U bent hier

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, na het belangenconflict konden we nu lezen dat de Commission communautaire française (COCOF) naar het Grondwettelijk Hof trekt om de Brusselse bepalingen in het Vlaamse Inschrijvingsdecreet dat normaal van kracht zou zijn in september 2020, nietig te laten verklaren. Wat zijn die Brusselse bepalingen? Het voorrangspercentage voor Nederlandstalige ouders zou worden opgetrokken van 55 naar 65 procent, en er komt ook een voorrangsregel voor 15 procent van de leerlingen die negen jaar in het Nederlandstalig onderwijs naar school zijn gegaan.

Waarom trekt de COCOF naar het Grondwettelijk Hof? Dat is omdat zij vinden dat die nieuwe regels de mogelijkheid voor ouders om de onderwijstaal van hun kinderen te kiezen, beperkt. Ik vind het bijzonder jammer dat er nu weer een procedureslag van wordt gemaakt. We moeten er als overheden geen gewoonte van maken om vraagstukken via de gerechtelijke weg te bekampen, we kunnen beter rond de tafel gaan zitten.

Minister, hebt u hierover overleg gepleegd met de COCOF?

De heer Laeremans heeft het woord.

Minister, het probleem werd hier net geschetst: de Franse Gemeenschapscommissie is naar het Grondwettelijk Hof getrokken om ons Vlaamse Inschrijvingsdecreet aan te vechten nadat die vorig jaar al een belangenconflict had ingediend. Dat is gelukkig afgelopen.

De voorzitter van de COCOF is een politica van Ecolo, mevrouw Trachte. Zij vindt dat die voorrangsregels, voorrang voor Nederlandstalige leerlingen in Nederlandstalige scholen die helemaal betaald zijn met Vlaams belastinggeld, een discriminatie zijn. In Vlaanderen begrijpt geen hond deze obstructie. Het zal u misschien verwonderen, maar ook in Franstalig Brussel zijn er zeer veel negatieve reacties op de demarche van de COCOF. In La Dernière Heure staan heel wat reacties op het artikel. Die zeggen vlakaf tegen de minister: u zou beter zorgen dat u eindelijk eens het niveau van de Franstalige scholen optrekt, dan gaan uw leerlingen tenminste niet lopen naar Vlaamse scholen.

Intussen hebben de Vlaamse scholen inderdaad een veel betere reputatie gekregen. Ze hebben ook veel geld gekregen om hun capaciteit uit te breiden en trekken heel veel anderstaligen aan. De Vlaamse Regering slaagt er toch niet in om elke Nederlandstalige Brusselse leerling een plek te geven in een van de scholen van zijn voorkeur.

Het gevolg is dat sommige leerlingen noodgedwongen uitwijken naar scholen in de Rand. In de lagere school krijgen nogal veel leerlingen niet de school van hun eerste keuze. Dat is toch vervelend in zo'n stad. Er zijn ook leerlingen die eind augustus nog altijd geen zekerheid hebben of ze in een Brusselse school wel een plek zullen krijgen.

Wij zijn dus voorstander van het optrekken van dat voorrangspercentage. Dat werkt wel degelijk. Minister, welk antwoord heeft de Vlaamse Regering op die arrogante sabotagedaad van de COCOF?

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Na het belangenconflict stapt de Franse Gemeenschapscommissie, bekend als de COCOF, naar het Grondwettelijk Hof en tekent beroep aan tegen de nieuwe voorrangsregels die zijn opgenomen in het nieuwe Vlaamse Inschrijvingsdecreet. Concreet kant de COCOF zich tegen de verhoging van de voorrang voor Nederlandstaligen van 55 naar 65 procent. Daarenboven vecht de COCOF aan dat 15 procent van de plaatsen voorbehouden zijn voor degenen die al negen jaar onderwijs lopen in het Nederlandstalig onderwijs.

Het college van de COCOF oordeelt dat dit neerkomt op discriminatie op basis van de taal die in de familiale sfeer wordt gesproken.

Minister, ik heb de volgende vraag aan u. Zult u bij de aangekondigde aanpassing van het Inschrijvingsdecreet de voorrang voor bewezen Nederlandstaligen in Brussel behouden?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik betreur natuurlijk deze daad, omdat het in essentie een zinloos politiek statement is.

Er wordt gevraagd: heeft er overleg plaatsgevonden? Wel, het gaat over een decreet dat al goedgekeurd werd door deze vergadering. Vooraf heeft daarover overleg plaatsgevonden met mijn voorganger, mevrouw Crevits. Vlak daarvoor en ook daarna heeft er nog overleg plaatsgevonden in het kader van een belangenconflictprocedure. Er is dus meer dan ooit overlegd – zelfs een beetje gedwongen – over dit decreet.

Het is ook zinloos, omdat men weet dat het decreet zal worden aangepast. Dus: tegen het moment dat het Grondwettelijk Hof zich zal kunnen uitspreken – want je weet dat daar wel enige tijd overheen gaat – zal er normaal gezien in dit parlement al een aanpassing, conform het regeerakkoord, goedgekeurd zijn. Dus ook op dat vlak: zinloos!

Ik denk zelfs dat het juridisch vrij zinloos is, gelet op het advies van de Raad van State, die ten aanzien van de argumenten die worden aangehaald door de COCOF, gezegd heeft dat er zich eigenlijk ter zake geen probleem stelt. Dus: een zinloos politiek statement!

Ten gronde: ja, wij investeren als Vlaamse overheid, als Vlaamse Gemeenschap, heel veel in de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. We mogen daar best fier op zijn. We mogen er fier op zijn dat dat inderdaad hoog aangeschreven staat – en terecht. Maar mag het dan even, dat wij zelf beslissen over waarin wij investeren en over wie wij ter zake voorrang geven, zeker wanneer dat net in functie staat van het behoud van de kwaliteit van dat onderwijs? Wij willen daarom net, vanuit die bezorgdheid, voorrang geven – en ik hoop ook de volgende jaren nog – aan diegenen die thuis Nederlands spreken en ten tweede aan diegenen die al negen jaar in het Nederlandstalig onderwijs – in het basisonderwijs dus – schoolgelopen hebben. Waarom? Net omdat we wie kiest voor de Vlaamse Gemeenschap, willen belonen. Maar vooral ook omdat we net die kwaliteit en die Nederlandstaligheid van ons onderwijs in Brussel willen behouden. Iedereen is erbij gebaat. Iedereen is erbij gebaat, zowel Nederlandstalige kinderen als anderstalige kinderen, dat er in ons Nederlandstalig onderwijs afdoende Nederlandstalige kinderen aanwezig zijn. Dat is ten bate van iedereen. Dus is dat een goede daad. En ik vind het dus een zinloos politiek statement.

Sta me toe te zeggen dat het toch ook een tikje cynisch is. Diezelfden die zogezegd bekommerd zijn om de toegang tot het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, zijn diezelfden die ondertussen Nederlandstalige scholen van het gemeenteonderwijs in Brussel sluiten. Dus als men werkelijk bekommerd is om de toegang tot het Nederlandstalig onderwijs, om meer Nederlandstalig onderwijs, en men heeft zelf de kans om dat Nederlandstalig gemeentelijk onderwijs te organiseren: à la bonne heure, doe dat voluit! Er zijn nog altijd zeven van de negentien Brusselse gemeenten die geen Nederlandstalig basisonderwijs hebben. Als men echt bekommerd is, dan weet men wat te doen, in plaats van te proberen politiek zinloze juridische steekspelen te voeren. Dat kost ook allemaal geld. Dat is geld dat men misschien kan investeren in meer Nederlandstalig basisonderwijs, zodat we er met zijn allen op vooruitgaan in Brussel. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Bon, dat heeft tenminste de duidelijkheid dat u het zinloos vindt. Maar laat me nog iets zeggen over de essentie van de zaak. Zijn wij voor voorrangsregels in het Brussels Nederlandstalig onderwijs? Ja. Wij vinden het inderdaad ook normaal dat Nederlandstalige ouders in Brussel een zekere voorrang krijgen.

Maar wat me wel stoort, is dat uw nieuwe inschrijvingsregels helemaal geen oplossing zijn.

Ten eerste begrijp ik echt niet waarom er een groep is die pas na negen jaar voorrang krijgt in het secundair onderwijs. U moet mij eens uitleggen waarom u vindt dat kinderen die zes jaar samen op de schoolbanken gezeten hebben op de lagere school, daarna plots weer gescheiden worden, in functie van de taal die hun ouders spreken, terwijl ze zes jaar gewoon in het Nederlands naar school geweest zijn. Dat snap ik niet. Het gaat om de kinderen, niet om de taal die hun ouders spreken. Dat vind ik fundamenteel onfair.

Ten tweede heeft die verhoging van 55 naar 65 procent in essentie gewoon een pervers effect. Want wat is de realiteit vandaag in Brussel voor mensen die uit Vlaanderen komen? Heel kort, in 9 procent van de gezinnen spreken de ouders twee talen, in 22 procent van de gezinnen spreken de ouders maar één taal. Met dit soort maatregelen ga je er in de praktijk enkel voor zorgen dat er meer kinderen die thuis Nederlands spreken, in de populaire Nederlandstalige scholen zullen zijn en dat er in de andere scholen minder zullen overblijven. Heel die mix waar u over spreekt, gaat daardoor nog veel minder een realiteit zijn. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, ik kan mij zeker vinden in uw antwoord. Het is duidelijk en zo hoort het ook. Ik heb wel nog een bijkomende vraag. Zijn er mogelijke negatieve gevolgen in de praktijk bij de inschrijving – op dit moment is de aanmeldingsprocedure nog altijd bezig –, waardoor we chaotische toestanden krijgen door de juridische ingreep die nu gedaan wordt? Ik hoop dat u kunt garanderen dat de ingreep geen enkele impact zal hebben op de leerlingen die zich nu willen inschrijven.

Bedankt voor uw antwoord, minister.

De kern van het probleem is het prangende capaciteitstekort. Vlaanderen levert grote inspanningen om capaciteit te creëren, maar ons onderwijsnet staat onder constante druk. Ons onderwijs kent een uitstekende reputatie, waardoor we ook Frans- en anderstaligen aantrekken. We leveren onze ketjes af met kennis van zowel het Frans als het Nederlands, maar de Franse Gemeenschap doet dat niet. Het vak Nederlands is daar niet verplicht.

Uit cijfers blijkt daarenboven dat de inspanningen die de Franse Gemeenschap inzake capaciteit levert, niet in verhouding staan tot die van de Vlaamse Gemeenschap. Zolang deze inspanningen niet in verhouding staan, zijn onze voorrangsregels nodig, onder meer om het Nederlandstalig karakter van ons onderwijs te vrijwaren.

Minister, ik heb nog een bijkomende vraag voor u. Zult u in overleg treden met uw Franstalige collega en zult u erop aandringen om de inspanningen inzake capaciteit te verhogen en om het Nederlands in het curriculum van het Franstalig onderwijs op te nemen?

De heer Brouns heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter.

Vanuit onze fractie herhalen we heel graag dat de verhoging van de voorrangsregels voor Nederlandstalige kinderen in het Brussels onderwijs absoluut noodzakelijk is. Het is voor ons ook vanzelfsprekend om die gelijke onderwijs- en inschrijvingskansen voor de Nederlandstaligen in het Brussels onderwijs maximaal te beschermen en we roepen u dan ook op om bij de verdere afwikkeling van de procedure, die de COCOF helaas heeft ingeroepen, uw standpunt maximaal te verdedigen. U hebt daarvoor alvast onze steun.

De heer Bex heeft het woord.

Collega’s, meer dan 40 procent van de Brusselse jongeren heeft het Nederlands noch het Frans als thuistaal. In Vlaanderen gaan dergelijke kinderen gewoon naar het Nederlandstalig onderwijs. Het is dan ook niet meer dan normaal dat Vlaanderen ook in Brussel zijn verantwoordelijkheid opneemt. Dat doen we ook en dat werkt. Dat merk je op de metro in Brussel, dat merk je – vers van de pers – aan de stijging van het aantal Nederlandstalige belastingaangiftes in Brussel, dat merk je aan het feit dat er nog nooit zoveel Nederlandstalig gestemd is in Brussel.

Men mag toch nog vragen stellen bij voorrangsregels, zonder het principe van de voorrangsregels zelf in vraag te stellen? Het is al aangehaald: voor hoeveel scholen is die 55 procent vandaag al relevant? Waarom kijken we naar de ouders in plaats van naar de kinderen? Waarom moet men maar liefst negen jaar naar het kleuter- en het lager onderwijs zijn gegaan om in het Nederlandstalig middelbaar onderwijs les te kunnen volgen?

Het Grondwettelijk Hof heeft zich in het verleden al vragen gesteld – en ik kom direct tot mijn vraag, voorzitter – en heeft gezegd dat het een probleem is, als het Frans- en Nederlandstalig onderwijs dezelfde voorrangsregels toepassen en kinderen die tot geen van beide taalgroepen behoren daardoor geen plaats meer hebben in scholen. We zullen zien of deze nieuwe regeling die toets doorstaat.

De essentie is dat onze enige optie is om te zorgen voor meer capaciteit. Vandaag zorgen we voor 20 of 22 procent van de capaciteit in Brussel, terwijl de Brusselnorm op 30 procent ligt. (Applaus bij Groen en de PVDA)

Mijnheer Bex, uw vraag is duidelijk.

De vraag is dus: hoe gaat u zorgen voor meer capaciteit?

Minister Ben Weyts

Mijnheer Laeremans, u vraagt wat de impact van de procedure op het terrein is. Wel, die is gelukkig onbestaand. Dat komt omdat een procedure bij het Grondwettelijk Hof – los van de samenstelling ervan – enige tijd duurt en vooral ook geen opschortende werking heeft. Er is dus geen effect.

Ten tweede, de redenering inzake de perverse effecten volg ik niet volledig, omdat het eenvoudigweg gaat over een voorrangsregel, geen uitsluitende regel. De maximaal 65 procent voorrang die je geeft, dat is natuurlijk per school. In de ene school zal dat een totaal ander effect hebben dan in de andere school. In de ene school zal dat contingent van 65 procent nooit worden bereikt. Wel, in dat geval komen alle anderen aan bod, dus het is niet dat die daarvan worden uitgesloten, het is niet zo dat men stoeltjes leeg zal laten en wachten tot er nog een Vlaminkje passeert. U verwart, denk ik, twee gegevens met elkaar. U denkt namelijk dat voorrang een uitsluiting of een exclusiviteit is. Dat is het niet. Het is daadwerkelijk voorrang op de rest, maar al de rest kan nog aan bod komen.

Ten derde, we zijn het stadium van overleg voorbij. De COCOF heeft gekozen voor een andere weg, namelijk de juridische weg, veeleer dan voor overleg. Daar heeft men de keuze gemaakt. Ik denk dat we als Vlaamse overheid, als Vlaams Parlement recht in onze schoenen staan, dat we goede keuzes hebben gemaakt. Ons antwoord moet, tot slot, vooral zijn dat we meer investeren. We gaan 3 miljard euro extra investeren in bakstenen, in infrastructuur, in extra capaciteit, óók in Brussel. U kent de projecten die daar op stapel staan. Dat zal ons antwoord zijn aan de COCOF: ja, wij gaan resoluut en heel gemotiveerd nog meer investeren in de kwaliteit en de uitbreiding van ons Nederlandstalig onderwijs in Brussel. (Applaus bij de N-VA)

Minister, wat zal nu het gevolg zijn van die nieuwe inschrijvingsregels? In Nederlandstalige Brusselse scholen die zeer gewild zijn, zullen er meer kinderen van Nederlandstalige ouders zitten, en in de andere zullen er nog amper overblijven. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Wat willen wij? Wij willen dat er in élke Brusselse school een goed evenwicht is tussen Nederlandstalige en anderstalige leerlingen. Ik denk dat het Nederlands daar alleen maar wel bij kan varen in onze hoofdstad. Wat is dus inderdaad de echte oplossing? Investeer in meer capaciteit in het Nederlandstalig Brussels onderwijs, maar doe dat dan meteen ook in leerkrachten. Wat zijn we immers met stenen als we geen steengoede leerkrachten hebben om daar les te geven? (Applaus bij sp.a en Groen)

Collega’s, het zal u niet verbazen dat wij niet meegaan in de redenering om eigenlijk een soort gedwongen mix in Brussel tot stand te brengen. Voor ons is het belangrijk dat elke Brusselse Nederlandstalige leerling in Brussel in de school van zijn keuze kan terechtkomen, dat hij niet iets anders moet gaan doen in Vlaams-Brabant enzovoort. We weten dat inderdaad niet per school, de ene school heeft inderdaad een ander profiel dan de andere, maar zolang dat niet het geval is, zolang er leerlingen zijn die daar niet terechtkunnen, vinden wij dit decreet nog te zwak, zouden we willen dat die voorrang nog wordt opgetrokken.

Minister, we vinden zeker en vast ook dat de COCOF voor eigen deur moet vegen, en dat signaal hebt u ook misschien wel gegeven. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister, bedankt voor uw antwoorden. We trekken duidelijk aan hetzelfde zeel. We betreuren net als u dat de COCOF naar het Grondwettelijk Hof stapt tegen de voorrangsregels. Voorrangsregels zijn nodig om het Nederlandstalige karakter van ons onderwijs te vrijwaren en om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van ons Nederlandstalig onderwijsnet niet onder druk komt te staan. In plaats van te procederen zouden de Franstaligen beter investeren in meer capaciteit en in de kwaliteit van hun onderwijs.

Onderwijs is een gedeelde bevoegdheid van zowel de Franse als de Vlaamse Gemeenschap. Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid. Mocht de Franse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid ook ter harte nemen, dan zou de druk op het Nederlandstalig onderwijsnet verminderen en zouden die voorrangsregels niet nodig zijn. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.