U bent hier

Vrijdag 10 april zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op vrijdag 10 april zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 07:00u en duren tot 09:00u.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, vindt het onderhoud ’s ochtends vroeg plaats.
Onze excuses.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, gisteren konden we een open brief lezen van de ouders van Julie Van Espen. Daarin schuiven ze een aantal concrete actiepunten naar voren met betrekking tot de aanpak van seksueel geweld. Eerder was er ook al een advies van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot hetzelfde thema. De rode draad daarin is een ketenaanpak. Er is nood aan preventie en sensibilisering van de bevolking voor het thema. Er is nood aan een krachtdadig en deskundig optreden van politie en Justitie. Er is nood aan bestraffing en opvolging, en therapie voor de daders. Er is nood aan goede opvang en begeleiding van de slachtoffers. De voorbije periode werd er ter zake al heel wat gedaan. Ik denk aan het Nationaal Actieplan Gendergerelateerd Geweld. Ik denk ook aan de drie Zorgcentra na Seksueel Geweld, waarvan er ook nog drie op de planning staan.

Na de stille mars en de aanbevelingen vanuit de Hoge Raad voor de Justitie, heeft minister Geens een actieplan opgesteld, met een aantal concrete acties. Het is nu de bedoeling dat er in overleg wordt gegaan met de deelstaten om te zien op welke manier, wat betreft de bevoegdheden van de deelstaten, een aantal acties kunnen worden gekoppeld om inderdaad te komen tot die coherente aanpak.

We lazen dat er is beslist om een interministeriële conferentie rond vrouwenrechten op te richten. Het eerste thema dat daar aan bod zal komen, is seksueel geweld. Minister, op welke manier zult u vanuit Vlaanderen een inhoudelijke inbreng doen, om zo samen tot die ketenaanpak tegen seksueel geweld te komen?

Mevrouw Van Cauter heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de disfuncties bij Justitie zijn op een hartverscheurende en pijnlijke wijze aan het licht gekomen naar aanleiding van het gewelddadige overlijden van Julie Van Espen. Het rapport dat daarna door de Hoge Raad voor de Justitie is opgesteld over het gerechtelijke verleden van de vermoedelijke dader, leest als een aaneenrijging van gemiste kansen die mogelijkerwijze het leven van Julie hadden kunnen redden. En heel vaak kijken we dan naar Justitie, die instaat voor de vervolging en berechting van de dader. Maar uit het rapport blijkt ook heel duidelijk dat we moeten kijken naar de strafuitvoering, naar de wijze waarop we omgaan met gevonniste personen. En als je het rapport leest, dan merk je heel duidelijk dat hier steken zijn gevallen. Dan zien we dat de dader in kwestie eerder veroordeeld werd tot dertig maanden gevangenisstraf en geen enkele therapeutische behandeling heeft ondergaan. Men heeft gedacht dat het zomaar vanzelf zou overgaan. En dat is niet gebleken. Dat is onwaar gebleken. De straf heeft maar nut als ze zinvol wordt ingevuld.

Minister, de opvolging van iemand die in vrijheid is gesteld, gebeurt niet enkel op papier, zoals we in dezen hebben moeten lezen. De therapeut werd zelf gekozen en werd niet in overleg met de justitieassistent opgelegd, zoals de rechtbank had gevraagd. De opvolging werd uitgevoerd zonder contacten met de therapeut, zonder opvolgend verslag, zonder risicotaxatie. Dat is onaanvaardbaar.

Minister, de vraag van de ouders in de open brief is een vraag die we niet kunnen negeren. Ik leg ze aan u voor: wat zult u doen met betrekking tot de aanbevelingen die in het rapport werden opgenomen? (Applaus bij Open Vld)

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Dank aan de beide collega’s, en ook aan het parlement, want we hebben de bespreking ook in de commissie gehad. Ik denk dat de brief van de ouders van Julie door merg en been gaat. Ik denk dat dit ons ook allemaal in eigen boezem moet doen kijken. Ieder moet zijn verantwoordelijkheid durven te nemen ter zake. Jullie weten ook dat de strijd tegen seksueel geweld een prioriteit is binnen het Vlaamse justitiebeleid. Als er slachtoffers zijn, dan zijn er federaal de zorgcentra. Carina, jij was ook een van de trekkers, met heel wat andere collega’s. Wij hebben die drie zorgcentra opgericht, waar slachtoffers via een ketenaanpak zo goed mogelijk kunnen worden opgevangen. Ik hoop dat we binnenkort de uitbreiding van die zorgcentra kunnen hebben.

Maar, en dat is het belangrijkste, we moeten er natuurlijk voor zorgen dat er geen nieuwe slachtoffers worden gemaakt. Dat vraagt inderdaad, zoals in die brief van die ouders ook staat, een verplichte dadertherapie. Dat is waar het vandaag de dag aan schort. We hebben in Vlaanderen geen verplichte dadertherapie. Zedendelinquenten, verkrachters zitten het liefst van al hun gevangenisstraf uit, hebben liever dat men hen met rust laat. Daarom heeft de Vlaamse Regering in 60 miljoen euro voorzien voor een Vlaams justitiebeleid. Ik heb van in het begin gezegd dat een groot deel van dat budget naar de strijd tegen seksueel geweld zal gaan.

Vlaanderen zal daarbij op twee zaken inzetten die van groot belang zijn om minder slachtoffers te hebben en die ook in die brief aanwezig zijn. Er is die verplichte dadertherapie. Dat vraagt ook wel dat dat wordt uitgelegd aan de bevolking. Toen we dat bespraken in de commissie, kreeg ik immers heel wat mails van mensen die vroegen of we op ons hoofd waren gevallen omdat we dadertherapie gaan doen, omdat we die daders bij het nekvel gaan pakken om hen tot schuldinzicht te brengen. Dat móeten we echter doen, en dat kunnen we ook doen vanuit Vlaanderen, natuurlijk naast effectieve bestraffing. Dat moet er ook altijd zijn.

Wat gaan we nog doen? Die risicotaxatie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat er een verplichte risicotaxatie gebeurt bij zedendelinquenten, zodat de rechter ook weet wat voor dader hij voor zich heeft. Kan hij die vrijlaten? Kan hij die onder voorwaarden vrijlaten? Dan is het ook aan onze justitieassistenten om voorwaarden voor te leggen aan de rechter en in een consequente en goede opvolging van die daders te voorzien. Daarom heeft men natuurlijk een risicotaxatie nodig. Ik heb ook van in het begin gezegd dat we met de middelen die we hebben, gespecialiseerde criminologen en psychologen zullen aanwerven, zodat die risicotaxatie op een professionele, wetenschappelijke manier wordt gedaan.

Dat zijn dus twee heel duidelijke zaken die Vlaanderen zal doen. De middelen zijn er. Ik vind ook dat middelen nooit een argument moeten zijn om iets niet te doen. Dat zal ook terugkomen in het strategisch plan inzake hulp- en dienstverlening in de gevangenissen. Daarnaast voorzien we ook in een opleiding voor alle 504 justitieassistenten met betrekking tot seksueel geweld. Ook dat is een aanbeveling in die brief. Ik vind ook dat alle magistraten en politieagenten verplicht zo’n opleiding moeten hebben. Vlaanderen zal dat dus doen.

Mevrouw Schryvers, wat uw vraag betreft, er is een interfederale werkgroep. Alle collega’s – collega Beke, collega Somers en ikzelf – zitten daarin, net als collega Geens en collega Muylle. Er zal heel binnenkort een interministeriële conferentie inzake vrouwenrechten zijn. Wij gaan daarnaartoe. Ik neem ook de coördinatie van het Vlaamse actieplan in handen. Ik coördineer dat. Ik ben ervan overtuigd dat we dat tot een goed einde zullen brengen, want een ketenaanpak met politie, justitie, hulpverlening en justitieassistenten is zeker in dezen van cruciaal belang. Nogmaals, ik wil benadrukken dat we dit doen omdat we op de eerste plaats ervoor willen zorgen dat er géén slachtoffers vallen.

Minister, dank u wel voor uw toch wel heel duidelijk en kordaat antwoord, en terecht. Als we seksueel geweld willen voorkomen, dan is dat inzetten op politie en justitie, maar ook op de hulpverlening absoluut noodzakelijk, en dat moeten we doen op de diverse niveaus die daarvoor bevoegd zijn. Vlaanderen heeft ter zake natuurlijk ook zijn taakstelling. U hebt eerder in de commissie verwezen naar het Vlaams actieplan tegen seksueel geweld. Minister, wat is de timing van dat actieplan?

De opvolging van daders, die dadertherapie, is natuurlijk ook ongelofelijk belangrijk. Daarom wil ik nog eens benadrukken, en u hebt dat op het einde ook gezegd, dat het heel goed is dat justitieassistenten en iedereen die daarmee te maken krijgt voldoende onderlegd zijn. Het gaat over een heel specifieke problematiek en ook dat komt in die brief naar voren als heel schrijnend en als een absolute leemte. Maak daar verder werk van.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Dadertherapie, risicotaxatie, aanklampend beleid door de justitieassistenten, zo hebben we dat afgesproken en zo moeten we dat ook doen. Wij rekenen op u voor een kordate en snelle uitvoering want we hebben echt geen tijd te verliezen. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Vandecasteele heeft het woord.

Het is inderdaad een moedige en beklijvende brief die de ouders van Julie Van Espen hebben geschreven. Seksueel geweld tegen vrouwen blijkt een groot probleem en een onderschat probleem in Vlaanderen en in België. Zij wijzen op nalatigheden bij Justitie en pleiten voor een betere aanpak van Justitie en politie. Maar zoals hier ook al is gezegd, pleiten zij ook voor dadertherapie en voor een preventieve aanpak. Minister, er zijn vandaag verschillende organisaties die deze preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag aanpakken en die dadertherapie organiseren maar net op die twee organisaties wordt bespaard door minister Beke.

Het gaat dan over Sensoa, dat vandaag preventie van grensoverschrijdend seksueel gedrag organiseert, maar ook over de centra voor algemeen welzijnswerk (CAW’s) die de dadertherapie organiseren. Ook zij moeten inleveren. Zult u extra investeren? Schat u in dat de besparingen van minister Beke een effect zullen hebben op deze organisaties?

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Minister, zoals u al aangaf in de commissie, zou het Vlaams actieplan tegen ongeveer april 2020 klaar zijn. Wij vragen ons echter af waarom dit anno 2020 nog moet worden opgesteld. Onze fractie wil dan ook een strengere bestraffing van daders van seksueel geweld. Dagelijks zijn honderden mensen – vrouwen en mannen – daar het slachtoffer van. Laat ons alstublieft ook de mannen niet vergeten, mevrouw Vandecasteele.

Ik stelde u al een vraag over de tienerpooierproblematiek en het feit dat de grootste groep daders allochtonen zijn, die werken binnen een groter netwerk en meisjes buiten hun eigen gemeenschap aanvallen. Geen schrik, beste linkse vrienden, dat is geen citaat van mezelf maar wel van het onafhankelijk rapport van Child Focus. Op deze vaststelling kreeg ik echter bitter weinig antwoord.

Minister, zowel wij als de bevolking vragen een strengere en harde aanpak van daders. Op welke manier zult u die vanuit uw functie op Vlaams niveau concreet verwezenlijken? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Bex heeft het woord.

De open brief van de familie Van Espen is waardig en ook lovenswaardig en het is onze taak vanuit de politiek om daar een antwoord op te bieden. Ook voor Groen moet de aanpak van seksueel geweld een absolute topprioriteit zijn. We zien dat er een urgentie is op federaal niveau en we zien dat de Hoge Raad voor de Justitie daar met een bepaalde urgentie te werk gaat. Het is dan ook een beetje ontgoochelend, minister, om u vandaag niet verder te horen komen dan wat u al hebt gezegd bij de bespreking van de beleidsnota.

Er is inderdaad nood aan opvolging van daders, aan verplichte dadertherapie, aan risicotaxatie, maar dat wisten we vier maanden geleden ook al. Vlaanderen is nu al vijf jaar bevoegd voor Justitie. Kunt u iets zeggen over de concrete timing van de initiatieven die u daarnet maar ook vier maanden geleden al hebt toegelicht?

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, met de daderaanpak, de dadertherapie, de risicotaxatie, het aanklampend beleid van justitieassistenten, ben ik helemaal akkoord. Allerlei belachelijke insinuaties, als zouden wij vinden dat de ene dader anders moet worden benaderd dan de andere, laten wij voor rekening van de mensen die ze hebben geuit aan de overzijde van de zaal.

Een andere vraag en bezorgdheid van mijn fractie is ook de hulp aan slachtoffers. Zorgcentra na Seksueel Geweld doen fantastisch werk maar zij hebben natuurlijk nog niet de capaciteit om alle slachtoffers op te vangen. Op welke manier kunt u er vanuit uw bevoegdheid ook toe bijdragen dat mensen die slachtoffer worden van seksueel geweld snel en voor een heel haalbare prijs terechtkunnen bij een psycholoog om dat geweld weer te boven te geraken?

Mevrouw De Vreese heeft het woord.

Ik denk dat we het erover eens zijn dat de brief van de ouders van Julie Van Espen en de aanbevelingen en het rapport van de Hoge Raad voor Justitie zeer pijnlijk duiden op een aantal tekortkomingen van ons justitieel apparaat en de opvolging. Het is meer dan een terechte keuze van de minister en van de Vlaamse Regering om zeer sterk in te zetten op de opvolging van daders om die recidive te voorkomen. Meer dan terecht zijn er dan ook extra middelen voor voorzien. Er is daar vanaf het begin van deze legislatuur zeer duidelijk over gecommuniceerd. Minister, ik weet dat u ook als federaal minister daar enorm sterk op hebt ingezet. Ook op uw kabinet hebt u mensen met de nodige expertise.

Verplichte dadertherapie, voorwaarden die gekoppeld zijn aan risicotaxatie, digitalisering, betere informatiedoorstroming en een aanklampende ketenaanpak, enzovoort: veel werk op de plank dus. Het is een werk om prioritair op in te zetten, en zeker ook om zeer snel op in te zetten.

Minister Zuhal Demir

Bedankt, collega’s, voor jullie tussenkomsten. Sommige tussenkomsten gaven mij wel een beetje een raar gevoel omdat iedereen in de commissie weet dat ik al vanaf dag 1, vanaf het moment dat ik aangesteld ben, onmiddellijk aan de slag gegaan ben, ik heb geen minuut gewacht om die dadertherapie mogelijk te maken. Maar we moeten natuurlijk kijken hoe we dat gaan doen. Er zijn heel wat organisaties die dat vandaag doen, maar dat is niet verplicht, dat is niet gestructureerd. Vandaar dat wij ook in Nederland, waar men daarmee veel verder staat, zijn gaan kijken hoe men dat doet. Wij hebben de organisaties bevraagd.

Ik kan helaas ook niet toveren, ik zou dat willen, ik zou ook willen dat wij daar veel verder in stonden, maar ik ben ervan overtuigd dat die middelen daar naartoe moeten gaan. Ik voel mij daarbij ook gesterkt door heel wat collega’s in de commissies die mee aan die kar trekken. Wij zullen zeer binnenkort ook de nodige structurele en wetenschappelijk onderbouwde – dat is heel belangrijk – dadertherapie naar voren brengen.

Wat er vandaag de dag gebeurt is dat zedendelinquenten gewoon de samenleving binnengelaten worden na strafuitzitting. Inderdaad, collega’s van het Vlaams Belang, straffen is belangrijk, effectieve straffen zijn zeer belangrijk. Maar als je dat niet doet met een daderbegeleiding, ben je een vogel voor de kat als samenleving. Je moet inzetten op die veilige samenleving. (Opmerkingen van Adeline Blancquaert en Sam Van Rooy)

Daarom heb ik daarnet ook gezegd: én én. Ik zeg hier gewoon wat wij vanuit het Vlaamse Justitiebeleid gaan doen, waar wij bevoegd voor zijn, en dat is die verplichte risicotaxatie en ten tweede die dadertherapie. Ten derde is er ook verwezen naar slachtoffers, collega Van den Bossche. Dat is een bevoegdheid van mijn collega Beke, maar ik kan maar een ding zeggen: ik hoop gewoon dat met het beleid van de komende jaren er zo weinig mogelijk slachtoffers gemaakt worden.

Maar als er slachtoffers zijn, ben ik er wel van overtuigd dat ze op één adres het best mogelijk worden opgevangen, en dat zijn die Zorgcentra na Seksueel Geweld. Ik wens het echt niemand toe, maar als er zoiets vreselijks gebeurt, ben ik ervan overtuigd dat de psychologen, de forensische verpleegkundigen en de gynaecologen die aanwezig zijn in die zorgcentra, elke dag het beste van zichzelf geven. Ik denk dat ze daar wel op hun plaats zijn. Ik bekijk momenteel wel wat ik vanuit Vlaanderen nog extra kan doen om die slachtoffers binnen die zorgcentra nog beter op te vangen. Die oefening loopt dus vandaag nog.

Het voorkomen van en de aanpak van seksueel geweld moet absoluut een grote prioriteit zijn. Ik heb het over heel de keten, over preventie, over politionele en justitiële aanpak, over bestraffing, over opvolging van daders, over opvang en begeleiding van slachtoffers.

Dat is een taakstelling over de verschillende overheden heen, over de verschillende bevoegdheidsdomeinen heen. Als overheid zijn we verplicht – mensen hebben daar recht op – daar een prioriteit van te maken en daar voldoende middelen voor te voorzien. Laat ons daar samen werk van maken.

Collega’s, minister, ik wil eindigen met een woord van dank en respect aan de ouders van Julie. Ze hebben in deze ongelooflijk moeilijke situatie de kracht gevonden om op een serene manier ons allemaal een geweten te schoppen. Ik hoor dat over de partijgrenzen heen, op alle banken, dat men daadwerkelijk deze problematiek wil aanpakken. Als zij in één ding geslaagd zijn, is het om – de levenshouding van hun dochter indachtig – op een positieve manier om te gaan met de dingen. Laat ons nu samenwerken en niet verder polemiseren, om dit tot een goed einde te brengen. Ik wens u veel succes en veel moed. (Applaus)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.