteen de koe bij de horens vat, dat u in actie schiet en met de verschillende actoren aan de tafel gaat zitten. De capaciteitsproblemen van het buitengewoon onderwijs en het gegeven dat u aan het werken bent rond het nieuwe Begeleidingsdecreet moeten we met elkaar meenemen. In het nieuwe Begeleidingsdecreet zullen we ook de ondersteuningsnetwerken, CLB en pedagogische begeleiding, onder de loep nemen om ze zo efficiënt mogelijk in te zetten. Daarnaast merken we heel hard dat die nood voor buitengewoon onderwijs blijft, omdat voor sommige kinderen dat nu eenmaal de beste manier is om onderwijskwaliteit te kunnen genieten.

U geeft ook aan dat u volop gaat investeren in de infrastructuur voor scholen. Uiteraard hoort het buitengewoon onderwijs daar ook bij. Ik vraag me af hoe u de prognose van het buitengewoon onderwijs ziet. Hoe denkt u dat het buitengewoon onderwijs zal evolueren op kortere maar ook op langere termijn?

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, collega Krekels heeft het daarnet aangehaald: de cijfers in Antwerpen waren redelijk hallucinant. 88 procent voor leerlingen van type 2: dat zijn geen uitzonderingen, dat is een heel hoog cijfer. Dat noopt tot dringende actie. U hebt terecht een paar vragen gesteld. U hebt opgelijst welke stappen u zou willen ondernemen.

Ik heb twee bijkomende vragen. Hebt u een totaal zicht over heel Vlaanderen van het tekort? Dit gaat niet over Antwerpen. U geeft zelf aan dat dat is omdat iedereen is meegestapt in het systeem. Hebt u een zicht op en een prognose voor de totale cijfers in Vlaanderen? Wanneer zullen we daar een zicht op hebben? Deze cijfers zijn alarmerend. We moeten dat totaal in kaart kunnen brengen. Denkt u dat de stappen die u net hebt opgesomd, voldoende zullen zijn om de schade zo goed mogelijk ingehaald te hebben? Vooral een vraag dus naar de totale cijfers in Vlaanderen en misschien ook het verschil dat er zou zijn tussen lager en middelbaar onderwijs.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, de voorbije weken hebben we veel bezorgde en soms boze brieven van ouders van kinderen uit het buitengewoon onderwijs gezien, waarin werd gesteld dat het buitengewoon onderwijs stiefmoederlijk behandeld wordt. Ook directies van deze scholen delen die bezorgdheden en vragen om oplossingen.

Deze oplossingen zijn broodnodig, want het buitengewoon onderwijs ondervindt drie structurele nadelen. Ten eerste: er is een algemeen lerarentekort, maar dat laat zich nog drastischer voelen in het buitengewoon onderwijs omdat men hier vaak leerkrachten met een specifiek profiel en heel wat extra motivering nodig heeft. Ten tweede: leerkrachten die uitvallen kort voor of na een vakantieperiode, vallen in het buitengewoon secundair onderwijs onder dezelfde regels als het regulier secundair onderwijs, waardoor men ze niet betaald kan vervangen. Dit zorgt voor extra werkdruk bij de directies en collega's, die hiervoor moeten inspringen en extra uren moeten draaien. Je kunt deze kinderen immers niet zomaar enkele uren in de studie steken.

En uw vraag luidt?

Minister, u spreekt van de miljoenen euro's die nog zullen worden geïnvesteerd in infrastructuur in het buitengewoon onderwijs. Voorziet u ook garantiemechanismen betreffende de regionale verdeling van deze budgetten? Want als we zien dat in de ene regio veel meer nood is aan capaciteit in deze scholen ...

Oké, dat is duidelijk, collega.

... dan riskeert men dat bepaalde leerlingen uiteindelijk terecht zullen komen in een school die ver van hun woonplaats ligt.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, we hebben het vorige week ook over het buitengewoon onderwijs gehad. Het ging toen over de terugkeerproblematiek. Dit is een structureel probleem. Ik heb hier veel meer begrip voor uw positie, want dit is iets structureels waar u zelf niet zo veel aan kunt doen.

Er zijn verschillende redenen voor deze situatie, onder andere een instroom die te maken heeft met het M-decreet, namelijk leerlingen die van het regulier onderwijs komen et cetera. U hebt gelijk dat het gaat om verschillende factoren. Het is niet enkel de capaciteit die telt, maar ook de begeleiding van leerlingen, de ontlasting van leerkrachten daarvoor en het busvervoer. Ik ben heel blij dat u op die dingen extra hebt ingezet. U hebt de cijfers genoemd. Ik denk dat het goede acties zijn.

Ik heb twee concrete vragen. Wanneer gaan we duidelijkheid krijgen over de capaciteit en waar het plaatsgebrek juist zit? Dat is toch wel heel, heel nijpend.

Wat betreft het busvervoer hebt u het gehad over de vorige fantastische minister van Mobiliteit. Ik kan u zeggen dat we momenteel ook geen slechte hebben. Maar kan daar eens echt een structurele oplossing voor komen? Dat is een probleem dat al jaren aansleept.

Als ik nog heel even mag. Het gaat hier niet enkel over ...

Nee, collega, een minuut is een minuut.

Het busvervoer: heel belangrijk, minister. Ik dank u, voorzitter.

De heer Anaf heeft het woord.

Het gaat inderdaad over een structureel probleem, dat er niet sinds gisteren is, maar dat wel heel hard naar voren is gekomen door de invoering van dat centraal aanmeldsysteem in Antwerpen. Ik had al begrepen dat de mensen uit Antwerpen al een brief aan u hadden gericht en ben dan ook blij om te horen dat u morgen met hen samenzit om naar oplossingen te zoeken. Dat lijkt me inderdaad noodzakelijk. Het gaat inderdaad over meer dan enkel de investeringen in de stenen. Die zijn belangrijk, maar ik ben ook blij dat u erbij zegt dat ondersteuning in de klas ook van belang is. Ik hoop dat u daarvoor effectief extra middelen zult voorzien, op korte termijn.

U hebt het over kortetermijnoplossingen. Maar is er ook een mogelijkheid tot langetermijnoplossingen, door een aparte subsidielijn te voorzien voor het buitengewoon onderwijs, zodat elk kind een plaats op maat van zijn of haar noden zal krijgen? Want dat is toch waarnaar we moeten streven in Vlaanderen.

De heer Warnez heeft het woord.

Minister, ieder kind heeft natuurlijk recht op onderwijs, ook in het buitengewoon onderwijs. Het signaal vanuit Antwerpen – daarin volg ik de collega’s – is zeker en vast geen alleenstaand verhaal. Ook elders in Vlaanderen zijn er bepaalde types waarvoor er een capaciteitstekort is. En daar moeten we iets aan doen.

Minister, daarom vraag ik u ook om de blinde vlekken echt te objectiveren. Welke regio's hebben geen of onvoldoende aanbod? Om dat structureel te kunnen aanpakken, is het nodig te weten welke bijkomende klassen en scholen er nodig zijn in welke regio's.

Ik ben blij dat u op dit ogenblik pragmatische oplossingen op korte termijn aan het zoeken bent. Maar ik heb nog een heel concrete vraag, minister. Hebt u al zicht op de nieuwe programmaties voor volgend schooljaar die dit probleem voor een stuk kunnen oplossen?

Minister Ben Weyts

Wat betreft de vraag of ik zicht heb over heel Vlaanderen: neen, vooralsnog niet. De Antwerpse casus is in die zin heel nuttig, omdat het ook de enige stad is waar er langs deze weg wordt aangemeld. We krijgen daar voor het eerst zicht op. Ondertussen bevraagt de administratie de andere overlegplatformen (LOP’s), om te proberen enigszins een globaal zicht te kunnen schetsen.

U vraagt naar de evolutie. Je ziet opnieuw een stijgende trend. De drietrapsraket die ik heb geschetst, zal dus broodnodig zijn.

Ik voeg er meteen twee elementen aan toe. Eén, de keuzes die we maken in het kader van de vervanging van het M-decreet, zullen natuurlijk ook van wezenlijk belang zijn, aangezien het communicerende vaten zijn. Twee, ook voor het Inschrijvingsdecreet en de aanpassing daarvan, willen we werken met een apart decreet voor het buitengewoon onderwijs. Ook willen we werk maken van een soort platform, zeker voor specifieke types, zodat je daar op een veel hogere schaal kunt toewijzen en verdelen, en de verantwoordelijkheden en solidariteit kunt laten spelen. Drie, ik wil nog iets meegeven in verband met de keuze die we maken in het M-decreet en de capaciteitsmiddelen. De vorige jaren zijn er heel weinig dossiers geweest en kon er ook weinig worden geïnvesteerd. We moeten dus absoluut zorgen voor een inhaaloperatie. We moeten ervoor zorgen dat de vraag ook van onderen uit komt. Daarin kunnen de lokale besturen een rol spelen, net zoals de LOP’s. Daarom is het belangrijk dat dit, onder andere dankzij de media-aandacht die er is gekomen, meer ‘top of line’ wordt en meer op de agenda komt.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. We vertrouwen er uiteraard op dat u dit aspect verder alle aandacht zult geven.

Voor ons is het heel essentieel dat al onze kinderen, al onze jongeren het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben en dat elk kind op de juiste plaats, in de juiste school terechtkomt. En voor sommigen zal dat het buitengewoon onderwijs zijn, voor anderen het gewoon onderwijs, inclusie in het gewoon onderwijs. Maar wij hopen wel dat die beide systemen in evenwicht naast elkaar kunnen blijven bestaan. Ik dank u.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.