U bent hier

De heer Parys heeft het woord.

Voorzitter, minister, mijn vraag komt er naar aanleiding van een mensonterend geval van kindermishandeling dat afgelopen weekend in de krant stond. Het gaat over twee heel jonge kinderen die thuis vreselijke feiten hebben meegemaakt en die gemeld zijn aan het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) van hun school. Pas tien jaar later is hier een rechtszaak van gekomen omdat er heel wat is misgegaan.

De procureur des Konings, Ine Van Wymersch, heeft daarover in de krant gezegd: “Deze twee kinderen hebben de letsels, opgelopen door zweepslagen, meermaals aan volwassenen laten zien. Ze hebben bij de CLB's létterlijk gezegd dat papa sloeg met een zweep. Dat papa drugs gebruikte en de spuiten op de badkamer lagen. Men wíst dat die kinderen soms in de kelder moesten slapen. En tóch werd dit nooit gemeld aan het gerecht. De vertrouwensband met de betrokkenen en het beroepsgeheim werden boven de bescherming van de kinderen geplaatst. Wat moeten deze kinderen nu denken? Welk vertrouwen in volwassenen moeten zij nog hebben?”

Minister, meer algemeen is nu de vraag: wat is nu de correcte handelswijze van CLB’s, die een heel belangrijke vorm zijn van de brede instap in het integrale jeugdhulplandschap, wanneer zij op de hoogte zijn van feiten thuis, wanneer zij die melden aan een vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK), dat vertrouwenscentrum kindermishandeling een analyse maakt van de feiten en dat klasseert zonder gevolg? Dan kom je uit bij de vraag die ik vandaag aan u wil stellen, minister: wat moet een CLB dan doen? In het geval waar ik het over had, is er niets gebeurd. Zou in het algemeen een CLB niet de correcte stap hebben gezet wanneer het zich beroept op artikel 458bis van het Strafwetboek, waarin men zijn beroepsgeheim kan delen en in zo’n geval rechtstreeks aangifte kan doen bij de politie?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, u hebt in uw vraag meteen al het antwoord gegeven. Wanneer een CLB met een verontrustende situatie te maken krijgt, dan heeft het verschillende mogelijkheden. Het kan een beroep doen op de vertrouwenscentra kindermishandeling en op het ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ). Op alle mogelijke momenten en op alle mogelijke manieren heeft het alleszins de verantwoordelijkheid om signalen op te volgen en daar ook naar te handelen. Het kan zich inderdaad desgevallend niet verschuilen achter het beroepsgeheim. Wanneer men tot de vaststelling komt dat er situaties zijn waarbij men zegt dat men dit moet melden aan de politie, dat dit moet worden gemeld aan het parket, dan kan het beroepsgeheim daar niet voor in de weg staan. Het belang van het kind staat te allen tijde voorop.

Zoals u zelf hebt aangegeven, laat artikel 458bis van het Strafwetboek uitdrukkelijk de mogelijkheid aan het CLB om desgevallend naar de politie of het parket te stappen. Dan is het aan het parket om op een juiste manier te handelen.

Minister, dan is uiteraard mijn vraag waarom dit niet gebeurd is. En vooral veel structureler: wanneer een VK een analyse maakt van feiten en daar niet naar handelt, maar het CLB wel heel goed weet dat er thuis iets gebeurt dat echt niet pluis is, leren we daar dan ook uit? Gaan we op een systematische manier analyseren waarom het VK zo'n analyse heeft gemaakt en waarom het CLB niet verder is opgetreden?

Minister, ik heb nog een vraag over de Family Justice Centers die een maand nadat ze de analyse maken over huishoudelijk geweld nog eens opnieuw naar zo'n gezin gaan om te kijken of hun analyse echt wel klopt met de feiten. Kan dat?

Dringt zich hier geen taakverdeling op tussen de CLB's die geprangd zitten tussen enerzijds Onderwijs waar ze deel van uitmaken en anderzijds integrale jeugdhulp waar ze de grote instap voor zijn? Zou het niet verstandiger zijn om de taken omtrent zorg en welzijn onder Welzijn te brengen en de taken omtrent pedagogische begeleiding onder Onderwijs te laten ressorteren?

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, dit was inderdaad een vreselijk geval en de heer Parys heeft gelijk dat hij het ook zo beschrijft.

Een CLB heeft inderdaad de macht, het recht en de plicht om die melding te maken en het CLB moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Zonder specifiek op deze case te willen ingaan, is mijn vraag of de verslaggeving daar correct is geweest. CLB's zijn doordrenkt van hun verantwoordelijkheid. Zij delen dossiers al jaren digitaal onderling en maken ook heel vaak melding van problematische cases.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Dit gebeurt niet alleen bij het CLB, maar we hebben ook al gezien bij andere welzijnsactoren dat ze vaak nog altijd hetzelfde argument gebruiken om klachten niet te melden, namelijk de vertrouwensband en het beroepsgeheim. Ik vind dat we de zorgverstrekkers absoluut beter moeten informeren over wat een beroepsgeheim juist inhoudt. Dat is nog onvoldoende gekend bij sommige hulpverleners. Wanneer de psychische en fysieke integriteit bedreigd is bij kinderen, heeft men een meldingsplicht. Wanneer men kinderen zweepslagen geeft, dan is het zeer duidelijk dat dit een probleem is dat gemeld moet worden, ongeacht de vertrouwensband of het beroepsgeheim. Sorry, maar dit is een zeer duidelijk geval dat gemeld moet worden. (Applaus bij de Open Vld)

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, er zijn twee artikelen uit de strafwet die gelijk gelezen moeten worden. Enerzijds is er het artikel waar de heer Parys naar verwijst en waarbij het doorbreken van het beroepsgeheim mag en de situaties waarin dat kan. Anderzijds moet het samen gelezen worden met artikel 422bis van de strafwet, waarin staat dat men ook de plicht heeft om, in gevallen waarin iemand groot gevaar loopt – en bij uitstek bij kinderen – melding te maken van dat gevaar. Ik heb de indruk, minister, dat hulpverleners te weinig weten wat ze mogen doen en wanneer ze hun beroepsgeheim mogen doorbreken, maar ook wat ze moeten doen. Wat zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat elke hulpverlener in Vlaanderen – brede instap en daarbuiten – exact weet wat hij mag doen, wanneer hij die afweging mag maken, wat hij moet doen en wanneer het gevaar waarin een kind zich bevindt altijd primeert boven het beroepsgeheim?

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Het beroepsgeheim is ondergeschikt aan de integriteit van leerlingen en kinderen. Meer nog, met de nieuwe federale wetgeving is ook het casusoverleg mogelijk gemaakt.

Ik denk persoonlijk – en velen met mij – dat de grote meerwaarde van de CLB’s net is dat ze op het kruispunt staan van Welzijn en Onderwijs en dat ze een van de belangrijkste toegangspoorten zijn tot integrale jeugdhulp, net omdat ze heel dicht bij de dagdagelijkse context van leerlingen staan, namelijk het schoollopen. Het is heel belangrijk dat we onder ogen zien dat dit een heel belangrijke sterkte is van het CLB. Ik roep u op om dit samen met uw collega van Onderwijs te bekijken vanuit het standpunt van de leerling, want dat is toch het belangrijkste.

Minister Wouter Beke

Collega’s, ik kan alleen nog maar eens herhalen dat de veiligheid van het kind voorop staat en dat het beroepsgeheim op dat vlak nooit in de weg kan staan. Wat het concrete geval betreft, vallen de CLB’s niet onder mijn bevoegdheid. Dan moet u desgevallend vragen aan mijn collega van Onderwijs, minister Weyts, wat daar precies gebeurd is en wat daar precies aan de gang is. Daar ga ik niet over uitweiden. Ik deel wel de bekommernis, en ik zal dat onder andere ook met de vertrouwenscentra kindermishandeling opnemen. Ik heb gisteren in de commissievergadering gezegd dat we in overleg gaan om te kijken hoe we de volgende jaren verder op de ingeslagen weg kunnen voortgaan. Ik zal dit ook onder de aandacht brengen. Ik deel de bekommernis van een aantal collega’s hier dat volgens mij een aantal hulpverleners niet weten wat hun rechten maar ook niet wat hun plichten zijn, en dat het dus ook aan de instellingen is om dat op een goede manier diets te maken.

Wat het overleg met het onderwijs betreft, staat dat ook in het regeerakkoord. We zullen over de welzijnstaken de komende periode, ook samen met mijn collega van Onderwijs, in dialoog gaan, want de CLB’s zitten natuurlijk op het breukvlak tussen Onderwijs aan de ene kant en Welzijn aan de andere kant. Maar laat het duidelijk zijn dat één ding voorop staat: het welzijn van de kinderen.

Het feit dat het CLB op die breuklijn zit tussen Onderwijs en Welzijn mag uiteraard nooit voor slachtoffers zorgen. Als je een aantal vrije opinies bekijkt die bijvoorbeeld op het sociale net verschenen zijn, zie je dat een aantal CLB-medewerkers aankaarten dat zij veel te weinig betrokken zijn bij dat beleidsdomein Welzijn. Over 1Gezin1Plan, een heel belangrijk initiatief in het beleidsdomein Welzijn, zeggen ze dat ze er pas aan te pas komen als het al beslist is, hoewel zij daar een essentieel onderdeel van zijn. Ik denk dat dat echt beter moet.

Als het gaat over het VK , minister, hoop ik echt – en dat valt onder uw bevoegdheid – dat we, wat die vertrouwenscentra kindermishandeling betreft, systematisch gaan leren wanneer er een verkeerde analyse gemaakt wordt, waarom dit gebeurd is. Ik hoop dat we daar een systeem voor opzetten zodat we dit niet telkens moeten meemaken, maar dat we er wel op kunnen anticiperen door te leren uit de fouten die we gemaakt hebben.

Ten laatste, minister, hoop ik ook dat u snel werk maakt van de integratie van de vertrouwenscentra kindermishandeling en ondersteuningscentra jeugdzorg in één entiteit, zodat er ook een eenheid van aansturing is, en iedereen die met mishandeling te maken heeft, dezelfde opvolging krijgt. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.