U bent hier

Krokusreces

Het Vlaams Parlement is in reces van maandag 24 tot en met vrijdag 28 februari 2020. De commissievergaderingen en de plenaire vergadering hervatten in de week van 2 maart.

De diensten blijven bereikbaar tijdens het reces

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, minister, u weet dat u kunt rekenen op de steun van sp.a om de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen op te trekken tot 80 procent. Werk geeft ambitie, zorgt voor welzijn. Het is belangrijk dat mensen die willen, de kans krijgen om te werken.

In Vlaanderen zijn er 180.000 werkzoekenden die zoeken naar een job. 117.000 mensen zijn aan de slag maar geven aan dat ze meer willen werken maar dat het niet kan in hun sector. 40.000 mensen genieten van een leefloon. 200.000 mensen zijn langdurig ziek maar een derde wil graag een beetje aan de slag gaan en wil worden geheroriënteerd op de arbeidsmarkt. En 140.000 mensen kiezen er al dan niet bewust voor om thuis te werken, om de zorg op te nemen voor kinderen of voor ouders, om een time-out te nemen. Ik vind dat ze dat volste recht hebben.

Maar als ze zouden willen gaan werken, dan ligt er werk op de plank voor de Vlaamse Regering. Bied die flexibele kinderopvang aan zodat ook mensen die een opleiding willen gaan volgen, toegang hebben, en niet alleen mensen die al aan de slag zijn. Zorg ervoor dat je drempels wegwerkt en dat het mensen die bijvoorbeeld jaren voor de kinderen hebben gezorgd en toch weer aan de slag willen gaan, ook lukt.

Minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat er een evenwichtig voorstel komt tussen zorg voor het gezin, eigen ambitie thuis en in de privésfeer, maar ook op het werk? Ik denk dat er evenwichtige maatregelen nodig zijn. (Applaus bij sp.a)

Mevrouw Malfroot heeft het woord.

Minister, u hebt de ambitieuze doelstelling om 120.000 extra mensen aan de slag te krijgen. Daarvoor wil u ook de huismoeders en huisvaders aan het werk krijgen. U spreekt in dat kader zelfs van het activeren van inactieven. Ik betreur de term ‘inactieven’, want die thuiswerkende moeders en huisvaders zijn niet inactief. Ze zijn net actief bezig met de opvoeding van hun kinderen, met de zorg voor hun kinderen. Daar zou u toch wat meer respect voor mogen hebben.

U zei dat het helemaal niet de bedoeling is om mensen zonder uitkering te verplichten om te gaan werken. Het gaat er u om om de sociale zekerheid betaalbaar te houden en de krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Daarom moeten we met meer aan de slag, stelt u. Minister, die huisvaders en huismoeders zijn helemaal niet afhankelijk van ons systeem. Ze leven niet op de kap van de maatschappij, maar kiezen er bewust voor om thuis te blijven voor de zorg voor hun kinderen zonder dat ze daarvoor gesubsidieerd worden door de Vlaamse belastingbetaler.

U stelt dat u meer mensen en meer talent aan het werk wilt krijgen, maar concreet gaat u het bij VDAB met 22 miljoen euro minder doen en met 419 voltijdse personeelsleden minder. Ik vraag me dan ook af met welke middelen en hoe u die activering zult organiseren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, de arbeidsmarkt staat in brand. Dat zijn niet mijn woorden, maar de woorden van Fons Leroy, vele jaren de chef van VDAB, de man die onze arbeidsmarkt moest regisseren. U wilt VDAB extra middelen en extra instrumenten geven om die brand te bestrijden. Ik heb begrepen dat u een ontwerp van decreet in voorbereiding hebt om VDAB te wapenen tegen de uitdagingen waarvoor ze staan, en die zijn niet min.

Op dit moment slaat de vergrijzing hard toe op onze arbeidsmarkt. Er stromen meer mensen uit de arbeidsmarkt voor een welverdiend pensioen dan er jonge mensen bij komen. Op dit moment zijn er 100 mensen die vertrekken voor 82 mensen die op de arbeidsmarkt actief worden. We hebben dus elk talent nodig.

Tegelijk is er vorig jaar opnieuw een recordaantal vacatures aangemeld door onze werkgevers bij VDAB. Elk talent telt en elk talent is nodig. Daarom wilt u extra instrumenten aan VDAB geven om al die talenten in te zetten. Uiteraard hebben ook mensen die er voor een bepaalde periode voor kiezen om thuis te blijven om zorg te bieden aan kinderen of andere gezinsleden, talenten en kunnen ze misschien op termijn opnieuw op de arbeidsmarkt actief worden.

Minister, op welke manier wilt u ook hen begeleiden richting arbeidsmarkt?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil starten met iets duidelijk te stellen: geen haar op mijn hoofd denkt eraan om mensen die vrijwillig kiezen om thuis te zijn, te verplichten om te gaan werken. Geen haar op mijn hoofd denkt daaraan. Ik betreur oprecht de indruk die zou ontstaan zijn in dit verband. (Applaus bij de meerderheid)

Voor mij moeten we een verhaal van kansen schrijven. Onze arbeidsmarkt staat inderdaad in brand. We leven in een uniek tijdperk, in een unieke periode waarin er enorm veel jobs zijn, enorm veel vacatures en heel weinig werkloosheid. Maar toch blijkt uit het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid dat in Vlaanderen ongeveer 800.000 mensen om een of andere reden niet actief zijn op de arbeidsmarkt. Dan rijst de vraag hoe we een kader kunnen scheppen om de mensen die dat willen, toch naar de arbeidsmarkt te krijgen.

Ik geef een paar voorbeelden. Er zijn mensen die langdurig ziek zijn. Securex heeft een bevraging gedaan en een op de drie zou wel graag naar de arbeidsmarkt gaan, maar om allerhande redenen lukt dat niet. We hebben ondertussen al samengezeten met het RIZIV om te kijken welke hinderpalen we daar kunnen wegwerken.

Er zijn mensen met een handicap die van zichzelf vinden dat ze misschien een goeie bijdrage kunnen leveren aan de arbeidsmarkt, maar daar om een of andere reden niet in slagen.

Ik heb het volste respect voor mensen die beslissen om thuis te blijven, ofwel om voor hun kinderen te zorgen, ofwel om palliatieve zorg te geven aan iemand. De beslissing om dat te doen, zou er kunnen toe leiden dat je je na enkele jaren afvraagt of je dat nog wel kunt, of je nog wel kunt solliciteren, of je de juiste skills hebt. Dan moet VDAB klaarstaan om de vinger aan de pols van die mensen te houden, en om die mensen proactief gerust te stellen dat er jobs zijn, dat ze voor hen klaarstaan om hen te begeleiden en te coachen bij bepaalde zaken die ze minder goed onder de knie hebben. Dat is de boodschap die in ons nieuw ontwerpdecreet staat dat de regering vorige vrijdag heeft goedgekeurd.

Collega's, voor mij is dit een verhaal van kansen. Het is hier al zo vaak gezegd in dit halfrond: de sleutel tot emancipatie is werk. Als je een job hebt, is dat goed voor je persoonlijkheid en geeft het zelfvertrouwen. Het is niet omdat je werkt, dat je een slechte mama of een slechte papa bent. Ik sta hier nu op dit spreekgestoelte, maar ik voel me 100 procent moeder en betrokken op mijn kinderen. Laat ons daar dus geen tegenstelling van maken, laat ons niet met de vinger wijzen naar mensen die de vrijwillige keuze maken om thuis te blijven. Alle respect.

Op het moment dat je zelf denkt dat je weer actief wilt worden op de arbeidsmarkt en je dat kunt combineren, dan is het aan de overheid en in de eerste plaats aan VDAB om voor hefbomen te zorgen om die persoonlijke begeleiding te kunnen doen. Dat is het engagement dat ik neem en de handschoen die ik samen met VDAB wil opnemen.

Minister, ik ben het helemaal eens met de ambitie dat je mensen die willen werken, alle kansen moet geven om te gaan werken. Heel vaak gaat het inderdaad om thuiswerkende ouders. Dan zie je dat het beleid van de regering waarbij kinderopvang prioritair toegankelijk is voor mensen die al aan het werk zijn, outsiders op de arbeidsmarkt verhindert om opnieuw aan de slag te gaan.

Een persoonlijke aanpak van VDAB is nodig, zegt u. Wij steunen u daar volledig in, maar dat impliceert natuurlijk dat je verder moet gaan dan de ‘digital first’-strategie, waarbij je mensen alleen digitaal benadert. Daarom moeten we binnen VDAB toch eens nadenken hoe we al die inactieven, al die thuiswerkende kandidaat-werknemers persoonlijk kunnen begeleiden met 419 medewerkers minder en met minder middelen zowel voor kinderopvang als voor werk. Dat wordt toch een hele uitdaging, minister.

Minister, het probleem is niet dat de Vlaming te weinig werkt. Het is wel zo dat werken te veel wordt belast en dat het geld dat bij de overheid binnenkomt, verdwijnt in bodemloze Waalse putten en wordt misbruikt om een migratiefactuur te betalen waar niemand om vraagt.

Focus daar eens op in plaats van onze huismoeders en onze huisvaders te culpabiliseren dat zij de sociale zekerheid onbetaalbaar zouden maken. Ik vraag me af of u zich niet beter focust op de activering van personen die wel ten laste zijn van onze sociale zekerheid. Ik verwijs in dit geval ook naar de hoge werkloosheidscijfers onder allochtonen, die nergens zo hoog zijn als hier in België. Zo is een derde van de niet-Europese allochtonen nog steeds werkloos. Is een streng activerings- en sanctioneringsbeleid dan niet veeleer nuttig voor het betaalbaar houden van de sociale zekerheid? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister, uiteraard gaan we geen huisvrouwen en huisvaders verplichten om aan de slag te gaan. U kunt ze misschien wel verleiden om op termijn naar de arbeidsmarkt te gaan, om de terminologie van collega Ronse te gebruiken. Elk talent telt en mensen die zorg opnemen voor kinderen of ouders thuis verdienen alle respect.

Maar als ze opnieuw aan de slag willen gaan, moeten we er alles aan doen om de drempels te verlagen. Mevrouw Gennez sprak over de flexibele kinderopvang. Ik heb goed nieuws: deze regering voorziet in een extra investering in kinderopvang, in het flexibeler en toegankelijker maken van kinderopvang, dus dat, collega Gennez, komt alvast in orde.

Het kan een bijkomende suggestie zijn, minister, om die mensen die zin hebben om hun mogelijkheden opnieuw af te tasten, niet onmiddellijk naar VDAB te sturen, maar toegang te geven tot het instrument van loopbaanbegeleiding waarbij mensen op een heel laagdrempelige manier hun talenten en competenties in kaart kunnen laten brengen en hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen afwegen. Dus, minister, onderzoek alstublieft die piste.

De heer Ongena heeft het woord.

Collega’s, ik denk dat niemand van ons vraagt dat we mensen, die er vrijwillig voor kiezen om thuis te blijven en ook geen enkele uitkering krijgen, verplichten of dwingen om te gaan werken. U hebt daar helemaal gelijk in. Niemand van ons vraagt dat. Dat moet natuurlijk een vrije keuze zijn.

Het moet dus ten eerste effectief een vrije keuze zijn van de betrokkene om dat te doen. De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid heeft nog maar eens een rapport op de markt gebracht waaruit nog maar eens blijkt dat nog al te vaak – ja, laat ons vrouw en paard noemen – de gezinslasten heel snel worden doorgeschoven naar vrouwen. Dan kun je je soms de vraag stellen of dat voor die vrouwen wel altijd een vrije keuze is om effectief niet te gaan werken of om tijdelijk niet te gaan werken. Ik denk dat we er toch ook voor moeten opletten dat we niet te snel meegaan in het toedekken van dat potje en dat er zomaar bij laten.

Ten tweede, en de heer Bothuyne heeft daar al naar verwezen, hebben we natuurlijk een enorme krapte op onze arbeidsmarkt, die alleen maar groter zal worden. De volgende jaren gaan er nog eens 400.000 mensen met pensioen. We moeten die vacatures invullen. Willen we onze pensioenen, onze kinderbijslagen, onze toelagen aan mensen met een handicap uitbetalen, dan moeten we zorgen dat er voldoende mensen aan de slag zijn.

Ik denk dat het heel goed is, minister, dat u die inactieven ook gaat benaderen. Nog een kleine vraag: hoe gaat u dat doelbewust doen, want het is door de privacyregels misschien niet altijd even duidelijk wie in dat geval verkeert? (Applaus bij Open Vld)

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat het is uitgeklaard, want toen ik in de krant las dat huisvrouwen en -mannen verplicht zouden worden om op de arbeidsmarkt te gaan en de jobs in te vullen, vond ik dat heel vreemd. Dat moet wel iemand zijn die zijn job niet goed heeft gedaan en u heel verkeerd heeft gequoot. Maar goed, het is uitgeklaard, en daar ben ik heel blij om.

Ik ben het uiteraard helemaal eens met de collega’s dat u meer moet inzetten op mensen die willen gaan werken, maar die op dit moment op allerlei obstakels botsen, zoals kinderopvang, of die langdurig afwezig zijn geweest door een burn-out en daardoor op voorhand al veel minder kans maken tijdens sollicitaties, et cetera.

Ik blijf toch met een probleem zitten, minister: niemand gelooft mij als ik zou zeggen dat u als minister een extra beleidsdomein krijgt, maar minder geld, en dat u dat efficiënter zou doen. Niemand gelooft, collega’s, dat als wij minder geld zouden krijgen, maar tweemaal zoveel commissies zouden moeten opvolgen, wij dat efficiënter zouden doen. Waarom blijft deze Vlaamse Regering dan denken dat VDAB met minder middelen al die dingen zal kunnen blijven opvolgen? Denkt u echt dat VDAB op dit moment gewapend is om die extra sporen te bewandelen? Ik vind dat een heel moeilijk verhaal om die dingen aan elkaar te koppelen. (Applaus bij Groen en de PVDA)

De heer Ronse heeft het woord.

Namens onze fractie wil ik eerst ons grootste respect uitspreken voor wie ervoor kiest om thuis voor de opvoeding en de organisatie van het huishouden in te staan. Die mensen verdienen ons grootste respect, maar we hebben hier een minister gezien die op geen enkele, maar dan ook op geen enkele manier die mensen wil verplichten om te gaan werken. We hebben een minister gezien die hier die mensen de hand reikt en hun kansen wil bieden om, als ze hun talenten op de arbeidsmarkt geheel of gedeeltelijk willen inzetten, die op alle mogelijke manier te ondersteunen.

Waar ik niet bij kan, is dat de dame van de PVDA hier vooraan, sorry van het Vlaams Belang – de partijen lijken zodanig op elkaar qua populisme dat ik die twee vaak door elkaar haal – die kansen vertaalt in het culpabiliseren van huisvrouwen en huismannen. (Opmerkingen. Gelach)

Mensen, alsjeblieft, laat ons de debatten hier in dit halfrond zuiver en correct houden. Het enige wat de minister hier doet, is de hand reiken en kansen bieden.

Hoe zult u, minister, die mensen verleiden – want dat is de terminologie die we hanteren – om dat te doen? Zullen daarvoor bijvoorbeeld loopbaancheques kunnen worden ingezet om die mensen toe te laten om te kijken wat ze graag willen doen?

Minister Hilde Crevits

Ik zal u besparen wat de voorzitter me net influisterde. (Opmerkingen)

Colloque singulier.

Collega’s, er zijn heel veel interessante tussenkomsten gedaan. Ik denk dat er eensgezindheid is over de ambitie en dat niemand betwist dat het goed is dat we met de Vlaamse Regering een werkstrategie willen maken en dat VDAB daar een belangrijke partner in is.

Collega Ongena, ik zou eerst even willen ingaan op uw opmerking. U hebt daar iets heel belangrijks gezegd: het moet een vrije keuze zijn. Daarover maak ik me ook soms een beetje zorgen. Collega Malfroot, ik wil echt niet in een culpabiliserende strategie geraken. Ik geef een persoonlijk voorbeeld. Mijn mama was zoveel jaar geleden de eerste onderwijzeres die in haar school mocht blijven werken nadat ze van mij was bevallen. Ik vond het verschrikkelijk te horen dat het vroeger normaal was dat een vrouw die kinderen kreeg, thuisbleef. Laten we alsjeblieft wegblijven van zulke situaties, blij zijn voor mensen die werken en het volste respect hebben en blij zijn voor mensen die verkiezen thuis te blijven. Dit is echt geen verhaal van tegenstellingen. Het is een verhaal van kansen: kansen om te werken, kansen om alles te combineren, maar ook om te werken aan je eigen emancipatie.

Collega’s, er zijn er die zeggen dat VDAB dat niet zal kunnen, aangezien ze moeten besparen. Ik vind dat ook een foute tegenstelling. Bij VDAB moet men, net als bij alle beleidsdomeinen, de komende jaren inderdaad goed bekijken waar men de middelen op inzet. Als we dat niet zouden doen, dan zitten we met een ontsporende begroting, en dan zou het kot hier ook te klein zijn. Dus ja, VDAB neemt ook verantwoordelijkheid, maar de gedelegeerd bestuurder heeft nu een plan gemaakt, dat is goedgekeurd door de raad van bestuur, met een strategie om te investeren in die nieuwe uitdagingen. Absoluut zeker is dat er heel nauw zal worden samengewerkt met de lokale besturen, en in die lokale besturen investeren we net meer de komende jaren. Collega Annouri, zo ga ik bijvoorbeeld maandag naar de stad Antwerpen om de nieuwe overeenkomst tussen VDAB en de stad te sluiten, waar ook strategieën worden ontwikkeld om dat lokaal bestuur, dat heel dicht bij de mensen staat, goed te doen samenwerken en zo – ik weet niet wie het had over privacy – ervoor te zorgen dat de linken die matchen beter worden. Dat hoeft niet altijd geld te kosten. Dat gaat vaak over de juiste man of vrouw op de juiste plaats.

Ik heb ook al gezegd dat we absoluut niet zullen besparen op consulenten. Als VDAB op het terrein actief moet zijn, en je neemt die consulenten weg, dan wordt het natuurlijk moeilijk. Ik heb ook gezegd dat er zal moeten worden geïnvesteerd in contracten met verenigingen, met mensen die niet van VDAB zijn, omdat het voor sommige groepen die wij moeilijk bereiken, net van belang is dat je bijvoorbeeld heel diep in het verenigingsleven kunt geraken. Iemand vertelde me deze middag dat VDAB lang geleden, toen zij hun eerste strategieën deden, hun computers gingen zetten in de sportclubs, waar de mensen kwamen. Daar konden zij dan bekijken wat ze zouden doen qua werk.

Collega Gennez, we zullen dus niet alleen inzetten op de digitale strategie. Ik ben trouwens op bezoek geweest bij VDAB in Limburg. Ik heb heel veel respect voor de manier waarop er ook vandaag nog wordt geïnvesteerd in dat persoonlijk contact. Mensen worden telefonisch opgevolgd. Daar was een mooi gezelschap. De burgemeester van Hasselt, hier ook aanwezig, was daar namelijk ook. Ik denk dat we dezelfde ervaringen hebben opgedaan. Er wordt ook heel veel geïnvesteerd in die persoonlijke contacten en het opvolgen van de problemen van de mensen.

Collega’s, ik wil zeker bekijken in welke mate loopbaancheques kunnen worden ingezet. Collega Bothuyne heeft al verwezen naar de flexibele kinderopvang. Loopbaanbegeleiding zal zo belangrijk zijn. Ik zou ook even willen teruggrijpen naar wat hier daarnet is gezegd bij de vraag die werd gesteld aan collega Beke. Het ging over zovele handen te kort in de zorg. Wel, net onze huisvaders en huismoeders, die al die ervaring hebben met het werk dat ze thuis doen, zouden zo’n grote aanwinst kunnen zijn in de zorg. We moeten dus ook bekijken hoe we die profielen in de zorg misschien wat moderner kunnen maken, zodat mensen die thuis heel veel ervaring hebben opgegaan en op een bepaald moment in hun leven eigenlijk graag opnieuw zouden willen werken, ook heel snel kunnen worden ingeschakeld. Zo kunnen ze de competenties die ze thuis hebben opgedaan, inzetten voor die zorgzame samenleving die zo nodig is. Ik zal daarvoor ook met onze federale collega’s contact opnemen.

Collega’s, u merkt het: er zijn heel veel maatregelen die we willen nemen, met heel veel begeleiding op maat. Ik ben er echt van overtuigd dat de opdracht groot, maar haalbaar is. Ik hoop echt dat we hier over een paar jaar toch op een aantal goede bewegingen op onze arbeidsmarkt kunnen terugkijken, waarbij we een aantal mensen mee kunnen inschakelen die vandaag wel willen werken, maar dat om een of andere reden niet doen of kunnen doen.

Minister, voor sp.a is de prioriteit van het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid absoluut het activeren van de 180.000 mensen die op dit moment werkzoekend zijn, mensen die willen werken, deeltijds, na een burn-out, na langdurige ziekte, maar ook na de zorg voor een ziek familielid of een kind. Ik denk dat er meer dan ooit ambitie moet zijn om dat flankerend beleid te versterken. U hebt het over kinderopvang. Wel, haal dan de prioriteit voor werkenden weg, zodat iedereen een plekje in die kinderopvang heeft. U hebt het over zorgtaken. Wel, zorg ervoor dat er vacatures zijn in de zorg en dat er voldoende omkadering is in de woon- en zorgcentra, een omkadering die vandaag te gering is. Creëer jobs en leid de mensen die willen werken, ook als ze lang thuis hebben gewerkt, toe naar de jobs die nodig zijn om Vlaanderen warm, leefbaar, sociaal en actief te maken. (Applaus bij sp.a)

Minister, u laat het hier uitschijnen alsof ik heb uitgevonden dat u in de krant en in uw regeerakkoord laat zetten dat u de inactieven of dat u de huisvaders en de huismoeders niet wilt activeren. Het staat nochtans zwart op wit in uw regeerakkoord. Ik culpabiliseer niemand. U laat het uitschijnen alsof ik hier sta te liegen, wat helemaal niet het geval is.

Wat u wel moet doen, mevrouw, is inzetten op diegenen die niet werken, zodat zij voldoende toegang vinden tot de arbeidsmarkt. De huismoeders en huisvaders die nu voor hun kinderen zorgen en die nadien weer zin krijgen in de arbeidsmarkt, zullen wel zelf hun weg vinden naar de arbeidsmarkt. U hoeft hen niet te activeren; zij gaan de weg zelf wel vinden. Hoogstwaarschijnlijk hebben ze een jarenlange ervaring van voordien, die zij nadien kunnen gebruiken op de arbeidsmarkt. Wat u nu moet doen, is ervoor zorgen dat u onder meer de allochtonen, een derde van de mensen die niet aan het werk zijn, activeert en toeleidt naar werk, zodat ook zij eindelijk eens een bijdrage zouden leveren aan onze sociale zekerheid in plaats van er enkel van te profiteren. Die doelgroep van werkonwilligen sanctioneren en activeren: dat zou pas een besparing zijn voor onze sociale zekerheid! (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Malfroot, ik heb eigenlijk met u te doen. U hebt duidelijk een gehoorprobleem, want wat u hier net komt te zeggen is helemaal niet in het debat aan bod gekomen. Wat wel aan bod is gekomen in het debat, is dat deze regering, gesteund door heel wat mensen, ook vanuit de oppositie, kansen wil geven aan mensen om actief te worden op de arbeidsmarkt, waar wij heel veel mensen en heel veel talent nodig hebben. VDAB krijgt daarvoor, als regisseur, de middelen van deze regering.

Collega Annouri, die activeringen hoeven niet allemaal door ambtenaren te gebeuren of door medewerkers die door de Vlaamse overheid betaald worden. Er is een heel goed voorbeeld in Gent. Schepen Bram Van Braeckevelt trekt het. U kent hem misschien, want hij is lid van Groen. Samen met het middenveld en samen met de verenigingen en samen met de stad gaat men daar op pad en trekt men naar de mensen om te bekijken wat voor hen de mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt. Dat is de juiste methodiek: een partnerschap waar VDAB en deze regering voor staan en die ook succes zal boeken om talent te laten renderen op de arbeidsmarkt en daarbuiten. (Applaus bij CD&V)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.