U bent hier

De heer Pelckmans heeft het woord.

Minister-president, ik weet niet hoe goed uw geheugen is, maar de cultuursector was de eerste sector die bij het uitbreken van de coronacrisis op slot is gegaan. Het zal waarschijnlijk ook de laatste zijn die opnieuw zal kunnen openen. Oké, er is het blije nieuws vandaag van de bibliotheken en de musea, maar vooral voor de podiumkunsten is de toekomst gitzwart. De sectorverenigingen Overleg Kunstenorganisaties (oKo) en State of the Arts (SOTA) zeggen dat er met de huidige veiligheidsmaatregelen, waar ze natuurlijk aan willen voldoen, nauwelijks nog podiumvoorstellingen kunnen worden georganiseerd. Laat het nu net deze periode zijn waarin de kunstencentra, de cultuurcentra, noem maar op hun programma’s presenteren, een periode die wij vroeger ‘boekjestijd’ noemden. Men gaat naar het publiek toe om in het najaar zoveel mogelijk mensen te trekken. Het ene uur na het andere – ik heb daarnet nog een bericht binnengekregen van mijn vroegere eigen huis – hoor ik dat men het seizoen gewoon afgelast, omdat alles wordt geannuleerd gewoon omdat men geen zekerheid heeft.

Gisteren was er dan die brief. We kregen allemaal een enorme brief van onze kunstenaars, waarop we zo fier zijn, met een noodkreet. U weet dat de sociale situatie al heel precair was door de besparingen, en met deze crisis erbovenop dreigt iedereen gewoonweg kopje-onder te gaan.

Dan was er vorige week ook nog de mededeling van minister Weyts dat kunstprojecten in scholen, die heel belangrijk zijn en een heel fijne aanvulling qua werk voor de cultuursector, ook niet zullen plaatsvinden, omdat de scholen daarvoor blijkbaar op dit moment geen interesse meer zouden hebben.

Minister-president, onze artiesten en de huizen waar ze optreden, en de organisatoren van concerten zitten echt met een levensgroot probleem. U kondigde aan – ik denk zelfs op 1 april, en dat is niet cynisch – dat er een noodfonds komt, maar vandaag weten we nog altijd niet precies hoe u dat ziet, hoeveel erin zit. Welke maatregelen zult u als Vlaams minister van Cultuur nemen om de cultuursector dit najaar door die crisis te trekken? In welke steun voorziet u voor die makers, huizen en organisatoren?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, we hebben het al vaak in de commissie herhaald, maar de cultuursector is een van de meest getroffen sectoren in de coronacrisis, misschien zelfs de meest getroffen. Daar zijn drie redenen voor.

Ten eerste is er nog totaal geen zicht op een mogelijke exitstrategie. De winkels zijn al terug open. Volgende week mogen de kappers terug open. Dankuwel! Maar de cultuursector heeft nog geen enkel perspectief.

Ten tweede hebben de overheden terecht een bazooka aan maatregelen ingezet, maar we moeten, samen met u, vaststellen dat sommigen tussen de mazen van het net vallen en dat de steunmaatregelen niet op hen van toepassing zijn.

Ten derde is de cultuursector heel divers. Er zijn veel verschillende soorten spelers. Er zijn de grote huizen en de instellingen die kunnen terugvallen op tijdelijke werkloosheid en de hinderpremie. Voor hen zal de problematiek waarschijnlijk wel meevallen. Ik heb het vooral over de laag onder die huizen, meer bepaald over de freelancers, de individuele kunstenaars, de artiesten die nu een atoombom op hen zien afkomen.

Amplo heeft gisteren cijfers gepubliceerd waarin sprake is van een daling van de uitbetaalde contracten met maar liefst 80 procent.

U hebt daarom een interministeriële conferentie (IMC) samengeroepen omdat het een precaire sector is. Enerzijds is het statuut van de kunstenaar federaal geregeld, maar anderzijds is cultuur een gemeenschapsbevoegdheid. Het is een goed signaal dat u die IMC hebt samengeroepen en dat deze gisteren is samengekomen, want het zou heel spijtig zijn mocht de kunstenaar het slachtoffer zijn van de inrichting van onze staat. Kunt u al een tipje van de sluier lichten over de resultaten van die IMC?

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, u hebt zelf in navolging van Churchill gezegd dat cultuur er ons in tijden van crisis aan herinnert waarvoor we strijden. Ook voor die cultuur hebben we echt een bazooka nodig. Kunnen we ons indenken dat we deze crisis zouden doorkomen zonder muziek, zonder film, zonder tv, zonder boeken, zonder games? Neen, dat kunnen we niet. Kunst en cultuur zijn letterlijk levensmiddelen, voer voor onze geest en onze ziel.

In normale tijden brengt cultuur mensen samen, maar helaas dit jaar geen Tomorrowland, geen Werchter, geen Theater Aan Zee, geen Koningin Elisabethwedstrijd. De cultuursectoren zijn bijzonder zwaar getroffen door de crisis. Ze waren de eerste om in lockdown te gaan en zullen, samen met de horeca en het toerisme, allicht bij de laatste zijn om terug op te starten.

De impact van de crisis op de mensen die werken in die belangrijke economische en maatschappelijke sector is enorm. Goed dat premier Wilmès de specifieke problematiek van cultuur ter sprake bracht. Dat was de eerste keer en dat signaal was belangrijk. De situatie is niet alleen hopeloos en ernstig, maar er is ook weinig perspectief. Tot nu toe is er, behalve voor de musea, geen exitstrategie, laat staan een relanceplan.

De cijfers van Amplo zijn inderdaad ontstellend. 60, 80 tot 100 procent voor kleedsters en kapsters, bij de freelancers zijn de contracten gewoon geschrapt. En ook de grote huizen hebben al aangegeven dat ze zullen dicht blijven tot het einde van het jaar. Dat betekent dat heel wat freelancers en cultuurwerkers, gaande van kabelslepers, cameralui, podiumbouwers, techniekers, fotografen, musici tot tv-acteurs, voor heel lange tijd zonder inkomen zullen zitten. De meesten werken in dermate precaire statuten dat ze bij de hele set van federale maatregelen tussen de mazen van het net vallen. Er moeten echt bijkomende maatregelen zijn.

Het beeld van de atoombom is een goed beeld. De flits hebben we al gezien. De schokgolf is zich nog aan het voltrekken. De straling zullen we nog vele jaren voelen.

En uw vraag luidt?

Minister-president, welke maatregelen gaat u nemen, welke bazooka zult u bovenhalen om alle creatieve talenten in ons land door deze crisis te loodsen?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister-president, de cultuursector wordt samen met de bredere vrijetijdssector en zeker ook de horeca het zwaarst getroffen door de lockdown. Theatervoorstellingen en concerten werden als allereerste geannuleerd en zoals het er nu naar uitziet zullen ze als laatste weer worden opgestart. Dat is een heel moeilijke situatie voor de sector. Dat blijkt ook uit de statistieken van de Economic Risk Management Group.

Daaruit blijkt dat ruim een op de vier organisaties in de cultuur- en entertainmentsector vreest voor een faillissement. Tot nu toe heeft de Nationale Veiligheidsraad in het exitplan enkel perspectief gegeven op een heropening van bibliotheken en musea, die vanaf aanstaande zondag, 17 mei, zij het onder zeer strikte voorwaarden, de deuren opnieuw zouden kunnen openen. Dat is alvast een heel fijn perspectief, natuurlijk.

Gisteren hebben een driehonderdtal Belgische kunstenaars een open brief geschreven aan de Federale Regering waarin ze vragen om dringende, buitengewone steunmaatregelen te nemen die een inkomen kunnen garanderen voor al die mensen in de kunst-, cultuur- en evenementensector tot zij hun normale activiteiten kunnen hervatten. De federale minister van Werk, Nathalie Muylle, heeft vorige week al een heel belangrijke oplossing naar voren geschoven wat tijdelijke werkloosheid betreft. Daarnaast vragen de kunstenaars ook naar een duidelijk exitplan voor de cultuursector. Ik besef dat een kant-en-klaar exitplan voorleggen heel moeilijk is. We weten immers nog niet hoe het virus verder zal evolueren, maar er kunnen wel een aantal stappen gezet worden richting de exit.

Gisteren kwam dan de interministeriële conferentie (IMC) Cultuur bijeen, die zich heeft gebogen over een aantal concrete vragen. Zowel de verschillende gemeenschapsministers van Cultuur, zoals u, als de federale ministers die bevoegd zijn voor alle verschillende aspecten, zoals het kunstenaarsstatuut, de taxshelter en de tijdelijke werkloosheid, waren daar aanwezig, om een goed overzicht te krijgen van alle plannen vanuit de verschillende niveaus. Dat is heel belangrijk om, zoals ministers Crevits heeft gezegd over Economie, een complementair overzicht te krijgen om op een slimme manier alle blinde vlekken te vermijden. Vanuit die vergadering zou er een advies volgen voor de Nationale Veiligheidsraad over de exitstrategie.

Minister-president, kunt u iets meer toelichting geven bij de resultaten van deze IMC Cultuur en hoe die alvast kunnen tegemoetkomen aan de noodkreten in de brede culturele sector?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega's, dank u wel voor de vraag. Ik denk dat we in dit halfrond niemand moeten overtuigen van het belang van de cultuur en de cultuursector en ook van de precaire situatie waar die sector in dreigt terecht te komen door het aanslepen van de coronacrisis. Ik denk ook dat niemand van ons in vraag stelt dat de maatregelen die we genomen hebben, de lockdown, noodzakelijk was en dat er weinig andere keuze was. Ik denk niet dat we de theaterzalen en concertzalen konden openlaten en het publiek daar massaal naartoe laten gaan. We zitten gewrongen met de noodzakelijke maatregelen aan de ene kant, maar aan de andere kant goed wetende dat dit op een sector zoals cultuur een gigantische invloed heeft.

Daarom heeft de Vlaamse Regering een aantal maatregelen snel genomen en een aantal maatregelen vooropgesteld. We hebben het daar in de commissie Cultuur al een aantal keren over gehad, ook over de timing en dergelijke meer. Ik begrijp dat na de brief van gisteren en na de IMC, die vraag vandaag weer aan bod komt.

Ik wil eerst zeggen dat we via het nooddecreet al voldoende garanties aan de organisaties hebben gegeven dat hun subsidies voor honderd procent zullen worden uitgekeerd en dat ze niet moeten bewijzen dat ze in deze periode voorstellingen hebben laten doorgaan en dergelijke meer. Het is een geval van heirkracht, van overmacht. Dat is al voor een heel belangrijk deel van de cultuursector een geruststelling.

Dan is er het noodfonds. We hebben het daar vorige week in de commissie over gehad. Ik heb toen gezegd dat wij op dit moment de plannen voor de verschillende facetten van het noodfonds aan het binnenkrijgen zijn. We hebben dat samen met het cultuurdepartement ook opgesteld voor de cultuursector. Ik weet met welk bedrag ik naar de onderhandelingstafel binnen de regering moet gaan om dat voor de cultuursector binnen te halen. Dat zal eerstdaags gebeuren.

Als je een maatregel neemt, moet je altijd eerst kijken of die ook het gewilde effect heeft. We kiezen er bewust voor om via de structureel georganiseerde organisaties de brug te slaan naar de kwetsbaren. Meestal werken die in dienst, onder contract of in opdracht van structureel gesubsidieerde organisaties. We zullen dus met de gesubsidieerde organisaties bekijken hoe we de individuele artiesten en individuele creatievelingen kunnen steunen.

Ook over de concrete exitstrategie wordt nagedacht. Er liggen plannen op tafel. Ik ga daar dadelijk wat meer in concreto over zeggen.

Waarom de interministeriële conferentie van gisteren? Omdat die exitstrategie daar nog aan bod komt.

Het eerste agendapunt was de bespreking van wat er in de verschillende gemeenschappen gebeurt inzake steunmaatregelen. Iedereen neemt min of meer dezelfde maatregelen, maar terwijl de Franse Gemeenschap 8 miljoen euro uit het noodfonds uittrekt voor Cultuur, kan ik u nu al zeggen en verzekeren dat dat in Vlaanderen een serieus veelvoud daarvan zal zijn. Voor de rest hebben de verschillende gemeenschappen, net zoals wij, een impactanalyse gedaan. Dat is dus vergelijkbaar.

Ten tweede hebben de federale collega’s de maatregelen toegelicht die ook van toepassing zijn op Cultuur. Eerst en vooral – en collega Van de Wauwer heeft daar al naar verwezen – heeft minister Muylle uitleg gegeven bij de versoepeling die ze nu nog doet. In het stelsel van tijdelijke werkloosheid glipten heel wat mensen in de cultuursector aanvankelijk door de mazen van het net. Zij versoepelt die toegang tot dat stelsel nu wat, zodat die mensen soelaas kunnen vinden in de tijdelijke werkloosheid. Ze stelt daarnaast een aanpassing aan het kunstenaarsstatuut voorop. Dat heeft ze vorige week vrijdag in de parlementaire commissie aangekondigd. Daar wordt op het federale niveau aan gewerkt.

Minister De Croo heeft dan weer een versoepeling van de taxshelter doorgevoerd, namelijk een verlenging van de termijnen, zodat die taxshelter de periode van de coronacrisis kan overbruggen. De grote vraag daarbij – en daar kan collega De Croo totaal niets aan doen – is: welke ruimte zullen bedrijven nog hebben om in cultuur te investeren? Dat is een groot vraagteken vandaag. Hij heeft de maatregelen rond de taxshelter zo gemodifieerd dat ze tegemoetkomen aan de verzuchtingen, maar we moeten wel bekijken welke ruimte bedrijven nog gaan hebben om in dat systeem te investeren. Minister De Croo nam daarnaast nog een aantal andere fiscale maatregelen, die reeds groen licht gekregen hebben in de commissie Financiën van de Kamer.

Ik moet zeggen dat iedereen rond de tafel wel de ernst inziet van de situatie voor de cultuursector. Er is veel positivisme om daarrond samen te werken.

Wat hebben we tot hiertoe gedaan inzake de exitstrategie? Ik heb zelf het initiatief genomen om samen met mijn collega-minister van de Franse Gemeenschap een exitprogramma op te stellen. Dat is rond, we hebben daar een consensus rond bereikt. We hebben daarover ook al met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) samengezeten en die gaat ermee akkoord. Ook met de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) hebben we daarover samengezeten, maar daar is nog wat finetuning nodig. Nu moeten we nog – en dat staat in de volgende dagen gepland – met de Duitstalige Gemeenschap samenzitten over dat plan.

Ik maak mij sterk dat er eind deze week een exitplan zal klaarliggen dat ik aan de Groep van Experten belast met de Exitstrategie (GEES) kan overdragen. Dat is daarstraks ook bevestigd tijdens de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad. De bedoeling is dat de GEES gelijktijdig advies uitbrengt over én het plan voor toerisme én het plan voor sport én het plan voor evenementen, omdat de relance voor die sectoren voor een stuk parallel verloopt. Er zijn veel vergelijkingen tussen te trekken, al zijn er uiteraard ook specificiteiten per sector. De bedoeling is ook dat de Nationale Veiligheidsraad, als het nodig is, daar speciaal voor bijeenkomt en dat het advies heel snel gecommuniceerd kan worden. Dit is dus ‘work in progress’, maar het werk zit wel in de finale fase. Als het advies of de dialoog met de GEES snel tot een positief resultaat kan leiden, dan kunnen we heel snel heel concreet over dat exitplan spreken.

Belangrijk is ook om aan te stippen dat de Nationale Veiligheidsraad de situatie van week tot week bekijkt en dat we het advies van de GEES en de Nationale Veiligheidsraad natuurlijk ook moeten respecteren.

Er is dus het noodfonds, waar we heel binnenkort heel concreet over kunnen communiceren. Er is de exitstrategie, waar we binnenkort ook heel concreet over kunnen communiceren. Er zijn een aantal federale maatregelen die aangepast worden om tegemoet te komen aan de verzuchtingen uit de cultuursector.

Met dat alles samen moeten we dan bekijken of dat voldoende is en of er bijkomende maatregelen moeten worden genomen.

Mijn engagement is niet om het laatste verlies in de cultuursector dicht te ‘patchen’, dat is onbetaalbaar. Mijn engagement is om de organisaties die in goede papieren zaten voor de coronacrisis door de coronacrisis te helpen, zoals we dat met alle bedrijven en verenigingen in Vlaanderen willen doen. U zult het er allemaal mee eens zijn dat dit nog hard labeur zal worden.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Minister-president, dank u voor uw antwoorden. Ik val niet van mijn stoel. Ik val niet vlug van mijn stoel, want veel van die antwoorden heb ik in het verleden al dikwijls gehoord.

Wat mij in dit dossier een beetje stoort, zeker in dit halfrond waar we een halfuur geleden nog moesten spreken over fraudeurs inzake maatregelen richting de bedrijven enzovoort, is dat de kunstencentra al zo lang zitten te wachten op antwoorden en dat u er zelfs nog geen kijk op hebt. Dan kom ik op een concreet punt met een vraag. Dit hangt samen met de vraag waar de sector nu zijn programma’s aan het aanbieden is en niet weet hoe dat te doen. Die programma’s moeten helemaal opnieuw worden gemaakt. Wat moet er gebeuren met de contracten? Het gaat over duizenden afgesloten contracten, waarvan noch de verspreiders noch de makers op dit moment weten hoe ze daarmee moeten omgaan. Ik verwacht leiderschap, om daar heldere verhalen over op te stellen. Minister-president, welke concrete plannen hebt u om die contractuele patstelling uit te klaren?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ik vind het zeer goed dat u het gesprek bent aangegaan met het federale niveau om enkele hiaten te dichten. Dit legt een problematiek bloot die we al een tijdje vermoedden: die van het statuut van de kunstenaar. Dat is natuurlijk federale materie, maar ik denk dat we ons daar de komende jaren eens moeten buigen, natuurlijk samen met de sector.

Wat is de finaliteit van het noodfonds? Ik heb in de commissie al herhaald dat ik het niet verstandig zou vinden indien enkel de gesubsidieerde sector aanspraak zou kunnen maken op dat noodfonds. Dat betekent dat men twee keer wordt gestraft. Diegenen die al jaren hun best doen om zonder subsidies te overleven, zouden ook nu weer niet kunnen geholpen worden. Ik hoop dus echt dat u, naast zoveel mogelijk middelen binnen te halen voor onze sector, ook rekening kunt houden met de niet-gesubsidieerde sector.

Ten slotte richt ik een oproep tot het lokale cultuurbeleid. Ik hoor signalen van culturele centra die de uitkoopsommen niet uitbetalen aan artiesten als de productie niet heeft plaatsgevonden. Ik vind dat een gemiste kans, want langs de andere kant hoor ik dat steden en gemeenten dat wel voor een deel uitbetalen. Bijvoorbeeld Ieper en Aarschot zullen 30 procent van de uitkoopsom uitbetalen aan producties, zelfs al hebben ze niet plaatsgevonden. Ik roep het lokale cultuurbeleid en de cultuurcentra op om ook hun steentje bij te dragen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, dank u voor uw antwoorden.

De versoepeling van de federale maatregelen is inderdaad een heel goede zaak. Het is goed dat meer mensen nu een beroep kunnen doen op de tijdelijke werkloosheid. Ik hoor van heel veel mensen dat vooral de RVA nog vaak dwarsligt en zaken niet aanvaardt die nog onder contract lagen.

Ik kan echt niet begrijpen waarom u vasthoudt aan uw initiële beslissing om het noodfonds te reserveren voor de gesubsidieerde sector. Heel wat mensen in de cultuursector werken in een niet-gesubsidieerde context. Denk aan de festivals. Live Nation, dat Werchter organiseert, is een bedrijf. Net zij werken met interimcontracten, dagcontracten, geen contracten soms, en ze glippen door de mazen van het net. De mensen die voor hen werken kunnen nu geen beroep doen op dat noodfonds.

Het noodfonds werd aangekondigd op 1 april. U zegt dat we tegen 15 mei meer zullen weten. Ik hoorde daarnet veel complimenten voor het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), dat heel snel de hinderpremies heeft uitgekeerd. Waarom is het mogelijk voor de bedrijven en niet voor de cultuur om heel snel duidelijkheid te geven? Minister-president, u zei daarnet dat er een veelvoud van 8 miljoen euro naar Cultuur zal gaan. Hoeveel van die 200 miljoen euro zal voor Cultuur worden gereserveerd?

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord, uw toelichting en uw inzet voor de sector. Ik ben blij dat u, hoewel dat heel moeilijk is, toch al het initiatief hebt genomen voor een exitplan dat onze cultuursector wat perspectief kan bieden.

Er zijn heel veel Vlaamse en ook federale maatregelen. De maatregel rond tijdelijke werkloosheid van federaal minister Nathalie Muylle is al een heel grote tegemoetkoming aan de vrees en de nood in een groot deel van de sector. Zo zullen zij ook een gegarandeerd inkomen krijgen en valt er niemand uit de boot. Vanuit sociaal oogpunt mogen we niemand achterlaten.

En dan is er het noodfonds van 200 miljoen euro voor de gesubsidieerde sectoren. Ik vrees dat we dat niet enkel mogen beperken tot die gesubsidieerde sectoren. En indien dat wel gebeurt, moeten we daar een aantal voorwaarden aan koppelen, zodat die sectoren ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen ten aanzien van andere sectoren.

Gelet op de ramingen over de vragen die betrekking zullen hebben op die middelen in het noodfonds, vrees ik dat we naar een veelvoud van die 200 miljoen euro zullen gaan. Nogmaals, het is, zoals u al hebt gesteld, niet de bedoeling om alle verliezen te compenseren. Nee, het is de bedoeling dat we ervoor zorgen dat de verschillende sectoren door de crisis geraken.

Minister-president, u zult het noodfonds concreet maken. Ik vertrouw erop dat u uw volle gewicht, niet alleen als minister van Cultuur, maar ook als minister-president, in de strijd zult gooien voor onze cultuursector. Ik zou graag het pleidooi willen houden om zeker met een open vizier naar het hele noodfonds te kijken, zodat er op maat van die verschillende sectoren kan worden gewerkt. Want die sectoren zijn heel verschillend.

Collega Van de Wauwer, u moet echt afronden.

Zo zit de mediasector bijvoorbeeld anders in elkaar dan de cultuursector.

Oké, dat weet iedereen.

Ik wil nog een vraag stellen. Minister-president, hoe kunt u binnen die verdeling van de middelen van het noodfonds voldoende middelen garanderen voor cultuur? Kunt u eventueel dat noodfonds optrekken? 

Ik trek het af van uw tijd straks.

De heer D’Haese heeft het woord. 1 minuut. En de hamer ligt klaar.

Oei, nu moet ik me echt zorgen beginnen te maken.

In elk geval is het een hele goede zaak dat de cultuursector kan rekenen op een deel van het noodfonds van 2 miljoen euro. Dat heeft mijn collega De Meester ook al gezegd in de commissie. Maar de olifant in de kamer is natuurlijk dat het ‘maar’ – tussen aanhalingstekens, want het is uiteraard veel geld – 200 miljoen euro is, gezien de omvang van de crisis in de cultuursector vandaag.

Verleden week verwees minister Weyts hier naar datzelfde fonds voor de zeer grote kosten in het onderwijs. En er zijn nog andere kosten.

U zei hier zonet al: ‘We zullen moeten bekijken of dat voldoende is.’ Minister-president, engageert u zich ertoe, niet om binnen het kader van die 200 miljoen euro te blijven, maar om de noodzakelijke middelen vrij te maken? Of wilt u bekijken wat er mogelijk is binnen die 200 miljoen euro?

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, ook wij hebben uiteraard alle begrip voor de noodkreten van de cultuursector. Ook wij vinden dat de sector moet worden geholpen. De regeringen hebben inderdaad al verschillende maatregelen uitgerold. Gaandeweg zal blijken of daar nog gaten vallen.

Minister-president, dat de Vlaamse subsidies doorlopen, is alvast een goede zaak. En dat het noodfonds een en ander zal oplossen, is ook zeker. Maar wat waarschijnlijk ook belangrijk is, is dit: ons lijkt dit coronamoment een uitgelezen moment voor de sector zelf om hier en daar de manier van werken tegen het licht te houden. Collega Segers noemde het al: losse contracten, dagcontracten, vaak geen contracten. Misschien moet de sector zelf daar eens naar kijken om in de toekomst robuuster voor de dag te komen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega's, ik dank jullie voor jullie bedenkingen, waarvan ik er heel wat kan onderschrijven.

Eerst het noodfonds. Ik heb daarnet gezegd dat we via de gesubsidieerde sector die mensen willen bereiken die tussen de mazen van het net vallen, omdat zij meestal voor de gesubsidieerde organisaties werken. Mevrouw D’Hose, ik volg heel fel uw redenering over organisaties die nooit een beroep hebben gedaan op subsidies, nu in moeilijke situaties komen en dan uit de boot zouden vallen omdat ze niet gesubsidieerd waren. Die overweging nemen we zeker mee.

Hoe hebben we het huiswerk gemaakt om te bepalen hoeveel geld er nodig is voor de cultuursector? We hebben twee dingen gedaan. Er is een interne analyse gebeurd door de administratie zelf, door het departement. Anderzijds is er een externe analyse uitgevoerd door Graydon, die alle organisaties, alle vzw's heeft overlopen en in categorieën ingedeeld. Ze zijn nagegaan wie er daardoor in een precaire situatie terechtkomt en hebben vijf trappen voorzien.

Want laat ons een kat een kat noemen, er zijn ook organisaties die heel fel van subsidies afhingen. Er is een substantieel verschil tussen een organisatie waarbij 80 procent van het inkomen van subsidies afkomstig is en een andere organisatie waar dat slechts 20 procent is. Ik ga een beetje provoceren, hoewel dat niet de bedoeling is, maar die organisatie met 80 procent zet een aantal personeelsleden op tijdelijke werkloosheid en kan bij wijze van spreken een spaarpotje opbouwen. Terwijl een niet- of zeer laaggesubsidieerde organisatie echt in de problemen komt. Daarom hebben we Graydon ingeschakeld om een externe analyse te maken van de zaken.

Mijnheer D’Haese, ik zal u niet vertellen of ik al dan niet binnen de 200 miljoen euro zal blijven. Ik zal in deze fase niet aan uw neus hangen hoe we dat binnen de Vlaamse Regering zullen oplossen, dat is een kwestie van de Vlaamse Regering. Op dit moment is daarvoor 200 miljoen euro ingeschreven in de Vlaamse begroting. We zullen zien of we er daarmee komen. Ik heb u daarstraks gezegd wat de objectieven zijn en die streven we na.

Mijnheer Pelckmans, u vraagt wat er moet gebeuren met de contracten. We zullen eerst de exitstrategie definiëren en dan kijken wat de problemen zijn op het vlak van korte- en langetermijncontracten. Normaal gezien hebben we eind deze week een akkoord met alle geledingen. We kunnen dit dan voorleggen aan de GEES en afwachten wat het advies is van de GEES en in welke mate de exitstrategie moet worden bijgestuurd.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Minister-president, ik kijk echt uit naar die exitstrategie want cultuurliefde bedrijven op anderhalve meter is echt moeilijk en zal echt moeilijk blijven, dat weet u ook wel. We zijn daar heel benieuwd naar.

Ik ben heel pessimistisch over die lange termijn en daar hoor ik eigenlijk nog altijd heel weinig over.

Wat het noodfonds betreft, gaat het over 200 miljoen euro voor sierteelt, sport, media, jeugd. Ik heb net uw Nederlandse collega, minister van Engelshoven, gehoord en daar wordt 300 miljoen euro bovenop de bestaande maatregelen uitgetrokken. Dus ja, ik ben pessimistisch maar ik zal geloven in een sterke Jan.

Ik wil u wel nog drie korte adviezen geven.

Heel kort dan.

Ten eerste, leg alstublieft die visienota en de hervorming van het Kunstendecreet eventjes in de koelkast. Twee, maak een roadmap met duidelijke stapstenen over wanneer wat precies kan. Ten derde hebben wij samen met onze Vlaamse, Brusselse en federale collega’s nood aan een marshallplan cultuur want alles zit zo in elkaar verstrengeld dat een oplossing alleen met een dergelijk plan mogelijk zal zijn. Toon leiderschap en doe dat vooral voor het publiek want zij missen momenteel enorm de verbindende kracht van cultuur.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ik denk dat het belangrijk is dat die IMC niet eenmalig was. U bent gisteren samengekomen om te bekijken of alle hiaten aan bod zijn gekomen. Het zou goed zijn om dat blijvend te monitoren.

Ik dank u dat u oog hebt voor mijn overweging over de niet-gesubsidieerde organisaties. Dat zal heel belangrijk zijn.

Voor het overige wens ik u veel succes vrijdag zodat u met een mooi rugzakje naar de sector kunt terugkeren.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Kunst, cultuur, creativiteit, het zijn echt letterlijk levensmiddelen, voer voor onze geest en onze ziel. Daarnaast is het ook een belangrijke economische sector. Ik wil dan ook onze oproep herhalen om zoveel mogelijk de nog te grote mazen in het net te dichten en te zorgen voor voldoende middelen om misschien niet alle verliezen te dekken maar er toch voor te zorgen dat mensen niet definitief kopje onder gaan en de sector er niet jarenlang onder lijdt.

Maak werk van perspectief voor de sector, niet alleen met een exitplan maar ook met een relanceplan. Investeren, niet alleen in de economie maar ook in de samenleving van morgen. Dat is de enige manier om uit de crisis te geraken en vooruit te komen.

Volg vooral ook het voorbeeld van Angela Merkel, zij heeft een fantastisch relanceplan opgesteld. Toon staatmanschap, red de cultuur en geef er prioriteit aan.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Het belang van de waarde van cultuur voor onze samenleving is hier verschillende keren herhaald, en niemand betwist dat. Tijdens deze coronacrisis en de lockdown is dat nog duidelijker geworden. Cultuur helpt ons door de lockdown. Ik ben de cultuursector daarom ook heel dankbaar.

We kunnen de inzet van de cultuursector met dank beantwoorden door hen duidelijk perspectief te geven. Dat is inderdaad moeilijk, maar we kunnen wel bekijken hoe zij alvast kunnen starten met de repetities en – minister Crevits zal dit graag horen – op een innovatieve manier kunnen voortwerken. We kunnen de meerwaarde van cultuur blijven benadrukken, niet alleen op artistiek, maar ook op economisch vlak en voortwerken aan de ondersteunende maatregelen om deze mooie sector door deze crisis te loodsen, zoals de cultuursector onszelf ook door deze lockdown loodst.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.